CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-920-bijlage-142929 25-017.048 rep final OER Rapportage

Raadsvergadering 17 december 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Ontwerp-omgevingsvisie + Omgevingseffectrapportage (OER)42.461 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Ontwerp-omgevingsvisie (+)* Deventer zet met het recent vastgestelde biodiversiteitsplan stevig in op het versterken van biodiversiteit en natuur inclusieve inrichting binnen zowel stedelijke als landelijke gebieden. De omgevingsvisie richt zich zowel binnen het stedelijk alsook het landelijk gebied op uitbreiding en versterking van de groenblauwe hoofdstructuur als ecologische ruggengraat van de gemeente. Binnen deze structuur worden watergangen, parken, beken en natuurzones met elkaar verbonden, zodat flora en fauna zich beter kunnen verplaatsen. Rondom de Natura 2000-gebieden (zoals de IJssel en uiterwaarden) en binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt gewerkt aan herstel van leefgebieden, reductie van stikstofdepositie en verbetering van de waterkwaliteit in lijn met de KRW-doelen. In stedelijke wijken stimuleert Deventer biodiversiteit via vergroening van straten (met het bevorderen van streekeigen planten), tuinen en bedrijventerreinen, het creëren van bloemrijke bermen en het aanleggen van nest- en schuilgelegenheden voor vogels, vleermuizen en insecten. Donkere ecologische zones worden behouden en versterkt om nachtelijke verstoring te beperken. De maatregelen sluiten aan bij de ambities van de Stedendriehoek en de provinciale biodiversiteitsstrategie, waarbij stedelijke verdichting wordt gecombineerd met vergroening en natuurontwikkeling.

De voorgestelde maatregelen leiden naar verwachting tot een duidelijk positief effect op biodiversiteit. Door uitbreiding van de groenblauwe hoofdstructuur en herstel van ecologische verbindingen neemt de leefruimte voor soorten toe en wordt versnippering verminderd. De nadruk op natuurvriendelijke oevers, bloemrijke vegetatie, het toepassen van streekeigen soorten in het openbaar groen en herstel van waterkwaliteit draagt bij aan hogere populatie- en soortdiversiteit, zowel binnen als buiten de stad. Ook het behoud van donkere zones vermindert verstoring van nacht actieve soorten, terwijl stedelijke vergroening zorgt voor nieuwe niches voor insecten, bijen en vogels. De grootste winst wordt verwacht in de overgangsgebieden tussen stad en buitengebied, waar nieuwe verbindingen aansluiten op bestaande natuur. De visie vormt zo een samenhangend en uitvoerbaar pakket waarmee biodiversiteit structureel kan worden versterkt en de ecologische samenhang kan worden vergroot. * Desondanks kan binnen de compacte stedelijke wijken de beperkte ruimte de effectiviteit van biodiversiteitsmaatregelen beperken, vooral wanneer vergroening niet structureel wordt geborgd bij herontwikkeling en beheer. De groei van het aantal inwoners en woningen vergroot de druk op de openbare

67 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

ruimte, waardoor minder ruimte beschikbaar blijft voor groen en ecologische verbindingen, ten koste van de biodiversiteit. Ook kunnen de door klimaatverandering toenemende hittestress en droogte de kwaliteit van stedelijke beplanting aantasten en daarmee de biodiversiteitswinst beperken. * Daarnaast blijft de daadwerkelijke reductie van stikstofdepositie grotendeels afhankelijk van landelijke maatregelen, waardoor sommige effecten op soortenrijkdom en habitatkwaliteit buiten het beleid van Deventer allen. Op lokaal niveau kan versnippering door bebouwing en intensief ruimtegebruik de ecologische samenhang beïnvloeden, waardoor verbindingen tussen groenblauwe structuren en leefgebieden minder effectief zijn. Deze aandachtspunten vragen om structurele borging van stedelijke vergroening en slimme inrichting van groenstructuren om de ecologische effecten van groei en verdichting te mitigeren.

Natuurgebieden Belangrijke opmerking: De mogelijke effecten van stikstofdepositie als gevolg van ontwikkelingen in het ontwerp-omgevingsvisie zijn niet meegenomen in deze beoordeling. Deze worden apart meegenomen als onderdeel van de Passende Beoordeling die als bijlage van de omgevingsvisie wordt toegevoegd. Ten tijde van het opstellen van deze beoordeling was de Passende Beoordeling nog niet beschikbaar. Het is bekend dat ontwikkelingen zoals bouwprojecten negatieve effecten kunnen hebben op Natura 2000 via stikstofdepositie, en dat dit onderzocht dient te worden. Bij de vaststelling van de omgevingsvisie wordt een Passende Beoordeling als bijlage bijgevoegd. Hier worden de specifieke effecten op natuur nader onderzocht. Onderstaande beoordeling beschrijft dan ook alleen hoe de proactieve maatregelen van de gemeente effect hebben op Natura 2000. De indirecte effecten op natuur vanuit (economische) ontwikkelingen zijn hier nog niet beoordeeld. Koers (0) op streekeigen soorten, het bevorderen van ecologische netwerken en het rekening houden met biodiversiteit bij recreatie en locatiekeuzes (zoals teelt voor biobased materiaal buiten bestaande natuurgebieden en Natura2000), vormen een actieve inzet voor het versterken van natuur.

Het ondersteunen van boeren in de ontwikkeling naar landbouw in samenhang met gebiedsspecifieke opgaven en uitdagingen (zoals het versterken van de samenhang met natuur), onderstreept de ambitie om ook een nieuwe, gezonde, balans tussen ecosystemen, natuur en de agrarische sector in het landelijk gebied te vormen. Hoewel de focus in dit document niet primair ligt op het uitbreiden van formele 'natuurgebieden', wordt er aan het aspect natuur alsnog veel waarde gehecht. De gemeente kiest voor een benadering waarbij natuur (en biodiversiteit) wordt geïntegreerd binnen bredere landschappelijke en stedelijke structuren (bijv. groenblauw), bestaande natuur wordt versterkt. Deze benadering voorkomt dat de natuur isoleert, maar een (essentieel) onderdeel is van een gezonde en veerkrachtige leefomgeving, zowel in als buiten de bebouwde kom. Een risico van deze integrale benadering is dat natuur versnipperd raakt en onvoldoende robuust wordt beschermd, waardoor biodiversiteit op de lange termijn onder druk kan komen te staan. Zonder duidelijke kaders en doelstellingen kan natuurbeleid bovendien vrijblijvend blijven en ondergeschikt raken aan andere ruimtelijke opgaven. Ontwerp-omgevingsvisie (+)* Deventer richt zich op het versterken van natuur en landschappelijke samenhang, onder meer door uitbouw van de groenblauwe hoofdstructuur en betere verbinding tussen stad en buitengebied.

De omgevingsvisie benadrukt dat natuur niet alleen wordt beschermd, maar ook waar mogelijk ontwikkeld als onderdeel van een gezonde leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om versterking van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bescherming van Natura 2000-gebieden langs de IJssel en aanleg van ecologische verbindingszones en natuurvriendelijke oevers.

68 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

Ook wordt gewerkt aan hydrologisch herstel en waterberging om natuurwaarden te ondersteunen en de effecten van klimaatverandering op te vangen. Samen met provincie en waterschap worden maatregelen genomen in lijn met de Kaderrichtlijn Water. Daarnaast wordt natuurinclusief bouwen gestimuleerd en is er aandacht voor vergroening van stedelijke gebieden en gebruik van streekeigen plantensoorten. De maatregelen kunnen bijdragen aan een lichte verbetering van natuurkwaliteit en ecologische samenhang. Door de aanleg van verbindingszones en herstel van waterlopen wordt de robuustheid van ecosystemen enigszins versterkt. De huidige staat van de natuur is echter matig tot slecht, waardoor de verwachte effecten beperkt blijven. Vooral in de IJsseluiterwaarden en overgangszones naar het Sallandse landschap zijn verbeteringen het meest aannemelijk. In stedelijke gebieden en zones met hoge ontwikkelingsdruk is er weinig tot geen ruimte voor nieuwe natuur. De omgevingsvisie kan leiden tot een licht positieve bijdrage aan herstel en behoud van natuur, maar vormt zij vooral een noodzakelijke eerste stap richting een weerbaarder natuurnetwerk.

