CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-10-10 Samenwerken aan leefbare en vitale buurten 'Zo doen we dat!'

Informatieve bijeenkomst 10 oktober 2024, gemeente Deventer28.433 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

43

In de prestatieafspraken is bijvoorbeeld vastgelegd dat de gemeente Hoorn en Intermaris verkennen hoe hun samenwerking bij zware overlast sneller en effectiever kan. Hierbij hebben ze een gezamenlijk beeld hoe daarbij conform AVG gehandeld kan worden. Met name vanuit het Bijzondere Zorg Team zien partijen schrijnende overlastgevallen die een doeltreffende aanpak vereisen.

Waar werd het moeilijk, wat waren de beren op de weg? In het overleg met 1.Hoorn trekt de huurdersorganisatie samen op met de afdeling ‘Rondkomen’ van 1.Hoorn. De huurdersorganisatie dringt aan op intensievere samenwerking met zorg- en welzijnspartijen. Zij zien en ervaren dat steeds meer bewoners met problemen in de wijken wonen. Dit kunnen zowel psychische, fysieke, financiële en/of culturele problemen zijn. Regelmatig leidt dit tot onbegrip en escalatie. Een extern bureau inventariseert hiervoor de wensen en eisen van de verschillende partijen (zorg-, welzijn-, huurdersorganisaties en corporaties) in de regio West-Friesland, in opdracht van de gemeente. Het doel van de huurdersorganisatie De Boog is om samen met zorgpartijen te kijken hoe zij de leefomgeving kunnen verbeteren, hoe zij meer onderling begrip kunnen kweken en hoe de partijen samen escalatie kunnen voorkomen. Door het uitwisselen van ervaringen (niet op persoonsgebonden niveau), wil huurdersorganisatie De Boog samen met de andere partijen tools ontwikkelen waar zij allemaal, en de bewoners voorop, wat aan hebben.

Proces van samenwerken aan wonen, welzijn en zorg Unieke processtappen: Gedeelde urgentie, gezamenlijke verantwoordelijkheid De gemeente Hoorn, woningcorporatie Intermaris en de Verenigde Huurdersorganisatie De Boog streven naar veerkrachtige wijken. Zij zien dat de veerkracht in bepaalde wijken met veel sociale huurwoningen en een hoge mutatiegraad onder druk staat.

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Hoorn: gezamenlijke aanpak

De partijen werken daarom in partnerschap samen aan leefbaarheid in de buurt. De Hoornse aanpak zet in op een preventieve werkwijze, een daadkrachtige aanpak van overlast en betrokkenheid van bewoners. Hun gedeelde ambitie: een leefbaar en veilig Hoorn. De gemeente draagt hierbij de verantwoordelijkheid voor de openbare orde, de openbare ruimte, veiligheid en het maatschappelijke welzijn in de wijken. Intermaris zet zich in voor de kwaliteit van de nabije woonomgeving, het beheer van de woningen en fijn samenleven. De Verenigde Huurdersorgansitie De Boog heeft een signaleringsfunctie en mobiliseert bewoners.

De mens centraal De huurdersorganisatie heeft een actieve rol in de samenwerking, bij het maken van afspraken en de uitvoering daarvan. De prestatieafspraken geven de huurders en de huurdersorganisatie het vertrouwen in een samenwerking met korte lijnen en regelmatig contact met zorgpartijen, gemeente en woningcorporatie. Gezamenlijk kwamen zij tot een brede aanpak van de leefbaarheid in Hoorn, met een actieve rol voor de huurdersorganisatie. Deze actieve rol komt tot uiting in haar signaleringsfunctie, het betrekken van bewoners en de inbreng van oplossingen en onderwerpen.

Borging Voor het opstellen van de prestatieafspraken werkten alle betrokken partijen al samen. De prestatieafspraken zorgen in eerste instantie voor een formele structuur waarbinnen ook de overleggen structureler plaatsvinden. Zo hebben de partijen iedere twee maanden overleg, waarin iedereen kan aangeven tegen welke problemen zij aanlopen. Daarnaast geven de prestatieafspraken zekerheid voor de toekomst. Door prestatieafspraken te maken wordt draagvlak gecreëerd bij alle partijen. Door de voortgang van de prestatieafspraken regelmatig te monitoren, blijft er aandacht op de realitie van de jaarafspraken. En als er bijvoorbeeld personele wisselingen zijn, is het fijn dat deze afspraken vast staan.

44

Elkaars taal kennen en spreken Door de samenwerking met 1.Hoorn leren de partijen elkaar kennen, krijgen betrokken partijen begrip voor elkaar en ervaren ze wat ze samen voor de bewoner kunnen betekenenIn de prestatieafspraken zijn deze korte lijntjes met zorg- en welzijnsinstellingen vastgelegd. Hierdoor is er laagdrempelig en direct contact met bewoners, 1.Hoorn en de huurdersorganisatie.

Inclusieve en veilige leefomgeving Het gedachtegoed achter de prestatieafspraken die gaan over de leefbaarheid in Hoorn is: Passend wonen voor iedereen. In Hoorn betekent passend wonen, meer dan alleen de financiële situatie van de huurders. Bij de plaatsing van nieuwe huurders kijkt woningcorporatie Intermaris in eerst instantie naar de inschrijfduur en het inkomen. Wanneer iemand aan de hand daarvan in aanmerking komt voor een woning, worden er gesprekken gevoerd zodat de huurder weet in wat voor buurt hij gaat wonen. Tijdens dit voorgesprek verkent de corporatie samen met de huurders hoe zij kunnen bijdragen aan de buurt. Omdat wonen voor een groot deel de kwaliteit van leven bepaalt, vinden de samenwerkingspartners passend wonen belangrijk. De woningcorporatie in Hoorn monitort de leefbaarheid en draagkracht van een complex of buurt met behulp van het stoplichtmodel. Dit gebeurt zowel op het niveau van wijken, straten en gebouwen als op woningniveau. Wanneer de woningcorporatie, de gemeente en huurdersorganisatie zien dat een buurt achteruitgaat en kwetsbaar wordt, vinden de partijen het onverstandig om daar nog een kwetsbaar persoon bij te plaatsen.

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Hoorn: gezamenlijke aanpak

Ondersteuning en begeleiding Preventieve werkwijze; gezamenlijke aanpak van overlast en problemen achter de voordeur Een belangrijk onderdeel voor het verbeteren van de van de leefbaarheid in Hoorn is de preventieve aanpak. Door de signaleringsfunctie van 1.Hoorn, de woningcorporatie en de huurdersorganisatie kunnen partijen (woningcorporatie, gemeente, zorg en welzijn) een bewoner in problemen vroegtijdig bijstaan. Wanneer er overlastmeldingen zijn, is dit een signaal voor woningcorporatie Intermaris om de wijk in te gaan of met een bewoner het gesprek aan te gaan. Op deze manier kunnen kwetsbare mensen sneller worden geholpen. Via de gemeente kan er vervolgens snel gezocht worden naar oplossingen voor de bewoner. Door snel bij de bewoners langs te gaan en problemen aan te pakken, voorkom je problematiek in de wijk. Voor een succesvolle aanpak van multi probleemgezinnen, criminaliteit en ernstige overlast is meer nodig. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak van gemeente, zorg en justitie. Dat gebeurt in de vorm van het Zorg- en Veiligheidshuis: een netwerk van partners zoals politie, het Openbaar Ministerie en de gemeente. Als het nodig is, schuiven ook andere partijen aan zoals GGZ, het gebiedsteam, de sociale dienst of woningcorporatie.

