CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-09-27 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer 27 september 2023

Raadsvergadering 27 september 2023, gemeente Deventer27.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Maar dat is precies wat weerstand heeft opgeroepen, want daarmee komen we precies weer terug bij die zoekgebieden twee en dertien. Ik weet ik meer precies welke nummers we hadden, drie en dertien. Waar het gedoe over is. Dus daarmee hebben we ons meteen weer vastgezet. We moeten gewoon met de schone lei beginnen. Dat is ook precies wat bureau Buhrs eerder heeft geadviseerd. Gooi een open proces en door alweer vooraf te trechteren is het geen open proces meer. De voorzitter: De heer Kleine Schaars reactie. De heer Kleine Schaars: Kleine aanvulling. Prachtig verwoord. Wat eigenlijk de heer De Niet ook zegt, is eigenlijk met dit voorstel zegt het college zijn eigen belofte teniet. Door dit weer te wijzigen, corrigeren wij als raad het voorstel weer zoals het zou moeten zijn. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende over dit voorstel? Amendement 8.4 D66 – Aangescherpt windbeleid clustergebied provincie Overijssel De voorzitter: Dan gaan we naar amendement 8.4 Aangescherpt windbeleid clustergebied provincie Overijssel. De heer Akdemir heeft het woord. De heer Akdemir: Voorzitter dank. Graag licht ik dit amendement toe. Het is natuurlijk volstrekt bizar en ongepast dat de provincie tijdens een lopende race spelregels eenzijdig wijzigt.

Of je nu voorstander bent, of tegenstander, of wellicht ergens in het midden, het is in ieder geval niet meer mogelijk om een goede discussie met elkaar te voeren in deze raad. De provincie heeft helaas de juridische middelen om ons onder druk te zetten. Met stoom en kokend water, dat is het eigenlijk moeten we nu een zoekgebied aanwijzen. Als we vandaag tot geen besluit komen, als ik het college moet geloven, dan kan de provincie naar eigen voorkeur in onze gemeente windmolens gaan plaatsen. Waarbij onze inwoners geen zeggenschap hebben. Dat moet anders. Hoewel we grotendeels blij zijn met de toezeggingen van het college op verschillende onderwerpen, zoals bijvoorbeeld het opleveren van goede gemeentelijke toetsingskaders en een participatieplan. Zien wij toch een kans om het voorstel aanzienlijk te verbeteren. In medio juli heeft de provincie een kaart gepubliceerd van een clustergebied die de provincie als kansrijk acht. Als we nu die kaart eens nemen en gaan vergelijken met wat het college voorstelt als zoekgebied, blijkt dat het clustergebied veel groter is. Voordat ik doorga met mijn bijdrage wil ik visueel even laat zien wat ik precies bedoel. Dan wil ik bij kaart nul beginnen. Het is wat pixelig er was geen groter formaat. Dus we moeten het er even mee doen. Maar dit is in ieder geval het clustergebied wat de provincie in haar beleid heeft vastgesteld.

Dus dan zie je een stukje A1 en ten noorden ook provinciale weg. Als je gaat naar de volgende kaart. Dit is hetgeen wat het college voorstelt. Dus dit is een substantieel kleiner gebied dan het clustergebied. Dan heb je natuurlijk ook risico op het moment dat er een aanvraag komt binnen het clustergebied, maar buiten ons zoekgebied, ik vraag me af wat de provincie gaat doen, dus daar is het een groot risico. Tot slot kaart twee. Als u dit dan als uitgangspunt neemt, dus het clustergebied van de provincie zelf, dan verruimt u in ieder geval wel tot twintig procent van onze gemeentegronden. Wat de kans voor een initiatief kansrijker gemaakt, ook in relatie tot die toetsingskades. Ik denk dat we op veel plekken moeten goed gaan kijken. Wat ook de heer Kleine Schaars zei, in

18 het verlengde daarvan eigenlijk of verkorting daarvan eigenlijk. Als we het hele zoekgebied vaststellen, dan bestaat er een risico dat de provincie daar geen genoegen mee zal nemen. Maar als wij nu dit zodanig opvoeren als het zoekgebied, notabene geformuleerd door de provincie, dan kunnen ze niet om ons besluit heen. Voorzitter ik rond af. Tot zover. De voorzitter: De heer Van den Nieuwenhof. De heer Van den Nieuwenhof: Dank u wel voorzitter. Vorige week noemde u dit een list volgens mij had u verteld aan de raadstafel. Ik was even benieuwd hoe dit juridisch zit. Hebt u dat ook gecheckt wat u nu voorstelt? De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Juridisch klopt het. Want het is het clustergebied van de provincie. Dus als we die bevestigen dan hebben we een zoekgebied en het is een formeel stuk van de provincie. De voorzitter: De heer Van den Nieuwenhof. De heer Van den Nieuwenhof: Dus de wethouder kan hier nu mee zo meteen mee gaan spelen waar we wat moeten neerzetten. Heb ik dat dan goed? De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Ik zou niet woorden gebruiken als spelen. Dit is een zorgvuldig proces dat we moeten doorlopen in samenspraak ook met onze inwoners waarbij echt toetsingskaders heel groot van belang zijn. Maar plat gezegd ja. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Dank u voorzitter.

Mijnheer Akdemir u heeft een prachtige kaart laten zien. Uw kaart met uitbreiding van het zoekgebied dat u daarbij aangeeft. Dat vind ik al een hele mooie, want dan praten we over ongeveer, wat is het dertig veertig procent van de gemeente Deventer. Als u die kaart weer zou laten zien, dan ziet u zo’n rode stippellijn. Dat is het grondgebied van de gemeente Deventer. Dat is het zoekgebied wat wij voorstellen. Om even bij te duiden, het zoekgebiedvergroting die u nu aangeeft, daar liggen in het Pondera rapport ongeveer vier gebieden in. Op het moment dat je het grondgebied van Deventer pakt, dan liggen daar zo'n zeven tot negen zoekgebieden in. Waarvan er een aantal mogelijke clustervorming zouden kunnen hebben. Wat de provincie zegt, tenminste vier. Dat ligt in het gebied wat u nu voorstelt niet. Dus uw toevoeging heeft eigenlijk niet zo heel veel waarde in vergelijking met wat het college eigenlijk al voorstelt. De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter, de windverkenning is natuurlijk geen formeel stuk waar ik eigenlijk niet naar kan refereren. Maar daar zult u bijvoorbeeld zoekgebied tien terug in vinden. Ten zuiden, wellicht drie vier kilometer ten zuiden van Okkenbroek. Dus dat is in ieder geval een kansrijk gebied wellicht. Ik ben het met u eens dat dit eigenlijk minder is dan wat u voorstelt.

Alleen hier zit natuurlijk de druk van de provincie ook centraal in mijn afweging. Als de provincie niet genoegen neemt met ons zoekgebied, dan is de vrees, dat heb ik ook het college horen zeggen. Dat we alsnog dus de regie gaan kwijtraken. Maar als wij dus, zoals ik al zei, ‘…’ dus, als we notabene het clustergebied van de provincie gaan vaststellen, wat ook toevallig ook groter is dan wat het college voorstelt. Dan kan de provincie niet om onze besluiten heen. Dat is eigenlijk de redenatie hierachter. De voorzitter: De heer Kleine Schaars voldoende?

19 De heer Kleine Schaars: Dat is wel een bijzondere redenatie. Want ik hoorde dat de portefeuille net precies ook zeggen, daar neemt de provincie geen genoegen mee. Waar staat dat? Wie zegt dat? Ik heb het portefeuillehouder horen zeggen, maar ik heb nergens een formele bevestiging dat dat zo is. Wij moeten een zoekgebied vaststellen. Als we dat doen, zeggen we de gemeente Deventer met de zoekgebieden volgens het Pondera rapport waarvan we de toezegging hebben dat het geherijkt wordt. Ook op basis van de huidige normen. Volgens mij voldoe je dan aan de eisen van de provincie. De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Zeer terechte opmerking voorzitter. Die vraag zou ik ook aan het college willen vragen. De voorzitter: Toen was iedereen ineens vertrokken. Gaan wij naar de zijde van het college? De heer Walder: Voorzitter. Je kan het zoekgebied nader duiden op deze manier. We hebben nu een gemeentelijke interpretatie van de A1-zone. De provincie heeft dat en ik kan inderdaad zeggen we volgen de kaart van de provincie. We hebben daar zelf als gemeente overigens niet een kaartje van. Dus ik vond het interessant om die kaart te zien. Ik herkende hem niet. Maar het blijft een kaart die niet zeg maar kadastraal is vastgelegd. Het blijft een zone, een gebied met een blurrende lijn zoals dat heet. Dus dat zie je vaak in Omgevingsvisies.

