CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-463 Biodiversiteitsplan Deventer 2025-2035(geamendeerd vastgesteld 9-7-2025)

Raadsvergadering 9 juli 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Biodiversiteitsplan 2025-203528.380 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

61

MAATREGEL

TEAM

BUDGET

PERIODE

IMPACT

Huidige invulling

Hoog

1.11 ECOLOGISCHE VERBINDINGEN LEGGEN MET BUURGEMEENTES. Kaart voor groenblauwe dooradering is in de maak Samenwerking met buurgemeentes

Ruimtelijke ontwikkeling

€5.000,-*

Vanaf 2027

Middel

Bij gebiedsontwikkeling werken aan de ambities uit de Ambitiekaart

Ruimtelijke ontwikkeling, Fysiek en

In project

Vanaf 2025

Hoog

Natuur Deventer(koppelkans)

technisch beheer, Project advies

Afstemmen op kaart groenblauwe dooradering

“”

In project

Vanaf 2025

Afstemming op provinciale en nationale netwerken.

“”

In project

Vanaf 2025

Hoog

Betrekken van belanghebbenden.

“”

In project

Vanaf 2025

Middel

Bijenlint zoals in de ‘Werkwijze Ecologie’’ is geïntroduceerd

“”

€5.000,-

Vanaf 2026

Middel

“”

€7.500,- (jaarlijks)

Vanaf 2026

Laag

Huidige invulling

Middel

€7.500,-

2025

Laag

voortzetten. Monitoring en borging van voortgang van realisatie basiskaart

1.12 STRUCTURELE MONITORING VAN FLORA EN FAUNA. Jaarlijkse monitoring van een gedeelte van de gemeente op flora Opzetten van monitoringsprogramma voor enkele

Duurzame Leefomgeving, Ruimtelijke

ambassadeurssoorten

Ontwikkeling

Uitvoering van monitoringsprogramma

Duurzame Leefomgeving

€12.500,- (jaarlijks)

Vanaf 2025

Middel

Data-analyse en evaluatie.

Duurzame Leefomgeving, Ruimtelijke

€15.000,- *

Vanaf 2028

Middel

Ontwikkeling

(1x per 3 jr)

“”

€5.000,- (jaarlijks)

Vanaf 2025

Hoog

Inventarisatie van de 300 vakken die aangewezen zijn in de motie

Fysiek en technisch beheer, Duurzame

€50.000,-

2025

Middel

Berm in Bloei

Leefomgeving

Aanpassen van beheer op bestemde locaties

Fysiek en technisch beheer

€20.000,-

Vanaf 2026

Hoog

Gemeentebrede communicatie

Participatie en communicatie

€5.000,-

2026

Middel

Samenwerking met burgers en vrijwilligers

1.13 OMVORMEN VAN GAZON NAAR BLOEMRIJK GRASLAND

62

BIODIVERSITEITSPLAN

MAATREGEL

TEAM

BUDGET

PERIODE

IMPACT

1.14 BESCHERMING EN VERSTERKING VAN ECOLOGISCHE STRUCTUREN IN OMGEVINGSPLANNEN. Integratie van ecologische structuren in omgevingsplannen

Duurzame Leefomgeving

In project

Vanaf 2025

Laag

Bescherming van groene netwerken, door implementatie van de

““

In project

Vanaf 2026

Hoog

Samenwerking

““

In project

Vanaf 2025

Middel

Monitoring en evaluatie

““

In project

Vanaf 2026

Middel

Als koppelkans versterken van ecologische structuren in stedelijke en

“”

In project

Vanaf 2025

Hoog

Samenwerking met omgevingsdiensten en provinciale overheden

“”

In project

Vanaf 2025

Laag

Monitoring en evaluatie (jaarlijks capaciteit voor reserveren)

“”

€25.000,-*

Vanaf 2027

Laag

Gemeentebrede communicatie

Project advies

In project

2026

Middel

Basiskaart Deventer Natuur, en de Groen Blauwe Hoofdstructuur.

landelijke gebieden

GEMEENTE DEVENTER

63

AMBITIE 2: VERSTERKEN VAN GROENE EN BLAUWE ECOLOGISCHE STRUCTUREN IN HET LANDELIJK GEBIED OM EEN ROBUUST SYSTEEM TE CREËREN MAATREGEL

TEAM

BUDGET

PERIODE

IMPACT

Fysiek en technisch beheer

In project

Vanaf 2025

Hoog

Zorgvuldig grondwerk en toepassing natuurvriendelijke grond

“”

In project

Vanaf 2025

Middel

Vergroening door onttegelen en aannleg van wad’s

““

In project

Vanaf 2026

Hoog

Continuïteit door monitoring, voorlichting en educatie

““

€10.000,-

Vanaf 2026

Middel

2.15 OPENBAAR GROEN BEVAT VITALE BODEMS. Ecologisch groenbeheer wordt toegepast bij bomen, boomspiegels en groenvakken

2.16 STIMULEREN DUURZAAM GEBRUIK VAN LANDBOUWGRONDEN EN BESCHERMING EN HERSTEL VAN LANDSCHAPSELEMENTEN. Ecologische voorwaarden opnemen in pachtovereenkomsten

Huidige invulling

Hoog

In project

Vanaf 2025

Hoog

Stimuleren van extensieve landbouw met ruimte voor

Ruimtelijke ontwikkeling, Duurzame

landschapselementen

Leefomgeving

Vrijkomende landbouwgronden waar mogelijk herbestemmen en

Duurzame Leefomgeving

Provinciale subsidie

Vanaf 2026

Hoog

Financiering voor alternatieve gebruik chemische

Ruimtelijke ontwikkeling, Duurzame

€15.000,-*

Vanaf 2027

Middel

bestrijdingsmiddelen

Leefomgeving

Stimuleren van het herstel van poelen en houtsingels op eigen

Fysiek en technisch beheer en Leefbaarheid

In project,

Vanaf 2025

Hoog

gronden

en programmering

Provinciale subsidie In project

Vanaf 2025

Hoog

€30.000,-

Vanaf 2025

Hoog

€30.000,-

Vanaf 2025

Hoog

Middel

omvormen tot natuur

Natuurvriendelijke oevers waar mogelijk: toepassen als koppelkans bij “” ruimtelijke opgaven Landbouwgronden op eigen grond ecologisch inrichten, met passende “” landschapselementen. Stimuleren van aanleg en onderhoud van landschapselementen op

Leefbaarheid en programmering,

landbouwgronden van derden.

Participatie en communicatie, Ruimtelijke Ontwikkeling

2.17 STREEKEIGEN BEPLANTING

64

Opstellen van inkoopvoorwaarden

Fysiek en technisch beheer

€7.500,-

2025

Selectie toeleveranciers

“”

in project

2025

Extra kosten plantmateriaal

in project

Vanaf 2025

Laag BIODIVERSITEITSPLAN Hoog

MAATREGEL

TEAM

BUDGET

PERIODE

IMPACT

2.18 INKOOP VAN BIOLOGISCH GEKWEEKTE BOMEN EN HEESTER EN WAAR MOGELIJK OOK VASTE PLANTEN. Leveranciersonderzoek

Fysiek en technisch beheer

€5.000,-

2025

Laag

Contractvoorwaarden

“”

€5.000,-

2025

Middel

Extra budget voor aanschaf biologisch plantmateriaal

“”

€20.000,-*

Vanaf 2027

Middel

Provinciale subsidie

2025-2030

Hoog

€7.500,-

2025

Laag

2.19 BEHOUD, HERSTEL EN AANLEG VAN AMFIBIEËNHABITATS IN HET BUITENGEBIED. Aanleg van nieuwe poelen en behoud en herstel van aanwezige

Fysiek en technisch beheer

poelen

Leefbaarheid en programmering

2.20 REALISEREN VAN NATUURVRIENDELIJKE OEVERS WAAR MOGELIJK. Geschikte locaties selecteren waarbij kansen en beperkingen in beeld

Duurzame Leefomgeving

gebracht worden

Fysiek en technisch beheer

Realiseren van natuurvriendelijke oever bij herinrichting van

“”

in project

Vanaf 2025

Laag

“”

€7.500,-*

Vanaf 2027

Middel

Fysiek en technisch beheer

in project

Vanaf 2025

Middel

“”

in project

Vanaf 2025

Hoog

watergang (koppelkans) Samenwerkingsplatform inrichten met waterschap en overige stakeholder waarbij ecologie duidelijk aanwezig is

2.21 VERWIJDEREN VAN LANDSCHAPSONTSIERENDE BEPLANTING BIJ ‘‘KANSEN UIT BUITEN’’ PROJECTEN. Verwijderen van ongewenste beplanting en vervangen met gewenste beplanting bij ruimtelijke ontwikkeling. Aanplant van beplanting passend binnen landschapstype

2.22 COMPENSATIENORM INSTELLEN VOOR PERCELEN MET NATUURBESTEMMING MAAR DIE BUITEN NATURA 2000 OF NNN GELEGEN ZIJN. Compensatienorm opstellen (minimaal 1,5:1).

Ruimtelijke ontwikkeling, Duurzame

€7.500,-

2025

Hoog

in project

Vanaf 2025

Hoog

Leefomgeving Compensatienorm uitvoeren (minimaal 1,5:1).

