2024-68 Toelichting bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2
Tekst van het document
30
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2
Toetsing De voorgenomen ontwikkelingen voorzien in de toevoeging van in totaal drie wooneenheden op verschillende locaties in het buitengebied van Deventer. Hiermee wordt een beperkte bijdrage geleverd aan de aantoonbare woningbouwbehoefte binnen de gemeente. Er is sprake van kwalitatief programmeren, aangezien wordt voorzien in een vraag en een meerwaarde geleverd voor de samenleving (zie ook paragraaf 3.4.3 van deze toelichting). Voorliggend voornemen betreft een kleinschalige ontwikkeling: het aantal gewenste woningen blijft ruimschoots onder het aantal woningen waarbij met de andere gemeenten afstemming moet worden gezocht. Daarnaast wordt, gezien de bestaande onderprogrammering in de gemeente, geconcludeerd dat het in dit plan besloten woningaantal past binnen de regionale woningbouwprogrammering. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het regionale woonbeleid.
3.3.6
Conclusie provinciaal en Regionaal beleid Geconcludeerd wordt dat voorliggend voornemen in overeenstemming is met het provinciale en (boven)regionale beleid.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Deventer In het Structuurplan Deventer 2025 (april 2004) zijn de toekomstige ruimtelijke opgaven voor Deventer en de gewenste ontwikkelingsrichting in beeld gebracht. Het Structuurplan Deventer 2025 is echter door allerlei ontwikkelingen binnen en buiten Deventer inmiddels deels verouderd. Daarom is in samenspraak met een groot aantal betrokkenen een Omgevingsvisie gemaakt. In de Omgevingsvisie legt de gemeente Deventer haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. Dit is de eerste stap in het proces richting de invoering van de Omgevingswet. In de Omgevingsvisie is aangegeven dat de klimaatverandering zorgt voor meer extremen in neerslag, hitte, droogte en water door de grote rivieren, waaronder de IJssel. Daarnaast speelt de eindigheid van natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen. Dat vraagt om maatregelen. Zoals grote inzet op energiebesparing, het klimaatbestendig maken van de leefomgeving, het overschakelen van fossiele op duurzame energiebronnen en het zuiniger en duurzamer omgaan met energie, water, grondstoffen en voedsel. De gemeente zoekt duurzame, klimaatbestendige en circulaire oplossingen op alle plekken die zich daarvoor lenen: in woningen, bedrijven, in de stad en op het platteland.
Belangrijke uitdagingen zijn: Instellen op de consequenties van klimaatverandering; Planmatig werken aan de klimaatadaptatie en energietransitie; Bij het toewijzen van functies rekening houden met de druk op ruimte; Meedoen met de ontwikkeling van nieuwe werkwijzen in energieopwekking; Waarborgen en vergroten van de cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische kwaliteit. Om in te kunnen spelen op de dynamiek van de economie en de (internationale) markt moet er ruimte voor ondernemerschap zijn. Ruimte om waardevast te investeren, te groeien en samen te werken. De
31
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2
opgave is de veerkracht en inventiviteit van de ondernemers optimaal te blijven faciliteren en in te spelen op ontwikkelingen in de markt. Minder regels mogen overigens niet leiden tot onduidelijkheid voor alle betrokken partijen, willekeur of een onzeker vestigingsklimaat. Voor het Buitengebied wordt specifiek het volgende vermeld: De gemeente Deventer wil het buitengebied leefbaar en toekomstbestendig houden. Daarom wordt ruimte geboden voor verandering, mits dat gebeurt met respect voor de bestaande kwaliteiten van het rivierenlandschap, het oude cultuurlandschap, het jonge ontginningslandschap en de stadsrandzone. Het leggen of verstevigen van schakels in verbindende netwerken tussen stad, dorpen en buitengebied, zoals groen- en waterstructuren, droge en natte ecologische verbindingszones, wandelroutes en recreatieve en utilitaire fietsroutes is van belang. Dit kan voor uiteenlopende aspecten van meerwaarde zijn, zoals het vergroten van de biodiversiteit in het stedelijk gebied (bijenlinten e.d.), het beleefbaar maken van historische en/of landschappelijke lijnen en het stimuleren van inwoners tot meer bewegen. Er wordt gestreefd naar een robuuste hoofdstructuur voor natuur, recreatie en waterberging. Bestaande kwaliteiten worden beschermd en kansen voor het optimaliseren ervan worden benut.
Er is bijvoorbeeld ruimte om vrijkomende landbouwgronden niet alleen te gebruiken voor agrarische productievergroting en functieverbreding, maar ook voor het bereiken van doelen op het gebied van natuur- en ecologie (o.a. versterken Natuurnetwerk Nederland) en water (waterretentie, kwaliteit). Grondeigenaren zijn hiervoor in eerste instantie aan zet, de gemeente faciliteert en probeert initiatieven te verbinden. Om leegstand en/of verloedering van het landschap tegen te gaan, kan agrarische bedrijfsbebouwing een nieuwe functie krijgen bijvoorbeeld door andere bedrijvigheid. Gebouwen die het landschap ontsieren kunnen worden vervangen door een of meer woningen.
Toetsing Met voorgenomen ontwikkelingen wordt een karakteristieke boerderij gesplitst in drie wooneenheden en een woning en kindcentrum in het buitengebied van de gemeente Deventer mogelijk gemaakt. Alle wooneenheden worden verantwoord vanuit een kwalitatieve investering in de ruimtelijke kwaliteit, door enerzijds landschapsmaatregelen te treffen en anderzijds door bebouwing te slopen. Daarnaast wordt tevens geïnvesteerd in karakteristieke waarde (verbeteren karakteristieke boerderij) en sociale/maatschappelijke waarde (erfdelen). Al met al resulteert het voornemen in een aanzienlijke kwalitatieve impuls voor diverse locaties in het buitengebied van Deventer. Het voornemen past binnen de gemeentelijke Omgevingsvisie.
3.4.2
Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Door de gemeenten Deventer, Raalte en Olst-Wijhe is een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) ontwikkeld, het Landschapsontwikkelingsplan Salland: 'Een plus voor het landschap van Salland'. Dit beleidsplan geeft de visie op de gewenste landschappelijke ontwikkeling voor het buitengebied van Deventer, Olst-Wijhe en Raalte weer. De visie (de Landschapsontwikkelingsvisie) geeft aan op welke wijze de ontwikkelingen passen in het landschap en hoe het karakter van het landschap daarbij versterkt kan worden. Zo kunnen nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit in Salland. In het LOP vallen de deelgebieden binnen het plangebied in het landschapstype ‘Dekzandruggen’.
