CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-425 Bijlage B3 Raadsconsultaties Contourenschets (najaar 2024)

Hamerraad 25 juni 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Jaarstukken 2024 en begroting 2026 Regio Stedendriehoek29.412 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Rode draden en inbreng raadsconsultaties Contourenschets (najaar 2024) Vanuit de gemaakte verslagen van de opiniërende ronden van de raden in het najaar van 2024 over de Contourenschets zijn per gemeente de rode draden uit het gesprek geformuleerd. Dit is opgenomen in onderstaand document. Daarnaast zijn per gemeente de verslagen en eventuele andere documenten opgenomen. De inbreng wordt meegenomen in het vervolgproces van het Ontwikkelperspectief.

1. Apeldoorn Welke kansen worden gezien • Geef aan hoe Regio Stedendriehoek in verbonden met andere regio’s, zorg voor goede afstemming en verbindingen met andere regio’s. Het ‘grensontkennend kijken’ houdt ook in dat verder dan de grenzen van de regio dan wel de regionale opgave wordt gekeken. De verbindingen met de Achterhoek, Zwolle, Arnhem en West-Nederland mogen meer aandacht krijgen; •

Kijk niet alleen vanuit een ruimtelijk-fysiek perspectief naar de verstedelijkingsopgave, maar ook welke sociaal-maatschappelijk opgaven in de regio liggen. Neem daarbij de vraag mee hoe de verschillen in de regio verkleind kunnen worden op het gebied van levensverwachting, eenzaamheid (verbinding tussen inwoners) en economische ongelijkheid. Houd hiermee rekening bij de keuze bij verstedelijkingsrichtingen;

•

Kies voor een verstedelijkingsrichting met zekere mate van concentratie, zodat om de stedelijke gebieden heen ruimte blijft voor landbouw, recreatie en natuur- en landschapsontwikkeling. Dat is terug te zien in schetsen A en C. In schets A is echter weer (te) weinig sprake van ‘balans’, deze is erg hoogstedelijk en heeft te weinig oog voor de leefbaarheid van de kleine kernen. Daarmee is het te onevenwichtig en leidt het tot spanning met de identiteit van het gebied;

•

Als kansrijk wordt gezien de sterke nadruk op goede bereikbaarheid via het OV en goede HOVverbindingen in de meeste schetsen. In het bijzonder wordt de OV-bereikbaarheid en investeringen in OV bij schets C benoemd. Kansen voor extra stations liggen ook tussen Apeldoorn en Zutphen (i.c. bij De Ecofactorij in Apeldoorn en De Hoven in Zutphen) en een betere verbinding met Arnhem. Kijk tevens naar fietssnelwegen tussen de steden en houd aandacht voor busverbindingen met de kleine(re) kernen tussen de stations;

•

Daar waar al een bestaande verbinding is, zoals langs de A1 tussen Apeldoorn en Deventer, is het meest vanzelfsprekend om de verbinding te versterken. Kijk hierbij ook naar de A50. Een uitbreiding in oostelijke richting lijkt het meest logisch omdat hier deze verbinding (spoorlijn) al aanwezig is;

•

Kleine kernen moeten vitaal kunnen blijven, zodoende is enige, weliswaar bescheiden ontwikkeling wenselijk om de aanwezige voorzieningen in stand te kunnen houden. Combinatie van groei in verbonden steden met kansen voor kleinschalige groei in de dorpen om leefbaarheid in stand te houden. Het is van belang dat de dorpen zijn aangehaakt (OV-bereikbaarheid en voorzieningen); De gebruikte ‘taal’ in schets D (nadruk gemeenschapszin, kracht van de kernen) spreekt aan. Zoek combinaties van de ‘taal’ uit schets D en een evenwichtige balans in verstedelijking (concentreren vs. spreiden) zoals in schets C (en in mindere mate schets B) het sterkst naar voren komt. Schets D is qua verstedelijking te fragmentarisch en te versnipperd;

•

•

Verstedelijking moet ook gepaard gaan met groenontwikkeling (blauwgroene structuur, ecologische verbindingen en biodiversiteit). Dat komt in schetsen A het sterkst tot uitdrukking;

•

De lokale identiteit van de steden en dorpen en tevens de verschillende landschappen in de regio moet behouden blijven en versterkt worden;

•

De IJssel krijgt vanwege landelijke keuzes in de toekomst structureel meer water te verwerken en ook incidenteel vanwege klimaatverandering. Het is daarom van belang dat de IJssel genoeg ruimte krijgt (dat komt in schetsen A, B en C tot uitdrukking).

Welke belemmeringen worden gezien • Als duo-metropool (schets A) presenteren Apeldoorn en Deventer zich als ‘één stad’. Dat kan het gevolg hebben dat één ICE-station (in plaats van twee) genoeg is. Dat zal dan gezien de ligging naar verwachting Deventer worden en niet Apeldoorn; •

Vergeet ondanks de als positief ervaren sterke nadruk op OV ook de auto niet. Voor veel inwoners is de auto het belangrijkste dagelijkse vervoermiddel;

•

Leer van lessen uit het verleden als het gaat om een te snelle uitbreiding van steden (effecten op de leefbaarheid);

•

Het creëren van een park tussen de steden kan ten koste gaan van de landbouw. Houd oog voor een gezond platteland (landbouw).

Wat wordt extra meegegeven voor het vervolg • Regionale samenwerking evenals optrekken met het rijk biedt kansen om werk te maken van de mobiliteit(sopgaven); •

Een toename van het aantal woningen gaat gepaard met een grotere vraag naar voorzieningen voor drinkwater. Hiervoor dient (meer) aandacht te zijn;

•

Het proces ‘verstedelijking in balans’ moet niet een bestuurlijke aangelegenheid worden, neem de samenleving en inwoners in het proces en de inhoud mee.

2. Brummen Welke elementen ziet u uit de Contourenschets als kansrijk voor de ruimtelijke ontwikkeling van de regio richting 2050? • Wat betreft oriëntatie op het Daily urban system is voor Brummen van belang dat onze inwoners regelmatig op grotere afstand werken en ook sociale verbanden hebben zowel binnen als buiten de regio. Oriëntatie op interregionaal past daarbij. •

Onze voorkeur gaat uit naar een organische groei, dus vanuit bestaande steden en dorpen, zoals die historisch gezien ook heeft plaatsgevonden. Schaalniveau moet passend zijn.

•

Grootstedelijke ontwikkeling, inclusief woningbouw en voorzieningen in de (streekhoofd-)steden. In de kleine kernen gemeentes zal ingezet moeten worden op versterking van groen, natuur (inclusieve landbouw) en landschap. Woningbouw zal hier naar vermogen, behoefte en wenselijkheid plaatsvinden. Passend bij scenario B.

•

Grootschalige bedrijventerreinen alleen aan de randen van de streekhoofdsteden (langs de A1 en A50). Kleinschalige ontwikkeling, voor lokale bedrijven (die gelieerd zijn aan al gevestigde bedrijven) aan de buitenranden van de dorpen. Niet richting middengebied Driestrekenpark Voorsterlanden.

•

Wij zien kansen in het versterken van de mobiliteit binnen de regio en de regio uit. Nadruk moet dan liggen op het vergroten van het aanbod soorten mobiliteit binnen de regio. Met name inzetten op ov en fietsverbindingen. Voor autoverkeer, is aandacht voor ontsluiting op de hoofdassen belangrijk. Bijvoorbeeld ook voor Zutphen als daar een groot deel van de opgave landt.

•

Scenario A bevat wat ons betreft veel goede elementen, zoals veel ruimte voor natuur. Brummen (en Voorst) als het groene hart ligt voor de hand en is ruimtelijk gezien een goede keuze. Balans is inderdaad juiste woord (wonen, werken en recreëren)

•

Bouwen rondom bestaande stations. Ontstaan nieuwe woon-werk-leefmilieus.

Welke elementen ziet u uit de Contourenschets als belemmerend voor de ruimtelijke ontwikkeling van de regio richting 2050?

• •

OV uitbreiding, zodat je makkelijker in de kernsteden Apeldoorn en Zutphen kan komen, is misschien niet zo gemakkelijk te realiseren. Complexiteit. We zullen ook rekening moeten houden met de aangrenzende regio’s. Voor de ruimtelijke invulling vraagt dit ook afstemming met de omgeving van de regio.

•

De maakbaarheid van de ruimte kent zijn grenzen. Water en bodemsturend is een belangrijk principe.

