2023-1059 Chw Oranjekwartier - Toelichting
Tekst van het document
Deze woonwijken zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De wederopbouwwijken worden bijvoorbeeld vaak gekenmerkt door een repeterende stempelstructuur in de bouwblokken, de ruime opzet van de groene ruimte en aandacht voor details. De ambitie in deze naoorlogse wijken is met name om de wijken te herstructureren met het behoud van het eigen karakter. Bij een toename van het bebouwd oppervlak door meer grondgebonden woningen zal er collectieve ruimte tussen de bouwblokken moeten blijven. Nieuwe bebouwing zal zich voegen in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Binnen de ontwikkeling van het Oranjekwartier zal een groot deel van de woningen gerenoveerd worden. De nieuwe woningen worden ingepast in de structuur van de wijk. Hierbij worden wel aanpassingen gedaan in de oriëntatie van de woningen. Gebleken is dat de oriëntatie van de woningen waarbij de voorkant grenst aan de achterkant van een andere woning, sociaal niet de meest ideale situatie oplevert. Daarom wordt gekozen voor het oriënteren van de voorkant van de woningen aan de straat en de achterkant aan de zijde van de achterkant van de andere woningen.
De Koninklijke driehoek is een aparte locatie waarbij de inrichting een eigen identiteit kan krijgen. De woningen zullen in het ontwerp wel aansluiten op de omgeving. Het inpassen van groen is een belangrijk aspect bij de ontwikkeling. In het deelgebied wordt tussen de woonblokken een groenvoorziening aangelegd welke onderdeel wordt van de hoofdgroenstructuur. De ontwikkeling sluit aan op de ambitie van de provincie tot het realiseren van een vitaal woongebied.
4. Laag van de beleving In deze laag valt het plangebied binnen de 'IJssellinie inundatieveld'. Het creëren van verbindingen en verbanden tussen bestaande bakens die onderdeel van een groter geheel zijn, maar nu verloren of geïsoleerd in het landschap liggen is een onderdeel van de ambitie. Ook is het mogelijk bakens van deze tijd toe te voegen. Cultuurhistorische waarden dienen behouden te worden door ze bewust in te zetten in gebiedsopgaves.
37
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
In en rondom het plangebied zijn geen bakens aanwezig die refereren aan de IJssellinie. De instandhouding hiervan wordt dan ook niet bedreigd door voorliggend initiatief.
Conclusie Omgevingsverordening Het bestemmingsplan is niet in strijd met de bepalingen uit de omgevingsverordening Overijssel en sluit aan bij de ambities uit de provinciale Omgevingsvisie.
4.3.3
Waterbeheerplan Waterschap Drents Overijsselse Delta 2016-2021 Waterschappen hebben een speciale verantwoordelijkheid voor het water. Wettelijk vastgelegde taken zijn onder andere: een goede bescherming tegen hoogwater: Overstromingen, wateroverlast of droogte voorkomen of beperken. een goed functionerend regionaal watersysteem: Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het water in de volle breedte. het zuiveren van afvalwater: In het waterbeheerplan wordt beschreven hoe het waterschap deze taken wil uitvoeren in de periode 2016-2021. Ook worden in het plan de benodigde maatregelen voorgesteld. Het waterbeheerplan geeft vooral de koers aan voor de komende jaren. Conclusie In de watertoets wordt ingegaan op de aspecten die genoemd zijn in het Waterbeheerplan, zoals welk overstromingsrisico in het plangebied geldt, en welk (oppervlakte)water in het plangebied aanwezig is. De watertoets is opgenomen in paragraaf 5.5. Deze watertoets wordt uitgevoerd in overleg met het waterschap en is daarmee in overeenstemming met het beleid van het waterschap.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Omgevingsvisie Deventer (2019) Als opvolger van het structuurplan heeft de gemeente Deventer op 18 december 2019 de Omgevingsvisie vastgesteld. In de Omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. Dit is de eerste stap in het proces richting de invoering van de Omgevingswet. Bij de totstandkoming van de Deventer Omgevingsvisie heeft de gemeente diverse maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners betrokken. De belangrijkste en urgentste opgaven die de gemeente in de visie benoemd zijn: Het noaberschap de inclusiviteit meegeven die we willen: iedereen telt mee, iedereen doet mee; Innovatiever zijn dan ooit tevoren; een slimme, schone economie in leren en werken; Verduurzaming op met name de thema's energie en klimaat. Naar aanleiding van de opgaven heeft de gemeente de volgende ambities geformuleerd: meer zijn dan een historisch stadsfront aan de IJssel;
38
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
ook de overgang van ommeland naar stad is van belang, waarbij het platteland net zo vitaal moet worden als de bedrijvige binnenstad en de 'schil' daaromheen; meer cultuurhistorische gelaagdheid aanbrengen door nieuwe functies en elementen toe te voegen bij het transformeren en hergebruiken met respect voor bestaande kwaliteiten; meer Deventer stedelijkheid in het meer met elkaar verweven raken van wonen, werken en vrije tijd; zichtbaarder economische vernieuwing en innovatie in de werkgebieden, zodat ze dragers worden van een duurzaam en innovatief werk- en opleidingsmilieu; sterkere wisselwerking tussen platteland en stad voor een goede beschikbaarheid van rust, ruimte en voorzieningen; een kwaliteitsimpuls voor duurzame mobiliteit op de Deventer schaal; waardevast ondernemen binnen flexibiliteit (functiemenging) en duurzaamheid; een vitale samenleving met een vestigingsklimaat dat meer inwoners en ondernemers aanspreekt, met de kwalitatief goede voorzieningen die daarbij horen. Onderdeel hiervan is een onderzoek naar woningbouw uitbreiding buiten de bebouwde kom; handelen vanuit het perspectief van een ongedeelde samenleving met het aanbod dat daarbij hoort; veiliger en gezonder leven; een duurzame toekomst, met extra aandacht voor klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie.
De gemeente zoekt met de Deventer samenleving naar ontwikkelkansen die bij de ambities horen. In de Omgevingsvisie is per gebied een beschrijving opgenomen van de kwaliteiten en ambities. Het plangebied ligt in het oostelijk deel van Keizerslanden. Het Oranjekwartier is ontstaan medio jaren '60. Het gebied maakt onderdeel uit van de naoorlogse wijken. Wonen en groen in de naoorlogse wijken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In de vroeg-naoorlogse buurten is het groen een onlosmakelijk onderdeel van de ruimtelijke hoofdstructuur. Daarnaast zijn de grotere omliggende groenstructuren van grote betekenis. Deze groenstructuren vormen de 'groene long' en verbinden de uiterwaarden en het buitengebied. Tegelijk zijn ze een schakel met de binnenstad / schilwijken. De structuren zijn van vitaal belang voor de leefbaarheid en woonkwaliteit en vormen koele plekken tijdens hete dagen. De wijken zijn grotendeels projectmatig ontwikkeld en wonen en andere functies zijn veelal gescheiden. Er is veelal een mix van gestapelde en grondgebonden woningen. De wijken bieden in grote lijnen een volwaardig aanbod van maatschappelijke voorzieningen, zoals verzorgingshuizen, gezondheidscentra, wijk- en buurthuizen, sportvoorzieningen, basisscholen en kinderopvang.
