CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-119 Ruimtelijke onderbouwing BOPA Looweg 49 Bathmen

Raadsvergadering 16 april 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: BOPA-omgevingsvergunning Looweg 49 Bathmen31.009 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In kolom 1 staan de projecten opgesomd; In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend.

Bij de project-mer-beoordeling is een mededeling nodig aan het bevoegd gezag. Deze mededeling bevat een beschrijving van de eisen die zijn opgenomen in artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit en bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten, met de bijbehorende motivering, op in het besluit en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het besluit (artikel 11.11, lid 2 Omgevingsbesluit). In de motivering van de beslissing (art. 11.11 lid 3 Omgevingsbesluit) wordt in ieder geval verwezen naar: 1. de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn; en 2. als is beslist dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt: a. 1˚. de kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid, als degene die voornemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en b. 2˚. het moment waarop die maatregelen moeten zijn gerealiseerd. Kenmerken en maatregelen als bedoeld in artikel 11.10, lid 3 Ob. Bij een mededeling als bedoeld in artikel 16.45, eerste lid, van de wet, verstrekt degene die voornemens is het project uit te voeren in ieder geval een beschrijving van: 1. het project, met in ieder geval een beschrijving van: a. de fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van sloopactiviteiten; b.

de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn; 2. de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; en 3. voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project ten gevolge van: a. de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en b. het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit. 4.10.2 Motivering Onder de Omgevingswet wordt gebruikgemaakt van een gesloten lijstenstelsel voor de beoordeling van project-m.e.r. (milieueffectrapportage). Dit houdt in dat de projecten en besluiten die onder de project-m.e.r.-verplichting vallen, zijn opgenomen in de lijst bijlage V van het Omgevingsbesluit. Hierin is onder andere het stedelijke ontwikkelingsproject opgenomen. De jurisprudentie met betrekking tot de ondergrens van het begrip 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject' blijft onder de Omgevingswet van belang. Zo overweegt de Afdeling bijvoorbeeld dat de ontwikkeling van 12 woningen niet als een stedelijk ontwikkelingsproject wordt beschouwd (ABRS 11 maart 2020, nr. 201901464/1/R1). In dit specifieke geval gaat het om het toestaan van één extra woning.

Bovendien is, voor zover relevant in dit kader, sprake van een functie die geen aantasting veroorzaakt van het woon- en leefklimaat in de omgeving van omliggende woningen. Op basis van het voorgaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit wordt tevens bevestigd BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

46

Bathmen, Looweg 49 Definitief door de in dit hoofdstuk opgenomen milieu- en omgevingsaspecten, evenals de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. 4.10.3 Conclusie Gelet op de beoordeling van de bovengenoemde kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.11

Omgevingsveiligheid

4.11.1 Algemeen Op basis van paragraaf 5.1.2 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het waarborgen van de veiligheid. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van een branden, rampen of crises. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • • • •

Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.

Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • • • •

Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl).

Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Voor het project moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. Voor een project dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het project kwetsbare gebouwen worden toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). 4.11.2 Motivering Aan de hand van de EV-signaleringskaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde.

In afbeelding 4.3 is een uitsnede van de EV-signaleringskaart met daarop middels een rode ster de locatie van de beoogde woning weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

47

Bathmen, Looweg 49 Definitief

Afbeelding 4.3

Uitsnede risicokaart (Bron: EV Signaleringskaart)

De nieuwe woning betreft een (beperkt) kwetsbaar gebouw zoals bedoeld in de Omgevingswet. Het projectgebied is verder niet gelegen binnen de 10-6 per jaar contour van een risicobron en de woning vormt zelf ook geen risicobron voor haar omgeving. Wel is de woning voorzien binnen het brandaandachtsgebied van een nabijgelegen buisleiding voor gevaarlijke stoffen (in dit geval aardgas) en het explosie- en gifwolkaandachtsgebied van het spoor Deventer-Wierden als onderdeel van het basisnet. Uit het advies van de Omgevingsdienst blijkt dat de woning kan worden gerealiseerd. Wel dient rekening te worden gehouden met het toepassen van beschermende maatregelen. Daartoe wordt ook opgemerkt, dat de nieuwe woning binnen het gifwolkaandachtsgebied van de nabijgelegen spoorlijn is gelegen, waardoor deze woning in ieder geval moet worden uitgevoerd met afsluitbare mechanische ventilatie. Hierna wordt nader op de risicobronnen ingegaan. Transportroutes Ten noorden op ongeveer 87 meter, gemeten vanaf het hart van de spoorbundel tot de locatie van de beoogde woning, ligt het spoor tussen Deventer en Wierden. Dit is een basisnetroute waar gevaarlijke stoffen over vervoerd worden. Dit spoortraject is in de regeling basisnet opgenomen als basisnetroute vervoer gevaarlijke stoffen.

In de regeling is voor deze route een plaatsgebonden risicocontour opgenomen van 0 meter, gemeten vanaf de hart van de spoorbundel. Daarnaast geldt voor deze route een brandaandachtsgebied van 30 meter, explosieaandachtsgebied van 200 meter en een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter, gemeten vanaf de buitenste spoorlijn. Gezien het projectgebied op 84 meter van de buitenste spoorlijn is gelegen valt de ontwikkeling niet binnen het plaatsgebonden risicocontour (PR10-6) en het brandaandachtsgebied, maar wel binnen het explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

48

Bathmen, Looweg 49 Definitief Er moet wel rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hieraan wordt voldaan door geen (beperkt) kwetsbare, en of zeer kwetsbare gebouwen of locaties toe te staan. In dit geval wordt een kwetsbaar gebouw toegestaan. Voor deze ontwikkeling dient te worden gekeken naar maatregelen ter bescherming van de personen binnen de woning. Daarnaast dient het aantal personen en de tijd dat zij hier verblijven beperkt te blijven. In deze situatie vindt door uitbreiding met een extra woning een toename plaats van het aantal personen binnen het aandachtsgebied. Echter, dit zal erg beperkt blijven met 2,4 personen per woning. Welke maatregelen genomen moeten worden, hangt af van of de gemeente de locatie (of een deel daarvan) binnen het explosieaandachtsgebied als voorschriftengebied gaat aanwijzen. Indien de locatie als voorschriftengebied wordt aangewezen gelden er verplichte maatregelen t.a.v. de nieuwbouw die genoemd staan in paragraaf 4.2.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Denk hierbij aan het toepassen van splintervrij glas. Mocht de locatie niet worden aangewezen als voorschriftengebied dan gelden de verplichte maatregelen uit het Bbl niet.

