2024-07-10 Transcript Raadsvergadering gemeenteraad Deventer 10 en 11 juli 2024
Tekst van het document
Dan gaan we eerst naar mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Dank indiener, we willen als CDA ook heel graag vrijwilligers die een stichting willen oprichten helpen. We zijn nog even aan het zoeken, denk ik, meerdere mensen hier naar hoe we dat het beste kunnen doen. Dus ik wacht ook even de beantwoording van de wethouder af. De voorzitter: Dank u, mevrouw Scholthof. Dan ga ik naar mevrouw Zieverink en daarna wil ik eigenlijk naar het college. Mevrouw Zieverink: Dank u, voorzitter, ook dank indieners voor het indienen. Wij hebben nog wel even een vraagje en die is misschien, hoewel wij bewonersinitiatieven enorm toejuichen, zit voor ons wel een kleine reservering en ik ben heel erg benieuwd naar de mening van de indieners daarop. Want wat als er dus initiatieven zijn waar wij liever niet een bijdrage als gemeente aan zouden doen bij het oprichten van een stichting? Dus stichtingen die misschien niet helemaal passen in hoe wij het zien, maar die voor een aantal inwoners zelf wel van maatschappelijke meerwaarde zouden kunnen zijn. Dus ik ben even benieuwd naar een reflectie van de indieners daarop. De voorzitter: Mevrouw Van der Meer.
Mevrouw Van der Meer: Ja, voorzitter, kan mevrouw Zieverink het concreet maken, want ik heb niet direct een beeld bij wat voor initiatieven de gemeente niet zou willen, maar die wel van belang zijn voor bewoners, dus de samenleving. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Ik vind het lastig om het concreet te maken, maar ik stel me zo voor als ik deze motie lees, dus dat kan ik concreet maken van hoe wij ernaar kijken, is dat wij als gemeente een tegemoetkoming kunnen doen in de kosten voor het oprichten van een stichting voor initiatieven met een maatschappelijke meerwaarde, waarbij nog niet is uitgeschreven wat die maatschappelijke meerwaarde zou kunnen zijn. Dus dat moet dan nog uitgewerkt worden. Ik ga er even vanuit dat wij met de positiviteit waar wij mee hier aan tafel zitten, dat het initiatieven zijn die onze stad beter maken, die de mensen meer in verbinding brengt,
68 die een speeltuin op de hoek kan helpen, die de boodschappen voor de overbuurvrouw misschien met elkaar organiseren, ik kan allerlei leuke initiatieven bedenken, maar er zijn ook mensen die minder leuke ideeën hebben, waar wij ons misschien helemaal niet in kunnen vinden. En ik vraag me dus al heel erg af hoe gaan wij ervoor zorgen dat deze gelden terechtkomen bij stichtingen of stichtingen in oprichting waar wij van vinden dat het bijdraagt aan de positieve pipe in onze stad? De voorzitter: U vraagt eigenlijk om een specificeren hoe de indiener die aanvullende criteria ziet? Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Ja, voorzitter, een van de dingen waar ik aan denk, ook dankzij door de ambtelijke toets, is ook een draagvlakmeting. Dus of er inderdaad ook echt steun is vanuit de bevolking. En als er iets gedragen is, is dat al een van de tekenen dat er het van maatschappelijke meerwaarde heeft. Maar ik denk dat we het ook voorstellen twee jaar te proberen. En als dit soort dingen zich voordoen, die ik niet verwacht, dan doen we daar ervaring mee op en dan gaan we het evalueren en dan kunnen we kijken of gaan we het continueren of stoppen daar dan mee. De voorzitter: Tot slot en daarna gaan we naar het college, mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter.
Ja, goed, kijk, wij zijn allemaal in positiviteit, maar onze fractie maakt zich daar wel zorgen over dat wij straks dus mensen hebben die, zeker met de kloof die er ontstaat tussen bestuur en burger, helemaal niet interesse hebben om bij te dragen hierin. En die initiatieven zijn er mogelijk wel, maar nu niet op onze radar, omdat zij zich niet actief melden op bijvoorbeeld een ideeënmarkt. Dus dat betekent niet dat ze er niet zijn. En dat ze mogelijk wel straks aanspraak maken op een regeling die we hebben bij de gemeente. De voorzitter: Dank. We gaan naar het college. Wethouder De Geest is portefeuillehouder op dit dossier. Ik durf niet meer. De heer De Geest: Pakt u gerust een snoepje, voorzitter. De voorzitter: Het woord is aan de wethouder. De heer De Geest: Ik heb nu iets langer nodig, beloofd. Voorzitter, de term worsteling viel net al even en die herkent het college ook wel met deze motie. Want het belang van bewonersinitiatieven en het ondersteunen daarvan, wat dat doet in Deventer en hoe afhankelijk we daar ook van zijn, dat bestrijdt niemand. Dat je daar ook in wil faciliteren, zeer zeker.
Maar de vraag is wel en dat is dan ook eigenlijk passend bij dat woord worsteling, is dan voor welke concrete situatie biedt deze motie nu een oplossing? Want in Deventer geldt dat voor de WijDeventer regeling een aanvraag bij de wijkaanpak, om het maar even zo te noemen en de een meedoen regeling, dat daarvoor niet wordt voorgeschreven dat er een bepaalde rechtsvorm aan de orde is bij een aanvraag, dus bijvoorbeeld een stichtingsvorm. Dat is niet nodig om daar een subsidie te kunnen aanvragen. En dat is wel het verschil bijvoorbeeld met een gemeente als Amersfoort, die in de motie wordt genoemd als voorbeeld. Daar wordt dat in zo'n geval in zo'n aanvraag in een aantal regelingen kennelijk wel gevraagd. Is wat wij in ieder geval hebben opgehaald op dat vlak. Dus daarmee is het in ieder geval niet strikt noodzakelijk om daarvoor in aanmerking te komen. En dat houdt dus eigenlijk in dat het college ook van mening is dat er voldoende laagdrempelige manieren zijn om bewonersinitiatieven te ondersteunen. En als je er heel erg naar kijkt vanuit drempelverlagendheid, dan kan het zelfs zijn dat een stichting die we niet opleggen overigens dus, zelfs drempelverhogend is op een bepaalde manier, omdat het ook wel iets vraagt van de stichting en van de mensen die dan in dat initiatief actief zijn in de vorm van een bestuur met allerlei verplichtingen ook en verantwoording.
Dat is toch anders dan bij wat kleinschalige bewonersinitiatieven die gewoon hun aanvraag op dat vlak kunnen doen. Wanneer het dan van toepassing zou kunnen zijn, maar ik kan me even nu niet per se een casus bedenken, maar er even van uitgaan dat het zou kunnen dat een initiatief, bijvoorbeeld niet zozeer bij een gemeentelijke
69 regeling subsidieaanvraag, maar bijvoorbeeld bij derden, dan kunnen wij maatwerk toepassen. Dat kan al binnen de één meedoen regeling, dan geldt al dat wij daarin, wanneer het gaat om bewonersinitiatieven, wijk overstijgend, daar is eigenlijk dan Deventer traject voor, maar dan kunnen we binnen de één meedoen regeling daarin ook gewoon ondersteunen. Die mogelijkheid is er en dan zouden wij ook als college willen voorstellen aan u om vooral dat maatwerk daarin te hanteren dan dat we daarin nu allerlei voorwaarden gaan opnemen binnen de regeling door die aan te passen. Want eigenlijk is het daarmee, naar onze opvatting, gewoon mogelijk. Dus vanuit die uitleg, voorzitter, zouden wij willen zeggen dat deze motie overbodig is. De voorzitter: Dank aan het college. Gaan we naar mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Dank, voorzitter. Ja, want deze motie beoogt dus juist dat deze bewonersinitiatieven zich ook kunnen wennen naar die externe partijen voor fondsen en daarvoor is het dus juist wel vaak een eis om een rechtspersoon te zijn. En ik snap dat dat niet zo is voor de subsidies van de gemeente Deventer, maar we hebben vandaag vaker horen vallen dat het allemaal heel moeilijk gaat worden, dus we willen juist aanmoedigen dat ze dus buiten de gemeente kijken voor middelen.
