2025-02-26 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer 26 februari 2025
Tekst van het document
Dus dat voorkomt uiteindelijk misschien zo meteen wel heel veel vragen aan de, aan het eind van het proces als we een negatief toetsingsadvies zouden krijgen. Dus dat is eigenlijk het voorstel om de commissie voor de MER te verzoeken, om een onafhankelijk tussentijds advies uit te brengen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Smeenk. De heer Smeenk: Ik ben nog nooit zo vaak aan de microfoon geweest, geloof ik als vanavond. Dat gaat niet goed komen. Voorzitter, nu ben ik de vraag kwijt. Wij kunnen heel ver meegaan met het voorstel van de heer Van der Meulen, dat lijkt me ook heel wijs om te doen. Maar ik mis een, ik neem aan, dat er ook financiële consequenties bij zitten waar, de financiële dekking bij een motie is meestal ook aan de orde. Waar denkt u het geld weg te kunnen halen? Of misschien, dat de wethouder een idee heeft.
18 De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, daar zijn we inderdaad wel naar op zoek geweest, want we hebben natuurlijk een enorm budget voor de Omgevingsvisie. Daar zijn we al jaren mee bezig en dat zijn flinke bedragen, die daarin omgaan. Dat heb ik nog proberen uit te zoeken voor de, voor deze vergadering. Dat is niet, helaas niet gelukt, maar ik neem aan dat daar wel 20.000 euro vandaan is te halen. En stel, dat dat echt problematisch zou zijn. Ja, dan krijgen we dat als raad te horen bij een kwartaalrapportage. En als het college niet die weg wil bewandelen, dan zouden we het altijd nog ja, dat mag ik eigenlijk niet noemen, de generieke weerstandsreserve willen noemen. Het college heeft dat zelf vorige maand ook nog voorgesteld, die heeft ook een uit gehaald. Dus dat zou nog de laatste mogelijkheid zijn, maar er zijn voldoende andere mogelijkheden. Ik denk, dat dat goedkomt. De voorzitter: De heer Van der Linde. De heer Van der Linde: Dank u wel, voorzitter. Ik heb gelezen, dat deze tussentijdse MER tegen een gereduceerd tarief van 25.500 euro kan. Als dat uit bindende budget van de Omgevingsvisie kan, dan is dat wat ons betreft akkoord. Maar generieke weerstandsvermogen, daar moeten we heel erg voorzichtig mee zijn.
De voorzitter: Zullen we gewoon aan het college vragen, hoe dat, of dat … Dan de heer Van den Nieuwenhof. De heer Van den Nieuwenhof: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik was even benieuwd, of de indiener kan zeggen. Die tussentijds advies, is er ook een termijn? Is dat een half jaar, driekwart jaar, wat voor termijn praten we over of nog langer? Dank u wel. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel. Ja, dat is eigenlijk ook meer een vraag voor het college, denk ik. Maar het gaat uit van een advies over deze NRD, maar dan wordt tegelijkertijd het ontwerp OER wordt gemaakt. En dat ligt volgens mij, zo ongeveer de tweede helft van dit jaar voor. Dus dan krijgen we het als raad ook te zien. Tenminste, als dit voorstel wordt aangenomen. De voorzitter: Dank u wel. Verder geen vragen? Dan gaan we naar de zijde van het college, wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Ja, voorzitter, dank u wel. De wethouder Financiën is even de zaal uit en daarna wordt gelijk allerlei richtingen, richting weerstandreserves, suggestie gedaan. Maar even zonder gekheid. Ik had wel een aantal ambtenaren achter mij, die even moesten slikken toen uw opmerking over het riante budget, want dat is er namelijk oprecht niet. Dat is een strak budget waarmee gewerkt wordt en dat doen ze ontzettend goed werk voor.
Wat niet wegneemt dat wij deze, als college deze motie positief kunnen adviseren. Maar nogmaals, er moet wel, het moet wel betaald worden. En de begroting voor dit jaar, die loopt gewoon. Dus ja, dan zal er een budgetoverschrijding simpelweg gaan plaatsvinden. En dan zult u als raad uiteindelijk weer een akkoord moeten gaan geven, om dat ja, te gaan verantwoorden. Voorzitter, het advies van de commissie MER, dat zal inderdaad betrekking hebben op die NRD, de werkwijze en de beoordeling van de alternatieven en het koersdocument en nog aanbevelingen mee kunnen geven, ten behoeve van de ontwerp Omgevingsvisie. Naar verwachting kunnen we dat in mei, juni laten uitvoeren en daar in juli over rapporteren aan de raad. Dit verkleint immers het risico op een negatief MER-advies op het ontwerp van de Omgevingseffectrapportage. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Helder, ja? Dan gaan we naar de laatste motie en dat is de motie van Deventer Sociaal, Meetbaarheid Beleid. Die is voor mevrouw Schmidt, ga uw gang. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, in deze NRD staan doelen zonder indicatoren en indicatoren zonder doelen. Onze fractie schrikt van het gebrek aan concrete doelen. De technische uitleg van het
19 college, dat het abstractieniveau van de Omgevingsvisie dat niet toelaat, is bijzonder te noemen. Waarom stellen we deze doelen dan vast? Met het vaststellen van de NRD geven we de aanzet, tot het meten van de effecten van onze Omgevingsvisie op de leefomgeving. Het Rekenkamerrapport van afgelopen november heeft ons opnieuw geleerd, dat de raad scherp moet zijn op de doelstellingen die het college ons voorligt. Wij vragen met deze motie niets meer dan een extra inzet van het college, om te voldoen aan de aanbevelingen van de Rekenkamer. In de volgende fase stellen we als raad de OER vast. Onze motie vraagt het college om dan pas de meetbaarheid van dit beleid te laten zien, zodat het proces Omgevingsvisie geen verdere vertraging oploopt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Reacties uit de raad. Geen vragen? Reactie van het college. Wethouder Wijnhoud, ga uw gang. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Voorzitter, om maar gelijk met de deur in huis te vallen. Wij zullen deze motie ontraden en wel om de volgende reden. Alle indicatoren SMART toetsen past niet en u zei het al, maar dat is wel echt ons standpunt, niet bij het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. Sommige van deze doelen zijn namelijk moeilijk meetbaar. Bij de uitwerking van de scenario’s in het koersdocument en de ontwerp Omgevingsvisie worden de maatregelen concreter.
We kiezen steeds de indicatoren, die het beste bij de doelen passen. Een omgevingeffectsrapportage of een milieueffectrapportage moet altijd qua detailniveau aansluiten bij het plan of het besluit, dat het toetst. Met betrekking tot de drempelwaarde. Als je drempelwaarden ziet als ondergrens worden deze impliciet gebruikt, doordat het bureau bepaalt wat goed, redelijk en slecht is. Deze worden niet expliciet, omdat het een effectbepaling is en geen normbepaling. Dat laatste doe je bij het bepalen van de ambities, met de kennis uit de omgevingseffectrapportage. Op basis van het verwachte effect wat uit de OER komt, kunnen we de keuzes maken in het koersdocument en het ontwerp Omgevingsvisie. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Reactie, mevrouw Schmidt nog. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, niet anders dan, dat ik zeer teleurgesteld ben in de reactie van het college, voorzitter. Ja. De voorzitter: Waarvan akte. Dan mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ja, eigenlijk een vraag aan het college, om dit in Jip en Janneke-taal nog een keer te vertellen. De voorzitter: Ontraden was het. Volgens mij, redelijk helder, maar … Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Ja, dank u, voorzitter. Ja, inderdaad, het ontraden, dat blijft volgens mij de term die redelijk goed past. Alleen, sommige doelen zijn gewoon slecht, moeilijk meetbaar.
En dat is de reden waarom we en nogmaals, de keuzes ga je pas later maken. Dus vandaar dat we toch ja, wat ruimere antwoord gekozen hebben om duidelijk te maken, waarom we deze motie ontraden. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Begrijp ik het dan goed, tenminste zo zie ik het voor me, dat we in de Omgevingsvisie straks de doelen vaststellen en we mee, we toetsen met de OER straks wat het effect is? Dus in de OER stellen we geen doelen. Is dat ongeveer goed uit... De heer Wijnhoud: Ja, voorzitter. De voorzitter: Ja, ga uw gang.
