2024-11-06 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer 6 november 2024
Tekst van het document
Ook voor de voeding van onze reserve voor de Strategische investeringsagenda waarover we nog met u in gesprek gaan, moeten we nog dekking zoeken. Het instrumentarium is vastgesteld. Alleen de vulling, daar moeten we nog voor op zoek naar middelen. Dat is ook weer nodig, om een stuk co-financiering klaar te hebben staan voor eventuele potentiële toekomstige subsidies. Zoals we die eerder met de versnellingsgelden, waar we gewoon 30 miljoen vanuit het Rijk hebben binnengehaald, omdat we ook al 30 miljoen hier hadden klaarstaan om die te kunnen dekken. De vraag is ingetrokken, of … De voorzitter: Ik wil even afronden, even bijdrage … De heer Elferink: Bijdrage afronden. De voorzitter: Dan komen we tot de vraag, ja.
15 De heer Elferink: Dus die bestemmingsreserves, die zijn allemaal bedoeld om Deventer verder te ontwikkelen. En die hebben we ja, zoals het woord al zegt, hebben gewoon een specifieke bestemming. Voor u, voorzitter, ligt een sluitende begroting. En bij de komende Perspectiefnota en daar reageer ik even op de inbreng van Deventer Sociaal, zal het college uw raad goed in beeld brengen, welke knelpunten we daar op dat moment zien. En, waar we meer hadden willen doen of, welke opgaves er blijven liggen. Zodat u anders dan bij de Voorjaarsnota, goed in positie gebracht wordt. Dus ik hoop daarmee, dat u daarmee tevreden gesteld bent. En het college is bovendien voornemens anders dan dit jaar, om wel bij die Perspectiefnota aansluiten, een sluitende begroting voor te leggen. En daarmee sluit ik af, voorzitter. Ik kijk uit naar een goede en vruchtbare begrotingsbehandeling vanmiddag en vanavond. En ik dank u wel. De voorzitter: Uitstekend, dank u wel. Mijnheer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel. Ja, ik had even een vraag over het vet op de botten. Dat gaf u aan hè, gelukkig hebben we voldoende vet op de botten. Nou ja, over die hoogte van die reserves, daar komen we vandaag denk ik niet helemaal uit wat, hoe hoog die zouden moeten zijn.
Maar kunt u inzicht geven van, hoeveel vet op de botten heeft deze gemeente nodig de komende jaren? Als we het hebben over vet, heb je daar vaak maatstaven voor. We hebben voor de specifieke, een soort BMI voor de gemeente. Kijk, we hebben natuurlijk de specifieke weerstandsreserve, daar hebben we een kental voor. Daar voldoen we aan. Maar we willen graag hebben over die andere reserves van, wat is daar nu een goede maatstaf voor? De voorzitter: De heer Elferink. De heer Elferink: Dank u, voorzitter. Ja, daar is geen maatstaf voor, wat u zelf al terecht aangeeft. We hebben een aantal specifieke risico's benoemd en daar houden we een specifieke risicoreserve voor aan. Daar hebben we met elkaar afgesproken, daar hebben we, daar willen we een saldo één hebben hè, dus dat we die risico's volledig hebben afgedekt. Daarnaast, heb je de generieke weerstandsreserve die je voor daar bovenop nog wil aanhouden. Ja, dan moet je gaan kijken van, wat voor een ambities heb je de komende jaren? We hebben anders dan voorgaande jaren, nu bijvoorbeeld op een aantal plekken Wvg gevestigd. Ja, dat brengt met zich mee, dat je daar tientallen miljoenen voor in kas moet hebben, om daar een ontwikkeling op gang te kunnen brengen. Maar dat is, daar is geen maatstaf voor die ook andere gemeentes hanteren. Of, dat is aan onszelf, om daar een keuze in te maken.
Het college acht verstandig, om de omvang die we nu hebben gezien onze totale begroting, 500 miljoen ongeveer en dan dat je rond de 30 miljoen generieke weerstandsreserve hebt. Ja, die hebben we echt wel nodig. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel. Dat is een getal. Maar ik ben, het verrast me even, die 30 miljoen van, is die te onderbouwen? Want ik ben zo benieuwd van, wat is nu inderdaad een goed, een goede waarde voor een gemeente als Deventer, om aan te houden voor generieke weerstandsreserve?. Er worden hier soms voorstellen gedaan en die kosten dan een ton of zo. En dat is dan minder dan een procent en dan wordt gezegd, nee, daar mag je niet aankomen, dat is generieke weerstandsreserve, want anders gaat het helemaal fout. Dus ik zoek naar die 30 miljoen, waar is die op gebaseerd? Misschien is dat voor nu een beetje te vergaande vraag, maar ik zou er wel graag een keer verder over willen praten. De voorzitter: Wethouder Elferink. De heer Elferink: Ja, die uitnodiging neemt het college aan, om daar eens een keer verder over te praten. De voorzitter: Dit is de nota Reserves, die we, komt eraan, of die … De heer Elferink: We hebben, eind november staat een behandeling gepland nota Reserves en Voorzieningen. Dat lijkt me het goede moment, om daar op door te praten. Dank u wel, voorzitter.
16 De voorzitter: Op zich is het een goed punt, om daar nog eens over door te praten. Ja. De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Ik ben allereerst blij om te horen, dat het college in ieder geval leert van het verleden, om het zo maar eens te zeggen en bij de Perspectiefnota een sluitende begroting gaat presenteren. Dat scheelt denk ik een hoop onrust, dus zowel bij ons denk ik en uiteindelijk ook wel bij u. Dus daar heel blij mee. Ik wou het ook nog even over, hebben over de ruimte, die ruimte die we nodig hebben en die er ook is, om tegenvallers op te vangen. Ja, wij als fractie zijn ook blij, dat hij in de begroting is. Maar het op en als er tegenvallers zijn, moeten we die opvangen. Maar ja, je vangt wel liever tegenvallers op, die nou ja, die echt bijdragen om het zo maar eens te zeggen en geen tegenvallers, die vermijdbaar zijn. Dus dan en dan denk ik bijvoorbeeld aan de Japanse duizendknoop, dure saneringen of die we hadden kunnen voorkomen, als we eerder waren geweest. Maar ook de onzekerheden in een groot project, zoals Samen onder één dak. En specifiek daarop. Ik heb in mijn bijdrage natuurlijk ook als, het college ook uitgedaagd om daar in ieder geval, ja, maximaal transparant in te zijn. En ik ben wel benieuwd of ja, of het college daar ook op wil reageren. De voorzitter: Wethouder Elferink. De heer Elferink: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ja, die transparantie mag u van ons verwachten. U haalde het stadhuisdossier aan, waar in de uitvoering inderdaad met enige regelmaat de raad … Ik was zelf, zat dan in een andere hoedanigheid ook in deze zaal, werd bijgepraat over de voortgang van het project. En zodra dat project op stoom komt, kunt u van ons verwachten, dat we daar op dat moment op eenzelfde soort manier mee om zullen gaan. Dus wat ons betreft, transparant over zaken die te melden zijn hè. Maar dan moeten er wel zaken zijn, die vermeldingswaardig zijn. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Misschien dan de kanttekening daar wel bij, dat ook als er niets te melden is, dat het goed is om te melden, dat er niets te melden is en waarom er dan niets te melden is. Want vaak dit soort projecten, ja, ook hier juist bij het Burgerweeshuis en bij de schouwburg dringt ook de tijd. Want het is echt wel nodig dat we, daar zit ook wat tijdsdruk achter. Omdat zeker het Burgerweeshuis, op een gegeven moment weg moet van de huidige locatie en de rek daar uit is. De voorzitter: Ja, helder. Dank u wel. Daarmee ronden we de algemene beschouwingen af. Moties en amendementen Programma 1 Burger en bestuur De voorzitter: Gaan we over tot de behandeling van de moties en amendementen. De programma’s 1, 2 en 6 staan nu op de agenda en die worden voorgezeten door de heer Donkers.
