2022-1075 Bijlagen Antea - Locatieafweging op basis van leefomgevingsaspecten - Gebiedsperspectief Bathmen
Tekst van het document
De saldogevende (verdwijnende) emissie per jaar voor deelgebied 1 bedraagt: (2,18 ha * 25,5 kg NH3/ha) + (4,56 ha * 1,3 kg NH3/ha) = 61,5 kg NH3
3.3.2
Deelgebied 2 Voor deelgebied 2 zijn in de referentiesituatie de emissies meegenomen van akkerbouw.
Figuur 3.2: Referentiesituatie deelgebied 2
De saldogevende (verdwijnende) emissie per jaar voor deelgebied 2 bedraagt: 3,2 ha * 1,3 kg NH3/ha = 4,2 kg NH3
3.3.3
Deelgebied 3 Voor deelgebied 3 zijn in de referentiesituatie de emissies meegenomen van akkerbouw en agrarisch gras.
Figuur 3.3: Referentiesituatie deelgebied 3
De saldogevende (verdwijnende) emissie per jaar voor deelgebied 1 bedraagt: (1,18 ha * 25,5 kg NH3/ha) + (5,2 ha * 1,3 kg NH3/ha) = 36,9 kg NH3
3.3.4
Deelgebied 4 Voor deelgebied 4 zijn in de referentiesituatie de emissies meegenomen van akkerbouw.
Figuur 3.4: Referentiesituatie deelgebied 4
Binnen het deelgebied is een tuindersbedrijf aanwezig. Verwacht wordt dat dit slechts een zeer beperkt saldo op kan leveren. Derhalve is dit bedrijf niet bij de berekeningen betrokken. De saldogevende (verdwijnende) emissie per jaar voor deelgebied 4 bedraagt: 2,83 ha * 1,3 kg NH3/ha = 3,7 kg NH3
3.3.5
Deelgebied 5 Voor deelgebied 5 zijn in de referentiesituatie de emissies meegenomen van akkerbouw en agrarisch gras.
Figuur 3.5: Referentiesituatie deelgebied 5
De saldogevende (verdwijnende) emissie per jaar voor deelgebied 5 bedraagt: (6,52 ha * 25,5 kg NH3/ha) + (1,8 ha * 1,3 kg NH3/ha) = 168,7 kg NH3
3.3.6
Deelgebied 6 Voor deelgebied 6 zijn in de referentiesituatie de emissies meegenomen van agrarisch gras.
Figuur 3.6: Referentiesituatie deelgebied 6
De saldogevende (verdwijnende) emissie per jaar voor deelgebied 6 bedraagt: 6,44 ha * 25,5 kg NH3/ha = 164,2 kg NH3
3.3.7
Overzicht mogelijk saldo alle deelgebieden Onderstaande tabel 3.4 geeft een overzicht van het mogelijke saldo per deelgebied. Tabel 3.4: saldo per deelgebied
Deelgebied 1 2 3 4 5 6
3.3.8
Mogelijk saldo (in kg NH3/jr) 61,5 4,2 36,9 3,7 168,7 164,2
Berekeningen maximum te bouwen woningen per deelgebied. Aan de hand van de in tabel 3.4 weergegeven saldo-gegevens en de in hoofdstuk 3.2 beschreven plangeneratie is per deelgebied bepaald hoeveel woningen daar gebouwd zouden kunnen worden, zonder dat stikstofdepositie tot een bijdrage van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op een Natura 2000-gebied leidt. Dat betreft dus het aantal woningen dat theoretisch in een deelgebied gerealiseerd zou kunnen worden. In de praktijk hanteert de gemeente een bebouwingsdichtheid van 25 woningen per hectare. Dat laatste geeft aan hoeveel woningen er praktisch gerealiseerd zouden kunnen worden. In tabel 3.5 zijn beide aantallen per deelgebied vermeld. Tabel 3.5: woningaantallen per deelgebied
Deelgebied 1 2 3 4 5 6
Maximum aantal woningen ivm stikstofdepositie 360 135 250 135 >650 >650
Maximum aantal woningen fysiek realiseerbaar (25/ha) 169 80 176 118 211 162
Bovenstaande rekenresultaten zijn gebaseerd op planbesluitvorming per deelgebied (elk deelgebied een eigen besluit). Bij het combineren van deelgebieden in één planbesluit kan niet zonder meer4 worden uitgegaan van de optelling van het aantal woningen in de betrokken deelgebieden. Bovenstaande rekenresultaten zijn ook gebaseerd op een gemiddelde woningmix per deelgebied. Als op een deelgebied bijvoorbeeld uitsluitend dure koopwoningen zouden worden gerealiseerd, dan zal het aantal maximaal te bouwen woningen lager zijn dan thans in de tabel aangegeven (vanwege de grotere verkeersaantrekkende werking).