20 De heer Wijnhoud: Voorzitter, we gaan in het, met het koersdocument. Daar kunnen we zeg maar, dat zijn, daar komen al die effecten, daar kunnen we over in discussie. Maar bij deze NDR of NRD sorry, dat is heel wat anders de NRD, past inderdaad deze motie, wat ons betreft niet. Dank u. De voorzitter: Dan de heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank. Dank u wel, voorzitter. Ik dank ook de indiener van deze motie. Want volgens mij is, de geest van de motie is heel duidelijk naar voren gekomen ook in de vorige sessie, dat we soms met termen te maken hebben die multi-interpretabel zijn. Of, waarbij een heel groot doelbereik sprake is en, dat je dat eigenlijk concreter zou willen maken. En dat snap ik heel goed in de oproep van Deventer Sociaal. Maar als u hem dan met die bril bekijkt, dus inderdaad in, meer in de geest van wat er de vorige keer is besproken. Zou u dan niet een positiever ja, oordeel kunnen geven of advies aan de raad hierover? De voorzitter: Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Ja, dank u, voorzitter. Ja, voorzitter. U moet van mij aannemen, dat we hier lang over gesproken hebben, zowel ambtelijk als ook in het college. En we hebben bewust voor dit antwoord gekozen, voor dit advies ook. Omdat we gewoon ja, vinden wat in, met deze motie gevraagd wordt, dat dat gewoon ja, het antwoord heb ik al gegeven. Hoef ik niet te herhalen, voorzitter. Dank u.
De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel, voorzitter. Toch nog een kort vraagje, want het college heeft ook gereageerd op de suggesties van Deventer Sociaal. Daar zaten elementen in van ja, inderdaad, daar gaan we goed naar kijken. Daar, we gaan ons best doen, dat trekken we ons aan, we hebben goed geluisterd. Dus dat onderschrijft u toch nog steeds dat, die reactie? Want ik snap het idee van Deventer Sociaal namelijk heel erg goed, wat zij vragen. Alleen, of het nu goed verwoord is, dan is even een tweede, maar het idee daarachter. De voorzitter: Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Ja, dank u, voorzitter. Ja, vanzelfsprekend luisteren we altijd goed. En wat er gezegd is, daar sta ik nog steeds volledig achter. Alleen, deze motie vraagt ons om alle indicatoren SMART te maken. En dat is gewoon onzes inziens in deze fase althans, is dat niet een goed idee. Ik heb het toen straks uitgelegd. Dus dat is de reden waarom we hier nogmaals, op ontraden. Dank u wel. De voorzitter: Dan mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Ja, toch nog een verzoek ook richting het college. Want u hoort nu de zorgen zeg maar, die er in de raad zijn. En volgens mij, hebben we die zorgen ook op meerdere manieren geprobeerd om te uiten.
Heeft het college dan niet een suggestie om deze motie aan te passen, zodat deze wel gesteund kan worden? Want volgens mij, is dat wat mijn collega van GroenLinks ook vraagt. Want die zorgen ja, wij willen gewoon dat dat, dat daar wat mee gedaan wordt. Dus kan het college iets verzinnen, waardoor onze zorgen dan toch wel op een, één of andere manier wel meegenomen worden? De voorzitter: Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Ja, voorzitter. Nogmaals, we hebben ons natuurlijk, op deze dictumpunten hebben we ons, hebben we naar gekeken. Maar wellicht als u mij toestaat, voorzitter, dat we even daarover schorsen. Dan wil ik dat wel eventjes, wel even ruggespraak daarover houden. Dank u wel.
21 De voorzitter: Oké, dan schorsen we tot 21.10 uur. We gaan even, we gaan zo door met de motie. Maar eerst wil de heer Van Wijk ook nog een mededeling doen, begrijp ik. De heer Van Wijk: Ja, dank, voorzitter voor het woord. De beide amendementen zou ik graag willen intrekken. Het doel was om biodiversiteit, gezonde leefomgeving na te streven. Die zorgen rondom de impact van gewasbestrijdingsmiddelen blijven overeind staan. Maar ik merk aan het debat en aan het advies van het college en van de ambtenaren die proberen mee te denken, dat dit misschien niet de juiste plek en moment is om dat te doen. Helaas geen toezegging van het college. Wel een toezegging van mij, dat ik hier actief op zal blijven bewaken dat deze zorgen worden geadresseerd. De voorzitter: Uitstekend. Dank u wel. Dan de vraag, of we verder kunnen met de motie. Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Ja, dank u, voorzitter. En dank dat we hier nog eventjes naar konden gaan kijken. Maar op basis van de motie die dus eerder in het RIS stond waarom, waarop wij ons gebaseerd hebben moet ik helaas constateren, dat ik geen kans zie voor het uitvoerbaar maken van deze motie. Maar we kunnen, dat kan ik wel toezeggen, het expliciet voorleggen aan de commissie MER bij het tussentijdse advies. SMART-doelstelling bepalen we namelijk in het koersdocument, wat ik al gezegd heb en bijpassende meetbare indicatoren hebben we al.
En het definiëren van drempelwaarden, ja, dat is niet passend wat ons betreft. Het Omgevingseffectrapportage. Het is geen normstelling, maar een effectbepaling. We gebruiken bestaande normen uit het milieubeleid in de effectbepaling. Maar nogmaals, ik wil het met alle plezier, want ik snap uw zorg, dat neerleggen ook bij de commissie MER. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. En dank u wel, wethouder, ja, in ieder geval voor deze uitgestoken hand en het meedenken. We wachten dan het vervolg af. De voorzitter: Dus de motie wordt ingetrokken, begrijp ik dat? Mevrouw Schmidt-Versteeg: Nee. De voorzitter: Dat niet. Oké. Oké, kan ook. Dan gaan we naar de stemmingen. De beide amendementen zijn ingetrokken. Mevrouw Schmidt, er staat nu een tekst van de motie, die wij nog niet kennen. Oh, is het aangepast. Ja, maar dat was ons niet gewaar geworden, dat die ook aangepast zou worden. Dus kunt u nog toelichten, wat nu gewijzigd is. Wat is de betekenis, wat wilt u met deze motie nu doen? Is de toezegging voor de wethouder voldoende? Of, want dat is feite wat hier staat, volgens mij. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dan lijkt het me voldoende, voorzitter. Ik … De voorzitter: Dan trek je hem in. Ja? Oké. Dan gaan wij stemmen over het raadsvoorstel en daarna over de tussentijdse evaluatie van de motie.
Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Zieverink voor een stemverklaring. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. We hebben enorm veel respect voor de ambtelijke organisatie, die begrijpelijke materie komt begrijp, complexe materie begrijpelijk weet te maken. Sorry, voorzitter. Maar wij zijn wel genoodzaakt, om als fractie tegen te stemmen. En dat heeft te maken met het feit, dat wij vinden dat het college weinig sensitief is geweest in de zorgen, die wij hebben geuit. Dat wekt gewoon geen vertrouwen voor het vervolg. En wij vinden het dus niet erg om te vertragen, als dat de kwaliteit gewoon ten goede komt. De voorzitter: Andere stemverklaringen nog? Dan gaan we stemmen over het … Nog een stemverklaring?
22 Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Onze fractie zal instemmen met het voorstel. Maar we hopen dan wel, dat de SMART-doelstellingen beter zichtbaar zijn in het, in het tussentijdse advies van de commissie MER. Dank u wel. De voorzitter: Ik krijg steeds meer goede hoop, dat die motie wordt aangenomen zo direct. We gaan nu stemmen over het raadsvoorstel Notitie Reikwijdte en Detailniveau Omgevingsvisie Deventer. De, het raadsvoorstel is aangenomen met dien verstande, dat de fractie van Deventer Belang heeft tegengestemd. Overige fracties hebben voorgestemd. Daarmee is het raadsvoorstel aangenomen. En gaan we naar de motie Tussentijds advies van de onafhankelijke commissie voor de Milieueffectrapportage. Is er nog behoefte aan stemverklaringen? Dat is niet het geval. Dan gaan we over tot stemming. Motie is unaniem aangenomen. 7.
