2025-920-bijlage-142929 25-017.048 rep final OER Rapportage
Tekst van het document
De sociale veiligheid blijft eveneens matig, met lokaal verschillen in veiligheidsbeleving en leefbaarheid (zie paragraaf 4.4) Tegelijkertijd neemt het passende woningaanbod af, waardoor sommige groepen moeilijker een geschikte of betaalbare woning kunnen vinden. Het voorzieningenaanbod blijft breed en goed bereikbaar, terwijl de mogelijkheden voor recreatie lokaal toenemen, vooral in groene en waterrijke delen van de stad. De bereikbaarheid verandert: per auto neemt deze af door toenemende verkeersdrukte en ruimtelijke beperkingen, terwijl het openbaar vervoer redelijk functioneert maar niet voor alle inwoners toereikend is. De fiets blijft een belangrijk en goed toegankelijk vervoermiddel, met een fijnmazig netwerk dat de meeste voorzieningen en woongebieden verbindt. Economische omgeving De economische omgeving van Deventer blijft in 2040 over het algemeen dynamisch, maar staat onder toenemende druk van ruimtelijke en infrastructurele beperkingen. Er is nog voldoende, maar beperkte capaciteit op het energienetwerk, en door de traagheid van de verzwaring blijft de situatie krap. Het aantal beschikbare vestigingslocaties blijft matig, terwijl het vestigingsklimaat juist sterk is, waardoor de vraag naar bedrijfsruimte hoog blijft. Deze spanning kan leiden tot ruimtelijke concurrentie tussen economische functies en andere maatschappelijke opgaven.
27 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Het landbouwareaal neemt af door de groeiende vraag naar ruimte voor stedelijke ontwikkeling, klimaatadaptatie en de energietransitie. Tegelijkertijd komt de drinkwatercapaciteit meer onder druk te staan door de effecten van klimaatverandering en een toenemende vraag. De circulariteit van de economie neemt weliswaar iets toe, onder meer door regionale initiatieven en beleid gericht op hergebruik van grondstoffen, maar de huidige situatie is nog zwak. Ook in 2040 is nog geen sprake van een volledig circulaire economie, en blijft het potentieel grotendeels onbenut.
4.4
Gebiedsgerichte inzichten over huidige staat van de leefomgeving in Deventer
De ontwerp-omgevingsvisie wordt ook opgesteld met een afwegingskader dat specifiek is voor verschillende deelgebieden in Deventer. Om de beoordeling van de gemaakte keuzes goed te kunnen onderbouwen, is het ook van meerwaarde om specifiek te kijken naar welke uitdagingen er spelen in verschillende wijken van Deventer. Met deze informatie kan door de gemeente worden geduid of haar beleid voldoende focus aanbrengt op de juiste aspecten binnen een deelgebied in de ontwerp-omgevingsvisie. De inzichten in deze tabel gaan met name over de huidige staat van de leefomgeving. Op gebiedsniveau verwachtingen maken voor de referentiesituatie richting 2040 is complex en kan erg speculatief zijn. Wel bieden de inzichten een goed beeld van de huidige uitdagingen, en kan in veel gevallen worden aangenomen dat deze uitdagingen zich niet autonoom vanzelf laten oplossen.
Tabel 4.4 Gebiedsgerichte overwegingen over de leefomgevingsaspecten Indicator
Opvallend thema (en in welke buurt/wijk/ omgevingsvisie deelgebied)
Ervaren Gezondheid.
In de Rivierenwijk en Keizerslanden is de goed ervaren gezondheid lager dan 60 %, wat de laagste categorie is en ver onder het gemeentelijke gemiddelde van 69,6 % ligt. Er is ook soms een groot lokaal contrast. Keizerslanden wordt gekenmerkt door sterke interne verschillen. Het Rollecatekwartier in Keizerslanden wordt beschreven als een van de beste buurten van Deventer op alle aspecten van gezondheid. De koppeling met sociaaleconomische-status (SES) en ervaren gezondheid is hier duidelijk.
Broze gezondheid onder ouderen.
De Deltabuurt in de Rivierenwijk scoort bijzonder opvallend op dit punt. Hoewel deze wijk relatief weinig 65-plussers heeft (slechts 7 % tegenover 18 % in heel Deventer), heeft 45 % van hen een zeer broze gezondheid, waar het Deventerse gemiddelde 31 % is. De Deltabuurt scoort fysiek, psychologisch en sociaal het slechtst van Deventer voor 65-plussers. Er is een correlatie tussen deze statistiek en de grotere groep inwoners van buitenlandse afkomst Er is aangetoond dat ‘migrantenouderen’ meer gezondheidsproblemen hebben, deels door structureel lager inkomen, taalproblemen, een hogere kwetsbaarheid voor sommige aandoeningen, en heimwee1. De buurt Tuindorp (dat tot Keizerslanden behoort) scoort verder tegenovergesteld van het nabijgelegen Rollecatekwartier, en behoort tot de minst positief scorende buurten op veel gezondheidsindicatoren. Ongeveer 40 % van de 65-plussers in Tuindorp heeft een zeer broze gezondheid, wat significant hoger is dan het Deventerse gemiddelde van 31 %.
Beweegrichtlijnen
In zowel het centrum als in het landelijk gebied zelf wordt er door de inwoners het meeste bewogen. In de zone ertussen, 'groenstedelijk wonen' en ‘suburbaan wonen’, is er duidelijk een daling. Dit kan worden verklaard door dat er in zowel het centrum als in het buitengebied meer prikkels zijn om te bewegen, of dat de bevolking die er woont hoort bij groepen die meer bewegen. In het buitengebied is bewegen meer uitnodigend vanwege de beschikbare open ruimte in een interessant landschap met landgoederen en natuurlijke structure, en in het centrum vanwege de relatieve autoluwe omgeving (waar ook relatief veel jongeren zonder auto zullen wonen). Op buurtniveau is er ook een correlatie tussen welvaart en beweging. Bijvoorbeeld, de buurt Rollecatekwartier in Keizerslanden is op alle aspecten van gezondheid een van de beste buurten van
1
CBS (2022) Longread: Migrantenouderen in Nederland, een beschrijvende analyse van de leefsituatie van ouderen uit de 20 grootste herkomstgroepen.
28 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Indicator
Opvallend thema (en in welke buurt/wijk/ omgevingsvisie deelgebied) Deventer, terwijl het nabijgelegen tuindorp het tegenovergestelde is (hoort op veel gezondheidsindicatoren bij de minst positief scorende buurten). De nabijheid van deze buurt tot de binnenstad bevordert ook verder de prikkel tot bewegen, in tegenstelling tot welvarende buurten verder van het stadscentrum, die iets lager scoren dan het Rollecatekwartier
Sociale veiligheid en misdrijven.
De Rivierenwijk en Keizerslanden springen negatief uit met een hoger aantal misdrijven relatief aan het aantal inwoners. Hierbij moet wel vermeld worden dat alle criminaliteit op het naastgelegen bedrijventerrein meegeteld wordt in de statistieken. De foto van de leefomgeving liet zien dat gevoelens van onveiligheid in Deventer gemiddeld zijn ten opzichte van Nederland in het algemeen. Stedelijke gebieden worden over het algemeen als onveiliger ervaren. Dat komt natuurlijk doordat een groter aantal mensen in een kleiner oppervlak ervoor zorgt dat meer mensen worden blootgesteld aan de gevolgen van criminaliteit. Sociale problematiek (wat ten grondslag ligt aan veel misdrijven) concentreert zich ook vaak in bepaalde wijken van grote en middelgrote steden, en Deventer is hier geen uitzondering in. Criminaliteit concentreert zich in het centrum, wat niet verassend is gezien dit het centrum is van lokale bedrijvigheid en sociale activiteit. Opvallender is het hogere aantal misdrijven (relatief aan het aantal inwoners) in de wijken Keizerslanden en de Rivierenwijk. Met name de Rivierenwijk springt er hier negatief uit, maar daar moet bij vermeld worden dat ook alle criminaliteit op het bedrijventerrein hierbij geteld wordt. Er is dus geen directe reden om aan te nemen dat Keizerslanden significant afwijkt van andere vergelijkbare wijken in Nederland.
