2025-463 Biodiversiteitsplan Deventer 2025-2035(geamendeerd vastgesteld 9-7-2025)
Tekst van het document
30
Herstellen: De betrokkenheid van de gemeenschap wordt versterkt door hen actief te betrekken bij herstelprojecten zoals boomplantacties, het herstel van waterwegen, en andere natuurherstelactiviteiten. Versterken: Het bouwen aan een cultuur van langdurige betrokkenheid is essentieel. Dit wordt gedaan door samenwerkingen tussen gemeente, bedrijven en burgers te bevorderen, bijvoorbeeld door het aanbieden van cursussen en workshops over natuurinclusief werken en leven. Initiatieven zoals het Soortenmanagementplan helpen hierbij om biodiversiteitsdoelen te integreren in de alledaagse praktijk.
BIODIVERSITEITSPLAN
AMBITIE 3. STIMULEREN VAN BEWUSTWORDING EN PARTICIPATIE VAN DE GEMEENSCHAP BIJ DE ECOLOGISCHE WAARDE VAN DE OMGEVING. DOELSTELLINGEN
3.26
PROGRAMMA
Vergroten van bewustzijn en participatie: Informatie richting inwoners op het gebied van biodiversiteit wordt gedeeld via verschillende media. Bij de Ulebelt en op de
Team Participatie en Communicatie
website duurzaamdeventer.nl verschijnen regelmatig nieuws- en persberichten die bijdragen aan groene kennisoverdracht. Bij de activiteiten die worden georganiseerd
Team Fysiek en Technisch Beheer
vanuit de Ulebelt, wordt biodiversiteit als educatief thema opgenomen. We stimuleren gemeenschapsinitiatieven en wijkgerichte acties zoals het NK Tegelwippen om actieve betrokkenheid te bevorderen. Dit kan tevens door samen te werken met de groene vrijwilligers(organisaties).
3.27
Verhogen biodiversiteit op bedrijventerreinen onder andere als meekoppelkans bij projecten: We streven naar een verhoging van de biodiversiteit op bedrijventerreinen
Team Fysiek en Technisch Beheer
door het aanleggen van groenstroken, het stimuleren van natuurinclusief bouwen, en het bevorderen van natuurvriendelijk beheer. Klimaatadaptieve maatregelen zijn
Team Projectleiding en realisatie
opgenomen in de Routekaart Klimaatadaptatie.
Team Duurzame leefomgeving
3.28
Ondernemers betrekken en uitdagen om zich in te zetten voor biodiversiteit. Bergweide 4 Noord is hier een voorbeeldproject.
Team Economie en Cultuur
3.29
Stimuleren van het gebruik van bestaande regelingen om bedrijventerreinen te vergroenen
Team Participatie en Communicatie Team Duurzame leefomgeving
3.30
Kinderen enthousiasmeren voor natuur: We ontwikkelen programma’s die speciaal gericht zijn op het enthousiasmeren van kinderen voor natuur. Dit omvat activiteiten
Team Participatie en Communicatie
zoals natuurexcursies, groene schoolpleinen, en het integreren van natuuronderwijs in het curriculum van basisscholen.
3.31 3.32 3.33
Natuur zichtbaar en tastbaar maken in de stad: We streven ernaar om natuur zichtbaar en tastbaar te maken in stedelijke gebieden door het aanleggen van pocket parks,
Team Fysiek en Technisch Beheer
groene daken, en geveltuinen. Hierdoor wordt natuur een integraal onderdeel van het dagelijks leven van de inwoners.
Team Projectleiding en realisatie
Versterken van samenwerking tussen gemeente en groene groepen: De samenwerking tussen de gemeente en groene organisaties wordt versterkt door regelmatige
Team Projectmanagement Duurzame
overleg momenten en gezamenlijke projecten. Dit zorgt voor een gedeelde verantwoordelijkheid en een efficiëntere uitvoering van natuurprojecten.
Leefomgeving
Inrichting en beheer afstemmen op ambassadeurssoorten per landschapstypen: Voor elk landschapstypen worden specifieke ambassadeurssoorten vastgesteld en het
Team Fysiek en Technisch Beheer
beheer en de inrichting van deze gebieden worden daarop afgestemd. Dit garandeert dat ecologische maatregelen gericht zijn op het versterken van lokale biodiversiteit. Team Projectleiding en realisatie De uitwerking van alle maatregelen is opgenomen in Bijlage 3. Hierin is tevens een tabel opgenomen die laat zien welke maatregelen er kunnen worden genomen ten behoeve van de ambassadeurssoorten.
3.34
Inventariseren van behoeften en wensen van inwoners: Jaarlijks wordt een inventarisatie uitgevoerd van de behoeften en wensen van inwoners met betrekking tot
Team Participatie en Communicatie
groen en biodiversiteit. Deze input wordt gebruikt om projecten beter af te stemmen op de lokale gemeenschap en hun betrokkenheid te vergroten.
10 TIPS VOOR EEN TUIN VOL LEVEN Wat kan jij doen? Inwoners kunnen zelf een grote bijdrage leveren aan de ambassadeurssoorten en de biodiversiteit in hun gemeente. Met veel soorten van stad en dorp gaat het namelijk niet goed. Zo kunnen we de egel helpen door rommelhoekjes te maken van bladafval en door de schutting te vervangen voor een haag. Ook met de huismus gaat het helaas niet goed, door nestkasten op te hangen en groen aan te leggen maken we onze tuinen meer geschikt voor huismussen. Bestuivende insecten zoals de boomhommel en het oranjetipje profiteren van de aanplant van streekeigen bloeiende planten en door minder vaak te maaien. Tal van andere soorten liften mee op deze acties. Biodiversiteit verbeteren begint dicht bij huis: in de tuin, op het dak of tegen de gevel. In Bijlage 5 zijn 10 tips opgenomen voor een tuin vol leven.
2.4 AMBITIEKAART NATUUR DEVENTER Een kerngebied is een gebied met de bestemming natuur en komt daardoor niet in aanmerking voor bebouwing, landbouw of eventuele andere bestemmingen. Voor de bepaling van kerngebieden is de Ambitiekaart Natuur Deventer opgesteld. Deze is gebaseerd op de Basiskaart Natuur (pagina 45). De aanwezige bos en natuurgebieden die veel beschermde soorten bevatten zijn aangemerkt als kerngebied. Daarnaast zijn ook de gebieden die onderdeel uitmaken van Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland als kerngebied bestempeld. De verbindingen (pijlen: droog en nat) zijn bedoeld om de kerngebieden onderling met elkaar te verbinden. Hierbij is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de al aanwezige groene/ blauwe elementen. Dit zijn nu de aanwezige “stepping stones” in het veld. De pijlen (nat en droog) zijn richtingen op de kaart. Behalve dat het een ecologische verbindingen dienen te worden zegt het nog niets over de breedte of precieze invulling van de zone, want die is afhankelijk van de locatie: op sommige
32 Figuur 2-3: Bosuil in een holte van een beuk
plekken zal dit makkelijk gaan en bestaat er de mogelijkheid om een brede zone te ontwikkelen, terwijl elders het misschien alleen uit een smalle strook, of een landschapselement zal kunnen bestaan. De verbindingen kunnen daarbij worden gerealiseerd indien er zich koppelkansen voordoen. Deze kaart is afgestemd met de stakeholders van de Groenblauwe hoofdstructuur. DOEL VAN DE AMBITIEKAART
De Ambitiekaart Natuur is ontwikkeld om de biodiversiteit in de regio te versterken. Het doel is om de kerngebieden van natuur te behouden en te versterken, evenals de droge en natte ecologische verbindingen. Deze kaart vormt de basis voor het verwezenlijken van een robuust en veerkrachtig natuurnetwerk, waarbij zowel bestaande natuurgebieden worden beschermd als nieuwe verbindingen worden gecreëerd. Dit draagt bij aan een duurzame leefomgeving voor flora en fauna, terwijl de natuur veerkrachtig blijft tegen de gevolgen van klimaatverandering.
