CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-912 Bijlage Ruimtelijke motivering BOPA Basisschool Lettele def

Raadsvergadering 26 februari 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Positief bindend advies voor het verlenen van de omgevingsvergunning-BOPA 1e fase voor het Kindcentrum (w.o. basisschool Sancta Maria) Sportweg 1 in Lettele26.964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.7

Toetsing aan gemeentelijk beleid

3.7.1

Omgevingsvisie Deventer

In de Omgevingsvisie Deventer staat het gemeentelijk beleid voor de fysieke leefomgeving. De gemeente heeft in de Omgevingsvisie voor nieuwe ontwikkelingen de onderstaande ambities geformuleerd: • we verzilveren het bestaande: bij ontwikkelingen behouden en versterken we de eigen, onderscheidende kwaliteiten van Deventer; • we verbinden slim: we versterken de netwerkkracht van Deventer. Lokaal, regionaal en nationaal; • we handelen toekomstbestendig: de leefomgeving moet voor mens, dier en plant aangenaam zijn, nu en in de toekomst. In de Omgevingsvisie zijn ontwikkelingsrichtingen voor de verschillende gebieden binnen de gemeente beschreven. Het verplaatsen van het kindcentrum van het centrum van het dorp naar het sportpark biedt de mogelijkheid een nieuw en duurzaam schoolgebouw te realiseren, dat voldoet aan de huidige en toekomstige eisen voor het geven van onderwijs in een gezonde omgeving (toekomstbestendig). De nieuwe locatie ligt op een sportpark waar meerdere functies (sporthal, kulturhus en zwembad) aanwezig zijn. Deze functies kunnen van elkaar profiteren op het vlak van ruimte uitwisseling, nabijheid van faciliteiten, parkeergelegenheid en ontsluiting (lokale netwerkkracht). De ruimte op het sportpark wordt op deze manier beter benut en de vrijkomende ruimte in het dorp kan worden benut voor een andere functie passend bij die locatie.

Op deze manier voorziet de ontwikkeling van het kindcentrum in de ambities uit de gemeentelijke omgevingsvisie.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 21 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

3.7.2

Welstandsnota Deventer

De gemeente Deventer heeft welstandsbeleid vastgesteld. In de welstandsnota staat kort en bondig aan welke eisen nieuwe gebouwen in de gemeente moeten voldoen. De regels in de welstandsnota zijn er om Deventer mooi en leefbaar te houden en de uitstraling van iedere wijk te bewaren. Voor het bouwen van een nieuw hoofdgebouw is in veel gevallen een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig. Een onderdeel van het verlenen van deze vergunning is de welstandstoets. De Planadviesraad (welstandscommissie) kijkt naar de uiterlijke kenmerken van het architectonische ontwerp, zoals de vorm en de gebruikte materialen, in relatie tot het gebied waarin het gebouw wordt gebouwd. In de welstandsnota wordt duidelijk welke welstandseisen er gelden voor het gebied waarin het gebouw wordt gerealiseerd. Als het ontwerp hieraan voldoet, voldoet het gebouw aan redelijke eisen van welstand. Het plangebied is onderdeel van het welstandsgebied ‘Solitaire bebouwing’. Het architectonische ontwerp voor het kindcentrum wordt getoetst aan de welstandscriteria die gelden voor dit gebied. De criteria bieden ruimte voor de uitwerking van het gebouw. Voor deze ontwikkeling wordt geen specifiek kader in de vorm van een beeldkwaliteitsplan opgesteld.

3.7.3

Milieu- en duurzaamheidsbeleid Deventer

Het duurzaamheidsbeleid van Deventer is in meerdere documenten vastgelegd. In juni 2009 is de Visie Duurzaam Deventer vastgesteld. De gemeentelijke ambitie is dat Deventer in 2030 klimaat-en energieneutraal is. Om deze ambitie te realiseren is voor de periode 2011-2014 door de gemeenteraad de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid ‘Op weg naar een duurzaam evenwicht’ vastgesteld. In april 2016 heeft de raad de doelstelling energieneutraal 2030 herbevestigd en besloten dat de uitvoeringsagenda duurzame energie tot 2018 het kader is. In het huidige bestuursakkoord wordt eveneens stevig ingezet op duurzaamheid. Zaken als energietransitie, circulaire economie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en milieu hebben een nadrukkelijke plek gekregen. In de Omgevingsvisie is een van de ambities ‘een duurzame toekomst, met extra aandacht voor klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie’. Energie In de Omgevingsvisie is de ambitie op het gebied van energie als volgt verwoord: Deventer wil energieneutraal worden door CO2 -reductie, energiebesparing, zuinige en slimme energienetwerken zonder fossiele brandstoffen en de inzet van duurzame bronnen. De gemeente stimuleert inwoners en ondernemers om bij te dragen aan de energietransitie, maar heeft daarvoor op dit moment slechts beperkte mogelijkheden.

De gemeente kan vooral een actieve bijdrage leveren door ruimte te maken voor duurzame energieopwekking (zon en wind), aardgas loze warmtenetten, slimme stroomnetwerken (smart grids) en biogasnetwerken. Nieuwe woningen dienen conform de wet gasloos gebouwd te worden. Voor de bestaande woon- en werkgebieden moet nog veel gebeuren om dat te realiseren. Daarnaast lijkt elektrisch rijden de toekomst. De gemeente wil een duurzaam mobiliteitssysteem realiseren met voldoende plek voor de elektrificatie van de fiets en voor de langere verplaatsingen de elektrische (deel)auto. De gemeenteraad heeft op 1 juli 2020 het Deventer Energieplan vastgesteld waarbij de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn opnieuw is opgenomen. De gemeente zet in op het verminderen van het energieverbruik en is aan de slag met de omschakeling van gas en andere fossiele brandstoffen naar duurzame energie en warmte. In het Deventer Energieplan is opgenomen dat bij nieuwbouw ‘aardgasloos’ bouwen het uitgangspunt is. Per 1 juli 2018 is de Gaswet aangepast, waarmee de gasaansluitplicht voor nieuwe gebouwen is gewijzigd. Bij nieuwbouw voor kleinverbruikers (maximaal 40 m³ gas/uur), zoals woningen en kleine bedrijfsgebouwen wordt geen gasaansluiting meer aangelegd. Bij nieuwbouwprojecten zal er dan ook sprake moeten zijn van een duurzame energievoorziening.

