2024-12-18 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer 18 december 2024
Tekst van het document
18 Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Ja, wij vroegen ons even af. Wij zien namelijk op pagina 20 staan ook dagelijks functioneren, dus dat is een van de opgaven waar u zojuist refereerde. Staat dagelijks functioneren, we willen de fysieke leefomgeving zo indelen en inrichten, dat de voorwaarden aanwezig zijn om goed voor jezelf te kunnen zorgen. Is het niet eigenlijk heel logisch, dat het punt dat mevrouw Visser nu probeert te maken, dat het daar eigenlijk onder zou moeten? Want ik zie eigenlijk, dat hier al wel rekening mee wordt gehouden. Dus ik vraag me even af, of dat nu echt een separate opgave is of hoe we dat dan moeten lezen? De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ik lees, ik denk inderdaad dat er … Er staan al wel wat soort van hints in het stuk naar deze opgaven. Voor mij hoeft het ook niet, een van de vier opgaven, het is onderdeel van de opgave gezonde leefomgeving, wat mij betreft, dus niet een vijfde opgave. Maar binnen de vier opgaven staat ook het kopje opgave in, zoals u de praatplaat begrijpt. Zoals ik hem begrijp, in ieder geval. Dus het is, wat mij betreft wordt hij onderdeel van de gele kolom gezonde leefomgeving, waar ik dit punt echt mis. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dat is fijn, deze toelichting. Alleen, in het dictum staat wat anders, namelijk dat we dit als een opgave gaan toevoegen. De voorzitter: Mevrouw Visser.
Mevrouw Visser: Ja, zoals ik de praatplaat bekijk, staan er heel veel opgaven en uiteindelijk vier maatschappelijke uitgangspunten. We hebben ook tijdens de raadstafels ook een keer verwarring gehad over, over wat nu precies uitgangspunt of de opgaven zijn. Ik heb het over deze plaat, ja. Daar staat opgaven en daar staan iets van tien blokjes. De voorzitter: Ja, voldoende? Dan gaan we naar de heer Van der Linde. De heer Van der Linde: Ja, dank u wel, voorzitter. Mijn vraag is in, ongeveer in dezelfde richting als net over biodiversiteit. Is die toegankelijkheid al niet afdoende geregeld, belegd in andere beleidsplannen? Ik heb het beleidsplan Deventer zonder drempels er nog even op nageslagen. Een lijvig stuk met 323 pagina's. Er is een werkplan in uitvoering. Dus de toegankelijkheid is in andere beleidsstukken zeer goed geregeld en terecht. Is het daarom ook nodig om en niet overbodig, om het hier alsnog op deze wijze te beleggen? En ik ben het ook met mevrouw Zieverink eens, het zit er toch ook al een beetje in. De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ja, een beetje, is voor ons niet voldoende. Dus vandaar, dat we hem willen toevoegen in het geheel. En ja, er is beleid, maar op heel veel punten die in de stukken staat, is al beleid.
Dus ik ja, volgens mij, hebben we dit … Dit is zo'n essentieel punt van het inrichten van de openbare ruimte, dat wij dat echt zien als een opgave en ambitie die we moeten hebben als gemeenteraad, die hierin benoemd moet staan. De voorzitter: Helder toch, mijnheer Van der Linde? De heer Van der Linde: Nou, mevrouw Visser zegt, een beetje. Dat is niet helemaal waar. De toegankelijkheid Deventer zonder drempels is echt een lijvig stuk, is uitgebreid. En terecht, is daar heel goed beleid op geformuleerd. Dus het is niet een beetje geregeld al in Deventer, het is goed geregeld al in Deventer. De voorzitter: Mevrouw Visser.
19 Mevrouw Visser: Ik bedoel ook niet, dat een beetje geregeld is. U, mijnheer Van der Linde, die geeft aan, dat het een beetje al in de stukken staat. Dat is voor mij niet voldoende, juist omdat we het zo’n belangrijk punt vinden. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik denk, dat ik wel de uitgangspunt en ook de ja, de ambitie snap van mevrouw Visser. Namelijk, dat iedereen deel moet kunnen nemen aan de samenleving, daar gaat het om. Maatschappelijk kunnen, deel kunnen nemen in de maatschappij. En daar hebben we inderdaad ook die beleidsplannen voor, zoals heer Van der Linde ook al aanhaalde, Deventer Drempelvrij. Dat zijn heel belangrijke dingen. En ik snap ook wel, dat dat een plek moet hebben, ook in de Omgevingsvisie. Dat deel ik met mevrouw Visser. Alleen, ik heb wel moeite met de formulering. Weet niet of hij nog even op het scherm kan komen van, zoals hij hier staat. Het staat er wel heel sterk. Waarvan de vraag is, ja, is dat daadwerkelijk wat we bedoelen zeg maar? Dus het gaat over de openbare ruimte, zoveel mogelijk ingericht dat iedereen er zonder belemmeringen aan deel kan, gebruik van kan maken. En dat is een, wel een vrij heel, dat is wel een heel ja, bijna extreem geformuleerd. Want er zijn gewoon verschillen tussen mensen.
En we de, voor sommige mensen is het juist fijn als de omgeving juist soms niet toegankelijk is, want je wil niet in een boom klimmen en klauteren en met een mountainbike door een bos kunnen crossen. Ja, dat gaat niet met een rolstoel. Dus daar zit een beetje de worsteling, wat bedoelen we hier nu eigenlijk mee? Zou mevrouw Visser dat misschien nog eens kunnen toelichten? De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ons gaat het erom, dat met name de openbare ruimte voor iedereen die dat ja, in alle mogelijkheden toegankelijk is en daar is altijd een redelijke afweging te maken. Het is ook, één van de opgaven is ook dat, iedereen moet kunnen sporten en spelen. Niet iedereen wil dat en kan dat en op elke plek, moeten hier misschien niet op zaterdagmiddag door de binnenstad willen hardlopen. Als je dat wel wil, veel plezier. Maar ja, dat gaat in redelijkheid en staat ook heel duidelijk in de stukken, dat dit allemaal nog tegen elkaar moet worden afgewogen. En wij willen dit meegeven als een van de hele belangrijke dingen, waarin we moeten afwegen. Dus of we een mountainbike pak, pad voor iedereen toegankelijk moeten maken? Nee, die is voor mountainbikers toegankelijk. En liever niet voor mensen die een hond uitlaten, want dan krijgen we hele vervelende botsingen. Maar ja, het gaat over de, over het meenemen in de afwegingen. De voorzitter: De heer De Niet.
De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Ja, in ieder geval bedankt voor de toelichtingen. Ik ben ook wel benieuwd hoe het college kijkt naar, hoe weegt het college deze duiding zeg maar, dit uitgangspunt. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Voorzitter, toegankelijkheid van de openbare ruimte is onderdeel van het ruimtelijk beleid. Daarbij streeft het college uiteraard, naar een zo toegankelijk mogelijke openbare ruimte. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren, dat we doorgaans eenmaal in de 40 jaar openbare ruimte vernieuwen en het dus tijd kan kosten, eer er knelpunten opgelost gaan worden. Daarnaast moeten we ons realiseren dat in niet alle gevallen, denk daarbij bijvoorbeeld aan ons monumentale oude stadshart, aan alle aspecten die voor een toegankelijkheid gelden, kan worden voldaan. Voorzitter, ja, het college zal derhalve op dit amendement sorry, op deze motie neutraal adviseren. Amendement, sorry, excuus, neutraal adviseren. We laten het echt aan uw raad, wat u hiervan vindt. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van der Meulen.