•

Een belemmering zou het gebied tussen Veluwe en IJssel kunnen zijn, maar tegelijk is het ook een kans: vorm een stevige overgang tussen Veluwe en IJssel met Brummen en Voorst door de creatie van Voorsterlanden en/of IJssellanden.

•

Wij zien de volgende belemmering bij scenario D: alle functies in het gebied worden te versnipperd en daardoor het minst versterkt.

•

Wij missen in de visie (op openbaar vervoer) de noord zuid oriëntatie van/naar de regio (in het kader van voorzieningen als hoger onderwijs, specialistische zorg en andere grootstedelijke voorzieningen).

•

Landelijk gebied wordt vooral beschouwd vanuit economische waarden of een ruimtelijke opgave (wonen, werken en recreëren). Het ontbreekt aan een visie op "Stille Natuur": namelijk natuur die niet gebruikt wordt door de mens. Voor de leefbaarheid is dit een randvoorwaarde. Het gebrek aan natuurwaarde wordt heel duidelijk door terminologie als landschapspark.

Wat wilt u verder nog meegeven voor het vervolgtraject? • De west-oost verbinding in ons land is belangrijk voor belangrijke toekomstige mobiliteitsverbindingen in Europa en moet een plek krijgen. Dit is regio-overstijgend. Een passend voorstel hiervoor graag meenemen in verdere uitwerking van scenario B. •

Er moet nadrukkelijk rekening gehouden worden met meer ruimte voor rivieren in belang van het waterbeheer van Nederland (in zowel nationaal als regionaal belang). In het bijzonder krijgen de IJssel (IJsselvallei) en de Waal een grotere rol in ons rivierenland. Landelijke richtlijnen als bodem- en watersturend, Ruimte voor de rivier 2.0 en de kaderrichtlijn water randvoorwaardelijk.

•

Regionale doelen als Drinkbare IJssel, bescherming grondwater, versterken groen-blauwe dooradering, gebruiken als uitgangspunten.

•

Doorrekenen in uitwerking van ontwikkelperspectief. Aandacht voor demografische en landbouwtransitie: vergrijzing op met name het platteland zorgt voor een potentiële verandering van de boeren bedrijvigheid.

•

Doorrekenen in uitwerking van ontwikkelperspectief. Aandacht voor de negatieve landschappelijke gevolgen van schaalvergroting (en hier in m.n. de uitvoering rekening mee houden).

•

In 2025 worden inwoners geconsulteerd. Hoe komen we tot een juiste weging van de resultaten? De stemmen vanuit de dorpen zullen in aantal minder zijn dan de stemmen uit de steden. En de ene stad/dorp kan een visie hebben die niet aansluit bij de andere stad/dorp.

•

De nieuwe raad wordt begin/medio 2026 geconsulteerd en besluit eind 2026. Dat zal voor nieuwe raadsleden een uitdaging zijn, want dit is een abstract en groot dossier.

•

Het versterken van de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven kan de concurrentiepositie met andere regio's verbeteren. We kunnen dan optimaal gebruik maken van onze ligging voor bedrijven en ons woonklimaat voor de studenten en werknemers.

•

Het is belangrijk om in het vervolgtraject iedereen mee te nemen. De gemeenteraden maar ook de inwoners, bedrijven en onderwijsinstellingen. Samen komen we verder. Maak duidelijk voor gemeenten wat de meerwaarde is van de samenwerking. Vier de successen!

3. Deventer De belangrijkste punten ten aanzien van: Het proces • Kom voor de gemeenteraadsverkiezingen naar de raden. De schetsen • Geen eenduidige voorkeur voor 1 van de schetsen, alle 4 werden door de verschillende partijen genoemd als voorkeursschets.

Welke kansen worden gezien door de raad? Algemeen • Over het algemeen wordt ingestemd met opzet/toepassing van de benoemd leidende principes. - Borg de identiteit van Deventer in de verstedlijkingsopgave. •

Proces (gemeentelijke) omgevingsvisie leidend tov proces richting het ontwikkelperspectief.

•

In Deventer lopen deze processen parallel.

•

Neem de positie van de Ijssel mee in het Ontwikkelperspectief: Ijssel als kracht en als barrière.

•

Maak een regionale visie op klimaatadaptatie.

Voorzieningen • Samenwerking tussen de steden is essentieel: betere samenwerking in de regio leidt tot betere (verdeling van) voorzieningen. •

Zet in op basisvoorzieningen in de steden en beconcurreer elkaar niet t.a.v. topvoorzieningen op regionaal en/of nationaal niveau.

Specifiek • Onderzoek de mogelijkheden voor elektrisch vervoer over water: kansen voor Deventer Binnenhaven. •

Zet in versterking lokale economie

•

Zet in op maakindustrie (sterke positie in de regio) - Recreatie:

•

Maak een regionale visie op verblijfs/dagrecreatie

Wonen: • Inbreiding voor uitbreiding •

Dorpen: zet ook in op meerlaags bouwen

Mobiliteit • Maak een regionale mobiliteitsvisie •

Zet in op verbetering OV, ook positie van de regio internationaal.

•

Zet in op STOMP principe

•

Zet in op goede fiets infrastructuur

•

Inzet op werkgelegenheid vraagt ook goede bereikbaarheid van deze werklocaties.

Groen • Omgevingskwaliteit van onze regio is ruimtelijke kwaliteit •

Behoud groen en landschapswaarden.

Welke belemmeringen worden gezien door de raad? • Zijn er niet te veel ambities benoemd: is dit realistisch?

4. Epe Samenvatting Voor Epe is de Omgevingsvisie de basis: behoud van waardevolle landschappen en het dorpse karakter. Geen hoogbouw en verstedelijking in Epe, maar concentratie van de groei rondom de steden. Aandacht voor OV-verbinding (wellicht lightrail) voor de dorpen richting de steden. Samenwerken waar mogelijk en oog hebben voor ontwikkelingen in de toekomst.

Input consultatie Gemeente Epe CDA: Het lijkt een trechter/fuik te zijn. Willen wij dit wel: zoveel extra woningen? Die vraag ontbreekt. Spannend om hier ja op te zeggen. Nog te beperkt beschreven dus niet 100% gelukkig met het stuk. Wel fijn dat de omgevingsvisie de basis is. Nieuwe Lijn: Mooie doorkijk, niet teveel laten leiden door grote steden. Dorpse karakter behouden en lokale kennis gebruiken. VVD: Voorkeur voor geconcentreerd groeien. Geen buitenwijk van Apeldoorn worden. Een lightrail verbinding tussen Apeldoorn en Zwolle zou mooi zijn. SGP-CU: Wat al groot is verder laten groeien, hoogbouw in de grotere steden. Bij IJssel bouwen is wel lastig. Als dorp ca 1% groeien per jaar zou mooi zijn, lichte groei is geen probleem. D66: Dank aan iedereen die hieraan heeft meegewerkt. Eens met eerdere sprekers, we moeten geen mega gemeente worden. Gebruik maken van de grotere krachten in de regio. Wat missen wij en waar kunnen we voor bij andere gemeenten terecht? Kijk naar kansen en belemmeringen, vooral op energie gebied. Niet nimby gedrag naar buurgemeenten maar zonder onszelf te verliezen. Een lightrail verbinding tussen Apeldoorn en Zwolle zou mooi zijn, maar een OV verbinding zou ook al fijn zijn. Wel zorgen om vergrijzing kijkend naar zorg en woningen. In verdere ontwikkeling mensen betrekken die toekomstige ontwikkelingen hier goed in kunnen meenemen.

Gemeentebelangen: Oog voor toekomstige ontwikkelingen houden. Bekijken het positief. Landelijk karakter moet wel behouden blijven. Voorkeur voor variant B. PvdA: In hoeverre is er rekening gehouden met hoe de samenleving er in 2050 uitziet? Is er rekening mee gehouden dat de samenleving er dan anders uitziet en dat het ook een andere inrichting behoeft, want andere soorten werk etc? Dit moet wel worden meegenomen. Blijven aansluiten op de Omgevingsvisie en het dorpse karakter behouden. GroenLinks: Fijn om naar de toekomst te kijken met 4 verschillende scenario’s. De voorgelegde scenario’s zijn heel duidelijk. Bodem en water sturend is mooi en er worden goede keuzes gemaakt. Een aantal zaken moeten gewaarborgd worden: onderwijs, vergrijzing, ziekenhuizen, OV, water en bodem sturend. Er wordt gesproken over gezonde rust en reuring, maar dit mag wel met pit zijn. Voorstel voor slogan: Grrr. FVD: Goed dat er aandacht is voor groei in balans. Maar willen we dit? Er wordt gesproken over smart cities (zorgt voor meer controle, camera’s en vrijheidsbeperkingen). De dorpen zullen minder authentiek worden en er zal meer culturele diversiteit zijn. Epe moet juist voorop staan. Agrariërs moeten ook beschermd worden. Deze plannen zijn veel grootschaliger dan dat het nu lijkt. Fractie Boermans: Enkele scenario’s lijken te sturen richting een soort metropool met drie à vier sterke steden.

