2023-07-12 Transcript Raadsvergadering Voorjaarsnota Gemeente Deventer
Tekst van het document
Dat is prima, maar ik vind wel dat als we het hebben over argumentatie voor en tegen, dat we het wel bij de feiten moeten houden. Dus niet moeten impliceren dat deze woningen op de markt komen en ook niet onder het beheer van een woningbouwcorporatie. De voorzitter: De heer Van der Linde. De heer Van der Linde: Daar heb ik met wethouder De Geest over gesproken. Het zijn wel 34, 35 woningen en ik ben het met u eens dat het wel voor een specifieke doelgroep is. Maar het zijn wel 34, 35 woningen die mensen
65 hoeven elders geen woning meer te zoeken. Dus ook de wethouder De Geest heeft mij verzekerd, ja je mag zeker dat argument gebruiken dat het een bijdrage levert aan de woningnood. Dus bij deze. De voorzitter: Wij gaan naar de zijde van het college. Wethouder Duursma. Mevrouw Duursma: Dank u wel voorzitter. Het college draagt klooster Sion een warm hart toe. Dat blijkt ook uit de steun die we reeds bieden aan Nieuw Sion. We zijn uiteraard bereid om met Nieuw Sion het gesprek aan te gaan over de mogelijkheden en onmogelijkheden van het verstrekken van een subsidie of een lening voor het verduurzamen en of energievoorziening van het kloostercomplex. Hebben we wel een aantal aandachtspunten bij. Het gesprek zal worden gevoerd binnen de bestaande gemeentelijke kaders. Zoals bijvoorbeeld het beleidskader verlenen van garanties en verstrekken van geldleningen én de actuele uitzonderingen hierop. Ook de reeds bekende regelingen van derden, zoals de regiodeal worden daar wel in meegenomen, dus we kijken breed. Ook de bevindingen zullen gericht zijn op de mogelijkheden en onmogelijkheden die de verschillende gemeentelijke kaders en regelingen van derden bieden en de hiermee samenhangende vervolgstappen. U draagt het college hierbij op om de bevindingen van het gesprek ruim voor de begroting te delen met de raad. We verwachten dat we dat kunnen.
Er werd nog gevraagd of wij een ontoelaatbare staatssteun of het dat zou zijn. Dat is dus afhankelijk van het onderzoek en dat zullen we meenemen net zoals het precedentwerking. Ook daar kijken we naar en daarom zijn de beleidskaders van de gemeente hier ook belangrijk in. Ook als het een lening kan zijn, is Sion dan bij machte om het terug te betalen? Het is inherent als dit kan en het is een lening, dat je dan ook afspraken maakt over terugbetalen. Ik heb ook goed geluisterd naar de opmerkingen die rondom woningbouw zijn gedaan. Ook gaan we natuurlijk kijken of dat tot mogelijkheden behoort, of we daar wel of wat niet wat in kunnen. Maar daarmee houden we het gemeentelijk beleid in ieder geval goed bij de hand. De voorzitter: Dank u wel. Reactie nog? De heer Schuring. De heer Schuring: Voorzitter dank. Vat ik u goed samen als u zegt u kunt deze motie uitvoeren. Al die vragen die hier tijdens het debat aan de orde zijn gesteld over staatssteun, precedentwerking en dergelijke. Dan komt u met een raadsmededeling later als u in gesprek bent gegaan, terug naar de raad. Aan de hand daarvan kunnen we bespreken of we in welke vorm dan ook een steun aan Nieuw Son geven. Vat ik dat zo goed samen? Mevrouw Duursma: Ik had het niet beter kunnen doen. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende? Dank u wel. Dan gaan we naar de Visie Wonen, Werken, Recreëren en Industrie van Deventer Sociaal.
Mevrouw Schmidt u heeft het woord. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel voorzitter. Voorzitter de essentie van dit voorstel gaat over het beschermen van onze inwoners tegen gezondheidsrisico's op plekken waar zij wonen, werken en recreëren. In Deventer, maar ook in heel Nederland is er steeds meer aandacht voor de verschillende aspecten van een gezonde leefomgeving. Bij het creëren van een gezonde leefomgeving past dat wij nadenken over wonen, werken en recreëren vlakbij industrie. Wat betekenen de afwegingen die wij maken voor de leefomgeving van inwoners? Hoe garanderen we een gezonde leefomgeving, een fijne plek waar inwoners zich thuis mogen voelen? Voorzitter, u begrijpt dat de landelijke ontwikkelingen een rol spelen bij dit voorstel. We hebben dan geen Chemours of Tata om de hoek wel hebben we op onze bedrijventerreinen op steenworp afstand van woonwijken nog steeds industrie die schadelijke stoffen uitstoot, geluid en geur produceert. We volgen met deze visie het advies van de GGD om na te denken over onze openbare ruimte en hoe we onze inwoners kunnen verzekeren van een gezonde toekomst. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Er zijn geen mede-indieners, vragen vanuit de raad? Niemand? Dan gaan we naar de zijde van het college. Wethouder De Geest. Mevrouw Zieverink gaat uw gang.
66 Mevrouw Zieverink: Dank voorzitter. Ik was even benieuwd. Er wordt heel specifiek gesproken over industrie. Wat is de definitie zoals we daarnaar kijken? Wat zijn eventuele beperkingen? De reden van deze vraag is gaat het niet over de luchtkwaliteit, de gezondheid voor inwoners in de brede zin. Wat sluiten we mogelijk wel of niet uit? De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Volgens mij gaat het in onze motie niet alleen over industrie, over bedrijvigheid ook. Maar niet alleen over industrie. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Even uit mijn hoofd, maar in het stukje de raad draagt het college op, lees ik volgens mij alleen industrie. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Even kijken hoor. Industrie daar bedoelen we niet alleen de fabrieken mee, maar bijvoorbeeld ook transport en bedrijvigheid. Dus het is breder dan alleen industrie. De voorzitter: Voldoende? Mevrouw Zieverink: Ja voor dit stuk dank voorzitter. Wij zouden dat dan ook graag op die manier aangepast zien. De vraag is ook en dat relateert ook eigenlijk aan het stukje focus op luchtkwaliteit of is dat breder? Omdat de GGD-richtlijn breder is. Maar dat stappenplan specifiek heeft over luchtkwaliteit? Mevrouw Schmidt-Versteeg: Nee. Breder dan dat. De voorzitter: Oké, nog een punt? Mevrouw Zieverink: Natuurlijk.
De definitie dichtbij en wij vroegen ons af wat kunnen we daaronder verstaan voordat we daar weer discussie over hebben. De voorzitter: Vijf kilometer denk ik. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Volgens mij gaat het daar om de MER-normen. De voorzitter: De heer Donkers. De heer Donkers: Dank voorzitter. Misschien een beetje een retorische vraag, maar zou het college ons kunnen meenemen in hoeverre de Omgevingswet de zorgen van Deventer Sociaal al ondervangt in de Omgevingsvisie, in het Omgevingsplan, in de beleidsregels die door de raad zijn vastgesteld. De voorzitter: Gaan we zo vragen. Voldoende? Dan gaan we naar de zijde van het college. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Mag ik nog reageren op de heer Donkers? De voorzitter: Ja sorry mag nog wel. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Mijnheer Donkers in een reactie op uw vraag, de Omgevingswet gaat iets doen, maar die gaat richting geven. De voorzitter: Dan wethouder De Geest.
67 De heer De Geest: Dank u wel voorzitter. Voorzitter even in reactie op de motie, maar ook ik denk de vraag van de heer Donkers en daar kom ik eigenlijk al vrij snel op dan. Het college ontraadt u als raad deze motie. Want de motie die vraagt om een visie op toch wel een zeer complex onderwerp dat ook echt veel raakvlakken heeft met al lopende onderwerpen en trajecten. De lopende onderwerpen zijn dan onder andere de uitwerking van de denkrichtingen die we aan u hebben voorgeschoteld voor het traject Wonen, Ruimte, Stad dus onze woningbouwopgaven. Het Perspectief Ruimte voor Werken. De implementatie van de Omgevingswet, de herijking van de Omgevingsvisie. Het opstellen ook en daar heb ik vorige week ook in de raadstafel bij de gezondheidsnota naar verwezen, van het Omgevingsprogramma Gezondheid. De uitvoering van de visie Leefomgeving en het gebiedsgericht werken. Het aannemen van deze motie voor een dergelijke visie heeft dan het risico in zich dat er dan weer een extra visietraject doorlopen gaat worden. Waardoor we juist ook het overzicht op alle ontwikkelingen, maar ook veel van de trajecten die ik net al schetste en de ambities, de bijbehorende consequenties en ook de verschillende stappen die we zetten, dat we die uit het zicht zien raken. Dat neemt dus niet weg dat het geen onbelangrijk onderwerp is. Mevrouw Schmidt haalt hier echt een belangrijk onderwerp aan.