Ambitie in de naoorlogse wijken: Het belangrijkste doel in de naoorlogse wijken is om de woon- en leefkwaliteit op peil te houden en waar mogelijk te verbeteren. Onderdeel hiervan zijn ontwikkelingen zoals het levensloopbestendig maken, verduurzamen en klimaatbestendig maken van woningen en de woonomgeving, het creëren van mogelijkheden om te ontmoeten en bewegen en het op peil houden en waar nodig verbeteren van het voorzieningenaanbod. Er zullen geen grootschalige stedelijke herstructureringen uitgevoerd worden, eerder wordt er gekozen voor een geleidelijk proces van wijk- en buurtvernieuwing. Daarbij werken we samen met bewoners, ondernemers en organisaties. Meer cultuurhistorische gelaagdheid: Bij nieuwe ontwikkelingen respecteren we de aanwezige cultuurhistorie. Vooral in de delen die kort na de oorlog zijn gebouwd, structureert het groen de openbare ruimte. Als er sprake is van vernieuwingen, is het de uitdaging om de thematische opzet van de wijken herkenbaar te houden en historische landschappelijke elementen, zoals houtwallen en voormalige boerderijen te beschermen. Kwaliteitsimpuls op Deventer schaal: Een goed functionerend en veilig hoofdfietsroutenetwerk maakt het aantrekkelijk om de auto te laten staan. Sterroutes verbinden de wijken en kernen met de binnenstad, het NS-station, de bibliotheek, winkels en grote scholengemeenschappen. Op
39
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
deze routes hoeven fietsers zo min mogelijk te stoppen. Het fietsverkeer op de dwarsverbindingen moet vlot, comfortabel en veilig doorstromen. In de wijken is de verkeersstructuur in hoofdlijnen op orde. Er zijn wel wat aandachtspunten. Zo is met name in de vroeg-naoorlogse wijken de openbare verkeersruimte soms te krap voor een ideale inrichting. De kracht van Deventer benutten: Door de vergrijzing en ontwikkelingen in de zorg, zoals minder ruimte in verzorgingshuizen doen bewoners een steeds groter beroep op elkaar om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. We hebben hierin geen actieve rol, maar stimuleren het onderlinge contact, bijvoorbeeld met aantrekkelijke plekken en aanleidingen om elkaar in de openbare ruimte te ontmoeten. Ongedeelde samenleving: We sturen bij nieuwe ontwikkelingen op een grotere variatie in woningtypes en marktsegmenten, met name in de wijken met een relatief gelijkvormige woningvoorraad en bevolkingssamenstelling. Er zijn geslaagde voorbeelden in onder meer het centrum van Borgele, de Rivierenwijk en het Landsherenkwartier. Daar zijn door nieuwbouw meer grondgebonden woningen gekomen. Bij elke nieuwe ontwikkeling kijken we hoe we een wijk het beste kunnen versterken en hoe bijgedragen kan worden aan een betere spreiding van betaalbare woningen voor kwetsbare doelgroepen.
Soms is dat door het toevoegen van 'duurdere woningen' en in andere gevallen juist door sociale woningbouw. Mensen blijven langer zelfstandig wonen en ontvangen daar zorg. Dit vraagt om een passend woningbestand met levensloopbestendige woningen. Als die te beperkt beschikbaar zijn, dragen we uit dat we een groter aanbod belangrijk vinden. Dat zal er vooral komen door bestaande woningen aan te passen. Het initiatief hiervoor ligt bij individuele bewoners en bij woningcorporaties. Veilig en gezond leven: De rust en functiescheiding in de naoorlogse wijken willen we handhaven zo nodig met strengere gezondheidsbepalingen. Een hoogwaardige, gezonde en veilige leefomgeving staat centraal. Voor functiemenging zien we in principe alleen ruimte in de wijk- en buurtcentra. We koesteren het vele groen en willen het waar mogelijk versterken. Het geeft de wijken een eigen gezicht en draagt bij aan de klimaatbestendigheid. Bovendien biedt groen een aantrekkelijk omgeving om te sporten en bewegen en elkaar te ontmoeten. We zien het groen als proeftuin om te experimenteren met een breder gebruik: groen als bron voor voedsel en gezondheid, als speelen ontdekgroen, om hittestress tegen te gaan en regenwater te kunnen bergen. Als we projecten uitvoeren, nemen we dit als uitgangspunten mee.
Duurzaam ontwikkelen: De keuze voor geleidelijke wijk- en buurtvernieuwing betekent dat we permanent werken aan het toekomst klaar maken van woningen: ze moeten energie-, klimaat- en levensloopbestendig worden. Wijken worden ook duurzamer door vrijkomende gebouwen een nieuwe bestemming te geven en door te zorgen dat de openbare ruimte duurzamer wordt. Bijvoorbeeld door te zorgen dat regenwater in de bodem kan infiltreren en door riolering en waterlopen aan te passen. Het openbare groen maakt de woonomgeving hittebestendiger. We zien de naoorlogse wijken als een proeftuin om duurzame mobiliteit verder te ontwikkelen, met meer ruimte voor de fiets en E-mobility. Hierdoor ontstaan kansen voor mobiele energieopslag als bijdrage aan de verduurzaming van de woningvoorraad. Toetsing Meer cultuurhistorische gelaagdheid: De buurt dateert vanaf circa 1965. In de buurt zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig waar bij de ontwikkeling rekening mee gehouden moet worden. Kwaliteitsimpuls op Deventer schaal: In het plangebied liggen geen hoofdfietsroutes of sterroutes. Bij de inrichting van het openbaar gebied is veel aandacht voor de inrichting van de verkeersruimte in relatie tot het groen. De kracht van Deventer benutten: In de buurt is naast de ruimtelijke ontwikkeling ook een ontwikkeling gaande op sociaal gebied.
Buurtinitiatieven worden gestimuleerd om een leefbare wijk
40
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
te creëren, een fijne buurt om te wonen. Ongedeelde samenleving: Het totale woningbouwprogramma in de buurt biedt een variatie aan categorieën, van sociale woningbouw tot koopwoningen. De nieuwe woningen zijn allemaal grondgebonden woningen. Deze woningen zullen zo veel mogelijk levensloopbestendige worden uitgevoerd. Veilig en gezond leven: In het plangebied is sprake van een toevoeging van de functie woningen. Aan het Piekfijnplein blijft de mogelijkheid tot het vestigen van voorzieningen zoals winkels, horeca en dienstverlening. Het plein wordt opgeknapt en krijgt meer groen. Duurzaam ontwikkelen: De nieuwe woningen worden energie-, klimaat- en levensloopbestendig. Er is aandacht voor klimaatadaptief en natuurinclusief ontwikkelen. De bestaande woningvoorraad wordt verduurzaamd. Conclusie: De ontwikkelingen in het Oranjekwartier voldoen aan de ambities zoals beschreven in de Omgevingsvisie.
4.4.2
Gemeentelijk waterbeleid en regionale samenwerking Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (2015-2020) en de regionale samenwerking op het gebied van water in de wateragenda. De wateragenda is een samenwerkingstructuur waarbij een aantal thema's centraal staan. Deze thema's zijn uitgewerkt in aandachtspunten. Op deze punten gaan de waterpartners de komende jaren lokaal samenwerken. De thema's zijn: Veilig en klimaatbestendig Milieu en gezondheid Beleving, bewustwording en participatie Doordat de wateragenda duidelijke thema's bevat, kunnen de waterpartners efficiënt en effectief samenwerken aan de watertaken. De gemeente is verantwoordelijk voor een goed stedelijk watersysteem. Volgens de wet begint de zorgplicht bij de perceeleigenaar. De perceeleigenaar moet het hemel- en grondwater op het eigen perceel verwerken. De gemeente komt in beeld als dit niet kan. In het Gemeentelijk Rioleringsplan is beschreven hoe de gemeente haar watertaken invult en uitvoert. De gemeentelijke watertaken komen voort uit 3 zorgplichten: Inzameling en transport van stedelijk afvalwater (Wet Milieubeheer) Verwerking van afvloeiend hemelwater (nieuwe Waterwet) De aanpak en het voorkomen van grondwaterproblemen in bebouwd gebied coördineren (nieuwe Waterwet) Zorgplicht stedelijk afvalwater: Onder de straat liggen door de hele gemeente honderden kilometers leidingen.