Klimaat Naast de energieopgave is er ook aandacht voor de klimaataanpak. In 2019 is de nota 'Aanpassen aan klimaatverandering; Deventer ambitie en aanpak' vastgesteld. Hierin is de opgave, ambitie en aanpak op het gebied van klimaatadaptatie beschreven. Met deze strategie wil de gemeente samen met partners komen tot een klimaatadaptatieprogramma. Het klimaatadaptatieprogramma beschrijft hoe de verschillende opgaven op elkaar zijn afgestemd en wie wat de komende jaren doet om te komen tot een Deventer dat ‘klimaatklaar’ is. De ambitie is om in 2050 klimaatadaptief zijn. Dat betekent dat bij hevige regenval het water zijn weg vindt zonder al te veel overlast; er op hete dagen binnen en buiten koele plekken zijn en dat er extra aandacht is voor kwetsbare groepen; en we droogteschade beperken door regenwater niet naar de riolering af te voeren, maar in de bodem vast te houden. Het klimaatadaptatieprogramma 'Routekaart naar een Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 22 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

klimaatadaptief Deventer' is februari 2021 vastgesteld. Ook in de Omgevingsvisie is de ambitie voor klimaatadaptatie opgenomen. Hierin wordt benadrukt dat we de stad klimaatbestendig en robuust willen inrichten en dat ons stedelijk gebied in 2050 echt klimaatbestendig is. Dit betekent dat we ingrepen in de leefomgeving klimaatbestendig uitvoeren. Met een klimaatadaptieve inrichting van de stad dienen we een aantal doelen: we bereiden ons voor op pieken in de water afvoer, voldoen aan de noodzaak tot waterberging, houden regenwater vast om verdroging te voorkomen en voorkomen/beperken hittestress. Duurzame ontwikkeling In de Omgevingsvisie is aandacht voor verantwoord en meervoudig ruimtegebruik. De gemeente moet bij het ruimtegebruik belangen afwegen en streeft naar duurzaam, verantwoord en meervoudig ruimtegebruik. Dit houdt in dat: • ontwikkelingen moeten nodig zijn vanuit een lokale en/of regionale behoefte; • er wordt bij voorkeur in het bestaande bebouwde gebied en op de vastgestelde ontwikkellocaties gebouwd.

Op de inbreidingslocaties is ruimte voor specifieke doelgroepen, zoals young potentials, studenten en net afgestudeerden; • wanneer de groei niet alleen door inbreiding kan plaatsvinden, wordt gezocht naar uitbreidingsmogelijkheden die passen bij stad, dorp en landschap; • het combineren van functies die elkaar versterken wordt gestimuleerd; • de basis- en kernkwaliteiten van de leefomgeving worden geborgd.

3.7.4

Visie Deventer Circulair

Met de circulaire economie zet Deventer zich in voor een groene toekomst. Een beweging die niet alleen noodzakelijk is, maar ook vol kansen ligt. Door het hergebruik van materialen en het stimuleren van lokale innovatie, bouwt Deventer aan een duurzame gemeenschap die minder afhankelijk is van eindige grondstoffen. Door actief in te zetten op circulair verminderen we de afhankelijkheid van de toelevering van grondstoffen van elders. Deventer bedrijven worden zo minder kwetsbaar door geopolitieke ontwikkelingen. Ook versterken we de lokale economie, creëren we banen, zorgen we voor sociale cohesie en dragen we bij aan het behalen van de klimaatdoelstellingen van Parijs. De gemeente Deventer werkt toe naar 50% circulariteit in 2030. Dit doel ligt in lijn met het landelijk doel zoals vastgelegd in het Nationaal Programma Circulaire Economie. Daarmee geeft de gemeente Deventer aan dat ze in 2030 streeft naar 50% minder gebruik van primaire abiotische grondstoffen1 (mineralen, metalen en fossiele grondstoffen) en in 2050 100% circulair wil zijn. We zijn ons ervan bewust dat we niet overal evenveel invloed op hebben. Voor onze eigen assets verbinden we ons aan bovenstaande doelstellingen. Voor inwoners, organisaties en bedrijven in Deventer willen we handelingsperspectief bieden.

Binnen onze mogelijkheden willen we inwoners en partijen helpen en stimuleren om ook stappen te zetten en samen te zorgen dat we de doelstelling halen. Dit betekent dat voor 2030 50% van de primaire grondstoffen wordt vervangen door materialen die bestaan uit hergebruikte materialen, biobased materialen en materialen die we langer en slimmer gebruiken. Ook minder gebruiken draagt bij aan de doelstelling: iets niet nodig hebben en dus niet kopen zorgt ook voor minder primaire abiotische grondstoffen. Veel mensen denken bij circulair aan het hergebruik van afval. De verwerking van afval staat vooral beschreven in het Grondstoffenplan van de gemeente Deventer. Zoals hierboven beschreven is een belangrijk doel van Deventer Circulair om te voorkomen dat producten afval worden.

3.7.5

Gemeentelijk waterbeleid

De gemeente is verantwoordelijk voor een goed stedelijk watersysteem. Volgens de wet begint de zorgplicht bij de perceeleigenaar. De perceeleigenaar moet het hemel- en grondwater op het eigen perceel verwerken. De gemeente komt in beeld als dit niet kan. In het Gemeentelijk Rioleringsprogramma Deventer 2022-2026 is aangegeven hoe de gemeente met deze zorgplichten omgaat. Deze zorgplichten zijn: • inzameling en transport van stedelijk afvalwater; • inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater; • aanpak en voorkomen van grondwaterproblemen in bebouwd gebied. Zorgplicht stedelijk afvalwater Onder de straat liggen door de hele gemeente honderden kilometers leidingen. Hiervoor zijn putten, straatkolken en honderden pompjes aangelegd. Het hele systeem zorgt er voor dat afvalwater bij de Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 23 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

rioolwaterzuivering aan de Roland Holstlaan komt. Hier zorgt het waterschap voor de zuivering. Het gezuiverde water komt daarna in de IJssel. De gemeente is verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van de riolering. Zorgplicht hemelwater De nieuwe Waterwet gaat ervan uit dat hemelwater schoon genoeg is om zonder zuiverende voorziening te lozen. De zorgplicht hemelwater legt de verantwoordelijkheid bij de perceeleigenaar om het hemelwater zoveel mogelijk zelf te verwerken. Dit heet inspanningsverplichting particulier. De gemeentelijke zorgplicht begint als de perceeleigenaar niet zelf het hemelwater kan infiltreren of bergen. Zorgplicht grondwater Volgens de wetgeving moet de gemeente voor nieuwe situaties structurele grondwaterproblemen voorkomen of beperken, voor zover dit niet onder de verantwoordelijkheid van waterschap of provincie valt. De zorgplicht grondwater benadrukt de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar om maatregelen te nemen die grondwaterproblemen voorkomen. De gemeentelijke zorgplicht begint als de perceeleigenaar niet kan zorgen voor voldoende ontwatering en overtollig grondwater moet afvoeren. De gemeente heeft de leiding als meerdere partijen betrokken zijn bij (dreiging van) een probleem. Afweging waterbelang bij ruimtelijke ontwikkelingen Naast de gemeentelijke zorgplichten heeft de gemeente nog een verantwoordelijkheid.

Op basis van de Omgevingswet is de gemeente verantwoordelijk voor een goede afweging en implementatie van het waterbelang bij nieuwe ruimtelijke plannen. Hiervoor is het instrument van de watertoets ontwikkeld. In paragraaf 4.14 wordt nader ingegaan op de waterhuishouding.

