CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-920-bijlage-142929 25-017.048 rep final OER Rapportage

Raadsvergadering 17 december 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Ontwerp-omgevingsvisie + Omgevingseffectrapportage (OER)42.461 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

In stedelijke transformatiegebieden zoals De Kien en Haveneiland wordt de fiets direct geïntegreerd in het ontwerp van de openbare ruimte en wordt ingezet op goede koppeling met OV-knooppunten. Deze ingrepen versterken zowel de functionele bereikbaarheid als de kwaliteit van de leefomgeving en dragen bij aan minder autogebruik, schonere lucht en een vitalere stad. Een expliciet doel is het stimuleren van duurzame mobiliteit door wonen, werken en voorzieningen zoveel mogelijk binnen fietsbereik te bieden. De ruimtelijke strategie van verdichting rondom de stations Deventer en Deventer-Colmschate draagt bij aan het doel dat de stad, publiek vervoer en belangrijke voorzieningen binnen vijftien minuten te befietsen zijn. De inrichting van de leefomgeving wordt ontworpen om aan te zetten tot bewegen, inclusief het creëren van aantrekkelijke fietsroutes. Specifieke ontwikkelgebieden zoals Wechelerhoek worden ingericht om voetgangers en fietsers zo optimaal mogelijk te faciliteren, en de aanleg van een derde IJsselbrug biedt meer ruimte voor fietser en voetganger. De fiets wordt actief gestimuleerd als duurzame vervoersvorm. Doordat er optimaal gebruik wordt gemaakt van maatregelen om fietsen te stimuleren, is de beoordeling op dit aspect ‘Zeer positief’.

6.6.10 Ruimte voor werken Energienetwerk Koers (+) De koers benoemt expliciet de ambitie om te werken aan een duurzaam, robuust en rechtvaardig energiesysteem van de toekomst. De gemeente geeft hier aan dat ze bij voorkeur lokaal duurzame energie produceren en daarbij gebruik en productie op elkaar afstemmen. Er worden verschillende bronnen genoemd die benut willen worden, waaronder warmte uit de aarde (geothermie) en oppervlaktewater (aquathermie), evenals het stimuleren van slimme energiecombinaties zoals het gebruik van restwarmte. Ook wordt genoemd dat agrariërs producenten kunnen worden van energie (wind, zon, bio- en groengas) in het buitengebied. De koers zet in op een lokaal netwerk van groene waterstof voor energie-intensieve bedrijvigheid en aansluiting op het landelijke waterstofnetwerk, waarbij restwarmte slim wordt ingezet. Er wordt ook gestuurd op bewust omgaan met energie en niet meer gebruiken dan nodig is, en er wordt ruimte gereserveerd voor energie-infrastructuur. Nieuwe gebouwen en woningen worden netbewust

82 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

gebouwd. Daarnaast worden collectieve energieoplossingen gestimuleerd en gefaciliteerd voor ondernemers en inwoners. De koers laat een sterke ambitie zien op het gebied van duurzame energie, maar de aandacht is wel verdeeld over een groot aantal gelijktijdige ambities die niet altijd even concreet zijn. De koers benoemt concrete plannen voor de productie van diverse vormen van duurzame energie (lokaal geprefereerd), het efficiënter omgaan met energie, het opzetten van collectieve energiesystemen en het sturen op energiebewust bouwen. De beoordeling is positief, maar zou nog positiever kunnen zijn als de gemeente duidelijk maakt wáár en hoe men het grote aantal gelijktijdige ambities gaat realiseren. Ook is belangrijk dat concreet wordt hoe de meer speculatieve onderdelen (inzetten op geothermie of aquathermie) gerealiseerd kunnen worden. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer richt zich in de omgevingsvisie op een robuust, toekomstbestendig energienetwerk dat de overgang naar duurzame energievoorziening ondersteunt. De gemeente wil ruimte bieden aan de groeiende elektriciteitsvraag door versterking van het elektriciteitsnet en het reserveren van locaties voor energieinfrastructuur, zoals transformatorstations en kabelverbindingen. Deze ruimtelijke keuzes zijn bedoeld om lokale opwek en duurzame bedrijvigheid te faciliteren.

De visie benadrukt daarnaast de inzet van hernieuwbare energie — met nadruk op zon op daken van bedrijventerreinen en publieke gebouwen, en op windenergie op daarvoor geschikte locaties binnen de regio. Door koppeling met ruimtelijke ontwikkeling (zoals woningbouw en bedrijventerreinen) wordt de energietransitie geïntegreerd in de fysieke leefomgeving. Innovatie en samenwerking met netbeheerders spelen hierbij een sleutelrol om congestie te voorkomen en toekomstig ruimtegebruik beter af te stemmen op het energiesysteem. De voorgestelde maatregelen leiden naar verwachting tot een positief effect op het functioneren en de duurzaamheid van het energienetwerk ten opzichte van de referentiesituatie (2050). Door versterking van de elektriciteitsinfrastructuur en ruimtelijke inpassing van energievoorzieningen neemt de capaciteit toe en wordt de betrouwbaarheid van het net vergroot. De focus op zon op daken en regionale windenergie draagt bij aan een groeiend aandeel hernieuwbare energie, terwijl koppeling met ruimtelijke opgaven zorgt voor efficiënt ruimtegebruik. Toch blijven er uitvoeringsrisico’s: de snelheid van netverzwaring en afstemming met landelijke netcapaciteit kan achterlopen bij de toenemende elektrificatie van wonen, werken en mobiliteit. Daarnaast is de gemeente Deventer hierin ook deels afhankelijk van externe partijen, zoals TenneT en Enexis.

Door de toenemende groei van de vraag aan energie, kan er een tijdelijk druk komen op de leveringszekerheid, vooral in piekperiodes. Desondanks biedt de visie een duidelijk ruimtelijk kader waarin de energietransitie structureel wordt verankerd en de voorwaarden voor een toekomstbestendig energienet worden versterkt. Vestigingsklimaat Koers(+) De gemeente wil hierbij specifiek aantrekkelijk zijn voor doelgroepen en bedrijven die bijdragen aan het versterken van de arbeidsmarkt. De focus ligt op het aantrekken van maakindustrie, circulaire en watergebonden bedrijvigheid, met de visie op een innovatieve, circulaire, duurzame, vitale en veerkrachtige economie en de ambitie om een duurzame maak- en innovatieve stad te zijn. Ruimte wordt geboden aan hoogwaardige technische, maak- en innovatieve bedrijvigheid, inclusief de bijbehorende ketenbedrijvigheid. Specifiek wordt ingezet op de vestiging van een bedrijvencluster biobased bouwen. Het aantrekken van bedrijven gebeurt met name door het strategisch bieden van de juiste ruimte op de juiste plek. De focus van het nieuwe bedrijventerrein is reeds aan Deventer gebonden MKB, wat vooral zal zorgen dat belangrijke bedrijven die in de stad zijn hier kunnen blijven (positief intern vestigingsklimaat). Ruimte voor Grootschalige

83 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

Detailhandelsvestigingen (GDV) en Perifere Detailhandelsvestigingen (PDV) wordt op aangewezen locaties geboden, wat bijdraagt aan het vestigingsklimaat voor dit type bedrijven. Daarnaast worden bestaande bedrijventerreinen geïntensiveerd en geoptimaliseerd, met actieve herstructurering en revitalisering waarbij aandacht is voor vergroening, klimaatadaptatie en het verbeteren van de verblijfskwaliteit. Het is hierbij wel onduidelijk hoe al deze doelen tegelijkertijd kunnen worden behaald, omdat intensivering van de kantorenvoorraad en aandacht voor vergroening/klimaat adaptatie met elkaar in tegenspraak kan zijn. Verbeteringen in de infrastructuur dragen ook bij aan de aantrekkelijkheid. De realisatie van een derde IJsselbrug verbetert de ontsluiting op de hoofdwegen, en een 4e perron bij het station versterkt Deventer als regionaal knooppunt, wat gunstig is voor de bereikbaarheid van bedrijven. De modernisering van de Bernardsluis verbetert de watergebonden infrastructuur. Een ambitieuzer milieubeleid, dat zorgt voor een gezondere leefomgeving door het aanpakken van geur, luchtkwaliteit en geluid, maakt de stad aantrekkelijker voor mensen om te komen wonen, maar kan ook voor conflicten zorgen met bedrijven die een relatief hoge impact op de omgeving hebben. Voor sommige sectoren zal dit negatief zijn voor het vestigingsklimaat.