20 De heer Van der Meulen: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik heb een vraag aan de wethouder. Zojuist hebben we een amendement besproken waarin werd gezegd, dat doen we al en we of, we zijn ermee bezig. Dat zegt u eigenlijk in reactie op dit amendement ook. Alleen, bij het vorige amendement was het advies, dat is negatief, het is overbodig. En hier zegt u, neutraal. Wat is het verschil en wat bedoelt u met neutraal? De voorzitter: Het is hogere wiskunde, wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, dank u, voorzitter. Ja, het, ik voelde hem al aankomen. Ik zag u heel snel opspringen, dus dat was een juiste … Nee, even terug naar het vorige amendement over de biodiversiteit. Daarvan zijn we toch echt van mening, zoals ik het vorige keer al gezegd heb, dat zit al verankerd goed in het, in staand beleid. En ja, deze, dit amendement waar ook grotendeels natuurlijk wel sprake is dat we dat al doen, maar we kunnen vanuit een maatschappelijk aspect ons voorstellen, dat dit amendement wordt aangenomen. Maar derhalve, hebben wij gewoon neutraal geadv… We leggen dit echt bij de raad neer. Aangezien we dat doen, zit gewoon een klein nuanceverschil in het onderwerp. Dank u wel. De voorzitter: Nog reactie. Ja, mijnheer Van der Meulen, daar bent u stil van, ja. Mevrouw Schmidt krijgt de rebound, ja. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ik ga deze discussie niet nog een keer voeren. Ik kom wel terug op hetzelfde punt. Want ik ben het wel eens met de vorige sprekers die hebben gezegd, ja, eigenlijk is dit gewoon een voortzetting van het Deventer zonder drempels beleid. En omdat dat ook zo is en omdat we hier eigenlijk alleen maar de nadruk leggen, ben ik wel verbaasd over uw neutrale advies. Want als u vindt dat dit gewoon een voortzetting is van het beleid, wat we gelukkig met heel veel samenwerking, met heel veel verschillende partners nu eindelijk in de lucht hebben in Deventer. Waarom dan een neutraal advies? En waarom dan niet zeggen, ik omarm het gewoon? De voorzitter: Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Ja, nogmaals, voorzitter. Volgens mij, heb ik mijn standpunt duidelijk gemaakt. En soms maak je de afweging, dat je iets inderdaad omarmt en soms maak je de afweging, dat je iets neutraal adviseert. Maar nogmaals, het is aan uw raad, voorzitter, om hier een klap op te geven zo dadelijk. Ik ben benieuwd naar de uitkomst. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Mevrouw Visser nog? Nee? De heer Van der Meulen heeft even gelegenheid gehad, om na te denken over … De heer Van der Meulen: Ja, nou, na te denken, maar ook op, als antwoord op de vraag op mevrouw Schmidt. Want er zijn drie smaken inderdaad van neutraal, omarmen of we doen het al, het is overbodig.
Maar u geeft geen antw… duidelijk antwoord op de vraag, wanneer u wat adviseert. Want en dat maakt het wel heel erg ingewikkeld om ja, aan de collega's van die, veel luisteren toch naar wat het college te zeggen heeft. En dat ja, is toch nog wel van belang om daar toch wat meer inzicht in te geven, in die verschillende smaken. Van wat, waarom geeft u een neutraal advies bij dit amendement? De voorzitter: Ik vrees, dat we in herhaling gaan vallen. De heer Wijnhoud: Ja, voorzitter, dank u wel. Dat vrees ik ook. Ik heb dat volgens mij, net toegelicht. Dat je gewoon op het ene moment ja, we … Nee, ik heb er genoeg over gezegd, dank u wel. De voorzitter: Het is misschien wel een oproep aan het college om op dit punt nog even te zorgen, want de heer Wijnhoud zit natuurlijk ook in de positie, waarin er van tevoren over is gesproken in het college. Dus dat maakt het
21 ook wat ingewikkeld. Het is aan de raad, dat is het advies. Dan stel ik voor, dat we naar de motie Diervriendelijk Deventer gaan. De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ben heel benieuwd welke smaak het college deze keer uitkiest. Ik heb al wel een beetje een vermoeden, dat het mee te maken heeft van, wie hem ook indient. Maar dat spreek ik natuurlijk niet uit. Het gaat over … Het is een vermoeden, ja. Het gaat over een heel belangrijk onderwerp en dat is dierenwelzijn. En dat hadden we voor degenen die bij de sessie vorige week waren, die hebben gezien, we hadden een amendement waarin we biodiversiteit en dierenwelzijn samen namen, samen hebben gevoegd. We kregen daar een reactie op vanuit de ambtenaren, dat het dierenwelzijn toch wel een andere, ander onderwerp is dan biodiversiteit. Dus we hebben het gesplitst. Want bij dierenwelzijn ligt het inderdaad wat ingewikkelder, om dat zonder meer in de Omgevingsvisie op te nemen. Maar er zijn wel kansen en dat staat volgens mij, vrij helder uitgelegd in het tenminste, dat hoop ik althans in de motie. Dat ook landelijk er gemeenten zijn die al wel een stap hebben gezet, om te zoeken naar de relatie tussen dierenwelzijn en omgevingskwaliteit. Dus je kunt niet zonder meer de Omgevingsvisie daarvoor aangrijpen om dierenwelzijn te regelen, maar er zitten wel raakvlakken.
En de vraag is eigenlijk om die te gaan verkennen, voorafgaande aan het opstellen van de Omgevingsvisie. Dus we zeggen niet van, het moet er per se in. We zeggen, verken het. En bied die verkenning aan aan de raad, zodat we daar te zijner tijd in 2025 een oordeel over kunnen geven. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Meulen. Reactie uit de raad, de heer Van der Linde. De heer Van der Linde: Dank u, voorzitter. Ja, ook hier weer hetzelfde, diervriendelijk, dieren. In de Nota Dierenwelzijn is dit ook allemaal al belegd. We moeten bij die Omgevingsvisie toch een beetje oppassen, maar dat is ook mijn vraag aan de wethouder, dat we niet allerlei detaillistische dingen gaan dubbelen. Als het beleid al goed belegd is, waarom moeten dit allemaal? Ja, ik begrijp, dat GroenLinks bang is voor de Partij voor de Dieren de volgende verkiezingen. Maar is het niet wat overdreven om te dubbelen? Om beleid wat al belegd is en dat geldt ook voor de biodiversiteit, geldt ook voor die toegankelijkheid, het is allemaal al geregeld, het beleid is er. Waarom dan nog extra dubbelen? De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel. Ja, een zuchtende heer Van der Linde. Ja, dat ja. Het, de motie gaat toch echt over een heel belangrijk onderwerp. En volgens mij, vindt de heer Van der Linde dat onderwerp ook heel erg belangrijk.
En op het moment, dat hij het heeft over de Nota Dierenwelzijn waarin alles al is belegd, dan heeft de heer Van der Linde de motie niet goed gelezen. Want daarin wordt ook wel gesproken over de Nota Dierenwelzijn van een paar jaar terug, waarin vooral staat, als gemeente kunnen we niet zoveel. Want dat is vooral landelijk geregeld, landelijk beleid, dus als gemeente kunnen we daar weinig aan, extra's aan toevoegen. Alleen, er zijn landelijk deskundigen die zeggen en dat zijn niet de minsten, die daar over hebben gesproken, die zeggen juist, de Omgevingswet biedt nieuwe kansen. En dat is de strekking van dit amendement, van deze motie. Niet zuchtend van, niet nog meer erin, maar juist die kansen verkennen. Te kijken van, wat kunnen we in Deventer daar wel aan doen? Laten we gewoon vooruitlopen. De voorzitter: De heer Van der Linde. De heer Van der Linde: Ja, mijn opmerking, mijn vraag blijft toch, moeten we niet oppassen te veel, te veel wensen in die Omgevings… Dat is meer een vraag voor de wethouder, voorzitter, dat begrijp ik. Maar ik ben graag, ben ik benieuwd hoe de wethouder daarover denkt. Want ja, moeten we niet, te veel detail in de Omgevingsvisie. Het is een visie hè dus al die, de wat belangrijke maar toch kleinere dingetjes die al geregeld zijn, moeten we dat nou extra opvoeren? Dat is mijn punt, vraag aan de wethouder.
De voorzitter: We gaan het college daarop vragen. Mevrouw Schuiling.