Meer weten? – 1.Hoorn – Zorg- en veiligheidshuizen – Prestatieafspraken Hoorn

45

Methode Moderne Devoten De wijk van en voor iedereen Urgentie van de opgave In Nijmegen heeft een groep bestuurders van zorgaanbieders (RIBW, Pro Persona, ZZG Groep, Iris Zorg), woningcorporaties (Talis, Portaal, Woonwaarts) en Stad van Compassie een droom: een buurt waar mensen met verschillende achtergronden samen leven. Een buurt waarin iedereen meetelt en gezien wordt, waar ‘gewone’ en ‘ongewone mensen’ meedoen en van waarde zijn, ongeacht hun achtergrond. Een samenleving in de letterlijke zin: samen leven. Waarin vragers van ondersteuning of zorg ook dragers voor anderen kunnen zijn. Tegelijkertijd zien deze bestuurders dat de werkelijkheid anders is. Wijken met veel goedkopere huurwoningen worden steeds meer een verzamelplaats van kwetsbare mensen. De leefbaarheid staat er onder druk. Intramurale zorg en de opvang van GGZ-cliënten en mensen met een verstandelijke beperking zijn teruggebracht. De traditionele verzorgingsstaat is verleden tijd. Kwetsbare mensen moeten zichzelf nu in een gewone leefomgeving redden. Buurten zijn daar niet op berekend, instanties vaak ook niet. Mensen leven niet samen, maar langs elkaar heen. Dat moet anders kunnen.

inclusieve samenleving. Zo vinden ze oplossingen en werken ze vanuit een optimale samenwerking en partnerschap aan de verbetering van leefkwaliteit in de wijken van Nijmegen. Ze zoeken hierbij actief de samenwerking met andere (maatschappelijke) partijen, met burgers en burgerinitiatieven en met de gemeente Nijmegen. De gemeente Nijmegen nam de intentieovereenkomst tussen deze betrokken partijen met positieve waardering in ontvangst. De Moderne Devoten ontwikkelden plannen en ondernamen actie: In een gezamenlijke routekaart benoemden zij zes onderzoeks- en ontwikkeltrajecten (pilots) die in 2021 in uitvoering zijn genomen. Deze pilotprojecten hebben betrekking op de volle breedte van het werken aan leefbare, inclusieve wijken: de fysieke vormgeving van wonen en woonomgeving, de sociale infrastructuur voor een inclusieve en veilige leefomgeving en het bieden van ondersteuning en begeleiding aan kwetsbare doelgroepen. Ze zijn gestart vanuit verschillende invalshoeken, zowel vanuit de invalshoek van de buurt en haar bewoners als vanuit het perspectief van de hulpverlening. Op basis van casuïstiek wordt teruggekeken op eerdere ervaringen om met elkaar te leren, te experimenteren en tot nieuwe vormen van samenwerking en oplossingen te komen die tot de beoogde inclusie leiden. Niet om te doen wat moet, maar om te faciliteren wat kan.

Wat is bereikt? In het voorjaar van 2019 besloten deze bestuurders hun krachten te bundelen. Wat ze deelden was een drive om publieke problemen op te lossen. Vooral rondom wonen en zorg. Deze vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld lieten zich inspireren door het gedachtegoed van de Moderne Devotie. In 24-uurs sessies verkenden ze de toekomst van de publieke zaak rondom woon- en zorgvraagstukken. Vanuit hun gedeelde maatschappelijke betrokkenheid zetten de drie corporaties en vijf zorgorganisaties praktische wijsheid en actieonderzoek in voor een leefbare

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Methode Moderne Devoten

Dat gaat niet vanzelf, vanuit de begeleiding door het Instituut voor Publieke Waarden worden kleinschalige praktijkonderzoeken gestart. Deze initiatieven hebben allemaal een andere manier van samenwerken. Bijvoorbeeld door de verschillende financieringsvormen te ontschotten ten behoeve van mensen met een zorgvraag, fysieke al bestaande plekken te zoeken in de wijk waar je elkaar ziet en spreekt, en met elkaar verantwoordelijk willen zijn en dragen voor de leefbaarheid voor alle inwoners van de wijk of buurt.

46

In de routekaart leggen de betrokken bestuurders jaarlijks vast hoe en wat ze van elkaar en van de medewerkers in de dagelijkse praktijk willen leren. Hiervoor is uit literatuur en bestaande projecten een gereedschapskist opgesteld met instrumenten die bijdragen aan inclusieve buurten. Deze instrumenten worden in zes pilots uitgetest. Daarnaast worden bijeenkomsten georganiseerd om het gedachtegoed verder te verbreden en te verdiepen naar de toezichthouders en collega’s van de deelnemende organisaties. In de uitvoering en monitoring van de routekaart worden de Moderne Devoten begeleid door FAME planontwikkeling. De gereedschapskist wordt jaarlijks bijgevuld. Niet alleen met goede voorbeelden, maar ook met minder succesvolle instrumenten, want juist daar is veel van te leren. De ervaringen met en bruikbaarheid van de instrumenten uit de gereedschapskist worden besproken en gedeeld in landelijke publicaties. Met als doel helder te krijgen wat wel en niet werkt binnen deze integrale samenwerking. Hiermee willen de bestuurders zicht krijgen op de onderliggende kleilagen in de verschillende systemen.

Proces van samenwerken aan wonen, welzijn en zorg Unieke processtappen: Gedeelde urgentie, gezamenlijke visie Wat de Moderne Devoten verbindt is dat ze niet alleen vanuit hun eigen kerntaak kijken, maar naar het bredere belang. Daarbij stellen ze zich bewust de vraag: Als we ons werk goed doen, doen we dan ook het goede? Of staat onze eigen manier van werken dit in de weg? Het gedeelde gevoel van urgentie is er niet alleen tussen de betrokken bestuurders, maar wordt ook verankerd binnen de verschillende lagen van de organisaties. Zo lopen er pilots op zowel toezicht, bestuur als uitvoering. In de routekaart wordt gewerkt met interdisciplinaire groepen en worden er koppels gemaakt tussen de verschillende organisaties. Ook tussen bestuur en uitvoering. Juist deze natuurlijke

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Methode Moderne Devoten

47

momenten van overleg en samenzijn blijken cruciaal om te komen tot een gezamenlijk gedachtegoed en een gezamenlijke visie op inclusieve buurten.

schapskist een eerste aanzet om in de praktijk aan de slag te gaan en al lerend samen te werken aan een aanpak die werkt.

Grensoverschrijdend werken, één werkwijze/methode

Koppeling bestuur - uitvoering

Gaandeweg ontstond de methode Moderne Devotie. Een manier voor publieke organisaties om publieke problemen gezamenlijk van een innovatieve oplossing te voorzien. De methode is constant in ontwikkeling en hierbij staan de volgende punten centraal: – Principes: Hoe stellen we ons op? – Paradigma: Hoe kijken we? – Doel: Inclusieve wijken – Middel: Leren – Praktisch: hoe gaan we dit doen?

In de organisatie en manier van werken zijn koppelingen gemaakt tussen bestuurlijke en uitvoerende niveaus. Dit werkt als volgt: – Bestuurders komen vier keer per jaar bij elkaar voor een 24 uurs-sessie, waarbij ze onder leiding van het Instituut voor Publieke Waarden hun visie op inclusieve wijken verder verdiepen en verrijken vanuit ervaringen die opgedaan worden in de pilots. – De innovatiegroep (bestaande uit vertegenwoordigers van alle deelnemende organisaties) komen vier keer per jaar bij elkaar om de resultaten in de pilots en de bruikbaarheid van de instrumenten uit de gereedschapskist met elkaar te analyseren. – Twee keer per jaar worden de opbrengsten uit de innovatiegroep in een gezamenlijke bijeenkomst aan de bestuurders gepresenteerd en wordt er besproken hoe deze verder gedeeld kunnen worden, met: - De jaarlijkse bijeenkomst voor RvT/RvC van betrokken organisaties. - In een te organiseren themabijeenkomst om het gedachtegoed met anderen te delen.

Deze methode betekent dat de betrokken organisaties bereid zijn om hun eigen belangen opzij te zetten. Elkaar inspireren en van elkaar leren, zowel op toezicht, bestuurlijk en op uitvoeringsniveau als in het contact met de mensen waarvoor zij zich dagelijks inspannen. Gekoppeld aan de weerbarstige praktijk van alledag.