Basisvoorkeursvariant Hoofdwegenstructuur
De voorzitter: Dan komen wij aan het pièce de résistance van deze avond en dat is de Basisvariant Hoofdwegenstructuur. Het is goed om daar even en ik vraag even stilte in de zaal, om daar even goed met elkaar over te hebben, hoe we dit nu gaan behandelen. Het is een belangrijk onderwerp, mobiliteit en verkeer raakt ons tenslotte allemaal. De raad heeft 15 aanvullingen of wijzigingen op het voorstel ingediend. Om grip te houden wat we nu wel en we niet gaan doen en we gaan bespreken, stel ik voor de moties en om de amendementen in blokken te behandelen. Dan hebben we een aantal thema's, dat levert vijf verschillende blokken op. Het eerste blok is het blok over de Van Oldenielstraat. Dan het blok over het IJsselfront en de Welle. Een blok over beslispunt één van het concept raadsbesluit, een blok over concept beslispunt twee van het concept raadsbesluit. En dan nog een resterend blok, met wat losse onderwerpen. De griffie heeft de amendementen en de nummer, moties genummerd, zodat u goed kan volgen welk blok, in welk blok we wat bespreken. Is deze behandelingswijze akkoord? Probeer een beetje ordening te krijgen in het geheel. Dus we laten de volgorde die nu in het RIS even staat, voor wat die is en we gaan dan in blokken werken. Dan beginnen we met blok één over de Van Oldenielstraat.
En dan bespreken we de volgende amendementen, namelijk 7A4 Leefbare Van Oldeniel, 7A6 beslispunt 1.1 en de motie 7M2 Kruispunten Van Oldeniel. Is dat helder? Ja. Gaan we beginnen met blok één en dan beginnen we dus met het blok, de amendement 7A4 Leefbare Van Oldeniel. Ja. De heer Diepenhorst heeft het woord. De heer Diepenhorst: Dank u wel, voorzitter. Een herinrichting van de Van Oldenielstraat kan afhankelijk van het definitieve ontwerp grote gevolgen hebben voor de buurt, aanwonenden, voetgangers en fietsers. Op dit moment van besluitvorming is onduidelijk of het alleen gaat om capaciteitsverruiming van de twee betrokken kruispunten, of om een complete verdubbeling van de straat, met vergaande gevolgen voor leefbaarheid en gezondheid. Het is ook goed om een aantal alternatieven zoals noordelijke routes, minder doorgaand vrachtverkeer, een fietstunnel te onderzoeken, waardoor de verkeersintensiteit van de Van Oldenielstraat omlaag gebracht kan worden. Het comité van Oldeniel heel heeft nog diverse argumenten aangedragen waaruit blijkt, dat nog niet alles goed onderzocht is. En als alles al onderzocht zou zijn, dan is het een kleine moeite om het overzichtelijk aan te leveren. Tevens is het belangrijk om zicht te krijgen, op de effecten van het definitieve plan op voetgangers en fietsverkeer. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Reacties vanuit de raad.
De heer Evers. De heer Evers: Dank u wel, voorzitter. Even een vraag aan de indiener. We hebben als raad meerdere sessies gehad. We hebben ook een uitgebreide technische sessie gehad, waar volgens mij al deze varianten ook in kaart zijn gebracht en aan ons gepresenteerd zijn. Wat denkt de heer Diepenhorst met deze motie nog of, dit amendement nog verder boven tafel te krijgen, behalve de informatie die we allemaal al gehad hebben? De voorzitter: De heer Diepenhorst.
23 De heer Diepenhorst: Een aantal aspecten zijn zeker aan bod geweest, maar onvolledig. Bovendien zit er nog een heel stuk ruis op een aantal verkenningen, die aangebracht worden. Het comité Van Oldeniel heeft ook nog een aantal extra argumenten aangedragen, waarom bepaalde varianten toch nog even extra aandacht verdienen. Bijvoorbeeld 11 procent, terwijl tegelijkertijd veel grotere aantallen over Wezenland bijvoorbeeld gaan. Dat verhoudt zich niet heel goed tot die 11 procent. Dat heeft waarschijnlijk te maken met bijvoorbeeld verkeer richting Diepenveen enzovoorts, die tot die 11 procent behoort. Maar die ook een andere route kan kiezen, waardoor er zeker sprake kan zijn van ontlasting van de Oldeniel. Dus er zijn zeker nog een aantal open punten en dat geldt ook voor die andere noordelijke routes. De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja. Wij hebben het idee, dat al deze varianten voldoende duidelijk uitgezocht zijn. Maar ik vraag ook wel, we vragen eigenlijk ook aan het college. Als we dit gaan, dit amendement gaan aannemen, wat voor extra informatie we dan als raad nog te verwachten hebben? De voorzitter: Die vraag komt zo aan de orde. Andere vragen nog vanuit de raad? Niemand. Dan gaan we naar wethouder Elferink, ga uw gang. De heer Elferink: Dank u, voorzitter. Allereerst even de vraag die net gesteld werd door het CDA.
Wat voor extra informatie gaat dit amendement opleveren? Wat ons betreft, geen extra informatie. Alle aangedragen varianten zijn onderzocht. U heeft als raad anderhalf jaar geleden een plan van aanpak vastgesteld, hoe we deze herijking gaan uitvoeren. Daar zijn we, met een focusgroep is daar een proces gestart. En daar zijn ook op aangeven van leden van die focusgroep onder andere mensen uit de Van Oldenielstraat en omgeving, vanuit het comité alternatieven aangedragen. Die zijn onderzocht, verkeerskundig onderzocht en die varianten hebben geen effect op de verkeerssituatie, het knelpunt Van Oldenielstraat. Dus dat is even een antwoord op die vraag. Ook die noordelijke routes et cetera, dat is allemaal in kaart gebracht en niet zinvol gebleken om dat nu opnieuw te doen. Of, dat is wat ons betreft niet zinvol om dat nu opnieuw te gaan doen, wat u hiermee vraagt. Wat gaan we dan wel doen? Wat gaat het college wel doen? We gaan verschillende varianten van het uitbreiden van de capaciteit op de Van Oldenielstraat, die gaan we in kaart brengen. Dat gaat in overleg met de omwonenden, conform hoe we dat hier met uw raad hebben afgesproken. De groei van Deventer is volop gaande. Het is van groot belang, dat uw raad het dakpanprincipe wat vanavond voorligt, dat u dat herbevestigt. En Van Oldenielstraat is daar onderdeel van. Het college ontraadt hiermee het amendement. Dank u.
De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had nog een vraag aan het college of de wethouder in dit geval over, hoe die varianten dan tot stand gaan komen. Want uiteindelijk, in de, wij zijn ook te gast geweest bij de, bij het comité rond, comitées rond de Van Oldenielstraat. Er zijn gewoon wel grote zorgen over die leefbaarheid. Dus die varianten die nu zijn doorzocht zijn voor een belangrijk deel ook doorzocht op ja, met name op het effect op doorstroming. Ja, de, voor, de Van Oldenielstraat stelt terecht de vraag, what’s in it for us? En zijn ook daar best wel duidelijk geweest in de zin van, we snappen ook dat er iets moet gebeuren. Maar wat heeft het voor impact in de leefbaarheid in die straat? En hoe worden de varianten, welke varianten worden dan afgewogen straks? En hoe ga, wie gaat die varianten samenstellen? Dat is dan wel van belang. En tegen welke ja, criteria? Gaat het alleen over doorstroming, gaat of speelt daar ook die leefbaarheid en die bijvoorbeeld de oversteekbaarheid een rol? De voorzitter: Wethouder Elferink. De heer Elferink: Ja, heel veel vragen. Dat wordt in de volgende fase als we een project gaan starten … Wat nu voorligt, is een herbevestiging van het dakpanprincipe. En daar is het knelpunt Van Oldenielstraat is daar
24 prominent in aanwezig. Is niet iets nieuws, hè. Als u terugkijkt, 2007, eerste herijking van de hoofdwegenstructuur, wordt het al genoemd. U gaat het vanavond herbevestigen. En in het vervolg als u dit heeft herbevestigd, gaan wij een project starten en gaan we voor u in kaart brengen, welke varianten wij zien. En dat kan een ondertunneling zijn. Dat kan van alles zijn, wat kan bijdragen aan het vergroten van de capaciteit van die kruispunten op de Van Oldeniel. Want als u daar gewoon doorheen rijdt, ik kwam er gister nog doorheen ja, het is, u ziet wat het knelpunt is. Dat is gewoon dagelijks dat, de leefbaarheid staat nu ook daar al onder druk. Dus ook de Van Oldenielstraat, die leefbaarheid vraagt om een besluit vanavond of morgenavond. Ja. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Dat ben ik op zich helemaal met het college en ook de wethouder eens, dat er leefbaarheid nu ook een groot probleem is. Maar dus is de terechte vraag ook de, en de behoefte van de omge… van de Van Oldenielstraat, ja, in leefbaarheid willen wij daar ook wel graag op vooruitgaan. Dat is een logische vraag. En ik denk, dat is ook een van de belangrijke reden om dat knelpunt aan te passen. Ben ik van harte eens. Alleen is wel de vraag, hoe gaat en daar hoor, heb ik het college of de wethouder geen antwoord op horen geven.
