CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-955 Topicus Masterplan

Raadsvergadering 26 februari 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Masterplan Topicus24.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

40% en onderwijs krijgt een duurzame borging door een eigen gebouw. De nieuwe mix wordt 50% wonen, 30% werken en 20% voorzieningen.

de verschillende momenten van de dag en nacht. Het binnenterrein wordt overdag openbaar toegankelijk. De mogelijkheid om het terrein af te sluiten in de avond en nacht wordt voorzien in de vorm van afsluitbare hekwerken. Deze hekwerken worden in samenhang met de architectuur ontworpen en worden opgenomen in de erfafscheiding van de representatieve voortuinzone of liggen in de 'stegen' op enkele meters achter de voorgevelrooilijn. Er wordt voor het gebied een VVE opgericht. Deze VVE zorgt voor het onderhoud van

Ontwerpen vanuit ooghoogteperspectief

het groen, handhaaft en draagt zorg voor het afsluiten van het gebied indien dit gewenst is ter voorkoming van overlast.

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 45

MASTERPLAN

MASTERPLAN

Daklandschap

Inpassing in de context - Brinkpoortstraat

Het daklandschap speelt een sterke rol in het beschermd stadsgezicht van de huidige stad. De daken kennen diversiteit, er is afwisseling in vorm en opbouw en tegelijkertijd vormen ze een mooie eenheid. In het nieuwe plan wordt deze samenhang en afwisseling doorgezet, maar tegelijkertijd ook een

TOP

nieuwe laag toegevoegd. De gebouwen, daken en ondergrond spelen nu geen rol in de klimaatadaptatie, terwijl er op dit thema een

MIDDEN PLINT

zeer belangrijke opgave ligt. We voorzien hierin voor de nieuwe bebouwing een belangrijke rol. De volumeopbouw refereert naar de villatypologie, waarbij door middel van verschil in textuur en/of

subtiele maar duidelijke geleding, opgebouwd uit een basis, plint, midden en een beëindiging. geleding maken van een profiel opgeheven plint

Singelstraat

Locatie

Keizerstraat

Brinkpoortstraat

materiaal in de architectuur de opbouw van de basis, plint, midden en een beëindiging worden benadrukt. De plint en middenlaag reageren in maat en schaal met de omliggende context. De beëindiging ligt teruggelegen ten opzichte van de rooi- en gootlijn, geeft profiel aan de volumes en creëert een eenduidig groen daklandschap. Het groene daklandschap draagt bij aan het beleefbaar maken van natuur in de stad.

terrassen en groeninrichting voegen een nieuwe tijdslaag toe, ondergeschikt aan de geleding van de gebouwen

Brinkpoortstraat

46 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 47

MASTERPLAN

MASTERPLAN

Inpassing in de context - Singelstraat

Singel

Inpassing in de context

Locatie

Brinkpoortstraat

Singelstraat

Zicht vanaf Sijzenbaanplein

Singgelstraat (inkijkend) en Brinkpoortstraat

48 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

Zicht vanaf de Keizerstraat

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 49

MASTERPLAN Inpassing in de context

Keizerstraat

Locatie

Singelstraat

Plantsoenstraat

Straatwand aan de Singel

Kweekschool vanaf het station

50 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

Zicht vanaf de Keizerstraat

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 51

PROGRAMMA

PROGRAMMA

Mobiliteit - fiets

Mobiliteit - parkeren

Fietsparkeren

De parkeerbalans bevat zowel de Topicus locatie (De

gemeente. Deze telt niet mee in de parkeerbalans,

over de piekmomenten van de week. Belangrijk

Fietsgebruik wordt gestimuleerd en is voor de gebruikers

Topicus campus) als de locatie Leeuwenbrug (het

maar men kan hier wel parkeren: De garage is op

uitgangspunt is daarnaast dat de bewonersnorm

deel in gebruik door Topicus), omdat beide onder de

weekdagen zelden helemaal vol.

van de werknemers en of studenten prioriteit heeft

organisatie van Topicus vallen. Daarmee kan men de

Nieuwe situatie

boven hun functie als student: De bewoners hebben

parkeergelegenheid (her)indelen om optimaal aan

Parkeerbehoefte - In de nieuwe situatie verandert de

de werk en onderwijsfaciliteit op loopafstand. Per

opgelost in makkelijk te bereiken half verdiepte en/

de gemeentelijke uitgangspunten voor invullen van

locatie de Topicus Campus. De kantoorfuncties en

saldo wordt de ‘theoretische’ behoefte om die reden

of ondergrondse stallingen onder volume A en B. Hier

de parkeerbalans te voldoen. Uitgangspunt is de

onderwijs worden verplaatst naar de Kweekschool,

vervangen door een aanzienlijk lagere piekbehoefte

worden voldoende plekken gerealiseerd voor gewone

parkeerbalans van 10 september 2024 (bijlage).

Gymzaal. De recentere aanbouw van de gymzaal en

op het maatgevend moment, in dit geval de weekdag

Kweekschool verdwijnen en worden in gebouw C

middag. De piekbehoefte is op dat moment 205

van de campus samen met het OV het belangrijkste

B

vervoersmiddel. Het fietsparkeren voor gebruikers

A

en bewoners wordt binnen het perceel inpandig

en elektrische fietsen. De toegang tot de ondergrondse fietsenstalling geschiedt via een inpandige hellingbaan

Huidige situatie

gepositioneerd. In het nieuwe gebouw E komt een

parkeerplaatsen voor de Leeuwenbrug en de nieuwe

in gebouw B. Vanuit de stalling lopen de gebruikers en

Parkeerbehoefte - Locatie Leeuwenburg

kantoorfunctie. De huidige kantoorlocatie aan de

situatie op de Topicus Campus.

bewoners via de binnentuin naar de omliggende functies

bestaat uit een origineel deel met een recente

Brinkpoortstraat en in het oude ABN gebouw aan de

en woningen, wat de levendigheid van het maaiveld

toevoeging. In beide gevallen is het gebruik ‘kantoor

Singel komen te vervallen.

versterkt. Voor bezoekers van de horeca of andere

zonder baliefunctie’. De behoefte is in totaal

publieke functies worden enkele fietsparkeerplekken

96 parkeerplaatsen (origineel 85 plus 11 voor de

Aan de locatie worden drie functies toegevoegd:

zoals die op de locatie beschikbaar zijn worden

toevoeging). Locatie Topicus Campus bestaat uit de

‘lifestyle’, onderwijs en wonen. De normering

voortgezet voor de kantoorfunctie en kunnen deels

reeds fietsaanleunbeugels aanwezig. Nabij gebouw F

Kweekschool, Gymzaal en aanbouw Kweekschool,

daarvoor wordt als volgt ingeschat.

worden afgenomen vanuit de ‘lifestyle’ behoefte.

en in de Brinkportstraat bij de toegang tussen gebouw

vleugel Brinkpoortstraat en het entreegebouw. Al

Lifestyle – Enerzijds bestaat dit uit diverse functies

In de nieuwe situatie wordt het deel van garage

D en E worden fietsaanleunbeugels voor bezoekers

deze locaties, op de Topicus Campus, zijn in gebruik

in de toekomstige plinten. Voor nu wordt hiervoor

Stationsplein dat daar door de gemeente in gebruik

toegevoegd. Handhaving voor wat betreft het stallen

als ‘kantoor zonder baliefunctie’. Totale behoefte is

een gemiddelde norm genomen tussen winkelen

is gestopt, waardoor het resterende deel a 88

van fietsen en scooters op de juiste plek valt onder de

68 parkeerplaatsen.

binnenstad (3,4 pp per 100 m2 BVO) en commerciële

parkeerplaatsen voor de ontwikkeling vrijkomt.

dienstverlening (1,4 pp per 100 m2 BVO). Anderzijds

Het parkeeraanbod in de nieuwe situatie is daarmee

Totale behoefte is daarmee 164 parkeerplaatsen. Er

bestaat dit uit horeca, daarvoor wordt de norm voor

50 + 88 = 138 parkeerplaatsen.

is geen sprake van dubbelgebruik, omdat er slechts

café / bar in de binnenstad gehanteerd.

één functie gebruik van maakt. Het bezoekersaandeel

Onderwijs – Het betreft onderwijs op niveau

van deze functie is laag (5%). Hieraan wordt

hogeschool. Voor nu wordt een verhouding van 75%

ruimschoots voldaan, aangezien de parkeerlocatie

dagstudenten en 25% avondstudenten aangehouden.

Leeuwenbrug openbaar toegankelijk is.

De norm is in aantallen studenten geteld.

in de buitenruimte toegevoegd. In de Keizerstraat zijn

Routes van de fietsers naar de fietsenstalling

Loopbewegingen

verantwoordelijkheid van de terreinbeheerder / VVE.