Voorzitterswissel naar: dhr. Donkers. De voorzitter: U weet hoe het werkt. Moties en amendementen, toelichting van een minuut door de indiener of een van de indieners bij moties, amendementen waar meerdere indieners zijn. Vervolgens, ruimte voor vragen. We beginnen met Motie 1.1, dat is de motie Grootburgers, ingediend door de heer Kaya van DENK. Mijnheer Kaya, aan u een minuut voor de toelichting. Motie 1.1 Grootburgers De heer Kaya: Ja, voorzitter, dank u wel. Een eeuwenoude traditie, die nog in stand wordt gehouden is nogmaals wat ons betreft, niet meer van deze tijd. Daar waar tradities verdwijnen, ontstaan er ook weer nieuwe. Alhoewel
17 wij zien, dat dat bij velen van ons dit een traditie is, die gehandhaafd zou moeten worden en moeten blijven. En daar heb ik ook oren naar, voorzitter. Wat ons betreft, hoeft deze traditie vandaag niet te stoppen. Maar laten we beginnen om de financiële gedeelte hiervan af te schaffen. Het gaat niet om heel veel geld, dus dan zouden wij dit ook niet hoeven uit te keren. Misschien kost het zelfs meer geld om onze ambtenaren hiermee aan het werk te zetten dan, dat het daadwerkelijk kost. Voorzitter, hierbij wil ik het laten. Misschien kan iedereen het ook gewoon in het dictum lezen en wellicht, zijn er ook vragen. Dank u wel. De voorzitter: Dank en keurig binnen de minuut. Dan begin ik met de heer Kleine Schaars, aan u het woord. De heer Kleine Schaars: Ja, voorzitter. Een motie die ik mag wel zeggen, jaarlijks voorbijkomt. De heer Kaya: Dat is een traditie geworden. De heer Kleine Schaars: Dus u bent wel voor tradities, begrijp ik. Voorzitter, ik ben blij, dat mijnheer Kaya voor tradities is. De heer Kaya begint te stellen, dat deze niet meer van deze tijd is. Wat is er veranderd tussen 2017 en nu, mijnheer Kaya? De voorzitter: Mijnheer Kaya, aan u het woord. Kan me voorstellen, dat er nog een derde vraag opkomt.
De heer Kaya: Ja, wat is er veranderd tussen nu en, vanaf 2017 en nu? Ja, ik denk, dat wij in ieder geval ervoor hebben gezorgd, dat deze discussie in ieder geval voort wordt, voort is gezet. En dat heel veel mensen, die niet eens wisten van het bestaan van grootburgerschap nu zich afvragen van, ja, waarom bestaat dit eigenlijk? De heer Kleine Schaars: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Mijnheer Kaya zit op een andere lijn dan ik. Ik zal de vraag wat verder specificeren, misschien dat ik mijnheer Kaya dan daarmee kan helpen. Dit is niet een traditie, dit is een recht, dit is een verleend recht. En dat recht is in de laatste keer aangepast in deze raad in 2017. Dus wat is er sinds 2017 nog veranderd naar nu? Als er niets veranderd is, dan is dat recht nog steeds, staat dat recht nog steeds. Dus dan hebben we het niet over een eeuwenoude traditie, maar we hebben het over een eeuwenoud recht, wat vastgelegd is in de Grondwet. Want even, ik zal mijnheer, ja, mijnheer Kaya, u begint al te schudden. Laat ik het anders, aanvullende vraag, mijnheer Kaya. Vindt mijnheer Kaya, dat hier sprake is van discriminatie? De voorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter, wij volgens mij als raad hebben een verordening, die wij elk jaar goed- dan wel misschien afkeuren. En vanuit die verordening kunnen wij bepalen, middels misschien een amendement.
Want inderdaad in 2017 is er volgens mij, ook het een en ander veranderd in die verordening. Namelijk, dat de vrouw ook recht heeft op deze uitkering. Want daarvoor, was het zelfs alleen maar voor de man een recht. Dat hebben we hier in de raad veranderd. En hier in de raad, dus de raadsleden die hier vandaag zitten, kunnen ook daarin weer verandering in brengen. Is de heer Kleine Schaars het met mij eens, voorzitter? De heer Kleine Schaars: Voorzitter, ik ben blij, dat mijnheer Kaya op deze manier reageert. Laat ik u een paar dingen toetsen, voorzitter, die mijnheer Kaya dan op zich in kan laten werken. Het Deventer burgerschap, grootburgerschap is een interessant en tegelijk ook ingewikkeld onderwerp. Recht en geschiedenis komen erin samen. Er zijn twee proefschriften over verschenen, verschillende andere boeken, artikelen en toespraken. Het uitgangspunt is altijd, het eerbiedigen van eenmaal toegekende rechten. Daarover bestaat eenstemmigheid in de wetenschap, politiek is dat een leerzaam punt. Dus als we daar al overeenstemming hebben, dat het een
18 toegekend recht is, kunt u dat eigenlijk niet veranderen in deze zaal. En dan kunnen we niet met een motie veranderen, voorzitter. Kan mijnheer Kaya, het daarmee eens zijn? De voorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Kijk, voorzitter. Het recht dat iemand heeft, is inderdaad lastig om dat recht van hun af te pakken. Maar we kunnen wel in een verordening die er bestaat, dus ook allerlei veranderingen die daar, die we daarin kunnen toepassen, kunnen we wel doen. Dus mijn oproep is dan ook, we schaffen het niet af, het is niet het grootburgerschap afschaffen. Het gaat erom, dat we dat gaan aanpassen. De voorzitter: Goed. Ik … De heer Kleine Schaars: Dan laatste toelichting, voorzitter. Ik constateer, dat mijnheer Kaya het niet wil afschaffen, maar hij wil het recht laten. Maar van het recht dan wel zeg maar uit, ja, hoe zal ik het zeggen? Uithollen en van het recht een soort soeprecht maken. Dat vind ik jammer. De voorzitter: Ja. Wat doen we? We gaan door met mijnheer Muilerman. De heer Muilerman: Ja, dank u wel, voorzitter. Dan zal ik proberen, een vervolg te geven aan mijn collega Kleine Schaars met een geschiedenisles. Want het grootburgerschap is een recht, dat gekocht is door inwoners van Deventer, zodat zij inwoner werden van Deventer en hun vee mochten weiden op de stadsweide.
Naar mate van tijd werden er steeds, werd er steeds minder vee op de stadsweide of waren er minder stadsweides, waar die, dat vee kon worden geweid. In ruil daarvoor kregen die mensen een jaarlijkse vergoeding. En het is inderdaad een recht, zoals de heer Kleine Schaars al aangaf. Hoe ga ik dit in een vraag gieten? De voorzitter: Ja, daar ben ik ook benieuwd naar. U kunt het er ook bij laten, mijnheer Muilerman. De heer Muilerman: Is de heer Kleine, sorry, is de heer Kaya het met de fractie van Gemeentebelang eens, dat dit dus geen privilege is, zoals u aangeeft? Want dit is een recht, dat gekocht is. En daarnaast, kunnen wij de vergoeding wel eens los zien van het grootburgerschap? Want het, de vergoeding is het recht. Dus kunnen wij die vergoeding en dat ja, kunnen wij dat los van elkaar zien? De voorzitter: Twee vragen, mijnheer Kaya, aan u het woord. De heer Kaya: Ja, daar gaat deze motie ook over. Dus deze motie gaat erover, om die vergoeding te schrappen. En niet de recht dat iemand heeft aan, als burgerschap, dat laten we in stand. Dus voor het gevoel dat Gemeentebelang heeft, dat wij het grootburgerschap willen afschaffen, is voor geen enkele reden waarom ik hier sta. De voorzitter: Mijnheer Muilerman. De heer Muilerman: Ja, dank u wel, laatste.