* Ondanks de positieve beoordeling op basis van de proactieve maatregelen, kunnen knelpunten ontstaan door de combinatie van bevolkingsgroei, woningbouw en verdichting, waardoor ruimte voor nieuwe natuur beperkt blijft en de druk op bestaande natuurgebieden zelfs toeneemt. Daarnaast kan stikstofdepositie veroorzaakt door economische en bouwkundige ontwikkelingen (zoals de geplande woningbouw, een nieuw bedrijventerrein etc.) negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden. De precieze effecten door deze mogelijk depositie worden nader onderzocht in de Passende Beoordeling. Ook in overgangszones en stedelijke gebieden kan intensief ruimtegebruik leiden tot beperkingen in ecologische verbindingen, verslechtering van water- en bodemkwaliteit en daardoor negatieve effecten op natuurgebieden. Deze aandachtspunten vragen om gerichte borging van natuurkwaliteit en -kwantiteit, integratie van natuur in stedelijke ontwikkeling en een afstemming met landelijke maatregelen om stikstof en andere drukfactoren te mitigeren.

6.6.6

Waardevolle ruimte

Waardevolle landschappen Koers (+) Het koersdocument besteedt veel aandacht aan het behoud en de versterking van waardevolle landschappen. De compacte stad wordt als principe gehanteerd om het open landschap te ontzien, en de onbebouwde buffers tussen stad en dorpen blijven behouden om hun eigen identiteit te waarborgen. In het landelijk gebied wordt ingezet op natuurinclusieve landbouw, behoud van goede landbouwgronden, en op extensieve recreatie die het landschap niet schaadt. Daarnaast wordt het landschap actief ingezet als drager van andere opgaven, zoals de energietransitie (bijvoorbeeld via zonnevelden op restgronden), klimaatadaptatie (waterberging), en natuurontwikkeling. De stadsrandzones krijgen een duidelijke rol als overgangsgebied met aandacht voor recreatie, natuur en gezondheid. Er wordt ook ruimte geboden aan initiatieven voor landschapsherstel, zoals de teelt van biobased materialen met streekeigen soorten. In vergelijking met de referentiesituatie – die vooral gebaseerd is op behoud via bestaande ruimtelijke kaders – biedt het koersdocument een breder handelingsperspectief en meer gebiedsspecifieke maatregelen. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer koestert zijn kenmerkende landschap als drager van identiteit en leefkwaliteit.

De omgevingsvisie benadrukt het behoud, herstel en beleefbaar maken van karakteristieke landschappelijke structuren, zoals de IJsseluiterwaarden, de enk- en essenlandschappen, de beekdalen en de sallandse houtwallen. Deze structuren vormen samen met de groenblauwe hoofdstructuur de basis voor een aantrekkelijk en

69 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

veerkrachtig landschap waarin natuur, landbouw, water, cultuurhistorie en recreatie met elkaar verweven zijn. Voor elk van de deelgebieden is via het hoofdstuk ‘’identiteit en kwaliteit’’ aangegeven wat de landschappelijke kwaliteiten zijn die belangrijk zijn. Ook wordt ‘groen en erfgoed’ genoemd als drager van de openbare ruimte in de algemene koers. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt ingezet op landschappelijke inpassing en versterking van de historische geografie. Ontwikkelingen in het buitengebied moeten bijdragen aan het versterken van de landschappelijke kwaliteiten, bijvoorbeeld door behoud van hoogteverschillen, karakteristieke verkavelingspatronen en zichtlijnen. Ook stimuleert de visie bewoners- en dorpsinitiatieven die bijdragen aan erfgoedbeheer, landschapsherstel en vergroening van erven en linten. De randzones rond de stad krijgen een groene overgangsfunctie waarin cultuurhistorie, natuurontwikkeling en recreatief gebruik samenkomen. Zo blijft het landschap herkenbaar, toekomstbestendig en verbonden met de identiteit van Deventer. De voorgestelde maatregelen leiden naar verwachting tot een positief effect op het behoud en de versterking van waardevolle landschappen.

Door het expliciet verbinden van ruimtelijke ontwikkeling aan landschappelijke kwaliteit wordt versnippering tegengegaan en blijven karakteristieke structuren herkenbaar in zowel het buitengebied als de stadsrandzones. De versterking van de groenblauwe hoofdstructuur en de aandacht voor historische geografie dragen bij aan het herstel van samenhang tussen natuur, water en cultuurhistorie. Ook de inzet op bewonersinitiatieven vergroot de kans dat lokale landschapselementen duurzaam worden onderhouden. De effecten zullen het sterkst zijn in overgangsgebieden tussen stad en land en in zones met hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarde, zoals de IJsselvallei en de Sallandse enkgebieden. Knelpunten kunnen optreden in gebieden met hoge ontwikkelingsdruk, waar ruimtelijke claims (zoals tijdelijke en permanente woningbouw of infrastructuur) kunnen botsen met landschappelijke bescherming. Zo kan de ontwikkeling van woonlocaties in Baarlerhoek en wechelerhoek en in de toekomst wellicht het stadsland ten koste gaan van landschappelijke waarden. De daadwerkelijke kwaliteitswinst hangt dan af van de mate waarin landschappelijke principes ook in het omgevingsplan worden geborgd. * Er zijn wel op deelgebied uitdagingen te benoemen waardoor het beschermen van het waardevolle landschap niet overal mogelijk lijkt te zijn.

Ten eerste zullen de woningbouwopgaven met name in het noordelijk buitengebied (Baarlerhoek), het onderzoek naar wonen op Stadsland, en het onderzoek naar een nieuw bedrijventerrein van 45 ha zorgen dat er bestaande landschappen worden omgezet naar een stedelijk landschap. Deventer heeft een heel erg rijk landschap en er zijn bijna geen vrije ‘open plekken’ waar een grootschalige ontwikkeling kan worden toegevoegd zonder dat er een bestaand landschap deels verloren gaat. * Deventer stelt verder dat men de ruimte voor groen (en de wateropgaven) wil laten meegroeien met de hoeveelheid inwoners. Dit kan wel in conflict zijn met de grote focus op inbreiding en verdichting om aan het tekort van 1000 tot 3000 woningen te voldoen, waar nog geen planvoorraad of zoeklocatie voor is. Dit vergt juist het toevoegen van veel groen, ook in de stedelijke omgeving, terwijl daar niet altijd ruimte voor is. Het is daarom de verwachting dat op lokaal niveau de ambities op het gebied van groene landschappen niet overal gehaald worden. Openbare ruimte Koers (+) De openbare ruimte krijgt binnen het koersdocument een prominente rol als ontmoetingsplek, klimaatbuffer en drager van identiteit. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen wordt expliciet gestuurd op het mee-ontwikkelen van kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte met ruimte voor bewegen, recreatie, vergroening en inclusieve vormgeving.

Ingrepen zoals de vergroening van stenige plekken, inrichting van pleinen met verblijfskwaliteit, en het toevoegen van kunst en cultuur in het ontwerp, maken de openbare ruimte aantrekkelijker en toegankelijker. Er wordt ruimte gereserveerd voor voorzieningen bij woningbouw en gestuurd op collectieve voorzieningen

70 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

als bibliotheken, buurthuizen en sportplekken. Ook wordt expliciet rekening gehouden met aandachtgroepen, zoals ouderen en mensen met een beperking. Ten opzichte van de referentiesituatie, waarin al gewerkt wordt met beleid voor klimaatadaptieve en sociale openbare ruimte, voegt het koersdocument vooral ruimtelijke sturing, programmatische bundeling en ontwerpkwaliteit toe. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer wil de kwaliteit van de openbare ruimte versterken door groen, water en cultuurhistorie beter te verweven met stedelijke functies. De omgevingsvisie benoemt een aantrekkelijke, beweegvriendelijke en klimaatbestendige leefomgeving als belangrijk doel. De gemeente richt zich op het vergroten van de omvang en kwaliteit van stedelijk groen, het creëren van prettige en toegankelijke ontmoetingsplekken, en het versterken van de groenblauwe hoofdstructuur als ruggengraat van de stad. Nieuwe ontwikkelingen worden verplicht om kwalitatief groen te integreren, waarbij straten, pleinen en parken worden ingericht met oog voor verblijf, schaduw, zitgelegenheid en ontmoeting. Groene verbindingen tussen buurten en richting het buitengebied maken wandelen en fietsen vanzelfsprekender, wat bijdraagt aan een gezonde leefstijl en sociale interactie.