Tenslotte, het is ook opvallend dat er in Colmschate Zuid (35) meer misdrijven plaatsvinden per 1000 inwoners dan in Colmschate Noord (23 per 1000 inwoners). Vaak kan men een correlatie vinden tussen het algemeen welvaartsniveau, maar Colmschate Zuid is juist gemiddeld rijker (hogere inkomens, lager percentage armoede).
Geluid, geur en luchtkwaliteit.
De Rivierenwijk heeft te maken met een hogere milieudruk door nabijheid van het industrieterrein Bergweide en Kloosterlanden. Dit leidt tot een hogere blootstelling aan via de lucht uitgestoten schadelijke stoffen. De nabijheid van met name de asfaltcentrale wordt als onprettig ervaren, mede doordat deze centrale de normen voor uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht in het verleden heeft overtreden. Het cumulatieve milieugezondheidsrisico is groter in gebieden met hogere lokale milieudruk. Met name in de buurt van de industrieterreinen op bergweide en kloosterlanden is de druk hoger, net als bij woningen die grenzen aan de drukke radiaalwegen in de stad. Lokaal betekent dit dat met name het compacte tuindorp te maken heeft met een hogere milieudruk. Dit speelt vooral in de Rivierenwijk, waar men dichtbij het industriegebied (hogere blootstelling aan via de lucht uitgestoten schadelijke stoffen) woont én wordt omgeven door de N344, de Amstellaan en de spoorweg (hoge geluidsbelasting). Er zijn in de Rivierenwijk wel een aantal groene buffers aangelegd tussen de woningen en de N344, wat het risico op overlast verlaagt doordat er hierdoor weinig woningen direct dichtbij de N344 staan. Aan de spoorwegzijde is de geluidsbelasting naar verwachting wel hoog, en dat zal ook in de referentiesituatie met het drukke spoor zo blijven.
Voorzieningen en infrastructuur.
De Rivierenwijk en delen van Colmschate is een uitzondering op de voorzieningenkaart voor buurtcentra en valt in een 'witte vlek' op de kaart (vanaf de Rivierenwijk tot aan Colmschate). Dit betekent dat er in vergelijking veel minder buurtcentra zijn per aantal inwoners en de afstand tussen inwoners en deze buurtcentra veel hoger is. Ook in de relatief nieuwe wijk Colmschate Vijfhoek is er voor de grote oppervlak geen groot aantal buurtcentra. Dit is deels te verklaren door de opzet van de wijk, waarbij alle voorzieningen zijn gecentraliseerd op 1 centraal punt. De afstand tussen voorzieningen en woningen is in Colmschate Vijfhoek groter dan in de gemiddelde Deventerse wijk.
Waterveiligheid
Samen met Bergweide heeft de Rivierenwijk een hoog risico op zeer hoge waterdieptes bij een dijkdoorbraak.
Hittestress
Het stedelijk hitte eiland effect (UHI, urban heat island) is een maat voor waar in de stad de gevoelstemperatuur het meest stijgt relatief aan de gemiddelde temperatuur in Nederland, als gevolg van stedelijke verharding. Deventer in het algemeen heeft niet zulk een groot UHI als sommige andere grote Nederlandse steden, door de invloed van de IJssel en nabijheid van stedelijke groengebieden. Hierdoor is het UHI in Deventer niét het sterkst in het centrum (wat in veel radiaalsteden in Nederland wel zo is), maar in de schil net daarbuiten. Dit wordt in de omgevingsvisie ook herkend, waarbij deze wijken als 'compact stenig karakter met smalle straatprofielen, hoge bebouwingsdichtheid en beperkt groen'.
29 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Indicator
Opvallend thema (en in welke buurt/wijk/ omgevingsvisie deelgebied) Het meest opvallend is het 'hitte eiland' in de Oosterstraat, Burgemeesterstraat en Rielerweg West buurten (noordzijde van het station). Het verkoelende effect van stedelijk groen is ook goed zichtbaar in de kleine moderne buurt aan de Verlengde kazernestraat. Deze buurt valt op als 'koele oase' in de brede strook van warmte in de schil rondom het centrum. Tenslotte, het deelgebied 'suburbaan wonen' omvat ook de wijken Colmschate zuid en noord. Er is hier een duidelijk verschil, waarbij in Colmschate Zuid een merkbaar hitte eiland effect optreedt wat in 'Noord' nauwelijks optreedt. Deze wijken zijn niet fundamenteel anders ingericht qua ruimte en groen, maar het effect van water is zichtbaar. In Colmschate Noord zijn er meer waterlopen die het gebied doorsnijden, en lijkt de nabijheid van de Douwelerkolk en het grote landgoed ten westen in het algemeen een positief effect te hebben. In 'Zuid' is deze mitigerende factor er niet. Dit laat zien wat het belang van open water en open groen kan zijn voor het aspect hittestress op buurtniveau.
Bodem, ondergrond en grondwater.
Dit is op lokaal niveau een leemte in kennis. Informatie over bodemverontreinigingen is niet publiek beschikbaar op gemeentelijk niveau, dus kan niet lokaal worden beoordeeld. Dit zal bij gebiedsontwikkelingen afzonderlijk moeten worden beoordeeld. Grondwaterkwaliteit wordt niet op lokale schaal gemeten. Wel is relevant dat ten noorden van Schalkhaar een grondwaterbeschermingsgebied is, en het geplande woongebied Baarlerhoek kruist hier deels overheen.
Grondwater, wateroverlast en droogte.
In het algemeen aangaande grondwater: Deventer is gebouwd op een aantal rivierduinen. Dit betekent dat de oude centrale delen van de stad significant hoger liggen dan het buitengebied. Als gevolg zijn gemiddelde grondwaterstanden in de stad Deventer lager. Vrijwel alle stedelijke deelgebieden en de nabijgelegen dorpen Schalkhaar en Diepenveen hebben hierdoor in de zomer te maken met lage grondwaterstanden. Ook Bathmen en Okkenbroek zijn op hoger gelegen gebieden gebouwd. Veel agrarische gebieden tussen de kernen liggen significant lager. Veel van buitenrand (Colmschate Vijfhoek, maar ook de bestaande stadsrand van Schalkhaar) liggen reeds tegen de randen van het 'droge gebied' aan. Een tweede relevante indicator hiervoor is het waterbergend vermogen van de bodem. Dit laat zien hoeveel regenwater in de bodem kan worden opgeslagen in de onverzadigde laag. De contouren van de huidige stad volgen hier al het gebied met de hoogste waterbergingscapaciteit (Over het algemeen meer dan 250 mm, en tot 2500 mm op de hoogste plekken). Er zijn gebieden aan de noordoost kant van de stad met minder dan 250mm of zelfs minder dan 100 mm waterbergend vermogen in de bovengrond. De contour van de Deventer stad is reeds gegroeid tot aan het einde van de rivierduinen en soms daaroverheen.
Dat betekent dat verdere uitleglocaties naar het noorden en westen worden gebouwd op gronden met gemiddeld hogere grondwaterstanden. Het vastgestelde woongebied Wechelerhoek en het geplande woongebied Baarlerhoek zijn beiden gepland op lager gelegen gebied dan de omliggende wijken/dorpen (Schalkhaar en Colmschate Vijfhoek). Dat dit problematisch kan zijn, komt tot uiting in zoeklocatie 'Vijfhoek zuidoost' uit de omgevingsvisie. Deze zoeklocatie ligt tegen de Gooiersmars aan, wat het brongebied is van de zandwetering. Deze kwellocatie is een van de natste gebieden in de gemeente, met daarmee ook zeer hoge grondwaterstanden en nauwelijks tot geen hydrologische droogte. Er bestaat nog onzekerheid over de overstromingskans van het gebied rondom de Ijssel. Er is een reservering voor een extra bypass van de IJssel nabij Deventer, welke deels over Deventers grondgebied loopt (over de ontwikkellocatie stadsland). Rijkswaterstaat heeft nog geen zekerheid gegeven over de planning of exacte locatie van deze bypass wat ook aangeeft dat nog niet duidelijk is wat de precieze overstromingskans is en wat er nodig is om Deventer en ook andere gemeenten rondom de IJssel te beschermen tegen hoogwater.
