CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-425 Bijlage B3 Raadsconsultaties Contourenschets (najaar 2024)

Hamerraad 25 juni 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Jaarstukken 2024 en begroting 2026 Regio Stedendriehoek29.412 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het college zal de door u ingebrachte punten gewogen mee gaan nemen. En dat, natuurlijk kan ik daar op dit moment kan ik inhoudelijk geen uitspraken doen wat van nou wel of niet in de uitwerking van de contourenschets komt. Maar dat hoeft wat ons betreft op dit moment ook nog niet. Het belangrijkste in deze fase is op te halen wat de aandachtspunten zijn voor het vervolgproces, voorzitter, zodat er tijdig inzicht is in welke dilemma's er spelen en dan oprecht liever nu dan achteraf. Ik heb een aantal zaken gehoord. Fractie van de Partij van de Arbeid over het Utrechtse verhaal. Voorzitter, dat is echt als inspiratie gebruikt om de mengvormen tussen wonen en werken te illustreren. Dus u moet er dan misschien niet zwaarder aan tillen. Ik snap uw punt overigens, maar dit is wel wat er achter zit. De planning, het is al even genoemd. Daar wordt, ik ben net ingefluisterd, morgen weer aan gewerkt. En ik kom daar echt, ook die opmerking heb ik vaak gehoord, ik kom op tijd naar uw raad, voorzitter, om met u te bespreken wat er te bespreken valt. Maar ik ben oprecht heel erg blij met de input die u mij hier vanavond gegeven heeft. En ik kijk nu even met een schuin oog naar de griffie. Wij gaan waarschijnlijk ook uw input gewoon krijgen? Ja, fijn. Dank u wel. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De griffie werkt voor de gemeenteraad en die kan u zeker, die delen alles.

Dus laten we vooral zoveel mogelijk met elkaar delen. Dat was volgens mij de oproep ook. Maar kunt u in grote lijnen, u heeft hele grote lijnen gegeven, wat u mee gaat nemen. Want met name op de eerste vraag zijn er wel wat kansen en belemmeringen gegeven. En wat gaat u daaraan meegeven? De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Ik heb een aantal zaken opgeschreven. Het is te vroeg om te kiezen. Is de benadering van scenario's niet een te plat iets? De brede welvaart is een aantal keren genoemd. Wel of geen bypass. Cruciale keuzes. De mobiliteit heb ik al even benoemd. Belemmeringen. Maar ook dat kansrijk ruimtelijke

22 kwaliteit. Maar we moeten ook de gemeente binnen de Stedendriehoek en de kernen die we al zijn moeten we goed bewaken. Het is een hele lijst, voorzitter. De brug heb ik meerdere keren opgeschreven. Inderdaad dat moet niet gekoppeld zijn aan Stadsland, maar die moet ook breder meegenomen worden. Ik heb heel veel gehoord. Dus maakt u zich oprecht geen zorgen. We nemen het allemaal mee. Dank u wel. De voorzitter: En alles zal ook weer gepubliceerd worden in ons raadsinformatiesysteem. Mevrouw Zieverink wilde nog iets zeggen en mevrouw Schuiling. Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Ja, ik hoorde de portefeuillehouder in zijn reactie iets zeggen over gewogen meenemen. Ik was heel erg benieuwd wat daarmee wordt bedoeld en of dat dan ook met ons wordt gedeeld? De voorzitter: Mijnheer Wijnhoud, hoe weegt u wat? De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Ja, wat ik met gewogen meenemen bedoel is dat we natuurlijk alle opmerkingen gehoord hebben. En zoals u weet hoe dat gaat, wordt niet alles één op één meegenomen. Maar we zullen daar, daar moet u echt op vertrouwen, dat het college daar de juiste dingen uit ophaalt. En dat wordt inderdaad, zoals het ook gebruikelijk is, niet apart met u gedeeld. Ik kom terug bij uw raad wanneer we over dit onderwerp weer verder gaan praten. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter.

Voor onze fractie, voorzitter, voelt dat toch een beetje als dat het college bepaalt wat wel of niet mee wordt genomen vanuit de raad. Ik zou het heel erg op prijs stellen als het college nog wel kan delen op een later moment wat er dan wel of niet mee is genomen naar de regio. De voorzitter: Mijnheer Wijnhoud, of we uw weegschaal mogen zien. De heer Wijnhoud: Wat zegt u? De voorzitter: Of wij uw weegschaal mogen zien. De heer Wijnhoud: Ik ben bezig, dus nog even niet. Maar daar kunnen we het op een ander moment over hebben. Ik kijk even naar links, maar we kunnen dat met u delen. Dan komt waarschijnlijk de vervolgvraag wanneer we dat gaan delen. De voorzitter: Ik neem aan voordat u die input gaat leveren. De heer Wijnhoud: Voordat we de input inderdaad, dank u. En er komen meerdere sessies, dank u. De voorzitter: Goed, mevrouw Schuiling. Mevrouw Schuiling: In het raadsinformatiesysteem staat dat de gemeente Voorst een raadsvoorstel hierover heeft gemaakt. Krijgen wij ook een raadsvoorstel of kan de portefeuillehouder daar wat meer over vertellen? De voorzitter: Ik hoor van de griffie dat de gemeente Voorst zelf een notitie heeft opgesteld. En dat is iets anders dan wat hier voor ligt. En dat is puur consultatie naar aanleiding van de contourenschets. Dus wij hoeven geen besluit te nemen. We geven alleen heel veel mee.

De voorzitter: Nog mevrouw Schuiling, nog meer? Mevrouw Schuiling: Maar kan er een raadsvoorstel komen of zijn we zo in dat proces dat het niet meer mogelijk is? En was een consulterende sessie het hoogst mogelijke dat we nu konden doen?

23 De voorzitter: Mijnheer Wijnhoud, legt u het uit. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Het is op dit moment daar nog echt veel te vroeg voor. Dat is wederom het eerlijke antwoord. En zodra het nodig is, dan zullen we wel dan niet, maar dat wordt dan tegen die tijd wel duidelijk. Maar nu is het antwoord daarop helaas nee. Dank u. De voorzitter: Hebben we zo alles met elkaar besproken? Dan hebben we het bijna binnen de tijd gered zelfs. Er zijn twee toezeggingen gedaan door de wethouder. De vragen over het termijn van de ontwikkelperspectief. Een planning wordt vastgesteld over het ontwikkelperspectief. En de rol van de gemeenteraad hierin. En die krijgt u schriftelijk. En het college deelt ook schriftelijk wat gedaan gaat worden met alle input die u nu gegeven heeft. En de termijn, ik neem aan dat dat voor eind december is. Ik kijk eventjes toch wel om het toch wat SMART’er te krijgen. De heer Wijnhoud: Voorzitter, kunnen we voor de zekerheid Q1 2025 afspreken? De voorzitter: Ik neem aan dat u, voordat u teruggaat in de regio, dat u dat moet weten. Dus in ieder geval… De heer Wijnhoud: Zo snel mogelijk. De voorzitter: Zo snel mogelijk en met een uitloop naar het eerste kwartaal van volgend jaar. Goed, dan dank ik u allen hartelijk. En het volgende overleg hier is de ondersteuning lokale energie-initiatieven. En dat is ook weer een consulterende sessie.

Dus u wordt goed op de proef gesteld. Fijne avond.

! "

#

$

% % '

%

!" # " "

# # %

!

! )

(

*+

& !

$$ "

#

% %

$

* , -

(

%

*,*+

& "

#.

( /

'

0

'

"

(

0-+

'

+

' # '

1

#,

+

) % !!

* # $, +&

%

2

!

,

#,

$

#

+

'

*+ 2

'

'

3

4

2

#

+

2

.

/

% #

/

5

6 # !!

!

2 5

#! +

#

, + +#

#

! 7#

2 , #

'

2 7 +

5

2 5

)

% 1 # 9

+' 5

&

+ +#

0

7 5

(

8

5 9

# +

1/

#

# 5

2

2 #! 7%

5

# !!

2 5 # !7 7# 2

5 ,!

7

+: ! 5

!

# !

+ '

5 7

#

5

5

7 3 5

' #

!

7

+ + + 7

2

5

#

;

+

(

*,4, 5 <: # ! <%

; 6

>

7 2

5

& 3 =%

5

;

!

!

! +

,

+?

+A

! '

, 7 +

!#

+?

# #

+

( %

07 4,

8 4,9

07

# 2

,

# !7

# !

&

! 5 @#

# !!

5

# ! +4 %

,! !

!

!

,

-

,!

,!

!+

4 #

'

6

2

#

%

$

2 +

'

BC5 +

84

+

78

5 !

!

?

5

2

B-

5 !! !

