2025-920-bijlage-142929 25-017.048 rep final OER Rapportage
Tekst van het document
We gebruiken het afwegingskader om focus aan te brengen per deelgebied. Aan de hand van het afwegingskader en de karakteristieken en opgaven van een deelgebied enerzijds en de context van de gehele gemeentelijke opgave anderzijds, is bepaald welke 3 beleidsthema’s de grootste inspanning vergen. Dat weegt onder andere bij het toetsen van nieuwe initiatieven zwaarder dan andere thema’s. Het afwegingskader in combinatie met de focuspunten, maakt zo in één oogopslag duidelijk wat voor soort ontwikkelingen wenselijk zijn in relatie tot de opgaven in het deelgebied.
6.6
Beoordeling van het voorgenomen beleid (koers en ontwerp)
In dit hoofdstuk worden voor zowel het koersdocument, als voor de ontwerp-omgevingsvisie de omgevingseffecten beoordeeld. De Figuur 4 laat de samengevatte beoordeling zien over de omgevingseffecten van de ontwerp-omgevingsvisie. In de sub paragrafen van dit hoofdstuk wordt in de tekst zowel de beoordeling op het koersdocument als de ontwerpversie beschreven.
49 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Afbeelding 6.3 Rad van de Leefomgeving van de ontwerpversie omgevingsvisie oktober 2025
Op de volgende pagina in Tabel 6.1 wordt de beoordeling per thema en aspect uiteengezet, ook in vergelijking met de alternatieven. Ook is hier de vergelijking met de beoordeling van het koersdocument zichtbaar. In vergelijking met de koers geeft de omgevingsvisie veel duidelijkheid en meer ingrepen, waardoor veel onzekerheden voor de koers nu wel in een beoordeling resulteren. De onzekerheden in de koers resulteerden in een neutrale beoordeling. Voor de ontwerpversie is er niet langer een neutrale beoordeling gebruikt. Positief en negatief Een positief beoordeling betekent dat de verwachting is dat het leefomgevingsaspect verbetert als gevolg van de uitvoering van de ambitie uit de omgevingsvisie. Een negatief beoordeling betekent juist dat de ontwerp-omgevingsvisie kan resulteren in een verslechterde situatie ten opzichte van de referentie. Nuance en onzekerheid In sommige gevallen kan het zijn dat de algemene richting wel positief lijkt te zijn, maar dat er belangrijke kanttekeningen zijn. In dat geval wordt er een ster (*) toegevoegd aan de beoordeling en is de kleur blauw (positief *).
50 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Tabel 6.1 Samenvatting huidige situatie en referentiesituatie
Perspectief
Thema
Veilige en gezonde
Gezonde
fysieke
leefomgeving.
leefomgeving.
Ervaren gezondheid.
Geluid Luchtkwaliteit Geur Hittestress Straling
leefomgeving.
Beoordeling autonome ontwikkeling
Alternatief 1A
Alternatief 1B
Alternatief 2A
Alternatief 2B
Koersdocument
Ontwerpomgevingsvisie
overwegend
matig
neutraal
zeer
neutraal
positief
positief
positief*
Aspecten
Gezonde leefstijl
Veilige
Beoordeling huidige situatie
Waterveiligheid Externe veiligheid. Verkeersveiligheid
goed.
positief.
redelijk
matig
neutraal
positief
neutraal
positief
positief
positief
overwegend
redelijk
neutraal
positief
negatief
negatief
neutraal
positief
overwegend
overwegend
neutraal
positief
negatief
negatief
positief
positief
goed.
goed.
redelijk
redelijk
neutraal
positief
negatief
negatief
neutraal
positief
redelijk
matig
negatief
zeer
neutraal
positief
positief
negatief
goed.
positief. -
-
neutraal
neutraal
neutraal
neutraal
positief
positief
matig
redelijk
positief
zeer
neutraal
positief
positief
positief
positief. overwegend
redelijk
negatief
positief
negatief
neutraal
neutraal
positief
goed
positief
positief
neutraal
neutraal
positief
positief
goed. overwegend goed.
Klimaatneutraal
Broeikasemissies
redelijk
redelijk
positief
positief
negatief
neutraal
positief
positief
Goede
Natuurlijke
redelijk
neutraal
positief
negatief
positief
positief
positief
systemen.
Bodem & ondergrond.
redelijk
omgevingskwaliteit.
Grondwater
matig
redelijk
positief
positief
neutraal
positief
positief
positief
Oppervlaktewater
matig
redelijk
positief
positief
negatief
positief
positief
positief
Wateroverlast & droogte.
redelijk
matig
positief
zeer
negatief
positief
zeer
positief
51 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
positief.
positief.
Perspectief
Thema
Aspecten
Gezonde natuur
Biodiversiteit Natuurgebieden
Waardevolle ruimte.
Woonomgeving
Welzijn
Fijn wonen
Alternatief 1A
Alternatief 1B
Alternatief 2A
Alternatief 2B
Koersdocument
Ontwerpomgevingsvisie
matig
matig
negatief
positief
negatief
positief
positief
positief*
redelijk
matig
positief
positief
zeer
negatief
neutraal
positief*
negatief
positief
positief*
negatief. overwegend
overwegend
goed.
goed.
Kwaliteit openbare ruimte.
overwegend
goed
positief
positief
negatief
positief
positief
positief
Cultuurhistorie, erfgoed en archeologie.
goed
goed
neutraal
positief
negatief
neutraal
positief
positief
Sociale samenhang
matig
matig
positief
positief
positief
positief
neutraal
positief
perceptie van levenskwaliteit
goed
overwegend
positief
positief
neutraal
zeer
positief
positief
inclusiviteit
redelijk
redelijk
positief
positief
positief
positief
positief
positief
sociale veiligheid
matig
matig
neutraal
zeer positief
negatief
positief
neutraal
positief
passend woningaanbod
redelijk
matig
negatief
negatief
positief
positief
negatief
positief*
overwegend
overwegend
positief
zeer positief
neutraal
positief
positief
positief
goed
goed
redelijk
overwegend
positief
zeer positief
positief
positief
positief
positief
recreatie
negatief
positief
zeer negatief.
goed.
goed.
positief.
goed
modal split
redelijk
redelijk
positief
zeer positief
positief
positief
positief
positief
bereikbaarheid auto
goed
redelijk
negatief
negatief
positief
negatief
negatief
negatief
bereikbaarheid OV
redelijk
redelijk
positief
positief
positief
zeer positief
positief
positief*
goed
goed
positief
positief
positief
zeer positief
zeer
positief
bereikbaarheid fiets
52 | 62
Beoordeling autonome ontwikkeling
Waardevolle landschappen.
voorzieningenaanbod
Bereikbaar
Beoordeling huidige situatie
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
positief.
Perspectief
Thema
Aspecten
Economische
Ruimte voor
energienetwerk
omgeving.
werken.