Maar ik ben blij om te horen dat we dat maatwerk al kunnen leveren en ik heb daar wel een aanvullende vraag bij. Want is het college ook bereid om actief te communiceren dat zij maatwerk kunnen leveren voor die partijen die aangeven een stichting te willen worden? Dus dat dit al gecommuniceerd wordt op de website, bijvoorbeeld bij de meedoen regeling of dat hier meer duidelijkheid over wordt gegeven, want nu weet de partij dit dus niet en lopen hier dus tegenaan. De voorzitter: Het college. De heer De Geest: Ik vind het wat lastig, omdat op te nemen op de website. Omdat dan, dan krijg je ook wel de discussie over wat is de achtergrond ook van de aanvraag voor de stichting? Is dat per se nodig? Ik kan me wel voorstellen dat we dat nadrukkelijk meenemen in de informatieverstrekking ook, richting de mensen die ook de regeling beoordelen. Bijvoorbeeld ook richting bij Deventer, ik ga er ook vanuit dat mensen zich vaker op bepaalde momenten plekken melden met een vraag en met een onderbouwing van waarom ze subsidie zoeken, bijvoorbeeld via derde middelen en dat we dat nadrukkelijk wel meenemen in de communicatie naar deze medewerkers in de organisatie, zodat ze dat ook mee kunnen geven.
En dat het in ieder geval dan onderdeel uitmaakt ook van het duidelijke verhaal waar kun je terecht op het moment dat dit echt aantoonbaar ook gewoon noodzakelijk is, een stichtingsvorm bijvoorbeeld voor een subsidieaanvraag. Ik weet niet of het ook een enorme aanzuigende werk kan hebben op een manier die we ook niet met elkaar willen, wellicht als je het echt actief op de website zet. De voorzitter: Eerst mevrouw Van der Meer en daarna mevrouw Schmidt en dan gaan we een beetje afronden. Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Ja, voorzitter. Ik denk dat het wel van belang is om verder te willen bespreken, bijvoorbeeld wanneer we het gaan hebben over het uitdaagrecht. Want wij willen juist wel, hebben met elkaar afgesproken deze periode, bewonersinitiatieven stimuleren en juist bij het uitdaagrecht is dat een voorbeeld waarbij de rechtsvorm wel meer nodig is, dus daar komen we nog op terug. De voorzitter: Inderdaad, want strikt gezien is de uitdaagrecht los buiten de orde. Want we hebben het nu over dictum van deze motie. Mevrouw Schmidt, nog tot slot. Mevrouw Schmidt: Ja, dank u wel voorzitter. Allereerst, de laatste opmerking die mevrouw Van der Meer maakte, wilde ik ook maken, maar dat is nu afgekaart. Maar wel nog een verduidelijkende vraag aan de wethouder, want er wordt nu verwezen naar WijDeventer en dat is allemaal heel prima.
Alleen we weten uit ervaring dat het wel afhankelijk is dan in welke wijk je een aanvraag doet, want het is niet zo dat elke aanvraag die gedaan wordt bij WijDeventer ook gehonoreerd wordt. En we merken dus nu al van in de binnenstad wordt het misschien wel
70 gedaan, maar in een andere wijk waar ook nog veel meer andere aanvragen komen, kan ik me voorstellen dat er een andere afweging wordt gemaakt, dus hoe gaan we dat dan borgen? Want u verwijst daar actief naar, maar dan zou mijn gedachte zijn dan zou het ook zo moeten zijn dat elke aanvraag die dan bij … De voorzitter: Mevrouw Schmidt, u stelde een vraag aan het college en dan gaat u hem zelf invullen. De heer De Geest, op de vraag van mevrouw Schmidt. De heer De Geest: Ja. Daarom noemde ik net ook de een meedoen regeling als een meer overstijgende regeling natuurlijk. Dat staat ook even los van WijDeventer. Dus daarbinnen is die maatwerkconstructie gewoon mogelijk, onderbouwd bij een aanvraag voor bijvoorbeeld, als een stichtingsvorm dan aan de orde is, dat zou op zich ook kunnen inderdaad, maar dat is inderdaad veel meer wijk gebonden bij initiatieven binnen WijDeventer. Ik ga er wel vanuit en dat kunnen we ook meenemen in de afstemming met in dit geval de wijkmanager, dat ze dan wel doorverwijzen. Maar dat zou de manier kunnen zijn om als het een niet kan, bij het andere te kijken en dat is altijd wel afhankelijk van de onderbouwing. Dat is het gesprek wat je dan voert. Mevrouw Schmidt: Sorry, voorzitter, met deze toelichting ben ik wel gerustgesteld. De voorzitter: Duidelijk, dank u wel.
Reële WMO-tarieven De voorzitter: Gaan we door naar motie 8.6, reële WMO-tarieven, ingediend door de heer De Niet van de ChristenUnie, mede ingediend door Deventer Sociaal. U heeft een minuut, mijnheer De Niet, aan u het woord. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Neem gerust even een goede hap van de verleiding in, want ik heb misschien een heel klein beetje meer nodig, want ik wil even u meenemen naar mijn oma, die 99 jaar oud is, nog zelfstandig woont, niet in de gemeente Deventer, maar iets verder weg en dat kan alleen dankzij de ondersteuning door haar kinderen, mijn moeder en haar broers en zussen, maar ook dankzij de ondersteuning vanuit de WMO. Zij heeft een vaste thuiszorgmedewerker, die komt er al jaren, ziet wat nodig is, doet wat nodig is. Zo iemand is echt goud waard. De WMO zorg in haar gemeente, huishoudelijke hulp daarvan, werd opnieuw aanbesteed. Hoera, lagere tarieven, maar in de praktijk betekent het meer werk in minder tijd voor lager loon. En de vaste thuiszorgmedewerker kon mee naar de nieuwe organisatie, maar die wilde niet onder die condities werken. Het gevolg was dat er een nieuwe thuiszorgmedewerker kwam, die leverde matig werk, die zag niet wat mijn oma nodig had, want die kende haar nog niet goed en het gevolg was dat mijn oma van 99 zelf weer huishoudelijk werk ging doen op haar leeftijd, wat niet heel verstandig was voor haarzelf.
Dankzij mijn strijdbare moeder is dat allemaal uiteindelijk goed gekomen. Dat strijdbare heb ik duidelijk van niemand vreemd en dit voorbeeld laat zien hoe belangrijk de continuïteit van zorg is. Dat de WMO nooit alleen op laagste tarieven gestuurd mag worden en … De voorzitter: De heer De Niet, gelijke monniken, gelijke kappen. Het punt van het dictum en dan gaan we in debat over uw motie. De heer De Niet: Ja, het gaat erom dat het college heeft een toezegging gedaan dat er meer gaat dan om alleen lage tarieven en dat daar goed gekeken naar gaat worden. Dus het college is er zich heel bewust van dat het om kwaliteit gaat en niet alleen om tarieven, maar het is belangrijk om die toezegging ook als raad te onderstrepen en concreet te maken. En dat is wat dit dictum … niet meer op het scherm. De voorzitter: De heer Van Wijk, me oogt. Aan u het woord. De heer Kaya, aan u het woord. De heer Kaya: Ik wilde nog even toelichten dat wij ook mede indieners zijn van deze motie.
71 De voorzitter: Dank u. Waarvoor dank. We moeten dus met de agendacommissie en fractievoorzitters overleg gaan hebben over mede indienen en termijnen. Dat buiten de orde. De heer Van Wijk, aan u het woord. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter, voor het woord. Dank ook voor op zich charmante motie. Maar dat is nog geen gelijk in oordeel. Kan de indiener bevestigen dat het probleem meer ligt in voldoende kwalitatieve zorg dan per se de tarieven, dat hoeft niet als enige een oplossing te zijn. En de tweede vraag van mij is, kan de indiener ook bevestigen dat juist door de inzet van lokale aanbieders klein of grootschaligheid, keuze in beleid, personeel fricties, iets als WMO tarieven vergelijkt niet altijd het meest goede instrument is om te komen tot een oplossing voor dit probleem. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel. Goede vraag. Dat ben ik zeker met u eens. Dat het gaat om meer, het gaat om niet alleen …, het gaat ook om de kwaliteit en wat je daarvoor doet. Alleen specifiek, dus op een heel aantal vlakken zijn de onze tarieven ook in balans, denk ik, ook in vergelijking met omliggende gemeentes, maar bijvoorbeeld voor de persoonlijke begeleiding blijven ze echt wel achter, is het gat wel groot.