GEMEENTE DEVENTER

““

65

MAATREGEL

TEAM

BUDGET

PERIODE

IMPACT

2.23 SPUITVRIJE ZONE STIMULEREN RONDOM NATUURGEBIEDEN EN GEBIEDEN DIE ZIJN AANGEWEZEN ALS KADERRICHTLIJN WATER-GEBIEDEN Onderzoeken welke zones aangewezen kunnen worden

Duurzame Leefomgeving

€7.500,-

2026

Hoog

Opnemen in beleid

““

€5.000,-

Vanaf 2027

Hoog

Financiering voor alternatieve gebruik chemische

Klimaatraad, PM

€15.000,-*

Vanaf 2027

Middel

Planmatige bestrijding en beheersing

Fysiek en technisch beheer

Huidig budget

Huidige invulling

Middel

Gerichte samenwerking tussen gemeente, vrijwilligers en aannemers

“”

€5.000,- (jaarlijks)

Vanaf 2025

Middel

bestrijdingsmiddelen

2.24 BEHEERSING VAN INVASIEVE EXOTEN.

2.25 VERSTERKING VAN ECOLOGISCHE WAARDE BIJ ONTWIKKELINGEN IN HET BUITENGEBIED.

66

Natuurinclusieve ontwikkeling

Duurzame Leefomgeving

in project

Vanaf 2025

Hoog

Toepassen van Kansen uit buiten

“”

in project

Vanaf 2025

Hoog

BIODIVERSITEITSPLAN

AMBITIE 3: STIMULEREN VAN DE BEWUSTWORDING EN PARTICIPATIE VAN DE GEMEENSCHAP BIJ DE ECOLOGISCHE WAARDE VAN DE OMGEVING MAATREGEL

TEAM

BUDGET

PERIODE

IMPACT

3.26 VERGROTEN VAN BEWUSTZIJN EN PARTICIPATIE VAN DE GEMEENSCHAP BIJ DE ECOLOGISCHE WAARDE VAN DE OMGEVING. Groene kennisoverdracht door regelmatige berichtgeving over ecologie via

Duurzame Leefomgeving

€7.500,-

Vanaf 2025

Middel

Biodiversiteit als educatief onderdeel opnemen bij activiteiten van de Ulebelt “”

huidig budget

Vanaf 2025

Middel

Gemeenschapsinitiatieven, zoals NK Tegelwippen, stimuleren door

Duurzame Leefomgeving,

huidig budget

Vanaf 2025

Middel

doelgerichte berichtgeving, o.a. via website www.duurzaamdeventer.nl.

Fysiek en technisch beheer

Regelingen en subsidies op het gebied van biodiversiteit (en

Participatie en communicatie

€7.500,-

Vanaf 2025

Middel

Huidige invulling

Laag

duurzaamdeventer.nl of via de Ulebelt

klimaatadaptatie) onder de aandacht brengen bij inwoners.

3.27 VERHOGEN BIODIVERSITEIT OP BEDRIJVENTERREINEN ONDER ANDERE ALS MEEKOPPELKANS BIJ PROJECTEN. Toekomstbestendige Bedrijventerreinen (TBBT) Maatlat groen klimaatadaptieve gebouwde omgeving Omvormen van bestaande groenstroken

Fysiek en technisch beheer

€30.000,-

Vanaf 2025

Hoog

Vergroenen van parkeerplaatsen, door aanplant van bomen, struiken,

“”

€30.000,-

Vanaf 2025

Hoog

“”

€10.000,-

Vanaf 2025

Middel

“”

€30.000,-

Vanaf 2025

Hoog

klimplanten, vaste planten of aanleg van kruidenrijk gras. Inzicht in financiële plaatje rondom ecologisch beheer en onderhoud op bedrijventerreinen Structurele financiering voor ecologisch onderhoud van bedrijventerreinen. Extra financiering voor Meerjarig Onderhoudsplan (MJOP)

GEMEENTE DEVENTER

67

MAATREGEL

TEAM

BUDGET

PERIODE

IMPACT

Fysiek en technisch beheer

€15.000,-

Vanaf 2026

Middel

““

€7.500,-*

Vanaf 2027

Klimaatraad

€5.000,-

Vanaf 2025

3.28 ONDERNEMERS BETREKKEN EN UITDAGEN OM ZICH IN TE ZETTEN VOOR BIODIVERSITEIT Samen met ondernemers kijken naar kleine en grotere gebieden voor herinrichting. Bergweide 4 noord als voorbeeldproject Stimuleren van samenwerking tussen de bedrijven op een bedrijventerrein om sociale, groene cohesie te bevorderen door bedrijven met elkaar in contact te brengen. Spotlightstrategie innovatie landbouw

3.29 STIMULEREN VAN HET GEBRUIK VAN BESTAANDE REGELINGEN VOOR GROENE ONTWIKKELING. Klimaatmakelaar is op pad

Huidige invulling

Hoog

Berichtgeving op duurzaamdeventer.nl en via de Ulebelt Stimuleren van het gebruik van regelingen op bedrijventerreinen (TBBT en

Fysiek en technisch beheer

Huidig budget

Vanaf 2025

Middel

Fysiek en technisch beheer

Huidig budget

Vanaf 2025

Hoog

Extra budget voor klimaatmakelaar

““

€15.000,-

Vanaf 2026

Hoog

Gemeentebrede communicatie over regelingen

Participatie en communicatie

Huidig budget

Vanaf 2025

Hoog

Project advies

In project

Vanaf 2025

Hoog

Duurzame Leefomgeving

€7.500,-*

Vanaf 2027

Hoog

Ruimtelijke ontwikkeling

In project

2026-2031

Hoog

Stimuleren van groene daken en geveltuinen (ambitie 1.4)

“”

€50.000,-

Vanaf 2025

Hoog

Gemeentebrede communicatie over natuur in de stad

Participatie en communicatie

€7.500,-

Vanaf 2026

Hoog

Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving) Stimuleren van het gebruik van bestaande regelingen voor inwoners van de gemeente door communicatie via duurzaamdeventer.nl

3.30 KINDEREN ENTHOUSIASMEREN VOOR NATUUR Groene schoolpleinen worden zo veel mogelijk gestimuleerd bij herinrichting. Groene excursies voor kinderen, bijvoorbeeld voor schoolklassen.

3.31 NATUUR ZICHTBAAR EN TASTBAAR MAKEN IN DE STAD. Aanleggen van pocket parks passend binnen de Basiskaart en Groenblauwe Dooradering (doelstelling 1.9)

68

BIODIVERSITEITSPLAN

MAATREGEL

TEAM

BUDGET

PERIODE

IMPACT

3.32 VERSTERKEN VAN SAMENWERKING TUSSEN GEMEENTE EN GROENE GROEPEN. Regelmatige overlegmomenten

Duurzame Leefomgeving

€5.000,- (jaarlijks)

Vanaf 2025

Laag

Gezamenlijke uitvoering van projecten

“”

In project

Vanaf 2025

Middel

In project

2025-2026

Hoog

3.33 INRICHTING EN BEHEER AFSTEMMEN OP NATUURAMBASSADEURSOORTEN PER LANDSCHAPSTYPEN. Beheer aanpassen door aanpak natuurambassadeursoorten mee te nemen in Fysiek en technisch beheer herziening groenbeheerplan

3.34 JAARLIJKSE BEHOEFTE INVENTARISATIE GROENE WENSEN. Jaarlijkse inventarisatie

Team Participatie en Communicatie

€5.000,-* (jaarlijks)

Vanaf 2027

Laag

Verwerken van input en vertalen naar acties

“”

€5.000,-* (jaarlijks)

Vanaf 2027

Middel

GEMEENTE DEVENTER

69

BIJLAGEN 70

BIODIVERSITEITSPLAN

BRONNEN ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪

▪

▪ ▪ ▪

Handboek Eisen openbare ruimte Deventer. Ode aan de flora van Deventer, Martijn Heinen, Gerrit Hendriksen, Erik Lam, Han Brendeke, Ben de Winder, Michiel Bussink, Maarten Zonderwijk Heukels Naturalis, Flora van Nederland. Omgevingsvisie Deventer 2019. Opgehaald van deventer.nl op 15 oktober 2024. https://www. deventer.nl/omgevingsvisie Trends en uitdagingen voor Deventer 2022, Vakgroep Kennis en Verkenning, Team Advies, Support & Kennis. p. 2526: https://kennisportaal.deventer.nl/kennisbank/bestuur/ trendrapport-2022 Geoportaal Overijssel. (z.d.). Landschapstypen. Opgehaald van geoportaaloverijssel.nl op 12 augustus 2024. https://www.geoportaaloverijssel.nl/metadata/dataset/49d401bd-b46c4a06-8a20-0d7ed8819cdf Provincie Overijssel. (2024). Concept Omgevingsvisie Overijssel. Opgehaald van overijssel. notubiz.nl op 15 oktober 2024. https://overijssel.notubiz.nl/modules/1/Ingekomen%20 stukken/954208 Deventer Klimaat Raad: KomopTan! 29-06-2024 Werkwijze Ecologie Deventer 2013 Kansen uit buiten

GEMEENTE DEVENTER

71

BIJLAGE 1: LIJST MET WAARDEVOLLE DEVENTER SOORTEN Met het ingaan per 1 januari 2017 van de nieuwe Wet natuurbescherming is dit actueel geworden. In de Flora- en faunawet waren er 102 landelijk beschermde plantensoorten waarvan er onder de Wet natuurbescherming 22 soorten over zijn gebleven. In Deventer zelf zijn nog maar drie beschermde soorten aan te treffen. De afgevallen soorten zijn allemaal Rode Lijst-soorten. Daar komt bij dat in de door ons gehanteerde gedragscode Bestendig beheer en onderhoud groenvoorzieningen (waarbij schade aan populaties van beschermde dieren en planten voorkomen wordt), de eertijds beschermde soorten daarmee ook zijn afgevallen. Door het aanwijzen van de waardevolle Deventer soorten, maken wij duidelijk dat er veel meer soorten beschermingswaardig zijn, en kunnen wij onze huidige manier van bestendig beheer voortzetten én geven wij invulling aan de wens van de gemeenteraad om meer ruimte te bieden aan de natuur, zonder dat er meteen financiële gevolgen zijn. LIJST MET WAARDEVOLLE DEVENTER SOORTEN BEEMDKROON