Er staat niet per perceel is dit wel of geen onderdeel van een zoekgebied, maar het is een grijze lijn. Maar het kan wat voorgesteld wordt om het gebied van de provincie te volgen. Ik wil er nog een formalistisch puntje tegenaan gooien. Is dat het zoekgebied van de provincie bestrijkt meerdere gemeenten. Wij kunnen niet dat zoekgebied vaststellen, alleen het deel van dat zoekgebied wat in onze gemeente ligt. Ik weet niet of u zit te wachten op dit formalistische argument, maar die moet ik er nog wel even ingooien. De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Wilt u dan tekstaanpassing? Of hoe moet ik dat zien? De heer Walder: Nee het is meer belangrijk dat we met zijn allen even weten dat we niet het provinciale clustergebied vast kunnen stellen, maar slechts het deel wat in onze gemeentegrens is. De voorzitter: Dan de heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel voorzitter. Ik zit met interesse naar het antwoord ook van de wethouder op deze aanpassingen van de Omgevingsvisie te kijken. Blijkbaar kan het wél. Dus dan concludeer ik eigenlijk ook alleen maar dat het amendement van de heer Kleine Schaars dat het daar ook kan. Dus als dit kan, dan kan dat ook. Het is in beide gevallen is het een afwijking van wat we in de Omgevingsvisie hebben vastgesteld. Wij nemen niet zomaar die van de provincie over. Wij hebben onze eigen Omgevingsvisie. Dus blijkbaar kan dat.

Kan ook inderdaad, is ook mijn eigen conclusie. Maar blijkbaar is dat ook toch nu wel weer de conclusie van de wethouder. Het is in ieder geval niet consistent met uw vorige beantwoording. De voorzitter: Even de wethouder eerst. De heer Walder: Dit is in ieder geval een zoekgebied. Het aanwijzen van de volledige gemeente is juist een gebrek aan zoekgebied. Dit gaat erom hoe interpreteren we het gebied A1-zone? Is dat de tekstuele interpretatie zoals in de Omgevingsvisie staat? Of is het de visuele interpretatie van de A1-zone zoals de provincie aangeeft? Maar er is echt een verschil tussen een zoekgebied of het hebben van totaal geen zoekgebied. De voorzitter: De heer De Niet.

20 De heer De Niet: Voorzitter dank u wel. Volgens mij is het gewoon, het wordt zo een woordenspel. Volgens mij is het gewoon een keuze. Op het moment dat u het aan de provincie laat om onze Omgevingsvisie te interpreteren, dan zijn we toch wel een stap te ver volgens mij. Het is onze Omgevingsvisie, wij bepalen wat erin staat, wij bepalen wat daarin zoekgebieden zijn. Op het moment dat wij nieuwe zoekgebieden willen vaststellen, ook die op zich afwijken van onze eigen Omgevingsvisie, mogen we dat ook doen maar dan wel via een zorgvuldig proces. Laten we in ieder geval dat proces opengooien en beginnen met de hele gemeente. Dan trechteren we, komen we vanzelf wel weer op goede zoekgebieden uit. Maar die we dan wel zelf, samen met onze inwoners en belanghebbende hebben vastgesteld. De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Ik wil toch even reageren voorzitter. Want dit is in lijn met onze Omgevingsvisie. Ik ben het geheel eens met die punten, we moeten onze eigen Omgevingsvisie volgen. Maar dit is in lijn met onze eigen Omgevingsvisie, want daar staat de infra-elementen moet ik even goed wel benoemen. Infra-elementen zoals de A1 en delen van het jonge ontginningslandschap. Dat is precies waar het gebied ook overgaat. De voorzitter: Dan mevrouw Visser.

Mevrouw Visser: Ik vraag me af waar de heer Akdemir dan dat eerste kaartje vandaan heeft van die zone, als hij nu zegt dat het toch het hele gebied is zoals die het nu wil vaststellen. De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Bedoelt u dan de kaart van de provincie? Want die heb ik gewoon ... zou u naar kaart één kunnen gaan? Kaart één. Deze? Mevrouw Visser: Deze ja. U zei eerst bij uw toelichting dat dit de kaart zou zijn die we in onze Omgevingsvisie hebben. Nu later in de beantwoording hoorde ik u zeggen dat het hele gebied, zoals u in de volgende kaart aangeeft, ook in onze Omgevingsvisie staat. Dus wat is nu … wat staat er volgens u nu in de Omgevingsvisie wat de zone is? De wethouder zegt zojuist dat er geen kaart is. Dus is dit uw eigen interpretatie van wat er op de kaart gezet wat in de Omgevingsvisie staat? De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter, de Omgevingsvisie spreekt heel specifiek over infra-elementen zoals de A1 en delen van het jonge ontginningslandschap. Dit is niet wat ik zei komt voort uit de Omgevingsvisie, het is wel in lijn met de Omgevingsvisie, maar het is geen kaart uit de Omgevingsvisie. Dus dit is mijn interpretatie van wat het college met dit beslispunt voorstelt. Ik zeg het zou heel zonde zijn om dit nu vast te stellen, want het is een klein gebied.

De initiatieven zullen onder druk komen te staan in relatie tot die goede toetsingskaders die we gaan vaststellen. Er is nog een kansrijk gebied bij het grensgebied bijvoorbeeld bij Boermark en ten zuiden van Okkenbroek, waar wellicht ook een gedragen initiatief gerealiseerd kan worden. Daar gaat het om. Het gaat erom dat wij een formeel stuk met duidelijke grenzen vaststellen. Zodat de inwoners ook snappen en dat ook duidelijkheid schept over waar spreken we over. Want het zoekgebied is nu heel vaag en ik weet niet wat ik nu aan het vaststellen ben als we dit amendement niet aannemen. De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Bent u het dan met me eens dat de blauwe lijn op dit kaartje uw interpretatie is van het voorstel van het college en dat dat niet het voorstel van het college per se is? De voorzitter: De heer Akdemir.

21 De heer Akdemir: Dat klopt. Maar ik heb het college ook niet dit zien tegenspreken. Dus misschien zou het college daarop kunnen reageren. De voorzitter: Gaan we zo doen. De heer Van den Nieuwenhof. De heer Van den Nieuwenhof: Even voor mij om het duidelijk stellen, kan de wethouder nu bijvoorbeeld nu naar de provincie toegaan met dit kaartje? Wat we net hadden, het tweede kaartje. Is dat dan het nieuwe kaart waar we ons aan moeten vasthouden en moeten zeggen daar gaan we nu vanuit? Heb ik dat goed? De voorzitter: Gaan we zo vragen aan de wethouder voor de tweede termijn. Even de heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Dank u voorzitter. Ik heb nu de beantwoording van de portefeuillehouder gehoord. Maar wat ik nog mis is waar nu staat dat de provincie genoegen neemt met het zoekgebied als zijnde de gemeente Deventer. En als de portefeuillehouder daar toch op gaat antwoorden, zou die dan misschien ook kunnen antwoorden als we nu voorstellen om de gemeente Deventer te nemen minus de stadschil, de stadsgrens of het bebouwde deel van de stad. Dat we dan het als zoekgebied definiëren. Volgens mij hebben we hem dan ook goed ingekaderd. De voorzitter: De heer Walder. De heer Walder: De vraag waar staat dat de provincie niet akkoord gaat als je geen zoekgebied aanwijst of hetzelfde de hele gemeente als zoekgebied, dat staat nergens. U kan dan zeggen dan bestaat het niet.