Aangehouden voor aantal fietsen wonen bezoek wonen kantoor (personeel) onderwijs lifestyle + horeca

2 <50 en 3 >50 - <75 0,5 fiets per woning 1,9 fiets p.100m2 BVO 13.2 fiets p.100m2 BVO 9.6 fiets (gem.) p.100m2 BVO

ca. 235 fietsen ca. 55 fietsen ca. 75 fietsen ca. 75 fietsen ca. 70 fietsen

52 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

het carré komen te vervallen. De 50 vergunningen

Stationsplein Parkeergarage

Wonen – Het betreft huisvesting voor

Totaal nodig ca. 510 fietsen ca. 1.200 m2 • Het fiets parkeren wordt in aantallen conform het bouwbesluit van 2015 voor woningen en conform de Deventer nota fietsparkeernormen van 2013 opgelost. • Wat vormgeving betreft wordt er gestreefd naar gezamenlijke en zo eenvoudig mogelijk bereikbare voorzieningen, die aansluit op de wijze waarop hier in de zgn. Amsterdamse bouwbrief mee wordt omgegaan.

Parkeergelegenheid - De 57 parkeerplaatsen op

Veilige route naar de entree

Hellingbaan / trap

Zichtbare en transparante entree

Parkeergelegenheid - Op de Topicus locatie zelf

werknemers Topicus gerelateerd aan de werk- en

zijn in totaal 57 parkeerplaatsen in gebruik (Bijlage

onderwijsfunctie, wat inhoudt dat men alleen daar

1). Daarnaast geeft de gemeente 50 vergunningen

woont als er een relatie met het werken en onderwijs

uit aan de gebruikers van het carré. In totaal zijn

is. Deze krijgen de norm ‘huur etage midden’ met een

daarmee 107 parkeerplaatsen beschikbaar. Alle

bewonersnorm 0,6 en bezoekersnorm 0,3.

parkeerruimte in garage Stationsplein wordt in

Door de toevoeging van functies ontstaan meerdere

de huidige situatie contractueel gebruikt door de

vormen van medegebruik van parkeerruimte

Centrumgarage Deventer

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 53

PROGRAMMA Mobiliteit - parkeren

Parkeerbalans

parkeerplaatsen. Het bijkopen van parkeerruimte

woningen voor koop of huur beschikbaar komen,

Samengevat is de situatie als volgt:

zoals genoemd onder C behoort tot de mogelijkheden

het moment waarop potentiële bewoners ook hun

waardoor voldaan kan worden een de huidige

situatie op mobiliteitsgebied (her)overwegen.

Leeuwenbrug plus Topicus Campus Oude situatie Nieuwe situatie

Vraag 164 205

Aanbod 107 138

Saldo -57 -67

parkeernormeringen. Echter gezien de verwachte afname van de parkeerbehoefte op deze locatie

Conclusie

Om vraag en aanbod is balans te brengen zijn er de

en het gewenste beleid om de omgeving autoluwer

De huidige locatie kent een historisch parkeertekort.

volgende opties.

te maken vraagt dit om maatwerk. Het is dan niet

De ontwikkeling laat dit tekort (in geringe mate)

A

In de huidige situatie is reeds sprake van

noodzakelijk om nog meer parkeerplaatsen te kopen

toenemen. Door toepassing van de onder A t/m C

een tekort tussen vraag en aanbod. De vraag is of

of af te kopen voor deze ontwikkeling zoals in de

genoemde opties kan (al dan niet in combinatie)

en zo ja hoe dit historische tekort in een nieuwe

opmerkingen hiervoor weergegeven.

tot een oplossing worden gekomen die binnen het

situatie ‘meegenomen’ mag worden. In de nieuwe

vigerend parkeerbeleid past.

situatie ontstaat in dit geval een toename van de

Opmerking:

parkeerbehoefte met 10 parkeerplaatsen.

Er is in de berekening van de parkeerbalans nu

De uiteindelijke toets op het gemeentelijk

Normaliter dient bij een herontwikkeling conform de

geen rekening gehouden met aanpassingen in

parkeerbeleid vind plaats op basis van een definitief

norm te worden gerealiseerd of (in de centrumzone)

de parkeerbalans op basis van de ligging van de

parkeerbalans dat onderdeel zal zijn van een

te worden afgekocht. Het feit dat vergunningen

ontwikkeling (Recht tegenover het NS station) en/of

aanvraag omgevingsvergunning. In het huidige

worden afgegeven kan gezien worden als indicatie

de inzet van deelauto’s.

Masterplan tonen we aan dat de kaders hiervoor

dat deze situatie is ontstaan bij het instellen van de

in de huidige opzet haalbaar zijn. De reden dat

regulering.

De ligging wordt in het huidige parkeerkader recht

de definitieve toets later plaats vindt, is dat in de

B

In de berekening van de behoefte is de

gedaan doordat de normering voor de centrumzone

detaillering een aantal factoren nog kunnen wijzigen

status van de 57 huidige plaatsen op het Carré een

lager is dan de schil of de overige locaties binnen de

die invloed kunnen hebben op de parkeerbalans.

punt van aandacht. Deze plaatsen zijn in de huidige

bebouwde kom van Deventer. Er is geen aanpassing

Het is in deze fase niet mogelijk dit vooruitlopend

situatie naar functionele behoefte ontstaan. De

mogelijk op basis van de doelgroep. In algemeen

te detailleren. Dit komt mede door de innovatieve

ontwikkeling zet echter mede op verzoek van De Kien

kader geeft de gemeente wel aan dat door een

combinatie van (tijdelijke) huisvesting, studeer- en

in op een autoluwe omgeving. De vraag is daarmee

jongere doelgroep van ‘urban professionals’ autobezit

werkopties. Dit sluit aan bij de filosofie van Topicus

of deze plaatsen (deels) niet eerder een tijdelijke

en gebruik relatief minder zullen zijn dan een

en De Kien, maar vraagt om maatwerk ten opzichte

toevoeging waren in afwachting van een definitieve

gemiddelde doelgroep.

van het vigerende Deventer parkeerbeleid. In lijn met

invulling. C

Topicus kan kiezen voor afkoop en/of alsnog

andere Deventer Masterplannen wordt op basis van Deelauto’s worden in het vigerend beleid niet

de huidige uitwerking aangetoond dat in de huidige

afnemen van structurele parkeerruimte op korte

benoemd. Dat is het gevolg van het jaar van

vorm aan het beleidskader parkeren kan worden

afstand (centrumgarage) zoals dit eerder het geval

vaststellen van de beleidsregels in 2015. Anno

voldaan. Bij wijzigingen in de uitwerking dient dat

was. Duidelijk is dat dit extra financiële lasten met

2023 is een korting bij vormgeven van een deelauto

uitgangspunt overeind te blijven.

zich meebrengt. Tegelijkertijd is de invulling van de

initiatief bij diverse gemeenten deel van het beleid.

parkeerproblematiek gebonden aan raadskaders.

Anderzijds constateren we dat het aanbod van

Tekorten die niet worden opgelost dragen bij aan de

deelauto’s fluctueert en deelname vrijblijvend is. Bij

gemeentelijke parkeerproblematiek.

eerdere experimenten werd door Deventer een set van minimale voorwaarden gehanteerd, waaronder

Op basis van de mogelijkheden genoemd in A,B

het overleggen van een getekende overeenkomst

kan worden gesteld dat voldaan kan worden aan

en beschikbaarheid van het initiatief inclusief

de parkeerbehoefte door het toevoegen van 10

een ‘welkomst-aanbieding’ op het moment dat de

54 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

Zicht lopend vanuit de Keizerstraat naar de binnentuin BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 55

MASTERPLAN

MASTERPLAN Landschap - een groene oase in de stad

Landschap - ambitie

1. Zichtbare groene oase in de stad Het binnengebied van de Topicus campus kenmerkt

Sin

ge l

zich als een groene oase in de stad, een plek voor

bebouwing uit verschillende losse volumes bestaat zijn

tra Sin ge ls

grotendeels aan de randen van het perceel. Doordat de

at

rust en ontmoeting. De bebouwing bevindt zich

rstr aat

er aan elke zijde van het perceel meerdere openingen gebouwen ontstaan er vanuit de aangrenzende straten

Br

Kei ze

tussen de gebouwen. Door deze openingen tussen de ink

aantrekkelijke doorzichten naar het binnengebied

po

or

tst raa

t

en openbaart het rijke groene karakter van het binnenterrein zich tot de omliggende straten. 2. Verbonden netwerk Het terrein wordt als een openbaar toegankelijk terrein

Sin

ingericht. Aan alle vier de zijden van het perceel worden

ge l

tra ge ls

zich door het groene maaiveld en verbinden binnen

Sin

langzaam verkeer voorzien. Deze paden ‘slingeren’

at

tussen de verschillende gebouwen toegangen voor

at

het perceel de diverse gebouwen en hun entrees. Dit Br

Kei ze

tot divers geprogrammeerde ontmoetingsplekken.

rstr a

netwerk van paden verbreedt zich op enkele plaatsen ink

Het padennetwerk verbindt de ontwikkeling met zijn

po

or

tst raa

t

omgeving en stimuleert de sociale interactie tussen de campusgebruikers, bewoners en bezoekers. 3. Representatieve voorzone

tot een groene oase in de stenige binnenstad.

