CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-68 Toelichting bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

Hamerraad 6 maart 2024, gemeente DeventerBij agendapunt: Bestemmingsplan Manegelocatie en Schrijversweg 230.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

M anegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

Inhoudsopgave

T oelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

2

Planopzet en juridische aspecten

Inleiding RO Standaarden 2012 Planopzet Handhaving

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Randvoorwaarden

Archeologie / cultuurhistorie en monumenten Milieu-aspecten Leidingen en kabels Waterhuishouding Verkeer en parkeren Sociale veiligheid

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4

Beleidskader

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal en Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Beschrijving huidige en toekomstige situatie

Inleiding Beschrijving huidige en gewenste situatie per deelgebied

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Inleiding

Algemeen Ligging en begrenzing plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

3

Uitvoerbaarheid

Inleiding Economische uitvoerbaarheid Resultaten inspraak Resultaten vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Zienswijzen

5 5 6 6 9

11 11 11

15 15 15 17 31

43 43 45 71 71 76 78

79 79 79 79 85

87 87 87 88 88 88

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

Toelichting

3

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

4

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Algemeen Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op een twee locaties in het buitengebied van de gemeente Deventer. Dit bestemmingsplan betreft een zogenaamd combiplan. In het combiplan worden diverse initiatieven in één bestemmingsplan gevat en planologisch geregeld. Hierna wordt kort op de betreffende ontwikkelingen per locatie ingegaan. In de planbeschrijving in hoofdstuk 2 wordt een uitgebreide beschrijving van de ontwikkelingen gegeven.

1.1.1

Ontwikkeling 1: Schrijversweg 2, Deventer Aan de Schrijversweg 2 in het buitengebied van Deventer is momenteel een karakteristieke boerderij aanwezig met enkele ongebruikte en verouderde agrarische gebouwen. Het voornemen op deze locatie is om de voormalige agrarische stallen, schuren en verharding te slopen en saneren en de karakteristieke boerderij te splitsen in drie wooneenheden en te voorzien van bijgebouwen. Het nieuwe woonperceel zal vervolgens landschappelijk worden ingepast. De te slopen agrarische schuren (circa 1.540 m2) zullen, middels de KGO-regeling 'Kansen uit buiten' van de gemeente Deventer, woden ingezet voor de ontwikkeling aan de Oerdijk.

1.1.2

Ontwikkeling 2: Manegelocatie Oerdijk (Voormalig Oerdijk 81b, Schalkhaar) Aan de Oerdijk ten oosten van de kern Schalkhaar is een voormalige manege aanwezig. Ter plaatse zijn de gronden momenteel braakliggend en hebben deze een sportbestemming. Het voornemen is om ter plaatse een woning te realiseren. Hiervoor zal 850 m2 van de sloopmeters van de Schrijversweg worden gebruikt. De woning zal over een kelder beschikken, die van buitenaf bereikbaar zal zijn. Hiervoor worden de overige 690 m2 aan sloopmeters ingezet. Daarnaast zal er een kindcentrum gerealiseerd worden met een kantoorruimte en enkele parktijkruimten voor de begeleiding van ouders en kinderen. Hiervoor dient de sportbestemming gewijzigd te worden naar een woonbestemming ter plaatse van de nieuwe woning en een maatschappelijke bestemming ter plaatste van het kindcentrum. Het geheel zal landschappelijk worden ingepast in de omgeving. Tot slot zullen de gronden van het plangebied aan de oostzijde een natuurbestemming krijgen en wordt in dit bestemmingsplan aan de westzijde ruimte gereserveerd voor een ontsluitingsweg.

1.1.3

Resumé De voorgenomen ontwikkelingen op beide locaties zijn niet in overeenstemming met de ter plaatse geldende bestemmingsplannen. In paragraaf 1.3 wordt hier nader op ingegaan. Gelet op het vorenstaande is een bestemmingsplanherziening vereist. Om voornoemde ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan "Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2" voorziet hierin. In deze toelichting wordt aangetoond dat de voorgenomen

5

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

ontwikkelingen in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bestaat uit twee locaties, namelijk: Ontwikkeling 1: Schrijversweg 2, (gemeente Deventer, sectie I, nummers 1799 (gedeeltelijk), 1800 (gedeeltelijk), 1801 en 1802; Ontwikkeling 2: Oerdijk (gemeente Diepenveen, sectie E, nummers 3742 en 3740). De locaties liggen in het buitengebied van de gemeente Deventer. Voor de exacte begrenzing van de betreffende deelgebieden, wordt verwezen naar de verbeeldingen behorende bij dit bestemmingsplan.

