CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-912 Bijlage Ruimtelijke motivering BOPA Basisschool Lettele def

Raadsvergadering 26 februari 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Positief bindend advies voor het verlenen van de omgevingsvergunning-BOPA 1e fase voor het Kindcentrum (w.o. basisschool Sancta Maria) Sportweg 1 in Lettele26.964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Colofon Titel:

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’

Projectcode Versie: Auteur:

P06177 Definitief Joost Wierda en Frank Steenhuis

Opdrachtnemer: Telefoon: Email: Website:

Buro Stedenbouw Kerkstraat 5 8121 BM Olst 0570 230 104 info@burostedenbouw.nl www.burostedenbouw.nl

Contactpersoon: Telefoon: Email:

Jeroen Steenbeke 06 51314246 Jeroen.steenbeke@incite-projects.nl

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 2 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Inhoudsopgave Samenvatting ................................................................................................................................................... 5 1

Inleiding ............................................................................................................................................ 7 1.1

Aanleiding en doel ............................................................................................................................. 7

1.2

Ligging en begrenzing besluitgebied ................................................................................................. 7

1.3

Opzet van de onderbouwing .............................................................................................................. 8

2

Planbeschrijving .............................................................................................................................. 9 2.1

Beschrijving huidige situatie .............................................................................................................. 9

2.2

Beschrijving nieuwe situatie............................................................................................................. 11

2.3

Beschrijving strijdigheden ................................................................................................................ 13

3

Toetsing aan beleid ....................................................................................................................... 14 3.1

Inleiding............................................................................................................................................ 14

3.2

Toetsing aan Europees beleid ......................................................................................................... 14

3.3

Toetsing aan Rijksbeleid.................................................................................................................. 14

3.4

Toetsing aan provinciaal beleid ....................................................................................................... 16

3.5

Toetsing regionaal beleid................................................................................................................. 20

3.6

Toetsing aan beleid waterschap ...................................................................................................... 21

3.7

Toetsing aan gemeentelijk beleid .................................................................................................... 21

4

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu .................................................................................. 26 4.1

Inleiding............................................................................................................................................ 26

4.2

Cultuurhistorie en monumenten ...................................................................................................... 26

4.3

Archeologie ...................................................................................................................................... 26

4.4

Milieueffectrapportage ..................................................................................................................... 28

4.5

Mobiliteit en parkeren ...................................................................................................................... 29

4.6

Activiteiten en milieuzonering .......................................................................................................... 32

4.7

Geluid............................................................................................................................................... 34

4.8

Bodem.............................................................................................................................................. 38

4.9

Luchtkwaliteit ................................................................................................................................... 39

4.10

Geur ................................................................................................................................................. 40

4.11

Omgevingsveiligheid ........................................................................................................................ 41

4.12

Ecologie ........................................................................................................................................... 44

4.13

Waterhuishouding ............................................................................................................................ 47

4.14

Duurzaamheid ................................................................................................................................. 52

4.15

Gezondheid...................................................................................................................................... 52

4.16

Ontplofbare Oorlogsresten .............................................................................................................. 54

4.17

Conclusie aspecten fysieke leefomgeving....................................................................................... 54

5

Participatie...................................................................................................................................... 55 5.1

6

Verplichte participatie ...................................................................................................................... 55 Financiële uitvoerbaarheid ........................................................................................................... 57

6.1

Inleiding............................................................................................................................................ 57

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 3 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

6.2

Kostenverhaal .................................................................................................................................. 57

6.3

Nadeelcompensatie ......................................................................................................................... 57

7

Conclusie ........................................................................................................................................ 58 7.1

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties ........................................................................... 58

7.2

Vertaling in het omgevingsplan ....................................................................................................... 58

Bijlagen Bijlage 1: NIB puntensysteem memo Sancta Maria Lettele Bijlage 2: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 3: Inventariserend archeologisch veldonderzoek Bijlage 4: Selectiebesluit archeologie Bijlage 5: Akoestisch onderzoek milieutechnische inpassing Bijlage 6: Verkennend bodemonderzoek locatie basisschool Bijlage 7: Rapportage partijkeuring locatie kunstgrasveld Bijlage 8: Onderzoek geurhinder veehouderijen Bijlage 9: Juridisch advies geurcontour Bijlage 10: Quickscan flora en fauna Bijlage 11: Stikstofberekening Bijlage 12: Nee, tenzij toets Natuurnetwerk Nederland Bijlage 13: Uitgangspuntennotitie waterschap Bijlage 14: Watermemo Bijlage 15: Advies GGD IJsselland Bijlage 16: Participatieverslag Bijlage 17: Update nieuwbouw Kindcentrum Sancta Maria Bijlage 18: Voorstel vertaling omgevingsplan

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 4 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Samenvatting Inleiding De gemeente Deventer wil de basisschool Sancta Maria van de Bathmenseweg in het centrum van Lettele naar het sportpark aan de noordzijde van het dorp verplaatsen. Dit gaat ten koste van een veld van de voetbalvereniging. Om dit te compenseren wordt ter plaatse van het noordoostelijke sportveld een kunstgrasveld aangelegd met verlichting. Het initiatief past niet binnen het tijdelijke deel van het omgevingsplan het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel D’, zoals vastgesteld op 1 juli 2020. De gemeente beoogt door het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit het initiatief mogelijk te maken. Planbeschrijving De gemeente Deventer wil de basisschool Sancta Maria van de Bathmenseweg in het centrum van Lettele naar het sportpark aan de noordzijde van het dorp verplaatsen. Dit gaat ten koste van een veld van de voetbalvereniging. Om dit te compenseren wordt ter plaatse van het noordoostelijke sportveld een kunstgrasveld aangelegd met verlichting. Het initiatief past niet binnen het tijdelijke deel van het omgevingsplan het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel D’, zoals vastgesteld op 1 juli 2020. De gemeente beoogt door het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit het initiatief mogelijk te maken.