Onafhankelijke procesbegeleider Om de focus en de energie vast te houden in de groep worden de Moderne Devoten in de uitvoering van de routekaart begeleid door een kernteam. Dit team bestaat uit een externe procesmanager, een vertegenwoordiger vanuit de corporaties en een vertegenwoordiger vanuit de zorgorganisaties. Het kernteam ondersteunt de voorzitter van de Moderne Devoten (een rol die elk jaar rouleert) in het maken van de planning en routekaart voor dat jaar, monitort minimaal twee keer per jaar de voortgang in de pilots en ondersteunt en faciliteert de vaste overleggen en bijeenkomsten in dat jaar. De gereedschapskist is een werkmethode voor Nijmegen om het gedachtegoed rond ontschot werken ten behoeve van inclusieve wijken in de praktijk te toetsen, samen met de mensen die in deze wijken en buurten wonen. De gereedschapskist wordt op grond van de ervaringen jaarlijks aangevuld en bijgesteld. Hiermee is de gereed-

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Methode Moderne Devoten

Waar werd het moeilijk, wat waren de beren op de weg? De samenwerkende partijen kwamen onderweg praktische hobbels tegen. Een aantal voorbeelden: – De spraakverwarring en het eigen vakjargon van organisaties. Dezelfde woorden kunnen soms een totaal andere betekenis hebben. Wanneer aan de voorkant niet wordt getoetst of hetzelfde wordt bedoeld, dan ontstaat in de praktijk spraakverwarring en discussie over wat is afgesproken. – Het verschil in beleving en bedrijfscultuur tussen corporaties en zorgorganisaties. Corporaties zijn meer doeners dan praters en zorgorganisaties hebben meer polder-/afstemmingstijd nodig voor ze overgaan tot besluiten en actie. Dit is deels te verklaren doordat corporaties gewend zijn activiteiten uit eigen middelen te

48

financieren en zorgorganisaties daarvoor afhankelijk zijn van externe financiering die vaak voor een korte termijn kan worden afgesproken. – Externe monitoring is een voorwaarde om de focus en aandacht van deelnemers op de Moderne Devotie te houden. Wanneer dat niet gebeurt dreigt het initiatief eerder te verwateren en gaat iedereen weer over tot de orde van de dag. – Bestuurders die trekker zijn van een pilot en pilotdeelnemers zijn zich vaak niet bewust van wat bijzonder is aan de pilot en wat de moeite waard is om vast te stellen. Daarvoor zijn bezinningsmomenten nodig om met enige afstand en niet als direct betrokkenen naar de voortgang van pilots te kijken. – Het ontschotten van eigen processen als maatwerk is geen probleem. Maar het wordt lastiger als dit structureel moet. Dan kunnen zaken die klein of puur praktisch zijn opeens onbespreekbare onderwerpen worden. In de pilots ging het bijvoorbeeld om: - De goede maar gebruikte wc-pot die niet zomaar vervangen kan worden voor een nieuwe. Want wat doe je dan met die oude en wat betekent dat wanneer opeens alle huurders dit willen? - De was, het eten en de schoonmaak die niet zomaar opgezegd kunnen worden. Hoe kan dit anders kostendekkend georganiseerd worden in het complex? - Capaciteit leveren of een project doen wanneer daarvoor (nog) geen budget is.

Dan blijft het bij goede ideeën aandragen en tips geven die vervolgens niet uitgevoerd worden. – Het verbinden van en afstemmen tussen de verschillende lagen in de eigen organisaties. Zo liepen pilots vast, omdat er op bestuurlijk en operationeel niveau enthousiasme was voor het ontschot samenwerken, maar het tactisch niveau niet was aangehaakt en dus nog niet aan ontschot werken toe was. – Geen snel resultaat verwachten, maar de tijd nemen om kennis te maken en van elkaar te leren. Meer begrip voor elkaars perspectief, taak en rolopvatting leidt zo automatisch en intrinsiek tot integraal samenwerken.

Wonen en woonomgeving Om bij de vormgeving van de fysieke infrastructuur van wijken en buurten vanaf het eerste ontwerp al te werken aan een wijk waarin mensen goed kunnen samenleven en meedoen, is de volgende pilot gestart:

Inclusie vanaf de tekentafel De gemeente Nijmegen en vier Nijmeegse woningcorporaties realiseren 500 tijdelijke woningen op de locatie Winkelsteeg. Op deze locatie onderzoeken de betrokken organisaties hoe en waarmee deze nieuwe wijk een wijk kan worden waar samenleven en meedoen een betekenis hebben. Met als doel: toetsen in hoeverre een inclusieve samenleving maakbaar is.

Inclusieve en veilige leefomgeving Ter versterking van de sociale infrastructuur van - en veiligheid in buurten en wijken zijn de volgende pilots gestart:

Prettig samen wonen en leven In voorgaande jaren zijn er in Nijmegen een aantal huisuitzettingen geweest van mensen met een zorg- en begeleidingsvraag. Aan de hand van deze casussen wordt onderzocht hoe preventief ingespeeld kan worden op het voorkomen hiervan. De casussen worden in kaart gebracht, besproken en onderzocht. Daarbij is de onderzoeksvraag gericht op het preventief voorkomen van dergelijke huisuitzettingen doordat mensen goed landen in de buurt, bijvoorbeeld door (andere) vormen van samenwerking.

De inclusieve buurt en al haar bewoners Deze pilot onderzoekt hoe en waarmee de buurt en al haar bewoners betrokken zijn of worden bij vraagstukken die er leven. Niet door een onderverdeling te maken in diverse doelgroepen van bewoners maar door een buurtbenadering, waarbij er een

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Methode Moderne Devoten

49

integrale samenwerking is tussen betrokken medewerkers van wijkbeheer en ambulante begeleiders in samenspraak met bewoners van de buurt. Vraagstelling: hoe en waarmee kun je er samen voor zorgen dat de woonomgeving, dus per straat of buurt, openstaat en hierdoor beter geschikt is voor mensen die begeleid wonen? Het doel van de pilot: preventie in plaats van reactie.

worden voorzien. In dit complex woont een aantal mensen dat zorg en ondersteuning ontvangt van diverse organisaties. Deze zorg en ondersteuning worden individueel aan eenieder geboden. De (on)mogelijkheden worden verkend om de bestaande zorg en ondersteuning door de diverse zorgorganisaties aan bewoners van dit complex ook (deels) collectief in te zetten op leefbaarheid. Met als doel: meer doen met beschikbare inzet en middelen.

Inclusiever Meijhorst In de wijk Meijhorst startten Pro Persona, Talis en ZZG al eerder een verkenning om te onderzoeken hoe er door meer afstemming over de samenwerking, meer mogelijk is dan iedere organisatie voor zich. Hierbij maakten zij de verbinding met het traject ‘GGZ in de wijken’. De lopende samenwerking wordt versterkt met elementen uit de gereedschapskist, zodat partijen ervaren wat wel en niet werkt. Met als doel aan te kunnen geven waar de omslag zit in een andere manier van denken en werken vanuit en met de mensen die in de wijk en buurten van Meijhorst wonen.

Ondersteuning en begeleiding

Meer weten? – Woonwaarts, inclusieve buurten – Routekaart 2021 – Samen sterker in de wijk

ONZE DROOM ALS PRAKTIJKVOORBEELD 1. 2.

Om de onderlinge samenwerking bij het ondersteunen en begeleiden van kwetsbare bewoners en huishoudens te versterken, zijn de volgende pilots gestart:

3. 4. 5.

een plek in de buurt of wijk van en voor iedereen met mogelijkheden voor iedereen om van betekenis te zijn alle voorzieningen dragen een steentje bij met reuring en rust waar je je thuis en veilig voelt

rg Zo

art

tH

me

Oefenwinkel/ dagbesteding

Bu

ur

Ontschotten Proeftuin Nijmeegse Baan Binnen één woongebouw wordt onderzocht hoe mensen die tussen wal en schip lijken te vallen in de dagelijkse ondersteuning, vaak in combinatie met (kortdurende) behandeling beter, af zijn met één team van medewerkers die met elkaar de benodigde expertise hebben om zowel dagelijkse als ambulante zorg, te kunnen bieden. De pilot moet ervoor zorgen dat de bewoners geen hiaten ervaren. Met als doel: ontschotten van zowel financiën als de inzet van hulpverlening.