Daarnaast stimuleert de gemeente bewonersinitiatieven voor vergroening van straten en buurten, zoals gevelgroen, buurtplantsoenen en collectieve binnentuinen. Door deze aanpak wordt de openbare ruimte niet alleen functioneler en klimaatbestendiger, maar ook aantrekkelijker en inclusiever voor uiteenlopende doelgroepen. De maatregelen leiden naar verwachting tot een positief effect op de kwaliteit en beleving van de openbare ruimte. De vergroening van straten, pleinen en entrees verhoogt de gebruikswaarde en comfort, terwijl de toevoeging van zitplekken en schaduwvoorzieningen de verblijfsduur en sociale interactie stimuleert. De verbeterde beweegvriendelijkheid en verbindingen tussen groenstructuren dragen bij aan meer recreatief gebruik en een hogere tevredenheid over de leefomgeving. Knelpunten kunnen ontstaan in gebieden met beperkte ruimte of hoge parkeerdruk, waar vergroening of zitgelegenheden moeilijk te realiseren zijn door de verschillende ruimteclaims. Daarnaast vraagt de kwaliteit van de openbare ruimte om blijvend onderhoud en betrokkenheid van bewoners om structurele verbetering te behouden. Desondanks zorgen de maatregelen voor een duidelijk merkbare verbetering in zowel functionele als esthetische kwaliteit.

De visie versterkt de rol van de openbare ruimte als plek voor ontmoeting, beweging en ontspanning en draagt bij aan een gezonde, prettige en toekomstbestendige stad.

Cultuurhistorie, erfgoed & archeologie Koers (+) Het koersdocument richt zich op het behoud en de ontwikkeling van cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren, en integreert deze in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Erfgoed wordt gezien als een inspirator voor klimaatadaptatie, landbouwtransitie en circulaire economie. Deze maatregelen hebben een positieve impact ten opzichte van de referentiesituatie, waarin erfgoedbeleid al sturend is maar minder nadrukkelijk op integratie in ruimtelijke plannen. Door cultuurhistorische waarden te borgen en versterken, wordt de identiteit van Deventer behouden en de leefomgeving verbeterd. Het koersdocument bevordert een innovatieve en duurzame aanpak van erfgoedbeheer, wat bijdraagt aan een aantrekkelijke en leefbare gemeente. De initiatieven zorgen voor een evenwicht tussen behoud en ontwikkeling, waardoor erfgoed een actieve rol speelt in stedelijke transities. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer beschouwt cultuurhistorie en erfgoed als onmisbare bouwstenen van de stedelijke en landschappelijke identiteit. De omgevingsvisie richt zich op het behoud, herstel en beleefbaar maken van monumenten, historische structuren en archeologische waarden, en op de verweving van erfgoed in nieuwe

71 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

ruimtelijke ontwikkelingen. Erfgoed wordt gezien als inspiratiebron voor de toekomst, niet als belemmering. De gemeente borgt dit via een breed erfgoedbeleid, de erfgoedkaart, en een archeologische verwachtingskaart die richting geven aan planvorming en het Omgevingsplan. Ontwikkelingen binnen historische stads- en dorpsgezichten worden getoetst aan de aanwezige cultuurhistorische kwaliteiten, waarbij hergebruik, restauratie en transformatie worden gestimuleerd boven sloop en nieuwbouw. Ook wordt aandacht besteed aan landgoederen, groene structuren en historische verkavelingspatronen, die een belangrijke rol spelen in het behouden van de karakteristieke overgang tussen stad en land. Door erfgoed te koppelen aan klimaatadaptatie, toerisme en leefkwaliteit wordt de maatschappelijke betekenis ervan verder versterkt. De voorgestelde maatregelen leiden naar verwachting gemiddeld over de gehele gemeente tot een positief effect op cultuurhistorie, erfgoed en archeologie. Door het integreren van erfgoed in de omgevingsvisie en de borging in het Omgevingsplan worden cultuurhistorische waarden beter beschermd bij toekomstige ontwikkelingen. De inzet op kennisinstrumenten zoals de erfgoedkaart en archeologische verwachtingskaart maakt vroegtijdige afweging en behoud van waardevolle structuren beter mogelijk.

Dit voorkomt verlies van historische elementen en bevordert zorgvuldig ruimtegebruik. De effecten zijn het sterkst in de historische binnenstad, de oude dorpskernen en de landgoederenzone, waar beleid en praktijk elkaar versterken. In transformatiegebieden zoals Haveneiland en Rotokwartier blijft de balans tussen vernieuwing en behoud echter kwetsbaar; hier hangt de uitkomst sterk af van ontwerpkwaliteit en toepassing van erfgoedprincipes. Ook vraagt onderhoud van monumenten en archeologische zorg om blijvende middelen en aandacht. Wel moet de kanttekening worden geplaatst dat de realisatie van woongebieden op sommige locaties, met name in Baarlerhoek en het Stadsland, wel lokaal een bedreiging vormt voor cultuurhistorie en erfgoed. Het stadsland en haar ontwikkeling is echter nog weinig concreet en afhankelijk van een bypass, en is aangegeven als toekomstige ontwikkellocatie. Op basis van enkel die status, is de bedreiging voor de algemene cultuurhistorie van die ontwikkeling vooralsnog beperkt.

6.6.7

Welzijn

Sociale samenhang Koers (0) Het koersdocument benadrukt de noodzaak van een gemengd woonmilieu, waarbij verschillende doelgroepen, waaronder jongeren en ouderen, samenkomen. Er wordt ingezet op een gemengde bevolkingssamenstelling met een divers aanbod van woningen en voorzieningen, afgestemd op de behoeften van verschillende doelgroepen. Collectieve woonvormen worden gestimuleerd zoals intergenerationeel wonen en 'powerhouses' voor jongeren. De ontwikkeling van voorzieningen zoals maatschappelijke bibliotheken en gemeenschappelijke ruimtes is gericht op het bevorderen van gezamenlijke activiteiten en het versterken van de sociale netwerken binnen de wijk. Bewoners worden actief betrokken bij de ontwikkeling van hun omgeving. Deze aanpak kan het gezamenlijke eigenaarschap van de inwoners vergroten en de sociale samenhang versterken. Het is nog niet duidelijk hoe collectieve woonvormen en intergenerationeel wonen worden geïntegreerd in de bestaande zachte, semi-harde en harde planvoorraad. De sociale samenhang is wel afhankelijk van hoe het beleid zich ontwikkeld in individuele deelgebieden, wijken, en buurten. Daarom is een positieve oef negatieve beoordeling over de gehele gemeente niet mogelijk voor de koers. Ontwerp-omgevingsvisie (+)

72 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

Deventer streeft naar een leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeting, participatie en verbondenheid. De omgevingsvisie benadrukt dat de inrichting van buurten en openbare ruimte een directe invloed heeft op sociale cohesie en het welzijn van inwoners. De gemeente zet daarom in op ontmoetingsplekken in de wijk, vergroening van pleinen en straten, en een beweeg- en verblijfsvriendelijke openbare ruimte waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en activiteiten kunnen ondernemen. Daarnaast wordt sociale samenhang versterkt via buurtinitiatieven, wijkgericht werken en samenwerking met maatschappelijke organisaties. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt expliciet gekeken naar de sociale component: nieuwe woonomgevingen moeten diversiteit in bewoners en woningtypen faciliteren en ruimte bieden voor collectieve en maatschappelijke voorzieningen. De visie koppelt sociale samenhang aan thema’s als gezondheid, klimaatadaptatie en leefkwaliteit.Een groene, veilige en aantrekkelijke omgeving draagt bij aan ontmoeting en gemeenschapszin. Ook het toegankelijk maken van voorzieningen en het stimuleren van bewonersparticipatie zijn speerpunten die de sociale infrastructuur versterken. De voorgestelde maatregelen leiden naar verwachting tot een positief effect op sociale samenhang.