Maar als u de vergoeding afschaft, schaft u feitelijk het grootburgerschap af, omdat dat onlosmakelijk van elkaar verbonden is. De voorzitter: Dat is uw, opvatting van de heer Muilerman. Gaan we naar mijnheer Van Wijk, aan u het woord. De heer Van Wijk: Ja, dank, voorzitter. De fractie van D66, zowel blij als een beetje teleurgesteld. Blij, dat de heer Kaya de handschoen heeft opgepakt uit de vorige behandeling van zijn grootburgerschap. Namelijk, niet per se het afschaffen, maar kijken naar andere zaken. En wat teleurgesteld, omdat er ook in de raad oproep is gedaan om dat samen te doen en uit te zoeken, wat de consequenties zijn. Dat heb ik eigenlijk gemist, vandaar de teleurstelling. En dan naar mijn vraag toe. Dat samen optrekken en samen opzoeken had ook een antwoord
19 wellicht op de vraag kunnen geven, dat het naast een recht waar ik achter schaar, weer heer Kleine Schaars schaar. Het is ook een soort traditie en wij houden ook wel van cultuur, D66. Is er wel onderzocht wat dat betekent, als je dat recht naar een bedrag van nul euro gaat zetten? Of daar de grootburgers achterstaan? En zo nee, als dat niet zo is, wat zijn dan de implicaties van mogelijk een procedure, die wordt opgestart? Want ook dat middeleeuwse recht zal waarschijnlijk wat gronden hebben en dat kan behoorlijk in de papieren lopen. Heeft de indiener daaraan gedacht en aan de consequenties gewogen? De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter. Wij hebben wat dat betreft deze keuze gemaakt, omdat wij het gesprek willen aangaan voor die, juist voor die gelijkheid van de burgers in Deventer ja, te laten horen. Ik ben geen geschiedkundige, voorzitter. Er zijn een aantal van ons wel hier in de zaal en misschien kunnen die ons helpen, over het een en ander qua rechten en qua ingekochte rechten, of dat geschonken is door de raad. Dat ja, ik heb een heel ander verhaal, laat ik het daarop houden. De voorzitter: Mijnheer Van Wijk, nog een vervolgvraag? De heer Van Wijk: Ja, dank, voorzitter. Ik concludeer dan, dat dit risico niet is meegewogen in het opstellen van deze motie. Dan geef ik dat mee aan het college, als belangrijk aandachtspunt.
De voorzitter: Mijnheer Van Straaten. De heer Van Straaten: Ja, dank, voorzitter. Dan zou ik als geschiedenisstudent ook maar even mijn licht over laten schijnen. Aanvankelijk was ik best tevreden met de motie, zoals die van de heer Kaya kwam. Ik vond het een behoorlijk zorgvuldig geformuleerde motie. Maar in de, in het betoog wat de heer Kaya net hield, vloog hij toch wel uit de bocht. Want er werd gesteld, dat het een oude traditie is, dat niet iedereen weet wat die traditie inhoudt. En dat, daar kwam dan de redenatie bij, dat het dan maar moet worden afgeschaft in de huidige vorm, of dat het niet meer van deze tijd is. Hoe kijkt de heer Kaya naar tradities als deze? En erkent de heer Kaya, dat tradities als deze, ook immateriële tradities een belangrijk onderdeel zijn van erfgoed van Deventer? De voorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Ja, op vraag van de heer Van Straaten. Ja, ik herken dat en ik erken ook, dat er tradities zijn in Deventer. Dus vandaar, dat ik daar ook wat dat betreft met een milde richting ja, richting deze gemeenschap wil benaderen. Zodat ze, zodat niet zij worden benadeeld. Dus dat is mijn … En als je kijkt naar wat we vragen is, in de toekomstige verordening grootburgers de financiële vergoeding te schrappen en het vrijgekomen bedrag terug te laten vallen in de generieke weerstandsreserve. Dus dat is eigenlijk, wat ik vraag.
En dat ik misschien in mijn bijdrage net een ander gevoel heb opgewekt, dat was niet mijn bedoeling. Maar u kunt gewoon kijken, wat er in die motie staat en daarop gaan we allemaal voor of tegen stemmen. De voorzitter: De heer Van Straaten. De heer Van Straaten: Ja, de winst is dan, dat DENK niet langer is voor het afschaffen van het grootburgerschap, maar alleen van de financiële vergoeding. Dat zie ik dan als winst voor het behoud van het erfgoed van Deventer. Ik ben benieuwd naar de reactie van het college en naar, hoe de meningen in de raad liggen. De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ja, ook opvolgend op mijn collega van D66. Deze, een andere motie lag vorig jaar op 8 november ook voor. Toen hebben we volgens mij, meerdere keren geschorst om tot een nieuwe motie te komen en toen was uiteindelijk de conclusie, u moet komen met een motie zoals die er nu ligt. Ik vraag me wel af, waarom
20 … Toen is ook gezegd, kom daar de volgende raadsvergadering mee met een motie vreemd, voordat we volgende keer die verordening aanpassen. We hebben laatst de verordening langs gehad zonder amendement van u of, van de heer Kaya. Ik vraag me af, waarom dit een jaar heeft moeten duren en waarom we nu bij de begrotingsraad het hier weer over hebben? En, wat er in de tussentijd door de heer Kaya is gedaan, om te onderzoeken wat ja, hoe deze motie uitgevoerd kan worden en welke risico's daaraan zitten. De voorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter. Dat wanneer wij met moties komen of, wanneer wij met amendementen komen, bepalen wij natuurlijk zelf. En daar had mevrouw Visser vanuit de PvdA ook haar bijdrage kunnen leveren. Ik bedoel, het staat iedereen vrij om ervoor te zorgen, om een motie of een amendement in te dienen. Wij kiezen ervoor, om dat vandaag te doen. Ja, of dat wat gaat uitmaken over de stemming vanuit de PvdA, dat vraag ik me dan wel af of dat zal veranderen. Ik bedoel, het wordt nu ingediend en nu mag iedereen die, de keuze maken. De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: We hebben vorige keer ook aangegeven, dat wij het grootburgerschap belangrijk vinden. Wij hebben ook voor de verordening gestemd. Dus in die zin, ga ik niet met deze motie komen. Zoals u misschien, zoals de heer Kaya soort van misschien denkt.
Maar ik vraag me af, wat hij afgelopen jaren heeft gedaan, om deze motie misschien wat meer van context en gesprek te voorzien. Bijvoorbeeld, met een grootburgersberaad, zoals mijn collega van D66 ook al vroeg. Of, is hij gewoon opnieuw opgeschreven en wordt die nu ingediend? De voorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Soms hebben dingen gewoon heel veel tijd nodig. En wat mij betreft was dit juist, de juiste moment om hierover te komen. En zoals ik al zei, misschien wordt het ook een traditie voor aankomende jaren weer, als de PvdA hier niet voor gaat stemmen en niet de meerderheid haalt. En ik vond het ook heel erg mooi van mevrouw Visser, dat ze aangaf dat er vorige keer werd gevraagd, om het aan te passen. En nu is hij aangepast, zoals de PvdA dat ook zou willen zien. En ik neem aan, dat de PvdA dan ook die steun zal geven. De voorzitter: Mijnheer Van Wijk nog met een korte vraag en dan wil ik naar het college. Mijnheer Van Wijk. De heer Van Wijk: Ja, dank, voorzitter. Ik wou mijn collega Visser even bijvallen. Ik heb het afgelopen jaar vlak na de vorige behandeling, ongeveer drie keer aan de heer Kaya aangeboden, om mee te denken, mee te zetten. Geen antwoord op gehad, ik kan de mails en de WhatsApps overhandigen. Ik vind deze betogen, dat u de tijd ervoor neemt, et cetera en dat het lang duurt, vind ik onvoldoende.
U heeft eigenlijk niet onderzocht, wat de consequenties zijn. Ik vind het een heel lastig betoog, met weinig onderbouwing en zo. En ik vraag me echt af, wat u, heeft u nu echt gedaan in de voorbereiding. Daar krijg ik geen antwoord op. De voorzitter: Via de voorzitter, alstublieft. En volgens mij, hebben we een aantal keer, u mag dit benoemen. Maar de heer Kaya heeft een aantal keer uitgelegd, hoe hij is gekomen tot deze motie. Dus we gaan hier niet opnieuw voor naar de heer Kaya. Het college, de heer König, portefeuillehouder Burger en Bestuur. De heer König: Voorzitter, dank u wel. Het grootburgerschap is een bijzondere traditie. Ik word er regelmatig door mensen op aangesproken, dat het een prachtig iets is. Dus ik erken de raad, de betogen die van verschillende kanten worden gehouden, dat dit een mooie Deventer traditie is, die past bij deze stad. Dat er discussie over is, dat past dan misschien ook wel bij de stad. Ik heb niet vanuit de zijde van het college, niet heel veel aan toe te voegen. Ik vind het primair aan de raad, om hier een oordeel over te vellen. Het college kan leven met beide uitkomsten, een aangenomen motie en een niet-aangenomen motie. Dank u wel. De voorzitter: Behoefte aan reactie, mijnheer Kaya?