32
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2
Dek zandruggen De visueel-ruimtelijke kwaliteiten van de hogere gronden zijn voor een belangrijk deel gelegen in de sterke verwevenheid van diverse ruimtelijke elementen zoals bosjes, bebouwing, houtwallen en singels. Samen met reliëfverschillen (essen) en open ruimtes ontstaat hierdoor een gevarieerd landschapsbeeld van besloten tot half open landschap, ook wel kampen- of hoevenlandschap genoemd. De historische ensembles die in het gebied voorkomen zijn van grote waarde. Monumentale bomen en oude gebouwen hebben een grote museale kwaliteit. Op een aantal plaatsen is de link tussen de hogere ruggen en de lagere delen heel karakteristiek: bij de grotere essen bij Bathmen, Averlo en het landgoederenlandschap bij Diepenveen en Heino. Het landschapsbeleid is gericht op het versterken van de karakteristiek door de hoger gelegen ruggen ruimtelijk te verdichten. Nieuwe rode functies in het buitengebied (passend binnen bestaand beleid) zijn landschappelijk gezien het meest wenselijk op de ruggen onder de voorwaarde dat landschapselementen worden aangelegd.
Voor het dekzandruggen-landschap gelden de volgende landschappelijke karakteristieken: Rug verdicht met landschapselementen als bosjes, landgoederen, houtwallen, hagen, singels en solitaire bomen (soorten van de hogere gronden zoals eik, beuk); Afwisseling van verdichte en open ruimtes; verrassende doorkijkjes; Essen onbeplant, omzoomd met houtwallen; Perceelsscheidingen worden minimaal en terughoudend toegepast, aansluitend aan open karakter; Wegen veelal kronkelend, zich voegend naar de erven, soms over erf; Wegen beplant, essen zoveel mogelijk onbeplant, tenzij er sprake is van doorgaande historische structuren; Doorgaande structuren (weg/kanaal) passen zich aan omgeving aan. Erven langs rand van de es, grote dakvlakken tegen groene achtergrond; Knooperven; Erven gaan vloeiend over in landschap (geen strakke erfgrenzen); Zandwegen; Kleinschalige grillige blokverkaveling deels omzoomd met houtwallen; Reliëf door essen en kampen, soms in de vorm van een steilrand. Toetsing De deelgebieden worden landschappelijk ingepast conform de aanwezige gebiedskenmerken, waaronder de ligging in dekzandruggen-landschap. Hier wordt ook op ingegaan in de opgestelde erfinrichtingsplannen in Bijlage 1 en Bijlage 2 van deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkelingen passen binnen de van toepassing zijnde gebiedskenmerken conform het Landschapsontwikkelingsplan (LOP).
3.4.3
Woonvisie Deventer (2018) In de Woonvisie Deventer 2018 'Meer dan geWOON' heeft de gemeente Deventer de drie volgende centrale ambities vastgelegd: 1. Vitale stad aan de IJssel: werken aan een vitale gemeente met stedelijke voorzieningen, waar mensen goed kunnen wonen, leven en beleven en met voldoende draagkracht voor de
33
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2
sociaal-maatschappelijke opgaven en voorzieningen. Inzetten op economische ontwikkelingsduurzaamheid en versterking van de arbeidsmarkt en het vestigingsklimaat. 2. Ongedeeld en inclusief: de wens om een samenleving te zijn waarin iedereen meetelt en mensen omzien naar elkaar, een samenleving waarin generaties met elkaar verbonden zijn. Uitgangspunt is een gemengde bevolkingssamenstelling op wijk- en dorpsniveau met bijpassend gevarieerd woningaanbod. De beschikbaarheid en spreiding van voldoende betaalbare woningen is daarin een belangrijke opgave. Elke woningbouwontwikkeling draagt bij aan de ongedeelde en inclusieve samenleving. 3. Duurzaam en toekomstbestendig: voorzien in de behoeften van de huidige samenleving zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties in gevaar te brengen. Dit betekent een woningvoorraad die past bij de huidige woonwensen, die voor meerdere generaties geschikt is en die voldoende flexibel is om in te spelen op veranderende woonwensen in de toekomst. Daarbij zijn een duurzame energievoorziening, verduurzaming van woningen en een klimaatbestendige inrichting van de woonomgeving belangrijke opgaven. De drie centrale ambities zijn uitgewerkt in de vier hoofdopgaven die voor de gehele gemeente gelden: 1. 2. 3. 4.
'betaalbaar, compleet en divers'; 'goed wonen in wijken en dorpen'; 'duurzaam wonen'; 'vitaliteit en vernieuwing'.
Het aantal woningverkopen en de prijzen van woningen zijn de afgelopen periode sterk gestegen. Prognoses laten zien dat Deventer nog zeker twintig jaar groeit. Dat betekent dat er woningen aan de bestaande voorraad toegevoegd moeten worden om te voorzien in voldoende woonruimte. Daarnaast neemt de druk op de woningmarkt toe doordat meer mensen zich van buiten in Deventer vestigen. Deze vraag, met veelal midden en hogere inkomens, wenst de gemeente te faciliteren. Afgesproken met de provincie is dat de komende tien jaar 3.000 woningen worden toegevoegd. Gezien de druk op de woningmarkt en om op korte termijn te voorzien in de behoefte, gaat de gemeente voor de eerste periode van vijf jaar uit van een taakstellend nieuwbouwprogramma van tenminste 350 woningen per jaar. Uitgangspunt is dat de nieuwbouw aansluit bij de vraag. Elke ontwikkeling moet maatwerk zijn en een bijdrage leveren aan de specifieke opgaven op wijk of dorpsniveau. Het plangebied ligt in het buitengebied. De gemeente Deventer accepteert dat in dorpen niet alle woonvormen en voorzieningen zoals in de stad beschikbaar zijn. Wel is het zaak met de ontwikkelruimte die er is, goed aan te sluiten bij de kwalitatieve woonvraag van met name jongeren en ouderen vanuit de kern.
De gemeente wil ruimte bieden om in te spelen op deze kwalitatieve woonvraag door het benutten van inbreidingslocaties en hergebruik van bestaande panden in de kernen en transformatie van karakteristieke, leegstaande of leegkomende panden en erven in het buitengebied. De gemeente staat open voor kleinschalige burgerinitiatieven en innovatieve ideeën die met name gericht zijn op betaalbaar wonen voor starters, het langer zelfstandig blijven wonen en de leefbaarheid in de kernen en op het platteland.
Toetsing Door middel van de voorgenomen ontwikkelingen, worden in het buitengebied van de gemeente Deventer per saldo drie nieuwe woningen toegevoegd aan het buitengebied van de gemeente Deventer. Hiermee wordt een beperkte bijdrage geleverd aan de grote woningbouwopgave waarmee de gemeente Deventer te maken heeft.