Luchtzuiverende planten en struiken zetten overdag

en op de diverse daken en dakranden zorgt voor een

De bebouwing aan de zijde van de Singel en de

Het vele groen en aandacht voor goede opvang,

CO2 om in zuurstof en zorgen hierdoor voor een

aantrekkelijke biotoop voor insecten, vlinders en

Keizerstraat maakt onderdeel uit van de historische

gebruik en afvoer van regenwater dragen bij aan de

gezond verblijfsklimaat.

vogels. Het verhoogt de biodiversiteit én zorgt voor

singelstructuur. De gebouwen aan deze straten staan

een aantrekkelijk beeld.

min of meer los op het perceel en hebben allen een

klimaatbestendigheid van het gebied.

representatieve groene voortuinzone. De voorzone kent Gezonde omgeving

Sociaal netwerk

Bestemming in de stad

een heldere overgang tussen de openbare ruimte en

Gevarieerd en eetbaar groen, ontspannings-

Een netwerk van paden en divers geprogrammeerde

Met de voorgestelde ingrepen voegt het plan zich

het eigen terrein. Veelal is dit vormgegeven met een

aanleidingen en buitenwerk- en ontmoetingsplekken

ontmoetingsplekken verankeren de ontwikkeling in

binnen het beschermd stadsgezicht. Het draagt

laag muurtje en/of transparant hekwerk, ontworpen in

zorgen voor een gezonde woon-, werk en

zijn omgeving en stimuleren de sociale interactie

het bij aan een groene en gezonde uitstraling

samenhang met de bebouwing. Achter deze afscheiding

leeromgeving. Deze inrichting draagt bij aan

tussen de campusgebruikers, bewoners en

die de Topicus Campus een herkenbare en

is de ruimte representatief en enigszins formeel ingericht

ontspanning én productiviteit.

bezoekers.

onderscheidende identiteit verleent en het gebied

met bloeiende planten of lage struiken en enkele bomen.

transformeert tot een bestemming in de stad.

Soorten die regelmatig terugkomen in deze voorzones

Sin

ge l

at

Aanplant van inheems en gelaagd groen op maaiveld,

rstr a

De groeninrichting voorkomt hittestress.

Br

ink

Kei ze

De landschapsinrichting transformeert het gebied

t

Natuurinclusief en biodivers

raa

Hittestress en luchtzuivering

Sin ge lst

Klimaatadaptatie

po

or

tst raa

t

zijn onder andere Rhododendrons en Hortensia’s. 56 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 57

MASTERPLAN

MASTERPLAN

Landschap - een groene oase in de stad

Landschap - overgangen

Maaiveld

1. Zichtbare groene oase in de stad

De open ruimte op maaiveld is een zorgvuldig

Het rijke groene karakter van het binnenterrein is door

samenspel van bebouwing en groene tussenruimte.

de openingen tussen de gebouwen zichtbaar vanuit de

De doorgangen vanaf de openbare ruimte tussen

openbare ruimte van de omliggende straten.

de gebouwen naar het binnengebied hebben een maat van circa 5 meter. Deze tussenruimtes zorgen voor zichtlijnen vanaf de straat naar de groene oase. Op een viertal plaatsen liggen hier ook paden die de toegang verschaffen tot het binnengebied. De hoofdruimte binnen het plan, ter plaatse van het vroegere schoolplein, is de centrale plek van de ontwikkeling. De afmetingen van deze plek bedraagt ruim 15 bij bijna 40 meter. Deze plek vormt daarmee de centrale ontmoetingsruimte van het plan. Door de afscheiding met de kavels van de Keizerstraat van begroeide tuinmuren te voorzien, loopt de groene oase ogenschijnlijk door tot de achterliggende tuinen. Uitgangspunt voor de maaiveldinrichting is dat maximaal 50% verhard is en minimaal 50% groen ingericht is. Het streven is om meer dan 50% groen te creëren. Na vaststelling van de volumes en uitgangspunten zal een windhinder onderzoek worden gedaan op basis van het 3D-model. Dit vormt onderdeel van

2. Verbonden netwerk Het openbaar toegankelijk terrein wordt doorsneden door ‘slingerende paden’ die binnen het perceel de diverse gebouwen en hun entrees verbinden. Dit netwerk van paden verbreedt zich op enkele plaatsen tot divers geprogrammeerde ontmoetingsplekken.

het structuuronderwerp en wordt voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure uitgevoerd.

Slingerende paden door groen tuin max. 50% verhard, min. 50% groen

58 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 59

MASTERPLAN

MASTERPLAN

Landschap - overgangen

Landschap - een groene oase in de stad

3. Representatieve voortuinzone

Daklandschap

De bebouwing aan de zijde van de Singel en de

De hoogste daken zijn niet voor bewoners en gebruikers

Keizerstraat hebben allen een representatieve

toegankelijk. Deze daken zullen naast dat ze worden

voortuinzone. Veelal is dit vormgegeven met een laag

ingezet voor zonnepanelen en overige daktechniek ook

muurtje en/of transparant hekwerk. Achter deze

worden ingezet voor waterretentie en ecologie. Onder

afscheiding is de ruimte representatief en enigszins

en/of tussen de zonnepanelen en overige techniek

formeel ingericht met bloeiende planten of lage struiken

zullen 'bruine daken' of 'natuurdaken' bijdragen aan het

en enkele bomen. De gebouwentrees en het terras voor

verhogen van de biodiversiteit in het gebied.

de plintfunctie op de hoek Keizerstraat Singelstraat maken onderdeel uit van deze voortuinzone en dienen

De lagere daken worden ingericht als groen gebruiksdak. Representatieve voorzone Singel en Keizerstraat

Deze daken krijgen een inrichting als verlengstuk van

zorgvuldig te worden ingepast. De representatieve

het kantoor of appartement. Een vaste inrichting met

zone loopt iets door tot achter de voorgevellijn van de

robuuste verhoogde plantvakken met diverse vaste

bebouwing en gaat daar over in de meerlaagse opbouw

planten en grote struiken zorgt voor een aangenaam en

van de groene oase op het binnenterrein.

behaaglijk klimaat op de achtergelegen dakterrassen. Een losse inrichting uit tafels, stoelen, buitenwerk- en ontspanplekken maakt het een welkome uitloop van de bebouwing. Deze groene gebruiksdaken bestaan voor min. 30% uit groen en zijn max. 70% verhard De inrichting van de groene dakranden wordt eenduidig

4. Overige overgangen

vormgegeven en collectief onderhouden zodat het

De bebouwing aan Singelstraat en Brinkpoortstraat

bijdraagt aan een samenhangend beeld van het

heeft geen voortuinzone. Deze bebouwing staat direct

beschermde stadsgezicht. Gelijktijdig dragen de groene

aan het trottoir. De entrees van deze gebouwen ligt iets

dakranden bij aan de privacy in relatie tot de omliggende

naar binnen ten opzichte van de voorgevellijn. Geen voorzone aan Singelstraat en Brinkpoortstraat

Op eigen terrein worden de overgangen naar de

bebouwing. Installaties

buurkavels van de Keizerstraat allen voorzien van een

Het plaatsen van installaties, zonnepanelen, leidingen

gebouwde en begroeide afscheiding.

en kanalen en waterbergingsvoorzieningen heeft een impact op het landschap van het beschermd stadsgezicht, de beleving vanuit de openbare ruimte en de architectonische eenheid van het pand of ensemble. Installaties (LBK, liftschacht, zonnepanelen) en hemelwaterafvoeren zijn niet zichtbaar vanaf het nabije maaiveld en vormen onderdeel van de architectuur.

Gebouwde en begroeide afscheiding naar buurkavels

60 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 61

MASTERPLAN

MASTERPLAN

Landschap - gelaagde groeninrichting

Gelaagde groeninrichting

Landschap - gelaagde groeninrichting

Meerlaagse opbouw

Kruidlaag / vaste planten 0-0,8m De onderbeplanting vormt een aantrekkelijk, dicht dek van diverse bladerstructuren en natuurlijk ogende kleuren en bloeivormen gedurende het jaar. Het assortiment bestaat zowel uit soorten die schaduwminnend zijn als soorten die meer zon verdragen.