22 Mevrouw Schuiling: Ja, dank u. Ik had nog een vraag aan de vorige inspreker. En misschien ook al een vraag. Hoe vaak komt het woord dier voor in de processen, in de scope notitie? Ik zal gauw het antwoord verklappen, nul keer. Dus het is helemaal niet overbodig. De voorzitter: Goed. Ik stel voor, dat we naar het college gaan. Wethouder Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. En voorzitter, ik heb even de tijd gehad om na te denken, hoe ik deze motie zou gaan adviseren. Ik vond het wel eigenlijk een goede om, ik zou willen adviseren, dat uw raad het pleidooi van de heer Van der Linde van de CDA gaat volgen, omdat het dan ook, ongeveer ook mijn antwoord zou zijn. En ik zal even officieel, toch even de officiële terminologie weer gebruiken. Het college zal op deze motie negatief adviseren en wel om de volgende redenen. U vraagt het college een en ander te verkennen. Dat is wat ons betreft, echter ook al op andere plekken gebeurd. Het welzijn van dieren in de openbare ruimte is nu belegd zoals genoemd in de Nota Dierenwelzijn, die uw raad, voorzitter, in 2021 heeft vastgesteld. Dan is, natuurinclusief bouwen is een plus op het Bouwbesluit ten behoeve van biodiversiteit, dat we al hebben en dus ook al wordt opgenomen in de Omgevingsvisie.
En ten slotte, voorzitter, regels over het welzijn van landbouwdieren en huisdieren worden opgenomen oh, sorry, opgesteld op Rijksniveau en niet op gemeenteniveau. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel, voorzitter. Fijn dat de heer Wijnhoud naar de heer Van der Linde verwijst voor zijn oordeel van een negatief advies. Maar ook de heer Wijnhoud heeft dan toch niet zo heel goed gekeken naar de raakvlakken die, de nieuwe raakvlakken die er zijn onder de Omgevingswet. Dat vind ik wel jammer voor een wethouder, die dit belangrijke dossier in zijn portefeuille heeft en daarmee verder moet gaan. De Nota Dierenwelzijn is uit 2021. We zijn inmiddels vier jaar verder en we hebben inmiddels een Omgevingswet en daar gaan we volgend jaar een visie voor maken. U heeft het over van, de regels voor het bouwen van nestkassen, dat is al opgenomen. Ja, daar gaat deze motie niet specifiek over. We hebben een Omgevingsvisie uit 2019, daar zitten inderdaad wel elementen in. Maar het gaat erom van, er zijn ook weer nieuwe kansen. Er kunnen ook zomaar landelijke regels zijn waardoor, dat hebben we laatst meegemaakt met mevrouw Keijzer, die de nestkasten wil schrappen uit de regeling voor het bouwen van nieuwe woningen. Maar tot slot, u heeft ook over die landbouwhuisdieren. Ja, dat klopt helemaal wat u zegt, dat is landelijk geregeld.
En deze motie gaat daar dus niet over. Ik kan wel nog een keer citeren, maar dat ga ik niet doen. Maar het gaat over de raakvlakken met de omgevingskwaliteit. En die zijn er wel degelijk. Want je kunt niet tegen de hogere regelgever in, maar je kunt bijvoorbeeld wel schuilmogelijkheden bieden voor landbouwhuisdieren, daar gaat de gemeente wel over. Over losloopgebieden voor honden, daar gaat de gemeente ook over. Er zijn nog talloze voorbeelden, waarbij er niks landelijks is geregeld en de gemeente dus haar kansen kan grijpen. En het gaat niet meer en niet minder dan om een verkenning. De voorzitter: Voldoende, ja? Dan hebben we de amendementen en de moties behandeld en gaan we over tot stemmen. We beginnen te stemmen, gaan we zo over de amendementen en daarna over het eventueel geamendeerde raadsvoorstel en daarna over de motie. We beginnen met het amendement Omgevingsvisie – Raad en ontwerp. En ik vraag, of er stemverklaringen zijn bij dit amendement? Dat is niet het geval. Dan kunt u nu stemmen. Amendement is unaniem aangenomen. Dan gaan we stemmen over het amendement Omgevingsvisie - Maatschappelijke opgaven ook biodiversiteit. Behoefte aan een stemverklaring? Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. We hebben geluisterd naar het college. Maar luisteren, echt luisteren, doen we altijd, maar maken afwegingen zelf.
Onzes inziens, wordt expliciet aandacht gegeven aan biodiversiteit en kwetsbaarheid van de natuur. En daarom stemmen wij op dit moment tegen.
23 De voorzitter: Dank u wel. De heer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter. Wij van DENK zullen dit amendement gaan omarmen, dus wat dat betreft stemmen wij dan voor. De voorzitter: Maar u hoeft niet uit te leggen, dat u gaat voorstemmen als u gewoon voorstemt. Het moet echt wel een stemverklaring zijn. Ja? De heer Muilerman. De heer Muilerman: Ja, dank u wel, voorzitter. Nu ben ik even van mijn à propos. Ja, allereerst, wij zijn er niet als raad om bestaand beleid te benadrukken. En over dit amendement is het zo dat het, de proces en scope is redelijk abstract allemaal. En als we straks bij de scenario’s komen, dan hebben we ook nog de constaterende sessie. En mochten wij als raadsleden dan zien, dat we bepaalde onderwerpen niet voldoende terugzien, dan kunnen we dat altijd meegeven. De voorzitter: Dank u wel. U gaat dus tegenstemmen. Dan … Flauw, hè? Dan gaan we stemmen over dit amendement. Het amendement is aangenomen met 20 stemmen voor en 18 stemmen tegen. Tegen hebben gestemd Gemeentebelang, VVD, Deventer Belang, CDA. Oh, er is verdeeld gestemd bij, Deventer Belang. Oké. Ja. Nou. Het amendement is aangenomen, met ruime stemmen. De derde. We gaan naar het amendement Omgevingsvisie - Maatschappelijke opgaven ook toegankelijkheid. En mevrouw Zieverink, ik ben benieuwd naar de stemverklaring van de gehele fractie van Deventer Belang.
Mevrouw Zieverink: Blijkbaar maakt het niet zo heel veel uit, wat er in onze stemverklaring zit, voorzitter. Maar ik doe een poging om namens de fractie van Deventer Belang aan te geven, dat er onzes inziens expliciet aandacht wordt gegeven aan een toegankelijke leefomgeving, in zowel staand beleid wat meegaat in het overkoepelende nieuwe Omgevingsvisie en expliciet in het huidige raadsvoorstel. Daarom zal de fractie als het goed is, geheel tegenstemmen. De voorzitter: Waarvan akte. Dank u wel. De heer Muilerman. De heer Muilerman: Ja, dank u wel, voorzitter. Kopie van de vorige stemverklaring, we zijn hier niet om bestaand beleid te benadrukken. We gaan er gewoon vanuit, dat zoals het in het amendement beschreven staat, ook meegenomen wordt in de scenario's. De voorzitter: Uitstekend, dank u wel. Dus gaat u tegenstemmen, ja. Wordt nog een lange avond toch hè? Ja. Dan stel ik voor, dat we gaan stemmen. Het amendement is aange… Oh, sorry. Aangenomen met 18 stemmen voor, 15 stemmen tegen. 16? Oh, sorry, ik dacht dat we er al waren. Ik vergis me, ik dacht dat we er al waren. We missen nog twee stemmen. We gaan even opnieuw stemmen over het amendement toegankelijkheid. Even opnieuw, want anders gaat het niet goed. Ja, kan het Hans? Ja. Stemming is geopend. Stemmen staken. Dat betekent, dat we de volgende ronde in januari verdergaan over dit onderwerp.
Dit debat komt terug in de vergadering van januari. 12.
Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Historisch Centrum Overijssel
De voorzitter: Dat betekent dat we gaan naar de Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Historisch Centrum Overijssel. Op dit voorstel, mag ik even stilte in de zaal? Begrijp, dat het enige commotie veroorzaakt. Op dit voorstel is een amendement Zienswijze op toetreding leden GR HCO, ingediend door de fractie van GroenLinks. Waarbij wordt voorgesteld, om wel een zienswijze in te dienen. En mevrouw Van der Meer gaat dat toelichten.