Investeringen in energie-infrastructuur worden expliciet gekoppeld aan het verbeteren van het vestigingsklimaat, wat duidt op het belang van energiebeschikbaarheid voor bedrijven. De beoordeling is samenvattend positief, met de kanttekening dat dit vooral voor specifieke sectoren zo zal zijn, en voor reeds in Deventer aanwezige MKB bedrijven. Er zijn ook sectoren (zoals grootschalig transport en distributie, waar er reeds aan de zuidkant van de A1 veel ruimte voor is gemaakt) waarvoor in het nieuwe beleid geen extra ruimte is. Door het huidige gebrek aan vestigingslocaties is dit voor die bedrijven in lijn met de referentiesituatie. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer zet in de omgevingsvisie in op versterking van het vestigingsklimaat door herstructurering en kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijventerreinen. Nieuwe uitbreidingen zijn beperkt mogelijk vanwege de schaarse ruimte, waardoor de nadruk ligt op beter benutten en beschermen van de bestaande werkgebieden. Daarbij geldt het principe van het juiste bedrijf op de juiste plek en waar mogelijk intensiveren binnen de bestaande structuur. In de gebieden De Kien, Rotokwartier en Havenkwartier wordt ingezet op transformatie en intensivering van (mengbaar) werken. Deze woon-werkgebieden aan de stadsrand vormen uitzonderingen op het uitgangspunt van bescherming tegen functieverandering.

In delen van BW3 (oostzijde) en het Havenkwartier (zuidoostkant) blijft transformatie echter uitgesloten vanwege de nabijheid van zwaardere industrie op aangrenzende terreinen. Naast deze ruimtelijke ingrepen richt Deventer zich op het versterken van de bereikbaarheid via hoofdwegen, spoor en openbaar vervoer, en op een aantrekkelijk stedelijk milieu met voorzieningen. Binnen de Kennisas en Corridor Oost (met o.a. de Poort van Deventer) wordt samengewerkt tussen onderwijs, ondernemers en overheid om kennisintensieve en circulaire bedrijvigheid te stimuleren, passend bij de energietransitie en de regionale economische koers. De maatregelen kunnen leiden tot een verbetering van het vestigingsklimaat. Herstructurering, clustering van functies en versterking van de fysieke en sociale kwaliteit beschermen bestaande ondernemers even geven hen de ruimte om hun percelen opnieuw in te delen voor verbeterde efficiëntie. Het uitdrukkelijk aanwijzen van transformatiegebieden zoals De Kien, het Rotokwartier en het Havenkwartier geeft duidelijkheid over waar er de komende tijd significante veranderingen komen, en waar er juist stabiliteit zal zijn tegen de druk van de andere opgaven. Het behoud van bestaande bedrijvigheid blijft belangrijk.

De beperkte ruimte voor uitbreiding, de noodzaak tot bescherming van watergebonden kavels en het behoud van zwaardere milieucategorieën maken dat nieuwe werklocaties niet eenvoudig elders te realiseren zijn. De daadwerkelijke versterking van het vestigingsklimaat hangt in grote mate af van de beschikbaarheid van kavels en een zorgvuldige balans tussen wonen en werken in de nieuwe gemengde ‘woonwerk gebieden’. In sommige zones kan de ontwikkelingsdruk ertoe leiden dat werkfuncties onder druk komen te staan.

84 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

Per saldo draagt de omgevingsvisie in redelijke mate bij aan een positief vestigingsklimaat, waarbij herstructurering en bescherming van bestaande ruimte voor werken de kern vormen. Vestigingslocaties Koers (0) De vestigingslocaties staan in de referentiesituatie in Deventer sterk onder druk. Het toewijzen van een nieuw 45 hectare bedrijventerrein zal dit kunnen verlichten. De koers biedt hier echter nog geen specifieke locatie voor, waardoor nog onduidelijk is in hoeverre dit kan worden gerealiseerd. De beoordeling is daarom op dit aspect neutraal, omdat er nog geen zekerheid is geboden in de koers dat dit bedrijventerrein ook werkelijk wordt gerealiseerd. Ontwerp-omgevingsvisie (-) Ten opzichte van de referentiesituatie (2050) is het verwachte effect op vestigingslocaties negatief. Hoewel de visie inzet op kwaliteitsverbetering en verduurzaming van bestaande terreinen, ontbreken concrete locaties en tijdlijnen voor het ha nieuwe bedrijventerrein Hierdoor blijft de mismatch tussen vraag en aanbod (met name voor de huidige ondernemers) deels bestaan, en kan dit in de toekomst nog groter worden door dat het areaal bedrijventerrein niet meegroeit met de stad. De gemeente stelt wel een duidelijk kader voor de huidige bedrijventerreinen die niet reeds zijn aangewezen als transformatielocatie.

Daar biedt de omgevingsvisie stabiliteit en daarmee een lange termijn perspectief op het behouden van een vestigingslocatie. Dit is van groot belang door de grote druk vanuit de woningmarkt om locaties te vinden voor nieuwe woningen. Met bergweide 3 wordt er ook al naar een gebied gekeken om wel te transformeren, in samenhang met het Haven eiland. Dit maakt het des te belangrijker dat ondernemers op nabijgelegen delen van het bedrijventerrein stabiliteit zien in het kader voor hun ruimte. Landbouwareaal Koers (-) In de koers wordt landbouw als een belangrijke functie in het landelijk gebied benoemd, verweven met natuur, klimaatadaptatie en recreatie. De Koers erkent de uitdagingen voor de sector om meer in balans met natuur, landschap, water en klimaat te ondernemen. Er worden verschillende ontwikkelpaden gezien, waaronder hoogproductieve/innovatieve landbouw, multifunctionele landbouw en landschapsinclusieve/ biologische landbouw, waarbij het toekomstperspectief van bedrijven samenhangt met gebiedsspecifieke opgaven. De gemeente ondersteunt boeren in deze ontwikkeling met eigen middelen en in samenwerking. De Koers stelt expliciet dat de gemeente zuinig is op de goede landbouwgronden en deze voor de lange termijn beschikbaar wil houden, waarbij dit wordt meegenomen in de afweging voor ruimtelijke vraagstukken.

Tegelijkertijd benoemt de koers de groeiambitie van 10.000 woningen en specifieke ontwikkelingen zoals de uitbreiding in Wechelerhoek en stedelijke ontwikkeling in Stadsland aan de westoever van de IJssel, deels gekoppeld aan Ruimte voor de Rivier. Deze ontwikkelingen kunnen de ruimte in het landelijk gebied voor landbouw negatief beïnvloeden. Er wordt opgemerkt dat het landelijk gebied steeds intensiever wordt gebruikt, wat kan leiden tot knelpunten tussen landbouw en wonen (zoals beperkingen voor middelengebruik), waarvoor een balans wordt nagestreefd. Het behoud van onbebouwde buffers tussen dorpen en stad door middel van groenblauwe structuren draagt bij aan het beperken van stedelijke uitbreiding en is positief voor het landbouw areaal. De beoordeling op landbouw areaal is negatief (in lijn met de alternatieven). Het expliciet plannen van grootschalige ruimtelijke claims in of grenzend aan het landelijk gebied in het Koersdocument leidt tot een negatief effect op de totale ruimtebeschikbaarheid voor landbouw areaal. Hoewel er een intentie is om zuinig te zijn op goede landbouwgronden, wegen de concrete plannen voor ruimtegebruik die het landbouwareaal reduceren zwaarder in de beoordeling op dit specifieke, op ruimte gebaseerde criterium.