vestigingsklimaat vestigingslocaties landbouwareaal economisch vitaal natuurlijke hulpbronnen
Beoordeling huidige situatie
Beoordeling autonome ontwikkeling
Alternatief 1A
Alternatief 1B
Alternatief 2A
Alternatief 2B
Koersdocument
Ontwerpomgevingsvisie
redelijk
redelijk
neutraal
positief
neutraal
positief
positief
positief
overwegend
overwegend
positief
neutraal
zeer positief
neutraal
positief
positief
goed
goed
matig
overwegend
negatief
positief
positief
positief
neutraal
negatief
negatief
negatief
zeer
zeer
negatief
negatief
negatief
negatief
goed overwegend
redelijk
goed
werkgelegenheid
goed
goed
positief
positief
positief
positief
positief
positief
verdienmogelijkheden
redelijk
redelijk
positief
positief
zeer positief
zeer positief
neutraal
positief
goed
overwegend
neutraal
positief
negatief
negatief
neutraal
positief*
drinkwater
goed
minerale & fossiele grondstoffen
matig
redelijk
positief
zeer positief
positief
zeer positief
positief
positief
circulariteit
slecht
matig
neutraal
positief
neutraal
positief
positief
positief
* de beoordeling voor sommige aspecten heeft belangrijke lokale kanttekeningen, waardoor de positieve effecten mogelijk niet overal behaald worden
53 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
6.6.1
Gezonde leefomgeving
Ervaren gezondheid Koers (+) Het Deventer Koersdocument legt expliciet een sterke verbinding tussen de fysieke leefomgeving en de gezondheid en het welzijn van inwoners. Het stelt als duidelijke opgave het gezamenlijk creëren van een gezonde leefomgeving en deze ook in stand te houden, door het stimuleren van gezond gedrag, wonen en samenleven. In het document zijn ambities en concrete maatregelen gericht op het positief beïnvloeden van de ervaren gezondheid en het welzijn van de inwoners zeer prominent aanwezig. Door het bevorderen van sociale samenhang, het ontwerpen van veilige en aantrekkelijke openbare ruimten, het verbeteren van milieukwaliteit, de nabijheid van voorzieningen en werkgelegenheid, en het stimuleren van actieve mobiliteit via het STOMP-principe, wordt gewerkt aan een gezonde, inclusieve leefomgeving. Al deze aspecten zijn ingebed in het overkoepelende principe van ‘Brede Welvaart’, waarin welzijn centraal staat. De bijdrage van de Omgevingsvisie aan het aspect 'Ervaren gezondheid' wordt als Positief (+) beoordeeld. Ontwerp-omgevingsvisie (+)* De visie zet in op een gezonde leefomgeving waarin rust, ontspanning en contact met anderen bijdragen aan het welbevinden van inwoners.
Dit gebeurt door de toevoeging van kleinschalige groene plekken en verblijfslocaties binnen loopafstand van woningen, het versterken van ontmoetingsplekken in de wijk en het beter benutten van water en groen voor verkoeling en visuele kwaliteit. Ook wordt ingezet op toegankelijke routes die woongebieden verbinden met parken en recreatieve zones. De ingrepen zijn vooral gericht op dichtbebouwde wijken en dorpskernen, waar vergroening en ruimte voor ontmoeting de grootste gezondheidswinst kunnen opleveren. De verwachte effecten zijn positief. Meer groen, nabijheid van rustplekken en sociale ontmoetingsmogelijkheden dragen bij aan stressreductie, herstel en een hogere tevredenheid over de leefomgeving. Het effect is het sterkst waar fysieke ingrepen samenkomen met sociale initiatieven, zoals buurtbeheer of gezamenlijke activiteiten. In buitengebieden is het effect beperkter, omdat daar al veel ruimte en groen aanwezig zijn. Knelpunten kunnen optreden in compacte stedelijke wijken met weinig openbare ruimte of beperkte mogelijkheden voor beheer en onderhoud. Hier zal het toevoegen van groen in combinatie met de geplande verstedelijking gepaard gaan met extra uitgaven voor aanleg met het beheer van de plekken. Er moeten keuzes worden gemaakt en daarom blijft de realisatie van kwalitatieve, toegankelijke plekken een uitdaging.
Over het geheel genomen versterken de maatregelen de ervaren gezondheid van inwoners. * Wel blijven er onzekerheden over de lokale uitvoering hiervan in alle deelgebieden. Zoals beschreven in paragraaf 4.4, hebben sommige wijken in het ‘compact tuindorp’ zeer veel uitdagingen op het gebied van fysieke en ervaren gezondheid. Vooral ouderen in deze wijken hebben vaak een broze gezondheid. Dit zijn ook de wijken waar het toevoegen van groenruimte, ontmoetingsplekken en voorzieningen vanwege ruimtegebrek lastig in te passen is. De gemeente geeft in haar beleid hier geen specifieke aandacht aan, terwijl de grote uitdagingen in deze wijken die wel verdienen. De aanpak in de ontwerp-omgevingsvisie is nu vooral ruimtelijk (het toevoegen van voorzieningen op witte vlekken of het versterken daarvan). * Een wijk als Keizerslanden binnen het compacte tuindorp heeft ook in de huidige situatie al wel veel lokale voorzieningen, maar de wijk heeft nog steeds zeer lage scores op sommige sociale indicatoren (zie 4.4). Het lijkt erop dat er veel meer nodig is om de ervaren gezondheid bij kwetsbare groepen te versterken. En binnen de Rivierenwijk bestaat er de grote uitdaging van de combinatie van nabijheid van het bedrijventerrein en veel milieuhinder vanuit drukke infrastructuur.
54 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Gezonde leefstijl Koers (+) De koers besteedt expliciet en uitgebreid aandacht aan het stimuleren van een gezonde leefstijl, mede vanuit het kader van de positieve gezondheid. Er wordt een sterke link gelegd tussen de inrichting van de fysieke leefomgeving en de mogelijkheid voor inwoners om gezonde keuzes te maken en in beweging te komen. Diverse concrete maatregelen en principes worden genoemd zoals, het ontwerpen van een uitnodigende openbare ruimte voor spel en beweging, ruimte creëren voor groen, en het toepassen van het STOMP-principe in de mobiliteitstransitie. Daarnaast draagt de nadruk op de nabijheid van dagelijkse voorzieningen (‘pantoffelafstand’). Ook de waardering en integratie van groen en blauw in stedelijke ontwikkeling wordt expliciet genoemd als factor die zowel fysieke (bv. tegengaan hittestress) als mentale gezondheid ondersteunt. Hoewel uitdagingen worden erkend, zoals het waarborgen van omgevingskwaliteit in gemengde gebieden of het risico op autoafhankelijkheid in bepaalde locaties, biedt de visie voldoende oplossingsrichtingen aan ( 'plekken in de luwte', toepassing van STOMP, etc.).
De opname van het stimuleren van gezond gedrag en de ruimtelijke maatregelen ter ondersteuning hiervan, maken de benadering van een gezonde leefstijl in positief Ontwerp-omgevingsvisie (+) De visie zet in op een gezonde leefomgeving waarin rust, ontspanning en contact met anderen bijdragen aan het welbevinden van inwoners. Dit gebeurt door de toevoeging van kleinschalige groene plekken en verblijfslocaties binnen loopafstand van woningen, het versterken van ontmoetingsplekken in de wijk en het beter benutten van water en groen voor verkoeling en visuele kwaliteit. Ook wordt ingezet op toegankelijke routes die woongebieden verbinden met parken en recreatieve zones. De ingrepen zijn vooral gericht op dichtbebouwde wijken en dorpskernen, waar vergroening en ruimte voor ontmoeting de grootste gezondheidswinst kunnen opleveren. De verwachte effecten zijn positief. Meer groen, nabijheid van rustplekken en sociale ontmoetingsmogelijkheden dragen bij aan stressreductie, herstel en een hogere tevredenheid over de leefomgeving. Het effect is het sterkst waar fysieke ingrepen samenkomen met sociale initiatieven, zoals buurtbeheer of gezamenlijke activiteiten. In buitengebieden is het effect beperkter, omdat daar al veel ruimte en groen aanwezig zijn. Knelpunten kunnen optreden in compacte stedelijke wijken met weinig openbare ruimte of beperkte mogelijkheden voor beheer en onderhoud.
Hier zal het toevoegen van groen in combinatie met de geplande verstedelijking gepaard gaan met extra uitgaven voor aanleg met het beheer van de plekken. Er moeten keuzes worden gemaakt en daarom blijft de realisatie van kwalitatieve, toegankelijke plekken een uitdaging. Over het geheel genomen versterken de maatregelen de ervaren gezondheid van inwoners. Geluid en luchtkwaliteit Koers (+) Een aanvaardbaar geluidhinderniveau is voor Deventer een essentieel onderdeel van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. De ambitie is om een ambitieuzer milieubeleid te voeren dan nationaal vereist, met het streven naar minder geluidsoverlast dan landelijk toegestaan bij geluidsgevoelige gebouwen in specifieke situaties. Ook wordt gebiedsspecifieke regulering voor milieubelastende activiteiten genoemd. Dit toont een duidelijke focus op het actief adresseren en verminderen van geluidhinder. Infrastructuurmaatregelen zoals de realisatie van een derde brug worden ingezet om de leefbaarheid (en daarmee impliciet het geluidsniveau door verkeer) in de binnenstad te verbeteren. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het creëren van plekken 'in de luwte' voor mentaal welbevinden. Deze maatregelen en ambities dragen positief bij aan het verminderen van geluidsoverlast op meerdere gemeentelijke niveaus.