24 Mevrouw Van der Meer: Ja, voorzitter. Een beetje anticlimax dus, goed. Het voorstel wordt ook ingediend door PvdA en mede-ingediend door Deventer Sociaal. Ja, we hebben, met de ambitie in het meer per jaar, Meerjarenbeleidsplan 2021-2024 ingestemd om te willen groeien tot, dat de collectie Overijssel zou groeien tot dé collectie beheer en de organisatie in Overijssel. En zo'n ambitie wekt de suggestie, dat daar dus ook meer gemeenten zullen toetreden. Vanavond stemmen we dus in met de toetreding van één gemeente, maar misschien zullen er meer gemeenten volgen. En dan is het van belang, dat het proces goed geregeld is. Daarom vragen we met dit voorstel het algemeen bestuur om met een standpunt te komen op, hoe om te gaan met toetredende gemeenten of andere overheden bij deze Gemeenschappelijke Regeling. Tot zover de toelichting. De voorzitter: Dank u wel. Reacties uit de raad. Niemand? Dan geef ik het woord aan het college, wethouder Duursma. Mevrouw Duursma: Dit is een voorstel wat ik heel goed kan begrijpen, voorzitter. Omdat dit een discussie is, die wij ook inmiddels in het DB aan het voeren zijn. Het is namelijk zo, dat er juist doordat wij het besluit hebben genomen om een nieuw collectiecentrum te willen gaan bouwen in Deventer, er meerdere gemeentes denken van, goh, dat is wel een hele mooie kans. Dus ja, dit is een onderwerp wat wij op ons vizier hebben.
En wat mij betreft is het amendement, beoordeel ik dat positief. Want ik voel het als een extra duiding, om hier met elkaar de goede stappen in te gaan nemen. En dan zal ik vragen in het DB, om hier aandacht aan te gaan besteden. En dat dan ook na deze hoe moet ik dat zeggen, deze toetreding van Ommen om ook te komen met een zienswijze of een verdeling van, hoe gaan wij om met toetreders in de toekomst? De voorzitter: Mevrouw Visser. Oh, mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Ja, komt door die verloving, he, gaan we heel erg op elkaar lijken. Ja, voorzitter. Er is één opmerking, met DB wordt er dagelijks bestuur bedoeld, denk ik. En ik ben blij, dat het geen neutraal maar een positief advies ... De voorzitter: Oké, dank u wel. Zijn er stemverklaringen op dit onderwerp? Dat is niet het geval. Dan gaan we stemmen over het amendement. Oh sorry, we wachten nog even. Het amendement om een Zienswijze op de toetreding voor de leden van GR HCO in te dienen. Stemming is geopend. Het amendement is unaniem aangenomen. Dan gaan we nu stemmen over het geamendeerde raadsvoorstel. Zijn er behoefte om daar, is er behoefte om daar een stemverklaring over uit te brengen? Niemand. Dan gaan we stemmen over het geamendeerde raadsvoorstel. Het raadsvoorstel dat geamendeerd is, is unaniem aangenomen. Dank u wel.
Dan gaan we door naar de moties vreemd aan de orde en beginnen we … Oh sorry, onderwijs. Ik ben, ik wil te hard nu. Ja, u heeft gelijk. Ja, ik probeerde tempo te maken. Ik sla een blaadje over. 13.
Onderwijshuisvesting: Programma en Overzicht 2025, Stand van zaken IHP+
De voorzitter: We gaan naar punt 13 van de agenda Onderwijshuisvesting, Programma en Overzicht 2025, stand van zaken IHP+. Op dit voorstel is een motie ingediend en die motie wordt toegelicht door de heer Jansen. Ga uw gang, mijnheer Jansen. De heer Jansen: Ja, voorzitter. Bij de raadstafel twee weken geleden heeft mijn fractie gepleit voor het onderzoeken van financiële faciliteiten voor scholen. De wethouder antwoordde van, er wordt wel heel veel gesproken met scholen. Maar er kwam niet echt een concreet iets uit wat, dat er inderdaad dat balletje aan het rollen was. Dus vandaar, heb ik ook bij die raadstafel aangekondigd staat, dan broeden wij op een voorstel. En dat ligt nu voor, dat wij DB vragen om de financiële mogelijkheden te verkennen om de genoemde school in het
25 stand van zaken document aan het Andriessenplein, om daar te kijken of we daar de verduurzaming kunnen versnellen en mogelijk maken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jansen. De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Dank u, voorzitter. Ja, toen ik deze motie van de heer Jansen las, wist ik eigenlijk niet zo heel goed wat ik ervan moest vinden. En met name, omdat ik niet zo goed begrijp waar die vandaan komt en waar we naartoe gaan met deze motie. De heer Jansen spreekt over een kans bij de, bij het Andriessenplein om te versnellen. Dus allereerst zou ik wel willen weten, waar hij die kans dan ziet liggen. De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Ja, bij de raadstafel twee weken geleden, waar wij dus hebben gepleit voor die verduurzaming heb ik ook aangehaald, het stand van zaken document waarin de school aan het Andriessenplein wordt aangehaald, dat daar de schop in de grond gaat om de boel te verduurzamen en aan te pakken. Dus dat is de mogelijkheid om, dat het zich aandient. En omdat de corporaties hè die, waar we eerst aan dachten als gemeente om die met de scholen op te gaan zetten, om het verduurzamen te versnellen, omdat dat, dat is een gepasseerd station. Dat gaat niet door, dus gaan we nu op individueel niveau met scholen afspraken maken, met individuele schoolbesturen.
En vandaar, dat ik die kans zie om hier naast de school te gaan staan en acht ik een B&W aan te moedigen en te ondersteunen om dit te gaan onderzoeken. De voorzitter: De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Ja, dank, voorzitter. Ja, dan is die kans duidelijk. Maar we hebben het IHP al vastgesteld. Daarin hebben wij ook een prioritering met elkaar besproken en ook vastgesteld. Dus stelt de heer Jansen dan nu voor, om in die prioritering weer te gaan schuiven? Hoe moet ik dat lezen? De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Nou ja, ik stel niet voor om daarin te gaan schuiven. Ik stel voor om B&W te volgen in haar stand van zaken document, dat nu die school zich aanbiedt om daarmee aan de slag te gaan. Om dat te volgen en om dat proces proberen te versnellen. We doen het voor de kinderen en voor de docenten, dat die in een normale school kunnen lesgeven en les krijgen. En volgens mij, moeten we daarvoor, oog voor hebben en die kans moeten we grijpen. En als u denkt, dat ik allemaal beleidsdocumenten wil wijzigen of in de volgorde loop, wil lopen schuiven, dat is helemaal niet het geval. Het staat in het stand van zaken document, dat die school zich nu aandient. Dus volgens mij, is dat een heel natuurlijk moment om hier te kijken, of we hier de boel kunnen versnellen. De voorzitter: De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Ik geloof de heer Jansen op zijn woord.
Maar ik ben dan wel benieuwd of het college, hoe het college ziet, of de prioritering niet dan in het geding komt. Maar goed, dat … De voorzitter: Die vraag gaan we het college stellen. Prima. De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Ja, dank, voorzitter. In aanloop naar deze raadsta… vergadering hadden wij ook met de indiener contact. En D66 kun je altijd natuurlijk wakker maken voor onderwijs of klimaat en helemaal, als het bij elkaar zit natuurlijk. Maar één van mijn twee vragen is al door de heer Hoogenberg gesteld. Mijn vraag is nu van, de laatste vraag, kunt, kan de inlichter ook, indiener ook toelichten van, wat voegt u nu extra toe aan wat er al gedaan wordt? Door het college na, in de uitvoering van het IHP.
26 De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Ja, dan verwijs ik ook terug naar de raadstafel. Ik heb daar de wethouder nadrukkelijk gevraagd van, wat gebeurt er nu, welke kansen zijn er? En ziet u ook mogelijkheden om in de financiën wat te betekenen? En toen heb ik wel gehoord, dat de wethouder met iedereen in gesprek is, maar niet dat ze dit concreet ging verkennen. Dus vandaar dat deze motie in die zin, het college misschien wat meer concreetheid, concrete voorbeelden en een goede richting in duwt of verleidt in te gaan, dat we de, verduurzamen van dit pand, dit schoolgebouw gaan versnellen. De voorzitter: Voldoende? De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ja, misschien is mijn, ik zat te twijfelen of ik moest blijven staan, of niet. Want mijn vraag was eigenlijk concreet van, als ik de tekst lees die al in de documenten staan die zijn bijgeleverd. Er staat volgens mij al letterlijk, dat deze school gaat verduurzamen en dat het college ook bezig is samen met die scholen, om er ook naar te kijken hoe dat allemaal kan vormgeven. Ik hoor nu in één keer praten over financiën. Volgens mij, hebben scholen geld zelf voor het dagelijks onderhoud en de gemeente doet zaken, die te maken hebben met nieuwbouw, vernieuwbouw en renovatie en dat soort zaken. Dus wat valt er nog op financieel gebied te versnellen dan? De voorzitter: De heer Jansen.