3.7.6

Groenbeleidsplan

3.7.7

Nota Natuurinclusief bouwen

Het Groenbeleidsplan geeft richtlijnen voor de inrichting en het beheer van openbaar groen, inclusief bomen en waterpartijen. De ligging van Deventer op de grens van het rivierenlandschap van de IJssel, het Sallandse dekzandlandschap zorgt voor een grote biodiversiteit aan planten en dieren. Met het groenbeleid van de gemeente wordt deze diversiteit zo veel mogelijk ondersteund. In het groenbeleidsplan zijn diverse doelstellingen en ambities geformuleerd: • ruimte voor groen in en om de stad; • aandacht voor toegankelijkheid, gebruik en beleving van het groen; • duurzaamheid in inrichting, beheer en onderhoud van het groen; • een (proactief) antwoord hebben op nieuwe stedelijke uitdagingen; • een handleiding bieden voor de praktische invoering van de groenvisie voor de praktijk; eerst in de vorm van de ambitiekaart, later uitgewerkt in de vorm van wijkkaarten.

Natuur inclusief bouwen is het oprichten van bouwwerken en inrichting van de omgeving van de gebouwen zodanig dat de natuurwaarden er baat bij hebben. Het gaat dus niet alleen om aan de flora en faunaaspecten uit de Omgevingswet te voldoen, maar juist om proactief te handelen ten voordele van de natuur. Aangezien elke kavel en woning net even anders is, is maatwerk vereist. Daarom is een Checklist Natuur Inclusief Bouwen opgesteld. Het accent ligt op de zogenaamde ‘Ambassadeursoorten’ zoals in de Werkwijze Ecologie genoemd. In Deventer zijn dit huismus, gierzwaluw en muurplanten. Ook voor vleermuizen is speciale aandacht. De Checklist houdt in dat er een lijst van suggesties is, die toegepast kunnen worden. Elke suggestie heeft een bepaalde puntentoekenning. Een bouwplan heeft 15 punten nodig om natuurinclusief te zijn. Voor de bouw van het kindcentrum en de inrichting van de ruimte rondom het gebouw is de checklist ingevuld. Voor elke categorie (kasten, tuin, dak/gevel en overig) zijn maatregelen voorgesteld. Gezamenlijk worden 15 punten gescoord. De ingevulde checklist is als bijlage 1 bij deze onderbouwing opgenomen.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 24 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

3.7.8

Routekaart Lettele Wonen en Voorzieningen

Op basis van gesprekken per dorp over de lokale opgaven rond de voorzieningen, de vitaliteit en het wonen is in 2020 per dorp de woningbouwambitie geformuleerd. In januari 2021 heeft de gemeenteraad die besproken. De raad heeft daarbij aangegeven de ambitie graag uitgewerkt te zien in een ontwikkelingsplan om te bezien of de consequenties van de woningbouwambitie opwegen tegen de nadelen voor onder andere landschap, infrastructuur en identiteit. Voor Lettele is die ambitie in deze routekaart samen met vertegenwoordigers uit de dorpen verder uitgewerkt. Ambitie voorzieningen Het kindcentrum vormt het hart voor het dorp Lettele. Die is een belangrijke bron van alle vrijwilligers die nodig zijn om de voorzieningen overeind te houden. Woningbouw moet een bijdrage leveren aan het behouden en aantrekken van gezinnen met kinderen. Naast gezinnen zou er gefaseerd voor lokale jongeren gebouwd moeten worden zodat die in Lettele kunnen blijven wonen. Daarnaast is er de wens om een woonzorgvoorziening te realiseren waarin ouderen met wat ondersteuning in Lettele kunnen blijven wonen. Ook in het buitengebied moet er ruimte zijn voor groei, aangezien ook bewoners in het grote buitengebied bijdragen aan het draagvlak voor de voorzieningen in Lettele.

Opgave voorzieningen De realisering van het geschetste woningbouwprogramma zal leiden tot een lichte groei van het aantal leerlingen voor de bassischool in de komende jaren. Er leeft in het dorp de wens om een nieuwe school te bouwen nabij de sportvelden. Deze wens staat buiten dit traject. Dit geldt ook voor de supermarkt. Deze wordt op dit moment gerund door vrijwilligers. De nieuwbouw zal leiden tot een lichte groei van het aantal klanten. De nieuwbouw zorgt echter niet voor een zodanig aantal klanten dat een volledig commerciële supermarkt weer in beeld komt. Ook het verenigingsleven zal licht profiteren door de beperkte bevolkingsgroei. De bouw van de woningen zal ook leiden tot een lichte groei van het gebruik van de sportaccommodaties in het dorp. Die lichte groei is mogelijk op de huidige velden en sporthal.

3.7.9

Conclusie gemeentelijk beleid

De voorgenomen ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid, waarbij een aantal aspecten nader wordt uitgewerkt in de tweede fase van de omgevingsvergunning.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 25 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

4 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten beschreven. De aspecten bodem, geluid, geur, water, ecologie en archeologie zijn afzonderlijk onderzocht. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in dit hoofdstuk. De rapportages zijn als bijlage aan deze onderbouwing toegevoegd.

4.2

Cultuurhistorie en monumenten

4.2.1

Wettelijk kader

4.2.2

Motivering

4.2.3

Conclusie

4.3

Archeologie

4.3.1

Wettelijk kader

De duiding van cultureel erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staan in de Erfgoedwet. De omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet. Een goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving moet een beschrijving bevatten van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.

Binnen het besluitgebied zijn geen gemeentelijke en/of Rijksmonumenten aanwezig waarmee rekening moet worden gehouden. Het besluitgebied is geen onderdeel van een aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht. Binnen het besluitgebied zijn geen overige cultuurhistorische waarden (denk bijvoorbeeld aan waardevolle bomen of groenstructuren) aanwezig waarmee rekening mee moet worden gehouden.

Het aspect 'cultuurhistorie en monumenten' vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het afwijken van het omgevingsplan.

Gemeenten moeten in hun omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Uit Europees beleid volgt dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van cultuurhistorische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is het (zoveel mogelijk) behouden van archeologische resten in de bodem (in situ) en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Het cultureel erfgoed van Deventer bestaat uit gebieden, objecten, gebouwen, structuren en ensembles vanaf de vroege prehistorie tot het recente verleden. Het cultureel erfgoed maakt deel uit van onze identiteit en draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de stad. In het Bkl (artikel 5.130) zijn instructieregels opgenomen die zich richten op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd en regels ter voorkomen van aantasting van beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast is het artikel gericht op het voorkomen van aantasting van de omgeving van monumenten. Omgeving van het monument Nieuw aan de Omgevingswet is de instructieregel voor cultureel erfgoed (bovengronds en ondergronds) ter bescherming van de omgeving van monumenten.

Hierbij is het de bedoeling dat in het omgevingsplan regels worden gesteld om aantasting van de omgeving van monumenten te voorkomen. Het gaat bij dit onderdeel niet zozeer om het voorkomen van de aantasting van de omgeving op zich, maar om een aantasting van de omgeving van een monument die dat monument ontsiert of beschadigt. Omdat de omgeving van een monument verschillend kan zijn, gaan we werken met procesregels in het omgevingsplan. Dit betekent dat Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 26 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

we bij afwijkingen van het omgevingsplan onderzoeken of de nieuwe ontwikkeling van invloed is op de omgeving van het monumenten. Regels voor archeologie Om op een passende en effectieve wijze zorg te kunnen dragen voor het kostbare bodemarchief wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen getoetst aan de regels voor archeologie in het omgevingsplan (waarin het voorheen geldende ‘Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel D’ is opgenomen).