2

2

+

D& 5 ,2

C 5

+ "

#

!

2

: '

173

#

5 D&

#

!

! !

+ !

,

# 0

'

!

!

!

!

5

0

%

:

;;<2 7

# 0+ .

#

! #

9

# #

+ 4

"

2 E 2 # !! 2

2 #

+ !

! 2

00)

! 4

2 7

5 !

// 22

2

,!

#

+ !

#

+

,

# 0

'

#, #, 00) 4

5

00

%

:

;+$2 7

# 0+

.

#

! #

+

9 4

#

2

2 # !! 2

! 2

0 /

2 ! 4

#,

#, 0 /4 2 7

9E 5

!

+

1

! ! '

, !

# 5

0

0

%

;=2

# 0+

.

# ?

+

! # 0 7% E # 0 7% 0 8 F0 2 ?A

#

? 1 + ?0 -? 5

*$+."> +

#, #,

#

0-8 38 )

#,

E 1+

?

C

!

+

,

# 0

'

01

!

5

%

;,0;*2 7

# 0+ .

# #

4

E

+

6 1 +4F4 3 6 5 > 18 -80 #, 1+ '2 # ,! , ! , ! ! # #+ 6 + ? C

0 80 7 4 E 0 0 8 F0 2 ?A E 9& # 4 # # ! 9 +

*$+."> +

!

,

0

'

8 2 5

!

9.

! 5

5 0-

0+03

%

!

03

22

#

5

6

!

# 0

'

* 0 80 7

6

+

7 >

5

+ +-,

3

2

> +

!

Betreft: Consultatie Consultatienota ‘Contourenschets 2050 – Verstedelijking in Balans’ Geacht college, Zoals aangekondigd kon ik tijdens de commissievergadering geen reactie geven op de contourenschets, aangezien ik op datzelfde moment voorzitter was van de commissie Maatschappij & Bestuur. Hierbij deel ik alsnog mijn reactie, zoals eerder toegezegd. Vooraf wil ik mijn complimenten geven aan de Stedendriehoek voor de goed georganiseerde bijeenkomst over dit onderwerp. Het evenement was informatief en verhelderend. Persoonlijk betreur ik het dat er vanuit de raad, op dhr. Oortgiesen, dhr. Boon en ondergetekende na, geen andere fracties vanuit Epe vertegenwoordigd waren temeer omdat het een waardevolle en goed bezochte bijeenkomst was. De Contourenschets 2050 – Verstedelijking in Balans schetst een toekomstvisie voor de samenwerkende gemeenten, waaronder de gemeente Epe. De schets zegt zicht te richten op een balans tussen stedelijke groei en het behoud van natuur, landschap en leefbaarheid. Tegelijkertijd worden uitdagingen benoemd, zoals vergrijzing, druk op voorzieningen en ruimtelijke conflicten. Er zijn vier scenario’s uitgewerkt in de schets. Vooraf: Wij zijn van mening dat het niet aan ons is om te bepalen of andere gemeenten, zoals bijvoorbeeld de gemeente Lochem, fors moeten groeien; dat besluit of die richting is aan hen.

Wel willen we vanuit ons perspectief aangeven wat voor ons van belang is. Enkele scenario’s lijken te sturen richting een soort metropool met drie à vier sterke steden. Mocht het die kant op gaan, dan achten wij een zeer goede aansluiting van openbaar vervoer en wegen voor onze gemeente cruciaal. Algemeen: Naar onze opvatting is de focus teveel op de Stedendriehoek (Apeldoorn, Deventer en Zutphen) en de zuidelijke kant. Het ontbreekt op een visie aan de noordelijke kant van de Stedendriehoek. Hierbij denken we bijv. aan mobiliteit waarbij naast de corridor A50 ook de (aansluiting op) A28 en bijv. een OV verbinding richting Nunspeet -Zwolle aandacht zou moeten krijgen. Algemeen gezegd verdiend de gehele mobiliteit (fiets/ OV/ auto) richting de steden veel meer aandacht in de contourschets, met name gedacht vanuit de dorpen binnen de Stedendriehoek. De gedachte daarachter is dat je daarmee de leefbaarheid van de dorpen ook voor de langere termijn kan waarborgen. Uit ervaring vanuit het verleden weten dat OV binnen en tussen de steden vaak redelijk goed geregeld wordt maar de aansluitingen naar de omliggende gebieden ontbreekt. Dat zouden we moeten voorkomen. De schets benadrukt, naar ons idee terecht, de samenwerking tussen gemeenten, inwoners en de regio om een toekomstbestendige en aantrekkelijke leefomgeving te creëren.

Wij vragen ons echter af waarom inwoners niet actief worden geconsulteerd in dit proces. Wij verzoeken het college dit aspect mee te nemen. Verder constateren wij dat het thema ‘ruimte voor water’ in de schets niet volledig is uitgewerkt of zichtbaar is gemaakt. Gezien het belang van dit onderwerp in de komende 50 jaar pleiten wij ervoor dit thema een prominentere plek te geven in de contourenschets. Naast bovenstaande willen wij meegeven om vooral aandacht te hebben bij de verdere uitwerkingen op:

· · · · · ·

Bereikbaarheid Duurzaamheid; Klimaatadaptatie; Vasthouden aan het principe: Water en bodem sturend Het behoud van het open en bosrijke karakter van de buitengebieden. Het behoud van voorzieningen in de dorpskernen.

Met deze focuspunten behouden we -naar onze opvatting- de gemeente aantrekkelijk voor zowel bewoners als recreanten. Wij zijn van mening dat verdere verstedelijking buiten de dorpscentra niet wenselijk is. Wij stellen voor dit onderwerp in de raad of commissie te bespreken, zodat het college gerichte input kan meenemen in de overleggen over de contourschets en de uitwerking daarvan. We verzoeken het college om hiervoor het initiatief te nemen. Graag ontvangen wij een reactie.

Alvast dank voor de reactie,

Joost Boermans fractievoorzitter

Weergave opiniërende bespreking contourenschets Stedendriehoek raadscommissie Heerde Datum 25-11-2024

Tijdens de vergadering van de raadscommissie van 25 november 2024 is gesproken over de coutourenschets van de regio Stedendriehoek. Ter voorbereiding op deze ‘opiniërende’ bespreking heeft het college een zogeheten discussienota aangeboden aan de raadscommissie. In deze discussienota heeft het college de te beantwoorden vragen voor de commissie opgenomen. Daarnaast is in de discussienota een aantal overwegingen opgenomen, die voor de leden van de raadscommissie nuttig kunnen zijn voor het te voeren gesprek en de te leveren input. Deze discussienota is bij dit document gevoegd (bijlage 1). In de discussienota stonden de volgende vragen centraal: 1. Welke elementen uit de Contourenschets ziet u als kansrijk en welke als belemmerend voor de ruimtelijke ontwikkeling van de regio richting 2050? Dit zowel op het niveau van de gekozen aanpak als op het niveau van de concrete inhoudelijke opgaven? 2. Wat wilt u verder nog meegeven voor het vervolgtraject? Hieronder in de gespreksweergave is allereerst een algemeen beeld van het gesprek (en de conclusies daaruit) geschetst, ook verwoord door de voorzitter in de vergaderen. Vervolgens is de inbreng per fractie puntsgewijs opgenomen. Gespreksweergave Algemeen beeld (mede verwoord door de voorzitter) - Groei van Heerde en haar dorpen moet kunnen, maar wel in balans.

Daarbij geeft de raadscommissie een aantal aandachtspunten mee: o Groei moet evenredig zijn o Behoud de eigenheid van de gemeente en haar dorpen o Behoud het dorpse karakter, waarbij de verschillende kernen niet aan elkaar moeten groeien. Er moet een groene buffer blijven en voldoende ruimte voor bijvoorbeeld natuur en landbouw (Veluwe en IJssel). Zo blijft Heerde een aantrekkelijke gemeente, ook voor de mensen uit de steden die hier op bezoek komen. - De raadscommissie vindt de omgevingsvisie – zoals ook verwoord in de discussienota – een belangrijk uitgangspunt voor de inbreng in de regio bij het vervolgproces. - Voor het vervolgtraject geeft de raadscommissie mee dat het van belang is dat alle relevante partijen worden betrokken. Heb hierbij ook aandacht voor participatie van inwoners; het is van belang dat deze in alle gemeenten op (ongeveer) dezelfde manier wordt georganiseerd omdat het een ontwikkeling van de hele regio betreft.