1.3

Geldend bestemmingsplan

1.3.1

Algemeen De locaties binnen het plangebied liggen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Buitengebied Deventer, 1e herziening". Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 1 maart 2017. Daarnaast liggen de locaties binnen het bestemmingsplan "Parapluherziening parkeereisen" dat is vastgesteld op 11 april 2018. Dit bestemmingsplan ziet uitsluitend toe op de planologische verankering van parkeernormen waar (nieuwe) ontwikkelingen aan moeten voldoen. Tot slot gelden de bestemmingsplannen "Paraplu herziening standplaatsen en warenmarkten" (vastgesteld op 30 januari 2013), "Parapluherziening Kleinschalige Kinderopvang" (vastgesteld op 22 juni 2016) en "Parapluherziening particuliere zonnepanelen Buitengebied" (vastgesteld op 7 juli 2021). De betreffende plannen zijn niet direct relevant gelet op de beoogde ontwikkelingen en worden daarom niet uitgebreid beschouwd. Wel zijn eventuele regelingen die van toepassing zijn op de betreffende locaties doorvertaald in de regels en op de verbeelding van dit bestemmingsplan. In de volgende paragraaf wordt per locatie nader ingegaan op het planologisch regime.

1.3.2

Schrijversweg 2, Deventer Op basis van het geldend bestemmingsplan "Buitengebied Deventer, 1e herziening" zijn de gronden ter plaatse van de locatie voorzien van de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' met een bouwvlak. Daarnaast zijn de gronden van het erf voorzien van de archeologische dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 4'. Voor de gronden buiten het bebouwde erf geldt de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' en in het zuidelijke deel van het plangebied geldt een voor een klein deel van de gronden de Waarde - Archeologie 3'. Tot slot geldt voor het gehele plangebied de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'. In afbeelding 1.1 is een uitsnede van de verbeelding van het geldend bestemmingsplan weergegeven, waarin de locatie is aangegeven met de rode contour.

6

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

Afbeelding 1.1 Uitsnede geldend bestemmingsplan Schrijversweg 2 (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Het voornemen ziet toe op het slopen en saneren van de voormalige agrarische bebouwing en de splitsing van de boerderij in drie wooneenheden. Zowel de geldende gebruiks- als bouwmogelijkheden ter plaatse zijn niet toereikend om het voornemen mogelijk te maken. De voorgenomen ontwikkeling is daarom niet in overeenstemming met het geldend bestemmingsplan.

1.3.3

Manegelocatie Oerdijk Op basis van het geldend bestemmingsplan "Buitengebied Deventer, 1e herziening" zijn de gronden ter plaatse van de locatie voorzien van de bestemming 'Sport' met de functieaanduidingen 'bedrijfswoning uitgesloten' en 'manege'. Daarnaast zijn de gronden aan de zuidzijde voorzien van de archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Tot slot geldt voor een groot deel van het plangebied de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldend bestemmingsplan weergegeven, waarin de locatie is aangegeven met de rode contour.

7

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

Afbeelding 1.2 Uitsnede geldend bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Het voornemen ziet toe op het realiseren van een woning en een kindcentrum op de locatie van de voormalige manege. Zowel de geldende gebruiks- als bouwmogelijkheden ter plaatse zijn niet toereikend om het voornemen mogelijk te maken. De voorgenomen ontwikkeling is daarom niet in overeenstemming met het geldend bestemmingsplan.

1.3.4

Resumé De in voorliggend bestemmingsplan opgenomen ruimtelijke ontwikkelingen passen om de hiervoor genoemde diverse redenen niet binnen de bestaande planologische kaders. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologisch kader op basis waarvan de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk kunnen worden gemaakt.

8

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

1.4

Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied. In hoofdstuk 3 is het beleidskader opgenomen dat van toepassing is op dit bestemmingsplan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de randvoorwaarden, zoals milieuaspecten en waterhuishouding. In hoofdstuk 5 worden de planopzet en juridische aspecten nader toegelicht. In dat hoofdstuk wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd, juridisch wordt geregeld. Er wordt beschreven hoe de verbeelding en de planregels zijn opgebouwd en welke bestemmingen er in het plan voorkomen. Ook wordt in dit hoofdstuk aangegeven hoe de planregels moeten worden geïnterpreteerd en worden deze uitgelegd. Tevens wordt ingegaan op handhaving. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

9

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

10

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving huidige en toekomstige situatie

Inleiding In dit hoofdstuk wordt per ontwikkeling en de daarbij betrokken locatie, ingegaan op de huidige en gewenste situatie.

