2025-463 Biodiversiteitsplan Deventer 2025-2035(geamendeerd vastgesteld 9-7-2025)
Tekst van het document
BIODIVERSITEITSPLAN 2025-2035 SAMEN GROEIEN MET DE NATUUR GEMEENTE DEVENTER
1
COLOFON Dit is een rapportage van NLadviseurs DATUM UITGAVE: VERSIE: OPGESTELD DOOR: PROJECTNUMMER: OPDRACHTGEVER: BRON VOORBLAD:
Mei 2025 Definitief NLadviseurs 316.09.24 Gemeente Deventer De Engelse alanten uit ‘‘Ode aan de flora van Deventer’’
ADRES: Schelmseweg 93 6816 SJ Arnhem 0267851440 info@nladviseurs.nl
Copyright: Alle rechten voorbehouden. Voor vermenigvuldiging van, of zinsneden en afbeeldingen uit deze rapportage gelieve contact op te nemen met NLadviseurs.
VOORWOORD: DE GROENE RIJKDOM VAN DEVENTER Een vroege wandeling door de uiterwaarden, langs landbouwgronden, door een natuurgebied, een bos, een dorp of zelfs door de stad; wat hoor je, wat zie je? De IJssel fluistert, de wind waait zachtjes, de vogels zingen en je ziet de bloemen bloeien. De grote bonte specht, de muurbloem, de brem, de huismus en niet te vergeten de egel. Het zijn slechts enkele voorbeelden, misschien wel de bekendste, van de duizenden soorten die deel uitmaken van de Deventer biodiversiteit. Het zijn de ‘ambassadeurs’ – dieren en planten die iedereen bijna kent – van de groene rijkdom van Deventer. In dit biodiversiteitsplan 2025 – 2035 gaat het over al deze soorten, maar belangrijker nog: hoe wij de biodiversiteit in gemeente Deventer willen behouden en versterken. Een planmatige aanpak moet want binnen al het bouwgeweld van deze tijd, is groen leven om je heen noodzakelijk voor een fijne plek om te wonen, te spelen, te werken, te sporten of gewoon te zijn. Dat maakt Deventer en haar dorpen nog aantrekkelijker. Veel mensen dragen daar al aan bij, individueel of in (georganiseerd) groepsverband. Wellicht maak jij je sterk voor behoud van een planten- of dierensoort, al dan niet aangesloten bij een collectief. Zelf ben ik lid van Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid (IVN), maar ook van Natuurmonumenten, Milieudefensie en de Dierenbescherming.
Organisaties die zich bezighouden met de bescherming van planten en dieren. Dat doe ik omdat dieren en natuur niet voor zichzelf kunnen opkomen. Als mens genieten we dagelijks van het schoon dat onze groene omgeving ons geeft, dan is het ook aan ons om wat terug te doen. De gemeenteraad van Deventer heeft ook al laten zien hoe belangrijk zij het vindt dat de karakteristieke natuur van Deventer behouden blijft. Met moties en amendementen als ‘Berm in bloei’, ‘Red de egel’ en ‘Meer bloeiende slootkanten’ wordt het belang van ecologie en biodiversiteit benadrukt en ook in andere onderwerpen klinkt de liefde voor de natuur, de planten en de dieren door. Diezelfde gemeenteraad nam ook het initiatief voor een burgerberaad, de Deventer Klimaatraad. Ook de Klimaatraad heeft een aantal adviezen uitgebracht, die ook worden uitgevoerd, waar de biodiversiteit in Deventer mee gediend is. Sterker, één van de adviezen was letterlijk het opstellen van een gemeentelijk biodiversiteitsplan. Alles bij elkaar voelt dat als een stevige steun in de rug. Dit biodiversiteitsplan is een ambitieus plan. Maar met alleen het opstellen van een plan met ambities en doelen ben je er natuurlijk niet. Het mooie van dit plan is dat de acties, maatregelen en projecten om die ambities te realiseren, al zijn opgeschreven.
Samen met de stadsecologen van Deventer, partners op het gebied van natuur en milieu en iedereen die de natuur in Deventer een warm hart toedraagt zou ik dan ook willen zeggen: aan de slag, de natuur rekent op ons! Jaimi van Essen Wethouder Milieu en Duurzaamheid
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1: WE ZETTEN IN OP BIODIVERSITEIT
6
HOOFDSTUK 4: WETGEVING EN BELEID
48
1.1 Wat is biodiversiteit 1.1.1 Het belang van biodiversiteit 1.1.2 Het is nu of nooit 1.2 Waarom dit biodiversiteitsplan? 1.2.1 Natuur en biodiversiteit in Deventer 1.2.2 Huidig beleid en het biodiversiteitsplan 1.3 Participatie 1.3.1 Participatiebeleid gemeente Deventer 1.3.2 Interne participatie 1.3.3 Externe participatie 1.4 Looptijd 1.5 Leeswijzer
7 7 8 8 8 9 10 10 11 12 21 21
4.1 Inleiding 4.2 Huidig gemeentelijk beleid 4.2.1 Te ontwikkelen/actualiseren beleid 4.3 Evaluatie bestaand beleid 4.3.1 Omgevingsvisie 4.3.2 Evaluatie werkwijze ecologie
49 49 53 53 53 55
HOOFDSTUK 5: UITVOERINGSPROGRAMMA
56
5.1 Inleiding 5.2 Wat doen we al 5.3 Maatregelen Ambitie 1 Ambitie 2 Ambitie 3
57 57 58 59 64 67
BIJLAGES
70
Bronnen Bijlage 1: Lijst met waardevolle Deventer soorten Bijlage 2: Evaluatie werkwijze ecologie Bijlage 3: Landschapselementen en bijbehorende soorten Bijlage 4: Toelichting op de doelstellingen en maatregelen Ambitie 1 Ambitie 2 Ambitie 3 Bijlage 5: Begin dicht bij huis: Inwoners kunnen zelf een bijdrage leveren aan de biodiversiteit
71 72 73 79 86 86 107 117 123
HOOFDSTUK 2: WENSBEELD, AMBITIE EN DOELEN
22
2.1 Inleiding 2.2 Samen groeien met de natuur 2.3 Strategie: behouden, beschermen, herstellen en versterken Ambitie 1 Ambitie 2 Ambitie 3 2.4 Ambitiekaart Natuur Deventer
23 23 24 26 28 30 32
HOOFDSTUK 3: BIODIVERSITEIT IN DEVENTER
34
3.1 Gebiedsbeschrijving 3.2 landschappen en natuurambassadeurssoorten 3.2.1 De hoge zandgronden 3.2.2 Het rivierengebied 3.2.3 De steden en dorpen 3.3 Natuurambassadeurssoorten 3.4 Basiskaart Natuur Deventer
35 37 37 42 44 45 46
WE ZETTEN IN OP BIODIVERSITEIT HOOFDSTUK 1:
6
BIODIVERSITEITSPLAN
1.1 WAT IS BIODIVERSITEIT? Biodiversiteit is een begrip dat tegenwoordig veel aandacht krijgt. Het verwijst naar de variatie aan soorten, genetisch materiaal, en ecosystemen op aarde. Wereldwijd bestaan er naar schatting tien miljoen soorten, waarvan er in Nederland ongeveer veertigduizend te vinden zijn, variërend van schimmels en planten tot zoogdieren, waaronder de mens. Binnen elke soort is de genetische variatie cruciaal voor het vermogen van soorten om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden. Deze soorten leven in relatie tot hun omgeving, en de samenstelling van soorten in een bepaald gebied met vergelijkbare kenmerken noemen we een ecosysteem. Zowel de diversiteit als het aantal soorten en ecosystemen zijn van essentieel belang.
1.1.1 HET BELANG VAN BIODIVERSITEIT Hoe diverser een ecosysteem, hoe stabieler en veerkrachtiger het is. Veerkrachtige ecosystemen zijn beter in staat om waardevolle ecosysteemdiensten te leveren, zoals vruchtbare bodems, bestuiving van gewassen, en plaagonderdrukking. Daarnaast kan biodiversiteit bescherming bieden tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hitte, droogte of wateroverlast. Een natuurrijke stad met een groene en biodiverse leefomgeving bevordert de geestelijke en lichamelijke
gezondheid van de Deventer burgers niet alleen door het filteren van fijnstof en vastleggen van CO2 maar vooral ook door het bieden van een mooie en aantrekkelijke omgeving waar mensen van genieten, ontspanning vinden en die uitnodigt tot beweging. Bovendien is een natuurrijke woon- en leefomgeving van belang voor de sociale en economische aantrekkelijkheid van Deventer. Afnemende biodiversiteit heeft daarom ook een negatieve invloed op thema’s als klimaatadaptatie en recreatie uit de Omgevingsvisie.
