2025-463 Biodiversiteitsplan Deventer 2025-2035(geamendeerd vastgesteld 9-7-2025)
Tekst van het document
Met deze aanpak wil de gemeente Deventer het dak en gevelgroen in de stad substantieel uitbreiden en bijdragen aan een groenere, klimaatbestendige en aantrekkelijkere leefomgeving voor haar inwoners.
92
BIODIVERSITEITSPLAN
1.5 VERGROTING VAN HET ONVERHARDE OPPERVLAK IN DE OPENBARE RUIMTE AAN DE HAND VAN HET ‘GROEN TENZIJ’-PRINCIPE Het verhogen van het onverharde oppervlak in stedelijke gebieden is van essentieel belang voor het bevorderen van de biodiversiteit, het verbeteren van de waterhuishouding, en het creëren van een gezondere en klimaatbestendige leefomgeving. Verharding, zoals asfalt en tegels, zorgt voor een ondoordringbare laag die regenwater afvoert naar het riool in plaats van in de bodem te laten infiltreren. Dit leidt tot wateroverlast maar verstoort ook de natuurlijke watercyclus. Het verminderen van verharding draagt bij aan een groenere stad met betere leefomstandigheden voor mens en dier. Het aanpakken van onnodige verharding wordt uitgevoerd als koppelkans. Wanneer er in de openbare ruimte gewerkt wordt, is de nieuwe inrichting groen, tenzij dit niet anders kan.
PLAN VAN AANPAK:
•
•
MAATREGELEN:
• •
• INVENTARISATIE EN ANALYSE:
•
• • •
Huidige situatie in kaart brengen bij ruimtelijke ontwikkeling: Begin met het inventariseren van de bestaande verharding en het onverharde oppervlak in de openbare ruimte. Dit kan door middel van luchtfoto’s, GISdata en veldonderzoek. Verhardingsgraad bepalen: Analyseer de verhardingsgraad per wijk of buurt om te bepalen waar de grootste kansen liggen voor ontharding. Oorzaken van verharding identificeren: Onderzoek de oorzaken van verharding, zoals parkeerplaatsen, breedte van wegen en stoepen. Zinloze verharding in kaart brengen: Identificeer locaties met “zinloze verharding”, zoals overbodige bestrating of te brede stoepen, die makkelijk te vergroenen zijn.
•
•
•
Ontharden van ‘makkelijke’ plekken: Start met het verwijderen van verharding op locaties die eenvoudig te vergroenen zijn. Herinrichting openbare ruimte: Pas bij herinrichtingsprojecten de inrichting van de openbare ruimte aan, bijvoorbeeld door smallere wegen, grotere boomspiegels, en meer groen. Stimuleren geveltuinen: Moedig bewoners aan om geveltuinen aan te leggen en verstrek subsidies of andere ondersteuning. Aanplant van bomen: Plant meer bomen, met name streekeigen soorten met een hoge ecologische waarde, die schaduw bieden en bijdragen aan biodiversiteit. Waterdoorlatende verharding: Pas waar mogelijk waterdoorlatende verharding toe om wateroverlast te verminderen en de waterhuishouding te verbeteren. Aanpassen parkeernormen: Herzie parkeernormen om de verharding door parkeerplaatsen te verminderen.
MONITORING EN EVALUATIE:
• •
GEMEENTE DEVENTER
Doelstellingen formuleren voor het projectgebied: Stel concrete doelen voor de verhoging van het onverharde oppervlak, zowel op korte als lange termijn. Integratie met andere beleidsdoelen: Integreer de onthardingsdoelen met andere beleidsdoelen, zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit, en waterberging.
Monitoren van de voortgang: Volg de voortgang van de ontharding en de effecten op de leefomgeving. Evalueren van de aanpak: Evalueer regelmatig de effectiviteit van de maatregelen en pas de aanpak zo nodig aan.