21 De heer Kaya: Nee, dank voor de reactie. De voorzitter: Zijn er nog vragen vanuit de raad aan de portefeuillehouder? Als dat niet zo is, dank ik de heer Kaya. En dan mag de heer Kaya blijven staan, want de tweede motie is ook van uw pen. En dat is de motie Gratis ID voor studenten. Wederom, één minuut van toelichting en dan is er ruimte voor vragen vanuit de raad. Motie 1.2 Gratis ID voor studenten De heer Kaya: Ja, voorzitter, een heel ander onderwerp. We zijn in Deventer vele studenten rijk. Deze studenten vormen de toekomst van onze samenleving. Wij als gemeente streven om studentenstad te worden en zijn blij met de studenten, die hier voor het mbo en hbo komen of blijven. We weten allemaal, dat de studenten jaar na jaar wordt gestraft met kosten. Denk hierbij aan de afname van de basisbeurs, huurtoeslag en zorgtoeslag. Dit kan leiden tot financiële problemen, waardoor resultaten op school kunnen afnemen. Maar langer studeren wordt ook al beboet door een langstudeerboete. Kortom, het studeren is een dure en lastige opgave voor onze studenten. Buiten de kosten van de studie zijn er ook andere bijkomende kosten, zoals voedsel, kleding en zorgkosten. Bij de motie van vandaag willen wij een stap zetten in een andere noodzakelijke kostenpost, van onze studenten proberen af te nemen. Iedereen boven de veertien jaar is verplicht zich te identificeren op straat.
Onder de achttien jaar is een identiteitsbewijs vijf jaar geldig. Wat vaak betekent, dat deze verloopt in de studententijd van de, van het studeren. Toch moeten wij, moeten zij zich kunnen blijven identificeren. Vandaar deze motie met de vraag naar het college, om te kijken en te onderzoeken naar de mogelijkheden om deze kosten van het aanvragen van een identiteitskaart, te vergoeden. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mijnheer Kaya. Mijnheer Van den Nieuwenhof. Kijk, het wordt druk. De heer Van den Nieuwenhof: Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraagje aan de indiener. De voorzitter: Mijnheer Van den Nieuwenhof. Stilte in de zaal, alstublieft. De heer Van den Nieuwenhof: Ja, dank u wel, voorzitter. Achttien jaar, tot hoever had DENK gedacht, is dat dan tot drieëntwintig jaar, dat we subsidie geven of wat voor leeftijd? En ja, hoeveel studenten hebben we het eigenlijk ook over? Was ook even benieuwd. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Dat is een vrij technische vraag, voorzitter. Deventer kent een leeftijdscategorie als je het hebt over studenten van zeventien tot tweeëntwintig jaar. Dat is volgens de statistieken zeg maar, in Deventer. Maar je kan natuurlijk verder studeren en dan blijf je nog natuurlijk student, vijfentwintig, achtentwintig. De voorzitter: Mijnheer Van den Nieuwenhof.
De heer Van den Nieuwenhof: Zou u dan de motie aanpassen, dat u zegt van, tot drieëntwintig jaar dan in de motie? Dan weten we waar we aan toe zijn. De voorzitter: Het zijn nu studenten boven de achttien jaar. Dat is, wat de motie leest en de heer Kaya kan dat aanpassen. De heer Van den Nieuwenhof: Ik had een andere vraag, weet u wat een paspoort kost momenteel of een ID? De heer Kaya: Ja, dat weet ik. De heer Van den Nieuwenhof: En wat is het bedrag? Was ik even benieuwd.
22 De heer Kaya: Voorzitter, die kan ik … De voorzitter: Als mijnheer Kaya het kan opzoeken, zou mijn vraag zijn aan mijnheer Van den Nieuwenhof … De heer Kaya: 75 euro en 80 cent. De heer Van den Nieuwenhof: Helemaal goed. Gaan we voor de bonus, dank u wel. De voorzitter: Dank, mijnheer Van den Nieuwenhof. Mijnheer Van Wijk, aan u het woord. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter, een vraag aan de indiener. Klopt het beeld, dat u hier iets wil doen voor een groep mensen van Deventer, die het financieel wat lastiger hebben. Is dat een beetje uw insteek? En dat u eigenlijk elke groep die het financieel wat lastig heeft, zou willen helpen? De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter, in deze specifieke motie gaat het over onze studenten, die het lastig hebben. De voorzitter: Mijnheer Van Wijk. De heer Van Wijk: Dank. Dan vind ik het nog steeds vrij moeilijk te verklaren, waarom u niet met, heeft ingestemd in de motie van de heer Van Straaten over de paspoort voor mensen, die een geslachtswijziging hebben ondergaan. Heb ik een vervolgvraag. Studenten, heeft u het over. Maar bij veertien jaar moet je een identiteitskaart, die is vijf jaar geldig. Dus op je negentiende moet je weer gaan verlengen. Dus, voorzitter, afgezien van de vraag, welk probleem lossen we hier precies mee op, gaan we hier dus ook mbo-studenten mee discrimineren, die dan niet meer in aanmerking komen.
Hoe kijkt de indiener hiernaar? De voorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter. Wij hebben bewust gekozen van 18-plus, omdat wij ook zien, dat als je thuis woont of, dat je in ieder geval nog geen achttien jaar bent, krijgen de ouders vaak ook gewoon nog kinderbijslag. Dus wat dat betreft kunnen, kan dat ook daarvan betaald worden. En vanaf je achttiende, hebben de ouders geen recht meer op kinderbijslag. En dan behoor je toch in Nederland voor jezelf te kunnen zorgen vanaf je achttiende en die hebben het dan wat ons betreft, de steun hard nodig. De voorzitter: Mijnheer Van Wijk. De heer Van Wijk: Ja, dank, voorzitter. Dat was niet echt een antwoord op mijn vraag. Maar ik concludeer, dat hij nu zelf zijn eigen motie overbodig heeft verklaard. De voorzitter: Mijnheer Van Straaten. De heer Van Straaten: Ja, voorzitter. Ik vind het wel een bijzondere stijlfiguur. Want een jaar geleden vond de heer Kaya het niet nodig, om aan de tien mensen per jaar die hun geslacht wijzigen, een gratis paspoort te verlenen. Dat was waarschijnlijk te woke of te progressief voor zijn achterban. Dat mag. Maar nu vindt de heer Kaya het dus wel een goed idee, om met een soort bazooka op alle mensen die het ook zelf kunnen betalen, maar een gratis ID-kaart uit te geven. Dat vind ik een rare stijlfiguur.
En daarnaast, ben ik het ook eens met de heer Van Wijk, dat het natuurlijk totaal onhandig is als je een mbo-student bent of op de VABO zit of überhaupt veertien jaar of ouder bent en dat niet kan betalen blijkbaar. Dan denk ik wel, in hoeverre is dit, is deze motie toereikend voor die groep? Hoe kijkt de heer Kaya daarnaar? En, hoe ziet de heer Kaya die paar tientjes die een ID kost, in
23 verhouding tot alle andere kosten die hij noemde, zoals een langstudeerboete van 3000 euro per jaar, collegegeld en al die andere kosten. Hoe ziet de heer Kaya dat in perspectief? De voorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Ik schrijf het allemaal even op, voorzitter, want het zijn heel veel vragen achter elkaar. Ja, wat betreft deze motie, voorzitter. Ik wil toch terugkomen op deze motie, gaat het over alle studenten die wonen in Deventer. Die willen we graag helpen en daarmee zorgen we ervoor, dat ze in ieder geval de ID-bewijs die ze verplicht zijn om aan te schaffen vanaf hun achttiende, ieder geval kosteloos te maken. De motie zegt eigenlijk, onderzoek dit om te gaan kijken, of daar de mogelijkheden voor zijn. Dus het is niet gelijk, dat we het gaan afschaffen. Ieder geval, het gratis maken, maar het laten onderzoeken richting het college. De voorzitter: Mijnheer Van Straaten. De heer Van Straaten: Ja, ik snap wat een ID-kaart is en wat het kost en hoelang het geldig is. Maar het is geen antwoord op mijn vraag, wat de heer Kaya zegt tegen de mbo-studenten in onze stad van zestien en zeventien jaar, die volgens dit voorstel dan geen ID-kaart kosteloos verstrekt krijgen. De heer Kaya: Voorzitter, dat zeg ik niet.