34
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2
Het gaat om het toevoegen van diverse woningen die geschikt zijn voor verscheidende doelgroepen. De nadruk ligt hierbij op doorstromers. Door het splitsen van de boerderij ontstaan er meer betaalbaardere woningen in vergelijking tot forse vrijstaande woningen. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen wordt eveneens de leefbaarheid en vitaliteit in het buitengebied versterkt. Ook wordt aandacht besteed aan duurzaamheid en toekomstbestendigheid, bijvoorbeeld door aan te sluiten op de huidige en te verwachten woonbehoefte en door duurzame woningen te realiseren. Geconcludeerd wordt dat voorliggend voornemen in overeenstemming is met de gemeentelijke woonvisie.
3.4.4
Rood-voor-Rood regeling 'Kansen uit buiten'
3.4.4.1 Algemeen In het Sallandse buitengebied verandert er veel. Door schaalvergroting van boerenbedrijven worden sommige bedrijven groter, terwijl andere stoppen. Dit betekent veel leegstaande schuren. Die schuren hebben vaak ook nog asbestdaken. De leegstand en de asbestopgave vormen een aanzienlijk probleem, niet alleen voor de eigenaren, maar ook voor de leefbaarheid van het Sallandse buitengebied. De provincie Overijssel en de gemeente Deventer willen dit probleem aanpakken en omkeren naar een kans. Een kans om de sloop van overtollige schuren, met of zonder asbestdaken, betaalbaar te houden. En een kans om de kwaliteit en leefbaarheid van het buitengebied te vergroten. Deze kansen worden gecreëerd door leegstaande gebouwen te vervangen door nieuwbouw met een woon- of andere passende functie. Met de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) biedt de provincie daarvoor een kader. En met aanpassingen in het beleid schept de gemeente binnen dat kader kansen. Zo geeft de gemeente Deventer nog meer ruimte aan initiatieven. Tegelijk gaat de kwaliteit van het buitengebied en de leefomgeving er stevig op vooruit. De oude Rood-voor-Rood-regeling heeft al veel prachtige voorbeelden opgeleverd van gerestaureerde boerderijen, van mooie, nieuwe woningen of schuren en van prachtig nieuw ingerichte erven. In haar oude vorm had deze regeling echter ook beperkingen.
Daardoor bleven plannen soms steken. De gemeente Deventer borduurt nu voort op de provinciale Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving door de bestaande regelingen in een nieuw jasje te steken, 'Kansen uit buiten'.
3.4.4.2 Maatwerk De volgende ontwikkelingsruimte wordt gevraagd: Manegelocatie: Woning van 1.120 m3 met inpandige berging en van buiten toegankelijke kelder van 160 m3 (woonbestemming); Kindcentrum van 750 m3 met bijgebouw van 100 m2 (maatschappelijke bestemming); Beide gelegen op ruim perceel aan de rand van het dorp Schalkhaar, de ruimtelijke impact is daarom beperkt.
35
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2
Schrijversweg: Woonbestemming en splitsen van de boerderij in drie wooneenheden, met elk 100 m2 aan bijgebouw. Ter compensatie worden de volgende investeringen in de ruimtelijke kwaliteit gedaan: Landschappelijke inpassing van beide locaties; Sloop van ca. 1.540 m2 aan landschapsontsierende bebouwing; Herstel, behoud en verbetering van de karakteristieke waarden van de boerderij aan de Schrijversweg; Natuurbestemming voor de delen van het bestaande bos aan de Oerdijk, voor zover die in het plangebied vallen; Investering in de sociaal-maatschappelijke kwaliteit door een voorziening voor de gezondheid en het welzijn van kinderen; Mogelijkheid om een eventuele woonwijk (woningbouwopgave) ten noorden van de manegelocatie geheel of deels te ontsluiten via de strook grond tussen de Douwelerleide en de manegelocatie.
3.4.4.3 Toetsing Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met het beleid 'Kansen uit buiten'.
3.4.5
Bestemmingsplan "Buitengebied Deventer, 1e herziening"
3.4.5.1 Algemeen Binnen het bestemmingsplan "Buitengebied Deventer, 1e herziening", is in de algemene wijzigingsregels (artikel 49) een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waar een deel van de voorgenomen ontwikkeling grotendeels op aansluit. Het gaat hierbij om het splitsen van een woning in een karakteristiek pand (wijzigingsbevoegdheid artikel 49.1) aan de Schrijversweg 2. Omdat niet de volledige voorgenomen ontwikkeling door middel van deze (of andere) wijzigingsbevoegdheden is mogelijk te maken, is in dit geval gekozen voor een bestemmingsplanherziening.
3.4.6
Welstandsnota gemeente Deventer (2014) / Beeldkwaliteitsparagraaf Bij het beoordelen van bouwplannen wordt aan de Welstandsnota getoetst. De 'Welstandsnota gemeente Deventer, welstands- en reclamebeleid' dateert van 1 oktober 2014. Met deze nota wordt het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Deventer beoogd. In de nota heeft de gemeente het kader voor de welstandstoetsing vastgesteld, door middel van criteria waar nieuwe bouwplannen op grond van het aspect 'welstand' (het uiterlijk van het gebouw) aan moeten voldoen. Toetsing Schrijversweg 2 Ter plaatse van dit deelgebied wordt de bestaande karakteristieke (bedrijfs)woning gesplitst in drie wooneenheden. De ingrepen aan de bebouwing zijn beperkt van aard en respecteren de uitstraling van de bestaande bebouwing. Op voorhand wordt daarom gesteld dat het voornemen in overeenstemming
36
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2
is met het welstandsbeleid. In de vergunningsfase wordt het concrete bouwplan getoetst. Manegelocatie Oerdijk Op het perceel van de voormalige manege zullen zowel een woning als kindcentrum gerealiseerd worden. De woning zal een inpandige berging krijgen en daarmee een inhoud van 1.120 m3 krijgen. Daarnaast zal een parkeerkelder gerealiseerd worden van 160 m3 onder de woning. Deze is enkel toegankelijk vanuit buiten. De overige kelder bevindt zich onder de contouren van het woonhuis en is enkel bereikbaar vanuit de woning. De toegang naar de kelder zal niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg en ook wordt er boven de toegang een groendak aangelegd zodat deze niet zichtbaar is vanuit de lucht. Voor de architectuur valt het plan onder het geldende welstandsregime “het Oude Cultuurlandschaphoevenlandschap”. De Planadviesraad zal beoordelen of het plan binnen de gestelde voorwaarden of dusdanige kwaliteit heeft dat het mag afwijken. Zowel het kindcentrum als het woonhuis hebben in het schetsontwerp een eenvoudige zadelkap. Dit geeft een rustig beeld in samenspraak met de bakstenen muur en daarom voldoet aan het gestelde criteria. In de vergunningsfase wordt het concrete bouwplan getoetst.