2.2

Beschrijving huidige en gewenste situatie per deelgebied

2.2.1

Schrijversweg 2, Deventer

2.2.1.1 Huidige situatie De locatie aan de Schrijversweg ligt in het buitengebied van de gemeente Deventer, ten zuidoosten van de plaats Deventer en ten zuiden van de A1. De functionele structuur van de omgeving bestaat met name uit verspreid gelegen woonerven en (agrarische) bedrijfspercelen en enkele delen natuur (bebossing). De bebouwing binnen het plangebied bestaat uit de bestaande boerderij (bedrijfswoning) en meerdere (voormalige) agrarische schuren en stallen. Tussen de bebouwing is erfverharding aanwezig. De boerderij is een karakteristiek gebouw. Aan de oostzijde van het plangebied zijn verdere niet-bebouwde agrarische gronden aanwezig waarop een (voormalige) paardenbak aanwezig is. Het perceel wordt aan de westzijde ontsloten op de Schrijversweg. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied (rode omlijning) opgenomen.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto Schrijversweg 2 (Bron: PDOK)

11

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

2.2.1.2 Gewenste situatie Zoals aangegeven in de inleiding van deze toelichting is het voornemen om de (voormalige) agrarische schuren te slopen (circa 1.540 m2) en de karakteristieke boerderij te splitsen in drie wooneenheden. Deze wooneenheden zullen elk een bijgebouw krijgen. Daarnaast zal het perceel landschappelijk worden ingericht. Hiervoor is een erfinrichtingsplan opgesteld, die in Bijlage 1 van deze toelichting is opgenomen. In onderstaande afbeelding is een uitsnede daarvan opgenomen.

Afbeelding 2.2 Erfinrichtingsplan Schrijversweg 2 (Bron: Buro Poelmans Reesink Landschaparchitectuur) De bestaande in- en uitrit van het erf blijft behouden en zal als gezamenlijke entree dienen voor het erf (1). Ten zuiden daarvan zal een parkeergelegenheid gecreëerd worden (2). Rondom het erf is een rijbaan aanwezig (5) om zo tot de gezamenlijke paardenweide te komen (14). De boerderij zal worden gesplitst in drie wooneenheden, die elk een eigen tuin (4) krijgen. Elke woning beschikt eveneens over een kapschuur (bijgebouw) (6). Zoals aangegeven wordt het perceel landschappelijk ingepast. De bestaande hagen (7) en een houtsingel (10) zullen het erf aan de noordzijde vergroenen. Het erf wordt groen ingericht middels de solitaire bomen (8) en een boomgaard (9). Aan de zuidzijde zullen landschappelijke hagen (13) het erf afscheiden van de agrarische gronden. Voor de waterberging ter plaatse is een kavelsloot (3) aan de westzijde aanwezig en een wadi (11) aan de oostzijde van het perceel. De wadi vorm een ecologische verbinding (12) met het bos aan de oostzijde van het plangebied.

12

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

2.2.2

Manegelocatie Oerdijk

2.2.2.1 Huidige situatie De voormalige manegelocatie aan de Oerdijk ligt aan de oostzijde van Schalkhaar, net in het buitengebied van de gemeente Deventer. De functionele structuur van de omgeving bestaat met name uit woningen (westen), agrarische gronden (noord- en zuidzijde) en natuur (bebossing) (oostzijde). Het plangebied bestaat uit braakliggende gronden, waar in het verleden een manege heeft gestaan. Aan de oostzijde is bebossing aanwezig. Ten westen stroomt de Douweler Leide. Het perceel wordt aan de zuidzijde ontsloten op de Oerdijk. In afbeelding 2.3 is een luchtfoto van het plangebied (rode omlijning) opgenomen.

Afbeelding 2.3 Luchtfoto Manegelocatie Oerdijk (Bron: PDOK)

2.2.2.2 Gewenste situatie Zoals aangegeven in de inleiding van deze toelichting is het voornemen om ter plaatse een woning (1.120 m3) te realiseren met een kelder (160 m3) die van buiten toegankelijk is. De kelder zal worden gebruikt voor parkeren.Om deze woning te realiseren zal gebruik gemaakt worden van de KGO-regeling 'Kansen uit buiten' van de gemeente Deventer. Hiervoor worden de circa 1.540 m2 aan sloopmeters van de Schrijversweg gebruikt. Daarnaast zal er een kindcentrum gerealiseeerd worden bestaande uit kantoorruimte en praktijkruimten voor de begeleiding van ouders en kinderen.

13

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

Het gehele perceel zal landschappelijk worden ingericht. Hiervoor is een erfinrichtingsplan opgesteld, die in Bijlage 2 van deze toelichting is opgenomen. In onderstaande afbeelding is een uitsnede daarvan opgenomen.

Afbeelding 2.4 Erfinrichtingsplan Manegelocatie Oerdijk (Bron: Buro Poelmans Reesink Landschaparchitectuur)

De gronden aan de westzijde krijgen een groenbestemming. Het noordelijke gedeelte van het perceel wordt voorzien van een woonbestemming, en het zuidelijke deel wordt voorzien van een maatschappelijke bestemming. Het perceel wordt aan de noord-, oost en zuidzijde omzoomd door bos en wordt voorzien van een natuurbestemming. Aan de zuidzijde wordt een mogelijkheid opgenomen voor een ontsluitingsweg. Deze ontsluitingsweg dient als toegangsweg naar mogelijk toekomstige woningen ten noorden van het plangebied.