Leuvensehof, een collectief op leefbaarheid In wooncomplex Leuvensehof onderzoekt corporatie Portaal hoe de vraagstukken omtrent leefbaarheid in dit complex van een denk- en oplossingsrichting kunnen

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Methode Moderne Devoten

tsu

Rustpuntzoeker

pe

r

Afhaalgerechten gemaakt door buren voor buren

n

ren re r buor bu Doo vo

‘t T refp

un tje

Koffiecorner/ proefplaats Sport & Beweging voor iedereen in de beweegtuin

2e

Marktplaats/weggeefwinkel tweedehands goed

HA

ND

S

2e

NS

KA

Expositie/verkoop van zelfgemaakte spullen

50

Wooncirkels Noord-Holland Wooncirkels zorgen voor verbinding waardoor buurten sterker worden Urgentie van de opgave Leviaan streeft ernaar mensen zoveel mogelijk in hun eigen woning te coachen en ondersteunen. De wooncirkel maakt dit mogelijk. Voor de ontwikkeling van dit concept waren voor de zorgorganisatie verschillende thema’s van belang. In de eerste plaats wonen mensen die (al dan niet tijdelijk) 24-uurs zorg nodig hebben in een beschermde omgeving. Wanneer deze bewoners meer op eigen benen kunnen staan, verhuizen ze naar een andere woning, in een andere woonomgeving, waarschijnlijk met andere begeleiders. Juist als het net iets beter met hen gaat, is het beter om zo’n enorme verandering te voorkomen. Bovendien is het beter voor de draagvlak in een buurt als uitstromers een zachte landing in de wijk wordt geboden. Daarnaast begeleiden zorginstellingen hun cliënten ook ambulant. Er bestaat voor deze mensen nog een heel leven naast de contactmomenten met hun begeleiders. Hoe stel je deze bewoners in staat hun eigen krachten te benutten en te ontwikkelen en hoe breng je ontmoeting met anderen tot stand? Tenslotte bestaat in een groot aantal buurten een concentratie van problematiek achter de voordeur. Gemeenten en corporaties vragen zorgorganisaties steeds vaker om daar 24 uur per dag zichtbaar aanwezig te zijn, laagdrempelig en toegankelijk.

voor een verbreding van de manier van kijken naar samenwerking in een buurt. De initiatiefgroep bestaat uit corporaties, zorgaanbieders (WMO, GGZ, VVT), gemeente en buurtteam-organisaties. Daarmee is de wooncirkel niet meer iets van één organisatie, maar is het een manier van werken geworden door verschillende organisaties in de stad en in buurten. Op zes plekken2 in de stad werken organisaties vanuit een wooncirkel-visie, waarbij iedere plek zijn eigen startpunt en leerdoel heeft. Zo kan een wooncirkel de stap van beschermd of begeleid wonen naar volledig zelfstandig wonen voor een uitstromer kleiner maken. De wooncirkels in de regio’s in Noord-Holland en in de stad Amsterdam verschillen enigszins van elkaar, maar hebben eenzelfde vertrekpunt: domein overstijgend en wijkgericht werken.

Wat is bereikt? In Amsterdam en andere plaatsen in Noord-Holland werken verschillende organisaties aan het realiseren van wooncirkels. Zorgorganisatie Leviaan bedacht de wooncirkel en is de stuwende kracht achter elf wooncirkels1 in Noord-Holland. Het concept van de wooncirkel wordt inmiddels door andere organisaties overgenomen en toegepast. Een brede initiatiefgroep in Amsterdam omarmt het wooncirkel-model. Het zorgt Bron: ‘Wat is een wooncirkel?’ 1. Vijf in Zaanstad, twee in Purmerend, twee in Hoorn/Zwaag, één in Enkhuizen en één in Andijk

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Wooncirkels Noord-Holland

2. Spaarndammerbuurt, Van Deysselbuurt, Osdorp, Oost, Strandeiland, Zuidoost

51

De kern van iedere wooncirkel is een ontmoetingsplek voor (buurt)bewoners. Daar vlakbij is een cluster van woningen waar bewoners (intensieve) ondersteuning krijgen. In de cirkel rondom de kern (op maximaal 10 minuten afstand) wonen mensen zelfstandig. Wanneer zij zorg of ondersteuning nodig hebben, kunnen zij leunen op de aanwezige expertise in de kern. De wooncirkel verkleint daarmee de stap tussen intramuraal beschermd wonen en ambulante zorg of ondersteuning aan mensen die zelfstandig wonen, verspreid door de stad. De deuren van de ontmoetingsplek staan open voor alle bewoners, of ze nu wel of geen zorg ontvangen. In Amsterdam wordt daarom zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande, laagdrempelige inloopvoorzieningen in de buurt. De woningen in de buurt van de ontmoetingsplek worden beschikbaar gesteld door verschillende corporaties. Een wooncirkel richt zich op het ondersteunen van kwetsbare huishoudens (bijvoorbeeld mensen met een psychisch kwetsbare achtergrond), maar richt zich daarnaast altijd op alle mensen die binnen de cirkel wonen. Idealiter is er voor ontmoeting een zo min mogelijk doelgroepgerichte infrastructuur, maar wordt daarnaast op basis van behoeften binnen de wooncirkel een gezamenlijk aanbod aan wijkgerichte voorzieningen ontwikkeld.

Eerste resultaten Sinds de Amsterdamse organisaties werken met wooncirkels, ontstaan er allerlei kleinschalige initiatieven. Zo zijn in de Spaarndammerbuurt cliënten verbonden aan

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Wooncirkels Noord-Holland

de WegWijsSalon, een netwerk van formele en informele zorg. Ook worden nieuwe bewoners uitgenodigd voor een gratis kopje koffie in ontmoetingsplek De Horizon en kunnen ze deelnemen aan sportactiviteiten, waardoor ze de buurt sneller leren kennen. In de Van Deysselbuurt werken betrokken organisaties aan een voorzieningenhub, waarbij allerlei maatschappelijke voorzieningen onder één dak worden

52

geclusterd en toegankelijk(er) worden gemaakt. In de ontmoetingsplek Casa Hofgeest in Zuidoost werkt men aan de ontwikkeling van een netwerk waarin formele en informele partijen samenwerken. Dit zorgt ervoor dat de hulp dichter bij de cliënt staat en de drempel voor bewoners om hulp in te schakelen lager wordt. De invoering van de wooncirkels vraagt van Leviaan in Noord-Holland om een fundamenteel andere werkwijze. Het onderscheid tussen ambulant werken en het werken in beschermde woonvormen verviel en mogelijkheden voor ontmoeting en participatie zijn in de nieuwe wijkgerichte werkwijze geïntegreerd. Hier is een forse en meerjarige investering in tijd en energie voor nodig. Leviaan en de corporaties maakten grote slagen in de huisvesting en maakten afspraken met gemeenten over uitstroom en omklapconstructies. Een aantal gemeenten implementeerde nieuwe indicaties zoals Beschermd Thuis, die de beweging van wooncirkels nog meer vaart geven. Samenwerking met andere zorgorganisaties komt geleidelijk verder van de grond. Met name de samenwerking met de behandelende GGZ is daarin cruciaal. De samenwerking met ouderenzorg biedt door hun gebouwen en wijkgerichtheid veel mogelijkheden.

Tussentijdse evaluaties maken volgens Han Jetten (bestuurder van Leviaan) de eerste positieve resultaten duidelijk zichtbaar: “Cliënten zijn heel blij dat ze gebruik kunnen blijven maken van ondersteunende faciliteiten als ze niet langer beschermd wonen. Ze waarderen het heel erg dat ze nu vaste begeleiders hebben. Dat geeft ze de zekerheid om stappen te zetten richting minder intensieve zorg. De integratie van werkwijzen van ambulant en beschermd wonen vergt veel aandacht. In de activering van cliënten en buurtbewoners om over en weer meer voor elkaar te betekenen en elkaar te ontmoeten, is in samenwerking met bijvoorbeeld wijkteams en vrijwilligersorganisaties nog een wereld te winnen. We krijgen ook veel enthousiaste reacties van corporaties. Zo ondersteunen we bij een wijkontwikkelingstraject in Hoorn met de problematiek achter de voordeur. Dit doen we door vanuit de wooncirkel vroegtijdig te signaleren, zo nodig in te grijpen en wijkbewoners gebruik te laten maken van de faciliteiten van de wooncirkel. Corporaties zien de meerwaarde en stellen daar woningen tegenover.”

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Wooncirkels Noord-Holland

In Purmerend zijn de activiteiten in de kern van wooncirkel Weidevenne afgestemd met de buurt. Er bleek behoefte aan een PostNL-punt, ontmoeting en creatieve activiteiten. Cliënten en buurtbewoners kunnen nu bijvoorbeeld sportlessen volgen. De gemeente Purmerend startte in samenwerking met woningcorporaties en zorg- en welzijnspartijen met de ontwikkeling van ‘Purmerendse cirkels’, waarbij de context van de wijk centraal staat. De resultaten van de Noord-Hollandse wooncirkels van Leviaan worden systematisch onderzocht in een promotieonderzoek ‘Beschermd Thuis’ door Tranzo, het wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn van de Tilburg School of Social and Behavioral Sciences.