Nota van Uitgangspunten In de Nota van Uitgangspunten zijn voor de inrichting van het sportpark twee varianten opgenomen: model ‘School’ en model ‘School plus’. Deze goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving is gebaseerd op model ‘School’. Model ‘School’ Voor de situering van het nieuwe gebouw is het vanuit stedenbouwkundig optiek gewenst om aan te laten sluiten op de andere entrees van voorzieningen rond het zo genoemde ‘Carlijnplein’. Deze centrale toegang benadrukt de gezamenlijkheid van de locatie. Een hoofdentree aan de zuidoost-/oostzijde sluit goed aan op het langzaam verkeer (fietsers en wandelaars) vanaf de Korenkamp en de bestaande fietsparkeerplekken. De positie van het gebouw aan deze zijde van het huidige sportveld is daarnaast gewenst vanwege de adviesafstand tot Bathmenseweg 45A, die vanwege geur op 100 meter ligt. Belangrijk uitgangspunt is dat ontwikkeling van nieuwbouw geen beperkingen oplevert voor de vastgelegde bedrijfsvoering en mogelijkheden van Bathmenseweg 45A. Pleinen en kiss & ride-lus Ten oosten en zuiden van het gebouw is er plek voor pleinruimtes voor de basisschool en het kinderdagverblijf. Leerlingen op de fiets kunnen dicht bij de entree, aan de oostzijde van het plein, hun fiets kwijt in de bestaande fietsenstallingen of op stallingen die daar direct op aansluiten. Aan de westzijde komt een kiss & ride-lus voor auto’s te liggen.

Overdag kan deze gedeeltelijk worden gebruikt als aanvullende pleinruimte. Dit vraagt om een speciale inrichting die wijst op sport of spel. Een groene invulling zorgt ervoor dat de kiss & ride-lus aantrekkelijk wordt ingepast, en er voldoende schaduwplekken zijn om hittestress tegen te gaan. De kiss & ride-lus wordt ontsloten vanaf de Bathmenseweg. De aansluiting op de Bathmenseweg vindt plaats ter hoogte van het onbebouwde perceel tussen de Bathmenseweg 45 en 45A. Voor de aansluiting zal een deel van de aanwezige laanbeplanting verwijderd moeten worden. De kiss & ride-plekken zijn buiten de schooltijden ook deels als reguliere parkeerplekken beschikbaar als overloop voor de andere voorzieningen, zodat bezoekerspieken kunnen worden opgevangen. Bij de inrichting van het terrein zal voor dit dubbelgebruik extra aandacht zijn. Beleid In de voorgaande hoofdstukken is het initiatief getoetst aan het relevante beleid en de aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu. Ten aanzien van het beleid is geconcludeerd dat het initiatief geen belangen van het Rijk en de provincie raakt. Om te kunnen voldoen aan het beleid van het waterschap is op grond van de watertoets een watermemo opgesteld waarin op hoofdlijnen de randvoorwaarden en uitgangspunten voor de afvoer van het hemelwater en het afvoerwater zijn beschreven.

Vanuit het gemeentelijk beleid is, naast onder meer de Omgevingsvisie Deventer, de Routekaart Lettele Wonen en Voorzieningen van belang. In dit beleidsdocument zijn de ambities van en voor Lettele opgenomen. De verplaatsing van de basisschool naar de sportvelden is hierin opgenomen. Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 5 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Aspecten fysieke leefomgeving Ten aanzien van de aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. De aspecten archeologie, geluid, bodem, geur als gevolg van veehouderijen en ecologie zijn nader onderzocht. Uit het archeologisch is onderzoek is naar voren gekomen dat vervolgonderzoek noodzakelijk is. Uit de overige onderzoeken is gebleken dat er geen belemmeringen zijn voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplan activiteit. Voor andere aspecten als mobiliteit en parkeren, luchtkwaliteit en omgevingsveiligheid is gemotiveerd dat deze geen belemmering vormen voor het verlenen van de vergunning. Participatie Uit het participatieproces dat de gemeente Deventer heeft gevoerd in Lettele is gebleken dat er draagvlak is voor de verplaatsing van de school en de bouw van een nieuw kindcentrum. Verder zijn het kostenverhaal en de nadeelcompensatie geborgd. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Uit de motivatie blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Vertaling in het omgevingsplan Op basis van model ‘School’ is een verbeelding opgesteld als voorstel voor de vertaling van de omgevingsvergunning naar het omgevingsplan. Deze verbeelding sluit aan bij het tijdelijke deel van het omgevingsplan het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel D’.

Voorgesteld wordt om de functie ‘Sport’ te verwijderen van het sportveld waarop het schoolgebouw met de daarbij behorende voorzieningen en de functie ‘Maatschappelijk’ te handhaven. Binnen de functie ‘Maatschappelijk’ wordt voorgesteld om aansluitend aan het bouwvlak voor de sporthal en het kulturhus uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan een bouwvlak op te nemen met de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – kindcentrum’ en een maatvoeringsaanduiding ‘maximum goothoogte; maximum bouwhoogte’ en daarmee een gebouw van maximaal 9 meter hoog mogelijk te maken. De westelijke grens van het bouwvlak ligt op 100 meter van het bouwvlak van het agrarische bedrijf aan de Bathmenseweg 45a, zodat het agrarisch bedrijf niet wordt belemmerd in zijn bedrijfsvoering. Ter plaatse van het te realiseren kunstgrasveld worden geen aanpassingen van het tijdelijke deel van het omgevingsplan voorgesteld. Deze locatie is wel onderdeel van de omgevingsvergunning, omdat de aanleg van het kunstgrasveld samenhangt met de bouw van het nieuwe schoolgebouw.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 6 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel

De gemeente Deventer is voornemens de basisschool Sancta Maria in Lettele te verhuizen naar een nieuwe locatie. De bestaande gebouwen voldoen niet meer aan de huidige bouwkundige, gezondheids- en duurzaamheidseisen die hieraan worden gesteld. De nieuwe locatie is onderdeel van het sportpark van Lettele en ligt in het noordelijke deel van de dorpskern. In de huidige situatie is de nieuwe locatie van het kindcentrum in gebruik als sportveld van de voetbalvereniging Lettele. In ‘ruil’ voor de grond van het voetbalveld, krijgt de voetbalvereniging de mogelijkheid in het noordelijke deel van het sportpark een nieuw kunstgrasveld te realiseren. Beide locaties vormen gezamenlijk het besluitgebied. Door het kindcentrum te combineren met de op het sportpark al aanwezige functies (het Kulturhus De Spil, de sporthal en -velden, het zwembad en de tennisbanen) wordt een meerwaarde in het gebruik van het sportpark gecreëerd. Zo kunnen het kulturhus en het kindcentrum ruimtes uitwisselen, kunnen parkeervoorzieningen en fietsenstallingen efficiënter worden gebruikt en kan een centrale toegang tot het sportpark worden gerealiseerd die past bij de nieuwe uitstraling van het terrein. De gemeente Deventer heeft voor de verplaatsing van de basisschool, de bouw van het kindcentrum en de realisatie van het kunstgrasveld een Nota van Uitgangspunten opgesteld.

In deze Nota zijn onder meer de beleidsmatige kaders, de visie op de toekomstige inrichting van het sportpark en de uitgangspunten hiervoor vastgelegd. De Nota van Uitgangspunten is in juli 2024 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en vervolgens in een Raadsmededeling voorgelegd aan de gemeenteraad. Omdat het geldende omgevingsplan van rechtswege geen mogelijkheid biedt dit project te realiseren, wordt met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) afgeweken van het omgevingsplan. De omgevingsvergunning wordt te zijner tijd met actualisatie opgenomen in het omgevingsplan. Deze goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving bevat de toelichting voor de nu benodigde afwijking van het omgevingsplan en vormt de onderbouwing van het besluit voor het verlenen van een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De Nota van Uitgangspunten vormt hiervoor het uitgangspunt. Gemotiveerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

1.2

Ligging en begrenzing besluitgebied

Het besluitgebied is onderdeel van het sportpark Lettele, dat in het noordelijke deel van de dorpskern ligt. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Diepenveen, sectie E, (deel van) nummer 3773 en heeft een oppervlakte van 15.750 m². Het deel van het plangebied waar de nieuwe school wordt gerealiseerd, ligt in het zuidwestelijke deel van het sportpark, wordt omgeven door houtwallen en, aan de noordzijde, door de gebouwen van de voetbalvereniging, de sporthal en het cultureel centrum/dorpshuis. Het deel van het plangebied waar het kunstgrasveld wordt gerealiseerd, wordt ook omgeven door houtsingels. Aan de zuidzijde grenst dit deel aan het tennispark.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 7 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Globale ligging van het besluitgebied op het sportpark ten noorden van Lettele (bron: www.opentopo.nl)

1.3

Opzet van de onderbouwing

Het tweede hoofdstuk van deze onderbouwing geeft een beschrijving van de bestaande en toekomstige situatie. In het derde en vierde hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan respectievelijk het relevante ruimtelijke beleid en de aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu. In hoofdstuk vijf en zes komen achtereenvolgens de participatie en financiële uitvoerbaarheid aan de orde. Deze goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving wordt afgesloten met een conclusie ten aanzien van de evenwichtige toedeling van functies aan locatie en een voorstel een omgevingsplanregeling in hoofdstuk zeven.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 8 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

2 Planbeschrijving 2.1

Beschrijving huidige situatie

2.1.1

Planologische situatie

Het geldend planologisch regime is vastgelegd in het Omgevingsplan van de gemeente Deventer. Ter plekke van het plangebied geldt in het tijdelijk deel van het omgevingsplan het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel D’, zoals vastgesteld op 1 juli 2020 door de gemeenteraad van Deventer en van rechtswege onderdeel van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan van de gemeente Deventer. Aan het plangebied zijn de functies ‘Sport’ en ‘Maatschappelijk’ toegekend. Verder geldt ‘Bouwregel – 30’. Daarnaast gelden voor het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 3’ en de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – Algemene regels’ en ‘overige zone – Overgangs- en slotregels’.

Uitsnede verbeelding ‘Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel D (bron:ruimtelijkeplannen.nl). De blauwe lijn vormt de globale begrenzing van het besluitgebied.

2.1.2

Feitelijke situatie

Stedenbouwkundige en landschappelijke structuur Lettele is een dorp in het oostelijke deel van het buitengebied van de gemeente Deventer. Het dorp ligt op het kruispunt van de Bathmenseweg en de Oerdijk. Het landschap rondom het dorp heeft een open en agrarisch karakter, met name aan de westzijde. Ten oosten van het dorp bestaat het landschap uit een afwisseling van bos- en natuurterreinen en enkele kleinschalige agrarische erven van het landgoed Oostermaat.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 9 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Bathmenseweg, met links de Sancta Maria school De kruising tussen de Bathmenseweg en de Oerdijk bepaalt voor een belangrijk deel de stedenbouwkundige structuur van Lettele en verdeelt het dorp in vier kwadranten. Rondom de kruising en langs de Bathmenseweg staan de belangrijkste gebouwen, zoals de kerk, de basisschool Sancta Maria (beide onderdeel van het beschermde dorpsgezicht van Lettele), enkele winkels en het café. Deze gebouwen worden afgewisseld met vrijstaande woningen. De noordoostelijke en het zuidoostelijke kwadranten bestaan voornamelijk uit kleinschalige seriematige naoorlogse woonbuurten met een afwisseling van vrijstaande, geschakelde en in rijen gebouwde grondgebonden woningen. Het zuidwestelijke kwadrant is grotendeels ingevuld als bedrijventerrein. De bebouwing bestaat uit een afwisseling van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen. Het noordwestelijke kwadrant is nog grotendeels onbebouwd. Recent is in dit deel van het dorp een woonbuurt gerealiseerd. Ten noorden van het noordoostelijke kwadrant ligt aan de Bathmenseweg het sportpark. Besluitgebied Het besluitgebied is onderdeel van het sportpark. Centraal op het sportpark ligt het Kulturhus De Spil. Rondom dit gebouw zijn een sporthal, een openlucht zwembad en tennisbanen gevestigd. Langs de Bathmenseweg en in de noordoostelijke hoek van het sportpark liggen drie voetbalvelden.