Overigens dient er in alle gevallen (ongeacht of het aandachtsgebied wel of niet als voorschriftengebied wordt aangewezen) nog wel te worden gekeken naar andere maatregelen om de personen in de extra woning te beschermen tegen een incident op het spoor. Denk hierbij aan vluchtwegen, aanrijroutes hulpdiensten, bluswatervoorzieningen, afschermende maatregelen (b.v. aarden wal), risicocommunicatie, enz. Hiervoor dient de veiligheidsregio advies uit te brengen. Omdat de ontwikkeling ook binnen het gifwolkaandachtsgebied is gelegen geldt te allen tijde dat de extra woning moet worden voorzien van afsluitbare mechanische ventilatie. Buisleidingen Het voorgenomen plan ligt binnen het brandaandachtsgebied van een aantal in de nabijheid gelegen hogedruk aardgasbuisleidingen. Hierna is het vorenstaande in een overzichtelijke tabelvorm nader weergegeven.

Ter hoogte van de planlocatie ligt langs de leiding geen plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6). Tevens valt de ontwikkeling niet binnen het belemmeringengebied. Omdat de ontwikkeling wel binnen het brandaandachtsgebied is gelegen moet op grond van artikel 5.15 van het Besluit kwaliteit leefomgeving rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hieraan wordt voldaan door geen beperkt, kwetsbaar en/of zeer kwetsbaar gebouw of locatie toe te laten binnen het brandaandachtsgebied. In dit geval is er echter sprake van een nieuw kwetsbaar object. Welke maatregelen er toegepast moeten worden aan de extra woning hangt af van het feit of de gemeente de locatie binnen het brandaandachtsgebied als voorschriftengebied gaat aanwijzen. Indien de locatie als voorschriftengebied wordt aangewezen gelden er verplichte maatregelen t.a.v. de extra woning die genoemd staan in paragraaf 4.2.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Denk hierbij aan de brandwerendheid van de constructie (Eisen aan ramen, deuren, gevels, daken, enz.), vluchtroutes uit het pand van de bron af en de sterkte van de constructie bij brand. Mocht de locatie niet worden aangewezen als voorschriftengebied dan gelden de verplichte maatregelen uit het Bbl niet.

Overigens dient er in alle gevallen (ongeacht of het brandaandachtsgebied wel of niet wordt aangewezen als voorschriftengebied) te worden gekeken naar andere maatregelen om de personen in de woning te beschermen tegen een incident bij de hogedruk aardgasleidingen. Denk hierbij aan vluchtwegen, aanrijroutes hulpdiensten, bluswatervoorzieningen, afschermende maatregelen (b.v. aarden wal) of risicocommunicatie. Advies veiligheidsregio Vanwege de ligging binnen aandachtsgebieden externe veiligheid is advies vanuit de VRIJ benodigd. Vanuit de VRIJ is het advies voor het plan aan de Looweg 49 om de volgende maatregelen te nemen:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

49

Bathmen, Looweg 49 Definitief • •

De woning moet worden voorzien van afsluitbare mechanische ventilatie. Zo kunnen de bewoners bij een incident waarbij een giftige stof vrijkomt (of bij een brand in de directe omgeving) veilig binnen schuilen; De toekomstige bewoners dienen vooraf te worden ingelicht over de risico’s dien zij lopen en wat ze bij een incident zelf kunnen doen.

Conclusie De woning zal worden voorzien van een afsluitbare mechanische ventilatie. Dit zal in de voorschriften van de omgevingsvergunning worden vastgelegd. Daarnaast zullen bewoners ingelicht worden over de risico’s en wat ze bij een incident kunnen doen. Of er nog aanvullende maatregelen nodig zijn vanuit BBL, hangt af van of de gemeente het gebied aanwijst als voorschriftengebied. Te denken valt dan aan maatregelen zoals het toepassen van splintervrij glas, eisen ten aanzien van brandwerendheid en constructies. Vooralsnog is dit niet het geval, waarmee de maatregelen genoemd in het advies van de VRIJ volstaan. Overigens dient in alle gevallen te worden gekeken naar andere maatregelen om de personen in de woning te beschermen tegen een incident bij de hogedruk aardgasleidingen. Denk hierbij aan vluchtwegen, aanrijroutes hulpdiensten, bluswatervoorzieningen, afschermende maatregelen (b.v. aarden wal) of risicocommunicatie. Hierna wordt hier nader op ingegaan. Beschouwing groepsrisico Conform art. 5.15 van het Bkl dient rekening gehouden te worden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit. Indien een ontwikkeling is toegelaten door het omgevingsplan, wordt voldoende rekening gehouden met het groepsrisico als wordt gewaarborgd dat: 1.

het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is, of; 2. maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties. Het bevoegd gezag kan diverse maatregelen inzetten om mensen te beschermen binnen de aandachtsgebieden, in dit geval alleen het explosieaandachtsgebied. Deze gereedschapskist bestaat uit de volgende maatregelen. • • • • •

Afstand houden tot de risicobron binnen het aandachtsgebied. Aanvullende risicocommunicatie. Beperken van personendichtheden in de omgeving van de risicobron. Vlucht- en schuilmogelijkheden. Omgevingsmaatregelen.

Afstand houden tot de risicobron binnen het aandachtsgebied Het projectgebied ligt op circa 100 m van de spoorlijn en daarmee binnen het brandaandachtsgebied, gifwolkaandachtsgebied en het explosieaandachtsgebied. Het is niet mogelijk meer afstand te houden tot de risicobron, vanwege het feit dat het gaat om een splitsing van een woning. Aanvullende risicocommunicatie Om de zelfredzaamheid van de nieuwe bewoners van de woningen te verhogen, kunnen deze bewust worden gemaakt over de risico’s van de spoorlijn. Bij de huur-/koopovereenkomst kan bijvoorbeeld een bijsluiter worden meegeleverd met een beschrijving van de mogelijke handelingsperspectieven in geval van een incident met gevaarlijke stoffen op het spoor. Beperken van personendichtheden in de omgeving van de risicobron Het project betreft de realisatie van maximaal één woning. Daarmee neemt het aantal personen in de omgeving slechts zeer gering toe. De toename van de personendichtheid is een logisch gevolg van de ontwikkeling. Overigens is er momenteel reeds sprake van inwoning, waardoor van feitelijke toename aan personen geen sprake is. Vlucht- en schuilmogelijkheden De woning bevindt zich buiten de 100%-letaliteitscontour van de spoorlijn, maar binnen de 100% letaliteitszone van de gasleiding.