93
1.6 VERSTERKING VAN DE HOOFDBOOMSTRUCTUUR WAARMEE EEN ROBUUST NETWERK ONTSTAAT DAT DE ECOLOGISCHE SAMENHANG ONDERSTEUNT. Bomen spelen een cruciale rol in het behouden en versterken van de ecologische samenhang in stedelijke en landelijke gebieden. Een sterke hoofdboomstructuur zorgt niet alleen voor een aantrekkelijk landschap, maar biedt ook belangrijke leefgebieden voor vogels, insecten en andere dieren. Door te investeren in een robuust netwerk van bomen wordt de ecologische waarde van Deventer vergroot en wordt de stad beter voorbereid op de gevolgen van klimaatverandering.
• •
•
ruimte. Aanplant kan ook als koppelkans worden toegepast wanneer er ontwikkelingen plaatsvinden in een gebied. Focus op streekeigen boomsoorten: Er wordt nadruk gelegd op het planten van streekeigen boomsoorten met een hoge ecologische waarde. Deze bomen bieden voedsel en onderdak aan een breed scala aan streekeigen dieren en insecten. Versterken van ecologische corridors: Door de hoofdboomstructuur te verbinden met bestaande groene gebieden, zoals parken, natuurgebieden en ecologische verbindingszones, wordt de migratie van soorten bevorderd en ontstaat een robuust ecologisch netwerk.
MAATREGELEN:
Inventarisatie en planning: • Inventarisatie van bestaande boomstructuren: Een uitgebreide analyse wordt uitgevoerd van de huidige hoofdboomstructuur, inclusief laanbomen, parken en bosgebieden. Dit helpt om te bepalen waar versterking nodig is. • Ontwikkelen van een bomenstrategie: Op basis van de inventarisatie wordt een strategie ontwikkeld om de hoofdboomstructuur uit te breiden en te versterken. Deze strategie richt zich op het behoud van bestaande bomen en het aanplanten van nieuwe bomen op strategische locaties. Aanplant en versterking: • Nieuwe aanplant op strategische locaties: Het aanplanten van bomen in gebieden waar de hoofdboomstructuur versterkt kan worden. Hierbij wordt gekozen voor soorten die bijdragen aan de biodiversiteit en aangepast zijn aan het lokale klimaat en de bodemomstandigheden. Aanplant en soortkeuze is passend binnen de boven- en ondergrondse
94
Onderhoud en beheer: • Langetermijnonderhoud van de hoofdboomstructuur: De gemeente stelt een duurzaam onderhoudsplan op voor de bomen die onderdeel zijn van de hoofdstructuur, met speciale aandacht voor ziektes, onderhoud van wortelstelsels en het behoud van ecologische waarde. • Bescherming van monumentale bomen: Extra bescherming wordt geboden aan bomen met een bijzondere ecologische, historische of landschappelijke waarde, bijvoorbeeld door middel van de status ‘monumentale boom’. Samenwerking en bewustwording: • Samenwerking met bewoners en bedrijven: Inwoners en bedrijven worden betrokken bij het uitbreiden en onderhouden van de hoofdboomstructuur, bijvoorbeeld door het aanbieden van adoptieprogramma’s of subsidies voor boomaanplant op privaat terrein.
BIODIVERSITEITSPLAN
•
Educatie en voorlichting: Er worden voorlichtingscampagnes opgezet om het belang van een sterke hoofdboomstructuur en het behoud ervan onder de aandacht te brengen bij inwoners en bedrijven. Dit omvat informatie over de ecologische waarde van bomen en het stimuleren van betrokkenheid bij het aanplanten en onderhouden ervan.
Met deze aanpak wil de gemeente Deventer een robuust netwerk van bomen creëren dat niet alleen de biodiversiteit ondersteunt, maar ook zorgt voor een leefbare, klimaatbestendige en groene omgeving voor haar inwoners.