En als dan de signalen komen vanuit de aanbieders dat dat echt wel, dat het niet goed kan, dat die tarieven niet reëel zijn, dan moeten we dat als gemeente ook serieus nemen, denk ik. En dit is bekend dat twee aanbieders niet van … zich niet meer hebben ingeschreven omdat de tarieven gewoon te laag waren. Niet dat zij niet de kwaliteit van de zorg konden leveren die ze wilden leveren. En ik denk dat we daar naar moeten luisteren en dat serieus moeten nemen en ook moeten laten toetsen. De voorzitter: De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Ja, ik denk dat het onderwerp, dank voorzitter, vrij complex is, dus ik zou ook graag de portefeuillehouder willen vragen in hoeverre dit instrument om in te grijpen op tarieven de meest handige manier of effectieve manier is om dit probleem op te lossen. De voorzitter: Gaan we doen. De heer Van der Linde, aan u het woord. De heer Van der Linde: Dank u wel, voorzitter. Ik ben het eens met de heer De Niet dat de prijzen die wij betalen voor zorg moeten redelijk en marktconform zijn. Maar als elders beter betaald wordt en wij gaan mee, creëren we dan niet een prijsopdrijvende wedloop? Bent u daar niet bang voor? De voorzitter: De heer De Niet.
De heer De Niet: Ik ben het met u eens dat we dat zeker moeten voorkomen en daarom moeten we dat ook niet … We moeten niet puur op basis van klachten over tarieven, want natuurlijk willen alle aanbieders dat we de tarieven omhoog gooien, want dan kunnen ze grotere marges maken, maar we moeten serieus luisteren naar die signalen die er zijn en het ook onafhankelijk laten onderzoeken. Ik heb ook begrepen dat het college daarmee bezig is. Misschien kan dat zo worden bevestigd dat we dat onafhankelijk laten toetsen met een partij buiten … een onafhankelijke partij die kan vaststellen dat onze tarieven reëel zijn. Of dat ze daarin achterblijven. De voorzitter: De heer Van der Linde. De heer Van der Linde: Ja, voorzitter, dat was mijn volgende vraag. U suggereert eigenlijk dat de prijzen die wij betalen niet redelijk marktconform zijn. Dat is de suggestie die erin zit. U had het over oma, maar dat was niet Deventer, geloof ik. U noemt een indicatie of twee indicaties dat het zo is. Maar in zijn algemeenheid stelt u dus dat de prijs die wij betalen niet redelijk en marktconform zijn. De voorzitter: De heer De Niet.
72 De heer De Niet: Dat stel ik. Alleen ik stel dat er signalen zijn, meerdere signalen. Dat is meer dan een. Ik ken een van de huidige aanbieders, maar ook twee aanbieders die al eerder zijn afgehaakt en het gaat niet van het vlak van persoonlijke begeleiding en die zeggen het is gewoon te krap. Dus je kunt niet de zorg, de kwaliteit leveren en op een gegeven moment is dan de keuze van ik moet … Als de medewerkers niet meer de kwaliteit kunnen leveren die ze willen leveren, dan gaan die medewerkers ergens anders werken. Daar zit het dilemma en dat geldt niet over breedte, want we hebben heel veel diverse producten in de WMO, dus daar en we hebben ook heel verschillende tarieven daarin, maar dus ik stel niet dat het in de breedte zo is, ik stel wel dat het goed is om die geluiden serieus te nemen en dat goed te onderzoeken of om inderdaad reële marktconforme tarieven te hanteren. De voorzitter: Tot slot, de heer Van der Linde. De heer Van der Linde: Dank u wel. Dan hoor ik graag van de wethouder of die suggestie gerechtvaardigd is. De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel, voorzitter. Ik heb laatst al aangegeven, voorzitter, bij een stemverklaring dat wij graag nog eens doorpraten in de nabije toekomst over de WMO.
Dat gezegd hebbende, is mij niet goed genoeg duidelijk en dan hoor ik dat ook graag straks van de wethouder op terug welk probleem dit nou precies oplost? U geeft aan in onder het raad zegt het volgende, staat dat kwaliteit leidend moet zijn, maar vervolgens spitst het dictum zich toe op de prijs. Ik heb een beetje moeite met hoe zich dat met elkaar verhoudt? De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ik zou even het dictum erbij pakken. Inderdaad, de kwaliteit en prijs moeten in balans zijn. Dus we moeten reële tarieven rekenen om die kwaliteit te kunnen bieden. En als er ook … wij concert wij uiteindelijk, ik denk dat wij allemaal vanuit het beginnen wel met die kwaliteit van de WMO. De zorg moet op orde zijn, de ondersteuning moet passen bij wat wij, wat onze inwoners nodig hebben, juist omdat we ook langer, we willen dat ouderen langer thuis wonen bijvoorbeeld. Dus die ondersteuning moet gewoon goed zijn en daar, als we die ondersteuning goed willen … daar bepaalde tarieven zijn die moeten reëel zijn, goed genoeg zijn om te zorgen dat je de kwaliteit kunt bieden die je wil bieden. En dat is dan de volgende. De voorzitter: Voldoende voor u? U wilt een vervolgvraag? Mevrouw Eekhuis: Ja. De voorzitter: Ja. Aan u het woord. Mevrouw Eekhuis: Een vervolg opmerking.
Ik ben het eens met wat u wil bereiken, maar ik kom toch weer terug op het punt laten we vooral daar het goede gesprek over gaan hebben, want nu alleen sturen op prijs is wat mij betreft niet de juiste route. De heer De Niet: Mag ik daar nog op reageren? De voorzitter: Nee, dat was een conclusie. De heer Roetert: Dank u wel, voorzitter. Korte vraag aan de heer De Niet. Wij vinden als Gemeentebelang ook dat zorg leidend moet zijn. Maakt u zich geen zorgen dat wanneer wij te veel ons afvragen of de prijs niet te laag is, dat de zorgaanbieder de neiging heeft om daarmee de prijs wat hoger in te zetten. Een goede verstaander heeft een half woord nodig.
73 De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Daar ben ik op zich niet bang voor en dat heeft ermee te maken dat wij als gemeente in zekere zin eenzijdig onze tarieven vaststellen en die dan jaarlijks indexeren. Er zijn wel mogelijkheden om te kijken als dat uit balans raakt, om daarin bij te sturen uiteraard. En dat is het doel om vooral kritisch te blijven kijken naar of dat in balans is en wat dan een juiste indexering is. De heer Roetert: Oké. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Mevrouw Schmidt, aan u het woord. Mevrouw Schmidt: Ja, dank u wel, voorzitter. Als mede indiener wil ik nog wel een punt naar voren brengen wat nog niet ingebracht is. En dat is dat wij in Deventer ook grote waarde hechten aan ondersteuning voor bijzondere cliënten die niet terecht kunnen bij een hele grote aanbieder. En dat zijn juist de aanbieders die nu worstelen met te lage tarieven. Maar dat aanbod wat zij brengen, hebben wij wel nodig, want er is geen enkele andere aanbieder in Deventer die dat dan voor lagere kosten en op hetzelfde niveau kan aanbieden. Dus het is ook vooral bedoeld om juist die niches die we tot nu toe, waar eigenlijk de hele raad tot nu toe van gezegd heeft dat vinden wij belangrijk dat die mensen ook de juiste passende ondersteuning krijgen, dat we dat blijven waarborgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Dan gaan we naar het college, stel ik voor.