Inbreng van de fracties (eerste en tweede termijn)

Inbreng eerste termijn

Fractie CDA

-

-

-

D66/GL

-

-

-

-

-

PvdA

2/4

-

De gemeente Heerde heeft een rijke omgeving. Een idyllische plek tussen veluwe en IJssel. We hebben een leefbare gemeente met goede voorzieningen. Dat willen we graag zo houden. We zijn trots op onze kwaliteiten, zoals ook beschreven in onze omgevingsvisie. Door onze ligging en houding zijn we ook de verbinding van de regio met de regio Zwolle. Daar moet in deze ontwikkeling ook aandacht voor zijn. Samenwerking in beide regio’s is van groot belang, ook om de gemeente bereikbaar en leefbaar te houden. Tegelijkertijd moeten we niet afhankelijk worden van de grotere steden. De gemeenschap met haar eigenheid is van groot belang: daarom is behoud van voorzieningen en onze leefomgeving belangrijk. We hebben daarbij een forse woningopgave (ook nodig om de voorzieningen te behouden), waarbij er aandacht moet blijven voor het dorpse karakter. Aandacht voor (het behoud van) agrarische activiteiten. Het nemen van de omgevingsvisie als uitgangspunt voor inbreng in de regio is een goed uitgangspunt. Bij de uitwerking van omgevingsplannen wordt dat concreter. Dat zal ook de inbreng in de regio concreter maken. Aandacht voor goede bereikbaarheid en mobiliteit, volgens het STOMP principe. In een vergrijzende samenleving ook aandacht voor passend OV en bereikbaarheid met de auto. Zet in op ontwikkeling F50. Denk bij nieuwbouwplannen eerst goed na over het organiseren van het verkeer.

De contourenschets geeft een mooi beeld, met een goed evenwicht tussen de verschillende opgaven voor de regio. We hoeven geen keuze uit één van de schetsen te maken, maar de fractie ziet vooral iets in de verstedelijking rond de drie grotere steden. Heb bij ontwikkelingen oog voor innovatie. Geen vervuilende industrie die veel ruimte in beslag neemt. IJsselgebied is belangrijk voor Heerde. Behoud de ruimte voor water, recreatie en landbouw. Bouw daarbij niet buitendijks in verband met de waterstanden. Campings kunnen wel. Bouw klimaatadaptief. Bouw niet op plekken die vruchtbaar zijn voor landbouw. Op die plekken omschakeling naar biolandbouw. Heerde hoeft geen stad te worden. Evenwichtigheid is daarbij van belang, met het oog op behoud van voorzieningen. Mensen uit de regio moeten in onze gemeente kunnen (blijven) recreëren. Versnippering van groen en natuur tegengaan. Resumé: Heb aandacht voor de eigenheid van Heerde, voor haar mooie fiets- en wandelroutes. Respecteer daarbij het IJsselgebied en de hoogwatergeul. We willen de groene long zijn en het dorpse karakter behouden. En omzetting naar andere landbouw. De fractie kan zich vinden in het geschetste beeld op hoofdlijnen. Er komt veel op het gebied af: er komen veel mensen bij, dus meer woningen, transport en werk. Dit betekent ook veel voor onze natuur.

-

-

-

VVD

-

CUSGP

-

GBP

-

-

College

Fractie CDA

D66/GL

3/4

Betrek onze inwoners, zeker gezien de grote opgaven. Het is van belang dat alle gemeenten dat op eenzelfde manier doen, omdat de opgaven ook regiobreed zijn. Bij alle hierboven geschetste opgaven zijn inwoners betrokken. Maar de natuur kan niet voor zichzelf opkomen. Daar moeten we echt rekening mee houden en daar moet expliciet aandacht voor zijn bij het vervolg. Bijvoorbeeld door clubs voor natuur en milieu te betrekken bij de uitwerking denk stichting behoud veluws landschap. Zo krijgt de natuur een mond. We moeten er niet naartoe dat er honderdduizenden mensen naar die natuur komen want het moet behouden blijven. Het CDA en D66/GL vragen hoe dat wordt bedoeld, ook omdat we recreatief uitloopgebied zijn voor de steden? PvdA licht toe dat dat inderdaad zo is en dat we inderdaad een uitvalsbasis kunnen zijn voor mensen uit de steden. We hoeve geen ‘glazen huis’ te zijn, maar moeten continu aandacht houden voor het behoud van de natuur, zeker ook bij recreatie. Heerde mag/moet een beetje Heerde blijven (het karakter) De fractie ziet dit als een langjarig proces waar vaker over gesproken moet worden. Natuur en water: recreatie, ja. Maar ook met aandacht voor de natuur. Heerde ligt aan de buitenkant van de stedendriehoek en heeft daardoor een wat minder grote discussie over verstedelijking. Heb aandacht voor bedrijven en ondernemers, ook voor leefbaarheid.

Het is de zoektocht naar de juiste balans tussen bouwen, groen en natuur en tegelijkertijd de eigenheid van Heerde en de dorpen behouden. Eigen omgevingsvisie als leidraad is een goed uitgangspunt. Mobiliteit: aandacht voor STOMP principe, zet in op de F50 en goede bereikbaarheid met OV in de kleine kernen. Niet bouwen op agrarische gronden. Doe dat op de juiste plek. De fractie mist de opwek van energie in het stuk. Er wordt wel iets geschreven over meervoudig ruimtegebruik. Daar zou energie opwek ook bij moeten horen. Versterk onze eigen identiteit en eigenheid. Dat zal leiden tot een mix van de vier schetsen: er moet ruimte zijn voor groei, maar evenredig aan wat onze dorpen aankunnen. De fractie constateert dat grotere/vollere steden ook betekent dat er meer uitloop zal zijn naar de randen van de regio (zoals Heerde). Dat betekent dat er goed naar mobiliteit en infrastructuur gekeken moet worden. Hoe en via waar komen mensen deze kant op? Kijk breder dan alleen de A50. Er moet goede verbinding komen/blijven met de steden. Geen verstedelijking van onze dorpen. Heerde moet wel Heerde blijven. Dorpen moeten niet aan elkaar groeien. Met ruimte voor agrariërs, recreatie en werken. Een uitbreiding in balans dus.

Het college vraagt in haar reactie aan de fracties hoe we naar Heerde kijken in 2050 (ook in relatie tot de regio)? Wat moeten we hebben en wat niet?

Inbreng tweede termijn Bouwen, maar met behoud van het dorpse karakter. Behoud de waarde daarvan, met agrarische gebieden, bos en heide er omheen. Een beetje uitbreiding hebben we daarbij wel nodig, om voor jong en oud aantrekkelijk te blijven. Dat zorgt uiteraard voor (iets) meer beweging, maar doe dat in balans. En ja: F50 en STOMP principe. In de overgangsgebieden moet ruimte zijn voor energieopwek. Heb aandacht voor de verbindingen met de A50. Daarnaast is het inderdaad belangrijk dat we aandacht

PvdA

VVD

CUSGP GBP

4/4

hebben voor onze eigenheid, waarbij we de precieze definiëring daarvan als onze inbreng voor de toekomst kunnen zien. We zijn blij dat deze commissie eensgezind een aantal dingen naar voren heeft gebracht. Denk aan het dorpse karakter behouden en het niet verstedelijken. Daarnaast wil ik nog expliciet aandacht besteden aan een aantal concrete zaken, gericht op wonen: - Percelen grond die we beschikbaar hebben kunnen geknipt worden en zo beter verdeeld en benut worden. Zo kunnen we meer mensen kwijt op dezelfde vierkante meters. Door bijvoorbeeld: op plekken waar het kan een verdieping erbij. Ook rood voor rood, zodat op grotere percelen meer gebouwd kan worden middels bijv. tiny houses. - Apeldoorns kanaal: op sommige plekken zit een keerlus voor schepen. Kan wonen op het water daar worden toegepast. Dit maakt je als gemeente ook bijzonder. Water gebruiken als woonlocatie is inderdaad een goed idee, aanhakend op de PvdA. De VVD ziet de opgave voor het realiseren van windmolens als een onmogelijkheid. Verder moeten we zoeken naar het toevoegen van kleine industrie in het kader van werkgelegenheid wanneer het aantal woningen stijgt. Verder helemaal eens met de eigenheid en dorpse karakter. Behoud het dorpse karakter, heb aandacht voor bouwen met ruimte voor groen. De planen die nu in onze gemeente worden ontwikkeld zijn een goed voorbeeld. F50 blijft belangrijk, net als goed OV.

En: behoud ruimte voor de rivier. We zullen inderdaad moeten bouwen, wat leidt tot meer beweging in en naar onze gemeente. Maar koppel onze dorpen niet aan elkaar en heb aandacht voor het dorpse karakter.

