CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-425 Bijlage B3 Raadsconsultaties Contourenschets (najaar 2024)

Hamerraad 25 juni 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Jaarstukken 2024 en begroting 2026 Regio Stedendriehoek29.412 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

dat: - vanuit de drie streekhoofdsteden Deventer-Zutphen-Apeldoorn de ontwikkeling naar de achterliggende gebieden plaats vindt: Deventer-IJsselvallei/Twente, Zutphen-IJsselvallei/Achterhoek, ApeldoornIJsselvallei/Veluwe. - de drie streekhoofdsteden zelf de plek zijn waar de grootstedelijke ontwikkeling plaats vindt, inclusief woningbouw. Bij de tandemplaatsen Lochem en Epe/Heerde zal dit naar vermogen, behoefte en wenselijkheid zijn. - de drie streekhoofdsteden hebben dezelfde regionale voorzieningen. En bedienen hun eigen achterland. - grootschalige bedrijventerreinen alleen aan de randen van de streekhoofdsteden (langs de A1 en A50) en kleinschalig aan de buitenranden van de dorpen ontwikkeld kunnen worden. Niet richting middengebied Driestrekenpark Voorsterlanden. - in de omliggende dorpen binnen de regio Stedendriehoek geen grootstedelijke ontwikkeling plaats zal vinden. En alleen kleinschalige woningbouw en lokale economische ontwikkelingen op basis van loka(a)l(e) vermogen, behoefte en wenselijkheid. Hiermee blijft het groene hart met uitlopers tussen de streekhoofdsteden in de Stedendriehoek behouden. - aan de randen van de gebieden Twente, Achterhoek en Veluwe op een natuurlijke wijze de regiogrenzen worden gevormd met de daaropvolgende aangrenzende regiogebieden. Op lokaal niveau betekent de CDA-schets voor de gemeente Brummen o.a.

dat: - de ruimte die de IJssel krijgt in het rivierdal de IJsselvallei tussen Arnhem en Zwolle groter moet worden. Dit op basis van de ontwikkelingen Ruimte voor de IJssel 2.0. Maar, als het kan, minder dan in Schets A. Het landschap van Brummen zal opnieuw hiervoor voor aangepast moeten worden. - de bestaande Landgoederenzone en directe omgeving daarvan behouden blijven binnen de gemeente. Deze moet worden beschermd en onderhouden in het belang van behoud ervan. Maar ook in het belang van beleving door inwoners en bezoekers van onze gemeente van het bestaande lokale cultureel erfgoed. - de waarde van de bestaande historische landschappen, zoals beschreven in Ligt op Groen, behouden blijft vanwege hun potentieel voor recreatie, natuurbeheer natuur, kenmerkende elementen en groene hart Brummen in de Stedendriehoek. - dit betekent dat er alleen kleinschalige woningbouw zal kunnen plaats vinden in/bij de twee grote en zeven kleine kernen. - er op basis van demografische ontwikkelingen en in afstemming en in balans met de regio er beperkte uitbreiding van het aantal woningen kan plaats vinden in onze gemeente. - er ten behoeve van natuurbehoud, biodiversiteit, verduurzaming en klimaatontwikkelingen in 2050 alleen nog agrariërs in de gemeente Brummen werkzaam zullen zijn die duurzame en toekomstbestendige landbouw en/of veeteelt bedrijven.

Tot slot Wij wijzen erop dat de Omgevingsvisie van Brummen niet gereed is. Bij de totstandkoming daarvan kan dat leiden tot veel meer ontwikkelingen en wijzigingen van de plannen die nu op tafel komen. In deze weergave van onze ideeën zijn wij vanzelfsprekend niet volledig. 2

D66 - Contourenschets regio Stedendriehoek De contourenschets is bedoeld als strategisch gespreksdocument en met die gesprekken zijn we volop bezig. Wat spreekt aan? Wat is kansrijk voor onze regio, wat mist u, waar maakt u zich zorgen over? Welke aanpak spreekt aan en wat wilt u meegeven voor het vervolgtraject? Wat spreekt ons aan? De uitwerking van de verschillende scenarios op het gebied van samenwerking. Wat D66 Brummen betreft richt de Stedendriehoek zich naar buiten, zorgt het voor een goede afstemming tussen de gemeente, waarbij ‘grote’ voorzieningen in de steden zitten terwijl in de kleine kernen gemeentes groen, natuur (inclusieve landbouw) en landschap versterkt kunnen worden. Meer in de richting van scenario B dus. Wat is kansrijk voor onze regio, wat mist u, waar maakt u zich zorgen over? Wij zien kansen in het versterken van de mobiliteit binnen de regio en de regio uit. Nadruk moet dan wat D66 betreft liggen op het vergroten van het aanbod soorten mobiliteit binnen de regio. Dus uit de auto en op de fiets of in de bus of trein. Wij maken ons zorgen om de landbouwtransitie. Het wat ons betreft een kans zijn wanneer we binnen de regio gaan inzetten op het verbouwen van bouwmaterialen. Te denken valt dan aan bijvoorbeeld het telen van bamboe. Dat heeft ook een goede invloed op de waterhuishouding.

Zo kunnen we lokaal toekomstgericht bouwen en plek bieden aan voldoende nieuwe aanwas en het behouden of terughalen van onze eigen inwoners. Het versterken van de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven kan de concurrentiepositie met andere regio's verbeteren. We kunnen dan optimaal gebruik maken van onze ligging voor bedrijven en ons woonklimaat voor de studenten en werknemers. Welke aanpak spreekt aan en wat wilt u meegeven voor het vervolgtraject? Het is belangrijk om in het vervolgtraject iedereen mee te nemen. De gemeenteraden maar ook de inwoners, bedrijven en onderwijsinstellingen. Samen komen we verder. Maak duidelijk voor gemeenten wat de meerwaarde is van de samenwerking. Vier de successen! D66 Brummen wenst de regio Stedendriehoek veel succes met het vervolgtraject. Wij blijven graag betrokken en geïnformeerd.

Lokaal Belang - Reactie op de Contourenschets 2050 – Verstedelijking in Balans ·

Voorkeur voor uitgangspunten schets C, in combinatie met elementen uit schets D. En elementen uit schets B: rondom bestaande stations ontstaan nieuwe woon-werk-leefmilieus (dit past al in de plannen van de gemeente Brummen voor meer levendigheid rondom treinstation Brummen).

·

Optie C lijkt het meest in de buurt te komen van een stedenDRIEHOEK. Zutphen zal dan wel goed voor autoverkeer moeten worden ontsloten naar de A1.

Grote bedrijvigheid vooral bij de steden. Wel uitbreidingsmogelijkheden voor lokale bedrijven op de kleinere bedrijventerrein. En enige ruimte voor bedrijven die gelieerd zijn aan al gevestigde bedrijven.

GroenLinks – Contourenschets De volgende aandachtspunten worden meegegeven: · Landelijke richtlijnen als bodem- en watersturend, Ruimte voor de rivier en de kaderrichtlijn water randvoorwaardelijk. · Regionale doelen als Drinkbare IJssel, bescherming grondwater, versterken groen blauwe dooradering, gebruiken als uitgangspunten. · Het programma Vitaal Landelijk Gebied van de Regio Stedendriehoek is in principe weinig aandacht voor Natuur. Landelijk gebied wordt vooral beschouwd vanuit economische waarden of een rumtelijke opgave (wonen, werken en recreëren). Het ontbreekt aan een visie op "Stille Natuur": namelijk natuur die niet gebruikt wordt door de mens. Voor de leefbaarheid is dit een randvoorwaarde. o Het gebrek aan natuurwaarde wordt heel duidelijk door terminologie als landschapspark. 3

· · · · ·

Wij zien scenario D als minst kansrijk: alle functies in het gebied worden te versnipperd en daardoor het minst versterkt. Inzet in mobiliteit moet openbaar en fietsvervoer meer aandacht krijgen, boven autovervoer. Wij missen in de visie (op openbaar vervoer) de noord zuid oriëntatie van/naar de regio (in het kader van voorzieningen als hoger onderwijs, specialistische zorg en andere grootstedelijke voorzieningen). Aandacht voor demografische en landbouwtransitie: vergrijzing op met name het platteland zorgt voor een potentiële verandering van de boeren bedrijvigheid. Aandacht voor de negatieve landschappelijke gevolgen van schaalvergroting (en hier in m.n. de uitvoering rekening mee houden).