De Looweg gaat in westelijke richting van beide letaliteitszones af, waarmee bij een ongeval in tegengestelde richting van beide risicobronnen kan vluchten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

50

Bathmen, Looweg 49 Definitief Omgevingsmaatregelen Omgevingsmaatregelen, bijvoorbeeld met betrekking tot de blusvoorzieningen, kunnen behaald worden door gebruik te maken van de nabijgelegen wateren. Het plaatsen van extensieve maatregelen, zoals het plaatsen van een aarden wal, worden niet realistisch geacht, gezien de afstand van het projectgebied tot de risicobronnen. Verder schrijft artikel 5.2 uit het Bkl voor dat, om de gevolgen van ongevallen te beperken, in ieder geval rekening dient te worden gehouden met: 1. het voorkomen, beperken en bestrijden van die branden, rampen en crises; 2. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en 3. de geneeskundige hulpverlening aan personen. Het bestuur van de veiligheidsregio kan hierover advies te geven (art. 10 Wet veiligheidsregio’s). Uiteindelijk moet de gemeente besluiten of aanvullende maatregelen nodig zijn om mensen binnen het aandachtsgebied te beschermen tegen een ongewoon voorval. Voorschriftengebied Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen. Dat kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. In dit deel van het aandachtsgebied gelden dan aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen.

Binnen een gifwolkaandachtsgebied is het niet mogelijk een voorschriftengebied aan te wijzen waar aanvullende bouweisen gelden. De te treffen bouwkundige maatregel tegen een gifwolk is het afsluitbaar maken van automatische ventilatie. Dit is al een standaard bouwkundige eis in het Besluit bouwwerken leefomgeving. De toekomstige ontwikkeling wordt aangemerkt als een ‘kwetsbare gebouwen’. Het aanwijzen van een voorschriftengebied is voor deze ontwikkeling niet noodzakelijk. 4.11.3 Conclusie Met de voorgenomen activiteiten wordt de omgevingsveiligheid in voldoende mate gewaarborgd.

4.12

Verkeersgeneratie, -afwikkeling & (fiets)parkeren

4.12.1 Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte wordt aangesloten bij de uitgangspunten uit de 'Nota 'Parkeernormen Deventer 2013 Auto en fiets'. Deze parkeernormen zijn geënt op landelijke parkeerkencijfers op basis van de CROW-publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317 (oktober 2012)' van het CROW. Voor de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de meest recente CROW-publicatie, genaamd 'Toekomstbestendig parkeren, 381 (december 2018). De kencijfers van het CROW zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. Ook de stedelijkheidsgraad is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en dus op de hoogte van het parkeerkencijfer. Onder stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per vierkante kilometer.

In de vermelde publicaties van het CROW worden de kencijfers weergegeven onderverdeeld naar functies, de stedelijke zone en de stedelijkheidsgraad.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

51

Bathmen, Looweg 49 Definitief 4.12.2 Uitgangspunten Op basis van voorliggend plan in relatie tot het gemeentelijke parkeerbeleid wordt voor de berekening van zowel de parkeerbehoefte als van de verkeersgeneratie uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • •

Stedelijkheidsgraad: ‘sterk stedelijk’ (CBS Statline); Gebiedsindeling: ‘buitengebied’

Hierna wordt ingegaan op de onderdelen parkeren en verkeer. 4.12.3 Verkeer Op basis van de CROW publicatie geldt voor deze woning gemiddeld de volgende verkeersgeneratie: Functie

Verkeersgeneratie (per woning)

Aantal woningen

Totaal

Koop, huis, tweeonder-één-kap

7,8

1

7,8

Totaal

7,8

In de gewenste situatie is sprake van een toename aan verkeersgeneratie van 7,8 verkeersbewegingen per weekdag etmaal. Bij de bestaande woning blijft de ruimtelijke inrichting en ontsluiting van het erf ongewijzigd. Voor de af te splitsen woning wordt een ondergeschikte inrit, gemaakt in halfverhardingen, voorgesteld. Ontsluiting met één inrit, de bestaande, is niet mogelijk. De nieuwe situatie is zodanig dat bewoners en bezoekers veilig in- en uitrijden op de Looweg. De inschatting is dat dit extra verkeer niet zal leiden tot significante veranderingen in het verkeersbeeld, temeer omdat nu al sprake is van een woning met inwoning. Deze verkeersgeneratie kan eenvoudig worden afgewikkeld door omliggende wegen. 4.12.4 Parkeren Voorliggend project gaat uit van het realiseren van één woning. Op basis van de gemeentelijke parkeernota geldt de volgende gemiddelde parkeerbehoefte (inclusief bezoekersparkeren): Functie

Parkeernorm woning)

Koop, huis, tweeonder-één-kap

2,2

Totaal

(per

Aantal woningen

Totaal

1

2,2 2,2

Er is op het erf van de te splitsen woning ruimte voor ongeveer vier parkeerplekken. Bij de bestaande woning is ook ruimte voor minimaal vier parkeerplekken. Hiermee kan ruim voldoende worden voldaan aan de parkeernorm voor een twee-onder-één-kap woning en is er voldoende overcapaciteit om parkeren in de bermen te voorkomen. 4.12.5 Conclusie Geconcludeerd wordt dat vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

52

Bathmen, Looweg 49 Definitief

4.13

Klimaatadaptatie en natuur inclusief bouwen

4.13.1 Algemeen 4.13.1.1

Klimaatadaptatie

Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. Het KNMI heeft scenario’s opgesteld waarin duidelijk wordt gemaakt hoe deze toename er naar verwachting in de toekomst uit ziet. Een vergrote kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen levert risico’s op voor veiligheid, gezondheid en economie. Ruimtelijke aanpassing om deze risico’s tegen te gaan noemen we klimaatadaptatie. 4.13.1.2

Natuur inclusief bouwen

Bij natuur inclusief bouwen en verbouwen let je extra op alles wat leeft rond je huis. Dat doe je door in je bouwplannen plek voor planten en dieren op te nemen. Als je zorgt dat er ook vogels, vleermuizen en insecten kunnen wonen in en rond je huis help je de natuur. Het Natuur Inclusief Bouwen (NIB) is in de laatste jaren wel verder ontwikkeld. De gemeente Deventer heeft een puntensysteem voor natuur inclusief bouwen. Elk bouwplan heeft minstens 15 punten nodig om natuur inclusief te zijn. 4.13.2 Motivering Hieronder wordt kort omschreven hoe is omgegaan met klimaatadaptatie en natuur inclusief bouwen. 4.13.2.1