Verslag adviserende tafel contourenschets verstedelijking in balans Onderwerp:

Adviserende tafel contourenschets verstedelijking in balans

Datum:

25 november 2024

Aanwezig:

GroenLinks: Mw. A. van den Brink D66: Mw. A. Jacobs VVD: Dhr. A. Lobbert Gemeentebelangen: Dhr. T. Verwoerd CDA: Dhr. H. Datema Mml: Dhr. B. Karssenberg LochemGroen!: Mw. T. Ypma PvdA: Dhr. J. Israel Voorzitter: dhr. G. De wit Griffier: dhr. T. van den Berg

Inleiding Op 25 november 2025 vond in de gemeente Lochem een adviserende tafel plaats over de contourenschets verstedelijking in balans. Per fractie zijn hieronder de aanbevelingen samengevat. Ook zijn aan tafel de fracties gevraagd een slotzin mee te geven. Deze slotzin is integraal opgenomen. Het gehele tafelgesprek is via deze link terug te bekijken. GroenLinks GroenLinks heeft de voorkeur voor schets B waarbij Lochem de functie van Poort naar de Achterhoek vervult. Daarbij is het van belang om in zetten op mobiliteit en de gemaakte kilometers met auto’s te verminderen. In het kader van klimaatverandering is belangrijk om rekening mee te houden dat groen en water voldoende ruimte kruigen. Tot slot is het van belang dat de stad Lochem in verbinding blijft met de regio, met zo min mogelijk autokilometers zoals in schets D en zonder tweedeling tussen Oost en West van de gemeente zoals in schets C. Slotzin: Verspreiding leidt tot verstening. D66 D66 vindt het belangrijk dat Lochem zorgt voor de brugfunctie tussen Stedendriehoek en Achterhoek. Daarbij is het belangrijk dat het principe water en bodem sturend wordt gehanteerd. Zorg daarbij voor een hoge biodiversiteit natuur en landshap door het creëren van een ecologische verbindingsstructuur. Daarbij dienen we buiten onze gemeentegrenzen te denken. Slotzin: Werk aan de digitale infrastructuur.

Maak van Lochem dé thuiswerk regio van de Stedendriehoek. VVD Het plan Vitaal Buitengebied dient eerst door de raad vastgesteld te worden. Dat is onze input voor de regio. De VVD heeft de voorkeur voor schets B met een gezonde mix van D waarbij extra nadruk dient te worden gelegd op de Kanaalzone. Op deze manier wordt het achterland ontsloten en functioneert Lochem als de poort naar Twente en de Achterhoek. Dat is waar regionaal op ingezet moet worden. Slotzin: Zet in op groei van de stad en behoud van de kernen. Weet daarbij wel dat je slechts één van de acht bent. Gemeentebelangen Gemeentebelangen legt de voorkeur op schetsen B en D. Zij zien graag dat de gemeente Lochem doorgroeit naar de 40.000 inwoners. Bouwen in alle kernen is namelijk goed voor de leefbaarheid. 1

Daarmee wordt ook de jeugd in de kleine kernen een kans op een woonplek geboden en worden zij behouden. De voorzieningen moeten hier bij meegroeien. Lochem is regionaal de poort naar Twente en de Achterhoek. Om die functie te vervullen moet de infrastructuur wel verbeterd worden. Het gaan daarbij dan om de provinciale wegen en spoorwegen, maar zeker ook het Twentekanaal. Slotzin: Zit in op evenwichtige groei naar behoefte van alle kernen. CDA Volgens het CDA is het belangrijk dat woningbouw geconcentreerd wordt in de drie grote steden. Zo kunnen zij voorzieningen en diensten leveren aan de rest van de regio. Dat betekent niet dat alle voorzieningen uit Lochem moeten verdwijnen, Lochem moet namelijk de rol gaan vervullen van vierde stad in de regio: dat betekent ook dat Lochem moet ontwikkelen. Om dat te kunnen bewerkstelligen en is het zaak in te zetten op de ontsluiting van alle kernen. Door groei wordt verder de middenstand levensvatbaar worden gehouden, en kunnen voorziening als de schouwburg behouden blijven. Slotzin: Verstedelijking maakt Lochem groter met meer mobiliteit en leefbaarheid voor de kernen. Meedenken met Lochem (Mml) Meedenken met Lochem geeft de voorkeur aan schets B .Ook de kleine kernen moeten op de kaart gezet worden. We dienen eigen beleid te ontwikkelen om als input aan te dragen aan de regio bij het ontwikkelperspectief.

Zo moeten we inzetten op fiets en trein. Slotzin: Zie de waarde in van het Twentekanaal. LochemGroen! LochemGroen! geeft de voorkeur aan combinatie van schets B en D, met de nadruk op D. Het is belangrijk om in te zetten op hechte gemeenschappen waar het groen dichtbij is. Het is belangrijk om rekening te houden met de mobiliteitsrevolutie, deze schets stellen we namelijk voor de komende eeuw op. Tot slot dient ook rekening gehouden te worden met zaken het principe water en bodem sturend en circulaire landbouw. Slotzin: Wees ook kritisch op de verstedelijking. Wat betekent Poort naar de achterhoek? PvdA: De PvdA begrijpt de aanleiding. Er liggen veel plekkien in Nederland onder de zeespiegel. Waar kunnen deze mensen in de toekomst wonen? De PvdA herkent daaruit de urbanisatieopgave die de Stedendriehoek ziet. De PvdA kan zich vinden in het centraal stellen van de drie steden met de IJssel erdoorheen als natuurgebied. Om de leefbaarheid van de regio te vergroten moeten we dat omarmen en erop inzetten. Lochem is verdeeld tussen de Stedendriehoek en de Achterhoek en is echt de poort tussen die twee gebieden. Die dynamiek moeten we accepteren en daar moeten we in investeren. We dienen in te zetten op de groei van de stad Lochem om de leefbaarheid in de kernen te vergroten. Slotzin: Durf te erkennen dat er twee dynamieken spelen in Lochem, Oost en West.

2

Opbrengst contourenschets 2050 gemeenteraad Voorst De kansen en belemmeringen van de gemeente Voorst voor de ontwikkelstrategie voor de Regio Stedendriehoek

De rijksoverheid neemt weer de regie op de ruimtelijke ordening in Nederland. In 2023 heeft dit geresulteerd in ruimtelijke voorstellen. De provincie Gelderland heeft dit samen met de gemeentelijke samenwerking in de Regio Stedendriehoek uitgewerkt in het regioarrangement Regio Stedendriehoek 2023. Als regio hebben wij aangegeven intensief samen te gaan werken aan de nationale opgaven vanuit het credo: een sterke regio in balans. Het bestaande beleid is in deze versie als uitgangspunt genomen, met daaraan vijf agenderende opgaven voor de toekomst toegevoegd: verstedelijking in balans, ontwikkeling corridors A1/A50, bevaarbaarheid IJssel, vitaal landelijk gebied en de Veluwe. Op 19 juni 2024 heeft het Rijk het voorontwerp Nota Ruimte vrijgegeven. Hierin wordt de Regio Stedendriehoek als één van de zoekgebieden voor grootschalige woningbouw aangemerkt. Het nieuwe kabinet heeft de ambitie om rond de zomer van 2025 de richting te bepalen in het ontwerp Nota Ruimte (met mogelijkheden voor inspraak). Om als regio input te kunnen geven aan die richting in de Nota Ruimte, is de afgelopen maanden gezamenlijk gewerkt aan de ‘Contourenschets 2050 – Verstedelijking in Balans’ en is deze als strategisch gespreksdocument vastgesteld. Uitgangspunt van de contourenschets is dat verstedelijking géén verstening betekent. Het gaat om de ontwikkeling van de hele regio in balans.

De Contourenschets 2050 toont vier mogelijke schetsen over de ruimtelijke inrichting van de toekomst van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen, de provincies Overijssel en Gelderland en de waterschappen Vallei en Veluwe, Rijn & IJssel en Drents Overijsselse Delta. Het resultaat is een strategisch gespreksdocument voor het bepalen van de gezamenlijke opgave verstedelijking in balans richting 2050. Op 22 april 2024 heeft de gemeenteraad van Voorst een besluit genomen over de kracht en de bijdrage van de gemeente Voorst aan de verdere schaalsprong voor de Regio Stedendriehoek. De contourenschets voor de regio in 2050 geeft aanleiding dit besluit aan te vullen voor de nadere uitwerking in de regionale ontwikkelstrategie. Buiten kijf staat dat met deze verschillende uitgangspunten en verwachtingen de Voorster identiteit behouden blijft en wordt versterkt. Dit lichten wij hieronder toe. Kansen en belemmeringen Balans tussen steden, kernen en landelijk gebied Wij zijn een regio in balans. Deze balans is ook bepalend voor onze regionale identiteit. Met diverse gebieden (Veluwe, IJsselvallei, Salland en de Achterhoek) en unieke steden en dorpen met hun eigen kwaliteiten. De kracht van de regio zit in onze verscheidenheid. Dit zorgt ook voor een goede woon-, werk- en leefomgeving.