De heer Jansen: Ja, volgens mij, deze school, die heeft een subsidieaanvraag voor de, bij de Rijksoverheid ingediend om de boel aan te pakken. Maar dat is, blijven natuurlijk nog wel een paar opgaves over, waar wij ook een rol in kunnen spelen. Of in ieder geval, kunnen bespoedigen dat het versneld wordt aangepakt. De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik, dan blijft bij mij toch de vraag hangen, wat gaan we nog bespoedigen aan het bespoedigen? En wat kunnen we nog bespoedigen, waar we zelf geen financiële middelen voor vrij kunnen maken? Dat is misschien meer een vraag voor de wethouder. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Gaan we naar de zijde van het college. Ja? Wethouder Duursma. Mevrouw Duursma: Voorzitter, als we kijken naar de scholen aan het Andriessenplein hebben wij het afgelopen jaar een DUMAVA subsidie aangevraagd. En die is ook toegekend. Daarnaast, hebben wij de regierol opgenomen om naast verduurzaming, ook de noodzakelijkheden met betrekking tot groot onderhoud in beeld te brengen. En dat was nodig. Want zoals u misschien weet, heeft u vorig jaar een melding van ons gehad, dat de school een aantal dagen dicht moest of twee scholen moesten een aantal dagen dicht, omdat er problemen waren met de verwarming. Dat heeft wel gemaakt dat wij gezegd hebben, dit moet anders.
En dat heeft geleid tot een integraal advies over, hoe het Andriessenplein weer toekomstbestendig te maken met betrekking tot groot onderhoud. Onder andere de problematiek van de centrale verwarming. Verduurzaming, onder andere het type glas, plaatsen van cv-ketels, verwarming, warmtepomp. Alle, al dat soort zaken. Wat daar speelt is, dat schoolbesturen aan de lat staan van groot onderhoud. Daar is ook geen discussie over met de schoolbesturen. Wat wel een lastige is, is dat de schoolbesturen hier niet allemaal voor gereserveerd hebben. En dat wij op dit moment met partijen in gesprek zijn over, hoe we dit financieel kunnen oplossen. En daar denken wij met elkaar proactief in mee. Dus in die zin, lopen de vra… de zaken die de heer Jansen vraagt in deze motie, lopen allemaal al. En u krijgt daar zo gauw wij daar met elkaar de, een klap op kunnen geven en het eens zijn met, hoe doen we dit nu? Want de noodzaak aan het Andriessenplein is gewoon aanwezig, dan krijgt u daar van mij ook informatie over. En als we daar dan naar kijken, dan zeggen wij, omdat wij al deze zaken die u vraagt al doen en u daar ook begin volgend jaar antwoorden op krijgt en een, informatie over krijgt, achten wij deze motie niet nodig en ja, dus overbodig.
27 De voorzitter: Dank u wel. Reactie? De heer Jansen. De heer Jansen: Ja, weet je, deze discussie is ook al eerder deze raadsvergadering voorbijgekomen, he? Je kan het ook zien als welkome ondersteuning van beleid. Het is een beetje arbitrair, denk ik. Maar dat is het oordeel van het B&W. Dat is, dan moet ik ermee dealen, toch? De voorzitter: Ja, zo is dat. De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Dank u, voorzitter, ik heb nog één vraag aan de portefeuillehouder. Want ja, de motie wordt overbodig geacht. Maar stel dat we hem nu wel aannemen, dan blijft voor mij nog de vraag overeind, of er dan geschoven wordt in prioritering. Of, dat we andere lopende projecten voor de voeten gaan lopen. Dat weet ik niet. Mevrouw Duursma: Voorzitter, dat doet niets af aan de prioritering, zoals wij op dit moment in onze stukken hebben staan. De voorzitter: Oké, helder? Ja? Dan kunnen we gaan stemmen over het raadsvoorstel en daarna zullen we stemmen over de motie. Waarbij ik in eerste instantie vraag om stemverklaringen bij het raadsvoorstel. Iemand behoefte aan stemverklaring? Mevrouw Schmidt, ga uw gang. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Ik heb de portefeuillehouder in de laatste raadstafel al een compliment gemaakt over, hoe dit IHP tot stand is gekomen en dat het heel fijn is, dat alle scholen hier zo enthousiast aan mee hebben gewerkt.
Dus wij zullen instemmen met dit voorstel. Maar ik wil dit moment nog wel gebruiken, om aandacht te vragen voor de maatschappelijke organisaties. Want elke keer als er een school gehuisvest moet worden, moeten onze maatschappelijke organisaties die daar tijdelijk gehuisvest zijn, hun biezen weer pakken en naar de andere kant van de stad verhuizen dus. Ik weet, dat het niet bij deze portefeuillehouder ligt, maar ik wil het hele college nogmaals vragen om hier bij de nieuwe stichtingen van nieuwe scholen in Deventer, meer rekening mee te houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schmidt, voor uw stemverklaring. Andere stemverklaringen nog? Dat is niet het geval. Dan gaan we stemmen over het raadsvoorstel IHP. Raadsvoorstel is unaniem aangenomen. Dan gaan we nu over naar de motie. Is er behoefte aan stemverklaringen? De heer Van Wijk, ga uw gang. De heer Van Wijk: Ja, dank, voorzitter. Dankzij de antwoorden van de vraag van de heer Hoogenberg kunnen wij deze motie ook als ondersteuning zien van het belang. Gaat het prioriteren niet in de weg schoppen, dus zullen wij voorstemmen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Wijk. De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Dan voel ik me toch genoodzaakt om ook een stemverklaring af te leggen. Met de beantwoording die wij hebben gekregen, gaan wij tegenstemmen. Omdat het een overbodige motie is en we dit dus al doen.
Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Uitstekend. Beide kanten kan geredeneerd worden. Dan de heer De Niet. De heer De Niet: Ja, vanuit de ChristenUnie, wij waarderen de strijd voor duurzaamheid van de heer Jansen. Alleen ja, dit, we doen dit al, het verandert niets. Dus overbodig en zullen wij tegenstemmen. De voorzitter: Dank u wel. Geen verdere stemverklaring? Dan gaan we over tot stemming over de motie Verduurzaming onderwijshuisvesting. De motie is verworpen met 25 stemmen tegen en 13 stemmen voor. Voor hebben gestemd GroenLinks, D66, SP, DENK en Deventer Sociaal. Motie is verworpen.
28 Moties vreemd aan de orde 14.
Motie vreemd Doorwerking detailhandelvisie (GL)
De voorzitter: Dan gaan we nu wel over naar de moties vreemd. We beginnen met de motie vreemd Doorwerking detailhandelsvisie. Wie geef ik het woord? De heer Jansen. De heer Jansen: Voorzitter, het is alweer even geleden, maar bij een actueel sessie kondigde het college aan, dat ze de nieuwe aanvraag voor de supermarkt aan de Hoge Hondstraat ook ging weigeren. Tegelijkertijd, toen kondigde, vroeg ik aan B&W van, bent u ook voornemens om het hiaat in de lokale regelgeving te dichten? Dat werd meegenomen naar het college, maar er kwam niet echt iets, echt iets terug uit het college. Dus vandaar deze motie om te verkennen wat er mogelijk, wat de mogelijkheden zijn en wat er nodig is. Om een herhaling van de aanvraag van de supermarkt op een ongewenste plek, om dat te voorkomen. En om in kaart te brengen, wat daar de risico’s bij zijn. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jansen. Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ja, bedankt, voorzitter. En ook aan mijnheer Jansen, voor de toelichting. Wij zouden graag nog even de overwegingen van GroenLinks hierin willen meenemen. Vinden we, vindt de fractie van GroenLinks niet, dat we ons veel te veel met de uitvoering met deze motie eigenlijk bemoeien? Want dat was eigenlijk een beetje de gedachte, die onze fractie hierbij had. De voorzitter: De heer Jansen.