Waar werd het moeilijk, wat waren de beren op de weg? Bij het opbouwen van de samenwerking in Amsterdam moesten de organisaties verschillende hindernissen overwinnen: – De focus op de buurt en wat daar al is of nodig is, is een hele andere manier van werken dan focus op eigen cliënten of voorzieningen. – Het is een uitdaging om over eigen domeinen en financieringsstromen heen te kijken. – Werken vanuit een visie op wooncirkels vraagt een andere manier van werken van professionals. Hier is training en ondersteuning voor nodig. Tegelijkertijd ontstaat met het werken aan wooncirkels een gedeelde taal die bijdraagt aan het versterken van lokale coalities. Dit draagt bij aan goed wonen in de buurt voor iedereen, met zorg of ondersteuning. – Bij financiering is het niet alleen de verkokering maar ook aanbestedingsregels die zaken moeilijk maken. De termijn van elke vier jaar contracten opnieuw aanbesteden draagt niet bij aan toekomstbestendigheid en noodzakelijke continuïteit. – Veel hangt af van de scope (wat bedoelen we met zorg? Voor welke doelgroepen maken we een wooncirkel?) en ambitieniveau (gaan we een ontmoetingsplek delen en doorverwijzen of geld op een hoop gooien?). – Het risico bestaat dat wooncirkels als middel worden ingezet om in gesprek te gaan over het verhuren van woningen. Dit gesprek moet niet gevoerd worden zonder te werken vanuit de basisprincipes.

Corporaties zien het als risico dat er aanvul-

53

lende afspraken met de gemeente worden gemaakt over woningtoewijzing naast bijvoorbeeld de 30 procent voorrangsregel (voor mensen met urgentie).

Proces van samenwerken aan wonen, welzijn en zorg Unieke processtappen:

Leviaan ondervindt bij de ontwikkeling van de wooncirkels in Noord-Holland deels dezelfde problemen, deels andere: – De focus op de buurt kan beter. Wijkteams worden nog teveel gemist. Dit kan worden verbeterd door minder intern te focussen en regelmatig met partnerorganisaties in gesprek te gaan over wat we willen bereiken en hoe we beter kunnen aansluiten op wat er is. In Amsterdam waren bij de start al veel meer zorgorganisaties betrokken. Andere wooncirkels in Noord-Holland kunnen leren van deze ervaringen. – Het samenbrengen van een ambulante en meer intramurale werkwijze is lastig, maar leerzaam: het altijd kunnen terugvallen als dat nodig is en het met elkaar reflecteren en leren zijn sterke punten van beschermd wonen. De externe gerichtheid en de zelfstandigheid en creativiteit zijn sterke punten van de ambulante medewerkers. – De combineerbaarheid van (groepen) mensen is spannend. Soms gaat dat heel goed, soms sluiten groepen bewoners elkaar uit. Hoe komen we daar verder mee? – Woningen hoeven niet groot of luxueus te zijn, maar het realiseren van voldoende individuele woonplekken is een uitdaging in de huidige woningmarkt. – Uitstroom kan nog meer op maat. Maak het mogelijk om iemand te laten wonen waar hij al woont en geef de zorgorganisatie elders in de wijk een nieuwe woning terug, in plaats van te werken met ‘urgentie – plaatsing – verhuizing’.

– De combineerbaarheid van geldstromen kan beter: middelen voor ontmoeting, participatie, veiligheid maar ook zorg kunnen flexibeler worden ingezet, waardoor de wijkinfrastructuur sterker kan worden. Investeren in collectieve voorzieningen van bijvoorbeeld wooncirkels blijkt vaak erg lastig.

Gedeelde en gezamenlijke visie: leren door te doen In 2019 organiseerden een aantal Amsterdamse corporaties, zorg- en welzijnsorganisaties3 en de gemeente Amsterdam de inspiratiebijeenkomst ‘Werken aan sterke buurten: zelfstandig wonen met zorg nabij’. Tijdens deze bijeenkomst gaf een groot aantal aanwezigen aan met elkaar aan de slag te willen met het organiseren van wooncirkels in de stad. De ambitie werd uitgesproken om op verschillende plekken aan de slag te gaan. En te leren door te doen en zo anderen te inspireren. Na het vormen van een initiatiefgroep, gingen op zes plekken verschillende organisaties aan de slag met de volgende vragen: 1. Hoe breng je wooncirkels in de praktijk en waar loop je tegenaan? 2. Wat is nodig om dit stedelijk te laten slagen? 3. Op wie richt je je? In principe is dat de hele buurt, maar vaak zien we dat de focus ligt op een bepaalde doelgroep. Dan komen vragen naar voren als: Hoe kunnen we de wooncirkel integreren met het brede proces van in- en uitstroom van cliënten? Of: hoe kunnen we ouderen langer zelfstandig thuis laten wonen? Dat zorg- en welzijnsorganisaties in Amsterdam al langere tijd samenwerkten in een overlegplatform, elkaar ontmoeten en spreken over de aanpak van stedelijke problemen, draagt zeker bij aan het ontwikkelen van draagvlak voor het opzetten van de Amsterdamse wooncirkels.

De mens centraal Vanwege de korte afstand kan het zorgteam vaker bij mensen langsgaan wanneer dat nodig is. Tijdens een slechtere periode kunnen mensen daardoor toch zelfstandig blijven wonen. Mensen die vanuit een woonvorm juist toe zijn aan meer zelfstandigheid, verhuizen bij voorkeur binnen de wooncirkel. Zo blijven zij in hun vertrouwde 3. Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, Arkin, Cordaan, Eigen Haard, Gemeente Amsterdam, HVOQuerido, Leger des Heils, Leviaan, Stadgenoot, Timon, Rochdale, Woonzorg Nederland

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Wooncirkels Noord-Holland

54

buurt en behouden hun vaste begeleider. Hiermee zorgt de organisatie dat de impact van een verhuizing zo klein mogelijk is.

Een centrale ontmoetingsplek In samenspraak met corporaties en de actieve maatschappelijke organisaties in de wijk wordt een centrale plaats/ontmoetingskern ingericht waar mensen elkaar van ´s morgens vroeg tot ´s avonds laat kunnen ontmoeten. Daar wordt dagbesteding georganiseerd en kunnen ze vragen stellen aan elkaar en aan het zorgteam. De ontmoetingskern heeft als doel om mensen uit hun isolement te halen en te laten (re-)integreren in de maatschappij. De activiteiten sluiten zoveel mogelijk aan op de belevingswereld en mogelijkheden van de mensen, zoals recreatieve, sportieve, creatieve en sociaal-culturele activiteiten. Er is geen prestatiedruk en een positieve beleving voor de deelnemer staat voorop. Het is een plek om vrijblijvend te ontmoeten en jezelf te zijn. Afhankelijk van de mogelijkheden van een locatie wordt in de Noord-Hollandse wooncirkels kleinschalige ontwikkelingsgerichte- en arbeidsmatige dagbesteding aangeboden, waar mogelijk als toeleiding naar (betaald) werk. In de Amsterdamse wooncirkels wordt juist zo snel en zoveel mogelijk gebruik gemaakt van externe dagbesteding. De centrale ontmoetingsplek is daar meer een plek voor participatie en activiteiten, als sporten, yoga of schilderles.

Opbouw van een netwerk Het proces van elkaar leren kennen en het creëren van een vertrouwde en veilige omgeving kost tijd, maar leidt uiteindelijk tot een situatie waarbinnen waardevolle relaties, vriendschappen en vormen van samenredzaamheid ontstaan. Bewoners ervaren hierdoor minder eenzaamheid, meer geluk en ontwikkelen zelfvertrouwen. Veel mensen met een langdurige psychische aandoening hebben hun netwerk zien afbrokkelen. Terwijl iedereen een netwerk nodig heeft.