Volgens mij bent u nu allemaal, nee, behalve de burgemeester, vooral voor de voorzitter, … burgemeester. De heer Wijnhoud, aan u het woord. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter en voorzitter, sta me toe allereerst luister ik met enige jaloezie dat de heer De Niet nog een oma heeft. Ik zeg geniet ervan. Die van mij zijn helaas al heel lang geleden overleden. En wat me ook door de gedachten heen schoot, mijn moeder heeft al jarenlang dezelfde huishoudelijke hulp. Dat gaat overigens heel erg goed, maar dat, ook geheel terzijde, ik zal mij tot, voorzitter, het punt van deze motie gaan … En daar kan ik eigenlijk in die zin kort over zijn. Het college kan positief adviseren op het voorstel. Kwalitatief goede ondersteuning is altijd het uitgangspunt van dit college. En ja, we zoeken juist met aanbieders naar efficiënter werken, bijvoorbeeld door goed samen te werken in wijken en buurten. En vanzelfsprekend horen daar ook reële WMO-tarieven bij. Los daarvan zijn we ook wettelijk verplicht reële tarieven te hanteren uiteraard en vanuit dit uitgangspunt zijn ook bij de laatste aanbesteding alle partners geconsulteerd over de tariefstelling. Het merendeel van deze aanbieders heeft zich daarop weer aangesloten. Sorry, heeft zich weer opnieuw besloten in te schrijven voor deze raamovereenkomst. En er zijn sindsdien geen aanbieders uitgetreden op basis van de tariefstelling.
Desalniettemin neemt het college uw signaal serieus. We hebben inmiddels een onafhankelijk adviesbureau gevraagd om te onderzoeken of de tarieven nog steeds aan de gestelde criteria voldoen en u zult dit op zo kort mogelijke termijn, maar in ieder geval voorafgaand aan de begroting hierover worden geïnformeerd over deze uitkomst. Op het moment, voorzitter, dat er sprake is van een nieuwe aanbesteding, zal wederom een brede marktconsultatie worden gedaan waarbij huidige en voormalige partners worden betrokken. Eventjes net genoemd, zijn de prijzen, probleem oplossen, het college is natuurlijk ook geacht zich te houden aan de wetgeving hieromtrent, dus dat vind ik wel echt een belangrijk punt. Vandaar ook dat onafhankelijke advies waar ook ik heel erg benieuwd naar ben en wat ik net zei, dat zal ik dan uiteraard direct met uw raad delen. Dank u wel. De voorzitter: Dank wethouder. Eerst de reactie van de heer De Niet, daarna gaan we naar de heer De Niet. De heer De Niet: Nee, op zich niet zo heel veel aan toe te voegen en misschien juist, het is nog even, ik ben heel blij dat ik ook mijn oma nog heb, maar die kranig en oud, zou ik bijna zeggen, 99, dat is ook echt niet niks. Maar dat kan ook alleen maar met die … onderstreept het belang van die goede WMO ondersteuning. De voorzitter: De heer Van Wijk. Vraag aan het klasje.
74 De heer Van Wijk: Ja, dank voorzitter. Verduidelijkende vraag, ik hoorde de portefeuillehouder naast de warme uitwisseling over ervaringen ook iets zeggen over dat tarieven, de problemen ermee, dat die gelijk waren getrokken en dat de aanbieders er sindsdien weer terug zijn. Dat ook bij voor komende aanbestedingen goed wordt gekeken naar marktconcentratie et cetera. Maar dat zou ik bijna ook de conclusie kunnen trekken dat deze motie overbodig is. Klopt dat? De voorzitter: De wethouder. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Uiteindelijk dat oordeel aan uw raad, voorzitter, wat mij betreft niet. En wat ik zojuist zei over de huidige aanbieders, dat dat merendeel zich bij de vorige consultatie bij de raamovereenkomst daardoor wel is gebleven, zijn dus niet extra weggegaan daardoor. Dank u. De voorzitter: Voldoende? Dank, de heer De Niet voor een toelichting van zijn motie. En dat betekent dat we programma 8 hebben afgesloten. Er zijn geen moties, amendementen ingediend bij programma 7 en bij programma 6. Programma 5: Ruimtelijke ontwikkeling Verstedelijkingsstrategie Stedendriehoek De voorzitter: En dat betekent dat ik samen met u verderga met programma 5, ruimtelijke ontwikkeling. Ruimtelijke ontwikkeling zijn twee moties ingediend en we beginnen met motie 5, verstedelijkingsstrategie Stedendriehoek.
Ingediend door de heer Van der Meulen van GroenLinks, mede ingediend door Deventer Belang, Deventer Sociaal en DeventerNU. De heer Van der Meulen, u heeft een minuut. De heer Van der Meulen: Dank u wel, voorzitter. Als raad willen we … Er is wel wat rumoerig in de zaal, merk ik. De voorzitter: Volgens mij is het nu weer even stil. Dus u kunt verdergaan. De heer Van der Meulen: Oké, dan ga ik door. Begint de minuut weer. Als raad willen we grip houden op hoe Deventer er in de toekomst uit gaat zien. En dat is dus meerdere collegeperiodes vanaf nu. Dus we moeten weten waar we woningen gaan bouwen en dat dat zo is, dat weten we al wel. Er moeten woningen gebouwd worden. We hebben ook een mooie routekaart vastgesteld met duidelijke expliciete besluitmomenten over welke locaties verder worden onderzocht en welke locaties gaan afvallen. Onlangs bij de consultatie is dat al aan de orde gekomen dat dat besluitvormingsproces af en toe wat onduidelijk is voor de raad en dat misschien wel de regie kwijtraken. U ziet in deze Voorjaarsnota een voorstel waarin geld wordt uitgetrokken en dat is een fors bedrag, een kwart miljoen euro om een bijdrage te leveren aan de verstedelijkingsstrategie van de Stedendriehoek. En nu zijn we daar op zich niet op tegen, maar we willen wel graag de raad goed in positie brengen op het moment dat die inbreng gaat worden geleverd.
En daar gaat dit amendement dus over. Dank u. De voorzitter: Motie. De heer Van der Meulen: Motie. De voorzitter: Ik snap de verwarring, mijnheer Van der Meulen. De heer Muilerman, aan u het woord. De heer Muilerman: Dank u wel, voorzitter. Excuus. Wij begrijpen de motie, want hier hebben we het in de raadstafels inderdaad ook over gehad, bij wonen, ruimte, stad en bij de andere raadstafels, alleen mijn vraag is in hoeverre gaat deze motie dan de verstedelijkingsstrategie in de weg zitten? Want lopen die trajecten, want het traject van wonen, ruimte, stad et cetera lopen allemaal ook nog lang, maar ik denk niet dat ze in de Stedendriehoek op ons gaan wachten of hoe moeten we dat zien?
75 De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Dank u wel. We hebben trajecten afgesproken voor de hoofdwegenstructuur en voor wonen, ruimte, stad. Dit zijn middelen voor 2025 en 2026. Volgens mij zouden er voorafgaande aan de verstedelijkingsstrategie in ieder geval besluiten richtinggevende besluiten van deze raad gezet moeten zijn. Dus het zit elkaar niet in de weg. De voorzitter: De heer Muilerman. De heer Muilerman: Ja, dank u wel voorzitter. Dan zou ik ook graag dezelfde vraag nog van het college beantwoord willen hebben. De voorzitter: Ja. Die bewaren we voor het college. Mevrouw Scholthof, aan u het woord. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Toen ik de motie las, dacht ik is het niet logisch dat we alvast een reservering opnemen voor de Voorjaarsnota voor de begroting terwijl we nog wel erover gaan besluiten, want dat gaan we toch, denk ik, voor het einde van het jaar doen. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel voorzitter. Ik ben even op zoek naar de vraag van een reservering opnemen voordat het wordt vrijgegeven, bedoelt u waarschijnlijk? Oké. Ja. Dat is een beetje het idee van deze motie, is dat we het geld wel beschikbaar houden en voordat we het vrijgeven of in ieder geval de inzet gaan plegen, dat we dan eerst teruggaan naar de raad of dat het college teruggaat naar de raad. Ja.