3.4.7
Gemeentelijk waterbeleid en regionale samenwerking Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (2022-2026) en de regionale samenwerking op het gebied van water in de wateragenda. De wateragenda is een samenwerkingsstructuur waarbij een aantal thema's centraal staan. De gemeente Deventer heeft enkele basisambities, die gericht zijn op een veilige en duurzame woon-, verblijf- en werkomgeving. Deze ambities worden ingevuld door de gebruikelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, regenwater en grondwater. Naast de basisambities, zijn er ook aanvullende ambities. Deze aanvullende ambities zijn ontstaan door belangrijke ontwikkelingen. Het gaat hier om klimaatadaptatie, energietransitie, risicogestuurd beheer en circulariteit. In het Gemeentelijk Rioleringsplan is beschreven hoe de gemeente haar watertaken invult en uitvoert. De gemeentelijke watertaken komen voort uit 3 zorgplichten: Inzameling en transport van stedelijk afvalwater (Wet Milieubeheer) Verwerking van afvloeiend hemelwater (nieuwe Waterwet) De aanpak en het voorkomen van grondwaterproblemen in bebouwd gebied coördineren (nieuwe Waterwet) Zorgplicht stedelijk afvalwater: Onder de straat liggen door de hele gemeente honderden kilometers leidingen. Hiervoor zijn putten, straatkolken en honderden pompjes aangelegd.
Het hele systeem zorgt er voor dat afvalwater bij de rioolwaterzuivering aan de Roland Holstlaan komt. Hier zorgt het waterschap voor de zuivering. Het gezuiverde water komt daarna in de IJssel. De gemeente is verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van de riolering. Zorgplicht hemelwater: De Waterwet gaat ervan uit dat hemelwater schoon genoeg is om zonder zuiverende voorziening te lozen. De zorgplicht hemelwater legt de verantwoordelijkheid bij de perceelseigenaar om het hemelwater zoveel mogelijk zelf te verwerken. De gemeentelijke zorgplicht begint als de perceelseigenaar niet zelf het hemelwater kan infiltreren of bergen. Ten aanzien van hemelwater kent de gemeente Deventer ook een Hemelwaterverordening, zijnde een onderdeel van de Verordening fysieke leefomgeving. Hierin is een lozingsverbod opgenomen van
37
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2
hemelwater en grondwater op het drukriool en openbaar riool. Waterberging moet gebeuren op eigen terrein. Zorgplicht grondwater: Volgens de wetgeving moet de gemeente voor nieuwe situaties structurele grondwaterproblemen voorkomen of beperken, voor zover dit niet onder de verantwoordelijkheid van waterschap of provincie valt. De zorgplicht grondwater benadrukt de verantwoordelijkheid van de perceelseigenaar om maatregelen te nemen die grondwaterproblemen voorkomen. De gemeentelijke zorgplicht begint als de perceelseigenaar niet kan zorgen voor voldoende ontwatering en overtollig grondwater moet afvoeren. De gemeente heeft de leiding als meerdere partijen betrokken zijn bij (dreiging van) een probleem. Afweging waterbelang bij ruimtelijke ontwikkelingen: Naast de gemeentelijke zorgplichten heeft de gemeente nog een verantwoordelijkheid. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening is zij verantwoordelijk voor een goede afweging en implementatie van het waterbelang bij nieuwe ruimtelijke plannen. Hiervoor is het instrument van de watertoets ontwikkeld.
Toetsing In de watertoets wordt onder andere ingegaan op de aspecten hemelwater en afvalwater. In paragraaf 4.4 wordt nader ingegaan op de watertoetsen en overige wateraspecten per deelgebied. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het voornemen past binnen het gemeentelijke waterbeleid.
3.4.8
Omgevingsvisie externe veiligheid (2015) Een belangrijk deel van het gemeentelijk externe veiligheidsbeleid is ontleend aan de in de wet verankerde afwegingsruimte die de gemeente heeft op het gebied van het groepsrisico. Bij besluitvorming over een risicobron of in de omgeving van een risicobron heeft het bevoegd gezag de plicht om over de verandering van het groepsrisico ten gevolge van het besluit een verantwoording af te leggen. Om deze verantwoording consistent te laten verlopen, wordt in de omgevingsvisie externe veiligheid richting gegeven aan die verantwoording. De hoofddoelen van het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid zijn: het voorkomen van onacceptabele risicosituaties ten gevolge van gevaarlijke stoffen; het voorkomen van nieuwe risicobronnen met invloedsgebieden in woongebieden; het bieden van een beleidskader voor de verantwoordingsplicht van groepsrisico's waarbij onderscheid is gemaakt tussen woongebieden, bedrijventerreinen en transportassen; het borgen van het risicobeleid ten behoeve van ruimtelijke besluiten. Risicobronnen binnen de gemeente Deventer zijn: vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor; distributie van aardgas door hogedrukaardgasbuisleidingen van de Nederlandse Gasunie (druk hoger dan 16 bar); opslag van gevaarlijke stoffen bij een aantal bedrijven en installaties die risico's buiten de terreingrenzen veroorzaken.
Toetsing In paragraaf 4.2.6 wordt nader ingegaan op het aspect externe veiligheid in het kader van voorliggend
38
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2
plan. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het voornemen past binnen de reeds vermelde gemeentelijke omgevingsvisie externe veiligheid (2015).
3.4.9
Milieu- en duurzaamheidsbeleid Deventer Duurzaamheid In juni 2009 is de Visie Duurzaam Deventer bestuurlijk vastgesteld. De gemeentelijke ambitie is dat Deventer in 2030 klimaat-en energieneutraal is. Om deze ambitie te realiseren is voor de periode 2011-2014 door de gemeenteraad de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid "Op weg naar een duurzaam evenwicht" vastgesteld. Deze periode is verlengd tot 2018. In april 2016 heeft de raad de doelstelling energieneutraal 2030 herbevestigd en besloten dat tot 2018 de uitvoeringsagenda duurzame energie het kader is. De beleidsprioriteit duurzame mobiliteit is aan 8 beleidsprioriteiten toegevoegd. De focus ligt naast duurzame mobiliteit ook op verduurzaming bestaande woningbouw en verduurzaming bedrijven en kantoren. Daarnaast zijn er beleidsprioriteiten over energieneutrale nieuwbouw en gebiedsontwikkeling, partnerschappen, duurzame energiebronnen (zon, wind en biomassa) en de eigen bedrijfsvoering. De uitvoeringagenda is de leidraad om in samenspraak met externe partners de doelstelling te realiseren. De sleutel zit in samenwerken, partnerschappen en verbinding leggen met economie, innovatie, arbeidsmarkt, wonen en cultuur. Als burgers en bedrijven initiatieven nemen zullen we die graag faciliteren, de ruimte geven, daarvoor lobbyen en marketing stimuleren.