14

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.2.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.

3.2.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; in 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. 3. Sterke en gezonde steden en regio's; er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken, waarbij wordt ingezet op ontwikkelingen binnen de bestaande stadsgrenzen. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

3.2.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de

15

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

3.2.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI In voorliggend geval is er sprake van een kleinschalige ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkelingen.

3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden, aangevuld met diverse wijzigingen, waaronder de wijziging van 18 mei 2016 voor de Grote Rivieren. In het Barro, beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn een aantal nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Voor Deventer kan het om de volgende belangen gaan: a. Rijksvaarwegen; b. Grote rivieren, c. Defensie, d. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen, e. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, f. Natuurnetwerk Nederland; g. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament. Het Barro is gericht op doorwerking van deze nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Per onderwerp worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Toetsing van het voornemen In het plangebied zijn geen onderwerpen uit het Barro van toepassing waar rekening mee moet worden gehouden in onderhavig bestemmingsplan. De voorgenomen ontwikkelingen zijn in overeenstemming met de regels binnen het Barro en het plangebied is niet gelegen in een beperkingsgebied.

3.2.3

Ladder duurzame verstedelijking In de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument.

16

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling de komende jaren verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook wanneer het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

Toetsing van het voornemen Bij de “Ladder voor duurzame verstedelijking” is een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van belang. Hierin is uitgesproken dat met de realisatie van 11 woningen niet voorzien wordt in een woningbouwlocatie of andere stedelijk ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (ABRS 16 september 2015, 201501297/1/R4). Binnen voorliggend voornemen wordt aan de Oerdijk voorzien in het toevoegen van één woning en aan de Schrijversweg wordt een bestaande bedrijfswoning (boerderij) gesplitst in drie wooneenheden waardoor er per saldo voorzien wordt in de toevoeging van drie wooneenheden. Daarnaast zal aan de Oerdijk ook een kindcentrum gerealiseerd worden. Deze zal een inhoud hebben van 750 m3, dat vergelijkbaar is met een woning. Dit betreft daarmee een kleinschalige ontwikkeling. Tot slot vinden de ontwikkelingen plaats in het buitengebied van de gemeente Deventer. Gelet op de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling is in voorliggend geval dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Geconcludeerd wordt dat geen verdere toetsing plaats hoeft te vinden aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking”.

3.2.4

Conclusie Rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat voorliggend voornemen voldoet aan de regels en voorwaarden die gesteld worden op Rijksniveau.

3.3

Provinciaal en Regionaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening.

17

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

3.3.1

Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.

3.3.2

Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

3.3.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.

18

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

3.3.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen.

3.3.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

3.3.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 3.1 geeft dit schematisch weer.

19

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

Afbeelding 3.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

3.3.4

Toetsing Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.

3.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn in voorliggend geval hoofdzakelijk de volgende artikelen uit de verordening van belang: Artikel 2.1.2: Principe van concentratie. Nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, voldoen in eerste instantie aan de lokale behoefte; Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Voor nieuwe ontwikkelingen met extra ruimtebeslag in de groene omgeving moet aannemelijk worden gemaakt dat in bestaand bebouwd gebied geen ruimte meer (te maken) is; Artikel 2.1.4: Toekomstbestendigheid. Als provinciale belangen in het geding zijn, moet aannemelijk gemaakt worden dat permanente nieuwe ontwikkelingen toekomstbestendig zijn. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Daarbij moet het Uitvoeringsmodel worden toegepast dat in de Omgevingsvisie is neergelegd. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). Bij nieuwe ontwikkelingen in de groene omgeving moet in beginsel een aanvullende kwaliteitsinvestering plaatsvinden om te garanderen

20

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

dat de extra investeringen in de ruimtelijke kwaliteit in verhouding staan tot de geboden ontwikkelingsmogelijkheden. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen. Nieuwe ontwikkelingen voorzien uitsluitend in nieuwe woningen als er behoefte is en de realisatie past binnen de geldende woonafspraken, op basis van regionale afstemming. Artikel 2.14.4: Overstroombaar gebied. Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe stedelijke functies wanneer de veiligheid ook op lange termijn voldoende is geborgd. Artikel 4.6.4: Vergunningplicht reservering Sallands Diep. Wanneer er ontrekkingen plaatsvinden van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter zijn deze vergunningsplichtig. Op deze artikelen wordt hierna nader ingegaan.

Artikel 2.1.2: Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen.