BIODIVERSITEITSPLAN
AMBITIEKAART NATUUR DEVENTER
Kaart opgemaakt voor team Ecologie van gemeente Deventer door team Geo-informatie. Februari 2024 Belangrijkste kaartlagen: GEMEENTE - Selectie van beleidsrelevante soortenDEVENTER uit de databank van de NDFF - Omgevingsplan - Kaarten op basis van landelijke regelgeving omtrent natuur
33
BIODIVERSITEIT IN DEVENTER HOOFDSTUK 3:
34
BIODIVERSITEITSPLAN
3.1 GEBIEDSBESCHRIJVING In dit hoofdstuk beschrijven we hoe het landschap van Deventer zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld en welke soorten flora en fauna hier van nature voorkomen. We verkennen de verschillende natuurtypen in het gebied en de oorspronkelijke planten en dieren die hier van oudsher thuishoren. Om de biodiversiteit in Deventer te verbeteren, is het essentieel om te begrijpen welke soorten van nature in dit gebied voorkomen, wat de (a)biotische* omstandigheden zijn, en hoe deze zijn ontstaan. Denk hierbij aan de bodemstructuur, waterhuishouding en de bijbehorende landschapstypen. Deze kennis is noodzakelijk om te bepalen welke natuurambities haalbaar zijn in Deventer. Ook wordt in dit hoofdstuk (paragraaf 3.4) de Basiskaart Natuur Deventer (pagina 45) geïntroduceerd die de huidige waardevolle natuur laat zien. Het landschap van Deventer, gelegen in het IJsseldal en het Sallandse dekzandgebied, werd oorspronkelijk sterk beïnvloed door natuurlijke processen zoals overstromingen en sedimentafzetting. Met de aanleg van dijken, polders en andere waterwerken is
deze natuurlijke dynamiek echter sterk veranderd. Tegenwoordig beheren wij mensen de waterstanden, wat de biodiversiteit in het gebied aanzienlijk heeft beïnvloed. Het is belangrijk om te begrijpen hoe de biodiversiteit was voordat deze ingrepen werden uitgevoerd. Dit inzicht helpt ons te identificeren welke soorten van nature in Deventer thuishoren en wat hun rol is in het behoud en de verbetering van onze leefomgeving. In Nederland komen ruim 2300 soorten vaatplanten in het wild voor, waarvan ongeveer 1450 inheems zijn. Uit waarnemingen blijkt dat er circa 1800 soorten binnen de gemeente Deventer voorkomen, inclusief verwilderde en van elders aangevoerde planten, bastaarden en ondersoorten. Vaatplanten zijn de best onderzochte soortgroep in Deventer. Veel inheemse planten worden in hun voortbestaan bedreigd door vernietiging, verzuring, verdroging of vermesting (bron: Ode aan de flora van Deventer, 2022). Dit benadrukt het belang van gerichte maatregelen om deze soorten te beschermen en hun leefgebieden te herstellen en te versterken.
*Biotisch = Alles in een ecosysteem waar leven in zit of heeft gezeten Abiotisch = Alles in een ecosysteem waar nooit leven in heeft gezeten
35
GEMEENTE DEVENTER Figuur 3-1: Grote bonte specht
KAART 1: LANDSCHAPPEN IN GEMEENTE DEVENTER
36
BIODIVERSITEITSPLAN
3.2 LANDSCHAPPEN EN NATUURAMBASSADEURSSOORTEN Het Deventer landschap wordt gekenmerkt door afwisseling en de rijke historie. Van hoog naar laag is er een mooie gradiënt te zien door het landschap heen. Van de hooggelegen dekzandgronden naar de lagergelegen riviergronden. De aanwezige landschappen verschillen van elkaar qua opbouw van de bodem, geologie, geomorfologie, hydrologie, dynamiek en cultuurhistorisch ontginning en huidig gebruik. Deze landschapstypen staan niet los van elkaar, maar zijn met elkaar verbonden. Onder andere door de Schipbeek, Dortherbeek en andere watergangen die Deventer rijk is. Dit zijn de haarvaten van het landschap en wateren af op de IJssel. Deze laaglandrivier stroomt door Deventer als een kloppende ader en is één van de redenen geweest dat Deventer zo vroeg al als nederzetting en later als Hanzestad werd gebruikt. Op basis van de verschillen in abiotiek, flora en fauna en menselijk gebruik is er een onderscheid gemaakt in zeven verschillende landschapstypen. Hiervoor is de landschapsindeling gebruikt die is gemaakt door de provincie Overijssel (Geoportaal
Overijssel, z.d.). Op kaart 1 staan deze verschillende landschapstypen weergegeven. Ieder landschapstypen heeft tenminste twee natuurambassadeurssoorten toegewezen gekregen (de vetgedrukte soorten in de tekst). Het verbeteren van de habitat van deze soorten zou een verbetering van het landschap betekenen waar veel andere soorten op meeliften. Vaak kunnen relatief kleine ingrepen al een grote invloed hebben op deze relatief algemene soorten, zoals het terugbrengen van een haag in het landelijk gebied. Bijlage 3 geeft een overzicht van alle landschapstypen, bijbehorende elementen en natuurambassadeurssoorten. De bijlage biedt handvatten voor landschappelijke inrichting sturend op natuurambassadeurssoorten.
Das
3.2.1 DE HOGE ZANDGRONDEN ESSENLANDSCHAP
Het dekzandlandschap is gevormd in de laatste ijstijd, toen poolwinden dekzandruggen en laagtes gevormd hebben. Deze zandgronden zijn al in de middeleeuwen in gebruik genomen door de mens. Hier zijn de esdorpen ontstaan. De esdorpen liggen vaak aan de rand van bolvormige akkers (essen of enken). Deze zijn onderdeel van het vroegere potstalsysteem,
Brem
37
GEMEENTE DEVENTER
Kamsalamander
Gevlekte rietorchis
Kleine ijsvogelvlinder
38 Kruipend moerasscherm
waarvan ook de woeste gronden, of heidevelden, onderdeel uitmaakten. Hier konden de schapen grazen. De mest van de schapen werd in de potstallen verzameld en samen met gestoken heideplaggen over de akkers verspreid. Hierdoor ontstonden rijke minerale gronden om graan op te verbouwen. Kenmerkend voor het Essenlandschap zijn de grote bolvormige essen langs de dorpen, zoals de Lettelerenk, Ortelerenk, Linderenk langs de Soestwetering en de Essenerenk langs de Schipbeek. Ook het oude Hoevelandschap wordt hier tot het Essenlandschap gerekend. Tegen Deventer aan ligt natuurgebied Douwelerkolk. Aan de noordzijde is hier ook het Essenlandschap waar te nemen op de Rielerenk, waar grote akkers aanwezig zijn rondom het Deventer Ziekenhuis. Deze akkers zijn al in de middeleeuwen aangelegd om de groeiende stad Deventer van landbouwproducten te voorzien. Het beeld wordt van oorsprong bepaald door het kleinschalige karakter met houtwallen, singels, hagen en kronkelende wegen, met zandige bermen. In de houtwallen en bermen komen nog soorten voor die vroeger op de heide voorkwamen zoals de gewone brem. De kleinschalige structuur met natuurlijke perceelsgrenzen zorgt voor een
lappendeken, welke we coulissen noemen. Dit coulissenlandschap is kenmerkend voor oost- en noordoost Nederland. In Deventer zijn hiervan enkel nog fragmenten te zien. De das is als echte cultuurvolger een belangrijke diersoort die hoort bij dit traditionele landschap. De soort gedijt bij verbinding en structuur. De akkers staan van oorsprong vol met akkerkruiden zoals korenbloem, bolderik of klaproos. Dit is nog te zien in de akkers van het Stadsland, aan de westzijde van de IJssel. In de meeste akkers zijn ze ondertussen verdwenen, maar met ecologisch beheer in akkerranden kunnen deze soorten toch hun plek in het landschap behouden. MATEN- EN FLIERENLANDSCHAP
De lagergelegen beekdalgronden werden gebruikt als hooilanden of weilanden en waren onlosmakelijk verbonden met de esdorpen. In Overijssel zijn de beekdalen ontgonnen als Maten- en flierenlandschap. Dit kleinschalige landschap wordt gekenmerkt door houtwallen of coulissen van hakhoutstoven, natte broekbosjes en vloeivelden. Typisch voor het Maten- en flierenlandschap zijn de hakhoutsingels die zijn aangeplant als perceelsgrenzen, die hierbij een soort
BIODIVERSITEITSPLAN
kamertjes vormden (Provincie Overijssel, 2016). Een belangrijke soort van de natte beekdalen is de kamsalamander. Ook op de landgoederen in Deventer is dit een belangrijke soort. Ze leven in visvrije poelen, vijvers en andere stilstaande wateren. In de beekdalen komt vaak mineraalrijk grondwater aan het oppervlak. Deze kwelstromen zijn van grote invloed op de planten die hier voor kunnen komen, zoals de waterviolier en holpijp. Deze kwelindicatorsoorten groeien in de grote watergangen van de Soestwetering, Zandwetering, Spildijkswaterleiding, Oude Schipbeek en de beken, Dortherbeek en de Schipbeek. Ook in kleine watergangen zoals de Letterleide, Borgerlerleide, Averlosche leide of de sloten en watergangen van De Bannink, Kieftenbelt en de Pieriksmars. In de oever en de beemden (beekgraslanden) is deze kwel eveneens van invloed. Hier dienden de beekoverstromingen voor aanvoer van voedingstoffen. Dit is het thuis van de natte hooilanden (dotterbloemhooiland of het zeldzame blauwgrasland) waarbij de dotterbloem in het voorjaar opvalt vanwege de grote gele bloemen. Dit zien we in ’t Oostermaet, het Graveland, de Gooiermars, De Slenk, langs de Dortherbeek (Hanninkbrug), in
het Wechelermars en langs de Zandwetering. In de vroege zomer kleuren deze hooilanden paars met de gevlekte rietorchis. Deze bijzondere soort komt ook voor in slootkanten in het stedelijk gebied. Ook het kruipend moerasscherm en de kleine ijsvogelvlinder zijn soorten die bij dit landschapstype passen en als natuurambassadeurssoorten zijn aangewezen.