De heer Jansen: Dit is wel een voorbeeldje van enorm kaderstellende taak van de gemeenteraad. Onze regelgeving, die laat dus ruimte dat een supermarkt terwijl wij in de Detailhandelvisie de opmerking hebben gemaakt over, waar we supermarkten het liefst gerealiseerd zien, dat die Detailhandelvisie, dat die niet doorwerkt in de, in het bestemmingsplan bijvoorbeeld. Dus dat is wel corebusiness van de gemeenteraad om dat wel goed te regelen, lijkt mij. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ja, dank, voorzitter. Ja, misschien lees ik dan deze motie niet goed. Maar ik begrijp dan, dat eigenlijk de Detailhandelvisie mogelijk onvoldoende werkt zeg maar, zoals we dat voor ogen hebben. En om nu te inventariseren op welke plaatsen volgens de regels van het Omgevingsplan mogelijkheden zijn die, ja, dat weten we dan toch eigenlijk al. Wat moeten we hier dan al gaan inventariseren en wat gaan we dan eigenlijk daar dan vervolgens mee doen? Als we in uw woorden nu eigenlijk al weten, dat daar hiaten in zitten of, dat bepaalde dingen niet voldoende terugkomen. De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: De Detailhandelvisie werkt prima, alleen werkt niet door. En dat willen we met dit voorstel in kaart, voor ons neus krijgen. En dat we daarop gaan handelen, dat we dus de, het hiaat kunnen dichten.
Dat er niet op ongewenste plekken een aanvraag komt, die we eigenlijk niet kunnen weigeren. Het gaat bij de Hoge Hondstraat net goed, is de verwachting. Maar we moeten toch nu we dit weten, zou ik zeggen, daar moeten we ook iets mee doen met die kennis. De voorzitter: Akkoord. Dan de heer Evers. De heer Evers: Ja, dank u wel, voorzitter. Even los van het moment van deze motie. We zijn net druk bezig met die Detailhandelsvisie en bouwstenen en het herijken ervan. Maar op zich snap ik wel de inhoud van de, van deze
29 motie, dus laten we ook niet teveel in die procedure zitten. Maar wat wil de heer Jansen eigenlijk met de uitkomsten van deze motie? Want eigenlijk ga je op deze manier de plekken, die nog niet helemaal zichtbaar waren voor al die partijen die graag een plekje zoeken, op een presenteerblaadje aanreiken van, kijk eens, hier hebben we nog verborgen plancapaciteit. Wat gaan we doen met de uitkomst? De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Ik denk dat het college oud en wijs genoeg is om en verstandig genoeg is, om ons op een juiste manier mee te nemen in dat proces. De voorzitter: De heer Evers. Ja, het wordt steeds mooier met die kerstgedachte hè, maar mooi compliment voor het college. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, mijn vraag ligt wel in de lijn van die, van de heer Evers. Waarom heeft de heer Jansen niet gewoon een motie gedicht van, met een opdracht aan het college, ja, dicht de gaten? Om het zo maar eens te zeggen. Want nu vraagt de heer Jansen om een ja, om een onderzoek en meer informatie, verkenningen. Ja, is de opdracht niet gewoon, timmer de boel dicht? De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Ja, maar dat is toch aan de raad? Om het uiteindelijk dicht te timmeren. Dat is een bevoegdheid van de gemeenteraad. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ja, dat klopt, maar dan zou misschien de tekst van de motie, de opdracht kunnen zijn, kom met een voorstel om de boel dicht te timmeren. Dat zou dan misschien de juiste … De heer Jansen: Dank voor de tekstsuggestie. Ik zal hem de volgende keer volgens dat stramien tikken. De voorzitter: Ik zie een motie vreemd in de volgende raadsvergadering aankomen. Zullen wij naar de zijde van het college gaan? De heer Van Essen, wethouder Van Essen. De heer Van Essen: Ja, voorzitter, dank. Deze motie is prima uitvoerbaar, om het inzichtelijk te maken voor de gemeenteraad. Werd net inderdaad wel even gewezen op wat voor consequenties dat zou kunnen hebben, maar laten we daar niet op vooruitlopen. Dus het college kan deze opdracht uitvoeren. Kan wel zo zijn dat de uitkomsten daarvan, dat we die graag met u in een wat vertrouwelijke setting willen bespreken en dat het niet in een openbare raadsmededeling komt te staan. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ja, dank, voorzitter en ook dank van het college voor het delen van de overwegingen. Maar ik zou nog wel graag eigenlijk van het college ook de overwegingen willen hebben, of we hiermee dan ook die hiaten dicht kunnen maken, zeg maar. Want het roept nu eigenlijk niet op tot of hè, het aanpassen van beleid voor mogelijke onwenselijke ontwikkelingen in onze gemeente.
En dat was volgens mij wel het, de gedachte zeg maar of de reden, de aanleiding hiervoor. Dus ik vraag me wel af, wat zijn daar de overwegingen van van het college om dat niet nu ook te vragen? En hebben we daarvoor de exacte locaties eigenlijk wel nodig, die worden gevraagd in deze motie?
30 De voorzitter: De heer Van Essen. De heer Van Essen: Ja, voorzitter. Ik kan natuurlijk de aanleiding voor deze motie niet bepalen, maar die lijkt mij te liggen in een aanvraag aan de Hoge Hondstraat. Dus het gaat sec over supermarkten, dus die is begrijpelijk. Als u zegt van, op basis van een wat oudere Detailhandel- en Horecavisie, dicht de gaten no matter what, dan zou ik hier een ander advies hebben. Dan zou ik zeggen, negatief, we zijn met een proces bezig in het kader van de Omgevingsvisie, in het kader van bouwstenen. De heer Evers noemde het net al even. Maar sec even op de supermarkten, waar ook iets heeft plaatsgevonden natuurlijk rond de Hoge Hondstraat, daar kan het college voorstellen dat u zegt, daar willen we iets meer over weten, wat kunnen we daaraan doen? Dus in die zin, positief over de, over deze formulering. De voorzitter: Oké. Dan komt er ook een … Begrijp ik het goed, dan komt u ook met een voorstel wat dan het advies zou zijn om het, de gaten te dichten, al dan niet te dichten? De heer Van Essen: Ja, voorzitter. De motie vraagt ook om welke mogelijkheden zijn, om daar wat aan te doen. Dus, ja. De voorzitter: Uitstekend, voor de helderheid. Ja. Is er behoefte aan een stemverklaring over deze motie? Mevrouw Zieverink.
Mevrouw Zieverink: Voorzitter, ja, de fractie van Deventer Belang zal tegenstemmen, omdat wij ons afvragen of we hiermee wel invulling gaan geven aan, wat eigenlijk de gedachte daarachter is. Namelijk, dat er werkelijk waar een hiaat in het beleid zit. Wij gaan liever dan dichttimmeren, in plaats van dat we nu precies weten op welke locaties mogelijk een supermarkt zou kunnen komen. De voorzitter: Ook voor een stemverklaring, de heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Ook de VVD zal tegenstemmen. We denken, dat de bouwstenen nog niet compleet zijn en dat het beter daarin mee, meegenomen kan worden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Evers. De heer Evers: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, volgens mij, kun je met deze motie op die manier wel verschillende kanten uit. Ook als CDA denken we, we zitten midden in een proces, maar het kan geen kwaad om dit op dit moment in kaart te brengen. Laten we die uitkomsten meenemen in de bouwstenen die we gaan vaststellen, dus wij zullen voorstemmen. De voorzitter: Dank u wel voor uw stemverklaring. Verder geen stemverklaringen? Dan wacht ik even tot de heer Evers ook zijn pasje weer, ja. Dan gaan we over tot stemming over de Doorwerking detailhandelsvisie. De motie is aangenomen met 21 stemmen voor en 17 stemmen tegen. Tegen hebben gestemd Gemeentebelang, VVD, Deventer Belang, DeventerNu. Motie is aangenomen. 15.
Motie vreemd Een liberaal, veiliger en rechtvaardiger coffeeshopbeleid (D66)
De voorzitter: De volgende motie is de motie vreemd Een liberaal, veiliger en rechtvaardiger coffeeshopbeleid. Aangezien dat mijn portefeuille is, zal de heer Donkers de vergadering voorzitten. Voorzitterswissel naar: de heer Donkers. De voorzitter: Wij gaan verder met de motie vreemd Een liberaal, veiliger en rechtvaardiger coffeeshopbeleid, ingediend door D66. De heer Akdemir zal de motie, zijn motie toelichten.