RESULTATEN:
•
•
•
•
•
Uitbreiding van de hoofdboomstructuur: Een significante uitbreiding van het aantal bomen met een hoge ecologische waarde, die bijdragen aan de versterking van de ecologische samenhang in Deventer. Verhoogde biodiversiteit: Door de aanplant van streekeigen boomsoorten en het verbinden van groene gebieden ontstaat er meer leefgebied voor verschillende soorten vogels, insecten en andere dieren. Klimaatbestendigheid: Een robuuste hoofdboomstructuur helpt de stad beter om te gaan met de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress en wateroverlast, door schaduw te bieden en water te bufferen. Verbeterde leefomgeving: De versterkte hoofdboomstructuur zorgt voor een groenere en aangenamere leefomgeving voor inwoners, wat bijdraagt aan hun welzijn en gezondheid. Langdurige bescherming en onderhoud: Door een gedegen onderhoudsplan en bescherming van monumentale bomen wordt de duurzaamheid van de hoofdboomstructuur gewaarborgd, waardoor toekomstige generaties kunnen blijven profiteren van een groene en ecologische stad.
GEMEENTE DEVENTER
95
1.7 VERGROTING VAN HET AANTAL BOMEN MET EEN HOGE ECOLOGISCHE WAARDE. Bomen met een hoge ecologische waarde zijn bomen die een significante bijdrage leveren aan de biodiversiteit, ecosysteemdiensten en het functioneren van het lokale ecosysteem. Deze bomen: • Zijn vaak streekeigen soorten: Streekeigen bomen zijn van nature in een gebied aanwezig en vormen een integraal onderdeel van het lokale ecosysteem. Ze bieden voedsel en leefgebied aan een grotere diversiteit aan insecten, vogels en andere dieren in vergelijking met uitheemse soorten. • Kunnen bovendien streekeigen zijn: Naast inheemse soorten kunnen ook streekeigen soorten een hoge ecologische waarde hebben. Dit zijn soorten die van nature in een specifieke regio voorkomen en aangepast zijn aan de lokale omstandigheden. • Bieden voedsel en leefgebied: Ze dienen als voedselbron en bieden nest, schuil en voortplantingsplaatsen voor een breed scala aan dieren. • Leveren ecosysteemdiensten: Ze dragen bij aan ecosysteemdiensten zoals CO2vastlegging, schaduwvorming, waterberging en het verbeteren van de luchtkwaliteit. • Zijn vaak ouder dan 100 jaar: Oude bomen hebben over het algemeen een hogere ecologische waarde dan jonge bomen, omdat ze meer niches en microhabitats herbergen.
• Maken deel uit van een netwerk: Bomen die met elkaar verbonden zijn via bijvoorbeeld bomenrijen of houtwallen, vormen ecologische corridors die belangrijk zijn voor de verspreiding van soorten.
96
MAATREGELEN:
•
Beheer: Behoud van bestaande bomen: Het is essentieel om oude, streekeigen bomen te beschermen, aangezien deze een bijzonder hoge ecologische waarde hebben. o Variatie in beheer: Door te variëren in maaibeheer, bijvoorbeeld door gefaseerd te maaien, kan de biodiversiteit worden vergroot en kunnen er meer kansen ontstaan voor streekeigen boomsoorten om te ontkiemen en te groeien. o Klimop behouden: Klimop in bomen kan beter behouden blijven, omdat het een belangrijke schuil en broedgelegenheid biedt aan vogels en andere dieren. o Biologische bestrijding: Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen kan schadelijk zijn voor het ecosysteem. Door te kiezen voor biologische bestrijding, bijvoorbeeld bij de aanpak van de eikenprocessierups, worden de ecologische risico’s beperkt. o
• •
Voorzien in gezonde standplaatscondities o Dit betekent dat er zorgvuldig wordt omgegaan met bodembewerking, plaatsing van jonge bomen en de groeiplaatsinrichting. o Voldoende ruimte voor boomwortels: Zorgen voor voldoende ruimte voor wortelgroei, bijvoorbeeld door het aanleggen van boomvakken en het vermijden van vercompactering van de bodem rondom bomen. • Boomverjonging en aanplant: o Strategische aanpak: Bij het vervangen van bomen is het
BIODIVERSITEITSPLAN
o o
o
o
belangrijk om te kiezen voor soorten die een hoge ecologische waarde hebben en die passen bij de standplaats. Boomsoortkeuze is gebaseerd op de standplaats. Stimuleren van diversiteit: Aanplanten van een diversiteit aan plantensoorten om het bodemleven te stimuleren en de bodemgezondheid te bevorderen Streekeigen soorten: Naast inheemse soorten kan ook gekozen worden voor streekeigen soorten, die van nature in een specifieke regio voorkomen. Ruimte voor groei: Zorg ervoor dat bomen voldoende ruimte hebben om te groeien en hun wortels te ontwikkelen.