Meidoornzandbij
HET KAMPENLANDSCHAP
In het oude zandlandschap zijn ook individuele boeren gesetteld. Hier ontstonden geen grote essen, maar kleine huiskampen. Het Kampenlandschap lijkt qua kleinschalige structuur, met heggen en houtwallen, op het Essenlandschap. De verkaveling is echter veel kleinschaliger, met blokvormige akkers tussen de bebouwing. De kamp is van oorsprong omgeven door een heg of houtwal. Op het boerenerf waren soms hoogstamboomgaarden die waren omgeven door een haag. Voor de meidoornzandbij zijn deze hoog opgaande bloeiende struiken en bomen, zoals de meidoorn en esdoorn van belang, evenals open zandige plekken waar de eitjes kunnen worden afgezet. Ook voor de geelgors is deze structuur van belang. In ongebruikte ‘overhoekjes’ en langs de zandwegen zijn nog altijd bloemrijke graslanden
Beemdkroon
39
GEMEENTE DEVENTER
Geelgors
Bruin blauwtje
Grasklokje
40 Patrijs
te vinden met bijzondere soorten zoals de felrode steenanjer. In de buurt van de rivier vinden we ook de beschermde beemdkroon, een echte insectenplant. Door schaalvergroting, vermesting en ‘’opruimwoede’’, is er echter nog maar weinig ruimte voor deze kenmerkende flora. Het buitengebied van Deventer bestaat voor een groot deel uit het Kampenlandschap, maar is op de meeste plaatsen vrij onherkenbaar. Kerngebieden die horen bij dit landschapstype zijn Bufferzone Bedrijvenpark A1, Landgoed en Golfbaan De Hoek bij de Schoolderbrug, Flierweide en Oude Molen. In het Kampenlandschap vinden we ook nog eeuwenoude bosstukken langs de Oude Schipbeek bij de Oudendijk en de Oerbosdijk (beuken-eikenbos) JONG ONTGINNINGSLANDSCHAP
Bij de eerste ontginningen van de hoge zandgronden werden de meest geschikte plaatsen gekozen waar voldoende voeding in de bodem aanwezig was en het niet te nat of droog was. Hierbij werden de minder aantrekkelijke gebieden in gebruik genomen voor beweiding met schapen. Dit zijn van oorsprong de woeste gronden, met droge of natte heide. Door de
schapenbegrazing binnen het potstalsysteem en het steken van plaggen, werden de bodems steeds armer en zuurder. Pas vanaf halverwege de 19e eeuw werd het mogelijk om deze gronden te ontginnen, mede door ontwikkeling van machines en kunstmest. Vandaar dat dit het jong ontginningslandschap wordt genoemd. De verkaveling is blokvormig en rationeel gebeurd, wat resulteert in een strak en open landschap met rechte lijnen. De grote agrarische percelen zijn in gebruik als akker of weiland, met veel structuur en overblijvende kruiden en ruigte is dit ideaal voor de patrijs. Ongeschikte gronden voor landbouw werden veelal beplant met (naald)bos. Grote bosgebieden (voornamelijk droog berkeneikenbos) vinden we nog in het Elferinkbos, Klein Kiekenbelt, Traasterbosch, Militair oefenterrein De Bannink, Het Gooierveld, De Slenk, ‘t Oostermaet, Het Kolkbos en Het Tjoenerhof. In het Elferinkbos zijn tevens nog jeneverbessen aanwezig. In de natte gebieden zoals Bathmense broek en Linderveld vinden we elzenbroekbossen. In beschermde natuurgebieden vinden we nog bijzondere graslanden en heides zoals die van oorsprong voorkomen op de arme zandgronden. Deze
BIODIVERSITEITSPLAN
worden vaak aangeduid met namen die eindigen op -veld (heide) of -mars (nat grasland). Droge schrale graslanden vinden we op het Wechelerveld, Gooierveld of De Lettelerheide. Ook vinden we nog natte schrale graslanden in de bufferzone Graveland, Gooiermars en De Slenk. Buiten de beschermde natuurgebieden vinden de bijzondere planten enkel nog een toevluchtsoord in schrale en bloemrijke bermen en overhoekjes. Dit zijn planten zoals muizenoor of struikheide en het lieflijke, blauwkeurige grasklokje. Op nattere bermgreppels zie je nog soorten van de natte schraallanden. In deze bermen kunnen vlinders en bijen voorkomen die passen bij de voedselarme omstandigheden. Zo ook het sierlijke bruin blauwtje. Voor deze vlinder zijn algemene nectarplanten van belang zoals boerenwormkruid en duizendblad. Ooievaarsbekken worden gebruikt als waardplant, hier worden de eitjes op afgezet. Deze flora komen oorspronkelijk ook in de graslanden voor. LANDSCHAP VAN DE BUITENPLAATSEN
Deventer kent vele landgoederen, landschapstuinen en buitenplaatsen. Deze zijn verspreid over de landschapstypen te
vinden. Zo heb je in het rivierengebied het landgoed Keizersrande (buitendijks) en Rande (binnendijks) waar veel ruimte is voor de natuur. In de uiterwaarden heeft de rivier vrij spel, maar is er ook ruimte voor agrarisch gebruik in de vorm van een natuurderij waarbij buffels worden gehouden. Binnendijks is een bosrijke buitenplaats met grote waterpartijen, ideaal gebied voor de laatvlieger. Hier vindt je bossen met wilgen en populieren. Ook zitten hier veel reeën. Buitenplaats de Hoek en Landgoed ‘t Oostermaet en De Kranenkamp liggen hogerop. ‘t Oostermaet heeft grote boskernen met landbouwpercelen eromheen, terwijl Kranenkamp meer een Engelse landschapsstijl kent, met exotische boom- en plantsoorten. Wat het Landschap van de Buitenplaatsen gemeen heeft, is dat er een grote afwisseling is en bossen vaak lang bewaard zijn gebleven, door de oude bomen is dit ideaal habitat voor de boommarter. Doordat er vaak weinig geoogst is, is er nog een relatief gezonde bodem in deze bossen. In het verleden zijn op landgoederen veel bolgewassen aangeplant, welke ondertussen verwilderd zijn. Dit zijn voorjaarsbloeiers zoals narcissen, hyacinthen, holwortel en vingerhelmbloem.
Boommarter
Gewone vogelmelk
41
GEMEENTE DEVENTER
Laatvlieger
Oranjetipje
Weidegeelster
Deze stinsenplanten bloeien voordat de bomen in blad staan, zodat ze optimaal zonlicht kunnen vangen. Dit zien we bijvoorbeeld op landgoed De Bannink. Hier groeien eiken-beukenbossen waar ook het bijzondere dalkruid groeit. In het Rijsterborgherpark wordt je in de late winter begroet door het grote sneeuwroem als eerste bloeiende plant. Een bijzonder opvallende soort is de gewone vogelmelk, welke typisch is voor bossen op een wat rijkere bosbodem. De stervormige witte bloemen vallen erg op tijdens de bloei in mei. In de open weides met wat rijkere grond bloeit in het voorjaar ook de pinksterbloem, een kruisbloem. Boven deze weides zie je dan massaal oranjetipjes vliegen. Samen met het look zonder look, wat in de bosmantel groeit, is de pinksterbloem een waardplant van het mooie oranjetipje, die vliegt rond koningsdag. 3.2.2 HET RIVIERENGEBIED UITERWAARDENLANDSCHAP
In het rivierengebied is het landschap bepaald door de rivier. Buitendijks kan de IJssel buiten haar oevers treden op de momenten dat er veel water wordt afgevoerd richting het IJsselmeer. Kenmerkend zijn hier de wisselende waterstanden en het ontstane reliëf
42 Rode wouw
door rivierafzettingen of stuifzand. Langs de rivier stroomt het water snel en worden de zwaardere deeltjes zand afgezet. Hierdoor zijn de oeverwallen gevormd. Op deze oeverwallen komen van oorsprong de stroomdalgraslanden voor met kalkminnende plantensoorten. Een bijzonder voorbeeld van een stroomdalplant is de weidegeelster. Deze is voor de natuurlijke verspreiding afhankelijk van de rivier. De bollen worden bij hoog water meegenomen en verplaatsen zich zo door het rivierengebied. De belangrijkste plekken met weidegeelster in Deventer zijn het Worpplantsoen en het Rijsterborgherpark. Laatsgenoemde park staat overigens niet onder invloed van de rivierdynamiek. De weidegeelster is daar hoogstwaarschijnlijk aangeplant. Verder van de hoofdgeul van de rivier gelegen, stroomt het water steeds langzamer waardoor ook lichtere deeltjes naar de bodem zakken. Deze lutumdeeltjes vormen de kleigronden. Op deze voedselrijkere gronden vinden we ruigtevegetaties of ooibossen. Ook vinden we hier slikkige rivieroevers met typische planten zoals grote kattenstaart, riviertandzaad en rivierkruiskruid. De vegetatie is er wat hoger en door de begrazing ontstaat er een mozaïekstructuur.