Het sportpark wordt ontsloten aan de zuidzijde, via de Sportweg. Hier ligt ook een parkeerterrein voor alle functies op het sportpark met ruimte voor het parkeren van 50 auto’s. Aan het parkeerterrein ligt de entree tot het sportpark. Nabij de entree is voor het hele sportpark één fietsenstalling gevestigd.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 10 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Sportlaan

Parkeerterrein Het sportpark is aan alle zijden omzoomd met houtsingels. Ten westen van het sportpark ligt een open agrarisch landschap, ten oosten heeft het landschap door de afwisseling van houtsingels en bossen een meer besloten karakter. Het besluitgebied bestaat uit twee deelgebieden. Het eerste deelgebied ligt ten zuiden van de sporthal, tegen het centrale deel van het sportpark aan en beslaat het grootste deel van het sportveld. Het tweede deelgebied omvat het sportveld in het noordoostelijke deel van het sportpark.

2.2

Beschrijving nieuwe situatie

Voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkelingen bestaan uit twee initiatieven. In het eerste deelgebied wordt een nieuw schoolgebouw met daarbij behorende kiss & ride-zone, een schoolplein en nieuwe toegangsweg gerealiseerd ter vervanging van de bestaande Sancta Maria school aan de Bathmenseweg in het centrum van het dorp. Het bestaande sportveld wordt hiervoor in z’n geheel opgeheven. In het tweede deelgebied wordt het bestaande natuurlijk sportveld vervangen voor een kunstgrasveld met bijbehorende verlichting, ballenvangers en hekwerken. Op deze manier wordt het verdwijnen van het Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 11 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

sportveld ter plekke van het nieuwe schoolgebouw opgevangen. Het kunstgrasveld is te allen tijde bruikbaar, waardoor het effectieve gebruik van de sportvelden niet afneemt. Nota van Uitgangspunten In de Nota van Uitgangspunten zijn voor de inrichting van het sportpark twee varianten opgenomen: model ‘School’ en model ‘School plus’. Deze goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving is gebaseerd op model ‘School’. Model ‘School’ Voor de situering van het nieuwe gebouw is het vanuit stedenbouwkundig optiek gewenst om aan te laten sluiten op de andere entrees van voorzieningen rond het zo genoemde ‘Carlijnplein’. Deze centrale toegang benadrukt de gezamenlijkheid van de locatie. Een hoofdentree aan de zuidoost-/oostzijde sluit goed aan op het langzaam verkeer (fietsers en wandelaars) vanaf de Korenkamp en de bestaande fietsparkeerplekken. De positie van het gebouw aan deze zijde van het huidige sportveld is daarnaast gewenst vanwege de adviesafstand tot Bathmenseweg 45A, die vanwege geur op 100 meter ligt. Belangrijk uitgangspunt is dat ontwikkeling van nieuwbouw geen beperkingen oplevert voor de vastgelegde bedrijfsvoering en mogelijkheden van Bathmenseweg 45A.

Schematische opzet met verkeerssituatie ‘Model School’. Pleinen en kiss & ride-lus Ten oosten en zuiden van het gebouw is er plek voor pleinruimtes voor de basisschool en het kinderdagverblijf. Leerlingen op de fiets kunnen dicht bij de entree, aan de oostzijde van het plein, hun fiets kwijt in de bestaande fietsenstallingen of op stallingen die daar direct op aansluiten. Aan de westzijde komt een kiss & ride-lus voor auto’s te liggen. Overdag kan deze gedeeltelijk worden gebruikt als aanvullende pleinruimte. Dit vraagt om een speciale inrichting die wijst op sport of spel. Een groene invulling zorgt ervoor dat de kiss & ride-lus aantrekkelijk wordt ingepast, en er voldoende schaduwplekken zijn om hittestress tegen te gaan. De kiss & ride-lus wordt ontsloten vanaf de Bathmenseweg. De aansluiting op de Bathmenseweg vindt plaats ter hoogte van het onbebouwde perceel tussen de Bathmenseweg 45 en 45A. Voor de aansluiting zal een deel van de aanwezige laanbeplanting verwijderd moeten worden. De kiss & ride-plekken zijn buiten de schooltijden deels ook als reguliere parkeerplekken beschikbaar als overloop voor de andere voorzieningen, zodat bezoekerspieken kunnen worden opgevangen. Afvalcontainers Voor de openbare afvalcontainers die nu op het parkeerterrein bij De Spil staan, is toegezegd dat een alternatieve locatie wordt gezocht waar deze ondergronds kunnen worden aangebracht.