De lijst "Aanbevelingen voor duurzaam bouwen op bestemmingsplanniveau" uit de VNG - publicatie "Bouwstenen voor een duurzame stedenbouw" is voor duurzaamheid een bruikbare "Checklist" met maatregelen en aanbevelingen, die mogelijk in een plan toegepast kunnen worden. In het kader van duurzaam bouwen verdient een aantal aspecten bij de ontwikkeling van het woongebied bijzondere aandacht.
Bouwrijp maken Bij het bouw- en woonrijp maken wordt zo veel mogelijk met een gesloten grondbalans gewerkt. Uitgangspunt is zo weinig mogelijk grond en zand aan te voeren. Dit ter beperking van de milieubelasting, die met het transport van grond samenhangt. Flexibiliteit en levensloop bestendig bouwen Door toepassing van een woningbouwsystematiek geënt op flexibel en duurzaam bouwen in combinatie met een consumentgericht ontwikkel- en bouwproces, zullen de te realiseren woningen flexibel zijn ten aanzien van mogelijke woonprogramma's. Door de blijvende flexibiliteit wordt de levensloopbestendigheid van de woningen geoptimaliseerd met een duidelijke toekomstwaarde. Eén van de woningen wordt geheel levensloopbestendig uitgevoerd.
Energie Energiekosten gaan een steeds belangrijkere rol spelen, voor de ontwikkel- en beheerkosten voor vastgoed. Ook de (toekomstige) huizenbezitters en bedrijven zijn zich hiervan bewust en zullen dit laten meewegen. Om energieneutraliteit te bewerkstelligen kunnen onder andere de volgende
39
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2
maatregelen overwogen worden: zoveel mogelijk gebruik maken van passieve zonne-energie (oriëntatie); overweeg het gebruik van actieve zonne-energie; overweeg het gebruik van collectieve warmtelevering; compacte (woning-)ontwerpen; materiaal toepassingen (vernieuwbare materialen). Na ontwikkeling kan met dit systeem de nieuwbouw ook gecertificeerd worden met een Europese erkenning. De gemeente wil de ontwikkelende partij graag helpen meedenken in dit proces. In het bestuursakkoord van het college 2018-2022 wordt stevig ingezet op duurzaamheid. Zaken als energietransitie, circulaire economie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en milieu hebben een nadrukkelijke plek gekregen. De sleutel om de ambities te verwezenlijken zit in samenwerken. Als burgers en bedrijven initiatieven nemen, faciliteert de gemeente die graag. Waar nodig neemt de gemeente ook zelf het initiatief of schept de juiste voorwaarden.
Toetsing Verwezen wordt naar paragraaf 4.2.8. Daar wordt nader ingegaan op het aspect duurzaamheid. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het milieu- en duurzaamheidsbeleid Deventer.
3.4.10 Werkwijze ecologie (2013) In december 2013 heeft de gemeenteraad de "Werkwijze voor beleid en uitvoering van de ecologie in Deventer" vastgesteld. Hierin is beschreven dat Deventer rijk is aan soorten, vanwege de landschappelijke overgang van natte uiterwaarden bij de IJssel naar de droge dekzandruggen in het oosten. Deze soortenrijkdom bevindt zich zowel in het buitengebied als in het stedelijk gebied. Daarbij zijn enkele gebieden aangemerkt als Natura2000-gebied of Natuurnetwerk Nederland (voormalige EHS), maar ook daarbuiten bevinden zich lanen, oud bos, weteringen, oude rivierarmen, etc. Het beleid is erop gericht om de bestaande waarden te beschermen en zo mogelijk te verbeteren. Geconstateerd is dat de trends van co-creatie en schaalverkleining aanknopingspunten bevatten om het beleid ten uitvoering te brengen. De gemeente neemt al initiatief of verleent medewerking aan verbetering door herinrichting of beheer, ontplooit soortgerichte activiteiten, faciliteert vrijwilligers van groene organisaties, heeft een Adviesraad Natuur en Milieu ingesteld, hanteert criteria voor de natuurtoets, houdt inzicht in de aangetroffen soorten door het bijhouden van een eigen databank en verzorgt educatie.
Ecologische inbreng bij ontwikkelingen is vooraf verplicht in de vorm van een dialoog, waarbij nadrukkelijk gebruik wordt gemaakt van de kennis die aanwezig is bij diverse groeperingen en binnen de gemeente (natuurambassadeurs). Bovendien wordt jaarlijks een schouw gemaakt om de stand van de ecologische waarden te monitoren. De strategie gaat uit van het stellen van prioriteiten voor enkele soorten als "ambassadeur". Zo zijn de Das, de Gierzwaluw, Huismus en Muurplant als soortenambassadeur benoemd, net als de Gevlekte Rietorchis. Tot slot is er een lijst opgenomen van 20 tinten groen, waarin de ontplooiingskansen staan benoemd bij de ontwikkeling en het beheer in de gemeente.
40
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2
Toetsing In paragraaf 4.2.7 wordt nader ingegaan op het aspect ecologie in het kader van voorliggend voornemen. Op deze plaats wordt vermeld dat het voornemen past binnen de gemeentelijke werkwijze.
3.4.11 Beleidsnota Beroep en bedrijf aan huis (2007) De beleidsnota 'Beroep en Bedrijf' aan huis biedt duidelijkheid over wanneer het wel en wanneer het niet mogelijk is een bedrijf of beroep aan huis te hebben. Het uitoefenen van beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten thuis kan een positieve uitstraling hebben op de woonomgeving; het kan de wijk of buurt verlevendigen. In sommige gevallen kan het echter ook ongewenste situaties met zich meebrengen. Zo kan een bepaalde activiteit bijvoorbeeld een ongewenste verkeersaantrekkende werking hebben of voor anderen overlast met zich mee brengen. Onderstaande criteria zijn ter voorkoming van deze ongewenste situaties. Een beroep of bedrijf aan huis is toegestaan indien: het ondergeschikt is aan de woonfunctie: max. 35 % van het vloeroppervlak van de woning mag worden gebruikt tot een maximum van 100 m²; er mag geen onevenredige hinder en overlast worden veroorzaakt; de persoon die de activiteit uitoefent moet tevens bewoner van het huis zijn; er mag geen horeca, detailhandel of groothandel plaatsvinden; uitsluitend categorie 1 bedrijven (volgens VNG-brochure "bedrijf en milieuzonering") zijn toegestaan; er mag geen duidelijk waarneembare nadelige invloed zijn op de verkeerssituatie. In afwijking van het verbod op horeca mag binnen de woonbestemming onder bepaalde voorwaarden wel een Bed & Breakfast voorziening worden gerealiseerd.