In dat geval is een goede aansluiting van openbaar vervoer en wegen voor onze gemeente cruciaal. Te veel focus op de zuidelijke kant (Apeldoorn, Deventer en Zutphen). Visie noordelijke kant ontbreekt. Hierbij denken we bijv. aan mobiliteit waarbij naast de corridor A50 ook de (aansluiting op) A28 en bijv. een OV verbinding richting Nunspeet -Zwolle aandacht zou moeten krijgen. Algemeen: gehele mobiliteit (fiets/ OV/ auto) richting de steden verdient veel meer aandacht in de contourschets, met name vanuit de dorpen. De schets benadrukt terecht, de samenwerking tussen gemeenten, inwoners en de regio om een toekomstbestendige en aantrekkelijke leefomgeving te creëren. Waarom worden inwoners niet actief geconsulteerd in dit proces. Het thema ‘ruimte voor water’ is in de schets niet volledig uitgewerkt of zichtbaar gemaakt. Gezien het belang van dit onderwerp in de komende 50 jaar dient dit thema een prominentere plek te krijgen. Verdere verstedelijking buiten de dorpscentra is in Epe niet wenselijk.

5. Heerde •

Groei van Heerde en haar dorpen moet kunnen, maar wel in balans. Daarbij geeft de raadscommissie een aantal aandachtspunten mee:

•

Groei moet evenredig zijn. In evenwicht met het woonmilieu en de omvang van de kern.

•

Behoud de eigenheid van de gemeente en haar dorpen.

•

Behoud het dorpse karakter, waarbij de verschillende kernen niet aan elkaar moeten groeien. Er moet een groene buffer blijven en voldoende ruimte voor bijvoorbeeld natuur en landbouw (Veluwe

en IJssel). Zo blijft Heerde een aantrekkelijke gemeente, ook voor de mensen uit de steden die hier op bezoek komen. •

In Heerde is geen ruimte voor grootschalige bedrijvigheid.

•

Landschappelijke en ruimtelijke kwaliteiten en natuur zijn van belang voor een goed woon- en leefklimaat. Heerde wil een groene long blijven.

•

Ontwikkeling moet plaatsvinden met oog voor de toekomst. Dus houdt rekening met de lange termijn.

•

Een goede bereikbaarheid is van groot belang. STOMP is een goed uitgangspunt maar er moeten wel voldoende alternatieven voor de auto komen. Zorg voor goede verbindingen in de regio, maar ook naar andere regio’s.

•

De raadscommissie vindt de gemeentelijke omgevingsvisie – zoals ook verwoord in de discussienota – een belangrijk uitgangspunt voor de inbreng in de regio bij het vervolgproces.

•

Voor het vervolgtraject geeft de raadscommissie mee dat het van belang is dat alle relevante partijen worden betrokken. Heb hierbij ook aandacht voor participatie van inwoners; het is van belang dat deze in alle gemeenten op (ongeveer) dezelfde manier wordt georganiseerd omdat het een ontwikkeling van de hele regio betreft.

6. Lochem De raad is positief dat ze in vroeg stadium is betrokken is. De meerderheid van de raadsleden ziet kansen voor Lochem als brugfunctie tussen de Stedendriehoek en Achterhoek. Lochem als poort naar de Achterhoek en Twente wordt genoemd. Dat betekent inzetten op groei als 4e stad, naast de focus op behoud van de sterke steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen. Dit komt terug in schets B. Daarnaast is het belangrijk dat de gebieden daaromheen ook levensvatbaar zijn (schets D). Aandacht voor behoud en versterken van de leefbaarheid van het landelijk gebied met de landschappelijke waarden en de agrarische sector en de kleine kernen. Aandacht voor groeimogelijkheden van de kleine kernen om voorzieningen te behouden. Hieronder volgt een korte samenvatting per partij: GroenLinks heeft de voorkeur voor schets B waarbij Lochem de functie van Poort naar de Achterhoek vervult. Daarbij is het van belang om in zetten op mobiliteit en de gemaakte kilometers met auto’s te verminderen. In het kader van klimaatverandering is belangrijk om rekening mee te houden dat groen en water voldoende ruimte kruigen. Tot slot is het van belang dat de stad Lochem in verbinding blijft met de regio, met zo min mogelijk autokilometers zoals in schets D en zonder tweedeling tussen Oost en West van de gemeente zoals in schets C. Slotzin: Verspreiding leidt tot verstening.

D66 vindt het belangrijk dat Lochem zorgt voor de brugfunctie tussen Stedendriehoek en Achterhoek. Daarbij is het belangrijk dat het principe water en bodem sturend wordt gehanteerd. Zorg daarbij voor een hoge biodiversiteit natuur en landshap door het creëren van een ecologische verbindingsstructuur. Daarbij dienen we buiten onze gemeentegrenzen te denken. Slotzin: Werk aan de digitale infrastructuur. Maak van Lochem dé thuiswerk regio van de Stedendriehoek. VVD vindt dat het plan Vitaal Buitengebied eerst door de raad vastgesteld dient te worden. Dat is onze input voor de regio. De VVD heeft de voorkeur voor schets B met een gezonde mix van D waarbij extra nadruk dient te worden gelegd op de Kanaalzone. Op deze manier wordt het achterland ontsloten en functioneert Lochem als de poort naar Twente en de Achterhoek. Dat is waar regionaal op ingezet moet worden. Slotzin: Zet in op groei van de stad en behoud van de kernen. Weet daarbij wel dat je slechts één van de acht bent. Gemeentebelangen legt de voorkeur op schetsen B en D. Zij zien graag dat de gemeente Lochem doorgroeit naar de 40.000 inwoners. Bouwen in alle kernen is namelijk goed voor de leefbaarheid. Daarmee wordt ook de jeugd in de kleine kernen een kans op een woonplek geboden en worden zij behouden. De voorzieningen moeten hier bij meegroeien. Lochem is regionaal de poort naar Twente en de Achterhoek.

Om die functie te vervullen moet de infrastructuur wel verbeterd worden. Het gaat daarbij dan om de provinciale wegen en spoorwegen, maar zeker ook het Twentekanaal. Slotzin: Zet in op evenwichtige groei naar behoefte van alle kernen.

CDA vindt het belangrijk dat woningbouw geconcentreerd wordt in de drie grote steden. Zo kunnen zij voorzieningen en diensten leveren aan de rest van de regio. Dat betekent niet dat alle voorzieningen uit Lochem moeten verdwijnen, Lochem moet namelijk de rol gaan vervullen van vierde stad in de regio: dat betekent ook dat Lochem moet ontwikkelen. Om dat te kunnen bewerkstelligen en is het zaak in te zetten op de ontsluiting van alle kernen. Door groei wordt verder de middenstand levensvatbaar worden gehouden, en kunnen voorziening als de schouwburg behouden blijven. Slotzin: Verstedelijking maakt Lochem groter met meer mobiliteit en leefbaarheid voor de kernen. Meedenken met Lochem geeft de voorkeur aan schets B .Ook de kleine kernen moeten op de kaart gezet worden. We dienen eigen beleid te ontwikkelen om als input aan te dragen aan de regio bij het ontwikkelperspectief. Zo moeten we inzetten op fiets en trein. Slotzin: Zie de waarde in van het Twentekanaal. LochemGroen! geeft de voorkeur aan combinatie van schets B en D, met de nadruk op D. Het is belangrijk om in te zetten op hechte gemeenschappen waar het groen dichtbij is. Het is belangrijk om rekening te houden met de mobiliteitsrevolutie, deze schets stellen we namelijk voor de komende eeuw op. Tot slot dient ook rekening gehouden te worden met zaken het principe water en bodem sturend en circulaire landbouw.