De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Ja, ik dacht eigenlijk dat dat vanzelfsprekend was, maar het is goed dat u dit even ter discussie stelt, want ik ben ook wel benieuwd of dit bevestigd kan worden. De voorzitter: Gaan we doen. Mevrouw Schuiling. Mevrouw Schuiling: Ja, ik had even een verduidelijkende vraag, want de verstedelijking strategie gaat het over elke regio telt en even gaat het dan ook over 25 miljoen of 20 miljoen dat we laatst hebben gekregen in de elke regio telt subsidievoorstel. En als we daar nu niet … capaciteit op kunnen zetten, dan lopen we misschien bij de volgende aanvragen die we binnenkort voor eind oktober kunnen doen misschien wel een risico op en hebben we het over hetzelfde, over de verstedelijking strategie? De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Dit gaat over de verstedelijking strategie, zoals die is beschreven in de Voorjaarsnota. En daar wordt dus een link gelegd met de nota ruimte. Van het Rijk is bezig met een nota ruimte en die heeft een aantal plekken in den lande aangewezen waar verstedelijking mogelijk is. Daar gaat deze motie over, ja. De voorzitter: Mevrouw Schuiling.
Mevrouw Schuiling: Ja, ziet via de voorzitter … ziet de heer Van der Meulen een risico dat als we geen ambtelijk capaciteit opzetten, dat we dan geen nieuwe aanvragen meer kunnen doen voor de zesde of zevende tranche van de Rijk regio deal? De voorzitter: De heer Van der Meulen.
76 De heer Van der Meulen: Dank u wel, voorzitter. Nee, dat risico zie ik niet. Het is ook niet de bedoeling om dit geld niet te besteden, het moet wel ingezet worden. Alleen om de rol van de raad in dat proces goed te waarborgen. Dus het gaat, we gaan geen geld, we gaan niet bezuinigen om maar even dat als voorbeeld te noemen. We gaan het geld niet schappen. De voorzitter: Voldoende. Dan gaan we naar het college. In de persoon van de heer Wijnhoud, portefeuillehouder. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter. Voorzitter, tussen de regels door van de tekst van deze motie leest het college bezorgdheid bij de indieners of het college geen stappen gaat zetten die de raad voor voldongen feit gaat plaatsen. Laat ik er eerst op ingaan, het college herkent deze zorg die ook geuit is bij de behandeling van het raadsvoorstel wonen, ruimte, stad en het college herhaalt hier dat we die zorg serieus nemen en daar iets mee willen gaan doen. Allereerst is het evident dat het mandaat voor alle besluiten over ruimtelijk beleid bij uw raad ligt, voorzitter. Om dat mandaat waar te kunnen maken, is het aan college om de raad in positie te brengen. Daarom stel ik voor om in het najaar eerst bij te praten over alle ruimtelijke trajecten die er nu lopen en de samenhang tussen die trajecten.
Mijn collega wethouder De Geest heeft die toezegging al gedaan bij de behandeling van het raadsvoorstel wonen ruimte stad. En ik herhaal die toezegging hier. Daarna willen we graag met u bijpraten over het traject van de Omgevingsvisie en later in het najaar stel ik voor om u te consulteren over de onderwerpen waarvan u vindt dat die moeten worden meegenomen in het traject van verstedelijking in balans. Dit naast de onderwerpen die al tot het ruimtelijke beleid van de gemeente Deventer behoren. De verwachting is dat het traject voor verstedelijking balans ongeveer twee jaar gaat duren. Ik zal u gedurende deze twee jaar uiteraard met regelmaat op de hoogte houden van de voortgang. En dan nu naar de motie, voorzitter. Het college adviseert negatief op deze motie en ik zal uiteraard toelichten waarom. Ten aanzien van de eerste opdracht Deventer zit mede aan het stuur om richting te geven aan verstedelijking in balans. Dat doen we met andere gemeenten in de Stedendriehoek, met twee provincies en met het Rijk. Het is de bedoeling dat er een integrale visie uitgewerkt wordt voor het gehele gebied van de Stedendriehoek en daaraan gekoppeld is de bedoeling om een investeringsagenda te maken waaruit blijkt welke middelen er nodig zijn en wie hiervoor aan de lat staat.
Voor Deventer ligt de horizon daarbij op de periode na 2035, omdat voor een belangrijk thema die horizon vastligt in de routekaarten wonen en voorzieningen. De planning nu is dat het ongeveer twee jaar gaat duren. In die twee jaar staat het alle overheden vrij, dus ook de gemeente Deventer, om nieuw of gewijzigd ruimtelijk beleid in te brengen. Immers, in die twee jaar staat de besluitvorming niet stil. De indieners noemen nu twee actuele lopende trajecten met een ruimtelijke impact. Er zijn echter meer trajecten die nu lopen, zoals de visie op het platteland en de woonvisie. En er zullen ook in de toekomst beleidsdocumenten, bijvoorbeeld de Omgevingsvisie, de visie op bedrijventerreinen, de groenblauwe structuur, et cetera, et cetera gaan lopen, worden opgesteld en die na vaststelling door uw raadsvoorzitter impact zullen hebben op de regionale verstedelijking in balans. Als we de redenering van de motie volgen, zouden we nooit aan de slag kunnen, omdat er altijd wel een reden kan zijn om te wachten. Ten slotte, voorzitter, de tweede opdracht. De tekst kan volgens het college op twee manieren gelezen worden. Als de motie bedoelt dat er expliciet een raadsvoorstel gewenst is om deze middelen vrij te geven, dan vindt het college dat een omslachtige manier van werken. Dat kan, wat het college betreft, gewoon in de Voorjaarsnota of in de begroting.
Als bedoeld wordt dat de raad inhoudelijk punten mee wil geven aan het traject verstedelijking in balans, dan kan het college toezeggen dat het college graag verneemt van de raad welke inhoudelijke punten zij van belang vindt voor Deventer en die niet in bestaand beleid zijn opgenomen. Zoals hier juist aangegeven, stellen we voor hiervoor een sessie in Q4 2024 met u te beleggen. Waarschijnlijk is het inhoudelijke traject van verstedelijking in balans dan net gestart en dus een mooi moment om aan u de input te vragen voor dit traject. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Een zeer uitgebreide reactie van het college. Ik zou het college ook vooral willen oproepen om het te richten op het dictum. En dat komt door mevrouw Van der Meer en de heer Van der Meulen. En ik hoop dat tijdens het zomerreces dat er uitgaat. Excuus, mevrouw Van der Meer en de heer Van der Meulen. Ik weet niet wie u hoopt dat eruit gaat, maar toch wel een beetje verontrustend. Dat laat ik geheel aan de interne partijpolitiek van GroenLinks over. De heer Van der Meulen, aan u het woord.
77 De heer Van der Meulen: Oké, dank u wel. Ik zal het wat kort houden. Ik moet er even over nadenken, want ik begrijp de lijn van de wethouder. Het is ook zeker niet bedoeld om trajecten stop te zetten of om te wachten. Het is wel bedoeld om de raad inderdaad in de positie zit te brengen. En of dat nou met een raadsvoorstel is, dat vraag ik me ook af, wensen en bedenkingen kan ook. Constatatie ook. Alleen, dan moeten we ook wel weer terugzien wat ermee gebeurt. En dat merken we hier nog wel eens, want er worden allerlei wensen en bedenkingen opgehaald, die worden in een grote pot gestopt en er wordt lekker in geroerd. En we weten dan niet precies wat eruit komt, meestal niet iets heel duidelijks altijd. Dus ik denk dat ik even naar de tekst ga kijken, maar ik ben wel blij met de toezeggingen. En nogmaals, ook benadrukken dat het niet bedoeld is om trajecten te stoppen, maar wel om te voorkomen dat we zo meteen in de Stedendriehoek gaan zeggen Stadsland, wat een goed idee vanuit het college en dat we hier uiteindelijk dan in de raad op het punt komen van nee, dat is helemaal geen goed idee. Dat is ook geen prettig beeld voor het college. Dus de goede intentie, die staat overeind, maar ook bij het college, begrijp ik. Dank u. De voorzitter: De heer Wijnhoud. De heer Wijnhoud: Dank u, voorzitter.