Door meer aandacht te besteden aan ontmoetingsplekken, vergroening en toegankelijke voorzieningen wordt de kans op informeel contact tussen bewoners groter. De versterking van de openbare ruimte als sociale ontmoetingsplek bevordert buurtbinding, onderling vertrouwen en wederzijdse hulp. Dit draagt bij aan het verminderen van gevoelens van eenzaamheid en vergroot het gevoel van veiligheid en verbondenheid in de wijk. De effecten zijn het sterkst in wijken waar herstructurering en vergroening hand in hand gaan, en waar bewoners actief betrokken zijn bij ontwerp en beheer van hun leefomgeving. In buurten met beperkte fysieke ruimte of lage participatiebereidheid kan de impact beperkter blijven. Ook speelt het tempo van uitvoering en het onderhoud van publieke plekken en maatschappelijke voorzieningen een rol in het behoud van sociale kwaliteit. Over het geheel genomen versterken de maatregelen de maatschappelijke veerkracht en dragen zij bij aan een inclusieve en betrokken stedelijke gemeenschap waarin ontmoeting vanzelfsprekend is. Perceptie van levenskwaliteit Koers (+) Het koersdocument zet in op aantrekkelijke en diverse woonmilieus, met integratie van groene ruimtes, recreatieve voorzieningen en sociale ontmoetingsplekken, die het welzijn van bewoners bevorderen. Nr1 van de 6 kernprinciepes die in de koers worden opgesomt is: 1.

De leefomgeving in de hele gemeente is schoon, heel en veilig. Dit geeft een sterke indicatie van een gerichte aanpak op de ervaren levenskwaliteit in de stad. De aandacht voor inclusief ontwerp, zoals dementievriendelijk en beweegvriendelijk, vergroot de levenskwaliteit voor verschillende doelgroepen. Intergenerationeel wonen en ontmoetingsplekken versterken de sociale cohesie en het gevoel van gemeenschap. Het betrekken van inwoners bij de inrichting van hun leefomgeving is een kernpunt draagt verder bij aan een positieve perceptie van levenskwaliteit. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer streeft naar een leefomgeving waarin inwoners zich prettig, veilig en verbonden voelen. De omgevingsvisie verbindt fysieke kwaliteit van de leefomgeving met mentaal en sociaal welzijn, onder het motto dat een gezonde stad ook een gelukkige stad is. De gemeente zet daarom in op een aantrekkelijke, toegankelijke en inclusieve openbare ruimte, waarin groen, water en cultuurhistorie bijdragen aan rust, identiteit en sociale ontmoeting. Belangrijke maatregelen zijn het versterken van de groenblauwe hoofdstructuur, vergroening van wijken, en het verbeteren van bereikbaarheid en voorzieningen nabij woongebieden. Daarnaast stimuleert Deventer bewonersparticipatie bij ruimtelijke ontwikkelingen, zodat inwoners meer invloed krijgen op hun directe leefomgeving.

De nadruk ligt op een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en ontspannen, met aandacht voor een gezonde leefstijl, leefbaarheid en veiligheid. Door dit alles te combineren met schone

73 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

lucht, beperkte milieubelasting en een herkenbare identiteit wordt beoogd dat inwoners zich positiever voelen over hun omgeving en meer regie ervaren over hun dagelijks leven. De voorgestelde maatregelen leiden naar verwachting tot een positief effect op de ervaren levenskwaliteit van inwoners. Een goed ingerichte, groene en veilige leefomgeving heeft aantoonbare invloed op tevredenheid en mentale gezondheid. De versterking van openbare ruimte en vergroening van buurten bevordert ontspanning, ontmoeting en eigenaarschap. De koppeling tussen gezondheid, participatie en leefbaarheid vergroot de kans dat bewoners zich gehoord en betrokken voelen, wat bijdraagt aan een gevoel van regie over het eigen leven. Arbeidsparticipatie is een belangrijk aspect van levenskwaliteit, maar valt buiten de scope van de genoemde maatregelen. Ondanks dat kunnen verbeteringen in leefomgeving en bereikbaarheid indirect bijdragen aan meer mogelijkheden voor werken en maatschappelijke participatie. De effecten zijn het sterkst in wijken waar ruimtelijke investeringen samenkomen met sociale programma’s en bewoners actief kunnen meedenken, zoals bij herstructurerings- en vergroeningstrajecten. In buurten met minder fysieke verbeteringen of lagere participatiebereidheid kan de impact beperkter blijven.

Onzekerheden liggen vooral in de uitvoeringsfase: het langdurig waarborgen van onderhoud, veiligheid en toegankelijkheid is bepalend voor blijvend effect. Al met al zorgt de visie voor een integrale benadering waarin ruimtelijke kwaliteit, gezondheid en welzijn elkaar versterken, wat de algehele perceptie van levenskwaliteit positief beïnvloedt. Inclusiviteit Koers(+) In het koersdocument wordt de inclusiviteit van aandachtsgroepen en de noodzaak voor inclusiviteit in de woningbouw en woonomgeving benoemd. Hieronder valt bijvoorbeeld het dementievriendelijk inrichten van de openbare ruimte. De focus ligt op het creëren van een beweegvriendelijke omgeving om de gezondheid van bewoners te bevorderen en de biodiversiteit te vergroten. Er is ook aandacht voor het bieden van voldoende ruimte voor specifieke doelgroepen, waaronder woon-werkkavels voor kermisexploitanten en woonwagenbewoners, inclusief Skaeve huse (zie ook 7.4.11). Om deze reden is de beoordeling positief. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer streeft naar een stad waar iedereen kan meedoen en profiteren van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. De omgevingsvisie benadrukt gelijke kansen, participatie en toegankelijkheid van voorzieningen als kernvoorwaarden voor een inclusieve samenleving.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt nadrukkelijk gekeken naar bereikbaarheid, toegankelijkheid en betaalbaarheid van woningen, voorzieningen en openbare ruimte. Buurten moeten ruimte bieden aan diverse doelgroepen , jong en oud, mensen met verschillende sociaaleconomische achtergronden en zorgbehoeften, zodat sociale ongelijkheid niet toeneemt. De gemeente stimuleert wijkgericht werken en bewonersparticipatie om lokale betrokkenheid te vergroten en beleid beter af te stemmen op de behoeften van bewoners. Ook wordt ingezet op het verbeteren van toegang tot maatschappelijke en gezondheidsvoorzieningen, met aandacht voor kwetsbare groepen en leefstijlen. Deventer koppelt inclusiviteit aan gezondheid, mobiliteit (Belangrijk onderdeel hiervan is de ontwikkeling van ‘publieke mobiliteit’ i.s.m. provincie Overijssel) en woningbouw: een toegankelijke stad is een leefbare stad. Deze benadering maakt inclusiviteit niet alleen een sociaal, maar ook een ruimtelijk thema dat in alle gebiedsontwikkelingen wordt meegenomen. De voorgestelde maatregelen leiden naar verwachting tot een positief effect op inclusiviteit. Door het versterken van participatie, gelijke toegang tot voorzieningen en het creëren van diverse woon- en leefomgevingen neemt de kans toe dat inwoners zich onderdeel voelen van de stad en gebruik kunnen maken van maatschappelijke kansen.

De nadruk op wijkgericht werken en samenwerking met bewonersorganisaties bevordert het vertrouwen in lokale instituties en draagt bij aan sociale gelijkwaardigheid.