Toetsing In voorliggend geval worden op twee verschillende locatie in het buitengebied van Deventer extra woningen mogelijk gemaakt. Dit gebeurt door onder andere een woningsplitsing en de bouw van een extra woning ter compensatie van de sloop van voormalige agrarische bebouwing. In voorliggend geval zijn voor de woning aan de Oerdijk reeds concrete gegadigden gevonden. Hoewel er voor de woningen aan de Schrijversweg nog geen concrete gagadigden zijn, is de behoefte er ongetwijfeld. De gemeente Deventer heeft namelijk een opgave om 11.000 woningen te realiseren. De behoefte is daarmee concreet aangetoond.

Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing In voorliggend geval wordt aan de Schrijversweg 2 ruim 1.540 m2 aan oude schuren en stallen gesloopt. Ter compensatie daarvan wordt een nieuwe woning gerealiseerd op de voormalige manegelocatie aan de Oerdijk middels het KGO-beleid 'Kansen uit buiten' van de gemeente Deventer. Hiermee is er geen sprake van extra ruimtebeslag door het bebouwen en/of verharden van de groene omgeving. Al met al wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel.

21

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

Artikel 2.1.4: Toekomstbestendigheid In de toelichting op bestemmingsplannen waarin provinciale belangen in geding zijn wordt aannemelijk gemaakt dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maak t en die niet bedoeld zijn voor tijdelijk gebruik, toek omstbestendig zijn en dus: de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Toetsing Met voorgenomen ontwikkelingen is sprake van het toekennen van een duurzame (vervolg) functie aan een (voormalige) agrarisch bedrijfsperceel en een voormalige manegelocatie. Hiermee wordt bovendien (in beperkte mate) bijgedragen een de woningbehoefte in de gemeente Deventer. Met de sloop van landschapsontsierende bebouwing wordt daarnaast bijgedragen aan het voorkomen en oplossen van langdurige leegstand van voormalige agrarische gebouwen. Geconcludeerd wordt dat in voldoende mate rekening is gehouden met artikel 2.1.4 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artik el 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.

22

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

Toetsing Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls op meerdere locaties in de groene omgeving (het buitengebied) van de gemeente Deventer. Deze meerwaarde vertaalt zich door de sloop van landschapsontsierende (asbesthoudende) bebouwing aan de Schrijversweg 2. Daarnaast is voor beide locaties een erfinrichtingsplan opgesteld. Op deze manier wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar paragraaf 2.2.1.2 en 2.2.2.2. Verder wordt met voorgenomen ontwikkeling de karakteristieke waarde van karakteristieke boerderij aan de Schrijversweg behouden en verbeterd door deze te splitsen in drie wooneenheden. Het beoogde kindcentrum dient een maatschappelijk belang. Gezien de ligging nabij het dorp Schalkhaar wordt er voldoende gecompenseerd door de bestemming Natuur van de stukken bos om het perceel. Ook wordt bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit door een eventuele woonwijk ten noorden van de Oerdijk te kunnen ontsluiten via de groenbestemming in dit bestemmingsplan. Al met al zorgen de voorgenomen ontwikkelingen in een toename van de ruimtelijke kwaliteit. De investeringen die worden verricht ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit, staan in verhouding tot de geboden ontwikkelingsruimte. Voorliggend bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met artikelen 2.1.5 en 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Toetsing Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie/toevoeging van een woning aan de Oerdijk en het splitsen van een boerderij aan de Schrijversweg, indachtig de Rood-voor-Rood-regeling 'Woning voor schuur' van de gemeente Deventer, alsmede de regeling ten behoeve van het splitsen van bestaande woningen. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte in de markt en worden gebouwd voor de lokale behoefte. Zoals reeds vermeld worden binnen voorliggend voornemen nieuwe woningen gerealiseerd waaraan behoefte is op basis van zowel de regionale als de gemeentelijke woonvisie (zie paragraaf 3.3.5 en paragraaf 3.4.3 van deze toelichting). Geconcludeerd wordt dat dit voornemen in overeenstemming is met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.14.4: Overstroombaar gebied Bestemmingsplannen die betrekking hebben op het overstroombaar gebied als zodanig op de