Biodiversiteit
De algemene soortendiversiteit is het grootst rondom de natuur van het Rivierenlandschap. Het Stadsland behoort bij het rivierenlandschap en deelt in de hoge soortendiversiteit. Ook in het algemeen is er een hoge diversiteit in het stedelijk gebied, als men dat vergelijkt met pure landbouwgebieden. Verder van de IJssel (in de oude randwijken rondom de binnenstad) neemt de soortendiversiteit af, om weer toe te nemen in het stedelijk groengebied en de ruim opgezette buitenwijken. Het landelijk gebied van Deventer kenmerkt zich door een relatief hoge soortendiversiteit in vergelijking met enkele landelijke omliggende gemeenten Olst-Wijhe en Raalte. Het kleinschalige landschap met landgoederen en bospercelen beschermt ook de soortendiversiteit van de weilanden daar tussen. Ook opvallend is een 'corridor' van hogere diversiteit rondom het Overijssels kanaal tussen Raalte en
30 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Indicator
Opvallend thema (en in welke buurt/wijk/ omgevingsvisie deelgebied) Deventer. Hier is het waarnemerseffect wel een risico. De landgoederen en aanverwante kleinschalige landschappen maken het buitengebied van Deventer aantrekkelijk voor natuurrecreatie. Datzelfde geldt voor de cultuurhistorische waarde van het Stadsland in nabijheid van de kernen van Twello en Deventer, waardoor het een geliefde uitlooplocatie is. Het gebied ten noorden van de gemeentegrens (het buitengebied van Olst-Wijhe) heeft waarschijnlijk niet dezelfde aantrekkingskracht en daarmee minder waarnemers. Het grote verschil tussen het buitengebied van Deventer en dat van Olst-Wijhe lijkt zonder een waarnemerseffect niet geheel verklaarbaar.
Insectendiversiteit
De insectendiversiteit vertoont niet geheel hetzelfde patroon ten opzichte van de algemene soortendiversiteit. Het centrum van de stad en de IJssel zijn hier niet langer de gebieden met hoge biodiversiteit. De voorstad en andere oude 'stenige' wijken hebben de minste insecten biodiversiteit, waarschijnlijk ook gekoppeld aan het weinige groen in deze wijken. De hoogste insectendiversiteit is gecorreleerd met bosgebieden die aan de rand van de stad liggen. De diversiteit neemt in het landelijk gebied weer af naarmate het landschap meer open wordt, de percelen groter, en het aantal groen elementen kleiner. Ook is duidelijk dat de relatief open inrichting van het Zandweteringpark (waarbij geen hoge bomen mogelijk zijn) niet optimaal lijkt te zijn voor de insectendiversiteit. Bij de inrichting van de groenzone tussen Schalkhaar en het reeds vastgestelde Wechelerhoek zal dezelfde uitdaging ontstaan. Verder zou een verkabeling van deze hoogspanningsverbinding een meer natuurlijke ontwikkeling van het zandweteringpark mogelijk maken, wat positief zou zijn voor de algemene biodiversiteit.
Waterkwaliteit
Opvallend is de slechte beoordeling van de Soestwetering in noordoost Deventer. Deze waterloop staat al lange tijd op de radar van het waterschap als problematisch.
Cultuurhistorische erfgoed
Deventer heeft landgoederen in en direct rondom de stad. Deze zijn beeldbepalend en aantrekkelijk. Wel zorgen ze ervoor dat de stad hier als het ware 'omheen' is gegroeid, en dat zal door blijven gaan in de toekomst. Het uitloopgebied Stadsland heeft ook een hoge cultuurhistorische waarde, sinds het binnendijks is komen te liggen is het duurzaam beheerd en het heeft altijd een unieke status gehad als het open landschap aan de andere kant van de IJssel. Schalkhaar, Diepenveen en Bathmen hebben kenmerkende dorpsgezichten. Ook hebben Schalkhaar en Diepenveen hun dorpse karakter behouden. Colmschate, in tegenstelling, heeft dat karakter niet behouden. Uniek aan Deventer is het behoud van sommige dorpsgezichten. Met de realisatie van Wechelerhoek zal Schalkhaar als dorp bijna volledig omgeven zijn door Deventerse woonwijken. Daarmee lijkt Deventer meer en meer op een typische west Nederlandse agglomeratie zoals Rotterdam, waarbij oude dorpen langzaam zijn opgeslokt, met een kleine groene buffer tussen het dorp en de stedelijke wijken die de eigen identiteit behouden.
Sociale samenhang.
De sociale samenhang is grootst in de kleine dorpen en buurtschappen in het buitengebied. Daarnaast is deze ook hoog in de grotere dorpen (Schalkhaar, Bathmen, Diepenveen). De sociale samenhang is het kleinst in het stedelijk gebied, zowel in het centrum en het compact tuindorp, als in de nieuwe wijken. De redenen hiervoor zullen wel uiteenlopen; in het centrum en de oude wijken is er beperkte samenhang door het samenkomen van verschillende groepen mensen, die wel met elkaar samenhang vertonen maar niet tussen elkaar. In de nieuwe wijken is de 'sociale omgeving' vaak nog relatief jong, en sub-urbaan leven is in het algemeen gecorreleerd met een lagere sociale samenhang dan een oud dorp met een langere familie historie.
Sociaal economische status.
De inwoners van de gemeente Deventer hebben over het algemeen een hogere sociaaleconomische status (SES-WOA) dan vergelijkbare steden qua grootte in Nederland. SES-WOA bestaat uit Welvaart, Opleiding en Arbeidsmarktpositie. Lokaal is zichtbaar dat de er heel hoge SES-WOA is in het buitengebied, de buitenwijken en dorpen. Deventer is geen homogene gemeente, met zowel een stedelijke kern, grote dorpen en een groot buitengebied. Daarmee krijgt Deventer ook een gemiddeld hogere status door de welvarende dorpen en het welvarende buitengebied, tegenover steden die niet zulke dorpen hebben of een kleiner buitengebied. Concreet, de laagste SES scores zijn te vinden in het centrum en de wijken in de schil daaromheen (Het compact tuindorp). In het centrum is de score licht negatief, terwijl in het compact tuindorp de score nog een gradatie lager is. Welvaart en opleiding is bij inwoners in het compact tuindorp duidelijk lager.
31 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Indicator
Opvallend thema (en in welke buurt/wijk/ omgevingsvisie deelgebied) In het centrum is er een meer wisselend beeld, doordat hoogopgeleide, welvarende stadsinwoners zich mengen met lager opgeleide, armere inwoners.
Passend woning aanbod.
De informatie uit de ArcGIS ® Foto van de Leefomgeving gaf aan dat Deventer een woondruk index heeft van 96, wat betekent dat er geen krapte zou zijn. Dit is echter gebaseerd op oude data (van 2022 en eerder), en strookt niet met de realiteit van de krappe woningmarkt en stijgende woningprijzen, wat zich ook in Deventer afspeelt. Een andere manier om na te gaan wat de woondruk is, is om Deventer aandeel van het landelijke woningtekort te berekenen, en daarmee de benodigde autonome groei om dit tekort op te lossen. In dat geval is de vraag naar woningen tot en met 2040 tussen de 6000 en 7000 woningen (autonome groei).
Voorzieningen
In vrijwel alle wijken liggen belangrijke voorzieningen gemiddeld niet op een grote afstand liggen (onder of rond 1,0 km). Echter zijn er wel een aantal uitzonderingen: in De Hoven is de gemiddelde afstand tot een huisartsenpraktijk 3,0 km en verder is de afstand tot belangrijke voorzieningen in de wijken (buurtschappen) Okkenbroek en Lettele significant hoger vergeleken met andere wijken. De voorzieningenkaart voor buurtcentra laat zien dat het centrum en de wijken daar direct omheen veel buurtcentra hebben die bijna alle wijken bedienen. De uitzondering hierop is de rivierenwijk. Verder naar buiten, hebben de dorpen allen hun eigen buurtcentra, waar door het dorpse karakter ook een grote saamhorigheid heerst. De 'witte vlek' op de kaart bevindt zich vanaf de rivierenwijk richting het oosten tot aan het buurtcentrum in Colmschate. In de hele oostkant van de stad zijn naar vergelijking veel minder buurtcentra per aantal inwoners, en is de afstand tussen inwoners en deze buurtcentra ook veel hoger.
Mobiliteit
In het algemeen geldt in Deventer dat, door de centrale ligging van het station en het busstation, zowel het centrum als de directe schil daaromheen goed bereikbaar is met het OV. De nabijheid van centrale voorzieningen en bestaande fietspaden onder het spoor door zorgen voor een goede bereikbaarheid per fiets en te voet. Deventer wil een 15 minuten stad worden, en dat lukt in deze gebieden.