4

C O N S U LT E R E ND E RAAD S TAF EL Onderwerp: Contourenschets 2050 Regio Stedendriehoek Datum: 20 november 2024 Portefeuillehouder: Lars Wijnhoud Consulterende vragen 1. Welke elementen uit de Contourenschets ziet u als kansrijk en welke als belemmerend voor de ruimtelijke ontwikkeling van de regio richting 2050? Dit zowel op het niveau van de gekozen aanpak als op het niveau van concrete inhoudelijke opgaven. 2. Wat wilt u verder nog meegeven met betrekking tot de Contourenschets 2050 en voor het vervolgtraject?

Fractie

Input

Gemeentebelang Schets B de meest voor de hand liggende optie. Versterken van het voorzieningenaanbod in Deventer, Apeldoorn en Lochem en hun verzorgingsgebied tot diep in de omliggende streken te versterken. 1) Kansrijk: - steden kunnen de basisvoorzieningen behouden - er wordt een keuzealternatief geboden naast de auto door verbetering OV - de woninguitbreiding wordt in beginsel gerealiseerd door inbreiding voor uitbreiding waarbij in de steden hoogbouw wordt toegepast en in dorpen en wijken ook meerlaagse bouw. - mogelijkheden om topvoorzieningen te ontwikkelen die onderscheidend zijn op regionaal en nationaal niveau m.b.t. cultuur, zorg en sport - de drie steden zijn gebaat bij sterke en aantrekkelijke dorpen 1) Belemmerend: - wanneer er niet kansgericht maar belemmerend wordt gedacht en dit de regio- ontwikkeling vertraagt. 2) - onderzoeken van elektrisch vervoer over water, Deventer als Havenstad binnenvaart - de identiteit van steden en dorpen handhaven en ieder zijn eigen achterland kan bedienen. - ontwikkelen van een visie op meerdaags toerisme. (B&B, kleine campings, fietsen of anders recreëren) - vanuit bestaande regionale land- , aller- en tuinbouw kansen bieden voor kleine producenten om hiermee lokaal restaurants en andere voedingsverstrekkers (ziekenhuizen, instellingen, etc) te kunnen voorzien in de behoefte.

GroenLinks

Scenario B en C zijn voor de GroenLinks de meeste aantrekkelijke scenario’s. Ga uit van STOMP, inbreiding voor uitbreiding. 1) Kansrijk - natuurlijk systeem als basis - brede welvaart - participatie - mobiliteit, ga hierbij uit van het STOMP principe 1) Belemmerend: - er zijn te veel ambities opgenomen. Mogelijk niet realistisch of realiseerbaar. 2) - Sluit zich aan bij de PvdA en CU over de regionale mobiliteitsvisie - Maak een regionale visie over klimaatadaptatie

PvdA

De PvdA kan zich goed vinden in de basisprincipes en gaat uit van de kracht van de steden en kernen die er nu al zijn. Focus op keuzes in de Omgevingsvisie. De Verstedelijkingsstrategie moet hierop aansluiten. Hoe passen onze zoekgebieden wonen ruimte stad in deze scenario’s? 1) Kansrijk: - Deventer ligt centraal - De IJssel scheidt ons en verbindt ons, zie het als een kracht. - Kijk goed naar de schaal en de voorzieningen

D66

2) - Werk een regionale mobiliteitsvisie goed uit. Kijk hierbij goed naar het STOMP principe. De fysieke verbinding moet beter. - De huidige planning loopt tot 2025. Plan verder dan dit. Kijk goed naar de planning van de verschillende besluitmomenten van de raad. Verwerk dit goed in de lange termijn kalender. Kom voor de raadsverkiezingen naar de raden voor het besluit over het ontwikkelperspectief. 1) Kansrijk - hoge omgevingskwaliteit als ruimtelijke kwaliteit - landschap - Water Bodem Sturend spreekt aan 1) Belemmerend

- de formulering in de bijlage over de derde IJsselbrug en Stadsland. Dit strookt niet met principe Water Bodem Sturend. 2) - aansluiten bij de mobiliteitsvisie. Fiets en OV zijn van belang. - heb aandacht voor de maak-industrie, versterking van de lokale economieën

VVD

Geen voorkeursscenario 1) Kansrijk - betere samenwerking tussen steden, zorgt voor betere voorzieningen - hoge werkgelegenheid in onze stad maar bereikbaarheid moet dan ook goed zijn. - groei is nodig voor instandhouding voorzieningen (bv positie ziekenhuis) - arbeidsmarkt versterken – dan ook grondgebonden woningen nodig. Waar gaan we die wonen? 1) Belemmerend - concurrentie tussen voorzieningen - Infrastructuur / mobiliteit moet verbeteren. 2) - aandacht voor mobiliteit en OV - zet in op de integrale benadering van de ruimtelijke vraagstukken - kom tijdig naar de raad voor besluitvorming

CDA

1) Belemmering - Wilhelmina brug wordt met uitbreiding van woningbouw nog zwaarder belast. In de bijlage is het wijs om de derde IJsselbrug los te zien van het wonen en werken op het Stadsland. - 40.000 woningen 2) Maak een goede regionale Mobiliteitsvisie (sluit aan bij PvdA en CU)

Deventer Belang

Niet kiezen voor een specifiek scenario. Ambities die niet vastgesteld door de raad, tellen niet mee. 1) Kansrijk - borgen van de Deventer identiteit - zorg voor een goede bereikbaarheid (station, busverbindingen). Groei betekent ook een betere ontsluiting. - goede balans tussen wonen en werken / industrie - groei is geen doel op zich. Behoud de dorpen en de dorpse kwaliteiten.

1) Belemmerend - zorgen over de gestelde ambities door de regio en het rijk. 2) - Zorg ervoor dat de regionale documenten in lijn zijn met de lokale besluiten en ambities. - borgen van de identiteit van de gemeente - betrek de raad vroegtijdig en actief - zorg voor goede afspraken voor onze gemeente - planning doorgeven van het besluit door de raad van het ontwikkelperspectief en de rol van de raad hierbij (zienswijze procedure?) - geef goed aan wat met de uitkomsten van de consultatie wordt gedaan

DeventerNU SP DENK Christen Unie

Goed om als regio visie op te stellen. Scenario A ligt voor de hand. Je houdt het groen. 1) Kansrijk - wat is nodig om voorzieningen in stand te houden? - versterken steden, behoud groen 1) Belemmerend - as groot / klein daily regional system is een lastige. Daar kunnen we niet op sturen. 2) - Maak een goede regionale mobiliteitsvisie. Voer een sterke lobby. Kijk naar de internationale treinverbinding. - Laat dit proces goed aansluiten op het proces van de Omgevingsvisie. Stem dit goed af. - maak een goede visie op de IJssel. Hoe gaan we met de IJssel om? - Dat de waterschappen aan tafel zitten is goed. Ook in relatie met het IJsselvraagstuk en bouwen op Stadsland.

Deventer Sociaal

Scenario D is favoriet. Eerlijke verdeling tussen lusten en lasten. 1) kansrijk - Mobiliteit. Goed OV hoort in elk scenario. En de fietssnelweg hoort in het beeld van 2050. 1) belemmerend

- wat is brede welvaart? Denk hier goed over na. 2) - wat is de verhouding met Deventer 2040? - zet in op Station Bathmen - nog geen locaties aanwijzen voor woningbouw in dit stadium van het proces

VERVOLG Vorm Datum verwacht Raadsmededeling Q1 2025 Toezegging

Q1 2025

Toezegging

Q1 2025

Toelichting De portefeuillehouder komt uiterlijk in Q1 2025 met een document met wat de portefeuillehouder gaat meenemen naar de regio Stedendriehoek. De portefeuillehouder deelt met de raad de beoogde planning over de vaststelling van het ontwikkelperspectief en de rol van de raad hierin (is er een formele zienswijzeprocedure en hoe ziet deze eruit)? De portefeuillehouder vraagt aan de regio een lange termijn kalender tot aan de vaststelling van alle besluiten die genoemd staan in de kalender.