Maar de provincie die vraagt gemeentes een zoekgebied aan te wijzen. Dat vragen zij om gemeentes een nadere ruimtelijke specificatie te geven waar zij windmolens voor zich zien. We hebben dit punt ook helemaal niet formeel bestuurlijk aan de provincie voorgelegd. Ik zag daar ook geen aanleiding toe, want we hebben namelijk al een nader zoekgebied staan in de Omgevingsvisie. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Voorzitter, nu begin ik boos te worden. We hebben alle raadstafels gehoord dat de provincie heeft heel stellig we moeten een zoekgebied aanwijzen en dit kan niet. Nu weerspreekt u uzelf. U heeft raadstafel gedaan, de beeldvormende, de oordeelsvormende en nu weerspreekt u zich. Net bij mijn amendement heeft u het ook nog een keer gezegd. U weerspreekt zich keer op keer. Ik weet niet meer wat wij zo nog gaan besluiten wat de waarde is van de woorden. Sorry voorzitter. De voorzitter: De heer Walder. De heer Walder: Ik geef aan dat de provincie geen genoegen neemt met een zoekgebied wat de volledige gemeente beslaat. Het is zo. Het is hetzelfde dezelfde waarheid dat de provincie dat niet schriftelijk richting ons heeft bevestigd. Dus ik geef aan wat de consequentie is van het aanwijzen van de volledige gemeente als zoekgebied. Het is aan u als raad om uiteindelijk een knoop door te hakken. Ik schets de consequenties.

Het kan dus heel goed zijn dat de provincie zegt, wij zien dus de gemeente geen ruimtelijke regie nemen. We zien ze juist een stap terugzetten ten opzichte van de Omgevingsvisie. Het risico is dan de provincie zegt dan pakken wij die ruimtelijke regie wel. Dat is wat ik u schets. Dat staat niet zwart op wit die rol van de provincie die ze dan gaan pakken in dit geval. Maar dat is wel de consequentie die ik u schets. De voorzitter: Even voor de orde. Want de heer Van den Nieuwenhof had ook nog een vraag gesteld. Wilt u die nog even herhalen? De heer Walder: Dat ging over de kaart van de heer Akdemir of ik die onderschrijf en of het kan, geloof ik.

22 De heer Van den Nieuwenhof: Voorzitter ging om de tweede kaart. Want de heer Akdemir iets erbij had gedaan tot en met Okkenbroek volgens mij. Kan u dan naar de provincie teruggaan en zeggen kunnen we dan die kaart gebruiken als zijnde gebied? De heer Walder: Jazeker daar ga ik vanuit. Want het sluit zowel aan bij de bewoording in de Omgevingsvisie het A1-gebied, als dat het aansluit bij het provinciale clustergebied. Dus ik zie dit als een prima, reële variant van aansluiten bij de woorden in onze eigen Omgevingsvisie. De voorzitter: De heer Van den Nieuwenhof. De heer Van den Nieuwenhof: Dan zie ik graag die kopietjes tegemoet dan van de heer Akdemir. Ik ben heel benieuwd dank u wel. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel. Ik denk dat als je als argeloze luisteraar zo naar dit debat zou luisteren, dan moeten daar in de provincie moeten echt vreselijke mensen zitten. Er zitten in het provinciaal bestuur zitten mensen zoals u en ik, zoals wij partijgenoten van ons. Dat zijn echt wel redelijke mensen. Als wij hier serieus werk maken van het doorgaan met het realiseren van windenergie, dan wordt daar echt wel naar geluisterd. Wat ze daar ook roepen. Dus het bang maken van maar als u dit doet, dan neemt de provincie het over. Laten we daar alsjeblieft niet in meegaan. Ook dat provinciaal bestuur worstelt met deze vraag en met die inpassing.

Die gaan ons echt niet zomaar overrulen. Zeker niet als wij hier serieus mee aan de slag gaan. Dus het beeld wat daarmee wordt geschetst, volgens mij is dat volkomen onterecht. Anders u heeft daar ook allemaal partijgenoten. We hebben er een oud-wethouder die daar inmiddels gedeputeerde is. We hebben onze lijntjes naar de provincie. Benut ook die. De voorzitter: Dan de heer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter als de provincie bij de provincie allemaal poeslieve mensen zijn, waarom dient u dan een amendement in, motie van afkeuring en blaffen naar de provincie? Hoe moet ik dat zien? De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Daar kunnen we het denk ik straks nog uitgebreid over hebben. Laten we dat dan doen. De voorzitter: Het lijkt me een reële vraag op dit moment. De heer De Niet: Omdat de provincie veel blaft omdat ze vinden dat hier wat moet gebeuren en dat is ook zo. Dus het is wel aan de keuzes van dit college te danken dat het zo lang heeft moeten duren. We hadden op zich september vorig jaar hebben we hier gezeten om de eerste keer over het burgerberaad te praten. Toen is door heel veel raadsleden, onder andere door mijn fractie maar door andere fracties, al gezegd burgerberaad leuk en aardig moeten we mee aan de slag. Willen we mee aan de slag. Maar vergeet niet dat we ook met de RES-bod aan de slag moeten. Dus ga dat in gang zetten.

Heeft het college voor gekozen om dat anders te doen. We hebben daar behoorlijk veel tijd verloren. We hadden al veel verder kunnen zijn. Dat is niet de schuld van de raad, dat is de schuld van keuzes die het college heeft gemaakt. Daar op gaat de provincie blaffen, want de provincie ziet ook de noodzaak om vooruit te komen in onze RESsen. Dus het is volkomen terecht dat ze daar wat druk op zetten. Maar dat is onze verantwoordelijkheid om dan even terug te blaffen. Wij doen het wel hier op onze manier en met een zorgvuldig proces. Dus wat overeind blijft volgens mij van het geblaf van de provincie wat we daarvan moeten onderhouden is, we moeten wel hier werk van maken en dat serieus gaan doen. Volgens mij zijn we daarmee bezig. Dit is een startpunt, had beter gekund, maar dit is een startpunt. Zo moet je dat interpreteren.

23 De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter ik ben wel een beetje in de war nu. Want u zegt, het is geheel terecht wat de provincie doet, maar u dient wel een motie van afkeuring in. Dus die rijmt niet met elkaar. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Er zitten verschillende lagen in wat hoe de provincie nu bezig is. Ja de provincie de drang om ga nu serieus werk van maken dat RES-bod dat klopt. Maar ze fietsen er ook dwars doorheen doordat ze eigenlijk het RES-bod, het hele RES-proces min of meer aan de kant schuiven. Daar dwars doorheen fietsen met een clustergebied op ons grondgebied aan te wijzen. Dus de provincie toont zich daarin een onbetrouwbare partner binnen de RES. Waar zij op zich een gelijkwaardige partner zijn. Daar, dat zei u zelf bij uw introductie ook al, daar mag je best wel tegengas tegen geven. Daar gaat het met name om. Maar het is wel de noodzaak dat wij serieus werk gaan maken ook. De voorzitter: We kunnen er straks eventueel nog op doorgaan. Dan mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel. Ik heb wel behoefte aan een verduidelijkende vraag aan de wethouder. Nog even terug op het punt van wat de provincie wel en niet mag.

Heeft u überhaupt bij de provincie aangegeven dat de gemeenteraad van Deventer wellicht overweegt om Deventer als zoekgebied als geheel voor te stellen? In plaats van alleen de A1-strook zoals die in 2019 vastgesteld is. Want u zegt de provincie gaat het doen, maar wij kunnen het nergens terugvinden. Dan zegt u als we heel Deventer als grondgebied nemen accepteert de provincie dat niet. Maar heeft u dat überhaupt wel gevraagd aan de provincie? De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: We hebben met de provincie besproken wat is de bedoeling van een zoekgebied. Een zoekgebied is een concretisering van een gebied waarvan je denkt dat je daar windmolens moet gaan maken. Een concretisering is niet het aanwijzen van de hele gemeente. Ik merk dat de heer De Niet bijvoorbeeld heel optimistisch gestemd is over de reactie van de provincie. De provincie zegt mooi zoekgebied gaan we mee akkoord. Ik help het om hopen als de raad als zodanig besluit. Ik vind het een risicovol politiek gokspelletje. Ik ga mijn hand er niet voor in het vuur steken dat de provincie daar zomaar mee akkoord gaat en ik waarschuw u dus voor dat risico. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dan nog een keer. Waar staat zwart op wit dat de provincie niet akkoord gaat op het moment dat wij als raad zouden besluiten om het hele Deventer grondgebied als zoekgebied aan te wijzen.