KLEINE PIMPERNEL

BLAUWE KNOOP

KLIMOPBREMRAAP

DISTELBREMRAAP

MOERASWESPENORCHIS

GEEL WALSTRO

MOESLOOK

GELE HELMBLOEM

STEENANJER

GEVLEKTE RIETORCHIS S.L. EN BREDE ORCHIS

STEKELBREM

GEWONE VOGELMELK

VELDSALIE

GRASKLOKJE

VINGERHELMBLOEM EN HOLWORTEL

GULDEN SLEUTELBLOEM

WATERVIOLIER

KATTENDOORN

WEIDEGEELSTER EN AKKERGEELSTER

KLAVERVRETER

WITSPORIG BOSVIOOLTJE

KLEIN GLASKRUID

ZWANENBLOEM

72

BIODIVERSITEITSPLAN

BIJLAGE 2: EVALUATIE WERKWIJZE ECOLOGIE TERUGBLIK EN EVALUATIE WERKWIJZE ECOLOGIE

In 2013 werd de Werkwijze Ecologie vastgesteld. Dit is een werkwijze voor beleid en uitvoering van de ecologie in Deventer en is in co-creatie met de groene groepen in Deventer tot stand gekomen. De Werkwijze Ecologie laat zien dat Deventer enorm veel te bieden heeft qua natuur en dat er veel kansen aanwezig zijn voor de versterking van ecologische waarden. Dat gaat echter niet vanzelf. In de Werkwijze Ecologie is een duidelijke ambitie geschetst: de hoge natuurwaarden in Deventer moeten worden beschermd en versterkt door ernaar te streven dat bij ieder project - of het nu gaat om ruimtelijke ordening, inrichting, beheer of onderhoud - natuur op een volwaardige manier in te brengen. De samenwerking met de groene groepen binnen de gemeente is daarbij cruciaal. In de Werkwijze Ecologie wordt benadrukt dat het bij het behoud en de versterking van ecologische waarden niet per definitie gaat om extra geld, maar om extra aandacht. Natuurkennis is volop aanwezig binnen de gemeente, echter wordt deze onvoldoende benut. Daar moet expliciet aandacht aan worden besteed. De Werkwijze Ecologie schetst een beeld van het huidige natuurbeleid, noemt twee hoofdpunten voor toekomstig beleid, en definieert de ecologische ambities wat betreft beheer, inrichting en (ambassadeurs) soorten middels twintig tinten groen.

De hoofdpunten voor beleid zijn: een verplichte inbreng van ecologie voorafgaand aan ingrepen en het aanwijzen van soorten als natuurambassadeurs. Hieronder wordt beschreven hoe aan deze twee hoofd beleidspunten is gewerkt. VERPLICHTE INBRENG ECOLOGIE VOORAFGAAND AAN INGREPEN

“Om de ecologische inbreng te faciliteren zal er zo’n 2-4 maal per jaar

GEMEENTE DEVENTER

een overleg met de Adviesraad Natuur en Milieu en het Platform Natuur en Milieu op de Ulebelt gehouden worden, waarbij een groslijst met projecten de revue zal passeren. De ecoloog geeft aan of de ingreep wel of niet relevant is om te voorkomen dat er nodeloos energie verloren gaat. De dialoog is van belang, om te voorkomen dat projecten stilgelegd moeten worden omdat de aanwezigheid van een beschermde soort niet bekend was. Hierna kan voor elke ingreep in de stad die relevant is voor ecologie, of het nu een herinrichting betreft of beheer en onderhoud, een verplichte dialoog georganiseerd worden met de lokale partijen (al dan niet intern) waar de kennis aanwezig is over ecologische waarden. De dialoog vindt bij voorkeur plaats in het gebied zelf, op de plekken waar het om gaat, en niet in vergaderruimtes. De ecoloog zal intern bekijken of projecten die voortvloeien uit het MJOP (meerjarig onderhoudsprogramma)-MIND, BOF (heet nu de carrousel), Omgevingsvergunningaanvragen en ruimtelijke projecten zo’n dialoog moeten gaan houden. Gezamenlijk wandelen ze door de wijk en gaan na welke mogelijkheden aanwezig zijn om natuurwaarden te beschermen en te versterken. Daarbij heeft het de voorkeur dat ook mensen meewandelen die de werkzaamheden daadwerkelijk gaan uitvoeren.

Monitoring vindt plaats door eens per jaar een Schouw te organiseren langs plekken waar herinrichting heeft plaatsgevonden of grootschalig onderhoud is gepleegd. Er wordt een selectie gemaakt van projecten. Betrokkenen wisselen ervaringen uit en verwerken deze tot een document, op gelijke wijze als het Deventer Natuurnarratief. Dit document - het narratieve verslag van de Schouw - is meteen de jaarlijkse rapportage richting College van B&W, programmamanagers en programmaonderdeelmanagers. Deze programmamanagers en

73

programmaonderdeelmanagers kunnen erop worden aangesproken als blijkt dat de dialoog bij hun projecten ontoereikend is geweest of er te weinig mee is gedaan. Op deze wijze duurt feedback niet langer dan één jaar. Er is sprake van een goede dialoog als de groene groepen niet alleen worden benut als kennisbron, maar op cruciale punten voor natuur ook worden betrokken bij het keuzeproces en in ieder geval een goede feedback krijgen”. Er is gestreefd naar het bespreken van alle gemeentelijke projecten die een duidelijke invloed hebben op ecologie. Dit waren vaak projecten in het MJOP. Bij de projecten waarin dit het geval is, werden vrijwilligers betrokken en vanaf het begin meegenomen. Dit vond plaats in de vorm van een actiegroep of buurtcomité. Er zijn bijvoorbeeld inloopavonden voor bewoners en momenten om met de groene groepen om tafel te gaan zitten georganiseerd. Waar dit de eerste jaren goed ging, is dit in latere jaren steeds minder uitgevoerd. Mogelijke oorzaak hiervan is een continue wisseling van projectmanagers. Hier wordt onvoldoende op gestuurd. Deze taak komt nu te liggen bij de ecoloog binnen de gemeente. De ecoloog scant de lijst met projecten en maakt een selectie, maar heeft hier niet voldoende tijd en overzicht voor.

Hier liggen rollen voor: • Opsteller van het MJOP • Ecoloog • Projectleider • Management (programmamanager) HET AANWIJZEN VAN SOORTEN ALS NATUURAMBASSADEURS

“Het tweede hoofdpunt betreft de strategie om voor de komende jaren duidelijke prioriteiten te stellen. Niet qua gebied, maar qua soort. We

74

wijzen zogenaamde ambassadeurs aan. Dit zijn soorten waar we bij alle plannen voor inrichting - ook al gaat het alleen om de aanvraag van een vergunning voor een verbouwing van een woning - de aandacht op richten. Hiermee gaan we door op de koers die is ingezet met de Visie Duurzaam Deventer (2009). Voor communicatie en educatie zetten de ambassadeurs de toon en wordt er scherp op gelet. In de complexe ecologie komen duizenden soorten voor en het is onrealistisch om van alle betrokkenen te verwachten hier kennis over te hebben. De ambassadeurs kan iedereen kennen.” Richtinggevend voor het succesvol maken van het ecologiebeleid zijn de das, gierzwaluw, huismus, muurplanten en de gevlekte rietorchis als natuur ambassadeurssoorten voor Deventer aangewezen. De das is ambassadeur voor natuur in het buitengebied. De gierzwaluw, huismus en muurplanten zijn ambassadeurs voor natuur in de bebouwde omgeving. De gevlekte rietorchis is ambassadeur voor zowel het buitengebied als de bebouwde omgeving. Met deze specifieke doelsoorten kun je de doelstellingen binnen een project concretiseren, de soorten moeten voor elk project worden meegenomen. Op basis van deze soorten kun je zeggen wat de ecologische consequenties voor zo’n project zijn. Wat hierin van belang is, is aan de ecoloog. MAATREGELEN VOOR HET VERBETEREN VAN BIODIVERSITEIT

De Werkwijze Ecologie beschrijft een aantal maatregelen die de gemeente heeft genomen of wil nemen om de biodiversiteit te versterken. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de maatregelen en in hoeverre deze zijn uitgevoerd.

BIODIVERSITEITSPLAN

TABEL 1 EVALUATIE VAN DE MAATREGELEN UIT DE WERKWIJZE ECOLOGIE MAATREGEL UIT WERKWIJZE ECOLOGIE

STATUS IN HUIDIGE SITUATIE

WAAR MOGELIJK WORDT INITIATIEF GENOMEN ÓF WORDT MEDEWERKING VERLEEND OM TE KOMEN TOT VERBETERING VAN ECOLOGISCHE WAARDEN DOOR MIDDEL VAN HERINRICHTING OF EEN MEER OP NATUURWAARDEN AFGESTEMD BEHEER. ER ZIJN DIVERSE SOORTGERICHTE ACTIVITEITEN ONTPLOOID ZOALS DE AANLEG VAN POELEN VOOR DE KAMSALAMANDER, AANLEG VLEERMUISVERBLIJFPLAATSEN, BROEDGELEGENHEID STIMULEREN VOOR STEENUIL EN GIERZWALUW, AANLEG VAN EEN BIJENLINT EN BEHOUD MUURVEGETATIES. VRIJWILLIGERS VAN DE GROENE ORGANISATIES WORDEN (OP BEPERKTE SCHAAL) GEFACILITEERD TEN BEHOEVE VAN MAATREGELEN DIE DE ECOLOGIE STIMULEREN (IVN PADDENWERKGROEP, IVN VLEERMUISWERKGROEP, ZOOGDIERWERKGROEP DEVENTER, KNNV, GROENE KNOOP, VOGELWERKGROEP DE IJSSELSTREEK, TRANSITIONTOWN). ER IS EEN ADVIESRAAD NATUUR EN MILIEU INGESTELD EN HET PLATFORM NATUUR EN MILIEU WORDT DOOR DE GEMEENTE ONDERSTEUND. ER ZIJN CRITERIA GESTELD WAARAAN EEN NATUURTOETS MOET VOLDOEN.

DIT IS GEBEURD WAAR MOGELIJK EN WORDT GECONTINUEERD.