Wat ik net in mijn beantwoording ook aangaf is, dat die leeftijdscategorie vaak nog thuis wonen en waarvan de ouders een kinderbijslag ontvangen en die niet meer, die zeg maar niet voor zichzelf moeten gaan zorgen. En vanaf je achttiende heb je vaak ook te maken met zorgkosten, die je zelf moet betalen, allerlei andere kosten. Als je zeg maar uitwonend bent, moet je je huur kunnen betalen. De voorzitter: Ik heb het gevoel, dat we in herhaling vallen. De heer Kaya: Ja, maar goed, blijkbaar is het nog niet duidelijk genoeg. En dan wil ik, voorzitter, toch wel het verduidelijken. De voorzitter: Mijnheer Van Straaten, tot slot. De heer Van Straaten: Ja, laatste punt. Ik hoop, dat de heer Kaya nog bereid is om zijn motie te herzien om te kijken, hoe wij dat beter kunnen maken. En ik hoop, dat de heer Kaya in het vervolg zijn moties eerder met ons deelt. De heer Kaya: Voorzitter, mag ik daarop reageren? De voorzitter: Ja, kort. De heer Kaya: Ja. Ik ben altijd bereid en zo kent iedereen mij hier ook in de zaal, om na de motie weer in ieder geval in de schorsingen te gaan kijken, hoe zouden we het eventueel kunnen aanpassen, daar waar mogelijk. De voorzitter: Mijnheer Zuijdam, aan u het woord. De heer Zuijdam: Voorzitter, ik heb een verduidelijkende vraag over deze motie.
Want er wordt eigenlijk gevraagd om een onderzoek naar, te kijken naar de mogelijkheden om gratis te gaan vertrekken. Maar wat wilt u nu precies onderzoeken? De mogelijkheid, hoe die kaarten bij de student terechtkomt, per post of aan de balie? Of, de mogelijkheden om te financieren? En heeft u ook een dekking voor het onderzoek of heeft u ook een dekking voor de financiering van de, het gratis verstrekken? De voorzitter: Mijnheer Kaya.
24 De heer Kaya: Ja, voorzitter. Het onderzoek, dat ik vraag of dat wij vragen van DENK is niet per se een onderzoek, die gedaan zou moeten worden door een Rekenkamer of door … Kijk, dat kan ook gewoon door een hardwerkende ambtenaar, die op deze post zit bijvoorbeeld. Dus dat hoeft niet heel veel te gaan kosten, naar mijn mening. En daarnaast, de andere vraag of het wordt opgestuurd naar de studenten. De heer Zuijdam: Wat is het doel van het onderzoek? Wat bedoelt u met de mogelijkheden? De heer Kaya: Zodra een ID-bewijs vervalt, betekent dat dus, dat een student in dit geval het zou moeten verlengen, want dat is een verplichting. En dan ga je met je studentenkaart of dan wel het bewijs dat je student bent naar de gemeente en dan vraag je het aan. Dat is wat ik aan het college vraag, om te onderzoeken of dit mogelijk is, of dat haalbaar is, of dat kan, of … En op wat voor manier dat moet gaan gebeuren, daar mag het college zelf mee komen, wat ons betreft. De voorzitter: Tot slot, mijnheer Zuijdam. De heer Zuijdam: Voorzitter, er staat gewoon online bij gemeente Deventer, dat je naar het loket kunt gaan en daar een kaart kan ophalen. Dus hoe dat moet, dat is heel erg duidelijk.
Ik vraag nogmaals, wat bedoelt u met de mogelijkheden? Bedoelt u de mogelijkheid van financiering van die ID-kaarten of mogelijkheden van het aanreiken van die kaarten? De heer Kaya: Eerste punt, dus het financiële gedeelte, dat ze dan zeg maar dat gratis kunnen krijgen. De voorzitter: Mijnheer Zuijdam. De heer Zuijdam: Dan heb ik toch nog een allerlaatste vraag. Als u een motie indient, als mijnheer Kaya een motie indient, zou het dan niet zo zijn, dat de heer Kaya zelf voor een dekking moet zoeken? En niet op deze manier, een onderzoek laten doen door een ambtenaar. De voorzitter: Mijnheer, het antwoord. De heer Kaya: Dat is een gesloten vraag. Ik zou zeggen, nee. Want ja, daar hebben we denk ik ook hardwerkende ambtenaren voor, die dat voor ons kan doen. En daar worden we met onze wenken op bediend, denk ik. De voorzitter: Mijnheer Van, mijnheer Van den Nieuwenhof wou ik zeggen. Mijnheer Van der Linde, aan u het woord. De heer Van der Linde: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben even uitgezocht wat een ID-kaart kost en dat is 75,80 euro voor tien jaar. Dat betekent 7,58 euro voor één jaar. Dat zijn twee biertjes voor een student. Wil mijnheer Kaya nu echt, dat de burgers van Deventer die twee biertjes per jaar voor een student gaan betalen? De voorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter, hiermee suggereert de heer Van der Linde, dat iedere student bier drinkt.
Dat is denk ik, niet het geval. Niet alle studenten drinken bier, misschien drinken ze ook wel wijn of een colaatje. Dat weet ik niet. En daar zijn de kosten natuurlijk heel anders voor. Maar ja, voorzitter, ik vind het een beetje een ja, een kleinerend richting de studenten die het wel zouden kunnen betalen. Ik zou haast willen zeggen aan de heer Van der Linde, heb oog voor deze studenten. En zorg ervoor, dat je als CDA ook die barmhartigheid toont richting deze studenten. De voorzitter: Mijnheer Van der Linde, een vervolgvraag. En ik wil zo ook een beetje richting het college, want het is …
25 De heer Van der Linde: Als CDA zijn we natuurlijk heel barmhartig voor studenten. Temeer, omdat de student die ingeschreven staat in Deventer maar uit Groningen komt, die profiteert daar wel van. Maar de Deventer student die naar Groningen gaat, die profiteert daar niet van. Dus het is toch een beetje wissewasje allemaal. Vindt u dat niet met mij eens? De voorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Het gaat om de studenten, die in Deventer wonen. Dus laten we dat voorop stellen. De studenten die in Deventer wonen en ingeschreven staan. Ja, uiteraard. De voorzitter: Mevrouw Schmidt, aan u het woord. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Ik heb even een verduidelijkende vraag aan mijnheer Kaya. Want hij zegt in zijn motie, alle studenten. En dat vind ik een lastige. Want we hebben ook mensen, hele grote gezinnen in armoede in Deventer waar de kinderen misschien niet van studeren, maar die misschien ook moeite hebben met het aanschaffen van een ID-kaart. Dus misschien een beetje om u tegemoet te komen. Is het dan misschien niet handig om te inventariseren, of die student inderdaad zelf de financiële of zijn ouders de financiële mogelijkheden niet hebben? En om te kijken naar een inkomensafhankelijke toeslag, waar dat nodig zou zijn.
Want ik vind het nogal iets om te zeggen van, nou iedereen die krijgt dat maar, terwijl die student misschien ouders hebben die dat zelf prima kunnen betalen. En dan vind ik het, de inzet van gemeenschapsgeld verkeerd. Dus ik begrijp uw redenering wel, alleen u schiet met een schot hagel op een hele groep. Terwijl ik me afvraag van, kunnen we dan niet beter kijken waar het echt nodig is om te kijken, of we dan op een andere manier kunnen ondersteunen, dan deze motie die u nu indient? De voorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter. In de motie staat niet alle studenten. Er staat, verstrekken aan studenten boven de achttien jaar. Ja, niet alle studenten, want … De voorzitter: Nee, maar ik, volgens mij is het duidelijk. Mijnheer Kaya heeft … De heer Kaya: Voorzitter, het gaat … De voorzitter: Mijnheer Kaya heeft ook al eerder gereageerd op de vraag, of dit inderdaad een effectieve maatregel is. Dus ik wil het hierbij laten. Mijnheer De Niet, aan u het woord. De heer De Niet: Ja, ik kan me eigenlijk wel grotendeels vinden in de vraag ook van mevrouw Schmidt, maar die zal ik opnieuw stellen. Ik wil een, met name een vraag aan het college, in hoeverre we ook al een bredere regeling hebben als het gaat om tegemoetkomen in de kosten van de ID-kaart. Er zijn gemeentes, die dat hebben. Wij hebben ze in ieder geval voor Deventer niet kunnen terugvinden.