Naast bovenstaande criteria geldt dat er sprake moet zijn van een toeristisch-recreatieve overnachtingsmogelijkheid, waarbij het zelfstandig functioneren als wooneenheid dient te worden uitgesloten, het authentieke uiterlijke of de verschijningsvorm van de woningen dient te worden gehandhaafd en het maximaal aantal bedden ten dienste van de toeristisch-recreatieve overnachtingsmogelijkheid is 4.
Toetsing Binnen voorliggend bestemmingsplan is sprake van een aantal woonbestemmingen waarbinnen de mogelijkheid wordt geboden om een beroep of bedrijf aan huis te hebben. Onderhavig bestemmingsplan sluit hiermee aan op het beleid uit bovengenoemde nota.
3.4.12 Motie natuurinclusief bouwen (2019) Op 10 juli 2019 heeft de gemeenteraad een motie ‘vreemd aan de orde’ natuurinclusief bouwen aangenomen. De gemeenteraad draagt aan het college op: Bij (nieuw)bouw en renovatie natuurinclusief bouwen als uitgangspunt te hanteren en hiervoor met de woningbouwcoöperaties en andere belanghebbende partijen afspraken te maken. In het kader van natuurinclusief bouwen een instrument te ontwikkelen waarmee ontwikkelaars en architecten bij de ontwerpfase kunnen kiezen uit verschillende maatregelen en waarmee de
41
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2
natuurinclusiviteit op eenvoudige wijze kan worden getoetst. In het najaar van 2019 een plan van aanpak aan de raad voor te leggen, waarin wordt beschreven hoe we natuurinclusief bouwen in de praktijk brengen. Toetsing Binnen voorliggend bestemmingsplan zijn in de planregels voorwaardelijke verplichtingen opgenomen ten einde te komen tot natuurinclusief bouwen. Onderhavig bestemmingsplan sluit hiermee aan op de motie natuurinclusief bouwen.
3.4.13 Conclusie gemeentelijk beleid Geconcludeerd kan worden dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.
42
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2
Hoofdstuk 4
Randvoorwaarden
4.1
Archeologie / cultuurhistorie en monumenten
4.1.1
Archeologie
4.1.1.1 Wettelijk kader Op grond van de Erfgoedwet en de Bro is de gemeente verantwoordelijk voor de archeologische monumentenzorg in haar gebied. De gemeente heeft een archeologische zorgplicht en dient in ruimtelijke plannen te borgen dat bij ontwikkelingen die leiden tot grondwerken er voldoende aandacht is voor de aanwezige en te verwachten archeologische waarden. Initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, kunnen verplicht zijn om archeologisch onderzoek te laten uitvoeren. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.
4.1.1.2 Situatie plangebied De archeologische verwachting voor de gemeente Deventer is gebaseerd op de landschappelijke en bodemkundige context van bekende archeologische vindplaatsen. De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het archeologiebeleid van de gemeente Deventer. Dit archeologiebeleid is op 28 januari 2015 door de raad vastgesteld in de vorm van een beleidskaart en een onderbouwing. De archeologische beleidskaart vormt de basis voor de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie', zoals die in het bestemmingsplan zijn gehanteerd. Hierna wordt per deelgebied ingegaan op het onderdeel 'archeologie'.
4.1.1.2.1
Schrijversweg 2, Deventer
Op basis van het geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Deventer, 1e herziening' zijn de gronden foorzien van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde Archeologie 4'. De boerderij ligt binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' en de bijgebouwen zullen op de grens van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 4' gerealiseerd worden. Voor de gronden met 'Waarde - Archeologie 2' geldt dat een archeologisch onderzoek noodzakelijk is indien er bodemingrepen plaatsvinden over een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 met een diepte van meer dan 0,50 meter onder maaiveld. Voor gronden met de 'Waarde - Archeologie 4' geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is indien er bodemingrepen plaatsvinden over een oppervlakte van meer dan 200 m2 met een diepte van meer dan 0,50 meter onder maaiveld. Wat betreft de boerderij vinden er geen bodemingrepen plaats. De bijgebouwen zullen elk circa 100 m2
43
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2
groot worden. Ter plaatse van de bestaande schuren aan de Schrijversweg zijn reeds geen verwachtingswaarden meer aanwezig. Ten tijde van het schrijven van dit bestemmingsplan wordt uitgegaan dat voor het realiseren van de beoogde bijgebouwen de bodem niet dieper dan 0,50 meter onder maaiveld wordt geroerd. Gelet op het vorenstaande wordt het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. Ter bescherming van eventuele archeologische waarden zijn de geldende archeologische dubbelbestemmingen, zoals vastgelegd in het bestemmingsplan 'Buitengebied Deventer, 1e herziening', overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.
4.1.1.2.2
Manegelocatie Oerdijk
Voor het zuidelijk deel van het plangebied geldt de archeologische waarde 'Waarde - Archeologie 2'. Hier is er bij bodemingrepen over een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 met een diepte van meer dan 0,50 meter onder maaiveld een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Ter plaatse van deze archeologische waarde zal het kindcentrum gerealiseerd worden, waarbij de oppervlakte van 2.500 m2 niet wordt overschreden. Gelet op het vorenstaande wordt een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. Ter bescherming van eventuele archeologische waarden zijn de geldende archeologische dubbelbestemmingen, zoals vastgelegd in het bestemmingsplan 'Buitengebied Deventer, 1e herziening', overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.
4.1.2
Cultuurhistorie
4.1.2.1 Wettelijk kader Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten.
4.1.2.2 Situatie plangebied Plangebied Naast de binnen het plangebied aanwezige karakteristieke gebouwen (boerderij aan de Schrijversweg 2), bevinden zich in het plangebied zelf geen cultuurhistorische waarden. Op deze plaats wordt gesteld dat met dit plan wordt voorzien in een versterking en behoud van de cultuurhistorische waarden, doordat aan het betreffende gebouw een nieuwe functie wordt gegeven, waardoor verval wordt voorkomen. Ook wordt daarmee geïnvesteerd in het gebouw.
44
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2
Conclusie Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. De binnen het plangebied aanwezige karakteristieke gebouwen blijven behouden.
4.1.3
Rijks- en Gemeentelijke monumenten Plangebied Er bevinden zich in het plangebied zelf geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten. Omgeving: Rijksmonumenten Er bevinden zich in de directe omgeving van het plangebied geen rijksmonumenten. Omgeving: Gemeentelijke monumenten Er bevinden zich in de directe omgeving van het plangebied geen gemeentelijke monumenten. Conclusie Gesteld wordt dat het aspect rijks- en gemeentelijke monumenten geen belemmering vormt voor dit plan.