55 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
De koers erkent echter ook de complexiteit en potentiële negatieve effecten van verstedelijking op geluidskwaliteit, met name in gemengde transformatiegebieden. Een groei tot 13000 extra woningen betekent meer verkeer (auto’s, bestelverkeer, mogelijk OV), die zonder aanvullende maatregelen zou leiden tot een hogere geluidbelasting (vooral op bestaande infrastructuur, tenzij de groei duurzaam wordt ingericht en er juiste maatregelen worden getroffen. Ondanks de erkende afwegingen in stedelijke ontwikkelingsgebieden, wordt het aspect neutraal beoordeeld, omdat de aanpak over het geheel genomen proactief en ambitieus is op het gebied van geluid. De ambities op het gebied van luchtkwaliteit zijn concreet en meetbaar, wat bijdraagt aan een positieve beoordeling. Het streven naar het behalen van de ambitieuze WHO-advieswaarden en het realiseren van een significante gezondheidswinst (50 % in 2030) zijn duidelijke, tijdgebonden doelen. De maatregelen, zoals het aanpakken van industriële geurhinder en het actief inzetten op de verschoning van mobiliteit door milieuzones en stimuleren van duurzame transport en STOMP laten zien dat de gemeente concrete stappen wil zetten om deze doelen te bereiken.
Meer impliciet wordt luchtkwaliteit in een bredere context van leefomgevingskwaliteit geïntegreerd, door bijvoorbeeld het toevoegen van groen voor het tegengaan van hittestress, wat indirect een positief effect heeft op luchtkwaliteit. De concreet geformuleerde doelen en de koppeling met bredere ambities op het gebied van duurzaamheid en mobiliteit laten zien dat luchtkwaliteit op een positieve en doelgerichte manier wordt benaderd. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer richt zich op het verbeteren van de geluidssituatie door een combinatie van bronmaatregelen, regulering van milieubelastende activiteiten, ruimtelijke sturing en monitoring. Binnen de stedelijke gebieden wordt ingezet op het voorkomen van nieuwe hinderbronnen en het verminderen van blootstelling nabij bestaande infrastructuur. Nieuwe woningbouw- of functiemengingsprojecten worden getoetst aan, gebiedsgerichte milieukwaliteitskaders uit het landelijk beleid, waarbij de cumulatieve belasting door verkeer, spoor en bedrijvigheid expliciet wordt meegewogen. De gemeente stimuleert stillere mobiliteit, zoals elektrische voertuigen, en past waar mogelijk groene buffers en ruimtelijke- en bronmaatregelen toe. Daarnaast wordt de milieukwaliteit gevolgd via metingen en monitoring voor geluid.
De nadruk ligt op stedelijke verdichtingsgebieden langs gemeentelijke ontsluitingswegen waar blootstelling aan fijnstof en geluid het hoogst is maar ook langs provinciale wegen, de N348 en bij het spoor. In de gehele stad wordt duurzaam vervoer gestimuleerd, onder andere door elektrisch rijden, verlagen van de maximale snelheid voor auto’s op gebiedsontsluitingswegen, goed openbaar vervoer en de STOMP-aanpak. Op bedrijventerreinen zoals Bergweide en Kloosterlanden worden daarnaast aanvullende maatregelen genomen om onnodige verkeersbewegingen te beperken. Ook de toekomstige zero-emissiezone binnenstad draagt hieraan bij en sluit aan bij de ambitie van een autoluwe binnenstad. De maatregelen leiden naar verwachting tot een verbetering van de milieukwaliteit en een afname van gezondheidsrisico’s door geluid en luchtverontreiniging. De bronmaatregelen zorgen voor een structurele daling van de blootstelling in dichtbebouwde wijken en langs hoofdwegen. Verreweg het meeste beleid is gericht op ruimtelijke maatregelen (waaronder sturing en regulering) en bronmaatregelen. Daarnaast levert de inzet op duurzame mobiliteit ( STOMP-aanpak en een autoluwe stad) meetbare winst op. De monitoring via sensornetwerken maakt vroegtijdige bijsturing mogelijk en vergroot de bewustwording bij bewoners en bedrijven. Toch blijven enkele knelpunten bestaan.
De ruimte voor fysieke maatregelen is beperkt in de binnenstad en langs bestaande infrastructuur, waar bebouwing dicht op verkeersassen staat. Ook kan de groei van mobiliteit door woningbouw de winst deels tenietdoen. Aan de andere kant staat daar tegenover dat op veel gebiedsontsluitingswegen de maximale snelheid wordt verminderd (van 50 naar 30km/h). Ook het sterker bundelen van autoverkeer op enkele hoofdassen heeft een positief effect op de luchtkwaliteit en geluidhinder Dus ondanks de beperkingen is de balans positief: de visie legt een stevig fundament voor een gezondere leefomgeving met lagere blootstelling aan geluid en luchtverontreiniging. Geur Koers (0)
56 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
De omgevingsvisie erkent dat een aanvaardbaar geurhinderniveau onderdeel is van een gezonde leefomgeving en in het beleid wordt daarom een daling van geurhinder veroorzaakt door emissies van industriële bedrijven als doel gesteld, voornamelijk de veroorzaker van de geurhinder. Tegelijkertijd wordt benoemd dat een grotere mate van verstedelijking risico's met zich meebrengt geur. Met name in gemengde woon-werkgebieden, zoals de beoogde transformatiegebieden aan de rand van bedrijventerreinen, staat de leefomgevingskwaliteit onder druk en kunnen hoge gezondheidsambities mogelijk niet volledig worden gerealiseerd. Het streven de geurhinder door de industrie te verminderen past binnen de bredere milieudoelstellingen die het document formuleert, zoals het voorkomen van milieuaantastingen en het bij voorkeur aanpakken van problemen bij de bron. Het richten op industriële bedrijven als bron van geurhinder is in lijn met dit principe. Hoewel het document het verminderen van geurhinder als specifiek doel benoemt, geeft het op dit punt geen gedetailleerde uitwerking van concrete maatregelen, specifieke locaties, of kwantitatieve doelstellingen voor de daling van geurhinder, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de doelstellingen voor luchtkwaliteit of geluid. Daarom wordt geur neutraal beoordeeld.
Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer zet in op het beheersen en terugdringen van geurhinder door een combinatie van bronmaatregelen, planologische sturing en monitoring, vooral gericht op het bedrijventerrein waar de meeste geurklachten vandaan komen. De gemeente heeft weinig zeer intensieve veehouderij, waardoor deze problematiek vanuit die hoek minder speelt. Door middel van monitoring en een actieve dialoog met bedrijven en bewoners worden geurproblemen tijdig gesignaleerd en kan waar nodig worden bijgestuurd. Dit heeft naast industriële bronnen ook betrekking op andere bronnen (houtkachels, barbecues, veehouderij, horeca). De aandacht richt zich hierbij wel vooral op stedelijke bedrijventerreinen en aangrenzende woongebieden, waar de kans op cumulatieve geurhinder het grootst. De verwachte effecten zijn positief. Door duidelijke kaders, bronbeperking en de introductie van emissievrije logistiek neemt de geurhinder in en rond de bedrijventerreinen waarschijnlijk af. De grootste verbetering wordt verwacht bij verouderde installaties en mobiliteit. Tegelijk kunnen nieuwe circulaire of energieinitiatieven incidenteel extra geurbelasting veroorzaken als emissies niet goed worden beheerst. De effectiviteit van de maatregelen berust op handhaving van vastgestelde geurnormen, waaraan bedrijven bij geurgevoelige gebouwen moeten voldoen.
Geurnormen in het omgevingsplan bieden hiervoor het juridische kader. In gebieden met functiemenging blijft de fysieke ruimte voor afstand of afscherming beperkt, wat lokaal knelpunten kan geven. Over het geheel genomen leiden de ingrepen tot een beter voorspelbare en beter beheersbare geurbelasting.