Maar de essentie van de motie die ze hier indient kan en wordt dan al wel degelijk dus gewoon meegenomen bij de lopende trajecten die ik net schetste. Dus wat betreft het college door dus nu weer een separate visie te maken en daar dus ook heel veel energie en capaciteit in te steken. Notabene dan voor eind 2023, zoals u ook formuleert dat is nogal enig tempo voor een visietraject. Zetten we eerder een stap terug. Maar u merkt ook mijn opmerking zit hem niet in de tijd, want als ik hem een jaar opschuif, doet het niks af aan de opmerkingen die ik net maakte met betrekking tot allerlei dingen die we eigenlijk al aan het doen zijn vanuit een belangrijk onderwerp. Daarnaast geldt dus dat ook een visie inwoners geen garantie biedt voor een gezonde leefomgeving of ruimte voor te werken. Zoals je in visies niet kunt wonen, word je van visies ook niet gezonder. De crux is dat we meer energie en capaciteit gaan besteden dan in de uitwerking van visies. Dan dat we in uitvoeringsprogramma’s en juridisch binnen de regels zouden steken en dat achten wij toch veel verstandiger. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Voorzitter we proberen juist om duidelijkheid te krijgen.
Want het is nu verspreid over verschillende programma's en alleen al het feit dat er drie verschillende raadsadviseurs en ambtelijke ondersteuning hebben moeten kijken onder welk programma deze moties nu het beste zouden thuishoren zegt volgens ons wel genoeg over hoe complex het is. Hoe verspreidt het is en hoe lastig het is voor ons als gemeenteraad om in al die verschillende programma's te zien wat we doen om de leefomgeving goed te houden voor onze inwoners. Dus het is niet de bedoeling om nog een visie op een visie te maken. We zijn eigenlijk aan het zoeken naar, ik vergelijk het maar met een verbindend kader uit het sociaal domein. Dat is eigenlijk waar we naar op zoek zijn. Om voor iedereen, voor de hele raad ook te snappen waar zijn we in welk programma nu mee bezig? En hoe past alles in elkaar? Hoe kunnen wij vervolgens als raad bepalen of we het goede doen? Zonder nu al te zeggen we moeten minder industrie, we moeten minder dit, we moeten minder dat. Het gaat er puur om wij zien door de bomen het bos niet meer. Misschien geldt dat voor onze collega's ook wel. Dan zou het ons erg helpen als we er gewoon één visie van maken. Als u liever hebt dat wij het zeggen het verbindend kader. Wonen, recreëren, industrie. Vind ik dat ook prima. Het maakt me niet om de titel, het gaat me erom dat wij snappen wat er gebeurt op dit moment. De voorzitter: De heer De Geest.
De heer De Geest: Ik snap uw vergelijking met het verbindend kader ergens wel, want dat kwam bij mij ook op als voorbeeld. Tegelijkertijd weet ik ook vanuit het sociaal domein en de gesprekken die daar ook vaak gevoerd worden, dat ook het verbindend kader niet altijd dat overzicht helpt bieden. Dat is precies waar we hiervoor proberen te waarschuwen. Want dat is juist de essentie van veel van de discussies die we in het sociaal domein met elkaar voeren. Echt vanuit die versnippering die er gewoon is, omdat veel zaken denk ik vanuit visie die we al hebben, maar ook vanuit hoe we het tegenwoordig ook zien aan elkaar verbonden zijn. Dat is nu eenmaal zo. Dat is hier ook zo. Dat was ook het gesprek wat we vorige week bijvoorbeeld in de raadstafel hebben gevoerd.
68 Toen er ook inderdaad raadsleden vanuit deze raad ook begonnen over hoe zeg maar de openbare ruimte in dit geval zich verhoudt, ten opzichte van ons gezondheidsbeleid. Maar ook in dit geval de directe leefomgeving en bedrijvigheid in die omgeving. Daarvan heb ik toen ook aangegeven dat ik dat erkende. Dat het college dat ook erkent dat dat complex is. Het is aan ons om u daar denk ik af en toe ook gewoon te helpen in dat overzicht. Wij achten wat u hier voorstelt in ieder geval niet het instrument. Dus dit ontraden we echt. Waarbij we best uw zoektocht snappen. Maar dat moet je denk ik op een andere manier doen. Ik denk ook misschien via een ander gesprek dan dat we dat nu doen via een visietraject zoals u voorstelt. De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Volgens mij is de Omgevingsvisie dat verbindend kader wat het zou moeten zijn, dat wordt herijkt of gaan we herijken. Volgens mij is het heel mooi om daar een thema, programma of hoe dat ook precies heet in de Omgevingsvisie. Luchtkwaliteit of leefomgeving hoe we dat precies gaan noemen in op te nemen en niet nu te starten met een visie. Ik vraag me af, ik weet niet of deze wethouder die informatie heeft, maar volgens mij zou het heel mooi zijn om in de herijking van de Omgevingsvisie dit gewoon als hoofdstuk noem ik het maar even op te nemen.
Ik vraag me af hoe het college daartegen aankijkt al weet ik dat dat niet de portefeuille de heer De Geest is. De voorzitter: De heer De Geest als vervanger van de wethouder Ruimtelijke Ordening. De heer De Geest: Ja en dit raakt zelfs ook voor een deel de portefeuille van de heer Walder natuurlijk ook vanuit Bedrijvigheid wat hier natuurlijk nadrukkelijk genoemd wordt. Maar het raakt ook mijn portefeuille vanuit Gezondheid. Ik heb vorige week ook aangegeven wij gaan ook aan de slag met een omgevingsprogramma gezondheid. Dus daar komt het natuurlijk ook voor een deel weer terug. Het gesprek wat we ook met elkaar kunnen voeren. Dus volgens mij is dat in ieder geval het gesprek wat op de rol staat voor de komende tijd. De voorzitter: De heer Jansen. De heer Jansen: Dat was ongeveer ook mijn vraag, Omgevingsvisie of kunnen we het op een andere manier terugkrijgen? Dan is wel de vraag wanneer? Want kijk we hebben natuurlijk ook plannen lopen Roto bijvoorbeeld en dergelijke. Het is wel daarop toepasbaar dat we daar goed beslagen ten ijs komen. Het zou wel helpen als we daar wat voor denk ik, wel praktisch wat meer informatie hebben over wat de GGD ook adviseert om een visie te maken op wonen en industrie. De voorzitter: De heer De Geest. De heer De Geest: Termijn kan ik daar niet direct noemen.