Bereikbaarheid auto.
Er zijn parkeerproblemen in de oude, vooroorlogse wijken die niet zijn ingericht op hedendaagse grote auto's of meerdere auto's per gezin. Ook is er daarmee een conflict tussen de vraag om parkeerruimte en de vraag om vergroening van de wijk om hittestress tegen te gaan. Dit is geen uniek Deventers probleem, veel steden en dorpen in Nederland met vergelijkbare wijken hebben dit probleem. De trend in de autonome ontwikkeling (grotere, zwaardere auto's, en een afname van de beschikbaarheid van openbaar vervoer) zijn niet bevorderlijk voor de toepassing van het STOMP principe. Dat betekent dat een gemeente zonder actieve sturing, vragen blijft krijgen voor het vergroten van parkeerruimte in oude wijken met veel huizen zonder eigen oprit (wijken met voornamelijk straatparkeren). Dit zijn ook de wijken met in de regel de hoogste hittestress.
Bereikbaarheid voorzieningen.
Vanuit alle wijken zijn via de radialen voorzieningen goed te bereiken. Ook zijn er busverbindingen voor die langs centrale voorzieningen rijden. Opvallend wordt wel de positie van het dorp Schalkhaar, wat een goede centrale locatie is voor voorzieningen voor (nieuwe) wijken hier omheen, maar wat niet is ingericht voor heel veel verkeer daar naar toe vanuit alle wijken er om heen. Vanuit het buitengebied is de bereikbaarheid wel een stuk lager, ook omdat het openbaar vervoer met name richting de Noordkant (richting Olst-Wijhe) onder druk staat.
32 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
5 OMGEVINGSEFFECTEN VAN DE ALTERNATIEVEN Dit hoofdstuk beschrijft de omgevingseffecten van de verschillende de alternatieven door de bijbehorende beleidsmaatregelen te beoordelen op kansen en risico’s. Dit gebeurt aan de hand van een effectbeoordeling op de 12 thema’s, die weer onderverdeeld zijn in aspecten. Het hoofdstuk start met een samenvattende tabel van deze effectbeoordeling. Vervolgens wordt per alternatief een Rad van de Leefomgeving met toelichting gepresenteerd, waarmee de scenario’s kunnen worden vergeleken met de huidige situatie en de referentiesituatie. In bijlage II zijn per aspect de effecten van de bijbehorende maatregelen op de beleidsthema’s uiteengezet in tabellen. De 12 thema’s en bijbehorende aspecten zijn te vinden in het Rad van de Leefomgeving te zien in onderstaande afbeelding 5.1. Afbeelding 5.1 Illustratieve weergave van het rad van Deventer
33 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
5.1
Samenvattende tabel effectbeoordeling alternatieven
In onderstaande tabel zijn drie verschillende beoordelingen te vinden. De column ‘beoordeling huidige situatie’ beschrijft de huidige situatie van elk aspect, waarbij wordt aangegeven in welke staat het aspect zich op dit moment bevindt. Vervolgens schetst de column ‘beoordeling autonome ontwikkeling’ de referentiesituatie, waarin is aangegeven hoe dit aspect zich naar verwachting ontwikkelt richting 2040. Hierbij is rekening gehouden met landelijke en natuurlijke trends, evenals met autonome ontwikkelingen die voortvloeien uit de uitvoering van het huidige beleid. Tot slot zijn de alternatieven beoordeeld in de columns ‘alternatief 1A, 1B, 2A, 2B’ op basis van de verwachte effecten van de bijbehorende maatregelen. De beoordeling geeft aan in hoeverre deze maatregelen kansen bieden of risico’s met zich meebrengen voor het verbeteren of verslechteren van het aspect. Deze beoordeling wordt uitgedrukt in termen van zeer negatief, negatief, neutraal, positief of zeer positief. Het is daarbij belangrijk om te benadrukken dat een positieve beoordeling niet betekent dat de staat van een aspect dan als goed beoordeeld is, maar dat er kansen zijn om het verder te verbeteren. Omgekeerd wijst een negatieve beoordeling niet per se op een slechte situatie, maar op het risico dat de toestand verslechtert.
Dit heeft gevolgen voor de interpretatie: wanneer een aspect momenteel al in een gunstige staat verkeert, zijn de kansen op verdere verbetering vaak beperkter. Daarentegen kunnen bij een slechter beoordeeld aspect de maatregelen juist meer potentieel hebben om verbetering te realiseren.
Tabel 5.1 Samenvatting huidige situatie en referentiesituatie, en de beoordeling van de alternatieven Beoordeling huidige situatie
Beoordeling autonome ontwikkeling
Alternatief 1A
Alternatief 1B
Alternatief 2A
Alternatief 2B
Perspectief
Thema
Aspecten
Veilige en gezonde fysieke leefomgeving.
Gezonde leefomgeving.
Ervaren gezondheid.
Overwegend goed.
Matig
Neutraal
Zeer positief.
Neutraal
Positief
Gezonde leefstijl.
Redelijk
Matig
Neutraal
Positief
Neutraal
Positief
Geluid
Overwegend goed.
Redelijk
Neutraal
Positief
Negatief
Negatief
Luchtkwaliteit
Overwegend goed.
Overwegend goed.
Neutraal
Positief
Negatief
Negatief
Geur
Redelijk
Redelijk
Neutraal
Positief
Negatief
Negatief
Redelijk
Matig
Negatief
Zeer positief.
Neutraal
Positief
Hittestress
34 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Perspectief
Beoordeling autonome ontwikkeling
Alternatief 1A
Alternatief 1B
Alternatief 2A
Alternatief 2B
Aspecten
Beoordeling huidige situatie
Straling
-
-
Neutraal
Neutraal
Neutraal
Neutraal
Matig
Redelijk
Positief
Zeer positief.
Neutraal
Positief
Externe veiligheid.
Overwegend goed.
Redelijk
Negatief
Positief
Negatief
Neutraal
Verkeersveiligheid
Overwegend goed.
Goed
Positief
Positief
Neutraal
Neutraal
Klimaatneutraal
Broeikasemissies
Redelijk
Redelijk
Positief
Positief
Negatief
Neutraal
Natuurlijke systemen.
Bodem & ondergrond.
Redelijk
Redelijk
Neutraal
Positief
Negatief
Positief
Grondwater
Matig
Redelijk
Positief
Positief
Neutraal
Positief
Oppervlaktewater
Matig
Redelijk
Positief
Positief
Negatief
Positief
Wateroverlast & droogte.
Redelijk
Matig
Positief
Zeer positief.
Negatief
Positief
Biodiversiteit
Matig
Matig
Negatief
Positief
Negatief
Positief
Natuurgebieden
Redelijk
Matig
Positief
Positief
Zeer negatief.
Negatief
Waardevolle landschappen.
Overwegend goed.
Overwegend goed.
Negatief
Positief
Zeer negatief.
Negatief
Kwaliteit openbare ruimte.
Overwegend goed.
Goed
Positief
Positief
Negatief
Positief
Cultuurhistorie, erfgoed en archeologie.
Goed
Goed
Neutraal
Positief
Negatief
Neutraal
Sociale samenhang
Matig
Matig
Positief
Positief
Positief
Positief
perceptie van levenskwaliteit
Goed
Overwegend goed.
Positief
Positief
Neutraal
Zeer positief.
Thema
Veilige leefomgeving.
Goede omgevingskwaliteit.
Gezonde natuur
Waardevolle ruimte.
Woonomgeving
35 | 62
Welzijn
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Waterveiligheid
Perspectief
Thema
Beoordeling autonome ontwikkeling
Alternatief 1A
Alternatief 1B
Alternatief 2A
Alternatief 2B
Aspecten
Beoordeling huidige situatie
inclusiviteit
redelijk
redelijk
positief
positief
positief
positief
matig
matig
neutraal
zeer positief
negatief
positief
redelijk
matig
negatief
negatief
positief
positief
overwegend goed
overwegend goed
positief
zeer positief
neutraal
positief
redelijk
overwegend goed
positief
zeer positief
positief
positief
redelijk
redelijk
positief
zeer positief
positief
positief
bereikbaarheid auto
goed
redelijk
negatief
negatief
positief
negatief
bereikbaarheid OV
redelijk
redelijk
positief
positief
positief
zeer positief
bereikbaarheid fiets
goed
goed
positief
positief
positief
zeer positief
energienetwerk
redelijk
redelijk
neutraal
positief
neutraal
positief
vestigingsklimaat
overwegend goed
overwegend goed
positief
neutraal
zeer positief
neutraal
matig
overwegend goed
negatief
positief
positief
positief
landbouwareaal
overwegend goed
redelijk
negatief
negatief
zeer negatief
zeer negatief
werkgelegenheid
goed
goed
positief
positief
positief
positief
verdienmogelijkheden
redelijk
redelijk
positief
positief
zeer positief
zeer positief
goed
overwegend goed
neutraal
positief
negatief
negatief
sociale veiligheid Fijn wonen
passend woningaanbod voorzieningenaanbod recreatie
Bereikbaar
Economische omgeving.