De groene oase wordt ingericht als een weelderige gelaagde tuin met een rijk groen karakter. Net als in het tuinontwerp uit de eind 19e eeuw wordt er gewerkt met een divers assortiment van fraaie inheemse en streekeigen planten gecombineerd met ‘nieuwe’ bijzondere en mogelijk uitheemse bomen en planten

Heesters en hogere vaste planten 1-2m De tussenlaag van beplanting, deels bladhoudend en deels bladverliezend draagt voor een belangrijk deel bij aan de ruimtelijkheid van de groene ruimte. Het begeleidt het oog van de gebruikers langs mooie kleuren en structuren en biedt tegelijkertijd privacy op plekken waar dit gewenst is. Solitaire planten en heesters 2-3.5m Pleksgewijs zullen er solitaire planten en heesters de tuin verbijzonderen. Deze laag van beplanting zal geselecteerd worden op speciale eigenschappen die een meerwaarde opleveren voor de tuin. Denk hierbij aan bijzondere geur, vruchten of uitbundige bloei.

welke bijdragen aan het gewenste aantrekkelijke beeld en geschikt zijn voor het veranderende klimaat. De gelaagdheid van de tuin zit enerzijds in de diverse lagen van beplanting die worden toegepast als ook in het feit dat het groen zich niet beperkt tot het maaiveld maar wordt gecombineerd met klimplanten die de gevels

Meerstammige heesters / kleine bomen 3,5-6m Voor de zichtbaarheid van de groene oase vanaf de randen van het perceel worden er enkele meerstammige heesters /bomen opgenomen in het plan. Samen met de grotere bomen kondigen zij, al vanaf grotere afstand, de bijzondere tuin aan.

begroeien en beplante daken en dakranden. De groeninrichting draagt bij aan diverse systeemdiensten. Zo zetten luchtzuiverende planten en struiken overdag CO2 om in zuurstof en zorgen hierdoor voor een gezond verblijfsklimaat. De bestaande bomen en het nieuwe groen voorkomen hittestress door schaduw en verdamping. Door goede opvang, gebruik en afvoer van regenwater draagt de inrichting bij aan de klimaatbestendigheid van het gebied. Tenslotte zorgt de weelderige tuin voor een aantrekkelijke biotoop voor insecten, vlinders en vogels. Het verhoogt de biodiversiteit én zorgt voor een

Klimplanten Op diverse plekken langs de gevels van de bebouwing zullen windende klimplanten, die langs staalkabels of andere hulpconstructies omhoog klimmen het groen van de tuin op maaiveld verbinden met de groene daktuinen. Ook zullen klimplanten worden geplant bij/in de grotere bomen in het plan. Bomen De bestaande bomen met een goede toekomstverwachting worden zo veel mogelijk geïntegreerd in het plan. Tevens worden er enkele nieuwe bomen toegevoegd aan de binnentuin om groen tegenwicht te bieden aan de bebouwing. De bestaande en de nieuwe bomen dragen op een belangrijke wijze bij aan het karakter van de groene oase.

aantrekkelijk beeld. Een groene oase voor mens, plant en dier.

62 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 63

MASTERPLAN

MASTERPLAN

Landschap - gelaagde groeninrichting

Landschap - gelaagde groeninrichting

Minimale maatvoering bouwstenen meerlaagse opbouw

•

bouwsteen 3 lagen, min. 1.5 x 3.0m

Legenda indicatief beplantingsplan

• bouwsteen klimplant gevel min. 1.0m langs gevel

Hakonechloa macra (Hoogte: 0,3-0,4m) Carex Grayi (Hoogte: 0,5-0,8m) Asplenium scolopendrium (Hoogte: 0,3-0,4m) Hemerocallis ‘Nile Crane’ (Hoogte: 0,5-0,7m)

• • •

Teucrium hyrcanicum (Hoogte: 0,5-0,8m)

Kruidlaag vaste planten 0-0,8m Heesters en hogere vaste planten 1-2m Solitaire planten en heesters 2-3.5m

• Klimplanten in diverse soorten

Brunnera macrophylla ‘Jack Frost’ (Hoogte: 0,3-0,4m) Tiarella wherryi (Hoogte: 0,2-0,3m) Liriope muscari (Hoogte: 0,4-0,5m) Dryopteris filix-mas (Hoogte: 0,8-1,2m)

•

bouwsteen 4 lagen, min. 3.0 x 3.0m

Anemone X hybridus ‘Honorine Jobert’ (Hoogte: 0,8-1,5m) Eupatorium purpureum (Hoogte: 1.4-2m) Thalictrum delavayi ‘Album’ (Hoogte: 1,2-1,4m)

• bouwsteen daktuin min. 3.0 x 3.0m hoogte substraat variabel min. 0.3 - 0.7m

Fatsia japonica (Hoogte: 1,5-3m) Syringa microphylla ‘Superba’ (Hoogte: 2-3m)

• • • •

Kruidlaag / vaste planten 0-0,8m Heesters en hogere vaste planten 1-2m Solitaire planten en heesters 2-3.5m Meerstammige heesters / kleine bomen 3,5-6m

Magnolia (Hoogte: 1,5-2m)

Sambucus nigra ‘Laciniata’ (Hoogte: 3,5-6m)

• Kruidlaag / vaste planten 0-0,8m • Heesters en hogere vaste planten 1-2m • Solitaire planten en heesters 2-3.5m • Meerstammige heesters / kleine bomen 3,5-6m

Staphylea pinnata (Hoogte: 3,5-5m)

•

Grote boom (Hoogte: 8-12m)

bouwsteen 6 lagen, min. 7.0 x 7.0m

Basis klimplanten Bijzondere klimplanten

• bouwsteen gebruiksdaken min. 30% groen vs. 70% verhard. beplante dakranden: netto afmeting min. 0.6 x 0.8 x 3.0m

• • • • • •

64 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

Kruidlaag vaste planten 0-0,8m Heesters en hogere vaste planten 1-2m Solitaire planten en heesters 2-3.5m Meerstammige heesters / kleine bomen 3,5-6m Klimplanten Bomen

• Kruidlaag / vaste planten 0-0,8m 60 cm substraatdikte inclusief waterretentie

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 65

MASTERPLAN

MASTERPLAN

Toekomstbestendig

Flexbiliteit + toekomstbestendig

Maken van een toekomstbestendige campus

Gebouwen die flexibel en toekomstbestendig zijn

Op diverse manieren dient invulling te worden gegeven

bestaan uit verschillende lagen die elk een eigen

aan actuele beleidsthema’s als natuurinclusief bouwen,

levensduur hebben en afzonderlijk van elkaar te

water, energie en klimaatadaptatie. De transformatie

veranderen zijn. Dit leidt tot slimme ontwerpkeuzes in

van een sterk versteende locatie naar een groene

het proces.

laag

levensduur

constructie

-30-300j

schil

-20j

installaties

-7-15j

toekomstbestendige oase in en voor de stad voorziet hierin. •

•

•

interieur

maanden tot enkele jaren.

locatie

eeuwig

De lagenmethode van Steward Brand toepassen, waarbij elk gebouw wordt onderverdeeld in zes

CO2 om in zuurstof en zorgen voor een gezond

lagen die elk een eigen levensduur hebben. Dit

verblijfsklimaat.

biedt handvaten voor het bepalen van een circulaire

De bomen en het nieuwe groen voorkomen

strategie per laag en de aanpasbaarheid. •

(incl. basis) zorgt voor een flexibele invulling en

Goede opvang, gebruik en afvoer van regenwater

adaptiviteit naar de toekomst. •

Losstaande volumes met een eigen entree. De

de klimaatbestendigheid van het gebied.

opzet biedt flexibiliteit voor de toekomst en maakt

Integrale aandacht voor natuurinclusiviteit volgens

splitsing van de gebouwen naar verschillende

het gemeentelijk Beleidsadvies Ecologie en de NIB-

gebruikers in de toekomst mogelijk. Passend bij

puntenlijst zorgt er voor dat de nieuwe campus een

Topicus, maar geen maatpak.

aantrekkelijke biotoop vormt voor insecten, vlinders, vogels en vleermuizen. Zorgvuldige uitwerking van

Robuust en verantwoord materiaalgebruik

beplantingsplannen met ruime toepassing van

De reductie van de milieubelasting van de materialen

streekeigen soorten is hierbij essentieel. Nestkasten

wordt als uitgangspunt genomen.

voor diverser soorten vogels en vleermuizen zullen

winter

worden opgenomen in de gevels van de bebouwing,

zomer

•

Het lagenmodel van Brand

Flexibiliteit in de plint van circa 4,2-4,6m hoog

voor een aantrekkelijk microklimaat. conform de gemeentelijke bergingseis draagt bij aan •

binnenafbouw -3-30j

Luchtzuiverende planten en struiken zetten

hittestress door schaduw en verdamping, ze zorgen •

Adaptieve gebouwen

4.5m

Flexibel programma in de plinten

Flexibiliteit in de 4,5m hoge plint

2025

2035

Werken met materialen die een lage impact hebben op het milieu.

daken en gevels zullen worden vergroend en tussen

•

Materialen gebruiken die mooi verouderen.

de diverse en diervriendelijke beplanting in de tuin

•

Efficiënt materiaal gebruik.

worden meerdere insectenhotels geplaatst. Het totaal aan ingrepen draagt bij aan de toekomstbestendigheid van de campus, het verhoogt de biodiversiteit én zorgt voor een aantrekkelijk beeld.