Klimaatadaptatie

De effecten van klimaatverandering worden voornamelijk voorkomen of gemitigeerd door verharding te vervangen door groen. In dit geval is er op het (vernieuwde) er voldoende ruimte voor groen. Daarnaast wordt de nieuwe inrit voorzien van halfverharding, zodat dit waterdoorlatend is. Feitelijk is er daarmee geen sprake van het toevoegen van verharding, met uitzondering van het nieuwe bijgebouw. Het vele groen, samen met de aandacht voor goede opvang, gebruik en afvoer van regenwater, draagt bij aan de klimaatbestendigheid van het gebied. Het aanwezige groen en schaduw verlaagt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress. De aspecten wateroverlast en overstroming worden bovendien behandeld in paragraaf 4.14. 4.13.2.2

Natuur inclusief bouwen

Binnen de ontwikkeling wordt rekening gehouden met natuur inclusief bouwen. Zoals eerder vermeld moet elk bouwplan minstens 15 punten verdienen om natuur inclusief te zijn. Hieronder worden de natuur inclusieve maatregelen kort benoemd met bijbehorende aantal punten: A. Nest- en verblijfplaatsen: a. nestkommen huiszwaluw aan de schuur b. Nestkast voor steenuil B. Inheemse beplantingen: a. Aanplant houtwal, lengte 102 m1 b. Aanplant geschoren haag, lengte 15 m1

2 punten 1 punt 9 punten 3 punten Totaal 15 punten

De natuur inclusieve maatregelen zijn tevens overzichtelijk weergeven in bijlage 1 van deze onderbouwing. 4.13.3 Conclusie Wat betreft de aspecten klimaatadaptatie en natuur inclusief bouwen wordt vermeld dat deze voldoende zijn geborgd in het plan. De aspecten vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

53

Bathmen, Looweg 49 Definitief

4.14

Weging van het waterbelang

4.14.1 Algemeen Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn groot en worden in de toekomst alleen maar groter. Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden, is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) ontwikkeld. Dit NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. De provincie houdt toezicht op de waterschappen en is verantwoordelijk voor veilig drinkwater. Ook zorgt zij voor de plannen voor waterbeheer in de regio. Ook is de provincie verantwoordelijk voor vergunningverlening voor drinkwaterwinning. De ambities zijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving. De waterschappen beheren water en waterkeringen (dijken) en zuiveren afvalwater. Ook zorgen zij voor de kleine waardevolle wateren, zoals vennen en bronnetjes. Voor grotere rivieren, meren en kanalen en grondwaters bestaat de Europese Kaderrichtlijn. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben de waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg).

Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen het waterschap wil nemen. Bij nieuwe plannen dient rekening te worden gehouden met de waterhuishoudkundige situatie. Dit houdt in dat de gevolgen van het plan op de waterbelangen beschreven moeten worden. Een belangrijk instrument hierbij is de watertoets. De waterbelangen en waterhuishoudkundige doelstellingen worden hierbij afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen gaan over zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). In paragraaf3.4 is reeds ingegaan op het beleid van het waterschap. Hierna wordt kort ingegaan op de aanvullende eisen vanuit het gemeentelijk rioleringsprogramma. 4.14.2 Gemeentelijk Rioleringsprogramma (2022-2026) Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsprogramma (2022-2026) en de regionale samenwerking op het gebied van water in de wateragenda. De wateragenda is een samenwerkingsstructuur waarbij een aantal thema's centraal staan. Deze thema's zijn uitgewerkt in aandachtspunten. Op deze punten gaan de waterpartners de komende jaren lokaal samenwerken. De thema's zijn: • • • •

Veilig en klimaatbestendig Milieu en gezondheid Beleving, bewustwording en participatie Doordat de wateragenda duidelijke thema's bevat, kunnen de waterpartners efficiënt en effectief samenwerken aan de watertaken.

De gemeente is verantwoordelijk voor een goed stedelijk watersysteem. Volgens de wet begint de zorgplicht bij de perceeleigenaar. De perceeleigenaar moet het hemel- en grondwater op het eigen perceel verwerken. De gemeente komt in beeld als dit niet kan. In het Gemeentelijk Rioleringsplan is beschreven hoe de gemeente haar watertaken invult en uitvoert. De gemeentelijke watertaken komen voort uit 3 zorgplichten: • • •

inzameling en transport van stedelijk afvalwater; verwerking van afvloeiend hemelwater; de aanpak en het voorkomen van grondwaterproblemen in bebouwd gebied coördineren.

Hemelwater en afvalwater worden op de erfgrens gescheiden aangeleverd. Bovendien moet hemelwater maximaal worden geïnfiltreerd op het eigen terrein. Daarom hanteert de gemeente als uitgangspunt dat de eigenaar bij nieuwbouw zorgt voor een infiltratievoorziening (bijvoorbeeld kratten of een laagte in de tuin) met een inhoud van minimaal 20 mm/m2 over het verhard oppervlak op eigen terrein.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

54

Bathmen, Looweg 49 Definitief 4.14.2 Motivering Voor dit project is gebruik gemaakt van de digitale watertoets. Hierdoor wordt ook het betrokken waterschap geïnformeerd. In dit geval is dat het waterschap Rijn en IJssel. De beantwoording van de vragen heeft geleid tot de ‘Korte procedure'. Hierbij is de standaard waterparagraaf van toepassing. In bijlage 5 is het resultaat van de watertoets opgenomen. Het plan heeft een geringe invloed op de waterhuishouding: •

• • •

Hemelwater: Het hemelwater wordt afgevoerd rondom de woningen. De totale hoeveelheid extra verharding bedraagt 50 m2. Rekening houdend met het uitgangspunt van minimaal 20 mm/m2 vanuit het Gemeentelijke Rioleringsprogramma dient er te worden voorzien in 0,02 * 50 = 1 m3 waterberging op eigen terrein. Hier is op eigen terrein voldoende ruimte voor. Afvalwater: de nieuwe woning zal op het bestaande riool worden aangesloten. Oppervlaktewater: er is geen sprake van open water binnen het projectgebied. Dit is dus verder niet van toepassing. Waterkwaliteit: Er worden tijdens de bouw- en gebruiksfase geen materialen gebruikt die de waterkwaliteit verminderen.

4.14.3 Conclusie Met de voorgenomen activiteit worden de waterbelangen in voldoende mate beschermd.

4.15

Welstand

4.15.1 Algemeen Bij het beoordelen van bouwplannen wordt aan de Welstandsnota getoetst. De ‘welstandsnota gemeente Deventer, welstands- en reclamebeleid’ dateert van 1 oktober 2014. Met deze nota wordt het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Deventer beoogd. In de nota heeft de gemeente het kader voor de welstandstoetsing vastgesteld, door middel van criteria waar nieuwe bouwplannen op grond van het aspect 'welstand' (het uiterlijk van het gebouw) aan moeten voldoen. Deventer is opgedeeld in verscheidende gebieden, de ontwikkellocatie is gelegen in het landelijk gebied, in het jonge ontginningslandschap.