74 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

De effecten zijn het sterkst in gebieden waar ruimtelijke en sociale opgaven samenkomen, zoals herstructureringswijken en stedelijke vernieuwingszones. Daar kan inclusieve planvorming direct bijdragen aan verbeterde leefbaarheid en gelijke kansen. Tegelijk blijven onzekerheden bestaan over de daadwerkelijke deelname van kwetsbare groepen en de mate waarin participatie structureel geborgd wordt in uitvoering en beheer. Per saldo versterkt de visie de samenhang tussen fysieke inrichting en maatschappelijke doelstellingen en draagt zij bij aan een evenwichtiger verdeling van kansen binnen de stedelijke gemeenschap. Sociale veiligheid Koers (0) Er is een focus op het creëren van aantrekkelijke, inclusieve, en samenhangende woonmilieus. Het koersdocument stelt dat het stimuleren van sociale verbindingen tussen verschillende generaties en achtergronden de veiligheid in de buurt kan verbeteren, doordat mensen elkaar beter leren kennen en ondersteunen. De gemeente wil deze effecten realiseren door middel van ontmoetingsplekken en collectieve woonvormen, zoals intergenerationeel wonen, hebben een positief effect op gemeenschapsgevoel. Het koersdocument benoemt een inzet op zorg voor elkaar en ondersteuning van kwetsbare groepen. Faciliteren van een zorgzame en betrokken gemeenschap is ondersteunend aan positieve sociale veiligheid.

Sociale veiligheid echt een plaats geven in een relatief abstract document als een omgevingsvisie gaat echter waarschijnlijk meer concrete maatregelen vergen. Het is nog niet duidelijk hoe collectieve woonvormen en intergenerationeel wonen worden geïntegreerd in de bestaande zachte, semi-harde en harde planvoorraad. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer wil een stad waar bewoners zich overal veilig voelen en de openbare ruimte uitnodigt tot ontmoeting en gebruik. De omgevingsvisie verbindt sociale veiligheid met ontwerpkwaliteit, overzichtelijkheid en betrokkenheid van bewoners. Maatregelen richten zich op het creëren van aantrekkelijke, goed verlichte en overzichtelijke publieke ruimten die sociale controle bevorderen. Door toepassing van principes als ‘ogen op straat’, levendige plinten en duidelijke routes wordt het gevoel van veiligheid versterkt. De gemeente stimuleert ontmoetingsplekken in buurten en betrokkenheid van bewoners bij inrichting en beheer van de leefomgeving, zodat sociale samenhang en onderlinge verantwoordelijkheid toenemen. Ook worden maatregelen getroffen om verblijfsplekken, parken en routes veiliger en toegankelijker te maken, onder meer door verlichting, open zichtlijnen en betere verbindingen tussen woongebieden en voorzieningen.

Sociale veiligheid wordt daarmee integraal meegenomen in ruimtelijke planvorming, met aandacht voor fysieke inrichting, sociale interactie en preventie van overlast en criminaliteit. De voorgestelde maatregelen leiden naar verwachting tot een positief effect op sociale veiligheid. Door verbetering van inrichting, verlichting en overzichtelijkheid neemt de kans op incidenten af en voelen bewoners zich veiliger in hun eigen wijk. De vergroening en activering van openbare ruimten zorgen voor meer aanwezigheid van mensen, wat natuurlijke sociale controle bevordert. Daarnaast versterkt bewonersparticipatie het gevoel van eigenaarschap en verantwoordelijkheid, wat indirect bijdraagt aan vermindering van overlast en versterking van vertrouwen in de buurt. De effecten zijn het sterkst in gebieden met herinrichting of nieuwe publieke routes, zoals stedelijke transformatiegebieden en woonwijken met beperkte sociale dynamiek. In wijken waar de uitvoering of het onderhoud achterblijft, of waar sociale problematiek complex is, kunnen de effecten beperkter blijven. Onzekerheden liggen vooral in de mate van handhaving, continuïteit van beheer en langdurige betrokkenheid van bewoners. Toch zorgt de integrale benadering van veiligheid, sociale cohesie en ruimtelijke kwaliteit ervoor dat Deventer structureel werkt aan een prettige, veilige en uitnodigende stad.

75 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

6.6.8

Fijn wonen

Passend woningaanbod Koers (-) Het koersdocument legt nadruk op de ambitie om 10.000 nieuwe woningen te realiseren, wat de toevoeging van circa 18.000 inwoners mogelijk maakt. De nadruk ligt op inbreiding versus uitbreiding. Hierbij wordt ingezet op verschillende realisatiemogelijkheden zoals nieuwbouw, transformatie, splitsing en optopping. De koers beschrijft een gerichte aanpak op het behouden en aantrekken van diverse doelgroepen, waaronder studenten, jongeren en ouderen. Er wordt gestreeft naar het creëren van een gemengd woonmilieu dat bijdraagt aan de doorstroming op de woningmarkt. De ontwikkelingen in gebieden zoals Haveneiland en Wechelerhoek worden benoemd, waar hogere woningdichtheid en betaalbare woonopties centraal staan. In Haveneiland wordt gestreefd naar een aantrekkelijk woon- en werkklimaat voor creatieve stedelingen en young professionals. In Wechelerhoek is de intentie om een gevarieerd woningaanbod te bieden dat aansluit bij verschillende doelgroepen. Uitgangspunt is dat hier een diverse samenleving kan ontstaan, waarin collectiviteit wordt gestimuleerd en waarin naast woningen ook ruimte voor ondersteunende en maatschappelijke voorzieningen wordt gecreëerd. Niet groepen bewoners worden expliciet benoemd in het koersdocument. Er is een nadruk op woningen voor ouderen, creatieve stedelingen en young professionals.

Er wordt vermeld dat er gefocust wordt op het creëren van een divers woningaanbod. Wechelerhoek wordt gezien als een locatie voor het realiseren van een complementair woningaanbod dat bijdraagt aan het op gang brengen van doorstroming vanuit de bestaande woningvoorraad van Deventer, met een focus op flexibele woonvormen zoals intergenerationeel wonen. Daarnaast wordt ingezet op flexibele permanente opvanglocaties voor verschillende doelgroepen, waaronder vluchtelingen en maatschappelijke opvang. Er wordt ook voldoende ruimte geboden voor wonen voor speciale doelgroepen zoals woon-werkkavels voor kermisexploitanten en woonwagenbewoners, inclusief Skaeve huse. Het ontbreekt in het koersdocument aan concrete maatregelen om de verhouding sociale huurwoningen te waarborgen. Deze verhoudingen worden wel genoemd als opgave waar het koersdocument aan dient te voldoen, maar wordt niet expliciet gemaakt als deel van de koers. Dit betekent dat er voor veel inwoners van Deventer mogelijk geen passend woning aanbod kan zijn in de uitbreiding van 10.000 woningen. Om deze redenen is de beoordeling op dit aspect negatief (-). Juist de onderkant van de samenleving, die nu moeilijk woningen kan vinden, lijkt in het koersdocument niet direct te worden geprioriteerd.

Ontwerp-omgevingsvisie (+)* Deventer zet in op een gevarieerde, betaalbare en toekomstbestendige woningvoorraad die aansluit bij de groeiende en veranderende vraag. De omgevingsvisie benoemt een bouwopgave van circa 10.000 woningen tot 2040, grotendeels binnen het bestaande stedelijke gebied. Hiermee wil de gemeente een compact, duurzaam en levendig stadsbeeld behouden. De woningbouw richt zich op doorstroming, diversiteit en inclusieve woonmilieus, met een verdelingsprincipe van 30 % sociale huur, 40 % betaalbare koop en middenhuur, en 30 % in het hogere segment. Belangrijke ontwikkellocaties zijn de Stadscampus De Kien (ca. 1.000 woningen), het Roto-kwartier (ca. 700 woningen). Ook zijn er zoekgebieden Baarlerhoek en Haveneiland. Reeds vastgesteld is ook het woningbouw gebied Wechelerhoek aan de noordkant van de stad, wat ruimte biedt voor nieuwe, klimaatbestendige woonvormen. De visie koppelt woningbouw nadrukkelijk aan kwaliteit, bereikbaarheid, voorzieningen en groen, zodat nieuwe wijken bijdragen aan leefbaarheid en klimaatadaptatie. Daarnaast wordt in alle plannen gestuurd op betaalbaarheid, flexibiliteit en toekomstbestendig bouwen, in samenwerking met corporaties en marktpartijen.