Hittestress Koers (+) De omgevingsvisie besteedt expliciet aandacht aan het tegengaan van hittestress met de nadruk op voldoende groen, zowel in woonomgevingen als op bedrijventerreinen. Dit draagt bij aan de vermindering van hittestress, vooral tijdens hete dagen. Belangrijke maatregelen die worden genoemd is het actief sturen op ‘ontharding’ van de openbare ruimte en het toevoegen van groen en water door middel van een robuuste groenblauwe hoofdstructuur. Ook wordt benadrukt dat bij verdichting zoveel mogelijk rekening gehouden wordt met de al bestaande groenblauwe structuren, juist vanwege hun waarde voor een gezonde leefomgeving en in dit geval het tegengaan van hittestress. Nieuwe woningen zijn klimaatneutraal. Deze focus op het vergroten van groen en water en de actieve ontharding zijn concrete, proactieve maatregelen om de stad weerbaarder te maken tegen hittestress. De maatregelen samen vormen een aanpak waarbij de klimaatadaptatieve maatregelen het tegengaan van hittestress een integraal onderdeel maken van de geplande stedelijke ontwikkeling en groei.
57 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Ontwerp-omgevingsvisie (-) Deventer zet stevig in op het verminderen van hittestress door een combinatie van ruimtelijke en sociale maatregelen die zowel de fysieke omgeving als het dagelijks comfort van bewoners verbeteren. Centraal staat de vergroening van versteende wijken, met nadruk op de vooroorlogse woonwijken en bedrijventerreinen zoals Bergweide en Kloosterlanden. De gemeente gaat onderzoeken wat passende groennormen zijn voor bestaand en nieuw stedelijk gebied, stimuleert vergroening van straten, pleinen en aangepaste parkeernormen en creëert koelteplekken nabij scholen, zorginstellingen en ontmoetingsplekken. Elke wijk wordt ruimtelijk verbonden met de groenblauwe hoofdstructuur via park- en waterverbindingen die bijdragen aan verkoeling, biodiversiteit en verblijfskwaliteit. Bewonersinitiatieven, zoals groene daken, gevelgroen en collectieve binnentuinen, worden actief ondersteund en gekoppeld aan het Omgevingsprogramma Groen. Deventer zet daarnaast in op kennisdeling, monitoring en samenwerking met projectontwikkelaars, zodat vergroening en klimaat adaptieve inrichting integraal onderdeel vormen van nieuwe gebiedsontwikkelingen. Deze maatregelen zijn vooral gericht op het verbeteren van de temperatuur en gevoelstemperatuur, het verminderen van gezondheidsrisico’s tijdens hittegolven en het versterken van de leefbaarheid in dichtbebouwde buurten.
De verwachte effecten van de voorgestelde maatregelen zijn wisselend. Op plekken waar veel ruimte is, is nu al in mindere mate kans op hittestress en worden zo nodig vergroening en waterstructuren gerealiseerd. Dit verbetert op lokaal niveau de gevoelstemperatuur merkbaar, vooral in straten en pleinen met hoge verblijfsintensiteit. De aanwezigheid van deze schaduwrijke en koele plekken kan gezondheidsrisico’s voor kwetsbare groepen, zoals ouderen en jonge kinderen, beperken. In verdichtingsgebieden, zoals de vooroorlogse wijken en delen van de binnenstad, blijft het stedelijke hitteeiland-effect moeilijk volledig te compenseren door de beperkte ruimte voor bomen, water en andere groenstructuren. Waar het niet mogelijk is voldoende groen in de openbare ruimte te realiseren, zou dit deels kunnen worden gecompenseerd met groene daken, gevelgroen en klimaatadaptieve aanpassingen aan de bebouwing, zoals schaduwwerking, windgeleiding en zonreflecterende materialen. Deze opties zijn mogelijke aanvullende maatregelen, maar maken momenteel geen deel uit van de geplande ingrepen. Zonder bindende ruimtelijke normen of een minimaal groenpercentage per wijk (in % groenoppervlak per woning, of actieve sturing op 3-30-300, wat niet wordt genoemd in de omgevingsvisie) is het risico groot dat vergroening achterblijft bij de bouwopgave.
In lijn met landelijke trends is het groen per inwoner in Deventer in de afgelopen vijf jaar afgenomen. Daardoor blijft het gezondheidsrisico door hittestress in een aantal wijken, vooral tijdens warmere zomers, reëel aanwezig. Ook kan hittestress in verdichtende wijken juist versterkt worden door de woningbouwopgave, waardoor de beoordeling op dit aspect negatief is. Straling Koers (0) Er wordt expliciet aandacht besteed aan straling binnen het thema gezonde leefomgeving. De gemeente zal bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de Europese blootstellingslimieten hanteren en het voorzorg advies (vanuit de rijksoverheid) met betrekking tot elektromagnetische velden volgen. Deze benadering, waarbij wordt aangesloten bij Europese normen en een voorzichtigheidsprincipe wordt toegepast, is gericht op het voorkomen van ongewenste gezondheidseffecten als gevolg van straling in nieuwe situaties. Dit vormt een duidelijke beleidslijn voor toekomstige projecten en daarmee ligt de focus voornamelijk op elektromagnetische velden bij nieuwe ontwikkelingen. De koers geeft verder geen details over de aanpak van andere soorten straling of al bestaande situaties. Door gebrek aan concrete informatie over straling en effecten is dit effect neutraal beoordeeld.
Ontwerp-omgevingsvisie (0) Deventer richt zich op het beperken van blootstelling aan elektromagnetische straling door het hanteren van duidelijke toetsings- en voorzorgprincipes in de ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente past de Europese
58 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
blootstellingslimieten structureel toe bij planvorming en vergunningverlening en neemt bij nieuwe ontwikkelingen de landelijke voorzorgadviezen voor elektromagnetische velden (EMV) als uitgangspunt. De voorgestelde maatregelen in de ontwerp-omgevingsvisie leiden naar verwachting tot een licht positief effect op met name de ervaren gezondheid, doordat de blootstelling aan elektromagnetische straling beter wordt beheerst en transparanter wordt gemonitord waar dit veel voorkomt. De fysieke gezondheidswinst is echter beperkt van omvang, aangezien de feitelijke blootstellingsniveaus in Deventer doorgaans al ruim onder de wettelijke normen liggen, en er in de huidige situatie voor slechts een zeer beperkt aantal inwoners een negatieve ervaring ontstaat. De neutrale beoordeling wordt behouden.
6.6.2
Veilige leefomgeving
Waterveiligheid Koers (+) In het koersdocument wordt samengewerkt met het Rijk in het Ruimte voor de Rivier 2.0 proces om de waterveiligheidsopgaven van de IJssel te verkennen en mogelijk een binnendijkse bypass te realiseren. Dit kan de waterveiligheid aanzienlijk versterken en de kans op overstromingen verminderen. De focus op rivierbodemdaling en waterverdeling tussen Waal en Rijn draagt bij aan de diverse functies van de IJssel, zoals scheepvaart en natuurontwikkeling. Deze maatregelen zijn positief ten opzichte van de referentiesituatie, waar waterveiligheid voornamelijk door Rijksprogramma's wordt gedekt. Door de integratie van lokale initiatieven met nationale programma's wordt de waterveiligheid robuuster, wat een positieve effect heeft op de gemeenschap en de infrastructuur. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer borgt zijn waterveiligheid dankzijeen samenhangend pakket van rivierverruiming, dijkversterking en klimaatadaptieve inrichting. De omgevingsvisie sluit aan op het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) en het programma Ruimte voor de Rivier 2.0, waarin binnendijks en in de directe omgeving van de dijken ruimte wordt gereserveerd voor toekomstige dijkversterkingen en rivierverruimende maatregelen (extra bijpass voor de IJssel).