Maar ik weet wel dat dit gaat natuurlijk gelden vanuit Omgevingswet vanaf 1 januari aanstaande, wij gaan dat traject nu starten. Voor wat betreft dat omgevingsprogramma ook op het gebied van gezondheid. Dus dat gaat lopen. Maar de precieze termijn daarin heb ik even niet bij de hand nu. De voorzitter: Voldoende over deze motie? Dan gaan meteen door met de motie Gezonde leefomgeving ook van Deventer Sociaal. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel voorzitter. Voorzitter de kern van dit voorstel gaat over het bundelen en integraal benaderen van data over de gezonde leefomgeving. Het ontwikkelen van een monitor gezonde leefomgeving past binnen de besluitvorming en geeft richting aan besluiten die de gezonde leefomgeving van inwoners kunnen garanderen. In het sociaal domein hebben we al jaren de monitor die zorgt voor verbinding in al het losstaande beleid en alle afzonderlijke informatie die voor onze afweging beschikbaar is. Dit voorstel helpt onze raad de komende jaren te werken aan een gezonde leefomgeving voor alle inwoners en past volledig bij de gedachte achter de Omgevingswet. De leefomgeving is complex en het fysieke domein bestaat uit verschillende
69 facetten die de gezondheid van inwoners kan bevorderen of juist beperken. Om deze jaarlijks in kaart te brengen en te delen in onze gemeente is een noodzakelijke beweging in een gezonde leefomgeving voor alle Deventenaren. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Schmidt. Reacties vanuit de raad? Niemand? Gaan we naar wethouder De Geest. De heer De Geest: Ik had eigenlijk kunnen blijven staan. Het college ontraadt u ook eigenlijk deze motie. Ook hier weer niet omdat we niet erkennen dat dit een belangrijk thema is inderdaad allesbehalve. Zeer terecht dat we het erover hebben wat we ook bij gezondheidsnota natuurlijk doen. Maar er zijn al diverse manieren waarop op dit moment gezondheid en de daarmee samenhangende parameters ook op het vlak van milieu worden gemonitord. Een extra meetinstrument of een extra moment maakt daarbij de boel ook niet per definitie overzichtelijker. We voegen dan een extra instrument toe aan de bestaande monitoren. Zoals bijvoorbeeld de reguliere nu vierjaarlijkse gezondheidsmonitor van de GGD, die we ook al eens met u als raad uitvoerig hebben besproken, zoals dat ook gaat ook met de GGD er dan bij. En de tweejaarlijkse vragenlijsten die bijvoorbeeld onze eigen afdeling Kennis en Verkenning hanteert.
Om nog een voorbeeld te noemen, bijvoorbeeld in het kader van het Schone Lucht Akkoord wordt bijvoorbeeld ook de luchtkwaliteit gemonitord met het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit. Ook dat zijn zaken die dan ook voor Deventer van toepassing zijn, in beeld worden gebracht en ook gepubliceerd worden. Wij achten het dus ook bijvoorbeeld bij deze niet realistisch om dat bijvoorbeeld te verhogen, om dat vaker te doen dan de tweejaarlijkse cyclus die daarvoor geldt. Dus zoals ik nu aangeef in ieder geval we doen dus al het nodige. In het kader van de Omgevingswet zal besluitvorming straks al gebaseerd moeten worden dus ook op een brede afweging waarin ook gezondheidsaspecten moeten worden meegenomen. Het college zal daarnaast als gevolg ook van de recent door uw raad aangenomen motie integraal beleid = integraal afwegen, dat ging over zeg maar de impact van bepaalde aspecten in de leefomgeving op gezondheid bij toekomstige raadsvoorstellen en relevante raadsvoorstellen en expliciet te maken wat de potentiële effecten zijn daarop. Daarover hebben we ook aangegeven nog het gesprek met u te gaan voeren als raad. Hoe we dat op die manier ook kunnen uitvoeren en ook eventueel wat daarbij nodig is. Dus dat gesprek willen we ook nog steeds met u voeren. Dat lijkt me ook zeer belangrijk.
Daar kan eventueel ook wel uitkomen dat we met elkaar wat scherper krijgen in wat er in beeld is op een bepaald moment wat we nodig hebben. Ook in ieder geval wat u nodig heeft als raad om bepaalde keuzes te kunnen maken. Maar de motie zoals hem nu voorstelt, die ontraden wij. De voorzitter: Mevrouw Schmidt? Mevrouw Schmidt-Versteeg: Voorzitter, dan ga ik me even beraden met mijn fractie. Maar ik verwacht dat we de motie wel gewoon in stemming brengen. Dank u wel. Programma 6: Herstructurering en vastgoed De voorzitter: Uitstekend. Dan gaan we naar Programma 6 de verduurzaming van het vastgoed. Woordvoerder is de heer Akdemir begrijp ik. Gaat uw gang. De heer Akdemir: Dank voorzitter. Voorzitter deze motie dient D66 samen in met de Partij van de Arbeid, waarbij het CDA, DENK en GroenLinks mede-indieners zijn. Volgende week staat het onderwerp portefeuillestrategie verduurzaming vastgoed geagendeerd. Uit voorgaande technische sessies en stukken blijkt dat de grootste opgave ligt in de periode 2023 tot en met 2030. Om de doelstelling voor 2030 te realiseren is een investering van netto 41 miljoen euro nodig. Om deze doelstellingen optimaal te kunnen realiseren voorzitter moet de gemeenteraad nu bijsturen. De Voorjaarsnota is wat ons betreft een geschikt moment om dit te bewerkstelligen.
Daarom dragen wij het college op met deze motie, om bij de begroting 2024-2027 incidenteel vier miljoen euro beschikbaar te stellen voor de verduurzaming maatschappelijk vastgoed. De investeringsuitgaven te dekken, de beschikbare ruimte van 9,5 miljoen en de raad te informeren over de besteding van dit budget. Tot zover voorzitter.
70 De voorzitter: Dank u wel mijnheer Akdemir. Reacties vanuit de raad? De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Dank u voorzitter. Begrijp ik het goed? Als wij nu deze gelden niet extra vrijmaken, dat we nog steeds gaan verduurzamen maar dan in een langzamer tempo. Want deze vier miljoen eigenlijk voor een versnelling zouden gaan zorgen. Klopt dat? De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Ik denk dat dat deels klopt voorzitter. Het geld is hard nodig om die doelstelling te halen. We moeten verduurzamen in maatschappelijk vastgoed, anders gaan we de klimaatdoelstellingen niet halen. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Dat was niet mijn vraag. Maar of het nu echt een versnelling is want volgens mij is het puur om een versnelling, waardoor we sneller dus eerder bij het doel zijn. Als we het niet doen, gaan we het nog steeds doen alleen gaat het tempo wat langzamer. De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Zo zou je hem kunnen formulieren inderdaad voorzitter. De voorzitter: Reactie van het college. Wethouder De Geest. De heer De Geest: Dank u wel voorzitter. Het college kan positief adviseren over deze motie voor wat betreft de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed.
Ook het college ziet en dat zal niet zo heel erg verrassen ten opzichte van ook de strategie die we recent bij u hebben neergelegd als raad ook voor besluitvorming binnenkort, voor ons dat we een voorbeeldfunctie hebben als het gaat over het gemeentebrede verduurzamingsproces wat we dienen te doorlopen de komende jaren. We kunnen we daar met ons eigen vastgoed natuurlijk een belangrijke bijdrage aan leveren. Wanneer u als raad deze motie aanneemt, dan zal het college bij de komende begroting dus een voorstel doen om de middelen te reserveren vanuit de middelen zoals u die hier ook eenmalig in de begroting, in ieder geval in de Voorjaarsnota ziet staan. Dus de 9,5 miljoen. Volgende week ligt de portefeuillestrategie bij u als raad voor ter besluitvorming. Dat sluit daarop aan en daarin neemt u onder andere een besluit over de inzet van de reeds beschikbare middelen voor geprioriteerde gebouwen. De eventueel aanvullende middelen die u hier dan dus wellicht zou aannemen als raad als u deze motie aanneemt, kunnen wij daaraan toevoegen om daarmee dus de verduurzamingsopgave vorm te geven voor de komende jaren. Daarvoor zal in 2024 een concreet investeringsvoorstel aan uw raad ter besluitvorming worden voorgelegd. Zodat wij de verduurzaming verder vorm kunnen geven naast alle lopende investeringsprojecten die hier in Deventer lopen.