4.3.2

Motivering

Het besluitgebied ligt binnen een zone met aanduiding ‘Waarde – Archeologie 3’. Binnen deze aanduiding geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 200 m² en dieper dan 0,5 m onder maaiveld. Met een grondoppervlak van de beoogde basisschool van circa 800 m² wordt de onderzoeksplicht ruimschoots overschreden waardoor archeologisch onderzoek verplicht is. In dit kader heeft de gemeente Deventer een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het bureauonderzoek is als bijlage 2 bij deze onderbouwing opgenomen. Selectieadvies bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek wordt geadviseerd om voorafgaande aan de werkzaamheden een inventariserend booronderzoek uit te voeren. Dit onderzoek is nadrukkelijk niet bedoeld om vindplaatsen te lokaliseren, maar bedoeld om landschapsvormen (met bijbehorende archeologische verwachtingen) te begrenzen en om dieptes en intactheid van archeologische niveaus vast te stellen. De resultaten hiervan kunnen aanleiding geven voor aanvullend archeologisch onderzoek (bijvoorbeeld een proefsleuvenonderzoek). Indien dit het geval is, kunnen de resultaten ook gebruikt worden om kaders te stellen bij de verdere werkzaamheden, zodat de inzet van archeologisch (vervolg)onderzoek zoveel mogelijk beperkt kan blijven.

Eveneens kunnen de resultaten van een verkennend booronderzoek aanleiding geven voor het bevoegd gezag om het gebied middels een selectiebesluit vrij te geven. Selectiebesluit bureauonderzoek Het selectieadvies op basis van dit bureauonderzoek is voorgelegd aan de bevoegde overheid (gemeente Deventer) ter goedkeuring. Gemeente Deventer heeft het selectieadvies omgezet in een selectiebesluit waarbij voorwaarden aan de omgevingsvergunning zijn verbonden. Inventariserend veldonderzoek Om de verwachting uit het bureauonderzoek nader te onderzoeken is een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd. Het inventariserend veldonderzoek is als bijlage 3 bij deze onderbouwing opgenomen. Onderzoeksresultaten Op basis van het bureauonderzoek is aan beide deelgebieden een hoge archeologische verwachting toegeschreven voor mogelijk aanwezige archeologische waarden uit de prehistorie tot en met de vroege middeleeuwen. Het verkennend booronderzoek heeft uitgewezen dat in de ondergrond dekzand aanwezig is, dat tot een pleistoceen landschap behoort. Het dekzand wordt gerekend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Het waargenomen dekzand bestaat enkel uit een C-horizont. De top van de oorspronkelijke Chorizont is in 12 boringen opgenomen in het omgewerkte pakket of de bouwvoor.

De C-horizont wordt in 10 boringen afgedekt door een omgewerkt pakket met daarbovenop de bouwvoor. In drie boringen wordt de Chorizont afgedekt door de bouwvoor. De verwachting uit het bureauonderzoek kan op basis van de interpretaties van de verkennende boringen en de waargenomen verstoorde bodemopbouw worden bijgesteld naar laag. In beide deelgebieden is geen podzolvorming waargenomen en de oorspronkelijke top van de C-horizont is opgenomen in het bovenliggende pakket. Vanwege het ontbreken van een podzolbodem, wordt er geen goeddeels intact archeologisch vondsten- of sporenniveau verwacht. In principe kan er nog wel een archeologisch sporenniveau van de diepere delen van eventueel (eertijds) aanwezige antropogene sporen aanwezig zijn in de ondergrond maar vanwege de waargenomen verstoorde top van C-horizont wordt de kans daarop - en de conservering of gaafheid daarvan - laag geacht.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 27 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Advies Op basis van de resultaten en interpretaties van het thans uitgevoerde inventariserende veldonderzoek door middel van verkennende boringen, wordt er geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd voorafgaande aan de ruimtelijke ontwikkeling. De archeologische verwachting kan worden bijgesteld naar laag. Met uitzondering van één boring, is de C-horizont in alle boringen opgenomen in de bovenliggende pakketten. Daarom wordt de kans op het aantreffen van (onverstoorde) archeologische sporen klein geacht. Selectiebesluit inventariserend veldonderzoek De bevoegde overheid heeft op basis van het bovenstaande advies een selectiebesluit genomen. In het besluit is het advies overgenomen worden de geplande ingrepen vrijgegeven. De geplande werkzaamheden kunnen zonder verdere archeologische voorwaarden plaatsvinden. Het selectieadvies is als bijlage 4 bij deze onderbouwing opgenomen. Zorgplicht Voorts geldt te allen tijde dat wanneer tijdens graafwerkzaamheden (toch) archeologische sporen en resten worden aangetroffen, hiervan altijd direct melding gemaakt moet worden bij de bevoegde overheid in het kader van de wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet (art. 5.10 en 5.11). Ook in vooraf vrijgegeven gronden.

4.3.3

Conclusie

4.4

Milieueffectrapportage

4.4.1

Wettelijk kader

Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het afwijken van het omgevingsplan.

De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EUrichtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan (inclusief omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit) en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma’s waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen en programma’s die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.

Een planm.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma’s die een kader vormen voor m.e.r.(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling is een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets vindt plaats aan de hand van de criteria van bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect.

4.4.2

Motivering

Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot verlening van de voor onderhavige ontwikkeling benodigde omgevingsvergunning valt onder mogelijkheid c. Het besluit bevat namelijk wel een activiteit uit kolom 1 ([D 11.2] de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen), maar er wordt niet voldaan aan de gegeven drempelwaarden van 2.000 of meer woningen. De voorgenomen ontwikkeling omvat immers de verplaatsing en realisatie van een kindcentrum van circa 800 m² en een kunstgrasveld. Er kan daarmee worden afgezien van een m.e.r.Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 28 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

beoordeling en volstaan kan worden met een m.e.r.-beoordeling. Deze m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • •

belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet toch een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

Bij besluiten ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt is artikel 7.19 van de Wet milieubeheer van toepassing. Met name lid 3, waarin wordt verwezen naar de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn, is hierbij relevant. Deze selectiecriteria zijn: 1. kenmerken van het project; 2. plaats van het project; 3. kenmerken van de potentiële effecten. In aanvulling op het voorgaande zijn in het kader van de voorgenomen ontwikkeling de belangrijkste milieuaspecten waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, omgevingsveiligheid en ecologie in beeld gebracht. Tezamen met de overige hoofdstukken vormen deze paragrafen de zogenaamde Mededeling in het kader van het Besluit m.e.r. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De uitgevoerde onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent deze omgevingsvergunning en een eventueel op te stellen m.e.r. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten. Het bevoegd gezag kan op basis van de onderbouwing van de fysieke leefomgeving een besluit nemen over de uitkomst van de m.e.r.-beoordeling, of er al dan niet een m.e.r.

nodig is en publiceert dit in een m.e.r.- beoordelingsbesluit. Het besluit dat geen m.e.r. uitgevoerd hoeft te worden, hoeft niet gepubliceerd te worden in de Staatscourant. Er is geen sprake van een aparte bezwaar- en beroepsprocedure bij de beslissing over de m.e.r.-plicht. Bezwaar en beroep is alleen mogelijk tegelijkertijd met de procedure van de omgevingsvergunning.