En op welke wijze gaat de raad betrokken worden bij ja, bij welke varianten gaan worden afgewogen en welke criteria daarvoor zijn? De voorzitter: Wethouder Elferink. De heer Elferink: Dank u, voorzitter. Ik heb in de stukken gezien, dat er vanavond nog iets voorligt om dit project zeg maar als we het gaan starten, onder de Leidraad Grote Projecten te laten vallen. En dan wordt u in positie gebracht als raad. En welke variant het zijn? Ja, dat ligt nu gewoon niet voor. U focust heel erg op een maatregel in. Maar wat we nu doen, is drie hoofduitgangspunten vaststellen. Dat ligt voor en die monden uit in maatregelen. En een van die maatregelen is capaciteitsverruiming Van Oldenielstraat. Dat gaan we oppakken. En dan gaan we gewoon een regulier project draaien met alle toeters en bellen die daarop van toepassing zijn, conform de afspraken die wij met uw raad hebben gemaakt. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Voorzitter, dank u wel. Dan ben ik nog steeds niet helemaal gerustgesteld, dat is een regulier project of is dat een natuurproject. Over het algemeen hebben we daar als raad, wij zijn, zijn wij daar weinig bij betrokken. En daar zit misschien wel juist het probleem op dit punt. Ik hoor ook wel de wethouder zeggen van, dan moet het maar een groot project worden. Zie ik als een soort positief advies. Dat, daar moeten we het dan maar gaan doen.
Maar en ik ben nog niet gerustgesteld als over het gaat, de betrokkenheid van de raad bij het vervolgtraject hierin. De voorzitter: Dan de heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja, dank u, voorzitter. Ja, ik moet mijnheer De Niet misschien een beetje bijvallen, want ik begrijp het niet zo goed. En dat is misschien ook wat we hier zien, hè. We hebben nu, ik heb zelden een raadsvoorstel meegemaakt waar zoveel amendementen en moties bij liggen. Dat zegt waarschijnlijk iets over de kwaliteit van dit stuk. Dat is jammer, maar dat geeft ook iets aan over de zorg van al die omwonenden. Dit amendement en misschien kan het college dat beantwoorden. Dit amendement vraagt ook, om dit stuk onder de Grote Leidraad te brengen. Dus niet wat straks komt, dit amendement staat het ook al. En u zegt wel, we besluiten maar drie hoofddingen, dat zegt de portefeuillehouder, maar vervolgens is de rest weer uitvoering. Uitvoering, gaat u weer over, dan worden wij niet in stelling gebracht. En daar zit ook de zorg van die omwonenden. Dus waar en op welk moment worden wij dan meegenomen? Neemt u ons mee in die uitvoering, zet u het onder Grote Leidraad Grote Projecten? Wat ook dit amendement eigenlijk voorstelt.
25 De voorzitter: Wethouder Elferink. De heer Elferink: Ja, dank u, voorzitter. Ja, dit onderdeel uit het amendement, daar is het college positief over. Alhoewel, hier staat, start met de uitvoering van een initiatieffase. Ja, ik, we zullen op moment dat we dit project gaan starten, met u bespreken. En als uw raad, want uiteindelijk gaat uw raad daarover, als u conform de Leidraad Grote Projecten dit project en we kunnen ons dat heel goed voorstellen, als groot project wilt betitelen, dan gaan we op de wijze zoals we die met u afgesproken hebben, dat project behandelen en gaan we u in positie brengen als raad. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja, dan is het misschien een goed verstandig besluit om, dat het college nog eens met de indiener nu gaat overleggen om dit amendement aan te passen, zodat het wel gedragen wordt en het college dit in zijn geheel overneemt. De voorzitter: De heer Diepenhorst nog. De heer Diepenhorst: Ja, op zich zijn we uiteraard blij, dat het misschien een groot project kan worden. Maar het moet straks nog blijken bij de motiebehandeling, omdat daardoor de raad aan zet blijft. Dat is een van de onderdelen van dit amendement. Maar het andere punt blijft, dat het volledige onderzoek naar alternatieven wat ons betreft, nog niet compleet is.
En dat dat misschien met een korte tijd best wel hersteld kan worden, maar het gaat nu net iets te snel. En die snelheid is niet nodig, want er is nog voldoende tijd om het proces zorgvuldig te doen. De voorzitter: Dat lijkt, ja, ja, geen vraag meer. Ik denk, dat we het daarmee voldoende hebben behandeld. Dan gaan we naar het amendement 7A6 Beslispunt 1.3 prioriteit voor Oldenielstraat. De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Dank u, voorzitter. We hebben veel vragen en sessies gehad over dit onderwerp. En daarom ja, we, er is gewoon heel veel onduidelijkheid. Er zijn veel technische vragen gesteld, is ook goed beantwoord vanuit het college. Daarom willen we als fractie VVD, CDA, Gemeentebelang en DeventerNu toch nog wel even een verduidelijking in het raadsvoorstel zetten. Daar gaat het bij, om bij punt 1.3 erbij te zetten, waarbij de uitbreiding van de capaciteit op de kruispunten van de Van Oldenielstraat prioriteit dient te krijgen in de aanpak. Dit is enerzijds, vanwege de herbevestiging van het dakpanprincipe, dat we van buiten naar binnen gaan werken. Dat je niet eerst opstoppingen gaat creëren aan de binnenzijde van de stad. En dat, terwijl het nu al heel erg druk is in de Van Oldenielstraat, daar nog meer verkeer naartoe gaat leiden. En anderzijds, omdat op dit moment de leefbaarheid al niet heel erg goed is bij de huidige situatie. De voorzitter: Reacties. Mevrouw Visser.
Mevrouw Visser: Ja, ik vraag me af, waaruit de VVD opmaakt dat dit nu geen prioriteit zou hebben in dit raadsvoorstel. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Dank u, voorzitter. Zoals daarnet al werd aangegeven bij het vorige amendement, wij gaan nu beslissen over deze drie uitgangspunten. Uiteindelijk, de uitvoer gaan wij als raad niet over. En toch, wil ik dit stukje juist expliciet naar voren trekken. De voorzitter: Mevrouw Visser.
26 Mevrouw Visser: Volgens mij, was dat niet het antwoord op mijn vraag. Ik heb namelijk de indruk ook in de beantwoording van de wethouder in de raadstafels, dat dit een van de belangrijkste aanstaande projecten van het college is. Dus ik heb zelf de indruk, dat het al prioriteit heeft. En mijn vraag aan de VVD is, heeft u de indruk dat het geen prioriteit heeft? En dat dit niet dus als eerst staat. Ik lees het raadsvoorstel wel zo na. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Ik wil, dat er geen misverstand over is. De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Dan ben ik wel benieuwd, wat het college hierover te zeggen heeft. De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Dank u wel. Er wordt ook gesproken over leefbaarheid en capaciteitsverruiming. Dat is mij niet zo heel erg duidelijk, waarom capaciteitsverruiming tot een leefbaarheidsverbetering zou leiden. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: We hebben met zijn allen als raad besloten, dat er heel veel huizen bij moeten komen in Deventer. Daarbij hebben we ook besloten, dat het binnenstedelijk zou moeten gebeuren. Dat betekent, dat we in de toekomst daar een veel grotere verkeersstroom gaan krijgen, zeker ook als Keizerslanden et cetera, uitgebreid wordt. De voorzitter: De heer Diepenhorst.