Zoals bijvoorbeeld de school en de sporthal van de Marken, renovatie van de pand aan de Polstraat en de brandweerkazerne in Diepeveen. Maar wij kunnen dus positief adviseren voorzitter op de motie. De voorzitter: Dank u wel. De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Ik heb toch nog een vraag aan de wethouder. Als we die vier miljoen dan toevoegen zorgt dat dan niet voor een dermate versnelling dat we ook desinvesteringen gaan krijgen? De voorzitter: Wethouder De Geest. De heer De Geest: Nee zeker niet want ik heb ook wel aangegeven volgens mij vorige week in de raadstafel dat wij hier ook gewoon voor logische momenten gaan die gewoon passen bij ik denk ook gewoon wat is verstandig de komende jaren om verstandig met de investeringsmomenten om te gaan maar ook met de middelen. Maar wij hebben wel een tijdspad voor u geschetst waarbinnen wij bepaalde stappen gezet dienen te hebben 2030 en
71 2050. Dat financiële plaatje hebben we ook aan u geschetst als raad. Dat was nog niet zeg maar in lijn met wat er in de Voorjaarsnota zat vanuit de beschikbaarheid van middelen. Dat is een keus die u als raad dient te maken en daar helpt dit wel bij om dat mogelijk te maken. Maar vanuit dezelfde uitgangspunten zoals we die ook met u besproken hebben. De voorzitter: Akkoord. Voldoende hierover? Dan sluiten we dit hoofdstuk af. Gaan we naar Programma 7. Met wel even de vraag of u behoefte heeft aan een korte schorsing of gaan we gewoon door? Dan gaan we door. Geef ik het woord aan de heer Donkers, die gaat even de Programma's 7, 8 en 9 voorzitten. Programma 7: Inkomensvoorziening en arbeidsmarkt De plv. voorzitter: Het grote dikke boek is meegenomen door de burgemeester dus ben ik compleet onthand. Wij vervolgen met Programma 7 Inkomensvoorziening en arbeidsmarkt. Daarvoor gaan wij naar de eerste motie en dat is motie 7.1 Ondersteuning dierenartskosten minima. Indiener de heer Diepenhorst en mevrouw Schmidt van respectievelijk GroenLinks en Deventer Sociaal. Geef ik als het eerste het woord aan de heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Dank u wel voorzitter. Afgelopen maanden was er veel publiciteit over stijgende dierenartskosten. Ook in de Tweede Kamer zijn er vragen over gesteld. RTL Nieuws kopte al in augustus 2022 met de titel Baasjes in de knel.
Dat geldt uiteraard zeker ook voor de baasjes die tot de minima behoren. Niet alleen de baasjes zitten in de knel, ook de dieren. Zij lopen het risico op onnodig lijden als behandeling uitgesteld wordt of misschien wel niet plaatsvindt. Daarom deze motie om na te gaan welke ondersteuning nodig is en na te gaan welke oplossingen andere gemeentes bedacht hebben. De plv. voorzitter: Dank en dan mevrouw Schmidt aan mijn linkerzijde. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel voorzitter. Voorzitter in de vorige raadsperiode heb ik samen met oud GroenLinks raadslid Halla Baher al een motie ingediend voor de inzet van de dierenbuddy's. Deze motie is wel aangenomen, maar er is door het college een andere keus gemaakt om de vrijwilligers van Deventer Doet in te zetten voor de ondersteuningstaken bij het uitlaten en het meegaan naar de dierenarts. Ik heb toen in mijn betoog ook al benadrukt dat de dierenbuddy’s veel meer doen dan dat. De dierenbuddy's hebben expertise en helpen mensen ook op het moment dat er hoge dierenartskosten zijn. Ze gaan dan mee en ze proberen te bemiddelen of een betalingsregeling te treffen. Maar ze gaan ook de moeilijke gesprekken aan met baasjes op het moment dat een dier zo ziek is dat het de vraag is of je wel een dure behandeling zou moeten doen. Dus het staat niet zo benoemd in het dictum.
Er staat in overleg met het dierenasiel, maar dat wordt ook gerund door de Dierenbescherming en de dierenbuddy's maken daar onderdeel van uit. Dus ik doe met klem nog een keer het verzoek aan het college om toch een keer te kijken naar de inzet van die dierenbuddy’s. Want op het moment dat de dieren te ziek zijn of door andere redenen naar het dierenasiel moeten worden geplaatst, kost het ons ook heel veel geld. Dan is de vraag of we aan de voorkant niet meer besparen als we dit voorstel doen. Dank u wel. De plv. voorzitter: Dank mevrouw Schmidt. Behoefte aan reactie? Nee? O mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank voorzitter. Iets te weinig koffie vandaag dan ben ik iets langzamer. Ik was even benieuwd naar wat verduidelijking vanuit de indieners. Wat is noodzakelijk en vanuit welk perspectief? De plv. voorzitter: Wie mag ik het woord geven? De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Wat is noodzakelijk? Dat is nu juist wat onderzocht gaat worden. Dus in die zin valt dat nu nog niet te beantwoorden want dat is een deel van datgene wat onderzocht gaat worden. De plv. voorzitter: Nog een vraag? Ja, mevrouw Schmidt.
72 Mevrouw Schmidt-Versteeg: Wat noodzakelijk is, is dat wij gaan kijken als gemeente hoe we mensen met een minimuminkomen op de beste manier kunnen helpen. Daarbij zou het doel moeten zijn dat het dier gewoon zo lang mogelijk bij het baasje waar die nu is zou moeten blijven. Omdat dat ook betekent dat mensen gelukkiger zijn, in beweging blijven en het is ook een heel belangrijk middel tegen eenzaamheid. Dus dat zouden voor mij de drie argumenten zijn wat belangrijk is. De plv. voorzitter: U heeft nog een vraag. Mevrouw Zieverink: Dank voorzitter. Ik heb nog een heel aantal vragen maar ik zal het zo, laat ik het woord aan iemand anders. Ik ben even benieuwd of er nog alternatieven zijn overwogen dan het mogelijk wel of niet dekken van kosten van dierenartsen. Bijvoorbeeld of een verzekering die misschien wel op gemeentelijk niveau afgesloten zou kunnen worden, eventuele kosten zou kunnen dekken. De plv. voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel voorzitter. Dat zou onderdeel kunnen zijn van dat onderzoek, maar wees u er wel van bewust dat een dierenkostenverzekering best wel heel prijzig is. Dan zou het mijn voorkeur liever hebben om te kijken hoe we dit bijvoorbeeld binnen de bijzondere bijstand kunnen dekken. Dan dat we dierenverzekering gaan afsluiten. De plv. voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel.
Ik heb wel een vraag aan de indieners ook. Ik heb begrepen dat het wel eerder ter sprake is geweest. Dat er destijds ook door het college is aangegeven dat er in ieder geval ook best wel veel regelingen zijn. U verwijst in uw uitleg zeg maar naar landelijke berichtgeving. Hoe groot is volgens u het probleem? Welke indicatie heeft u dat dit een probleem is specifiek in Deventer, als we weten dat er ook al blijkbaar al manieren zijn? Dan is meteen een vraag aan het college om dan ook toe te lichten wat er dan al nu al mogelijk is en wat voegt dit dan toe? De plv. voorzitter: Vraag aan het college. Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank. Ik ben even benieuwd het is nu specifiek gericht op minima. Ik vroeg me wel af wat de indieners denken over andere inwoners die misschien niet de kosten voor noodzakelijke behandelingen zouden kunnen dragen. De plv. voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dat is de reden waarom ik ook zeg wat mijn voorkeur zou hebben is om te kijken of het niet uit de bijzondere bijstand zou kunnen. Omdat we daar gewoon ook de inkomensgrenzen duidelijk hebben. Dan is het ook duidelijk wie wel en niet daaronder zou vallen. Mevrouw Zieverink: De laatste. Ik ben even benieuwd en ik denk niet per se voor de indieners, maar dan wel voor het college. Wat mogelijk dit aan capaciteit zou vragen en wat de impact daarvan is. De plv.
voorzitter: Zullen we dat aan het college vragen? Eerst even mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Dank u wel voorzitter. Ik werd toch even getriggerd door het antwoord van mevrouw Schmidt op wat zij noodzakelijke dierenartskosten, met het dier moet zo lang mogelijk blijven leven begreep ik uit de beantwoording. Daar werd ik wel even door getriggerd, want volgens mij moet het gaan om het welzijn van het dier en niet om het zo lang mogelijk in leven houden. Verder ben toch even benieuwd in hoeverre de indieners ook even een rondje hebben gedaan langs de dierenartsen hier in de omgeving. Want ik weet van meerdere
73 dierenartsen dat ze gewoon prima regelingen hebben. Het is geen verzekering maar wel alle basiskosten zijn in ieder veel gedekt. Ook voor een bedrag waarvan je zegt ook een minima die een huisdier neemt zou dat moeten kunnen betalen. De plv. voorzitter: Mevrouw Schmidt een reactie? Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel voorzitter. Voorzitter het is absoluut niet mijn bedoeling om dieren die ondraaglijk lijden in leven te laten om het bij het baasje te laten het tegendeel juist. Dit is ook een voorstel om ervoor te zorgen dat dieren dus niet onnodig ondraaglijk lijden. Ik weet dat er dierenartsen zijn die regelingen hebben, maar de landelijke vereniging van dierenartsen heeft niet voor niks een oproep en een brandbrief eruit gedaan om te zeggen jongens, hier moeten we gewoon meer aandacht voor hebben. Het moet ook bij de gemeente gewoon onder de aandacht gebracht worden. Dat op het moment dat mensen dus niet uit de voeten kunnen met de regelingen die er al zijn. Dat de gemeente dan zou kunnen gaan kijken hoe we bij kunnen springen om dat onnodige leed te voorkomen bij dieren. De plv. voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel. Ik had wel een vraag gesteld waar ik geen antwoord heb gekregen en dat is welke aanwijzingen u heeft dat dat de regelingen in Deventer niet voldoen op dit vlak. Volgens mij heb ik daar geen antwoord op gekregen. De plv.