4.4.3

Conclusie

4.5

Mobiliteit en parkeren

4.5.1

Mobiliteit

Het aspect 'm.e.r.-beoordeling’ vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het afwijken van het omgevingsplan.

Wettelijk kader

Mobiliteit In de Omgevingswet is geen regelgeving opgenomen over mobiliteit en parkeren. De verkeersveiligheid is primair geborgd in de weg- en verkeerswetgeving, waaronder de Wegenverkeerswet. Daarnaast zijn richtlijnen opgenomen in het ASVV (Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom) en de CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek). Wel is een veilige en gezonde fysieke leefomgeving één van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (artikel 1.3 Ow). Gemeenten nemen daarom ook verkeersveiligheid mee in de afweging bij het inrichten van de fysieke leefomgeving. Zo zal verkeersveiligheid, een goede afhandeling van verkeerstromen en het voorkomen van (voorzienbare) parkeerhinder voor een gemeente een rol spelen bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Ow). De inrichting en inpassing van infrastructuur in de omgeving heeft invloed op de veiligheid. Zo is voor een veilige indeling van een weg een bepaald ruimtebeslag noodzakelijk. Maar ook bebouwing of een bouwwerk naast de (water)weg kan effect hebben op de verkeersveiligheid. Verkeersveiligheid is dan ook een onderdeel van de afweging om ruimte te verdelen en gebieden aan te wijzen voor een bepaalde functie.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 29 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Duurzaam bereikbaar Het mobiliteitsbeleid van de gemeente Deventer is vastgelegd in de nota ‘Duurzame mobiliteit Deventer’. De nota bevat maatregelen die de gemeente kan toepassen naar een meer duurzame mobiliteit in Deventer. Nieuw aan te leggen infrastructuur wordt aangelegd conform de richtlijnen van Duurzaam Veilige Weginrichting. Motivering Verkeersaantrekkende werking In de CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren - kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' zijn voor de functie basisschool geen kencijfers voor verkeersgeneratie opgenomen. Berekening van de verkeersgeneratie op basis van kencijfers is hierdoor niet mogelijk. De grootste parkeer- en verkeersdruk bij basisscholen ontstaat door het halen brengen van kinderen. De hoeveelheid auto’s die hiermee gemoeid is, is mede afhankelijk van de grootte van het kindcentrum (aantal kinderen), hoeveel kinderen begeleid naar school komen, hoeveel kinderen met de auto worden gebracht, hoeveel kinderen er overblijven en vooral de signatuur van het kindcentrum (openbaar of bijzonder, algemeen of speciaal). Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de verplaatsing van een bestaande basisschool (openbaar algemeen onderwijs) betreft waarbij het aantal kinderen gelijk blijft aan de bestaande situatie, is er geen sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen.

Door verplaatsing van het kindcentrum naar de noordzijde van het dorp zal er wel een wijziging van de verkeersafwikkeling optreden. Afgezet tegen het totaalaantal verkeersbewegingen op de Bathmenseweg gaat het om een geringe wijziging. De huidige verkeerskundige situatie van de Bathmenseweg kan deze geringe toename aan. Een aanpassing van de weg is niet noodzakelijk. Ontsluiting auto’s Bij het ontwerp van de buitenruimte is ten westen van de beoogde basisschool een kiss & ride-zone gesitueerd. De kiss & ride-zone wordt ontsloten vanaf de Bathmenseweg. Hiertoe wordt een nieuwe inrit gerealiseerd tussen de woningen aan de Bathmenseweg 45 en 45a. Op deze manier is voorkomen dat de verkeersbewegingen van en naar de basisschool langs de woningen aan de Sportweg komen. Vanaf de Bathmenseweg is in zuidelijke richting Bathmen te bereiken. Richting het westen liggen Deventer, Schalkhaar en Diepenveen op korte afstand van het besluitgebied. Fietsontsluiting Korenkamp en Lettele-Oost De belangrijkste verbindingen voor fietsers tussen De Spil en de woningen in Lettele voeren over de Korenkamp. Het straatje Korenkamp is hier afgesloten voor gemotoriseerd verkeer en daarmee een goede verbinding voor het langzame verkeer. Een wegplateau zorgt nu voor alertheid van automobilisten op de Sportweg. De pieken van de voorzieningen bij De Spil vallen niet samen met de schooltijden.

Doordat de kiss & ride-lus voor de school niet langs deze kruising komt, zullen leerlingen die per fiets naar school gaan hier voldoende veilig kunnen fietsen. Bathmenseweg en Sportweg Een geringer gedeelte van de fietsbewegingen zal vanaf de Bathmenseweg plaatsvinden. Vanaf de zuidzijde is de Sportweg de kortste route richting de fietsenstallingen bij De Spil en het nieuwe kindcentrum. De breedte van de Sportweg is 3,90 meter. Deze weg wordt een aantrekkelijker route voor fietsers door het autoverkeer richting de kiss & ride-lus bij de school via een afzonderlijke weg te ontsluiten. De Bathmenseweg heeft ter hoogte van de Sportweg een vrijliggend fietspad en aan de noordzijde een verkeersdrempel. De uitvoering en maatvoering voldoen aan de principes die zijn opgesteld door Duurzaam Veilig Verkeer. Ook komt een beperkt gedeelte van de fietsers vanaf de noordzijde van de Bathmenseweg. Mede door de kiss & ride-lus afzonderlijk te ontsluiten wordt ingezet op De Sportweg als veilige fietsverbinding. Ook voor fietsers vanaf de noordzijde zal er aandacht zijn voor een veilige oversteek ter hoogte van de Sportweg, zodat dit de meest aantrekkelijke fietsroute is.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 30 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Conclusie mobiliteit Het aspect ‘mobiliteit’ vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor afwijken van het omgevingsplan.

4.5.2

Parkeren

Beoordelingskader De gemeente Deventer heeft haar parkeerbeleid vastgelegd in de nota ‘Beleidsregels parkeren bestemmingsplannen Deventer (versie 2015)’. Dit is ook geborgd in het bestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeereisen’ en onderdeel van het omgevingsplan. Hierin is onder andere een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is verwoord dat een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden uitsluitend kan worden verleend als in voldoende mate wordt voorzien in parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen, overeenkomstig de voornoemde beleidsregels en de ‘Nota parkeernormen 2013’. Toetsing Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een basisschool van circa 800 m² met schoolplein gerealiseerd. In het parkeerbeleid is de gemeente verdeeld in verschillende gebiedstypen. Op onderstaande uitsnede van de parkeerregimes is te zien dat Lettele is aangeduid als ‘rest bebouwde kom’.