Deze containers kunnen aan de nieuwe ontsluitingsweg bij de kiss & ride worden gekoppeld. Deze plek lijkt geschikt, aangezien hier geen bomen staan. De plek in een open zichtveld vraagt tegelijkertijd wel om een landschappelijke (groene) inpassing. Ook moet er voldoende ruimte zijn om op de weg te keren, zodat de kiss & ride-lus daarvoor niet hoeft te worden gebruikt als overdag per auto gebruikgemaakt wordt van de containers. Verplaatsing van de containers naar deze plek zorgt voor ontlasting van autoverkeer op de Sportweg.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 12 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Beeldkwaliteit Het plangebied valt in de welstandsnota binnen de gebiedscriteria voor ‘solitaire bebouwing’. Dit zijn gebieden waarbinnen de bebouwing individueel is vormgegeven. Uitgebreidere vormgevingscriteria zijn te vinden in de Welstandsnota Gemeente Deventer (2014). Bij de totstandkoming van het stedenbouwkundig ontwerpplan en het ontwerp voor de nieuwbouw moet rekening worden gehouden met de volgende richtlijnen: • de inpassing van het bouwplan in relatie tot de omgeving; • de vormgeving en overgangen naar de (openbare) buitenruimte; • architectonische expressie, materiaalgebruik en detaillering van bebouwing en de openbare ruimte. Programma In het programma onderwijshuisvesting wordt uitgegaan van een basisschool voor 100 leerlingen, wat overeenkomt met een ruimtenormering van 700 m² brutovloeroppervlakte. Gezien demografische ontwikkelingen, nieuwbouw in het dorp en ontwikkelingen rondom Lettele, wordt in de planvorming rekening gehouden met de mogelijkheid om semipermanent twee aanvullende lokalen te realiseren. Naast de 700 m² brutovloeroppervlakte voor de school is de ambitie uitgesproken om een aanvullende groepsruimte voor kinderopvang te realiseren. De BSO blijft het activiteitenaanbod aanbieden vanuit De Spil en in de nieuw te bouwen school komt een groepsruimte voor 0 tot 4-jarigen en/of een peutergroep (maximaal 115 m² brutovloeroppervlakte).

Voor de buitenruimte wordt rekening gehouden met een oppervlakte van 500 m² voor het onderwijs en aanvullende ruimte voor kinderopvang. Het huidige tweede natuurlijke sportveld van VV Lettele zal worden omgevormd tot kunstgrasveld. Het kunstgrasveld wordt aangelegd inclusief veldverlichting. Tegen de westelijke gevel van de sporthal worden bergingen voor de sportverenigingen geplaatst. Deze bergingen passen binnen het tijdelijke deel van het omgevingsplan het bestemmingsplan en zijn daarom geen onderdeel van deze omgevingsvergunning.

2.3

Beschrijving strijdigheden

Het toekomstige gebruik is niet in strijd met het tijdelijk deel van het Omgevingsplan het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel D’. De nieuwe school past binnen de functie ‘Maatschappelijk’. Het nieuwe parkeerterrein, de nieuwe fietsenstalling, de ontsluitingswegen en nieuwe voetpaden vallen binnen de definitie van ‘bijbehorende voorzieningen’, zoals opgenomen in de functieomschrijving van de functie ‘Maatschappelijk’. De beoogde nieuwbouw van het kindcentrum wordt gebouwd buiten het op de verbeelding opgenomen bouwvlak. Daarmee is de bouw van het kindcentrum strijdig met ‘bouwregel-30’. Hierin is opgenomen dat gebouwen uitsluitend zijn toegestaan binnen een bouwvlak. In artikel 286.1 van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel D’ is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om aangegeven bouwvlakken te wijzigen danwel nieuwe bouwvlakken toe te voegen. Met de invoering van de Omgevingswet is deze bevoegdheid komen te vervallen. Echter met de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel D’ heeft de raad destijds aangegeven dat, indien wordt voldaan aan een aantal voorwaarden, wijziging van bouwvlakken mogelijk zou moeten zijn.

Nu de wijzigingsbevoegdheid is komen te vervallen wordt door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) de voorgenomen bouw van het kindcentrum met de daarbij behorende voorzieningen planologisch toegestaan. De aanleg van het kunstgrasveld met lichtmasten ter plaatse van het bestaande natuurlijke sportveld is niet in strijd met het tijdelijk deel van het Omgevingsplan het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel D’. Gelet op dat in de nabijheid woningen en natuurgebied zijn gelegen, is een lichthinderonderzoek uitgevoerd. Op grond van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 3’ is voor de aanleg een archeologisch onderzoek nodig.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 13 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

3 Toetsing aan beleid 3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het relevante ruimtelijke beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit besluitgebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in deze ruimtelijke onderbouwing afgewogen.

3.2

Toetsing aan Europees beleid

3.2.1

Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit

3.2.2

Kaderrichtlijn Water

3.2.3

Natura 2000

3.2.4

Verdrag van Malta

3.3

Toetsing aan Rijksbeleid

3.3.1

Nationale Omgevingsvisie

In de Europese richtlijnen Luchtkwaliteit en Gevaarlijke stoffen in de lucht stellen grenswaarden en streefwaarden voor stoffen die de kwaliteit van de buitenlucht beïnvloeden. Deze zijn als rijksomgevingswaarde vastgelegd in paragraaf 2.2.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De doelstellingen van dit beleid zijn het omschrijven en vastleggen van de luchtkwaliteit om de schade voor mens en milieu te voorkomen, verhinderen of te verminderen, de luchtkwaliteit te kunnen beoordelen, de bevolking te kunnen informeren over de kwaliteit van de lucht en het in stand houden van of verbeteren van de kwaliteit. In paragraaf 4.9 worden de gevolgen voor de luchtkwaliteit beschreven als gevolg van het realiseren van het plan.

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om een gecoördineerd beheer in alle Europese stroomgebieden te realiseren, de waterkwaliteit verder te verbeteren en het publiek sterker bij het waterbeheer te betrekken. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. De gevolgen voor de realisatie van het plan worden beschreven in paragraaf 4.14.