voorzitter: Excuus dan was ik te snel. Ik dacht dat het alleen een vraag was voor het college. De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: In Deventer zijn er op zich weinig regelingen. Wat er is, komt voort uit initiatief van dierenartsen zelf. Maar een algemene regeling vanuit de gemeente is er niet. Dus in die zin is er feitelijk niks. Is een beetje wat toevallig tot stand komt, maar mensen kunnen geen recht ontlenen aan wat dan ook. De plv. voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Dank voorzitter. Mijn collega mevrouw Kerkdijk is normaliter onze woordvoerder op dit programma, maar ze is door omstandigheden even weg. Dus ik ga mijn best doen om dit op een goede manier mijn vragen te stellen. Dat allereerst. Voorzitter ik heb een warm hart richting dieren. Ik heb thuis twee katten Tommy en Ollie. Ollie is onlangs van ons terras gevallen, heel sneu, want zijn slagtand was afgebroken. De dierenarts heeft gezegd dat wordt een wortelkanaalbehandeling, kostenplaatje zevenhonderd euro. Uiteraard ga ik dat geven, maar het gaat hier natuurlijk ook om het uitgeven van publieksgeld. De vraag is hoever gaan we dan? Mijn vraag aan de indieners is eigenlijk, maakt u zich niet zorgen dat we dermate disproportionele kosten gaan maken als we met dit voorstel verder gaan? De plv. voorzitter: U bent in ieder geval persoonlijk zeer goed ingelezen op dit dossier.
Eerst de heer Diepenhorst en daarna mevrouw Schmidt eventueel. De heer Diepenhorst. De heer Diepenhorst: Wat er landelijk bekend is, gaat het in ieder geval niet om hele grote omvangen wat betreft zeg maar kosten. Dus in die zin is het zeker te overzien en zijn er geen geluiden bij gemeentes die al regelingen hebben dat het uit de hand zou lopen of zo. Dat is wat ik weet uit landelijke zaken. De plv. voorzitter: Is er behoefte aan aanvulling mevrouw Schmidt? Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja en daarom dus nog nogmaals mijn pleidooi om de expertise van de dierenbuddy's hierbij in te schakelen. Omdat zij dus inderdaad ook dat gesprek aan kunnen gaan. Op het moment dat echt duidelijk is deze eigenaar kan deze kosten niet dragen of het dier wordt chronisch ziek, dan kunnen zij
74 dus ook helpen met herplaatsing en dan kunnen we dus voorkomen dat dat honden of katten of andere dieren in het dierenasiel belanden. De plv. voorzitter: Dank. Vervolgvraag. De heer Akdemir: Voorzitter tot slot, ik begrijp de intentie maar ik stoei wel een beetje van hoever moeten we gaan. Dat is misschien ook wel de discussie die moeten we gaan voeren. Maar wij stoeien nog een beetje. De plv. voorzitter: Wij gaan naar het college stel ik voor. Dat is goed. De heer De Geest. De heer De Geest: Dank u wel voorzitter. Voorzitter het college kan positief adviseren op deze motie. Want de Centrale Raad van Beroep heeft eerder uitgesproken dat kosten voor huisdieren tot noodzakelijke kosten van bestaan horen. Onlangs heeft ook de Commissie Sociaal Minimum aangegeven dat het sociaal minimum in Nederland niet toereikend is voor veel mensen om in alle kosten te kunnen voorzien. Daar vallen dan dit soort kosten ook onder. Het is ook niet zo dat je de rol van dieren in het huishouden wat dat betreft moet onderschatten, want die dragen inderdaad toch ook behoorlijk bij aan het beperken van stress, aan het welzijn van mensen, aan het voorkomen inderdaad zoals net ook al terecht werd gezegd van eenzaamheid. Dus verschillende reden waarom dat ook gewoon belangrijk is voor menig huishouden.
Dus wij kunnen deze inventarisatie als die wordt gevraagd, want volgens mij wordt er ook nog niet meer gevraagd dan dat. Inventarisatie van wat wij hierover kunnen ophalen om u een goed beeld te schetsen in termen van wat nemen we waar. Maar ook wat kan je er eventueel meedoen om dat voor u inzichtelijk te maken. Let wel, dat is wel belangrijk er is op dit moment geen structurele dekking in voorzien. Dit kan best nog wel een financiële impact hebben. Dat zullen we dan ook inzichtelijk maken. Want er hebben best wel veel mensen huisdieren, in Nederland ongeveer de helft van de huishoudens. Dus als je dat ongeveer doorvertaalt ook naar mensen die hiervoor in aanmerking zouden komen, kan dat nog best een groep zijn. Maar goed, dan moeten we het over hebben ook van wat je verstaat onder echt noodzakelijke kosten voor huisdieren. Ik weet niet of de slagtand van Ollie daaronder valt. Misschien dat hij ook wel even zonder had gekund. Maar dat moet je met elkaar dan gewoon afspreken wat je daaronder kan verstaan. De plv. voorzitter: Dank. Dit is de eerste keer dat een kat wordt besproken in de raadszaal volgens mij. We gaan naar motie 7.2 van onze Voorjaarsnota. Dat is het continueren van het derde spreekuur Geld fit. Met indieners mevrouw Eekhuis van de PvdA, die haar pasje nu even haalt en mevrouw Schmidt van Deventer Sociaal. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel voorzitter.
Als eerste even de indieners. De mede-indieners zijn Kitty Schmidt van Deventer Sociaal, Arie De Niet van ChristenUnie, Kees de Kok van de SP en Erik Van den Nieuwenhof DeventerNU. Voordat ik die zou vergeten. Het is niet de eerste keer dat ik hier voor u sta met een motie over Geldfit. U heeft, ik moet nog beter in de microfoon praten. Goed zo mevrouw Zegel mooi dank u wel. Geldfit u heeft al twee keer eerder unaniem ingestemd met gelden voor Geldfit. U weet ook allemaal dat Geldfit bewezen effectief is en helaas noodzakelijk. Met hun laagdrempelige aanpak, integrale blik weten zijn mensen snel te helpen. Zowel bij het voorkomen van schulden als het helpen oplossen van de schulden die al zijn. Helaas in deze tijd groeit de noodzaak alleen nog maar meer dat weten we allemaal. De door het kabinet ingestelde Commissie Sociaal Minimum is laatst met een rapport gekomen wat laat zien dat het sociaal minimum absoluut te laag is en heeft het kabinet opgeroepen om het op te hogen. Daar kunnen wij hier helaas niks aan doen. Ik maak wel even gebruik van de collega's die misschien een lijntje naar Den Haag hebben om de mensen daar op te roepen om dat verzoek vooral te ondersteunen. Wat wij hier wél kunnen doen is de gevolgen van een te weinig inkomen een beetje te helpen. Ach, ik hoor het belletje afgaan. Ik ben bijna klaar voorzitter.
Dat is om dus de Geldfit spreekuren te continueren zoals in het dictum gevraagd wordt. Vragen we aan het college voorstel te komen bij de begroting 2024 om het derde spreekuur te continueren en dekking te vinden binnen het programma indien dat niet mogelijk is om met een ander dekkingsvoorstel te komen. Dank u wel.