Afbeelding 4.4

Criteria lintbebouwing (Bron: Gemeente Deventer)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

55

Bathmen, Looweg 49 Definitief 4.15.2 Motivering In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals beschreven in de 'Welstandsnota gemeente Deventer, welstands- en reclamebeleid'. In bijlage 1 is dit nader uitgewerkt. Het ontwerp zal bij de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen worden getoetst. 4.15.3 Conclusie Het aspect welstand vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.16

Sociale veiligheid

4.16.1 Algemeen Naast een aantrekkelijke en aanpasbare woonomgeving zal de woonomgeving vooral ook (sociaal) veilig in het gebruik moeten zijn. Het gaat er om dat mensen zich veilig voelen en dat zoveel mogelijk daadwerkelijk zijn. Factoren die kunnen bijdragen aan (het gevoel van) meer veiligheid zijn: informeel toezicht op de openbare ruimte, persoonlijke controle over de ('eigen') omgeving en het imago van het (totale) gebied. Toegespitst op het projectgebied betekent dit, dat door inrichting en beheer van de openbare ruimte een goede sociale controle mogelijk dient te zijn. Een aantal aspecten waarbij de sociale veiligheid bijzondere aandacht vraagt, is: • • •

stedenbouwkundige inrichting: daarbij gaat het onder meer om de relatie openbaar-privé, menging tuin- en straatgericht wonen, overzichtelijkheid van stratenpatronen, parkeervoorzieningen en openbare verlichting; vrijliggende groenvoorzieningen: vooral de waarborging van overzichtelijkheid; langzaam-verkeerroutes: primaire routes moeten bij voorkeur 'begeleid' worden door woonbebouwing.

4.16.2 Motivering Bij de beoogde ontwikkeling is geen herinrichting van de openbare buitenruimte nodig. Wel is in het plan veel ruimte gereserveerd om het bestaande groene karakter van de locatie te behouden. Dit groene karakter bevordert de gezondheid van de inwoners. Bovendien bevindt het project zich in een omgeving waar voorzieningen die beweging stimuleren binnen handbereik zijn. Verder is het project gesitueerd in een omgeving met een duidelijke verkeersstructuur. 4.16.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er in voldoende mate rekening is gehouden met het aspect sociale veiligheid.

4.16

Bezonning

4.16.1 Algemeen Bij bezonning bij ruimtelijke plannen gaat het om voldoende zon op de gevel en om schaduwwerking. Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken op de openbare ruimte of tuinen van omwonenden. Voorkomen moet worden dat de schaduw te veel toeneemt. Sommige functies hebben juist een goede bezonning nodig, zoals tuinen, terrassen of speelplekken. 4.16.2 Motivering In dit geval gaat het om een zeer kleinschalige ontwikkeling, waarbij de bouwhoogte ten opzichte van wat planologisch toegestaan is, niet evenredig wordt veranderd. Bovendien staan er geen andere woningen in de directe omgeving. Een bezonningsstudie is dan ook niet nodig.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

56

Bathmen, Looweg 49 Definitief 4.16.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er in voldoende mate rekening is gehouden met het aspect bezonning.

4.17

Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden

4.17.1 Algemeen De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.17.2 Motivering Voor de inrichtingstekening van de ontwikkeling wordt verwezen naar afbeelding 2.4. Het ontwerp houdt rekening met de omliggende ruimtelijke en bebouwingsstructuren. Ter versterking van het landschap wordt een nieuwe houtsingel aangelegd met een lengte van ongeveer 102 meter. Het plan houd rekening met het vrije uitzit van en naar de Kleinen Traasterdijk 1. Op het erf worden enkele erfbomen en een erfbosje toegevoegd. Het erfbosje sluit aan bij het erfbosje van Kleinen Traasterdijk 1. De nieuw te bouwen schuur op erf Looweg 49 wordt hiermee een eenheid met haar omgeving. Tussen de beide woningen is een beukenhaag gesitueerd ten behoeve van de wenselijke privacy. Naast de basis investering op het erf is in het plan de aanplant van een bomenrij en een houtsingel opgenomen. Het bestaande erf, de boerderijwoning aan de rechterzijde, is landschappelijk goed ingepast en behoeft geen aanpassingen of danwel aanvullingen. In de directe omgeving zijn veel robuuste oude landschapselementen.

De bestaande bomen blijven behouden. De hoeveelheid groen neemt toe. Op deze manier draagt het project bij aan de ruimtelijke kwaliteit. 4.17.3 Conclusie Met de in deze onderbouwing besloten ontwikkeling wordt voldoende rekening gehouden met de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit in de omgeving.

4.18

Leidingen en kabels

Er bevinden zich in en om het projectgebied geen andere relevante ondergrondse en bovengrondse leidingen waar rekening mee hoeft te worden gehouden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

57

Bathmen, Looweg 49 Definitief

HOOFDSTUK 5

PARTICIPATIE

Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief.

5.1

Participatie omgeving

Op verscheidende momenten zijn er door de initiatiefnemer participatiemomenten georganiseerd voor de direct omwonenden. In bijlage 6 is hiervan een verslag opgenomen. Omwonenden zijn positief over de voorgenomen ontwikkeling.

5.2

Bestuurlijk vooroverleg

5.2.1

Het Rijk

Geoordeeld wordt dat het plan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 5.2.2

Provincie Overijssel

Deze paragraaf wordt ingevuld nadat door de gemeente Deventer contact is gezocht met de provincie om het planvoornemen te bespreken. 5.2.3

Waterschap Rijn en IJssel

De watertoets is uitgevoerd. Daarmee is in een vroeg stadium door de gemeente met het waterschap contact gezocht met betrekking tot de waterhuishouding van het projectgebied. De waterhuishoudkundige aspecten zijn in overeenstemming met het waterschap vormgegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

58

Bathmen, Looweg 49 Definitief

HOOFDSTUK 6 6.1

FINANCIËLE HAALBAARHEID

Algemeen

In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden.

6.2

Kostenverhaal

Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen.

