CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-12-18 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer 18 december 2024

Raadsvergadering 18 december 2024, gemeente Deventer29.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

En dat is ook gebeurd bij een specifieke coffeeshop, ik wil geen namen noemen. Maar moet u eens die persoon vragen, hoe dat proces is gelopen. Die jongen heeft twee jaar, zaten allerlei mensen aan hem te trekken en die kon dat op dat moment volgens mij, ook niet dragen. En dat zie ik als een problematisch, problematische situatie. Ik denk, dat je aan de voorkant gewoon met de goede partijen nou ja, het moet gaan faciliteren. Ik denk, dat dat juist kan leiden tot ja, de onveiligheid, zou ik zeggen. De voorzitter: Goed.

35 Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dan wacht ik de reactie van de portefeuillehouder af. De voorzitter: Wat doen we? Nu ga ik echt eerst naar mijnheer Kaya en daarna mijnheer De Niet. Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik als gentleman laat altijd vrouwen voor, dus wat dat betreft. Vraag richting, nu even zonder gein. De indiener, die heeft een oproep, doet eigenlijk een oproep om te gaan onderzoeken, of er een vijfde coffeeshop zou moeten komen. En ik denk, dat hij dan refereert naar de informatie die wij vorige maand hebben gekregen van de inspreker, die het had over per 20.000 inwoners een coffeeshop erbij. Betekent dat dan ook, als we dan een in plaats van 120.000 straks 140.000 inwoners hebben, dat er een zesde coffeeshop moet, zou moeten gaan komen? Of in ieder geval, onderzoek daarna zou moeten komen? Dat is wel een vraag, wat bij DENK wel heerst. De voorzitter: Mijnheer Akdemir, wat doen we als we 140.000 inwoners hebben? De heer Akdemir: Voorzitter, volgens mij moet je onderzoeken. Eerder werd ook in het debat gesteld hè, wat zijn dan nog de andere elementen die je eventueel nog kan meenemen? Dus dat is één. En twee is inderdaad, je kan ook, de verwachte groei van Deventer is al bekend hè? Dus het is ook niet zo, dat we in tien jaar opeens 150.000 inwoners hebben hier in Deventer. Dat is volgens mij niet realistisch.

Dus ik denk, de kans dat er een zesde coffeeshop komt, is wel heel nihil. Wellicht niet in onze levensjaren, zou ik zeggen. De voorzitter: Dat verschilt per persoon in deze zaal. Politieke levensjaren, wellicht. De heer Akdemir: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Akdemir. De heer Akdemir: En nog vergeten te duiden. Op dit moment hebben we al ruimte voor vijf coffeeshopvergunningen. Laat dat even duidelijk zijn. Het college heeft vier verleend, maar er is nu in principe al ruimte voor vijf. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter, dan heerst dan nog steeds bij mij de vraag, waarom wil je het dan laten onderzoeken als er dan alsnog voor die vijfde al bij wijze van door het beleid wordt gekozen? Dus waarom moet daar nog in de bullet staan, om te gaan kijken naar een vijfde coffeeshop? Ik denk, dat die eruit kan, dat dat niet hoeft. Kijk, wij als DENK zijn meer voorstander van ontmoedigingsbeleid op drugs betreft. En er zijn ook allerlei ontwikkelingen landelijk om het ja, om ervoor te zorgen, dat het zeg maar vanuit de gemeente wordt geregeld. Maar dat is toekomst kijken. Ik wil graag van de portefeuillehouder weten, voorzitter, of hij het ermee eens is, dat we het eigenlijk moeten ontmoedigen, dan wel een vijfde of een zesde coffeeshop in Deventer moeten gaan toestaan. De voorzitter: Oké. Mijnheer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter.

Ja, ik hoorde de indiener zeggen, what’s in a name, bij de motie. Ja, dat, die naam, die doet, die vlag moet de lading dekken om het zo maar eens te zeggen. En daar toch een verzoek om te overwegen, ook omdat andere fracties dat ook wel inbrachten. Ja, schrap in ieder geval dat woord liberaal en schrap het woord rechtvaardig. Het gaat echt om de veiligheid, volgens mij. Dat is de kern ook van, wat ook het aanpassen van die loting beoogt. Want inderdaad, dat geeft u terecht aan is dat het, de criminaliteit ligt hier namelijk om de hoek. En dat heeft natuurlijk met het, de kronkel van het software beleid in Nederland, dat besef ik heel goed.

36 De voorzitter: Mijnheer De Niet. Ik stel voor gezien de tijd, dat we niet net zoals dat mijnheer Kaya en een aantal anderen deden, het hele softdrugsbeleid sinds de Tweede Wereldoorlog dat gaan bespreken. Als daar behoefte aan is, dan stel ik voor dat we dat bij de borrel doen en dat we ons nu focussen op het dictum van de motie. De heer De Niet: Maar het gaat wel over, als het gaat over recht, als dat mag, voorzitter, gaat het wel … Als criminaliteit bij betrokken, dan is rechtdoen criminelen opsluiten, volgens mij. Dus daar zit wel de worsteling. Dus mocht u bredere steun willen en ook de ChristenUnie meekrijgen, dan zult u in ieder geval de titel en ook in ieder geval het laatste bullet moeten schrappen. De voorzitter: Dit kan mijnheer Akdemir ter overweging meenemen. Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik ga toch de indiener als mede-indiener een beetje bijvallen. Voor ons was de titel overigens juist wel een goede motivatie om mee in te dienen, want en liberaal en veiligheid. Wij misten alleen even de bitterbal, maar dat tot daaraan toe. Wat we gaan doen en waarom dit wel degelijk heel liberaal is, is gewoon op kwaliteit eerst selecteren. En dan gaan, dus mensen die het ook echt aankunnen om zo'n coffeeshop te runnen, wat we met zijn allen willen en moeten willen. En dan pas een, als het nog nodig is een loting toepassen.

Volgens mij, precies wat we willen. Overigens over en over de vijfde coffeeshop. Ja, die is al mogelijk ooit met de PvdA heel hard voor gepleit ook, om die mogelijkheid open te houden. Dus onderzoeken om die in te zetten, lijkt me niet meer dan terecht nu. De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil even terugkomen, twee dingen. Maar ik kom eerst even terug op de, een eerdere opmerking van de indiener over, dat iemand een gelukkig lot heeft getrokken. Ik denk, dan heb, voel ik toch wel weer sterk de behoefte om even uit te leggen, dat het lot alleen maar bepaalt wie het eerst wordt behandeld. Daarna zijn er negen indieningsvereisten die allemaal, waar allemaal aan voldaan moet worden. Dus dat lot, gelukkige lot op die manier bestaat hier niet. Degene die er doorheen komt is geschikt. De loting bepaalt alleen de volgorde. En dan het tweede punt is toch de 200 aanvragen, die vorige keer open bleven in de volgorde zo die je hem nu aanbrengt, moeten die, al die 200 behandeld worden. Ik wil toch ook echt even aan de portefeuillehouder bij deze vragen, hoe die dat ziet voor de werkdruk met zijn ambtenaren. De voorzitter: Daarvoor gaan we naar het college. De heer Akdemir: Ik zou toch een reactie willen geven, voorzitter. De voorzitter: Oh, mijnheer Akdemir. De heer Akdemir: Ja, kijk, ik noem het gelukkig lot, want het is een loting.