75 De plv. voorzitter: Dank mevrouw Eekhuis. Behoefte aan reactie vanuit de raad. Die is er in de vorm van de heer Van der Linde. Aan u het woord. De heer Van der Linde: Dank u wel. Het voorkomen van schulden dat is altijd goed. Dat vindt het CDA natuurlijk ook. Dus dat is prima. Maar heeft u concrete cijfers data over het gebruik van dat derde spreekuur? Hoeveel mensen maken daar nu gebruik van? Wat is het maatschappelijk effect van dat derde spreekuur? Heeft u daar cijfers over? De plv. voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Nee, excuus voorzitter. Nee, mijnheer Van der Linde daar heb ik de cijfers niet over. Wat ik wél weet is dat ze laatst in de middagsessie hebben aangegeven nog steeds de spreekuren vol te hebben zitten. Dat deze uren nog steeds absoluut noodzakelijk zijn en daar geloof ik ze dan ook op. De plv. voorzitter: Voldoende? Dan gaan we naar mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Dank voorzitter. Ik zal ook goed in de microfoon spreken. Mevrouw Eekhuis had niet veel meer nodig dan bedankt voorzitter om ons te overtuigen van het nut en de noodzaak van deze motie. Dus ik heb wel een vraag voor het college. Want wij hebben al twee moties hierover eerder behandeld, twee keer ook ingestemd. Hoeveel moties zijn er eigenlijk nodig om beleid wat goed werkt te gaan continueren.
Of misschien wat positiever geformuleerd was het college zelf al voornemens om met een voorstel te komen om dit te continueren? Of is deze motie echt nodig? Dan vervolgvraag hoeveel moties moeten we doen? Moeten wij bij de begroting weer verzoekjes hierover indienen? Mevrouw Eekhuis: Voorzitter, het was geen vraag aan mij dank u wel voor uw vraag. Ik ben benieuwd naar wat de wethouder hoort. Maar wij hebben in de werkensessie afgelopen keer gehoord dat men duidelijk aangaf dat de gelden maar geldig tot het eind van dit jaar waren. De plv. voorzitter: Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Dank voorzitter dat is precies mijn zorg. De plv. voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Dank voorzitter. Ik ben eigenlijk blij met de inbreng van mevrouw Van der Meer. Want waarom kiest u om dit incidenteel te maken en niet structureel? De plv. voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Excuus alweer sorry voorzitter. Ik zeg niet dat het incidenteel is. Ik vraag om het derde spreekuur te continueren en terug te komen met een voorstel daartoe. Dus ik heb hier nog niet expliciet vermeld over incidenteel structureel. Ik vraag om een voorstel van het college. De plv. voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Wat ik heb begrepen is dat dit voor een looptijd van één jaar is en dat maakt het incidenteel in mijn optiek. Dus ik ben een beetje zoekende.
Gaan we dus nu elk jaar dit nu in behandeling nemen of misschien is het beter om te zeggen dat we het verspreid naar drie jaar en dan is dat gewoon geregeld. Want dit is een goede zaak waar we in moet investeren.
76 Mevrouw Eekhuis: Als ik het dictum goed heb overgenomen en zo is hij ook bedoeld dan staat er met een voorstel te komen voor de begroting om het derde spreekuur vanaf 2024 te continueren. De heer Akdemir: ‘…’ (buiten de microfoon). Mevrouw Eekhuis: Dan zijn we het eens. Dank u wel. De plv. voorzitter: Dat is inderdaad ook een manier van het formuleren. Ik stel voor dat wij naar het college gaan. Het overvalt u mijnheer De Geest? Aan u het woord. De heer De Geest: Nee u overvalt me niet voorzitter. Ik ken mijn portefeuille, dus ik wist dat dit onderwerp bij mij hoorde. Voorzitter, het college kan positief adviseren op deze motie. Want het werd net ook al aangegeven de spreekuren van Geldfit die werden voor de uitbreiding al goed bezocht, maar ook met deze uitbreiding ook zeer zeker. Er is echt behoefte aan dat zien wij ook. Wij waren ook nog, want dat was financiering die liep tot aan 24. Ook voor een deel vanuit middelen die wij daarvoor beschikbaar hadden. Wij waren in afwachting van middelen van het Rijk vanuit de meicirculaire, die wij nu hebben. Waarbij het Rijk ook heeft aangegeven dat er middelen beschikbaar komen voor vroegsignalering en preventie. Daarmee kunnen we dit dus ook nu opvangen. Want daarmee is er dus door het kabinet nog vlak voor hun val, middelen beschikbaar gesteld. Maar ook hier weer weliswaar incidenteel.
Dat is niet omdat we het niet structureel willen borgen, maar omdat het op dit moment niet beschikbaar is. Maar dat is wat ons betreft het gesprek wat we ook willen voeren voor de Voorjaarsnota 24 in aanloop naar 25. Maar hiermee kun je het wel gewoon continueren vanuit de opdracht die u hier als raad meegeeft, vanuit de mogelijkheid die wij zien, vanuit die middelen vanuit de meicirculaire. Maar dat gesprek kunnen we dan ook voeren vanuit die borging. Want dat past ook gewoon echt bij de insteek die we vanuit inzet op geldzorgen, vroegsignalering en preventie ook met u als raad hebben afgesproken. Dus dat kunnen wij positief adviseren zoals het hier nu staat. De plv. voorzitter: Mevrouw Eekhuis nee? Eerst een vraag van de heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel voorzitter. Dan toch de vraag, ik deel de teleurstelling ook van mevrouw Van der Meer wel een beetje, dat we eigenlijk deze motie nodig hebben. Dus u zegt nu ik was anders zelf misschien wel met een voorstel gekomen, maar wel weer afhankelijk van die meicirculaire. Als in die meicirculaire geen geld had gezeten, dan was het nog steeds een goed idee met het derde spreekuur van Geldfit te continueren in het belang van onze inwoners met geldzorgen. Dus daar worstel ik een beetje mee.
Als beleid werkt, dan verwacht ik eigenlijk al eerder van het college voorstellen om dat beleid te continueren, los van financiering vanuit het Rijk of niet. De plv. voorzitter: Ik heb zo’n vermoeden dat uw vraag hierop aansluit. Mevrouw Van der Meer: Voorzitter in aanvulling daarop op over niet eerder uitgevoerde moties dan. We hebben ook een motie pilots in het sociaal domein dat als die goed werken, dat we een terugkoppeling krijgen als raad over het werkt goed, op welke wijze het college voorstelt om deze te continueren. Dat lijkt me gewoon heel erg wenselijk, maar eigenlijk ook gewoon noodzakelijk dat de dingen die goed gaan dat we die doorzetten. Toch? De plv. voorzitter: Het college. De heer De Geest: Er liggen een aantal afwegingen aan ten grondslag. Wij merkten natuurlijk afgelopen jaar en dat heeft u als raad gesignaleerd en daar hebben we het ook over gehad, een toename van de spreekuren bij de bestaande locaties. Dat had onder andere ook te maken met alle prijsstijgingen, de financiële problemen die we ook gewoon extra zagen opkomen. De energietarieven en dergelijke. Daarmee is het ook iets wat je met elkaar ook gaat kijken hoe ontwikkelt zich dat? Wordt het ook in voldoende mate gebruikt? Want zo niet, dan is het ook niet iets wat je structureel met elkaar hoeft te organiseren meteen. Waarbij wij wel zien, is dat het op dit moment gewoon draait.