BIJ HET VERLENEN VAN EEN OMGEVINGSVERGUNNING IS DE FLORA- EN FAUNAWET AANGEHAAKT. ER BESTAAT EEN NATUUREDUCATIECENTRUM (DE ULEBELT). ER WORDT GEWERKT AAN EEN BETER INZICHT IN DE ECOLOGIE VAN DEVENTER DOOR INVENTARISATIES NAAR FLORA EN FAUNA UIT TE LATEN VOEREN EN EEN DATABANK VAN DE BESTAANDE GEGEVENS OP TE ZETTEN.

DIT IS GEBEURD EN WORDT GECONTINUEERD. HET BIJENLINT WORDT NIET MEER ACTIEF ONDERHOUDEN, HIER LIGGEN KANSEN. DIT IS GEBEURD EN WORDT GECONTINUEERD. TRANSITIONTOWN BESTAAT NIET MEER. DE ANDERE GROEPEN BESTAAN NOG EN DAAR ZIJN GOEDE CONTACTEN MEE BIJ DE GEMEENTE. DE ADVIESRAAD NATUUR EN MILIEU BESTAAT NOG STEEDS. DE GEMEENTE HEEFT HIER GOEDE CONTACTEN MEE. HET PLATFORM NATUUR EN MILIEU IS OPGEHEVEN. DIT IS GEBEURD EN WORDT GECONTINUEERD. BIJ VERANDERENDE WETGEVING WORDEN DE CRITERIA GEACTUALISEERD. DIT IS TEGENWOORDIG DE OMGEVINGSWET. HIERIN VOLGT DE GEMEENTE DE ACTUALITEIT. HET NATUUREDUCATIECENTRUM DE ULEBELT BESTAAT NOG STEEDS. ECHTER IN EEN KLEINERE VORM DAN VOORHEEN. DIT IS GEBEURD EN WORDT GECONTINUEERD. ER IS GESTART MET EEN EIGEN DATABANK, DAT WERKTE NIET GOED. DAAROM IS ER AANGESLOTEN BIJ DE LANDELIJKE DATABANK, DE NATIONALE DATABANK FLORA EN FAUNA (NDFF).

Hieruit kan worden opgemaakt dat er consistent natuurbeleid wordt gevoerd.

GEMEENTE DEVENTER

75

Het uitdragen van het belang van de biodiversiteit in Deventer Een onderdeel wat voor Deventer als belangrijk wordt geacht is het voor het voetlicht brengen en het uitdragen van het belang van de biodiversiteit in Deventer. Hier is aan gewerkt door: • Fietstochten met groene vrijwilligers te onderhouden (tevens onderdeel van de dialoog); • Eén keer per jaar een vrijwilligersavond te houden. De invulling van deze avond is geëvalueerd van vrijwilligers die op de zeepkist iets over hun project vertellen tot een lezingavond met één uitgebreid onderwerp; • Lezingen over de ecologie van Deventer te houden voor allerhande groepen (IVN-cursus, Rotary etc.); • Excursies te leiden voor allerhande groepen (groenvoorzieners, collega-ambtenaren van Deventer of andere gemeenten, provincie, opleidingen/scholen etc.); • Uitdragen van ecologie via interviews met tijdschriften en kranten; • Publicaties over de Deventer natuur in ecologie-tijdschriften en het uitgeven van drie boeken over natuur in Deventer. TWINTIG TINTEN GROEN

Naast deze hoofdbeleidspunten en genoemde maatregelen wordt er richting gegeven aan de Visie Duurzaam Deventer middels twintig punten die de dialoog kunnen voeden. Er is een onderscheid gemaakt tussen de inrichtingdialoog, de beheerdialoog en de dialoog rond natuurambassadeurs. Hieronder worden de twintig tinten groen beschreven en wordt aangegeven in hoeverre aan de dialoogpunten is gewerkt.

76

DE INRICHTINGDIALOOG

1. Green Grid: In 2013 is besloten een Structuurvisie voor Deventer op te stellen met daarin een kaart van de ‘Green Grid’. Dit netwerk van groenstroken en natuurgebieden fungeert als groene corridor rondom de stad, verbonden met de stedelijke natuur. Na lange stilte is in 2024 gestart met de Groenblauwe hoofdstructuur, een lopend proces. 2. Rood-voor-Rood regeling: Deze regeling, vastgesteld door de gemeenteraad en het college van B&W, kent twee varianten: Woning voor schuur en Schuur voor schuur. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Er wordt aandacht besteed aan het behoud van boerenvogels, het aanleggen van poelen, en advies wordt gegeven om deze aspecten in te passen in plannen. 3. Braakliggende terreinen: Terreinen die langer d an twee jaar braak liggen, worden beheerd om tijdelijke natuurwaarden te stimuleren. Dit is toegepast op twee terreinen bij het A1 bedrijvenpark. 4. Knelpunten ecologische infrastructuur bij renovatie: Bij wijkrenovaties worden knelpunten in de ecologische infrastructuur onderzocht. Dit heeft geleid tot de aanleg van paddengoten, faunatunnels, en vleermuistunnels, onder andere bij de Ceintuurbaan en het stationsgebied, waar ook een vistrap met lichtkoepels is gerealiseerd. Daarnaast zijn bloemrijke bermen aangelegd. 5.

Verbetering ecologische infrastructuur bij de A1 en andere wegen: Bij de verbreding van de A1 is een faunapassage gerealiseerd. Ook zijn dassentunnels aangelegd onder de Holterweg en N348. Over

BIODIVERSITEITSPLAN

het Overijssels Kanaal is een faunapassage aangelegd. De Spanjaardsdijk heeft nog geen ecologische verbeteringen ondergaan. DE BEHEERDIALOOG

6. Beheer van klimop: Bomen met klimop die niet direct langs wegen of andere risicovolle locaties staan, mogen hun klimop behouden, omdat het ecologisch belangrijk is voor schuil- en broedgelegenheid. Hoewel dit in het onderhoudsbestek is opgenomen, blijkt de praktijk weerbarstig. Veiligheidsinspecties leiden vaak tot verwijdering van klimop. Er moeten duidelijke afspraken komen tussen Groenbeheer en de gemeente over wanneer klimop mag blijven. 7. Kansen voor natuur in grotere groenstroken: In stedelijke parken zoals het Rijsterborgherpark worden oude en dode bomen zoveel mogelijk gespaard. Ook het beheer wordt afgestemd op de aanwezigheid van bijzondere planten. Bloemrijk gras wordt soms ingezaaid, en wadi’s krijgen natuurlijke beplanting. De moties Snorrende sloten en Berm in bloei zijn aangenomen, maar er moet meer zichtbaarheid komen voor deze acties. 8. Gespecialiseerde medewerkers van HGB: Het idee om een ‘Natuurteam’ binnen HGB op te richten is helaas niet gelukt. Wel hebben medewerkers flora- en faunacursussen gevolgd. De gedragscode van Stadswerk Nederland wordt toegepast, maar de controle op de uitvoering ervan is nog niet onafhankelijk genoeg. De ambitie om een ‘Natuurteam’ op te richten blijft van kracht. 9. Het belang van oude bomenlanen: Oude bomenlanen vormen belangrijke ecologische corridors en verblijfplaatsen voor vleermuizen

GEMEENTE DEVENTER

en broedvogels. Het behoud van deze lanen moet zorgvuldig worden afgewogen tegen veiligheidseisen. Natuurtoetsen worden uitgevoerd om beschermde soorten te identificeren, en bomen met vleermuizen worden veiliggesteld. Structurele begroting van dit beheer is noodzakelijk. 10. Streekeigen soorten: Bij aanleg en renovatie van groen wordt gestreefd naar het gebruik van streekeigen planten, bomen en struiken om de biodiversiteit te stimuleren. De ambitie is om minimaal 75% van het openbaar groen inheems te beplanten, maar er is nog ruimte voor verbetering. 11. Ecologisch beheer van bermen: Bermen en dijktaluds worden waar mogelijk ecologisch beheerd, met maaidata afgestemd op de vegetatie. Kleine stappen zijn gezet, en nieuwe wijken en bermen zijn aangepast volgens de motie Berm in Bloei. 12. Bestrijding van de eikenprocessierups: Binnen NNN-, EVZ- en Natura 2000-gebieden worden milieuvriendelijke methoden gebruikt om de eikenprocessierups te bestrijden. Dit beleid is volledig uitgevoerd in samenwerking met de Vlinderstichting, en het gebruik van schadelijke middelen is stopgezet. 13. De Douwelerkolk: De Douwelerkolk, een ecologische parel aan de rand van de stad, wordt ecologisch beheerd en de natuurwaarden worden verder ontwikkeld. Naast algemene soorten komen er ook bijzondere soorten voor die speciale aandacht vereisen.

Het beheerplan voor het gebied is verouderd en de uitvoering is niet volgens plan verlopen, waardoor ecologische waarden zijn verwaarloosd. Er wordt nu een nieuw

77

beheerplan ontwikkeld, waarbij de gemeentelijke ecoloog is betrokken. Omdat De Douwelerkolk een natuurbestemming heeft, moeten ecologen leidend zijn in het beheer. 14. Natuurpotenties op gemeentelijke gronden: Op de gronden van de gemeente in NNN-, EVZ- en Natura 2000-gebieden wordt ecologisch beheer toegepast, zoals randen- en slootkantbeheer, begrazing en braaklegging. Dit is gedeeltelijk succesvol geweest, met initiatieven zoals de inzaai van kruidenrijke mengsels. Er wordt gestreefd naar meer ecologisch beheer in pachtcontracten, waarbij gronden worden aangemeld bij het ministerie van LNV. Op dubbel ingetekende gronden worden pachtcontracten aangepast voor natuurinclusief beheer. Er is een motie aangenomen om geen glyfosaat meer te gebruiken op gemeentelijke percelen, en nieuwe pachtcontracten worden hierop aangepast. DIALOOG ROND NATUURAMBASSADEURS

15. Kunstmatige nestgelegenheid voor huismus en gierzwaluw: Sinds 2010 zijn er vrijwillige prestatieafspraken gemaakt met woningcorporaties en particulieren om kunstmatige nestgelegenheden te plaatsen. Dit leverde echter te weinig op. In 2019 is daarom de motie Natuurinclusief Bouwen aangenomen, waarmee dit verplicht werd in de hele gemeente. Sindsdien is het de norm geworden. Voorafgaand aan elke renovatie of nieuwbouw worden huismussen en gierzwaluwen geïnventariseerd, en hun nestplaatsen worden gegarandeerd via Soortenmanagementplannen (SMP). De gemeente heeft hier in korte tijd circa €500.000 aan besteed.