11

De voorzitter: Het is vijf over acht en dat betekent dat wij kunnen gaan beginnen met deze raadstafel. Beste mensen, geachte aanwezigen, kijkers van de opname van deze vergadering, ik heet u allen van harte welkom bij deze raadstafel Contourenschets 2050 Regio Stedendriehoek. Mijn naam is Lida Zegel en ik ben uw voorzitter voor dit agendapunt. En ik ga u de tafelgenoten voorstellen. Dat zijn de woordvoerders vanuit de fracties, Charlotte Schuiling namens D66, Arie de Niet, ChristenUnie, Erik van Brink, Deventer Sociaal, Dorien Visser, Partij van de Arbeid, Ad van der Linde, CDA, Jan Auwke Diepenhorst, GroenLinks, Bert Roetert, Gemeentebelang, Renske Zieverink, Deventer Belang en Wendy Schol namens de VVD. De portefeuillehouder is…Oh, ik had een andere opgeschreven. Lars Wijnhoud. En hij wordt ambtelijk ondersteund door Elly Ruiter en Denny Lobeek. En de griffie, gelukkig word ik ook geholpen, ondersteunt mij, dat is Ingrid Heijmans. We zijn hier samen voor de consultatie over de verre toekomst, 2050, van de Stedendriehoek. Acht gemeenten rond, en waaronder Apeldoorn, Deventer en Zutphen, en twee provincies, want wij in Overijssel en de rest in Gelderland, en drie waterschappen in dit gebied, hebben hier al een gezamenlijke schets op gemaakt. De gemeenteraden bepalen wat belangrijk is in de toekomstige ontwikkelingen van gemeente en regio.

Een langjarig proces om in samenwerking met het Rijk en de omgeving te komen tot een concreet perspectief met zowel ruimtelijke als maatschappelijke oplossingen voor de Stedendriehoek. Bent u er nog? Ja, best veel. Vorige week bent u technisch bij gesproken en gisteravond was er een gezamenlijke voorbereiding voor alle gemeentelijke consultaties. Wij hebben 55 minuten de tijd, we hebben geen insprekers en u krijgt zo meteen de gelegenheid om antwoord te geven op de twee vragen die het college u voorlegt. U heeft die kunnen lezen in het bespreekvoorstel. En we handelen de vragen even apart af. Te beginnen met de eerste vraag en daarna de tweede vraag. Dus u krijgt zo meteen allemaal de kans. Nadat u allen gesproken heeft, krijgt de wethouder de gelegenheid om te reageren op wat u geantwoord heeft. En wat hij vooral, want dat is belangrijk, wat hij gaat meenemen richting de Stedendriehoek. En dit is een beetje nieuw wat we nu doen, maar het consulterend spreken met elkaar. We gaan proberen of de griffier kan noteren wat er besproken is en wat er wordt meegenomen door de portefeuillehouder. En dat zal ik ook proberen te delen met u voordat ik afsluit. Is dit allemaal duidelijk voor iedereen? Mooi, dat is heel erg fijn. Wie het woord wil nodig ik uit de hand op te steken en dan krijgt u het woord. We beginnen dan met de eerste vraag.

Tenzij er nog andere dingen zijn? Mevrouw Zieverink, zal ik de eerste vraag even herhalen? Hoef ik die niet…Ik herhaal hem voor de mensen die zitten te kijken en denken, wat voor een antwoord krijgen we nou op. Welke elementen uit de contourenschets ziet u als kansrijk en welke als belemmerend voor de ruimtelijke ontwikkeling van de regio richting 2050? En dit zowel op het niveau van de gekozen aanpak als op het niveau van de concrete inhoudelijke opgave. Mevrouw Zieverink, u krijgt van mij het woord Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Voorzitter, ik zou eigenlijk meteen een verzoek willen indienen of een ordervoorstel. Naar aanleiding van de technische sessie van vorige week, die we helaas door omstandigheden ook een beetje gek hebben moeten afsluiten. In de gesprekken die wij hebben gehad binnen de fractie hebben wij toch nog wel een aantal vragen waarvan we eigenlijk hopen dat de portefeuillehouder daar antwoord op kan geven, zodat het ons helpt in het meegeven van zaken in de consultatieronde. De voorzitter: Ja, kunt u een beetje aangeven wat voor een vragen dat zijn? In welke richting moet ik denken? Want dan leg ik dat meteen aan u allen voor.

12 Mevrouw Zieverink: Zeker, voorzitter, dat kunnen wij. De vragen die hebben betrekking op, wat eigenlijk de reactie van het college is op wat nu voor ligt. Dus kan het college helemaal zich vinden hierin of zijn er nog andere zaken die het college daarop mee wil geven? En ik heb wat vragen, er worden wat ambities genoemd in de stukken, bijvoorbeeld rondom de 40.000 woningen richting 2040. En ik was heel erg benieuwd waar wij die ambitie ook als raad hebben vastgelegd of waarin wij dat hebben meegegeven? En ik ben heel erg benieuwd op welke manier eigenlijk het college Deventer gaat vertegenwoordigen in deze deal. Daar bedoel ik eigenlijk mee van, welke ambities zouden we wel of niet naar ons toe willen trekken, welke zaken gaat het college daar voor ons uit onderhandelen? De voorzitter: Gaat iedereen ermee akkoord dat we deze vragen eerst voorleggen aan de portefeuillehouder, aan de wethouder? Dan geef ik het woord aan de heer Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. En uiteraard kunnen we even beeldvormend hierop ingaan. Ik begrijp ook hoe het vorige week gelopen is. U vroeg, via de voorzitter, eigenlijk het standpunt van het college over deze contourenschets. En eigenlijk kan ik er heel simpel over zijn, we zien het als een strategisch gespreksdocument.

En het college stelt zich op dit moment er ook eigenlijk heel erg neutraal in op en beschouwt dit echt als een startpunt van een langjarige samenwerking vanuit de regio met het Rijk. En in het vervolgtraject zal het college uiteraard haar inbreng gaan baseren op de door uw raad vastgestelde kaders en richtinggevende uitspraken. En vanzelfsprekend zie ik erg uit naar deze consulterende sessie om op te halen wat uw antwoorden op deze twee vragen zijn. Dus eigenlijk, we staan echt nog helemaal aan het begin. Wat ik net al bij mijn eerste inleiding zei. Dus een startpunt, dat is hoe het college dit ziet. Dank u. De voorzitter: Is dit voldoende informatie voor u, mevrouw Zieverink? Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Ook dank aan de portefeuillehouder voor deze toelichting. In ieder geval op mijn eerste vraag geeft dat inderdaad antwoord. Maar ik had nog wel even een vraag over op welke wijze eigenlijk die ambities, want ik zie dat namelijk ook terug in de berichtgeving vanuit het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Dat de regio wil groeien met 40.000 woningen richting 2040. En dat wij een integraal plan daarvoor zullen opleveren met de regio. Dus ik ben heel erg benieuwd waar wij die ambitie hebben vastgelegd als raad. En hoe wij daarmee om moeten gaan in deze fase. De voorzitter: Mijnheer Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter.

Voorzitter, er is natuurlijk inderdaad, er wordt gegoocheld met aantallen, dat ben ik met u eens. Al is gegoocheld misschien het goede woord niet. Er worden inderdaad aantallen de ether in gegooid. Als we even terugkijken, er is ook een woondeal en daar heeft ook deze gemeenteraad toen wel iets van gevonden en die zegt tot 2030 24.000 woningen. Dus die zijn, daar zitten die 11.000 die wij als Deventer tot 2035 willen realiseren zitten daar ook grotendeels. De regio Stedendriehoek heeft een ambitie uitgesproken om dat aantal naar 40.000 richting 2040 op te krikken. Maar dat is nou juist een van de gespreksonderwerpen. En ik wil het ook even hier maar weer een keer herhalen, u als raad, voorzitter, sorry voorzitter, uw raad gaat er uiteindelijk over wat voor aantallen hier uiteindelijk in Deventer gaan landen vanuit inderdaad die aantallen die nu in Stedendriehoek verband genoemd worden. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Voorzitter, wederom dank voor de portefeuillehouder voor deze toelichting. Ik heb daar eigenlijk twee vervolgvragen op. Het eerste is eigenlijk dat dit misschien als ambitie wordt benoemd, maar wel is vastgelegd in de beslisnota, in de besluitenlijst, wat naar de Tweede Kamer is gegaan. Dus dat betekent dat we als regio dus wel die ambitie in moeten vullen en dat er van ons verwacht wordt dat we een integraal plan aanleveren.