Om de natuur in Europa te beschermen en te ontwikkelen, werken de lidstaten van de Europese Unie (EU) samen aan Natura 2000: een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden in alle lidstaten. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het EU-beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. De Nederlandse bijdrage hieraan bestaat uit 162 gebieden. Natura-2000 omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992). In artikel 2.44 lid van de Omgevingswet is opgenomen dat de minister ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn bevoegd is gebieden aan te wijzen en instandhoudingsdoelstellingen vast te stellen. In beide richtlijnen staan ook maatregelen voor soortenbescherming. In paragraaf 4.12 wordt besproken in hoeverre de realisatie van het plan de aanwezige natuurwaarden raakt.

Het Europese Verdrag van Malta uit 1992 regelt de bescherming van archeologisch erfgoed, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Nederland heeft dit verdrag ondertekend en goedgekeurd. De bescherming van archeologisch erfgoed is geregeld in artikel 5.130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bal). In paragraaf 4.3 wordt beschreven op welke manier wordt omgegaan met archeologische en cultuurhistorische waarden.

In de Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Met de NOVI wordt beoogd een perspectief te bieden om grote opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 14 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

woningbouw aan te pakken. Hierbij is omgevingskwaliteit, een combinatie van ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit, het kernbegrip. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Centraal bij de afweging van diverse belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als de ondergrond, zogenaamd ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan de eigen rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma’s op verschillende beleidsterreinen opgenomen. De Uitvoeringsagenda wordt, indien nodig, jaarlijks geactualiseerd. Gezien de omvang en impact van onderhavig initiatief kan worden geconcludeerd dat geen nationale belangen zoals verwoord in de NOVI worden geraakt.

3.3.2

Algemene rijksregels

Wettelijk kader Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle stedelijke ontwikkelingen. In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij andere stedelijke functies (dan wonen) in de vorm van een terrein is de ondergrens 'in beginsel' 500 m². Dus met een ruimtebeslag van minder dan 500 m² is er 'in beginsel' geen stedelijke ontwikkeling. Bij toevoeging van een gebouw ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een brutovloeroppervlakte van minder dan 500 m².

De voorgenomen verplaatsing van het kindcentrum is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Om deze reden is een onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking noodzakelijk. Onderzoek Behoefte De Sancta Maria school in Lettele is een kleine basisschool met gemiddeld (over de afgelopen jaren) 95 leerlingen. De leerlingen zijn hoofdzakelijk (ruim 80%) afkomstig uit het dorp en het direct om het dorp gelegen buitengebied. De overige leerlingen komen uit de omliggende dorpen. De gemeente Deventer heeft het uitbreidingsplan Lettele Oost in voorbereiding. Hierdoor kan het aantal leerlingen in de toekomst uitbreiden. Bij de realisatie van het kindcentrum wordt rekening gehouden met een beperkte groei van het aantal leerlingen. Het kindcentrum voorziet daarmee in de lokale behoefte aan basisonderwijs in Lettele en het buitengebied van Deventer. Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 15 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Bestaand stedelijk gebied De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de behoefte basisonderwijs in Lettele en in het buitengebied van de gemeente Deventer en vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied.

3.3.3

Conclusie Rijksbeleid

3.4

Toetsing aan provinciaal beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Overijssel Beken Kleur

De voorgenomen ontwikkelingen passen binnen de uitgangspunten van het rijksbeleid en raken geen nationaal ruimtelijke belangen.

Op 12 april 2017 heeft Overijssel haar nieuwe Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie wordt jaarlijks geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. Duurzaamheid De provincie hanteert de volgende definitie van duurzaamheid: ‘duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien.’ De provincie heeft 4 duurzame kwaliteitsambities geformuleerd: 1. Een klimaatbestendig Overijssel Dit betekent dat de provincie er voor wil zorgen dat we – nu en in de toekomst – beschermd zijn tegen overstromingen, droge voeten houden en, ook in perioden van droogte, over voldoende en schoon (drink)water beschikken voor bewoners, natuur en (landbouw)bedrijven. En de provincie wil er voor zorgen dat de stad, zelfs bij extreem heet weer, een fijne en gezonde plek blijft om te wonen. Met andere woorden: dat bijvoorbeeld ook hittestress in de steden wordt beperkt. 2. Een duurzame energiehuishouding De provincie ambieert een duurzame energiehuishouding, hernieuwbare energie voor iedereen beschikbaar en betaalbaar. De provincie zet in op het vergroten van het aandeel energie uit bronnen als zon, wind, biomassa en ondergrond. 3.

Kringlopen sluiten, ofwel: toegroeien naar een circulaire economie De provincie streeft naar een economie die spaarzaam omgaat met grondstoffen, waar winning, gebruik en hergebruik dicht bij elkaar plaatsvinden en waarin reststoffen maximaal worden hergebruikt. Het sluiten van kringlopen staat hierbij centraal. Dit draagt ook bij aan het borgen van een gezonde leefomgeving door het beperken van schadelijke emissies. 4. Beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur De provincie heeft de ambitie om bestaande ruimte, bebouwing en infrastructuur beter en slimmer te benutten. Denk aan multifunctioneel en complementair ruimtegebruik (zowel boven- als ondergronds), hergebruik en herbestemming van vrijkomend vastgoed (in stedelijk en landelijk gebied) en het concentreren van ontwikkelingen rond bestaande infrastructuurknooppunten. Toets voorgenomen ontwikkeling Het verplaatsen van het kindcentrum van het centrum van het dorp naar het sportpark biedt de mogelijkheid een nieuw schoolgebouw, dat voldoet aan de huidige eisen op een beter ontsloten locatie, te realiseren. De ruimte op het sportpark wordt op deze manier beter benut en de vrijkomende ruimte in het dorp kan worden benut voor een andere functie. Ruimtelijke kwaliteit Ruimtelijke kwaliteit wordt door de provincie vooral gezien als functioneel, mooi en toekomstbestendig.