6.3

Nadeelcompensatie

In dit geval is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico op nadeelcompensatie voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten zijn hier ook in opgenomen. Het kostenverhaal voor de gemeente is hiermee volledig verzekerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

59

Bathmen, Looweg 49 Definitief

HOOFDSTUK 7

CONCLUSIE EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN

LOCATIES Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld ten behoeve van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit deze BOPA blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

60

Bathmen, Looweg 49 Definitief

HOOFDSTUK 8

VOORSTEL VOOR HET OPNEMEN VAN HET INITIATIEF IN HET

OMGEVINGSPLAN De activiteit dient overeen te komen met de bestemming ‘Wonen’ met bijbehorende regels uit het bestemmingsplan “Buitengebied Deventer, 1e herziening”. De regels dienen gewijzigd te worden in die zin dat een extra woning wordt toegestaan binnen één hoofdgebouw. Voor de toekenning van de functies en bouwmogelijkheden moet rekening worden gehouden met de eigendomsgrenzen van de Looweg 49 en de Kleinen Traasterdijk 1. De bestaande oppervlakte van de bijgebouwen moet worden vastgelegd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

61

Bathmen, Looweg 49 Definitief

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

62

Harry ten Have Tuin- en Landschapsadviseur Spanjaardsdijk 53 7433 PW SCHALKHAAR Tel. 0570 532 000 Fax 0570 532 465 Mobiel 0651 346 628

E-Mail info@harrytenhave.nl Internet www.harrytenhave.nl

Bathmen, Looweg 49 Definitief

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

64

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bathmen, Looweg 49

22-10-2024

AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI BATHMEN, LOOWEG 49

Datum: Projectnummer:

22-10-2024 2024-343

INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding ....................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader ............................................................................................ 5 2.1 2.2 2.3 2.4

Algemeen ............................................................................................................................................... 5 Geluidaandachtsgebied ......................................................................................................................... 5 Grenswaarden rail- en wegverkeerslawaai ........................................................................................... 5 Gemeentelijk geluidsbeleid ................................................................................................................... 6

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten ........................................................................................... 7 3.1 3.2

Situatie projectgebied ........................................................................................................................... 7 Verkeersgegevens.................................................................................................................................. 7

Hoofdstuk 4 Resultaten ................................................................................................... 9 4.1 4.2 4.3

Berekeningen ......................................................................................................................................... 9 Geluid van wegen .................................................................................................................................. 9 Gecumuleerd en gezamenlijk geluid ................................................................................................... 11

4.3.1

Aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid .......................................................................................... 11

4.3.2

Gezamenlijk geluid .......................................................................................................................... 12

4.4 4.5

Afwijken standaardwaarde .................................................................................................................. 12 Maatregelen reductie geluid van wegen ............................................................................................. 12

4.5.1

Bronmaatregelen ............................................................................................................................ 13

4.5.2

Overdrachtsmaatregelen ................................................................................................................ 13

4.5.3

Gevelmaatregelen ........................................................................................................................... 13

4.6

Geluid en gezondheid .......................................................................................................................... 13

Hoofdstuk 5 Conclusie ................................................................................................... 15 Bijlagen bij het onderzoek ............................................................................................... 16 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Verkeersgegevens ....................................................................................................................... 16 Rekenmodel ................................................................................................................................ 17 Itemeigenschappen..................................................................................................................... 19 Resultatentabellen ...................................................................................................................... 20

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bathmen, Looweg 49

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op het perceel aan de Looweg 49, te Bathmen (hierna projectgebied). Initiatienemer is voornemens om het bestaande woonhuis te splitsen naar twee zelfstandige woningen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied (rode ster) ten opzichte van de directe omgeving (rode omkadering) weergegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied (Bron: plattekaart.nl, bewerkt door BJZ.nu)

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd het geluid van wegen ter plaatse van de te realiseren woningen te toetsen aan het stelsel van de standaardwaarden en de grenswaarden uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl). In de directe omgeving van het projectgebied bevinden zich meerdere wegen. Voorliggend onderzoek heeft betrekking op de aspecten rail- en wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de rekenregels van de Omgevingswet. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten, rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bathmen, Looweg 49

HOOFDSTUK 2 2.1

WETTELIJK KADER

Algemeen

Het bevoegd gezag houdt bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied altijd rekening met het belang van het beschermen van de gezondheid en het milieu. Hiervoor bevat het Bkl een systematiek met waarden en eisen waarbinnen het bevoegd gezag de aanvaardbaarheid van geluid beoordeelt (artikel 5.78s Bkl)

2.2

Geluidaandachtsgebied

Een geluidaandachtsgebied is het gebied langs een weg, spoorweg of rond industrieterrein waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde (artikel 3.20 Bkl). Mocht er door een gemeente nog geen geluidaandachtsgebied in het omgevingsplan zijn opgenomen dan gelden de volgende afstanden (artikel 17.5 Omgevingsregeling): • • •

2.3

voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder geldt: 100 m; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een onbekende maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 m; en voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 m.

Grenswaarden rail- en wegverkeerslawaai

In de het Bkl worden zijn standaard- en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw opgenomen. In tabel 1 zijn deze waarden weergegeven.

Geluidbronsoort Provinciale wegen

Standaardwaarde

Grenswaarde

50 Lden

60 Lden

53 Lden

70 Lden

55 Lden

65 Lden

Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen Tabel 1

Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bkl tabel 5.78t/5.78u))

Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel (artikel 5.78t Bkl). Bij geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde moet worden beschouwd welke maatregelen mogelijk zijn om het geluid op een geluidgevoelig gebouw te verlagen tot de standaardwaarde. Het toelaten van een geluidgevoelig gebouw indien niet voldaan wordt aan de standaardwaarde is mogelijk volgens het Bkl (artikel 5.78 Bkl) indien: • • •

•

Geluidbeperkende maatregelen niet mogelijk zijn; De overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk beperkt zijn door het treffen van geluidbeperkende maatregelen; Bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen overwogen zijn die financieel doelmatig zijn en tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan Het gecumuleerd geluid is beoordeelt en de grenswaarde niet overschreden is; BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bathmen, Looweg 49 • •

2.4

Het gezamenlijk geluid is bepaald en de grenswaarde niet overschreden is; Het belang van een geluidluwe gevel is betrokken.

Gemeentelijk geluidsbeleid

De gemeente Deventer beschikt niet over een eigen geluidsbeleid voor wegverkeerslawaai. Daarom wordt de Omgevingswet gevolgd.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bathmen, Looweg 49

HOOFDSTUK 3 3.1

UITGANGSPUNTEN

Situatie projectgebied

De ontwikkeling bevat het planologisch splitsen van de woning in twee zelfstandige woningen, waarbij het af te splitsen deel wordt vergroot tot 506 m3. Het bouwplan is het vergroten van de bovenverdieping. De nokhoogte van de af te splitsen woning wordt in de nieuwe situatie 7,00 m. De nokhoogte van de bestaande boerderij is 7,50 m. In afbeelding 3.1 is een situatieschets van de gewenste situatie weergegeven.