De heer Diepenhorst: Ik begrijp, dat verstaan wordt onder leefbaarheid, dat de auto's door kunnen stromen. Dat is een wat andere interpretatie, dan ik zelf erop na hou. Bovendien, de woningbouw in Steenbrugge en verder richting Raalterweg, die kan heel goed via die alternatieve routes waar we net voor gepleit hebben om die te doen. Dus wat ons betreft, is dit geen goed amendement. De voorzitter: Duidelijk. De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil toch ook de indiener vragen dat, want ik hoorde u in uw bijdrage net wel iets zeggen over leefbaarheid, maar in het hele stuk, in de hele onderbouwing staat helemaal niks over leefbaarheid. Terwijl ja, dat toch wel wat ons betreft het grootste punt is. En als we volgens mij de, dit amendement aannemen, dan benadrukken we vooral de doorstroming, terwijl het juist om de balans gaat tussen leefbaarheid en doorstroming. Want ook die leefbaarheid moet ervoor, op vooruitgaan. En ik wil de indieners vragen, of ze dat met mij eens zijn en, waarom ze dat niet hebben toegevoegd. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Waarom dat niet toegevoegd is. Kijk, de leefbaarheid is dat dat verbeterd wordt, is een gevolg als je die kruispunten aanpakt. Op dit moment staan alleen maar die auto's voor de deur te pruttelen op de Oldenielstraat. De voorzitter: De heer De Niet.
27 De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Ja, in mijn, of in onze definitie is leefbaarheid meer dan de auto's die doorrijden. Dat gaat over groen in de straat, ook doorstroming, maar ook groen in de straat, oversteekbaarheid en dergelijke. Prettig wonen en leven. En dat is meer dan alleen auto's die doorrijden. De voorzitter: Oké. Stel voor, dat we het hierbij laten. Gaan we naar de zijde van het college, wethouder Elferink. De heer Elferink: Dank u, voorzitter. Waar bij de uitbreiding van de capaciteit op de kruispunten Van Oldenielstraat prioriteit dient te krijgen. Dat ligt nu voor. Ja, het college begrijpt de behoefte en onderkent de noodzaak, om snel aan de slag te gaan met die capaciteitsuitbreiding op die kruispunten. Als uw raad zoals ik net al zei, dat dakpanprincipe herbevestigt, gaan we daar als college voortvarend mee aan de slag. Zorgvuldig, in nauw overleg met de omwonenden, et cetera. Net ook op de vraag van, wat voegt dit amendement toe? Ja, dit amendement is niet strikt noodzakelijk. Maar we zien het wel als steun in de rug om hier voortvarend mee aan de slag te gaan. En het college vat dan prioriteit op als, zo snel mogelijk starten. Maar wel, let wel, gelijktijdig met andere maatregelen tot 2030, waar ook al budget voor is. Oordeel aan de raad, wat ons betreft. De voorzitter: Oké. De heer Elferink: College.
De voorzitter: Voldoende? Ja? Dan gaan we naar de motie 7M2 Kruispunten Van Oldenielstraat leidraad grote projecten. Mevrouw Eltink. Mevrouw Eltink: Ik dank u wel, voorzitter. De gemoederen rondom de capaciteitsvergroting van de kruisingen van de Van Oldenielstraat en Van Oldenielstraat die daartussen ligt, houdt Deventer al lang bezig en in, zijn in de aanloop van deze raadsvergadering flink opgelaaid. Terecht. Volkomen terecht, dat de bewoners van de Van Oldenielstraat en omgeving zich grote zorgen maken over wat deze capaciteitsvergroting voor hun gaat betekenen. De afgelopen weken hebben vele raadsleden gesprekken met hen gehad. En de bijeenkomst die door de bewoners georganiseerd is, is ook door veel raadsleden bezocht en onderstreepte hun angsten en zorgen. Het is van groot belang, dat in het vervolg van het proces van dit project de juiste stappen worden gezet op een, om op een gestructureerde wijze, waarbij de raad haar kaderstellende en controlerende rol goed kan uitvoeren en de bewoners goed in positie gebracht worden, om te participeren. Dit alles overwegende heeft ertoe geleid, dat de motie Kruispunten Van Oldeniel leidraad grote projecten nu voorligt.
Het voldoet aan de kenmerken voor aanwijzingen om te behoren tot de Leidraad Grote Projecten gemeente Deventer, zoals substantiële financiële gevolgen, aanmerkelijke projectrisico 's, belangrijke gevolgen voor de samenleving, organisatorisch complex en politieke gevoeligheid. En vandaar, de raad draagt het college van B&W op een, kunt u zelf lezen, het project uitbreiding van capaciteit op de kruisingen van Van Oldenielstraat te laten vallen onder de Leidraad Grote Projecten, zodat de raad haar kaderstellende en controlerende rol goed kan uitvoeren. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Eltink. Reacties uit de raad. De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja, dank u, voorzitter. Een vraag aan de indieners, moet ik zeggen. Waarom heeft u niet het amendement gesteund van GroenLinks, die eigenlijk hetzelfde voorstelt en met Groot Leidraad? Mevrouw Eltink: Ja, dank u wel, voorzitter, wil ik graag op reageren. Er staat in, dat is de tweede bullet volgens mij bij het amendement van GroenLinks, dat ook alle alternatieven weer opnieuw uitgezocht moesten worden. En voor zover wij geïnformeerd zijn, over andere varianten is dat gewoon gebeurd. De heer Evers heeft daar ook al aan gerefereerd. Wat belangrijk is in de volgende stap, dat de varianten uitgezocht worden in samenspraak met bewoners, hoe we dat gebied gaan inrichten.
En dat, daar heel zorgvuldig naartoe gewerkt wordt en niet gaan herhalen, wat al een keer uitgevoerd is. De voorzitter: De heer Kleine Schaars.
28 De heer Kleine Schaars: Volgens mij heb ik net ook voorgesteld aan het college en de indiener, om dat aan te passen en dan werkbaar te maken. Dus dat had u ook kunnen doen. Als u daar nu in mee gaat, dan hoeven we niet die motie nu aan te nemen van u, die het college weer naast zich neer kan leggen, om welke reden dan misschien ook. De voorzitter: Maar we hebben het amendement nu behandeld, dus we gaan … U heeft het verzoek gedaan en of dat amendement wordt aangepast, dat is verder niet aan mevrouw Eltink. Dat is aan de indieners van het amendement. Ja, daar gaan we nu niet over doorpraten, wat mij betreft. De heer Evers. De heer Evers: Ja, dank u wel, voorzitter, administratief punt. De heer Van den Nieuwenhof van DeventerNu had gevraagd om als mede-indiener, en dan hoeft hij het zelf niet te zeggen, want hij had het mij gevraagd, dus ik zeg het even voor hem. Mevrouw Eltink: Excuses, voorzitter. Het was wel doorgegeven aan mij, maar ik was vergeten. Ja, het staat er niet op volgens mij, maar … De voorzitter: Dat is duidelijk, ja. Dan gaan we naar de reactie van het college voor deze motie. De heer Elferink: Dank u wel, voorzitter. Ik had het eigenlijk daarstraks al aangegeven, dus het college is bereid om dit conform uw verzoek uit te voeren. De voorzitter: Oké. Dan gaan we naar blok twee. Mevrouw Eltink: Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter: Graag gedaan, mevrouw Eltink. Dan blok twee, Welle en IJsselfront is dat blok. We beginnen bij het amendement 7A2, Welle naar 30 kilometer tussen de bruggen, van GroenLinks. De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Even zoeken tussen veranderde volgordes. Het stuk weg Welle en Kapjeswelle, tussen de spoorbrug en de Wilhelminabrug kent vele zijwegen. Het zijn er volgens mij, wel 13 op een stukje van 1,2 kilometers. En vele voetgangers en fietsers steken hier over. Een maximumsnelheid van 30 kilometer op dit traject tussen de bruggen zorgt voor duidelijkheid voor automobilisten en draagt bij, aan de veiligheid voor langzaam verkeer en de leefbaarheid van de binnenstad. Dat kan zonder dure wegaanpassingen buiten het MiMik-deel. Automobilisten houden zich in principe ook zonder actieve verkeerscontroles en bijzondere wegaanpassingen aan de maximumsnelheid. En bovendien, er zijn maar een paar auto's nodig die 30 rijden, dan moet de rest daar achteraan. En als dat toch moet, er zijn hele goedkope en positief stimulerende verkeersmaatregelen mogelijk om automobilisten te verleiden, om zich aan de maximumsnelheid te houden, zoals bijvoorbeeld nu aan de IJsselkade. De voorzitter: Reacties vanuit de raad. De heer Evers. Namens uzelf, neem ik aan. De heer Evers: Ja, niet, nee. Ja, ik zal het voor de duidelijkheid er steeds bij zeggen, voorzitter. Vraag aan de indiener.