Ruimte voor werken.
modal split
vestigingslocaties
economisch vitaal
natuurlijke hulpbronnen
36 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
drinkwater
Perspectief
37 | 62
Thema
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Beoordeling huidige situatie
Beoordeling autonome ontwikkeling
Alternatief 1A
Alternatief 1B
Alternatief 2A
Alternatief 2B
minerale & fossiele grondstoffen
matig
redelijk
positief
zeer positief
positief
zeer positief
circulariteit
slecht
matig
neutraal
positief
neutraal
positief
Aspecten
5.2
Rad van de Leefomgeving per alternatief
In de volgende paragrafen worden per alternatief de omgevingseffecten getoond op de 12 verschillende omgevingsthema’s. Hiervoor is het rad van de leefomgeving gebruikt (zie Paragraaf 3.2 Beoordelingsmethode). In de beoordeling in het rad zijn verschillen tussen wijken en gebieden in Deventer niet beoordeeld, maar Deventer als geheel. Dit betekent dat er niet op wijk/gebiedsniveau wordt weergegeven waar de knelpunten zitten.
5.2.1
Alternatief 1A
Toelichting Onder alternatief 1A wordt uitgegaan van een voortzetting van al het bestaande beleid met een ambitie van 8000 woningen bouwen. Deze ambitie ligt in lijn met de autonome ontwikkeling die reeds is ingezet. Deze beperkte ambitie voor woningbouw zorgt ervoor dat de gemeente ruimte krijgt om haar reeds vastgestelde ambities op al haar beleidsthema’s te realiseren. Met name op de thema’s welzijn, klimaat, natuurlijke systemen en economisch vitaal biedt dit een positief beeld met alleen kansen tot verbetering, en geen noemenswaardige risico’s op verslechtering ten opzichte van de autonome situatie. Daar moet wel bij worden gesteld dat de impact van de verbetering op met name het thema ‘klimaatneutraal’ beperkt is. Ook is niet de verwachting dat de staat van de natuur een (overwegend) goede staat behaald; uitvoering van het beleid zorgt er voor dat de huidige situatie wordt beschermd, maar niet verbetert. De grootste uitdagingen voor de natuur (stikstof, biodiversiteitsverlies) blijven aanwezig doordat de gemeente niet actief stuurt op transitiemaatregelen naar natuur inclusieve (land)bouw.
38 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
De werkgelegenheid en verdienmogelijkheden nemen toe, doordat er onder het huidige beleid naar mogelijkheden wordt gezocht om bedrijven meer ruimte te geven en meer banen te creëren in de stad. Dat wil niet zeggen dat er geen uitdagingen zijn. De ruimte voor werken heeft momenteel meer risico’s dan kansen. Dit komt door beperkte uitbreidingsmogelijkheden op bedrijventerreinen op beperkte vestigingslocaties die in dit alternatief niet worden aangepakt.
5.2.2
Alternatief 1B
Toelichting Alternatief 1B schetst in eerste opzicht een zeer positief beeld. Het vernieuwende beleid met een grotere rol voor de gemeente met focus op duurzaamheid, welvaart en gezondheid in combinatie met geplande verstedelijking zorgt ervoor dat de staat op bijna alle thema’s kan verbeteren ten opzicht van de referentiesituatie. Dit komt doordat de verstedelijking enigszins beperkt blijft. Hierdoor biedt dit alternatief veel ruimte voor ontwikkelingen in groen, voorzieningen en duurzaamheid die een positieve impact hebben op meerdere aspecten. Ten opzichte van de referentiesituatie zijn er nog wel (beperkt) risico’s voor achteruitgang voor drie thema’s (bereikbaar, ruimte voor werken, fijn wonen). De grootste potentieel negatieve impact voor inwoners komt voort uit de verminderde bereikbaarheid voor auto's. Deventer wordt bewust minder toegankelijk voor automobilisten omdat er wordt ingezet op duurzamer vervoer. Dit beleid is een bewuste keuze om de mobiliteit en het vervoer in de stad te verduurzamen. Daarnaast neemt het landbouwareaal enigszins af door beperkte stedelijke uitbreiding en initiatieven voor duurzame energieopwekking. De sterk sturende rol op hóe bedrijventerreinen zich moeten ontwikkelen (inclusief beperkingen op wat men wél en niét wil) zal ook voor veel sectoren beperkingen opleveren.
39 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Deze factoren dragen bij aan een lichte verslechtering van de ruimte voor werken en ruimte voor gangbare landbouw. De (beperkte) groei van 8000 woningen zal het woningtekort niet geheel kunnen opvangen. Hoewel bovengenoemde aspecten enige negatieve gevolgen hebben, is het belangrijk te benadrukken dat Alternatief 1B over het algemeen een grote verbetering biedt ten opzichte van de referentiesituatie en ook de huidige staat. Dit komt door de ruimte voor ontwikkeling die dit alternatief biedt op het gebied van duurzaamheid, vergroening en voorzieningen. Het beleid stimuleert hierdoor een leefomgeving waarin de kwaliteit van leven voor de inwoners aanzienlijk verbetert. Door de focus op duurzame ontwikkeling en verstedelijking, wordt de economische groei verantwoord en toekomstbestendig vormgegeven. Uiteindelijk zorgt Alternatief 1B voor een gezonde en welvarende toekomst voor Deventer. Dit zal dan vooral voordelen opleveren voor de mensen die al in Deventer wonen en recreëren, en voor bedrijven die binnen de duurzame en kleinschalige focus passen. Voor mensen die een woonplaats zoeken en/of bedrijven die ‘buiten scope’ zijn, zijn de kansen in dit alternatief beperkter.
5.2.3
Alternatief 2A
Toelichting Dit alternatief heeft een uitgebreide groei van 20.000 woningen (veel meer dan de geplande verstedelijking). Het huidige beleid van Deventer wordt verder zo veel mogelijk nageleefd. In totaal zijn er op acht thema’s daarmee kansen, maar met name veel risico’s. Dit houdt in dat er zowel verbetering en verslechtering plaats vindt in de leefomgeving op verschillende aspecten. Alleen de thema’s fijn wonen en economisch vitaal laten en gehele verbetering zien ten opzichte van de referentiesituatie. Daarentegen gaan de thema’s waardevolle ruimte en klimaatneutraal in zijn geheel achteruit. Dit komt voornamelijk door de grootschalige stedelijke uitbreiding en het gebrek aan mitigerende maatregelen wat betreft de klimaat doelen en duurzame ambities. De stedelijke uitbreiding heeft ook grote impact op waardevolle ruimte en cultuurhistorie.
40 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Een belangrijke verbetering in dit alternatief is dat de stedelijke uitbreiding het woningtekort zal tegengaan. Uitbreiding van het woningaanbod zorgt voor een betere beschikbaarheid van woningen en verhoogt de voorzieningen en recreatiemogelijkheden, wat bijdraagt aan een verbeterde leefomgeving voor de inwoners van Deventer. Door de uitbreiding van woningbouw en economische activiteiten verbeteren de werkgelegenheid en verdienmogelijkheden aanzienlijk. Wel wordt er in dit alternatief veel ruimte gevraagd voor woningen en bedrijven, wat ten koste zal gaan van veel landbouwareaal of mogelijkheden voor versterking van de natuur en groenfuncties. Het grotendeels vasthouden aan het huidige beleid op de thema’s buiten woningbouw, brengt risico’s met zich mee. Het thema waardevolle ruimte gaat bijvoorbeeld in zijn geheel achteruit. De grootschalige stedelijke uitbreiding leidt tot verlies van waardevolle landschappen en aantasting van cultuurhistorische erfgoed en archeologische gebieden. Dit heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van de waardevolle landschappen in het buitengebied van Deventer. Daarnaast ontstaan risico’s betreft het thema klimaatneutraal: door het gebrek aan effectieve maatregelen om duurzame mobiliteit verder te stimuleren (en in plaats daarvan een nieuwe rondweg te bouwen) is er een groot risico om de klimaatdoelen van de gemeente niet te behalen.