85 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

Ontwerp-omgevingsvisie (-) In de ontwerp-omgevingsvisie wordt de negatieve invloed op het landbouwareaal duidelijk, door de ruimteclaims die zichtbaar worden voor de nieuwe woningbouwgebieden Baarlerhoek en de ontwikkellocatie Stadsland. Ook de hoge ambities voor de groenblauwe structuren en klimaat adaptatie kunnen (zonder dat specifiek aan te wijzen is waar op de kaart) het landbouwareaal doen afnemen. De beoordeling voor deze indicator blijft daarom negatief.

6.6.11 Economisch vitaal Werkgelegenheid Koers (+) De kern van de nieuwe koers is de ambitie om Deventer te zijn waar je niet alleen woont, maar uitdrukkelijk ook werkt. De voorziene groei van de stad, met de beoogde toename van inwoners en woningen, is dan ook direct gekoppeld aan het versterken van de arbeidsmarkt. Dit wordt gedaan door specifiek in te zetten op het aantrekken en behouden van doelgroepen die bijdragen aan een sterke en diverse arbeidsmarkt, zoals jongeren, studenten, starters en praktisch geschoolden. Een essentieel aspect van deze koers is de verzekering dat de ruimte voor werken meegroeit met de bevolkings- en woninggroei. Dit betekent dat er actief gezocht wordt naar mogelijkheden om het aantal arbeidsplaatsen en de fysieke ruimte voor bedrijven te laten toenemen. Een concreet voorbeeld hiervan is de planning voor de realisatie van een nieuw bedrijventerrein van minimaal 45 hectare, specifiek bedoeld voor MKB-bedrijven die ruimte nodig hebben. Naast nieuwe fysieke ruimte, wordt ook ingezet op het optimaliseren van bestaande werklocaties en het creëren van nieuwe typen werkplekken. Zo worden gebieden als de schil rond het centrum, inclusief het stationsgebied en Havenkwartier, getransformeerd tot gemengde woonwerkwijken die aantrekkelijk moeten zijn voor innovatieve, creatieve bedrijven en de kenniseconomie.

De nadruk ligt op het faciliteren van een innovatieve, duurzame economie die banen genereert voor alle lagen van de bevolking. Het blijft natuurlijk wel afhankelijk van de markt economie in hoeverre de stad Deventer in deze richting kan groeien, en in hoeverre er daarmee echt voor alle lagen van de bevolking ook banen bijkomen. Dit blijft onzeker. Het lijkt er op dat de relatief ‘beperkte’ ambitie op woningbouw (ten opzichte van de meest ambitieuze alternatieven) samen hangt met de beperkte ruimte die er is voor nieuwe bedrijventerreinen. De gemeente lijkt hier voor te sorteren op het feit dat met beperkte groei aan bedrijvigheid, er ook beperkte groei aan werkgelegenheid kan zijn. De beoordeling is daarom voorzichtig positief. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer richt zich in de omgevingsvisie op het versterken van bestaande economische sectoren en het vergroten van de veerkracht van de arbeidsmarkt. De nadruk ligt op de maakindustrie, techniek, ICT, zakelijke en ingenieursdiensten, circulaire bouw en energie. Deze stuwende sectoren vormen de pijlers van een duurzame en toekomstbestendige economie binnen de Regio Stedendriehoek. De visie is gericht op het behoud van de relatief hoge werkgelegenheid in verhouding tot het aantal inwoners. Het is niet wenselijk dat de bevolking groeit zonder een evenredige toename van banen.

Daarom wordt gestreefd naar een evenwichtige ontwikkeling waarbij ruimte voor werken, innovatie, voorzieningen en arbeidsplaatsen meegroeit met het aantal inwoners. In gemengde woon-werkgebieden liggen kansen om in hoogstedelijke dichtheden functies te combineren en doelgroepen aan te trekken die belangrijk zijn voor de regionale economie, zoals studenten, young professionals en personeel voor kritische sectoren. Ten opzichte van de referentiesituatie (2050) wordt een licht positief effect op de werkgelegenheid verwacht. De versterking van innovatieve sectoren, verduurzaming van bedrijvigheid en verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt dragen bij aan meer werkzekerheid en nieuwe banen in onder andere de energie- en circulaire sector.

86 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

De balans tussen woninggroei en werkgelegenheid blijft echter kwetsbaar. De sterke woningbouwopgave kan leiden tot toenemende forensenstromen, wanneer de groei van lokale werkgelegenheid achterblijft bij de bevolkingsgroei. Daarnaast beperkt het ontbreken van uitbreidingslocaties de fysieke ruimte voor nieuwe vestigingen en bedrijvigheid.

Verdienmogelijkheden Koers (0) De koers zet expliciet in op het blijven en worden van een woon- én werkgemeente. De groei van de stad wordt gezien als een manier om de arbeidsmarkt en economie te versterken. Dit resulteert direct in het creëren en versterken van verdienmogelijkheden voor diverse groepen binnen de Deventer economie. Een cruciaal punt is dat de ruimte voor werken meegroeit met de stad. Dit vertaalt zich in concrete plannen die verdienkansen moeten bieden. Zo wordt er een nieuw bedrijventerrein gepland van minimaal 45 hectare dat specifiek is bestemd voor in en aan Deventer gebonden MKB-bedrijven die ruimte nodig hebben en zich niet goed laten mengen. Doordat de locatie hiervoor echter nog niet duidelijk is, kan ook niet met zekerheid worden gezegd dat deze verdienmogelijkheden zich op korte termijn realiseren. Er is ook ruimte voor specifieke detailhandelsconcepten die aansluiten op de groeiende lokale markt en vastgoedwensen van ondernemers. Voor landbouwers in het buitengebied erkent de koers de uitdagende opgave, maar benoemt ook expliciet ondersteuning en nieuwe economische dragers. Voorbeelden hiervan zijn mogelijkheden in natuur- en landschapsbeheer, de productie en verwerking van biobased bouwmaterialen, en (verblijfs)recreatie. Agrariërs worden zelfs genoemd als potentiële producenten van energie.

Wel is nog de vraag in hoeverre al die ambities voor landeigenaren en agrariërs niet kunnen clashen met provinciale en landelijke regels over energieproductie, en de uitdaging van trage netverzwaring. De focus op inbreiding voor extra woningbouw, betekent dat de druk op landbouwgrond relatief beperkt blijft. Door het grote aantal opgaven blijft het onvermijdelijk dat voor sommige boeren, de verdienmogelijkheden vanaf het land afnemen. Aan de andere kant, een beperktere groei betekent minder economische kansen voor ondernemers die vooral baat zouden hebben van een sterkere groei van het aantal woningen in de stad. Bij elkaar is de beoordeling op dit aspect Neutraal. Ontwerp-omgevingsvisie (+) De omgevingsvisie van Deventer richt zich op het versterken van verdienmogelijkheden via een toekomstbestendige en inclusieve arbeidsmarkt. Deventer wil economische groei koppelen aan brede welvaart door de aansluiting tussen onderwijs, arbeidsmarkt en bedrijfsleven te verbeteren. De nadruk ligt op kennis- en ketenintensieve sectoren (maakindustrie, ICT, energie, circulaire bouw) die hogere inkomens en structurele werkzekerheid kunnen opleveren. Binnen de RegioRegio Stedendirehoek wordt samengewerkt aan scholing, innovatie en ondernemerschap, met specifieke aandacht voor duurzame technologieën en technische opleidingen.