De definitie die we aanhouden voor biodiversiteit luidt: “Biodiversiteit is de verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied, van een waterdruppel tot een compleet bos. Het omvat alle soorten planten, dieren en micro-organismen, evenals de enorme genetische variatie binnen en tussen verschillende ecosystemen, van moerassen tot woestijnen.” (Biodiversiteit WUR) Figuur 1-1 Wat is biodiversiteit? Bron: PBL GEMEENTE DEVENTER
7
1.1.2 HET IS NU OF NOOIT Op wereldwijde schaal staat de natuur onder druk, ook in Europa, Nederland en specifiek in de gemeente Deventer. Factoren zoals klimaatverandering, veranderingen in grondgebruik, en de uitstoot van schadelijke stoffen bedreigen een groot deel van de biodiversiteit. In Deventer is veel flora in natte graslanden verloren gegaan in de afgelopen 20 jaar. De biodiversiteit neemt in rap tempo af, een zorgwekkende ontwikkeling die al decennia geleden is ingezet. Veel soorten verkeren in een kritieke toestand, wat negatieve gevolgen heeft voor de totale diversiteit en onze leefomgeving. Het is nu of nooit om deze ontwikkeling te keren. We kunnen zelf invloed uitoefenen door de huidige natuur te beschermen en ons gedrag te veranderen. Hiervoor ligt een grote taak bij overheden. Enerzijds door middel van beleid robuuste natuurgebieden en verbindingszones te realiseren in zowel het stedelijk als landelijk gebied. En anderzijds door inwoners te stimuleren en uit te dagen om zich in te zetten voor de biodiversiteit of in ieder geval door bewustzijn te creëren over de huidige problematiek rondom biodiversiteit. Maar het herstel van natuur is een proces van de lange adem; verandering vindt niet van de ene
8 Figuur 1-2: Patrijs
op de andere dag plaats. Dit biodiversiteitsplan is opgesteld met een gevoel van urgentie, en biedt beleid voor de komende 10 jaar om de natuur de ruimte en tijd te geven zich te herstellen en verder te ontwikkelen.
1.2 WAAROM DIT BIODIVERSITEITSPLAN? De gemeente Deventer erkent de noodzaak om de biodiversiteit in de gemeente te borgen en te bevorderen, er is een motie aangenomen voor het opstellen van een biodiversiteitsplan. Ook door de moties en amendementen Berm in bloei, Red de egel en Snorrende sloten wordt het belang van ecologie en biodiversiteit benadrukt. Door biodiversiteit te verankeren in het gemeentelijk beleid, zet Deventer zich in om de karakteristieke natuur te behouden en te versterken. Hiermee wordt ook ingezet om de sociale en economische aantrekkelijkheid van Deventer te behouden en te versterken. 1.2.1 NATUUR EN BIODIVERSITEIT IN DEVENTER Deventer heeft een zeer veelzijdig landschap, van natte uiterwaarden in het westen tot droge naald- en loofbossen in de oostflank en een groeiend stedelijk landschap. Deze variatie zorgt voor een rijke diversiteit aan planten en dieren, elk met hun eigen voorkeuren voor specifieke
habitats. Om deze soortenrijkdom te behouden, te beschermen, en mogelijk nog verder te vergroten, is het belangrijk om duidelijk beleid te voeren en goede afspraken te maken over natuur en biodiversiteit in de gemeente. In Nederland is de biodiversiteit de afgelopen eeuw aanzienlijk afgenomen, en ook in Deventer is de soortenrijkdom afgenomen. Soorten zoals de patrijs en de geelgors, die van oudsher in het Sallandse landschap voorkwamen, komen nu nog maar op enkele plaatsen voor. Uitzondering hierop zijn enkele soorten die zich hebben gespecialiseerd in het stedelijk gebied zoals de gierzwaluw, maar ook die soorten staan onder druk (bron: Kennisportaal gemeente Deventer: Trendrapport 2022). Dit biodiversiteitsplan heeft als doel om ecologie en biodiversiteit in Deventer de komende jaren te stimuleren en daarmee de achteruitgang van de afgelopen jaren te stoppen door natuur en biodiversiteit te behouden en te versterken. 1.2.2 HUIDIG BELEID EN HET BIODIVERSITEITSPLAN Het huidige beleid voor ecologie en natuur in Deventer is grotendeels gebaseerd op de Werkwijze Ecologie uit 2013 en is aan actualisatie toe. In 2019 is daarnaast de motie Natuurinclusief Bouwen (NIB) aangenomen
GEMEENTE DEVENTER
die verplicht dat alle nieuwbouw binnen de gemeente voldoet aan de eisen van natuurinclusief bouwen. De moties ‘‘Berm in Bloei’’ en ‘‘Snorrende sloten‘‘zijn ook in 2024 aangenomen, dit geven invulling aan ecologisch beheer in de bebouwde kom. Het actieplan Red de egel is opgenomen in de programmabegroting 2025, dit zal een impuls opleveren voor de egel in gemeente Deventer. In het Landschapsontwikkelingsplan Salland worden ten slotte de kernkwaliteiten en potenties van het Sallandse landschap benoemd. Deze zijn kaderstellend voor ruimtelijke ontwikkelingen en hebben daarin een hoop invloed op ontwikkelingen omtrent natuur en biodiversiteit. De gemeente heeft de ambitie om de biodiversiteit sterk te verbeteren. Het opstellen van een beleidsstuk in de vorm van het biodiversiteitsplan is de perfecte kans om dit actief aan te pakken. Daarnaast is de gemeente bezig met een actualisatie van de Omgevingsvisie van Deventer, waarin een natuurvisie verplicht is. Het biodiversiteitsplan vormt hiervoor de basis.
ACTIEPLAN RED DE EGEL Op 6 november 2024 is het amendement ‘’Actieplan ‘Red de Egel’’ aangenomen. De raad is er zich van bewust dat de toekomst van de Nederlandse egel onder druk staat. Elke nacht loopt de egel tot wel twee kilometer op zoek naar voedsel en onderdak maar door de toenemende verstening, verstedelijking, verkeer, verlies van biodiversiteit en het verwijderen van blad in de herfst wordt dit vermoeilijkt. Om de egel te helpen gaat de gemeente inwoners informeren over hoe zij de egel kunnen helpen. De gemeente gaat ook inzetten op meer natuurlijke scheidingen door heggen en egelsnelwegen aan te leggen in plaats van stenen afscheidingen of schuttingen. Dit biodiversiteitsplan heeft de egel aangewezen als één van de natuurambassadeurssoorten. Hiermee worden zowel maatregelen ter versterking van het leefgebied van de egel voorgesteld, als gerichte monitoring om de aanwezigheid van de egel in beeld te brengen. Deze zijn terug te vinden in bijlage 3 (een overzicht van de maatregelen in relatie tot natuurambassadeurssoorten)
9
SNORRENDE SLOTEN Op 10 juli 2024 is de motie ‘’Meer bloeiende slootkanten’’ aangenomen. De raad ziet dat oevers een voor veel plant- en diersoorten van levensbelang zijn. Er is geconstateerd dat het ecologisch beheer van de oevers buiten de bebouwde kom op koers liggen echter is er binnen de bebouwde nog ruimte voor verbetering. In het algemeen is er meer ruimte nodig voor de overgangszone tussen het droge en natte deel van de oever, de zogenaamde ‘snor’. Bloeiende oevers zijn waardevol voor de ecologie. Om een sterke verbinding te creëren liggen er kansen om zoveel mogelijk van de bloeiende oevers aan te sluiten op de bloeiende bermen. Dit biodiversiteitsplan gaat in op de doelstellingen van de motie door doelstellingen geformuleerd in hoofdstuk 2 (1.1 Ecologisch beheer is het uitgangspunt, 1.9 integratie van de natuurambities in de basiskaart Deventer Natuur) en de Ambitiekaart Natuur Deventer waarbij de verbindingen zullen worden versterkt binnen- en buiten de bebouwde kom.
10
Dit plan gaat verder dan alleen ecologie: het raakt vele andere beleidsthema’s binnen de gemeente. Daarom zijn contactpersonen van verschillende beleidsthema’s betrokken bij de totstandkoming van dit biodiversiteitsplan, zodat het voor iedereen inzetbaar is. De betrokken thema’s zijn: • Duurzaamheid en klimaat(adaptatie) • Landbouw en landelijk gebied, • Energietransitie • Ruimtelijke Ordening • Economie en bedrijventerreinen • Beheer en onderhoud van openbaar groen • Communicatie
1.3 PARTICIPATIE Er zijn tijdens het proces verschillende treden van de participatieladder bewandeld. Voor het opstellen van het biodiversiteitsplan is intern intensief samengewerkt met de eerder genoemde themahouders. De houding van betrokkenen was constructief waardoor we veel hebben kunnen ophalen en afstemmen in het totstandkomingsproces van het plan.