Dus ik ben even benieuwd naar een reactie van de portefeuillehouder daarop. En de tweede vraag is, betekent dat dan ook dat we nu in de consulterende ronde moeten meegeven welke ambities we hebben?

13 Bijvoorbeeld 20 procent, 80 procent van de voorliggende ambitie, wat willen we daar aan meegeven? Is dat nu het moment of komt u daarvoor later nog terug bij de raad? De voorzitter: Mijnheer Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Het college kan de ambitie die is uitgesproken onderschrijven. Je moet ergens beginnen. We zitten met een ontzettende woningopgave, ook naar de toekomst toe. En als we niet ergens beginnen, dan komen we nooit ergens. En het gaat ons in de gelegenheid stellen, door ook die ambitie uit te spreken, dat het Rijk nu ook simpelweg met geld over de brug komt, om ons te helpen om te onderzoeken waar die woningen eventueel kunnen gaan landen. Dat is nog geen enkele garantie dat ze uiteraard binnen onze gemeentegrens, grenzen, gaan landen. Dus ik denk dat het voor nu wel wat aan de vroege kant is om daar nu al allerlei standpunten over in te nemen. Want daar komen we gewoon later, op een later tijdstip, voorzitter, bij uw raad terug. Wat uiteraard niet wegneemt dat, voorzitter, dat verschillende fracties, als ze de behoefte voelen om nu al aantallen te noemen, dat uiteraard in de consultatie mee kunnen geven. Want die vraag hebben we u ook gesteld. Wat moeten we nog meer? Wat wilt u nog meer kwijt op dit moment? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel aan de wethouder. Dat is inderdaad de tweede vraag.

Maar de heer Diepenhorst wil nog reageren op hetgeen u net gedeeld heeft. De heer Diepenhorst: Dank u wel, voorzitter. Vanmiddag hadden we een sessie Platform Wonen, waarbij de wethouder aangaf dat het enige waar we aan vastzitten is de 11.000 die we zelf hebben afgesproken. En dat die andere, dus bijvoorbeeld die 40.000, niet als kader op dit moment geldt, omdat het niet vastgesteld is. Dus even voor de helderheid of dat klopt? De voorzitter: Mijnheer Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Dat klopt. En overigens de 40.000 is, nogmaals, in Stedendriehoekverband de ambitie bovenop de door uw raad onder andere ook al vastgestelde 24.000. In de Stedendriehoek, niet in Deventer, want daarvoor gelden de kaders die u ons heeft meegegeven en dat zijn die 11.000. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Schol. Mevrouw Schol: Aanvullend op de vragen van mevrouw Zieverink. De portefeuillehouder geeft aan, er zijn gesprekken geweest met het Rijk. Daarnaast geeft de portefeuillehouder aan van, we zijn aan het kijken naar die locaties. Dus mijn concrete vraag is, op welke termijn kan het college de verslagen van deze gesprekken delen met de raad? En wanneer komt de informatie naar de raad toe over de eventuele beoogde locaties voor deze verstedelijkingsgebied Stedendriehoek? De voorzitter: Mijnheer Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter.

Ik hoor wat u zegt en ik begrijp uw vraag, maar zover is het by far nog niet. We zitten echt in die begin van het onderzoek. Dus ik kan naar eer en geweten u daar nu geen antwoord op geven. We moeten daar even wat geduld in hebben dat het zich zeg, de komende jaren of misschien het komende jaar, geen idee. Ik heb eigenlijk geen idee. Dank u. De voorzitter: Dat komt volgens mij ook overeen met het antwoord wat net de heer Diepenhorst kreeg. Nog meer vragen? Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ik heb nog een laatste vraag. Ik maak me wel wat zorgen, want ik had graag de portefeuillehouder nu samen met mijn collega's in de raad eenduidig een beeld meegegeven van welke positie u het beste kunt innemen voor de gemeente Deventer. Dus ik vind dat wel jammer. Dus dat geef ik al op voorhand

14 even mee, dat dat misschien wat zou helpen. En ik heb even een vraag van, hoe gaat het proces rondom het ontwikkelperspectief nou verder? En dat bedoel ik eigenlijk mee van, wie besluit eigenlijk over de inhoud? Want we hadden een processchets wel meegegeven. Maar dat duurt ook nog een jaar. En ik ben even benieuwd hoe dat proces eruit ziet richting besluitvorming. En daar bedoel ik specifiek, wanneer wordt de raad hierin betrokken rondom de besluitvorming voor specifiek het ontwikkelperspectief? De voorzitter: Aan de wethouder de vraag dus of de raad nog iets moet beslissen. Of dat het alleen maar consulterend is. En zo ja, wanneer? We gaan erover, dat had ik al gezegd. En wanneer dat ongeveer is. Dus kunt u iets van het proces schetsen. En over de eenduidigheid die u als raad mee zou willen geven. Wie weet wat er nog uitkomt, mevrouw Zieverink. Mijnheer Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Er komen na dit eerste consulterende moment ook nog diverse andere momenten waarin uw raad, voorzitter, haar inhoudelijke inbreng kan gaan aanscherpen. En uiteindelijk, voorzitter, is natuurlijk de raad weer aan zet om het ontwikkelperspectief Stedendriehoek al dan niet vast te stellen en deze op te nemen in de omgevingsvisie. Dus er komen nog voldoende punten in de toekomst, waarin u, wat ik al net zei, de mogelijkheid krijgt om een en ander aan te scherpen. Dank u.

De voorzitter: Mevrouw Zieverink, u wilt vast weten wanneer? Mevrouw Zieverink: Klopt, ik zou graag dan een overzicht willen ontvangen op welk moment dat dan is, want dat ontbreekt nu in de planning. De voorzitter: Ik heb wel een hele uitgebreide planning gezien, maar misschien kan het iets eenvoudiger. Staat er niet helemaal in? Oké, staat er niet helemaal in. Mijnheer Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Daar wordt op dit moment aan gewerkt om dat uit te gaan werken. Dus ik kan daar ook weer naar eer en geweten u daar op dit moment nog niks over zeggen. Maar zoals u van mij gewend bent, zodra we daar wel iets richting uw raad kunnen delen, dan zult u dat vanzelfsprekend van mij te horen krijgen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Hebben we zo voldoende vragen vooraf beantwoord om u antwoord te laten geven op de twee voorliggende vragen? Dat is het geval. Dan gaan we over naar die consultatie. Welke elementen uit de contourenschets ziet u als kansrijk? Welke als belemmerend? Zowel voor de ruimtelijke ontwikkeling…Voor de ruimtelijke ontwikkeling, maar dat zowel op het niveau van de gekozen aanpak als op het niveau van de concrete inhoudelijke opgave. Wie mag ik daar als eerst het woord voor geven? Ik begin met de heer Roetert en dan gaan we daarna naar de heer Diepenhorst. De heer Roetert: Dank u wel, voorzitter.

Allereerst wil ik even aangeven dat gisteravond tijdens die raadsconferentie er veel duidelijkheid geschapen is. Daar ben ik echt blij dat we daar vertegenwoordigd waren. Helaas wel als enige partij. Maar dat terzijde. De voorzitter: Gaat u…Ik wil graag een antwoord op de vraag die voor ligt. De heer Roetert: Bij deze. Op basis van de hoofdkeuzes is voor Gemeentebelang Schets B, Groot Daily Regional System + Gespreid de meest voor de hand liggende optie. Door grensontkennend te werken, de versterkingsopgave wordt ingezet om het voorzieningenaanbod in de steden Apeldoorn, Deventer, Zutphen en Lochem te versterken en het verzorgingsgebied tot diep in de omliggende streken te waarborgen. Hierbij zijn ons inziens de volgende elementen kansrijk. Steden kunnen basisvoorzieningen behouden en door samenwerking af te spreken hoe deze zich specialiseerden. Er wordt een keuzealternatief geboden naast de auto voor verbetering OV, onder andere buslijnen en sprinters. Met name ook voor waarborgen bereikbaarheid kleinere kernen in het buitengebied. De woningbouwopgave wordt in beginsel gerealiseerd door inbreiding voor uitbreiding, waarbij in