Parkeerregimes overzicht gemeente Deventer (bron: deventer.nl) Autoparkeren Voor een basisschool gelegen in parkeerregime ‘rest bebouwde kom’ geldt een parkeernorm van 0,8 parkeerplaatsen per leslokaal. Uitgaande van 8 groepen en hiermee 8 leslokalen, betreft de parkeeropgave 6,4 (8*0,8) = afgerond 7 parkeerplaatsen voor auto’s. In deze behoefte wordt voorzien op het bestaande parkeerterrein van De Spil en het zwembad aan de Sportweg 1. Hier zijn 52 parkeerplaatsen beschikbaar. De afvalcontainers op dit parkeerterrein verdwijnen, deze worden verplaatst naar de toegangsweg van de kiss & ride. Bij de ontwikkeling van de nieuwbouwwijk Lettele Oost, die aan de zuidzijde van het parkeerterrein wordt gerealiseerd, moet binnen de plangrenzen worden voorzien in de parkeerbehoefte. Hiervoor wordt een eigen parkeerbalans opgesteld. Deze ontwikkeling heeft dus geen gevolgen voor het aantal beschikbare parkeerplaatsen. Kiss & ride Het CROW heeft een tool beschikbaar gesteld om het aantal kiss & ride-plekken bij basisscholen te kunnen bepalen. Hierbij moet het aantal leerlingen per klas, het percentage dat met de auto komt en het aantal kinderen per auto worden ingevuld. Dit model zal in overleg met betrokkenen nader moeten worden besproken. Op basis van deze tool wordt uitgegaan van 25 kortparkeerplaatsen ter plaatse van de kiss & ride-lus. .

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 31 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Belangrijk is dat voor de ontsluiting de rijroute ‘rond’ wordt gemaakt, zodat halers en brengers niet op de rijbaan hoeven te keren. In de standaard ontwerpen wordt uitgegaan van een haal- en brengstrook waar alleen kort stilgestaan kan worden. Dubbelgebruik Aangezien de kindcentrum en de overige functies een andere gebruikspiek hebben, kan in enige mate dubbelgebruik worden toegestaan op het bestaande parkeerterrein, met name voor de haal- en brengfunctie. Anderzijds zijn het kulturhus en de sportvoorzieningen ook op werkdagen overdag in gebruik, bijvoorbeeld voor diverse (senioren)verenigingen. Op basis van de huidige functies in het plangebied, wordt het bestaande parkeerterrein rond schooltijden onderbezet. Er is daarom voldoende ruimte voor het personeel van het kindcentrum om op de bestaande parkeerplaats te parkeren. Het halen en brengen van kinderen geeft wel een hoge tijdelijke piek in parkeerdruk. Hiervoor is de bestaande parkeerplaats niet ingericht. Om dit korte parkeren op te vangen wordt er een separate toegang en kiss & ride-lus aangelegd. Op de overige momenten kan de kiss & ride-lus gedeeltelijk gebruikt worden voor sport en spel voor leerlingen van het kindcentrum en gedeeltelijk als parkeeroverloopgebied op drukke dagen bij De Spil, op het sportpark en het zwembad.

Er ontstaat hiermee een heldere scheiding tussen parkeren voor het personeel van het kindcentrum en het kortparkeren voor halen en brengen van kinderen op een separate kiss & ride-lus. Dit biedt tegelijkertijd de mogelijkheid om de kiss & ride-lus overdag, buiten de haal- en brengtijden, te gedeeltelijk gebruiken als extra schoolpleinruimte. Op drukke zaterdagen en avonden bij De Spil biedt de kiss & ride-lus plek voor extra (lang)parkeerplaatsen. Om de situatie te reguleren kan een informatiebord worden geplaatst waarop de dag(delen) waarop niet mag worden (lang)geparkeerd worden vermeld. Fietsparkeren Lettele betreft een klein dorp waardoor de basisschool op korte afstand ligt en een aanzienlijk deel van de leerlingen hierdoor met de fiets naar school komen of met de fiets worden gebracht. Voor een basisschool met minder dan 250 leerlingen geldt een parkeernorm van 4,3 parkeerplaatsen per 10 leerlingen. In totaal huisvest de beoogde basisschool 96 leerlingen. Hiermee betreft de parkeeropgave 41,28 ((96/10)*4,3) = afgerond 42 fietsparkeerplaatsen. Conclusie parkeren Geconcludeerd wordt dat de totale parkeeropgave binnen het besluitgebied wordt voorzien en dat hiermee geen negatief effect is op de parkeersituatie in de directe omgeving.

4.5.3

Conclusie mobiliteit en parkeren

4.6

Activiteiten en milieuzonering

4.6.1

Wettelijk kader

Het aspect ‘mobiliteit en parkeren' vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het afwijken van het omgevingsplan.

Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid dient onder de Omgevingswet gebruik gemaakt te worden van de publicatie ‘Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet (Milieuzonering Nieuwe Stijl)’. De publicatie hiervan is echter nog niet beschikbaar. Tot die tijd dient te worden uitgegaan van de uitgave Bedrijven en milieuzonering 2009 van de VNG. De Omgevingswet zorgt voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingswet zijn het ruimtelijk spoor en het milieuspoor verder geïntegreerd. In de nieuwe systematiek onder de Omgevingswet wordt gebruikgemaakt van milieuwaarden in plaats van vaste afstanden. Niet met een vaste richtafstand voor iedere activiteit, ongeacht of de activiteit die afstand wel nodig heeft, maar met een concrete waarde per activiteit met daarbij een zo reëel mogelijk ruimtebeslag. Hiermee wordt beoogd discussie over de toewijzing van bedrijven aan milieucategorieën en onnodig grote gebruiksruimte te voorkomen.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 32 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

4.6.2

Motivering

De beoogde basisschool betreft een gevoelige functie in het kader van activiteiten en milieuzonering. Hiertoe dient rekening te worden gehouden met de afstand tot bestaande bedrijven en inrichtingen in de omgeving. Het beoogde kunstgrasveld, inclusief de daarbij behorende lichtmasten en ballenvangers, past binnen de huidige bestemming. Het geldende bestemmingsplan staat lichtmasten van 20 meter hoog toe en een ballenvanger van 8 meter hoog. Met het plaatsen van lichtmasten dient rekening gehouden te worden met omliggende functies. Een verlichtingsonderzoek is noodzakelijk voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het kunstgrasveld met de bijbehorende lichtmasten, zodat aangetoond wordt er geen sprake is van lichtoverlast, met name op het naastgelegen beschermde Natuurnetwerk Nederland. Onderstaande tabel geeft de bedrijven in de omgeving weer, inclusief bedrijfsactiviteiten en de richtafstanden voor de verschillende relevante milieuaspecten. Bedrijf en omschrijving

Kulturhus De Spil Sportweg 1 Functie buurt- en clubhuizen) Zwembad Lettele Sportweg 1 Niet overdekt zwembad Voetbalvereniging Lettele Sportweg 1 Veldsportcomplex (met verlichting) Tennisvereniging Lettele Sportweg 1 Tennisbanen (met verlichting)

Afstanden in meters Geur Stof

Geluid

Gevaar

0

0

50

0

Grootste afstand (rustige woonwijk) 50

Grootste afstand (gemengd gebied) 30

Werkelijke afstand

30

0

200

10

200

100

ca. 25

0

0

50

10

50

30

ca. 40

0

0

50

0

50

30

ca. 90

ca. 10

Voordat bepaald kan worden of de beoogde basisschool binnen de richtafstanden van bedrijven of inrichtingen in de omgeving zijn gelegen, dient bepaald te worden tot welk gebiedstype het besluitgebied behoort. In de VNG-publicatie ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ zijn nog steeds twee omgevingstyperingen opgenomen voor de omgevingskwaliteit: •

•

‘Rustige woonwijk en rustig buitengebied’: ‘Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied *eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.’ ‘Gemengd gebied’: ‘Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.’