1.3.1 PARTICIPATIEBELEID GEMEENTE DEVENTER Participatie van inwoners, ondernemers en organisaties speelt voor ons een belangrijke rol bij besluitvorming. Met de komst van de Omgevingswet is het belang van goede participatie alleen maar groter geworden. Participatie zorgt ervoor dat het gemeentebestuur zo goed mogelijk rekening kan houden met de belangen van de omgeving. Participatie is geen tovermiddel: het kan er niet voor zorgen dat iedereen het eens is met alle ontwikkelingen. Tegengestelde belangen zijn niet altijd met elkaar in overeenstemming te brengen, dus niet iedereen zal altijd blij zijn met de uiteindelijke oplossing maar door participatie wordt ontevredenheid beperkt. Dit rapport maakt gebruik de volgende vorm van participatie: Inwonersparticipatie — Samen met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden beleid maken, uitvoeren en evalueren (initiatief ligt bij de gemeente)
BIODIVERSITEITSPLAN
1.3.2 INTERNE PARTICIPATIE
WERKSESSIES
INTERVIEWS
Om tot een breed gedragen wensbeeld en ambities voor de biodiversiteit in gemeente Deventer te komen, is er een werksessie georganiseerd met het projectteam en themahouders. Hierbij heeft iedereen kunnen meedenken aan de richting die we inslaan met behulp van dit plan.
• •
Toeschouwer (informeren) – Open autoritaire stijl Adviseur eindspraak (raadplegen) – Consultieve stijl
Bij de start van het proces zijn de themahouders uit de interne organisatie geïnterviewd om hen op de hoogte te brengen van de totstandkoming van het biodiversiteitsplan en de kansen voor biodiversiteit te identificeren. Hierbij zijn beleidsstukken verzameld, evenals mogelijke koppelkansen met betrekking tot ecologie. Op basis van deze interviews is het plan opgebouwd en is het uitvoeringsprogramma opgebouwd. FIETSEXCURSIE
Tijdens de individuele interviews werd er geconstateerd dat er nog uiteenlopende ideeën
Een tweede werksessie was georganiseerd om te richten op het concretiseren van de ambities en de doelstellingen. De doelstellingen moesten zo vormgegeven worden zodat die ervoor zorgen dat de ambities daadwerkelijk verwezenlijkt kunnen worden. Hierbij is ook de
Rol van het bestuur
Initiatiefnemer Beleidseigenaar Bevoegd gezag
Faciliterende stijl
Samenwerkingspartner
Samenwerkende stijl
Medebeslisser
Delegerende stijl
Adviseur beginspraak
Participatieve stijl
Adviseur eindspraak
Consultatieve stijl
Toeschouwer ontvanger informatie informant
Open autoritaire stijl
Geen rol
Gesloten autoritaire stijl
MEER INHOUDELIJKE OPENHEID
De concrete manier hoe er is geparticipeerd wordt hieronder verder toegelicht.
en gedachten waren over de biodiversiteit in Deventer en de mogelijkheden voor het goed kunnen vastleggen van een sterke biodiversiteit in dagelijks beheer, projecten en ontwikkelingen. Tijdens een gezamenlijke fietsexcursie in Deventer met dezelfde themahouders konden we met elkaar in gesprek en ideeën en gedachten uitwisselen. Vanuit de themahouders waren er locaties uitgekozen waarbij er duidelijke voorbeelden waren van projecten of ontwikkelingen met de bijbehorende “do’s and dont’s” .
MEER INVLOED PARTICIPANT
Rol van participant
Op de participatieladder (figuur 1-3) zijn meerdere zogenaamde ‘’treden’’ onderscheiden. Voor dit rapport is gebruik gemaakt van participatie treden:
Figuur 1-3: Participatieladder uit ‘‘Participatie beleid Gemeente Deventer GEMEENTE DEVENTER
11
aanzet gedaan tot het komen van bijpassende maatregelen, zoals in de maatregelen die in hoofdstuk 5 en bijlage 4 te lezen zijn. MAATREGELEN AANSCHERPEN
Er zijn extra gesprekken gevoerd met de themahouders om een verdiepingsslag te maken op de doelstellingen en de bijbehorende maatregelen. Hierdoor zijn de koppelkansen, knelpunten en mogelijkheden nader afgestemd op het gemeentelijk beleid en organisatie AFSTEMMING MET GROENBLAUWE HOOFDSTRUCTUUR
Bij het opstellen van dit plan is tevens afstemming geweest met de Groenblauwe Hoofdstructuur (hierna GBHS) die parallel aan het biodiversiteitsplan wordt ontwikkeld. Tijdens het stakeholderoverleg van de GBHS met onder andere LTO, waterschap, stichting IJssellandschap etc. zijn de Basiskaart Natuur Deventer en Ambitiekaart Natuur Deventer 2024 besproken en behandeld. Deze kaarten zijn onderdeel van de GBHS en dit biodiversiteitsplan. De basiskaart Natuur Deventer is te vinden op pagina 45 en de Ambitiekaart Natuur Deventer op pagina 31.
12
FEEDBACK OP DE CONCEPTEN
DE DEVENTER KLIMAATRAAD
Het projectteam en de verschillende themahouders binnen de gemeente hebben zowel het eerste als het tweede concept beoordeeld en het voorzien van feedback. De feedback is in overleg met het projectteam verwerkt.
De Deventer Klimaatraad bestaat uit een samenstelling van meer dan 100 inwoners van gemeente Deventer. Zij hebben gezamenlijk een aantal adviezen geformuleerd in het document ‘’Kom op Tan!’’. Een aantal van die adviezen gaan over het versterken en verstevigen van de biodiversiteit in gemeente Deventer. De volgende adviezen zijn aangenomen. Voor de adviezen 1, 2, 5 en 7 geldt dat het college opdracht heeft gekregen om nader uit te werken hoe ze uitgevoerd kunnen worden. Het college heeft met betrekking tot adviezen 3, 4 en 6 de opdracht gekregen tot uitvoering.
1.3.3 EXTERNE PARTICIPATIE Er heeft ook participatie buiten de gemeentelijke organisatie om plaatsgevonden. Het door de Deventer Klimaatraad advies “Kom op Tan” was niet specifiek voor dit biodiversiteitsplan opgesteld, maar is wel meegenomen wanneer adviezen in relatie stonden tot biodiversiteit. Dit plan is verweven met concrete acties uit andere programma’s. De Klimaatraad steunt het plan. PLANADVIESRAAD (PAR) EN ADVIESRAAD NATUUR EN MILIEU
DE ADVIEZEN VAN DE KLIMAATRAAD
Op de volgende bladzijden staan voor de biodiversiteit relevante adviezen. Deze teksten zijn afkomstig van de Klimaatraad en zijn één op één weergegeven
De Planadviesraad (PAR) en Adviesraad Natuur en Milieu hebben meegelezen met het concept van dit biodiversiteitsplan en feedback gegeven die is verwerkt. Denk hierbij aan het toevoegen van extra natuurambassadeurssoorten aan het plan, het concreter maken van de doelstellingen en aandacht voor betrokkenheid van bewoners in de uitvoering van de maatregelen.
BIODIVERSITEITSPLAN
13
GEMEENTE DEVENTER Figuur 1-4: Klimaat adviesraad
ADVIES 1.1 UIT HET RAPPORT ‘‘KOM OP TAN’’ VAN DE KLIMAATRAAD (JUNI 2024) DEVENTER ALS LICHTEND VOORBEELD VOOR OPLOSSINGEN IN DE LANDBOUW (NADER UITWERKEN)
De verduurzaming van de landbouw lijkt vaak een strijd tussen boeren en de overheid. Toch zijn er al lokale initiatieven zoals voedselbossen, biologische moestuinen en houtwallen. Deze zijn nog niet altijd rendabel en er is onduidelijkheid over regelgeving en vergunningen. De Klimaatraad adviseert de gemeente Deventer moet duurzame landbouwinitiatieven omarmen en ondersteunen, met één centraal aanspreekpunt in de gemeente dat helpt bij oplossingen in plaats van door te verwijzen. De invloed van gemeenten op landbouwbeleid is beperkt; veel ligt bij provincie en rijk. De ambitie om landelijke koploper te worden is daarom niet realistisch, maar initiatieven vanuit de samenleving worden gewaardeerd en waar mogelijk ondersteund. De invulling van het advies kan heel breed zijn. De uitvoerbaarheid, effecten en kosten hiervan zijn op dit moment nog moeilijk te overzien. Ook de juridische haalbaarheid van specifieke maatregelen vergt nog nadere toetsing. Daarom wordt voorgesteld het advies eerst concreet uit te werken. Als eerste stap worden bestaande mogelijkheden, zoals financiële regelingen, geïnventariseerd die bijdragen aan de realisatie van onderdelen uit het advies. Voor overblijvende punten worden de doelstellingen, mogelijke maatregelen en kosten in beeld gebracht.