BIODIVERSITEITSPLAN
Het uiterwaardenlandschap van Deventer worden gekenmerkt door een open karakter met veel ruimte voor water in de nevengeulen en strangen. Het stadspark Worpplantsoen ligt tevens in de uiterwaarden. Dit is het oudste stadspark van Nederland. Het Worpplantsoen wordt tevens gekenmerkt door de vele stinsenplanten die er groeien en de oude eiken- en beukenbomen die er staan. Oude bomen vertonen vaak holtes of spleten en zijn daarmee een toevluchtsoord voor vleermuizen en holtebroedende vogels zoals boomklevers of spechten. De nevengeulen en strangen van de rivier bieden belangrijk habitat voor vele watergebonden soorten. Om de IJssel meer ruimte te geven en tegelijkertijd natuur te ontwikkelen zijn veel gebieden in de uiterwaarden opnieuw ingericht. Dit zijn gebieden zoals De Ossenwaard, De Worp, De Keizers- en Stobbenwaarden en De Bolwerksplas. Later zijn ook de Teugse Kolk en Veenoordkolk heringericht. De bever is een belangrijke soort van de uiterwaarden die enorm geprofiteerd heeft van de ontwikkelingen in de uiterwaarden, verbeterde waterkwaliteit en toename van ooibos.
In de uiterwaarden vinden we veel diversiteit in de vegetatie, zoals ruigte, slikkige rivieroevers en struweel van meidoorn of sleedoorn. Deze afwisseling in vegetatiestructuur is belangrijk voor veel aanwezige vogels, zoals de grasmus.In het voorjaar kun je deze vogels makkelijk waarnemen wanneer ze opvliegen vanaf hun uitkijkplaats in het struweel. Ze hebben een typische vlucht en zang, waardoor ze makkelijk herkenbaar zijn. Een zeer bijzondere en zeldzame roofvogel is de rode wouw. Deze sierlijke aaseter is herkenbaar aan zijn V-vormige staart. Hij is afhankelijk van kleinschalige landschappen waarin op extensieve wijze wordt geboerd, zoals in uiterwaarden of op de hoge zandgronden. De laatste jaren maakt de rode wouw een comeback in Nederland. Ook in de buurt van Deventer is de soort waargenomen en is er zelfs een broedgeval geweest.
Grasmus
Gewone dwergvleermuis
Door het verschil in grondsoorten, rivierdynamiek en de begrazing met grote grazers kunnen soms ook zeer kruidenrijke graslanden ontstaan. Dit is goed te zien in gebieden als de Randerwaarden en bij Rande. Restanten van het glanshaverhooiland vinden we nog op de rivierdijken, zoals de IJsseldijk bij Rande, met gele morgenster, groot streepzaad en wilde centaurie.
43
GEMEENTE DEVENTER
Gierzwaluw
Boomhommel
Door de grote natuurlijke waarde, de verschillende biotopen, de cultuurhistorie en de toegankelijkheid hebben de uiterwaarden een hoge mate van beleefbaarheid voor bewoners en bezoekers. Het is noodzakelijk deze waarden te behouden en waar mogelijk te versterken. Door te focussen op verbinding middels groenblauwe structuur versterk je de IJssel en uiterwaarden als kloppende ader van het Deventer landschap. 3.2.3 STEDEN EN DORPEN STEDELIJKGEBIED
Muurleeuwenbekje
44 Huismus
De stad vormt een compleet eigen biotoop met eigen karakteristieke plant- en diersoorten. Je beseft het mogelijk niet, maar zelfs in de kleinste hoekjes en op de meest gekke plekken kunnen planten groeien. Denk maar aan stoepplantjes met bijzondere namen, zoals gehoornde klaverzuring of klein streepzaad, die opkomen tussen de stoeptegels of die groeien in een dakgoot met achterstallig onderhoud. Ook veel diersoorten voelen zich thuis in de stad, graafwespen maken holletjes in zacht cement van oudere huizen, egels vinden schuilplekken onder een hoop bladafval. Zelfs onze woonhuizen delen we met wilde fauna. Kolonies van huismussen of gierzwaluwen
nestelen onder de dakpannen. En de gewone dwergvleermuis komt via een opening in de gevel de spouwmuur binnen, waar hij overdag warm en droog zit. Kortom een zeer divers en bijzonder ecosysteem. De potentie voor natuur wordt hier in grotere mate bepaald door de structuur en hoeveelheid aan menselijke structuren zoals huizen, (kantoor)gebouwen en wegen. De relatie tussen deze verharde elementen met het groen (tuinen, stadsparken, bermen en oevers) en het blauw (sloten, kanalen, plassen en poelen) speelt hierbij een grote rol. Ten slotte bepaalt de ligging ten opzichte van natuurof landbouwgebieden (en de verbinding) de aanwezigheid van soorten. Het stedelijk gebied van Deventer is zeer divers qua oorsprong, structuur en ouderdom. In de stadskern zijn de oude stadsmuren zijn veelal begroeid met muurplanten die we van oorsprong in de Europese berggebieden vinden. Dit zijn tongvaren, muurbloem, klein glaskruid, gele helmbloem en muurleeuwenbek. In de stadskernen vinden we tevens veel oude laanbomen, zoals lindes. In de boomholtes nestelen boomhommels. In de bloeiende
BIODIVERSITEITSPLAN
bermen, geveltuintjes en bloeiende lanen vinden zij voldoende nectar. In woonwijken, op haven- en bedrijventerreinen is veel ruimte voor groene en blauwe elementen, zoals bosjes, hagen, wadi’s. Ook liggen hier grote kansen op de daken van gebouwen en gevelbeplanting. Deze ontwikkelingen dragen tevens bij aan klimaatadaptatieopgaven.
3.3 NATUURAMBASSADEURSSOORTEN Richtinggevend voor een succesvol ecologiebeleid in Deventer is de aandacht voor de zogeheten natuurambassadeurssoorten. Natuurambassadeurssoorten zijn soorten waar we bij alle plannen voor inrichting – ook al gaat het alleen om de aanvraag van een vergunning voor een verbouwing van een woning – de aandacht op richten. Voor communicatie en educatie zetten de ambassadeurs de toon. In de complexe ecologie komen duizenden soorten voor en het is onrealistisch om van alle betrokkenen te verwachten hier kennis over te hebben. Maar deze ambassadeurs kan iedereen kennen. Deze soorten zijn in de voorgaande paragraaf reeds geïntroduceerd en worden hier herhaald per landschapstype:
•
• • • •
• •
Stedelijk gebied: boomhommel, huismus, muurleeuwenbekje, klein glaskruid, gierzwaluw, muurbloem, gewone dwerg vleermuis, egel Jong ontginningslandschap: bruin blauwtje, grasklokje, patrijs Uiterwaardenlandschap: grasmus, weidegeelster, rode wouw Buitenplaatsen: gewone vogelmelk, oranjetipje, boommarter, laatvlieger Maten- en flierenlandschap: kamsalamander, gevlekte rietorchis, kruipend moerasscherm, kleine ijsvogelvlinder Essenlandschap: das, gewone brem Kampenlandschap: meidoornzandbij, beemdkroon, geelgors
Muurbloem
Klein glaskruid
45
GEMEENTE DEVENTER
Egel
3.4 BASISKAART NATUUR DEVENTER
1: Overijsselse indicatorsoorten,
De Basiskaart Natuur van de gemeente Deventer is een kaart die inzicht biedt in de verspreiding van natuurwaarden binnen de gemeente. Binnen de gemeentegrenzen is gebiedsdekkend onderzoek gedaan naar de flora. Witte vlakken op de kaart zijn daarmee reëel.
vergunningsvrije soorten Omgevingswet Overig Overijssel en Rode Lijst-soorten anders dan die onder 4
Deze kaart is compleet data gedreven en vormt ook de basis voor de Ambitiekaart Natuur Deventer. Aan de hand van waarnemingen, sinds 1-1-2013, die in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn opgenomen zijn de voor beleid relevante soorten weergeven op de kaart. Per soort is een waardering is toegekend met een waarde van 0 t/m 5 op basis van: 5 : Beschermd via Habitatrichtlijn (EUregelgeving) exclusief Vogelrichtlijn 4 : Omgevingswet Overig Overijssel* minus de vergunning vrije soorten en/of Rode Lijstwaardes “Niet meer in Nederland”, “Zeer ernstig bedreigd”, “Ernstig bedreigd” 3: Operationele lijst gemeente Deventer, inclusief muurflora 2: Soorten die via Overijsselse subsidies worden beschermd en die als gidssoort worden genoemd in de Basiskwaliteit Natuur Overijssel
46 Figuur 3-5: Gierzwaluw bij nest
Daarnaast toont de kaart de locaties van Natura 2000-gebieden en gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze kaart is een belangrijk instrument voor de ruimtelijke planning en het natuurbeheer in de gemeente, met oog op het behoud van biodiversiteit en natuurbescherming.