De omgeving van het besluitgebied kan, gezien de aanwezigheid van overwegend activiteiten gerelateerd aan sport, gekarakteriseerd worden als ‘gemengd gebied’. Hiertoe zijn de in de VNG-publicatie genoemde richtafstanden met vermindering van één afstandsstap van toepassing. Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 33 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Uitgaande van gebiedstype ‘gemengd gebied’ blijkt uit bovenstaande tabel dat de beoogde basisschool binnen de richtafstanden voor geluid behorende tot buurt- en clubhuis Kulturhus De Spil, het niet overdekte zwembad en de sporthal ligt. Aan de richtafstanden van de tennisvereniging wordt wel voldaan. Om na te gaan of kan worden voldaan aan de grenswaarden voor de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe school als gevolg van het geluid van activiteiten in de sporthal en/of het buurthuis is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen in paragraaf 4.7.4 van deze onderbouwing.

4.6.3

Conclusie

4.7

Geluid

4.7.1

Wettelijk kader

Het aspect 'activiteiten en milieuzonering' vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het afwijken van het omgevingsplan.

Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom stellen we regels aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. De mate waarin het geluid van (spoor)wegen en industrieterreinen omliggende geluidgevoelige functies mag belasten is geregeld in het Bkl. Daarin zijn instructieregels opgenomen die erop zijn gericht het geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein te beheersen (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt daarbij onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (GPP) en bronnen met een basisgeluidemissie (BGE). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Bij nieuwe ontwikkelingen met geluidgevoelige gebouwen, gelegen binnen een geluidaandachtsgebied van deze bronnen, moet altijd de geluidsbelasting van deze bronnen op de geluidgevoelige gebouwen worden beoordeeld (artikel 3.20 Bkl). Daarbij wordt getoetst aan onderstaande waarden uit het Bkl. Geluidbronsoorten

Rijks- en provinciale wegen Gemeente- en waterschapswegen Hoofd- en lokale spoorwegen Industrieterreinen

Standaardwaarde in Lden (dB)

Grenswaarde in Lden (dB) Aanleg of aanpassing bron

50

Nieuwe geluidgevoelige gebouwen 60

53

70

70

55

65

70

50

55

60

40 Lnight

45 Lnight

50 Lnight

65

Als de (gezamenlijke) geluidbelasting niet voldoet aan de standaardwaarde, kunnen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om het geluid te verminderen tot de standaardwaarde. Het Bkl biedt de mogelijkheid om een hogere geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelig gebouw tot de grenswaarde toe te staan. Dit geldt ook voor de geluidbelasting op bestaande geluidgevoelige gebouwen. Het bevoegd gezag kan dit alleen toestaan als met geluidbeperkende maatregelen niet aan de standaardwaarde voldaan kan worden. In dat geval moet gemotiveerd worden dat de maatregelen niet getroffen worden vanwege overwegende bezwaren van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, technische of financiële aard. Bovendien moet de binnenwaarde van 33 dB (artikel 4.30 Bbl) altijd gewaarborgd zijn.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 34 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Een geluidgevoelig gebouw kan binnen meer dan één geluidaandachtsgebied liggen. In dat geval moet voor de verlening van een ‘omgevingsvergunning voor overschrijden van de standaardwaarde geluid’, onderzoek worden gedaan naar de effecten van de cumulatie van alle geluidbronnen tezamen. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, dient – naast het geluid afkomstig van (spoor)wegen en industrieterreinen – ook het geluid van overige activiteiten in de fysieke leefomgeving beoordeeld te worden. Bij verlening van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit houdt de gemeente rekening met het geluid door activiteiten met gebruiksruimte op geluidgevoelige gebouwen in de omgeving van deze activiteit. Het gaat hierbij om het geluid van alle activiteiten samen. In de afweging betrekt de gemeente de specifieke plaatselijke situatie en de (cumulatieve) gevolgen van activiteiten voor de gezondheid van haar burgers en het milieu. Rekening houden met geluid werkt twee kanten op, het gaat om het toelaten van: • •

activiteiten met gebruiksruimte nabij geluidgevoelige gebouwen; geluidgevoelige gebouwen nabij bestaande activiteiten met gebruiksruimte.

Voor de beoordeling van geluidhinder afkomstig van activiteiten moet rekening worden gehouden met verschillende soorten geluidhinder, namelijk: • • •

4.7.2

Geluidhinder afkomstig van één of meerdere activiteiten op een locatie (directe hinder). Maximale geluidhinder; dit zijn de piekniveaus die optreden als gevolg van activiteiten op een locatie. Indirecte geluidhinder; dit is de geluidhinder afkomstig van het wegverkeer van en naar de locatie waar de activiteit plaatsvindt.

Motivering geluid door (spoor)wegen en industrieterreinen

Onderhavige ontwikkeling maakt de realisatie van een geluidgevoelig gebouw (onderwijsinstelling) mogelijk. De wegen in de directe omgeving betreffen 30km/uur wegen. Onderstaande uitsnede van de kaart ‘Geluid van wegverkeer van de Atlas leefomgeving laat zien dat het wegverkeerlawaai afkomstig van de Bathmenseweg niet over het besluitgebied reikt. Op basis van de uitsnede wordt geconcludeerd dat de geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeer ter plaatse van het besluitgebied ruimschoots lager ligt dan de standaardwaarde van 53 dB. Nader onderzoek naar wegverkeerslawaai zal hier geen ander resultaat in geven en wordt hierdoor niet zinvol en noodzakelijk geacht.

Uitsnede kaart ‘Geluid van wegverkeer’ (bron: atlasleefomgeving.nl) Spoorwegen en industrieterreinen zijn niet aanwezig in de nabije omgeving van het besluitgebied en zijn hierdoor niet relevant.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 35 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

4.7.3

Conclusie (spoor)wegen en industrieterreinen

4.7.4

Motivering geluid door activiteiten

Het aspect ‘geluid door (spoor)wegen en industrieterreinen’ vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het afwijken van het omgevingsplan.