Ook worden lokale initiatieven voor talentontwikkeling en maatschappelijke participatie ondersteund om inwoners beter te laten profiteren van economische groei. Directe inkomensmaatregelen ontbreken, maar de visie stuurt via ruimtelijke en economische kaders op een economie die meer toegevoegde waarde creëert. Ten opzichte van de referentiesituatie is het verwachte effect op verdienmogelijkheden overwegend positief. Door versterking van kennisintensieve sectoren, scholing en aansluiting tussen werk en onderwijs, stijgt het gemiddeld besteedbaar inkomen op termijn. Vooral hogere en middelbare opleidingsniveaus profiteren van nieuwe banen in duurzame technologie en zakelijke dienstverlening. Er blijft echter een risico dat lage inkomensgroepen minder direct meedelen in de groei, doordat de visie vooral inzet op innovatie en het maken van woonwerkgebieden, waar weinig ruimte zal zijn voor grootschalige maakindustrie.

87 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

6.6.12 Natuurlijke hulpbronnen Drinkwater (0) Koers (0) De gemeente baseert haar aanpak voor het borgen van voldoende drinkwater op landelijk en provinciaal beleid, en over gemeentegrenzen heen te kijken. Er is veel aandacht aan waterbeheer in de brede zin met maatregelen voor circulaire watersystemen, waterbesparing, bescherming van grondwater en de ambitie te werken aan een drinkbare Ijssel. Dit laatste doel wordt ondersteund door het streven naar een sterke reductie van lozingen in samenwerking met bedrijven en overheden, wat direct bijdraagt aan het verbeteren van deze potentiële drinkwaterbron, vooral van belang in droge periode. Naast het verbeteren van de bronkwaliteit, besteedt het document ook aandacht aan het efficiënter omgaan met water. Een grote ambitie is de vermindering van watergebruik per huishouden, maar het blijkt moeilijk voor de gemeente om dit op huishoudelijk niveau te beïnvloeden. In nieuwe wijken zorgt de implementatie van een circulair watersysteem voor het hergebruik van hemelwater. Naast de directe maatregelen die uit hierboven genoemde ambities volgen, ligt in de koers een sterke nadruk op een robuust grond- en oppervlaktewatersysteem dat zowel berging in natte als levering in droge perioden moet garandeert.

De aandacht voor water en bodem als leidend principe bij locatiekeuzes door verstedelijking op hogere delen te concentreren, draagt bij aan het beschermen van lagere, mogelijk waterrijkere gebieden. Hoewel de directe productie en distributie van drinkwater niet in detail worden beschreven, zijn de genoemde maatregelen gericht op het verbeteren van (potentiële) waterbronnen, waterhoudend vermogen van de bodem en het verminderen van de vraag (vraagbeheersing). Het groeiende inwonertal in combinatie met klimaatverandering en de huidige en toekomstige drinkwatertekorten, maken deze maatregelen van cruciaal belang om de beschikbaarheid en kwaliteit van waterbronnen voor drinkwater in de toekomst te kunnen garanderen. Ontwerp-omgevingsvisie (+)* Deventer richt zich in de omgevingsvisie op het duurzaam en zuinig gebruik van drinkwater, in samenhang met bodem- en waterbeheer. De nadruk ligt op het verminderen van drinkwaterverbruik (van circa 129 naar 100 liter per persoon per dag), het versterken van infiltratie en het vasthouden van regenwater binnen de groenblauwe hoofdstructuur. Deze maatregelen moeten de natuurlijke aanvulling van de grondwatervoorraad verbeteren en de druk op de drinkwatervoorziening verminderen. Daarnaast wil Deventer via een betere regie op de ondergrond en de afstemming binnen de waterketen de kwetsbaarheid van de drinkwatervoorziening verkleinen.

Dit gebeurt onder andere door integratie van water- en bodemprincipes in ruimtelijke plannen en door samenwerking met waterschappen en drinkwaterbedrijven. Nieuwe productielocaties of uitbreiding van zuiveringscapaciteit worden niet voorzien; de nadruk ligt op efficiënt gebruik, natuurlijke aanvulling en bescherming van bestaande bronnen. Ten opzichte van de referentiesituatie (2050) is het verwachte effect op de drinkwatervoorraad licht positief. Door de combinatie van vraagreductie, infiltratie en regie op de waterketen neemt de druk op de bestaande voorraad af, waardoor toekomstige tekorten minder waarschijnlijk worden. De natuurlijke aanvulling via regenwaterinfiltratie en het beperken van piekafvoer versterken bovendien de grondwateraanvulling in drogere perioden. * De effectiviteit hangt af van de mate waarin inwoners en bedrijven hun waterverbruik daadwerkelijk verminderen en de infiltratiemaatregelen op wijkniveau worden gerealiseerd. Er staat een grote druk op de drinkwatervoorraad door het toenemende aantal woningen. Klimaatverandering (langdurige droogte, hogere temperaturen) blijft een onzekere factor die het totale effect kan temperen. De ambitie om persoonlijk drinkwatergebruik te reduceren tot 100 liter per persoon ligt grotendeels buiten de invloedssfeer van de gemeente zelf.

88 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

Minerale & fossiele grondstoffen Koers (+) De term 'minerale en fossiele grondstoffen' komt niet direct terug in de koers. Wel wordt het onderwerp impliciet en expliciet benaderd via de sterke focus van het document op circulariteit, de biobased economie en de energietransitie. Het document benadrukt de overgang van een lineaire naar een circulaire en uiteindelijk zelfs regeneratieve economie. Een cruciaal onderdeel van die transitie is het verminderen van het gebruik van primaire, niet-hernieuwbare bronnen zoals fossiele brandstoffen en minerale grondstoffen. Concrete maatregelen en intenties zijn het gasloos maken van nieuwe bedrijventerreinen, het toepassen van circulaire principes in bouw en bedrijfsvoering, het stimuleren van biobased bouwen en de teelt van biobased materialen, het opzetten van circulariteitshubs en het bevorderen van hergebruik van materialen en grondstoffen. Ook de energietransitie, met inzet op lokale, duurzame bronnen zoals geothermie, aquathermie, bio- en groengas, groene waterstof en elektrificatie van transport, draagt direct bij aan het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.

De focus op het sluiten van materiaalkringlopen, het bevorderen van hergebruik en de transitie naar duurzame energiebronnen laat zien dat de gemeente een proactieve houding aanneemt om de impact van het gebruik van minerale en fossiele grondstoffen te verminderen. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer zet in de omgevingsvisie in op een versnelling van de circulaire economie door hergebruik van grondstoffen en materialen in de bouw en openbare ruimte. De stad wil grondstofkringlopen sluiten via regionale circulaire hubs, met name op bedrijventerreinen als Bergweide en Kloosterlanden, waar inzameling, sortering en opslag van herbruikbare materialen worden georganiseerd. Daarnaast stimuleert Deventer biobased en demontabel bouwen om materiaalstromen beter te benutten en afval te reduceren. Binnen binnenstedelijke herstructureringsprojecten (zoals Rotokwartier en De Kien) wordt nadrukkelijk gekeken naar modulaire bouw en materiaalefficiëntie. De visie richt zich op het beperken van fossiele grondstofafhankelijkheid door te investeren in hernieuwbare en herbruikbare alternatieven, gekoppeld aan het beleid voor duurzame energie en mobiliteit. Door deze aanpak wil Deventer bijdragen aan de regionale circulaire strategie van de Stedendriehoek en de lokale leveringszekerheid van grondstoffen verbeteren.