3.3.9
Tussenconclusie referentiesituatie Anders dan bij de gevolgen van het verkeer is de referentiesituatie onderscheidend voor het maximum aantal woningen per deelgebied. Doordat er echter een woningdichtheid van 25 woningen/hectare wordt aangehouden vervalt dit onderscheid: op elk deelgebied kan het maximum aantal woningen worden gerealiseerd dat volgens dit laatste criterium wordt beoogd.
4
Conclusie Indien uitsluitend naar de gevolgen voor de stikstofdepositie van het verkeer van en naar de deelgebieden wordt gekeken, dan is stikstofdepositie niet onderscheidend per deelgebied. Ook als gekeken wordt naar de referentiesituatie (verdwijnende bemesting dat als saldo mag worden ingezet) dan is, vanwege het door de gemeente gehanteerde criterium van 25 woningen/ha., niet onderscheidend. Op elk deelgebied kan het maximum aantal woningen worden gerealiseerd dat wordt beoogd. Uitgangspunt daarbij is wel dat elk deelgebied een individueel planbesluit kent.
De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Rivium Westlaan 72 2909 LD CAPELLE A/D IJSSEL Postbus 8590 3009 AN ROTTERDAM T. 06 22 99 03 12 E. stephan.hammink@anteagroup.nl
www.anteagroup.nl
Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Memo
memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft
19 oktober 2022 Gemeente Deventer Stephan Hammink
Antea Group
Gebiedsperspectief Bathmen 478588.100 Ontplofbare Oorlogresten
Inleiding De gemeente Deventer heeft voor haar grondgebied historisch onderzoek laten uitvoeren naar de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE, tegenwoordig Ontplofbare oorlogsresten (OO) genoemd. De bevindingen uit dit historisch onderzoek zijn voor de verschillende locaties in deze notitie samengevat. Binnen de wetgeving bestaat met betrekking tot een planologische procedure geen verplichting met betrekking tot het uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van explosieven (ontplofbare oorlogsresten). De aanwezigheid kan wel relevant zijn voor eventuele kosten indien munitiedelen worden aangetroffen. Ook zullen de meeste ontwikkelaars/grondroerders hier inzicht in willen hebben vanuit het oogpunt veiligheid, voor zowel hun eigen medewerkers als de omgeving waarin ze werken. Vanuit de Arbowetgeving bestaat een verplichting voor een veilige werkomgeving. Ontvangen gegevens m.b.t. Ontplofbare Oorlogsresten (OO)
Afbeelding 1: Resultaten op OO verdachte gebieden Bathmen in relatie tot ontwikkellocaties (bron: GEOWEB OO gemeente Deventer)
blad 1 van 2
Afbeelding 2: Legenda behorend bij afbeelding 1
Locatie 1: Geheel verdacht op ontplofbare oorlogsresten in de vorm van raketten, geschut- en gevechtsveldmunitie, gedumpte munitie en mijnen. Locatie 2: Geheel verdacht op ontplofbare oorlogsresten in de vorm van raketten, geschut- en gevechtsveldmunitie, gedumpte munitie en mijnen. Locatie 3: Geheel verdacht op ontplofbare oorlogsresten in de vorm van raketten, geschut- en gevechtsveldmunitie, gedumpte munitie en mijnen. Locatie 4a en 4b: Deels verdacht op ontplofbare oorlogsresten in de vorm van raketten. Locatie 5: Deels verdacht op ontplofbare oorlogsresten in de vorm van afwerpmunitie, raketten, geschut- en gevechtsveldmunitie, gedumpte munitie en mijnen. Locatie 6: Deels verdacht op ontplofbare oorlogsresten in de vorm van afwerpmunitie, raketten, geschut- en gevechtsveldmunitie, gedumpte munitie en mijnen. Advies Met betrekking tot onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten adviseren wij om de volgende volgorde aan voorkeurslocaties aan te houden: 1. Locatie 6; 2. Locatie 5; 3. Locatie 3; 4. Locatie 4a en 4b; 5. Locatie 1; 6. Locatie 2. Deze keuze is gemaakt naar aanleiding van de oppervlakte van het verdachte gebied en de aanwezige (rand) verstoringen binnen het verdachte gebied, zoals bebouwing, onder- en bovengrondse infra en soort en verschijningsvorm van mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten.
blad 2 van 2
Memo
referentienummer datum aan van kopie projectnummer project betreft
20220915-478588-mem-geur bathmen-rev00 28 oktober 2022 S. Hammink Donny ter Heide 0478588.100 Locatieonderz. Milieu Bathmen Geuronderzoek mogelijkheden woningbouw Bathmen
Gemeente Bathmen is voornemens om woningbouw in haar gemeente te realiseren. Hiervoor heeft de gemeente Bathmen 6 woningbouwlocaties aangewezen. In figuur 1 zijn de woningbouwlocaties gegeven.