Wij hebben een compleet pakket maatregelen voorgelegd gekregen, hoofdwegenstructuur, waarin nadrukkelijk wordt gezegd, stukje kunnen we nu 30 kilometer maken. Onze ambitie is om op lange termijn die hele Welle 30 kilometer te maken. Nu niet doen, is het advies. Omdat we in dat totaalpakket de verkeerscapaciteit op de Welle nog te groot is, om nu dat volledige traject 30 kilometer te maken. Wat beweegt GroenLinks, om dit stuk er nu uit te halen, terwijl het onderdeel is van dat totale pakket van maatregelen? De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Het stuk is ja, ik zie het niet zozeer als een onderdeel van een complete set van maatregelen. Het is gewoon een keuze, om alleen een klein stukje bij MiMik nu te doen. En dat kun je met dezelfde
29 gemak verbreden en verlengen tussen de twee spoorbruggen. In het algemeen wordt dat veel logischer gevonden en het zal nauwelijks leiden tot veel vertraging of veel minder doorstroming. Zeker als het druk is, is de gebruikelijke snelheid al niet meer dan 30 kilometer. De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: Ja, ik hecht dan op dit moment toch meer belang aan het advies van een verkeerskundig bureau als Goudappel die ons adviseert, dan het algemeen dat ons adviseert om het hele stuk 30 kilometer te maken. Is GroenLinks het niet met me eens, dat we iets meer moeten varen op de adviezen die we krijgen van zo’n bureau, dan ja, één maatregeltje eruit te halen die we misschien met zijn allen best wel leuk vinden en die we op lange termijn ook met zijn allen ambiëren. De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ja, het gaat om een heel klein stuk van 1,2 kilometer met wel 13 zijwegen. Dus het is gewoon een gemiste kans, om het nu niet te doen. De voorzitter: Oké. De heer Evers, dank u wel. Dan mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ja, ik ben een beetje in verwarring. Want ik heb het idee, dat de heer Diepenhorst nu het amendement toelicht wat hij indient bij het Mobiliteitsplan en niet bij de hoofdwegenstructuur. Want in de hoofdwegenstructuur amendement staat vooruitlopend onder onderhoudswerkzaamheden, gaan we op zoek naar middelen.
En er staat niet, dat we die 30 kilometer per uur al gaan doen. Dus even dubbelcheck, of 7A2 het amendement is, dat we op zoek gaan naar middelen. De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ja, ben ik even in verwarring, eerlijk gezegd. Dus dat … Volgens mij, staat dat er wel bij. Ja. Bij de toelichting. Mevrouw Visser: Vooruitlopend op onderhoudswerkzaamheden gaan we op zoek naar middelen, om de Welle ... De heer Diepenhorst: Ja, 30 kilometer, ja. Mevrouw Visser: Oké. De heer Diepenhorst: Volgens mij, staat het er wel. Mevrouw Visser: Dus u stelt voor of, de heer Diepenhorst stelt voor, dat we op zoek gaan naar middelen om uiteindelijk die 30 kilometer per uur te doen, zoals ook gewoon in het raadsvoorstel staat. De voorzitter: Ja. De heer De Niet. De heer De Niet: Van harte eens met dit amendement. Zullen we met volle overtuiging steunen. Wel één klein technisch dingetje. Het gaat, ik denk dat u bedoelt, niet alleen De Welle, maar ook Onder de Linden. Dat is namelijk het tweede stukje van, dat heet niet meer De Welle. Maar ik vermoed, dat u dat wel ook net als wij, wil herinrichten. Subtiel detail, maar wel goed om … De voorzitter: Tussen de bruggen, daar gaat het over, hè? Ja? Oké, ja. Dan gaan we naar de zijde van het college, wethouder Elferink.
30 De heer Elferink: Dank u, voorzitter. Het college begrijpt en het deelt de wens ook, om de snelheid op een groter deel van het IJssel tracé omlaag te brengen. We hebben vanavond nog een interessante bijeenkomst gehad met wat betrokken Deventenaren, die met een deskundige partij ons een doorkijkje, een droombeeld geschetst hebben. En ja, daar wordt ook deze wethouder wel blij van. Echter, we moeten wel de realiteit onder ogen blijven zien. Het afwaarderen van een heel groot stuk van het IJssel tracé op dit moment voordat investeringen elders en aanpassingen elders zijn gedaan, geeft forse negatieve consequenties elders in de stad en zeer ongewenste consequenties. We hebben dat in technische sessies ook aan uw raad duidelijk gemaakt. Onder andere verkeer, extra verkeer over de Singel en de Handelskade. Echter, als uw raad in meerderheid en ja, we hopen dus van niet gezien deze argumentatie, als die wens zo groot is en uw raad maakt voldoende middelen vrij. Want u zegt, u breidt het gebied uit. Dus wij hebben in het stuk wat voorligt al aangegeven, dat die middelen er gewoon nu nog niet zijn. Maar u gaat nog een stuk extra uitbreiden. Dus we zullen nog extra meer middelen moeten zoeken en wordt de kans nog kleiner, dat we dit kunnen gaan uitvoeren. Maar dat is aan uw raad.
Met inachtname dus van die verkeerskundige consequenties, die een, deskundige partijen ons voorgehouden hebben. En uiteindelijk is dan een motie nodig om dekking te creëren, anders dan dat u nu met dit amendement doet. Maar uiteindelijk, ja, het is u, het oordeel van uw raad. Dus dat is, wat het college wil inbrengen. De voorzitter: Oké. De heer Evers. De heer Evers: Ja, dank u wel, voorzitter. Nu brengt de wethouder mij toch een klein beetje in verwarring. Ik dacht te begrijpen uit alle stukken, dat dit een wezenlijk onderdeel is van die totale hoofdwegenstructuur. En nu doet de wethouder voorkomen, alsof het eigenlijk alleen maar een financieel dingetje is, waar we even het geld voor bij elkaar moeten zien te vinden. En dat het dan prima kan, om het gehele stuk af te waarderen. Maar het is toch zoals ik begrepen heb in alle stukken, een onderdeel van de maatregelen die nu in totaliteit maken? Dan is het toch niet alleen maar dat financiële aspect of heb ik de wethouder verkeerd begrepen? De voorzitter: Wethouder Elferink. De heer Elferink: Dank u, voorzitter. Ik denk, dat ik dan niet helemaal duidelijk ben geweest. Het is het totaalpakket aan maatregelen wat u heeft gezien in de stukken. En die zijn randvoorwaardelijk, om hier wat te kunnen doen. Onder andere de knip Emmastraat-Bokkingshang geeft een verlichting op De Welle en die heb je nodig, om daar ook maar iets te doen.