Dit is een optelsom van: Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 16 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

• • •

gebruikswaarde: functionaliteit, bereikbaarheid, toegankelijkheid, nut en noodzaak van een initiatief dat ontwikkeld wordt; belevingswaarde: beeldkwaliteit, het ‘mooie’, de identiteit van een gebied, het gevoel van (toekomstige) gebruikers en bewoners; toekomstwaarde: het vermogen om ruimtelijke gevolgen van veranderende omstandigheden op te vangen (flexibiliteit, beheerbaarheid).

Toets voorgenomen ontwikkeling Het verplaatsen van het kindcentrum van het centrum van het dorp naar het sportpark biedt de mogelijkheid een nieuw schoolgebouw, dat voldoet aan de huidige eisen op een beter ontsloten locatie, te realiseren. De ruimte op het sportpark wordt op deze manier beter benut en de vrijkomende ruimte in het dorp kan worden benut voor een andere functie. Dit draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het dorp. Sociale kwaliteit Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of ‘goed voelen’ van de mens. Daarbij spelen zaken als gezondheid en vitaliteit een belangrijke rol, maar ook arbeidsparticipatie (mede in relatie tot onderwijs), sociale uitsluiting en armoede. Sociale kwaliteit gaat ook over leefbaarheid in bredere zin, over binding met de buurt en betrokkenheid bij de eigen leefomgeving. Toets voorgenomen ontwikkeling Het verplaatsen van het kindcentrum van het centrum van het dorp naar het sportpark biedt de mogelijkheid een nieuw schoolgebouw, dat voldoet aan de huidige eisen op een beter ontsloten locatie, te realiseren. De ruimte op het sportpark wordt op deze manier beter benut en de vrijkomende ruimte in het dorp kan worden benut voor een andere functie.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Voorliggend plan speelt zich af in de stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: • generieke beleidskeuzes; • ontwikkelingsperspectieven; • gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zogenaamde 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden.

Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent door vertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 17 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Toets aan uitvoeringsmodel Generieke beleidskeuzes Of een voorgenomen ontwikkeling mogelijk is, wordt onder andere bepaald door provinciale generieke beleidskeuzes. In heel Overijssel is een aantal beleidskeuzes van toepassing op nagenoeg alle thema’s en locaties. Dit zijn: 1. integraliteit; 2. toekomstbestendigheid; 3. concentratiebeleid; 4. (boven)regionale afstemming; 5. zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Samen geven deze beleidskeuzes invulling aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Integraliteit De eis van integraliteit houdt in dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen. Met deze eis uit de Omgevingswet, geformuleerd in de doelen van de wet, in artikel 4.2 lid 1 van de Omgevingswet en afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locatie wordt verzekerd dat deze afweging plaatsvindt en dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Toekomstbestendigheid De eis dat gekozen oplossingen voor maatschappelijke opgaven toekomstbestendig moeten zijn, houdt in dat een initiatief de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te kunnen voorzien niet in gevaar mag brengen. Initiatieven moeten bijdragen aan een duurzame benadering van ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van de huidige generatie, maar die opties openhoudt om ook te voorzien in behoeften van toekomstige generaties. Het gaat dan om een evenwichtige benadering van het welzijn van mensen, economische welvaart en van het beheer van natuurlijke voorraden. Bij toekomstbestendigheid gaat het ook om de effecten van ingrepen op verschillende schaalniveaus (van directe buren tot ver over de grens) en over de vraag of het project over 20 of 30 jaar nog steeds toegevoegde waarde heeft. Concentratiebeleid Het concentratiebeleid van de provincie Overijssel houdt in dat stedelijke ontwikkelingen (wonen, werken en voorzieningen) zoveel mogelijk geconcentreerd worden in de stedelijke netwerken Twente (Enschede, Hengelo, Almelo, Oldenzaal en Borne), Zwolle-Kampen en Cleantech regio Deventer. Daar mag gebouwd worden voor de (boven)regionale behoefte. De kernen Hardenberg en Steenwijk kunnen bouwen voor de regionale behoefte mits dit past binnen de regionale programmering.

Bovenregionale afstemming De verplichting tot (boven)regionale afstemming is erop gericht om gemeenten gezamenlijk verantwoordelijkheid te laten nemen voor de regionale programmering van woningbouw, werklocaties en stedelijke voorzieningen. Ook wanneer een gemeente alleen voorziet in haar eigen (lokale) behoefte is onderlinge afstemming gewenst, omdat het aanbod in een gemeente aan woningen, werklocaties en voorzieningen onderdeel uitmaakt van een regionale markt. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik De eis van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik is erop gericht om onnodig nieuw ruimtebeslag – zowel ondergronds als bovengronds – te voorkomen. De provincie wil het onderscheid tussen het bestaande bebouwde gebied en de onbebouwde groene omgeving scherp houden. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In voorliggend plan zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van toepassing. Ontwikkelingsperspectief Stedelijke netwerken Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 18 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

De provincie onderscheidt in de Stedelijke Omgeving drie ontwikkelingsperspectieven, ieder met een eigen accent: 1. stedelijke netwerken als motor; 2. steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus; 3. hoofdinfrastructuur: vlot en veilig. Gebiedskenmerken De provincie wil nieuwe ruimtelijke opgaven verbinden met bestaande gebiedskenmerken. De gebiedskenmerken spelen zo een belangrijke rol bij de vraag hoe een initiatief invulling kan krijgen. Onder gebiedskenmerken verstaat de provincie de ruimtelijke kenmerken van een gebied of een gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. De provincie onderscheidt de gebiedskenmerken in vier lagen: 1. de natuurlijke laag; 2. de stedelijke laag; 3. de laag van de beleving; 4. de laag van het agrarisch cultuurlandschap. Voor onderliggend initiatief zijn de volgende lagen van toepassing. 1. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen.

Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. 2. Stedelijke laag De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. 3. Laag van de beleving In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes.

Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. Conclusie De voorgenomen ontwikkelingen passen binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel.