GEMEENTE DEVENTER
97
1.8 DIERVRIENDELIJKE VERLICHTING TOEPASSEN WAAR VERLICHTING NOODZAKELIJK IS. De implementatie van diervriendelijke verlichting is een belangrijk onderdeel van het beschermen van nachtactieve dieren en het bevorderen van biodiversiteit, met name in stedelijke gebieden. Door rekening te houden met de behoeften van deze dieren, kan verlichting worden ingezet op een manier die zowel veilig als duurzaam is. Dit type verlichting heeft vaak de volgende kenmerken: • Amberkleurig licht: Vleermuizen zijn minder gevoelig voor amberkleurig licht met een golflengte van 580600 nm. Deze kleur is nog steeds goed zichtbaar voor mensen. • Gerichte bundel: Door het licht te richten op de noodzakelijke plaatsen, wordt de lichtverstrooiing beperkt en wordt de impact op de omgeving verminderd. • Lagere intensiteit: Een lagere lichtintensiteit is vaak voldoende voor veiligheid en zichtbaarheid, terwijl het de verstoring van nachtelijke dieren vermindert. • Dynamische verlichting: Bewegingssensoren en timers kunnen worden gebruikt om de verlichting alleen te activeren wanneer dat nodig is, wat de blootstelling van dieren aan licht vermindert.
•
•
mogelijkheden voor ecologische verlichting eventueel uitbreiden waar nodig. Selectie van geschikte verlichting: Kies voor verlichting die de minste impact heeft op vleermuizen en andere nachtactieve dieren. Enkele aandachtspunten: o Kleurtemperatuur: Amberkleurige verlichting (maximaal 590 nm) heeft de voorkeur, omdat vleermuizen minder gevoelig zijn voor deze golflengten. o Lichtintensiteit en spreiding: Beperk de lichtintensiteit tot het minimum dat nodig is voor de veiligheid en zorg voor een gerichte lichtspreiding om lichtvervuiling te minimaliseren. o Duurzame verlichtingsoplossingen: Overweeg het gebruik van LEDverlichting, bewegingssensoren en timers om energie te besparen en de blootstelling aan licht te verminderen. Toepassen als koppelkans o Bij projecten kan diervriendelijke verlichting toe worden gepast als koppelkans, wanneer er verlichting noodzakelijk is.
MAATREGELEN: • De gemeente past amberkleurige verlichting toe op locaties waar
•
98
dit niet in conflict is met veiligheid of andere belangrijke afwegingen omtrent ruimtelijke orde. Daarnaast wordt op locaties in het buitengebied zeer spaarzaam verlichting toegepast om ecologische redenen. Herzien van Uitvoeringskader openbare verlichting (2013) en
BIODIVERSITEITSPLAN
1.9 INTEGRATIE VAN NATUURAMBITIES IN DE BASISKAART VAN DEVENTER Een sterke en duurzame ruimtelijke ontwikkeling begint bij een integrale benadering van natuurambities. Door deze ambities expliciet op te nemen in de basiskaart van Deventer, wordt de natuur vanaf het begin betrokken bij elke ruimtelijke ontwikkeling. Dit zorgt ervoor dat natuurdoelen structureel worden meegenomen in de planning, inrichting en het beheer van stedelijke en landelijke gebieden. Deze aanpak draagt bij aan het behoud en de versterking van de biodiversiteit, een betere leefomgeving en de integratie van natuurinclusief beleid in het ruimtelijk beleid van de gemeente. MAATREGELEN:
Inventarisatie en integratie: • Inventarisatie van natuurdoelen en ambities: Een uitgebreide inventarisatie van bestaande natuurdoelen, zoals ecologische verbindingszones, beschermde natuurgebieden en groene infrastructuur. Dit omvat ook de specifieke ambities voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. • Integratie in de basiskaart: Alle natuurambities worden visueel weergegeven op de basiskaart van Deventer. Dit betekent dat belangrijke ecologische structuren, natuurgebieden, corridors en groene ambities worden opgenomen en zichtbaar zijn in elke ruimtelijke ontwikkeling of planvorming. • Up-to-date houden van de kaart: De basiskaart wordt periodiek geactualiseerd om rekening te houden met veranderingen in beleid, nieuwe natuurprojecten en ontwikkelingen in de stad en het buitengebied.