Dus iemand mag zich gelukkig prijzen, als die één van de 400 wordt. Het is geen, trouwens geen 200, maar 400. En ik zou ook de volgende situatie aan mevrouw Eekhuis willen voorhouden. De voorzitter: Nee, maar ik stel voor … Volgens mij, hebben we hier echt voldoende over gesproken en wil ik nou eindelijk naar het college gaan, omdat er best een aantal vragen bij het college liggen. Dat het denk ik, goed is voor de duiding van deze motie als het college ook de ruimte krijgt. Portefeuillehouder König, aan u het woord. De heer König: Voorzitter, dank u wel. Dat is interessant om de discussie te volgen. Ik had aangekondigd, dat we in het eerste kwartaal van volgend jaar een evaluatie zouden doen. Maar u bent al volop bezig met het evalueren van het coffeeshopbeleid. En ik wil, een paar kanttekeningen. Het, in de eerste plaats ben ik ook niet zo gelukkig met de titel van de motie. Want het suggereert dat het, nu even los van het liberale, dat laat ik even in het midden. Maar dat het nu niet veilig of niet veiliger, in ieder geval veiliger kan en ook rechtvaardiger kan. Terwijl, het maakt eigenlijk niet zo heel veel uit. Het huidige systeem is, we loten eerst, dan krijg je een grote lijst. En

37 vervolgens moet inderdaad zoals mevrouw Eekhuis aangeeft, iedereen die het hoogste nummer heeft gekregen, die mag beginnen met uit te leggen dat die ook aan alle inhoudelijke vereisten kan voldoen. Lukt ie dat niet, gaan we naar nummer twee. Dat is op zich qua werkhoeveelheid voor de gemeente minder werk, dan de omgekeerde volgorde. Want dan moeten we al die inhoudelijke plannen eerst beoordelen en daarna heb je toch het risico, dat je alsnog moet gaan loten, omdat alle, een deel van dat gezelschap allemaal aan de vereisten voldoet. Dus of het nou linksom of rechtsom, het maakt in de praktijk niet zoveel uit. De ene is wat meer werk. De andere kant is het wel zo, dat je misschien beter kan beginnen met eerst gewoon de inhoud centraal te stellen. Maar dat zou ik nou juist zo graag het resultaat willen laten zijn van een inhoudelijke evaluatie, die we hebben aangekondigd in het eerste kwartaal van 2025. Dan kunnen we kijken, hoe loopt het in de praktijk? Hoe zijn de ervaringen van andere gemeenten? Is het inderdaad beter om eerst naar de inhoud te kijken en dan eventueel nog te moeten loten, als je verschillende bedrijven hebt die aan de vereisten voldoen? Dat zou dan onderwerp van de evaluatie zijn. Dan zou ik ook hiermee terugkomen. Ik kan wel uit de voeten met de motie, dat is het probleem niet. Maar dus de titel, daar heb ik al wat aarzelingen bij.

En bovendien een aparte jaarlijkse, wat u, de indiener, voorzitter, geeft wel even aan van, ja, nee, maar kan onderdeel zijn van de evaluatie of de jaarlijkse Voortgangsrapportage Veiligheid. Maar als je het dictum leest dan staat er, dat er eigenlijk een aparte evaluatie moet komen, apart voor coffeeshop. En dat was ik eigenlijk niet van plan. Ik vind het prima om een hoofdstukje of een paragraaf coffeeshopbeleid op te nemen in de jaarlijkse voortgangsrapportage. Maar ik wou niet ieder jaar gaan evalueren. Is ook helemaal geen aanleiding voor, want dat gaat in de praktijk eigenlijk heel aardig. Dus waarom zouden we nu heel veel tijd en capaciteit besteden aan een inhoudelijke evaluatie ieder jaar? Het is gewoon goed. Beleid is inmiddels best een aantal jaren oud, dus het is ook groot goed om er nu met elkaar naar te gaan kijken. Dan kunnen we kijken, wat is de meest prettige en zorgvuldige werkwijze? En daar kan best uitkomen, dat we de huidige systematiek gaan verlaten en dat we tot een andere werkwijze komen. Maar laten we goed kijken hoe dat, ervaringen zijn bij andere gemeenten. Dan even de discussie over de vijfde coffeeshop. Er zijn er nu vier. Als je kijkt naar de omliggende gemeenten, Zutphen heeft er drie, Zwolle heeft er vier, dan is vier best een redelijk aantal. Maar ook dat is wat mij betreft, onderwerp van evaluatie.

Dus de vraag, is dit voldoende, zou het goed zijn om een eventuele vijfde te openen? Lijkt mij een uitstekend onderdeel van de evaluatie, die we van plan zijn te gaan nemen. Ik denk, voorzitter, dat we, het goed zou zijn om in alle rust te evalueren, dan hier terug te komen en te kijken of er sprake moet zijn van aanpassing van het selectiebeleid tot, de manier waarop we tot een selectie van de coffeeshop komen. En ook de vraag, of er een vijfde coffeeshop bij zou moeten? Ja, dan nee. Daar wou ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dus wat is de constatering van het college? De heer König: Ja, dat de motie in de huidige vorm met name rondom dat punt van die werkwijze oh nee, sorry, de jaarlijkse evaluatie zou ik het dictum wel graag aangepast zien. Verder, kan ik op zichzelf uit de voeten met de motie. De voorzitter: Dank, mijnheer König. Eerst een reactie van de indiener, mijnheer Akdemir. De heer Akdemir: Ja, dank, voorzitter. De portefeuillehouder laat, zet me aan het denken. Want inderdaad in mijn beleving is het woordje veilig, binair. Dus het is of veilig, of het is niet veilig. Het woordje veiliger duidt inderdaad, dat wellicht het huidige beleid niet ja, goed, veilig zou zijn. Dus ik denk, dat de portefeuillehouder daar een goed punt raakt. Dus ik zal dat zo meteen nog aanpassen. Wat betreft dictum.

Ja, volgens mij, bedoelen we hetzelfde, we willen hetzelfde bewerkstelligen. Dus ook dat zal ik, ik zal toezeggen om dat dan aan te passen. Dus ik ben heel blij met dit positief advies. De voorzitter: Dank. Kijk, wordt het toch nog laat. U doet het uzelf aan. Mijnheer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Dank u wel, voorzitter. Nog even als reactie van de portefeuillehouder. De inspreker de vorige keer gaf duidelijk aan, dat bij een beleid waarbij er zeg maar geen loting is maar eerst gekeken wordt, er

38 maar zo weinig aanvragers overblijven, dat de hoeveelheid werk eigenlijk toch best wel heel gering is. Maar nu hoor ik in het antwoord van de portefeuillehouder wat anders, dus daar wil ik misschien toch nog iets meer duidelijkheid over. De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer König: Voorzitter, het kan meevallen. Dat is terecht, dat de heer Diepenhorst daarop wijst, maar ik kan het gewoon niet zo goed overzien. Dat is de reden, waarom ik graag bij een aantal andere gemeenten die inmiddels hier ervaring mee hebben, dat eens even zou willen uitzoeken. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de indiener. Ik heb de portefeuillehouder tussen de regels door toch wel horen pleiten voor ja, in ieder geval aanhouden van deze motie, totdat er een evaluatie begin volgend jaar komt. En ja, ik wil dat pleidooi eigenlijk wel ondersteunen. Want voor mijn gevoel, doen we dingen nu in de verkeerde volgorde. Uit die evaluatie kunnen namelijk ook ja, er zal geen verschil verstaan, geen verschillen ontstaan over wel of niet loten, maar er kunnen natuurlijk wel degelijk andere dingen uitkomen. Die misschien maken, dat wij in Deventer een andere afweging willen maken. Dus de vraag is, waarom nu met stoom en kokend water deze motie? Terwijl we eigenlijk een toelichting, een toezegging van de portefeuillehouder is over komend jaar.