Milieueducatiecentrum De Ulebelt zou hierin een rol kunnen spelen. 17. Kunstmatige nestgelegenheid bij verbouwingen: Vanaf 2013 wordt bij verbouwingen kunstmatige nestgelegenheid voor huismussen en gierzwaluwen meegenomen in de bouwplannen. Dit beleid is ingehaald door de motie Natuurinclusief Bouwen in 2019, waarbij het plaatsen van nestgelegenheden standaard werd. 18. Jaarlijks onderzoek naar ecologische knelpunten: Ecologische knelpunten en beschermde soorten werden jaarlijks onderzocht, bijvoorbeeld bij paddenroosters. Dit wordt nu per project bekeken en gefinancierd, waardoor de jaarlijkse onderzoeken zijn vervallen. 19. Beschermde soorten in het rivierengebied: Roeken, blauwe reigers en predatoren zoals uilen en roofvogels zijn belangrijke soorten in de Deventer natuur. Voor roeken is een Roekenbeschermingsplan ontwikkeld, omdat ze problematisch werden. Andere soorten worden beschermd door de Wet Natuurbescherming. 20. Beschermde en Rode Lijst-soorten in planvorming: Onbeschermde Rode Lijst-soorten krijgen dezelfde aandacht als beschermde soorten in bestemmingsplannen en beheer. Ecologie wordt standaard meegenomen in plannen, en de bijzondere plantenlijst van Deventer, vastgesteld door het college van B&W, wordt altijd geraadpleegd bij natuurtoetsen. Dit geldt alleen voor gemeentelijke grond; projectontwikkelaars hebben eigen beleid.

16. Restauratie van oude muren: Gemeentelijke muren worden bij restauraties met kalkmortel onderhouden om de muurvegetatie te beschermen. Dit gebeurt correct. Bij particuliere eigendommen ontbreekt echter voldoende voorlichting vanwege capaciteitsgebrek.

78

BIODIVERSITEITSPLAN

1.12 STRUCTURELE MONITORING FLORA EN FAUNA 1.13 OMVORMEN VAN GAZON 1.14 BESCHERMING ECOLOGISCHE STRUCTUREN 2.15 VITALE BODEMS

x x x x

x x x x x

x x x x

x x x x

x x x x x

x x x x x

x x x x

Gevlekte rietorchis

x x x x

Gewone brem

x x x

Gewone dwergvleermuis

x x x x

Gewone vogelmelk

x x x

Gierzwaluw

x x

Grasklokje

x

Beemdkroon

x

Boomhommel

x

Boommarter

x x

Bruin blauwtje

x x

Das

x x

Egel

x x

Geelgors

x

x

x

x

GEMEENTE DEVENTER

x

x

x

x x

x

x x

x x x

1.8 DIERVRIENDELIJKE VERLICHTING TOEPASSEN

1.7 BOMEN MET ECOLOGISCHE WAARDE

x x x x x x

x x x x x x x

x x x x x x x

x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x

x x x x x x x

x x

x

x x

x

x

x

x

x

x x x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x X X X X X

x x X X X X X

x x X X X X X

X X X X

X X X X

X X X X

X X

X X

X X

x

x

x

x

x x

x x

x x

x

x X

x x X

X

x X

x X

x X

X

X

X

X X

X

X

X X X

X

X X

ESSENLANDSCHAP KAMPENLANDSCHAP

MATEN- EN FLIERENLANDSCHAP

BUITENPLAATSEN

x

UITERWAARDENLANDSCHAP

MAATREGELEN

JONG ONTGINNINGSLANDSCHAP

STEDELIJK GEBIED

3.34 BEHOEFTEN EN WENSEN

3.33 AFSTEMMING OP AMBASSADEURSSOORTEN

3.32 SAMENWERKING MET GROENE GROEPEN

3.31 NATUUR ZICHTBAAR EN TASTBAAR

3.30 KINDEREN ENTHOUSIASMEREN

3.29 BESTAANDE REGELINGEN

3.28 ONDERNEMERS BETREKKEN

3.27 BIODIVERSITEIT OP BEDRIJVENTERREINEN

3.26 BEWUSTZIJN EN PARTICIPATIE

2.21 LANDSCHAPSONTSIERENDE BEPLANTING

2.20 NATUURVRIENDELIJKE OEVERS

2.19 AMFIBIEËNHABITATS

2.16 LANDBOUWGROND EN LANSCHAPSELEMENTEN

1.11 VERBINDINGEN LEGGEN MET BUURGEMEENTES

2.25 VERSTERKING ECOLOGISCHE WAARDEN

x

2.24 INVASIEVE EXOTEN

x

2.23 SPUITVRIJE ZONE

x

2.22 COMPENSATIENORM

x x

2.18 BIOLOGISCH PLANTMATERIAAL

x

1.10 NATUURAMBASSADEURSSOORTEN

x

1.9 INTEGRATIE VAN NATUURAMBITIES IN BASISKAART

x x

2.17 STREEKEIGEN PLANTMATERIAAL

x

1.6 VERSTERKING VAN DE HOOFDBOOMSTRUCTUUR

1.5 VERGROTING ONVERHARD OPPERVLAK

1.4 DAK, GEVELGROEN EN GEVELTUINTJES

1.3 NATUURINCLUSIEF BOUWEN IS DE STANDAARD

1.2 VASTSTELLEN GROENNORM

1.1 ECOLOGISCH BEHEER

BIJLAGE 3: LANDSCHAPSTYPEN EN BIJBEHORENDE ELEMENTEN EN SOORTEN LANDSCHAPSTYPE

X X

X

79

Grasmus

x

Huismus

x

Kamsalamander

x

80 x

Muurbloem

x x x x x x x x x X

Muurleeuwenbek

x x x x x x x x x X

Oranjetipje

x x x x X

Patrijs

x x x

Rode wouw

x x

Weidegeelster

x x x

Klein glaskruid

x x x

Meidoornzandbij

x x x

x x x

x x

1.8 DIERVRIENDELIJKE VERLICHTING TOEPASSEN

1.7 BOMEN MET ECOLOGISCHE WAARDE

1.6 VERSTERKING VAN DE HOOFDBOOMSTRUCTUUR

1.5 VERGROTING ONVERHARD OPPERVLAK

1.4 DAK, GEVELGROEN EN GEVELTUINTJES

x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x x

x x x x

x x

x x

x

x x x

x

x x x x x x x

x x x x x x x x

x x x x x x x x

x x x x x x x

x x

x x x x

x x x x

x x x x x x x x

x x x x x x x x

x

x

x

x x x x

x x x x

x x x x

x x x x

x

x

x

x

x

x

x

x

2.24 INVASIEVE EXOTEN 2.25 VERSTERKING ECOLOGISCHE WAARDEN

x x x x

x x x x x x x x x

x x x x x x x x x

x x x

x

x

x

x

x x x x

x x x x x x x

x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x x

x x

x

x

X

X

x X

x X

x X X

X

X

X

x

X

X X X

X X X

X X

X

BIODIVERSITEITSPLAN

KAMPENLANDSCHAP

X

ESSENLANDSCHAP

MATEN- EN FLIERENLANDSCHAP

BUITENPLAATSEN

UITERWAARDENLANDSCHAP

JONG ONTGINNINGSLANDSCHAP

STEDELIJK GEBIED

3.34 BEHOEFTEN EN WENSEN

3.33 AFSTEMMING OP AMBASSADEURSSOORTEN

3.32 SAMENWERKING MET GROENE GROEPEN

3.31 NATUUR ZICHTBAAR EN TASTBAAR

3.30 KINDEREN ENTHOUSIASMEREN

3.29 BESTAANDE REGELINGEN

3.28 ONDERNEMERS BETREKKEN

3.27 BIODIVERSITEIT OP BEDRIJVENTERREINEN

3.26 BEWUSTZIJN EN PARTICIPATIE

2.23 SPUITVRIJE ZONE

x

2.22 COMPENSATIENORM

2.21 LANDSCHAPSONTSIERENDE BEPLANTING

2.20 NATUURVRIENDELIJKE OEVERS

1.11 VERBINDINGEN LEGGEN MET BUURGEMEENTES

2.19 AMFIBIEËNHABITATS

Laatvlieger

2.18 BIOLOGISCH PLANTMATERIAAL

x

2.17 STREEKEIGEN PLANTMATERIAAL

x

2.16 LANDBOUWGROND EN LANSCHAPSELEMENTEN

x

2.15 VITALE BODEMS

Kruipend moerasscherm

1.14 BESCHERMING ECOLOGISCHE STRUCTUREN

x

1.13 OMVORMEN VAN GAZON

x

x x

1.12 STRUCTURELE MONITORING FLORA EN FAUNA

x

x x

1.10 NATUURAMBASSADEURSSOORTEN

x

x x

1.9 INTEGRATIE VAN NATUURAMBITIES IN BASISKAART

Kleine ijsvogelvlinder

x

1.3 NATUURINCLUSIEF BOUWEN IS DE STANDAARD

1.2 VASTSTELLEN GROENNORM

1.1 ECOLOGISCH BEHEER

MAATREGELEN LANDSCHAPSTYPE

X X

X X

X X

X

X X X X

X X X X

X X X X

X X X X

X X X

STEDELIJK GEBIED LANDSCHAPSELEMENTEN

BIJBEHORENDE SOORTEN

AMBASSADEURSSOORTEN

BEDREIGINGEN

Gevelbeplanting of groen dak

Sedumdaken met bloeiende planten Gevels met bloeiende klimplanten zoals klimop

Boomhommel Huismus

•

Haag of blokhaag

Meidoorn, Sleedoorn, Haagbeuk Beuk, Wilde liguster, Veldesdoorn

Boomhommel Huismus Egel

•

•

•

Oeverhoekjes met ruigte Ruigtevegetatie of open zand, Brandnetel, Braam, Akkerdistel