BIODIVERSITEITSPLAN
BASISKAART NATUUR DEVENTERDeventer Basiskaart Natuur
Legenda Waarnemingen NDFF (2014-2024) Zwaarste bescherming: Habitatrichtlijnsoorten Beschermde soorten Soorten waar in Deventer rekening mee gehouden wordt; lichte bescherming Overijsselse vertroetelsoorten Kwaliteitssoorten die niet beschermd zijn
Water Kaderrichtlijn water (KRW) - lijnen (ref) Kaderrichtlijn water (KRW) - vlakken (ref)
Natuur Leefgebied weidevogels Eeuwenoud bos Natura2000 Natuurnetwerk Nederland Bestemmingsplan Natuur & Bos Particulier eigendom natuur
Kaart opgemaakt voor team Ecologie van gemeente Deventer door team Geo-informatie. December 2024 Belangrijkste kaartlagen: - Selectie van beleidsrelevante soorten uit de databank van de NDFF - Omgevingsplan GEMEENTE DEVENTER - Kaarten op basis van landelijke regelgeving omtrent natuur
Laatste update data: 13 maart '25 Aantal waarnemingen (van 2014 t/m 2024) in NDFF van beleidsrelevante soorten : 48.687
47 Land NRW, Esri, HERE, Garmin, GeoTechnologies, Inc., USGS
Folder: V:\RoPlan\Arcgis\Projecten\Team IBL\Ecologie\Prints\Basis- en ambitiekaart natuur\
WETGEVING EN BELEID HOOFDSTUK 4:
48
BIODIVERSITEITSPLAN
4.1 INLEIDING
DUURZAME ONTWIKKELINGSDOELEN
Het handelen op het gebied van ecologie en biodiversiteit is onderhevig aan weten regelgeving. Nationale en provinciale wet- en regelgeving en regionaal beleid zijn weergegeven in de tabel hieronder. Daarnaast zijn er vanuit het beleid verschillende ambities opgesteld waar het Biodiversiteitsplan rekening mee houdt. Uit Deventers beleid spreekt een behoefte om de natuur te versterken. Zo hebben biodiversiteit en groen een prominente plaats in de Omgevingsvisie van de gemeente. Ook is de gemeente voortvarend aan de slag met een Soortenmanagementplan. Hieronder lees je meer over het wettelijk- en beleidskader.
Biodiversiteit en de Sustainable Development Goals (SDG’s): sinds 2016 streeft gemeente Deventer de 17 internationale duurzaamheidsdoelstellingen na. In Deventer4GlobalGoals zijn bedrijven, onderwijs, de creatieve sector, ngo’s en gemeente verenigd. Zij werken samen aan kansen voor duurzaamheid én economische groei. Een van deze SDG’s gaat over leven op het land. Het doel is ecosystemen en bossen te beschermen en herstellen, landerosie en bodemaantasting terug te draaien en biodiversiteitsverlies te stoppen.
4.2 HUIDIG GEMEENTELIJK BELEID Dit biodiversiteitsplan bouwt voort op de Werkwijze voor beleid en uitvoering van de Ecologie in Deventer (2013). Deze werkwijze is destijds tot stand gekomen in co-creatie met groene groepen. Het gaat over behoud en beheer van groen en over ambassadeurssoorten die belangrijk zijn bij ruimtelijke inrichting en communicatie over ecologiebeleid. De zaken die nog steeds relevant zijn hebben ook in dit plan een plek gekregen. Zo is in bijlage 1 de soortenlijst met waardevolle plantensoorten opgenomen.
GEMEENTE DEVENTER
•
•
•
• Biodiversiteit in stedelijk en landelijk gebied In de Omgevingsvisie Deventer 2019 beschrijft de gemeente hoe idealiter Deventer in de toekomst eruit ziet. Biodiversiteit en groen nemen hier een prominente plaats in. Concreet staat in de visie dat: • Meer wisselwerking tussen stad en platteland wenselijk is; • Ingezet moet worden op het versterken en verbinden door lanen, groen- en waterstructuren; • Streekeigen soorten worden aangeplant om de biodiversiteit te verhogen; • Deventer streeft naar een vitaal landelijk en stedelijk gebied met een hoge gebruiks- en
belevingswaarde; Ruimte voor natuur, landbouw, de energietransitie en recreatie wordt gemaakt; Specifieke Deventer natuur en landschappelijke kwaliteiten blijven behouden en worden versterkt; De Natura 2000-gebieden en de NNN worden ingezet als robuuste ruimtelijke aanknopingspunten voor de verdere ontwikkeling van een groen. Dit verbindt onder meer de parken en het groen in de stad en daarbuiten; In openbaar groen meer ruimte voor natuurwaarden komt.
De inzet op biodiversiteit in zowel stedelijk als landelijk gebied komt ook naar voren in het coalitieakkoord Dichtbij, betrokken & bevlogen. Daarnaast wordt er een koppeling gemaakt met vergroenen vanuit klimaatadaptatie en het ecologisch inrichten en beheren van openbaar groen.
49
Nationale en provinciale wet- en regelgeving en regionaal beleid Vogel- en habitatrichtlijnen
De belangrijkste wetgeving op het gebied van biodiversiteit zijn de vogel- en habitatrichtlijnen. Hierin staan regels met betrekking tot het niet schaden van in het wild levende soorten en hun leefgebied. Via de habitatrichtlijn zijn er speciale beschermingszones aangewezen.
Kaderrichtlijn water
Europese regels met betrekking tot waterkwaliteit. Zonder voldoende, school water is er geen leven mogelijk. Andersom kan de natuur ook bijdragen aan een goede waterkwaliteit.
Omgevingswet
Integratie van diverse wetten op het gebied van ruimtelijke ordening en natuur. Hieronder zijn ook de Europese vogel- en habitatrichtlijnen in opgenomen, inclusief de bescherming van Natura 2000. Ook zijn er instructieregels in de Omgevingswet opgenomen die provincies verplichten tot de aanwijzing en bescherming van Natuurnetwerk Nederland-gebieden.
Natuurpact
In het natuurpact zijn de ambities op hoofdlijnen voor de ontwikkeling en het beheer van de natuur in Nederland vastgelegd. Een robuust Natuurnetwerk Nederland, soortenbescherming, natuur buiten het NNN en agrarische natuur en raakvlakken met water en economie,
Natuurherstelwet
Heeft tot doel de biodiversiteit in Europa te herstellen en te beschermen. De Natuurherstelwet bevat bindende doelstellingen voor specifieke habitats en soorten, waaronder het verbeteren van biodiversiteit in bossen, stedelijke gebieden, landbouwgebieden en mariene ecosystemen. De natuurherstelwet geldt ook specifiek voor bestuivende insecten en rivierconnectiviteit. Herstel van stedelijke ecosystemen: Geen nettoverlies aan groene stedelijke ruimten en boomkroonbedekking tegen 2030 en een positieve trend creëren tot de toestand “bevredigend” is. Toename vanstedelijke groene ruimte, groene daken en groene gevels.
Programma Natuur
Het programma Natuur van het ministerie van LVVN richt zich op samenwerking en een gebiedsaanpak om natuurherstel te realiseren.
Deltaprogramma
Het Rijk en diverse overheden werken hierin samen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van Nederland. Dit is niet alleen belangrijk voor de veiligheid en de leefbaarheid, ook de biodiversiteit is afhankelijk van klimaatadaptatie. Andersom is de leefomgeving veerkrachtiger met een hoge biodiversiteit. Al het leven is afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende zoetwater van een goede kwaliteit. In het biodiversiteitsplan is het water en bodem sturend principe van belang.