Dat die uren ook gewoon gebruikt worden. Die spreekuren worden goed gevuld. Dus die noodzaak
77 is er op dit moment. Hoelang dat blijft, dat zal voor een deel afhangen van de situatie die we ook gewoon landelijk zien. Misschien is het ook inderdaad wel een structurele situatie. Voor een deel geldt dat dit geld was wat gewoon tot aan 24 gold. Hadden wij vanuit de meicirculaire waarvan we wel de verwachting hadden dat daar middelen in zaten die we hiervoor konden inzetten, maar hadden we die niet gekregen? Dan zouden wij zelf natuurlijk met voorstellen moeten komen bij de begroting. Dit is de Voorjaarsnota, dat zou dan bij de begroting moeten zijn geweest. Hiermee is in ieder geval helder dat vanuit het Rijk de middelen er zijn en die kunnen we daarvoor inzetten. De plv. voorzitter: Toch nog eentje van de heer De Niet. Laatste. De heer De Niet: Dank u wel. Wat mij betreft op zich een antwoord wat tevreden stelt. Maar wij konden in de Voorjaarsnota dit niet lezen zeg maar. Dus ook dit voornemen we gaan ervan uit dat we geld krijgen in de meicirculaire en daarmee gaan we het continueren en als het er niet is dan komen we met voorstellen. Dat had ik dan wel graag in de Voorjaarsnota willen lezen. Want dan, niet dat daarmee per se deze motie overbodig was geweest, maar nog steeds is het goed om dat ook hardop uit te spreken. Maar dat had ik graag in de Voorjaarsnota gelezen. De plv.
voorzitter: Een hele korte reactie van de heer De Geest en daarna wil ik naar mevrouw Eekhuis en afronden. De heer De Geest. De heer De Geest: Nee, maar daar kan ik me iets bij voorstellen. Dat hadden we ook wellicht ook gewoon wel explicieter kunnen maken zeker. De plv. voorzitter: Duidelijk. Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Even een verduidelijkende vraag. Ik weet even niet zeker of ik het goed heb begrepen. Ik hoorde de wethouder praten over de Voorjaarsnota 25. Het dictum roept op voor een bespreking voor de … ja oké. De plv. voorzitter: De wethouder. De heer De Geest: Nee, dat klopt. Dit gaat dan om bij de komende begroting te regelen dat er geld is voor volgend jaar. Voor verder en wat je eventueel in structurele zin wil organiseren zul je het gesprek later moeten voeren met elkaar natuurlijk. Maar dit regelt in ieder geval weer een jaar voor dit derde spreekuur dan. Dat zullen we dan ook uitwerken zoals aangegeven. De plv. voorzitter: Dank. Gaan we naar de individuele inkomenstoeslag. Motie van mevrouw Eekhuis wordt ingediend samen met mevrouw Schmidt van Deventer Sociaal en nu ga ik de laatste … Mevrouw Eekhuis: Zal ik het even doen voorzitter? De plv. voorzitter: Ja als u de mede-indieners heeft graag. Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel voorzitter.
Deze motie én de voorgaande wordt door mij ingediend, maar is samen geschreven met Lauraine van den Berg en mijzelf. Wou ik nog wel even melden. De mede-indieners bij deze motie zijn Kitty Schmidt Deventer Sociaal, Anne Van der Meer GroenLinks, Kees de Kok SP en Arie de Niet ChristenUnie. Voorzitter ik zei het al bij de vorige motie het is voor veel mensen een zware tijd en uit het rapport van de Commissie Sociaal Minimum blijkt dat veel mensen gewoon domweg tekort komen als ze op het minimum leven. Waarbij van tweehonderd tot vijfhonderd euro per maand wordt er zelfs gesproken, waarbij gezinnen met kinderen er het slechtst af komen. Wat kunnen wij daaraan doen? Helemaal niks hier. Wat wij wél kunnen doen, is een beetje meehelpen. Dat gaat hier over de individuele inkomenstoeslag en dat heette voorheen de
78 langdurigheidstoeslag. Het gaat erover dat mensen die op een absoluut langdurig op een minimum leven, één keer per jaar een bedrag kunnen aanvragen. Ook dat varieert afhankelijk van je huishouden, tussen de drie- en de vijfhonderd euro één keer in het jaar. Daar kom je nu voor in Deventer in aanmerking als je vijf jaar lang langdurig op een laag inkomen hebt geleefd, dat is erg lang. Wij schieten daarmee negatief tussen andere gemeentes uit. Ik heb hier twaalf gemeenten in een lijstje, ga ik niet helemaal opnoemen. De tijd loopt nu alweer af. Ik hoor het, maar ik kan u verzekeren het grote gros is drie jaar is lang, Arnhem is zelfs van drie jaar na twee jaar teruggegaan. Deze motie roept op om het langdurig lang inkomen te verlagen van vijf jaar naar drie jaar. Waarin men dus dan de aanvraag kan doen. We weten ook allemaal dat mensen het hoofd vol hebben en het is moeilijk dus laten we ze ontzorgen en ... De plv. voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel voorzitter als mede-indiener mevrouw Eekhuis heeft al een heleboel gezegd. Maar ik wil nog verwijzen naar de Commissie Sociaal Minimum die niet alleen het advies aan het kabinet heeft gegeven om aan te vullen naar het sociale minimum. Maar ook gemeentes het advies geeft om inderdaad de langdurigheidstoeslag in ieder geval terug te draaien naar drie jaar en het is nu vijf jaar.
Volgens mij is het zeer onredelijk om van mensen op een minimuminkomen in deze moeilijke tijd maar één keer in de vijf jaar een aanvraag te laten doen voor huisraad of een wasmachine. Want we hebben het hier niet over luxeproducten, we hebben het hier gewoon over huisraad en middelen die mensen nodig hebben om gewoon te kunnen overleven. Dus dit is ook gewoon een kwestie van bestaanszekerheid. Dank u wel. De plv. voorzitter: Dank mevrouw Schmidt voor deze aanvulling. De heer Schuring een vraag. De heer Schuring: Dank voorzitter. Inderdaad een aantal vragen waarbij we vooraf gezegd hebben niets willen afdoen aan de noden van de doelgroep waar we het hierover hebben. Dus we begrijpen ook dat zo'n motie als deze dan wordt voorgelegd aan de raad. Maar toch een aantal vragen. Vragen over de omvang van de groep. Vragen over de financiële consequenties. Vragen over een voorstel om het één en ander te automatiseren. Ja roepen toch meerdere vragen op. Hoe groot is de groep van die van vijf jaar nu naar drie jaar in aanmerking zou komen? Ik heb geen idee hoe groot die groep is. Ik weet niet of u daar cijfers over heeft, misschien straks ook aan de portefeuillehouder om daarover te zeggen. Wat daardoor de financiële consequenties zijn van het vergroten van deze groep? Wat ik al zei, u stelt ook voor om dit te automatiseren.
We hebben in het sociaal domein wat een hele kwetsbare, ingewikkelde groep is, waar maatwerk altijd leidend moet zijn. Vragen wij ons af of het werken met automatiseringen met logaritmes en dergelijke deze doelgroep ten goede komt, of dat niet juist meer kwaad kan gaan doen. Dan dat we via maatwerk probleem gaan door deze doelgroepen proberen te helpen en te ondersteunen. Dus meerdere kritische vragen die misschien ook aan de portefeuillehouder straks zijn om te beantwoorden. Maar ook eerst even maar aan u. De plv. voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel voor uw vragen. Ik begin met uw laatste. Automatiseren dat passen we reeds toe voor mensen die kwijtschelding van de afvalstoffenheffing aanvragen. Dat betekent hier dat je aan kunt geven dat ze volgend jaar, als je voor dit jaar krijgt, dat ze het voor volgend jaar opnieuw kunnen aanvragen. Ik zie iemand heel hard nee schudden maar ja dus ik weet dat dat een mogelijkheid is. Dan kijkt men gewoon simpelweg naar of het inkomen niet te veel afwijkt. Punt. Dan komt men terug bij met u kunt weer in aanmerking komen voor. Dat is over de automatisering en dat is ook inderdaad een vraag niet doe dat, maar het is een vraag college onderzoek dat. Uw andere vraag de grootte van de groep, dat weet ik niet. Heb ik ook niet gevraagd. Ik heb gevraagd of het mogelijk is ambtelijk en daar kreeg ik terug dit is mogelijk.
120 procent was een groter probleem, dus daarom heb ik ook daar alleen gevraagd naar een onderzoek. De plv. voorzitter: De heer Schuring.
79 De heer Schuring: Ik vind het toch een hele relevante vraag. Want u stelt niet alleen voor dit te onderzoeken maar ook de consequenties van het onderzoek maar meteen te dekken uit de onderbesteding van het programma. Om voor de begroting 25 te komen met een voorstel voor het structureel maken van deze financiering als het Rijk niet met financiering komt. Dus waar we nu ja tegen zeggen financieel, ik heb geen idee, maar ik zou het wel onderzoeken. Ik zou het wel willen weten voordat we hier in meegaan. Misschien dat hiermee een substantieel deel van de vrije ruimte van de 9,5 miljoen voor deze doelgroep nodig is. Dat wil ik wel weten. De plv. voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel voorzitter. Ik vraag niks geen substantieel deel van de 9,5 miljoen. Ik vraag voor nu onderbesteding uit het programma en volgend jaar komt men weer terug. Daarnaast weten we denk ik hier bijna allemaal wel dat geld uitgegeven in preventie en daar zou degene die nu eindelijk de nieuwe wasmachine of die koelkast kan kopen die dat eerder niet kon. Ik denk dat dat heel goed uitgegeven geld is. Het is slechts driehonderd tot vijfhonderd één keer per jaar als je in dit nieuwe verzoek drie jaar lang langdurig inkomen hebt. Voor de rest zullen we de antwoorden voor de precieze cijfers zullen we van de wethouder moeten vragen. De plv. voorzitter: De heer Schuring tot slot.