Daarbij wordt ook gekeken naar de vraag of alleen uitvoeringskosten worden ondersteund, of ook economische waardevermindering van grond bij functiewijziging wordt gecompenseerd. De oprichting van een centraal aanspreekpunt lijkt uitvoerbaar, maar het is belangrijk te bepalen welke meerwaarde dit heeft ten opzichte van bestaande loketten en informatiepunten. Het advies vraagt nadrukkelijk om concrete ondersteuning, niet slechts doorverwijzing. Voorstellen waarin expliciet financiële steun aan ondernemers wordt genoemd, zijn voor gemeenten doorgaans niet uitvoerbaar. Dit nadere onderzoek gebeurt vanuit de middelen voor platteland in de begroting van programma Ruimtelijke Ontwikkeling. Als daaruit blijkt dat de gemeente mogelijkheden ziet voor een eigen rol zal het college het eventueel beschikbaar stellen van extra middelen meenemen in de integrale afweging om te komen tot de Perspectiefnota 2025 of 2026.
14
BIODIVERSITEITSPLAN
ADVIES 1.2 UIT HET RAPPORT ‘‘KOM OP TAN’’ VAN DE KLIMAATRAAD (JUNI 2024) BOER ALS NATUURBEHEERDER (NADER UITWERKEN)
Boeren zitten vast in een economisch systeem dat ten koste gaat van de natuur. Toch biedt natuurbeheer kansen als verdienmodel, zoals te zien is bij het VALA-programma in de Achterhoek, waar boeren worden beloond voor natuurinclusief werken. De Klimaatraad adviseert een Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheerprogramma voor Deventer en omgeving (Salland) te ontwikkelen en een uitvoerende organisatie op te richten. Daarnaast zouden nieuwe verdienmodellen gestimuleert moeten worden, zoals het gebruik van biobased bouwmaterialen door boeren. Het advies sluit goed aan bij de ambities van de gemeente. Op het gebied van agrarisch natuur- en landschapsbeheer wordt al samengewerkt met verschillende partijen binnen bestaande structuren, zoals het project Salland Loont en de GLB-pilot Motiverend Belonen in Salland. Deze initiatieven richten zich op het eenvoudig belonen van maatschappelijke diensten en verkennen onder meer de mogelijkheden van een gebiedsfonds. In Overijssel en Salland is daarmee al veel geregeld en georganiseerd. Om die reden wordt het opstellen van een aanvullend programma op dit moment niet noodzakelijk geacht. Ook op het gebied van biobased bouwen wordt actief beleid gevoerd.
De gemeente stimuleert en verplicht waar mogelijk het gebruik van biobased bouwmaterialen, onder meer bij eigen vastgoed, gronduitgifte, en in beleidskaders zoals de Omgevingsvisie en hoogbouwvisie. Daarnaast is biobased isolatiemateriaal onderdeel van gemeentelijke subsidieregelingen. Binnen de Regiodeal 2024 is de gemeente initiatiefnemer van het project Vezelvallei, dat de gehele keten van biobased bouwmaterialen wil versterken. Indien dit project niet wordt gehonoreerd, wordt overwogen om extra middelen in te zetten voor de aanjagersrol (0,5 fte per jaar). Deze inzet wordt meegenomen in de integrale afwegingen voor de Perspectiefnota 2025.
GEMEENTE DEVENTER
15
ADVIES 1.3 UIT HET RAPPORT ‘‘KOM OP TAN’’ VAN DE KLIMAATRAAD (JUNI 2024) MEER GROEN IN DE GEMEENTE (UITVOEREN)
Deventer heeft te weinig groen, vooral in oudere versteende wijken. Dit leidt tot problemen zoals wateroverlast bij hevige regen en hitteoverlast in warme zomers. De Klimaatraad adviseert de gemeente zo snel mogelijk een biodiversiteitsplan op te stellen als overkoepelende aanpak voor meer groen in de stad. Dit kan door gemeentelijke ecologen en planologen of een ecologisch adviesbureau worden uitgevoerd. Het plan moet in 2030 gerealiseerd zijn. Het behoud en vergroten van biodiversiteit is om meerdere redenen een belangrijk aandachtspunt. Dit plan vormt het fundament voor het versterken van biodiversiteit in ontwikkelings- en beheerprojecten, waarvoor middelen beschikbaar zijn binnen verschillende begrotingsprogramma’s. Parallel hieraan wordt gewerkt aan een plan voor de groenblauwe hoofdstructuur, waarin wordt vastgelegd hoeveel ruimte wordt gereserveerd voor groen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals uitbreiding- en inbreidingsprojecten, wordt onderzocht of de eis kan worden gesteld dat minimaal 30% van de oppervlakte groen is. Daarnaast wordt bekeken of nieuw aan te leggen groen streekeigen en biodivers kan worden vormgegeven. Deze uitgangspunten worden betrokken bij het lopende proces voor de gemeentelijke Omgevingsvisie, waarin tot begin 2026 een integrale afweging van ruimtelijke belangen plaatsvindt. Het advies van de Klimaatraad wordt hierin meegenomen.
Het vergroten van het areaal groen is financieel uitdagend. Voor het aankopen, inrichten en beheren van grote oppervlakten nieuw groen is op dit moment geen gemeentelijk budget beschikbaar. Een substantiële uitvoering hiervan zou circa 500.000 euro per jaar vergen. Gezien de huidige financiële kaders worden hiervoor geen extra middelen vrijgemaakt.
16
BIODIVERSITEITSPLAN
ADVIES 1.4 UIT HET RAPPORT ‘‘KOM OP TAN’’ VAN DE KLIMAATRAAD (JUNI 2024) GEZONDE EN GROENE LEEFOMGEVING DOEN WE SAMEN (UITVOEREN)
Er is bij zowel de gemeente als burgers te weinig kennis over het belang van groen voor een gezonde leefomgeving. Dit leidt tot: • Te weinig variatie in groen in wijken, met onvoldoende inheemse en seizoensgebonden beplanting. • Gebrek aan schaduw door bomen en groene gevels/daken. • Groenbeheer dat burgerinitiatieven belemmert. • Ongebruikte gemeentelijke grond en verwaarloosde grond bij huurwoningen. De Klimaatraad adviseert dat de gemeente haar groenbeleid vanaf 2025 naleeft en dit duidelijk communiceert. De samenwerking met het Deventer Groenbedrijf moet transparanter en effectiever. Daarom wordt geadviseert om elk kwartaal een overleg te organiseren tussen gemeente, Groenbedrijf, wijkbeheer, burgerinitiatieven en een ecoloog. Inwoners moeten beter worden geïnformeerd en betrokken bij vergroening. Ook zouden woningcorporaties en verhuurders verplicht moeten worden bij te dragen aan aanleg en onderhoud van groen. Tot slot adviseert de Klimaatraad om budget vrij te maken voor vergroening in de wijken. Het advies sluit goed aan bij de huidige werkwijze van de gemeente en het Groenbedrijf, maar wordt gezien als een oproep om de focus op biodiversiteit en communicatie te versterken.
Op veel punten wordt al actief ingezet, zoals het faciliteren van bewonersinitiatieven via wijkmanagers, het betrekken van natuurvrijwilligers en het biodivers inrichten van groenaanleg en maaibeheer. Ook zijn woningcorporaties in beweging; zij verkennen vergroening van tuinen bij huurderswissel en het aanbieden van onderhoudsabonnementen. Dit sluit aan op gemeentelijke inspanningen in de openbare ruimte. Het advies vraagt echter om een bredere intensivering: meer inzet, betere communicatie en nauwere samenwerking met inwoners en partners. Dat geldt ook voor het vergroenen van verwaarloosde terreinen, wat in de praktijk vaak complex is door grondeigendom en bestemmingswijzigingen. Om deze versterking van de aanpak te realiseren, is extra tijd, personele capaciteit en inzet van middelen nodig, bijvoorbeeld voor informatiemateriaal, bijeenkomsten en digitale ondersteuning. Op korte termijn wordt dit opgepakt binnen de bestaande programmabegrotingen voor leefomgeving en duurzaamheid. Indien in 2025 blijkt dat extra inzet noodzakelijk is, wordt dit meegenomen in de afwegingen voor de Perspectiefnota 2026. Een eerste inschatting is dat hiervoor circa 100.000 euro nodig kan zijn.