Waar staat dat? De voorzitter: De heer Walder. De heer Walder: Dat heb ik een aantal keer geantwoord. Dat staat nergens. Dat is de inschatting die ik u geef namens het college hoe de provincie hierop gaat reageren op basis van gesprekken die we met de provincie voeren over wat verwachten zijn met het aanwijzen van een zoekgebied. Als u zegt het is niet juridisch vastgelegd. We hebben er geen aangetekende brieven over gestuurd. Als u zegt dat is onvoldoende bewijs, prima. Ik geef aan, gokken dat de provincie dit wel goed vindt is gewoon een gevaarlijk politiek gokspelletje. Ik ga mijn hand niet in het vuur steken. Ik zie het heel reëel dat de provincie dan de ruimtelijke regie naar zich toetrekt. De voorzitter: Mevrouw Schmidt laatste instantie.

24 Mevrouw Schmidt-Versteeg: Nog één keer dan en dan leg ik de bal bij u terug. Ik vind dat u op dit moment een risicovol gokspelletje speelt. Want u kunt helemaal niet onderbouwen wat u zegt. U zegt twee totaal verschillende dingen. U neemt gewoon een risico dat onze inwoners straks voor een voldongen feit komen te staan. Omdat u gewoon niet bereid bent om bij de provincie na te vragen wat gebeurt er op het moment dat onze gemeenteraad gaat staan voor onze mensen, een zorgvuldig proces wil. Dat een onderdeel daarvan is het hele Deventer grondgebied als zoekgebied. De voorzitter: Mevrouw Schmidt ik verzoek u wel met dit soort woorden via de voorzitter te praten. De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Voorzitter, laat ik voorzichtig beginnen. Ik wil de portefeuillehouder graag vragen wat hij vindt van onderzoeksbureau Pondera. Volgens mij en dat is mijn interpretatie, dat heb ik destijds van de vorige portefeuillehouder begrepen. Dat is het meest vooraanstaande onderzoeksbureau op dit gebied die dit soort rapporten over windenergie en plaatsingsplekken zou kunnen maken. Bent u dat met mij eens? De voorzitter: De voorzitter niet, maar misschien de wethouder wel. Dat kunnen we vragen aan de wethouder. De heer Walder: Ik heb geen kwalificatie of anderen het meest gerenommeerde bureau is. Zij zijn door ons gevraagd omdat zij deskundig en ons informatie kunnen leveren.

Ik weet niet of zij het meest vooraanstaande bureau zijn. Ik heb geen ranking gemaakt van bureaus die dingen kunnen met windmolens. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Dank u voorzitter. Dan nog een keer voor de portefeuillehouder, via de voorzitter natuurlijk. Als het zo’n vooraanstaand bedrijf is dat zo goed hier onderzoek naar kan doen en voor ons al heeft gekeken waar lagere turbines kunnen. Dus van de maximaal … de moderne die van 120 meter. Dan weet u dat daar in Deventer heel technisch is gekeken waar wat mogelijk is. Dus het zoekgebied van Deventer is al vernauwd tot een slechts een X aantal plekken. Daar moet je dan nog een keer een clustering, nieuwe beleid van de provincie de clustering op loslaten. Bent u het dan niet met me eens dat wij niet een heel gebied aan de provincie voorstellen? Maar een gemeentegebied, grondgebied met uitzondering van de stadscirkel. Dan nog eens scannen met onderbouwing van het Pondera rapport dat er maar een X aantal plekken overblijven. Dat we een heel nauwkeurig op nieuwe waardes te onderzoeken, wat u zelf gaat doen herijking, zoekgebieden vaststellen. Dus dat de provincie daar niet ziet dat wij zomaar iets doen, maar als deze raad een heel duidelijk besluit nemen? De voorzitter: Uw voorzitter heeft daar geen mening over, maar de wethouder misschien wel. De heer Walder: Een hele lange vraag.

U geeft eigenlijk aan … het Pondera rapport heeft u van gezegd in de vorige raadstafel die zouden we eigenlijk geactualiseerd willen hebben. Ik kan me die wens ook voorstellen, dat hebben we ook toegezegd. Dat gaan we doen en dat gaan we ook doen samen met belangengroepen. Die hebben eerder ook aangegeven twijfels te hebben bij het bureau Pondera. Dat mag. Dus we gaan kijken wat voor onafhankelijk deskundig bureau kunnen wij die kaarten opnieuw laten maken. Daar komen gebieden op waarbij volgens de huidige regels met een aantal aannames, sowieso windmolens juridisch mogelijk zijn. Ik sluit niet uit dat er daarnaast ook nog andere gebieden zullen ontstaan. Op het moment dat je ergens een gebouw wat nog een oude woonbestemming heeft, de woonbestemming ervan afhaalt, creëer je vaak ineens weer een nieuwe situatie. Dus het rapport, het hernieuwd laten maken van kaarten, geeft alleen aan op basis van een aantal aannames waar sowieso windmolens mogelijk zijn. Ik vind dat ver gaan om te zeggen dat ze daarmee per definitie niet mogelijk zijn op andere plekken. Dat ligt ook aan de hoogte van een molen, het aanpassen van bestemmingen van gebouwen. Het wel of niet opheffen van laagvlieggebieden. Dus het is iets te makkelijk om te zeggen maak een rapportje en sluit 98 procent van de gemeente uit. De voorzitter: De heer Kleine Schaars.

25 De heer Kleine Schaars: Dan nog één misschien wel een hele brandende vraag die mijn fractie dan heeft. Wat vindt u belangrijker dat u de wens en de afspraak met uw inwoners volgt? Of dat u … De voorzitter: We praten via de voorzitter. De heer Kleine Schaars: Excuus mijnheer de voorzitter. De vraag voor het college is dan, als wij … heb ik mezelf zo helemaal van mijn à propos gebracht. Wat vindt de portefeuillehouder belangrijker. De afspraak die we met onze inwoners gemaakt hebben twee jaar geleden of een afspraak met de provincie die nergens op papier staat? De voorzitter: De heer Walder, wethouder Walder. De heer Walder: Het is een beetje een retorische vraag. Met de afspraak met de provincie die nergens op papier staat, bedoelt u hoe de provincie reageert op het aanwijzen van de hele gemeente als zoekgebied. Daar heb ik u net de inschatting van gegeven. Ik merkte net van mevrouw Schmidt dat ze het me zeer kwalijk nam dat ik dat niet gepeild heb bij de provincie. Ik zag daar geen aanleiding voor. Want wij gaan namelijk uit van de unaniem vastgestelde Omgevingsvisie en niet van wat gerommel achter de schermen. De voorzitter: De heer Akdemir nog? Nee. Sluiten wij de beraadslaging over dit amendement? De voorzitter: Gaan we over tot het amendement aanpassen beslispunten. De heer De Niet heeft het woord. De heer De Niet: Dank u wel voorzitter.