Zoals reeds beschreven in paragraaf 4.6 ligt het besluitgebied binnen de richtafstanden voor geluid van het kulturhus, de sporthal en het zwembad. Het doel van het onderzoek is enerzijds om ter plaatse van het nieuwe kindcentrum een gezonde, veilige fysieke leefomgeving na te streven en anderzijds om de in de directe omgeving hiervan gelegen bedrijven en activiteiten niet in hun belangen te schaden. Met een akoestisch onderzoek is onderzocht of er sprake is van een overschrijding van de standaard- en grenswaarden als gevolg van deze functies en of het beoogde kindcentrum ruimtelijk, planologisch en milieutechnisch kunnen worden ingepast. Het akoestisch onderzoek is als bijlage 5 bij deze onderbouwing opgenomen. Ruimtelijke inpassing Uit het hierbij uitgewerkte onderzoek blijkt dat de optredende geluidbelasting voor het planologisch maximaal in gebruik zijn van het zwembad, ter plaatse van de maatgevende ontvangerpunten op de geprojecteerde schoolbestemming maximaal 60 dB(A) bedraagt. Dit betreft een overschrijding ten opzichte van de standaardnorm met maximaal 10 dB(A). Voor de sporthal bedraagt dit maximaal 59 dB(A). Een overschrijding van 9 dB(A) ten opzichte van de standaardwaarde.

Wanneer de optredende geluidsniveaus afkomstig van het kulturhus ter plaatse van de in de directe omgeving geprojecteerde schoolbestemming wordt getoetst aan de standaardwaarde van 50 dB(A), dan kan worden gesteld dat hieraan niet ter plaatse van alle beoordelingspunten op de betreffende gevels kan worden voldaan. Er is sprake van een optredende geluidbelasting van 58 dB(A) als gevolg van het maximaal in werking zijn hiervan. De maximale overschrijding ter plaatse van de naar de sporthal en het kulturhus gerichte gevel van de geprojecteerde schoolbestemming bedraagt van ten opzichte van de standaardwaarde 8 dB(A). Milieutechnische inpassing Omdat met de ruimtelijke inpassing van de aanwezige activiteiten niet kan worden voorzien in een gezonde en veilige fysieke leefomgeving is het daadwerkelijke intensiteit van deze activiteiten bepaald en op basis daarvan de geluidbelasting op de maatgevende ontvangerpunten op de geprojecteerd schoolbestemming bepaald. Kulturhus De Spil Wanneer de optredende geluidsniveaus ter plaatse van de in de directe omgeving geprojecteerde schoolbestemming wordt getoetst aan de standaardwaarde van 50 dB(A), dan kan worden gesteld dat hieraan niet ter plaatse van alle beoordelingspunten op de betreffende gevels van de geprojecteerde schoolbestemming kan worden voldaan.

Er is sprake van een optredende geluidbelasting van maximaal 58 dB(A) als gevolg van het maximaal in werking zijn hiervan. Een maximale overschrijding van ten opzichte van de standaardwaarde van 8 dB(A) ter plaatse van de naar de sporthal en het Kulturhus gerichte gevel van de geprojecteerde schoolbestemming. Omdat er sprake is van een overschrijding van de standaardwaarde als gevolg van activiteiten in het Kulturhus wordt voorgesteld het deel van de gevel waar die overschrijding plaatsvindt uit te voeren als een ‘niet geluidgevoelige gevel’. Sporthal Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat bij een maximaal langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 88 dB(A) gedurende 12 uur in de sporthal, er sprake is van een optredende geluidbelasting van 55 dB(A) op de maatgevende gevel van de geprojecteerde schoolbestemming. Wanneer de tijdsduur wordt teruggebracht tot 6 uur in de dagperiode, dan is een maximaal binnenniveau van 91 dB(A) toelaatbaar. Dit binnenniveau komt overeen met een geluidbronniveau zoals deze zal optreden in een drukke feestzaal c.q in een discotheek. Deze gelimiteerde binnenwaarde is enkel tijdens het in gebuik zijn van de geprojecteerde schoolbestemming van toepassing. Gedurende de avond- en nachtperiode is de school als zijnde voor geluidgevoelige locatie niet in gebruik.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 36 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Wanneer de standaardwaarde van 50 dB(A) zal worden overschreden, dan kan onderbouwd geluid tot en met de grenswaarde van 55 dB(A) onder voorwaarden worden toegestaan. De te stellen voorwaarde betreft het aanbrengen van voorzieningen aan de betreffende gevel(s) om ervoor te zorgen dat een binnenniveau geborgd is van 33 dB(A). Zwembad Het buitenterrein van het zwembad heeft een effectieve oppervlakte van ongeveer 1.250 m2 . Voor het aantal badgasten is uitgegaan van een kental van maximaal ongeveer 1 bezoeker per 5 m2 . Uitgaande van de effectieve oppervlakte van het buitenterrein van het zwembad, kan worden gesteld dat er plaats is voor maximaal 250 bezoekers. Worst-case gaan wij er van uit dat dit voornamelijk kinderen zullen zijn. Hiervoor hebben wij, gebaseerd op hier naar uitgevoerd onderzoeken, een bronvermogen aan te houden van 87 dB(A). Ervan uitgaande dat de helft van het aantal kinderen op het buitenterrein van het zwembad gedurende 50 % van de tijd zal schreeuwen, is er daarom sprake van een bronvermogenniveau per kind van 81 dB(A). Wanneer het genoemde geluidbronniveaus worden uitgewerkte in een rekenmodel met betrekking tot de milieutechnische inpassing, dan blijkt dat de optredende geluidbelasting op de maatgevende gevel van de geprojecteerde schoolbestemming ter plaatse van toetspunt TP 107 maximaal 56 dB(A) te bedragen.

De reden van deze enigszins verhoogde waarde ter plaatse van dit toetspunt is het gevolg van reflecties. Ter plaatse van de naar het zwembad gerichte gevel, waar geen sprake is van reflecties, bedraagt de optredende geluidbelasting maximaal 54 dB(A). Wanneer de standaardwaarde van 50 dB(A) zal worden overschreden, zoals in het onderhavige geval, dan kan onderbouwd geluid tot en met de grenswaarde van 55 dB(A) onder voorwaarden worden toegestaan. De te stellen voorwaarde betreft het aanbrengen van voorzieningen aan de betreffende gevel(s) om ervoor te zorgen dat een binnenniveau geborgd is van 33 dB(A). Maatwerkvoorschriften Om de geluidbelasting van 55 dB(A) op de op de maatgevende gevel van de geprojecteerde schoolbestemming te kunnen borgen zijn maatwerkvoorschriften voor het gebruik van de sporthal en het zwembad vastgesteld om het gebruik te beperken tot het daadwerkelijke gebruiksniveau. Hogere waarden De geluidbelasting als gevolg van activiteiten in de sporthal en het zwembad leiden tot een overschrijding van de standaardwaarde van 50 dB(A) met respectievelijk 5 dB(A) en 4 dB(A). Voor deze gevels is een hogere waarde vastgesteld. Omdat de grenswaarde van 55 dB(A) niet wordt overschreden, is een onderbouwing van de hogere waarde niet noodzakelijk. Om te zorgen dat het binnenniveau van 33 dB(A) wordt geborgd is noodzakelijk voorzieningen aan te brengen in de gevels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15076787/1