Afbeelding 3.1

3.2

Situatieschets gewenste situatie (Bron: Goenadviesbureau ten Have, 19 februari 2024)

Verkeersgegevens

Het projectgebied ligt binnen het geluidaandachtsgebied van de volgende gemeentelijke wegen: • • • • •

Looweg Hogeweg Looenkweg Kleinen Traasterdijk Sportlaan

Het projectgebied ligt tevens binnen het geluidaandachtsgebied van de Spoorlijn Deventer-Almelo. De gegevens van het railverkeerslawaai zijn gedownload via de centrale voorziening geluidgegevens (30-08-2024). De gemeente Deventer heeft voor de bovengenoemde wegen verkeersintensiteiten voor het prognosejaar 2040 aangeleverd (zie bijlage 1). De Looenkweg en de Kleinen Traasterdijk hebben een zeer lage verkeersintensiteit, deze wegen zijn daarom niet opgenomen in het model. In de onderstaande tabel zijn de intensiteiten en voertuigverdeling per weg weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bathmen, Looweg 49

Weg- en verkeersgegevens

Looweg

Hogeweg

Sportlaan

Etmaalintensiteit 2040

500

100

100

Uurintensiteit dag/avond/nacht (%)

6,7/3,7/0,6

6,7/3,7/0,6

6,7/3,7/0,6

Lichte motorvoertuigen dag/ avond/ nacht (%)

98/98/98

98/98/98

98/98/98

Middelzware vrachtwagens dag/ avond/ nacht (%)

2/2/2

2/2/2

2/2/2

Zware vrachtwagens dag/ avond/ nacht (%)

2/2/2

2/2/2

2/2/2

Wettelijke rijsnelheid (km/uur)

60 km/uur

30 km/uur

30 km/uur

Wegdektype

Referentiewegdek

Elementverharding in keperverband

Referentiewegdek

Tabel 2

Ingevoerde wegverkeersgegevens (Bron: Gemeente Deventer)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bathmen, Looweg 49

HOOFDSTUK 4 4.1

RESULTATEN

Berekeningen

Harde gebieden, zoals wegen en water, zijn ingevoerd als akoestisch hard (bodemfactor 0,0). Voor de zachte bodemgebieden, grasland of andere begroeiing, is de bodemfactor 1,0 aangehouden. Voor de overige delen, voornamelijk agrarische gronden, is de bodemfactor 0,5 aangehouden. • • • •

wegen met intensiteiten; gebouwen inclusief hoogte (ingeladen van PDOK 3D geluid) bodemgebieden (ingeladen van PDOK BGT kaart); toetspunten op 2/3 van de hoogte van de bouwlagen.

In bijlage 2 zijn de uitsneden van het rekenmodel weergegeven en in bijlage 3 zijn de itemeigenschappen weergegeven.

4.2

Geluid van wegen

Om het geluid door het wegverkeer op de geluidgevoelige gebouwen te bepalen zijn er in totaal 6 toetspunten geplaatst, waarbij uitsluitend toetspunten zijn opgenomen op geveldelen waar individuele wooneenheden zijn geprojecteerd. In afbeelding 4.1 zijn de geplaatste toetspunten weergegeven. De resultatentabellen zijn in bijlage 4 opgenomen.

Afbeelding 4.1

Geplaatste toetspunten (Bron: Geomilieu, BJZ.nu)

Het geluid als gevolg van de gemeentelijke wegen bedraagt hoogstens 50 Lden. Met deze waarde wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 Lden uit het Bkl. In tabel 3 word het geluid op de gevel per toetspunt weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bathmen, Looweg 49

Naam

Omschrijving

Hoogte

Lden

TP01_A

Toetspunt 01

2 meter

44,51

TP01_B

Toetspunt 01

5 meter

44,38

TP02_A

Toetspunt 02

2 meter

46,00

TP02_B

Toetspunt 02

5 meter

45,99

TP03_A

Toetspunt 03

2 meter

50,01

TP03_B

Toetspunt 03

5 meter

50,14

TP04_A

Toetspunt 04

2 meter

34,17

TP04_B

Toetspunt 04

5 meter

35,98

TP05_A

Toetspunt 05

2 meter

38,14

TP05_B

Toetspunt 05

5 meter

35,28

TP06_A

Toetspunt 06

2 meter

47,27

TP06_B

Toetspunt 06

5 meter

47,36

Tabel 3 Rekenresultaten geluid door wegen (Bron: BJZ.nu)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bathmen, Looweg 49

Het geluid als gevolg van de spoorlijn Deventer-Almelo bedraagt hoogstens 65 Lden. Met deze waarde wordt niet voldaan aan de standaardwaarde van 55 Lden uit het Bkl. Wel wordt voldaan aan de maximale grenswaarde van 65 Lden uit het Bkl. Naam

Omschrijving

Hoogte

Lden

TP01_A

Toetspunt 01

2 meter

61,07

TP01_B

Toetspunt 01

5 meter

63,75

TP02_A

Toetspunt 02

2 meter

61,34

TP02_B

Toetspunt 02

5 meter

63,71

TP03_A

Toetspunt 03

2 meter

52,04

TP03_B

Toetspunt 03

5 meter

50,32

TP04_A

Toetspunt 04

2 meter

58,33

TP04_B

Toetspunt 04

5 meter

60,11

TP05_A

Toetspunt 05

2 meter

60,83

TP05_B

Toetspunt 05

5 meter

65,13

TP06_A

Toetspunt 06

2 meter

51,00

TP06_B

Toetspunt 06

5 meter

48,79

Tabel 4 Rekenresultaten geluid door spoorwegen (Bron: BJZ.nu)

4.3

Gecumuleerd en gezamenlijk geluid

Indien sprake is van een overschrijding van de standaardwaarde door een geluidbronsoort, dient het gecumuleerd en gezamenlijk geluid te worden beschouwd. Bij de toetsing van gecumuleerd en gezamenlijk geluid wordt rekening gehouden met het geluid door wegen, spoorwegen, industrieterreinen, windturbines en schietbanen. Dit betreffen de geluidbronsoorten. 4.3.1

Aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid

Het gecumuleerd geluid op de gevel is het geluid van verschillende geluidbronnen tezamen op die gevel. De berekening van het cumuleren van geluid houdt rekening met verschillen in hinderlijkheid tussen verschillende soorten geluid. De Omgevingsregeling regelt het hinderequivalent optellen van geluid. In voorliggend geval is sprake van twee geluidsbronsoorten (weg- en railverkeersgeluid). Doordat voor één van de geluidsbronsoorten niet wordt voldaan aan de standaardwaarde, dient het gecumuleerd geluid inzichtelijk te worden gemaakt. In voorliggend geval bedraagt het gecumuleerd geluid ten hoogste 58 dB.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bathmen, Looweg 49