Het amendement wat ik nu indien, om te beginnen dat dien ik samen in met mevrouw Schmidt van Deventer Sociaal en met de heer De Kok van de SP. Wat ook belangrijk is om te melden dat het mede door mijn opvolger Jasper Buijs heeft hier ook veel energie in tijd ingestoken. Is fijn om goede opvolgers te hebben waarin je ook daar goed in kan samenwerken. Dit amendement is een stevige verbouwing van het voorstel en dat was wat ons betreft nodig. Want als je zoveel insprekers ook krijgt bij een procesvoorstel, dan kan er eigenlijk iets niet kloppen, dan zit er iets. Dat gaat niet alleen over het proces, dan zit er ook inhoud in. Die zitten erin en er zitten keuzes in dit voorstel. Ook de volgorde der dingen klopt niet. Eigenlijk stellen wij voor om het amendement flink te verbouwen. Eigenlijk om te beginnen, het zwaard van Damocles wat boven het hoofd hangt in ieder geval weg te halen. Die provincie expliciet verzoeken maak ruimte voor ons proces. Geef ons de tijd die nodig is voor een fatsoenlijk participatieproces en dat is niet klaar op 1 januari 2024. Want we hebben die normen voor hinder en gezondheid van het RIVM nog steeds nodig en die komen waarschijnlijk pas daarna. Pas dan kunnen we het toetsingskader definitief vaststellen en pas dan kunnen we zoekgebieden definitief aanwijzen. Dus die deadline moet om te beginnen van tafel.

Dat is iets wat in het oorspronkelijke voorstel ontbrak. Dan de tweede, dat is eigenlijk wat ik over heb genomen van de heer Kleine Schaars ook verruim het zoekgebied. Want juist de combinatie met het huidige zoekgebied in die windverkenning heeft ervoor gezorgd dat we de schijn tegen hebben. Dat we precies verder gaan waar we twee jaar geleden zijn gestopt, met als gevolg veel insprekers. Laat dat los omwille van een goed proces. Neem als vertrekpunt die hele gemeente, stel dat toetsingskader vast met afstandnormen en dan pas trechteren naar het gebied. Dat is ook de volgorde die we bij andere ruimtelijke keuzes hanteren. Ga dan het gebiedsproces in, dat is het derde punt. Dat hebben we niet heel veel gewijzigd, maar het vertrekpunt is wel anders. Want met ruimte en tijd van de provincie zonder vooraf ingeperkt gebied, is het proces veel opener. Kunnen we een zorgvuldig participatietraject, is nog steeds nodig. Daar is een andere motie voor. Nog steeds zal het ingewikkeld zijn, nog steeds zal niet iedereen tevreden zijn en zal er weerstand zijn. Maar je kunt wel het proces met meer ruimte voor elkaar doorlopen. Dan pas de trechteren naar het gebied. Er is een behoorlijke kans, we hebben die windverkenning al liggen, die gaat echt niet totaal anders uitpakken. Maar het hele proces heeft dan wel een veel grotere kans van slagen.

Dan als laatste stap, dan ben je toe aan het vaststellen van een ruimtelijke visie. Dat is een windvisie, dat is een thematische visie binnen die Omgevingsvisie mogelijk is. Dan leg je zoekgebieden vast met die kaders voor windenergie. Doe dan ook bij voorkeur met een plan MER, want de provincie heeft een plan MER, maar ook hier willen we de regie houden en onze eigen plan MER opstellen.

26 De voorzitter: Dank voor de toelichting. Reacties vanuit de raad? De heer Evers. De heer Evers: Dank u wel voorzitter. Ik zie met dit amendement langzamerhand toch een beetje variaties op het thema ontstaan. De grote lijn is dat we die volgorde om willen draaien. Maar de heer De Niet wil ook heel vriendelijk bij de provincie verzoeken om die datum van 1 januari wat achteren te schuiven. Terwijl ik hem net ook heb horen zeggen dat we als gemeente zelf toch behoorlijk wat steken hebben laten vallen in dat proces. Wat de provincie los van welke besluiten de provincie met dit nieuwe college, nieuwe gedeputeerde staten ook gemaakt heeft, vinden we als CDA Deventer ook van alles van. Maar we hebben ook zelf wat steken laten vallen. Dan kom ik toch inderdaad nog even terug op een motie die we dadelijk nog krijgen. Het gaat over dat terugblaffen. Er zit volgens mij ontzettend veel spanning op al die moties en amendementen. We doen het zelf niet goed. We moeten vriendelijk vragen om die datum van 1 januari te verlengen, maar we moeten ook beginnen met terugblaffen naar de provincie omdat zij het zo ontzettend goed doen. Hoe verhouden die dingen zich volgens de heer De Niet? De voorzitter: Wilt u zo direct wat dichter bij de microfoon praten? Dat is denk ik voor de luisteraars thuis wat prettiger. De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel voorzitter.

Daar heeft de heer Evers wel een punt. Wij hebben zeker steken laten vallen als gemeente. Dat heb ik ook net al benoemd in een reactie op een ander amendement. Wij hadden veel eerder in beweging kunnen komen of moeten komen, dus daar heeft de provincie inderdaad een terecht punt. Dat ze daar druk op leggen, is ook terecht. Maar we hebben ook met een gewijzigde situatie te maken. Die normen die hadden er al veel eerder moeten zijn en die komen pas veel later en we willen nog steeds een zorgvuldig proces te lopen. Ik denk dat ook de provincie daar ook belang bij heeft. Dus wij moeten ook als beide bestuurslagen uiteindelijk goed samenwerken. Dat moet ook wel van beide kanten komen. Dus wij moeten denk ik die ruimte vragen omdat wij een zorgvuldig proces willen doorlopen. Dan moeten we het dan wel serieus ook gaan doen. Dus dat is wel de opdracht die daar dan vervolgens uitvloeit. Maar ik denk dat het wel goed is om wat tegengas te geven aan die provincie, die ook steken heeft laten vallen. De voorzitter: De heer Evers. De heer Evers: We komen zo bij de motie daar nog wel over te spreken, maar dan denk ik dat we ook iets op een andere manier met elkaar dat gesprek moeten aangaan. Ook de toon waarop we dat dan willen gaan doen. Dat we dat dan ook wat anders aan moeten pakken, maar daar gaan we het zo nog wel even over hebben. De voorzitter: Komt zo terug. De heer Diepenhorst.

De heer Diepenhorst: U heeft in de motie staan na 1 januari 2024. Wanneer houdt dat op? Gaat er ook om dat we naar de provincie duidelijk maken dat we er serieus mee bezig zijn. Dat het niet een poging is van traineren, traineren, traineren om op die manier er uiteindelijk van af te komen. Wat sommige partijen hier ook willen. Dus het gaat ook een beetje om de vraag wanneer is dan een goede datum. Natuurlijk moeten we die nieuwe normen is natuurlijk een belangrijk punt, maar wat zijn de andere gedachten daarover? De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel voorzitter. Dat ben ik van harte met de heer Diepenhorst eens. Ik heb de wethouder in één van de raadstafels ook horen zeggen de provincie die gaat ook wachten op die normen. Laat dan de regie bij ons. Dus als die provincie toch ook gaat zitten wachten, ik weet niet waar hij dat precies op heeft gebaseerd, kunnen we straks aan de heer Walder vragen, aan de portefeuillehouder. Maar dus blijkbaar is die provincie die gaat ook niet een heel proces organiseren windmolens plaatsen terwijl een maand voordat die normen worden vastgesteld. Dus laat dan alsjeblieft ook de regie bij ons. Volgens mij is dat een hele redelijke vraag aan de provincie. Als je dat maar uitlegt, als je inderdaad wel serieus werk maakt. Maar dat zijn we volgens mij aan het doen serieus werk maken.

Er zijn ook genoeg voorstellen om inderdaad die participatie goed vorm te geven en

27 we willen een toetsingskader vaststellen. We willen uiteindelijk ook ruimte bieden voor het plaatsen van windmolens. Dat is ook zeker de intentie van mijn partij. Wij vinden er is noodzaak om in actie te komen, daar heeft de provincie helemaal gelijk in. Maar laten wij wel samen het democratisch proces goed doorlopen en zorgvuldig doorlopen, zodat we de zorgen ook van mensen serieus kunnen nemen. De voorzitter: De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Dank voor het antwoord. Ik wil graag de reactie van de wethouder wat hij inschat welke flexibiliteit er is. De voorzitter: Oké vragen we zo aan de wethouder. De heer Akdemir. De heer Akdemir: Dank voorzitter. Ik blijf dan zorgen over beslispunt 3. Maar laten we vooral niet weer dezelfde discussie gaan voeren met elkaar. Beslispunt 4 waarin u spreekt over windvisie. Wat moet dat precies opleveren? Kunt u daar misschien een reflectie op geven? De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Die windvisie dat is inderdaad die windverkenning die we al hebben en die gaat in die richting. Uiteindelijk gaat de windvisie stel je uiteindelijk de specifieke kaders vast en ook de ruimtelijke kaders voor die … met het toetsingskaderland daarin, maar ook nog wat andere eisen zet je op de kaart. Dus eigenlijk daarmee stolt het proces, het gebiedsproces. Die toetsingskaders die landen in die windvisie.