Hiervoor zijn putten, straatkolken en honderden pompjes aangelegd. Het hele systeem zorgt er voor dat afvalwater bij de rioolwaterzuivering aan de Roland Holstlaan komt. Hier zorgt het waterschap voor de zuivering. Het gezuiverde water komt daarna in de IJssel. De gemeente is verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van de riolering. Zorgplicht hemelwater: De nieuwe Waterwet gaat ervan uit dat hemelwater schoon genoeg is om
41
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
zonder zuiverende voorziening te lozen. De zorgplicht hemelwater legt de verantwoordelijkheid bij de perceelseigenaar om het hemelwater zoveel mogelijk zelf te verwerken. De gemeentelijke zorgplicht begint als de perceelseigenaar niet zelf het hemelwater kan infiltreren of bergen. Zorgplicht grondwater: Volgens de wetgeving moet de gemeente voor nieuwe situaties structurele grondwaterproblemen voorkomen of beperken, voor zover dit niet onder de verantwoordelijkheid van waterschap of provincie valt. De zorgplicht grondwater benadrukt de verantwoordelijkheid van de perceelseigenaar om maatregelen te nemen die grondwaterproblemen voorkomen. De gemeentelijke zorgplicht begint als de perceelseigenaar niet kan zorgen voor voldoende ontwatering en overtollig grondwater moet afvoeren. De gemeente heeft de leiding als meerdere partijen betrokken zijn bij (dreiging van) een probleem. Afweging waterbelang bij ruimtelijke ontwikkelingen: Naast de gemeentelijke zorgplichten heeft de gemeente nog een verantwoordelijkheid. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening is zij verantwoordelijk voor een goede afweging en implementatie van het waterbelang bij nieuwe ruimtelijke plannen. Hiervoor is het instrument van de watertoets ontwikkeld. Conclusie In de watertoets wordt onder andere ingegaan op de aspecten hemelwater en afvalwater. In paragraaf 5.5 is het resultaat van de watertoets opgenomen.
4.4.3
Duurzaamheidsbeleid Deventer Het duurzaamheidsbeleid van Deventer is in meerdere documenten vastgelegd. Hieronder wordt ingegaan op de belangrijkste aspecten uit de verschillende beleidsdocumenten. In juni 2009 is de Visie Duurzaam Deventer vastgesteld. De gemeentelijke ambitie is dat Deventer in 2030 klimaat-en energieneutraal is. Om deze ambitie te realiseren is voor de periode 2011-2014 door de gemeenteraad de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid "Op weg naar een duurzaam evenwicht" vastgesteld. In april 2016 heeft de raad de doelstelling energieneutraal 2030 herbevestigd en besloten dat de uitvoeringsagenda duurzame energie tot 2018 het kader is. In het bestuursakkoord van het college voor 2018-2022 wordt eveneens stevig ingezet op duurzaamheid. Zaken als energietransitie, circulaire economie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en milieu hebben een nadrukkelijke plek gekregen. In de Omgevingsvisie is een van de ambities "een duurzame toekomst, met extra aandacht voor klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie". Energie In de Omgevingsvisie is de ambitie op het gebied van energie als volgt verwoord: Deventer wil energieneutraal worden door CO2 -reductie, energiebesparing, zuinige en slimme energienetwerken zonder fossiele brandstoffen en de inzet van duurzame bronnen.
We stimuleren inwoners en ondernemers om bij te dragen aan de energietransitie, maar we hebben daarvoor op dit moment slechts beperkte mogelijkheden. We kunnen vooral een actieve bijdrage leveren door ruimte te maken voor duurzame energieopwekking (zon en wind), aardgasloze warmtenetten, slimme stroomnetwerken (smart grids) en biogasnetwerken. We willen dat nieuwe woningen duurzaam zijn. Landelijk is de doelstelling dat Nederland in 2050 geen aardgas meer gebruikt. In de bestaande woon- en werkgebieden moet veel gebeuren om dat te realiseren. Elektrisch rijden lijkt de toekomst. We willen een duurzaam mobiliteitssysteem realiseren met voldoende plek voor de elektrificatie van de fiets en voor de langere verplaatsingen de elektrische (deel)auto.
42
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
De gemeenteraad heeft op 1 juli 2020 het Deventer Energieplan vastgesteld waarbij de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn opnieuw is opgenomen. De gemeente zet in op het verminderen van het energieverbruik en is aan de slag met de omschakeling van gas en andere fossiele brandstoffen naar duurzame energie en warmte. In het Deventer Energieplan is opgenomen dat bij nieuwbouw ‘aardgasloos’ bouwen het uitgangspunt is. Per 1 juli 2018 is de Gaswet aangepast, waarmee de gasaansluitplicht voor nieuwe gebouwen is gewijzigd. Bij nieuwbouw voor kleinverbruikers (max 40 m3gas/uur), zoals woningen en kleine bedrijfsgebouwen wordt geen gasaansluiting meer aanlegd. Bij nieuwbouwprojecten zal er dan ook sprake moeten zijn van een duurzame energievoorziening. Klimaat Naast de energieopgave is er ook aandacht voor de klimaataanpak. In 2019 is de nota 'Aanpassen aan klimaatverandering; Deventer ambitie en aanpak' vastgesteld. Hierin is de opgave, ambitie en aanpak op het gebied van klimaatadaptatie beschreven. Met deze strategie wil de gemeente samen met partners komen tot een klimaatadaptatieprogramma. Het klimaatadaptatieprogramma beschrijft hoe de verschillende opgaven op elkaar zijn afgestemd en wie wat de komende jaren doet om te komen tot een Deventer dat klimaatklaar is. De ambitie is om in 2050 klimaatadaptief zijn.
Dat betekent dat bij hevige regenval het water zijn weg vindt zonder al te veel overlast; er op hete dagen binnen en buiten koele plekken zijn en dat er extra aandacht is voor kwetsbare groepen; en we droogteschade beperken door regenwater niet naar de riolering af te voeren, maar in de bodem vast te houden. Het klimaatadaptatieprogramma zal medio 2021 worden vastgesteld. Ook in de Omgevingsvisie is de ambitie voor klimaatadaptatie opgenomen. Hierin wordt benadrukt dat we de stad klimaatbestendig en robuust willen inrichten en dat ons stedelijk gebied in 2050 echt klimaatbestendig is. Dit betekent dat we ingrepen in de leefomgeving klimaatbestendig uitvoeren. Met een klimaatadaptieve inrichting van de stad dienen we een aantal doelen: we bereiden ons voor op pieken in de water afvoer, voldoen aan de noodzaak tot waterberging, houden regenwater vast om verdroging te voorkomen en voorkomen/beperken hittestress. Duurzame ontwikkeling In de Omgevingsvisie is aandacht voor verantwoord en meervoudig ruimtegebruik. Als gemeente moeten we bij het ruimtegebruik belangen afwegen. We streven naar duurzaam, verantwoord en meervoudig ruimtegebruik. Dit houdt in dat: Ontwikkelingen moeten nodig zijn vanuit een lokale en/of regionale behoefte; We bouwen bij voorkeur in het bestaande bebouwde gebied en de vastgestelde ontwikkellocaties.