15 de steden hoogbouw wordt toegepast en in de dorpen en wijken ook meerlaagse bouw kan worden toegepast. Aspect bij de dorpen en buurten is om stads- en seniorenwoningen te bouwen om jonge mensen en jonge gezinnen ook doorstroom van bejaarden die vrijgekomen, en daardoor vrijgekomen gezinswoningen woonkansen te bieden. Hierdoor kunnen voorzieningen, bijvoorbeeld scholen en sportclubs, in de kleine kernen ook behouden blijven. Mogelijkheden voor topvoorzieningen te ontwikkelen die onderscheidend zijn voor regionaal en nationaal niveau om cultuur, onderwijs, zorg en sport te waarborgen. De drie steden zijn gebaat bij sterke en aantrekkelijke dorpen in de directe omgeving mede omdat de kleine gemeenschappen en collectieve dragers zijn voor de buurtvorming en menselijk contact. Belemmerend zou kunnen zijn wanneer er door de respectieve respectievelijk niet kansgericht, maar belemmerend wordt gedacht en dit is de regio ontwikkeling waarvoor Den Haag veel miljoenen beschikbaar heeft gesteld, vertraagt. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roetert. Dan ga ik het woord geven aan de heer Diepenhorst. Mag u de microfoon uitzetten, mijnheer Roetert? De heer Diepenhorst: Dank u wel, voorzitter. Wij vonden het nog wat vroeg om nu al te gaan kiezen tussen de opties, omdat er allemaal nog elementen in zitten waarmee je verder kan spelen.

Dus op zich waren we het meest enthousiast over de ambities die erin zitten. Maar dat zijn er tegelijkertijd ook zoveel dat, dat is gelijk een belemmering, dat je misschien daarbinnen dan weer moet kiezen. Want is alles dan wel mogelijk? Dus enthousiast waren we over natuurlijk systemen als basis de brede welvaart, inclusiviteit benadering, meervoudig ruimtegebruik, participatie en co-creatie. Dat zijn op zich goede dingen. Mobiliteit als belangrijk vraagstuk en het STOMP-principe worden goed benoemd, maar elk alternatief wat geschetst wordt heeft daar wel heel andere effecten op. Dus wat ons betreft zou dan toch vooral de insteek moeten zijn, ga uit van bij mobiliteit van het STOMP-principe. En ga dus uit inderdaad van meer inbreiding dan uitbreiding. Scenario B en C, als je moet kiezen, die komen het meest in de buurt denk ik die bij die ambities horen. Maar kan me nog indenken dat je nog eindeloos kan spelen met al die plaatjes. En heel veel van die plaatjes zijn ook nog vrij onduidelijk waar precies een woningbouw komt en waar niet. Bijvoorbeeld IJsselvallei hebben natuurlijk als vraagstuk terug, vliegveld komt niet terug in het geheel. Terwijl dat misschien daar wel een kans ligt om dingen te gaan doen. Dus dat waren in ieder geval de belangrijkste dingen die ik wil noemen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Diepenhorst. Gaan we naar de heer De Niet.

De heer De Niet: Ja, het is nog best, wij hebben het met interesse gelezen. Het is goed, denk ik, dat wij als regio ook een visie ontwikkelen op hoe wij slim willen verstedelijken, zou ik ook willen zeggen. De benadering met assen, die maakt het op zich begrijpelijk, maar we vragen ons wel af of het niet wat te plat is. En op de ene as is duidelijk wat te kiezen, geconcentreerd of gespreid. Daar kun je kiezen en daar kun je sturen, kun je keus maken. Maar de as, het grote of klein Daily Regional System, daar zien wij niet zo goed welke keuze, wat hebben we daar nou te kiezen, wat hebben we daar nou te sturen? Laatst was ik bij de dag voor nieuwe Deventenaren, zeg maar. Ja, er waren best wel heel veel mensen gewoon die uit de Randstad hierheen komen. Die komen hier gewoon kopen een huis en dat kun je willen of niet willen, maar ze komen hier gewoon. Ze kopen een huis, wonen hier en werken nog in de Randstad voor een best wel belangrijk deel. Dus we zijn gewoon een groot Daily System. Dus zo heel veel hebben we daar niet te kiezen en te sturen, of in ieder geval maar heel beperkt. Dus die as vonden we best lastig. En wat ons betreft zouden we ook, dus dat even ten aanzien van de assen. Dan een ander aspect wat ons opviel, er wordt wel redelijk in het plan van top-down, we kiezen een kwadrant en daar gaan we in sturen.

En we vinden of kiezen of voor grootstedelijk of dus geconsulteerd of verspreid. Natuurlijk is er daar, valt er nog wat genuanceerd in te kiezen. Maar we zouden juist ook wel willen pleiten om te kijken wat er nodig is om de voorzieningen met name in stand te houden. Dus eigenlijk beginnen juist bij de kernen, waar zitten ook de risico's en zwaktes. Juist ook in de Stedendriehoek als regio. In onze eigen kernen geldt dat binnen de gemeente Deventer, maar ook zeker in de kernen in de regio. Wat hebben die nou nodig om hun voorzieningen in ieder geval op niveau te houden. Want dan ben je slim aan het verstedelijken. Ga dan ook daar bouwen waarin je juist de regio kunt versterken. Dus dat een beetje omdraaien. Wat ons betreft ligt wel de keuze voor de hand om toch

16 iets meer naar kwadrant A te gaan. We zijn een Groot Daily Regional System. Door juist de steden te versterken behoud je ook het groen, want dat is voor ons wel heel belangrijk. En in werkelijkheid is het wat ons betreft, zal het ook een mix van die scenario's moeten zijn door het vooral ook slim te verstedelijken. Waarbij ik nog tenslotte wil opmerken dat we ons wel kunnen vinden in die leidende principes. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Visser en daarna de heer Van Brink. Mevrouw Visser: Dank u wel. Ik kan me een groot deel aansluiten bij wat de heer De Niet en de heer Diepenhorst net eigenlijk ook al zeiden. Wij kunnen ons goed vinden in de basisprincipes die zijn gesteld van brede welvaart, water bodemsturend en uitgaand daarvan en van de kracht van de regio die er nu al is. Daarbij denken we ook bij die verstedelijking, ga uit van de kracht van de gemeente en de kernen die er nu al zijn. En daarbij wil ik opmerken dat, dit is een visie voor 2050. We zijn zelf als eigen gemeente, wij hebben uiteindelijk zelf hier als raad de keuze waar we wel en niet gaan bouwen. En wij maken die keuze komende jaar, anderhalf jaar in onze eigen omgevingsvisie voor de komende vijftien, twintig jaar. Dus volgens mij is het voor ons, ons raad en willen wij ons vooral focussen op de keuzes die we straks in onze omgevingsvisie gaan maken. Die hier zeker op moet aansluiten.

Waarbij wij bijvoorbeeld ook enkele vanuit Wonen, Ruimte, Stad ook enkele onderzoeksgebieden hebben vastgesteld met elkaar. Ik ben heel benieuwd hoe die in deze scenario's gaan passen straks. Ik ben het dus grotendeels eens met dat we al een, wij zien ook dat we al een groot, grote regio zijn. Veel mensen wonen hier en werken elders. Of dat nou in een randstad is of in het zuiden of in het noorden. Of misschien zelfs wel in het oosten. We liggen gewoon centraal in Nederland en ik denk dat dat ook onze kracht is. Dus in die zin is de kracht ook juist die grote wijde regio. Met centraal de IJssel. Wat ons scheidt en ons bindt, zullen we maar zeggen. En daar ben ik ook nog wel heel benieuwd naar. Naar een van de scenario's, ik heb het nu even niet meer scherp welke, wordt wel of geen bypass? Wat wil je nou precies met die IJssel? Ik denk dat dat ook een cruciale keuze is in het totaalplaatje. Voor ons ook niet een voorkeur voor A, B, C of D. Want er zijn zoveel schuifjes waar je uit kan, aan kan draaien. Ik denk dus dat wij vooral zelf als Deventer ook goed moeten kijken, hoe willen we binnen onze gemeentegrens de keuzes voor woningen, groen en alle voorzieningen maken. Daarbij heb ik wel de vraag, ik zie de beroemde barcode van Utrecht in de stukken staan. Ik heb daar wel een vraag aan de wethouder als dat mag.