Duurzaam ecosysteem De opbouw van de beplanting in meerdere lagen zorgt voor een duurzaam stedelijk ecosysteem dat ruimte biedt aan mens, plant en dier.

66 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

Aantrekkelijk klimaat In de winter laten de ‘kale’ bomen het zonlicht door tot op het maaiveld. In de zomer zorgt de beplanting voor koele plekken en een aangenaam verblijfsklimaat.

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 67

BEZONNINGSSTUDIE - BESTAANDE SITUATIE

BEZONNINGSSTUDIE - NIEUWE SITUATIE

De getoonde tijdstippen

De aangetoonde tijdstippen

laten zien dat de schouwburg

laten zien dat de impact

aanzienlijke schaduw projecteert

van de bebouwing op de

op de Keizerstraat en op het

Brinkpoortstraat en Singelstraat

Stationsplein als gevolg van zijn

minimaal is in maart en juni, en

grote massa; dit in contrast met

verwaarloosbaar is in december

de schaduw geprojecteerd door

in vergelijking met de bestaande

de villa’s en Kweekschool, die

situatie.

minder schaduwlast produceren als gevolg van hun kleinere footprint, lagere hoogte en

De gebouwen aan de Singel 21 december 09:00

21 december 12:00

21 december 15:00

hebben voornamelijk impact op

tussengelegen steegjes.

het Stationsplein omdat de lage

De bezonning op het

zonnestand van de avond hun

binnenplein krijgt weinig

schaduw naar het noordoosten

schaduwlast in maart en juni,

projecteert.

21 december 09:00

21 december 12:00

21 december 15:00

21 maart 09:00

21 maart 12:00

21 maart 15:00

21 juni 09:00

21 juni 12:00

21 juni 15:00

ook al wordt dit nu gebruikt als In juni is er gedurende de dag

parkeerplaats.

altijd een deel van de binnentuin in de zon en een deel in schaduw.

21 maart 09:00

21 maart 12:00

21 maart 15:00

In het vervolgtraject zal er een windstudie worden uitgevoerd ten behoeve van een goed windklimaat.

21 juni 09:00

68 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

21 juni 12:00

21 juni 15:00

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 69

KADERSTELLENDE VOORWAARDEN

70 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

Dit hoofdstuk is een samenvatting van de analyse en uitgangspunten en maakt inzichtelijk wat de harde eisen van het plan zijn en waar flexibiliteit mogelijk is. Dit maakt het plan weerbaar voor toekomstige wijzigingen. Tezamen met de inhoud van dit document en het beeldkwaliteitsplan motiveren de kaders hoe de ruimtelijke ingreep op een passende manier wordt vorm gegeven en de ontwikkeling in het stadsgezicht en de omliggende context past en kwaliteit toevoegt. De kaders zijn opgesplitst in thema's: 1. Landschap 2. Programma 3. Volume - Bouwvlakken en rooilijnen 4. Gebouwenvelop

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 71

KADERSTELLENDE VOORWAARDEN

KADERSTELLENDE VOORWAARDEN

Landschap

*

ge l

B

max. 5L

at

*

mi n 6m .

5m

C

zoekgebied zoekgebied gebouw gebouwen minimale afstand minimale afstanden

A

max. 4L

B

n.

D

16

A

9m

doorgangen - gelaagde groene binnentuin doorgangen - gelaagde groene binnentuin campushart binnengebied: campushart

E

D 5L max.

gelaagde groene binnentuin binnengebied: gelaagde groene binnentuin

min . 3.5m

F

zoekgebied - dakterras dakterrassen collectief dakterras collectief dakterras

mi n 5m .

zoekgebied laden/lossen + container zoekgebied afval / loading karakteristieke erfafscheiding met metselwerk karakteristieke erfafscheiding met metselwerk

E rstr a

at

karakteristieke erfafscheiding karakteristieke erfafscheiding erfafscheiding eigentijdse interpretatie Singel DNA erfafscheiding eigentijdse interpretatie Singel DNA

Keiz e

Br

ink

metselwerk erfafscheiding metselwerk afscheiding groeneafscheiding erfafscheiding,o.a. o.a.diverse diverse klimplanten groen klimplanten of haag

po

of haag

ort str aa

zichtlijnen

t

ontmoetingsplek / collectieve buitenruimte

0

10

25

0

72 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

representatieve voortuinen representatieve voortuinen

m

max. 5L

Daklandschap De hoogste daken zullen naast dat ze worden ingezet voor zonnepanelen en overige daktechniek ook worden ingezet voor ecologie. Onder en/of tussen de zonnepanelen en overige techniek zullen 'bruine daken' of 'natuurdaken' bijdragen aan het verhogen van de biodiversiteit in het gebied. De overige daken worden ingericht als groen gebruiksdak met integrale aandacht voor natuurinclusiviteit volgens het gemeentelijk Beleidsadvies Ecologie en de NIB-puntenlijst. Plantenbakken op de dakranden hebben een minimale breedte van 80cm en een hoogte van 60cm. De beplanting wordt eenduidig vormgegeven en collectief onderhouden zodat het bijdraagt aan

bomen op locatie

mi

mi

te behouden bomen karakteristieke bomen

n.

max. 7L

nummer ## == bouwblok bouwbloknummer

niet duurzaam te te behouden bomen niet duurzaam behouden bomen op locatie

mi n 5m .

37 m

F

G

*

#

mi 4.6 n. m

C

minimale afstand tot perceelsgrens minimale afstand perceelgrens bestaand erfgoed bestaand erfgoed

K

max. 4L

plot enfaseringsgrenzen faseringsgrenzen plot en

Sin

mi n 6m .

Bomen Duurzaam behoud van zoveel mogelijk bestaande bomen met een goede levensverwachting vormt het uitgangspunt. Om dit uitgangspunt te toetsen is er een Boom Effect Analyse uitgevoerd die concreet inzicht geeft in te nemen maatregelen tot behoud van de te handhaven bomen. Voor de plataan aan de zijde Brinkpoortstraat wordt gezien de geringe overlevingskans de duurzame keuze gemaakt deze boom te vervangen door een andere soort boom welke beter past bij de toekomstige groeicondities van deze plek. Voor al de bomen welke niet duurzaam zijn te behouden geldt het advies deze voorafgaand aan de werkzaamheden te rooien en te compenseren binnen het huidige plangebied met bomen die eenzelfde financiële waarde vertegenwoordigen.

Legenda Legenda

tra

Groen op het binnenterrein Het aandeel groen in de (semi) openbare ruimte is minimaal 50%. Er is diversiteit in inrichting en gebruik van de buitenruimte: voortuinen, groene doorgangen, groene oase en padenstelsel met pleinruimte. Verharding ten behoeve van gevelonderhoud wordt tot een minimum beperkt en voorzien middels begroeide honingraat-of rasterplaten.

Duurzaamheid Bebouwing en terreininrichting dienen invulling te geven aan actuele beleidsthema’s als natuurinclusief bouwen, water, energie en klimaatadaptatie. Voor het thema natuurinclusivitiet betekent dit integrale aandacht voor natuurinclusiviteit volgens het gemeentelijk Beleidsadvies Ecologie en de NIB-puntenlijst. De inrichting dient zodanig te worden uitgewerkt dat deze een aantrekkelijke biotoop vormt voor insecten, vlinders, vogels en vleermuizen. Nestkasten voor diverse soorten vogels en vleermuizen zullen worden opgenomen in de gevels van de bebouwing, daken en gevels zullen worden vergroend en tussen de diverse en diervriendelijke beplanting in de tuin worden meerdere insectenhotels geplaatst. In de vervolgfase van het project zal een ecoloog worden betrokken om hier nader invulling aan te geven.

een samenhangend beeld van het beschermde stadsgezicht. Gelijktijdig dragen de groene dakranden bij aan de privacy in relatie tot de omliggende bebouwing. Voor alle nieuwbouw daken geldt dat deze voorzien worden van een retentielaag conform de gemeentelijke bergingseis.

ge ls

Openbaar toegankelijk De Campus is overdag openbaar toegankelijk. De mogelijkheid om het terrein af te sluiten in de avond en nacht wordt voorzien in de vorm van afsluitbare hekwerken. Deze hekwerken worden in samenhang met de architectuur ontworpen en worden opgenomen in de erfafscheiding van de representatieve voortuinzone of liggen in de 'stegen' op enkele meters achter de voorgevelrooilijn.

Bestaande bebouwing / erfafscheidingen Behoud van de Kweekschool, Gymzaal, voorzijde entreegebouw en karakteristieke erfafscheidingen.