4.2
Milieu-aspecten Het onderhavige bestemmingsplan is getoetst voor wat betreft de uitvoerbaarheid. Ten behoeve van dit bestemmingsplan zijn de volgende milieukundige aspecten van belang, te weten: bedrijven en milieuzonering; geur; geluid; bodemkwaliteit; luchtkwaliteit; risico/veiligheid; ecologie; duurzaamheid.
45
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2
4.2.1
Bedrijven en milieuzonering
4.2.1.1 Algemeen Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.
4.2.1.2 Gebiedstypen In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Voor de Schrijversweg 2 is het gebied aan te duiden als 'gemengd gebied' omdat er sprake is van enige bedrijvigheid rondom het plangebied. De voormalige manegelocatie aan de Oerdijk kan gezien worden als 'rustige woonwijk' aangezien hier voornamelijk sprake is van woningen en agrarische gronden.
46
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2
4.2.1.3 Situatie plangebied Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast.
Schrijversweg 2, Deventer De ontwikkeling ziet niet toe op het toevoegen van een milieubelastende functie. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden.
Manegelocatie Oerdijk Het realiseren van het kindcentrum kan gezien worden als het toevoegen van een milieubelastende functie. Het kindcentrum zal bestaan uit een kantoorruimte en enkele praktijkruimten voor de begeleiding van ouders en kinderen. Dit is het meest te vergelijken met 'Consultatiebureaus' uit de Staat van bedrijfsactiviteiten van de VNG. Dit heeft een milieucategorie van 1 met de grootste richtafstand van 10 meter voor geluid. In een straal van 10 meter rondom de beoogde locatie van het kindcentrum bevinden zich geen milieugevoelige functies, waarmee er geen sprake is van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Mocht er bij het kindcentrum sprake zijn van spelende kinderen op het binnenterrein, dan geldt hiervoor vanuit Bedrijven en milieuzonering een richtafstand van 30 meter. De meest dichtbij gelegen woningen
47
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2
(de nieuwe woning en de bestaande woning Oerdijk 81a) liggen op een grotere afstand. Ook voor de parkeerplaats bij het kindcentrum geldt een richtafstand van 30 meter, ook hieraan wordt voldaan. Daarnaast zullen de in het plan opgenomen muren enige geluidwerende werking hebben. De nieuwe woning is geen milieubelastende functie en vormt daarmee geen aantasting voor het woonen leefklimaat van omwonenden.
Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het plangebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. Daarnaast is van belang of de nieuwe functie de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bestaande functies aantast. Hierna volgt per locatie een toetsing: Op voorhand wordt opgemerkt dat voor veehouderijen voor het milieuaspect 'geur' niet dient te worden gerekend met de richtafstanden, maar met de in de Wet geurhinder en veehouderij opgenomen wettelijke afstanden, danwel odeur units. Op de Wgh wordt in paragraaf 4.2.2 nader ingegaan. Hierna wordt per locatie op de interne werking ingegaan.
Schrijversweg 2, Deventer Op deze locatie wordt de bestaande boerderij gesplitst in drie wooneenheden, waarmee er milieugevoelige functies worden toegevoegd. In onderstaande tabel zijn de (agrarische) bedrijven weergegeven in de omgeving (circa 200 m) rondom het plangebied. De afstand is gemeten tussen het betreffende (agrarische) bedrijf en het bouwvlak van de boerderij. Locatie
Omschrijving
Milieucategorie
Schrijversweg 1 Autobedrijf
Handel in auto's en motorfietsen, reparatieen servicebedrijven Fokken en houden van rundvee Autoparkeerterreinen, parkeergarages
max. 2
Grootste richtafstand Daadwerkelijke (in m) gemengd afstand (in m) gebied 10 m (geluid) circa 30 m
Oxersteeg 9 max. 3.2 50 m (geur), 30 m circa 220 m Agrarisch bouwvlak (geluid) Oxerstreeg 11 max. 2 10 m (geluid) circa 175 m Autoparkeer en stallingsbedrijf Op het aspect geur van agrarische bedrijf wordt in de volgende paragraaf ingegaan. Er wordt voldaan aan de genoemde richtafstanden waarmee het initiatief geen hinder ondervindt van de nabijgelegen functies. Omgekeerd wordt gesteld dat het voornemen nabij gelegen milieubelastende functies niet in hun mogelijkheden beperkt.
Manegelocatie Oerdijk Op de locatie wordt een woning gerealiseerd en een kindcentrum. Dit kan gezien worden als milieugevoelige functies. In onderstaande tabel zijn de (agrarische) bedrijven weergegeven in de omgeving (circa 200 m) rondom het plangebied. De afstand is gemeten tussen het betreffende (agrarische) bedrijf en het plangebied.
48
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2
Locatie
Omschrijving
Milieucategorie
Grootste richtafstand Daadwerkelijke (in m) rustige afstand (in m) woonwijk 50 m (geluid) circa 148 m
Horsterhoekweg 9 - Veldsportcomplex max. 3.1 Sportpark De (met verlichting) Horsterhoek Ter hoogte van Sportterein voor max. 3.1 50 m (geluid) circa 200 m Oerdijk 83 hondendressuur sportterrein Er wordt voldaan aan de genoemde richtafstand, waarmee het initiatief geen hinder ondervindt van de nabijgelegen functies. Omgekeerd wordt gesteld dat het voornemen nabij gelegen milieubelastende functies niet in hun mogelijkheden beperkt.
4.2.1.4 Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend initiatief.
4.2.2
Geur
4.2.2.1 Wet geurhinder en veehouderij en Activiteitenbesluit De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.
Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv.
4.2.2.2 Situatie plangebied Schrijversweg 2, Deventer De woningen in de boerderij zijn aan te merken als geurgevoelig op basis van de Wgv. De beoogde
49
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2
woningen van het plangebied liggen op een kavel dat op 19 maart 2000 in gebruik was als veehouderij. Dit betekent dat deze woningen dezelfde bescherming hebben als een (bestaande) agrarische bedrijfswoning en gelden voor veehouderijen van derden, ongeacht of hier landbouwhuisdieren met of zonder geuremissiefactoren worden gehouden, op grond van de Wgv alleen vaste minimaal aan te houden afstanden tussen de dierenverblijven en de woningen. De vaste afstand voor de betreffende woningen bedraagt in dit geval 50 meter (buiten bebouwde kom). Omdat het bouwvlak van de meest nabijgelegen veehouderij (Oxersteeg 9) is gelegen op circa 220 meter van het plangebied, wordt hieraan ruimschoots voldaan. Voor de planwoningen moet ook worden gewaarborgd, dat vanwege cumulatieve geurhinder van veehouderijen met landbouwhuisdieren met geuremissiefactoren sprake is van een toereikend woon- en leefklimaat. In de omgeving van het plangebied zijn een beperkt aantal veehouderijen met dieren met geuremissiefactoren aanwezig. Daarvan is het bedrijf aan de Paddensteeg 1 Deventer met een geuremissie van ongeveer 3.400 ouE/s (op een afstand van circa 460 meter) het meest nabij het plangebied gelegen.