Die dus eigenlijk als een bijlage, of een aanvulling is op je Omgevingsvisie. De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Dank voorzitter. De provincie heeft de spelregels veranderd. Dus in hoeverre zijn we in staat om een goede visie nog te maken? Is het misschien niet handiger om in te zetten om goede, adequate toetsingskaders met elkaar maken? De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dat ook. Daar moeten we mee beginnen. De windvisie is wel weer een integrale ruimtelijke visie zeg maar. Dus de toetsingskaders gaan eigenlijk op zich alleen maar over de eisen die je stelt bij een project dat wordt ingediend. Uiteindelijk stolt dat ook nog wel in ruimtelijke keuzes. Waar je ook nog wel specifieke keuze kan maken om nog gebieden om andere redenen uit te sluiten. De windverkenning bijvoorbeeld die we eerder hebben gehad, daar zaten de verschillende zoekgebieden in. Daar hebben we op een gegeven moment ook gezegd, de keuze die je dan daarna maakt, nemen we al die zoekgebieden dan mee? Of maken we daar nog een selectie in om andere redenen? Dat stolt volgens mij in zo’n windvisie of ‘…’. De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Dank voorzitter.

Maar wordt het dan niet heel ingewikkeld als we toetsingskaders gaan maken op basis ook nog van een windvisie wat er nog bovenop komt? Dus ik ben een beetje zoekende hoe je dat sluitend op een mooie manier kan gaan opstellen. Is het niet gewoon niet beter om te zeggen, we houden ons vast aan de Omgevingsvisie met daaraan koppelend goede toetsingscriteria die we op gemeentelijk niveau gaan vaststellen. Waar wij bijvoorbeeld de gezondheid van onze inwoners meenemen, de milieueffecten en dat soort zaken. Is dat niet een betere aanpak dan een windvisie? De voorzitter: De heer De Niet.

28 De heer De Niet: Volgens mij zijn dat juist de dingen die je gewoon in een windvisie ... het hoeft niet een heel ingewikkeld en dik document te zijn. Het is gewoon de concrete dingen bij elkaar zetten. Een soort thematische onderdeel van de Omgevingsvisie over wind. Waarbij je die kaders eigenlijk vastlegt. Daar hoort het toetsingskader bij, maar er horen eventueel ook nog andere eisen bij. Dat is gewoon een document wat uiteindelijk voor iedereen helderheid geeft. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter, dank u wel. Vraag aan de heer De Niet of hij, de indieners dit juridisch ook hebben uitgezocht of dit allemaal wel mogelijk is? Want zijn wij nu niet de spelregels aan het verdraaien? Zou ook eigenlijk de wethouder hier over willen horen. De voorzitter: Dan de heer De Niet. De heer De Niet: Het amendement is gecheckt, ook ambtelijk. Daar hebben we dat soort geluiden niet op teruggekregen. Dus ik neem aan dat zij ook de juridische check hebben gedaan. Dus het antwoord is ja hij is gecheckt. De voorzitter: Dank u wel. Geen andere vragen? Dan stel ik voor dat we naar de zijde van het college gaan. Wethouder Walder. De heer Walder: Dank voorzitter. Het amendement heeft een aantal punten, een aantal besluiten die ik probeer allemaal te behandelen. Laat ik even beginnen met dat we ook fijn is dat we af toe weer naar elkaar toegroeien.

Zou ik richting de indienen willen zetten. Want de provincie gaat ook wachten op de nieuwe geluidsnormen. De provincie moet wachten als zij zelf windmoleninitiatieven beoordelen op de nieuwe geluidsnormen. De bestaande geluidsnormen die tot nu toe gebruikt werden, die zijn door de Raad van State om zeep geholpen. Die mag je niet meer toepassen. Dat betekent dat er nu geen wettelijke norm is waar je een windmoleninitiatief kan toetsen. Zolang er geen wettelijke norm is kun je dus niet toetsen. Dus iedereen is juridisch gedwongen om te wachten op de nieuwe geluidsnorm die gaat komen. Dus helemaal eens. Ook eens met de heer De Niet. Wij moeten als gemeente laten zien dat wij ons best doen. Dan gaat het niet om deadlines van een 1 januari of 2 januari. Wij moeten ons best doen om te laten zien dat wij ons RES-bod willen realiseren, dat wij daar stappen in maken, dat wij participatieprocessen gaan voeren. Dan krijg je van de provincie ook gewoon de ruimte. Iemand vroeg u heeft u dat zwart op wit? Dat heeft u niet. Maar ik ben het wel met u eens want dat is ook het gevoel dat ik heb in de relaties met de provincie.

De vraag is dan natuurlijk ook, valt het niet aanwijzen van een zoekgebied of het hele gemeente aanwijzen van een zoekgebied, valt dat nog onder je best doen? Ik heb me net moeten verdedigen over de inschatting dat de provincie zegt, wij nemen dit zoekgebied niet zo heel serieus. Ik zou hem ook even willen omdraaien, want de indieners stellen hiervoor om de hele gemeente als zoekgebied aan te wijzen. Mijn vraag is dus aan de indieners, kunnen de indieners de rest van de raad geruststellen dat de provincie hier akkoord mee gaat en hebben zij dat zwart op wit van de provincie? Het is jullie plan. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel voorzitter. Volgens mij hebben we die discussie net ook al gevoerd. Het lijkt me niet heel zinvol om die discussie helemaal opnieuw te gaan voeren. Die hebben we net zomin als u heeft, dat de provincie daar niet mee akkoord zou gaan. Volgens mij heeft een welles nietes spelletje niet zo heel veel zin, want de provincie is hier gelukkig niet in de raadszaal. Wij gaan over onze eigen gebieden grotendeels en die regie moeten we vooral zo houden. Laten wij daar de keuzes in maken. Dan informeren we de provincie wel. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Kleine Schaars.

29 De heer Kleine Schaars: Voorzitter even ter ondersteuning van mijnheer De Niet. Volgens mij zegt hij daar een hele goede. Volgens mij zijn wij het hoogste orgaan. Geven wij een besluit af. Met dat besluit vragen wij het college iets uit te voeren. Volgens mij is het de omgekeerde weg. Misschien dat de portefeuillehouder dat weer wil omdraaien, maar volgens mij is dat de correcte weg. De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Ik ben gewend dat degene die een voorstel indient ook verantwoordelijk is om de effecten daarvan te beschrijven. Als wij dat zijn, mag u dat van ons vragen. Als iemand anders een tegenvoorstel doet, dat is prima hartstikke goed. Maar dan vind ik dat die indieners ook moeten kunnen garanderen dat het niet leidt tot onoverzichtelijke problemen. Ik realiseer mij voorzitter dat ik niet alle punten even correct heb doorgelopen. Het voorgestelde beslispunt 1 prima. Geen bezwaar tegen. De toevoeging hierbij is om ook na 1 januari 2024 de ruimte te vragen van de provincie, zolang wij geen toetsingskader hebben. Ik wil u erop wijzen dat wij in onze beslispunt 3 ook geen einddatum hebben gesteld. Omdat ook daar staat de provincie te vragen geen vergunningaanvragen in behandeling te nemen voordat wij een gemeentelijk toetsingskader hebben vastgesteld.