Nog een laatste opmerking, het betreft overigens twee keer 125.000 euro voor de komende twee jaren. Daarnaast, voorzitter, excuus, ik realiseerde dat mijn verhaal vrij lang was, maar we hebben er bewust voor gekozen, omdat we juist door de regels heen de zorg proeven vanuit de raad. Dank u. De voorzitter: Oké, bedankt voor uw toelichting, mijnheer Wijnhoud. 5.1 is daarmee afgesloten. Versnellingsgelden Centrumschil De voorzitter: Dat betekent dat we naar motie 5.2 gaan, Versnellingsgelden Centrumschil, ingediend door de heer Zuijdam van de VVD, mede ingediend door Gemeentebelang, CDA, DeventerNU en de SP. De heer Zuijdam, u heeft een minuut. De heer Zuijdam: Dank u wel, voorzitter. Vanuit Den Haag hebben wij versnellingsgeld ontvangen onder andere voor de Centrumschil. In de SIA staat beschreven hoe dat besteed zou kunnen worden. Onder andere met mobiliteitshub …, lees- en parkeergarage en dat er een parkeergarage die achter het Saxion zou moeten komen. Achter het Saxion, die grond is niet in ons bezit, maar van ProRail en we zouden ook een samenwerking moeten aangaan met meerdere partners die daar zitten. En daar zie ik wat bezwaren in. Dit onderzoek of steeds deze motie vraagt op voor een onderzoek, wat de mogelijkheden en kosten zou zijn om die parkeergarage op een andere plek te doen, bijvoorbeeld onder de buitengracht ter hoogte van de Handelskade.
En voor de rest zouden we graag willen dat de wethouder hier ook mee terugkomt naar de raad. Zodat we wat meer keuzes hebben om het beter bij elkaar te laten passen. Want niet alleen die parkeergarage staat in die versnellingsgelden, er staat ook de aanpak van de Handelskade en even kijken hoor, de Verzetslaan. De voorzitter: Bedankt de heer Zuijdam voor uw toelichting. Zijn er vanuit … De heer Van der Meulen, volgens moeten we even overleggen met de heer Diepenhorst. Nogmaals, ik wil mij niet bemoeien met interne partijpolitiek, maar ik zou u beiden opstaan. De heer Diepenhorst, aan u het woord. De heer Diepenhorst: Ja, dank u wel. Kleine revolutie in de partij. Ik had een paar concrete vragen en een principiële vraag. De terugloop in parkeerplekken is me nog niet helemaal duidelijk. Is er op dit moment dan overcapaciteit of ondercapaciteit qua parkeerplekken rond het centrum, want er is een behoorlijk aanbod van Brink garage, centrum garage, straks komt Roto erbij. Dat is een behoorlijk aanbod. Boreel, achter Saxion kan er al in het weekend geparkeerd worden. Dat is mijn eerste vraag. De voorzitter: De heer Zuijdam, eerste vraag.
78 De heer Zuijdam: Ja, dank u wel voor deze vraag. Wat we gaan zien, is dat bij de … steeds meer activiteiten gaan komen. We zien ook dat er steeds meer auto's überhaupt in Nederland komen. Tegelijkertijd willen we ook de Verzetslaan gaan afwaarderen als parkeerplaatsen. Dat zijn er circa 150. Ik weet niet of ze bij u in de achtertuin kunnen, maar bij mij in ieder geval niet. De voorzitter: De heer Diepenhorst, uw tweede vraag. De heer Diepenhorst: Bij mij ook niet. Ja. Meer principiële vraag is dan eigenlijk waarom zou je nog hanteren, het stomp principe eigenlijk bij ons verkeersbeleid, waarom zou je nog meer autoverkeer naar de stad willen lokken? Waarom gaan we niet onderzoeken of er een hub vlak bij de snelweg kan, een goede voorzieningen zodat de stad op een andere manier, betere manier bereikt kan worden. Dat zou een veel duurzamere oplossing zijn. In deze motie wordt wel gesproken over dat dit ook een duurzame ecologische oplossing is, maar ik zou graag horen wat dan duurzaam ecologisch is aan deze motie. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Op zich in eerste instantie … parkeergarage maakt in plaats van die 150 parkeerplekken. Tegelijkertijd zal er ook een stuk minder rondgereden worden. Als u kijkt op dit moment hoeveel minder parkeerplekken hier al in de buurt van dit gemeentehuis zijn.
Ga maar rustig staan tussen zes en zeven ’s avonds, hoeveel auto's er alleen al in de stad aan het rondjes rijden zijn, vraag ik me af hoe duurzaam dat is. En tegelijkertijd om de gaan kijken van wat geeft de toekomst ook en dat is met name ook een uitbreiding. De voorzitter: De heer Diepenhorst, laatste vraag. De heer Diepenhorst: Ja, het rondjes rijden is ook veel show gedrag. Dus dat is van heel andere orde dan. De voorzitter: Dank u, mijnheer Diepenhorst. Mevrouw Schuiling, aan u het woord. Mevrouw Schuiling: Ja, ook even een verduidelijkende vraag, wie gaat dat onderzoek uitvoeren? De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Dit wil ik aan het college overlaten. De voorzitter: De heer De niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik zou aan de heer Zuijdam willen vragen wat, waar komt dat, het komt even een beetje uit het blauwe, deze parkeergarage. Ja, waar komt, wie heeft de vraag gesteld? De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Welke vraag bedoelt u? De vraag dat er een parkeergarage zou moeten komen? De heer De Niet: Ja, dat bedoel ik. De heer Zuijdam: Dat staat al vanaf begin van deze periode in het bestuursakkoord en toen is er al geld gereserveerd. Daarnaast zijn er versnellingsgelden gekomen en vervolgens is dat in de SIA beschreven en in de beantwoording van de SIA vraag had u dat kunnen teruglezen.
De voorzitter: Vervolgvraag, mijnheer De Niet?
79 De heer De Niet: Ja, dan heb ik misschien het anders gelezen dan u. Want die mobiliteitshub staat erin. Maar dit is een, voor mijn gevoel, een veel grotere parkeervoorziening die ook nog eens heel duur gaat worden. Want hij zit onder het water en ik zie vooral heel veel, daar gaan we niet voor die 5 miljoen redden die er nu in staat. Dus ik ben ook benieuwd, hebben we het over dezelfde schaal en dat is in ieder geval een vraag die ik aan de indieners wilde stellen en … van het college wil horen. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: De opdracht is heel erg ruim, kijken wat de mogelijkheden en de kosten zijn. Daar kunnen meerdere scenario's naar boven komen. De voorzitter: Voldoende. De heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: We komen er wel. Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me eigenlijk aan bij de vraag van de heer De Niet. Want die negen projecten waar die versnellingsgelden naartoe gaan, die zijn zorgvuldig gekozen met veel participatie. Dus waarom denkt de heer Zuijdam dat zijn eigen idee op meer draagvlak kan rekenen? De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Op zich is het een ombuiging van de ideeën die er al zijn. En ik denk dat je het op deze manier veel integralen kan aanleggen.
Op het moment dat je een parkeervoorziening gaat maken achter het Saxion, op grond van ProRail, ik geef je veel succes voor in de onderhandelingen, dat ga je niet of nauwelijks voor elkaar krijgen. Daarmee krijg je dus ook de kans uiteindelijk dat je die versnellingsgelden weer moet terugbetalen op het moment dat je niet besteed. De heer Hoogenberg: Dat is nog steeds de opvatting van de heer Zuijdam. Dus ik vraag me af waarom hij dan denkt dat dat op draagvlak kan rekenen? De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Dit was mijn antwoord. De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Betekent dat dat andere projecten binnen de versnellingsgelden afgevoerd moeten worden? De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Er zijn projecten betreffende de Verzetslaan en de Handelskade die je zou kunnen integreren in het hele verhaal. Omdat het gewoon aan elkaar vastzit. En of dat dan afgevoerd moet worden, dat is aan het college. Ik wil gewoon kijken van wat zijn de mogelijkheden, ik heb er totaal geen enkel zicht op en dat is ook de oproep van de motie van kom maar met een onderzoek om te kijken wat die mogelijkheden zijn. De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Ik zou graag ook van de wethouder willen horen of dat betekent dat andere projecten dan af moeten vallen. De voorzitter: Gaan we doen.