76 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

De voorgestelde maatregelen leiden naar verwachting tot een positief op het passende woningaanbod ten opzichte van de referentiesituatie (2050), maar met enkele belangrijke kanttekeningen. Door een duidelijke bouwopgave, evenwichtige segmentverdeling en gebiedsgerichte aanpak groeit de woningvoorraad in zowel kwantiteit als diversiteit. Er zijn echter niet veel concrete zoeklocaties. Er is geconcludeerd dat twee van de vier genoemde zoeklocaties in het woningbouwprogramma niet haalbaar zijn voor 2035. Er is hierbij niet vermeld wat dan de eventuele alternatieven zijn. Daarmee is uit de visie niet duidelijk hóe en waar de genoemde tekorten van 1000 en 3000 woningen (bij minimale en respectievelijk maximale invulling van het programma) kunnen worden weggewerkt. Er zijn slechts twee kansrijke zoeklocaties, waardoor er heel veel druk komt te liggen op verdichting en het behalen van zoveel mogelijk woningen in binnenstedelijke ontwikkellocaties. De expliciete sturing op sociale huur en betaalbare koop vergroot de toegankelijkheid van de woningmarkt, terwijl herstructurering en verdichting de doorstroming verbeteren. Nieuwe woon-werkmilieus dragen bovendien bij aan levendige stadsdelen en beter ruimtegebruik.

* De effecten van gemeentelijke sturing zijn het sterkst in transformatiegebieden zoals De Kien, Haveneiland en het Roto-kwartier, waar nieuwe stedelijke woonvormen gecombineerd worden met nieuwe werklocaties. Dit zijn gebieden waar actieve gemeentelijke sturen het meeste effect kan hebben. In bestaande wijken in het centrum en het compact tuindorp, met beperktere ruimte, is het moeilijker voor de maatregelen uit de visie om effect te sorteren, zonder echt specifieke gebiedstransformatie programma’s of grondposities. De werkelijke realisatie van het 30 - 40 - 30 principe bij grote woningbouw ontwikkelingen is door de gemeente goed te sturen, maar dit is een stuk lastiger bij de inbreidingsopgave die afhankelijk zal zijn van kleinere ontwikkelingen door vooral private initiatieven.. Voorzieningenaanbod Koers (+) Het koersdocument benoemt een duidelijke focus op het creëren van ruimte voor strategische vitale nutsvoorzieningen, waaronder stroomvoorziening en drinkwater, waarbij de bescherming van natuur- en cultuurhistorische waarden en landschappelijke inpassing voorop staan. Het streven naar een nieuw hoogspanningsstation is een concreet voorbeeld van hoe de gemeente haar groeiambities wil ondersteunen. Ook het belang van maatschappelijke en culturele voorzieningen benadrukt.

De gemeente streeft ernaar om deze voorzieningen te behouden en te versterken in de wijken, met een nadruk op collectieve initiatieven die sociale verbindingen bevorderen en inspelen op de toenemende zorgvraag. De bibliotheek wordt gepositioneerd als een centrale 'huiskamer' van de gemeenschap, met ruimte voor cultuureducatie en participatie. Dit versterkt de verbinding tussen verschillende generaties en sociale groepen. De gemeente onderneemt stappen om te zorgen voor toegankelijke zorgverlening en ondersteunt initiatieven die ontmoetingsplekken creëren voor alle leeftijden. Wel wordt niet duidelijk uit de koers hoe het voorzieningenaanbod in het landelijk gebied kan worden gegarandeerd. De beoordeling blijft in het algemeen positief, maar dit is wel een aandachtspunt. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer streeft in haar omgevingsvisie naar een evenwichtig en toekomstbestendig voorzieningenaanbod, waarin wonen, werken, leren, ontmoeten en ontspannen met elkaar verweven zijn. De visie legt nadruk op nabijheid, toegankelijkheid en kwaliteit van voorzieningen op wijk- en stadsniveau, zodat inwoners op korte afstand toegang hebben tot basisvoorzieningen zoals scholen, sport, zorg en buurtwinkels. Deventer kiest voor het versterken van wijk- en buurtcentra als spil in de leefomgeving, gekoppeld aan aantrekkelijke, groene routes die uitnodigen tot bewegen en ontmoeting.

Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gestuurd op gemengd gebruik van ruimte, waarbij voorzieningen worden geïntegreerd in woon- en werklocaties, zoals in Stadscampus De Kien en het Roto-kwartier. Deze

77 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

multifunctionele omgevingen bieden ruimte aan onderwijs, cultuur, bedrijvigheid en kleinschalige detailhandel. Ook in uitbreidingslocaties, zoals Wechelerhoek, wordt nadrukkelijk ruimte gereserveerd voor maatschappelijke en recreatieve functies. De visie koppelt deze opgaven aan bereikbaarheid, sociale cohesie en duurzaamheid, zodat het voorzieningennetwerk zowel economisch vitaal als sociaal inclusief blijft. De maatregelen uit de omgevingsvisie leiden naar verwachting tot een positief effect op het voorzieningenaanbod ten opzichte van de referentiesituatie (2050). Door de versterking van wijkcentra en functiemenging neemt de nabijheid van voorzieningen toe, vooral in stedelijke gebieden waar herstructurering plaatsvindt. De omvang en diversiteit van voorzieningen groeien door toevoeging van functies in nieuwe en bestaande gebieden, terwijl de tevredenheid toeneemt door een betere spreiding en kwaliteit van aanbod. Inbreidingslocaties met een sterke koppeling tussen wonen en voorzieningen, zoals De Kien en Haveneiland , profiteren het meest. De maatregelen dragen bovendien bij aan vermindering van vervoersafstanden en stimuleren lokale economieën door meer dagelijkse voorzieningen binnen loop- en fietsafstand te brengen.

Onzekerheden liggen vooral in de uitvoering: de beschikbaarheid van ruimte en financiering kan verschillen per wijk, en commerciële dynamiek kan de spreiding beïnvloeden. Ook vraagt de groei van het inwonertal om blijvende aandacht voor voldoende sportvoorzieningen en ruimte voor maatschappelijke en culturele functies die bijdragen aan ontmoeting, zingeving en diversiteit. Desondanks zorgt het beleidskader voor een robuuste, gebiedsgerichte ontwikkeling van het voorzieningennetwerk. Recreatie Koers (+) Er is aandacht voor het ontwikkelen van een breed cultuuraanbod, dat ruimte biedt voor zowel bestaande als nieuwe evenementen, wat helpt om Deventer te profileren als een evenementenstad. Dit evenementenaanbod is gericht op diversiteit, met specifieke aandacht voor initiatieven voor jongeren en nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast wordt het belang van recreatieve en leisure-concepten benadrukt, met de focus op voorzieningen die regionale aantrekkingskracht hebben. Voorbeelden hiervan zijn een schaatsbaan en een zwemparadijs, die niet alleen voor inwoners van Deventer, maar ook voor bezoekers uit de omgeving aantrekkelijk zijn. Het creëren van groene openbare ruimtes en ontmoetingsplekken wordt eveneens genoemd als essentieel voor de kwaliteit van leven in de stad.

Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer wil een toegankelijke, gevarieerde en duurzame recreatieve infrastructuur ontwikkelen die bijdraagt aan gezondheid, beleving en economische vitaliteit. De omgevingsvisie richt zich op het versterken van buitenrecreatie, sport, cultuur en toerisme, waarbij zowel stedelijke als landelijke kwaliteiten beter worden benut. De stad positioneert zich als regionaal centrum voor cultuur en evenementen, met iconen zoals het Dickens Festijn, Deventer Op Stelten en het Stadsstrand die bijdragen aan de identiteit en levendigheid van de binnenstad. Daarnaast wordt ingezet op het vergroten van recreatieve routes en groenblauwe verbindingen tussen stad, dorpen en buitengebied via bijvoorbeeld het Ijsselfront , Zandwetering zone en Wechelerveld. Deze gebieden bieden ruimte voor wandelen, fietsen en natuurbeleving. Ook worden recreatieve functies verweven in stedelijke ontwikkelgebieden (zoals De Kien en Haveneiland), om inwoners dagelijks toegang te bieden tot ontspanning en beweging. Door deze samenhang tussen stedelijke recreatie, natuur en toerisme wordt een robuust en veerkrachtig recreatief netwerk opgebouwd. De maatregelen leiden naar verwachting tot een positief effect op recreatie ten opzichte van de referentiesituatie (2050).

Door de uitbreiding van recreatieve routes, versterking van groenblauwe structuren en koppeling met stedelijke ontwikkelingen neemt de toegankelijkheid en diversiteit van recreatievoorzieningen duidelijk toe. Deventer ontwikkelt zich hiermee verder als recreatieve en toeristische kernstad, waar bewoners en bezoekers profiteren van korte-afstandsrecreatie in en om de stad, én van grotere evenementen met landelijke aantrekkingskracht.

78 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

De combinatie van natuur, cultuur en stedelijke kwaliteit vergroot het gebruik van de buitenruimte, bevordert bewegen en ontmoeting, en draagt bij aan gezondheid en lokale economie. De effecten zijn het sterkst in gebieden waar stedelijke transformatie en groenontwikkeling samenkomen, zoals de IJsseloever, De Kien en de Zandweteringzone. Onzekerheden liggen vooral in de structurele financiering en het onderhoud van recreatieve voorzieningen, en in de balans tussen toeristische druk en leef kwaliteit in de binnenstad.

6.6.9

Bereikbaar

Modal shift Koers (+) De koers zet stevig in op het sturen van verplaatsingen. Het duidelijke doel is om de auto minder dominant te maken in het straatbeeld en juist meer verplaatsingen te voet, per fiets of met publiek vervoer te stimuleren, conform het STOMP-principe. Dit wordt gedaan door ruimtelijke keuzes zoals inbreiding rondom de stations en het aanbieden van functies binnen vijftien minuten fietsbereik. Specifieke maatregelen omvatten een lagere parkeernorm, actiever parkeerbeleid, en meer plek voor duurzamere vervoersvormen door bijvoorbeeld snelheden gefaseerd terug te brengen naar 30 km/uur. Een goed OV-systeem wordt gezien als randvoorwaardelijk, en er is ambitie voor een 4e perron bij station Deventer. De realisatie van een derde IJsselbrug wordt benut om meer ruimte voor fietser en voetganger te creëren, en er wordt ingezet op milieuzones die groter zijn dan de Zero Emissiezone. Deze diverse, samenhangende maatregelen onderbouwen de aanpak op Modal Split in de Koers. De beoordeling op het thema modal split is positief. Echter, de koers zelf benoemt dat de excentrische ligging van Wechelerhoek een risico inhoudt op relatief grote autoafhankelijkheid, wat een klein risico blijft voor het volledig realiseren van de ambitieuze modal shift. Ook wordt het landelijk gebied nog niet sterk meegenomen in het beleid rondom een modal shift.

Hierom is de beoordeling niet ‘Zeer Positief’, wat bij alternatief 1B wel het geval is. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer richt zich in de omgevingsvisie op een duurzaam, veilig en toekomstbestendig mobiliteitssysteem waarin lopen, fietsen en openbaar vervoer de voorkeur krijgen boven autogebruik. De visie hanteert het principe van Trias Mobilica: eerst het aantal verplaatsingen beperken (verminderen), vervolgens vervoerswijzen verduurzamen (veranderen) en tenslotte emissies terugdringen (verschonen). Concrete maatregelen omvatten binnenstedelijke verdichting en de versterking van fiets- en voetgangersverbindingen, met prioriteit voor routes tussen wijken, binnenstad en voorzieningen. Ook wordt ingezet op snelfietsroutes richting omliggende gemeenten en op verbetering van OV-knooppunten zoals het station Deventer en de verbindingen met Bathmen, Diepenveen en Schalkhaar. In de binnenstad en woonwijken wordt gewerkt aan autoluwe zones en parkeermanagement, zodat verblijfsruimte en veiligheid toenemen. De visie koppelt mobiliteit bovendien aan ruimtelijke ontwikkelingen: bij nieuwe woongebieden (zoals De Kien en Wechelerhoek) worden mobiliteitsconcepten geïntegreerd, waaronder deelmobiliteit, elektrische infrastructuur en groene verbindingen. Zo ontstaat een mobiliteitssysteem dat aansluit bij de klimaat- en leefbaarheidsdoelen van Deventer.

De voorgestelde maatregelen leiden naar verwachting tot een positief effect in de modal split ten opzichte van de referentiesituatie (2050). Door verbeterde fiets- en wandelinfrastructuur, beter OV en autoluwe zones verschuift een groter deel van de verplaatsingen naar duurzame modaliteiten. Dit resulteert in minder verkeersdruk, minder uitstoot en een stillere, veiligere leefomgeving. De effecten zijn het duidelijkst in stedelijke transformatiegebieden en langs hoofdverbindingen waar mobiliteitsmaatregelen direct worden toegepast. In perifere wijken of buitengebieden, waar afhankelijkheid van de auto groter blijft, zullen de effecten beperkter zijn. Gedragsverandering bij inwoners en de snelheid van implementatie zijn bepalend voor de uiteindelijke impact.

79 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

De visie creëert echter een solide beleidsbasis voor duurzame mobiliteit: de combinatie van infrastructuur, gedragssturing en ruimtelijke integratie zorgt voor structurele verschuiving richting fietsen, lopen en OV. Bereikbaarheid auto Koers (-) De koers stelt dat de auto uitdrukkelijk minder dominant moet zijn in het straatbeeld. Dit betekent een bewuste keuze om de bereikbaarheid en ruimte voor auto's in diverse delen van de stad te beperken ten gunste van duurzamere vervoerswijzen. Belangrijke maatregelen die hieraan bijdragen zijn onder meer het toepassen van een lagere parkeernorm, met name nabij stations, en het actiever sturen met parkeerbeleid in een groter stedelijk gebied dan alleen de binnenstad. Ook het gefaseerd terugbrengen van de snelheid naar 30 km/uur op veel gebiedsontsluitingswegen en het meer plek maken voor duurzamere vormen van vervoer verminderen de ruimte en snelheid voor autoverkeer. De ruimtelijke strategie van inbreiding rond stations en het aanbieden van functies binnen vijftien minuten fietsbereik is eveneens gericht op het faciliteren van minder autogebruik voor dagelijkse verplaatsingen. Een goed OV-systeem wordt gezien als essentieel om autogebruik terug te dringen.

De realisatie van een derde IJsselbrug wordt gekoppeld aan een betere doorstroming van de hoofdwegenstructuur en het creëren van een ontspannen binnenstad, inclusief een potentieel autovrije Welle, wat impliceert dat autoverkeer elders wordt georganiseerd. De beoordeling op het thema 'bereikbaarheid voor auto's' is Negatief. Dit reflecteert de expliciete ambitie in de koers om de auto minder dominant te maken en de voorgestelde maatregelen die leiden tot beperkingen in ruimte, snelheid en parkeermogelijkheden voor auto's in stedelijke gebieden. De derde IJsselbrug wordt beschreven als middel voor betere doorstroming op de hoofdwegenstructuur en een ontspannen binnenstad, wat bijdraagt aan het doel van minder autoverkeer in de binnenstad. De koers zelf erkent echter ook dat de intensiteit op de centrumring (Handelskade) hoog blijft, wat duidt op blijvende verkeersuitdagingen ondanks de maatregelen. Ontwerp-omgevingsvisie (-) Deventer kiest in haar omgevingsvisie voor een doordachte balans tussen autobereikbaarheid en duurzame mobiliteit. De focus ligt op efficiënte benutting van bestaande infrastructuur, verbeterde doorstroming op hoofdwegen en veilige aansluiting tussen stad en regio. Ingrepen omvatten herstructurering van de hoofdwegstructuur om de verkeersveiligheid te vergroten, reistijden te stabiliseren en de leefkwaliteit in woongebieden te verbeteren.