Bepalend voor onze Voorster identiteit zijn: - de kwaliteit van ons landschap; - de bijzondere cultuurhistorie; - de dorpse schaal van de kernen; - de krachtige sociale samenhang in onze gemeente; - duurzaamheid: de wens en de noodzaak om onze ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten toekomstbestendig te maken. Deze identiteit is ons vertrekpunt in de opgaven waar wij als onderdeel van de regio voor staan. Dit vraagt om het behoud van balans en verhouding tussen de steden, de kernen en het landelijk gebied. Hiervoor is - in beginsel - toepassing van de ladder van duurzame verstedelijking noodzakelijk, als goede verantwoording van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Kansen voor landschapsversterking Onze gemeente heeft een groot landelijk gebied. De agenderende opgave ‘vitaal landelijk gebied’ (uit het regioarrangement Regio Stedendriehoek 2023) zien wij als kans voor het behoud en het versterken van ons voorzieningenniveau. Bij de verstedelijkingsopgave is de voorwaarde gesteld: 'meer stad, meer landschap'. Het past bij de identiteit van de gemeente Voorst om haar waardevolle en karakteristieke landschappelijke structuren te behouden. Wij zien ook mogelijkheden om deze -1-

structuren te versterken. In lijn met het waardevolle landschap, hoort ook het behoud van cultureel erfgoed. Zoals onze landgoederenzone, de polder Nijbroek en de uiterwaarden. De verstedelijkingsopgave moet rekening houden met deze kwaliteiten. Samen met de recreatieplas Bussloo en de luchthaven Teuge geeft dit kansen voor dagrecreatie en kleinschalige kwalitatief hoogwaardige verblijfsrecreatie. Daarmee leveren wij ook een bijdrage aan de agenderende opgave ‘Veluwe’. In onze gemeente zien wij kansen met een gebiedsgerichte aanpak, voor het versterken van de groen/blauwe dooradering. Zowel voor eventuele nieuwe verdienmodellen voor onze landbouwsector, als voor het herstel en versterken van cultuurhistorische waarden en biodiversiteit. Hierbij ontstaan ook kansen op het gebied van recreatie en een vitaal en toekomstig landelijk gebied, met een goede leefbaarheid in de kernen. Het uitgangspunt 'water en bodem sturend' is opgenomen in het principe 'natuurlijk systeem als basis'. Wij gaan ervan uit dat door toepassing van dit principe, gebieden als de (voormalige) uiterwaarden worden ingericht voor waterveiligheid. Een bovenlokaal belang. Dit geldt trouwens ook voor opvangbassins om het water vast te houden bij droge periodes. Daarnaast hoort bij dit principe een landelijk gebied, in balans met het bodem-watersysteem.

Vanuit dit principe gaan wij ervan uit dat in de verschillende schetsen voor onze laaggelegen polder Nijbroek per ongeluk een verkeerde arcering is toegepast. Vanuit dit principe is een grote opgave in de gemeente Lochem verdedigbaar. Een grote verstedelijkingsopgave laten landen in de IJsselvallei (laagste punt van de regio) is vanuit dit principe niet logisch. Wij verwachten als opbrengst dat deze (regionale) landschapsversterking is gekwantificeerd voor onze gemeente. Landschapsversterking zien wij in een samenspel tussen natuur inclusieve landbouw, singels, water en bossen. En in een gebalanceerde overgang tussen de kernen en het landschap. Door dit principe en onze agrarische sector zien wij een belemmering in de schets met de gemeente Voorst als stadspark. Kansen in de regionale woningbouwopgave; met een bandbreedte en onder voorwaarden Nationaal is de koers gematigd naar water en bodem richtinggevend. De Randstad is hiermee niet langer op ‘slot’. Dit vraagt om een realistische woningbouwopgave op basis van de cijfers van het CBS/Primos. En ook een vergelijk met wat wij als regio de afgelopen decennia hebben gerealiseerd. Over het algemeen zien wij kansen wanneer er in de steden – maar ook in de dorpen – meer gestapeld wordt gebouwd. Op deze wijze blijft er meer ruimte over voor het landelijke leefklimaat in onze regio.

Voor de gemeente Voorst zien wij - naast de meerwaarde van een landschappelijke contramal en als stedelijk uitloop- en recreatiegebied - ook een passende rol in de regionale woningbouwgave. Daarnaast verwachten wij een bandbreedte in woningbouwaantallen en ruimte om kwalitatieve en kwantitatieve voorwaarden gezamenlijk uit te werken. Een zorgvuldig proces met onze kernen en inwoners is ons uitgangspunt. Dit leidt tot meer draagvlak en een vlottere uitvoering. Het is logisch om kwalitatief te streven naar aansluiting bij de identiteit van de regio, met een gevarieerd aanbod aan verschillende soorten woonomgevingen. Belangrijk is de gezamenlijke opgave voor de betaalbare woningbouw en een oplossing te bieden voor de lokale woningzoekenden. Kwantitatief wordt in verschillende schetsen de autonome groei van kernen gemist. Dit heeft negatieve gevolgen voor de leefbaarheid in verschillende kernen. Deze leefbaarheid staat in verschillende kernen al onder druk. Voor vitale kernen zijn maatschappelijke functies (school, huisarts, ontmoetingsplek) of detailhandel (supermarkt) belangrijk. Wel benadrukken wij dat teveel spreiding weer zorgt voor veel verkeersbewegingen. Zorgvuldigheid en balans zijn hier noodzakelijk. De gemeente Voorst heeft al lange tijd een consistent beleid gevoerd op het gebied van huisvesting.

Daarbij hebben de realistische voorspellingen geleid tot een aanzienlijke toename van het aantal gebouwde woningen. Door deze stabiele koers verwachten wij dat Voorst in 2050 ongeveer 4.000 inwoners extra telt. Om onze verantwoordelijkheid in de regionale opgave te nemen, zijn wij van plan om te onderzoeken of er steun is bij onze kernen om daar bovenop nog eens 4.000 extra inwoners te verwelkomen. De gemeente Voorst heeft als doel om te onderzoeken hoe ze tussen 2030 en 2050 tussen de 2.000 en 4.000 nieuwe woningen (wat overeenkomt met 4.000 tot 8.000 extra inwoners) kan toevoegen. Bij de bouwplannen houden wij ook graag rekening met het versterken van het -2-

landschap. Dit betekent dat wij op zoek zijn naar 200-400 ha grond. Tot slot staan wij voor een gebalanceerde verdeling van de woningbouwopgave over de verschillende gemeenten. Op deze wijze werken wij samen aan regionale opgaven en zorgen wij voor een impuls voor de leefbaarheid van de gehele regio. Kansen voor mobiliteit Wij zien hierbij mogelijkheden voor duurzame en vernieuwende vormen van mobiliteit. Met als belangrijk uitgangspunt de fietser op 1. Kansen zien wij in het versterken van de spoorinfrastructuur in de regio. Bereikbaarheid is namelijk een belangrijke voorwaarde voor meerdere functies (wonen, werken en ook recreëren). Hiervoor zien wij kansen bij de stationsgebieden binnen en vlak grenzend aan onze gemeente. Wel moet hier het openbaar vervoer naar de kleinere kernen niet worden vergeten. Dit heeft een positief effect op de leefbaarheid in het landelijk gebied. De lokale behoefte aan extra bruggen over de IJssel voelen wij niet in de gemeente Voorst. Dit is een belemmering. Dit heeft bovenal gevolgen voor onze huidige (vooral lokale) wegenstructuur. De regionale meerwaarde voor het woon- en leefklimaat van onze samenleving is (tot dusverre) niet inzichtelijk, evenals de effecten op de natuurwaarden. Kansen voor kleinschalige werkgelegenheid en maakindustrie Wij begrijpen het nationale belang om minder afhankelijk te zijn van andere economieën.

Daarom vinden wij het belangrijk om de innovatieve maakindustrie, de circulaire economie en de innovatieve luchtvaart gebonden bedrijvigheid in de gemeente Voorst te ondersteunen. En om regionaal (in de steden) de kenniseconomie te vergroten. Dit biedt kansen voor hoge scholen en het aantrekken van jonge mensen. Daarbij speelt ook het nationale en het provinciale voornemen tot minder transformatie van werkgebieden. Het versterken van onze lokale economie zien wij als een middel om de leefbaarheid van onze kernen en het landelijke gebied te behouden en te versterken. Dit is ook noodzakelijk om onze (evenwichtige) balans tussen wonen en werken te behouden. Hierbij sluiten wij aan op onze identiteit en onze lokale arbeidsmarkt. Wij focussen op de maakindustrie (door de ligging en de bestaande MKB-bedrijven), de circulaire economie (met een bovenlokale functie) en in de innovatieve luchtvaartgebonden bedrijvigheid. Bedrijvigheid is hierbij een middel om de brede welvaart in onze regio te behouden en waar mogelijk te versterken wanneer de economische ontwikkeling en het gevraagde ruimtebeslag zich vertalen in een verhoogde productiviteit (per m2). Dit uit zich kwantitatief in het verkennen van een economische uitbreidingsopgave met een bandbreedte van 24 tot 31 ha. Hierbij hanteren wij de lokale behoefte als ondergrens.