31 De heer Akdemir: Dank u wel, voorzitter. De ingediende motie richt zich tot het onderzoeken en daarmee het alvast meegeven van enkele accenten voor het nieuwe beleid voor coffeeshopvergunningen in 2027. Waar loting momenteel centraal staat, stelt die motie voor om over te stappen op een systeem, dat exploitanten selecteert op basis van zorgvuldig gedefinieerde kwaliteitscriteria. Dit zorgt voor meer grip en controle op de selectie van de exploitanten. Daarnaast, wordt met deze motie ook aandacht gevraagd voor het invoeren van jaarlijkse evaluaties, waarmee we dus de veiligheid en integriteit in de stad kunnen waarborgen. Om nog het geheugen op te frissen. Een expert heeft zich vorige maand natuurlijk tijdens de inspraak bevestigend uitgesproken over deze motie en waardevolle inzichten gedeeld met ons in de raad. Dit onderstreept dan ook het belang van deze motie. Tot slot, voorzitter. Deze motie wordt ingediend door de VVD en de SP. Dank u wel. De voorzitter: Behoefte aan vragen? De heer Van der Linde, aan u het woord. De heer Van der Linde: Ja, dank u wel, voorzitter. Doorgaans moet je niet bij het CDA zijn als je het over coffeeshops hebt, maar CDA Deventer is niet tegen coffeeshops. Maar wij vinden wel, dat de overheid beter grip moet krijgen op coffeeshops en daar dient deze motie voor. Dus dat vinden we positief.
We hebben wel een probleem met het vierde bullet van de motie, waarin gesproken wordt over een vijfde coffeeshops, coffeeshop. CDA Deventer vindt vier coffeeshop wel voldoende. We moeten niet het cannabiscentrum van Overijssel en Gelderland worden hier in Deventer, dus vier vinden we wel voldoende. Kunt u overwegen om die vierde bullet weg te halen, mijnheer Akdemir? De voorzitter: Stilte in de zaal, alstublieft. Dan gaan we naar de heer Akdemir voor de beantwoording op de vraag. De heer Akdemir: Ja, dank u wel, voorzitter. Een interessant inbreng door mijn collega mijnheer Van der Linde. Ja, ik denk niet, dat dit … Allereerst, ik wil even van de hand wijzen, dat ik die gedachte omarm. Dat moeten we zeker niet zijn in Nederland. Maar ik denk ook niet, dat dit momenteel het gepaste moment zijn om nu echt stelling te nemen. Volgens mij, moeten we in deze raad op basis van wetenschappelijk onderzochte informatie besluiten nemen. Dus ik denk dat het goed is, dat we dit eerst uitgezocht krijgen en dan pas onze politiek oordeel vellen in 2027. Dat zou misschien de betere route zijn. De voorzitter: Mijnheer Van der Linde. De heer Van der Linde: Ja, dank u wel. Ik ben benieuwd, wat de burgemeester vindt van een eventuele vijfde coffeeshop in Deventer. De voorzitter: Ja, zullen we, de portefeuillehouder. Mijnheer Kleine Schaars, aan u het woord.
De heer Kleine Schaars: Ja, de avond wordt steeds leuker, voorzitter. Een prachtige inbreng van het CDA ook. Gaan we eens even flink over nadenken. Volgens mij, volgt daar nog wel een hele interessante discussie over, vier of vijf of, dat we het wiet- of cannabiscentrum van Overijssel … Ja, heel bijzonder. Deze motie kun je eigenlijk gewoon niet tegen zijn. Sterker nog, Deventer heeft eigenlijk laten liggen, wat het al heel lang moeten doen. Mijnheer Akdemir en ik hebben erover gesproken. Eigenlijk had dit al lang in de uitvoering moeten zitten. En we zitten nu eigenlijk door misschien wel vertraagde uitvoering en problemen bij een coffeeshophouder die overleden is, dat we nu zeg maar eigenlijk in de problemen komen. Dus we hopen, dat dit met deze motie wordt aangenomen en dat het college dit in de versnelling brengt. De voorzitter: Dat is een constatering of een opmerking, geen vraag. We gaan naar mijnheer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Dank u wel. Ik heb twee vragen. Er wordt in de motie gesproken over een jaarlijkse rapportage. We vroegen ons af, wat dit toevoegt? En als er een negatieve evaluatie uit zou komen, of dat dan zou betekenen dat de vergunning direct ingetrokken zou moeten worden?
32 De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter, dat laatste gaat wel heel ver. Er moet wel heel veel aan de hand zijn, dat het college dat overweegt, een besluit. Een veiligheidsrapportage hebben we natuurlijk al jaarlijks hè? Dus die informatie zou je daar heel prima en gemakkelijk in kunnen integreren. Wanneer wij het rapportage ontvangen, kunnen we dat ook monitoren op die manier. Kijk, op het moment dat er een exploitant is en die schrijft zich in, die heeft natuurlijk een set van documenten die ze inleveren. Alleen, we monitoren niet hoe, in hoeverre zij die opvolgen. En ik denk dat dat kijk, in Deventer is het, het is niet vanzelfsprekend, dat het op deze manier momenteel goed gaat. In andere steden gaat het, hebben we ook andere casussen gezien. Ik denk, dat het goed is in de toekomst juist deze informatie al systematisch mee te nemen in onze raadsinformatie, dat we ook kunnen monitoren en het college ook in staat stelt, om daarop te handhaven. De voorzitter: Vervolgvraag, mijnheer Diepenhorst? De heer Diepenhorst: Ja, een tweede vraag, ook over de vijfde vergunning. Een vraag, hoe u zich dat voorstelt. Gaat, het gaat niet alleen om het inwonersaantal, neem ik aan. Dus welke elementen zouden in zo'n verkenning meegenomen moeten worden, heeft u daar een idee over? De voorzitter: Mijnheer Akdemir.
De heer Akdemir: Voorzitter, ik kan best voorstellen dat er ook specifieke criteria zijn, die wellicht van belang zijn hier. Ik zou het antwoord verschuldigd moeten blijven. Maar dat is ook, daarom is het alleen maar goed denk ik, om dit uitslag te krijgen. Wij moeten denk ik, op basis van informatie die we krijgen van het college een besluit kunnen nemen als, of dan wel we een vierde of vijfde nodig hebben. Maar goed, die discussie moet je denk ik, later voeren. Daarom neem ik op dit moment geen hele stellige positie in nu. Laat het college maar, gewoon het laten uitzoeken dan. De voorzitter: Dan, mijnheer De Niet. Aan u het woord. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de ChristenUnie heeft, snapte, kan best een stuk met de heer Akdemir ook meegaan. In de reden hè, dus de, met name de aanleiding en de reden. Ik heb ook de inspreker vorige keer, die heeft ons allemaal denk ik, ook wel benaderd, ook gesproken. Ik begrijp de onderbouwing en de behoefte aan ja, betere selectiecriteria. Die snappen wij heel goed. En dat punt kunnen we ook wel steunen. Er zitten twee andere punten in het dictum, dus met name die vijfde coffeeshop. Maar ook, daar hebben we moeite mee, maar ook met, de jaarlijkse evaluatie. Dat zijn dingen wat ons betreft, die ook thuishoren eigenlijk in een bredere evaluatie van het coffeeshopbeleid.