De voorzitter: Mijnheer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter, op 11 juli heeft de raad, is de raad geïnformeerd over de beleidsregel aanvraag en selectieprocedure coffeeshops. D66 heeft op 26 augustus schriftelijke vragen daarover gesteld en op 15 oktober hebben we antwoord van het college ontvangen. Dus dit proces heeft in mijn beleving zes maanden geduurd al, dus het is niet met stoom en kokend water. Ik denk dat het in lijn is met ja, goed. En gelet op, dat dit al de tweede keer is dat de loting nu plaatsvindt he, had ik in ieder geval sterk de behoefte om deze motie nu al in te dienen. Bij de eerste keer dat de loting plaatsvond heerste al het sentiment, dit gaan we anders doen, maar toch zitten we hier vandaag met de tweede loting. En ik denk, dat het goed is dat we nu als raad, deze signaal nu wel afgeven. De voorzitter: Mevrouw Schmidt, tot slot. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil niks afdoen aan het harde voorwerk, wat uw fracties hier allemaal al in voorbereidingen in heeft gedaan. Ik vind het ook vervelend, dat hij een keer doorgeschoven is. Maar ik hoor de portefeuillehouder nu echt de hand uitsteken en eigenlijk ook een beroep op u doen van, wacht hiermee totdat we die evaluatie gedaan hebben. De voorzitter: Nee, maar, dit is hetzelfde mevrouw Schmidt. En mijnheer Akdemir heeft daar antwoord op gegeven. Mevrouw Sipman.

Mevrouw Sipman: Ja, voorzitter, puntje van orde. Ik denk dat het goed is, om even te schorsen als indieners en even te overleggen. De voorzitter: Ja, maar ik maak eerst even het rondje af en dan schorsen we uiteraard, als u dat goed vindt. Mijnheer Obdeijn. De heer Obdeijn: Ja, dank u, voorzitter. Ja, ook wij van Gemeentebelang inderdaad vinden, gaan, kunnen op zich een heel eind met het voorstel van de heer Akdemir mee ingaan. Maar ook inderdaad, wat mevrouw Schmidt al zegt. We vinden het ook belangrijk, dat we straks niet het beleid van het college voor de voeten gaan lopen. Dus dat we inderdaad nu iets gaan beslissen waar we straks bij wijze spreken, misschien spijt van krijgen bij de

39 nieuwe vormgeving van het nieuwe beleid. Dus ook wij stemmen eigenlijk voor, om hem vast te houden tot volgend voorjaar. Of aan te houden, sorry. De voorzitter: Mijnheer Obdeijn, ja, het, aanhouden is uiteraard aan de indieners. Ik schors vijf minuutjes, heeft u… De heer Akdemir: Nog, kort nog even de reactie dan. Voorzitter, de motie beoogt om een onderzoek te, uit te voeren. Dus we besluiten hier alleen om een onderzoek te doen. En volgens mij past dat prima bij de behoefte, wat ook bij het college ligt. De voorzitter: We gaan vijf minuten schorsen. Vergadering is geschorst. Schorsing De voorzitter: Schorsing is opgeheven. Wij gaan naar de, het lid dat de schorsing heeft aangevraagd met een toelichting ongetwijfeld, op de gewijzigde motie vreemd. Mijnheer Akdemir, aan u het woord. De heer Akdemir: Ja, dank, voorzitter. Het zou natuurlijk fijn zijn, als wij het dictum in beeld kunnen krijgen, maar alvast daarop voorsorteren. We gaan dus niet meer voorsorteren op nieuw beleid. Dus de motie en de dictum zal meer gaan over, hoe de raad in positie kan worden gebracht en in relatie tot die evaluatie. Als het dictum zo meteen in beeld is, kan ik dat iets beter duiden. Ik, ze zijn hard bezig. De voorzitter: We gaan nog even schorsen, totdat de motie vreemd in beeld is en in het RIS is geplaatst. Dan kan iedereen er kennis van nemen en vervolgens, een standpunt bepalen.

Vergadering is geschorst. De motie staat in het RIS, dus u kunt hem nu allemaal lezen. Schorsing is weer opgeheven. We gaan verder met de vergadering. Het woord is aan de heer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter, u bent gewend dat ik wanneer ik een motie indien in deze raad, dat doe ik met heel veel zorgvuldigheid. En wat ik beproef is, dat deze manier van werken, dat we last minute allerlei aanpassingen doen, niet recht doet aan het onderwerp. Dit onderwerp is heel belangrijk. Ook op lange termijn voor onze stad, voor de leefbaarheid van onze stad. Dus ik ga deze motie aanhouden en terugkomen in het volgend jaar met een betere versie. En ik ga daarvoor een passender moment vinden. De voorzitter: Dank, mijnheer Akdemir. Dat betekent, dat we naar de volgende motie vreemd gaan. Dat betekent ook weer, dat u uw vertrouwde voorzitter terugkrijgt. Het, wachten even op mijnheer. Oké. Voorzitterswissel naar: de heer König. 16.

Motie vreemd Behoud basisschool Okkenbroek (Gb-CDA-D66-PvdA)

Mevrouw Te Boekhorst: Ik mag al beginnen van de voorzitter. Beste collega's, laatste vergadering van het jaar. En ik hoop dat u allen, wij zijn er allemaal vrijwel zeker van, dat we hier volgend jaar weer op ons stoeltje in onze mooie raadzaal mogen plaatsnemen. En dat gevoel van zekerheid is best fijn om mee de feestdagen in te nemen. De kinderen in Okkenbroek hebben dit gevoel van zekerheid helaas niet. Zij zitten samen met hun ouders en andere betrokkenen juist in een periode van grote onzekerheid. Onzeker, of ze volgend jaar in hun eigen dorp nog naar hun eigen basisschool kunnen. En als gemeente staan we voor goed onderwijs. Maar in de situatie van Okkenbroek staan wij niet aan het roer, ten aanzien van de bedrijfsvoering van de school. Want die verantwoordelijkheid ligt op het moment bij Stichting Varietas. Maar waar we wel verantwoordelijk voor zijn, is de leefbaarheid van het dorp. Gemeentebelang voelt zich daarom samen met de andere indieners CDA, D66 en PvdA, genoodzaakt, om de voorliggende motie in te dienen. Want het wegvallen van de school zou een enorme aanslag zijn op de leefbaarheid van het dorp en dat voelt voor ons onjuist. Met deze motie willen we nadrukkelijk

40 en hopelijk met uw steun raadsbreed, uitspreken voor het behouden van de school. We roepen het college op om dit met ons te delen. En brengen haar met deze motie in positie, om om tafel te gaan en zo te bekijken, hoe we samen de onderwijsfunctie in Okkenbroek kunnen behouden. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Te Boekhorst. Mevrouw Zieverink, ga uw gang. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Dank aan de indieners voor de toelichting bij deze motie. Wij vragen ons af of de indieners het met ons eens zijn, dat de onrust die u aan het begin beschrijft van hé, of wij volgend jaar nog wel op hetzelfde stoeltje kunnen zitten. In welke mate draagt deze nu bij aan meer zekerheid creëren? De voorzitter: Mevrouw Te Boekhorst. Mevrouw Te Boekhorst: Ja, terechte vraag, denk ik. We hebben ook echt wel in aanloop naar deze motie geworsteld met, hoe we hem zouden gaan invullen, want we kunnen ook geen valse verwachtingen gaan schetsen. Maar wij willen gewoon echt met deze motie steun geven aan alle inspanningen, die al gedaan zijn door het dorp. En ons nadrukkelijk uitspreken als voorstander. En hopen, dat juist door het college een positie te geven in het gesprek wat al gevoerd wordt, ja, kijken of we er samen met elkaar uit kunnen komen. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter.