Slotzin: Wees ook kritisch op de verstedelijking. Wat betekent Poort naar de achterhoek? PvdA begrijpt de aanleiding. Er liggen veel plekkien in Nederland onder de zeespiegel. Waar kunnen deze mensen in de toekomst wonen? De PvdA herkent daaruit de urbanisatieopgave die de Stedendriehoek ziet. De PvdA kan zich vinden in het centraal stellen van de drie steden met de IJssel erdoorheen als natuurgebied. Om de leefbaarheid van de regio te vergroten moeten we dat omarmen en erop inzetten. Lochem is verdeeld tussen de Stedendriehoek en de Achterhoek en is echt de poort tussen die twee gebieden. Die dynamiek moeten we accepteren en daar moeten we in investeren. We dienen in te zetten op de groei van de stad Lochem om de leefbaarheid in de kernen te vergroten. Slotzin: Durf te erkennen dat er twee dynamieken spelen in Lochem, Oost en West

7. Voorst Kansen en belemmeringen Balans tussen steden, kernen en landelijk gebied Wij zijn een regio in balans. Deze balans is ook bepalend voor onze regionale identiteit. Met diverse gebieden (Veluwe, IJsselvallei, Salland en de Achterhoek) en unieke steden en dorpen met hun eigen kwaliteiten. De kracht van de regio zit in onze verscheidenheid. Dit zorgt ook voor een goede woon-, werk- en leefomgeving. Bepalend voor onze Voorster identiteit zijn: • • • • •

de kwaliteit van ons landschap; de bijzondere cultuurhistorie; de dorpse schaal van de kernen; de krachtige sociale samenhang in onze gemeente; duurzaamheid: de wens en de noodzaak om onze ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten toekomstbestendig te maken.

Deze identiteit is ons vertrekpunt in de opgaven waar wij als onderdeel van de regio voor staan. Dit vraagt om het behoud van balans en verhouding tussen de steden, de kernen en het landelijk gebied. Hiervoor is in beginsel - toepassing van de ladder van duurzame verstedelijking noodzakelijk, als goede verantwoording van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Kansen voor landschapsversterking Onze gemeente heeft een groot landelijk gebied. De agenderende opgave ‘vitaal landelijk gebied’ (uit het regioarrangement Regio Stedendriehoek 2023) zien wij als kans voor het behoud en het versterken van ons voorzieningenniveau. Bij de verstedelijkingsopgave is de voorwaarde gesteld: 'meer stad, meer landschap'. Het past bij de identiteit van de gemeente Voorst om haar waardevolle en karakteristieke landschappelijke structuren te behouden. Wij zien ook mogelijkheden om deze structuren te versterken. In lijn met het waardevolle landschap, hoort ook het behoud van cultureel erfgoed. Zoals onze landgoederenzone, de polder Nijbroek en de uiterwaarden. De verstedelijkingsopgave moet rekening houden met deze kwaliteiten. Samen met de recreatieplas Bussloo en de luchthaven Teuge geeft dit kansen voor dagrecreatie en kleinschalige kwalitatief hoogwaardige verblijfsrecreatie. Daarmee leveren wij ook een bijdrage aan de agenderende opgave ‘Veluwe’.

In onze gemeente zien wij kansen met een gebiedsgerichte aanpak, voor het versterken van de groen/blauwe dooradering. Zowel voor eventuele nieuwe verdienmodellen voor onze landbouwsector, als

voor het herstel en versterken van cultuurhistorische waarden en biodiversiteit. Hierbij ontstaan ook kansen op het gebied van recreatie en een vitaal en toekomstig landelijk gebied, met een goede leefbaarheid in de kernen. Het uitgangspunt 'water en bodem sturend' is opgenomen in het principe 'natuurlijk systeem als basis'. Wij gaan ervan uit dat door toepassing van dit principe, gebieden als de (voormalige) uiterwaarden worden ingericht voor waterveiligheid. Een bovenlokaal belang. Dit geldt trouwens ook voor opvangbassins om het water vast te houden bij droge periodes. Daarnaast hoort bij dit principe een landelijk gebied, in balans met het bodem-watersysteem. Vanuit dit principe gaan wij ervan uit dat in de verschillende schetsen voor onze laaggelegen polder Nijbroek per ongeluk een verkeerde arcering is toegepast. Vanuit dit principe is een grote opgave in de gemeente Lochem verdedigbaar. Een grote verstedelijkingsopgave laten landen in de IJsselvallei (laagste punt van de regio) is vanuit dit principe niet logisch. Wij verwachten als opbrengst dat deze (regionale) landschapsversterking is gekwantificeerd voor onze gemeente. Landschapsversterking zien wij in een samenspel tussen natuur inclusieve landbouw, singels, water en bossen. En in een gebalanceerde overgang tussen de kernen en het landschap.

Door dit principe en onze agrarische sector zien wij een belemmering in de schets met de gemeente Voorst als stadspark. Kansen in de regionale woningbouwopgave; met een bandbreedte en onder voorwaarden Nationaal is de koers gematigd naar water en bodem richtinggevend. De Randstad is hiermee niet langer op ‘slot’. Dit vraagt om een realistische woningbouwopgave op basis van de cijfers van het CBS/Primos. En ook een vergelijk met wat wij als regio de afgelopen decennia hebben gerealiseerd. Over het algemeen zien wij kansen wanneer er in de steden – maar ook in de dorpen – meer gestapeld wordt gebouwd. Op deze wijze blijft er meer ruimte over voor het landelijke leefklimaat in onze regio. Voor de gemeente Voorst zien wij - naast de meerwaarde van een landschappelijke contramal en als stedelijk uitloop- en recreatiegebied - ook een passende rol in de regionale woningbouwgave. Daarnaast verwachten wij een bandbreedte in woningbouwaantallen en ruimte om kwalitatieve en kwantitatieve voorwaarden gezamenlijk uit te werken. Een zorgvuldig proces met onze kernen en inwoners is ons uitgangspunt. Dit leidt tot meer draagvlak en een vlottere uitvoering. Het is logisch om kwalitatief te streven naar aansluiting bij de identiteit van de regio, met een gevarieerd aanbod aan verschillende soorten woonomgevingen.

Belangrijk is de gezamenlijke opgave voor de betaalbare woningbouw en een oplossing te bieden voor de lokale woningzoekenden. Kwantitatief wordt in verschillende schetsen de autonome groei van kernen gemist. Dit heeft negatieve gevolgen voor de leefbaarheid in verschillende kernen. Deze leefbaarheid staat in verschillende kernen al onder druk. Voor vitale kernen zijn maatschappelijke functies (school, huisarts, ontmoetingsplek) of detailhandel (supermarkt) belangrijk. Wel benadrukken wij dat teveel spreiding weer zorgt voor veel verkeersbewegingen. Zorgvuldigheid en balans zijn hier noodzakelijk. De gemeente Voorst heeft al lange tijd een consistent beleid gevoerd op het gebied van huisvesting. Daarbij hebben de realistische voorspellingen geleid tot een aanzienlijke toename van het aantal gebouwde woningen. Door deze stabiele koers verwachten wij dat Voorst in 2050 ongeveer 4.000 inwoners extra telt. Om onze verantwoordelijkheid in de regionale opgave te nemen, zijn wij van plan om te onderzoeken of er steun is bij onze kernen om daar bovenop nog eens 4.000 extra inwoners te verwelkomen. De gemeente Voorst heeft als doel om te onderzoeken hoe ze tussen 2030 en 2050 tussen de 2.000 en 4.000 nieuwe woningen (wat overeenkomt met 4.000 tot 8.000 extra inwoners) kan toevoegen. Bij de bouwplannen houden wij ook graag rekening met het versterken van het landschap.