Dus dat is, dat heeft u heel goed verwoord. De voorzitter: Ja, dank u wel. De heer Diepenhorst nog. De heer Diepenhorst: Ja, wat betreft de middelen. Ik probeerde daarnet in mijn toelichting vooral duidelijk te maken, dat het ook met heel bescheiden middelen zonder hele grote investeringen, je stukken 30 kilometer kan maken. De voorzitter: Oké. Dan gaan we naar 7M5, de motie Autoluw IJsselfront van Deventer Sociaal. Mevrouw Schmidt heeft het woord, ga uw gang. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, vorig jaar heeft de raad en het college een prachtige visie voor het IJsselfront gepresenteerd gekregen. Helaas is er in de huidige hoofdwegenstructuur weinig aandacht voor de concrete maatregelen en de mogelijke gevolgen van een autoluw IJsselfront. Begrijpelijkerwijs zet het college eerst in op het Hanzetracé. Maar met deze motie hoopt onze fractie, dat de raad bereid is om een ambitie uit te spreken voor een autoluw IJsselfront en aan de voorbereiding te werken. Wij zijn realistisch, 2030 is waarschijnlijk niet haalbaar. Toch is het uitspreken van deze ambitie van belang voor de beeldvorming over het IJsselfront. Het gevaar dat de focus op het Hanzetracé deze prachtige visie IJssel front, het gevaar is dat door de focus op het Hanzetracé, deze prachtige visie IJsselfront nog 10 jaar in de kast blijft liggen. Wij vragen het college
31 daarom met de volgende motie, om dekking te zoeken voor een traject om uit te zoeken wat de mogelijkheden zijn voor een autoluw IJsselfront en deze aan te bieden bij de Perspectiefnota. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schmidt. Reacties uit de raad. Niemand? Ja, toch, mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Een verduidelijkende vraag aan de indiener. In de eerste bullet staat, de ambitie uit te spreken om dit voor 2030 te doen. Maar u zegt ook u bent realist, of mevrouw Schmidt zegt, dat zij realistisch is en dat dat niet haalbaar is. Hoe verhouden die bullet en wat u net zegt, zich tot elkaar? De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Onze voorkeur zou natuurlijk hebben, dat het voor 2030 gerealiseerd is. Maar op basis van de ambtelijke check zijn we er wel achter gekomen, dat dat niet zo is. Maar het is wel onze ambitie, in ieder geval. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar wethouder Elferink. De heer Elferink: Dank u, voorzitter. De voorzitter: De uitslag is ook binnen, he? Ja. Van harte gefeliciteerd allemaal. De heer Elferink: We gaan naar Rotterdam, begrijp ik. De voorzitter: Ja. We gaan kijken, of we u allen mee kunnen nemen naar Rotterdam. Ja. De heer Elferink: Dan is de toezegging genoteerd. Ja. Ja. Nee, nee, nee. Even voor de duidelijkheid, de toezegging is genoteerd, toch? Goed. Zoals net, voorzitter, al meegedeeld.
We begrijpen de wens en om die snelheid op die Welle en het hele IJsseltracé, om daar iets mee te doen en dat gebied ook een transitie door te laten maken. U heeft al eerder van ons wat wensbeelden meegekregen. Maar ja, zoals we net ook al bespraken, want u geeft aan de focus op het Hanzetracé. Ja, het herbevestigen van het dakpanprincipe is nu juist, dat je verkeer wat niet door de binnenstad hoeft of dat je dat naar buiten dringt. En ja, dat heeft, dat hangt samen. Dus wat u hier voorstelt ja, moet het college toch ontraden. De Welle is en zal ook nog een, enige tijd een belangrijk onderdeel van onze verkeersstructuur blijven. Dus autoluw voor 2030 is niet realistisch. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter, dat is een duidelijk antwoord. Maar dan wel het verzoek om het, een IJssel, een autoluwe IJsselfront niet te vergeten, want de nadruk ligt nu wel heel erg op het Hanzetracé. En er zijn ook wel verwachtingen gewekt ook bij de omwonenden van het IJsselfront naar aanleiding van de ideeënmarkt. Daar heeft uw college wel een toezegging gedaan, dat het mee wordt genomen in het meerjarig onderhoudsperspectief. Maar dat is geen herinrichting, dat is onderhoud.
Dus bij deze dan nog een keer het verzoek om wel, ondanks dat u nu uw focus ergens anders legt u wel ja, het, een autoluwe IJsselfront niet te vergeten en te proberen om het sneller dan over 10 jaar te realiseren. De voorzitter: Wethouder Elferink. De heer Elferink: Ja, voorzitter zal dat zeker niet vergeten. Maar dat ligt nu niet voor hè. We spreken niet over maatregelen vanavond. We stellen een aantal belangrijke uitgangspunten vast. En een herbevestiging van het dakpanprincipe, het STOMP-principe, GW50-, GW30-transitie. Dat stellen we vast. En dat mondt uit in een aantal maatregelen en daarin nemen we u mee. En ja, daar zitten middelen aan vast. Daar en daar zit een zekere fasering aan vast, en dat houden we in de gaten.
32 De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Kan de wethouder toezeggen, dat hij het voor de plannen van 2030 meeneemt en dan duidelijk aangeeft, wat er nodig is voor een autoluw IJsselfront? De voorzitter: Wethouder Elferink. De heer Elferink: Kunt u de vraag nog eens herhalen? Mevrouw Visser: Kan de wethouder toezeggen, dat hij in de plannen na 2030 meeneemt wat er nodig is voor een IJssel, autoluw IJsselfront? Zoals de plannen die we vorig jaar, inmiddels echt maanden geleden gepresenteerd hebben gekregen. De voorzitter: Wethouder Elferink. De heer Elferink: Ja, de vervolgfase van dit traject wordt meegenomen in de Omgevingsvisie, dus daar krijgt dat een plek in de totale Omgevingsvisie. De voorzitter: Ja? Oké. Voldoende over dit onderwerp. Dan gaan we naar blok drie en dat zijn de moties, die betrekking hebben op beslispunt één. Dan beginnen we met het amendement 7A7, Beslispunt 1 STOMP-principe. De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Dank u wel, voorzitter. Ook deze, ook dit amendement wordt samen ingediend met Gemeentebelang, CDA en mede-indiener DeventerNu. Ook dit amendement is eigenlijk gewoon een toevoeging, waarbij we wat verduidelijking vragen. Bij het beslispunt 1.1 willen we graag erbij gezet hebben, waarbij de uitwerking en prioriteit, prioritering hiervan plaatsafhankelijk is.
Ook in de toelichting staat duidelijk aangegeven, dat we de prioriteit bij de meer duurzamere vormen van mobiliteit willen zoeken. Waarbij we in elke fase de vijf stappen, op zoek gaan naar een reële oplossing. De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Dank u wel, voorzitter. Over het STOMP-principe. Dat is in principe een leidend principe voor een heel gebied of een geheel aan verkeersmaatregelen. En niet zozeer iets, dat je per straat doet. Dus om te zeggen dat een STOMP plaatsafhankelijk is, lijkt me heel erg onlogisch. Als je een snelweg aanlegt, leg je een snelweg aan en begin je niet een exercitie om een STOMP-principe al of niet van toepassing te verklaren, dus ik snap de motie eigenlijk niet. De voorzitter: Amendement is het. Ja, de heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Ja, het is inderdaad een amendement. Maar dit is juist ook wat ik aangeef hè. Op het moment dat er heel veel fietsen zijn op dat plekje, hoef je het niet eens te hebben over de auto's. De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: De kern is dat STOMP-principe volgens mij, volgens verkeerskundige inzichten niet bedoeld is om per straat toe te passen, maar een algemeen principe op een groot gebied. En niet anders. De voorzitter: De heer Zuijdam. Ja, geen vraag? Oké. Dan de heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik zou ook wel de indieners willen vragen.