Boomhommel Huismus Egel

Tiny forest

Streekeigen boomsoorten met vruchtdragende struiken: Hazelaar, Sleedoorn, Vlier, Braam, Sporkehout, Gele kornoelje

Boomhommel Huismus Egel

•

Linde, Gewone es, Zomereik, Zwarte els, Leibomen

Boomhommel Gierzwaluw Gewone dwergvleermuis

•

Laanbomen

Wetering of sloot (natuurvriendelijke oever)

Inheemse en regionale oevervegetatie

Boomhommel Gierzwaluw

Oude muren

Gele helmbloem Muurvaren

Boomhommel, Muurleeuwenbekje Muurbloem

Wadi

Inheemse en regionale oevervegetatie

Boomhommel Huismus

Vijver of poel

Inheemse en regionale oevervegetatie

Boomhommel Huismus Gierzwaluw

Moestuin of boomgaard

Fruitbomen: Peer, Appel, Kers, Pruim

Boomhommel Huismus Egel

GEMEENTE DEVENTER

• •

• •

• •

Vervuiling van lucht, bodem en water door industrie, verkeer en landbouw Verdwijnen van typische gebiedseigen flora door het inzaaien met standaard zaadmengsels (uniforme landschappen) Versnippering van leefgebieden voor soorten door het ontbreken van verbinding Verdwijnen van leefgebieden door “opruimwoede” van het landschap (rommelhoekjes verdwijnen) Verhoogd aandeel niet-inheemse soorten Verhoogde predatie van wilde fauna door hoge dichtheid predatoren (met name katten) Verkeersslachtoffers (egels, amfibieën) door afwezigheid van faunastructuren Verdroging door grondwateronttrekking Verandering van het klimaat zorgt voor andere bloeitijden en perioden van droogte of wateroverlast Verhoogde waterafvoer bij piekbuien en beperkt absorptievermogen van bodem door verharding draagt bij aan wateroverlast Hittestress vanwege groot aandeel bebouwd oppervlak in relatie tot groen Vervuiling door overmatige belichting in avond/nacht

81

JONG ONTGINNINGSLANDSCHAP LANDSCHAPSELEMENTEN

BIJBEHORENDE SOORTEN

AMBASSADEURSSOORTEN BEDREIGINGEN

Houtwal of houtsingel

Zomereik,Berk, Zwarte els (elzensingel)

Bruin blauwtje

•

Houtwal of houtsingel met struiklaag

Zomereik, Berk, Gewone es, Lijsterbes, Meidoorn, Hazelaar, Gewone vlier, Gelderse roos

Bruin blauwtje Patrijs Egel

• • •

Haag

Meidoorn , Sleedoorn

Bruin blauwtje Patrijs Egel

•

Ontginningsbos

Zomereik, Berk, Zwarte els

Patrijs Egel

Poelen

Inheemse oevervegetatie

Kamsalamander Gevlekte rietorchis

Wetering of sloot (natuurvriendelijke oever)

Inheemse oevervegetatie

Bruin blauwtje

Schrale berm

Flora van droge schrale graslanden zoals: Duizendblad , Muizenoor, Struikheide

Grasklokje Bruin blauwtje Patrijs

Bermgreppels

Flora van vochtige schrale graslanden zoals: Echte koekoeksbloem , Tormentil , Blauwe knoop (zeldzaam)

Grasklokje Bruin blauwtje Patrijs

• •

Vermesting van bodem en waterkwaliteit door intensief agrarisch gebruik Verzuring van bodem en water door stikstofdepositie Verdroging door grondwateronttrekking Verdwijnen van soorten van schrale graslanden door het ontstaan van uniforme bodems en daarmee uniforme landschappen Versnippering van leefgebieden voor soorten door het ontbreken van verbinding Verandering van het klimaat zorgt voor andere bloeitijden en perioden van droogte of wateroverlast Verdringing van inheemse soorten door invasieve exotische plant- en diersoorten

UITERWAARDENLANDSCHAP LANDSCHAPSELEMENTEN

BIJBEHORENDE SOORTEN

AMBASSADEURSSOORTEN

BEDREIGINGEN

Knotwilgenrij

Schietwilg, Amandelwilg, Boswilg

Grasmus

•

Haag

Meidoorn, Sleedoorn

Grasmus

Dijkhelling en wegberm

Flora van glanshaverhooiland zoals: Wilde cichorei , Groot streepzaad , Grote centaurie

Grasmus Weidegeelster

•

Bloemrijk grasland op klei en zavel

Flora van glanshaverhooiland of Ruigteflora: Akkerdistel, Heelblaadjes, Brandnetel

Grasmus Weidegeelster Rode wouw

Oevers nevengeul

Inheemse oevervegetatie

Gewone dwergvleermuis

Bloemrijk grasland op oeverwallen

Flora van stroomdalgrasland: Veldsalie, Geel walstro, Duifkruid

Weidegeelster Patrijs

Ooibos (vloedbos)

Schietwilg, Amandelwilg, Boswilg

Egel

82

Stijlwand langs rivier Bomenlaan

Gewone dwergvleermuis Knotwilgen, Populieren, Essen

Gewone dwergvleermuis Gierzwaluw

• • • •

Verdwijnen van dynamiek door het afsluiten van oude strangen, uiterwaarden en nevengeulen Vervuiling van bodem- en waterkwaliteit door aanvoer vervuild rivierwater Vermesting van voedselarme oeverwallen, rivierduinen of zavelgronden door agrarisch gebruik Verdwijnen van soorten van schrale graslanden door verruiging Verandering van het klimaat zorgt voor langere periode van droogte of verhoogde piekafvoer Verdringing van inheemse soorten door invasieve exotische planten diersoorten

BIODIVERSITEITSPLAN

LANDSCHAP VAN DE BUITENPLAATSEN LANDSCHAPSELEMENTEN

BIJBEHORENDE SOORTEN

AMBASSADEURSSOORTEN

BEDREIGINGEN

Laanbomen

Beuk, Zomereik, Linde, Paardenkastanje , Bosflora (stinsenplanten)

Gewone vogelmelk Boommarter laatvlieger

•

Berken-eikenbos, Beuken-eikenbos, Vogelkers-essenbos, Elzenbroekbos, Bosflora (stinsenplanten) Ooibos

Gewone vogelmelk Boommarter Laatvlieger

•

Landgoedbossen (naaldbos)

Grove den, Douglas, Sparren

Boommarter

Bosmantel

Braam, Look zonder look, Hazelaar, Gewone vlier, Brandnetel

Gewone vogelmelk Oranjetipje Egel

Bloemrijke grasweide

Pinksterbloem, Paardenbloem, Scherpe Gewone vogelmelk boterbloem Oranjetipje Egel Patrijs

Bloemrijke berm

Bosplanten (stinsenplanten)

Gewone vogelmelk Oranjetipje Egel

Hagen

Meidoorn, Sleedoorn, Hazelaar Gewone vlier

Oranjetipje Egel Boommarter

Landgoedbossen (loofbos)

Gracht, vijver, waterloop Streekeigen oevervegetatie met natuurijke oever

Oranjetipje Laatvlieger

Akker met akkerrand

Oranjetipje Egel Patrijs

GEMEENTE DEVENTER

Korenbloem, Bolderik, Klaproos, Andere streekeigen akkerkruiden zandige plekken

•

• •

Vervuiling van bodem- en waterkwaliteit door stikstofdepositie en vermesting van buitenaf Verdwijnen van typische bosflora en stinsenplanten door verruiging en strooiselophoping (effect verzuring en vermesting) Verdwijnen van bosstructuur bij boskap, doordat bos veelal in dezelfde periode is aangeplant Verandering van het klimaat zorgt voor langere periode van droogte of verhoogde piekafvoer Verdringing van inheemse soorten door invasieve exotische planten diersoorten

83

MATEN- EN FLIERENLANDSCHAP LANDSCHAPSELEMENTEN

BIJBEHORENDE SOORTEN

AMBASSADEURSSOORTEN

BEDREIGINGEN

Houtwal of houtsingel

Gewone es, Zomereik , Zwarte els (elzensingel)

Kamsalamander Kleine ijsvogelvlinder

•

Hakhoutsingel (coulissen)

Zwarte els

Kamsalamander Egel

Haag

Meidoorn , Sleedoorn, Hazelaar

Kamsalamander Egel

•

Kronkelende wegen met laanbeplanting

Zomereik, Gewone es, Zwarte els

Egel Boommarter

•

• •

• Poelen

Streekeigen oevervegetatie

Kamsalamander Gevlekte rietorchis

Watergang (wetering, kanaal, beek of sloot)

Kwelindicatorsoorten: Waterviolier, Holpijp, Lidsteng, Beekpunge

Kamsalamander Gevlekte rietorchis Kruipend moerasscherm

Broekbosjes

Zwarte els, Gewone es, Zachte berk, Kwelindicatorsoorten

Kamsalamander Gevlekte rietorchis Kruipend moerasscherm

Natte hooilanden (vloeivelden) en natuurvriendelijke oevers

Gewone dotterbloem, Echte koekoeksbloem, Kwelindicatorsoorten

Kamsalamander Gevlekte rietorchis Kruipend moerasscherm Oranjetipje

84

•

Vermesting van bodem en waterkwaliteit door intensief agrarisch gebruik of het inlaten van gebiedsvreemd water Verzuring van bodem en water door stikstofdepositie en afname van mineraalrijke kweldruk Verdroging door afname van kweldruk door grondwateronttrekking Afname van natuurlijke dynamiek door het vastleggen, rechttrekken en verdiepen van waterlopen Verdwijnen van karakteristieke landschapselementen zoals de coulissen Verandering van het klimaat zorgt voor perioden van droogte of wateroverlast Verdringing van inheemse soorten en verstoppingsproblemen door invasieve exotische planten zoals grote waternavel en watercrassula