Omgevingsvisie Overijssel
De condities voor biodiversiteit zijn op orde. Dat is de overkoepelende ambitie van provincie Overijssel. Dit doel geldt ook buiten natuurgebieden en wordt gekoppeld aan het bodem- en watersysteem, aan landschapstypen en aan kenmerkende soorten. Hierbij wordt verwezen naar Basiskwaliteit natuur.
De Bossenstrategie
De Bossenstrategie en het landelijk Klimaatakkoord zijn uitwerkingen van de Europese bossenstrategie. Provincie Overijssel heeft als doel in 2030 1,1 miljoen bomen extra aan te planten. Bomen leggen CO2 vast, versterken de natuur en dragen bij aan biodiversiteitsherstel. Landelijk komt er 37.000 ha nieuw bos bij om invulling te geven aan de Bossenstrategie. De opgave uit de Bossenstrategie voor de Provincie Overijssel betreft 3.9000 ha nieuw bos. In de regio Deventer, Olst, Wijhe en Raalte gaat het om de realisatie van 400 ha nieuw bos (Visie landelijk gebied). De precieze opgave voor Deventer is nog niet bekend.
Voorontwerp Nota Ruimte
De Nota Ruimte spreekt van vergroening van steden en een natuurinclusieve en klimaatadaptieve leefomgeving. Het document benoemt keuzes en geeft richting aan grote opgaven die allemaal om ruimte vragen, zoals landbouw, natuur, woningbouw, economie en energiezekerheid.
50
BIODIVERSITEITSPLAN
GROEN ONTWIKKELEN
BOMEN EN MULTIFUNCTIONEEL GROEN
Kansen uit Buiten is de Deventer invulling van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). De KGO is een regeling van de provincie Overijssel die eisen stelt aan ontwikkelingen in de groene omgeving. Hierin is de belangrijkste voorwaarden dat bij een ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit moet verbeteren. In de Omgevingsvisie wordt hier op voort gebouwd.
Hoewel het stamt uit 2007 is het groenbeleidsplan nog steeds actueel. Het schetst namelijk een raamwerk voor duurzaamheid met betrekking tot inrichting, beheer en gebruik van groen. Dit raamwerk is opgezet omwille van de destijds al veranderende maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de functies van het groen. De hoofddoelstelling ecologie is het behouden en versterken van de diversiteit in flora en fauna. Actualisatie van het groenbeleidsplan staat op de agenda.
In de Omgevingsvisie staat Deventers streven om via de Groen Blauwe Hoofdstructuur (GBHS) groenstructuren in de stad te versterken en te laten aansluiten op het omringende landschap en groen in het landelijk gebied. Dit zorgt voor ecologische verbindingen die de biodiversiteit kunnen verhogen. De Checklist Natuurinclusief Bouwen (NIB) van gemeente Deventer maakt het beleid nog concreter. Deventer hanteert een puntensysteem om bij het oprichten van bouwwerken en inrichting van de omgeving van gebouwen te zorgen dat de natuurwaarden er baat bij hebben. Natuurinclusief bouwen voor de biodiversiteit is ook opgenomen in de visie op hoger bouwen.
GEMEENTE DEVENTER
bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Andersom draagt een hoge biodiversiteit bij aan een klimaatbestendige omgeving. Bomen zijn hierbij onmisbaar. Het Bomenbeleidsplan 2021-2030 van de gemeente is gericht op het versterken van klimaat en biodiversiteit, het voorkomen van ziektes en plagen en communicatie met inwoners. Eén van de uitgangspunten uit dit beleid is het kiezen voor een variatie aan bomen in soort en leeftijd bij aanplant. Daarnaast heeft laanboomverjonging een eigen hoofdstuk.
Eén van de functies van groen is het tegengaan van hittestress en het voorkomen of verminderen van wateroverlast. Klimaatadaptatie is een belangrijk nieuw thema voor groen. Klimaatbestendig groenonderhoud en een bewuste, klimaatbestendige soortenkeuze bij de aanplant van nieuw groen zijn twee voorbeelden uit het klimaatadaptatieprogramma van Deventer. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van een diversiteit aan streekeigen soorten bij horizontale en verticale structuren, kan dit klimaatadaptief groen zijn en tevens een
51
UITVOERING EN SOORTENBESCHERMING
Deventer heeft het groenbeleid via verschillende trajecten geïmplementeerd. In het buitengebied geeft het Bermbeheerplan buitengebied hier invulling aan met maatregelen gericht op het verhogen van de biodiversiteit en het op natuurlijke wijze tegengaan van overlast van de eikenprocessierups. Een ander spoor is het Soortmanagementplan (SMP). Het doel van dit SMP is het leefgebied van de beschermde soorten dusdanig te versterken, dat ondanks woningverduurzaming, populaties in een gunstige staat van instandhouding blijven en waar mogelijk kunnen groeien. Hiertoe worden belangrijke verblijfplaatsen én ecologische functies en structuren behouden en versterkt. Naast ambassadeurssoorten heeft gemeente Deventer ook aandachtssoorten die voornamelijk uit Rode Lijst-soorten bestaat. Het gaat om een Aandachtssoortenlijst Flora met 37 soorten en geslachten. Deze hebben dezelfde status als beschermde soorten op de terreinen van de gemeente. De lijst is geïmplementeerd in het Plan van Aanpak uit de Gedragscode Bestendig beheer en onderhoud groenvoorzieningen. De
52
Gedragscode soortbescherming van beschermde planten en dieren voor gemeenten van Stadswerk wordt door gemeente Deventer gebruikt voor bestendig beheer en onderhoud en voor ruimtelijke ontwikkeling. Medewerkers van het Groenbedrijf werken conform de gedragscode waardoor schade aan beschermde plantenen diersoorten voorkomen wordt en er geen provinciale vergunning hoeft te worden aangevraagd. GEMEENTELIJKE WETGEVING
In één van de voorlopers van het omgevingsplan, de Verordening fysieke leefomgeving Deventer, staan regels om de fysieke leefomgeving te beschermen. De bescherming en het behoud van bomen wordt hier uitgebreid behandeld. Ook in de Algemene Plaatselijke Verordening staan er regels ter bescherming van de fysieke leefomgeving van Deventer. Hoofdstuk 4 is gewijd aan bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. De burgemeesterbevoegdheid voor noodkap van houtopstanden is hierin opgenomen.
4.2.1 TE ONTWIKKELEN/ACTUALISEREN BELEID De ontwikkeling van wet- en regelgeving staat niet stil. Bij het opstellen van dit biodiversiteitsplan zijn er verschillende ontwikkelingen en actualisaties gepland van relevant beleid. Het gaat dan bijvoorbeeld om het groenbeleidsplan, de visie landelijk gebied en de Groen Blauwe Hoofdstructuur. Dit laatste document is bedoeld om natuur en water standaard een plek te geven bij projecten in de openbare ruimte. Indien goed toegepast zal dit beleid bijdragen aan de biodiversiteit door de aanleg van meer natuur en door het toevoegen van groene en blauwe verbindingen. Afstemming tussen deze verschillende beleidsplannen is essentieel om uitvoering hiervan mogelijk te maken.
BIODIVERSITEITSPLAN
4.3
EVALUATIE BESTAAND BELEID
4.3.1 OMGEVINGSVISIE Tijdens het opstellen van dit biodiversiteitsplan wordt er gewerkt aan het opstellen van de geactualiseerde Omgevingsvisie. De ambities uit dit Biodiversiteitsplan maken onderdeel uit van het koersdocument omgevingsvisie (college B&W dd. 20 mei 2025) en vormen de bouwsteen natuur voor de Omgevingsvisie.