Ik zou het mooi vinden als de Stedendriehoek deze omzet naar de diverse steden hier. En systemen hier. Want dit is Utrecht en dit is niet Deventer of Apeldoorn. Dus wat de heer De Niet ook al zei, welke voorzieningen willen wij en hoeveel? En wat past bij de schaal van Deventer en de Stedendriehoek? Dus ik ben wel benieuwd hoe daar de wethouder naar kijkt in die ruimtedeling, of we daar als Stedendriehoek een keuze in moeten maken of meer ook vanuit Deventer moeten kijken, wat is onze balans? Dat was het denk ik wel. En de rest geef ik zo wel mee. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Visser. Ik heb die vraag over de streepjescode, de barcode, dat ziet u meer als belemmerend dat het nu het Utrechtse model is en dat geeft u in feite mee, dus daar kan de wethouder zo meteen op reageren. Dan gaan we nu naar de heer Van Brink. De heer Van Brink: Dank u, voorzitter. Wat korte opmerkingen. Er is hier al met diverse schetsen, al dan niet de voorkeur voor uitgesproken, al dan niet voor uitgesproken. Onze fractie was nog het meest gecharmeerd van schets D. Het lijkt er een beetje op dat daar alle lusten en lasten het eerlijkst verdeeld worden. Maar goed, dat is op basis van wat we nu weten, maar misschien dat er later nog iets veel beters komt. Er is ook al iets gezegd over mobiliteit. Het openbaar vervoer, dat komt er in de diverse schetsen wel heel erg wisselend af.

Volgens mij in schets B is het heel goed geregeld en in andere schetsen weer niet. Dat zou toch wel fijn zijn als er een beetje eenheid in komt, want volgens mij hoort goed OV in iedere schets thuis. De fiets wordt wel genoemd, maar in de schetsen ontbreken dan weer de fietssnelwegen. Ik neem toch aan dat die er in 2050 ook nog liggen. En dan wordt er geschermd met het begrip, wat is brede welvaart? Of brede welvaart, maar wat is dat dan precies? Hoe moeten we die stip op de horizon zien? Het lijkt me dat daar nog wel wat uitwerking nodig is. En dan hebben we natuurlijk nog de begrippen natuurlijk systeem als basis en zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik. En daarnaast heb je dan nog een enorme woningbouwopgave.

17 De voorzitter: Mijnheer Van Brink, mijnheer Van Brink, mijnheer Van Brink, ik ga u een klein beetje helpen. Want ik heb een vraag voorgelegd waar u op mag antwoorden. Want het zijn elementen uit de contourenschetsen, welke u als kansrijk ziet. De heer Van Brink: Ik heb net… De voorzitter: Even wachten, mijnheer Van Brink. Even wachten, ik probeer u te helpen. En wat u benoemt is wat u graag zou willen. Maar wat wordt daar…Er zijn schetsen gemaakt. Ik bereid me zo minimaal mogelijk voor. Maar wel om u maximaal te kunnen begeleiden in dit proces. U wordt geconsulteerd, dus u kunt iets meegeven. En dan gaat het vooral om, wat ziet u als kansrijk en wat ziet u als belemmerend. En u vindt het belemmerend als bijvoorbeeld het openbaar vervoer niet goed in beeld is gebracht. Maar dat hoort bij scenario's. Dus graag een antwoord op die eerste vraag. De heer Van Brink: Ja, nou goed. Ik zie het dus als belemmering als je niet precies weet wat brede welvaart is bijvoorbeeld. Daarom heb ik dat hier dus ook benoemd. En ik zie dus ook een belemmering als je eerst leest, het natuurlijke systeem als basis en je leest ook nog zorgvuldig en meervoudig ruimte gebruik. En daarnaast gaan we dan ook nog 40.000 woningen bouwen. Dan zie ik het wel als een belemmering als je nog niet precies weet hoe je dat denkt te gaan combineren allemaal en allemaal te gaan zitten uitwerken.

De contourenschets zoals die er nu ligt, biedt daar geen oplossing voor, voor dit dilemma. Dus ik denk dat daar nog wel wat werk aan de winkel is om die belemmering op te heffen. Dan ga ik het zo formuleren, voorzitter en dan ben ik ook klaar. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Brink. Het is gewoon handig, mijnheer Van Brink, en dat is voor iedereen, als we antwoord geven op de vraag die voor ligt, en niet zeggen wat we mooie woorden vinden of niet mooie woorden, maar dat we echt aan de vraag houden, want dan kunnen we het ook redden binnen de tijd. Mevrouw Schuiling, aan u het woord. Mevrouw Schuiling: Dank u, voorzitter. De vraag gaat over, wat is kansrijk en wat zijn belemmeringen. Kansrijk, de fractie van D66 Deventer is van mening dat een hoge omgevingskwaliteit alleen kan met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. We zien terug dat er veel waarde wordt gehecht aan het landschap, het erfgoed en aan een gezonde en veilige leefomgeving. Goed om te lezen dat we als regio toekomstig bestendige keuzes willen maken. Het uitgangspunt daarbij is het natuurlijk water- en bodemsysteem, waarop de uitvoering van functies zodanig plaatsvindt dat deze systemen waar nodig kunnen herstellen, dan wel duurzaam blijven functioneren, ook voor toekomstige generaties. En dat zien wij als kansrijk. Als belemmering wordt in het bijlagekatern gesproken over Stadsland.

En daar staat dat de mogelijkheden voor een derde IJsselbrug zullen verkend worden. Met een mogelijke IJsselbypass en een opgave voor wonen en werken op een Stadsland. Maar dat strookt niet met het principe dat veel waarde wordt gehecht aan het landschap, erfgoed en het uitgangspunt met het natuurlijke wateren bodemsysteem. Dus dat is wel belemmerend voor de fractie van D66 Deventer. De voorzitter: Hartelijk dank. Mijnheer Van der Linde, aan u het woord. De heer Van der Linde: Dank u wel, voorzitter. Het sluit ook even, een stukje sluit aan op mijn voorganger, vorige spreker. Belemmeringen en kansen. Wat wij als belemmering zien, of potentieel risico zien, als er 40.000 woningen bijkomen, dat die Wilhelminabrug nog zwaarder belast gaat worden. En mevrouw Schuiling had het net al over de derde IJsselbrug. Ja, van die belemmering, die potentiële zwaardere, nog zwaardere belasting van de Wilhelminabrug, daar zit ook een kans in, dat we binnen de Stedendriehoek inderdaad ook die derde IJsselbrug kunnen realiseren, die wij denken dat die dan juist wel nodig is. Want anders krijg je nog meer opstoppingen en gedoe in Deventer rondom die IJsselbrug. Dus er komen 40.000 woningen ‘…’ bij, dat kan die Wilhelminabrug niet aan volgens mij. Dus dat is tevens van een belemmering naar een kans naar de derde IJsselbrug.

Ik ben het wel eens met mevrouw Schuiling, dat er staat inderdaad in die bijlage op bladzijde 19, dat de IJsselbrug, de derde IJsselbrug, in samenhang met de opgave voor wonen en werken op Stadsland. Die combinatie, zou ik willen meegeven, die zou ik niet zo spelen. Ik zou de derde IJsselbrug absoluut los zien van wonen en werken Stadsland.

18 Want wonen en werken Stadsland, daar hebben we eerder over gesproken, daar zijn naar mijn mening heel veel fracties, hebben daar toch wel wat problemen mee. Het is wel een van de zes gebieden die we gaan verkennen. Maar het heeft zeker niet de voorkeur van de fracties hier. Dus die koppeling die nu in het stuk staat, die zou ik achterwege laten. Tot zover even. De voorzitter: Helder, mijnheer Van der Linde. Dank u wel. Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Voorzitter, eerst een verzoek. Zou ik ook op beide vragen tegelijk antwoord mogen geven, want ik vind ze nogal gerelateerd aan elkaar en ik hoop eigenlijk dat ik ze gewoon tegelijk mag beantwoorden. De voorzitter: U mag dat. Mevrouw Zieverink: Dank u wel, voorzitter. Als fractie van Deventer Belang gaan wij niet kiezen voor een specifiek scenario. Wij willen in ieder geval meegeven dat hij gewoon altijd in lijn moet zijn met de lokale ambities en dat is voor onze fractie leidend. Ambities die niet expliciet door de raad zijn vastgesteld tellen voor ons niet mee. Wenst u daar wel richting voor, dan kan de portefeuillehouder beter de raad om een besluit vragen. De fractie van Deventer Belang maakt zich wel zorgen over die ambities die als feiten worden gebracht door zowel ministerie als ook de provincies Overijssel, Gelderland en ook de regio Stedendriehoek.