Sin

Kaders landschap:

Landschap

verdiepingen

10

50

25

50

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 73

Programma BGG + Entree

KADERSTELLENDE VOORWAARDEN Programma

(incl. de basis) is de plint flexibel in te delen. De

Legenda Legenda

*

Doelgroep De woningen zijn in beginsel bestemd voor Topicus medewerkers. Dit zijn goed opgeleide werkende professionals, veelal bestaande uit 1-persoons

C

max. 4L

ge l

B

max. 5L

at

zoveel mogelijk inpandig geplaatst zodat ruimtes aan

*

terrasterras horeca

B

*

werken (kantoren) werken onderwijsfunctie onderwijs zoekgebied horeca zoekgebied horeca zoekplek collectieve collectieve ruimte wonen zoekgebied ruimte wonen

A

F

G

zoekplekcollectieve collectieve bron energie zoekgebied bron energie

max. 7L

ontmoetingsplek/campushart activatie

D

looproutes looproutes

max. 5L

uitnodigende gevel uitnodigende/representatieve plint

F

E

interactieve sterke plint relatie binnen-buiten doorwaadbaar, entrees (indicatief) entree

D 5L max.

de gevel vrij indeelbaar zijn. Woonprogramma komt niet in de plint behoudens de entree en lobby.

# = bouwbloknummer

publieke voorzieningen voorzieningen, entree en lobby

A

C

# = bouwblok nummer

karakteristieke boom

max. 4L

Parkeren Het fietsparkeren voor gebruikers en bewoners wordt binnen het perceel inpandig opgelost onder gebouw A en B. Voor bezoekers van de horeca of andere publieke functies worden enkele fietsparkeerplekken in de buitenruimte toegevoegd. Er komt geen autoparkeren op de locatie.

kernen van de woningen en installaties worden

bestaand erfgoed bestaand erfgoed #

huishoudens. Woontypologieën Van het woonprogramma wordt: - 5-35% huurwoningen onder de liberalisatiegrens, max. 20 procentpunt kleinere studio’s - minimaal 65% middeldure huur (minimale oppervlakte 45m2) - maximaal 20% vrije sector huur.

Plot faseringsgrenzen plotenen faseringsgrenzen

Sin

K

tra

Plint Het realiseren van een levendige en goed vormgegeven plint is voorwaarde. Om een levendige campus waar te maken, komen er in de plinten van de gebouwen voorzieningen die een stedelijke uitstraling hebben. Deze plinten dienen representatief, royaal en transparant te zijn. De plint heeft een hoogwaardige en stedelijke uitstraling. Met een plinthoogte van 4.2-4.6 meter

Er worden twee collectieve ruimtes gemaakt, in gebouw D en F van ca. 50m2 die door alle woningen gebruikt kunnen worden. Daarnaast is er ruimte voor een collectief dakterras op gebouw D en wordt gebruik gemaakt van de groene buitenruimte op maaiveld als collectieve buitenruimte.

ge ls

Functiemix De verhouding van functies is maximaal 50% wonen, minimaal 30% werken, en 20% voorzieningen (waaronder onderwijs). Dit is leidend voor het gerealiseerde volume en blijft van toepassing als de compositie veranderd.

Programmaverdeling per gebouw Per gebouw komt er maximaal 1 functie boven de begane grond. A. Wonen met in de plint voorzieningen B. Wonen met in de plint voorzieningen C. Onderwijs D. Wonen met in de plint voorzieningen E. Werken (kantoren) F. Wonen met in de plint (campus) voorzieningen K: Werken (kantoren) G: Werken met in de plint voorzieningen

Programma

Sin

Programmatisch kader:

KADERSTELLENDE VOORWAARDEN

fiets entree (indicatief) fiets entree zoekgebied laden lossen zoekgebied laden/lossen + container

rstr a

at

E Keiz e

E D

F

Br

ink

po

ort str aa

t

A

G

B C K

0

10

25

50

Wonen Werken Onderwijs Voorzieningen Programmaverdeling per gebouw

74 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

0

10

25

50

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 75

Rooilijnen

max. 4L

sculpturen in een groene contramal. Aan de Singel en

m

28 m 9m

21m

20 m

D 5L max.

onderzoek aansluiting gebouw G - G C - entree nader onderzoek aansluiting

17m mi 6m n.

karakteristieke boom 2m

mi n 5m . Br

Keiz e

rstr a

20 m

at

E

28 m

ink

po 21m ort str aa

t

0

10

25

0

76 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

minimale afmeting tussenruimte afmeting doorgangen (ondergeschikt aan ruimtelijke spelregels)

min . 3.5m

3m

E

percentage van de de lijn lijn dat min. liggen percentage van dat terug min. gezet terugmoet gezet moet liggen

kenmerkende zichtbare hoeken kenmerkende zichtbare hoeken

n. m

maximaal aantal bouwlagen maximaal aantal bouwlagen

afmeting bouwblokken afmeting bouwblokkken

mi

F

16

xL

%

3m

n.

nummer ## == bouwblok bouwbloknummerrooilijn

teruggezette rooilijn teruggezette rooilijn

max. 7L

mi

#

rooilijn rooilijn

A

3m

max. 5L

*

15

m

D

gebouwen bouwvlak mi n 5m .

15

n.

een nieuw ensemble en geven plasticiteit aan de woonstraat. De bebouwing volgt de historische rooilijnen en refereert naar de korrelgrootte van de villa typologie. Volumes hebben een heldere geleding met een plint, middendeel en een beëindiging. De gevels naast het erfgoed (Kweekschool en Gymzaal) hebben een terugliggende rooilijn, die de herkenbaarheid en aanwezigheid van de historische bebouwing versterkt.

0%

m

F

G

De bestaande erfgoedwaardes van de Kweekschool ontwikkeling. Van daaruit vormen de gebouwen

-5

B

10

20 m ge lst raa t

mi

bouwvlak zoekgebied

23

max. 4L

C

steegjes.

bestaand erfgoed bestaand erfgoed

A

gebouwen zij aan zij incidenteel gescheiden door

Installaties Logistiek en installaties worden bouwkundig in het volume ingepast en moeten vanaf het maaiveld in de directe omgeving uit het zicht worden weggewerkt.

40

max. 5L

0%

Aan de Brinkpoortstraat en Singelstraat staan de

Bebouwing en Gymzaal vormen de basis van de nieuwe

*

B

11m

in het middenterrein staan de gebouwen losstaand.

afstand perceelgrens minimale afstand tot perceelgrens

mi 4.6 n. m

26 ,2m

C

ge l

mi n 5m .

K

mi 5m n.

De gebouwen worden ontworpen als alzijdige

0%

Bestaande bebouwing Behoud van de Kweekschool, Gymzaal en voorzijde entreegebouw.

*

plot enfaseringsgrenzen faseringsgrenzen plot en

Sin

25 ,8m

Opzet

Sin

Bebouwingspercentage Het bovengrondse bebouwingspercentage van de locatie is maximaal 60%.

gemaakt op de volgende bladzijden.

10

Maximale bouwvolume Het maximale bovengrondse programma is circa 13.100m2 (dit is inclusief de bestaande Kweekschool en Gymzaal) en circa 1.200m2 BVO aan fietsenstalling en techniek dat ondergronds inpandig wordt opgelost.

Legenda Legenda

mi n 3m .

Ruimtelijke concept Het ruimtelijk concept volgt het principe van de villastructuur, waarbij de volumes in het groen staan. De locatie valt binnen het beschermd stadsgezicht

Gebouwenvelop De bouwenvelop laat per gebouw zien wat de opbouw, het maximale volume en de minimale setback afmetingen zijn. Per gebouw is dit inzichtelijk

17m

Ruimtelijk kader:

Volume - Bouwvlakken en rooilijnen

1.5 m

Volume - Bouwvlakken en rooilijnen

KADERSTELLENDE VOORWAARDEN

mi n.

KADERSTELLENDE VOORWAARDEN

10

50

25

50

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 77

KADERSTELLENDE VOORWAARDEN

KADERSTELLENDE VOORWAARDEN

Gebouwenvelop

Gebouwenvelop

B Legenda Legenda ge l

max. 5L

tra

at

mi n 6m .

5m

C

gebouwen bouwvlak

A

max. 4L

B

max. 3L

D

n.

max. 5L

A

16

gevels worden hersteld / vernieuwd gevels worden hersteld / vernieuwd

A”

min . 3.5m

F

max. 7L

B

*Installaties uit het zicht

nader onderzoek aansluiting - entree onderzoek aansluiting gebouw G -Gymzaal C

Gebouwenvelop A

Gebouwenvelop B

m

mi n 6m .

mi n 5m .

teruggelegen gevel op de hoek

2m

ma

x.

mag maximaal 4 bouwlagen zijn

1,5

m

40

-50

mag maximaal 5 bouwlagen zijn

60

%

m

Br

ink

po

ort str aa

6 4, m 5 3m m

teruggelegen gevel op de hoek

1L

mag maximaal 3 bouwlagen zijn

2L

teruggelegen gevel op de hoek

1L

mag maximaal 4 bouwlagen zijn

2L

mag maximaal 3 bouwlagen zijn

2L 1L

15

A

,5m

GE

25

0

78 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

10

50

25

,5m

GE

L

40

-50

%

minimale afstand tot rooilijn

SIN

in .1

10

22

SIN

m

0

percentage van gevellengte dat terug gelegen ligt

L

m

SIN

,5

B’

30 m

22 m

t

1,5

m

at rstr a

A’

Keiz e

B

%

1,5

E max. 5L

minimale afstand tot rooilijn

maximale percentage van gevellengte dat aan de voorzijde in de rooilijn ligt

*Zie doorsnede pagina 82 - 83 21

D 5L max. max. 5L

Aangehouden hoogtes: Basis 1.0 m Plint 3.6 m Middendeel 3.6 m Top 3.6 m Opstaande dakrand* 1.0 m

karakteristieke boom

m

E

maximaal aantal bouwlagen maximaal aantal bouwlagen

zoekgebied dubbele setback zoekgebied dubbele setback

n.

mi

xL

zoekgebied enkele setback zoekgebied enkele setback

max. 4L

9m

max. 7L

## == bouwblok bouwbloknummer nummer

dubbele setback* dubbele setback van 2m of 3m

mi n 5m .