Ten opzichte van de referentiesituatie (2050) levert de omgevingsvisie een duidelijk positief effect op het aspect minerale en fossiele grondstoffen. Door de combinatie van circulaire hubs, hergebruik van bouwmaterialen en stimulering van biobased alternatieven neemt de afhankelijkheid van primaire grondstoffen af en stijgt het aandeel hergebruikte materialen. De circulaire aanpak in Bergweide en Kloosterlanden versterkt bovendien de regionale logistieke ketens en draagt bij aan vermindering van afvalstromen. Wel bestaan er onzekerheden rond de kwaliteit van retourmaterialen, de handhaving van milieunormen en de regionale afstemming van logistiek. Ook vraagt de overgang naar circulair bouwen om gedragsverandering bij ontwikkelaars en aannemers. De huidige staat van de leefomgeving is op deze aspecten (net als in de rest van de Nederlands economie) matig, en de koers zal hier positief maar wel beperkt aan bijdragen om de situatie te verbeteren.

Circulariteit Koers (+) De omgevingsvisie van Deventer besteedt expliciet en ruim aandacht aan het thema circulariteit als een belangrijke pijler binnen de duidelijke ambitie om te transformeren van een lineaire naar een regeneratieve

89 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

economie. Het doel is dat deze transitie in 2050 gerealiseerd is en daarvoor moeten in 2040 de bijbehorende doelen al voor een groot deel binnen bereik zijn. De gemeente positioneert circulariteit niet als een op zichzelf staand thema, maar integreert het in diverse beleidsvelden zoals woningbouw, bedrijvigheid, erfgoed en het landelijk gebied. Er zijn concrete maatregelen, zoals het bouwen volgens circulaire principes inclusief het slim toepassen en hergebruiken van materialen en bouwen met biobased materialen. Er komen circulariteitshubs in wijken en wooncomplexen om circulair handelen (repareren, delen tweedehands) te bevorderen. Daarnaast wordt de rol van erfgoed als inspiratiebron voor de circulaire economie benoemd, wat de verbinding legt met bestaande structuren en herbestemming stimuleert. Ook het creëren van ketens om grondstoffen steeds opnieuw te gebruiken en het benutten van de haven voor transport van grondstoffen voor een circulaire maak-economie benadrukken de integrale benadering, en vereiste voor een transitie binnen een samenleving. Al met al is er dus sprake van een breed gedragen ambitie en concrete aanknopingspunten om circulariteit in de praktijk te brengen. De bevordering van teelt van lokaal hout en biobased materiaal draagt bij aan de circulariteit.

Overigens blijft het onduidelijk welke randvoorwaarden er nodig zijn om deze transitie grootschalig en tijdig te realiseren. De uitwerking van de concrete, praktische aspecten zoals de benodigde randvoorwaarden, financiële ondersteuning en het specifieke transitietempo blijft op hoofdlijnen. Denk bijvoorbeeld aan de beschikbaarheid van (bio)grondstoffen, netcapaciteit, wetgeving en hoe de gemeente bedrijven en burgers wil ondersteunen bij de vaak kostbare omschakeling. Ontwerp-omgevingsvisie (+) Deventer zet in de omgevingsvisie in op een circulaire economie waarin voldoende milieuruimte wordt gereserveerd voor circulaire bedrijven. Bedrijventerreinen als Bergweide en Kloosterlanden worden aangewezen als circulaire knooppunten binnen de Regio Stedendriehoek, waar bedrijven zich kunnen vestigen die werken met hergebruik, sortering, opslag en verwerking van secundaire grondstoffen. Daarnaast stimuleert de gemeente het hergebruik van bouwmaterialen in stedelijke vernieuwing, de toepassing van biobased materialen, en het ontwikkelen van modulaire en demontabele bouwsystemen. Door het versterken van deze ketens wil Deventer de behoefte aan nieuwe grondstoffen verkleinen en de milieuruimte efficiënt benutten.

De gemeente zet hierbij ook in op een goede ruimtelijke inpassing van circulaire bedrijvigheid, zodat economische groei hand in hand gaat met milieubescherming en leefkwaliteit. Ten opzichte van de referentiesituatie (2050) wordt een positief effect verwacht op circulariteit. Door de expliciete reservering van milieuruimte voor circulaire bedrijven en de ontwikkeling van regionale hubs neemt de capaciteit toe voor hergebruik, recycling en circulaire productie. Dit draagt bij aan een duurzamer grondstofgebruik en een lagere milieudruk per eenheid economische activiteit. Deze regionale hubs staan in samenhang met lokale circulaire hubs, plekken waar inwoners hun circulair handelen kunnen vergroten. Dit zijn plekken waar delen, repareren en tweedehands centraal staan. De omgevingsvisie heeft evenwel weinig directe aandacht voor circulariteit in het bouwen of vernieuwen van woningen. Er blijft een risico dat door de grote druk om meer woningen te bouwen, circulariteit in het bouwproces (wat tot hogere kosten en vertraging kan leiden) niet wordt geprioriteerd. Het is niet duidelijk in hoeverre de initiatieven die de gemeente neemt, ook later kunnen worden omgezet in concrete eisen voor bouwprojecten bij vergunningverlening. De interpretatie van de visie als kader voor circulariteit in woningbouwprojecten blijft op circulariteit onduidelijk.

Er blijven echter onzekerheden bestaan over de snelheid van implementatie, de marktacceptatie van circulaire producten, en de praktische afstemming van milieuruimte en regelgeving. Ook de druk van woningbouw en stedelijke verdichting kan de beschikbare ruimte voor circulaire bedrijvigheid (welke een hoge milieucategorie kan vereisen) beperken.

90 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

91 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

7 BEOORDELING KANSEN EN RISICO’S VAN NIEUWE ONTWIKKELINGEN UIT DE ONTWERP-OMGEVINGSVISIE 7.1

Inleiding

De ontwerp-omgevingsvisie voorziet in een aantal grote nieuwe woningbouw ontwikkelingen, met daarbij gerelateerde infrastructurele ingrepen. Er wordt een hoge ambitie gesteld van het bouwen van 11000 tot 13000 woningen ten opzichte van de referentie, waarvan er reeds 1500 zijn gerealiseerd. Dat betekent een rest opgave van 11500. Deels zijn deze al geprogrammeerd in bestaande ontwikkelingen, maar voor een groot deel ook nog niet. Daarvoor heeft de gemeente zoeklocaties voor nieuwe woningbouw. Vier zoeklocaties zijn in detail opgenomen in de omgevingsvisie, waarvan er 3 op de kaart staan als kansrijk om voor 2040 gerealiseerd te zijn: Baarlerhoek (uitleglocatie ten noorden van Schalkhaar); Bergweide 3 (Transformatie van een bedrijventerrein in samenhang met andere woningbouwopgaven in het gebied); Stadsland (bouwen van een nieuwe wijk aan de andere kant van de IJssel. Er wordt ook gesproken over een kleine locatie ‘vijfhoek zuid oost’, maar deze is in de visie uitgesloten. Bouwen op het Stadsland is ook zeer onzeker, omdat dit waarschijnlijk alleen kan in samenhang met realisatie van een bypass voor de IJssel. Het gebied van Stadsland is voorlopig ook gereserveerd voor deze bypass.