Dit betekent dat wij op zoek zijn naar 200-400 ha grond. Tot slot staan wij voor een gebalanceerde verdeling van de woningbouwopgave over de verschillende gemeenten. Op deze wijze werken wij samen aan regionale opgaven en zorgen wij voor een impuls voor de leefbaarheid van de gehele regio. Kansen voor mobiliteit Wij zien hierbij mogelijkheden voor duurzame en vernieuwende vormen van mobiliteit. Met als belangrijk uitgangspunt de fietser op 1. Kansen zien wij in het versterken van de spoorinfrastructuur in de regio. Bereikbaarheid is namelijk een belangrijke voorwaarde voor meerdere functies (wonen, werken en ook recreëren). Hiervoor zien wij kansen bij de stationsgebieden binnen en vlak grenzend aan onze gemeente. Wel moet hier het openbaar vervoer naar de kleinere kernen niet worden vergeten. Dit heeft een positief effect op de leefbaarheid in het landelijk gebied. De lokale behoefte aan extra bruggen over de IJssel voelen wij niet in de gemeente Voorst. Dit is een belemmering. Dit heeft bovenal gevolgen voor onze huidige (vooral lokale) wegenstructuur. De regionale

meerwaarde voor het woon- en leefklimaat van onze samenleving is (tot dusverre) niet inzichtelijk, evenals de effecten op de natuurwaarden. Kansen voor kleinschalige werkgelegenheid en maakindustrie Wij begrijpen het nationale belang om minder afhankelijk te zijn van andere economieën. Daarom vinden wij het belangrijk om de innovatieve maakindustrie, de circulaire economie en de innovatieve luchtvaart gebonden bedrijvigheid in de gemeente Voorst te ondersteunen. En om regionaal (in de steden) de kenniseconomie te vergroten. Dit biedt kansen voor hoge scholen en het aantrekken van jonge mensen. Daarbij speelt ook het nationale en het provinciale voornemen tot minder transformatie van werkgebieden. Het versterken van onze lokale economie zien wij als een middel om de leefbaarheid van onze kernen en het landelijke gebied te behouden en te versterken. Dit is ook noodzakelijk om onze (evenwichtige) balans tussen wonen en werken te behouden. Hierbij sluiten wij aan op onze identiteit en onze lokale arbeidsmarkt. Wij focussen op de maakindustrie (door de ligging en de bestaande MKB-bedrijven), de circulaire economie (met een bovenlokale functie) en in de innovatieve luchtvaartgebonden bedrijvigheid.

Bedrijvigheid is hierbij een middel om de brede welvaart in onze regio te behouden en waar mogelijk te versterken wanneer de economische ontwikkeling en het gevraagde ruimtebeslag zich vertalen in een verhoogde productiviteit (per m2). Dit uit zich kwantitatief in het verkennen van een economische uitbreidingsopgave met een bandbreedte van 24 tot 31 ha. Hierbij hanteren wij de lokale behoefte als ondergrens. Nadere uitwerking en locatie specifiek maatwerk verklaren de bovengrens. Deze ruimte is vooral nodig voor de doorontwikkeling en de omvang van lokale en regionale MKB-bedrijven. Dit is een substantieel aandeel binnen de totale behoefte aan extra bedrijventerreinen in de regio (205 ha). Verder zien wij kansen in de schetsen voor het behoud van een toekomstbestendige agrarische sector in onze gemeente. Dat de landbouwsector zich aanpast aan de eisen van deze tijd, stimuleren wij graag. Wij zijn ervan overtuigd dat de landbouwsector en de natuurversterking samen kunnen gaan. Dit past ook binnen een consistent overheidsbeleid: gemeente Voorst als groene long en hart van de Regio Stedendriehoek. Met deze visie op onze agrarische sector zien wij een belemmering in de schetsen waarbij de grote regionale verstedelijkingsopgaven landen in de gemeente Voorst en de gemeente Voorst als stadspark fungeert.

De gemeente Voorst ziet een belemmering in grootschalige bedrijvigheid (XXL-logistiek/distributie). De gemeente Voorst levert al een substantiële bijdrage aan de regionale economische ambities. Het toevoegen van grootschalige bedrijvigheid is hierbij niet passend in relatie tot ons kleinschalige, karakteristieke en historische landschap. Het past ook niet door het dorpse karakter van het Voorster grondgebied. Door deze keuze in sturing ondersteunen wij ons MKB. Niet onbelangrijk vanwege de krapte op de arbeidsmarkt. Verder zou dit ook extra opgaven creëren voor de regionale huisvesting van arbeidsmigranten. Tot slot achten wij het niet haalbaar en wenselijk om bij elke kern bedrijvigheid toe te voegen vanwege de toename aan verkeersbewegingen. Dit gaan wij met onze samenleving verder verkennen. Participatie draagt bij aan een sterk bestuur Een sterk lokaal bestuur heeft een bestuurskracht, een ondernemende visie en een duidelijke focus. Op deze manier voeren wij een beleid dat gunstig is voor zowel de inwoners als de bedrijven op de lange termijn. Zo dragen wij bij aan de regionale, de provinciale en de nationale doelstellingen. Maatschappelijk gezien staat Voorst bekend om haar sterke sociale samenhang, zowel binnen de kernen als met de anderen binnen de gemeenschap. Deze cultuur behouden wij graag.

Hier past een bestuur met een houding van overleg en het bereiken van consensus. Om deze redenen staan wij voor een zorgvuldig participatieproces met onze inwoners. Stroomlijnen van processen Wij gaan in gesprek met onze samenleving over belangrijke waarden en doelen binnen het Programma Landelijk Gebied. Wij verwachten dat de resultaten van deze gesprekken een belangrijke rol spelen bij het verder uitwerken van de agenderende opgaven. Met het Programma Landelijk Gebied als basis, beginnen wij in 2025 met het herzien van onze omgevingsvisie. Wij zijn van plan om onze samenleving hierbij te betrekken en te werken met verschillende scenario's. Wij verwachten dat deze verschillende processen goed op elkaar worden afgestemd. Tot slot verwachten wij ook inzicht te krijgen in de ambities van andere gemeenten. Wanneer de verschillende doelen helder zijn, dan kan daarover worden gecommuniceerd om er uiteindelijk samen aan te werken. Om op die manier regionaal tot een evenwichtige en gedragen uitwerking van de contourenschets te komen.

8. Zutphen Wat spreekt aan? • Het is heel goed om een visie te ontwikkelen. Als er geen keuzes worden gemaakt dan verdwijnen de kwaliteiten van de regio. geen keuze is niks •

Aandacht voor platteland én stad (leefbare kernen en speerpunten van de steden)

Welke kansen doen zich voor? • Menging van functies, maar zuinig op groen (in stad en land). Zorg voor leefbaarheid zowel op het platteland als in de steden •

Robuust groen, kijk niet alleen naar de woningbouw, maar zeker ook naar het groen tussen de steden.

•

Landschap (bossen, rivier en landelijk gebied) geven veel kwaliteit aan de regio. Concentratie in de steden biedt kansen voor jongeren en voor voorzieningen

Welke knelpunten zien we? • Knelpunten zitten in het gebruik van ruimte, alles moet een plek krijgen en er is veel ruimte nodig voor milieu en klimaat, voor bodem en water en voor landbouw en natuur. •

De vraag is ook voor wie doen we het, na de vergroening komt de vergrijzing en uiteindelijk krimp. We willen wel jongeren binden aan de regio, maar hoe doen we dat. Het is wel het allerbelangrijkste want jongeren zorgen voor toekomst (onderwijs en werk)

•

Mobiliteit (welke keuzes en wat kan er geboden worden) is een groot knelpunt. Het kan niet met de auto (files) of de fiets (afstanden te groot) maar ook niet met de bus en de trein (te onzeker).

Welke keuzes of principes komen hieruit voort? • De voorkeur ging uit naar een mix van B en C •

A was te stedelijk (hoewel vanuit oogpunt mobiliteit wel slim)

•

B biedt de meeste kansen en past bij de regio

•

C is te beperkt, te veel naar binnen gericht, maar goed met mobiliteit als basis wordt meegenomen.

•

D was niet wenselijk want platteland loopt helemaal dicht

Rode Draad Een goede visie zorgt voor keuzes en afwegingen. De aandacht gaat daarbij niet zozeer uit naar de directe leefomgeving maar meer naar de juiste menging van mensen, wonen, werken en voorzieningen met groen, landschap en natuur.