BIODIVERSITEITSPLAN

ESSENLANDSCHAP EN KAMPENLANDSCHAP LANDSCHAPSELEMENTEN

BIJBEHORENDE SOORTEN

Houtwal of houtsingel

Berk, Gewone es, Zomereik , Zwarte els Das (elzensingel) Gewone brem Egel

Houtwal of houtsingel met struiklaag

AMBASSADEURSSOORTEN

Zomereik, Berk, Gewone es, Lijsterbes, Meidoorn, Hazelaar , Gewone vlier, Gelderse roos

Das Gewone brem Meidoornzandbij Egel

Haag

Meidoorn Sleedoorn, Braam, Roos

Das Meidoornzandbij Geelgors

Boomgaard bij erf

Hoogstambomen: Appels, Peren, Kersen , Walnoot

Das Meidoornzandbij Geelgors Egel

Kronkelende wegen met laanbeplanting

Zomereik, Gewone es, Zwarte els, Linde

Das Gewone brem Meidoornzandbij Geelgors

Poelen

Streekeigen oevervegetatie

Geelgors

Wetering (natuurvriendelijke oever)

Streekeigen oevervegetatie

Meidoornzandbij Beemdkroon

Hakhoutbosjes

Zomereik, Gewone es, Zwarte els

Das Gewone brem Geelgors

Akkerranden

Korenbloem, Bolderik, Klaproos, Andere streekeigen akkerkruiden zandige plekken

Das Meidoornzandbij Geelgors

Zandwegen met bloeiende berm

Schrale bermflora: Grasklokje, Klein vogelpootje, Gewone brunel

Gewone brem Beemdkroon Meidoornzandbij Geelgors

GEMEENTE DEVENTER

BEDREIGINGEN • • • • • • •

Vermesting van bodem en waterkwaliteit door intensief agrarisch gebruik Verzuring van bodem en water door stikstofdepositie Verdroging door grondwateronttrekking Versnippering van leefgebieden voor soorten door het ontbreken van verbinding Verdwijnen van karakteristieke landschapselementen Verandering van het klimaat zorgt voor andere bloeitijden en perioden van droogte of wateroverlast Verdringing van inheemse soorten door invasieve exotische planten diersoorten

85

BIJLAGE 4: TOELICHTING OP DE DOELSTELLINGEN EN MAATREGELEN

AMBITIE 1: VERSTERKEN VAN GROENE EN BLAUWE ECOLOGISCHE STRUCTUREN IN HET STEDELIJK GEBIED EN DE DORPSKERNEN OM EEN ROBUUST SYSTEEM TE CREËREN 1.1

ECOLOGISCH BEHEER IS EEN BELANGRIJK UITGANGSPUNT

Het Groenbeleidsplan van Deventer (2007-2017) beschrijft de visie van de gemeente op het beheer en de ontwikkeling van groen in de stad. Ecologisch beheer is een belangrijk onderdeel van deze visie. Dit betekent dat er rekening wordt gehouden met natuurlijke processen en dat er gestreefd wordt naar een grotere biodiversiteit.

•

RESULTATEN:

• • •

MAATREGELEN:

•

•

• •

•

86

Natuurlijk bermbeheer opschalen waar mogelijk: Het belang van natuurlijk bermbeheer is groot om de verbinding tussen verschillende groengebieden te verbeteren. Dit betekent onder andere dat bermen pas later in het seizoen gemaaid worden, zodat planten de kans krijgen om te bloeien en zaden te verspreiden. (zie Actieplan Bermen in bloei Bebouwde Kom). Ecologisch beheer van nieuw beheerareaal is een belangrijk uitgangspunt: Zodra nieuwe woonwijken en andere terreinen in beheer bij de gemeente wordt gebracht, zal daar ecologisch beheer worden uitgevoerd waar mogelijk. Dit in het verlengde van de motie Berm in bloei (aangenomen op 12 juli 2023). Bermbeheerplan actualiseren in 2030: Na 7 jaar uitvoering is het van belang het bermbeheer te evalueren en optimaliseren. Gebiedsbeheerplannen: Voor de grote stadsparken groengebieden worden beheerplannen opgesteld waarin de specifieke doelstellingen en maatregelen voor ecologisch beheer worden vastgelegd. Beheer van Klimop: Klimop in bomen wordt, mits er geen sprake is van een gevaarlijke situatie, behouden vanwege de ecologische waarde. Klimop biedt schuil en broedgelegenheid voor verschillende

diersoorten. Actualiseren groenbeheerplan gemeente Deventer:

• • • •

Verhoogde aanwezigheid van inheemse plantensoorten. Verbeterde habitatkwaliteit voor de ambassadeurssoorten Toename biodiversiteit: Een meetbare toename van de biodiversiteit in bermen en langs wegen. Een meetbare toename van de ambassadeurssoorten. Verbeterde verbinding tussen verschillende groengebieden, wat de migratie en voortplanting van soorten bevordert. Aantrekkelijker habitat voor bestuivers zoals bijen en vlinders. Aantrekkelijke leefomgeving: Een gevarieerd en bloeiend bermbeheer draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving voor mens en dier. Kennisgedreven bermbeheer: Een bermbeheerplan dat gebaseerd is op de nieuwste wetenschappelijke inzichten en is afgestemd op lokale omstandigheden.

BIODIVERSITEITSPLAN

1.2 VASTSTELLEN GROENNORM VOOR EEN GROENERE LEEFOMGEVING IN 2035 Een groennorm geeft aan hoeveel groen er minimaal in een stad of buurt moet zijn om een leefbare omgeving te creëren. De groennorm wordt vaak uitgedrukt in vierkante meters groen per inwoner. Het Groenbeleidsplan van Deventer (2007-2017) vermeldt een norm van 75m2 openbaar toegankelijk groen per woning, gezien over de hele stad. Dit is niet alleen openbaar groen in beheer van de gemeente, maar ook openbaar toegankelijk groen van andere eigenaren. Het doel van een nieuwe groennorm is om te zorgen voor: • Verbetering van de gezondheid en het welzijn: Bomen en groen hebben een positief effect op de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Ze zorgen voor stressreductie, stimuleren beweging en verbeteren de luchtkwaliteit. • Vergroting van de biodiversiteit: Bomen en groen bieden leefgebied aan verschillende planten en dieren, wat bijdraagt aan de biodiversiteit in de stad. • Aanpak van klimaatverandering: Bomen en groen zorgen voor verkoeling in de stad, vangen regenwater op en slaan CO2 op. Deze groennorm kan worden toegepast bij: • Het ontwikkelen van nieuwe stedenbouwkundige plannen. • Het vergroenen van bestaande wijken. • Het beheer en onderhoud van groen in de stad.

GEMEENTE DEVENTER

Maatregelen: • Analyse Huidige Situatie: o In kaart brengen: onderzoek waar de nieuwe groennorm al wordt behaald en waar niet. Dit kan door middel van GISanalyse. o Kansenkaart: Het opstellen van een kansenkaart kan helpen bij het identificeren van locaties waar groen kan worden toegevoegd of verbeterd. •

Plan van Aanpak: o Relaties leggen: Het is belangrijk om de nieuwe groennorm te verbinden met andere beleidsdoelen, zoals klimaatadaptatie en biodiversiteit. Dit betekent dat er bij de keuze voor beplanting en de inrichting van de openbare ruimte rekening moet worden gehouden met de effecten op deze thema’s. o Afwegingskader: Het ontwikkelen van een boomsoortenlijst en een afwegingskader kan de gemeente helpen bij het selecteren van de juiste bomen voor de juiste plek.

•

Concrete Maatregelen: o Aanplant: Het structureel aanplanten van bomen en andere vegetatie op strategische locaties waar de groennorm nog niet wordt behaald. o Vergroening: Het stimuleren van vergroening op terreinen van derden, bijvoorbeeld door subsidies te verstrekken voor groene daken en gevels. o Boomspiegels: Het vergroten van boomspiegels in de verharding kan de leefomstandigheden van bomen verbeteren en de hoeveelheid groen in de stad vergroten.

87

•

•

Samenwerking: o Inwoners: Betrek bewoners bij de planvorming en uitvoering, bijvoorbeeld door middel van inspraakavonden of bewonersinitiatieven. o Bedrijven: Werk samen met bedrijven op bedrijventerreinen om de groennorm te realiseren, bijvoorbeeld door het aanbieden van groene subsidies en incentives. Monitoring en Evaluatie: o Voortgang meten: Het is belangrijk om de voortgang van de implementatie van de groennorm te monitoren en te evalueren. Dit kan door middel van het bijhouden van het oppervlakte groen, aantal geplante bomen, de hoeveelheid groene daken en gevels, en de tevredenheid van bewoners over het groen in hun omgeving.

GROENNORM VOORBEELD:

Een voorbeeld van een nieuwe groennorm is de 3-30-300-regel. Dit is een richtlijn voor het creëren van een gezonde en groene leefomgeving in steden. De essentie ervan: • 3 bomen: Iedereen zou vanuit zijn woning minimaal 3 bomen moeten kunnen zien. • 30% schaduw: Iedere wijk moet voor minimaal 30% overschaduwd worden door bomen. • 300 meter van een park: Niemand zou verder dan 300 meter van een park of groene ruimte moeten wonen.