Dus ik denk dat het ligt tussen wat er voorgesteld is door het college en wat u voorstelt niet heel groot is. Punt 2 hebben we het over gehad, ontraden wij. Punt 3. We willen starten met een gebiedsproces waarbij de inwoners van Deventer en belanghebbenden betrokken worden met als doel te komen voor toetsingskader. Hartstikke goed. Dat is volgens mij het in andere woorden opschrijven van de beslispunt 2 die er ligt. Geen bezwaar tegen dus. Als het gaat om een ruimtelijke visie en het moet geen woordenspel worden, want ik ben het eens met de heer De Niet, we moeten verder gaan specificeren wat wij nu eigenlijk willen met wind en hoe. Het college zou zeggen we hebben daarbij geen behoefte aan een visie, maar aan beleid. Wij willen een vergunningaanvraag ergens aan kunnen toetsen. Die toets je aan beleid en in mindere mate aan een visie. Maar het is ook even de vraag of dit woordenspel belangrijk genoeg is om te zeggen ontraden. Als we uiteindelijk toch toe willen naar hetzelfde, namelijk meer duidelijkheid en meer helderheid hoe wij met elkaar in deze gemeente om willen gaan windinitiatieven. De voorzitter: Voldoende? Ja? De heer De Niet nog. De heer De Niet: Dank u wel voorzitter. Nog wel twee punten. Als ik het hoor, dan is eigenlijk alleen de tweede bezwaarpunt een bezwaar.

Ik kan overwegen om die te schrappen, dan hebben we nog een ander amendement om daar over de stemmen, dat is dan misschien verstandig. Hoor ik dan in ieder geval niet ontraden. Er was nog iets, even kijken wat ik wilde zeggen maar dat is mij even ontschoten. Oh ja die datum. Die staat wel namelijk in de toelichting. Daar staat die dreiging van de provincie gaat het op 1 januari 2024 overnemen. Dus daarom is het belangrijk om die toe te voegen aan het beslispunt. De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Klopt het is de datum die de provincie genoemd heeft. Wij hebben die in ons verzoek aan de provincie om ons de ruimte te geven niet gevolgd. Maar nogmaals, het punt is prima. Misschien expliceert het juist ook dat wij de provincie ook nadrukkelijk vragen na 1 januari die ruimte te hebben. Dus laten we elkaar daar in de hand schudden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Evers nog? Ga uw gang. De heer Evers: Eventjes nog. Ik hoorde de heer De Niet zeggen misschien punt 2 schrappen, maar het gaat erom dat dit nieuwe amendement ten opzichte van het oude komt. Dan als punt 2 geschrapt wordt, dan is dat punt niet meer in het amendement opgenomen terwijl dat het wel in het oude amendement zit. Namelijk dat we beginnen met een zoekgebied aanwijzen en daarna een toetsingskader gaan maken. Dan halen we dat zoekgebied uit dit amendement.

Dus ik vraag me af of dat goed gaat, maar dat geef ik hem even ter overweging mee.

30 De voorzitter: We gaan straks schorsen en dan kan dit soort dingen technische zeg maar ... wethouder Walder. De heer Walder: Ik wil de heer Evers even bedanken voor zijn alertheid. Want het feit dat je ergens uitschrapt dat je de hele gemeente gaat aanwijzen en tegelijk er ook uit schrapt om het zoekgebied aan te wijzen, dan besluit je dus helemaal niets. Dat is misschien nog wel erger dan de hele gemeente aanwijzen als zoekgebied. Dus u heeft volledig gelijk dank voor die attentie. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Voorzitter daar wil ik wel een kanttekening bij plaatsen. Want ook hierover is in de raadstafels gesproken. Toen is ook meermalen gezegd eigenlijk is het een overbodig punt. Dus dat hele eerste beslispunt van het herbevestigen van iets wat we al blijkbaar hadden staan, eigenlijk is dat gewoon overbodig. We gaan ook niet voortdurend al het beleid wat we al hebben gaan we voortdurend lopen herbevestigen, want het beleid hebben we al. Dus het onderstrepen van dit soort dingen van bestaand beleid volgens mij is dat sowieso een overbodig punt. Is dus de schade als het wordt geschrapt niet zo heel erg. De voorzitter: Wethouder Walder in de laatste instantie. De heer Walder: Maar dat is natuurlijk niet helemaal zo, zou ik richting de indieners willen zeggen.

Want de indiener geeft aan het staat er eigenlijk al in de Omgevingsvisie dus je hoeft hem niet te herbevestigen. Maar het feit dat het zoveel onrust veroorzaakt als we dit willen herbevestigen, geeft misschien wel aan dat er toch een uitspraak verwacht wordt over een zoekgebied. Want het is niet omstreden, blijkbaar zoals het in de Omgevingsvisie staat. Dus vandaar dat we gevraagd hebben ook richting de provincie, we willen het woord zoekgebied gebruiken, we willen daar ook een gebied voor aanwijzen. Dat willen we richting de provincie indienen. De voorzitter: Ik stel voor, laatste instantie en dan gaan we echt door. De heer De Niet: Dank u wel voorzitter dat ik nog de gelegenheid krijg. Ik wil daar nog wel één ding over zeggen inderdaad. Want het feit dat er onrust ontstaat over het feit dat je beleid bevestigt, geeft misschien wel aan dat dat je dat beleid ook ter discussie moet stellen. Dat misschien dat beleid ter discussie moet durven stellen in het proces. Dus ook echt openstelt voor input die je krijgt van inwoners tijdens dat proces. Door dat bij voorbaat al die mogelijkheid dicht te zetten, daarmee frustreren wij eigenlijk het proces. Dus ik denk dat het gewoon voordelig is om dit besluitpunt te schrappen, want daarmee gaan we een opener gesprek aan met onze inwoners. De voorzitter: Waarvan akte. Dan gaan wij over naar de moties.

We beginnen met de motie vormgeving proces en participatie- en communicatieplan van ChristenUnie en Deventer Belang. Wie gaat deze motie toelichten? De heer De Niet, gaat uw gang. De heer De Niet: Ik dacht, ja, even pauze maar dat is er dus natuurlijk niet bij. Het gaat over de motie participatie. Oh ja, nou, er is achter de schermen best wel veel overleg geweest om deze motie ook samen te voegen en voor te bereiden. Wat uiteindelijk belangrijk is die ook de, als je terugkijken naar die windverkenning die eerder mislukt is en de onderzoeken die daarna zijn gedaan, de aanbevelingen die Bureau Buhrs ook heeft gedaan over het vervolgproces, als je die legt naast de manier waarop we nu zijn begonnen, ja, eigenlijk denk je: hoe kan dat? Daar dan, ik was daar zeer verbaasd over. En we zijn net gestart zonder die aanbevelingen goed ter harte te nemen en daarmee hebben we een valse start gemaakt en ook daarmee de communicatie naar de omwonenden schiet behoorlijk tekort. En dat heeft ook te maken met het onduidelijk is hoe die belanghebbenden eigenlijk betrokken gaan worden. Dus we zeggen het wel, we spreken het wel uit, we betrekken de omgeving, maar hoe dan? En dat is juist belangrijk. Het moet duidelijk zijn op welk moment je je zorgen kan uiten, hoe je wordt, hoe bewoners, maar ook welke rol de raad heeft in het proces.

En daar zijn gewoon middelen voor, kun je een participatieplan voor schrijven, dat vragen we ook van de initiatiefnemers voor andere ruimtelijke initiatieven, laten we dat zelf dan vooral ook doen. En dus stel zo'n participatieplan op en een communicatieplan op en ga aan de

31 slag. Even kijken hoor, of dit, dit zijn, oh dat is alleen een lijstje. Ja, ik was even in de war, dacht er staat toch veel meer tekst in mijn of in ons amendement, motie. Maar dat klopt. De voorzitter: Oké. Voldoende? Reacties uit de zaal, reacties uit de raad. De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Dank u voorzitter. We hebben het de afgelopen maanden heel veel over participatie gehad, het is het heilige wondermiddel lijkt wel. Als hier geparticipeerd gaat worden, wat gaat dit opleveren? We hebben al 150 inwoners hier in de zaal gehad die allemaal ingesproken hebben, allemaal tegen zijn. Niemand wil zo'n molen in de achtertuin hebben, het NIMBY-effect wellicht. Maar wat zou dit gaan opleveren, dat participatieplan? De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, kleine correctie op wat de heer Zuijdam zegt: ik heb niet alleen maar inwoners gehoord die tegen zijn, ik heb ook wel degelijk inwoners gehoord die voor zijn en groot voorstander zijn. Ik heb ook inwoners gehoord die voor zijn maar wel zorgen hebben. En volgens mij het nadeel van de inspraak zoals we die tot nu toe hebben gehad, dus we zijn eigenlijk, we hebben nog niks met die inspraak kunnen doen. En inspraak is maar een heel eenzijdige vorm van participatie, er zijn heel veel andere vormen van participatie die veel effectiever en productiever zijn.