En dat gaat om inkomen en niet op basis van status student, of niet. Dat lijkt ons als fractie ook een verkeerde keuze. Zijn genoeg studenten, die drie keer per jaar een vliegvakantie boeken. Dus dat lijkt me niet nodig, om daarvoor een paspoort te gaan vergoeden. Dus laten we de keuze als we dit soort keuzes maken, dat doen en investeren in de groepen, die het echt nodig hebben. Helemaal eens met mevrouw Schmidt, wat dat betreft. De voorzitter: Gaan we zo naar het college voor de beantwoording. De heer Kaya: Voorzitter, het gaat niet om een paspoort, het gaat om de ID-bewijs. De voorzitter: Daar heeft mijnheer Kaya helemaal gelijk in. Mevrouw Zieverink, aan u het woord.
26 Mevrouw Zieverink: Ja, dank, voorzitter. Ja, de meeste vragen zijn al gesteld, dus dank aan andere fracties. Maar eentje blijft voor ons nog bestaan. En dat is, wij waren in de veronderstelling, dat de fractie van DENK heel erg vanuit gelijkheid redeneert. Wij vragen ons af, waarom deze motie eigenlijk daarvan afwijkt. De voorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Ja, is een lastige vraag. Uiteraard zijn wij, redeneren wij altijd vanuit gelijkheid, voorzitter. Maar er zijn ook in onze samenleving mensen, die ook het hulp extra nodig hebben. En daar gaat deze motie over. Het gaat niet om, dat wij niet alle studenten zien als mensen die niet geholpen zouden moeten worden. Maar je moet ergens beginnen, voorzitter. En dat is wat ons betreft de studenten die het, die vanaf hun achttiende het, eigenlijk tot zichzelf, eigenlijk zichzelf moeten verzorgen en volwassen genoeg zijn, om dingen aan te schaffen. En daar willen wij graag de aandacht voor. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Dank voor deze toelichting. Maar dan zou ik toch mijnheer Kaya willen verzoeken, voorzitter, om ook in lijn met de vorige of, de vragen van de andere fracties na te denken, of dit echt alleen de groep is waar mijnheer Kaya dit voor zou willen indienen. De voorzitter: We gaan naar de zijde van het college. Portefeuillehouder König voor een reactie vanuit het college.
Aan u het woord. De heer König: Voorzitter, dank u wel. Het college krijgt even de indruk, dat de heer Kaya grootburgers wil maken van de studenten, maar misschien vergissen wij ons. Technisch kan deze motie, dat is het probleem niet. Maar je kunt je wel afvragen, of dit nou handig is. Even een paar dingen. Er zijn een paar gemeenten, die hier iets voor geregeld hebben. Amsterdam heeft een regeling, waarbij iedereen met een laag inkomen een gratis ID-bewijs kan krijgen. Den Haag en Amersfoort hebben dat voor jongeren met een laag inkomen van twaalf tot achttien jaar. Er is geen gemeente, die een regeling heeft voor studenten 18-plus. Een onderzoek kan. We kunnen dat uitvoeren, dat is het punt niet. Ik laat het verder aan de raad, of ze dat ook wenselijk vinden, ja of nee. Als je een schatting zou moeten maken, want misschien is dat ook wel even goed om een doorkijkje te maken naar, waar moeten we nu rekening mee houden als we dit inderdaad, gratis gaan verstrekken? Of het nu per post is, of dat u hem moet komen halen. Dan moet je er rekening houden met minimaal 40.000 euro. Niet alle 18 tot 22-jarigen zijn studenten, maar je hebt wel kans dat er ook meer mensen studenten, een ID-bewijs gaan aanvragen. Bijvoorbeeld mensen, die een paspoort hebben maar denken, ach als ik toch ook een gratis ID-bewijs kan hebben, dan kan ik dat ook nog wel bij vragen.
Dus minimaal 40.000 euro houden wij rekening mee aan verlies aan inkomsten, als dit uitgevoerd gaat worden. Daar wou ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank, mijnheer König. De heer Kaya: Ja, voorzitter, fijn. Fijn dat er ook nog een verduidelijkende antwoord is vanuit het college. Het onderzoek kan dus vanuit het college gewoon gedaan worden en dat is ook de vraag van deze motie. Het is niet gelijk het implementeren van de motie, maar het is gewoon vanuit de motie gewoon gevraagd, of het onderzoek gedaan kan worden. En daar ben ik blij om, dat het antwoord daarop, ja, is. De voorzitter: Dank. Zijn er nog vragen? Mijnheer Van Wijk, aan de portefeuillehouder? De heer Van Wijk: Ja, dank, voorzitter. Een vraag aan de portefeuillehouder. Ik hoor hem best wel concrete dingen teruggeven. Betekent dan eigenlijk, dat het onderzoek al min of meer de, die, dat daar de gegevens van bekend zijn? Is dat wat de portefeuillehouder zegt?
27 De heer König: Inderdaad, kunt u zeggen, wij hebben in feite al even gekeken wat zou, als je even een doorkijk maakt, wat zou dit betekenen? Daarmee zou je in zekere zin kunnen kijken, kunnen concluderen, dat het onderzoek is uitgevoerd. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter. Dan eigenlijk een tweede argumentatie van deze motie overbodig is. De heer Kaya: Voorzitter, mag ik daarop reageren? De voorzitter: Dat mag. De heer Kaya: Voorzitter, om dit zo ja, ik vind het toch wel bagatelliserend om te zeggen, het onderzoek is al gedaan en we zijn er al klaar mee. Dat had ook in een technische sessie naar ons gestuurd kunnen worden. Dat is niet gebeurd. In die zin, dat ze hebben, de motie hadden kunnen afraden. En hadden kunnen zeggen tegen ons van, joh, het hoeft niet in een motie. Maar ja, dat vind ik wel jammer, dat er zo’n antwoord komt op onze motie. De voorzitter: Volgens mij, is alles gezegd hierover en is het nu aan de heer Kaya, om de motie in te dienen. Of, te wijzigen. Dank, mijnheer Kaya voor uw bijdrage. Is er punt van orde of een ... Oh, punt van orde mag u wel doen. De heer Smeenk: Kunnen we misschien even een pauze houden, zodat we even fris en fruitig richting 17.30 uur kunnen gaan? De voorzitter: Ja, dat lijkt me prima. Tien minuten schorsen? Schorsen we tien minuten, zie ik u zo terug. SCHORSING Dames en heren, wij gaan weer beginnen met de raadsvergadering.
Dus ik verzoek u, uw gesprekken af te ronden en plaats te nemen. Stilte in de zaal, alstublieft. We gaan verder met de vergadering. Ik wist het zelf ook niet, tot vorige week, maar er gaat een gong af in de koffiekamer. En dat is het moment, dat u weer gevraagd wordt om naar de vergaderzaal terug te gaan. Dat is de vervanging van de ouderwetse koebel, waar de griffier en ik met, mee rond wilden lopen. Dus graag aandacht voor de gong, die u hoort in de zaal. Dan kunnen we ook weer op tijd verder gaan. Mijnheer Smeenk, aan u het woord. De heer Smeenk: Dan mag de gong wel wat duidelijker hoor. Als wij met elkaar aan het kakelen zijn, hoor je die gong echt niet. De voorzitter: We gaan het vragen aan de technische dienst. Programma 2 Openbare orde en veiligheid De voorzitter: We gaan verder met programma 2, dat is Openbare orde en veiligheid. Twee amendementen op ingediend. We beginnen met het amendement 2.1 Preventie- handhavingsplan alcohol, ingediend door GroenLinks en de ChristenUnie en mede-ingediend door DENK en Deventer Sociaal. Ik geef mevrouw Van der Meer een minuut de tijd, om haar, om de motie, of amendement toe te lichten. amendement 2.1 Preventie- handhavingsplan alcohol Mevrouw Van der Meer: Dank, voorzitter. En dank, collega’s, dat u na deze korte borrel toch ook weer aanwezig bent. Want alcoholgebruik is een serieus maatschappelijk probleem.