De veehouderij die de hoogste geurbelasting voor het plangebied veroorzaakt, betreft het bedrijf aan de Oxersteeg 29 Deventer met een geuremissie van ongeveer 52.000 ouE/s (op een afstand van meer dan 1.700 meter). Er is indicatief berekend, dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een milieukwaliteit ‘Goed’ zoals bedoeld in de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de individuele geurnorm van 14 ouE/m3 van de Wgv. Het is daarmee aannemelijk, dat het woon- en leefklimaat voor het aspect geur van veehouderijen geschikt is voor de beoogde functie ‘wonen’ in agrarisch buitengebied. De Wgv vormt geen belemmering.
Manegelocatie Oerdijk De woning en het kindcentrum zijn aan te merken als geurgevoelig op basis van de Wgv. Op basis van de wet geurhinder en veehouderij geldt voor veehouderijen met dieren, waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld een aan te houden vaste afstand van 50 meter buiten de bebouwde kom en 100 meter binnen de bebouwde kom. Het plangebied ligt ligt op de grens van de binnen en buiten bebouwde kom waarmee de afstand van 100 meter van toepassing is. Aan die afstand wordt ruimschoots voldaan. Het voor het plan voor geuremissie meest bepalende veehouderij betreft een vleesvarkensbedrijf aan de Wechelerweg 56B te Schalkhaar. Deze ligt op circa 1.600 meter. Gezien de vergunde dieraantallen, stalsystemen en bijbehorende geuremissie van circa 50.000 ouE/s is in relatie tot de ruime afstand voldoende aannemelijk dat aan de voorgrondbelasting wordt voldaan. Bij beoordeling van het woon- en leefklimaat is tevens van belang rekening te houden met eventuele cumulatie van geur met andere veehouderijen. Binnen 2 kilometer van de planlocatie liggen alleen melkrundvee bedrijven. Hiermee is er geen sprake van cumulatie van geur en is er sprake van goed woon- en leefklimaat.
Gezien de ruime afstand van dichtst bijgelegen veehouderijen met dieren met geurfactor en met vaste afstanden is het voldoende aannemelijk dat geurbelasting onder de geurnorm blijft en er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De Wgv vormt geen belemmering.
4.2.2.3 Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.
50
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2
4.2.3
Geluid
4.2.3.1 Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen.
4.2.3.2 Situatie plangebied 4.2.3.2.1
Industrielawaai
Geen van de locaties ligt binnen de zone van een gezoneerd bedrijventerrein. Daarom wordt niet nader op het aspect industrielawaai ingegaan. In paragraaf 4.2 is reeds nader ingegaan op de in de omgeving aanwezige (individuele) bedrijvigheid.
4.2.3.2.2
Railverkeerslawaai
Voor beide locaties geldt dat de woningen niet binnen een geluidszone van een spoorlijn liggen. Railverkeerslawaai vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.2.3.2.3
Wegverkeerslawaai
Algemeen In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszone wegen Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2). Hierna wordt per locatie ingegaan op het onderdeel 'wegverkeerslawaai'.
51
vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2
Schrijversweg 2, Deventer Door de splitsing van de boerderij worden er nieuwe geluidsgevoelige objecten toegevoegd. De woningen liggen binnen de geluidszones van de Schrijversweg (zone 250 meter), Oxersteeg (zone 250 meter) en A1 (zone 400 meter). Op grond van de Wgh is vanwege wegverkeerslawaai een akoestisch onderzoek nodig voor alle nieuwe wooneenheden. Door BJZ.nu is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de wegverkeerslawaai binnen het plangebied. Het resultaat is als Bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de conclusies daarvan: De geluidbelasting ten gevolge van de A1 bedraagt hoogstens 57 dB, exclusief reductie, aan de noordzijde van de boerderij. Met een reductie van 4 dB bedraagt de geluidbelasting hoogstends 53 dB. Dit betekent dat niet voldaan kan worden aan de voorkeurswaarde, maar wel aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard of zijn niet mogelijk. Met het nemen van gevelmaatregelen met een geluidwering van 24 dB kan een binnenniveau van 33 dB worden gerealiseerd. Er kan dan ook een hogere waarde van maximaal 53 dB ten aanzien van de A1 worden vastgesteld voor alle drie de woningen.
Geconcludeerd wordt dat er ter plaatse van de te splitsen woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, aangaande het aspect wegverkeerslawaai.
Manegelocatie Oerdijk Op de locatie worden geluidsgevoelige objecten toegevoegd. De grens van binnen en buiten de bebouwde kom ligt ter hoogte van het plangebied, waarmee het plangebied binnen de geluidzone van de Oerdijk (het deel buiten bebouwde kom) ligt. De omliggende wegen (Oerdijk (deel binnen bebouwde kom), Horsterhoekweg en de Grootwielens) kennen een maximum snelheid van 30 km/uur en hebben geen wettelijke geluidszone. Volgens jurisprudentie blijkt een 30 km/uur weg echter in de beoordeling van het woon- en leefklimaat te moeten worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze wegen een geluidbelasting veroorzaken die hoger ligt dan de voorkeurswaarde (48 dB). In voorliggend geval kan op voorhand niet worden uitgesloten dat de geluidsbelasting onder de 48 dB blijft. Door BJZ.nu is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de wegverkeerslawaai binnen het plangebied. Het resultaat is als Bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de conclusies daarvan: De geluidbelasting van de Oerdijk (30 km/uur deel, binnen bebouwde kom) bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 42 dB. De geluidbelasting van de Horsterhoekweg bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 21 dB. De geluidbelasting van de Groot Wielens bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 27 dB. Voor deze wegen wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB.
De geluidbelasting ten gevolge van de Oerdijk (60 km/uur deel, buiten bebouwde kom) bedraagt, inclusief 5 dB reductie, hoogstens 49 dB. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB, maar wel aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard of zijn niet mogelijk. De cumulatieve geluidbelasting, exclusief reductie, bedraagt hoogstens 55 dB. Met het realiseren van een geluidwering van 22 dB kan een binnenniveau van 33 dB worden gerealiseerd. Er kan dan ook een hogere waarde van maximaal 49 dB voor het kindcentrum ten aanzien van de Oerdijk worden vastgesteld.