Inclusieve en veilige leefomgeving In een wooncirkel worden tussen de beschikbare expertises, zoals woonbegeleiding, vrijwilligerszorg, 24-uurs opvang en ouderenzorg, nieuwe verbindingen gelegd waardoor buurten sterker worden. Dankzij die samenwerking ontstaan er tussenvormen van het oude beschermd wonen en zelfstandig wonen. Zo ontstaat binnen de wooncirkel een netwerk waarop cliënten kunnen terugvallen. De inloopfunctie van de ontmoetingskern voor alle buurtbewoners, draagt bij aan het versterken van de sociale cohesie en de draagkracht van een buurt. Door de aanwezigheid van de verschillende professionals met uiteenlopende expertises en door activiteiten te organiseren, zorgt een wooncirkel ervoor dat kwetsbare bewoners in een buurt beter worden opgevangen. Daarbij is de samenwerking op buurtniveau tussen zorgaanbieders, welzijnsorganisaties en corporaties van groot belang.

Ondersteuning en begeleiding In de Noord-Hollandse wooncirkels bestaat een wooncirkel feitelijk uit twee cirkels. De binnenste cirkel – met daarin de ontmoetingskern – biedt 24 uurs beschikbaarheid en bereikbaarheid van het zorgteam op loopafstand, faciliteiten in de nabijheid en ongeplande zorg. In de cirkel daaromheen, tot tien minuten fietsen van de ontmoetingskern, kan de begeleiding worden op- en afgeschaald en is de zorgorganisatie 24 uur per dag bereikbaar en/of beschikbaar. Binnen deze tweede cirkel is de nabijheid en het toezicht minder intensief. Buiten de wooncirkel blijft ambulante begeleiding bestaan. In een wooncirkel werken een tot twee teams van ongeveer vijftien personen. Een wooncirkel bestaat uit 20-35 cliënten die beschermd wonen en 50-100 ambulante cliënten. Er is een nachtdienst aanwezig of bereikbaar. Het streven is om cliënten/bewoners bekende, vaste begeleiders te bieden die werken in zogenaamde mini-teams. Zo wordt gegarandeerd dat een hulpvraag ook wordt

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Wooncirkels Noord-Holland

55

beantwoord bij afwezigheid van de vaste medewerkers. Voor interventies en ongeplande zorgvragen zijn in de ontmoetingskern van 8.00 tot 22.30 uur twee medewerkers aanwezig. Bij complexe zorgvragen of als de zorgvraag toeneemt, kan de begeleiding worden uitgebreid met bij voorkeur voor de betrokken bewoner bekende gezichten. De Amsterdamse wooncirkels borduren voort op dit model. Daarbij wordt gewerkt vanuit de volgende basisprincipes, die al doende verder worden ontwikkeld: – Een wooncirkel is niet van één organisatie. Vanuit de Amsterdamse visie op wooncirkels werken organisaties, initiatieven, informele netwerken en buurtbewoners samen vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid. – Wooncirkels benutten wat er in de buurt is: aan mensen, middelen en stenen. Er wordt niet zomaar iets toegevoegd, maar er wordt altijd gekeken wat er al is en of dat benut kan worden. – Bij het werken vanuit een visie op wooncirkels kijken organisaties over domeinen en financieringsschotten heen. Het startpunt is kijken wat de behoefte is, onderzoeken wat er al is en op basis daarvan bepalen wat nodig is. Daarna wat iedere organisatie daarin – passend binnen de mogelijkheden – kan betekenen.

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Wooncirkels Noord-Holland

Meer weten? – Wat zijn wooncirkels? | Leviaan – Leviaan - grondlegger van een nieuw zorgconcept - Wooncirkels (onsverhaal.nl) – Wat is een wooncirkel? - Wooncirkels (onsverhaal.nl) – De lessen van zes wooncirkels in Amsterdam | ZorgSaamWonen – Platform31 kennis- en netwerkorganisatie voor stad en regio - Werken aan netwerk en contacten bij uitstromers uit het beschermd wonen – Platform31 kennis- en netwerkorganisatie voor stad en regio - Buurtcirkel: ondersteuning en gezelligheid in de buurt – Buurtcirkel

56

Armoedecoalitie, Utrecht De Armoedecoalitie geeft armoede een gezicht, maakt de hoogste noden van mensen met een laag inkomen zichtbaar en zet zich samen met de partners in om de uitvoeringspraktijk te verbeteren. Urgentie van de opgave Armoede kan vergaande gevolgen hebben voor mensen en hun omgeving. “Armoede is één van de voorbodes voor dakloosheid” stelt de maatschappelijke opvang, en “armoede leidt tot stress in gezinssituaties en beperkt de kansen van kinderen om zich maximaal te ontwikkelen” is een geluid uit de jeugdzorg. Bovendien bestaat er een negatieve samenhang tussen armoede en gezondheid. In de armere wijken van Utrecht sterven mensen gemiddeld zeven jaar eerder. In Utrecht bestaan op wijk- en stadsniveau allerlei vormen van samenwerking rondom het thema armoede en schulden. Organisaties die mensen in armoede ondersteunen werkten tot twaalf jaar geleden apart van elkaar. Deze versnippering maakte de aanpak van armoede minder slagkrachtig. Om slagvaardiger te worden en krachten te bundelen is in Utrecht de Armoedecoalitie opgericht. Deze coalitie van partijen en initiatieven op het gebied van armoedebestrijding heeft als doel om de positie van mensen in armoede te verbeteren, door signalering en het verbeteren van de dienstverlening aan mensen in armoede en schulden.

Door samenhang in het werkveld rond armoede te creëren, vernieuwende initiatieven te nemen en aandacht te vragen voor armoede in de stad. De betrokken partijen stelden zichzelf de vraag: hoe kunnen wij de signalen eerder en beter op tafel krijgen en de dienstverlening zo inrichten dat het huishoudens die in armoede leven daadwerkelijk helpt?

Wat is bereikt? De Armoedecoalitie Utrecht is een samenwerkingsverband van maatschappelijke organisaties1, initiatieven en vrijwilligers uit de stad Utrecht rondom het thema armoede en schulden. Deze coalitie verbindt mensen en organisaties, ervaringsdeskundigen, hulp- en dienstverleners en beleidsmakers/ beslissers. Zij opereert in het grote krachtenveld van werk en inkomen, wonen, welzijn en zorg. De Armoedecoalitie signaleert, neemt initiatief, maar voert niet uit. Dat doen de partners in het veld en de gemeente. Daardoor ligt de verantwoordelijkheid bij de partners zelf. Dat geeft de 1. Aangesloten organisaties zijn: Tussenvoorziening, Leger des Heils, U Centraal, JoU, Lister, Buurtteams jeugd en gezin en Buurtteams Sociaal, Samenwerkende Utrechtse Woningcorporaties, Moviera, Hogeschool Utrecht, Emmaus, Al Amal, Solgu, Ubuntu-huis, U-2B Heard!, Cosbo, Nisbo, Steunpunt GGz, buurtpastoraten van de kerken, Dock, Asha, Akder, Nisbo, ervaringsdeskundigen, Humanitas, Leergeld, Vluchtelingenwerk, Jeugdfonds cultuur en sport, Big Brothers Big Sisters, Utrecht in Dialoog, Rode Kruis en vele anderen. Er wordt actief met de gemeente samengewerkt.

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Armoedecoalitie, Utrecht

57

Armoedecoalitie ruimte en slagkracht, en bevordert implementatie van verbeteringen in de praktijk. Dankzij de focus van de gemeente op laagdrempelige en duurzame dienstverlening, wordt de inwoners van Utrecht in de eerste plaats en goed toegankelijke dienstverlening geboden, dichtbij en aansluitend op de eigen leefwereld. Dankzij de Armoedecoalitie worden signalen over inwoners-in-armoede sneller opgepakt, worden problemen sneller zichtbaar, zijn er kortere lijntjes en ontmoeten beleidsmakers en de mensen om wie het gaat elkaar. Deze aanpak normaliseert het dagelijks leven van inwoners wanneer ze het niet meer overzien, door stress weg te nemen, armoede en schulden bespreekbaar te maken en naar praktische oplossingen te zoeken. Een structurele aanpak, waarbij verschillende aspecten van het leven aan bod komen, voorkomt dat mensen in armoede terugvallen. Ook voor de buurtteams heeft de samenwerking meerwaarde. Professionals weten elkaar goed te vinden en kunnen elkaars expertise benutten. Dat helpt bij het snel benaderen en oplossen van vraagstukken.