Dus de indieners willen hiermee vooral een signaal afgeven en niet echt een probleem oplossen. Klopt dat? De voorzitter: Mevrouw Te Boekhorst. Mevrouw Te Boekhorst: Dat is een mooie aanname, maar die is niet helemaal juist. Nee, wij willen, het is zeker een signaal wat we willen afgeven en dat signaal willen we nadrukkelijk afgeven. Maar tegelijkertijd zien we ook echt waarde in het feit, dat het college zich kan gaan mengen in het gesprek. En we hopen, maar we kunnen geen garanties bieden, dat is ook de eerlijkheid om te zeggen. We hopen, om hiermee samen ergens te kunnen komen. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter. Het liefst had, hadden wij als DENK ook bij het rijtje willen staan met de indieners, of dan wel de mede-indieners. Maar onzes inziens gaan wij niet over het behouden van een school of het sluiten van een school. Want ik heb niet echt een vraag voor de indiener, maar wel richting de wethouder. Gaan wij dit überhaupt kunnen oplossen als gemeenteraad? Of zegt het college van, ja, wij kunnen hier niks mee? De voorzitter: Die vraag gaan we aan het college voorleggen. De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik, wij ondersteunen van harte ook hè. Dus ik denk dat het goed is, om ook het dorp een steun in de rug te geven op een of andere manier. Ook al hebben, staan we ook op bepaalde manier machteloos.

Dus in die zin, ja, zijn we het eigenlijk wel grotendeels eens met de motie. Alleen wel het tweede bullet met name, want die steun wordt echt in de eerste bullet uitgesproken. Tweede bullet gaat het over die inspanningsverplichting, waar ook wel een soort oplossingsrichting zit. Ja, in hoeverre, een vraag misschien aan de indiener maar uiteindelijk ook aan het college van, ja, in hoeverre zijn we als college niet al actief en hebben we dat, is dat al onderzocht? En in hoeverre, ja, valt daar dan nog iets onder, te onderzoeken? Kan de indiener daar iets over zeggen? De voorzitter: Mevrouw Te Boekhorst.

41 Mevrouw Te Boekhorst: Ja, dank, voorzitter. Het, in de aanloop naar de moties is zoals ik al benoemde, heel erg gesproken over, wat kunnen we hè? Want zoals u zegt, ergens staan we machteloos als raad, maar ook als college. Dus wij zijn op zoek gegaan naar een manier, waarop we juist het college wel in die positie kunnen brengen vanuit een stukje leefbaarheid. Er wordt al enorm veel gedaan en de inspanning vanuit het dorp zelf van de werkgroep, is heel groot. Alleen, ja, dit is een steuntje in de rug en we hopen toch door juist aan tafel te komen als college zijnde, dat dat een ja, misschien gaat helpen. De voorzitter: De heer De Niet, tot slot. De heer De Niet: Dank, voorzitter. Dank aan mevrouw Te Boekhorst voor dit antwoord. Ik ben ook wel benieuwd naar hoe het college die rol ziet, inderdaad. Dat is wel, voor ons wel belangrijk. De voorzitter: Oké. Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter, nog een aanvulling als indiener ook. Ja, daar is al, de vraag is natuurlijk, in hoeverre zijn wij bij machte om hier invloed op uit te oefenen? En wat wij graag als indieners doen is, dat we alles doen wat in onze macht ligt, ook al is dat niet zoveel, he. Vorig jaar is er naar aanleiding van vragen van Gemeentebelang en CDA al een adviseur aangewezen aan de werkgroep van, kijk nu wat je kunt doen in dit jaar na zo'n aankondiging van een sluiting.

En nu zijn ze op het punt dat ze echt zeggen, gemeente, probeer ons nu voor de laatste keer nog flink te ondersteunen hè. Want het is al zo, die sluiting van dat schooljaar en doe wat in andere dorpen elders in het land, wel heeft geholpen. Spreek je als raad uit voor het feit, dat deze school gewoon ontzettend belangrijk is voor het dorp, voor de ja, voor de coherentie in het dorp, voor de samenwerking, voor het vrijwilligerswerk, voor mensen die elkaar kennen. En ik denk, dat we hiermee echt doen wat nodig is. En het is niet gebruikelijk denk ik, dat een wethouder een faciliterende rol aanneemt in gesprekken met stichtingsbesturen. Maar dat is wel wat we hier vragen en ik hoop, dat het college daar ook toe bereid is. De voorzitter: Gaan we horen van het college. De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Ja, dank, voorzitter. Mijn voorganger heeft al een heel deel van mijn betoog onderuit, vooral genoemd zeg maar. Wat ik, onderuit. Het is een lange avond, een bijzondere avond. Ja, het klopt inderdaad dat, wij als raad gaan niet over wel of niet openhouden van die school. Maar wat mevrouw Scholthof al zei, we kunnen wel onze steun uitspreken, gaat wel over leefbaarheid. We staan ook als indienende partijen natuurlijk voor goed onderwijs, naast leefbaarheid in de wijken. Dus met dit signaal kun je wel wat meer druk, maar ook perspectief zetten in de positieve zin.

Als antwoord op de vraag, die mevrouw Zieverink stelde. Ik zou hem niet zo binair willen benadrukken van, de gemeente gaat hier niet over. Nee, je kunt hier wel met zijn allen de schouders onder zetten en creëren van een goede ja, noaberschap. We willen een mooie buurt daar. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter, vraag aan de heer Van Wijk. Aan wie gaan we die druk dan neerleggen, bij wie gaat die druk komen? De voorzitter: De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Ja, dank, voorzitter. In, op de vraag van de heer Kaya kan ik antwoorden van, het gaat over de gesprekken die worden gevoerd onder andere met bestuur. Maar ik weet ook, dat de wethouder afgelopen tijd al heel erg druk hiermee is geweest, dus kan wellicht op, nog veel meer partijen hierin duiden. De voorzitter: Oké. Zullen we aan het college gaan … Of, wil je nog?