Gemeente Apeldoorn

Regio Stedendriehoek T.a.v. Algemeen Bestuur Zutphenseweg 6 7418 AJ DEVENTER

Postadres Postbus 9033 7300 ES Apeldoorn Bezoekadres Marktplein 1 www.apeldoorn.nl KvK 08223882 T 14 055 Doorkiesnummer (055) 580 E-mailadres a.sybesma@apeldoorn.nl

Datum:

21 januari 2025

Ons kenmerk:

5574117

Uw brief d.d.: Betreft:

28 september 2024 Resultaat raadsconsultatie Contourenschets 2050: Verstedelijking in balans

Beste leden van het Algemeen Bestuur, Op 27 september 2024 heeft u de Contourenschets 2050: Verstedelijking in balans aangeboden aan de raadsleden van de acht gemeenten in Regio Stedendriehoek. De contourenschets is het resultaat van een gezamenlijke schetsoefening met vier mogelijke, van elkaar verschillende perspectieven voor de ruimtelijke inrichting van de regio. In dit proces hebben 8 gemeenten, 2 provincies en 3 waterschappen in Regio Stedendriehoek samengewerkt. U vraagt in uw brief aan de raadsleden om met elkaar te bespreken welke elementen uit de contourenschets als kansrijk en welke als belemmerend voor de ruimtelijke ontwikkeling van de regio worden gezien. Ook vraagt u de raadsleden om kenbaar te maken wat zij verder willen meegeven voor het vervolgtraject. Wij hebben de contourenschets en uw verzoek om een reactie met onze gemeenteraad besproken. Op 14 november 2024 hebben wij een technische toelichting op de contourenschets, het gevolgde proces en een het verwachte vervolgtraject gegeven. Daarna vond op 19 november 2024 de regionale raadsconferentie plaats, waar ook verscheidene raadsleden uit Apeldoorn waren. Op 12 december 2024 voerden wij een consulterend gesprek met onze gemeenteraad over de contourenschets aan de hand van de vragen uit uw brief van 27 september 2024 en de regionale raadsconferentie van 19 november 2024.

Het resultaat van het consulterende gesprek met de gemeenteraad hebben wij in de bijlage bij deze brief opgenomen. De voornaamste reacties van de raadsleden hebben wij hierin samengevat en geordend aan de hand van de vragen zoals u die in uw brief heeft gesteld. Daarnaast ontvangt u van ons het verslag van het gesprek met de raad (Politieke markt Apeldoorn) van 12 december 2024.

Behandeld door: AD Sybesma Bijlage(n): 2 Als u reageert datum en kenmerk van deze brief vermelden Is deze brief niet duidelijk geschreven? Kijk op apeldoorn.nl/duidelijk hoe u ons dat kunt laten weten.

Wij verzoeken u het resultaat van de raadsconsultatie mee te nemen bij de verdere uitwerking van het ontwikkelperspectief verstedelijking in balans. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Apeldoorn, de secretaris,

de burgemeester,

'LJLWDDORQGHUWHNHQGGRRU6\PRQH%UXLQGH RS

'LJLWDDORQGHUWHNHQGGRRU7RQ+HHUWV RS

S. de Bruin

A.J.M. Heerts

2

Als u reageert datum en kenmerk van deze brief vermelden

Raadsconferentie Regio Stedendriehoek 19 november 2024 – Verstedelijking in balans Thema ‘Vitaal landelijk gebied’ 1. Welke ‘rode draden’ zijn opgehaald met betrekking tot het benoemen van kansen? Verstedelijking · Een concentratie van verstedelijking is minder ingrijpend voor het landschap en de landbouw. Ook blijft bij een variant met een ‘geconcentreerde spreiding’ van verstedelijking ruimte beschikbaar voor natuurontwikkeling; · Kies voor het aanduiden van robuuste gebieden waarin duidelijke keuzes gemaakt zijn op het gebied van landbouw, natuur en recreatie; · Hoogbouw moet niet zodanig van omvang zijn dat dit schadelijk is voor de gezondheid. Dit zou een reden moeten zijn om te kiezen voor een beperkte hoogte; · Verstedelijking zou vorm moeten krijgen via een ‘geconcentreerde spreiding’ met een autonome groei (van kleinere kernen). Een mate van verstedelijking bij kleinere kernen is van belang voor (het behoud van) voorzieningen en daarmee voor de leefbaarheid in de kernen. Landschap en identiteit · Belang van streekeigenheid en streekeigen (landschappelijke) karakteristieken (de eigen identiteit) wordt benadrukt; · Een versterking van het cultuurlandschap is tevens een kans voor recreatie en toerisme.

Agrarisch · Van belang is dat de agrarische sector zich kan blijven ontwikkelingen vanuit het oogpunt van het behoud van de leefbaarheid van het buitengebied; · Verandering van de agrarische sector in de richting van verduurzaming (mede een rol van de agrarische sector bij de energiewinning) en biologische landbouw; · Wijs landbouw(ontwikkelings)gebieden aan – waar het primaat bij de landbouw ligt. 2. Welke ‘rode draden’ zijn opgehaald met betrekking tot het benoemen van belemmeringen? Verstedelijking · Een verspreide verstedelijking leidt tot zowel (te) veel verkeersbewegingen als een verrommeling van het landschap; Landschap en identiteit · De functies wonen en werken bij elkaar is een complexe opgave die (negatieve) effecten heeft op het landschap; · Als verstedelijking teveel geconcentreerd wordt bij de Veluwe leidt dat tot een (te) grote druk op de natuur en daarbij spelen ook beperkingen mee vanwege Natura 2000; · Het creëren van een ‘parklandschap’ past niet bij een ‘vitaal landelijk gebied’. 3. Wat wordt gemist? ·

Rond de kernen Epe en Heerde is geen verstedelijking(sopgave) opgenomen.

4. Wat wordt verder nog meegegeven (proces en inhoud)? · ·

De Regio Stedendriehoek moet geen ‘Randstad-kloon’ worden (NB: dit werd verder niet toegelicht); Het belang van het hanteren van het ordeningsprincipe ‘water en bodem sturend’ wordt nadrukkelijk onderschreven;

· ·

Behoud de regionale identiteit en ga zorgvuldig met de (streek)eigen landschappelijke kwaliteiten en karakteristieken om. Kijk naar vormen van ruilverkaveling ten behoeve van zowel Natura 2000 gebieden als gebieden waar het primaat bij de landbouw ligt (uitwisselen van gronden voor functies natuur en landbouw, zodat zowel natuur als agrariërs toekomst hebben – NB: gronden die worden gebruikt als ‘natuur’ in gebieden met primaat landbouw worden geruild tegen gronden die worden gebruikt als ‘landbouw’ in of nabij Natura 2000 gebieden).

– (Contourenschets 2050 - Verstedelijking in balans Stedendriehoek) Voorzitter:

Chris Schouten

Raadsadviseur: Notulist:

Harro Visser Géke de Ruiter

Onderwerp:

Verslag ‘Contourenschets 2050 - Verstedelijking in balans Stedendriehoek’

Datum: 12 december 2024 Tijdstip: 19.00 uur Plaats: Raadsplein Aanwezig: - Raadsfracties: (GroenLinks) Dieuwke de Boer, (ChristenUnie) Willeke de Jager, (VVD) Soler Berk, (CDA) Martin Fransen, (PvdA) Ellen Nab, (Lokaal Apeldoorn) Sedat Yildirim, (SGP) Matthias Bunt, (PvdD) Arjan Groters, (D66) Bouwien ten Bokum, (WijApeldoorn) Lilian Haak, (50Plus) Sjanie Donker en (Beter voor Apeldoorn) Vivian Oosterhoff - Portefeuillehouder: Peter Messerschmidt - Ambtelijke organisatie: Auke Sybesma - Afwezig: SP - Insprekers: De heer Buizerd spreekt in namens Klarenbeeks Belang. De contourenschets geeft de omgeving in een dusdanige vaagheid weer dat het moeilijk is om er vat op te krijgen. Als gebiedsparticipant wordt op deze manier weinig informatie ontleend. Het is jammer dat de juiste informatie om de juiste afweging te kunnen maken ontbreekt. Deze moet wel geleverd worden omdat men anders niet in het proces verder komt. Er is interesse in wat het met de omliggende dorpen doet. Al het grondbeslag gaat t.k.v. agrarische ondernemingen. De vraag wordt gesteld aan agrariërs om te extensiveren maar hier wordt de grond die daarvoor nodig is weg gehaald. In gebied de Hooilanden wonen verschillende agrarische ondernemers die door willen met hun bedrijf. Hun plannen worden ter discussie gesteld. Klarenbeek betreurt deze ontwikkeling.