De stedelijke uitbreiding en economische activiteiten leiden tot verhoogde CO2uitstoot, terwijl de inzet op duurzame oplossingen onvoldoende is om dit te compenseren. Hoewel dit scenario zowel positieve als negatieve effecten heeft, biedt het een duidelijke focus op het verbeteren van woonomstandigheden, brede verdienmogelijkheden (zonder veel sturing) en economische vitaliteit, wat een belangrijke bijdrage levert aan de algemene kwaliteit van leven in Deventer. Echter, deze verstedelijking brengt aanzienlijke risico’s met zich mee voor onder nader waardevolle ruimte en de doelstelling betreft klimaat.
5.2.4
Alternatief 2B
41 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Toelichting Alternatief 2B biedt een aanzienlijke groei met 20.000 nieuwe woningen, wat aanzienlijk meer is dan de geplande verstedelijking. Dit alternatief richt zich op een grotere rol voor de overheid in het creëren van een duurzame, welvarende en gezonde samenleving. Hoewel alle 12 thema's voornamelijk positieve verbeteringen laten zien, zijn er zes thema's met gedeeltelijke verslechteringen door ruimtelijke conflicten als gevolg van grootschalige woningbouw. Het scenario combineert geclusterde woningbouw (via meer inbreiding) en energieproductie met groenstructuren en duurzame landbouw. De versterking van groenstructuren en ecologische verbindingen biedt kansen voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en behoud van cultuurhistorische waarden. Hoewel deze investeringen voordelen opleveren, kunnen door grootschalige verstedelijking knelpunten ontstaan met negatieve effecten met name op gezondheid. Grootschalige woningbouw en energieproductie hebben potentieel negatieve effecten op het (stads)landschap en externe veiligheid. De extra focus op energieproductie binnen de gemeente leidt tot risico’s op de aspecten ruimte, landschap, ervaren gezondheid, geluid en geur. De bereikbaarheid per auto wordt negatief beïnvloed door de focus op fietsinfrastructuur, openbaar vervoer en milieuzones.
Bevolkingsgroei en woningbouw verhogen de druk op de drinkwatervoorraad, al wordt deze deels gecompenseerd door klimaat adaptieve initiatieven zoals groene boulevards en circulaire watersystemen. Het landbouwareaal vermindert, omdat agrarische functies worden verdrongen door stedelijke functies, energieproductie en recreatie. Hoewel het aantal landbouwbedrijven zal afnemen, kunnen maatregelen zoals landschap inclusieve landbouw en multifunctionele landbouw een positief effect hebben op een duurzamer landbouwsysteem. Dit zal echter niet voor alle landbouwbedrijven een oplossing kunnen zijn. Over het algemeen biedt Alternatief 2B een mix van positieve en negatieve effecten met een sterke focus op duurzame ontwikkeling en behoud van cultuurhistorische landschappen. De ambities zijn hoog, maar de realisatie ervan wordt beperkt door ruimtelijk conflict en de noodzaak om diverse belangen te balanceren.
5.2.5
Algemene bevindingen
Bij het beoordelen van de vier alternatieven voor de omgevingsvisie van de gemeente Deventer zijn er enkele gemeenschappelijke trends en algemene bevindingen naar voren gekomen, die hieronder worden besproken. Proactieve maatregelen 1B en 2B kennen meer proactieve maatregelen dan 1A en 2A, hierdoor worden meer doelen behaald en zijn de scenario’s dus logischerwijs positiever. Dit maakt de vergelijking niet altijd makkelijk. 1B en 2B bevatten bijvoorbeeld meer proactieve maatregelen gericht op duurzaamheid en brede welvaart. Deze maatregelen hebben een positieve impact op diverse thema's zoals hittestress en voorzieningen. 1A en 2A hebben minder van dit soort maatregelen, maar dit kan ook een vertekend en te rooskleurig beeld geven in de beoordeling voor 1B en 2B. Proactieve maatregelen kunnen een alternatieve visie aantrekkelijker maken, zonder dat deze maatregelen daadwerkelijk gerealiseerd worden. In 1A en 2A wordt daarentegen meer over gelaten aan de markt. De markt kan de opgaven in Deventer ook aanpakken, maar het is onzeker of dat daadwerkelijk zal gebeuren. Duurzaamheid en bedrijfsruimte: Alle alternatieven erkennen het belang van economische ontwikkeling en werkgelegenheid. Echter, de ruimte voor bedrijven is al beperkt. Dit geeft frictie, aangezien er in alle alternatieven (tot op zekere hoogte) gestuurd wordt op duurzaamheid van bedrijven.
De uitdaging ligt in het vinden van een balans tussen economische groei en duurzame ontwikkeling, zonder de beschikbare ruimte en ontwikkelingsmogelijkheden voor bedrijven te schaden.
42 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Woningbouw en landbouw: Alle alternatieven streven naar een aanzienlijke uitbreiding van het woningaanbod, variërend van 8000 tot 20.000 woningen. Deze uitbreiding heeft een directe invloed op verschillende thema's zoals fijn wonen, voorzieningen, en economische vitaliteit. De (grootschalige) woningbouw leidt in alle scenario's tot ruimtelijke conflicten, vooral met betrekking tot landbouw en natuur. Het landbouwareaal vermindert in alle alternatieven, wat negatieve gevolgen heeft voor de agrarische sector. Landbouw wordt dus overal negatief beïnvloed, doordat stedelijke uitbreiding en duurzame initiatieven zoals energieproductie ruimte innemen.
5.2.6
Beperkingen
Bij het opstellen van de Omgevingseffectrapport (OER) voor de gemeente Deventer zijn vier alternatieven beoordeeld. Deze alternatieven vertegenwoordigen verschillende benaderingen van verstedelijking en ontwikkelingsaanpak. Ondanks de zorgvuldige opzet en uitwerking van de alternatieven, zijn er enkele aandachtspunten die het lastig maken om een volledige en objectieve evaluatie te maken van de effecten van elk alternatief. Vooral het variërende detailniveau tussen de verschillende alternatieven bemoeilijkt een evenwichtige beoordeling. Alternatieven 1A en 2A volgen voornamelijk het huidige beleid en bevatten, op bepaalde onderwerpen daarom minder details en maatregelen dan alternatieven 1B en 2B. Een duidelijk voorbeeld hiervan is recreatie. In alternatieven 1A en 2A wordt hieraan minder aandacht besteed, waardoor concrete maatregelen en effecten minder goed in kaart kunnen worden gebracht. Daardoor is het moeilijker dit aspect te beoordelen in vergelijking met 1B en 2B. Deze discrepantie in detailniveau en aantal maatregelen kan de beoordeling scheeftrekken, omdat een gedetailleerder uitgewerkt alternatief meer ruimte biedt voor positieve en negatieve aspecten, terwijl een minder gedetailleerd alternatief meer onzekerheid geeft over positieve of negatieve effecten.
Hierdoor kunnen alternatieven 1A en 2A op sommige aspecten ondergewaardeerd worden ten opzichte van de proactieve maatregelen uit 1B en 2B. Zo ontstaat mogelijk een onevenwichtig beeld van de mogelijkheden en beperkingen van elk alternatief. Daarnaast vormt het ontbreken van een evaluatie van de (oudere) visies (zoals besproken in hoofdstuk 5) een uitdaging. Dit heeft als consequentie dat er bij, vooral bij alternatief 1A, onvoldoende inzicht is in hoeverre de gemeente al gevorderd is met het behalen van de gestelde doelen. Zonder deze evaluatie is het lastig om de effectiviteit van voorgestelde maatregelen in 1A te beoordelen en te vergelijken met de andere alternatieven, waardoor de beoordeling van 1A minder goed onderbouwd is. Dit laatste bemoeilijkte de analyse in Bijlage III, waarbij is nagegaan in hoeverre een maatregel uit eerder beleid kan worden aangenomen als onderdeel van de referentiesituatie. Alleen maatregelen waarbij er duidelijk vooruitgang zichtbaar is in de fysieke leefomgeving zijn hierdoor meegenomen als autonoom uit Bijlage III. Veranderende externe factoren Externe factoren zoals klimaatverandering, economische fluctuaties en demografische ontwikkelingen kunnen de impact en zelfs realisatie van de beleidsmaatregelen beïnvloeden. De beoordeling moet rekening houden met deze veranderende factoren om een nauwkeurig beeld te geven van de mogelijke effecten.