Gebiedsspecifieke beoordelingen Voor de 3 zoeklocaties die nog wel als potentieel kansrijk worden gezien voor woningbouw (of in geval van Bergweide 3, een combinatie van wonen en werken), is in dit hoofdstuk een specifieke beoordeling gemaakt. De specifieke kansen en risico’s die gepaard kunnen gaan voor de omgeving worden in kaart gebracht voor de 3 zoeklocaties. Dit is geen volledige beoordeling op het detailniveau van een gebiedsprogramma. Deze locaties zijn zoeklocaties, waardoor er buiten de wens om hier te bouwen en een raming over het aantal woningen, geen andere details beschikbaar zijn. Niet voor alle 12 thema’s uit het Deventer Rad van de Leefomgeving zijn hier kansen en risico’s geformuleerd. Dit betekent niet dat er op de niet benoemde thema’s geen relevante overwegingen kunnen zijn. Het gaat hier echter om de zeer vroege planfase, waardoor er voor sommige thema’s minder informatie beschikbaar is om zinvol over kansen en risico’s te kunnen beoordelen. Verder, voor sommige thema’s ‘klimaatneutraal’ of ‘natuurlijke hulpbronnen’ zijn de maatregelen uit de ontwerp-omgevingsvisie gemeente-overstijgend, waarbij er geen specifieke overwegingen zijn voor de individuele zoeklocaties die wezenlijk anders zijn dan in andere delen van de gemeente. De cumulatieve effecten van het toevoegen van een groot aantal woningen zijn al onderzocht via de alternatieven.

Het doel van dit onderdeel is dan ook om na te gaan wat de gebiedsspecifieke risico’s en kansen kunnen zijn voor de lokale omgeving.

92 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

Informatie uit programma Wonen Ruimte Stad omgevingsvisie zelf blijft in haar beschrijving beperkt over de woningbouw ontwikkelingen, maar verwijst wel naar de varianten uit het Programma (Routekaart) Wonen, Ruimte, Stad. Omdat dit WRS programma dient als bouwsteen voor de omgevingsvisie, is de informatie over de varianten uit het WRS programma ook meegenomen in de beoordeling. De tekeningen over de varianten die zijn opgenomen komen uit het programma Wonen Ruimte Stad, maar zijn niet overgenomen in de visie. Belangrijk om te vermelden is dat dit slechts indicatieve tekeningen zijn, die geen betekenis hebben voor de uiteindelijke invulling van het plan. Wel is het zinvol om ze te overwegen omdat zij de boven en ondergrens van het aantal woningen per gebied representeren. Daarom is voor elk van de 3 woningbouw ontwikkelingen nagegaan. Voor elk relevant milieuthema, is in de beoordeling kort nagegaan of er tussen de varianten duidelijke verschillen zijn in kansen en risico’s.

7.2

Stadsland

7.2.1

Samenvatting van het voornemen

Op het moment dat er meer duidelijkheid is over de reservering voor een hoogwatergeul voor de IJssel, kijkt de gemeente naar mogelijke realisatie van woningbouw in combinatie met natuur, cultuurhistorie, recreatie en water. Daarvoor is een verkenning gedaan naar toevoeging van tussen de 1.100 en 1.800 woningen aan de woningvoorraad. De verkenning is opgezet als een gemengd woonmilieu, met een primaire focus op wonen. De beoogde functiemix bestaat uit 90 % wonen en 10 % voorzieningen en werken, zodat er een levendige, stedelijke omgeving ontstaat waarin verschillende functies elkaar versterken. Notitie over bypassreservering De woningbouwontwikkeling van Stadsland wordt belemmerd door onzekerheid over een mogelijke IJsselbypass. Het gebied is voorlopig gereserveerd voor een binnendijkse hoogwatergeul, waarvan het nut en de noodzaak nog door het Rijk worden onderzocht binnen Ruimte voor de Rivier 2.0. Het is waarschijnlijk dat het Stadsland alleen kan worden ontwikkeld in samenhang met de bypass zelf. Zolang hierover geen besluit is genomen (verwacht tussen 2025 en 2029), kan de locatie niet worden ontwikkeld. Woningbouw blijft daarmee ondergeschikt aan toekomstige waterveiligheidsmaatregelen voor Deventer en de IJssel. De inhoud van dit hoofdstuk is met name bedoeld als beslisinformatie voor in de toekomst, mocht de bypass reservering vervallen.

Type ontwikkeling Het plan voorziet in twee woonmilieus: het ‘Groen stadskwartier’ en het ‘Woon-werkkwartier’. Deze sluiten aan bij de compacte stadsgedachte binnen het Dagelijks Stedelijk Systeem (DSS). De ontwikkeling krijgt een hogere dichtheid, waardoor de bebouwde oppervlakte relatief klein blijft. Dit maakt ruimte vrij voor een robuust groen raamwerk met veel collectieve zones voor ontmoeting, waterberging, natuur, biodiversiteit en stadslandbouw. Op het gebied van mobiliteit richt het plan zich op het optimaal benutten van de nabijheid van de binnenstad en het station. Het STOMP-principe (Stappen, Trappen, OV, MaaS, Parkeren) staat centraal, waarbij de fiets de belangrijkste vervoersvorm is. Auto’s worden centraal geparkeerd op loopafstand van de woningen, wat bijdraagt aan een autoluwe en leefbare omgeving. Varianten Er zijn twee varianten gepresenteerd in het programma Wonen Ruimte Stad (WRS). Variant A voorziet minder ruimte voor bouwvelden en tussen de 1100 en 1300 woningen. Variant B geeft meer ruimte voor wonen, voor tussen 1600 en 1800 woningen.

93 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

Deze plaatjes zijn niet bedoeld als ontwerp, maar om te laten zien wat het verschil zou zijn tussen verschillende aantallen woningen.

Afbeelding 7.1 Variant A (links) en B (rechts)

Doelgroep Stadsland wordt beschouwd als een kansrijke locatie voor een breed scala aan stedelijk georiënteerde doelgroepen. De hoofddoelgroepen zijn opstromende gezinnen, de stadse topklasse, stedelingen, jonge toestromers en stedelijke pioniers. Daarnaast is er ook aandacht voor aanvullende doelgroepen, met name jongeren en sociale huurders, zodat een gevarieerde en inclusieve wijk ontstaat.

7.2.2

Kansen en risico’s Stadsland

Voor elk van de thema’s uit het Rad van de Leefomgeving is nagegaan of er reeds kansen en risico’s te benoemen zijn over deze geplande ontwikkeling. Het feit dat het Stadsland alleen ontwikkelt kan worden als het Rijk de bypass reservering wegneemt, is hierbij een gegeven. De volgende tabellen geeft aan voor welke omgevingsaspecten uit het Rad er kansen en risico’s zijn. De belangrijkste overwegingen worden vervolgens onder de tabel in de tekst nog samengevat als korte conclusie. Voor 6 / 12 Thema’s uit het Deventer Rad van de Leefomgeving zijn er kansen en risico’s geformuleerd voor het Stadsland.

94 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

Fijn Wonen Relevantie: De primaire ambitie is het realiseren van een aanzienlijk aantal woningen in een uniek woonmilieu.

Tabel 7.1 Kansen en risico’s voor het thema Fijn Wonen Aspect

Kansen

Risico's en Belemmeringen

Passend woning aanbod

De locatie biedt potentie voor de realisatie van 1.100 tot 1.800 woningen. Dit is daarmee de grootste potentiële woonlocatie in de omgevingsvisie. De locatie is ook erg aantrekkelijk, omdat het nabij het centrum is, ver van industriegebieden, dichtbij de IJssel, en in een rustige omgeving. Vanuit dit perspectief vanuit Fijn Wonen, is het Stadsland de meest ideale locatie om woningen te realiseren.

Het bouwen dicht bij de IJssel en in lage gebieden onder invloed van hoog grondwater zal duurder zijn dan gemiddeld. Dit kan de betaalbaarheid beïnvloeden, met name voor het realiseren van de 30 % sociale huur bij implementatie van de 30 - 40 - 30 regel uit de omgevingsvisie.