Nadere uitwerking en locatie specifiek maatwerk verklaren de bovengrens. Deze ruimte is vooral nodig voor de doorontwikkeling en de omvang van lokale en regionale MKB-bedrijven. Dit is een substantieel aandeel binnen de totale behoefte aan extra bedrijventerreinen in de regio (205 ha). Verder zien wij kansen in de schetsen voor het behoud van een toekomstbestendige agrarische sector in onze gemeente. Dat de landbouwsector zich aanpast aan de eisen van deze tijd, stimuleren wij graag. Wij zijn ervan overtuigd dat de landbouwsector en de natuurversterking samen kunnen gaan. Dit past ook binnen een consistent overheidsbeleid: gemeente Voorst als groene long en hart van de Regio Stedendriehoek. Met deze visie op onze agrarische sector zien wij een belemmering in de schetsen waarbij de grote regionale verstedelijkingsopgaven landen in de gemeente Voorst en de gemeente Voorst als stadspark fungeert. De gemeente Voorst ziet een belemmering in grootschalige bedrijvigheid (XXL-logistiek/distributie). De gemeente Voorst levert al een substantiële bijdrage aan de regionale economische ambities. Het toevoegen van grootschalige bedrijvigheid is hierbij niet passend in relatie tot ons kleinschalige, karakteristieke en historische landschap. Het past ook niet door het dorpse karakter van het Voorster grondgebied. Door deze keuze in sturing ondersteunen wij ons MKB.

Niet onbelangrijk vanwege de krapte op de arbeidsmarkt. Verder zou dit ook extra opgaven creëren voor de regionale huisvesting van arbeidsmigranten. Tot slot achten wij het niet haalbaar en wenselijk om bij elke kern bedrijvigheid toe te voegen vanwege de toename aan verkeersbewegingen. Dit gaan wij met onze samenleving verder verkennen. Participatie draagt bij aan een sterk bestuur Een sterk lokaal bestuur heeft een bestuurskracht, een ondernemende visie en een duidelijke focus. Op deze manier voeren wij een beleid dat gunstig is voor zowel de inwoners als de bedrijven op de lange termijn. Zo dragen wij bij aan de regionale, de provinciale en de nationale doelstellingen. Maatschappelijk gezien staat Voorst bekend om haar sterke sociale samenhang, -3-

zowel binnen de kernen als met de anderen binnen de gemeenschap. Deze cultuur behouden wij graag. Hier past een bestuur met een houding van overleg en het bereiken van consensus. Om deze redenen staan wij voor een zorgvuldig participatieproces met onze inwoners. Stroomlijnen van processen Wij gaan in gesprek met onze samenleving over belangrijke waarden en doelen binnen het Programma Landelijk Gebied. Wij verwachten dat de resultaten van deze gesprekken een belangrijke rol spelen bij het verder uitwerken van de agenderende opgaven. Met het Programma Landelijk Gebied als basis, beginnen wij in 2025 met het herzien van onze omgevingsvisie. Wij zijn van plan om onze samenleving hierbij te betrekken en te werken met verschillende scenario's. Wij verwachten dat deze verschillende processen goed op elkaar worden afgestemd. Tot slot verwachten wij ook inzicht te krijgen in de ambities van andere gemeenten. Wanneer de verschillende doelen helder zijn, dan kan daarover worden gecommuniceerd om er uiteindelijk samen aan te werken. Om op die manier regionaal tot een evenwichtige en gedragen uitwerking van de contourenschets te komen.

-4-

1

OORDEELSVORMENDE VERGADERING BESTUUR EN MIDDELEN GEMEENTE ZUTPHEN vergadering van de raad der gemeente Zutphen op 2 december om 19.30 uur in de Burgerzaal van het Oude Stadhuis Voorzitter: de heer M. Siemes Portefeuillehouder: de heer S. Wannet Griffie: mevrouw T. Zomer Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn elf leden, te weten: de heer H. Boersbroek (Stadspartij), de heer Van Donk (GroenLinks), de heer Garritsen (Burgerbelang), mevrouw Ten Holder (D66), de heer Jansen (Kies Bewust Lokaal), mevrouw Kamp (ChristenUnie), mevrouw Koning (VVD), mevrouw Moester (PvdA), de heer Müller (SP), de heer Purperhart (CDA), mevrouw Vellema (Partij voor de Dieren) Vanuit de ambtelijke organisatie is de heer C. Zaat aanwezig.

1

Opening

De VOORZITTER verwelkomt de aanwezigen om 19.30 uur. Hij schetst de agenda zoals deze voorligt. De verslaglegging blijft beperkt tot agendapunt 2.

2

Verstedelijking in balans, regio Stedendriehoek

De voorzitter verwijst naar de ambtelijke presentatie die op 24 oktober jl. is verzorgd tijdens de beeldvormende vergadering. Deze presentatie was gericht op de contourenschets regionale strategie en verstedelijking Stedendriehoek in balans. Op 19 november heeft een regionale raadsconferentie plaatsgevonden over ditzelfde thema. In vervolg op de eerdere beeldvormende vergadering liggen de volgende vragen voor: a. Wat vindt de raad belangrijk voor de toekomstige ontwikkeling van de gemeente Zutphen en van de regio? b. De raadsleden worden uitgenodigd om te reageren op de vraag wat zij aan het College willen meegeven ten behoeve van het vervolgtraject. Mevrouw Kamp brengt een punt van orde in. Ze heeft uit de schriftelijke informatie begrepen dat de bijeenkomst van heden een opiniërend karakter heeft en in januari 2025 nogmaals een opiniërende bijeenkomst plaatsvindt, waarna pas de besluitvorming volgt. De vaststelling van de visie volgt dan ultimo 2026.

2 De voorzitter geeft aan dat deze planning bij de Griffie niet bekend is. Het doel van vanavond is om informatie ten behoeve van de regio op te halen. De bedoeling is om de input vanuit de raad aan de wethouder mee te geven. Wethouder Wannet geeft aan dat deze bijeenkomst moet worden gezien als de start van het proces. In alle betrokken gemeenten zal een dergelijke consultatieronde plaatsvinden. De inbreng van de gemeente Voorst is inmiddels bekend. Uit het totaal van de inbreng van de gemeenten zal een vervolgvoorstel tot stand komen. Op korte termijn hoeft geen besluitvormingsproces te worden verwacht. De heer Jansen brengt twee punten van orde in. Niet alleen is het ongebruikelijk dat dit onderwerp door Bestuur en Middelen wordt besproken, maar de fractie acht deze agendering bovendien onwenselijk aangezien dit onderwerp op de agenda van het programma Ruimte thuishoort. De fractiegenoot vanuit Ruimte zit momenteel in de parallelvergadering. De gelijktijdige behandeling van twee onderwerpen is onwenselijk. Aan het Presidium wordt verzocht hier in het vervolg meer zorgvuldigheid in te betrachten. Het tweede punt betreft de website van de Stedendriehoek. Spreker heeft vastgesteld dat er twee verschillende rapportages circuleren. Een rapportage is op 18 oktober gedateerd en de andere op 20 augustus, zijnde de versie die heden voorligt.

Kies Bewust Lokaal heeft behoefte aan een reactie van de wethouder op dit punt aangezien hij persoonlijk deel uitmaakt van de Stuurgroep. Als er inderdaad versieverschillen zijn, dan is het wenselijk om over beide versies te kunnen beschikken. Dat zou dan betekenen dat de bespreking op een later moment moet plaatsvinden. Wethouder Wannet antwoordt - na raadpleging van de Griffie - dat de beide versies inhoudelijk identiek zijn. Wethouder Bloem maakt namens de portefeuille Ruimte deel uit van de Stuurgroep. Op dit moment neemt wethouder Wannet dit over. Hij zal woensdag 4 december a.s. de consultatieronde bijwonen van de regionale portefeuillehouders die dan de eerste inzichten bij hun raden hebben opgehaald. De bespreking hiervan zal leiden tot een nieuw document; dit document zal vervolgens de koers bepalen. Vanwege de samenwerking tussen de acht gemeenten zijn de consultaties noodzakelijk teneinde de raad in positie te kunnen brengen om zodoende bij de regio de belangen en aandachtspunten vanuit de raden kenbaar te maken. Om deze reden zijn deze consultaties vroeg in het proces ingepland. De heer Jansen wijst op het belang van uniformiteit in uitgangspunten. Dat betekent dat alle gemeenteraden dus ook hetzelfde stuk moeten bespreken. Door dezelfde datumversie te hanteren, bestaat er in ieder geval zekerheid dat het ook daadwerkelijk over hetzelfde stuk gaat.