42 Mevrouw Te Boekhorst: Ja, ik ben nog vergeten. Heel belangrijk, we hebben nog een tweetal mede-indieners, dat is GroenLinks en Deventer Sociaal. De voorzitter: Goed, om dat nog even te vermelden. Dan wethouder Duursma, ga uw gang. Mevrouw Duursma: Voorzitter, de leefbaarheid van een kern. Wij begrijpen als college heel erg goed, dat daar een school een belangrijk onderdeel van is. Dus de gevoelens die er in Okkenbroek leven, die kunnen wij heel goed begrijpen. Dat is inderdaad ook de reden, waarom er vorig jaar geholpen is met een adviseur om te kijken van, welke mogelijkheden zijn er nog? En als ik dan naar deze motie kijk dan, wij willen als college ook graag die school overeind houden. Wij begrijpen echter wel heel goed dat wij niet degene zijn, die besluitvormend hierin is. Maar het ene besluit sluit het andere besluit niet uit. Dus het zoeken naar, welke mogelijkheden zijn er wel? Daarin zouden wij als college beslist wel een rol in willen spelen. Dus in die zin kan ik daar positief op, om dit, met deze motie omgaan. Dus ik adviseer positief. En dat gesprek, dat willen wij zeker voeren en die inspanning zullen we ook zeker doen. En ik wist natuurlijk dat deze motie eraan kwam. En ik weet ook, dat er in Okkenbroek het gevoel leeft, dat het misschien nog wel 00.01 uur is en dat het besluit van de, van het stichtingsbestuur al genomen is.

Dat klopt, het stichtingsbestuur heeft het besluit genomen. Voor de, het huidige stichtingsbestuur is het ook zo en daar heb ik het al met hun over gehad. Is het ook zo dat zij zeggen, wij gaan er in ieder geval niet mee verder. Als er een ander stichtingsbestuur is wat deze school wil overnemen in welke vorm dan ook, dan zullen wij daar van harte aan meewerken. Dus ik ben heel nieuwsgierig, hoe andere stichtingsbesturen daarnaar kijken. En ik heb daar ook al afspraken over gemaakt, omdat ik wist dat dit eraan zat te komen. De voorzitter: Reacties nog? Niemand? Dan wordt het tijd om te gaan stemmen. Is er behoefte aan stemverklaringen? Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Wij willen graag als Deventer Belang een eerlijk signaal afgeven en geen valse hoop bieden. We gaan gewoon niet over de besluitvorming, om deze school open te houden. Maar we zien ook de oproep aan deze gemeen… om met, deze gemeenschap in Okkenbroek te steunen in hun strijd om de school open te houden. En dat vinden wij ook een belangrijk signaal om af te geven. En daarom zal de fractie van Deventer Belang voorstemmen. De voorzitter: Dank u wel. Andere stemverklaringen nog? Niemand? Dan gaan we over tot stemming. Wat had u willen stemmen, mijnheer Van der Linde? Als u dat verklaart, dan kan ik u melden dat deze motie unaniem is aangenomen. Ja. Deze motie is unaniem aangenomen. 17.

Motie vreemd Meer studentenwoningen (CDA)

De voorzitter: We gaan naar de motie vreemd Meer studentenhuisvesting. Mevrouw Scholthof heeft het woord. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Vorig jaar meldden enkele studenten zich bij CDA Deventer over het schrijnende tekort aan studentenwoningen. En enkele maanden later sliepen studenten een nacht op De Brink, om hier aandacht voor te vragen. Uit technische vragen van CDA Deventer bleek, dat de wachttijd voor een studentenwoning ruim twee jaar is, dus een halve studententijd. Niet zo gek, want voor ruim 10.000 studenten in Deventer zijn er een kleine 600 studentenwoningen beschikbaar vanuit Stichting DUWO, onze studentenhuisvester. Desalniettemin deed DUWO de schatting, dat het tekort beperkt zou zijn, een tekort van ongeveer 100 tot 200 studentenwoningen. CDA Deventer vond dat ongeloofwaardig. En dankzij uw raad is er vorig jaar die motie aangenomen om te onderzoeken, of deze schatting correct is. Een stad, een sanctie om Stadslab volgde en drie studenten, talentvolle studenten doken erin en mochten en ik mocht meekijken als opdrachtgever. Dat bestond uit desk research, interviews met DUWO en de studentenverenigingen en er werd een grote enquête uitgevoerd onder Saxion studenten. Het vermoeden werd bevestigd. 28,6 procent van de studenten die nog thuis wonen, heeft de wens om op kamers te gaan. En een mooie berekening leidde tot een

43 schokkende uitkomst wat ons betreft, een tekort van ruim 1400 studentenwoningen. Een volgende stap is dus geboden. Deze motie roept op, om het professioneel en verdiepend onderzoek te doen naar die daadwerkelijke woonbehoefte. Dan gaat het dus ook over, wat voor soort studentenwoningen is er dan, is dan behoefte aan. En dan ook meteen doorpakken. Door de uitkomsten te betrekken in de prestatieafspraken met DUWO, zodat er ook als dit wederom bevestigd wordt, het grote aantal studententekort of tekort aan studentenwoningen, om dat dan ook meteen te gaan bouwen. Het is in het belang van Deventer, want we willen verjonging, we willen een aantrekkelijker studentenklimaat en we willen jonge mensen aan ons binden. Maar het is ook in het belang van de student, want op kamers wonen, brengt je zelfstandigheid, zelfontplooiing, sociale contacten en een geweldige studententijd. Dank aan GroenLinks, voor het mede-indienen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Scholthof. De heer Donkers. De heer Donkers: Ja, dank, voorzitter. Verduidelijkende vraag vanuit mijn fractie. Ik zie nu dat er alleen maar wordt gefocust op DUWO. En er zijn natuurlijk veel meer aanbieders van studentenhuisvesting, vooral particulieren of mensen die een aantal panden hebben en die verhuren. Zouden we die ook niet mee moeten nemen in onderzoek over dit onderwerp? De voorzitter: Mevrouw Scholthof.

Mevrouw Scholthof: Dank, voorzitter. Ja, goede constatering. Wat mij betreft hoort dat bij het verdiepende onderzoek naar woonbehoefte. Dat betekent dus ook van, wat is er aan aanbod, los van wat DUWO aanbiedt? Dus, wat is er aan particulier aanbod? De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Het, we hebben het, een jaar terug hadden we het over, dat je in onderzoeken niet kunt wonen. En ik heb, ik vind het altijd prima hoor, verdiepende onderzoeken als CDA daar behoefte aan heeft. Maar het gaat mij vooral, om het extra realiseren van extra studentenwoningen. Het lijkt me interessant vooral bij dat laatste, die laatste, dat laatste punt uit het dictum om daar ook meer verhuurders daarbij te betrekken dan alleen DUWO, wat er nu wordt opgeroepen in de motie. Dus dat zou een suggestie zijn van mijn fractie. De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Een verduidelijkende vraag dan aan de heer Donkers. Want DUWO is onze studentenhuisvester in Deventer. Wij hebben daar een relatie mee, zoals een woningcorporatie. Dus dat is de partij, waarmee wij prestatieafspraken maken. Op welke manier zou u dan een toevoeging gewenst zien? De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Niet alleen, dank, voorzitter. Niet alleen focussen op die prestatieafspraken, maar ook breder kijken met ontwikkelaars of met particuliere verhuurders.