Het is van invloed op de gezondheid, maar ook op de veiligheid. Vorige week nog sprak ik een rechercheur die zei, dat in zeker negen van de tien zaken die zij in behandeling had, er alcohol in het spel was. Een serieus probleem, waar we begin dit jaar een serieus
28 preventie- en handhavingsplan over hebben vastgesteld. En om het plan uit te voeren is geld nodig. Dit amendement voorziet in een dekking voor dit geld. En sommige partijen willen het straks misschien gaan hebben over de risico's van deze dekking. Maar het risico waar we het vanmiddag echt over moeten hebben, is dat we beleid vaststellen en uitvoeringsplannen maken, waar het college vervolgens geen budget voor vrijmaakt. Welk signaal geven we dan af aan de samenleving? Aan de ambtenaren die het beleid schrijven en aan de handhavers, die dag in dag uit de gevolgen van alcoholgebruik merken? Geen geld vrijmaken, maakt meer kapot dan je lief is. De voorzitter: Ja, mevrouw Van der Meer, keurig binnen de tijd. Vragen vanuit de raad. Mijnheer Van Wijk, aan u het woord. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter, een vraag aan de indiener. Begrijp ik het amendement goed, dat het gaat om dekking voor de activiteiten mystery guest onderzoek, nalevingsonderzoek, communicatie en extra juridische handhavingscapaciteit? Is dat wat u bedoelt? De voorzitter: Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Ja. De heer Van Wijk: Vervolgvraag, voorzitter, ook misschien voor de wethouder. In mijn beleving wordt er wel wat gedaan, maar gaat dit om wat additionele zaken die worden gevraagd. Klopt dat? De voorzitter: Mevrouw Van der Meer.
Mevrouw Van der Meer: Voorzitter, met uw permissie wil ik deze vraag ook wel beantwoorden. Ons is dit voorjaar voorgerekend bij de concretisering van de Strategische Veiligheidsagenda, wat de aanvullende middelen nodig waren. Dat is die drie keer 75.000 euro. Destijds is ook aangekondigd, dat het college bij de Voorjaarsnota deze middelen vrij zou maken. Dat hebben zij nagelaten. Vervolgens hebben wij, ChristenUnie met DENK en Deventer Sociaal ook toen een amendement ingediend. En die, oh, sorry, het was een motie. Maar toen kregen wij de reactie, een beetje flauw, u kunt misschien zelf ook met een dekking komen. Dat doen wij nu. Dus wij doen precies, wat ons gevraagd wordt. De voorzitter: Mijnheer Van Wijk, voldoende? Dan gaan we naar mijnheer Van der Linde, aan u het woord. De heer Van der Linde: Ja, dank u wel, voorzitter. Even voor de duidelijkheid, het preventie- en handhavingsplan is vastgesteld staand beleid, volgens mij. En u vraagt dus gewoon niets minder dan, dat het college vastgesteld staand beleid wat wij hebben vastgesteld, uitvoert. Dat is toch eigenlijk de essentie van uw motie? De voorzitter: Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Ja. De heer Van der Linde: Of amendement, sorry, ja. Helder. De voorzitter: Fijn. Neemt u allen een voorbeeld aan mevrouw Van der Meer. Mijnheer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Nee. Voorzitter, ik begrijp wat u bedoelt.
U zit nu al op, te jagen, denk ik. Gaan we niet doen. Nee, mijn fractie kan zich helemaal vinden in dit amendement. Wij dienen graag mede in. De voorzitter: Kijk. Anderen nog, die hierop willen reageren? Mijnheer Aydin, aan u het woord.
29 De heer Aydin: Ja, dank u wel, voorzitter. En dank voor de, voor het indienen van deze motie. De PvdA-fractie onderschrijft ook het belang van een goed alcoholbeleid en de schade, die het in de samenleving kan veroorzaken en veroorzaakt. Even een vraag voor de verduidelijking. Er is volgens mij, nu al vanuit de weerstandsreserve voor 2025 en 2026 geld vrijgemaakt, als ik het goed heb begrepen. Dat heb ik onjuist. Kunt u daar toelichting op geven? De voorzitter: Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Nee. Maar in dit geval, een iets uitgebreidere toelichting. Er is dus nog geen dekking voor de uitvoering van het beleid, of ieder geval niet voor die kosten, die ons voorgerekend is dit voorjaar bij de Strategische Veiligheidsagenda. En dit amendement voorziet wel een dekking en dat is naar de generieke weerstandsreserve. De heer Aydin: Ja, dank, voorzitter, prima. Ik was in de veronderstelling, dat voor de jaren 2025 en 2026 er al wel dekking was vanuit het college was voorgesteld, maar voor de jaren daarna dit amendement dat diende, probeerde op te lossen. Maar dat heb ik dus niet juist. De voorzitter: Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Nee. Nee, voorzitter. Dat is het Speelbeleidsplan, die u volgens mij ook mede-indient, waar daar, dat wel voor geldt. Maar voor dit beleid was er dus gewoon nog geen dekking vrijgemaakt voor de jaren 2025, 2026 en 2027.
De voorzitter: We gaan naar het college, portefeuillehouder König. De heer König: Voorzitter, dank u wel. Goed, om hier even wat toelichting op te geven. In de eerste plaats is het niet zo, dat we het alcoholpreventieplan niet uitvoeren. Preventiebeleid voeren we uit. We hebben ook boa's, die toezicht houden. Maar waar we niet aan toekomen is mystery guests en nalevingsonderzoeken en ook de juridische opvolging van constateringen, die dan door mystery guests in dat nalevingsonderzoek worden gedaan. Dus we zijn niet compleet. En vanuit de inhoud gezien zouden we graag dus wel, die middelen beschikbaar hebben. Dus vanuit de inhoud, graag. Maar we hebben met elkaar, dat heeft u ook allemaal gezien, keuzes moeten maken. En in de uiteindelijke afweging is gezegd, omdat we inzetten op alcoholpreventiebeleid en we hebben ook een stuk handhaving nu al georganiseerd vinden we het niet verantwoord, om nu nog weer de extra middelen hiervoor in te zetten. Daarvoor ontbreekt het gewoon op dit moment aan de middelen. Dus inhoudelijk als portefeuillehouder zou ik graag het volledige plan uitvoeren, het beleid uitvoeren. Maar in de uiteindelijke financiële afweging is dat dus niet geregeld. Ik zeg erbij, dat betekent niet dat we er niks aan doen, want die suggestie wil ik hier nadrukkelijk wegnemen. Daar wou ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank.
Eerst een reactie van mevrouw Van der Meer en dan de heer De Niet. Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Dank, voorzitter. Ik heb ook niet de suggestie willen wekken, dat er inderdaad helemaal niks aan de uitvoering van het beleid wordt gedaan. Dat, vooropgesteld. Maar het is inderdaad niet de volledige ambities, die wij kunnen halen op het moment, dat wij deze middelen niet vrijmaken. En dan reageert het college, de middelen zijn er nu niet. Ja, met dit voorstel zit er in 2029 slechts 40,1 miljoen in de generieke weerstandsreserve in plaats van de 40,3 miljoen. Het is aan u, of u dat problematisch vindt. De voorzitter: Mijnheer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wou als mede of als mede-indiener samen met mevrouw Van der Meer ook nog even onderstrepen, dat uiteindelijk gaat, dit gaat heel erg om, dat mystery onderzoek en handhaving gaat ook over alcohol schenken aan minderjarigen, bijvoorbeeld in de horeca. En er zijn, ik kom ook wel eens in
30 Deventer horeca. Er zijn zaken, die zich daar echt, dat heel goed doen, zeg maar. Er heel bewust van zijn en zich verantwoordelijk gedragen. Maar er zijn ook zeker horecazaken, die daar veel lichtzinniger mee omgaan. En het gaat wel over jong, onze jongeren zeg maar, en over gezondheid en gezonde ontwikkeling. En daarmee ook, worden horecazaken ook tegen elkaar uitgespeeld. En juist daarvoor is dit bedrag, wat in zekere zin klein bier is als je kijkt inderdaad naar de omvang van de claim, die we nu op de algemene reserve doen is, draagt zoveel bij zeg maar aan die handhaving. Aan, juist op, waar horecazaken dit te licht opvatten en er een loopje mee nemen. Dat is niet zozeer een vraag, maar in ieder geval een onderstreping en een constatering. Maar misschien nog wel goed aan, een vraag aan de portefeuillehouder dan te maken is, klopt het inderdaad, dat dat juist het stuk handhaving richting horeca onder dit, onder deze bedragen valt? De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer König: Kijk, we hebben nu boa's die toezicht houden. En daar volgt natuurlijk ook wel handhaving op, op het moment dat boa's constateringen doen, voorzitter. Maar het punt is, dat als boa's een horecazaak inlopen ja, die komen in vol ornaat en dan weet de horecaondernemer natuurlijk ook, waar hij aan toe is. Dat is juist het plan van die mystery guest onderzoeken.