GEMEENTE DEVENTER
17
ADVIES 5.1 UIT HET RAPPORT ‘‘KOM OP TAN’’ VAN DE KLIMAATRAAD (JUNI 2024) DEVENTER NATUUR ALS RECHTSPERSOON (NADER UITWERKEN)
De natuur wordt misbruikt zonder rekening te houden met haar behoeften. Wereldwijd zijn er ruim 400 voorbeelden van natuurgebieden die als rechtspersoon erkend zijn, met positieve resultaten in de helft van de gevallen. De Klimaatraad adviseert Deventer om specifieke natuurgebieden als rechtspersoon te erkennen, denk aan de Schipbeek, Dortherbeek, IJssel en monumentale bomen. De gedachte om natuurgebieden aan te wijzen als rechtspersoon wordt als vernieuwend en kansrijk gezien, maar de gevolgen hiervan zijn nog onvoldoende in beeld. Omdat de gemeente Eijsden-Margraten deze stap al heeft gezet, kan worden geleerd van hun proces en ervaringen. In Deventer zal worden onderzocht welke natuurgebieden mogelijk in aanmerking komen en wat de juridische en praktische consequenties zijn van het verlenen van rechtspersoonlijkheid aan natuur. Het advies lijkt juridisch uitvoerbaar, maar vraagt nadere toetsing om inzicht te krijgen in de toepasbaarheid en effectiviteit binnen de lokale context. Ook wordt bekeken welke ambtelijke inzet nodig is en welke taken hieruit voortvloeien. De kosten zijn nu lastig in te schatten, maar worden voorlopig geraamd op maximaal 10.000 euro voor ambtelijke capaciteit. Dit onderzoek wordt uitgevoerd binnen het programma Milieu en Duurzaamheid. Op basis van de uitkomsten wordt een voorstel aan de raad gedaan.
18
BIODIVERSITEITSPLAN
ADVIES 6.1 UIT HET RAPPORT ‘‘KOM OP TAN’’ VAN DE KLIMAATRAAD (JUNI 2024) KLIMAATBESTENDIGE LEEFOMGEVING (UITVOEREN)
Door klimaatverandering kampt Deventer met hittestress, droogte en wateroverlast. De openbare ruimte is hier nog niet goed op ingericht, wat de leefbaarheid en gezondheid van inwoners bedreigt. De Klimaatraad adviseert op korte termijn in te zetten op het versterken van de groene en waterhuishoudkundige inrichting van de leefomgeving. Concreet betekent dit het aanplanten van meer groen, met nadruk op biodiverse en inheemse bomen, struiken en kruidlagen. Daarnaast is het belangrijk om de wateropslag te verbeteren en verharding waar mogelijk te verminderen. Het gebruik van waterdoorlatende bestrating en de aanleg van wadi’s kunnen hierin een belangrijke rol spelen, doordat zij bijdragen aan een betere afvoer en opslag van regenwater, het voorkomen van wateroverlast en het versterken van de biodiversiteit. Het advies om de leefomgeving groener en klimaatadaptief in te richten sluit aan bij de koers die al is ingezet. In 2021 is het Klimaatadaptatieprogramma vastgesteld, waarin vrijwel alle onderdelen van dit advies zijn opgenomen. Al vóór de vaststelling van dit programma zijn stappen gezet door klimaatadaptieve maatregelen te koppelen aan het meerjarenonderhoudsprogramma. In plannen voor onder andere het Centrum en de Schil wordt gestreefd naar maximale ruimte voor groen en water.
Op bedrijventerreinen wordt vergroening meegenomen in herinrichtingsplannen, zoals binnen het project Toekomstbestendige bedrijventerreinen. Op Bergweide IV noord worden schaduwplekken gerealiseerd en op A1 Bedrijvenpark is natuurinclusief bouwen een uitgangspunt; inmiddels is 40% van het terrein groen ingericht. Voor bedrijven is er een subsidieregeling voor klimaatadaptieve maatregelen. Investeringen worden grotendeels bekostigd via de rioolheffing. Extra middelen zouden het mogelijk maken sneller op te schalen. Met 500.000 euro structureel per jaar extra kan worden ingezet op meer waterinfiltratie, groenaanplant, koelteplekken en ondersteuning van particuliere initiatieven. Het college stelt echter geen structureel extra geld beschikbaar voor uitbreiding van groen en water boven hetgeen al is voorzien. Uitvoering van dit advies vindt plaats binnen het bestaande programma en lopende gebiedsontwikkelingen.
GEMEENTE DEVENTER
19
ADVIES 6.3 UIT HET RAPPORT ‘‘KOM OP TAN’’ VAN DE KLIMAATRAAD (JUNI 2024) MAAK KLIMAATADAPTATIE-OPLOSSINGEN BESCHIKBAAR VOOR IEDEREEN (NADER UITWERKEN)
Hoewel er al veel klimaatadaptatiemaatregelen beschikbaar zijn via de gemeente Deventer, zijn ze nog niet voor iedereen bereikbaar of bekend. De gemeente moet burgers actiever benaderen om de klimaatdoelen te behalen. De gemeente wordt geadviseerd om klimaatadaptatie actief en voor iedereen toegankelijk te maken. Elk huishouden zou een gratis scan moeten krijgen om te bepalen welke maatregelen passend zijn. Daarnaast wordt voorgesteld een vast subsidiebedrag per huishouden beschikbaar te stellen voor bijvoorbeeld groene daken, regentonnen en inheemse beplanting. Bewoners die zelf geen maatregelen kunnen nemen, zouden extra ondersteuning moeten krijgen. Op basis van het huidige beleid kunnen inwoners kosteloos gebruikmaken van ondersteuning door onder andere de Ulebelt, regenwaterambassadeurs en de gemeentelijke klimaatmakelaar. Deze inzet sluit aan bij het advies om actief samen met inwoners te werken aan een klimaatbestendige stad. De gemeente onderzoekt bovendien of een duurzaam maatschappelijke klussendienst voor de hele stad kan worden opgezet. Deze dienst, gericht op energieklussen, afkoppelen van regenwater en vergroening, is al actief in Zandweerd en in oprichting in Voorstad. Regionaal werkt Deventer samen met acht gemeenten, het waterschap en de provincie aan een laagdrempelige stimuleringsregeling voor maatregelen zoals regenwateropvang en vergroening.
Daarnaast kunnen bestaande trajecten worden versterkt, bijvoorbeeld op het gebied van hittebestrijding en verduurzaming van oudere bedrijventerreinen. Hier ligt nog veel potentie voor bewustwording en actie. Hiervoor is een aanvullende investering van circa €50.000 per jaar nodig om dit effectief op te pakken. Het college wil nu bekijken of extra inzet kan leiden tot meer resultaat. Indien dat zo blijkt, worden extra middelen meegenomen in de integrale afwegingen voor de Perspectiefnota 2025.
20
BIODIVERSITEITSPLAN
1.4 LOOPTIJD Het biodiversiteitsplan heeft een looptijd van 10 jaar na vaststelling (2025 tot 2035). Het wensbeeld, ambities en strategie die in dit plan zijn beschreven zullen de basis vormen voor de natuurvisie, die wordt opgenomen in het omgevingsplan. Hierdoor zal het wensbeeld en ambities voor de lange termijn vastgelegd worden. Het uitvoeringsprogramma, waarin concrete acties en maatregelen om de biodiversiteit te versterken worden genoemd, heeft een looptijd van 5 jaar. Door een tussentijdse monitoring inclusief een evaluatie na 5 jaar kan worden bepaald of de ambities en doelstellingen behaald worden. Het uitvoeringsprogramma voor de tweede termijn kan op basis van de evaluatie bijgesteld worden.
1.5 LEESWIJZER Dit rapport biedt inzicht in de biodiversiteit van de gemeente Deventer: de huidige stand van zaken, de ambities en de plannen voor de toekomst. Eerst wordt het onderwerp biodiversiteit geïntroduceerd en wordt uitgelegd waarom dit biodiversiteitsplan essentieel is voor Deventer. Dit deel geeft een algemene introductie over
biodiversiteit en het belang hiervan voor onze omgeving. Het wensbeeld van Deventer op biodiversiteit wordt in hoofdstuk 2 uiteengezet, inclusief de ambitie om samen met de natuur te groeien. Hierbij worden strategieën zoals beschermen, behouden, herstellen en versterken van natuur toegelicht. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het landschap van Deventer, met aandacht voor biodiversiteit per gebiedstype en de belangrijkste soorten. In hoofdstuk 4 worden de relevante wet- en regelgeving besproken die invloed hebben op de biodiversiteit in Deventer. Dit geeft inzicht in het beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau, en hoe dit kaders stelt voor biodiversiteitsbeheer. Het rapport sluit af met de concrete plannen en maatregelen voor de periode 2025-2035. Hierin staat wat er nu al gebeurt en welke acties in de komende jaren zullen worden ondernomen om de biodiversiteit te versterken. Tot slot vindt u in de bijlagen onder andere een lijst met waardevolle soorten, toelichting op de gebruikte methodes en een overzicht van de doelstellingen en maatregelen. Deze bijlagen bieden context bij de informatie in de hoofdtekst en zijn bedoeld als naslagwerk voor verdere verdieping.