Dit gebeurt onder meer via optimalisatie van kruispunten, verkeersregelinstallaties en aansluiting op de A1-corridor. Daarnaast zet de gemeente in op parkeermanagement en lagere parkeernormen bij nieuwbouw, vooral in de binnenstad en nabij OV-knooppunten. Hiermee wil Deventer de ruimtedruk verminderen, duurzame vervoerskeuzes stimuleren en de kwaliteit van de openbare ruimte vergroten. In perifere gebieden blijft de auto belangrijk, maar ook daar wordt gezocht naar een betere afstemming tussen parkeerdruk, bereikbaarheid en leefkwaliteit. De visie benadrukt dat autobereikbaarheid geen doel op zich is, maar onderdeel van een breder mobiliteitsconcept waarin leefbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid in evenwicht zijn. Conclusie ten opzichte van referentiesituatie De maatregelen leveren naar verwachting een (licht) negatief effect op de autobereikbaarheid ten opzichte van de referentiesituatie (2050). Door lagere parkeernormen en herinrichting van wegen kan de doorstroming op sommige plekken verbeteren, maar het totale autogebruik blijft stijgen door bevolkingsgroei en economische ontwikkeling. Hierdoor kunnen knelpunten ontstaan, met name in en rond de binnenstad en op de invalswegen.

De vermindering van parkeerruimte en de nadruk op duurzame modaliteiten kunnen de autotoegankelijkheid beperken, vooral voor bewoners of bedrijven die afhankelijk zijn van individueel gemotoriseerd vervoer. Daar staat tegenover dat het verkeer buiten de piekuren vlotter kan verlopen en dat de bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen (onderwijs, werk, zorg) binnen redelijke reistijd grotendeels behouden blijft.

80 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

De effecten verschillen sterk per gebied: positief waar herstructurering en doorstromingsmaatregelen effectief zijn (zoals bij de A1 en hoofdassen), maar negatief waar parkeerdruk en stedelijke verdichting samenkomen. Bereikbaarheid OV Koers (+) De koers benadrukt sterk het belang van het stimuleren van verplaatsingen met publiek vervoer als essentieel onderdeel van het STOMP-principe om de auto minder dominant te maken. Een goed OVsysteem wordt expliciet genoemd als een randvoorwaarde voor het terugdringen van autogebruik. De ruimtelijke strategie van de Koers zet krachtig in op inbreiding en verdichting rondom de stations Deventer en Deventer-Colmschate. Het doel hiervan is om de stad, publiek vervoer en belangrijke voorzieningen zo te positioneren dat ze altijd nabij zijn en binnen vijftien minuten fietsbereik gebracht kunnen worden. Een concrete infrastructurele ambitie die in het document wordt vermeld, is de aanleg van een 4e perron bij station Deventer in samenwerking met het Rijk. Dit heeft als doel de afhandelingscapaciteit te vergroten en Deventer als een (boven)regionaal knooppunt met goede verbindingen te versterken. De stationsomgeving wordt daarbij gezien als een belangrijke katalysator voor duurzame stedelijke ontwikkeling. De Koers spreekt ook van het investeren in de verduurzaming van verkeer, waaronder de toegankelijkheid van publieke mobiliteit.

Daarnaast wordt collectief vervoer actief gestimuleerd. Er wordt gesteld dat voorzieningen en openbaar vervoer gelijktijdig met woningen worden opgeleverd. De koers bevat nog geen focus op openbaar vervoer en daarbijbehorende infrastructuur om de genoemde risico’s op autogebruik bij de potentiële woningen in Wechelerhoek direct aan te pakken. Ook wordt nog niet concreet uitgelegd hoe het landelijk gebied kan worden meegenomen in een verplaatsing richting openbaar vervoer, waardoor de beoordeling niet ‘Zeer positief’ is. Ontwerp-omgevingsvisie (+)* Deventer zet in op een sterk en toekomstbestendig openbaarvervoersnetwerk dat naadloos aansluit op wonen, werken, onderwijs en voorzieningen. De omgevingsvisie koppelt OV nadrukkelijk aan leefbaarheid, duurzame mobiliteit en gelijke toegang voor alle inwoners. De maatregelen richten zich op betrouwbare, frequente verbindingen binnen de stad en met de regio, met bijzondere aandacht voor de verbindingen met Zwolle, Apeldoorn en Zutphen. Belangrijke ingrepen zijn de realisatie van extra stations (Diepenveen en Bathmen) en de ontwikkeling van multimodale knooppunten bij het station en aan de stadsranden, waar fiets, lopen en OV elkaar versterken. Ook worden sprinteropties en andere vormen van publieke mobiliteit bevorderd om dorpen en wijken beter aan te sluiten op het regionale netwerk.

In centrale stedelijke gebieden wordt autoverkeer deels teruggedrongen om ruimte te creëren voor OV-prioriteit, verblijfskwaliteit en verkeersveiligheid. Deventer ziet het OV als essentieel onderdeel van een inclusieve, klimaatvriendelijke stad, waarin bereikbaarheid en leef kwaliteit hand in hand gaan. De voorgestelde maatregelen leveren naar verwachting een positief effect op de OV-bereikbaarheid ten opzichte van de referentiesituatie (2050). Door hogere frequenties, verbeterde aansluitingen en multimodale hubs worden meer dagelijkse bestemmingen binnen 15 minuten bereikbaar, zowel binnen de stad als in de regio. De maatregelen dragen bij aan een groter gebruiksgemak, minder reistijd en betere toegankelijkheid van werk, onderwijs en voorzieningen. * De effecten zijn het sterkst als het lukt om regionale stations te realiseren bij Diepenveen en Bathmen. Daar is de gemeente wel heel erg afhankelijk van de bereidheid van ProRail, en de afweging of het wel binnen het regionale en landelijke netwerk past om nieuwe stations te realiseren op deze locaties. Voor station Diepenveen moet ook worden meegenomen dat deze wel op redelijke afstand van de kern ligt, en dat deze ook niet dichtbij de nieuwe ontwikkellocaties (Wechelerhoek en Baarlerhoek) ligt, waardoor de

81 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

toepassing van het STOMP principe in deze nieuwe wijken maar beperkt wordt aangemoedigd door dit nieuwe station.

Bereikbaarheid fiets Koers (++) De koers legt een sterke nadruk op het stimuleren van verplaatsingen te voet, per fiets of met publiek vervoer in de bebouwde kom, in lijn met het STOMP-principe. De investeringen in de verduurzaming van verkeer gaan gepaard met het reguleren van de ruimte die de auto inneemt en het versterken van duurzame (transport)infrastructuur. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer beschouwt de fiets als het primaire vervoersmiddel binnen de stad en bouwt voort op de ambitie van een 15-minutenstad, waarin alle belangrijke bestemmingen (werk, onderwijs, zorg, winkels en recreatie) binnen 10-15 minuten fietsen bereikbaar zijn. De omgevingsvisie zet in op een sterk en veilig fietsnetwerk dat de verbinding tussen stad, dorpen en buitengebied versterkt. Belangrijke maatregelen omvatten de realisatie van gebiedsontsluitingswegen met een maximumsnelheid van 30 km/u en de aanleg van fietsparkeervoorzieningen en groene mobiliteitsroutes met aantrekkelijke, brede en veilige fietspaden, onder meer langs de Schipbeekcorridor en door de groenblauwe structuren. Ook wordt gewerkt aan de verbetering van fietsverbindingen tussen Deventer en omliggende kernen zoals Bathmen, Diepenveen en Lettele.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16195260/1