Als er verder geen vragen meer zijn vanuit u als raad, kijk ik weer naar het college en dan zie ik de heer Wijnhoud opstaan als portefeuillehouder. Aan u het woord.
80 De heer Wijnhoud: Het pasje was gelukt, voorzitter, dank u. Ik zal het kort houden deze keer. Het klopt dat het realiseren van de mobiliteitshubs op de Roto locatie waar toen sprake van was en bij de Handelskade tegen het spoor, risico met zich meebrengen. Ik had het al even genoemd, de grond is niet van ons, hoe dat zo mooi heet. Zeker de medewerking derhalve van de grondeigenaren is cruciaal. Dat is de reden dat we vanuit risicobeheersing als college al naar andere locaties kijken om een mobiliteitshub te gaan realiseren. Feitelijk een back-up scenario hebben, lijkt ons hierin zeer verstandig. Aan het realiseren van de ondergrondse parkeergarage onder de Buitengracht zitten ook zeer grote risico's overigens en het is ook eens een keer zeer kostbaar, maar dat kan juist een onderzoek beter in kaart gaan brengen. Als het college de opdracht van de raad mag opvatten, als het in brede zin kijken naar alternatieven waarbij een ondergrondse parkeergarage onder de Buitengrachten in ieder geval wordt meegenomen, kan het college hier positief op adviseren. En overigens de vraag van de GroenLinks fractie, op dit moment is het niet aan de orde om eventueel andere trajecten uit versnellingsgelden stop te gaan zetten. Daar gaat het ook hier niet over. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank.
Behoefte aan reactie, mijnheer Zuijdam? De heer Zuijdam: Ik ben erg blij met dit antwoord en ik ben heel benieuwd naar de uitslag van een onderzoek. De voorzitter: Dank mijnheer Zuijdam. Uiteraard afhankelijk van of deze motie in stemming wordt gebracht en wordt aangenomen. Is al het moment van onrust. Ik zie rond staan. Milieu en klimaat Meer bloeiende slootkanten De voorzitter: We gaan naar programma 4. Ik zie de burgemeester met zijn … staan, maar dat is volgens mij … verwarring. We gaan verder met programma 4, dus programma milieu en klimaat en dat betreft de motie bloeiende slootkanten en de motie omgevingsprogramma dierenwelzijn. We beginnen met 4.1 logischerwijze en dat is de motie meer bloeiende slootkanten, ingediend door de heer Jansen van GroenLinks, mede ingediend door Deventer Sociaal. De heer Jansen heeft een minuut. De heer Jansen: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is trouwens overigens een aangepaste versie vergeleken met de versie van gisteren op het RIS, dus even refreshen. Ik zeg het maar, anders krijgen we straks weer lastige vragen. Eind vorig jaar stelden we enkele schriftelijke vragen over bloeiende oevers en het antwoord van B&W meldde dat het buiten de bebouwde kom best aardig gaat. Daar ligt het percentage ecologisch beheer tussen de 99 en 100 procent.
En binnen de bebouwde kom ligt het percentage ecologisch beheer de slootkanten wel wat significant lager. Dus wij denken wij kunnen met dit voorstel de helpende hand aan het college rijken. Dus vandaar dit voorstel en wij willen graag zoals u leest, ook meer snorren in het water. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jansen. Dat roept onze … op. De heer Muilerman, beginnen we met u. De heer Muilerman: Ja, dank u wel voorzitter. Vraag aan de heer Jansen of dit niet valt onder het waterschap, zou dit niet iets zijn voor het algemeen bestuur van het waterschap in plaats van de gemeenteraad? De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Nee. De gemeente gaat over de oever en vaak gaat het waterschap over het water, dat is ook de naam. Dus dat is ook een beetje de taken scheiden. Maar het is niet altijd zwart wit, dus er zullen wel soms wat, dat het wat onduidelijk is, maar dat gaat om kleinere aantallen sloten en waterpartijen. Dat de gemeente zelfs ook over het water gaat. Dus ook nog in het voordeel van deze motie. De voorzitter: De heer Muilerman.
81 De heer Muilerman: Ja, dank u wel, voorzitter. Dan ben ik benieuwd of de heer Jansen wel eens gezien heeft hoe sloten gemaaid worden door het waterschap, want het waterschap beperkt zich niet tot waar het water op dat moment staat. Bent u zich daar bewust van dat het waterschap daar ook een systematiek voor heeft? Ene jaar wordt bijvoorbeeld of in het voorjaar wordt de ene kant van de sloot gemaakt, in het najaar de andere kant. Volgens mij gaan wij daar niet als gemeente over. De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Dat lijkt me een mooie uitvoeringsvraag. Dat is denk ik de taak van de wethouder, dus ik ben benieuwd wat de wethouder daarop heeft te antwoorden. De voorzitter: Ook nog een andere vraag voor de heer Jansen? De heer Muilerman: Ja, een laatste vraag, wat gaat dit kosten? De voorzitter: De kosten, mijnheer Jansen. De heer Jansen: In de motie staat dat we het willen verankeren in ons beleid, dus in eerste instantie moet het eerst verankerd worden in ons beleid en daarna komen mogelijke vervolgstappen, dus stap voor stap. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter.
Ik heb vragen beantwoord … het antwoord op de vragen die ik schriftelijk heb gesteld, eens even goed bestudeerd en daar staat we hebben hele hoge percentages eigenlijk als het gaat over ecologisch bermbeheer, was mijn conclusie en er stond ook in dat antwoord dat eigenlijk waar dat, dus de volgens mij binnen de bebouwde kom 67 procent en die laatste 33 procent stond er bij, is niet om te ecologisch te beheren, want het is verhard of het is onderdeel van een park niveau. Er zijn gewoon beperkingen in het huidig gebruik, waardoor dat gewoon niet kan. Waardoor kan het volgens u wel? De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: De precieze percentages, daar moeten we ook, denk ik, bij de wethouder voor zijn hoeveel percentage de gemeente wel ecologisch kan gaan beheren. Maar ik heb de antwoorden al gelezen dat er inderdaad uitzonderingen zijn. …. Nee dan goed soms hebben slootkanten, oevers een monumentale status bijvoorbeeld, maar dat zijn echt wel de uitzonderingen. Volgens mij kan de gemeente wel een tandje bijschakelen. En ik denk dat de wethouder dat ook zal beamen. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dat wil graag de visie van de wethouder ook hierop horen. De voorzitter: Gaan we doen. De heer …. Nee? De heer Aydin. De heer Aydin: Ja, dank u wel, voorzitter. Een verduidelijkende vraag voor de indiener.
Klopt het als ik zeg dat u de punten in het dictum wil laten opnemen als uitgangspunt in het biodiversiteitsplan dat eraan komt? Of maak ik dan een foute aanname? De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Ja, dat staat erin toch? Het staat er ook letterlijk in. De heer Aydin: Ik kon dat er niet exact uithalen, vandaar de verduidelijkende vraag, maar ik heb zo mijn antwoord, dus dank u wel. De voorzitter: De heer Akdemir.
82 De heer Akdemir: Ja, voorzitter. Ik kan het niet laten om deze vragen te stellen. Heeft het ook voorkeur voor inheemse planten? Nee, ik had een vraag over het laatste punt van het dictum. U wil op korte termijn bekijken of meer snorren in de sloten en et cetera. Wat verstaat u onder korte termijn? Is het niet beter dan die smarte bakken? De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Het was misschien nog beter geweest om te zeggen na de zomer, maar dan krijg je weer misschien het antwoord van in de zomer gebeurt er niet zoveel, dus dan krijg je dat. Dus ik denk laten we de ruimte geven aan B&W om gewoon snel daarmee aan de slag te gaan en het liefst voor het eind van het jaar dat we daar wat op terug hebben gehoord. De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Ja, maar ik bedoel het is geen verkeerde motie, begrijp me niet verkeerd, maar ik denk graag met u mee, dus vanuit dat ik die inbracht. De voorzitter: De heer Van der Linde. De heer Van der Linde: Dank u, voorzitter. Ja, in aansluiting op de opmerking van de heer Ayden, het beheer … in het Voorjaarsnota staat 150.000 euro opgebracht voor 2025-2026 voor het nieuw biodiversiteitsplan. Daar wordt ook bermen genoemd. Is dit daarmee niet al gewoon geregeld? Wat u hier vraagt? Kunnen daar die slootsnorren niet gewoon bij meegenomen worden? De voorzitter: De heer Jansen.