En uiteindelijk is het doel luisteren naar de zorgen die er zijn, die wil je meenemen en wegen, zorgvuldig wegen om tot een goed toetsingskader te komen. Dus het doel is volgens mij een goed toetsingskader vast te stellen waarin de zorgen zijn gewogen en meegenomen en op een zorgvuldige manier. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Dank u voorzitter. Ja kijk, die molens die hebben een bepaalde hoogte en daar hebben toch gewoon heel veel mensen toch echt wel problemen mee, dat mag wel heel erg duidelijk zijn. Voor de slagschaduw, het geluid, chemisch afval wat ervan af schijnt te komen. Denkt u dat door participatie dat wij dan als gemeenteraad dan de regels zo moeten gaan aanpassen dat we dat dan gaan veranderen? Want we hebben het hier wel over windturbines van 220 meter. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel voorzitter. De in de, ja kijk, dan eigenlijk gaat u in op de inhoud van het toetsingskader, volgens mij is dat veel te vroeg, dat moet uit het proces komen. En het is niet op voorhand, ga ik me niet helemaal, ga ik niet vastleggen wat er precies in moet komen en welke afstanden redelijk zijn en wat wel, welke normen er precies zijn.

We krijgen die gezondheidsnormen komen erbij, maar we hebben ook nog andere keuzes en afwegingen te maken over ons landschap, wat we wel en niet acceptabel vinden, of een huis gelijk is aan een hele wijk, dat soort keuzes die moeten we maken. En dat zit in het toetsingskader, daar wil je je inwoners bij betrekken op een zorgvuldige manier en daar door een participatieplan op te stellen, één, kun je vaststellen op welk niveau in de participatieladder je wil gaan zitten, er zijn verschillende keuzes te maken. Minimaal adviserend, zou ik zeggen, maar misschien nog wel hoger. En welke partijen daarmee in gesprek gaat. Dat doen we ook, hebben we ook gedaan recent voor de woonvisie bijvoorbeeld, hebben we ook eigenlijk een, ja, een startnotitie met een participatieplan eigenlijk: met wie gaan we allemaal praten en wanneer mag de raad meedoen en wanneer mag de raad niet meedoen, wanneer kunnen de bewoners, belanghebbenden, input leveren en op welke momenten? En aan het eind hebben we nog steeds de formele inspraak en besluitvorming, maar het proces daarvoor is dan al wel gewoon doorlopen en als het goed is, is er veel eerder input mogelijk en veel meer gesprek over zorgen en oplossingen. Dat is het doel. De voorzitter: De heer Zuijdam.

32 De heer Zuijdam: Ja, ik begrijp dat hele verhaal van participeren, dat begrijp ik heel erg goed en dan komen er allerlei zorgen naar voren, maar op deze manier participeren, ja, ik verwacht gewoon dat het een uitgestelde teleurstelling wordt. De voorzitter: De heer De Niet, laatste instantie over dit onderwerp. De heer De Niet: Ja, volgens mij, kijk, er is gewoon een noodzaak om ons RES-bod serieus te nemen, daar is wind ook een onderdeel van. Dat moeten we serieus onderzoeken, dat verwacht de provincie ook van ons, of wij, hoe we dat zouden kunnen realiseren. En dat moeten we, die plicht hebben we ook, die moeten we ook serieus onderzoeken want anders gaat die provincie dat echt overnemen. Als wij nu zeggen: nou, laat maar, we gaan helemaal niet beginnen. Nee, we moeten dat zorgvuldig onderzoeken en dan vind ik en mijn partij en ik denk mede-indieners ook vind ik het belangrijk dat we daar onze inwoners zorgvuldig, ja, de ruimte geven om mee te praten, mee te participeren, mee te denken over wat er in dat toetsingskader moet komen. De voorzitter: De heer Zuijdam en dan gaan we door naar het volgende punt. De heer Zuijdam: Als wij ons RES-bod echt stand gaan houden zal dat moeten middels hele hoge windturbines waar echt heel veel mensen last van hebben. En hoeveel je ook participeert of niet, ze zullen er dan moeten komen.

Dus vraag ik mij echt al: wat is dan de toegevoegde waarde van de participatie? Dus daar blijf ik dan inderdaad bij. De voorzitter: De heer Akdemir en dan gaan we naar de heer Kleine Schaars. Nee, we gaan, mijnheer staat al een tijd te wachten. We gaan ongetwijfeld ook hierop door. De heer Akdemir: Dank voorzitter. Hij staat aan, ja. Ik maak me zorgen over de laatste bullet van uw dictum want u wil iedereen persoonlijk contacteren middels een persoonlijk brief maar hoe wilt u dat organiseren als wij bijvoorbeeld zo meteen het nieuwe zoekgebied als het clustergebied aanwijzen of de hele gemeente, gaat dan iedereen een brief krijgen? Hoe gaat u dat organiseren? De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Laten we daar het college vragen hoe ze dat gaan organiseren. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja, ik had nog een vraag aan de heer Zuijdam, mijnheer voorzitter, want ik zou wel willen weten hoe de VVD dan zou willen participeren met onze inwoners en stellen zij participeren gelijk aan gelijk krijgen? De voorzitter: De heer Zuijdam.

De heer Zuijdam: Nou ja, dat vind ik sowieso altijd wel een probleem: wat is dat participeren nou en wat betekent het nou? En dat is dus ook precies waar ik nu om vraag want voor mij is het echt een groot raadsel en daarom vraag ik ook: wat is de toegevoegde waarde? Want ik zie als op het moment dat er hele grote regels worden toegepast vanuit de provincie waar wij ons dan maar zogenaamd aan zouden moeten gaan houden en ook al aan het RES-bod wat we gedaan hebben, dan kun je participeren tot je een ons weegt en dan kun je mensen laten praten: ja, ik vind het niet leuk, maar dan moet het er nog steeds gaan komen. Dus wat is dan de toegevoegde waarde van participeren? De voorzitter: De heer Kleine Schaars.

33 De heer Kleine Schaars: Nou, ik probeer hem nog een keer te herformuleren. Denkt u dat participeren gelijk is als gelijk krijgen? Want participeren is dat je met je inwoners praat, dat wil niet zeggen dat je dan vervolgens geen windturbine zou kunnen krijgen, maar het gaat erom: wilt u met uw inwoners in gesprek om te kijken van waar hebben we, hoe we het willen doen, welke kaders, welke trechtering, dat soort dingen. Of wilt u helemaal niet met hen participeren? U gaat als raad met hen in gesprek. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Het merendeel van de inwoners die ik gesproken heb die wil überhaupt die windmolens niet. Dus ja, dan kun je erover gaan vragen of ze roze, blauw, groot, klein of dwars moeten worden, dan blijft het verhaal hetzelfde. Dus wat is de toegevoegde waarde? Dat kan ik ook aan u vragen. De voorzitter: Punt, wat mij betreft is het helder. We gaan door naar de volgende motie, ja. Nee, we gaan naar de reactie van het college op deze motie. De heer Walder: Ja, dank u wel voorzitter. Het college heeft goed nieuws en slecht nieuws. Goede nieuws is bullet punten één en twee kunnen we onderschrijven, kunnen we volgen, die geven eigenlijk een nadere richting of nadere duiding over wat precies verwacht wordt en onderdelen van participatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13294269/1