Naam

Geluid door wegen totaal

Geluid door spoorwegen

Gecumuleerd geluid

Gezamenlijk geluid

TP01_A

44,51

61,07

53,49

61,16

TP01_B

44,38

63,75

55,96

63,80

TP02_A

46,00

61,34

53,93

61,47

TP02_B

45,99

63,71

56,05

63,78

TP03_A

50,01

52,04

51,37

54,15

TP03_B

50,14

50,32

51,22

53,24

TP04_A

34,17

58,33

50,48

58,35

TP04_B

35,98

60,11

52,09

60,13

TP05_A

38,14

60,83

52,82

60,85

TP05_B

35,28

65,13

57,20

65,13

TP06_A

47,27

51,00

49,31

52,53

TP06_B

47,36

48,79

48,96

51,14

Tabel 5 Gecumuleerd en gezamenlijk geluid (Bron: BJZ.nu)

De gemeente Deventer beschikt (nog) niet over een beoordelingskader voor gecumuleerd geluid. Doordat in voorliggend geval het gecumuleerd geluid voldoet aan de grenswaarden van de betreffende geluidsbronsoorten, wordt in voorliggend geval het gecumuleerd geluid als aanvaardbaar beschouwd. 4.3.2

Gezamenlijk geluid

Het gezamenlijk geluid op de gevel is het geluid van de verschillende geluidbronnen tezamen op die gevel. Het geluid van de betrokken geluidbronnen wordt ongewogen bij elkaar opgeteld, zonder correcties voor verschillen in hinderlijkheid. Het gezamenlijk geluid bedraagt in voorliggend geval 65 dB. Met het gezamenlijk geluid op een gevel wordt bepaald hoeveel geluidwering een gevel moet hebben om te komen tot een binnenniveau van 33 dB. Hier wordt in paragraaf 4.5.3 nader op ingegaan.

4.4

Afwijken standaardwaarde

Het geluid van de gemeentelijke wegen voldoet niet aan de standaardwaarde. Afwijken van de standaardwaarde is alleen mogelijk als bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van financiële, stedenbouwkundige, verkeerskundige of landschappelijke aard en een binnenniveau van 33 Lden gerealiseerd kan worden. In de volgende paragraaf worden mogelijke maatregelen om het geluid van wegen op de woningen te reduceren onderzocht.

4.5

Maatregelen reductie geluid van wegen

Er wordt onderscheid gemaakt tussen bron-, overdrachts- en gevelmaatregelen. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bathmen, Looweg 49

4.5.1

Bronmaatregelen

In voorliggend geval wordt er niet voldaan aan de standaardwaarde van 55 Lden uit het Bkl voor het aspect geluid door spoorwegen. In het kader van de Omgevingswet is het sterk afhankelijk van de type bron of er bronmaatregelen mogelijk zijn. En of deze in een specifieke vergunning of een omgevingsplan toepasbaar en afdwingbaar zijn. Zo zijn stille vliegtuigen, stille treinen, raildempers maatregelen die buiten de reikwijdte van een omgevingsplan vallen. Uit een indicatieve berekening blijkt dat er 3 dB reductie plaatsvindt wanneer er raildempers worden geplaatst over een lengte van circa 825 meter. De dempers dienen dan op beide sporen geplaatst te worden. De kosten voor het plaatsen van raildempers liggen gemiddeld rond de 300 euro per meter voor enkelspoor. In voorliggend geval ligt nabij het projectgebied een dubbelspoor. Het gaat daarom om 1.650 meter waar raildempers nodig zijn. Dit komt neer op 495.000 euro. Gezien deze hoge kosten en de geringe reductie wordt het aanbrengen van raildempers niet doelmatig geacht. In voorliggend geval is het daarom niet mogelijk om bronmaatregelen toe te passen. Daarnaast heeft de initiatiefnemer ook geen invloed op de samenstelling van het verkeer, de verkeersintensiteit en het snelheidsregime. Bronmaatregelen zijn daarom in voorliggend geval niet doeltreffend om de geluidbelasting te verlagen. 4.5.2

Overdrachtsmaatregelen

Een grotere afstand tussen de gevel en de spoorlijn leidt tot een reductie van het geluid van wegen op de gevel. Deze maatregel kan in voorliggend geval echter niet worden toegepast, aangezien het om een splitsing van een bestaande woning gaat. Het plaatsen van geluidsschermen kan zorgen voor een reductie van het geluid. Dit geeft echter stedenbouwkundige bezwaren aangezien een het scherm de verdiepingen niet zal beschermen en een scherm van circa 6 meter niet wenselijk is. Met een scherm van 3 meter hoog en circa 30 meter lang ten westen van de woning en een scherm van 3 meter hoog en circa 15 meter lang ten noorden van de woning wordt een reductie van circa 2 dB op de begane grond behaald. Hiermee wordt nog niet voldaan aan de standaardwaarde. De kosten van een scherm van in totaal 45 meter lang en 3 meter hoog bedragen circa 54.000 euro, dit zijn zeer hoge kosten voor het planologisch toevoegen van één woning. 4.5.3

Gevelmaatregelen

Als bron- en overdrachtsmaatregelen niet doelmatig blijken, dient er wel voldaan te worden aan de binnenwaarde van 33 dB. Het gezamenlijke geluid bedraagt hoogstens 65 Lden. De vereiste geluidwering GA;K bedraagt 65 – 33 = 32 Lden. Er is dan ook een gevelwering van minimaal 32 Lden benodigd om ter plaatse van de woning aan de binnenwaarde van 33 Lden te kunnen voldoen. Ten tijde van de vergunningaanvraag dient een bouwakoestisch onderzoek te worden bijgevoegd waarin wordt aangetoond dat voldaan wordt aan de vereiste binnenwaarde.

4.6

Geluid en gezondheid

Als onderdeel van de maatregelenafweging moet ook het belang van het beschermen van de gezondheid van de gebruikers/bewoners van geluidsgevoelige gebouwen worden meegewogen. Als onderdeel van deze afweging kan worden meegewogen of er sprake is van één or meerdere ‘geluidsluwe gevels’. Een geluidsluwe gevel is in dit kader: “een gevel die ten opzichte van andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid”. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat een gevel waar wordt voldaan aan de standaardwaarde in ieder geval als geluidsluwe gevel kan worden aangemerkt. De gemeente heeft echter beleidsvrijheid om te bepalen hoe zij een geluidsluwe gevel definieert en welke geluidswaarden hieraan worden gekoppeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15333183/1