We worden geacht volgens de beslisnota om ons in te zetten voor 40.000 woningen in de regio, welk deel dan in Deventer geborgd moet worden en hoe dat relateert aan onze andere ambities, daar zou ik de portefeuillehouder willen verzoeken de raad actiever te betrekken. De zorgen bij onze fractie zitten in het feit dat we straks weer kunnen tekenen bij het kruisje of moeten amenderen. U heeft de kans om ons aan de voorkant besluiten te laten nemen die u mee kunt nemen naar de regio. Neemt niet weg dat ook de fractie van Deventer Belang zich bewust is van de rol in de regio Stedendriehoek. We begrijpen dat ruimte krap is in de opgave en het ruimtelijk domein groot. Wij verzoeken het college om de identiteit van onze gemeente te borgen. Juist het onderscheid tussen stad, dorp en platteland maakt het wonen hier fijn. Dat is ook uniek en dat moeten we niet verkwanselen. Wij vragen daarom om in te zetten op goede bereikbaarheid. Dat bestaat bij ons uit stations en busverbindingen, zowel aan deze kant van de IJssel als ook de verbinding met de overkant. Maak niet alleen ambitie, maar waar zetten we nou daadwerkelijk op in en hoe ziet de combinatie van vervoersmiddelen eruit. Het een kan namelijk niet zonder het ander. Groeiambities betekent per definitie dat er ook een betere ontsluiting noodzakelijk is. Dus wij zien dat dan ook graag terug in de plannen.

Laat dorpen het dorp zijn en borg dat ook in de plannen en ook bij uitbreidingen in wonen en werken, zorg dan ook dat die identiteit daarin mee wordt genomen. En wij zoeken naar een goede balans. Waar is wonen, waar is industrie en welke industrie is dat en ziet dat er voor de hele regio hetzelfde uit en welk onderdeel willen wij daar vanuit Deventer voor invullen? En als laatste, zorg voor goede afspraken voor onze gemeente. We begrijpen dat wij een rol in de regio hebben, maar wij zitten hier als raad voor deze gemeente en wij willen graag die ruimte ook goed invullen en wij vragen ook aan de portefeuillehouder, zet ons daar in waar dat nodig is en neem het vooral mee onder uw arm. Groei kan niet een doel op zich zijn. Ga uit van wie we als gemeente willen zijn. Dank, voorzitter. De voorzitter: En u ook bedankt, mevrouw Zieverink. Mevrouw Schol. Mevrouw Schol: Dank u wel, voorzitter. Ik kan me grotendeels aansluiten bij de woorden van de heer De Niet. Als kansrijk ziet mijn fractie een betere samenwerking tussen de steden. Elkaar versterken zorgt ook voor betere voorzieningen, meer keuzevrijheid. Groei is nodig om voorzieningen in stand te houden. Extra arbeidspotentieel wat we willen aantrekken om een gezonde stad te worden. Daarin zitten ook wel belemmeringen. Er is risico op concurrentie in voorzieningen.

Wat bedoelen we daarmee? Als wij straks een Stedendriehoek zijn, hebben we dan nog één groot ziekenhuis waardoor we straks als Deventeraren voor onze acute zorg naar Apeldoorn moeten? De infrastructuur zal moeten toenemen. De heer De Niet zei al, het niet tegen te houden dat mensen vanuit de Randstad naar Deventer verhuizen. Dat kun je niet tegenhouden. De economische ontwikkeling in onze stad moet goed zijn. Wij willen een hoge werkgelegenheid houden in onze stad. Maar er zullen ook mensen zijn die hier wonen, maar elders gaan werken. Die mensen moeten wel de stad uit kunnen. De heer Van der Linde zei het al

19 terecht, de huidige voorzieningen zijn daar niet goed genoeg voor. Als je gaat groeien in je aantal inwoners, gaan ook je verkeersbewegingen omhoog. Dat zal ook met de auto zijn. En dan het ruimtelijke vraagstuk. We hebben heel veel ruimtelijke opgaven hier. Waar gaan we alle woningen laten? Er was net inderdaad in de woningbouwsessie hiervoor werd duidelijk aangegeven, jullie willen een aantal, een bepaalde inwoners aantrekken. We willen onze arbeidsmarkt versterken. Dan heb je ook vooral grondgebonden woningen nodig. Dus ga niet alleen de hoogte in. Dat vraagt ook weer een stuk van je ruimtelijke vraagstuk. Waar ga je die woningen laten? Welke woningen wil je bouwen? Gaat het te kosten van wat? Heel veel vraagstukken voor ons. Daar willen wij graag antwoord op. We hebben ook niet één bepaald scenario. Wij zijn heel benieuwd naar de uitwerkingen. Volgens mij kan de raad dan pas zeggen, deze keuze gaan wij maken. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schol. Zo hebben we alle woordvoerders die hier aan tafel zitten gehad over de eerste vraag. En dan gaan we nu naar de tweede vraag. En die vraag is, wat wilt u verder nog meegeven met betrekking tot de contourenschets 2050 en voor het vervolgtraject? En van mevrouw Zieverink hebben wij al een aantal dingen genoteerd. Dus het is nu aan u, mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Twee dingen. Eén is er al veel over gezegd.

Als je de ene as gaat over het Urban System. Werk ook gezamenlijk een mobiliteitsvisie uit. Dat STOMP-principe goed uitwerken. We hebben nu niet eens een bus die de IJssel overgaat. Met onze eigen overkant is de verbinding al slecht. Dus laat staan met Apeldoorn. Behalve dan weer met de trein. Dus kijk goed naar het gehele mobiliteitssysteem in onze regio. En een beetje verder. Maar zeker voor de eerste letters van STOMP heb je denk ik die kleinere regio. Het tweede is wat ik wil meegeven, en daar ging mevrouw Zieverink ook al bij de vragen op in, de planning loopt nu tot 2025. Ik begrijp dat die planning er pas kort ligt. Ik zou graag vragen om voor al die trajecten die lopen gewoon tot aan besluitvorming te plannen en ons te voorzien van die planning. En ik maak me wel zorgen over dit specifieke traject, verstedelijking in balans loopt nog door tot voor wat nu de planning is 2025. Wij zijn behoorlijk goed meegenomen hierin. Dus als het even kan, kom voor de verkiezingen met die besluitvorming. Want anders kunnen we opnieuw beginnen met een nieuwe raad over de informatie. Maar ik weet niet wat daar de planning van is. Maar hou rekening met die verkiezingen. Eventuele vertraging. Maar ook het opnieuw aangaan van de gesprekken die we doen. Ik denk dat wij als raad nu goed meegenomen zijn. Dus ik ben heel benieuwd wanneer die planning op besluitvorming staat.

De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. De punten die wij als ChristenUnie wel mee zouden willen geven sluiten eigenlijk best wel heel goed aan bij wat mevrouw Visser net aangaf. En dat gaat onder andere over dat OV. Het is heel mooi dat het eigenlijk beter in de plannen is gekomen. Het ging heel erg over de A1-A50 corridor. En eens ook met mevrouw Schol dat het moet een goede balans zijn. Je kunt ook niet alleen maar OV hebben. Mensen hebben ook een auto, maar je kunt het wel OV heel aantrekkelijk maken, ook juist door slim te verstedelijken. Maar dat behoeft wel inderdaad een echt een regionale mobiliteitsvisie en ook om die lobby sterk te maken. En dan gaat het over de verdubbeling van het spoor naar zowel nieuwe stations in Deventer, in Bathmen, die we nodig hebben. Ook de internationale treinverbindingen. En ook wat je niet wilt, het goederenvervoer wat nu over het personenvervoersspoor gaat en waar we eigenlijk om die ruimte te maken ook de Noordtak van de Betuwelijn nodig hebben. Dat hoort daar wat ons betreft helemaal bij. En dat is wel een aandachtspunt om juist ook daar een sterke lobby te voeren als regio Stedendriehoek, denk ik. Zodat we daar ook eisen te stellen hebben.