Op de inbreidingslocaties is ruimte voor specifieke doelgroepen, zoals young potentials, studenten en net afgestudeerden; Wanneer de groei niet alleen door inbreiding kan plaatsvinden, zoeken we naar uitbreidingsmogelijkheden die passen bij stad, dorp en landschap; We stimuleren het combineren van functies die elkaar versterken. Zo kunnen we in de toekomst leegstand beperken; We borgen de basis- en kernkwaliteiten van de leefomgeving. Duurzaam ruimtegebruik ontstaat vaak door verschillende opgaven te verbinden en tussen schaalniveaus te schakelen. Bijvoorbeeld door het streven naar een toekomst zonder fossiele energiebronnen te verbinden met de herstructurering in de stad en/of de transitieopgave in de landbouw. De aspecten duurzame mobiliteit, verduurzaming bestaande woningbouw en verduurzaming bedrijven en kantoren, zoals opgenomen in de uitvoeringsagenda Duurzaamheid zijn ook nog steeds aan de orde. De uitvoeringagenda is de leidraad om in samenspraak met externe partners de doelstelling te realiseren. De sleutel zit in samenwerken, partnerschappen en verbinding leggen met economie,
43
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
innovatie, arbeidsmarkt, wonen en cultuur. Als burgers en bedrijven initiatieven nemen zullen we die graag faciliteren, de ruimte geven, daarvoor lobbyen en marketing stimuleren. De lijst "Aanbevelingen voor duurzaam bouwen op bestemmingsplanniveau" uit de VNG - publicatie "Bouwstenen voor een duurzame stedenbouw" is voor duurzaamheid een bruikbare "Checklist" met maatregelen en aanbevelingen, die mogelijk in een plan toegepast kunnen worden. In het kader van duurzaam bouwen verdient een aantal aspecten bij de ontwikkeling van het woongebied bijzondere aandacht. Voor zover deze aspecten nog niet in het voorgaande zijn beschreven gaat het om onderstaande aspecten. Bouwrijpmaken: Bij het bouw- en woonrijp maken wordt zo veel mogelijk met een gesloten grondbalans gewerkt. Het toekomstig peil wordt bepaald in samenhang met het nog op te stellen waterhuishoudkundig plan, de vereiste drooglegging, het rioleringsplan en de werkzaamheden in het kader van het bouwrijp maken (vrijkomende grond uit de cunetten en de bouwputten). Uitgangspunt hierbij is zo weinig mogelijk grond en zand aan of af te voeren. Dit ter beperking van de milieubelasting, die met het transport van grond samenhangt. In de uitwerking van de bestekken voor het bouwrijp maken wordt dit verwerkt.
Flexibiliteit en levensloop bestendig bouwen: Door toepassing van een woningbouwsystematiek geënt op flexibel en duurzaam bouwen in combinatie met een consumentgericht ontwikkel- en bouwproces, zullen de te realiseren woningen een grote mate van flexibiliteit ten aanzien van mogelijke woonprogramma's bezitten. Door de blijvende flexibiliteit wordt de levensloopbestendigheid van de woningen geoptimaliseerd met een duidelijke toekomstwaarde. De criteria van levensloopbestendigheid worden in gezet bij de uitwerking van de woningen in het plan. Energie: Energiekosten gaan een steeds belangrijkere rol spelen, voor de ontwikkel- en beheerkosten voor vastgoed. Ook de (toekomstige) huizenbezitters en bedrijven zijn zich hiervan bewust en zullen dit laten meewegen. Het is vanuit de beleidsprioriteit energieneutrale nieuwbouw/gebiedsontwikkeling noodzakelijk inzicht te krijgen in het toekomstig energieverbruik van het te ontwikkelen vastgoed. Dit kan inzichtelijk gemaakt worden met b.v. een BREAAM quickscan. Met dit systeem kan ook in beeld gebracht worden welke duurzaamheidsmaatregelen efficiënt zijn. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG).
Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). De eisen zijn in de plaats gekomen van het energieprestatiecoëfficiënt (EPC). De energieprestatie bij BENG wordt bepaald aan de hand van 3 individueel te behalen eisen: de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr) het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr) het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%) Toetsing Energie De woningen die in het Oranjekwartier worden opgericht worden aardgasloos verwarmd. De woningen zullen zelf moeten zorgen voor duurzame energie, door bijvoorbeeld zonnepanelen, lucht warmtepompen en dergelijke. Klimaat Bij de herinrichting van de openbare ruimte in het plangebied wordt rekening gehouden met klimaatadaptieve maatregelen. De Bernardstraat is reeds ingericht door het aanbrengen van
44
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
waterdoorlatende verharding, een proefproject dat zeer succesvol is en wordt gebruikt voor de herinrichitng van andere straten. In de regels is verder een verplichting opgenomen voor het natuurinclusief bouwen. Veel van de maatregelen die hierbij zijn opgenomen dragen ook bij aan een klimaatadaptieve wijk, zoals het aanleggen van groene daken. Duurzame ontwikkeling Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt rekening gehouden met een duurzame ontwikkeling. Zoals het werken met een gesloten grondbalans en het flexibel en levensloop bestendig bouwen. De nieuwe woningen worden getoetst aan de BENGnorm. Conclusie De ontwikkeling van de wijk voldoet aan het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Deventer.
4.4.4
Ecologie Werkwijze ecologie Vanaf 2013 wordt er in de gemeente op het gebied van ecologie gewerkt met de “Werkwijze voor beleid en uitvoering van de ecologie in Deventer”. Hierin is beschreven dat Deventer rijk is aan soorten, vanwege de landschappelijke overgang van natte uiterwaarden bij de IJssel naar de droge dekzandruggen in het oosten. Deze soortenrijkdom bevindt zich zowel in het buitengebied als in het stedelijk gebied. Daarbij zijn enkele gebieden aangemerkt als Natura2000-gebied of Nationaal Natuurnetwerk (voormalige EHS), maar ook daarbuiten bevinden zich lanen, oud bos, weteringen, oude rivierarmen, etc. Het beleid is erop gericht om de bestaande waarden te beschermen en zo mogelijk te verbeteren. Geconstateerd is dat de trends van co-creatie en schaalverkleining aanknopingspunten bevatten om het beleid ten uitvoering te brengen. De gemeente neemt al initiatief of verleent medewerking aan verbetering door herinrichting of beheer, ontplooit soortgerichte activiteiten, faciliteert vrijwilligers van groene organisaties, heeft een Adviesraad Natuur en Milieu ingesteld, hanteert criteria voor de natuurtoets, houdt inzicht in de aangetroffen soorten door het bijhouden van een eigen databank en verzorgt educatie (via mec De Ulebelt).
Ecologische inbreng bij ontwikkelingen is vooraf verplicht in de vorm van een dialoog, waarbij nadrukkelijk gebruik wordt gemaakt van de kennis die aanwezig is bij diverse groeperingen en binnen de gemeente (natuurambassadeurs). Bovendien wordt jaarlijks een schouw gemaakt om de stand van de ecologische waarden te monitoren. Daarnaast zijn er zogenaamde ambassadeursoorten aangewezen. Dat zijn de das, de gierzwaluw, de huismus en de gevlekte rietorchis. Door deze soorten te bevoordelen wordt het landschap en de biodiversiteit in het algemeen bevorderd. Tot slot is er een lijst opgenomen van 20 tinten groen, waarin de ontplooiingskansen staan benoemd bij de ontwikkeling en het beheer in de gemeente. Vanuit de werkwijze wordt geadviseerd waar een Natuurtoets voor wat betreft de gemeente Deventer aan moet voldoen. Het gaat hierbij onder andere om de volgende punten: Een overzicht van de relevante (verbods)bepalingen uit de Wet Natuurbescherming; Een beschrijving van het biotoop en de – op basis van de terrein/landschapskenmerken- te verwachten flora en fauna; Een overzicht van de aanwezige actuele natuurwaarden waarbij gemotiveerd is aangegeven welke bronnen zijn geraadpleegd; Een toelichting en motivering welke inventarisatietechnieken (per soort) is toegepast;
45
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
Indien uit wordt gegaan van inventarisatiedata, zijn deze data in beginsel niet ouder dan 3 jaar. Bij oudere gegevens wordt gemotiveerd waarom deze nog representatief zijn. Er dient onderzocht te zijn (Natuurbeschermingswet) of er zich beschermde, Rode Lijst-soorten of anderszins beschermenswaardige planten en/of dieren in het te onderzoeken gebied bevinden. De natuurtoets bevat een beschrijving van de effecten en of wordt voldaan aan de relevante wettelijke criteria en of mitigerende dan wel compenserende maatregelen noodzakelijk zijn; Veldbezoeken dienen in het juiste seizoen gedaan te worden en is onderbouwd met kaartmateriaal waarop exact is weergegeven wat waar is waargenomen en welk (deel)gebied is onderzocht; Bomen met een Ø = 50 cm of een omtrek van = 70 cm dienen gecheckt te worden op potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. Bij-vriendelijke inrichting Naast de genoemde ambassadeur soorten is ook aandacht voor de bij. De gemeente Deventer heeft de Bee-deal mede ondertekend. Dat houdt in dat de gemeente stimuleert om nieuwbouwlocaties bij-vriendelijk in te richten en te beheren. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen is een ambitie van de gemeente en wordt benoemd in meerdere beleidsdocumenten. Bestuursakkoord 2018-2022: In het bestuursakkoord 2018-2022 geeft het bestuur aan oog te hebben voor natuurinclusief bouwen.