Na 2030 worden dijken, kades en oeverzones gefaseerd versterkt en ingericht met meervoudige functies, zoals rustige recreatie dat past binnen de doelstellingen van Natura 2000, natuurontwikkeling en waterberging. Binnenstedelijk wordt gewerkt aan het verbeteren van kademuren, waterkerende constructies en het beperken van kwetsbare bebouwing binnen het overstroombare gebied. Daarnaast worden groene en blauwgroene structuren benut als tijdelijke waterbergingszones, waardoor piekafvoeren bij hevige neerslag in stedelijk gebied en bij hoogwater vanuit de rivier beter kunnen worden opgevangen. Deze gecombineerde waterbergingsaanpak fungeert als buffer tussen stedelijke afvoer en rivierafvoer en verlaagt de druk op riolering en waterkeringen. De visie benadrukt de samenhang tussen waterveiligheid, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit: maatregelen dragen niet alleen bij aan bescherming, maar ook aan een aantrekkelijk rivierenlandschap en nieuwe vormen van natuur en recreatie. Samenwerking met het waterschap, Rijkswaterstaat en bewoners vormt een essentieel onderdeel van de uitvoering. De maatregelen leiden naar verwachting tot een positief effect op de waterveiligheid. Door versterking van dijken en kades, meer ruimte voor de rivier en aanvullende waterbergingsmaatregelen neemt het aantal inwoners dat wordt blootgesteld aan overstromingsrisico’s substantieel af.
De kans op grootschalige wateroverlast of dijkdoorbraken wordt hierdoor verder niet groter. Externe veiligheid Koers (0) Het koersdocument richt zich op het voorkomen van onacceptabele risicosituaties door handelingen met gevaarlijke stoffen en vermijdt nieuwe risicobronnen in woongebieden. Dit sluit aan bij de referentiesituatie, waar al beleid bestaat om externe veiligheid te waarborgen. De bestaande maatregelen richten zich op het
59 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
minimaliseren van risico's door het implementeren van gebiedsgerichte regels en het creëren van veilige leefomgevingen. Hierdoor is het effect van de koersdocumentmaatregelen neutraal ten opzichte van de autonome ontwikkelingen, omdat de focus op externe veiligheid al stevig is verankerd in het beleid. Het behoud van een veilige leefomgeving door het reguleren van risicovolle activiteiten blijft consistent met de bestaande veiligheidsnormen. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Bij bedrijventerreinen als Bergweide en Kloosterlanden wordt gewerkt aan een clustering van bedrijven, gecombineerd met ruimtelijke ordening die voldoende veiligheidsafstanden waarborgt en zo de kans op domino-effecten verkleint. Ook langs spoor, snelwegen, de IJssel en buisleidingen worden aandachtgebieden vastgelegd, met mogelijkheden voor aanvullende bronmaatregelen in overleg met Gasunie, en samenwerking met de veiligheidsregio, ProRail en Rijkswaterstaat.. Via het Omgevingsplan worden de veiligheidszones juridisch geborgd en gekoppeld aan stedelijke ontwikkelstrategieën. Risicoaandachtsgebieden worden juist niet in het Omgevingsplan opgenomen, maar staan in het Register Externe Veiligheid; voorschriftengebieden kunnen daarentegen zo nodig wél in het Omgevingsplan worden vastgelegd.
De uitvoering van deze maatregelen leidt naar verwachting tot een positief effect op de externe veiligheid. Door het voorkomen van risicovolle functies nabij woongebieden neemt het aantal inwoners dat wordt blootgesteld aan risico’s door gevaarlijke stoffen af. Door het vastleggen van aandachtsgebieden en het verbeteren van risicocommunicatie kan het effect bij een calamiteit worden beperkt.De aandachtsgebieden rond spoor, wegtransport en industriële activiteiten zorgen voor een meer robuuste ruimtelijke scheiding tussen bron en ontvanger. Knelpunten doen zich mogelijk voor in gebieden waar woningbouw en functiemenging plaatsvinden nabij bestaande risicobronnen, zoals langs spoorlijnen of binnen gemengde bedrijventerreinen. Hier kan het spanningsveld tussen verdichting en veiligheidsruimte de uitvoerbaarheid beperken. Daarnaast blijft de naleving van wettelijk vastgestelde veiligheidsafstanden, zoals PR10 6-contouren en aandachtsgebieden van het Basisnet, afhankelijk van toezicht en monitoring. Ondanks deze onzekerheden is de effectrichting overtuigend positief: de visie biedt een duidelijk en uitvoerbaar kader om risico’s te beheersen en de veiligheid van inwoners te verbeteren. Verkeersveiligheid Koers (+) Het voorkeursalternatief draagt aantoonbaar bij aan het verbeteren van de verkeersveiligheid.
Er wordt ingezet op het verder invoeren van 30 km/u-gebieden op gebiedsontsluitingswegen en het vervolmaken van het dakpanprincipe, waarbij doorgaand verkeer buiten woonwijken wordt geleid. Ook wordt ingezet op autoluwe gebieden, onder andere via een autovrije Welle en versterkte voetgangers- en fietsverbindingen tussen stad en IJssel. De uitbreiding van het fietsnetwerk, de aanleg van groene routes en het STOMP-principe leiden tot een aantrekkelijker en veiliger ontwerp van de openbare ruimte, met minder conflicten tussen verkeersdeelnemers. In vergelijking met de referentiesituatie – waar al maatregelen zijn voorzien op het gebied van verkeersveiligheid en duurzame mobiliteit – biedt het voorkeursalternatief een duidelijk intensievere en gebiedsgerichte aanpak. De voorgestelde maatregelen zijn deels reeds in voorbereiding of voortkomend uit vastgesteld beleid, maar de integrale benadering en combinatie met andere opgaven (zoals vergroening en inclusiviteit) zorgen voor extra effectiviteit. Ontwerp-omgevingsvisie (+) De omgevingsvisie richt zich op het verminderen van snelheidsverschillen, het scheiden van verkeersstromen en het verbeteren van overzicht en doorstroming. Belangrijke maatregelen zijn het verlagen van maximumsnelheden in de bebouwde kom naar 30 km/uur, herinrichting van straten en kruispunten volgens
60 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
de principes van Duurzaam Veilig en het creëren van veilige, directe en comfortabele fietsroutes tussen dorpen en stad. Ook worden bij scholen en drukke oversteekpunten extra veiligheidsmaatregelen toegepast, zoals verbrede fietspaden, oversteeklichten, verhoogde plateaus en snelheid remmende inrichting. Bij hoofdtransportassen en ringwegen worden groene buffers, heldere bewegwijzering en verbeterde aansluiting van op- en afritten ingezet om zowel doorstroming als veiligheid te vergroten. In dorpskernen ligt de nadruk op snelheidsverlaging, voetgangerscomfort en verkeersluwe zones. Daarnaast zet Deventer in op gedragsbeïnvloeding en monitoring: via verkeersveiligheidsdata worden knelpunten continu geëvalueerd en waar nodig heringericht. De maatregelen sluiten aan op het Mobiliteitsprogramma Deventer en dragen bij aan een veilig, overzichtelijk en uitnodigend verkeerssysteem voor alle weggebruikers. De voorgestelde maatregelen leiden naar verwachting tot een duidelijk positief effect op verkeersveiligheid. Verlaging van rijsnelheden, herinrichting van wegen en verbeterde fietsinfrastructuur verminderen de kans op ernstige ongevallen met dodelijke afloop of letsel. Vooral in de binnenstad, bij scholen en in dorpskernen zorgt de herinrichting van kruispunten en de invoering van 30 km-zones voor een merkbare afname van risico’s.