F

G

A

#

enkele setback van 2m of 3m enkele setback*

mi

A

*

max. 5L

Sin

ge ls

*

zoekgebied zoekgebied

3m

B

max. 4L

A’

bestaand erfgoed bestaand erfgoed

B’

K

C

minimale afstand perceelgrens minimale afstand tot perceelgrens

Om de gebouwenvelop in de volgende fase goed te laten aansluiten op het programma en de binnen indeling geldt er aanvullend voor gebouw A en B: Gebouw A mag maximaal 2m breder worden wat in vermindering wordt gebracht van gebouw B. De rooilijnen, minimale doorgang en gebouwenvelop regels blijven van toepassing. (enkel van toepassing als de gridmaat niet logisch uitkomt)

3m

*

plot faseringsgrenzen Plot en en faseringsgrenzen

Sin

mi 4.6 n. m

A”

Parksingel - Volume A+B De volumes zetten de doorlopende villastructuur met zijn groene contramal door, waarmee de entree tot de Keizerstraat weer duidelijker wordt. De begane grondvloer is licht opgetild en sluit aan bij de verhoogde plint van de villa typologie. A. Het volume definieert de hoek en is maximaal 4 bouwlagen hoog. Setbacks op de hoeken reageren op de context. B. Het volume aan het midden van de Singel is maximaal 5 bouwlagen hoog en heeft een teruggesprongen geveldeel om de schaal te doorbreken naar de Kweekschool en het torentje prominent zichtbaar te maken.

GE

L

50

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 79

KADERSTELLENDE VOORWAARDEN

KADERSTELLENDE VOORWAARDEN

Gebouwenvelop

Gebouwenvelop

Middenterrein - Volume F

Singelstraat - Toevoeging C De toevoeging die binnen het zoekgebied komt moet één ensemble vormen met de Kweekschool en Gymzaal. De demarcatie van het zoekgebied ligt ter plaatse van de verbreding van het huidige entreegebouw, waarmee de zijgevel van het entreegebouw in het zicht blijft en er een kwalitatieve groenruimte naar de straat ontstaat. Binnen het zoekgebied wordt gekeken naar volume, de precieze aanhechting bestaand-nieuw en vloerhoogte. De toevoeging is maximaal 3 bouwlagen hoog.

Singelstraat Brinkpoortstraat - Volume D+E De volumes D+E zetten de wandbebouwing door. De goothoogte in de rooilijn ligt overwegend op 3 bouwlagen, aansluitend op de maat en schaal van de tegenoverliggende bebouwing. Belangrijk aandachtspunt is privacy en bezonning in relatie tot de omliggende bebouwing. Aan de Brinkpoortstraat en Singelstraat komen geen balkons. D. Het volume heeft een terugliggende rooilijn naast de Gymzaal om de massa’s optisch van elkaar los te houden en is maximaal 5 bouwlagen hoog E. Het volume is maximaal 5 bouwlagen hoog.

Het volume is het centrale punt en verbindt de villa’s, het ensemble en de gebruikers met elkaar. Op de bovenste lagen heeft het gebouw een teruggelegen laag en wordt het silhouet verkleind. Het volume is maximaal 7 bouwlagen hoog. De precieze locatie van gebouw F hangt samen met de toekomstige kroonprojectie van de Lindeboom die uit de BEA volgt. Binnen het zoekgebied dat voortkomt uit de kaders van het landschap kan F verschuiven.

F

Aangehouden hoogtes, nader te definiëren: Plint 3.8 m Middendeel 3.6 m Top 3.6 m Opstaande dakrand* 0.5 m

D

Aangehouden hoogtes: Plint 4.2m - 4.5 m Middendeel 3.2 m Top 3.2 m Opstaande dakrand* 1.5 m

*Installaties uit het zicht

Om de gebouwenvelop in de volgende fase goed te laten aansluiten op het programma en de binnen indeling geldt er aanvullend voor gebouw D en E: Tussen gebouw D en E mag er maximaal 2m in breedte worden geschoven. De rooilijnen, minimale doorgang en gebouwenvelop regels blijven van toepassing. (enkel van toepassing als de gridmaat niet logisch uitkomt) Aangehouden hoogtes: Plint 4.2 m - 4.5 m Middendeel 3.6 m Top 3.6 m Opstaande dakrand* 1.0 m

E

*Installaties uit het zicht

*Installaties uit het zicht

Zoekgebied F

GEBOUWENVELOP D

GEBOUWENVELOP E 1,5

m

minimale afstand ten opzichte van plint en middendeel 24

.4

0%

maximale percentage van gevellengte dat aan de voorzijde in de rooilijn ligt

2m

ax

m

m

2m

mag maximaal 5 bouwlagen zijn

LS

TR

AA T

80 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

GE

GE

LS

TR

AA T

R 22

m

LS

TR

AA T

maximale percentage van gevellengte dat aan de voorzijde in de rooilijn ligt

2m

1L

ma

x.

BR

IN

50

%

21

KP

22 m

AT

SIN

O

15 m

6m

SIN

TR A

3m

mag maximaal 3 bouwlagen zijn

OO

m

RT

ST

RA

6m

GE

m

5m

17 m 19 m 3m

SIN

12

2m

1L

TS

11 m

minimale afstand tot rooilijn

2L

2L

K PO

1L

2L

mag maximaal 4 bouwlagen zijn

IN

mag maximaal 2 bouwlagen zijn

2L

28 m

1L

mag maximaal 4 bouwlagen zijn

4L

mag maximaal 2 bouwlagen zijn

1L

m

2m

mag maximaal 5 bouwlagen zijn

mag maximaal 5 bouwlagen zijn

1L

demarcatielijn oudnieuw ter plaatse van de 'knik' van het entreegebouw

2L

R

mag maximaal 3 bouwlagen zijn

2,5

minimale afstanden tot rooilijn

B

11 m

mag maximaal 7 bouwlagen zijn

mag maximaal 3 bouwlagen zijn

minimale afstand tot rooilijn

2m

Zoekgebied C

minimale afstand tot rooilijn

AT

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 81

KADERSTELLENDE VOORWAARDEN Relatie tot de context*

B B’ A’ A

A’

B B’

25.20 m

24.00 m

20 m

18,4 m

18,40 m

14.00 m

11

14.00 m

12.00 m

D 12

13.00 m

E

22

min. 5m

A

D

21

9

12

38

Singelstraat

13

12

C

22

20

Brinkpoortstraat

Keizerstraat

A-A

13.50 m

11.50 m

12

min. 5m

25

Binnentuin

10 Singel

B-B

25.20 m

25.20 m 20 m 15.00 m

14.60 m

14.00 m

14.00 m

12.00 m

E

F

11

12

13

Singelstraat

min. 16m

17

20 m

min. 2m

Binnentuin

20

11

21

11

Keizerstraat

A’-A’

12 Brinkpoortstraat

22

F min. 6m

max. 18m

B min. 9m

27

10 Singel

B’-B’ 17

De aangegeven bouwhoogten zijn inclusief dakranden waarachter de installaties zich bevinden. 82 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 83

Karakter van de locatie Stedenbouwkundige uitgangspunten Architectonische uitgangspunten Ruimtelijke opzet 1. Ensemble Kweekschool - Gymzaal 2. Samengestelde ensemble Kweekschool en Gymzaal 3. Villa's 4. Ensemble 5. Middenvolume

BEELDKWALITEIT

Buitenruimtes Overgang binnen - buiten Plint Middendeel Beëindiging Binnentuin Groene gelaagdheid

84 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 85

BEELDKWALITEIT

BEELDKWALITEIT Karakter van de locatie

Karakter van de locatie

De Topicus locatie is centraal gelegen in de

Gebouwd op de waarden van de context

binnenstad van Deventer en maakt onderdeel uit van

Voor de Topicus locatie vormen binnenstedelijke

de representatieve stadsentree vanaf het station.

verdichting en herstel van het stedelijk weefsel de

De Topicus Campus licht op het scheidsvlak tussen

hoofduitgangspunten.

stadscampus de Kien (paars) en het beschermd

De beeldkwaliteit komt voort uit een eigentijdse

stadsgezicht (oranje). De locatie vormt een verbindende

interpretatie van de 19e-eeuwse Singelbebouwing. De

Station

schakel in de context.

samenhang van architectuur, buitenruimte, stedenbouw en landschap (kenmerkende voor de 19e-eeuwse

Hoewel de Topicus Campus programmatisch gezien

aanleg) wordt opnieuw nagestreefd, waarbij eigentijdse

onderdeel vormt van Stadscampus de Kien (paars),

middelen kunnen worden ingezet, zolang ze onderdeel

vallen de gebouwen noordoostelijk gelegen van de

van het grotere stedelijke geheel gaan vormen en

locatie, waaronder het bedrijfsverzamelgebouw, de Leeuwenbrug en de Deventer Schouwburg buiten het beschermd Stadsgezicht. Ze vormen daarmee

dienstbaar zijn aan het beschermd stadsgezicht.