Daar kun je constateringen doen, zoals de heer De Niet schetst, voorzitter, die we inderdaad, waar we natuurlijk ook graag tegen zouden optreden. De voorzitter: Dank. Mijnheer Van Wijk. De heer Van Wijk: Ja, dank, voorzitter. Dank voor de uitleg. Zoals ik het begrijp is het inderdaad, dat er wel wat wordt gedaan en een gedeelte, niet. Klopt het nu en dat wou ik even expliciet hebben, dat het college nu deze, dit amendement ontraadt? De heer König: Vanuit de inhoud zou ik dat graag vrijmaken, deze middelen. Maar gezien de financiële positie van de gemeente, hebben we ervoor gekozen, om deze wens niet te honoreren. De voorzitter: Mijnheer Aydin. U heeft nog een vraag aan de portefeuillehouder? De heer Aydin: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag inderdaad, aan de portefeuillehouder. Er wordt nu al best wel wat gedaan, hoor ik. Dat is goed om te horen. Maar met het aannemen van dit amendement, wat gaat er dan nog extra gedaan worden? Ik weet niet, of dat dan precies voor de portefeuillehouder is of voor de indiener, maar vraag van de PvdA. De heer König: Het is de uitvoering van het alcoholbeleid, dat hier is vastgesteld, alcoholpreventiebeleid. En wat we kunnen gaan doen. Als we, deze middelen beschikbaar worden gesteld, dan betekent dat we mystery guest onderzoek laten doen bij de horeca, dat we nalevingsonderzoek doen en.
dat we extra juridische capaciteit voor de opvolging van die onderzoeken kunnen doen. De voorzitter: Dank ik de portefeuillehouder. En dank ik u, mevrouw Van der Meer, voor de toelichting van uw amendement en het amendement van de heer De Niet. Wij gaan door met amendement 2.2, dat is de Aanpak omgeving Douwelerkolk, ingediend door mevrouw Sipman van de VVD en mede-ingediend door DeventerNU. Mevrouw Sipman, u heeft een minuut voor de toelichting van uw amendement. Amendement 2.2, dat is de Aanpak omgeving Douwelerkolk Mevrouw Sipman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, soms zoek je een haakje om een punt, een signaal toch ook op de agenda te zetten. En of het dan het juiste haakje is, dat is niet altijd duidelijk. Dus bij dezen, dit amendement. Wij krijgen steeds meer signalen over de gebied van de Douwelerkolk, dat mensen zich daar onveilig voelen. Het gebied Douwelerkolk-Rielerenk is in de periode 2008-2014 flink aangepakt in een mooie samenwerking, tussen de verschillende omliggende wijken en de gemeente. Met als afsluiter destijds, de tunnel tussen de Rivierenwijk
31 en de fietsroute daarmee richting ziekenhuis vanuit die wijk. De signalen die wij ontvangen komen onder andere van vrouwen en ouderen. Maar ook ouders met jonge kinderen, die toch liever niet willen, dat die kinderen daar gaan spelen in dat gebied. Met ook de sportverenigingen daar, vinden wij dat absoluut een zorg. Ook gezien alle doelen die we met dat, met dit soort gebieden hebben. Het is wel het vijfde park van Deventer, waarin we juist willen dat mensen gaan wandelen, bewegen, sporten en alles. Wij staan open voor suggestie, om dit op een andere manier voor elkaar te krijgen. Maar dit is wel een manier om het in ieder geval, dan nu toch te agenderen. De voorzitter: Dank, mevrouw Sipman. Roept dat vragen op? Dat doet het. Mevrouw Zieverink, u mag als eerste. Mevrouw Zieverink: Ja, dank, voorzitter, dat roept zeker vragen op. En onze eerste vraag is eigenlijk, of er meer plekken zijn waar signalen of worden ontvangen, dat die mogelijk onveilig zijn? En zo ja, of deze eventueel ook dan onderdeel zouden moeten zijn van, wat nu voorligt. De voorzitter: Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Dank u wel, voorzitter. Wij krijgen ze vooral over dit gebied, maar er zullen ongetwijfeld meer signalen zijn. Waarbij we ook geluiden krijgen, dat mensen het vooral niet melden bij de gemeente.
Dus ja, als er meer van dit soort onveilige plekken zijn die nog niet aangepakt worden, staan wij er ook zeker voor open, om die wel mee te nemen. De voorzitter: Vervolgvraag van mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Ja, en wij en misschien is het niet een vraag voor mevrouw Sipman, maar meer voor het college. Wij zouden graag willen weten, of dit wel een goede timing is om deze motie op te nemen. En waarom, dat nu bij de begroting zou moeten. Dus we zijn even zoekende, waarom dit nu moet en niet op een ander moment, waarbij we misschien meer signalen zouden kunnen combineren. De voorzitter: Dan gaan we daarvoor naar het college en het betreft, een amendement. Mijnheer Van der Linde, aan u het woord. De heer Van der Linde: Ja, voorzitter, dank. In eerste instantie ben ik het met mevrouw Zieverink eens, dat ik het vreemd vind, dat een vermeende onveiligheid via een begrotingswijziging aan de orde wordt gesteld. Ik denk niet, dat dat de juiste weg is. Maar mijn vraag, wat maakt dit gebied nu zo specifiek onveilig? Er is een, een eenmalig ernstig incident heeft daar plaatsgevonden. Maar wat, zijn er nu echt concrete cijfers, indicaties voor een structurele veiligheidscrisis in dit gebied? De voorzitter: Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: De cijfers zijn heel beperkt erover.
De signalen komen echt vanuit de buurt, vanuit omwonenden, mensen die graag van het gebied gebruik zouden willen maken. En dan gaat het over simpele dingen als, het is donker. Met name vanaf het moment, dat het gaat schemeren. De zichtlijnen vanaf bijvoorbeeld de sportvelden en zo, zoals die er in het oorspronkelijk plan waren, zijn verdwenen. Dus je voelt je in sommige gebieden ook echt wel heel erg alleen, bij tijd en wijle. Verder, zijn er signalen, dat er drugs gedeald wordt onder andere, hangjongeren, scooters, de fatbikes op dit moment, dak- en thuislozen die daar hun nacht doorbrengen, die het onveiligheidsgevoel versterken. De voorzitter: Mijnheer Van der Linde. De heer Van der Linde: Ja, u noemt nu allerlei zaken. Maar ja, die signalen, hoe breed … Ik geef hier toch de, anekdotisch de kwalificatie aan. Kunt u zich daar iets bij voorstellen?
32 Mevrouw Sipman: Dat kan ik zeker. De andere kant is, ik kan u van harte aanbevelen om daar een keer te gaan wandelen, fietsen, recreëren om het gebied ook te bekijken. Dan kunt u zelf kijken, hoe u het gebied en dan met name ook de oude wielerbaan ervaart, op het gebied van sociale veiligheid. De voorzitter: Mijnheer De Niet, aan u het woord. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik snap best het probleem, dat mevrouw Sipman aankaart. Dat is denk ik, ook terecht hè. Dus er zitten echt wel knelpunten daar, ook rond de veiligheid. Alleen, ik ben het wel eens met de voorgaande sprekers, dat het een beetje onduidelijk is hoe nou ja, hoe groot is het nou echt? En wat zijn ook, wat is de juiste oplossing? En is dit dan, dat gaf u zelf al, gaf mevrouw Sipman zelf al aan, is dit dan de juiste manier om dat aan te pakken? Dat laatste, ik denk, dat het beter via een andere route kan. En ik zou eigenlijk aan mevrouw Sipman willen vragen, ja, waarom heeft u niet voor een andere route gekozen? En bent u bereid die alsnog te bewandelen? Om in ieder geval het gesprek over de, over deze locatie fatsoenlijk aan te gaan, zodat we een breder beeld kunnen vormen. De voorzitter: Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: We hebben nu gekozen voor deze route, omdat die mooi valt onder de doelstelling over het aanpakken van objectieve en subjectieve veiligheid, zoals die in de begroting staat.