Om te kijken, dat je komt tot een adequaat aanbod van studentenhuizen. Net zoals dat we dat doen bij normale woningen, waar we ook breder kijken dan alleen de corporaties. De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Nee, verder niet? Dan de heer De Bokx. De heer De Bokx: Ja, dan wil ik toch nog even doorgrijpen op het punt, dat de heer Donkers maakt. We zitten nu met de situatie, dat we gewoon een woningtekort hebben. Dus ik ga u voorspellen wat er uit het onderzoek komt, dat er een tekort is aan studentenwoningen. In die zin, is het een, gewoon enorme, nieuwe uitspraak die we kunnen doen als raad, volgens mij. Waar heeft u dan het onderzoek nog voor nodig?

44 De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: De situatie was en zo staat die ook in de Woonvisie, dat de constatering is gedaan, dat het tekort beperkt is, die 100 tot 200. En wij hebben hier aangetoond, dat er een andere situatie is. Door professioneel verdiepend onderzoek kunnen we dan ook meteen die meters gaan maken in, wat moet er dan gebouwd worden? In relatie tot de complete woonbehoefte, die voelen wij als CDA Deventer natuurlijk ook. Maar studenten zijn nu juist mensen, die niet drie jaar op een woning kunnen wachten, want dan is hun halve studententijd voorbij. En dit zijn juist ook mensen die akkoord gaan met gestapeld wonen, klein wonen zonder tuin. Dus dat is ook iets wat we ook zouden moeten kunnen bieden als Deventer. De voorzitter: De heer De Bokx. De heer De Bokx: Ja, dat is volgens mij precies mijn punt. Want ik vraag mij af, wat gaan wij dan vastleggen in prestatieafspraken? Want u formuleert het volgens mij correct, dan hadden we dat op moeten nemen in de Woonvisie. En dan moeten we ons eigen beleid aanpassen en niet meteen kijken naar de prestatieafspraken met DUWO. Hoe kijkt u daarnaar? De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Gelukkig staat er in een Woonvisie, dat er, dat het college wel wil aansluiten bij de behoeften. En op het moment, dat wij die Woonvisie aan het bespreken waren, liep dit onderzoek.

Dus toen hebben we ook al kort mondeling toegelicht van, oké, dit moet duidelijkheid geven. En in de Woonvisie staat gelukkig al een haakje dat het, ik zal het even voorlezen. Het college wil tijdig inspelen op een veranderende huisvestingsvraag en dat wil het college monitoren. Dat zijn we nu dus aan het doen en het college heeft al toegezegd, daarop in te willen spelen. De voorzitter: De heer De Bokx, tenslotte. De heer De Bokx: Ja, dan ga ik nog één vraag stellen. Begrijp mij niet verkeerd, he? Ik ben volledig voor extra studentenhuisvesting. Maar ik vraag mij dan toch af, waarom er dan gevraagd wordt in het tweede punt van het dictum om, specifiek naar prestatieafspraken. Terwijl, we volgens mij eerst naar ons eigen beleid zouden moeten kijken. En zijn prestatieafspraken een consequentie van beleid, zeg maar. Dat geeft voor mij vorm aan de manier, waarop de DUWO uiting geeft aan het beleid en de kaders, die wij hier vaststellen. Dus volgens mij, moeten we dan één stapje eerder zijn. Is mevrouw Scholthof dat met me eens? De voorzitter: Daar komt de vraag. Mevrouw Scholthof: Mag ik deze technische, voor mij technische vraag doorpassen naar de wethouder? Want ik weet het niet precies. De voorzitter: Oké, gaan we … De heer Varenbrink. De heer Varenbrink: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik denk, dat dat mijn voorganger al een heleboel gezegd heeft en gevraagd heeft.

Ik zit alleen even te zoeken naar de kwantitatieve getallen in het onderzoek. Daar vraag ik me af, hoe de vraagstelling is. Want als iemand vraagt, wilt u in Deventer wonen, ben ik daarvan overtuigd dat iemand zegt, ja, ik wil graag op mezelf in Deventer wonen. En vervolgens zeggen we van, ja, dan kost hij 500 euro per maand. Dan kan ik me in student … Toen ik nog student was, dacht ik bij mezelf, dat is heel erg leuk 500 euro per maand, maar dat kan ik ook aan andere dingen uitgeven. Dus hoe kijkt u daartegenaan tegen die getallen? En het tweede wat ik me afvraag en ik doe het even in één vraag is van, is het college hier al niet mee bezig om dit onderzoek ook valide uit, valide en professioneel uit te laten voeren?

45 De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Om met de laatste vraag te beginnen. Het Stadslab onderzoek is van enkele weken geleden. Dat is ons via een forum gepresenteerd. En in principe is dit een onderwerp, dat naar aanleiding van een raadsmotie is onderzocht. Dus het staande beleid van het college is voor zover wij weten, is er niet zo'n groot tekort. Dus het is ons thema als raad. En ik denk dan ook dat het een logische stap is, dat wij tot een vervolgonderzoek opdracht geven. De voorzitter: Ja? Ga uw gang, de heer Van Straaten. De heer Van Straaten: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wil inderdaad het betoog van mevrouw Scholthof ondersteunen en ook stipuleren, dat het woningnood erg, de woningnood voor studenten heel erg groot is. En er wordt gesproken over 500 euro. Wellicht was het in de tijd van de heer Varenbrink nog een dure studentenkamer. Ik kan u vertellen, ik huur een sociale kamer bij DUWO en ik zit al ver boven die 500 euro. Dus de tijden zijn veranderd. Maar wat ik vooral wou zeggen, is de, mijn reactie op de liberale fracties in dit huis. Het probleem dat wordt gesteld, alsof particuliere verhuurders bij kunnen dragen aan het oplossen van het probleem op studentenhuisvesting.

Juist een publiek-privaat partner als DUWO, een studenten woningbouwcorporatie, die is juist heel erg geschikt voor deze doelstellingen, omdat zij een lagere huur vragen dan gewone verhuurders. En ook, omdat bij sociale woningbouw gelijk de huurderbescherming veel beter is gewaarborgd. En dat is denk ik iets, wat studenten in de tijd dat zij studeren heel erg nodig hebben. Daarom denk ik, dat het goed is dat wij in deze motie ook specifiek vragen naar DUWO en naar de prestatieafspraken. En lijkt het mij niet nodig om daar nog private partners bij te betrekken, die meestal prijzen vragen die gewone studenten echt niet kunnen betalen. De voorzitter: Dat, toevoeging, ja. Dan de heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wou eigenlijk ook nog even ingaan op een punt, wat de heer De Bokx inbracht. En ik ben, waar ging het ook alweer over? Ik ben het zelf even kwijt. Ik ben helemaal, oh ja, die prestatieafspraken. Daar ging het over, ja, precies. Die prestatie, het wordt laat, mensen. De, die prestatieafspraken, dat ja, het probleem is, dat zijn geen eenzijdige … Dat is niet, wij vragen, u draait hè? Dus zo werken ook die prestatieafspraken niet. Dat is tweezijdig verkeer, het gaat in overleg. En het probleem precies met studentenhuisvesting, dat ben ik van harte eens met mevrouw Scholthof.