Werkwijze Ecologie: Het is de ambitie van de gemeente Deventer de hoge natuurwaarden in Deventer te beschermen en versterken door ernaar te streven dat bij ieder project, of het nu gaat om ruimtelijke ordening, inrichting, beheer of onderhoud, natuur op volwaardige manier in te brengen. Bij renovatie en/of nieuwbouw wordt standaard kunstmatige nestelgelegenheid voor huismus en gierzwaluw toegepast indien de nieuwbouw zich daarvoor leent. Prestatieafspraken coöperatie: Op bestuurlijk niveau vastgelegde afspraken tussen gemeente en coöperaties, waarin de woningbouwcoöperaties aangeven welke bijdrage ze leveren aan het woonbeleid. Visie wonen: In deze visie komt natuurinclusief bouwen aan de orde en richt zich onder andere op maatregelen voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Klimaatadaptatieplan: Beleidskader om te komen tot een klimaatadaptief Deventer. Natuurinclusief bouwen en klimaatadaptatie hebben vele raakvlakken met elkaar. Deelname Europees project BIO-BUILD van het Interreg North Sea programma: Deventer neemt deel aan Europees project Bio-Build waarin een integrale aanpak voor klimaatadaptatie en biodiversiteit wordt ontwikkeld voor steden en dorpen. Het doel is praktische toepassingen te ontwikkelen waarmee groen en biodiversiteit eenvoudig kunnen worden ingepast in nieuwbouw-, renovatie-, en ontwikkelprojecten.
Omgevingsvisie: De omgevingsvisie benoemd ambities op het gebied van groen, biodiversiteit en klimaat. Van initiatiefnemers en projecten wordt verwacht dat ze een bijdrage leveren aan deze ambities. Natuurinclusief bouwen wordt diverse keren in de omgevingsvisie genoemd. Op 10 juli 2019 heeft de gemeenteraad een motie ‘vreemd aan de orde’ natuurinclusief bouwen aangenomen. In deze motie heeft de gemeenteraad aan het college opgedragen: Bij (nieuw)bouw en renovatie natuurinclusief bouwen als uitgangspunt te hanteren en hiervoor met de woningbouwcoöperaties en andere belanghebbende partijen afspraken te maken. In het kader van natuurinclusief bouwen een instrument te ontwikkelen waarmee ontwikkelaars en architecten bij de ontwerpfase kunnen kiezen uit verschillende maatregelen en waarmee de natuurinclusiviteit op eenvoudige wijze kan worden getoetst.
46
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
In het najaar van 2019 een plan van aanpak aan de raad voor te leggen, waarin wordt beschreven hoe we natuurinclusief bouwen in de praktijk brengen. Op 22 oktober 2019 heeft het college ingestemd met het plan van aanpak Natuurinclusief bouwen. In het plan van aanpak is beschreven hoe natuurinclusief bouwen in Deventer van de grond kan komen. In het plan van aanpak is Natuurinclusief bouwen als volgt gedefinieerd: "het oprichten van bouwwerken en inrichten van de omgeving van de gebouwen zodanig dat de natuurwaarden er baat bij hebben bovenop wettelijk vastgestelde mitigatie en/of compensatie maatregelen." Natuurinclusief bouwen wordt zowel beleidsmatig en procesmatig geborgd. Een belangrijk middel is het privaatrechtelijk of publiekrechtelijk borgen van het natuurinclusief bouwen. Denk hierbij aan het omgevingsplan, het bestemmingsplan verbrede reikwijdte, in het aanbestedingstraject, in intentie- en anterieure overeenkomsten, in ontwikkelperspectieven, nota van uitgangspunten en project specifieke programma van eisen. Verder wordt onderzocht of het natuurinclusied bouwen kan worden opgenomen in de welstandsnota, de bouwverordening en het WABO-beleidsplan. Per project wordt een puntensysteem opgesteld (punten per type natuurinclusieve maatregel). Dit betreft maatwerk per project. Toetsing Voor het project is een Quickscan natuurtoets uitgevoerd (zie Bijlage 9).
De quickscan bevat een beschrijving van het wettelijk kader, en een beschrijving van de onderzoeksmethode die is toegepast. Er is sprake van zowel literatuuronderzoek als een veldbezoek. In de quickscan is aandacht besteed aan het voorkomen van de soorten zoals genoemd in het beleid. Ook zijn de effecten voor het Natura2000 gebied Rijntakken in beeld gebracht. De uitgevoerde quickscan voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de werkwijze ecologie. Met het realiseren van de nieuwe woningen wordt rekening gehouden met het natuurinclusief bouwen. In de planregels voor het oprichten van nieuwe woningen is het natuurinclusief bouwen geborgd door een voorwaardelijke verplichting. Conclusie De quickscan voldoet aan de Werkwijze ecologie en kan daarmee gebruikt worden als onderbouwing voor onderhavig bestemmingsplan. Ook voldoet het plan aan het uitgangspunt dat de woningen natuurinclusief worden gebouwd.
4.4.5
Woonbeleid De ambities binnen het woonbeleid in Deventer zijn opgenomen in de Omgevingsvisie Deventer. Er wordt gestreefd naar een evenwichtige woningvoorraad met in de hele gemeente voldoende aanbod van betaalbare woningen, die aansluit op de Deventer behoefte en kansen biedt voor het aantrekken van inwoners van buiten Deventer. De komende tien jaar moeten er naar verwachting tenminste 3000 woningen bijkomen om iedereen te kunnen huisvesten. Ook daarna blijft het aantal huishouders in Deventer nog groeien. De kijk op de bestaande woningvoorraad verandert. Dat heeft te maken met ontwikkelingen zoals meer kleine huishoudens, de vergrijzing, de energietransitie, klimaatbestendigheid en de tendens van ‘langer zelfstandig wonen’, de vraag naar gekwalificeerd personeel en het verminderen van de scheiding tussen wonen en werken. Er is behoefte aan innovatieve woonconcepten op het gebied van onder andere: Het levensloopbestendig maken van woningen;
47
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
Energetisch verduurzaamde bestaande woningen (isoleren, duurzame energie, warmtenetten, etc.); Hittebestendige woningen; (Bijna) energieneutrale woningen (EPC-0); Woningen met bijbehorende arrangementen voor zorg Wooncomplexen voor jong (professionals) en oud. Naast de hoeveelheid woningen, hebben we meer dan in het verleden oog voor de kwaliteit: we gaan steeds goed na voor wie we bouwen en wat de precieze woonvraag is. Buurtvernieuwing We vervangen de bestaande woningvoorraad in een permanent en organisch proces van buurtvernieuwing. We voorkomen dat buurten door hun hoeven zakken. De vernieuwing in Voorstad Oost leert dat door een gerichte aanpak van problemen en actieve betrokkenheid van bewoners grote sprongen voorwaarts mogelijk zijn. Hierbij is het belangrijk om coalities te smeden en oog te hebben voor specifi eke doelgroepen in plaats van uit te gaan van de ‘gemiddelde bewoner’. Ook in de aan de Omgevingsvisie voorafgaande Woonvisie Deventer 2018 'Meer dan geWOON' is voor de nieuwbouwopgave van Deventer aangegeven dat Deventer nog zeker 20 jaar groeit. Dat betekent dat er woningen aan de bestaande voorraad toegevoegd moeten worden om te voorzien in voldoende woonruimte. Daarnaast ziet Deventer de druk op de woningmarkt ook toenemen doordat meer mensen van buiten zich in Deventer willen vestigen.