43 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
6 HET VOORGENOMEN BELEID 6.1
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft de totstandkoming van de omgevingsvisie in twee stappen. De gemeente Deventer heeft zowel een koersdocument als een ontwerp omgevingsvisie gemaakt, en beide zijn in dit hoofdstuk apart behandeld en beoordeeld.
6.2
Twee stappen voor totstandkoming van het voorgenomen beleid
Stap 1: Proces om te komen tot het koersdocument In het koersdocument wordt in hoofdstukken 4.1 en 4.2 een toelichting gegeven op de totstandkoming van de koers voor de omgevingsvisie en de rol van het OER. Het koersdocument was nog geen concept of ontwerp omgevingsvisie. De koers van de Omgevingsvisie Deventer 2.0 beschrijft het strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving op lange termijn (tot 2040). Het proces om tot deze koers te komen doorliep verschillende stappen: 1 context als startpunt: De koers is gebaseerd op de bestaande kwaliteiten en kenmerken van de gemeente, aangeduid als het DNA van Deventer, en anticipeert op ontwikkelingen en opgaven die invloed hebben op de fysieke leefomgeving; 2 van context naar scenario's: Het OER op de alternatieven leidde tot het identificeren van dilemma's. Deze dilemma’s zijn in de koers uitgewerkt, om samenhangende kaders en keuzes te creëren en zichtbaar te maken welke ambities verenigbaar zijn. De gemeenteraad kon aan de hand van deze dilemma’s debatteren over de te nemen richting; 3 analyse en Input: · participatie: Met de dilemma’s is in gesprek gegaan met inwoners, maatschappelijke organisaties en ketenpartners. Er is input verzameld, onder meer via een online vragenlijst (ruim 1400 reacties).
De aandachtspunten uit de participatie zijn meegenomen; · Omgevingseffectrapportage (Dit OER): Een versie van het OER op alleen de scenario’s werd meegenomen door hier de verwachte gevolgen voor de fysieke leefomgeving per scenario in te zien. De scores van de OER, die inzicht gaven in de (positieve en negatieve) leefomgevingseffecten, zijn betrokken bij de keuze voor de mate van sturing en verstedelijking. De OER gaf bijvoorbeeld aan dat meer sturing op brede welvaart positieve effecten heeft op veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit; 4 keuze voor één Koers: De keuzes in het koersdocument borduren voort op het DNA en zijn gebaseerd op de aandachtspunten uit de participatie en de analyse uit de OER. Dit leidde tot de keuze voor meer sturing op brede welvaart en het beschrijven van het toekomstbeeld voor 2040 met de belangrijkste keuzes op hoofdlijnen. De koers laat zien hoe Deventer er in 2040 en daarna wil uitzien. Samenvattend is de koers een resultaat van het verwerken van de context (DNA, ontwikkelingen, opgaven) via scenarioverkenningen, waarbij input uit participatie en de analyse van de OER zijn gebruikt om de uiteindelijke huidige koers vast te stellen. Daarbovenop is onderbouwd welke hoofdkeuzes er gemaakt zijn en waarom.
Dit geeft de gewenste richting voor de fysieke leefomgeving van Deventer die wordt uitgewerkt in de toekomstige ontwerpversie van de omgevingsvisie 2025.
44 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
6.3
Beschrijving van de koers
De gemeente Deventer kiest voor groei om de identiteit van een 'eigenwijze kleine grote stad' te behouden en te versterken. Deze groei vindt plaats met behoud van brede welvaart en door stevige gemeentelijke sturing. Daarnaast kiest Deventer primair voor groeien als compacte stad met verdichting rondom beide stations, ter versterking van de arbeidsmarkt, demografische balans en grootstedelijke voorzieningen. De hoofdlijnen van het beleid uit het koersdocument zijn: Groei in woningen en inwoners Deventer wil groeien met circa 18.000 inwoners ten opzichte van 2021 en 10.000 woningen realiseren. Dit gebeurt door nieuwbouw, transformatie, optoppen (verdiepingen toevoegen) en splitsen. De groei is gericht op autonome bevolkingsgroei, het behouden en aantrekken van studenten, jongeren, starters en doelgroepen die bijdragen aan de arbeidsmarkt, en op ouderengeschikte woningen voor doorstroming. Locaties voor duurzame en toekomstgerichte woningbouw en ontwikkeling: Inbreiding en verdichting: Er wordt primair ingezet op inbreiding, met name rondom de stations, en verdere verdichting in wijken binnen fietsafstand van station Deventer. Ook wordt ingezet op verdichting rond station Deventer-Colmschate.
- Haveneiland: Dit gebied wordt getransformeerd naar een gemengd woon-werkmilieu met onderscheidende stedelijke woonmilieus in hogere dichtheden, gericht op doelgroepen zoals de creatieve stedeling, jongeren en young professionals. Hier wordt gestuurd op 'gezond verstedelijken', waarbij een evenwicht wordt gezocht tussen beschermen en benutten van de leefomgeving; - Wechelerhoek: Hier wordt de ingezette uitbreiding van woningbouw voortgezet, als een potentiële locatie voor een breed scala aan doelgroepen. Er wordt gestreefd naar een gemengd woonmilieu met een hogere dichtheid dan in eerdere uitbreidingslocaties en met een belangrijk deel betaalbaar aanbod. De wijk wordt ingericht volgens het STOMP-principe om voetgangers en fietsers optimaal te faciliteren. Nieuwe woningen en wijken worden klimaatadaptief, energiebewust, circulair/biobased en natuurinclusief gebouwd. Regenwater wordt langer vastgehouden in de bodem om verdroging tegen te gaan. In stedelijk gebied wordt ingezet op 'ontharding' en het toevoegen van groen en water. Er wordt gewerkt aan een duurzaam energiesysteem, met lokale opwekking (wind, zon, bio-/groengas, geothermie, aquathermie) en slim gebruik van restwarmte. Er is aandacht voor energiegemeenschappen en collectieve energieoplossingen. Aantrekkelijke en gezonde stad: Deventer wil zich profileren als een aantrekkelijke stad in Oost-Nederland.
Dit wordt gedaan door in te zetten op een breed cultuuraanbod (met ruimte voor makers), onderscheidende horeca en winkels, en door Deventer als evenementenstad te positioneren. Bestaande kwaliteiten van de binnenstad dienen als principe voor verdichting, waarbij de levendigheid wordt versterkt door ruimte voor functies. De leefomgeving wordt schoon, heel en veilig gehouden. Er wordt gestuurd op minder geur- en geluidsoverlast, en risico's met gevaarlijke stoffen worden voorkomen. In gemengde gebieden kan flexibeler met geluidsnormen worden omgegaan, mits er maatregelen zijn (bv. 'plekken in de luwte'). Er wordt gewerkt aan een vitalere bodem (sponswerking, natuurversterking) en een 'drinkbare IJssel' door lozingen te reduceren. Gestuurd wordt op een gemengde bevolkingssamenstelling en gevarieerd aanbod van woningen en voorzieningen op wijk- en dorpsniveau. Er wordt ingezet op het creëren van ontmoetingsplekken en het stimuleren van 'omzien naar elkaar', onder andere door de ontwikkeling van woonzorgvoorzieningen en intergenerationeel wonen. Maatschappelijke en culturele voorzieningen in wijken en kernen worden actief behouden. De Bibliotheek wordt versterkt als centrale 'huiskamer'. Voorzieningen (maatschappelijk, cultureel, commercieel, OV) groeien mee met de woningontwikkeling en worden waar mogelijk geclusterd.