Ben ook blij, dat zij het initiatief heeft genomen eerder voor de motie, maar ook dat het onderzoek is uitgevoerd, is dat, er licht een onderzoek. Dat heb ik ook gezien, landelijk onderzoek naar behoefte aan studentenwoningen. Daar is, als je daarin gaat kijken, daar staan de cijfers. Deventer heeft genoeg of maar een heel klein tekort, dus er is niet zoveel nodig. Terwijl dat gevoel en de beleving en de praktijk gewoon anders is. Het is heel fijn, daar hebben we gewoon zelf ook cijfers voor nodig, beter onderzoek, meer informatie om dat gesprek ook met DUWO goed te kunnen voeren. En te zeggen van, we hebben wel die studenten nodig of studentenwoningen nodig, want we moeten die studenten gewoon huisvesten, want we willen ze in Deventer hebben. Het probleem is ook, dat die studenten hier alleen soms kunnen komen als er een huis is. Ik ken in ieder geval één voorbeeld en dat is vast niet het enige. De voorzitter: Zullen we, mijnheer De Niet, de avond wordt steeds langer. Ja, maar u neemt heel veel tijd en ik merk, de ergernis begint wel toe te nemen. Kom tot uw punt. De heer De Niet: Het punt is, dat we ook … Er komen studenten niet naar Deventer, omdat er geen huisvesting is. Dus er moet ook worden gesproken, hoe zorg je dat studenten die van ver komen voorrang krijgen? Dat is in andere steden wel geregeld. De voorzitter: Dan mevrouw Zieverink nog.

46 Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Het Stadslab onderzoek. Ik heb nog even een aantal vragen. Omdat ik als ik de motie lees dan vraag ik me af, waarom we onderzoek willen doen naar woonbehoefte. Want ik kan me herinneren, dat in de presentatie eigenlijk vrij duidelijk naar voren kwam, wat die behoefte was. Dus welke aanvullende informatie hopen wij eigenlijk te vinden met dit onderzoek? Ik kan me ook herinneren, dat de behoefte wel duidelijk was. Maar dat daarin ook DUWO heel duidelijk heeft aangegeven, te prioriteren in Amsterdam en niet in Deventer. Omdat het tekort daar nog groter was en dat zij er dus voor, bewust voor hebben gekozen, om nu zich niet hier in Deventer in te zetten voor extra studentenwoningen. Dus hoe relateert dat nu eigenlijk, tot de oproep van de indieners in deze motie? Vraag één, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Ja, dank, mevrouw Zieverink voor deze vraag, want die brengt me misschien wel nader, nog naderder tot de kern. Er is verschil tussen woonwens en woonbehoefte. Dus 28,6 procent van de studenten heeft gezegd, ja, ik zou graag op kamers willen. En dan is, dat is de woonwens. En er is ook iets zoiets als woonbehoefte. Dus op het moment dat er een kamer aangeboden wordt voor een faire prijs, dat de student dan zegt, ja, daar ga ik in.

Dus er is iets, er zit verschil tussen, ik zou graag op kamers gaan en ik ga ook op kamers op moment, dat ik de kans krijg. Dat is dat, precies dat verdiepende onderzoek naar de specifieke woonbehoefte, die professioneel moet worden uitgevoerd. DUWO is betrokken in dit onderzoek en die geeft ook aan, wij zijn ook een aanbieder in de Randstad. En op het moment dat wij een project, een woningbouwproject voor enkele honderden studentenwoningen in een Utrecht kunnen doen, dan is dat voor ons natuurlijk aantrekkelijker, dan 20 erbij in Deventer. Dus dat is een, denk ik een logische constatering, dat zo'n studentenhuisvester dan gaat voor de grote steden. Maar daarom ben ik ook zo blij met deze uitkomst, omdat DUWO ook zegt, oké, maar nu is er aanleiding om met elkaar in gesprek te gaan. En in die prestatieafspraken te kijken, oké, hier ligt duidelijk urgentie. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Bedankt, voorzitter. Dank voor de toelichting. Maar wat ik ook heb gelezen en ik ga dit uit mijn hoofd doen. Dus als ik het niet correct heb, dan hoop ik dat u mij daarin vooral wat wijzer kunt maken. Maar ik kan me herinneren, dat naast die 28 zoveel procent wat u nu noemt, die aangeven, wij zouden dat wel doen, dat heel duidelijk is aangegeven dat zij een behoefte hebben aan een één kamer, zelfstandige kamer. Zodat, zij ook gebruik kunnen maken van huurtoeslag.

Dus ik vraag me af, is die behoefte niet al duidelijk? Want ik vond eigenlijk het een heel uitgebreid en heel professioneel onderzoek al van deze studenten. Ze hadden ook uitgebreide antwoorden op alle vragen, die ik heb gesteld. Dus als ik kijk, dan is volgens mij die behoefte wel helder, maar zijn er een aantal oorzaken, waardoor die studenten nu geen huisvesting hebben in Deventer. Namelijk, dat de studentenhuizen worden bewoond door niet-studenten. Oftewel, we hebben een probleem in doorstroming. U noemde net zelf ook al, er wordt niet gebouwd voor studenten, want er wordt elders prioriteit gegeven. Dus wat gaat dit onderzoek nu voor die studenten opleveren, als we onderzoek gaan doen alleen naar de behoefte? De voorzitter: Mevrouw Scholthof, tenslotte. Mevrouw Scholthof: Ja, dank u wel. Ja, Kop Handelskade met 88 studentenwoningen is natuurlijk wel een mooie aanvulling hè. Maar ontoereikend, gezien deze aantallen. En ik denk, dat deze grote aantallen vooral de alarmering waren, oké, dit is een onderwerp, er moet iets gebeuren. En dit waren drie talentvolle studenten. En ik heb heel veel respect voor wat ze hebben gedaan, een grote enquête uitgezet op Saxion. Maar er is toch echt wel een professioneel verdiepend onderzoek nodig voor, om goede onderbouwing te komen voor prestatieafspraken.

En dat is zoals wij het zien hè, dat je niet met een studentenonderzoek naar, aan tafel gaat bij een, bij prestatieafspraken. Die zie ik op zich wel. Het gaat er vooral om dat nu de urgentie is aangetoond. Er moet een wat mij betreft, kort en krachtig verdiepend onderzoek komen. En dan, naar die tafel voor de prestatieafspraken.

47 De voorzitter: Mevrouw Zieverink, komt u tot een afronding? Want zo langzamerhand hebben we alle elementen wel gehad van deze discussie, volgens mij. Maar u heeft vast nog een nieuw punt. Mevrouw Zieverink: Nou, voorzitter, ik heb niet per se een nieuw punt en ik kom tot afronding. Wat mij betreft heb ik gewoon voor een deel van mijn vraag, geen antwoord gekregen. Maar goed, wij zullen het hier even bij laten. De voorzitter: Goed zo. We gaan naar de zijde van het college, wethouder De Geest. De heer De Geest: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, voor wat betreft de motie, daar kan het college het volgende op zeggen en daar is net ook al naar verwezen. Want wij hebben in, uw raad heeft in september natuurlijk één Woonvisie vastgesteld. Daar staat ook in en dat is eigenlijk het beleid waar net naar gevraagd werd door de heer De Bokx ook onder andere, dat we voor voldoende, maar ook kwalitatief goede huisvesting voor studenten willen zorgen. Daar zit een aanname onder vanuit de aantallen, die net ook al werden genoemd van 100 tot 200 woningen, waarvan een deel ook gerealiseerd wordt in de komende tijd. En tegelijkertijd ook de wens van uw raad voor aanvullend onderzoek via de motie, waarvan we het resultaat hebben gezien. Met de complimenten aan de studenten, die dat hebben gedaan voor een veel hoger aantal dan die 100 en 200, die genoemd werd.