– Weekje Weg: Dankzij de inzet van vele vrijwilligers konden 27 gezinnen een weekje gratis op vakantie via Stichting Weekje Weg en de gemeente Utrecht. – Vroegsignalering en preventie: Voor huisartsen en de jeugdgezondheidszorg werden ism de gemeente en adviesbureau Raedelijn webinars georganiseerd. In korte tijd maakten huisartsen en JGZ medewerkers kennis met het thema armoede en schulden. Wat betekent armoede voor mensen, welke dilemma’s brengt het met zich mee, hoe signaleer je het en welke hulp- en doorverwijsmogelijkheden zijn er? Dit had als doel om deze sleutelpersonen in de eerstelijn beter in staat te stellen het gesprek aan te gaan met mensen over armoede en schulden en hen vroegtijdig door te verwijzen. Dit moet ervoor zorgen dat mensen minder lang alleen staan in hun strijd en eerder geholpen worden.

Proces van Samenwerken aan wonen, zorg en welzijn. Unieke processtappen: Gedeelde urgentie, gezamenlijke verantwoordelijkheid

Door de krachtenbundeling van de organisaties worden knelpunten in het bestrijden van armoede, lacunes en kansen in regelingen en hulp- en dienstverlening gesignaleerd en geagendeerd. Daarnaast zoeken de betrokken partijen naar structurele oplossingen. Een aantal concrete voorbeelden daarvan: – Wegwijs in fondsen en regelingen: Het knelpunt van de onbekendheid en ontoegankelijkheid van fondsen en regelingen die kunnen helpen bij het oplossen schuldproblemen is aangepakt door ze te ontsluiten via de Utrechtse Geldzoeker. – Onderwijs en armoede: Er is een glossy tijdschrift over armoede gemaakt voor gezinswerkers, leerkrachten en schooldirecteuren. De glossy staat boordevol informatie, bijvoorbeeld over hoe je het gesprek kunt aangaan met kinderen over geld en schulden, welke regelingen en voorzieningen er zijn en wat handige tips zijn. Met de glossy in de hand bezochten de buurtteammedewerkers schoolleiders en leerkrachten. Het tijdschrift geeft hen handvatten om kinderen in armoede te zien en te horen en biedt handelingsvaardigheden om hier zo goed mogelijk mee om te gaan.

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Armoedecoalitie, Utrecht

De Armoedecoalitie is opgericht op 30 oktober 2009. De eerste aanzet vond plaats in 2008 tijdens een bijeenkomst over armoede. Organisatoren van vele kleinschalige initiatieven op het gebied van armoedebestrijding woonden deze bijeenkomst bij. Alle aanwezigen waren actief op het gebied van armoedebestrijding, maar constateerden naast betrokkenheid en een gezamenlijke verantwoordelijkheid ook versnippering en een gebrek aan een samenhangende aanpak. In het verlengde van de bijeenkomst is De Tussenvoorziening gevraagd om in samenspraak met een aantal collega-organisaties hier meer samenhang in te creëren. Dit leidde uiteindelijk tot de oprichting van de Armoedecoalitie.

Grensoverschrijdend werken Na de start traden één voor één organisaties toe. Zo ontstond uiteindelijk een inhoudelijk solide netwerkorganisatie. Tegenwoordig vormt deze organisatie een samenwerkingsverband van een groot aantal maatschappelijke organisaties, initiatieven en

58

belangenbehartigers. Het gaat onder andere om organisaties in de maatschappelijke opvang en hulp- en dienstverlening, het onderwijs, woningcorporaties, migranten- en belangenorganisaties, ervaringsdeskundigen en kerken.

Gedeelde visie: Stip op de horizon De Armoedecoalitie heeft als hoofddoel: armoede bestrijden en sociale uitsluiting tegengaan. De stip op de horizon is: perspectief bieden aan mensen in armoede en schulden – in het bijzonder aan kinderen. De coalitie wil dit bereiken door de handen ineen te slaan, hulp- en dienstverlening te verbeteren én met vernieuwende initiatieven te komen.

Waar werd het moeilijk, wat waren de beren op de weg? Soms is de samenwerking ingewikkeld. De betrokken partijen hebben een verschillende opdracht, maar ook verschillende achtergronden en expertise. Dat leidt ook tot verschillende visies. De betrokken organisaties van de Armoedecoalitie investeren daarom veel in het proces van samenwerken en in het bewerkstelligen van een gezamenlijke visie die ook op de werkvloer wordt gedeeld. Gaandeweg zijn in de stad de volgende hobbels genomen: 1. Betrokken organisaties hebben een omslag in focus gemaakt: van ‘het kan niet’, naar ‘hoe kan het wel’. In het kader van de landelijke Citydeal Eenvoudig Maatwerk ontwikkelde het IPW voor oa de gemeente, hoge school en het buurtteam een handreiking met behulp waarvan hulpverleners een afweging kunnen maken wanneer maatwerk toe te passen en hoe dat te legitimeren. Dit is een belangrijke sleutel om problemen van cliënten op te lossen en onrechtvaardige willekeur te voorkomen. Zowel voor hulpverleners als voor de gemeente is dat een belangrijk toetsingskader. 2. De beeldvorming over cliënten met een kleine beurs is veranderd. Bij steeds meer betrokkenen van de Armoedecoalitie is het besef gegroeid dat bij mensen die in de overlevingsstand zitten er geen sprake is van onwil, maar van onmacht.

Dat leidt tot de overtuiging dat het geven van rust en vertrouwen en een positieve bejegening (stress sensitieve dienstverlening), mensen de ruimte biedt om hulp te zoeken en de weg omhoog te terug vinden.

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Armoedecoalitie, Utrecht

3. Tenslotte ontstaat bij steeds meer betrokken organisaties het besef dat het inzetten van ervaringskennis bij dienstverlening en beleidsbepaling daadwerkelijk meerwaarde oplevert.

Ondersteuning en begeleiding Het beleid van de gemeente Utrecht en haar partners in de schulddienstverlening verlaagt de drempel om hulp te zoeken. Op het moment dat iemand met schulden zich meldt bij het buurtteam, plant een teammedewerker een gesprek bij schulddienstverlening en is er meteen een driegesprek. Dat maakt de dienstverlening heel laagdrempelig. Hetzelfde geldt voor de sociaal raadslieden. Zij zijn als één team georganiseerd en bespreken casuïstiek met elkaar. Zo wordt het onderwerp armoede vanuit verschillende hoeken benaderd. Daarnaast kunnen bewoners zich ook rechtstreeks bij de gemeente melden voor schulddienstverlening. Alle partners werken stress-sensitief. De professionals brengen de invalshoeken bij elkaar met de gedachte niet alleen brandjes te blussen, maar de inwoner duurzaam vooruit te helpen. Daarbij wordt breder gekeken dan de financiële situatie. Wanneer nodig worden ook leefaspecten als wonen en onderdak, gezondheid, werk en opleiding, voeding, ‘spullen’ en vrijetijdsbesteding bij het zoeken naar structurele oplossingen betrokken. Daarnaast worden de mogelijkheden van vroegsignalering benut.

Door samen te werken met onder andere gemeente, woningcorporaties, energieleveranciers, waterbedrijven en zorgverzekeraars wordt er in gezamenlijkheid vroegtijdig contact opgenomen met inwoners om ondersteuning te bieden bij de financiële zorgen en/of problemen. Een aanpak die in 2021 is verankerd in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. De Armoedecoalitie voegt aan deze aanpak een belangrijke bouwsteen toe, te weten de inzet van ervaringsdeskundigheid. Zo zetten de buurtteams, de gemeente, stichting De Tussenvoorziening, het Leger des Heils, Lister, Al Amal, Dock en U Centraal ervaringsdeskundigen in, om bij het aanpakken van problemen andere bewoners

59

te assisteren. Vanuit de Armoedecoalitie gaat een team ervaringsdeskundigen de wijken in om armoede bespreekbaar te maken, ruildiensten op te zetten en regelingen onder de aandacht te brengen. Dit verlaagt de drempel voor bewoners met een laag inkomen of schulden richting zorg en regelingen. Daarnaast neemt een platform van kwetsbare jongeren actief deel aan bijeenkomsten van de coalitie. Het is één van de samenwerkingspartners van de Armoedecoalitie.