Ze wil de raad in overweging meegeven om te garanderen dat na invulling van Beekbergsebroek, Klarenbeek gevrijwaard wordt van woningbouw en andere ontwikkelingen met groot grondbeslag. Breng de Hooilanden niet in isolement en laat de tunnels voor auto’s open. De heer Barends spreekt in namens de Gelderse PSP’92. De regio Stedendriehoek heeft zichzelf opnieuw uitgevonden. Het is goed dat Apeldoorn, Deventer en Zutphen met elkaar verbonden worden en dat er gekeken wordt naar een Daily Urban System. Kijk hierbij ook naar de andere regio’s om in een goede manier verbonden te zijn. De vraag is wat de stip op de horizon is. Het is belangrijk om de inspraak die hier neergelegd wordt te delen met de andere gemeenteraden en bij het algemeen bestuur van de regio Stedendriehoek zodat alle gemeenten in één keer benaderd zijn. Daarnaast wordt de wens neergelegd richting de Stedendriehoek om na te denken over waar de inspraak zit in de agendacommissie in het algemeen bestuur. Opening / doel bijeenkomst De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Het doel is dat de raad de raadsbrief 26 november 2024 ‘Consultatie Contourenschets 2050 Verstedelijking in balans’ bespreekt en ingaat op de vier daarin opgenomen perspectieven aan de hand van de vier gesprekspunten.

Inbreng raadsfracties (WijApeldoorn) Lilian Haak merkt op dat schets A erg dominant is, schets B wel erg groot is, schets C wat evenwichtiger voelt en schets D een gevoel van onrust geeft. Grens ontkennend werken. De dieren kennen geen grens ontkennend werken. Het is belangrijk te gaan kijken naar de samenwerking over de gemeentegrenzen heen. De zorg zit bij de kleine kernen/de dorpen waar we elkaar raken. Daar ontstaat vaak de problematiek. Het geeft aan de andere kant ook kansen op het gebied van de PMA d.d. 12 december 2024, verslag vergadering ‘Contourenschets 2050 - Verstedelijking in balans Stedendriehoek’, pagina 1 van 3

woningbouw door bijvoorbeeld samen een nieuw dorp bij te bouwen en hierbij de lessen uit het verleden mee te nemen. Het advies wordt meegegeven om het bouwen in de steden niet te groot te maken om zo rekening te houden met de flora en fauna en de mens niet alle ruimte te geven. (VVD) Soler Berk is van mening dat we goed moeten gaan nadenken over hoe we alle verschillende schoonheden en verschillende dorpen meer met elkaar verbinden. Hoe gaan we gezamenlijk de puzzel leggen dat de kracht van de regio een goede plek krijgt. Vanuit dat perspectief is voor elke schets iets te zeggen en tegelijkertijd is het belangrijk te kijken of we met de andere steden in de regio afspraken gaan maken. Wat betekent het voor het ondernemerschap, de concurrentiepositie, de verbindingen in het openbaar vervoer, zodat we ook kunnen genieten van wat de regio te bieden heeft? De entiteit van de regio willen we behouden en hoe maak je daar goede afspraken over? De fractie is er nog niet over uit welke schets de voorkeur heeft. (ChristenUnie) Willeke de Jager wil niet alleen vanuit een fysieke, technische bril kijken maar ook vanuit de sociaal maatschappelijke opgave die er ligt. De vraag hoe verkleinen/vergroten we hiermee de verschillen tussen de inwoners in onze stedendriehoek, moeten we meenemen.

Als je kijkt tussen schets D met het verschil tussen dorpen en stad of schets A, dan zegt dat wel iets over de verhouding qua leefbaarheid. Hoe verkleinen we eenzaamheid, hoe zorgen we voor meer verbinding tussen inwoners? Er zijn lessen te leren vanuit het verleden als het gaat om het centreren van woningbouw in korte tijd qua leefbaarheid. Schets C heeft sterke punten zoals het OV om daarin te investeren gezien de verduurzaming. Gelet op de woningbouw, met daarin spreiden en balans is belangrijk. Dan is schets D heel fragmentarisch. We moeten de leefbaarheid van de kleinere kernen in het oog houden. Schets A heeft dat niet in zich. Schets B en C geven een aantal mooie componenten met spreiding, bouwen en OV. (PvdD) Arjan Groters vindt dat de aandacht voor de dieren in de schetsen wordt gemist. Er moet goed nagedacht worden over ecologische verbindingen. In schets A staan ze wel voldoende maar in de andere drie niet. De IJssel krijgt in de toekomst structureel meer water te verwerken gezien de keuzes die landelijk worden gemaakt en incidenteel door klimaatverandering. Er moet voldoende ruimte zijn voor de rivier. De partij is content met de aandacht voor het OV in de meeste schetsen. De nieuwe stations zijn ingetekend tussen Zutphen en Deventer. Die kansen liggen er ook tussen Apeldoorn en Zutphen. De Ecofactorij wordt uitgebreid.

Maak daar een station en bij de Hoven in Zutphen. Spoorboekloos rijden is wat zijn fractie betreft het ideaalbeeld. De partij heeft het meeste gevoel bij schets C door het concentreren bij de bebouwing. Bij schets A zijn nu twee ICE-stations, wellicht is één genoeg. Dan wordt het waarschijnlijk Deventer gezien de ligging. (CDA) Martin Fransen vraagt aandacht voor de afstemming in de regio, hoe we de samenleving gaan meenemen. Regionale samenwerking biedt kansen om bijvoorbeeld werk te maken van mobiliteit. We trekken op met het rijk en andere overheden. De partij vindt concentratie heel belangrijk zodat je daaromheen ruimte vrijhoudt voor landbouw, natuurontwikkeling en landschapsontwikkeling. Dit zie je terug in schets A en C. Schets A is wel heel stedelijk en daarmee neigt de partij naar schets C. Als je de kern van schets C kunt verbinden met de taal van schets D dan komt het in de juiste richting. Wat is de kracht van de omgevingsvisie? Het is de kracht van de koppeling van het sociaal fundament en fysiek fundament. Dat moeten we ook in de regio gaan doen. De partij is benieuwd naar de verstedelijkingstrategie. Hoe gaan we ook financieel zorgen dat dit haalbaar wordt? (SGP) Matthias Bunt vindt het van belang dat de unieke karakters behouden blijven. De partij is een voorstander de verstedelijking redelijk te concentreren zodat er ruimte overblijft voor de landbouw.

Voorstander om de dorpen langzaam te laten groeien en te zorgen voor goede bereikbaarheid van het OV. Schets C ziet er goed uit. De auto en de wegen moeten we niet laten ondersneeuwen. Aandacht houden voor een gezond platteland. Er wordt in een aantal scenario’s gesproken over een park in het midden van de steden, dit is niet persé nodig als dit ten koste gaat van de landbouw. (GroenLinks) Dieuwke de Boer vindt dat 2050 ver weg ligt, maar dat dit genoeg tijd geeft om naar het belangrijkste vervoermiddel het OV toe te werken. Dit zie je het meest bij schets C met het spoorboekloze reizen. Bij de eerste drie schetsen zie je veel aandacht voor natuur en klimaat. Dat is belangrijk. PMA d.d. 12 december 2024, verslag vergadering ‘Contourenschets 2050 - Verstedelijking in balans Stedendriehoek’, pagina 2 van 3

Daarnaast moet er aandacht zijn voor de IJssel om die een grote rol te geven in de ontwikkeling. Bij alle schetsen staan hartjes als vitale kernen. Het is heel belangrijk hierin te blijven investeren op basis van bepaalde voorzieningen. Er is steun om het samen te doen in het bouwen maar ook in de brede welvaart, de maatschappelijk sociale uitdagingen en de toekomstige leefbaarheid. (D66) Bouwien ten Bokum wil een aantal punten benoemen over het kaartbeeld, de compacte stad en welke gemeenschap willen we zijn over de mobiliteitsassen. De opmerking over grens ontkennend welke is genoemd, vindt de partij helemaal niet grens ontkennend, omdat er op het kaartbeeld niet verder gekeken wordt dan de grens van de opgave. De lijnen van de IJsselvallei zijn wel in kaart gebracht maar minder de verbindingen naar het achterland zoals Winterswijk, Duitsland, Zwolle en Arnhem. De partij staat voor een duurzame, inclusieve en rechtvaardige regio. We maken geen stad of dorp maar we maken gemeenschappen. De partij gaat voor de modellen in schetsen A en C. De steden hebben verschillende posities t.o.v. elkaar, daar waar een natuurlijke verbinding zit, zoals bij de A1 tussen Apeldoorn en Deventer is het vanzelfsprekend om die verbinding te maken. Kijk ook naar de zonet genoemde lijn A50. Uitbreiden naar de oostkant is een logische gezien het feit dat de spoorlijn daar loopt.