21
GEMEENTE DEVENTER Figuur 1-5: Gevelgroen in Deventer
WENSBEELD, AMBITIE EN DOELEN HOOFDSTUK 2:
22
BIODIVERSITEITSPLAN
MA AT
WE
N
S
AM B
GEMEENTE DEVENTER
Verder stimuleert Deventer natuurlijke begrazing en natuurlijke successie om biodiversiteit te vergroten. Tijdelijke natuur op braakliggende terreinen creëert tijdelijke habitats die helpen de natuurwaarden te
L
ELD
Deventer ontwikkelt zich tot een gemeente waar natuur en stedelijke ontwikkeling elkaar versterken. Door sterke groene en blauwe verbindingen en een bewuste gemeenschap, bouwen we samen aan een duurzame toekomst. Door samenwerking tussen de diverse beleidsvelden wordt biodiversiteit een integraal onderdeel van onze gemeente.
R
E EG
BE
In 2050 heeft de gemeente Deventer een gezonde circulaire leefomgeving met karakteristieke natuur nabij, waarbij we verder kijken dan de grenzen van de gemeente Deventer. (bron: DIN document)
Door het ecosysteemdenken en natuurlijke processen te verankeren in beleidsvelden zoals ruimtelijke ordening, waterbeheer, en groenbeleid, zet Deventer een stap richting een leefbare, klimaatbestendige en biodiverse stedelijke en landelijke omgeving. Het doel is om biodiversiteit en natuurlijke processen op een duurzame manier te beschermen en te versterken, met de inzet van alle betrokkenen, van bewoners tot bedrijven.
N LE
2.2 SAMEN GROEIEN MET DE NATUUR
Bijvoorbeeld, een flexibel en natuurlijk watersysteem zorgt niet alleen voor opvangen van extreme droogte of juist piekbuien, maar bevordert ook de biodiversiteit door het creëren van natuurlijke waterberging. Daarnaast draagt een gevarieerde beplanting met de nadruk op streekeigen soorten bij aan de verbinding tussen stedelijke en natuurlijke gebieden, waardoor een robuust netwerk ontstaat dat flora en fauna ondersteunt.
versterken. We ondersteunen deze benadering met een groen blauwe structuur waarbij samenwerking met buurgemeentes een belangrijke rol speelt.
DO E
Om de biodiversiteit te behouden en versterken in Deventer, is het belangrijk om vast te stellen waar we naartoe willen werken. Wat zien we voor ons als we denken aan de biodiversiteit in Deventer in 2035? In dit hoofdstuk wordt het wensbeeld voor de toekomst geschetst. Dit wensbeeld ondersteunen we door het benoemen van concrete ambities en doelstellingen. We laten zien welke strategieën we toepassen om de doelstellingen te behalen. Dit zetten we verder uiteen in het Uitvoeringsprogramma (Hoofdstuk 5 en bijlage 4).
Om dit wensbeeld te realiseren, speelt het ecosysteemdenken een cruciale rol. Natuur is geen op zichzelf staand element, maar een geïntegreerd netwerk van samenwerkende processen en diensten. De biodiversiteit in Deventer draagt bij aan ecosysteemdiensten zoals waterzuivering, bodemvruchtbaarheid, klimaatadaptatie, en plaagbestrijding. Het stimuleren van natuurlijke processen zoals waterdynamiek, bodemvorming en vegetatieontwikkeling is essentieel voor een veerkrachtige en gezonde leefomgeving.
IE IT
2.1 INLEIDING
Figuur 2-1: De stappen van wensbeeld naar maatregelen
23
2.3 STRATEGIE: BEHOUDEN, BESCHERMEN, HERSTELLEN EN VERSTERKEN Ter bescherming en versterking van onze natuur, is het cruciaal dat we niet alleen reageren op de uitdagingen van vandaag, maar ook anticiperen op die van morgen. Met de strategie Behouden, Beschermen, Herstellen en Versterken kiezen we voor een integrale aanpak die gericht is op het veiligstellen van onze groene en blauwe structuren, zowel in het stedelijk als landelijk gebied. Dit leidt tot de volgende drie ambities, die tijdens een bijeenkomst gezamenlijk zijn vastgesteld: 1. VERSTERKEN VAN GROENE EN BLAUWE ECOLOGISCHE STRUCTUREN IN HET STEDELIJK GEBIED EN DE DORPSKERNEN OM EEN ROBUUST SYSTEEM TE CREËREN. 2. VERSTERKEN VAN GROENE EN BLAUWE ECOLOGISCHE STRUCTUREN IN HET LANDELIJK GEBIED OM EEN ROBUUST SYSTEEM TE CREËREN. 3. STIMULEREN VAN BEWUSTWORDING EN PARTICIPATIE VAN DE GEMEENSCHAP BIJ DE ECOLOGISCHE WAARDE VAN DE OMGEVING.
Deze ambities sluiten naadloos aan op het wensbeeld om een duurzame, veerkrachtige en ecologisch rijke omgeving te creëren, waarin zowel de natuur als de gemeenschap kunnen floreren. Door gericht actie te ondernemen, zorgen we ervoor dat Deventer niet alleen een groene gemeente blijft, maar ook een plek waar biodiversiteit daadwerkelijk kan bloeien.
Globaal is de strategie dusdanig vormgegeven dat er bij elke ontwikkeling tenminste een verbetering voor de biodiversiteit zal plaatsvinden. De doelstellingen werken we verder uit in Hoofdstuk 5: Uitvoeringsprogramma en bijlage 4.
Op de volgende pagina’s worden de drie ambities verder uitgewerkt in een strategie en bijhorende doelstellingen.
WENSBEELD
Toekomstbeeld van biodiversiteit in Deventer
AMBITIE
Hoe komen we daar, richtinggevend Welke doelen streven we na om de ambitie DOELSTELLINGEN te bereiken en hoe vertaalt zich dat naar meetbare doelstellingen
UITVOERINGSPROGRAMMA
24
Welke maatregelen moeten getroffen worden
BIODIVERSITEITSPLAN
GEMEENTE DEVENTER
25 Figuur 2-2: Uiterwaarden met Deventer stad op de achtergrond
AMBITIE 1:
VERSTERKEN VAN GROENE EN BLAUWE ECOLOGISCHE STRUCTUREN IN HET STEDELIJK GEBIED EN DE DORPSKERNEN OM EEN ROBUUST SYSTEEM TE CREËREN Toelichting: We richten ons op het creëren en onderhouden, versterken van veerkrachtige natuur binnen de stad en dorpen, met een focus op biodiversiteit, natuurinclusieviteit en klimaatbestendigheid. Robuust Robuustheid in de natuur staat voor diversiteit en complexiteit, waar verschillende soorten en processen samenwerken om het geheel stabiel en veerkrachtig te houden. Een robuuste natuurlijke omgeving kan bijvoorbeeld schommelingen in klimaat of verstoringen door menselijke activiteiten beter weerstaan. Bestuursakkoord: ‘Groen’ moet een antwoord hebben op nieuwe stedelijke uitdagingen, zoals nieuwe woonwijken en infrastructuur. Ook het klimaatadaptatieprogramma helpt hierbij door meer te vergroenen. Strategie • Beschermen: In de stedelijke gebieden en dorpskernen van Deventer • wordt ingezet op de bescherming van cruciale groengebieden door hen te identificeren en te vrijwaren van verdere verstedelijking en infrastructuurontwikkeling. Deze gebieden kunnen een beschermingsstatus krijgen in de GBHS. Hierbij hoort ook het behoud • van bestaande leefgebieden van belangrijke (ambassadeurs)soorten zoals de huismus en gierzwaluw.
• Behouden: Actief beheer van deze groengebieden staat centraal, met een focus op ecologisch beheer, zoals schapenbegrazing, ecologisch bermbeheer en het gebruik van streekeigen beplanting. Dit beheer draagt bij aan het behoud de (ambassadeurs)soorten biodiversiteit en het versterken van de klimaatbestendigheid.