De heer Schuring: Ik wacht ook graag even op de antwoorden van de portefeuillehouder. Ik wil ook eigenlijk gevoel krijgen hoe groot het probleem is waar we het over hebben. Wij hebben het idee dat we in de armoedebestrijding voldoende voorzieningen hebben, maar we horen het graag van de wethouder. Dank u wel. De plv. voorzitter: Gaan we naar de portefeuillehouder. De heer De Geest: Dank u wel voorzitter. Voorzitter het college kan positief adviseren op deze motie en dit verzoek dus vanuit de raad. Het is net ook al een paar keer gememoreerd, ook bij voorgaande moties, dat aangegeven is ook dat het zogenaamde sociaal staatsminimum in Nederland voor veel mensen ook gewoon niet toereikend is. Met ons nieuwe minimabeleid inzet op geldzorgen willen we dan ook zorgen dat in onze gemeente inwoners ook geen geldzorgen meer hebben. Maar dat is nog een heel proces. De implementatie daarvan loopt nog, dat vraagt nog gewoon ook tijd. Dat vraagt ook nieuwe werkwijze et cetera. Daar zijn we mee bezig. Uw raad is onlangs ook bijgepraat over de prioritering daarbinnen in de verschillende aspecten van inzet op geldzorgen. Ook de externe scan die we op die uitvoering ook uitvoeren. Het college snapt de wens om wat extra's te doen voor deze doelgroep. In afwachting onder andere van maatregelen door het kabinet.
Dat is natuurlijk allemaal even wat onzekerder nu in de huidige situatie, maar daarvan zijn al wel wat zaken op hoofdlijnen aangekondigd maar dat is wel even afwachten. De dekking wat hier voorgesteld wordt, de vraag in relatie tot de IIT, de individuele inkomenstoeslag, die kan gevonden worden binnen de ruimte van het lokale ondersteuningsfonds. Dat sluit ook aan qua doelstelling ten opzichte van de doelgroep en daar hebben we onderbesteding. Dus dat is daar ook bruikbaar voor. Want dat geld is immers ook door uw raad beschikbaar gesteld om te voorkomen dat er bij mensen onnodige financiële problemen ontstaan. Dus wij achten dat ook gewoon prima dekking voor wat u hier vraagt. Wij kunnen uit de voeten met hetgeen wat hier gevraagd wordt voor dit jaar in financiële zin om dat uit te werken en ook om een aantal zaken voor u inzichtelijk te maken voor de wat langere termijn. De plv. voorzitter: Roept verder geen vragen op? Nee? Dan gaan wij naar de laatste motie voor programma 7 Inkomensvoorziening en arbeidsmarkt en dat is Deventer gastvrij voor nieuwe Nederlanders. Ingediend door mevrouw Van der Meer van GroenLinks en de heer Kaya van DENK. Mede ingediend door mevrouw Schmidt van Deventer Sociaal, de heer De Kok van de SP en mevrouw Kerkdijk van D66. Ik mag mevrouw Van der Meer het woord geven. Aan u het woord.
Mevrouw Van der Meer: Dank voorzitter voor het noemen van de indieners en de mede-indieners dat gaat niet af van mijn tijd. De kosten van de naturalisatie mogen voor niemand een belemmering vormen om het
80 Nederlanderschap aan te vragen, ook niet voor mensen die weinig geld hebben te besteden. Ik ben mogelijk niet de aangewezen persoon om te betogen waarom dit zo belangrijk is. Maar mijn Wageningse GroenLinks collega Marre Adu-Ampong gaf begin dit jaar aan dat nieuwe landgenoten een gevoel van vrijheid krijgen door de Nederlandse nationaliteit en dat het ze de kans geeft om eindelijk vooruit te kijken. Na twee decennia in spanning te hebben gezeten, voel ik me vrij bij het binnenkomen op Schiphol, maar ook bij een sollicitatie. Zo beschreef ze destijds, een gevoel van iemand die het proces met succes had doorlopen. Dat gevoel van vrijheid mag niet gehinderd worden door de omvang van je portemonnee. Daarom dienen GroenLinks en DENK, met steun van Deventer Sociaal, SP en D66 deze motie in. De plv. voorzitter: Dank mevrouw Van der Meer. Roept dat vragen op vanuit de raad? Ik zie niemand opstaan dan gaan we naar het college. De heer De Geest: Dank u wel voorzitter. Het college moet u deze motie ontraden. De kosten voor naturalisatie vallen namelijk niet onder de definitie van noodzakelijke kosten. De inwoner heeft ook zonder naturalisatie al dezelfde rechten en mogelijkheden als elke Nederlander en daarmee zijn het dus in beginsel geen noodzakelijk kosten. Het zijn ook geen kosten om mee te kunnen doen in de samenleving.
Om regelingen aan te vragen of bijvoorbeeld aan het werk te kunnen. Voor bijzondere bijstand want daar gaat het hier dan in dit geval om, daarvoor gelden ook gewoon een aantal wettelijke bepalingen die hier van toepassing zijn om dat te bepalen. In relatie tot die definitie van noodzakelijke kosten. Zoals de kosten zijn noodzakelijk, dat is hier dus niet aan de orde vanzelfsprekend. Want zoals gezegd naturalisatie het voegt qua mogelijkheden niet specifiek iets toe. Maar de kosten hebben, dat is ook een zeg maar een uitgangspunt daarbij, moeten dan ook een bijzondere of dringende reden hebben. Bijvoorbeeld het ineens nodig hebben van een advocaat, het niet kunnen krijgen van een baan, het niet kunnen regelen van vervoer, et cetera. Dat wordt hiermee niet belemmerd. Kosten zijn niet onverwacht want er had voor gespaard kunnen worden. Ze worden ook niet wanneer dat aan de orde is, eventueel niet vergoed door een andere partij, dat is bijvoorbeeld relevant bij medische kosten. Binnen het huidige beleid hebben wij op dit moment al mogelijkheden om te kijken of er in de persoonlijke situaties omstandigheden zijn die vragen dat we een uitzondering maken. Dus er wordt al maatwerk gehanteerd op dat vlak, om eventueel waar nodig maar vanuit uitzondering niet generiek, bijzondere bijstand te verstrekken. Overigens een dergelijk verzoek hebben we nog niet eerder gehad.
Dus dat voorzitter is even in dit geval de onderbouwing voor het college om deze motie te ontraden. De plv. voorzitter: Dank u wel portefeuillehouder voor de reactie. Ik ga eerst naar mevrouw Van der Meer. Aan u het woord. Mevrouw Van der Meer: Dank voorzitter. Ik ben zo in de war. De portefeuillehouder begint met dat dit geen noodzakelijke kosten zijn. Dat roept bij mij de vraag op wie bepaalt dat? Wie bepaalt wat noodzakelijk kosten zijn? De portefeuillehouder noemt daar zitten wettelijke kaders aan, maar er zijn gemeenten die in Nederland die dit dus aanmerken als noodzakelijk kosten. Dus volgens mij is daar keuzeruimte in en gaan wij als gemeenteraad dus hierover wat noodzakelijk kosten zijn. Maar de portefeuillehouder sloot ook af met uitzonderingen dat het wél uit de bijzondere bijstand komt kan. Alleen zijn er nog geen aanvragen geweest. Maar die bijzondere bijstand is dus toch voor de gevallen dat het gaat om noodzakelijke kosten? Goed. Misschien kan hij dat zo meteen nog even toelichten. Dan het punt dat het niet direct iets toevoegt. Voor de doelgroep voegt het daadwerkelijk wel iets toe. Daar zijn ook onderzoeken naar geweest wat de motivatie is voor mensen om Nederlanderschap aan te vragen. Ik kan het helemaal gaan citeren, u kunt het ook googelen en dan vindt u het zelf.