Want 1400 wijkt dan wel fors af, mag ik wel zeggen. Wat niet wil zeggen, dat dat meteen het aantal is. Dat is ook precies de reden, waarom het college positief kan adviseren op deze motie. Want dat verschil is wel zo groot, dat dat ook echt wel verdieping vraagt, waar zit dat? Want de studenten hebben echt wel wat naar boven gehaald, in termen van een onderzoek en een bepaald signaal vanuit ja, informatie vanuit medestudenten. Maar klopt dat ook ten opzichte van iets waar een partij als DUWO, voornaamste huisvester voor studenten in Deventer waar we ook echt prestatieafspraken mee maken, waar zij mee uit de voeten kunnen voor hun toekomstige investeringen? Dan moeten we wel een wat stevigere basis hebben op het moment, dat we hier iets met elkaar aan willen doen en tot afspraken met DUWO kunnen komen. Dus dat is ook de reden, waarom het college met deze motie op deze manier uit de voeten kan. Aanvullend onderzoek is dan ook echt noodzakelijk om te kijken, wat betekent dat dan in die aantallen? En daar zit ook natuurlijk een aanvullend verzoek op met betrekking tot de prestatieafspraak, dat we dat ook met DUWO dan oppakken. Daar werd net ook al naar gevraagd, hoe dat dan zit. DUWO is wel de partij, is eigenlijk ook dan de enige partij vanuit studentenhuisvesting om afspraken mee te maken. Ontwikkelaars, daar maken we geen prestatieafspraken mee.

Wat niet wil zeggen, dat er niet meer partijen zijn die misschien studentenhuisvesting zullen realiseren, maar dat gaat niet vanuit prestatieafspraken. Dat doen we met DUWO en daar zit wel een disclaimer bij. Ik zei net ook, we kunnen positief adviseren. Maar tegelijkertijd weten we natuurlijk nog niet precies, wat er uit prestatieafspraken gaat komen, want daar werd net ook naar verwezen. Dat komt van twee kanten. Dat zijn geen opgelegde afspraken, dat kunnen we niet. Dat is het gesprek wat we met DUWO aangaan. Dus het is veel meer een procesmatige uitleg die wij hier ook bij hanteren, om dat gesprek aan te gaan met DUWO, afhankelijk van wat daaruit komt. En dat zal mogelijkerwijs pas in de loop van het jaar zijn, want prestatieafspraken worden al in het voorjaar ongeveer voorbereid. Dus hoe dat precies naast elkaar loopt, moeten we even zien. College ziet het zo voor zich, dat we dit met u samen willen oppakken als raad om de vraag goed te formuleren, het onderzoek vorm te geven en u daar ook als raad bij te betrekken in de komende tijd. Maar wij kunnen hiermee uit de voeten, omdat dit dan hopelijk ook die duidelijkheid biedt die we volgens mij, met elkaar allemaal nodig hebben. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende? Ja? Dan stel ik voor, dat we even kijken of er stemverklaringen zijn. Geen behoefte aan stemverklaring? Ja, mevrouw Zieverink.

Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Onze fractie maakt zich zorgen over he, een aantal vraagstukken. Namelijk, waarom is een studentenonderzoek minder waard dan een professioneel onderzoek? Worden hiermee de oorzaken ook daadwerkelijk opgepakt? En eigenlijk, vinden we de vraag nog onvoldoende gespecificeerd. Deze belofte belooft niet per se een oplossing voor een tekort en de oproep voor meer studentenwoningen. Daarom zal onze fractie tegenstemmen.

48 De voorzitter: Dank u wel. De heer Donkers. De heer Donkers: Op basis van de duiding die het college heeft gegeven aan de wijze en de manier waarop er nu onderzoek wordt gedaan met, en ook wat daarmee gaat gebeuren, kan mijn fractie voor de motie vreemd stemmen. De voorzitter: Uitstekend. Dan gaan we over tot stemming. Motie is aangenomen met 35 stemmen voor, drie stemmen tegen. De gehele fractie van Deventer Belang heeft tegengestemd. 18.

Motie vreemd Distributiecentra (GL) NIET BEHANDELD IVM HET LATE TIJDSTIP

De voorzitter: Wij gaan naar de laatste motie, de motie Distributiecentra Deventer. De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel, voorzitter. Nu wil ik met alle liefde deze motie vanavond nog afmaken. Maar ik zie ook, dat het energieniveau wat is weggezakt. Er zit geen grote haast op, dus misschien is het goed om hier met frisse moed begin 2025, mee te beginnen als motie vreemd. De voorzitter: Kijk, nou. Dat is een ordevoorstel, maar het is gehonoreerd door uw collega's. Dan ga ik nog kort het woord tot u richten, want dit is de laatste raadsvergadering van dit jaar. En traditioneel geeft mij dat de gelegenheid, om nog enige terugblik met u te doen. We hebben weer heel veel onderwerpen behandeld, ik zal daar zo nog iets over zeggen. Maar het was ook een bewogen jaar. Er waren persoonlijke wisselingen. Jan Schuring vertrok, Alex Bokx kwam in zijn plaats. Thomas Walder vertrok als wethouder, Jaimi van Essen kwam als nieuwe wethouder vanuit Losser hier naartoe. Bram Emens was al vertrokken, maar overleed aan het begin van dit jaar. Maar gelukkig hebben we wel in de lijn van zijn motie, in de geest van Bram hebben we een mooi bezocht, bezoek gebracht aan een andere gemeente, de gemeente Enschede. En tijdens het verlof van mevrouw Scholthof heeft Sanneke Molenaar de honneurs waargenomen voor mevrouw Scholthof. We hebben heel veel onderwerpen behandeld.

Over ontwikkellocaties als Senzora. Voorkeursrechten over, hoe hoog en hoe laag wanneer Evers gebouwd kan worden. Maar dat is een inside grap. Maar ook of er flex gewoond mag worden, over distributiecentra, hoewel, over inburgering, over opvang van asielzoekers, over energie, over grondstof, over wonen, over windmolens, ook nog over scholen en sportvoorzieningen, en ook nog over regionale samenwerking. En het zijn maar onderwerpen, het is nog veel meer. Vanavond niet meegerekend, want de griffie maakt de eindstand nog op, maar hebben we 101 besluiten genomen en debatteerden we over 28 voorstellen. U heeft 22 amendementen voorbereid en die dan, zijn er meer voorbereid, maar 22 zijn er ook echt aangenomen. Dat is veel. En 50 moties. Kortom, uw inbreng doet ertoe en dat is ook het werk van deze gemeenteraad en daar ben ik buitengewoon trots op. En ik vind ook, dat we dat met elkaar op een hele mooie manier doen. Dat heb ik wel vaker uitgesproken. Ik ben dan ook graag bereid, dat heb ik verklaard ook in het openbaar, om nog een langere tijd uw voorzitter te zijn. Dat komt ook in het nieuwe jaar. Sluiting De voorzitter: Maar eerst gaan we onder de kerstboom of bij de kerstboom genieten van het kerstreces. Ik wens u allen een heel goed reces. Er is nog tijd voor een borrel, maar daarna zien we elkaar in het nieuwe jaar weer terug. Een goed uiteinde. Dank je wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15005441/1