26
Herstellen: Herstelprojecten worden uitgevoerd in verwaarloosde of aangetaste stedelijke gebieden. Dit omvat het herstellen van parken, de aanleg van natuurvriendelijke oevers en het vergroten van biodiversiteit door variatie in streekeigen beplanting. Versterken: De stedelijke groene en blauwe structuren worden verder uitgebreid door nieuwe groengebieden te ontwikkelen en bestaande structuren robuuster te maken, zoals door de aanplant van streekeigen soorten en de verbetering van waterkwaliteit. Dit komt de natuurambassadeurssoorten ten goede, zie bijlage 3. Monitoring van deze projecten, bijvoorbeeld via Basiskwaliteit Natuur, helpt bij het evalueren van de effecten.
BIODIVERSITEITSPLAN
AMBITIE 1: VERSTERKEN VAN GROENE EN BLAUWE ECOLOGISCHE STRUCTUREN IN HET STEDELIJK GEBIED EN DE DORPSKERNEN OM EEN ROBUUST SYSTEEM TE CREËREN DOELSTELLINGEN
1.1
Ecologisch beheer is een belangrijk uitgangspunt: We streven naar een uitbreiding van het ecologisch beheer van gemeentegrond (30% in 2024). Dit omvat het beheren
PROGRAMMA Team Fysiek en Technisch Beheer
van groenstroken, oevers, parken en bermen met ecologisch verantwoorde methoden zoals extensief maaibeheer en schapenbegrazing. Deze maatregel kan worden toegepast als koppelkans: wanneer een ruimtelijke opgave raakvlakken heeft met groenbeheer, kan het areaal ecologisch beheer worden uitgebreid.
1.2 1.3
Vaststellen van een groennorm: De gemeente stelt een groennorm vast in het nieuwe groenbeleidsplan. Biodiversiteit wordt meegenomen als afwegingsfactor in het
Team Ruimtelijke ontwikkeling
vaststellen van deze groennorm. Een voorbeeld van een effectieve en veelgebruikte groennorm is de 3-30-300-regel.
Team Duurzame leefomgeving
Natuurinclusief bouwen is de standaard: Een benadering van bouwen en ontwerpen waarbij wordt ingespeeld op lokaal aanwezige en potentiële flora en fauna. We
Team Ruimtelijke ontwikkeling
streven ernaar gebouwen en hun omgeving (en de tuin, erf of buitenruimte) zo te ontwerpen dat ze een positieve bijdrage leveren aan de biodiversiteit en dat deze
Team Duurzame leefomgeving
maatregelen ook in de toekomst behouden blijven.
1.4
Dak, gevelgroen en geveltuintjes gericht stimuleren voor nieuwe en bestaande gebouwen: Zo draagt elke nieuwe ontwikkeling bij aan de versterking van de stedelijke
Team Participatie en Communicatie
biodiversiteit.
1.5 1.6
Bij herinrichting van de openbare ruimte wordt vergroting van onverhard oppervlak nagestreefd aan de hand van het ‘groen, tenzij ‘-principe. Dit houdt in dat er bij
Team Projectmanagement Duurzame
projecten in de ruimtelijke ordening alleen verhard wordt waar dit echt nodig is.
Leefomgeving
Versterking hoofdboomstructuur: We werken aan versterking van de hoofdboomstructuur in het stedelijk gebied, waardoor een robuust netwerk ontstaat dat de
Team Leefbaarheid en Programmering
ecologische samenhang ondersteunt. De missing links worden in kaart gebracht. Hier wordt aangeplant, dit draagt tevens bij aan doelstelling 1.7.
1.7
Vergroting van het aantal bomen met een hoge ecologische waarde: De waarde van, met name, oudere streekeigen bomen is significant voor de ecologie. Bomen in
Team Fysiek en Technisch Beheer
Deventer kunnen ten minste tot volle wasdom komen door goede standplaatscondities te creëren. Dit betekent dat er zorgvuldig wordt omgegaan met bodembewerking,
Team Leefbaarheid en Programmering
plaatsing van jonge bomen en groeiplaatsinrichting. De keuze voor de boomsoort is gebaseerd op de standplaatscondities. Daar waar mogelijkheden beperkt zijn door gebrek aan ruimte boven- en/of ondergronds, wordt gekozen voor (streekeigen) boomsoorten met een beperkte levensduur.
1.8 1.9
1.10
Toepassing van diervriendelijke verlichting: Op locaties waar nieuwe verlichting noodzakelijk is, dient diervriendelijke verlichting meegenomen te worden in de afweging.
Team Leefbaarheid en Programmering
Met name in het buitengebied en parken kan dit geïntegreerd worden.
Team Duurzame leefomgeving
Integratie van natuurambities in de basiskaart van Deventer: Alle natuurambities worden expliciet opgenomen in de basiskaart van Deventer. Deze integratie zorgt
Team Leefbaarheid en Programmering
ervoor dat natuurdoelen vanaf het begin in ruimtelijke plannen en projecten worden meegenomen, waardoor natuurinclusief beleid een structurele plaats krijgt in de
Team Projectmanagement Duurzame
ruimtelijke ontwikkeling.
Leefomgeving
Natuurambassadeurssoorten: Voor ieder landschapstype zijn natuurambassadeurssoorten vastgesteld. Voor deze soorten dienen er gerichte maatregelen getroffen
Team Fysiek en Technisch Beheer
te worden om de soorten toe te laten nemen, aangezien ze fungeren als zogenaamde paraplusoorten en hierdoor een belangrijke indicator/graadmeter zijn van de landschappelijke kwaliteit. Deze soorten zullen tevens een centrale rol spelen in de monitoring en evaluatie van de biodiversiteitsdoelstellingen.
1.11
1.12 1.13
Verbindingen leggen met buurgemeentes aan de hand van Ambitiekaart Natuur Deventer 2024: In samenwerking met aangrenzende gemeentes creëren we ecologische
Team Leefbaarheid en Programmering
verbindingen over gemeentegrenzen heen. Omdat dieren geen grenzen zien, is het belangrijk om een regionaal natuurnetwerk te ontwikkelen dat bijdraagt aan de
Team Fysiek en Technisch Beheer
migratie en genetische diversiteit van soorten.
Team Ruimtelijke Ontwikkeling
Monitoring van flora en fauna: We implementeren een monitoringsprogramma om de biodiversiteit in Deventer te evalueren. Jaarlijks worden gegevens verzameld over
Team Projectleiding en realisatie
flora, wat helpt om de impact van natuur en ruimtelijke ontwikkelingen te meten en bij te sturen.
Team Duurzame Leefomgeving
Omvormen van gazon naar bloemrijk grasland: In de motie Berm in bloei is opgenomen om gazon om te vormen naar bloemrijk grasland. Er zijn hierin 300 vakken
Team Fysiek en Technisch Beheer
aangewezen met potentie voor omvorming.
1.14
Bescherming en versterking van ecologische structuren in omgevingsplannen: Bij het opstellen van omgevingsplannen zorgen we ervoor dat ecologische structuren en
Team Duurzame Leefomgeving
groene netwerken expliciet worden beschermd en versterkt. Dit garandeert dat natuurdoelen ook in toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen behouden blijven.
Team Projectleiding en realisatie
AMBITIE 2:
VERSTERKEN VAN GROENE EN BLAUWE ECOLOGISCHE STRUCTUREN IN HET LANDELIJK GEBIED OM EEN ROBUUST SYSTEEM TE CREËREN Toelichting: We werken aan het versterken, uitbreiden en verbinden van ecologische netwerken in het buitengebied, met speciale aandacht voor duurzame landbouw en diverse natuurinclusieve landschappen. Zo creëren we een robuust systeem. De aanwezigheid van (ambassadeurs)soorten in het gebied is afhankelijk van de kwaliteit van het landschap. Door maatregelen te nemen ten behoeve van de landschappelijke kwaliteit, nemen de ambassadeurssoorten op een natuurlijke en duurzame manier toe. Hier liften veel andere soorten op mee. Bij natuurinclusieve landbouw helpt de natuur de landbouw. Een gezonde bodem, waarin regenwormen, schimmels en insecten leven, zorgt voor een hogere productie en beschermt gewassen tegen ziekten en plagen. Bestuursakkoord: De gemeente blijft inzetten op behoud en versterking van de biodiversiteit in zowel het stedelijk als landelijk gebied. Strategie • Beschermen: In het landelijk gebied van Deventer ligt de focus op het beschermen van waardevolle natuurgebieden en landschappen tegen landbouwintensivering en infrastructuurontwikkeling. Hierbij is speciale aandacht voor het behoud van Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), natuur in het omgevingsplan en oude boskernen, ook als deze buiten de natuurgebieden liggen.
In principe wordt er geen verlichting in het buitengebied toegepast. • Behouden: Het onderhouden en beheren van bestaande natuurgebieden staat centraal, met een focus op ecologisch groenbeheer en de integratie van deze gebieden in een robuuster 28 ecologisch netwerk door het ontwikkelen van ecologische verbindingszones.