Twee andere dingen nog is, we maken ons wel zorgen over hoe gaat het uiteindelijk aansluiten op onze omgevingsvisie? En hoe passen die trajecten dan in elkaar? Want als dit traject pas klaar is als wij onze omgevingsvisie klaar hebben, dan loopt dit ook een beetje achter de feiten aan. Een laatste ding is het omgaan met de IJssel. Volgens mij kwam mevrouw Visser daar ook al mee bij het antwoord op de eerste vraag. Het is heel goed dat de waterschappen zijn aangehaakt en zijn betrokken, die worden ook nog weleens over het hoofd gezien. Het is heel fijn dat ze hier juist ook met het oog op die IJssel en de rol daarin zitten. Maar het is belangrijk om daar ook een, daar een echt goede visie op te ontwikkelen die ook gedragen wordt door de regio. Van welke rol heeft die IJssel nou precies en is het wel verstandig om daar veel in het IJsselvallei veel te bouwen?

20 De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Linde en daarna de heer Roetert. De heer Van der Linde: Dank u wel, voorzitter. Ik kan kort zijn. Ik sluit me aan bij mevrouw Visser en de heer De Niet, met name op het gebied waar wat ik hier ook op geschreven heb, met name op het gebied van de mobiliteitsvisie. Dit heeft grote impact. Breng dit nu al in je mobiliteitsvisie. Dus wat betekent het nu voor Deventer? Deventer is ook bezig met zijn hoofdwegenstructuur. Als je dit ziet, neem dat nu al mee, wil ik graag meegeven aan de wethouder, in je mobiliteitsvisie. Want dit heeft grote impact voor onze mobiliteit in de stad. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Roetert. De heer Roetert: Dank u wel, voorzitter. Wij kunnen ons ook vinden in de vorige opmerkingen al geplaatst. Daarnaast willen we nog een paar punten aangeven wat wellicht interessant kan zijn voor de toekomst. Met het toenemend elektrisch vervoer over water, anticiperen of Deventer eventueel als havenstad een binnenvaart zou kunnen functioneren binnen de regio Stedendriehoek. Dat is wellicht de moeite waard om te onderzoeken. Het tweede punt dat in samenwerkingsverband regio Stedendriehoek de identiteit van de respectievelijke steden en gemeenten gewaarborgd kan blijven en ieder hun eigen achterland kan blijven bedienen.

Ten derde, dat voor wat betreft meerdaags toerisme er een goede programmering wordt ontwikkeld waarbij buitengebied en stad volop kan worden benut. Denk hierbij bijvoorbeeld aan overnachting en events in de stad, maar ook aan B&B, kleine campings, wandelen, fietsen en andere recreëren in buitengebied en uitwisseling daarvan. Vanuit, derde punt en dan stop ik er ook mee, vanuit bestaande regionale veeteelt, land, akker en tuinbouw kansen bieden voor kleine producenten, zuivel, groente, fruit, vlees, wijn, et cetera om hiermee lokaal restaurants en andere voedingsverstrekkers, zoals bijvoorbeeld instellingen, ziekenhuizen, et cetera te kunnen voorzien in de behoefte. Naast een duurzame opgave is dit ook een economische impuls voor de regio. Dat is het. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Schol en daarna de heer Diepenhorst en dan de heer Van Brink. Mevrouw Schol: Dank u wel, voorzitter. Ik benoem hem ook nog een keer, het mobiliteitsvraagstuk, inderdaad al benoemd. Het OV, uiteraard ook voor onze fractie van belang. Houd oog voor de grote grondopgave, net ook al benoemd. Werken, wonen, groen, recreëren, alles moet samenvallen, is van belang. En de belangrijke oproep van, kom tijdig naar de raad wanneer er keuzes gemaakt dienen te worden. En voornamelijk ook welke keuzes, zodat de raad goed in positie wordt gebracht om die keuzes daadwerkelijk te maken.

De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ik kan ook kort zijn. Ik sluit aan bij datgeen wat de PvdA en de ChristenUnie al gezegd heeft. En met daaraan toegevoegd dat er ook op klimaatadaptatiegebied regionaal samengewerkt zou moeten worden. De voorzitter: Kort en krachtig, dank u wel. Mijnheer Van Brink. De heer Van Brink: Dank u voorzitter. Het meeste is al wel gezegd. Ik sluit me aan bij mijn buurman, de heer De Niet, met zijn verhaal over mobiliteit en openbaar vervoer. Dus inderdaad, wat mij nog opviel was dat blijkbaar de regio Stedendriehoek ‘…’ ophoudt en we dus niets weten over een eventueel station in Bathmen. Nou ja, goed. Ook maar even iets wat ik meegeef. Verder hebben we natuurlijk nog allerlei andere visies op de Stedendriehoek of op de eigen stad. En hoe staat dat in relatie tot de contourenschets? Zo hebben we het regioverhaal waar we nog met smart op wachten. Er is nog een nota ergens in een la, Deventer 2040. Hoe wordt dit allemaal meegenomen in de verdere proces rond de contourenschets, zo vragen wij ons af? Dus dat willen we ook nog wel even meegeven. Verder zagen we in de contourenschets toch weer een poging om hier en daar toch aan te geven waar wel dan niet woningbouw zou moeten komen. Ik zou toch willen meegeven om daar in volgende versies van de contourenschets heel voorzichtig mee te zijn.

Want het geeft alleen maar onrust. En onrust is de prachtige

21 basis voor een later gebrek aan draagvlak. Dus zet woningbouwlocaties er alleen in als je daar bijna een besluit over genomen hebt of een besluit over genomen hebt. Dat is het wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Brink. En dan last but not least, mevrouw Schuiling. Mevrouw Schuiling: Dank u, voorzitter. Het is al veel gezegd over de fiets en het OV en daar sluit ik me ook bij aan. Dus college, neem de input op de hoofdwegenstructuur, herijk de hoofdwegenstructuur mee. In de contourenschets gaat het ook weinig over economie, een klein beetje. En in de infrastructurele kant mist de factie van D66 nog een onderwerp en dat is de versterking van de lokale economieën door beter ontsluiten, verbinden van de Stedendriehoek en de Achterhoek. En dan gaat het voornamelijk over de maakindustrie. Dit zijn in beide regio's groot en innovatief en een betere infrastructuur kan leiden tot een betere brede welvaart. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we voor beide vragen alle woordvoerders aan het woord gehad. En Deventer Belang, of nee, ja, Deventer Belang die vroeg nog naar eenduidigheid. Volgens mij heeft u het wel gekregen als iedereen zegt, ik sluit me aan op de vorige sprekers. En volgens mij heb ik meer rode lijnen gehoord, maar ik ben benieuwd wat de wethouder gaat zeggen. Die is nog druk aan het schrijven en aan het kijken. We gaan naar de heer Wijnhoud.

De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Voorzitter, er is aan allerlei kanten deze keer heel hard geschreven. Dus ook mijn woord van dank aan de griffie. Dit is natuurlijk voor ons ook een nieuwe manier. Maar we hebben dit zo afgesproken om te voorkomen inderdaad dat ook de neutrale partij ook alle opmerkingen opschrijft die u hier allen vanavond gemaakt heeft. En niet alleen dat wij dat zeg maar zelf doen. Ondanks dat we dat zelf ook hier met zijn drietjes gedaan hebben. Voorzitter, wat ik in het begin al zei, het is een strategisch gespreksdocument, de contourenschets. En ik hoorde een paar termen langskomen. Groei is niet een doel op zich. Daar kan het college zich volledig bij aansluiten. Kijk, we moeten groeien. Maar dat aantal, dat is zeker niet heilig. Want het moet namelijk wat ons betreft, wat het college betreft, en ik denk dat de raad het daar wel mee eens zou zijn, het moet in balans gaan gebeuren. Kortom, voorzitter, ik wil uw raad bedanken voor de getoonde betrokkenheid en de inhoudelijke inbreng. De inbreng was divers. Als je bij vraag 2 overigens kijkt, dan kwam het ook wel een aantal punten wel goed naar voren. Onder andere mobiliteit, OV. Ze zijn allemaal genoteerd en worden ook meegenomen. Nogmaals, al uw opmerkingen worden meegenomen. En ik herken ook een groot deel van de ingebrachte punten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15646011/1