Met dit amendement wordt het hele eerste punt eigenlijk een waarde voor, wat ons betreft waardeloos, want STOMP is inderdaad een
33 ordeningsprincipe. Als dat, die de volgende mag veranderen, wordt het MOTS of MSTO, ik weet niet wat het dan wordt. Maar dan wordt, staat vast die p weer vooraan. En dat is nu precies het probleem. Dat wil, dat willen we, daar willen we vanaf. De prioriteit ligt bij stappen, trappen, ov, mobiliteit tussen service en per, de privéauto. En vanuit die, dat principe ga je de stad inrichten. Met deze toevoeging is wat ons betreft, is het hele eerste ja, uitgangspunt heeft zijn waarde verloren. En ja, hoe, blijkbaar ziet u dat anders. Misschien kunt u nog een keer proberen aan mij uit te leggen, waarom dat dan toch nog van waarde blijft? De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Ik zie dat inderdaad ook anders. We hebben daar ook heel veel technische vragen over gesteld over dit principe, omdat daar juist ook zoveel, ontzettend veel onduidelijkheden over zijn. Wat ik hier in tekst heb gezet is precies, wat ik uit de beantwoording van het college heb gehaald. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zou deze, ik wil deze ook wel gaande door de wethouder beantwoord zien. Want wat ons betreft en dat blijft staan, dat dat punt gewoon waardeloos wordt. De voorzitter: De heer, mevrouw Eltink. Mevrouw Eltink: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik ben ook een van de indieners en ik wil toch nog eventjes aanvullen bij Rogier, de heer Zuijdam.
Als je kijkt naar de toelichting wat er staat hè. Dan is eigenlijk de reden waarom we dit amendement ingediend hebben, om juist te proberen een stukje verwarring die elke keer naar voren komt bij de discussie over STOMP, weg te nemen. En als je dan leest wat daaronder staat, daar staat eigenlijk, het STOMP-principe en de vijf stappen en noem maar, staan daar omschreven. En wellicht was het misschien iets handig geweest als we plaats, als we hadden gezegd, situatie afhankelijk. Maar het gaat erom, dat die onduidelijkheid die je soms ook in gesprekken hebt, onder andere ook met andere raadsleden, dat dat weggenomen genomen wordt, maar niet om afbreuk te doen aan het STOMP-principe. De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ja, ik ben blij, dank u wel, mevrouw Eltink nog voor uw toelichting. Maar volgens mij levert dit amendement meer ruis op, dan dat het wegneemt. Ik heb ook de beantwoording van de technische vragen van het college gelezen. En de heer Van Zuijdam zegt ook, ik probeer dat te doen. Maar dan is het toch al wat het college doet, dus wat voegt het amendement dan toe? De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Wat het amendement hier toevoegt is, omdat er juist zo veel vragen over zijn geweest, is dat er een extra toelichting bij komt. En dat het raadsvoorstel wat dat betreft, duidelijker wordt. Niks meer, niks minder. Het heeft geen toevoeging.
Het verandert niks aan de werkwijze, zoals voorgesteld is in het raadsvoorstel. De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ja. Ja, wat mij betreft wordt het alleen maar onduidelijker en haalt het het STOMP-principe eigenlijk eerder onderuit dan, dat het versterkt of verduidelijkt. De toelichting die de heer Zuijdam of de indieners opneemt, die is ongeveer gelijk aan de technische beantwoording, maar net niet helemaal. Het roept bij mij meer vragen op. De voorzitter: Mevrouw Schmidt.
34 Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter. Even een vraag aan de indieners. In het rapport van Goudappel staat letterlijk, het STOMP-principe passen we toe door in elke fase van planvorming en ontwerp, telkens vijf opeenvolgende stappen en de bijbehorende vragen te doorlopen. Wat voegt uw amendement toe aan deze opmerking? De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Dit amendement neemt toe, voegt toe dat het de ruis wegneemt, dat we alleen maar prioriteit bij stappen en trappen doen. Die prioriteit is er zeker wel. Maar als dat niet mogelijk is, dan moet je ook in de breedte gaan kijken en juist die andere vijf stappen verder doorlopen. De voorzitter: Mevrouw Schuiling. Mevrouw Schuiling: Ja, ik ben wel benieuwd welke prioritering u heeft. Is dat stappen, trappen, ov, mobiliteit en dan privé auto? Of, welke prioritering begint u mee? De heer Zuijdam: De prioritering, dat staat in het eerste toelichtingpunt. De meer duurzame vormen van mobiliteit en dat is geen auto. De voorzitter: Zullen wij naar de zijde van het college gaan? Wethouder Elferink. De heer Elferink: Voorzitter, dank. Ja, wat voegt dit toe hè, dat is even … We hebben daar, er zijn wat vragen over gesteld. En ja, we snappen de behoefte om wat meer duiding hieraan te geven, dat is wat u probeert. Voor wat het college betreft, het STOMP-principe is altijd plaatsafhankelijk.
Je kijkt in het gebied van, wat is er nodig? Soms heb je wat bredere voetpaden of moet je met fietspaden aan de slag. Soms zet je in op deelmobiliteit, omdat er geen ov is. Of er is wel ov en je moet daar iets. Dus en daarop ga je prioriteren. Dus ja, eigenlijk ja, doen we dat al op die manier. Maar we snappen wel, dat u daar wat meer duiding aan wilt geven. Dus oordeel raad, wat het college betreft. De voorzitter: Dan de heer De Niet, geloof ik. Ja. Hij aarzelt, maar komt toch. De heer De Niet: Ja. Dank u wel, voorzitter. Waar ik, de wethouder zegt, oordeel raad. Ik zie een probleem aankomen met het moment, dat we straks al deze amendementen die ja, enerzijds, anderzijds in stemming gaan. En dat we zijn met acht, met een oneven aantal, met een even aantal raadsleden, dus het gaat geheid … Dit soort amendementen ja, ik zou de indieners willen oproepen, ja, trek het, volgens mij voegt het niet ontzettend veel toe, trek hem terug. Want als, het is jammer als op dit soort amendementen straks het besluit, de stemmen staken en we uiteindelijk geen besluit gaan nemen. Terwijl dat wat ons betreft, mij betreft een belangrijke zou … De voorzitter: Oké. Dat geldt voor alle amendementen dan hè? We gaan naar zeven, acht, 7A8. Mevrouw Schuiling, u heeft het woord. Doorstroming op 30 kilometerwegen. Mevrouw Schuiling: Ja, dank u, voorzitter.
Ja, dit amendement is ook namens VVD en DeventerNu ingediend. Eric van den Nieuwenhof had vandaag op pech, want dit is al de tweede motie waarin hij genoemd is. Maar bij dezen, ook namens DeventerNu. We willen van de 30 kilometer per uur een succes maken, wat maximaal bijdraagt aan leefbaarheid en veiligheid. En dat doen we met dit amendement. Want met dit amendement specificeren we beslispunt één. En dan het tweede uitgangspunt, waarmee we inrichtingsprincipe bevestigen, dat we daar zo veel mogelijk maatregelen moeten nastreven die bijdragen aan de geloofwaardigheid, dat een weg 30 kilometer is. Maar met zo min mogelijk impact op de doorstroming van het verkeer. Want auto's die vaak remmen en optrekken, die zijn vervuilender voor de leefomgeving, dan auto's die door kunnen rijden. En optrekkende auto's veroorzaken ook meer geluidsoverlast, dan auto's die wel door kunnen rijden. Dus met deze, met de juiste inrichtingskenmerken
35 voor een gebiedsontsluitingsweg van 30 kilometer per uur, wat zo min mogelijk impact heeft op de doorstroming van het verkeer, doen we het meeste recht aan de leefbaarheid en de veiligheid. De voorzitter: Dankjewel. Mevrouw, de heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Dank u wel, voorzitter. Ik snap de intentie, maar ik vraag me eigenlijk af van waarom de indiener denkt dat de makers van de wegen erop uit zijn, om het zo moeilijk mogelijk te maken voor de doorstroming? Dus, het lijkt mij een erg overbodige motie. De voorzitter: Amendement. Ja. Ja. Mevrouw Schuiling? Mevrouw Schuiling: Ja, het gaat met name over, dat er niet te veel maatregelen opgestapeld worden, waardoor de doorstroming niet goed op gang komt. En ja, laten we als raad dat uitgangspunt nemen en dat is dit amendement. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter. Ik sluit me geheel aan bij de heer Diepenhorst en ook gevraagd daarover. Want er zijn ook hele andere manieren om een straat doorstromender te maken. Heeft mevrouw Visser daar ook naar gekeken? Of sorry, mevrouw Schuiling. Visser is mevrouw … De voorzitter: Mevrouw Schuiling. Mevrouw Schuiling: Ja, het gaat hier over het ordeningsprincipe, dat we juist goede doorstroming willen hebben. En daarbij het college oproepen, om daarmee te komen.