53
GEMEENTE DEVENTER Figuur 4-1: Wandelaar in de natuur
54 Figuur 4-2: Het Worpplantsoen bij hoogwater
BIODIVERSITEITSPLAN
4.3.2 EVALUATIE WERKWIJZE ECOLOGIE De evaluatie van het ecologiebeleid van Deventer toont aanzienlijke vooruitgang in het beschermen en versterken van biodiversiteit. Ondanks de behaalde successen blijven er punten voor verbetering en doorontwikkeling. Bijlage 3 geeft een extra toelichting op de evaluatie. BEHAALDE RESULTATEN
Een van de grootste successen is de standaardisering van natuurinclusief bouwen sinds 2019. Bij nieuwbouw- en renovatieprojecten worden nu ecologische maatregelen getroffen, zoals het plaatsen van nestkasten voor huismussen en gierzwaluwen. Dit draagt bij aan het behoud van biodiversiteit in stedelijke gebieden. Soortgerichte maatregelen, zoals de aanleg van vleermuisverblijfplaatsen, voor de kamsalamander en dassentunnels, hebben geholpen bij het creëren van leefgebieden voor beschermde diersoorten. Deze initiatieven zijn cruciaal geweest voor natuurbehoud in gebieden met veel menselijke activiteit. Daarnaast is er een sterke samenwerking met vrijwilligersgroepen. Lezingen, excursies en andere educatieve activiteiten vergroten de
GEMEENTE DEVENTER
kennis en betrokkenheid van inwoners, wat bijdraagt aan de ecologische bewustwording in Deventer. TE CONTINUEREN
Het is van belang om de samenwerking met groene vrijwilligers en groepen voort te zetten, gezien de waardevolle inzichten en bijdragen die deze groepen leveren. Ook het ecologisch beheer van gemeentelijke terreinen, zoals het gefaseerd maaien van bermen en het behoud van de overgebleven oude bomenlanen, moet worden voortgezet vanwege de positieve invloed op de biodiversiteit. De focus op natuurambassadeurssoorten, zoals de das, huismus en gierzwaluw, heeft effectief geholpen bij het behouden van biodiversiteit. Deze soorten moeten ook in de toekomst centraal blijven staan in het ecologiebeleid. VERBETERPUNTEN
Een belangrijke uitdaging blijft de consistentie in de uitvoering van projecten, mede door de wisseling van projectmanagers en projectleiders. Het beter borgen van ecologische waarden en monitoring van dit proces kan hierin verbetering brengen.
Daarnaast vragen initiatieven zoals het bijenlint en de biodiversiteit op braakliggende terreinen om hernieuwde aandacht en onderhoud. Hier liggen kansen om de biodiversiteit te versterken door een betere afstemming en sturing. Het verwezenlijken van de ecologische ambities van de gemeente vraagt om meer aandacht voor het borgen van dit thema binnen de projecten. Het toezien op het borgen van ecologie binnen projecten is momenteel onderdeel van de functie van de stadsecologen maar de capaciteit is onvoldoende om dit goed te waarborgen. Ondersteuning hierbij door extra capaciteit kan ervoor zorgen dat ecologie beter ‘aan wordt gehaakt’ en leidt ertoe dat ecologische maatregelen worden uitgevoerd. Al met al heeft het beleid geleid tot succes, maar door aandacht te geven aan de verbeterpunten kan Deventer verder groeien als gemeente waar natuur en bebouwing in balans zijn.
55
UITVOERINGSPROGRAMMA HOOFDSTUK 5:
56
BIODIVERSITEITSPLAN
5.1 INLEIDING In de vorige hoofdstukken is op grote lijnen beschreven wat de gemeente Deventer in de komende jaren voor ogen heeft voor de biodiversiteit binnen haar grenzen. Dit hoofdstuk geeft een invulling aan hoe we de komende 5 jaar richting geven aan de doelstellingen, ambitie en wensbeeld. De doelstellingen die in dit hoofdstuk worden omgezet naar maatregelen zijn generiek voor de gehele gemeente Deventer. Tijdens dagelijks onderhoud, projecten en ontwikkelingen moet er worden gekeken naar de landschapstypen en de daarbij behorende elementen, soorten en kansen. Bijlage 3 geeft handvatten over de natuurambassadeurssoorten in relatie tot de doelstellingen.
5.2
•
•
WAT DOEN WE AL
Participatie en bewustwording: • Wandelingen tussen de bloemen rond Deventer (uit boek: Ode aan de flora van Deventer) De routes zijn via de applicatie van IVN. Zoek bij wandelroutes op Deventer en vindt de volledige beschrijving van de routes. • Samenwerking met bewoners: De gemeente
GEMEENTE DEVENTER
•
werkt samen met bewoners en organisaties om biodiversiteit te bevorderen, bijvoorbeeld door het stimuleren van regenwaterafkoppeling en het aanleggen van groene daken en gevels. Naast een gemeentelijke stimulans is er ook de RIVUSregeling die inzet op vergroening van tuinen door subsidie voor hagen ter vervanging van schuttingen. (Groene) bewoners initiatieven die ingediend worden door inwoners van de gemeente Deventer. Het soort initiatieven kunnen heel divers zijn, bijvoorbeeld het herinrichten van een straat, het vergroenen van een plein etc; Rood-voor-Rood Regeling: Dit beleid stimuleert eigenaren in het buitengebied om landschapsontsierende bebouwing te slopen in ruil voor nieuwbouwmogelijkheden, wat de ruimtelijke kwaliteit en biodiversiteit ten goede komt. Samenwerking met (groene) vrijwilligers. Er is een jaarlijkse fietstocht met groene vrijwilligers waarbij afwisselend de gemeente en de vrijwilligers op locatie projecten met elkaar bespreken, aan elkaar laten zien, en tevens met elkaar afstemmen wat goed gaat en wat nog beter kan. Ook
zijn er samenwerkingen met bijvoorbeeld de amfibieën werkgroep (paddentrek) en de vrijwilligers van de groene knoop die o.a. onderhoudswerkzaamheden in de Rielerenk-Douwelerkolk verrichten. Ecologisch Beheer: • Ecologisch Bermbeheer: De gemeente Deventer beheert ongeveer 1000 hectare aan groen in de openbare ruimte, waarvan 300 hectare ecologisch wordt beheerd volgens het bermbeheerplan. Dit draagt bij aan de biodiversiteit door natuurlijke habitats te ondersteunen. • Begrazing: Specifieke terreinen in Deventer worden begraasd, wat de biodiversiteit bevordert door natuurlijke vegetatiecycli te ondersteunen. Natuurinclusief bouwen en Groene hoofdstructuur: • Natuurinclusief bouwen: De gemeente stelt de integratie van natuur in nieuwbouwprojecten verplicht, waarbij rekening wordt gehouden met lokale flora en fauna. Denk dan aan ingebouwde nestkasten, groene daken en gevels, aanplant van streekeigen beplanting en egelpasseerbare kavelgrenzen.
57
•
Groene hoofdstructuur: Deventer heeft een netwerk van verbonden groengebieden die belangrijk zijn voor de biodiversiteit, doordat ze verschillende habitats en soorten met elkaar verbinden.
Biodiverse bedrijventerreinen • Middels het project Toekomstbestendige Bedrijventerreinen (TBBT) stimuleert de gemeente de biodiversiteit op bedrijventerreinen. Hierin werken de ondernemers samen met de gemeente zodat de buitenruimte op deze terreinen een positieve bijdrage levert aan het vergroten van de biodiversiteit. Bescherming en herstel: • Bescherming van de das: Specifieke maatregelen zoals dassenrasters en pijpen zijn geïnstalleerd om de dassenpopulatie in Deventer te beschermen. • Herintroductie van de muurbloem: De muurbloem is met succes opnieuw geïntroduceerd op de stadsmuren van Deventer, als onderdeel van het herstel van biodiversiteit in stedelijke gebieden. In 2024 is er een fout gemaakt, hier zijn muurbloemen op de stadsmuur bij Mimik verwijdert. Dit is geëvalueerd, processen
58
•
•
zijn verbeterd en er wordt samen met KNNV Deventer aan herstel gewerkt. Soortenmanagementplan (SMP): Het Soortenmanagementplan (SMP) om de bescherming van specifieke, kwetsbare soorten te waarborgen en te voldoen aan de Omgevingswet is gereed. Dit plan dient als kader voor het integreren van natuurbelangen in ruimtelijke ontwikkelingen en draagt bij aan de biodiversiteit door de leefomstandigheden van beschermde soorten te verbeteren. Via de stichting Kostbaar Salland en stichting Salland Loont faciliteert en cofinancieert de gemeente initiatieven voor aanleg, beheer en onderhoud van landschapselementen.
5.3 MAATREGELEN De tabellen op pagina’s 59 tot en met 69 geven per doelstelling: de maatregelen weer, onder welk team ze vallen, een inschatting van het (extra) benodigde budget, de periode van implementatie en een inschatting van de impact. In bijlage 4 worden alle maatregelen nader toegelicht. Wanneer in de budgetkolom “In project” wordt vermeld betekent dit dat de kaders van het biodiversiteitsplan tot uitvoering worden gebracht In projecten. Wanneer er een * in de budgetkolom staat betekent dat er extra budget benodigd is. Deze bedragen dienen in de Perspectiefnota van het betreffende jaar opgenomen moeten worden.