De verbetering van fietsverbindingen tussen stad en omliggende kernen draagt bij aan een veiliger en aantrekkelijker alternatief voor de auto, wat op termijn ook het totale verkeersvolume kan verminderen. Knelpunten blijven aanwezig op plekken waar intensieve verkeersstromen samenkomen, zoals het Hanzetracé, de N348 en delen van de A1-zone. Hier is de ruimte voor fysieke maatregelen beperkt en blijft de kans op ongevallen relatief hoog. Daarnaast kan toenemende verstedelijking extra druk op het verkeersnetwerk zetten. Structurele monitoring, onderhoud en samenwerking met provincie en politie blijven daarom essentieel om de positieve trend vast te houden. Over het geheel genomen versterken de maatregelen de verkeersveiligheid op zowel wijk- als stedelijk niveau
6.6.3
Klimaatneutraal
Emissie & vastlegging broeikasgassen Koers (+) Het koersdocument draagt op meerdere manieren bij aan het reduceren van broeikasgasemissies en het bevorderen van vastlegging, al zijn veel van de maatregelen beleidsmatig en nog niet in detail uitgewerkt. De grootste bijdrage komt vanuit de integrale inzet op duurzame mobiliteit, compact bouwen en de transitie naar een circulair en energieneutraal stedelijk systeem. Zo wordt expliciet gestuurd op woningbouw nabij voorzieningen, stations en langs bestaande infrastructuur. Hierdoor ontstaat een stedelijk woonmilieu waar lopen, fietsen en openbaar vervoer prioriteit krijgen (STOMP-principe), en waar de auto een minder dominante rol speelt. Dit verlaagt het energieverbruik en de CO₂-uitstoot uit mobiliteit ten opzichte van de referentiesituatie. Ook wordt ruimte gereserveerd voor collectieve energievoorzieningen bij verdichting, zoals warmtenetten en slimme energiesystemen. Door hoge woningdichtheden na te streven, kunnen deze systemen efficiënter worden toegepast. Daarnaast worden biobased en circulaire bouwmethoden gestimuleerd, al wordt niet gespecificeerd in welk aandeel of op welke schaal. Concrete plannen voor een waterstofnetwerk en de koppeling aan restwarmte uit lokale productie zijn relevant, maar zijn nog in de voorbereidende fase.
Voor de industrie bevat het voorkeursalternatief meerdere aanknopingspunten, zoals het faciliteren van een circulaire maakindustrie op de bedrijventerreinen en de aanleg van een Smart Energy Hub op het A1bedrijvenpark. Verder wordt de rol van agrariërs als energieleverancier benoemd (bijvoorbeeld via biogas of zon op dak), met respect voor landschappelijke waarden. Hiermee sluit het koersdocument aan op een brede verduurzaming van energie- en grondstoffenstromen. Tegelijkertijd ontbreken nog concrete doelstellingen voor de hoeveelheid op te wekken duurzame energie of de exacte CO₂-reductie. Ook blijft het onduidelijk hoe de monitoring van emissiereductie plaatsvindt, en in hoeverre de vastlegging van CO₂ via groenblauwe structuren wordt gekwantificeerd. De koppeling met natuur en bodemgezondheid is wel aanwezig, maar meer impliciet.
61 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer streeft naar een klimaat neutrale leefomgeving in 2050 door structurele vermindering van broeikasgasemissies en versterking van natuurlijke CO₂-vastlegging. Klimaatadaptatie wordt expliciet genoemd als leidend/sturend principe vanuit brede welvaart. De gebiedsgerichte uitwerking spreekt in elk deel over ‘klimaatadaptatie, klimaatbestendigheid, en klimaatrobuust(er)’. Klimaat adaptatie heeft veel aandacht in de uitwerking van alle deelgebieden. De omgevingsvisie geeft ook expliciet aandacht aan ‘Deventer in 2100’, een hoofdstuk waar klimaatbestendigheid centraal staat. De omgevingsvisie presenteert een wensbeeld over waar Deventer in 2100 zou moeten staan. Het is wel opvallend dat het begrip klimaatmitigatie wordt niet op diezelfde manier benoemd. Wel wordt er gesproken over ‘’verduurzaming’’, en ‘’duurzaam en toekomstgericht’’. Dit zijn de koepeltermen waaronder in de omgevingsvisie ook CO2-emissieverlagende maatregelen onder ingedeeld zijn. De maatregelen uit de omgevingsvisie onder deze koepeltermen worden hier dan ook als relevante ingrepen beschouwd. In het algemeen. De omgevingsvisie combineert ruimtelijke en mobiliteitsmaatregelen om de uitstoot per inwoner te verlagen, en gaat ook in op welke typen industrie en welke typen energie opwekking wenselijk en niet wenselijk zijn.
Dit is gericht op de volgende 3 onderwerpen: - energiesysteem van de toekomst; - duurzame mobiliteit; - circulaire samenleving. De volgende concrete ingrepen uit de omgevingsvisie zijn gekoppeld aan deze 3 onderwerpen. Voor het energiesysteem onderzoekt Deventer mogelijkheden om meer te doen dan de RES, omdat de Regionale Energiestrategie de ambitie van klimaatneutraal in 2050 niet gaat halen. Deze extra aandacht is vooral gericht op lokale energiesystemen, warmtenetten, en manieren om energie efficiëntie en energiebesparing te stimuleren. Voor grootschalige opwekking wordt wel hoofdzakelijk naar de RES verwezen. In de mobiliteitssector wordt de Trias Mobilica toegepast: minder verplaatsingen (door functiemenging en digitale bereikbaarheid), verschuiving naar schonere vervoermiddelen (te voet , de fiets en openbaar vervoer ) en verduurzaming van de voertuigen (elektrificatie). De voornemens en ingrepen vanuit het thema circulair zijn indirect gericht op klimaatneutraliteit. De circulaire samenleving wordt wel expliciet gekoppeld aan klimaatproblemen. Vermindering van grondstoffengebruik, inclusief fossiele grondstoffen, is hier een kern motivatie voor. De maatregelen leiden naar verwachting tot een positief effect op de reductie van broeikasgasemissies per inwoner.
De combinatie van energiebesparing, verduurzaming van gebouwen en de overstap op hernieuwbare bronnen zorgt voor structurele daling van CO₂-uitstoot. De inzet op duurzame mobiliteit en vergroening van de leefomgeving versterkt dit effect. Vergroening van stedelijke en landelijke gebieden draagt bij aan extra koolstofvastlegging, al is dit effect kwantitatief beperkt ten opzichte van emissiereductie. Belangrijke knelpunten liggen bij uitvoering en tempo: er is op dit thema grote afhankelijkheid van landelijke regelgeving, investeringskosten en gedragsverandering bij bewoners en bedrijven kunnen de voortgang vertragen. Ook vraagt de aanleg van energie-infrastructuur om ruimtelijke afstemming met andere opgaven (mobiliteit, landschap, leefbaarheid). De RES is en blijft leidend, ook al herkent de gemeente dat de huidige RES planning niet genoeg zal zijn om de doelen te halen. Ondanks deze onzekerheden biedt de omgevingsvisie een robuust kader om richting 2050 de CO₂-emissie per inwoner fors te reduceren en natuurlijke opname te vergroten.
6.6.4
Natuurlijke systemen
62 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Bodem & ondergrond Koers (+) Binnen het koersdocument wordt actief gestuurd op het principe ‘bodem en water sturend’ bij locatiekeuzes, wat bijdraagt aan behoud en herstel van bodemkwaliteit. Er wordt gericht gekozen voor verstedelijking op hogere delen en voor het benutten van laagtes en kwelzones voor groenblauwe structuren. Daarnaast is er aandacht voor circulaire gebiedsontwikkeling, waarbij hergebruik van materiaal en beperking van ontgravingen vooropstaan. Op bedrijventerreinen wordt vergroening gestimuleerd, wat kan bijdragen aan het beperken van bodemverdichting en het verbeteren van de sponswerking van de bodem. In het landelijk gebied wordt ingezet op regeneratieve landbouw en lokaal biobased materiaal, wat op termijn bodemfuncties versterkt. De maatregelen sluiten aan bij bestaande beleidsrichtingen, maar worden in het koersdocument sterker ruimtelijk geconcretiseerd.
Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer beschouwt de bodem en ondergrond als een essentieel fundament voor een klimaatbestendige en gezonde leefomgeving, via het principe ‘water & bodem bewustzijn’. De omgevingsvisie richt zich op zorgvuldig ruimtegebruik, herstel van bodemvitaliteit en het voorkomen van onomkeerbare schade aan natuurlijke processen. Voor elk deelgebied is bodem en water sturend een leidend principe. Wat dit betekent, is dat bij ruimtelijke ontwikkelingen nadrukkelijk wordt gekeken naar de draagkracht van de bodem, de waterhuishouding en de relatie tussen ondergrond en bovengrond. De gemeente beschouwt de ondergrond integraal, waarin functies als kabels en leidingen, energieopslag, geothermie, infiltratie en fundering in samenhang worden gepland. Ook worden natuurlijke functies zoals waterbuffers en wortelzones gerespecteerd. Deventer stimuleert duurzaam bodembeheer, vooral gericht op klimaat-adaptatie in de stad, maar ook in de context van gezondheidsbescherming. Voor toekomstbestendige werklocaties wordt het principe van bodem en water sturend ook gebruikt voor de locatie keuze. De maatregelen leiden naar verwachting tot een positief effect op de bodemkwaliteit en de robuustheid van het ondergronds systeem.
Doordat bodem een integraal onderdeel is van het afwegingskader voor elk deelgebied, wordt verdere verontreiniging voorkomen en neemt de draagkracht voor stedelijke en ecologische functies toe. In stedelijke gebieden kunnen knelpunten ontstaan door beperkte ruimte voor ondergrondse functies, conflicterend gebruik (zoals WKO-systemen versus riolering) en hoge druk op de ondergrond door verdichting. Het benoemen van wortelzones is positief, omdat het de positie van stedelijk groen beschermt. Tegelijkertijd verhoogt het nog weer de potentie voor ruimte conflicten. Daarnaast blijven de kosten en complexiteit van bodemsanering een aandachtspunt bij herontwikkeling. Zo zijn er nog onzekerheden rond de aanpak en opgave m.b.t. zeer zorgwerkende stoffen (PFAS e.d.) en diffuus lood. De verontreiniging van deze stoffen is niet altijd duidelijk, en de gemeente heeft wel gecommitteerd om meer inzicht hierop te krijgen via onderzoek. Grondwater Koers (+) Het koersdocument richt zich op het afkoppelen van regenwater van de gemengde riolering en het infiltreren ervan in de bodem. Daarnaast worden mogelijkheden voor decentrale zuiveringen onderzocht om uitbreiding van rwzi te voorkomen. Deze maatregelen verbeteren de waterbeschikbaarheid en kwaliteit, wat een positief effect heeft ten opzichte van de referentiesituatie waarin dergelijke maatregelen minder expliciet
63 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
zijn opgenomen. Het vasthouden van regenwater in de bodem helpt verdroging tegen te gaan en draagt bij aan een duurzame waterhuishouding. Deze aanpak versterkt de lokale grondwaterreserves, vermindert de druk op bestaande waterinfrastructuur en ondersteunt de klimaatadaptieve doelstellingen van de gemeente. De initiatieven in het koersdocument zorgen voor een robuuster en veerkrachtiger grondwatersysteem in Deventer. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer zet in op een robuust grondwatersysteem dat beter bestand is tegen droogte, neerslagpieken en verzilting. De omgevingsvisie richt zich op het vergroten van waterretentie en infiltratie door een integrale aanpak van bodem, groen en water. Belangrijke maatregelen zijn het realiseren van infiltratiezones en waterbergingsgebieden binnen de groenblauwe hoofdstructuur, het afkoppelen van regenwater van het rioolstelsel en het stimuleren van waterbewust bouwen. In nieuwbouwwijken en herstructureringsgebieden wordt gestuurd op het behouden van natuurlijke infiltratiecapaciteit door gebruik van doorlatende verharding, wadi’s en beplanting die bijdraagt aan opname en buffering. Daarnaast werken de gemeente samen met waterschappen en particuliere initiatiefnemers om verdroging in natuurgebieden en agrarische zones tegen te gaan , met als ambitie het herstel van kwelstromen, peilbeheer en het vasthouden van water in beekdalen.
In stedelijke gebieden wordt de grondwaterstand actief gevolgd via meetnetten, waarmee risico’s op grondwateroverlast of bodemdaling tijdig kunnen worden gesignaleerd. Deze combinatie van technische, ruimtelijke en ecologische maatregelen zorgt voor een meer veerkrachtig watersysteem dat beter in balans is met natuurlijke processen en toekomstige klimaatverandering. De voorgestelde maatregelen leveren naar verwachting een positief effect op zowel grondwaterkwaliteit als kwantiteit. Door regenwaterafkoppeling, infiltratie en het herstel van hydrologische verbindingen wordt het lokale grondwaterpeil beter op peil gehouden, wat de sponswerking van de bodem versterkt. In droge periodes blijft daardoor meer vocht beschikbaar voor vegetatie en landbouw, terwijl wateroverlast bij extreme neerslag wordt beperkt. Ook de grondwaterkwaliteit verbetert doordat schoon hemelwater infiltreert in plaats van af te stromen via het riool. De grootste winst wordt verwacht in stedelijke wijken met veel verharding en in overgangszones tussen stad en buitengebied, waar infiltratie en waterberging gecombineerd kunnen worden met vergroening, mits daar voldoende ruimte voor is. In kwelgevoelige of laaggelegen gebieden kan infiltratie minder effectief of zelfs onwenselijk zijn bij hoge grondwaterstanden. Daarom wordt eerst beoordeeld of een gebied geschikt is voor infiltratie.
Waar structurele grondwateroverlast ontstaat, worden technische maatregelen zoals drainage genomen, conform de gemeentelijke zorgplicht. Daarnaast vraagt de aanleg van infiltratievoorzieningen om zorgvuldig beheer en langdurige monitoring om dichtslibbing of kwaliteitsproblemen te voorkomen. Een ander risico is dat concrete maatregelen op sommige vlakken nog ontbreken. Ook kan het verhogen van het grondwaterpeil kan conflicteren met bestaande woningen en bebouwing in lager gelegen gebieden, waardoor gebiedsafwegingen en mitigatie- en compensatieopties noodzakelijk zijn. Voor maatregelen in het landelijk gebied met betrekking tot natuur- en agrarische zones kan uitsluitend sprake zijn van wensen richting waterschap en TBO’s; de uiteindelijke uitvoering vereist gezamenlijke besluitvorming. De realisatie geschiedt op basis van randvoorwaarden en procedures en volgt een gezamenlijke aanpak met de betrokken beheerders en partners, zodat geen eenzijdige bepaling kan plaatsvinden. Ondanks deze aandachtspunten is de effectrichting positief: de maatregelen versterken de natuurlijke grondwateraanvulling, verminderen verdroging en dragen bij aan een robuust, klimaatbestendig watersysteem. Oppervlaktewater Koers (+)
64 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Het koersdocument stelt voor om hemelwater in nieuwe wijken te verzamelen en hergebruiken, wat de waterhuishouding in stedelijke gebieden verbetert. Er wordt ook gestreefd naar vergroting van de sponswerking van de bodem samen met waterschappen. Deze maatregelen zijn positief ten opzichte van de referentiesituatie, waarin dergelijke initiatieven minder prominent zijn. Door regenwater efficiënt te beheren, wordt de waterkwaliteit verbeterd en het risico op overstromingen verminderd. De samenwerking met waterschappen en de focus op het vasthouden van water in de bodem dragen bij aan een duurzaam watermanagement. Het koersdocument versterkt de capaciteit van het stedelijk gebied om klimaatverandering het hoofd te bieden, met positieve effecten voor zowel de leefomgeving als de biodiversiteit. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Via samenwerking met het waterschap wordt gewerkt aan een samenhangende aanpak waarin waterkwaliteit, -kwantiteit en ecologische doelen in balans worden ontwikkeld. De omgevingsvisie zet in op het vergroten van de waterbergingscapaciteit van de bodem en het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit De groenblauwe hoofdstructuur wordt mede benut voor overtollig regenwater dat niet lokaal kan worden opgevangen en vertraagd hiernaar wordt afgevoerd.