23

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

kaart Watergebiedsreserveringen zijn aangegeven, voorzien alleen in nieuwe stedelijke functies binnen deze gebieden als in het desbetreffende bestemmingsplan zodanige voorwaarden worden gesteld dat de veiligheid ook op lange termijn voldoende is gewaarborgd. De toelichting op bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden als bedoeld in lid 1, is voorzien van een overstromingsrisicoparagraaf die inzicht biedt in: 1. de risico’s bij overstroming; 2. de maatregelen en de voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen dan wel te beperken. Toetsing In voorliggend geval zijn beide locaties aangeduid als 'overstroombaar gebied'. Dit zijn gebieden die tijdelijk onder water kunnen staan. Op beide locaties is rekening gehouden met het bergen van water. Bij het ontwerp van de nieuwe woning, kindcentrum en het splitsen van de boerderij zal rekening worden gehouden met een eventuele overstroming. Daarnaast zullen de personen in het gebied zelfredzaam zijn om het gebied bij een dreigende overstroming te ontvluchten. Zie verder paragraaf 4.4.3 van deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat dit voornemen in overeenstemming is met artikel 2.14.4 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 4.6.4: Vergunningplicht reservering Sallands Diep Alle onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, zijn vergunningplichtig. Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta regelt bij verordening dat voor onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, een vergunningplicht geldt. Het dagelijkse bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta kan voor het gebied bedoeld in lid 2 slechts vergunning verlenen voor het onttrekken van grondwater als dit grondwater bedoeld is voor hoogwaardige industrieel gebruik waarop de Warenwet van toepassing is en waarvoor geen alternatief voorhanden is. Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta kan de vrijstellingsmogelijk heid, bedoeld in artikel 6.11, vijfde lid van het Waterbesluit niet toepassen op de onttrekkingen waarvoor het dagelijkse bestuur op grond van het vorige lid vergunning verleent. Toetsing Beide deelgebieden liggen binnen de 'boringsvrije zone Salland Diep'.

Op basis van de ligging in de 'boringsvrije zone Salland diep' geldt er een verbod op lozingen en het installeren van een bodemenergiesysteem dieper dan 50 meter onder maaiveld. Daar is in voorliggende plan geen sprake van. De ligging in de 'boringsvrije zone Salland diep' vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen.

Resumé Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. Gezien het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de

24

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

voorgenomen ontwikkelingen passen binnen de generieke beleidskeuzes van de provincie.

3.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven In onderstaande tabel is per deelgebied aangegeven welke ontwikkelingsperspectieven per deelgebied gelden. Deelgebied Manegelocatie Oerdijk Schrijversweg 2

Ontwikkelingsperspectieven - Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap - Stads- en dorpsrandgebieden - Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap

'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' In dit ontwikkelingsperspectief is sprake van verweving van functies. Het betreffen gebieden voor gespecialiseerde landbouw en mengvormen van landbouw met andere functies (recreatie-zorg, natuur, water) en bijzondere woon-, werk- en recreatiemilieus die de karakteristieke gevarieerde opbouw van de cultuurlandschappen in deze gebieden versterken. Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. 'Stads- en dorpsrandgebieden' Stads- en dorpsrandgebieden zijn de overgang tussen de stedelijke en de landelijke omgeving en daardoor zowel entree van de stad als verbinding naar het buitengebied. Het vormgeven als entree is dan ook een belangrijk kwaliteitsdoel. Recreatieve functies en culturele voorzieningen, maar ook nieuwe woon- en werkmilieus, kunnen de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de stads- en dorpsrandgebieden verhogen en de landschappelijke structuur versterken.

Daarnaast liggen hier onder andere kansen om beleidsambities op het gebied van natuur, water, en energie te realiseren. Het vormgeven van de stadsranden als entree van zowel de landelijke als de stedelijke omgeving is een belangrijke kwaliteitsopgave. Landgoederen zijn van toegevoegde waarde en versterken de identiteit en kwaliteit van stad en natuur.

Toetsing De voorgenomen ontwikkelingen hebben betrekking op functies die als passend binnen de daar aanwezige ontwikkelingsperspectieven kunnen worden beschouwd. Uit hoofdstuk 4 blijkt dat er geen sprake is van enige belemmeringen van het voornemen op omliggende (agrarische) bedrijven. Het voorgenomen plan past, gelet op de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en het toestaan van functies die als passend wordt aangemerkt, binnen de ontwikkelingsperspectieven. Gesteld wordt dat de ontwikkelingen in overeenstemming zijn met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectieven.

25

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

3.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.

De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. In onderstaande tabel is per deelgebied aangegeven welke ontwikkelingsperspectieven per deelgebied gelden. Deelgebied Manegelocatie Oerdijk Schrijversweg 2

Gebiedstype - Beekdalen en natte laagtes - Dekzandvlakte en ruggen

"Dek zandvlakte en ruggen" De dekzandgronden worden gekenmerkt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De dekzandgebieden zijn voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heide-ontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw. Als ontwikkelingen plaatsvinden dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar maken en beleefbaar maken van hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn uitgangspunt bij inrichting. De strekkingsrichting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, dient uitgangspunt te zijn. Hiermee dient bij de planuitwerking rekening te worden gehouden. "Beekdalen en natte laagtes" Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren.

Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting.