Meer weten? – Armoedecoalitite Utrecht – Geef Armoede Een Gezicht (armoedecoalitieutrecht.nl) – Samenwerking aanpak armoede en schulden | integraalwerkenindewijk.nl – Actieagenda 2019 en verder, Utrecht schuldenvrij – Sociaal Akkoord Utrechtse Armoedecoalitie en politieke partijen | Stichting Omduw – Buurtteams Utrecht | Iedereen kan soms hulp gebruiken

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | Armoedecoalitie, Utrecht

60

‘Klein maar Fijn’ voorbeelden – Overzicht Samen werken aan vitale en leefbare buurten Proces van Samenwerken aan wonen, zorg en welzijn Samen Sterk Zonder Stigma en Welkome Wijk Jongeren op Zuid Alles is gezondheid De Nieuwe club Buurtwijs, mensen maken de buurt Buren sparen plaatjes voor meer verbinding in de wijk Vechtscheidingen voorkomen, sociaal wijkteam en juridisch loket Voor de wijk en door de wijk Zuid Doet Samen Laagdrempelige activiteiten dicht bij huis

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | ‘Klein maar Fijn’ voorbeelden – Overzicht

Wonen en Woonomgeving

Inclusieve en veilige leefomgeving

Ondersteuning en begeleiding

61

‘Klein maar Fijn’ voorbeelden ‘Welkome Wijk’ en ‘Samen sterk zonder stigma’ vergroten acceptatie van bewoner met psychische achtergrond Aanleiding is dat steeds meer mensen met een psychische kwetsbaarheid in de wijk wonen. Prettig met anderen samenleven zou normaal moeten zijn, maar blijkt door vooroordelen soms lastig. Vooroordelen ontstaan als mensen elkaar niet begrijpen. Samen Sterk zonder Stigma organiseert daarom bewustwordingsbijeenkomsten die voor betere communicatie tussen wijkbewoners en mensen met een psychische aandoening moeten zorgen. Tijdens deze (bewustwordings-)bijeenkomsten van 2,5 uur wordt informatie gegeven over wat het betekent om een psychische kwetsbaarheid te hebben en hoe (zelf) stigmatisering werkt. Deelnemers kunnen ervaringen delen en vragen stellen over het omgaan met mensen met een psychische kwetsbaarheid. Ervaringsdeskundige ambassadeurs van Samen Sterk brengen hun eigen ervaringen in, zodat meer begrip ontstaat. Met eenvoudige tips kunnen buren en andere wijkbewoners een belangrijke rol spelen in de dé-stigmatisering en participatie van mensen met psychische kwetsbaarheden. Het doel is om de deelnemers bewust te maken wat het betekent om een psychische kwetsbaarheid te hebben en hoe het is hiermee te wonen en leven in een wijk.

Meer informatie: – Trimbos.nl | Welkome Wijk moet acceptatie bewoner met psychische achtergrond vergroten – Homepage - Samen sterk zonder stigma

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | ‘Klein maar Fijn’ voorbeelden

Intensieve jongerenaanpak Rotterdam Met de Intensieve Jongerenaanpak bieden jongerencoaches in wijkteams in Rotterdam een begeleidingstraject aan jongeren tussen de 12-27 jaar die toekomstperspectief dreigen te verliezen. Dit leidt tot helpend contact met ouders/verzorgers, zelfstandig wonen, werk en of weer een opleiding volgen en inspirerende contacten met een vriendenkring die positief van invloed is. Met hun aanpak stimuleren de coaches dat jongeren hun leven weer op de rails krijgen en dat zij zelf leren om keuzes te maken die goed voor hen en de samenleving zijn. Door dit eigenaarschap zetten ze in op het voorkomen van antisociaal, ongewenst, overlast gevend of crimineel gedrag. De jongerencoach creëert bij het aanpakken van gedragsproblemen een positief begeleidingsklimaat, waarin aandacht is voor zelfcontrole en probleemoplossende vaardigheden van de jongere. Deze aanpak vraagt om een goede samenwerking tussen sociaalwerk (jongerenwerk), wonen, zorg, opleiding en werk.

Meer informatie: – Intensieve Jongerenaanpak Rotterdam – Stichting JOZ – Methodische-handreiking-IJC-Zo-doen-wij-dat.pdf (stichtingjoz.nl)

62

Alles is gezondheid

De Nieuwe Club

Bewoners willen steeds vaker zelf een bijdrage leveren aan gezondheid in hun buurt, dorp of wijk. In veel wijken zijn bewonersinitiatieven, sociaal ondernemers, professionals, gemeenten en zorgverzekeraars al bezig met het organiseren ‘van onderop’, ieder vanuit het eigen perspectief. De vraag is hoe we hiervan een samenwerkend geheel maken. Het in 2020 verschenen (werk)boekje ‘Sociale basisinfrastructuur: voor vitale en gezonde gemeenschappen’ reikt de essentiële bouwstenen aan voor een inclusieve samenwerking. Het is een handreiking om informele bewoners- en gebiedscollectieven op constructieve wijze te verbinden met de wereld van formele zorg- en ondersteuning.

De Nieuwe Club is een innovatief wijkgebonden aanbod voor 60-plussers met schizofrenie die zelfstandig wonen. Deze ouderen met ernstige ggz-problematiek (zoals bijvoorbeeld schizofrenie) loopt het risico, wanneer ze niet goed worden begeleid, om te vereenzamen of kunnen dan in een wijk aanleiding geven tot overlast. Door het ondernemen van activiteiten en het leggen van sociale contacten groeit hun zelfvertrouwen en daarmee hun veerkracht.

De publicatie laat verder in diverse voorbeelden zien hoe burgers en professionals samenwerken om de gezondheid in de buurt te verbeteren. Duidelijk is alvast dat dé oplossing voor een gezonde wijk niet bestaat. Wel zien we overal de verschuiving van professionele zorg naar zorg voor elkaar. Met het vinden van de juiste balans tussen systeemorganisatie en zelfsturing als gemeenschappelijke uitdaging.

Meer informatie: – Sociale basisinfrastructuur: voor vitale en gezonde gemeenschappen - Alles is gezondheid – Sociale-basisinfrastructuur-online-def.pdf (allesisgezondheid.nl) – Gezonde Buurten | IVN

Samenwerken aan leefbare en vitale buurten. ‘Zo doen we dat!’ | ‘Klein maar Fijn’ voorbeelden

De Nieuwe Club biedt verschillende activiteiten en sociaal contact voor deze ouderen ter bevordering van hun zelfredzaamheid en sociale participatie. Daartoe organiseert ze drie activiteiten: 1: de ‘donderdagclub’, een wekelijkse bijeenkomst met activiteiten en lunch; 2: de ‘eetclub’, gezamenlijk koken en eten; 3: de ‘uitgaansclub’, deelnemers ondernemen met elkaar activiteiten, zoals museumbezoek, film of wandelen. Bij de activiteiten zijn geen GGZ-hulpverleners aanwezig, maar getrainde activiteitenbegeleiders die worden bijgestaan door vrijwilligers en stagiaires. Oorspronkelijk gestart door GGZ inGeest en welzijnsorganisatie Combiwel in een wijkcentrum in de Pijp in Amsterdam, wordt het nu ook door GGZ Friesland op drie plaatsen aangeboden.

Meer informatie: – Huiskamer Nieuwe Club - Combiwel

63

Fijn wonen in de Beerenbrouckbuurt; mensen maken de buurt

Buren sparen plaatjes voor meer verbinding in de wijk

Wanneer meer buren en buurtbewoners elkaar kennen en vertrouwen, dan maakt dat de buurt warmer en veiliger. Ook zullen mensen elkaar dan eerder een handje helpen. Het project ‘Fijn wonen in de Beerenbrouckbuurt’ is gericht op het ontwikkelen van een buurtmakersaanpak om de participatiesamenleving te bevorderen. Om dit te bereiken worden toekomstplannen gemaakt met kwetsbare buurtbewoners, wordt een maandelijkse buurtlunch georganiseerd en gaan professionals en buurtbewoners ‘straatjutten’. Kenmerkend voor de aanpak is om alleen te kijken naar wat mensen zelf willen en kunnen doen voor hun buurt. Hoe klein ook. Het doel is om de meest kwetsbare bewoners in de buurt te betrekken. Zorgorganisaties Cordaan, GGZ inGeest, Philadelphia, Prisma en ervaringsdeskundigen uit de GGZ werken binnen dit project met elkaar samen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14645774/1