Die volgens mij, in het voorjaar gaat plaatsvinden, waar we dan die afweging zouden moeten maken. Dus volgens mij is daar gewoon, wat ons betreft is er meer, heb ik daar meer behoefte aan, meer informatie, meer achtergrond en een goed gesprek over, om die afweging goed te maken. En ten slotte, en dan misschien een verzoek om daarin … De ChristenUnie kan niet stemmen voor een, wel stemmen voor een, wellicht een veiliger coffeeshopbeleid, maar een liberaler coffeeshopbeleid. Een rechtvaardiger coffeeshopbeleid vind ik wat moeilijk, omdat een rechtvaardig coffeeshopbeleid volgens mij is dat alle coffeeshops sluiten. Dat is het enige wat, als ik die twee dingen in één zin wil, zou plaatsen dan lijkt het om dat, de enige oplossing. Dus die, is misschien een concrete vraag, wat maakt volgens u dan dit voorstel rechtvaardig? De voorzitter: Mijnheer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter, ik zal een situatie aanhouden, wat in het verleden gewoon heeft plaatsgevonden wanneer de loting bijvoorbeeld in 2018 geloof ik, of 2017 plaatsvond. Daar zag je het volgende gebeuren. Er waren meer dan 400 participanten in die loting en mensen hebben echt met familieleden en vrienden, kennissen, met iedereen erop en eraan aangemeld voor de loting, om maar het winnende lot te verkrijgen. Omdat het runnen van
33 een coffeeshopbeleid nu eenmaal heel lucratief is. Dat vind ik niet rechtvaardig in de zin dat, er zijn ondernemers die echt wel hart hebben voor de veiligheid, het standhouden van veiligheid en het en daar ook de verantwoordelijkheid in te nemen. Dus de rechtvaardiging, u vindt hem, in dat context duid ik hem eigenlijk. En ik weet niet wat de tweede vraag was, maar volgens mij geeft dat voldoende antwoord op de vraag van mijnheer De Niet. De voorzitter: Mijnheer De Niet blijft zitten, dus ik vermoed dat dat het geval is. Wie was eerst? Weet ik eigenlijk niet. Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Ja, dank u wel, voorzitter. Vraag aan de indiener. Ik zal eerst even een aftrap doen. Wat de PvdA betreft, als we het dan hebben over de titel van uw motie, liberaal, rechtvaardig en veilig. Wat ons is liberaal, wat ons betreft, als we kijken naar ons huidige systeem. Door eerst te beginnen met een loting ben je ontzettend liberaal en daarmee creëer je een gelijk werkvlak zeg maar voor iedereen, voor alle mogelijke geïnteresseerden. En veilig, dat gebeurt wat ons betreft door de toetsing, zoals die in heel veel gemeentes ook gebeurt, daarna, die daarna op volgt. Kunt u mij nog een keer proberen uit te leggen, waar uw motie nu het liberaler, veiliger en rechtvaardiger maakt? De voorzitter: Mijnheer Akdemir. De heer Akdemir: Dank, voorzitter. Mevrouw Eekhuis heeft ook helemaal gelijk.
Een loting zou heel liberaal zijn, omdat iedereen een kans heeft op het winnende lot. Ik zeg ook niet daarom, het is liberaler, maar het is liberaal. Volgens mij, moeten we een goede balans vinden daarin. Dus eigenlijk moet ik spreken over gecontroleerde vorm van liberalisatie. Kijk, als we, iedereen kan nog in principe deelnemen. Ik denk, dat we ook concurrentie moeten stimuleren. Maar dat kan niet als iedereen op voorhand zonder dat wij die voortoetsing doen, op die manier regelen. Ik denk dat het goed is, dat eerst een, kwaliteitscriteria vooraf wordt getoetst. En dan kan je besluiten en kan het college wellicht met een voorstel komen. 2027 moeten we dan de loting plaats laten vinden voor al die partijen? Dan heb je hem weer te pakken. Of, moeten we echt op basis van kwaliteitscriteria werken en echt de beste partij uitkiezen? Volgens mij, is dat een zoektocht voor het college. En deze motie richt zich puur sec op het onderzoeken daarvan en alvast wat accenten mee te geven. Gezellige boel met de kerstsfeer. Ja. Voorzitter. De voorzitter: Het is een gekke avond. Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel, voorzitter. Ja, daar, ik, mijn volgende vraag is dan toch … In uw tweede dictum als ik het, doe ik het even uit mijn hoofd, want ik heb hem niet meer teruggelezen net.
Maar vraagt u toch en dat geeft u nu eigenlijk ook of geeft de indiener nu eigenlijk ook aan, voorzitter, is toch een toetsing vooraf? Dan hebben we het dus over ontzettend veel aanvragen. Wat natuurlijk ook want dat hè zoals u al zei, uiteindelijk zijn het er 200 geworden in de vorige sessie. Dat zijn dus 200 aanvragen, die getoetst moeten worden. En uiteindelijk zitten erin de criteria zoals die nu gebruikt worden, is dat een landelijke norm. Daar zitten ook die nou, die afkorting in uw, daar staat hij, AJOG-criteria of zoiets, die zitten daar ook al in. Dus bent u nu bang, dat die ontzettend veel werk verschaft voor de ambtenaren op criteria, die reeds nu er ook al in zitten? De voorzitter: Mijnheer Akdemir. De heer Akdemir: Dat is een terechte en goede vraag van mevrouw Eekhuis, voorzitter. Het klopt, dat deze al geregeld zijn in de Opiumwet. Alleen, dat maakt het niet overbodig. Dit zijn de minimalen, hè. En wat ik eigenlijk pleit met deze motie om te onderzoeken, hoe kan je ervoor zorgen dat deze criteria landen in bijvoorbeeld zo’n ondernemingsplan? Hoe gaat de ondernemer ervoor zorgen, dat dit plan zich onderscheidt van andere, waardoor je een betere inschrijving krijgt? Eigenlijk, zoals we dat ook doen met aanbestedingen. En daarnaast, ja, het college is al bezig met enige vorm van liberalisatie, voorzitter. Want als je kijkt naar het oude beleid, dan hadden
34 we een vergunningverlening van één keer in de tien jaar en dat wordt nu twee keer vijf jaar. Dus het college is al daarmee bezig en ik denk, dat dit eigenlijk een goede richting is in die, in dat opzicht. De voorzitter: Mevrouw oh, mevrouw Eekhuis? Mevrouw Eekhuis: Ja, laatste vraag, voorzitter. Ik constateer, dat wij een andere opvatting over liberaal hebben. Mijn laatste vraag is aan de portefeuillehouder gericht. Namelijk, het enige punt wat, waar ik wel in geïnteresseerd ben, in een gesprek over de eventueel wel of niet een vijfde coffeeshop in Deventer. Het is ons niet helemaal duidelijk, waarom er tot vier is besloten? Dus ik zou, ik vraag bij dezen de portefeuillehouder, of die dat gesprek misschien in de toekomst wil toezeggen. De voorzitter: Ja. Ja, dat is wel zo’n vraag, die ook al gesteld was door mijnheer Van der Linde. Ja? De heer Akdemir: Ja, voorzitter, tot slot. Ik wil toch duiden. Volgens mij, moet de discussie over inhoud gaan. What’s in a title, zou ik zeggen. Zelfs als de SP al mede-indiener is, waarvoor heel veel lof, het moet om inhoud gaan. En ik denk dat dit, deze motie echt onze stad veilig gaat maken op lange termijn. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik sla even aan op het woord, veilig. Misschien is deze vraag meer voor de portefeuillehouder dan voor D66.
Maar op basis waarvan, wilt u het coffeeshopbeleid in Deventer veiliger maken? Veiliger maken. Heb, heeft u aanleiding om te denken, dat dat nu niet zo is? Dat zou ik dan ook wel graag van de portefeuillehouder willen horen. De voorzitter: Mijnheer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter, volgens mij heeft de expert heel veel hierover gezegd ook. Het is van, geen vanzelfsprekendheid dat het nu goed gaat. Maar het had ook net zo goed kunnen zijn, dat we een ondernemer hadden die de zaakjes niet op orde had en dan hadden we een andere discussie hier. Dit is preventief. En ik ben ook heel benieuwd, wat het college hierop te zeggen heeft dan. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, voorzitter. Ik ga ervan uit, dat als uit de vorige loting een ondernemer gekozen was, die zich niet aan de regels houdt of die dingen doet die niet kunnen, dat er dan gewoon ingegrepen wordt. Ik sta niet bij voorbaat negatief tegenover uw motie. Maar ik ben wel benieuwd van, waar bent u dan naar op zoek? Want ik hoor, van heel veel collega's hoor ik al dingen die al meegenomen worden. Dus ik ben eigenlijk een beetje op zoek naar het vernieuwende. De voorzitter: Mijnheer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter, bij loting heb je natuurlijk de risico, dat er een winnend lot wordt toebedeeld aan iemand die nul ervaring heeft met het runnen van een coffeeshop.