De heer Jansen: Ja, ik ken dat biodiversiteitsplan nog niet, want dat moet toch worden opgeleverd. Dus vandaar dat we via deze weg willen bepleiten dat ook de snorren en de het ecologisch beheer wordt opgenomen. De voorzitter: De heer Van der Linde. De heer Van der Linde: Kunnen we dan niet gewoon beter wachten op dat biodiversiteitsplan en daarin meenemen in plaats van hier. De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Ja, weet u, we kunnen altijd niet op het juiste moment zijn of dan weer te laat. We dienen het nu in en u krijgt direct de kans om het collegeprogramma of het college ook de helpende hand te bieden door dit gewoon meteen wel goed te regelen. Het staat ook in het collegeprogramma dat we de biodiversiteit willen behouden en versterken in Deventer, dus ik denk dat het gewoon wel een voorstel zou zijn wat wel breed in ieder geval steun van de coalitiepartijen zou kunnen rekenen. De voorzitter: Ja, mijnheer Jansen, we gaan naar het zuiden van het college. De heer Van Essen als portefeuillehouder. De heer Van Essen: Ja, ik heb het genoegen om over de snorren te gaan. Nee, ik denk dat inderdaad net al een aantal zaken zijn benoemd die ook mijn … van deze motie ter ore zijn gekomen. Er zijn natuurlijk wel wat zaken zoals monument, het Rijsterborgherpark of andere die niet zo makkelijk zomaar even anders beheerd kunnen worden omdat er ook andere belangen spelen.
Maar het is niet de eerste motie die hier in de raad voorligt om onze assets meer ecologisch en anders te gaan beheren. Dus de richting die de raad eerder ook al heeft meegegeven aan het college voor biodiversiteitsplan, die is, denk ik, helder. Ik lees de motie ook zoveel als mogelijk hiernaar te kijken, dat mee te nemen in het biodiversiteitsplan en waar het kan het laaghangend fruit ook te plukken. Als ik op die manier, zou op die manier deze motie mogen opvatten, dan is het prima. Als de motie is om alles helemaal in kaart te brengen en alles helemaal anders te doen, dan vraagt dat meer dan dat ik op dit
83 moment kan toezeggen. Als ik de motie mag lezen van neem het mee als richtinggevende uitspraak en dat staat inderdaad in de motie verwoord, dan kan het college daarmee leven. De voorzitter: Eerst de heer Jansen. De heer Jansen: Top. De voorzitter: Top. Dan de heer Aydin. De heer Aydin: Dank u wel, voorzitter en bedankt ook voor de portefeuillehouder voor de beantwoording. U had het over andere belangen bij het Rijsterborgherpark en andere plekken, dat er andere belangen spelen. Waar moeten wij dan aan denken? De voorzitter: De heer Van Essen. De heer Van Essen: Ja, voorzitter, een van die andere belangen en dat werd net al even genoemd door de heer Muilerman en mogelijk … dat die daar nu op die plek staat, is dat bijvoorbeeld niet al het stedelijk water bij ons in het beheer is. Dus het waterschap heeft ook sommige delen van stedelijk water in het beheer. De voorzitter: Dank de heer Muilerman. De heer Muilerman: Ja, dank u wel. Ik hoor het hier achter mij, ik wil inderdaad mijn vraag, voorzitter, is aan de portefeuillehouder wat de kosten van zijn? Want ik neem aan dat als we dit aannemen, vooral het laatste bullet in het dictum, sturen we dan de motie naar de kraanmachinisten toe en die weten wat ze moeten doen of hoe moet ik dat zien? De voorzitter: De wethouder.
De heer Van Essen: Ja, voorzitter, we hebben een aantal ecologen in dienst die ongetwijfeld ook op een aantal plekken al verbeterslagen weten te benoemen. En nogmaals, als de motie het college zou vragen om alles helemaal inzichtelijk te maken, werken, bestekken anders aan te pakken of anders in te richten en het vanaf na de zomer overal compleet anders te doen, ongeacht die andere belangen die er zijn, dan zou ik hier negatief hebben geadviseerd. Als ik de motie zo mag lezen dat ik me als richting meeneem voor het biodiversiteitsplan wat u richting het einde van het jaar, begin volgend jaar krijgt en laaghangend fruit daarbij mag plukken, dan kan ik er mee leven. Dus dat onderscheid maak ik ook even. Anders had ik ook zwaarder aan het punt van de heer Muilerman gehecht. De voorzitter: De heer Muilerman, voldoende? Ja, u wilt ook naar huis. De heer Muilerman: Ja, inderdaad. Ik bewaar de stemverklaring voor morgen. Dank u wel. Sluiting De voorzitter: Met uw goedvinden, het is 20 uur 37 en even rekening houdend met de mensen die wat langer moeten reizen, stel ik voor om met uw goedvinden te schorsen tot donderdag kwart over acht. Ik wens u een hele fijne avond en een snelle terugreis.
84 Vervolg van de vergadering op donderdag 11 juli Voorzitter: Dames en heren, wij gaan verder met onze vergadering. U heeft niet hard genoeg gejuicht, moet ik tot mijn spijt … Maar het was wel een mooie gedenkwaardige avond. We gaan verder met de vergadering, behandeling van de Voorjaarsnota. Mevrouw Zieverink is wat later, heeft ze aangegeven. De heer De Bokx is afwezig. Verder zijn we compleet. We gaan verder met 4.2, Omgevingsprogramma Dierenwelzijn. De heer Van Straaten heeft het woord. De heer Van Straaten: Dank u wel, voorzitter. Ik hoop vanavond wel een beetje te kunnen scoren. Voorzitter, in deze raad gaat het vaak over mensen, over geld en over zaken. Bijvoorbeeld over de 103.000 inwoners van onze gemeente of over de ruim 486 miljoen die we elk jaar uitgeven. Maar over de miljoenen dieren gaat het hier bijna nooit, hooguit over de beesten van de Beestenmarkt. Terwijl dieren een essentieel onderdeel uitmaken van onze schepping en van onze samenleving en voor al die dieren binnen onze gemeentegrenzen dragen wij zorg en verantwoordelijkheid. Toch zijn er geen steden in Nederland zo groot als Deventer zonder beleid of wethouder Dierenwelzijn. Dat kan beter. Met deze motie hopen GroenLinks en Deventer Sociaal daar verandering in te brengen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Straaten.
Reacties vanuit de raad? Geen behoefte om te reageren op dit voorstel, deze motie. De heer Aydin, gaat uw gang. De heer Aydin: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel ook voor deze motie. Dierenwelzijn is natuurlijk belangrijk. We hebben in 2021 daarvoor onder andere een Dierenwelzijnnota aangenomen. Wel een vraag over punt 3 in het dictum. De dekking wordt voorgesteld dat dat uit de generieke weerstand, u zei … Ik hoor de piep ook inderdaad. Moet ik hem er even in en uit doen of … Gewoon doorgaan? Top. Dank u wel. De bedoeling is dat de generieke weerstandreserves het geheel gaan dekken. Maar die hebben we juist heel hard nodig. Waardoor stelt de indiener dan toch de generieke weerstandreserves voor? De voorzitter: De heer Van Straaten. De heer Van Straaten: Allereerst denk ik dat de kosten die hiermee gemoeid gaan, met het opstellen van een omgevingsprogramma, dat die relatief beperkt zullen blijven en ook incidenteel. Als we weten dat het college nog naar ruim 20 miljoen op zoek moet om de begroting dekkend te krijgen, dan denk ik dat het niet zoveel gevraagd is als er nog een paar duizend euro bijkomt om dit belangrijke beleid te kunnen ontwerpen. De voorzitter: De heer Aydin. De heer Aydin: Dank u wel, voorzitter. En ook bedankt voor het antwoord. Ik ben benieuwd hoe het college hierop reageert, want ik heb geen beeld bij de verdere kosten.