Regenwater wordt waar mogelijk afgekoppeld van het riool en benut voor infiltratie , waarmee overstorten worden verminderd en de waterkwaliteit toeneemt. Binnen in- en uitbreidingsgebieden wordt, veelal middels infiltratievoorzieningen, gezorgd voor voldoende waterberging. De visie koppelt waterbeheer nadrukkelijk aan klimaatadaptatie en stedelijke ontwikkeling. In buitengebieden, zoals de beekdalen en uiterwaarden, krijgen waterberging en ecologische verbindingen extra ruimte om piekafvoeren op te vangen en droogte te beperken. De omgevingsvisie benoemt ook het onderwerp spuitzones en spuitvrije zones voor gewasbeschermingsmiddelen. De visie volgt hier wel (landelijke) ontwikkeling, waarbij proactieve aandacht De maatregelen leiden naar verwachting tot een positief effect op de kwaliteit en robuustheid van het oppervlaktewatersysteem. Door regenwater lokaal te bergen en af te koppelen van het riool neemt de belasting van het rioolstelsel en daarmee de kans op overstorten af. Dit verbetert de chemische en ecologische waterkwaliteit, vooral in stedelijke gebieden waar de verhardingsgraad hoog is. Het vergroten van de waterbergingsruimte in de bodem zorgt bovendien voor een beter evenwicht tussen aanvoer en afvoer, waardoor piekafvoeren kunnen worden opgevangen en droogte-effecten in droge perioden worden beperkt.
Knelpunten kunnen zich voordoen in laaggelegen of kwelgevoelige gebieden waar infiltratie minder effectief is of waar ruimtelijke inpassing beperkt blijft. Daarnaast vraagt onderhoud van watergangen en groen om blijvende aandacht. Desondanks zijn de effecten structureel gunstig: de visie bevordert een integrale benadering waarin waterkwaliteit, berging en leefkwaliteit hand in hand gaan. Wateroverlast & droogte Koers (++) Het koersdocument voorziet in een breed palet aan maatregelen om wateroverlast en droogte tegen te gaan. Zo wordt regenwater systematisch afgekoppeld van het rioolstelsel en geïnfiltreerd in de bodem, met name in nieuwe wijken en bij herstructurering. De aanleg van een gescheiden rioolstelsel, groene buffers en extra bomen in de stad zijn concrete maatregelen die piekbuien helpen opvangen en de sponswerking vergroten. Daarnaast is er aandacht voor verdroging. Groene daken, geveltuinen, schaduwplekken en de ontharding van pleinen en straten helpen het microklimaat te verbeteren. In het landelijk gebied wordt samengewerkt met waterschappen aan maatregelen voor het vasthouden van water in de bodem, onder meer via aangepaste landbouw en natuurontwikkeling. Er zijn ook duidelijke ambities gesteld, zoals de ambitie om jaarlijks 2,2 hectare aan verhard oppervlak af te koppelen om toekomstige woningbouw aan te kunnen sluiten zonder overbelasting van het riool.
Ten opzichte van de referentiesituatie, waarin reeds concrete acties zijn opgenomen in het GRP en het
65 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
klimaatadaptatieprogramma, is het koersdocument ambitieuzer en beter geïntegreerd met andere ruimtelijke opgaven. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer wil beter omgaan met toenemende neerslagpieken en langere droge periodes door te investeren in een robuust en klimaatbestendig watersysteem. De omgevingsvisie benadrukt de noodzaak van meer infiltratie van regenwater in de bodem. Zo wordt de sponswerking van de bodem vergroot, waardoor Deventer beter bestand is tegen wateroverlast en droogte. Regenwater wordt waar mogelijk afgekoppeld van het riool, waardoor het kan infiltreren in de bodem of via bovengrondse routes wordt afgevoerd. De groenblauwe hoofdstructuur wordt ook benut door overtollig regenwater dat niet lokaal kan worden opgevangen te infiltreren in de bodem, zodat het water vertraagd wordt afgevoerd. Zo is het watersysteem beter in staat om neerslagpieken op te vangen en perioden van droogte te overbruggen. Het waterbergend vermogen van de bodem neemt toe, terwijl de belasting van het riool afneemt. Hierdoor daalt de kans op lokale wateroverlast in stedelijke wijken en wordt de beschikbaarheid van zoetwater verbeterd in droogtegevoelige zones. De effecten zijn het sterkst in gebieden waar vergroening en afkoppeling grootschalig worden toegepast, zoals in de buurtaanpakken MJOP, herstructureringswijken en overgangszones naar het buitengebied.
In nieuwbouwprojecten wordt ingezet op waterbewust en bodembewust bouwen, met zo min mogelijk verharding en vergroening die de sponswerking van de bodem versterkt. In de buitengebieden krijgt water de ruimte door gebieden langs de beken en weteringen beschikbaar te houden voor waterberging, de aanleg van natuurvriendelijke oevers en tijdelijke overloopgebieden. De gemeente werkt daarbij nauw samen met het waterschap en de provincie aan een gebiedsgerichte aanpak. Door het combineren van stedelijke vergroening, waterberging en klimaat adaptieve inrichting wordt de weerbaarheid tegen zowel wateroverlast als droogte vergroot. De maatregelen hebben naar verwachting nog steeds een positief effect op het beperken van wateroverlast en het verminderen van droogterisico’s, maar de beoordeling is wel iets minder positief van voor de koers. De toevoeging van lokale details over de uitdagingen van deelgebieden, laat zien dat niet alle uitdagingen hier opgelost kunnen worden. Knelpunten kunnen ontstaan in laaggelegen, dicht bebouwde gebieden (veel verharding) of kwelgevoelige delen van de stad waar infiltratie minder goed werkt of waar de grondwaterstand al hoog is. In dichtbebouwde gebieden is tevens minder ruimte voor vergroening en andere maatregelen tegen wateroverlast en droogte.
Verder blijft structureel onderhoud van wadi’s en watergangen noodzakelijk om bergingscapaciteit te behouden. Ondanks deze beperkingen versterken de maatregelen de veerkracht van het stedelijke en regionale watersysteem en sluiten ze aan bij de doelen van klimaatadaptatie en leefomgevingskwaliteit. * De beoordeling is positief met kanttekening, omdat de groei van Deventer gepaard gaat met een toenemend aantal inwoners waarvoor nieuwe woningen worden ontwikkeld. Deze uitbreiding zorgt voor meer verharding en ruimtelijke verdichting, wat extra druk legt op het watersysteem Door de toename van verhard oppervlak neemt de infiltratiecapaciteit van de bodem af, waardoor de kans op wateroverlast bij piekbuien én droogte in droge periodes toeneemt. Hoewel de visie inzet op klimaatbestendig en waterbewust bouwen, vraagt de verdere stedelijke ontwikkeling om blijvende aandacht voor infiltratie, waterberging en het voorkomen van extra druk op het watersysteem. Dit is met name relevant rond het grondwaterbeschermingsgebied, waar de Wechelerhoek dichtbij zit en de zoeklocatie Baarlerhoek deels overheen is gepland. Gebiedsontwikkeling in de Baarlerhoek heeft aandacht nodig voor maatregelen om de infiltratiecapaciteit van de bodem niet te verminderen.
66 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
6.6.5
Gezonde natuur
Biodiversiteit Koers (+) Binnen de ruimtelijke ontwikkeling van Deventer krijgen biodiversiteit en de integratie ervan veel aandacht. Biodiversiteit wordt erkend als een belangrijke waarde van het landschap en is expliciet gekoppeld aan de realisatie en versterking van groenblauwe structuren, zowel binnen als buiten de gebouwde omgeving. Specifieke maatregelen zijn van groot belang binnen dit thema en omvatten bijvoorbeeld het gebruik van streekeigen soorten, de ontwikkeling van natuur inclusieve woningen en het ondersteunen van initiatieven zoals een voedselbos. Ook wordt de link gelegd tussen biodiversiteit en andere belangrijke thema's, zoals klimaatadaptatie, waterbeheer, landbouwtransitie. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het streven naar een balans tussen natuur en de agrarische sector in het landelijk gebied en het rekening houden met biodiversiteit bij recreatieve ontwikkeling. De visie om biodiversiteit te beschermen en te versterken, te verbinden aan de leefomgeving en dit te integreren in ruimtelijke plannen en bouwprincipes, laat een proactieve benadering zien. Samen met concrete maatregelen zoals de koppeling aan groenblauwe netwerken, focus op streekeigen soorten en natuur inclusief bouwen zorgt dit voor een positieve beoordeling.