Toetsing De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkelingen hebben betrekking op gronden die reeds bebouwd zijn (Schrijversweg 2), of bebouwd zijn geweest (manegelocatie Oerdijk). De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig en redelijkerwijs ook niet meer te herstellen. De ontwikkelingen hebben geen negatieve effecten op het omliggende landschap en de landschappelijke kwaliteiten en structuren. Daarnaast worden de percelen landschappelijk ingepast (zie 2.2.1.2 en 2.2.2.2). Verder ligt ten noorden van het erf aan de Schrijversweg 2 een es. Doordat het erf kleiner wordt (de bebouwing trekt zich terug vanaf de es

26

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

richting de boerderij) wordt er bijgedragen aan het herstel en behoud van de openheid van het essenlandschap. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Natuurlijke laag'.

De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. In onderstaande tabel is per deelgebied aangegeven welke ontwikkelingsperspectieven per deelgebied gelden. Deelgebied Manegelocatie Oerdijk Schrijversweg 2

Gebiedstype - Oude Hoevenlandschap - Oude Hoevenlandschap

"Oude Hoevenlandschap" Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen.

Toetsing Het initiatief omvat verscheidene ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente Deventer. De ontwikkelingen waarbij sprake is van een ruimtelijke impact gaan gepaard met een adequate landschappelijke inpassing conform de gebiedskenmerken van het agrarische cultuurlandschap. Voor de wijze van landschappelijk inpassen wordt verwezen naar 2.2.1.2, 2.2.2.2, Bijlage 1 en Bijlage 2. Geconcludeerd wordt dat het voornemen een aanzienlijk impuls van de ruimtelijke kwaliteit met zich mee brengt en bijdraagt aan het sociaal vitaal houden van het landelijk gebied.

De 'Stedelijke laag' In de “Stedelijke laag” ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen. Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. In onderstaande tabel is per deelgebied aangegeven welke ontwikkelingsperspectieven per deelgebied gelden.

27

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

Deelgebied Manegelocatie Oerdijk Schrijversweg 2

Gebiedstype - Verspreide bebouwing - Informele trage netwerk - Verspreide bebouwing - Informele trage netwerk

"Verspreide bebouwing" De agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Elke boer deed dit naar eigen inzicht en afgestemd op de plaatselijke omstandigheden, maar wel volgens de wetmatigheden van het toenmalig landbouwsysteem. Door deze 'eenheid in handelen' ontstonden er samenhangende landschappen, die nu nog steeds herkenbaar zijn: essenlandschap, oude hoevenlandschappen, broeken heideontginningen, veenlandschappen etc.. Bijzonder is dat elk landschap zijn eigen erftype heeft: de opbouw van erf, erfbebouwing, erfbeplantingen en relaties met de omliggende gronden zijn specifiek voor het betreffende landschapstype, alsof in het erf de genen van het landschap besloten liggen. Naast erven kent het buitengebied losliggende 'gewone' burgerwoningen met veelal een eigen, individueel karakter en eigen verhaal van ontstaan. “Informele trage netwerk” Het informele trage netwerk is het 'langzame' netwerk (wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, vaarroutes) van de provincie, dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en het natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. De oude zandwegen en paden vormen het basisstramien. Als ontwikkelingen plaats vinden in de gebieden die in de directe invloedssfeer van stad en dorp liggen (bv.

bedrijventerreinen, woonwijken), dan dragen deze ontwikkelingen bij aan behoud en verkleining van de maaswijdte van het padennetwerk. Nieuwe mogelijkheden voor lange afstands-, wandel- en fietsroutes worden benut.

Toetsing De voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats op een bestaande (voormalige) agrarische bedrijfspercelen en voormalige manegelocatie in het buitengebied van de gemeente Deventer. Voor elk deelgebied is een erfinrichtingsplan opgesteld. Op deze manier wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing van de erven. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar paragraaf 2.2.1.2 en 2.2.2.2.

'Laag van beleving' In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. In onderstaande tabel is per deelgebied aangegeven welke ontwikkelingsperspectieven per deelgebied

28

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijver sweg 2

gelden. Deelgebied Manegelocatie Oerdijk Schrijversweg 2

Gebiedstype - IJssellinie inundatieveld - Stads- en dorpsrandgebieden - IJssellinie inundatieveld - Donkerte

"IJssellinie inundatieveld" De IJssellinie was een militaire verdedigingslinie die tussen 1951 en 1954 langs de IJssel gebouwd werd om Nederland door middel van inundatie (het onder water zetten van land) te beschermen tegen een landinvasie. Dit gebied is één van de bakens in de tijd en brengt een cultuurhistorische ambitie met zich mee. Zoals het creëren van verbindingen en verbanden tussen bestaande bakens, welke onderdeel van een groter geheel zijn maar nu verloren of geïsoleerd in het landschap liggen. Tevens kunnen bakens van deze tijd worden toegevoegd. Cultuurhistorische waarden dienen behouden te worden door ze bewust in te zetten in gebiedsopgaves. “Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken.

Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden. "Stads- en dorpsrandgebieden" De stads- en dorpsrand is een overgangsgebied. Hier is sprake van twee in elkaar overlappende invloedssferen. De randen zijn bepalend voor de identiteit van zowel de steden- en dorpen als het landschap eromheen. Randen gaan niet alleen over de 'functionele mix', maar vooral ook over herkenbaarheid, duidelijkheid, silhouetten en het je thuis voelen. Markante zichtlijnen op dorpen versterken de randkwaliteit. Er is ruimte voor ontwikkelingen mits deze voortbouwen aan de versterking van de stad-land relatie. Het voorkomen van versnippering. Als ontwikkelingen plaatsvinden is deze gericht op het behoud, herstel en aanleg van landschappelijke recreatieve routes tussen stad/dorp en land.

Toetsing Op basis van de laag van de beleving zijn beide gebieden aangeduid als "IJssellinie inundatieveld". Op de manegelocatie wordt rekening gehouden met de Douweler Leide dat aan de westzijde van het perceel stroomt. En door de landschappelijke inpassing wordt het dorpsrandgebied behouden.

29

vastgesteld bestemmingsplan Manegelocatie Oerdijk en Schrijversweg 2

Aan de Schrijversweg zal de bestaande karakteristieke boerderij behouden blijven en toekomstbestendig worden gemaakt door de splitsing in drie wooneenheden. Aan de Schrijversweg zal daarbij geen toename plaatsvinden van kunstlicht ('Donkerte'). Immers worden hier de oude stallen en schuren gesloopt en wordt de bestaande boerderij gesplitst. Bovendien kan gesteld worden dat het gebruik van kunstlicht zal verminderen aangezien de binnen het plangebied geldende (agrarische) bedrijfsbestemming wordt gewijzigd in passende woonbestemming. Op voorhand wordt gesteld dat de genoemde gebieden niet worden aangetast door het voornemen.

3.3.4.4 Conclusie provinciaal beleid Het bestemmingsplan is niet in strijd met het provinciaal beleid.

3.3.5

Regionaal woonbeleid De gemeente in de regio 'West-Overijssel' stemmen nieuwbouwplannen met elkaar af. Deze regio bestaat uit elf gemeenten, namelijk: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle. Deze gemeenten en de provincie Overijssel hebben in 2014 de Regionale Woonvisie West-Overijssel vastgesteld. Hierin staan de gezamenlijke ambities en een visie op het gebied van wonen voor de regio. De regionale afstemming bestaat onder meer uit het verdelen van de door de provincie toegestane woningaantallen, waarbij op basis van de woningbehoefte-raming plannen verdeeld worden over de West-Overijsselse gemeenten, en de onderliggende kernen. De kwalitatieve vertaalslag naar onder meer type woningen, prijsklassen en doelgroepen wordt vervolgens op lokaal niveau gemaakt en ook de realisatie is een gemeentelijke activiteit. In 2015 hebben de gemeenten en provincie gezamenlijk een traject doorlopen waarin de gezamenlijke ambities en visie hebben geleid tot woonafspraken op 5 thema's, namelijk: (A) doelgroepen, (B) wonen en zorg, (C) stedelijke vernieuwing, (D) bestaande voorraad en (E) programmeren en zuinig ruimtegebruik.

Binnen de kaders van bestaand beleid en besluiten staan betrokken partijen voor een goede ruimtelijke ordening en gaan partijen samen op zoek naar innovatieve oplossingen en mogelijkheden om ook in de toekomst aan de huisvestingsopgave te kunnen voldoen. Begin 2017 zijn de kwantitatieve afspraken geactualiseerd. Dit heeft geresulteerd in de RWP (Regionale Woonprogrammering) West-Overijssel (2017). Voor Deventer geldt dat het aantal inwoners en huishoudens de afgelopen jaren sterk groeit. Met directe bouwtitels en capaciteit in uitwerkingsplannen voorziet Deventer in circa 75% van de woningvraag de komende tien jaar. Hiermee is in Deventer sprake van onderprogrammering in harde plancapaciteit. Er is dan ook ruimte voor nieuwe initiatieven. Deventer blijft de vraag nauwlettend monitoren, onder andere door middel van een woningmarktanalyse in 2017 en zet in op het matchen van vraag en aanbod. Kwalitatief programmeren is het uitgangspunt voor nieuwe plannen, waarbij het voorzien in een vraag en het leveren van meerwaarde voor de Deventer samenleving centraal staan. De gemeenten stemmen over het algemeen woningbouwplannen vanaf 25 woningen af met de andere (planrelevante) gemeenten. Opgemerkt wordt dat voor woningbouwplannen binnen de gemeenten Deventer en Zwolle geldt dat woningbouwplannen vanaf 50 woningen moeten worden afgestemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13844250/1