GEMEENTE DEVENTER
Toepassing in ruimtelijke ontwikkeling: • Natuurambities als uitgangspunt bij nieuwe projecten: Alle ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst aan de natuurdoelen die op de basiskaart zijn opgenomen. Dit betekent dat bij de planning van nieuwe woonwijken, infrastructuur en bedrijventerreinen natuurambities integraal worden meegenomen. • Zorgplicht voor natuurdoelen: Bij elke ruimtelijke ontwikkeling wordt bekeken hoe de natuurambities het best kunnen worden geïntegreerd, waarbij het behouden en versterken van de natuur centraal staat. Dit kan variëren van het aanleggen van ecologische verbindingszones tot het inzetten van groenblauwe oplossingen voor waterbeheer. • Samenwerking met belanghebbenden: Bij de integratie van natuurambities in ruimtelijke plannen wordt nauw samengewerkt met inwoners, bedrijven, terreinbeherende organisaties en andere belanghebbenden om gezamenlijk natuurdoelen te realiseren. Monitoring en borging: • Toetsing van ruimtelijke plannen aan de basiskaart: Elk ruimtelijk project wordt vooraf getoetst aan de natuurdoelen die op de basiskaart staan. Hierdoor wordt gewaarborgd dat natuurambities niet over het hoofd worden gezien, maar een structurele plaats krijgen in de planvorming.
• Monitoring van de voortgang: De gemeente houdt de voortgang van de integratie van natuurambities nauwgezet bij, waarbij wordt gekeken naar de impact van projecten op de natuur en biodiversiteit in de stad. Waar nodig worden aanpassingen gedaan om natuurdoelen te versterken.
99
RESULTATEN:
•
•
•
•
Structurele integratie van natuur in ruimtelijke ontwikkeling: Door natuurambities op te nemen in de basiskaart van Deventer, wordt natuur een onlosmakelijk onderdeel van de ruimtelijke ontwikkeling. Dit zorgt ervoor dat natuurwaarden vanaf het begin worden meegenomen in de besluitvorming en uitvoering van projecten. Bevordering van natuurinclusief beleid: Door natuurdoelen expliciet vast te leggen op de basiskaart, wordt natuurinclusief beleid gestimuleerd en bevorderd in de hele gemeente. Dit draagt bij aan een groenere, leefbaardere en veerkrachtigere omgeving. Verhoogde biodiversiteit en leefomgeving: De integratie van natuurambities zorgt voor meer en beter verbonden natuurgebieden in de gemeente, wat de biodiversiteit ten goede komt en bijdraagt aan een betere leefomgeving voor mens en dier. Verbeterde samenhang tussen ruimtelijke en ecologische plannen: Door natuurambities structureel op te nemen in de basiskaart, ontstaat er een betere samenhang tussen ruimtelijke en ecologische doelen, wat resulteert in duurzamere en groenere ontwikkelingsplannen.
Met de integratie van natuurambities in de basiskaart zet Deventer een belangrijke stap naar een duurzame, groene toekomst, waarin natuurwaarden een centrale plaats innemen in elke ruimtelijke ontwikkeling. Hierdoor wordt natuurinclusief beleid niet alleen een ambitie, maar een vast onderdeel van het ruimtelijke beleid van de gemeente.
100
BIODIVERSITEITSPLAN