45 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Ruimte voor werken, infrastructuur en mobiliteit Er wordt een nieuw bedrijventerrein gerealiseerd van minimaal 45 hectare netto uitgeefbare grond, bestemd voor in en aan Deventer gebonden MKB-bedrijven die zich niet goed laten mengen met andere functies. De locatie hiervan is echter nog niet duidelijk, dit moet nog worden onderzocht. Bestaande bedrijventerreinen worden geïntensiveerd en geoptimaliseerd. De schil rond het centrum (station, Bergweide 3, Roto-Kwartier, Havenkwartier) wordt getransformeerd naar gemengde woonwerkwijken voor innovatieve/creatieve bedrijven en de kenniseconomie. Er wordt ingezet op het minder dominant maken van de auto, onder andere door een lagere parkeernorm en meer ruimte voor duurzame vervoersvormen. Snelheid wordt gefaseerd teruggebracht naar 30 km/uur op veel wegen. Een derde IJsselbrug wordt gerealiseerd aan de noordzijde van de stad, gecombineerd met een autovrije Welle, om de doorstroming te verbeteren en ruimte te creëren langs het IJsselfront. Bij station Deventer wordt ingezet op een 4e perron om de afhandelingscapaciteit te vergroten en Deventer als (boven)regionaal knooppunt te versterken. Duurzame mobiliteit wordt gestimuleerd door wonen, werken en voorzieningen binnen fietsbereik te bieden.
Vitaal landelijk gebied en cultureel erfgoed Het landelijk gebied wordt gekoesterd als landbouwgebied, recreatiegebied en van waarde voor biodiversiteit. De landbouwsector wordt ondersteund in de transitie naar meer balans met natuur, landschap, water en klimaat. Goede landbouwgronden worden zoveel mogelijk behouden. Naast landbouw is er ruimte voor extensieve recreatie en nieuwe economische dragers zoals biobased bouwmaterialen en zorg. Bij gebiedsontwikkeling worden cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren behouden en versterkt als dragers van het Deventer DNA. Erfgoed dient als inspiratiebron voor klimaatadaptatie, landbouwtransitie en circulaire economie. Er is ook ruimte voor kunst in de openbare ruimte om het DNA te versterken. Regierol Gemeente De gemeente gaat meer regie voeren op de openbare ruimte en de ondergrondse voorzieningen om deze kwalitatief en kwantitatief op peil te houden. Er wordt steviger gestuurd op verduurzaming en klimaatadaptatie om de doelen voor 2050 (en 2040) te realiseren. Dit beleid is gericht op het verweven van wonen, werken, voorzieningen, landbouw, natuur en recreatie met aandacht voor duurzaamheid, klimaatadaptatie en het behoud van de identiteit van Deventer.
6.4
Verkenning voor meer ambitie in de koers
Er zijn nog een aantal aspecten waarop de gemeente een hogere ambitie (in het verleden) heeft uitgesproken, die (nog) niet in de koers zijn beland. Extra woningen in het Stadsland en daarbuiten Het belangrijkste voorbeeld van een nog onzekere verkenning om meer dan 10.000 woningen te bouwen. De koers voorziet voor nu in 10.000 woningen, maar er zijn redenen om verder te denken. De raad heeft in 2021 uitgesproken om voor 11.000 woningen te gaan. Afhankelijk van demografische ontwikkelingen en de arbeidsmarkt, kan ook dat nog niet genoeg zijn. Om dit deels op te vangen, wordt reeds onderzocht hoe bijvoorbeeld het Stadsland kan worden ingezet voor (een deel van) benodigde extra woningen. Dit is onzeker, omdat het ook afhankelijk is van een ontwikkeling van een Ijsselbypass (een binnendijkse extra geul, waarvan de nut en noodzaak wordt onderzocht door het Rijk in de periode 2025 - 2029).
46 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Gemeentelijke sturing op brede welvaart De gemeente heeft uitgesproken meer te willen sturen op brede welvaart. Het lijkt echter nog afhankelijk van de uitwerken op thema’s. Het beleid zal sturender en vernieuwender zijn, maar er is nog niet duidelijk gemaakt in het koersdocument op welke thema’s men direct ambitieus gaat sturen, en waar er nog verder uitwerking nodig is. Omdat met name de ontwikkeling van het Stadsland richting 11.000 woningen nog onzeker is, is dit niet meegenomen in de beoordeling van het voorgenomen beleid in paragraaf 7.4.
6.5
Van koers naar de ontwerp-omgevingsvisie
Beoordeling van het koersdocument Bij de vaststelling van de koers is een beknopte beoordeling gegeven op de ‘Koers op hoofdlijnen, hoofdstuk 4.7’ van het Koersdocument. Dit is nog niet de volledige ontwerpversie van de omgevingsvisie. Het verschil met de volledige beoordeling van de ontwerp-omgevingsvisie is: - het koersdocument bevatte nog geen ruimtelijke onderbouwing van de keuzes; Er was wel een beknopte kaart, maar die was indicatief en niet specifiek. Er werd niet aangegeven wáár specifiek grote ontwikkelingen of veranderingen plaats gingen vinden. Daarom gaat het OER ook niet in op ruimtelijke keuzes (ook al worden deze al wel soms concreet gemaakt in de koers) - het detailniveau van de koers was naar verwachting lager dan dat van de ontwerpversie, zeker als het ging om bijvoorbeeld ondersteunend beleid (zoals sociaal beleid) en het stellen van kwantitatieve normen voor de leefomgeving. De gemeente had bijvoorbeeld een minimum kunnen stellen voor bepaalde omgevingsdoelen (zoals 80 % van het areaal klimaatadaptief inrichten, 50 % circulair inkopen, of 90 % van de straten volgens de 3-30-300-regel groen laten inrichten). De verwachting was dat, als de gemeente zulke concrete doelen wilde stellen, deze in de ontwerpversie zouden worden opgenomen.
In hoeverre de gemeente zulke doelen kon handhaven via haar programma’s en omgevingsplan, was mede afhankelijk van juridische inbreng. Beoordeling van de ontwerpversie De ontwerp-omgevingsvisie is ook beoordeeld in het OER. Dit zijn de belangrijkste verschillen met het koesdocument: - er is nu wel een ruimtelijke onderbouwing van de keuzes, doordat er deelgebieden zijn vastgesteld en ook op een gedetailleerde kaart zijn weergegeven. Zie de volgende pagina voor de detailkaart van de omgevingsvisie inclusief haar deelgebieden; - de gemeente heeft een afwegingskader ontwikkeld van 12 thema’s. Dit afwegingskader beschrijft de kern voor de gemeente. Samen zorgen deze ambities voor een brede welvaart en een gezonde gemeente waar het prettig wonen, werken en verblijven is. Voor elk deelgebied is het afwegingskader ingevuld, waarbij wordt aangegeven in hoeverre het beleid prioriteit geeft aan de doelen en ambities van de 12 thema’s; - per deelgebied zijn er concrete prioritieten en maatregelen geformuleerd, waardoor de omgevingsvisie als geheel een stuk concreter is dan het koersdocument.
47 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Afbeelding 6.1 Ontwerpversie van de omgevingsvisie
48 | 62
Witteveen+Bos | 142929/25-017.048 | Definitief
Afbeelding 6.2 Afwegingskader (links) en het gebruik van prioritering op de 12 thema’s per deelgebied (rechts)
De gemeente gebruikt het afwegingskader om focus aan te brengen per deelgebied. In het tekstvak hieronder volgt de beschrijving uit de ontwerp-omgevingsvisie, die bij het kader hoort in Afbeelding 6.2 Gebruik afwegingskader (citaat uit de ontwerp-omgevingsvisie) Het afwegingskader (…) is een beeldende weergave van de koers van de gemeente. Het afwegingskader omvat de twaalf ambities van de omgevingsvisie. Op gemeenteniveau wordt ervan uitgegaan dat alle ambities even belangrijk zijn, maar per deelgebied kan die balans anders zijn. Zo is de ambitie 'toekomstbestendig landbouwsysteem’ in het agrarisch landelijk gebied logischerwijs meer van belang dan in het deelgebied centrum/binnenstad. Dat werkt als volgt. Iedere as vertegenwoordigt een ambitie en bestaat uit vijf punten. Meer punten (meer naar buiten) betekent dat de ambitie in het betreffende gebied meer nadruk krijgt dan gemiddeld. Minder punten (meer naar binnen) betekent dus dat de ambitie in dit gebied minder belangrijk is dan gemiddeld. Deze puntenverdeling is relatief, namelijk ten opzichte van de andere deelgebieden. Een lager puntenaantal op één thema betekent dus een minder hoge ambitie van het betreffende aspect in het betreffende deelgebied dan in andere deelgebieden. De laagst mogelijke score hierbij is het binnenste bolletje en de hoogst mogelijke score de buitenste.