Deze vraag vanuit huishoudens van buiten Deventer met veelal midden en hogere inkomens, wil de gemeente faciliteren. Met de provincie heeft Deventer nieuwbouwafspraken die uitgaan van het toevoegen van 3.000 woningen in 10 jaar. Gezien de druk op de woningmarkt en om op korte termijn te voorzien in de behoefte, gaat Deventer uit van een taakstellend nieuwbouwprogramma van tenminste 350 woningen per jaar. Betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit van de sociale voorraad Behalve dat de gemeente in de gaten houdt dat er voldoende sociaal aanbod is, gaat de aandacht uit naar de kwaliteit, betaalbaarheid en beschikbaarheid van de woningen. Deventer verwacht woningen van goede kwaliteit voor de inwoners met een variatie in huurprijzen die aansluiten bij de inkomens en woonvraag. De vraag komt steeds meer vanuit de kleine huishoudens. Alleenstaanden en ouderen zijn een groeiende doelgroep. Dit vraagt om een meer gevarieerd woningaanbod. Maatwerk en flexibiliteit is nodig om woningen, passend bij elk budget en levensfase te kunnen bieden. Door goede spreiding en variatie van segmenten over de wijken, biedt Deventer daarbij zoveel mogelijk keuze en geven ze de ongedeelde samenleving vorm. Om de beschikbaarheid van de sociale voorraad te bevorderen, onder andere voor starters, zet Deventer in op doorstroming.
De gemeente wil mensen de kans bieden een stap op de woningmarkt te maken door toevoeging van duurzame koopwoningen in de segmenten sociale koop hoog, middeldure koop en het middeldure huursegment. Hiermee wil Deventer tegelijkertijd de groep middeninkomens bedienen. Voor deze doelgroep is de toegang tot de sociale huursector ingeperkt. Vanwege de strengere hypotheekregels zijn de mogelijkheden om te kopen echter ook beperkt. Deventer vindt het belangrijk dat wonen betaalbaar blijft en dat de woningen bereikbaar blijven voor de doelgroep. Energielastenreductie zien we als belangrijk middel om de betaalbaarheid te bevorderen. Duurzame woningen beperken de stijging van toekomstige woonlasten van de bewoner. Duurzaamheid en betaalbaarheid laten we hand in hand gaan. Vanuit duurzaamheid en betaalbaarheid, zetten we ook zoveel mogelijk in op het benutten van de bestaande voorraad.
48
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
Toetsing De ontwikkelingen in het Oranjekwartier vallen grotendeels binnen de buurtvernieuwing, zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. In de ontwikkeling is veel aandacht voor de sociale en fysieke aspecten in de buurt. Zo wordt de uitstraling van de buurt door het omdraaien van woningen verbeterd en wordt de openbare ruimte opgeknapt. De nieuwbouw in de Koninklijke driehoek draagt bij aan het toevoegen van tientallen woningen aan de woningvoorraad in Deventer. De woningen dienen conform de nieuwe regels te voldoen aan de BENG-norm en worden ze gasloos gebouwd. Ook wordt er middels de regels in onderhavig bestemmingsplan opgenomen dat er maatregelen worden getroffen voor natuurinclusief bouwen. Conclusie Gezien bovenstaande sluit de ontwikkeling in het Oranjekwartier goed aan bij de ambities uit de Omgevingsvisie en de woonvisie.
4.4.6
Beleidsnota Beroep en bedrijf aan huis (2007) De beleidsnota 'Beroep en Bedrijf' aan huis biedt duidelijkheid over wanneer het wel en wanneer het niet mogelijk is een bedrijf of beroep aan huis te hebben. Het uitoefenen van beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten thuis kan een positieve uitstraling hebben op de woonomgeving; het kan de wijk of buurt verlevendigen. In sommige gevallen kan het echter ook ongewenste situaties met zich meebrengen. Zo kan een bepaalde activiteit bijvoorbeeld een ongewenste verkeersaantrekkende werking hebben of voor anderen overlast met zich mee brengen. Onderstaande criteria zijn ter voorkoming van deze ongewenste situaties. Een beroep of bedrijf aan huis is toegestaan indien: het ondergeschikt is aan de woonfunctie: max. 35 % van het vloeroppervlak van de woning mag worden gebruikt tot een maximum van 50 m2; er mag geen onevenredige hinder en overlast worden veroorzaakt; de persoon die de activiteit uitoefent moet tevens bewoner van het huis zijn; er mag geen horeca, detailhandel of groothandel plaatsvinden; uitsluitend categorie 1 bedrijven (volgens VNG-brochure "bedrijf en milieuzonering") zijn toegestaan; er mag geen duidelijk waarneembare nadelige invloed zijn op de verkeerssituatie. In afwijking van het verbod op horeca mag binnen de woonbestemming onder bepaalde voorwaarden wel een Bed & Breakfast voorziening worden gerealiseerd.
Naast bovenstaande criteria geldt dat er sprake moet zijn van een toeristisch-recreatieve overnachtingsmogelijkheid, waarbij het zelfstandig functioneren als wooneenheid dient te worden uitgesloten, het authentieke uiterlijke of de verschijningsvorm van de woningen dient te worden gehandhaafd en het maximaal aantal bedden ten dienste van de toeristisch-recreatieve overnachtingsmogelijkheid is 4. Conclusie In het Oranjekwartier is sprake van woonfuncties waarbij de mogelijkheid is opgenomen om een beroep of bedrijf aan huis te hebben. Onderhavig bestemmingsplan sluit hiermee aan op het beleid uit bovengenoemde nota.
49
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
4.4.7
Welstandsnota gemeente Deventer (2012) Met de Welstandsnota Deventer wordt het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Deventer beoogd. Bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit zijn onder meer het uiterlijk van individuele gebouwen en bouwwerken, de kwaliteit van het totaalbeeld van de gebouwen en bouwwerken en de erfinrichting. De welstandstoets is een belangrijk instrument voor de sturing van deze kwaliteiten. In de welstandsnota is het kader voor de welstandstoetsing vastgesteld, door middel van criteria waar nieuwe bouwplannen op grond van het aspect ‘welstand’ aan moeten voldoen. Naast een toetsingskader wil de gemeente potentiële indieners van bouwplannen en hun ontwerpers inspireren en uitdagen om plannen te ontwikkelen die de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente ten goede komen. De welstandsnota vormt ook het kader voor de welstandstoetsing bij nieuwe gebiedsontwikkelingen of herontwikkelingen, tenzij een nieuwe ontwikkeling sterk afwijkt van het geldende gebiedstype of de grootte van het gebied vraagt om een gedetailleerder toetsingskader. In dat geval kan voor het betreffende gebied een beeldkwaliteitsplan worden opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan vormt, na vaststelling door de gemeenteraad, het kader voor de welstandstoetsing. De gebiedscriteria gelden voor de ‘reguliere’ bouwplannen en zijn verschillend per gebied.