Voorzieningen aanbod

De ontwikkeling is gericht op de toevoeging van voorzieningen (maatschappelijk, commercieel) aanvullend op de wijk De Hoven. Het zal betekenen dat er voor de Hoven waarschijnlijk extra lokale voorzieningen komen zoals een supermarkt, waardoor inwoners minder vaak de IJssel hoeven over te steken.

De wens om centraal te parkeren in hubs in plaats van op straat, vraagt om hogere investeringen in centraal beheerde parkeergelegenheden. Ook zal dit sommige potentiële bewoners afschrikken.

Invloed varianten: Variant B met meer woningen (tot 1800) geeft een groter perspectief voor het realiseren van lokale voorzieningen, omdat deze namelijk dan rendabeler zijn. Voor de wijk de Hoven betekent dit een toename van het voorzieningen aanbod. De variant met minder woningen biedt minder perspectief aan ondernemers voor het realiseren van lokale voorzieningen, maar behoud wel een groter uitloopgebied, wat ook een voordeel is voor zowel inwoners van de Hoven, het Stadsland, en de gemeente Voorst. Aan de andere kant, zorgt de variant met minder woningen voor een lagere extra druk op de Voorzieningen in de binnenstad en de gemeente Voorst. Veilige Leefomgeving Relevantie: De locatie Stadsland bevindt zich in een risicogebied langs de IJssel, waardoor de waterveiligheid een fundamentele en sturende randvoorwaarde is voor elke vorm van ontwikkeling.

Tabel 7.2 Kansen en risico’s voor het thema Veilige Leefomgeving Aspect

Kansen

Risico's en Belemmeringen

N.v.t.

Het gebied loopt bij een dijkdoorbraak een zeer hoog risico op zeer hoge waterdieptes, in lijn met de huidige situatie in de Hoven en sommige wijken nabij de binnenstad (Riverenwijk). Er bestaat nog onzekerheid over de termijn waarop het Rijk de bypass wil realiseren, en dan ook de precieze ligging ervan. Als het Rijk beslist dat de bypass om het stadsland heen wordt gelegd met voldoende blijvende dijken voor het gebied, dan betekent dit ook dat het risico op dijkdoorbraak afdoende laag is om de bestaande stad te beschermen, in lijn met het beschermingsniveau van de Hoven. Dat zou ook ruimte openen voor de ontwikkeling van Stadsland.

Water-Veiligheid en Externe Veiligheid

N.v.t.

95 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

De locatie ligt nabij relevante bronnen voor externe veiligheid, waaronder het spoor (transport van gevaarlijke stoffen). Met ontwikkeling van Stadsland zullen transporten met gevaarlijke stoffen aan beide zijden door een woongebied gaan.

Invloed varianten: De variant met meer inwoners (Variant B) zorgt voor een groter groepsrisico nabij risicobronnen relevant voor externe veiligheid. Dit maakt Variant A positiever op het gebied van externe veiligheid. Gezonde Leefomgeving Relevantie: Het sturen op een gezonde leefomgeving is een overkoepelend thema voor alle planuitwerkingen. Voor Stadsland is de nabijheid van vervuilende en geluid producerende infrastructuur van belang.

Tabel 7.3 Kansen en risico’s voor het thema Gezonde Leefomgeving Aspect

Geluid en luchtkwaliteit

Hittestress en ervaren gezondheid

Kansen

Risico's en belemmeringen

De locatie Stadsland heeft een grotere kans dan ‘uitleglocaties’ aan de noordoostkans van de stad, om succesvol om te gaan met een verregaande invoering van het STOMP principe. Dit, door de nabijheid van de binnenstad en daarmee de goede loop en fietsbereikbaarheid.

De locatie ligt nabij het spoor en de Lage Steenweg, wat leidt tot geluidsuitstraling. Dit vereist akoestisch onderzoek en mogelijke maatregelen. De visie presenteert een extra derde brug over de IJssel aan de Noordzijde als optie. Dit is een logische indeling, ook omdat de auto aanrijroute vanuit het Noorden wordt ingetekend. Evenwel wordt de derde brug niet gekoppeld aan de realisatie van Stadsland. Zonder derde brug zou de realisatie van Stadsland tot een hoge belasting leiden van de wegen in de gemeente Voorst, aan de westkant van Stadsland tot aan de Wilhelminabrug.

Het STOMP principe kan bij de Hoven ook worden beschermd, door de aanrijroute voor auto’s aan de noordkant te realiseren, en daarmee de verbinding met de Hoven te stimuleren via lopen, stappen en openbaar vervoer. De te realiseren woonconcepten moeten vernieuwend en groen zijn, en dit betekent dat er een goede kans is om overmatige hittestress in de stad in de referentiesituatie zoveel mogelijk te voorkomen. De nabijheid van de IJssel en groene inrichting draagt ook sterk bij aan een goede ervaren gezondheid, door het stimuleren van bewegen.

De hoge dichtheid, vergelijkbaar met de binnenstad, kan wel betekenen dat er risico’s zijn op hittestress als het openbare groen in het bebouwde gebied zich niet goed ontwikkelt of niet goed wordt onderhouden.

Invloed varianten: Variant A met haar hogere aandeel openbaar groen biedt meer voordelen voor de ervaren gezondheid, doordat er meer toegankelijk openbaar groen is. Variant B biedt meer ruimte aan meer mensen waardoor de druk op de woningmarkt meer afneemt, en waardoor meer mensen het verwachte fijne woonklimaat op het Stadsland kunnen ervaren. Er is geen duidelijke voorkeursvariant te formuleren op basis van het thema Gezonde Leefomgeving. Natuurlijke Systemen (Bodem en Water) Relevantie: De lage ligging van Stadsland maakt watervraagstukken sturend. Vanuit de bestaande wijk zijn er zorgen geuit over de hydrologische situatie, en of de realisatie van stadsland indirect kan zorgen voor wateroverlast in de Hoven

Tabel 7.4 Kansen en risico’s Aspect

Kansen

Risico's en Belemmeringen

Grondwater

De ontwikkeling biedt een kans voor een klimaatadaptieve ontwikkeling en het toepassen van vernieuwende, groene woonconcepten die ruimte

Het gebied is een voormalige uiterwaarde en staat waarschijnlijk onder invloed van hoge grondwaterstanden.

96 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

Aspect

Kansen

Risico's en Belemmeringen

bieden voor het bergen en (her)gebruiken van regenwater.

Er is op moment van schrijven geen gedetailleerde hydrologische informatie beschikbaar om na te gaan of de bebouwing van Stadsland een gevolg heeft voor de waterhuishouding in de Hoven.

n.v.t.

De ontwikkeling moet rekening houden met de invloed van hoog grondwater, wat maakt dat er geen mogelijkheid is om functies toe te voegen onder maaiveld.

Invloed varianten: belang is de invloed van de grotere bebouwde zone in Variant B op de afwatering van het gebied. Dit is nu niet te beoordeling zonder hydrologische doorrekening van de twee varianten. Gezonde Natuur Relevantie: Het gebied grenst aan het Natura 2000-gebied de Rijntakken en is onderdeel van de groenblauwe hoofdstructuur. Het behoud van natuurwaarden is een wettelijke en beleidsmatige randvoorwaarde.

Tabel 7.5 Kansen en risico’s voor het thema Gezonde Natuur Aspect

Kansen

Risico's en Belemmeringen

De woningbouwontwikkeling moet hand in hand gaan met behoud en versterking van de groenblauwe structuur als groene buffer tussen Deventer en Twello.