Als het vertrekpunt in de regio niet hetzelfde is, kun je ook vraagtekens plaatsen bij de waarde van het vervolgproces. De voorzitter geeft aan dat alle raden op 1 oktober informatie van de Regio hebben ontvangen. De informatie waarover de raden momenteel beschikken, is voor alle raden hetzelfde. Hij vraagt de fracties om in te gaan op aanvankelijke vraag om input te leveren. De heer Purperhart meldt dat het CDA het belangrijk vindt dat Zutphen een sterke rol heeft in de regio Stedendriehoek. De stad heeft veel te bieden en dat geldt ook voor haar inwoners. Toch blijkt telkens weer dat de plannen zich focussen op de steden Apeldoorn en Deventer. Het CDA wil de wethouder enige punten meegeven om Zutphen beter te vertegenwoordigen in de regionale besluitvorming. § Ten eerste, wordt gewezen op de volgorde van plannen. Feit is, dat de gemeente Zutphen nog geen omgevingsvisie heeft vastgesteld terwijl de Regio zich al richt op grote plannen, zoals de Contourenschets 2050. Dit roept vragen op, zoals: hoe wordt ervoor gezorgd dat de wensen en doelen van Zutphen goed worden meegenomen in deze regionale plannen? De omgevingsvisie van Zutphen is immers nog in ontwikkeling. Zonder omgevingsvisie maakt Zutphen zichzelf kwetsbaar in de regionale besprekingen.

3 §

§

§ §

§ § §

De Contourenschets levert mooie, creatieve ideeën voor de toekomst van de regio, maar brengen ook een dilemma aan het licht: de voorkeuren van de afzonderlijke gemeenten kunnen naar verschillende schetsen uitgaan. Afhankelijk van de keuzes, kan er sprake zijn van een grote impact voor de gemeente Zutphen. Het CDA wil de waarde van Zutphen zoveel mogelijk behouden, maar voorziet ook de mogelijkheid van verstedelijking. De ambitie is immers om door te groeien naar meer dan 60.000 inwoners. De kleine kernen moeten in de afwegingen worden meegenomen om te voorkomen dat zij de dupe worden van de keuzes van de gemeente Zutphen. Voor het CDA is de benadering conform schets B het meest ideale scenario in balans tussen stad en omgeving, samenwerking en lokale kracht. Wat betreft woningbouw, bestaat zeker behoefte aan betaalbare, duurzame woningen, passend bij de gemeente Zutphen. De IJssel is van groot belang voor de regio en biedt kansen voor recreatie, toerisme en natuurontwikkeling. Dit punt zou in de regionale besprekingen goed naar voren moeten worden gebracht. De rivier moet niet alleen worden gezien als een risico, maar ook als een mogelijkheid om Zutphen sterker te maken. Het is van economisch belang dat Zutphen meeprofiteert van de groei in de regio, qua werkgelegenheid. Het CDA wenst uitbreiding met bedrijven die passen bij een circulaire economie.

Een goede bereikbaarheid is onmisbaar, waarbij met name wordt gedacht aan snellere OVverbindingen, veilige fietspaden en eventueel een autosnelweg. Zutphen moet zich niet laten leiden door de uitdagingen en vragen van de regiogemeenten. Dit vraagt om een actieve en stevige benadering door de wethouder.

De heer Müller krijgt aan de hand van de plannen en de Contourenschets de indruk dat het er geweldig uitziet, vergelijkbaar met een reclamefolder. De teksten zijn uitgebreid en ingewikkeld geformuleerd. Echter, bij deze wijze van presenteren bekruipt spreker al snel het gevoel dat er een addertje onder het gras zit en extra oplettendheid noodzakelijk is. De samenwerking met de grote steden kan een gevaar opleveren voor de eigen zeggenschap van de raad, bijvoorbeeld ten aanzien van woningbouwplannen. Een vraag is wat de raad dan nog voor de eigen inwoners kan betekenen. Het is goed om samen te werken en hiertoe een plan te ontwikkelen, maar de SP vraagt de wethouder om de nadruk te leggen op de wenselijkheid om als gemeenteraad van Zutphen zeggenschap te houden over de eigen plannen. Mevrouw Vellema geeft aan dat de focus van de Partij voor de Dieren op natuurwaarden - groen en dieren - ligt. Rekening houdend met het veranderende klimaat en het biodiversiteitsverlies is dit essentieel voor de toekomst. Een schaalsprong omhelst meer dan alleen het bouwen van woningen. Uitbreiding van het aantal inwoners betekent dat er ook meer groen moet komen, met name in de vorm van parken. Op pagina 10 worden verschillende soorten groen onderscheiden. Voor de fractie is van belang dat dit groen de biodiversiteit versterkt. Het plan mag niet ten koste gaan van bestaande natuur.

Tussen natuurgebieden moeten veilige verbindingen blijven bestaan, dan wel worden gecreëerd ten behoeve van foeragerende en verplaatsende dieren. Uitsluitend in schets A worden de dieren meegenomen. De fractie zou dit graag in alle schetsen terugzien. De IJssel wordt uitgebreid genoemd. Met het veranderende klimaat vormt de toekomstige bevaarbaarheid van deze rivier een onzekere factor vanwege de schommelingen die worden voorzien. De scheepvaartsector heeft in een artikel geopperd dat er een nevenkanaal moet komen. Dit roept allerlei vragen op over de toekomst van de IJssel. Desgevraagd antwoordt mevrouw Vellema dat dit kanaal vanaf Arnhem “tot ergens bovenin” zou moeten komen. Ze meent dat dit artikel in De Stentor was gepubliceerd. Mevrouw Vellema zal het artikel opzoeken en delen.

4 De heer Jansen meent dat ongeveer een halfjaar geleden een dergelijk artikel is gepubliceerd en inderdaad vanuit de scheepvaartsector is voortgekomen. Mevrouw Vellema bevestigt het regionaal belang voor de voedselvoorziening. Ze mist aandacht voor hulp aan boeren bij het omzetten naar biologische en plantaardige landbouw. Wat dit betreft, valt een enorme verbeterslag te maken ten aanzien van dierenwelzijn, natuur en klimaat. Zutphen heeft een regiofunctie voor het onderwijs en dan met name wat betreft de vrije scholen. De Partij voor de Dieren pleit voor vestiging van Hbo in Zutphen vanuit de verwachting dat dit veel gaat toevoegen aan de leefbaarheid. Mevrouw Moester wijst erop dat voorliggend plan is gericht op het situeren van woningen. Het valt haar in de bijdrage van de Partij voor de Dieren op dat het woord ‘woningen’ niet wordt genoemd. Mevrouw Vellema heeft geen uitgesproken voorkeur voor een van de plannen, zolang de natuurbelangen maar worden meegenomen. De voorzitter geeft het woord aan de wethouder. Wethouder Wannet dankt voor de content en zegt toe deze inbreng mee te nemen, maar zal op dit moment niet op alle punten reageren. De omgevingsvisie blijft leidend voor het gemeentelijk beleid. In de eigen bevoegdheden blijft de omgevingsvisie leidend met de onderliggende omgevingsplannen en het lokale vergunningsstelsel.

Er worden geen wettelijke bevoegdheden overgeheveld naar regionaal niveau. De gemeente blijft dus sturen. Ook het College vindt het belangrijk om een grote rol in de regio te kunnen spelen. Zutphen zal – in tegenstelling tot Apeldoorn of Deventer - geen grootstedelijke ambities neerleggen. Zutphen is een regiostad met een regiofunctie / regio-opgaven, maar met een begroting die past bij een kleine, middelgrote gemeente. Hierin zit ook een zekere ingewikkeldheid. Zutphen is echter de aangewezen partij om als verbinder met de omliggende gemeenten, zoals Lochem, Brummen en Voorst, te functioneren. Die rol wordt in de regio opgepakt door het College. Rijkswaterstaat is bezig met het integraal riviermanagementplan, wat de waterhuishouding van de IJssel regelt. De bevaarbaarheid van de IJssel zal meer gaan fluctueren vanwege de verschillen in waterhoogte. Het grootste knelpunt zit in het verdelingsvraagstuk bij het Pannerdens kanaal. De Waal slijt sneller uit als de Neder-Rijn, waardoor er meer water richting de Waal afstroomt dan naar de Neder-Rijn, richting de IJssel. Het graven van een kanaal is een proefballonnetje van de sector en zal niet snel een realistische optie zijn. De heer Müller verwijst naar de Woondeal waarin wordt gesproken over de bouw van niet minder dan duizend woningen in de binnenstad en het spoorgebied. Dit zal alleen mogelijk zijn bij meerlaagsbouw.