•
•
Herstellen: De gemeente zet zich in voor natuurherstel op landbouwgronden en waterwegen. Dit gebeurt door het stimuleren van natuurinclusieve landbouw en het bevorderen van de aanleg van natuurvriendelijke oevers en andere landschapselementen. Versterken: De groenblauwe dooradering in het landelijk gebied wordt uitgebreid en verbeterd door de ontwikkeling van nieuwe en bestaande natuurgebieden en de versterking van ecologische verbindingen. Stichting Kostbaar Salland en Salland Loont kunnen, naast innovatie en kennisontwikkeling, een belangrijke rol vervullen in deze. BIODIVERSITEITSPLAN
AMBITIE 2.VERSTERKEN VAN GROENE EN BLAUWE ECOLOGISCHE STRUCTUREN IN HET LANDELIJK GEBIED OM EEN ROBUUST SYSTEEM TE CREËREN DOELSTELLINGEN
2.15
Openbaar groen bevat vitale bodems: Gezonde bodems vormen de basis voor een duurzame leefbare gemeente. Zorgvuldig grondwerk, juiste keuzes voor substraat en
PROGRAMMA Team Fysiek en Technisch Beheer
vergroening worden verankerd in het werken in de openbare ruimte.
2.16
Stimuleren van duurzaam gebruik van landbouwgronden op grond van gemeente en derden. We streven naar het duurzaam inzetten van (vrijkomende)
Team Fysiek en Technisch Beheer
landbouwgronden door deze te herbestemmen voor natuurontwikkeling, agroforestry, of extensieve landbouw. Bestaande boeren worden gestimuleerd om maatregelen
Team Duurzame Leefomgeving
op hun terreinen te nemen. Bescherming en herstel van waardevolle landschapselementen zoals houtsingels, poelen, en natuurlijke oevers is hier onderdeel van.
Team Vastgoed en Grondzaken Team Participatie en Communicatie
2.17
Streekeigen beplanting: Er wordt naar gestreefd om voornamelijk streekeigen plantmateriaal te gebruiken om lokale ecosystemen te herstellen en te versterken. Buiten
Team Fysiek en Technisch Beheer
de bebouwde kom is streekeigen aanplant het uitgangspunt evenals bij bos- en haagplantsoen binnen de bebouwde kom. Indien er een beperking optreedt in verband met Team Participatie en Communicatie strooizoutbestendigheid, ruimtegebrek, betreding etc. kan hiervan afgeweken worden. Dit in afstemming met de gemeentelijke ecologen. Ook (agrarische) bedrijven en particulieren kunnen hierin een belangrijke rol spelen.
2.18
We streven naar inkoop van biologisch (SKAL gecertificeerd) plantmateriaal voor bomen en heesters en waar mogelijk vaste planten* binnen het huidige financiële kader:
Team Fysiek en Technisch Beheer
Waar mogelijk is de inkoop van plantmateriaal biologisch. Door een zorgvuldige aanpak te hanteren en samen te werken met gespecialiseerde partijen, kunnen we zorgen voor een kwalitatief hoogwaardig en ecologisch verantwoorde aanplant. De prioriteit ligt in parken en in de buurt van natuurgebieden. Daarbuiten is het zeer wenselijk.
2.19
Herstel en behoud van amfibieënhabitats: We richten ons specifiek op het herstel en behoud van habitats voor amfibieën, zoals kikkers en salamanders, door het
Team Fysiek en Technisch Beheer
verbeteren van waterkwaliteit, het aanleggen van poelen, en het verbinden van leefgebieden. Deze maatregel wordt ingezet als koppelkans bij ruimtelijke ontwikkeling en vraagt goede afstemming met Waterschap Drents Overijsselse Delta en Waterschap Vallei en Veluwe. Is ook toepasbaar op grond van derden.
2.20 2.21
Realiseren van natuurvriendelijke oevers waar mogelijk. Het realiseren van natuurvriendelijke oevers kan worden gerealiseerd als koppelkans bij projecten. Bijvoorbeeld
Team Fysiek en Technisch Beheer
wanneer beschoeiing vervangen dient te worden. Samenwerking met de eigenaren en beheerders van watergangen is hiervoor nodig.
Team Projectleiding en realisatie
Verwijderen van landschapsontsierende beplanting. Hieronder verstaan we beplanting die niet landschappelijk is ingepast en niet past binnen het landschapstype. Dit is
Team PRO, thema wonen en
een koppelkans met herontwikkelingsprojecten. Landschapsontsierende beplanting in het buitengebied wordt vervangen door streekeigen soorten die bijdragen aan het
gebiedsontwikkeling
herstel en de versterking van het lokale ecosysteem. Wanneer het op grond van derden betreft, wordt de projectontwikkelaar gestimuleerd dit te doen.
2.22 2.23
Compensatienorm instellen voor percelen met natuurbestemming maar die buiten Natura 2000 of NNN gelegen zijn. De gemeente bepaalt hiervoor de
Team Ruimtelijke Ontwikkeling
compensatienorm (minimaal 1,5:1). Door deze norm neemt het oppervlak natuur in de gemeente toe bij iedere compensatie.
Team Duurzame leefomgeving
Spuitvrije zone stimuleren rondom natuurgebieden en gebieden die zijn aangewezen als Kaderrichtlijn Water-gebieden. Binnen deze zone mogen geen
Team Duurzame leefomgeving
bestrijdingsmiddelen worden gebruikt.
2.24
Beheersing van invasieve exoten: We implementeren een effectief beheerplan voor de beheersing van invasieve exoten zoals de Japanse duizendknoop. Dit plan omvat
Team Fysiek en Technisch Beheer
zowel preventieve als curatieve maatregelen en wordt jaarlijks geëvalueerd en aangepast waar nodig.
2.25
Versterking van ecologische waarden bij ontwikkelingen in het buitengebied: Bij ontwikkelingen in het buitengebied wordt ervoor gezorgd dat de ecologische waarden
Team PRO, thema wonen en
worden versterkt. Dit gebeurt door toepassing van natuurinclusieve maatregelen en het realiseren van kansen zoals geschetst in het beleid Kansen uit buiten.
gebiedsontwikkeling
* De kostprijs voor inkoop van biologisch gekweekt plantgoed ligt 30% hoger voor heesters, vaste planten en bomen en 200% voor bloembollen. Op dit moment is bij biologische teelt van bomen, heesters, vaste planten en bloembollen minder assortiment en kleinere aantallen beschikbaar. Daarnaast is de kans vele malen groter dat plantmateriaal verontreinigd is met onkruiden. Dit betekent dan ook de beheer en onderhoudskosten fors gaan toenemen om op beeld te kunnen onderhouden. Dit betekend dat er voor zowel aanleg als beheer en onderhoud meer geld nodig is.
AMBITIE 3:
STIMULEREN VAN BEWUSTWORDING EN PARTICIPATIE VAN DE GEMEENSCHAP BIJ DE ECOLOGISCHE WAARDE VAN DE OMGEVING Toelichting: We stimuleren een brede bewustwording onder inwoners en bedrijven over het belang van de ambassadeurssoorten en natuur en biodiversiteit in bredere zin. We zetten in op actieve participatie en samenwerking bij (natuur)projecten. Op die manier dragen inwoners en ondernemers bij aan het versterken van de natuur in de gemeente. Bestuursakkoord: Bewoners worden meer betrokken bij werkzaamheden. Er wordt ruimte geboden aan burgerinitiatieven om zelf bij te dragen aan een mooiere openbare ruimte. Er wordt geëxperimenteerd met verschillende vormen van burgerparticipatie. Er wordt een beroep gedaan op inwoners en bedrijfsleven om samen met ons te zorgen voor de kwaliteit van de leefomgeving en doelgerichte bescherming, behoud en beheer van groene kwaliteiten en kansen in de gemeente. De gemeente ondersteunt organisaties die zich hiervoor inzetten, waaronder met name de Ulebelt, die op dit gebied al jarenlang een sleutelrol vervult. Strategie • Beschermen: Het vergroten van het bewustzijn onder inwoners en • bedrijven over het belang van biodiversiteit is cruciaal. Dit wordt gerealiseerd door middel van educatie en voorlichtingscampagnes die benadrukken hoe en waarom biodiversiteit beschermd moet worden.
• • Behouden: De gemeente faciliteert en stimuleert gemeenschapsinitiatieven die gericht zijn op het behoud van lokale natuurwaarden. Initiatieven zoals buurtprojecten voor groenbeheer en het NK Tegelwippen worden hierbij actief ondersteund. Daarnaast blijft de gemeente inzetten op betrokkenheid van vrijwilligers.