Kijk naar welke woonmilieus je wilt toevoegen en aanvullend moet zijn. Welke regio willen we zijn, welk profiel willen we zijn, hoe onderscheiden we ons, waar blinken we in uit etc.? (PvdA) Ellen Nab vindt het mooi te horen dat naast dat het OV en de auto voor mobiliteit wordt genoemd, ook de fiets wordt genoemd. Een fietssnelweg tussen de verschillende steden is een prima oplossing. Belangrijk om de samenleving erbij te betrekken en de regionale identiteit voor Apeldoorn en de dorpen eromheen niet kwijt te raken. Bij het gespreid en divers bouwen niet alleen richten op de grote kernen maar ook denken aan de dorpen. De partij wil graag aansluiten hetgeen is gezegd door GroenLinks over de biodiversiteit. (Beter voor Apeldoorn) Vivan Oosterhoff is geen voorstander van de enorme aantallen die genoemd worden en sluit zich aan bij de woorden van de SGP aangaande de parken. Het gaat om het agrarisch landschap waar aandacht voor moet blijven en ook voor de bereikbaarheid per auto. Schets D valt sowieso af, de partij neigt ook meer naar schets A en C. Heeft ook te maken met dat de landschappen zoals in de Achterhoek en de IJsselvallei behouden blijven. De partij waardeert het te lezen dat er aandacht is voor de bereikbaarheid van de drie kernen ook met het OV. (Lokaal Apeldoorn) Sedat Yildirim is blij met het proces zoals het nu gaat en is gecharmeerd van de schetsen A en C.

Laten we de regionale samenwerking erkennen, want daar kunnen veel voordelen uit gehaald worden. (50Plus) Sjanie Donker vult aan dat in Brummen veel is gezegd over mobiliteit, maar ook over de bouwvolume en de beschikbare grond in combinatie met wonen, bedrijven, landbouw en natuurbehoud. Dat maakt dat alle plannen iets aan kwaliteit moeten zullen inbinden als je wilt doen wat er in de planning staat. Het volume met zoveel woningen gaat ook gepaard met een grotere behoefte aan watervoorziening. Daar moet goed aandacht voor zijn. Reactie van de portefeuillehouder De wethouder dankt iedereen voor alle inbreng en merkt dat het bij iedereen goed leeft. Met de volgende doelgroepen wordt hieraan gewerkt: het rijk, de twee provincies Gelderland en Overijssel, de drie waterschappen en de acht gemeentes. We zijn bij het onderwijs, de bedrijven, het Strategic Board langs geweest en de raad heeft de bijeenkomst in Brummen bijgewoond. De coöperaties zijn gevraagd hun mening te geven over het totaal en er komen nog sessies met de jeugd. Daarna gaan we met de inwoners in gesprek. In de planning staat dat het een commitment is voor de komende drie jaar waar het rijk zich in de contournota in de stedendriehoek zich toe verplicht heeft. We kijken nadrukkelijk naar de gebieden om ons heen.

De voorzitter concludeert dat de Contourenschets 2050 – Verstedelijking in Balans Stedendriehoek voldoende is besproken. De voorzitter dankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering om 20.00 uur. PMA d.d. 12 december 2024, verslag vergadering ‘Contourenschets 2050 - Verstedelijking in balans Stedendriehoek’, pagina 3 van 3

Gemeenteraad van Brummen Consultatie Contourenschets Regio Stedendriehoek Input consultatie per fractie PvdA - Contourenschets regio Gevraagde input vanuit de raad: • Welke elementen uit de Contourenschets ziet u als kansrijk en welke als belemmerend voor de ruimtelijke ontwikkeling van de regio richting 2050? • Wat wilt u verder nog meegeven voor het vervolgtraject? Kansrijke elementen zijn volgens de PvdA: - Daily urban system: wij denken dat we voor een oriëntatie moeten gaan, waarbij de gerichtheid interregionaal is. Dat is nu ook al zo, onze inwoners werken regelmatig op grotere afstand en hebben ook hun sociale verbanden zowel binnen als buiten de regio. -scenario A bevat wat ons betreft veel goede elementen, zoals veel ruimte voor natuur. - Brummen (en Voorst) als het groene hart ligt voor de hand en is ruimtelijk gezien een goede keuze. -Balans is inderdaad juiste woord (wonen, werken en recreëren) Elementen waar wij aandacht voor willen vragen (misschien niet allemaal belemmerend, maar meer aandachtspunten): - OV uitbreiding, zodat je makkelijker in de kernsteden Apeldoorn en Zutphen kan komen, is misschien niet zo gemakkelijk te realiseren. - we zullen ook rekening moeten houden met de aangrenzende regio’s. Voor de ruimtelijke invulling vraagt dit ook afstemming met de omgeving van de regio. - water en bodemsturend is een belangrijk principe.

De (technische) mogelijkheden om water en natuur te managen zijn eindig, de maakbaarheid van de ruimte kent zijn grenzen. - een groen hart betekent voor Brummen een beheerste bevolkingsgroei. Daarbij het accent leggen op jonge mensen als tegenwicht voor vergrijzing klinkt logisch. Hoe kunnen wij zorgen dat er meer jonge mensen in onze gemeente kunnen komen wonen? Dit is waarschijnlijk het meest gelinkt aan beschikbare woningen en behouden van basisvoorzieningen, bepaalde voorzieningen (ziekenhuizen, winkelgebied) kunnen wij in de grote steden terugvinden. Daarnaast richten ook andere gemeenten zich op deze leeftijdsgroep, dus hoe voorkom je vervelende concurrentie? Wat wij willen meegeven voor het vervolgtraject: · In 2025 worden inwoners geconsulteerd. Hoe komen we tot een juiste weging van de resultaten? De stemmen vanuit de dorpen zullen in aantal minder zijn dan de stemmen uit de steden. En de ene stad/dorp kan een visie hebben die niet aansluit bij de andere stad/dorp. · De nieuwe raad wordt begin/medio 2026 geconsulteerd en besluit eind 2026. Dat zal voor nieuwe raadsleden een uitdaging zijn, want dit is een abstract en groot dossier.

VVD - Contourenschets 2050 De volgende aandachtspunten worden meegegeven: · Onze voorkeur gaat uit naar een organische groei, dus vanuit bestaande steden en dorpen, zoals die historisch gezien ook heeft plaatsgevonden. · Als meest kansrijk zien wij daarom een combinatie van de schetsen C en D: een concentratie in 3 steden en van gespreide bebouwing in de overige kernen; voor wat betreft de infrastructurele ontwikkeling kan daarbij B betrokken worden. · Een belemmering zou het gebied tussen Veluwe en IJssel kunnen zijn, maar tegelijk is het ook een kans: vorm een stevige overgang tussen Veluwe en IJssel met Brummen en Voorst door de creatie van Voorsterlanden en/of IJssellanden.

CDA - De contourenschets van CDA Brummen-Eerbeek in de regio Stedendriehoek 2050 De gemeente Brummen is de meest zuidelijk liggende kleine gemeente van de regio Stedendriehoek, grenzend aan de Veluwe. En wordt gekenmerkt als volgt: ‘Groen hart, hechte gemeenschappen, landgoederen’ (kaartje blz 4). De basis van onze visie is schets B uit de Contourenschets 2050, waarbij o.i. de gemeente Brummen voornamelijk een landschappelijke functie heeft. Wij denken dat op landelijk niveau: - de Stedendriehoek Deventer-Zutphen-Apeldoorn het middelpunt is van drie verschillende landschapstypes in het midden van het land. Met het Driestrekenpark Voorsterlanden als natuurlijk centrum. - nadrukkelijk rekening gehouden moet worden met meer ruimte voor rivieren in belang van het waterbeheer van Nederland. In het bijzonder krijgen de IJssel (IJsselvallei) en de Waal een grotere rol in ons rivierenland. Zie het nieuw opgestarte programma Ruimte voor de rivier 2.0, als opvolger van Ruimte voor de rivier, van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. - de west-oost verbinding in ons land voor belangrijke toekomstige mobiliteitsverbindingen in Europa belangrijk is en een plek moet krijgen. Dit is regio-overstijgend en wij zien een passend voorstel hiervoor graag meegenomen in scenario B. Op regionaal niveau Stedendriehoek betekent dit o.i.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15646011/1