De gemeentelijke besluitvorming over bouwhoogte kan hierin een beperking opleveren. Wethouder Wannet bevestigt dat de raad beslist en daarmee de realiteit bepaalt. Gezien eerdere beleidsstukken die de raad heeft aangenomen, wordt hier vooralsnog niet van uitgegaan. De cijfers in de Woondeal zijn geprognosticeerd op door de raad vastgesteld beleid. Op basis van de notulen van de bijeenkomst van heden zal een brief worden opgesteld met de inbreng naar de regio. Mevrouw Moester vraagt of inbreng waar andere fracties het niet mee eens zijn, toch wordt gedeeld met de Regio. De voorzitter geeft aan dat nuanceringen en aanpassingen anderszins in de reacties in de tweede termijn kan worden aangegeven.

5 Mevrouw Ten Holder verwijst naar de reactie van de wethouder dat de Omgevingsvisie het vertrekpunt is. Voor D66 is belangrijk dat de ontwikkelingen in de regio complementair zijn aan de eigen Omgevingsvisie. In dat kader is het opvallend dat in schets A over een ‘stedentweehoek’ wordt gesproken, aangezien de ontwikkelingen vooral zijn gericht op Apeldoorn en Deventer. D66 acht het van belang om uit te gaan van een geconcentreerde ontwikkeling omdat dit de grootste kans biedt om de natuur en het stedelijk binnenhart goed te kunnen behouden. De gefragmenteerde ontwikkelingen, verdeeld over alle kernen, doet geen recht aan het specifieke van de regio. Het Groene Hart moet wel omsloten worden. De voorkeur van D66 gaat uit naar schets C, waarin goede infrastructurele verbindingen zijn voorzien, openbaar vervoer en snelfietsroutes. Dit is aanvullend op de eigen omgeving ideeën. Mevrouw Kamp sluit aan bij de inbreng van D66. Meer woningbouw brengt ook meer inwoners mee. Feit is dat deze mensen behoefte hebben aan voorzieningen, maar afhankelijk van de leeftijdsgroep zal de behoefte aan voorzieningen variëren. De vraag is of het wenselijk, dan wel mogelijk is om hierin te sturen. Er wordt gesproken over een raadsadviescommissie in oprichting. De ChristenUnie wil graag weten wie hier namens Zutphen zitting in nemen. Vanuit de vergadering wordt gereageerd.

Mevrouw Kamp begrijpt uit deze reacties tijdens de vergadering dat er twee Zutphense vertegenwoordigers zijn, te weten: de heer Manders (PvdA) en de heer Garritsen (Burgerbelang) Een vraag is hoe de plattelandsgemeenten en stedelijke gemeenten bij elkaar gaan komen. Er is duidelijk sprake van een kloof tussen stedelijke gemeenten en plattelandsgemeenten. De ChristenUnie neigt naar een voorkeur voor optie B of C. Mevrouw Moester verwijst naar de meeting op 19 november. Er bleek grote belangstelling voor schets D, de plattelandsgemeenten. De voorkeur van de PvdA gaat uit naar geconcentreerd bouwen. Een tussenoplossing is wellicht om te bouwen voor degenen die willen blijven wonen in de dorpen, maar de identiteit van de dorpen te behouden. Zutphen moet kunnen uitbreiden, maar hoeft niet zo groot te worden als Apeldoorn of Deventer. Op 19 november is ook gesteld dat water in mindere mate een leidend principe wordt. Bij bouw zou echter wel met wateraspecten rekening moeten worden gehouden. Wanneer je geen rekening houdt met wateraspecten, zullen altijd maatregelen nodig zijn. Dat zal extra geld kosten. Verstandiger is om het aan de voorkant zodanig te organiseren dat dergelijke extra maatregelen c.q. extra kosten niet nodig zijn. Het sturend principe van water en bodem moet heel belangrijk blijven.

De voorzitter concludeert dat er sympathie bestaat voor schets B en C en vraagt hier nader op in te gaan, ook rekening houdend met de wens vanuit de Partij voor de Dieren. Wethouder Wannet legt uit dat deze schetsen moeten worden gezien als denkrichtingen om een gesprek te starten. De denkrichting in schets B en C zal als standpunt van Zutphen worden ingebracht. Uiteindelijk moet er een compromis moeten worden gevonden om nieuwe schetsen te maken die een gedeeld beeld representeren. Er is door de Regio bewust niets gezegd over de doelgroep waarvoor wordt gebouwd. In de Regio worden afspraken gemaakt over aantallen woningen, maar de verdere invulling gebeurt lokaal. Het sturende principe van water en bodem acht de regio, ook het Zutphens College, een belangrijk principe hoewel dit door het huidige Kabinet wordt afgezwakt. De heer Purperhart verwijst naar eerdergenoemde meeting. Daarbij is gesuggereerd om het waterschap ook uit te nodigen voor een gesprek met de raad om te vernemen wat de stand van zaken is. Wethouder Wannet antwoordt dat de regio met twee waterschappen heeft te maken. Deze gaan verschillend om met het principe van water- en bodemsturend. Het waterschap Rijn en IJssel

6 heeft veel ontwikkeld wat dit betreft en zou desgewenst uitgenodigd kunnen worden voor een beeldvormende sessie. De heer Boersbroek geeft aan dat de Stadspartij geen oordeel heeft over de schetsen of verdere opties. Veel is inmiddels genoemd door de voorgaande fracties. Er bestaat een forse landelijke woningbouwopgave. Binnen deze landelijke opdracht heeft Zutphen eigen opdrachten en uitdagingen. Er is in Zutphen sprake van een groot aantal woningzoekenden met een klein inkomen en een behoefte aan sociale, betaalbare woningbouw. De Stadspartij stelt dat Zutphen een klein groen buitengebied heeft en dit wil koesteren. Uitbreiding van woningbouw dient dan ook binnen de bebouwde kom plaats te vinden. De heer Van Donk meldt dat ook GroenLinks voorstander is van geconcentreerde woningbouw, gericht op natuurbehoud en met de bedoeling om de bereikbaarheid optimaal te houden. Wat betreft de bereikbaarheid wordt aan ov en fietsroutes gedacht. Gelet op de vergrijzing, is ook de bereikbaarheid van zorg van belang om goed mee te nemen. Wat betreft de derde brug, acht de fractie het verstandig om eerst de Omgevingsvisie af te wachten. Dat is beter dan een te snelle standpuntbepaling. De heer Jansen vindt hetgeen voorligt zeer abstract. Een onderlegger, die een meer diepgaand beeld biedt van Zutphen en de omliggende gemeenten, is wenselijk.

De gedachte om in de uiterwaarden van de IJssel te bouwen, is zeer onverstandig en heeft enorme consequenties voor de veiligheid van mensen. Rekening houdend met meer water, zou dit zeer onverstandig zijn. De IJssel kan een rol spelen in de drinkwatervoorziening. Dat zou een element van dit plan moeten zijn. Een nieuwe IJsselbrug wordt gezien als een mooie ontsluiting voor De Mars. Er liggen bij Zutphen al twee bruggen. Voor het verdiepen van de spoorbrug zal geen geld komen. Verhogen betekent dat het station vier à vijf meter opgehoogd moet worden. Kortom, kansloze plannen moeten van de vergadertafel worden gehaald. De fractie is geen voorstander van uitbreidingslocaties omdat rekening moet worden gehouden met klimaatadaptieve maatregelen. Kijkend naar de plannen, is Zutphen rood gemarkeerd, hetgeen duidt op forse inbreidingen en forse hoogbouw. Dit is prematuur zolang Zutphen geen hoogtevisie heeft en geen duidelijkheid over de klimaatadaptieve maatregelen. Het is onduidelijk hoe de visie verder wordt ingevuld. Wanneer meer groen en meer waterberging wenselijk is, dan moet hier eerst aandacht voor zijn voordat je een schets neerlegt. Voor de heer Jansen staat vast dat de invloed van Zutphen op Apeldoorn en Deventer nihil is. De druk zal blijven toenemen waardoor Zutphen gedwongen wordt tot woningbouw. Wethouder Wannet bevestigt dat alle inbreng wordt meegenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15646011/1