RESULTATEN:

•

•

•

•

88

Verbeterde gezondheid en welzijn: Een toename van groen in wijken zal bijdragen aan een verbetering van de fysieke en mentale gezondheid van inwoners, dankzij meer schaduw, schone lucht en recreatiemogelijkheden. Verhoogde biodiversiteit: Door het aanplanten van streekeigen en gevarieerde boomsoorten ontstaat een groter leefgebied voor dieren en planten, wat de biodiversiteit ten goede komt. Versterkte klimaatadaptatie: Het toevoegen van groen helpt steden verkoelen, regenwater opvangen en CO2 vastleggen, wat bijdraagt aan een klimaatbestendige stedelijke omgeving. Groene en aantrekkelijke leefomgeving: Het structureel aanplanten van bomen en vergroening van wijken draagt bij aan een aantrekkelijke en leefbare omgeving voor inwoners en bezoekers van Deventer.

BIODIVERSITEITSPLAN

1.3

NATUURINCLUSIEF BOUWEN IS DE STANDAARD

Natuurinclusief bouwen is een benadering van bouwen en ontwerpen waarbij rekening wordt gehouden met de lokale flora en fauna. Het doel is om gebouwen en hun omgeving zo te ontwerpen dat ze een positieve bijdrage leveren aan de biodiversiteit. In plaats van de natuur te zien als iets dat moet wijken voor bebouwing, probeert natuurinclusief bouwen de natuur te integreren in de gebouwde omgeving. Dit kan op verschillende manieren, zoals: • Groene daken en gevels: Aanleggen van groene daken en gevels die dienen als leefgebied voor planten en insecten. • Natuurlijke materialen: Gebruiken van natuurlijke en duurzame materialen in de bouw. • Wateropvang: Opvangen en hergebruiken van regenwater voor bijvoorbeeld bewatering. • Groene inrichting: Creëren van een groene omgeving rondom gebouwen met bomen, struiken en andere beplanting die aantrekkelijk is voor dieren. • Nestkasten en verblijfplaatsen: Inbouwen van nestkasten voor vogels, zoals gierzwaluwen en huismussen, en het creëren van verblijfplaatsen voor vleermuizen in gevels en daken. Voordelen van natuurinclusief bouwen: • Vergroten van de biodiversiteit: Biedt leefgebied aan planten en dieren in de stad. • Verbeteren van de leefkwaliteit: Zorgt voor een aantrekkelijkere en gezondere leefomgeving voor mensen. • Aanpakken van klimaatverandering: Draagt bij aan verkoeling, waterberging en CO2-opslag.

GEMEENTE DEVENTER

In Deventer is anno 2024: • Natuurinclusief bouwen verplicht bij nieuwbouwprojecten. • Bij alle renovaties en verduurzamingsprojecten van woningen natuurinclusief renoveren de standaard. • Heeft de gemeente een Soortenmanagementplan (SMP) geïmplementeerd dat richtlijnen en voorbeelden voor natuurinclusief bouwen binnen de bouwde kom bevat. Voor het buitengebied volgt nog een uitwerking van het SMP. MAATREGELEN:

•

•

•

•

Integratie in beleid: Natuurinclusief bouwen is een vast onderdeel van het beleid in Deventer. Dit betekent dat er bij alle bouwprojecten, van kleine renovaties tot grote nieuwbouwprojecten, rekening moet worden gehouden met de bescherming van plant en diersoorten. Soortenmanagementplan: Voor alle bebouwde kernen in Deventer geldt het Soortmanagementplan (SMP). Dit plan bevat richtlijnen en praktische voorbeelden voor natuurinclusief bouwen en renoveren. Het SMP wordt gebruikt door de gemeente zelf, maar ook door woningcorporaties en andere marktpartijen die in Deventer actief zijn. Best practiceverplichting: Bij het toepassen van natuurinclusieve maatregelen in bouwprojecten geldt een best practiceverplichting. Dit betekent dat er gebruik moet worden gemaakt van bewezen effectieve maatregelen. Standaard natuurinclusief renoveren: Bij alle renovaties en verduurzamingsprojecten van woningen wordt standaard natuurinclusief gerenoveerd. Dit betekent dat er maatregelen worden genomen om de woningen geschikt te maken en te houden voor beschermde soorten, zoals de huismus, gierzwaluw, huiszwaluw en

89

•

•

•

•

vleermuizen. Natuurinclusief bouwen bij nieuwbouw: Bij nieuwbouwprojecten is natuurinclusief bouwen de standaard. Dit betekent dat er in de ontwerpfase al rekening wordt gehouden met de lokale flora en fauna. Er worden bijvoorbeeld nestkasten ingebouwd, groene daken aangelegd en er wordt gewerkt met een groene inrichting van de openbare ruimte rondom de nieuwbouw. Behoud van voorzieningen: Voor behoud van aangebrachte voorzieningen moet een borgingsmechnisme worden opgezet. Momenteel kan er na een verkoop van een huis door de nieuwe eigenaar onzorgvuldig met voorzieningen worden omgegaan of zelfs verwijderd. Voorlichting en bewustwording: De gemeente Deventer hecht belang aan bewustwording over natuurinclusief bouwen en organiseert bijeenkomsten om bewoners te informeren over natuurinclusiviteit. Deze bijeenkomsten kunnen worden uitgebreid met informatie over natuurinclusief bouwen, renoveren en onderhoud. Het stimuleren van natuurinclusief bouwen is een continu proces. Deventer blijft zich inzetten om de biodiversiteit in de stad te bevorderen, onder andere door te blijven innoveren op het gebied van natuurinclusief bouwen.

Naast de hierboven genoemde maatregelen is het belangrijk om te benadrukken dat natuurinclusief bouwen een integrale benadering vereist. Dit betekent dat er in de ontwerpfase al rekening moet worden gehouden met de impact van het gebouw op de omgeving en dat er samengewerkt moet worden tussen architecten, ecologen, aannemers en andere betrokkenen.

90

BIODIVERSITEITSPLAN

1.4 DAK, GEVELGROEN EN GEVELTUINTJES GERICHT STIMULEREN VOOR BESTAANDE GEBOUWEN Dakgroen is een verzamelterm voor alle vormen van vegetatie op daken. Dit kan variëren van eenvoudige sedumdaken tot uitgebreide daktuinen met bomen en struiken. Gevelgroen betreft begroeiing die direct op de gevel van een gebouw groeit, bijvoorbeeld klimplanten tegen een muur en geveltuintjes zijn kleine tuintjes die worden aangelegd in de openbare ruimte, direct voor de gevels van huizen. Ze zijn vaak in versteende straten te vinden om de leefbaarheid te vergroten en de openbare ruimte te vergroenen.

o

•

Aanbieden stimuleringsregeling: Subsidies en financiering: Voor de geselecteerde prioritaire gebieden wordt een aanvullende stimuleringsregeling opgezet om dak en gevelgroen te realiseren. Dit kan bestaan uit financiële subsidies, fiscale voordelen of het aanbieden van technische ondersteuning bij het aanleggen van groenvoorzieningen. o Vergroenen op particulier terrein: Bewoners en eigenaren van gebouwen worden actief gestimuleerd om vergroening op hun eigen terrein door te voeren. Voor dak en gevelgroen wordt, naast financiële prikkels, ook technische begeleiding aangeboden om vergroening laagdrempeliger te maken. o Geveltuintjes aanleggen: In dichtbebouwde wijken wordt een actieplan opgezet om bewoners te helpen bij het aanleggen van geveltuintjes in de openbare ruimte direct voor hun huizen. Hier kunnen subsidies voor beplanting en gereedschap worden verstrekt. o

Dakgroen en gevelgroen zijn belangrijke instrumenten om steden groener, leefbaarder en duurzamer te maken. Ze bieden voordelen zoals isolatie, waterbuffering, en een vergroting van de biodiversiteit. Het stimuleren van deze vormen van vergroening draagt bij aan een groenere en klimaatbestendige stad, waarbij bewoners direct worden betrokken bij het vergroenen van hun eigen leefomgeving. Geveltuintjes voegen groen toe aan dichtbebouwde stedelijke gebieden, verbeteren de leefbaarheid, en helpen bij het bestrijden van hittestress en wateroverlast. MAATREGELEN:

Aansluiten op het Klimaatadaptatieprogramma om zo dakgroen en gevelgroen te realiseren. • Aanwijzen prioritaire gebieden: o In kaart brengen van gebieden: Op basis van onderzoek wordt vastgesteld welke delen van de stad onvoldoende groen bevatten en in welke wijken de behoefte aan vergroening het grootst is. Hierbij wordt rekening gehouden met de bestaande oppervlakte groen per woning en de ruimtelijke mogelijkheden voor vergroening.

Selecteren van prioriteitsgebieden: Gebieden waar het openbare groen beneden de vastgestelde norm valt, worden aangewezen als prioritaire locaties voor extra inspanningen op het gebied van dak en gevelgroen, alsmede geveltuintjes.

•

GEMEENTE DEVENTER

RESULTATEN:

•

•

Toename van dak en gevelgroen: Een zichtbare toename van groenvoorzieningen op daken en gevels, waardoor de stad groener en aantrekkelijker wordt. Verbeterde biodiversiteit: Door het stimuleren van dak en gevelgroen ontstaat meer leefruimte voor vogels, insecten en andere dieren, wat bijdraagt aan het vergroten van de biodiversiteit in stedelijke gebieden.

91

•

•

•

Klimaatadaptatie: Groene daken en gevels verbeteren de waterafvoer, verminderen hittestress in de stad en zorgen voor betere isolatie van gebouwen, wat bijdraagt aan klimaatbestendigheid. Vergroten van leefbaarheid: Door de aanleg van geveltuintjes wordt de leefomgeving van inwoners groener en aantrekkelijker, wat een positief effect heeft op het welzijn van bewoners. Bewustwording en betrokkenheid: Inwoners en bedrijven worden direct betrokken bij de vergroening van hun eigen omgeving, wat zorgt voor een grotere bewustwording van het belang van biodiversiteit en klimaatadaptatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15810431/2