3.4.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. ten aanzien van voorliggend plan zijn de volgende artikelen uit de omgevingsverordening van toepassing: Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 19 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het versterken van de voorziet in een duurzame benutting van bestaande ruimte. Het verplaatsen van het kindcentrum van het centrum van het dorp naar het sportpark biedt de mogelijkheid een nieuw schoolgebouw, dat voldoet aan de huidige eisen op een beter ontsloten locatie, te realiseren. De ruimte op het sportpark wordt op deze manier beter benut en de vrijkomende ruimte in het dorp kan worden benut voor een andere functie. Dit draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het dorp.

3.4.3

Conclusie provinciaal beleid

3.5

Toetsing regionaal beleid

3.5.1

Regionale Energiestrategie (RES)

Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen provinciale ruimtelijke belangen in het geding. woningbouwopgave.

In het Klimaatakkoord staat de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs. Daarin is als doel opgenomen om de CO2-uitstoot sterk te verminderen: in 2030 49% minder ten opzichte van 1990. In het Klimaatakkoord is ook afgesproken dat in 2030 in totaal 35 TWh aan stroom op land opgewekt wordt uit zonne- en windenergie. De 30 energieregio’s in Nederland maken allemaal een Regionale Energiestrategie (RES) waarin ze vastleggen welk deel ze van de 35 TWh voor hun rekening nemen en hoe ze dat willen doen. De energieregio’s onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. Maar ook welke warmtebronnen te gebruiken zijn zodat wijken en gebouwen van het aardgas af kunnen. In een RES beschrijft elke energieregio zijn eigen keuzes en plannen. RES West-Overijssel De RES-regio West-Overijssel bestaat uit de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, OlstWijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle, provincie Overijssel, waterschappen Drents Overijsselse Delta, Vallei en Veluwe, Vechtstromen en Rijn & IJssel en netbeheerders Enexis Netbeheer, Rendo Netwerken en Coteq Netbeheer. In de RES 1.0 is beschreven hoe West-Overijssel overstapt op duurzame energie en is de gezamenlijke ambitie geformuleerd: 1,8 TWh duurzame elektriciteit opwekken in 2030, met wind en zon.

Ook is onderzocht welke gebieden in de regio daarvoor kansrijk zijn. Daarnaast is onderzocht of er regionale warmtebronnen voor handen zijn en hoe die in de regio verdeeld worden. De samenwerkende partners zijn elk afzonderlijk verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van de RES. De volksvertegenwoordigers nemen een besluit over de RES 1.0, de RES 2.0 en verder. Dit zijn de gemeenteraden, Provinciale Staten en de algemeen besturen van de waterschappen. Door de RES ontstaan nieuwe kansen en samenwerkingsverbanden in de maatschappij. Het biedt nieuwe economische mogelijkheden, banen en verdienmodellen. Inwoners kunnen concreet deelnemen en meeprofiteren van het lokaal opwekken van schone en duurzame energie. En duurzame energie is goed voor het milieu en daarmee uiteindelijk ook voor onze leefomgeving.

3.5.2

Conclusie regionaal beleid

De voorgenomen ontwikkelingen bestaan uit de realisatie van een schoolgebouw en een kunstgrasveld. Deze ontwikkelingen, met name de bouw van het kindcentrum, maken gebruik van duurzame energie. Het dak van het kindcentrum wordt gebruikt voor het opwekken van duurzame energie, zodat een bijdrage wordt geleverd aan de ambities van het RES.

Projectcode: P06177 Versie: Definitief

Pagina 20 van 61

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit ‘Basisschool Lettele’ GOEDE ONDERBOUWING VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

3.6

Toetsing aan beleid waterschap

3.6.1

Waterschapsverordening Drents Overijsselse Delta

Artikel 1 van de Waterschapswet bepaalt dat het Waterschap zorgt voor het watersysteem en zorgt voor het zuiveren van afvalwater. Eventueel kan nog de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden worden opgedragen, bijvoorbeeld vaarwegbeheer. De Omgevingswet en de daarop gebaseerde regelgeving geven bepalingen over de inhoud van het waterbeheer, bijvoorbeeld in de vorm van doelstellingen en concrete normen. Bovendien geldt de Waterschapsverordening niet als een op zichzelf staande regeling, maar draagt deze ook bij aan een maatschappelijk resultaat en het kunnen behalen van milieudoelen. In de Waterschapsverordening zijn regels opgenomen over: ● aanwijzing en begrenzing van beperkingengebieden (waar bepalingen van toepassing zijn); ● normadressaat (tot wie de verordening is gericht); ● calamiteiten; ● specifieke zorgplicht en maatwerkvoorschriften; ● gegevens en bescheiden die bepaalde situatie verstrekt moeten worden; ● beoordelingsregels voor de behandeling van vergunningaanvragen en algemene voorschriften omgevingsvergunning; ● eigen werk of projectbesluit van het waterschap. In paragraaf 4.13 wordt ingegaan op de aspecten die genoemd zijn in de Waterschap verordening.

3.6.2

Waterbeheerprogramma

In het waterbeheerprogramma zijn de doelen en maatregelen voor de huidige beheerperiode vastgelegd en uitgewerkt in gebiedsuitwerkingen, zoals voor het deelgebied Salland. Thema's, doelen en maatregelen zijn op het Sallandse gebiedsniveau uitgewerkt en gekoppeld aan ruimtelijke ontwikkelingen. Het waterschap staat voor voldoende water en water van een goede kwaliteit. De waterpeilen, inrichting en onderhoud van het watersysteem worden afgestemd op de verschillende doelen. Daarbij wordt ook rekening gehouden met klimaatverandering. De aanpak is gebiedsgericht. In paragraaf 4.13 wordt ingegaan op de aspecten die genoemd zijn in het Waterbeheerprogramma, zoals welk overstromingsrisico in het plangebied geldt, en welk (oppervlakte)water in het plangebied aanwezig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15076787/1