Het gemeentelijke grondgebied is in de welstandsnota ingedeeld in zogenaamde ‘gebiedstypen’. Een gebiedstype vertoont samenhang in de verschijningsvorm van de bebouwing, in de stedenbouwkundige opzet of in het type landschap. De gebouwen in een dergelijk gebied zijn voor een groot deel in dezelfde tijd gebouwd. Het Oranjekwartier valt binnen het gebidstype 'Stempel stedenbouw – traditionele blokverkaveling'. Deze gebieden zijn veelal (planmatig ontworpen) woonwijken welke ontstonden in de jaren ’60 en ’70. De gebieden kenmerken zich door terugkerende formatie van bouwblokken (zogenaamde stempels). Deze bouwblokken bestaan uit enkel etagebouw, een combinatie van etagebouw en laagbouw of enkel laagbouw. Voor de nieuwbouw in het Oranjekwartier wordt geen nieuw beeldkwaliteitplan opgesteld. Bij de toetsing van omgevingsvergunningen voor het bouwen van de nieuwe woningen zal rekening gehouden worden met hetgeen is bepaald in de Welstandsnota Deventer. Conclusie Bij het beoordelen van bouwplannen binnen het plangebied Chw Oranjekwartier zal aan de Welstandsnota worden getoetst.
4.4.8
Ambitiedocument Oranjekwartier In 2020 is het Ambitiedocument Oranjekwartier vastgesteld. Dit document omschrijft de ambities van de gemeente Deventer voor het Oranjekwartier. Deze ambities geven richting aan de gewenste verbeteringen van de wijk en de investeringen van de gemeente, de corporaties, energiemaatschappijen en andere woningeigenaren. Over deze ambities is tussen de partijen afstemming geweest en wordt met de bewoners van de buurt besproken. Trots op de wijk, gevoel van verbondenheid en saamhorigheid. Een open en veilige leefomgeving waar
50
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
iedereen zich thuis voelt. Dat zijn de ambities die we voor deze wijk graag willen bereiken. Op 5 hoofdonderwerpen zijn ambities geformuleerd die bijdragen aan de hoofdambitie voor deze buurt. Deze zijn tot stand gekomen op basis van reeds bestaande documentatie en nieuwe inzichten. De ambities zijn voorgelegd aan bewoners. In een later stadium, bij de uitwerking van de ambities naar uitvoeringsplannen worden bewoners en maatschappelijke partners (zoals Raster, WIJ Deventer, gezinscoaches etc.) intensief betrokken. Maatwerk is de sleutel tot succes. De ambitties richten zich voornamelijk op de volgende onderwerpen: Sociale balans Woningaanbod Openbare ruimte Ruimtelijke identiteit Energietransitie De eerste vier onderwerpen zijn in andere woorden al eens beschreven in het “uitvoeringsplan uit 2008”. Deze onderwerpen van de ambitie zijn geactualiseerd en het onderwerp energietransitie is toegevoegd. Conclusie In onderhavig bestemmingsplan wordt het juridisch planoplogisch kader vastgelegd waarbinnen de ambitie om het woningaanbod uit te breiden en te vernieuwen kan worden gerealiseerd. Het bestemmingsplan is daarmee een van de uitvoeringsdocumenten naar aanleiding van het ambitiedocument.
51
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
52
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
Hoofdstuk 5 5.1
Archeologie
5.1.1
Inleiding
Randvoorwaarden
De archeologische verwachting voor de gemeente Deventer is gebaseerd op de landschappelijke en bodemkundige context van bekende archeologische vindplaatsen. Een uitgebreide onderbouwing van de fysisch geografische bouwstenen van de archeologische verwachtingswaarden is te vinden in het RAAP- rapport 2571: “…Die plaatsen, welke in de Douwelerkolk verdronken zijn… Fysisch- en historische bouwstenen voor een archeologische verwachtingskaart van de gemeente Deventer”. Vanaf de late middeleeuwen is het verband tussen landschappelijke mogelijkheden en locatiekeuze minder goed in een model te vatten, omdat de mens er steeds meer in slaagt de natuur naar zijn hand te zetten. Juist voor deze periode zijn historische bronnen, zoals kaarten, beschikbaar, waardoor veel elementen goed kunnen worden gelokaliseerd. Op de archeologische verwachtingskaart zijn recente archeologische en historische onderzoeksgegevens gecombineerd met de fysisch geografische verwachting ter plekke. Ook bekende verstoringen zijn weergegeven op de archeologische verwachtingskaart. In deze paragraag volgt een beschrijving van de verwachtingswaarde waaruit een dubbelbestemming voortkomt welke in het bestemmingsplan is opgenomen. Het volledige archeologisch advies is opgenomen in Bijlage 2 Archeologisch beleidsadvies Oranjekwartier.
5.1.2
Het archeologiebeleid en de regels in dit bestemmingsplan De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het archeologiebeleid van de gemeente Deventer. Dit archeologiebeleid is op 28 januari 2015 door de raad vastgesteld in de vorm van een beleidskaart en een onderbouwing (zie hiervoor: Vermeulen, B., 2015). Het archeologiebeleid wordt zo nodig tussentijds geactualiseerd, om de door het bevoegd gezag in een selectiebesluit vrijgegeven gebieden op de beleidskaart op te nemen. De archeologische beleidskaart vormt de basis voor de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’, zoals die in het bestemmingsplan zijn gehanteerd. In het bestemmingsplangebied ‘Oranjekwartier’ gelden de beleidswaarden ‘1, 2 en 4’ (zie 5.1.3 Uitsnede beleidskaart). De beleidswaarden zijn vertaald in de regels van dit bestemmingsplan. In het bestemmingsplan zijn dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen voor de gebieden die op de beleidskaart een beleidswaarde 2 of hoger kennen. Er is voor gekozen om aan gronden met beleidswaarde 'Waarde Archeologie 1' geen dubbelbestemming toe te kennen. Voor de gebieden met een lage verwachtingswaarde (beleidswaarde '1') is de kans dat een bodemingreep het bodemarchief verstoort door de lage dichtheid aan vindplaatsen en de veelal relatief kleine oppervlakte van die vindplaatsen, zeer klein.
Eigenlijk komt dit type resten vooral aan het licht bij archeologische begeleiding van grootschalige werkzaamheden. Daarom is voor deze beleidswaarde een vrijstellingsoppervlakte van 10.000 m² gehanteerd. Boven de 10.000 m2 geldt een meldingsplicht. Dit type omvangrijke werkzaamheden is over het algemeen op ruim op tijd bekend bij de gemeente. Een dubbelbestemming is daarmee een relatief zwaar middel dat voor deze groep leidt tot onnodige administratieve last. Er wordt daarom voor deze ingrepen actief contact gezocht met de initiatiefnemer met het verzoek om medewerking te verlenen aan een archeologische waarneming tijdens de uitvoering
53
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
van de werkzaamheden. Op deze manier kan de archeologische verwachting steekproefsgewijs gecontroleerd worden. De beschrijving van de in het bestemmingsplan opgenomen dubbelbestemmingen behorende bij de Waarde - Archeologie 2 en 4 is opgenomen in paragraaf 6.2.4 van deze toelichting.
5.1.3
Uitsnede beleidskaart
Afbeelding: De ligging van het bestemmingsplangebied op de archeologische beleidskaart 2015.
Naar aanleiding van nader onderzoek binnen de ontwikkellocaties van de 36 woningen en de Koninklijke driehoek zijn deze locaties vrijgegeven. Dat betekent dat de dubbelbestemmingen Waarde Archeologie - 2 en Waarde - Archeologie - 4 verwijderd kunnen worden van deze locaties. Zie Bijlage 3 Selectiebesluit Archeologie.