Beschermd stadsgezicht

Zo wordt op een tijdloze zorgvuldige manier verder gebouwd aan de binnenstad.

geen referentiekader voor de beeldkwaliteit van deze ontwikkeling. De binnenstad van Deventer heeft een grote historische rijkdom en gelaagdheid. In het Beeldkwaliteitsplan Deventer Binnenstad worden de karakteristieke structuren en ruimtelijke kwaliteit van de binnenstad beschreven en aangegeven waar nieuwe ontwikkelingen,

Stadscampus De Kien

waaronder de Topicus Campus aan wensen te voldoen. De toegelichte onderwerpen in dit Beeldkwaliteitsplan geven richtlijnen specifiek voor deze locatie.

Legenda Bebouwing Topicus Campus Beschermd stadsgezicht Stadscampus De Kien Route van station naar centrum De directe omgeving, onderdeel van de 19e-eeuwse schil

86 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 87

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN

ARCHITECTONISCHE UITGANGSPUNTEN

Het is van belang om de stad niet te veel te

De afzonderlijke gebouwen doen mee in het

fragmenteren en eenheid en rust te creëren,

totaalbeeld. De cohesie tussen de gebouwen

wat ontstaat door het landschap, korrelgrootte,

ontstaat door de gebouwopzet, proporties,

alzijdigheid van de volumes en het kleurpalet.

detaillering en maatsysteem van de gevelopeningen en buitenruimtes. Daarnaast hebben de gebouwen elk een onderscheidende uitstraling in profiel, kleur en ritmiek wat van belang is om de schaal van de bouwblokken te verkleinen.

top

middendeel

plint

Groene contramal De campus is ontworpen vanuit de groene contramal, een aantrekkelijke groene binnenwereld. Deze groene binnenwereld voegt een publiek toegankelijk doorwaadbaar en uitnodigend 'stadsdeel' toe aan Deventer. De binnenwereld wordt geactiveerd door het publiek programma in de plint. Het landschap verbindt de gebouwen met elkaar en vormt de overgangszone van publiek en privé.

Passende korrelgrootte De typologie en opzet van de gebouwen reageert op de omliggende context met de losstaande volumes aan de Parksingel en de wandbebouwing aan de Singel- en Brinkpoortstraat en de zorgvuldige overgang met het landschap. Schaalverkleining van de volumes wordt geborgd door de geleding en variatie in kleur en materiaalgebruik, die ook in de rijkheid van de omliggende gebouwen terug te zien is.

Alzijdige volumes De volumes worden alzijdig ontworpen, de materialisatie gaat rondom. De gebouwen hebben een heldere oriëntatie en representatieve uitstraling naar de stadsstraten. De openheid van de gevels versus geslotenheid in verband met privacy en inkijk in relatie tot de omgeving worden op de specifieke situaties afgestemd.

Heldere geleding De volumes worden gekenmerkt door een subtiele, maar duidelijk geleding in de opbouw en hebben een alzijdige uitstraling. De plint, middeldeel en top vormen een geheel, hebben eenzelfde kleurstelling en onderscheiden zich door subtiele verschillen (in de intensiteit) in textuur, materialisatie ritme en schaduw. De plint en het midden zijn dominant in het evenwicht van de compositie.

Gelaagdheid gevel Er is onderscheid in diepte en plasticiteit per gebouw. Door de veelheid en variatie van texturen krijgen de gevels levendigheid, diepte en een menselijke maat. Privacy maatregelen worden ingezet als middel voor gelaagdheid. Loggia's en balkons worden homogeen over gevels verdeeld (geen losse rijtjes of incidentele balkons) en vormen een integraal onderdeel van de gevelarchitectuur.

Plinten en entrees Elk volume heeft een herkenbare en uitnodigende entree voor de plint- en gebouw specifieke functie en vormt een verbijzondering. De gebouwen hebben een duidelijke oriëntatie en worden tezamen met de aangrenzende buitenruimte ontworpen.

Verbindend groen daklandschap De stedelijke laag is leesbaar in de volumes door middel van de setbacks. In de nieuwe dichtheid leest het groene daklandschap als een herkenbare laag. Het daklandschap wordt samenhangend ontworpen met terugkerende elementen, zoals bijvoorbeeld boom- en plantsoorten, verlichting, e.d.

Ruimte voor verassing en contrast Aan de binnentuin mogen de gevels transparanter zijn, en is er ruimte om iets verrassends te creëren zonder schreeuwerig te zijn. Middelen die ingezet kunnen worden: materiaal, ambacht, duurzaamheid, circulariteit, entrees en buitenruimtes.

Samenhang middels materiaalpalet De kleurstelling en materialisatie sluit aan bij de Deventer binnenstad. Zo wordt een eenheid in de straatprofielen bereikt. De afzonderlijke volumes zijn onderscheidend van elkaar in kleur om de afzonderlijke gebouwen herkenbaar te maken. (dit is een schema, de kleuren worden in de volgende fase onderzocht) Het middenvolume gaat een passende relatie aan met de hogere volumes in het beschermd Stadsgezicht.

Materiaal en textuur De gevelmaterialen hebben een duurzame en kwalitatieve uitstraling die recht doet aan de prominente locatie Elk volume bestaat uit een primair gevelmateriaal, waar een passend secundair materiaal aan kan worden toegevoegd. De gevels hebben een rijkheid aan texturen.

Bruikbaar daklandschap De daken worden zorgvuldig uitgewerkt in het ontwerp, het groen moet worden geïntegreerd in het ontwerp van de constructie en de detaillering. De daken zijn van dusdanige grootte dat er ruimte is voor terrassen, groen en wateropvang. De groeninrichting voegt een nieuwe tijdslaag toe, ondergeschikt aan de geleding van de gebouwen. De buitenruimtes in het middendeel worden per volume toegelicht.

Integratie techniek en logistiek Behuizingen van dak installaties hebben een gelijke materialisatie als de hoofdgevel (geen scherm). Alle installaties zijn vanaf het maaiveld uit het zicht ontworpen. Gevels met technische en logistieke functies worden geïntegreerd in het totaalbeeld. Hemelwaterafvoeren en noodoverstorten uit het zicht of meeontworpen.

88 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 89

RUIMTELIJKE OPZET Landschap - stedenbouw - architectuur

Naast de algemene uitgangspunten zijn er aanvullend specifieke kaders die per categorie worden toegelicht.

Groene oase

90 | TOPICUS CAMPUS | BARCODE ARCHITECTS & FELIXX

1. Ensemble Kweekschool - Gymzaal

2. Samengestelde volume

3. Villastructuur

4. Ensemble

5. Middenvolume

BARCODE ARCHITECTS & FELIXX | TOPICUS CAMPUS | 91

BEELDKWALITEIT 1. Ensemble Kweekschool en Gymzaal

Ensemble Kweekschool - Gymzaal

Gymzaal

Beide gebouwen zijn cultuurhistorisch,

De Gymzaal wordt herbestemd. Aan de Singelstraat

stedenbouwkundig en architectonisch van grote waarde

wordt de gevel gerenoveerd. Aan de tuinzijde wordt

in het beschermde stadsgezicht.

de nieuwere aanbouw verwijderd. De gevel is hier

Het ensemble is met name aan de Singelstraat nog

aangetast, en biedt ruimte voor een ingreep waarmee

intact. Aan de tuinzijde zijn er verschillende ingrepen

de relatie tussen binnen en buiten wordt versterkt.

geweest. De aanpak is bestaande kwaliteiten te

In het interieur wordt de ruimtelijkheid van de open

handhaven en ter plaatse van de aantasting een ingreep

ruimte behouden (niet verhokken), en de dakconstructie

te doen.

zichtbaar gelaten waardoor de voormalige Gymzaal leesbaar blijft.

Kweekschool De Kweekschool wordt gerenoveerd ter plaatse van de ingrepen. De aanbouw lijkt volledig los te staan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14976391/1