Klimaatadaptatie en groene initiatieven: • Klimaatadaptatie: Groene maatregelen, zoals de vergroening van stedelijke gebieden, worden ingezet om hittestress te verminderen en waterbeheer te verbeteren, wat ook de biodiversiteit ten goede komt. • Natuurlijke inrichting van wadi’s: De mogelijkheden worden onderzocht om wadi’s (waterdoorlatende verlagingen in het landschap) te vergroenen en de biodiversiteit te vergroten, met concrete aanbevelingen uit afstudeeronderzoeken. BIODIVERSITEITSPLAN
AMBITIE 1: VERSTERKEN VAN GROENE EN BLAUWE ECOLOGISCHE STRUCTUREN IN HET STEDELIJK GEBIED EN DE DORPSKERNEN OM EEN ROBUUST SYSTEEM TE CREËREN 1.1
MAATREGEL ECOLOGISCH BEHEER IS EEN BELANGRIJK UITGANGSPUNT
TEAM
Actieplan Berm in Bloei Bebouwde Kom Groenbeheerplan
BUDGET
PERIODE
IMPACT
In project
Huidige invulling
Hoog
Gazon omvormen naar bloemrijk grasland (motie Berm in bloei)
Fysiek en technisch beheer
€ 30.000,-
Vanaf 2025
Hoog
Natuurlijk bermbeheer opschalen waar mogelijk.
“”
In project
Vanaf 2025
Middel
Ecologisch beheer van nieuw beheerareaal is een belangrijk
“”
In project
Vanaf 2025
Hoog
Bermbeheerplan actualiseren in 2030.
“”
€ 30.000,-*
2030
Laag
Benutten van koppelkans bij gebiedsontwikkeling
“”
In project
Vanaf 2025
Middel
Behoud van klimop in bomen, waar het geen beperking oplevert voor
“”
In project
Vanaf 2025
Middel
Aanplant streekeigen bomen met potentie monumentaal te worden.
“”
In project
Vanaf 2025
Middel
Actualiseren groenbeleidsplan gemeente.
“”
€ 100.000,-
Vanaf 2025
Middel
Verhogen van het aandeel staand- en liggend dood hout in bos,
““
Geen kosten
Vanaf 2025
Middel
“”
In project
Vanaf 2025
Hoog
Huidige invulling
Laag
uitgangspunt.
een BVC.
houtsingels en parken. Langs wegen is dit alleen mogelijk indien er geen gevaarzetting ontstaat. Hetgeen wordt in overleg met de boombeheerder vastgesteld. Ecologisch beheren van oevers i.r.t. motie ‘‘Snorrende sloten’’
1.2
VASTSTELLEN VAN EEN GROENNORM IN HET GROENBELEIDSPLAN Per project wordt oppervlakte groen bepaald. Er is nog geen norm. Analyse huidige situatie qua oppervlakte groen
Fysiek en technisch beheer
€ 10.000,-
Vanaf 2025
Laag
Plan van aanpak realisatie groennorm bij gebiedsontwikkeling
“”
€ 15.000,-
2026
Laag
Aanplant per project
Fysiek en technisch beheer en
In project
Vanaf 2026
Hoog
projectontwikkelaar
1.3
Samenwerking
““
In project
Vanaf 2026
Middel
Monitoring en evaluatie
““
€ 15.000,-*
Vanaf 2027
Middel
Integratie in beleid
Duurzame Leefomgeving
In project
Huidige invulling
Hoog
Standaard natuurinclusief renoveren middels SMP.
Project advies, thema wonen en
In project
Actief
Hoog
In project
Actief
Hoog
NATUURINCLUSIEF BOUWEN IS DE STANDAARD.
gebiedsontwikkeling Motie Natuurinclusief Bouwen (NIB) wordt toegepast bij in bebouwd gebied. GEMEENTEnieuwbouwontwikkelingen DEVENTER Soortmanagementplan (SMP) is geïmplementeerd voor renovatieprojecten binnen bebouwd gebied.
“”
59
MAATREGEL
1.4
TEAM
BUDGET
PERIODE
IMPACT
Huidige invulling
Middel
DAK, GEVELGROEN EN GEVELTUINTJES GERICHT STIMULEREN VOOR BESTAANDE GEBOUWEN. Motie Natuurinclusief Bouwen (NIB) wordt toegepast bij nieuwbouwontwikkelingen in bebouwd gebied. Klimaatadaptatieprogramma: Samenwerkingsverband RIVUS werkt aan het onderwerp Klimaatadaptatie. Hieronder valt de implementatie van de Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Toekomstbestendige bedrijventerreinen (TBBT) Aanwijzen prioritaire gebieden.
Leefbaarheid en programmering
€10.000,-*
2027
Middel
Opnemen in Deventer klimaatadaptatieprogramma
Project advies, thema wonen en
In project
Vanaf 2026
Middel
In project
Vanaf 2026
Middel
€10.000,-
Vanaf 2026
Middel
Nog geen normen over percentage verharding: Rapportage Circulair 2030 behandelt normen over onverhard oppervlak.
Huidige invulling
Laag
Inventarisatie van verhardingsbehoefte bij projecten
Fysiek en technisch beheer
€10.000,-
Vanaf 2025
Middel
Plan van aanpak verhouding verharding/groenblauw
“”
€10.000,-
2026
Laag
Maatregelenplan
“”
€10.000,-
Vanaf 2025
Middel
Uitvoering
“”
€40.000,-
Vanaf 2025
Hoog
Huidige invulling
Middel
€10.000,-*
2027
Middel
gebiedsontwikkeling Aanbieden van bestaande stimuleringsregelingen en subsidies.
Project advies, thema water, riolering en klimaatadaptatie
Gemeentebrede communicatie over regelingen
1.5
1.6
Participatie en communicatie
VERGROTING ONVERHARD OPPERVLAK AAN DE HAND VAN HET ‘GROEN-TENZIJ’-PRINCIPE.
VERSTERKING VAN DE ECOLOGISCHE KNELPUNTEN IN DE HOOFDBOOMSTRUCTUUR. Laanboomverjongingsplan gemeente Deventer Boombeleidsplan gemeente Deventer Inventarisatie van “missing links” en planning
Duurzame Leefomgeving Fysiek en technisch beheer
Aanplant van bomen als koppelkans bij gebiedsontwikkeling
Fysiek en technisch beheer
In project
Vanaf 2026
Hoog
Onderhoud en beheer van aanplant
“”
In project
Vanaf 2027
Middel
Communicatie en samenwerking
Participatie en communicatie, Duurzame
In project
Vanaf 2026
Middel
Leefomgeving
60
BIODIVERSITEITSPLAN
MAATREGEL
1.7
TEAM
BUDGET
PERIODE
IMPACT
Huidige invulling
Middel
VERGROTING VAN HET AANTAL BOMEN MET EEN HOGE ECOLOGISCHE WAARDE. Laanboomverjongingsplan gemeente Deventer Boombeleidsplan gemeente Deventer Passend ecologisch beheer van bestaande bomen
Fysiek en technisch beheer
In project
Vanaf 2025
Hoog
Voorzien in gezonde standplaatscondities bij aanplant door
““
In project
Vanaf 2025
Middel
“”
In project
Vanaf 2025
Hoog
Huidige invulling
Middel
nauurvriendelijke bodemverbetering Boomverjonging en aanplant (ook als koppelkans)
1.8
DIERVRIENDELIJKE VERLICHTING. Uitvoeringskader openbare verlichting (2013) Herzien van Uitvoeringskader openbare verlichting
Duurzame Leefomgeving
In project
2026
Middel
Selectie van geschikte diervriendelijke verlichting
““
In project
Huidige invulling
Middel
Toepassen van diervriendelijke verlichting (waar mogelijk) als
Project advies
In project
Vanaf 2025
Middel
koppelkans bij projecten
1.9
INTEGRATIE VAN NATUURAMBITIES IN DE BASISKAART VAN DEVENTER. Inventarisatie en integratie
Duurzame Leefomgeving
€25.000,-
2025
Middel
Toepassing in ruimtelijke ontwikkeling
Nader te bepalen
In project
Vanaf 2025
Hoog
Monitoring en borging van werkwijze
Nader te bepalen
€5.000,- jaarlijks
Vanaf 2025
Laag
Huidige invulling
Middel
1.10 NATUURAMBASSADEURSSOORTEN VASTGESTELD. Lijst operationele beschermde planten Ambassadeurssoorten Werkwijze ecologie Aanpak versterken populatie ambassadeurssoorten opstellen.
Duurzame Leefomgeving
€15.000,-
2026
Middel
Bij gebiedsontwikkeling maatregelen uitvoeren die ten goede
“”
In project
Vanaf 2025
Hoog
komen aan de ambassadeurssoorten en aan het betreffende landschapstype (Bijlage 3). Voorbeeld: Bij een ontwikkelproject in het Jong ontginningslandschap wordt het bestaande gazon omgevormd naar bloemrijk grasland. Hiervan profiteert ambassadeursoort bruin blauwtje. Daarnaast wordt er streekeigen en bloeiend struweel aangeplant en wordt er ecologisch beheerd. GEMEENTE DEVENTER