Het gebied grenst aan het Natura 2000-gebied de Rijntakken. Natuurbelangen hebben hier veelal prioriteit, naast waterveiligheid. Omdat het zo nabij het natuurgebied ligt, zijn er waarschijnlijk relevante effecten voor foerageergebieden voor broedvogels, gerelateerd aan de Rijntakken. Dit betekent dat er voor sommige beschermde en/of niet-beschermde soorten randeffecten zullen optreden. Deze moeten worden meegenomen in de vergunningverlening.

Natura 2000

De realisatie van een woongebied zo dichtbij Natura 2000 zorgt verder onvermijdelijk voor toegenomen stikstofuitstoot en depositie op Natura 2000. De nabijheid van de IJsselzone, landgoederen en een stadspark maakt het gebied aantrekkelijk voor recreatieve uitloop.

Er zijn zorgen zijn geuit over de consequenties voor de natuurwaarden in en rond het plangebied. Sommige bestaande natuurwaarden zullen minder worden, waar andere (stads-gerelateerde) natuurwaarden worden versterkt mits de groene ontwikkeling binnen het plan wordt gerealiseerd.

Invloed varianten: Beide varianten voorzien een aanzienlijke bouwopgave, alleen Variant A heeft een grotere eigen ontwikkeling van groen gebied. Variant A komt daarmee ten goede aan de groenblauwe hoofdstructuur, en behoudt ook meer zijn rol als uitloopgebied voor natuurrecreatie. Bij Variant B is deze functie grotendeels verdwenen, door de kleinschaligheid van het overgebleven groene gebied. Variant A is hier duidelijk positiever voor het Thema Natuur. Bereikbaar Relevantie: De nabijheid van de binnenstad en het Centraal Station is een van de grootste kwaliteiten van de locatie.

97 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

Tabel 7.6 Kansen en risico’s voor het thema Bereikbaar Aspect

Kansen

Risico's en Belemmeringen

Bereikbaarheid OV

De historische binnenstad is op circa 5 minuten fietsafstand en het Centraal Station op circa 7 minuten fietsafstand. Ook station Twello is goed bereikbaar. De nabijheid van het centrum betekent ook dat het openbaar vervoer via een busverbinding over de Wilhelminabrug goed beschikbaar is.

Het mobiliteitsconcept mag geen doorgaand autoverkeer langs De Worp toestaan. De straten in de Hoven zijn niet ingericht hierop. Tegelijkertijd, is het wel wenselijk als eventuele voorzieningen die worden gerealiseerd in de wijk ook toegankelijk zijn per auto voor inwoners van de Hoven. Het zal leiden tot extra afstand en reistijd voor inwoners die per auto willen komen, om voorzieningen zoals een winkel te bereiken op het Stadsland. Het gebrek aan doorgaande verbinding via de Worp naar de Wilhelminabrug is een belemmering voor bereikbaarheid via OV. Daar zal een specifieke oplossing voor benodigd zijn, zoals een bussluis.

Modal split

Het mobiliteitsconcept richt zich op het optimaal benutten van de nabijheid van binnenstad en station, waarbij de fiets als hoofdtransport centraal staat (STOMPprincipe).

De hoofdontsluiting voor autoverkeer is alleen mogelijk via de gemeente Voorst, tenzij de derde brug wordt gerealiseerd. Dit betekent dat voor een goede verbinding met de stad Deventer per auto, de derde brug een belangrijk voordeel is voor de realisatie van Stadsland. Zonder derde brug neemt de reistijd richting de stad Deventer per auto toe.

De fietsverbindingen met de stad kunnen worden versterkt door de aanleg van een nieuwe spoortunnel voor fietsers en het verbreden van het fietspad op de spoorbrug (F344).

In zowel de omgevingsvisie als het onderliggende programma Wonen Ruimte Stad, worden de investeringskosten voor fiets, loop en parkeerruimte als potentieel obstakel genoemd. Het is opmerkelijk dat reeds op visieniveau de kosten al op deze manier worden genoemd. De ontwikkeling van het STOMP principe loopt hierdoor gevaar als de gemeente niet bereid is om te investeren in de optimale verkeersontsluiting voor wandelaars en fietsers. Ook zal de bereikbaarheid van (nieuwe) voorzieningen optimaal moeten worden geregeld, zodat het uitnodigend is voor bewoners van het Stadsland en van de Hoven om deze te gebruiken. Het is niet wenselijk dat door een gebrek aan investeringen, bewoners meer gebruik gaan maken van de auto en op die manier zelfs de voorzieningen in de gemeente Voorst overbelasten.

Bereikbaarheid fiets

Invloed varianten: De varianten variëren niet in de route en manier van ontsluiting, beide richten zich op ontsluiting via de gemeente Voorst, het ontzien van de wijk de Hoven, en hebben beide een synergie met de realisatie van de 3e brug voor ontsluiting met de stad Deventer voor autoverkeer. De toegenomen drukte bij Variant B kan wel zorgen voor extra drukte op de toegangswegen in de gemeente Voorst, al hangt dit ook sterk af van het te realiseren voorzieningen niveau op het Stadsland zelf. Waardevolle ruimte Relevantie: Dit thema is zeer relevant omdat het Stadsland een grote cultuurhistorische waarde heeft. Vanuit het DNA van Deventer is het historisch belang van het open landschap aan de westkant van de IJssel. Het gebied wordt al tientallen jaren (sinds het binnendijks is gemaakt) beheert met oog voor natuur, landschap en recreatie.

98 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

Tabel 7.7 Kansen en risico’s voor het thema Waardevolle Ruimte Aspect

Kansen (Positieve Kenmerken en Potentieel)

Landschap en cultuur historie

De ontwikkeling van het gebied in combinatie met de bypass biedt ook kansen om de cultuurhistorische waarde ervan te behouden bij de realisatie van de bypass.

Risico's en Belemmeringen De ontwikkeling van het gebied Stadsland brengt risico’s met zich mee voor de cultuurhistorische en landschappelijke waarden die het gebied nu kenmerken. De vitale bodem, die een belangrijke drager vormt van soortenrijkdom en duurzame vormen van landbouw zoals de lokale wijngaard, kan verloren gaan door verharding en bouwactiviteiten. Het karakteristieke patroon van hagen, de historische dijkstructuur en de oude loop van de rivier dragen sterk bij aan de herkenbare identiteit van het rivierlandschap, maar staan onder druk bij verdere verstedelijking. Daarmee dreigt niet alleen de ecologische kwaliteit af te nemen, maar ook de leesbaarheid van het traditionele IJssellandschap dat historisch zo verweven is met de stad Deventer.

Invloed varianten: Het is zeer afhankelijk van de precieze locatie van de bypass, in hoeverre dit invloed heeft op het bestaande landschap van het Stadsland. Dit is dan ook weer bepalend voor eventuele woningbouw opgaven.

7.2.3

Conclusie Stadsland

Stadsland is vanuit het perspectief ‘’Fijn wonen’’ en ‘’gezonde leefomgeving’’ een zeer positieve ontwikkellocatie, en daarmee ook de meest ideale locatie om te ontwikkelen in de omgevingsvisie. De nabijheid tot de binnenstad op een relatief beschutte locatie weg van doorgaande verkeersroutes, betekenen dat er een fijn woonklimaat ontstaat. De nabijheid van de IJssel beperkt ook de toegenomen invloed van klimaatverandering en zorgt voor een prettig uitloopgebied. Wel gaat er bij bebouwing een gebied met hoge natuurwaarden en veel waardevolle ruimte verloren. Ook zal dit waarschijnlijk negatieve invloed hebben op de biodiversiteit en de instandhouding van het Natura 2000 gebied Rijntakken. Er is ook risico op hoge grondwaterstanden, waar in het bouwprogramma rekening mee gehouden moet worden.

99 | 115 Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16195260/1