54
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
5.1.4
Plannen Het Oranjekwartier wordt in de komende tijd opgeknapt. Bestaande woningen worden deels gerenoveerd en verduurzaamd, deels zal er gesloopt worden om plaats te maken voor nieuwbouw. Het renoveren en verduurzamen van woningen heeft geen effect op de eventueel aanwezige archeologische resten, maar nieuwbouw heeft dat mogelijk wel. Op twee plaatsen binnen het bestemmingsplangebied zal nieuwbouw gaan plaatsvinden; dat is in het noordelijk deel, de 'Koninklijke Driehoek' en op twee locaties aan de Koningin Julianastraat, Prinses Irenestraat en Prinses Margrietstraat. Binnen de Koninklijke Driehoek zullen de bestaande gebouwen worden gesloopt, met uitzondering van die van de stichting Masohi en er is nieuwbouw gepland voor circa 65 grondgebonden woningen (incl. aanleg en inrichting openbare ruimte). Op dit moment staan er enkele (voormalige) schoolgebouwen in het gebied en gedeeltelijk is het in gebruik als volkstuin, speelvoorziening en openbaar groen. In het verleden hebben meer gebouwen binnen het gebied gestaan, die zijn gesloopt. In dit deel zijn de archeologische beleidswaarden 2 en 4 van kracht, waarbij alleen het zuidwestelijke puntje binnen waarde 4 valt. Bij de nieuwbouw van woningen zullen ingrepen in de bodem worden uitgevoerd waarbij eventueel aanwezige archeologische resten vernietigd worden.
Aangezien in dit deel van het plangebied reeds gebouwen hebben gestaan, die zijn gesloopt, is de kans aanwezig dat in een aanzienlijk gedeelte de bodem verstoord is. Door middel van een bureaustudie en/of een booronderzoek kan de diepteligging van de eventuele archeologische sporen in relatie tot de bestaande verstoringen inzichtelijk worden gemaakt. In het deel waar de renovatie, sloop en herbouw van 36 woningen is gepland zijn de plannen als volgt: Van deze 36 woningen worden er 12 gerenoveerd. Ook worden 12 woningen gesloopt, waarna er op dezelfde plek circa 14 weer worden herbouwd. Tot slot worden 12 woningen gesloopt en in plaats van haaks op de andere woningen worden er 14 tot 16 woningen parallel aan de andere woningen weer teruggebouwd. Bij de sloop en herbouw op dezelfde locatie hangen de gevolgen voor eventueel aanwezige archeologische resten sterk samen met de constructwijze van de te slopen woningen. Wanneer de nieuwe funderingen zwaarder worden uitgevoerd dan de bestaande kunnen alsnog sporen verloren gegaan. Het is echter ook niet uit te sluiten dat bij de bouw van de bestaande woningen alle resten al zijn verloren gegaan. Bij herbouw haaks op het gesloopte blok wordt de bodem wel verstoord op nieuwe plaatsen waarbij eventueel aanwezige archeologische resten verstoord worden.
Dit geld ook voor het verplaatsen of nieuw aanleggen van nutsvoorzieningen, waterbergingen en andere met de inrichting van de wijk samenhangende bodemingrepen. In dit deel zijn archeologische beleidswaarden 1 en 2 van kracht. Ter plaatse van waarde 1 worden geen nieuwe ingrepen in de bodem gedaan, binnen waarde 2 wel. Bij de ingrepen zal dan ook rekening moeten worden gehouden met de ter plaatse opgenomen dubbelbestemming.
55
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
5.2
Cultuurhistorie en monumenten In en rond het plangebied bevinden zich geen cultuurhistorisch waardevolle elementen of monumenten. Aan dit aspect hoeft verder geen aandacht te worden besteed.
56
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
5.3
Milieu-aspecten Het onderhavige bestemmingsplan is, ondanks het conserverende karakter, getoetst voor wat betreft de uitvoerbaarheid. Ten behoeve van dit bestemmingsplan zijn de volgende milieukundige aspecten van belang, te weten: bedrijven en milieuzonering; geluid; bodemkwaliteit; luchtkwaliteit; risico/veiligheid; ecologie; MER-plicht / m.e.r.-beoordeling
5.3.1
Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we enerzijds het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen. Anderzijds worden milieugevoelige functies als wonen en recreëren beoordeeld. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente Deventer de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden tot het gebiedstype 'rustige woonwijk'. In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van een 'rustige woonwijk', maar een 'gemengd gebied'. Dit is een gebied met matige tot sterke functiemenging. De VNG-publicatie geeft als voorbeelden woningen met direct daarnaast andere functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven of lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid, of gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur (grote wegen) liggen. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap verkleind worden. Uitzondering hierop is de richtafstand voor externe veiligheid. Deze wordt nooit verkleind. Milieu categorie 1 2 3.1 3.2
Richtafstand tot 'rustige woonwijk' of 'rustig buitengebied' 10 30 50 100
Richtafstand tot 'gemengd gebied' 0 10 30 50
57
vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier
Aanwezige functies in de nabijheid van de nieuwe woningen Stichting Emmanuel: Grenzend aan het plangebied is de stichting Emmanuel gevestigd. De Emmanuelgemeente is een kerkgenootschap. Voor kerkgebouwen is in de richtafstandenlijst van de VNG een afstand van 30 meter opgenomen voor het aspect geluid, voor zover gelegen in een rustige woonwijk. Stichting Masohi: Stichting Masohi is een Moluks cultureel centrum. Dit is in de richtafstandenlijst van de VNG aan te merken als Buurt- en clubhuis. Hiervoor is een richtafstand opgenomen van 30 meter voor het aspect geluid, voor zover gelegen in een rustige woonwijk. De Kroon: In het gebouw aan de Wilhelminalaan 9 zijn diverse functies gevestigd, waaronder een sportzaal en een basisschool. Voor een sporthal is in de richtafstandenlijst van de VNG een richtafstand opgenomen van 50 meter voor het aspect geluid, en voor zover gleegen in een rustige woonwijk. Voor de categorie sportscholen en gymnastiekzalen geldt een afstand van 30 meter. Voor scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs geldt een richtafstand van 30 meter voor geluid, voor zover gelegen in een rustige woonwijk. Piekfijnplein: Aan het piekfijnplein zijn diverse functies toegelaten. Het gaat om dienstverlening, horeca 2b en detailhandel.
In de richtafstandenlijst van de VNG is voor de categorie restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d. een richtafstand opgenomen van 10 meter voor de aspecten geur en geluid. Ook voor de functies detailhandel en dienstverlening geldt dat deze functies moeten passen binnen een woonomgeving, bedrijven tot maximaal categorie 2 zijn hierbinnen passend. In de richtafstandenlijst van de VNG gaat het hierbij om een richtafstand van maximaal 30 meter, voor zover gelegen in een rustige woonwijk. Toetsing Een groot deel van het Oranjekwartier is te kwalificeren als een rustige woonwijk. Rond de Koninklijke driehoek en het Piekfijnplein zijn naast de woonfunctie echter meerdere functies aanwezig. Dit deel van het Oranjekwartier is daarmee aan te merken als gemengd gebied. Het gevolg van de kwalificatie in gemengd gebied is dat de richtafstanden zoals opgenomen in de richtafstandenlijst van de VNG met 1 stap verlaagd kunnen worden. De kleinste afstand van de nieuwe woningen tot de hiervoor benoemde functies is circa 10 meter. In de koninklijke driehoek worden de woningen in de nabijheid van de maatschappelijke functies gerealiseerd. De richtafstand tot deze functies is in een gemengd gebied 10 meter. In het stedenbouwkundig plan wordt hiermee aan de richtafstand voldaan.