Figuur 1: beoogde woningbouwlocaties Bathmen (1 t/m 6)
Nabij de kern van Bathmen bevinden zich meerdere (intensieve) veehouderijen. Deze veehouderijen hebben bijvoorbeeld varkens of rundvee. Ten behoeve van het voorgenomen bestemmingsplan, is het van belang om in kaart te hebben of de beoogde woningbouwlocaties kunnen voldoen aan de geldende wet- en regelgeving omtrent de veehouderijen in de nabijheid, geregeld door de Wet geurhinder en veehouderij (hierna Wgv). Bathmen ligt in een concentratiegebied volgens bijlage I van de Meststoffenwet. Voor concentratiegebieden geldt een hogere toelaatbare geurimmissie dan voor een niet-concentratiegebied volgens de Wgv, namelijk 3 Oue/m3 als 98 percentiel binnen de bebouwde kom en 14 Oue/m3 als 98 percentiel buiten de bebouwde kom. Berekeningen Om de geurbelasting te berekenen van de verschillende veehouderijen in de regio is gebruik gemaakt van Vstacks gebied v2020. Naar aanleiding van opmerkingen van ODIJsselland zijn drie veehouderijen aangepast in hun emissies. Bij het invullen van deze uitgangspunten is uitgegaan dat veehouderijen die meegedaan lijken te hebben aan de stoppersregeling buiten beschouwing gelaten en waar gegevens onbekend zijn anders dan de
Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht
blad 1 van 5
datum 28 oktober 2022 projectnummer 0478588.100 betreft Geuronderzoek mogelijkheden woningbouw Bathmen
hoeveelheden dieren is zoveel als mogelijk het midden van de stallen als emissiepunt gebruikt. De uitgangspunten zijn terug te vinden in bijlage 1. Voor het berekenen van de geurcontouren is op een grid de geurbelasting berekend, met als start coördinaten 214072; 471795, een formaat van 5000 bij 5000 meter en 70 gridpunten in zowel de X als Y richting (totaal 4900). Alle overige invoer is standaard gehouden. Resultaten Op basis van de invoergegevens volgt de volgende geurcontour. Deze geurcontour is ook terug te vinden in bijlage 2.
Figuur 2: geurcontouren rondom woningbouw, blauw <2 Oue/m3, groen 2-3 Oue/m3, geel 3-8 Oue/m3, oranje 8-14 Oue/m3 en rood > 14 Oue/m3 (zie bijlage 2)
Uit deze contouren volgt dat gebieden 1, 2, 3 en 4 volledig bebouwd zouden kunnen worden (geurbelasting < 3 Oue/m3) zonder het aanpassen van de normeringen met behulp van een geurverordening/aanpassingen in het omgevingsplan. En kan een (groot) gedeelte van 5 en 6 bebouwd worden daar waar de belasting lager is dan 3 Oue/m3. Gezien de contouren, is in het gebied (gedeelte van 5 en 6) met een geurcontour groter dan 3 Oue/m3 de voorgrondbelasting maatgevend voor de milieukwaliteit veroorzaakt door de veehouderij Koekendijk 37. Het RIVM heeft een rapport opgesteld die geurblootstelling linkt aan de milieukwaliteit 1. Het aantal geurgehinderden zal in gebied 5 en 6 waar de geurcontour tussen de 3 en 8 Oue/m3 ligt tussen de 8 en de 17% liggen. Dit komt neer op een goed tot matige milieukwaliteit. Voor het deel van gebied 5 waar de geurcontour tussen 8 en 14 Oue/m3 resulteert dat in 17 tot 25% geurgehinderden, wat neerkomt op een milieukwaliteit van matig tot (tamelijk) slecht.
1
Geur en gezondheid Onderdeel Veehouderij en Geur, RIVM, 2015-0106
blad 2 van 5
datum 28 oktober 2022 projectnummer 0478588.100 betreft Geuronderzoek mogelijkheden woningbouw Bathmen
Advies Om de hoeveelheid geurgehinderden terug te dringen kan de gemeente door middel van slimme inrichting van de gebieden het aantal blootgestelden aan de hogere geurbelasting verminderen. Dit kan bijvoorbeeld door op de meest kritische gebieden geen woningen te bouwen of woningen te bouwen die zich binnen de bebouwde kom bevinden volgens de Wgv. Tevens zou kunnen worden geverifieerd of de betreffende veehouderijen nog daadwerkelijk in de aangegeven hoedanigheid aanwezig zijn en indien niet het geval vastleggen dat deze veehouders geen dieren met geuremissiefactoren meer kan houden. Daarmee zal de geurbelasting ook planologisch verdwijnen Ook kan de gemeente met behulp van een geurverordening een hogere geurbelasting toestaan in deze gebieden, waarmee in principe kan worden afgeweken tot 14 Oue/m3. In deze geurverordening dienen de belangen te worden afgewogen tussen de noodzaak tot ontwikkeling en de potentie op hinder.
blad 3 van 5
datum 28 oktober 2022 projectnummer 0478588.100 betreft Geuronderzoek mogelijkheden woningbouw Bathmen
Bijlage 1. Uitgangspunten
blad 4 van 5
datum 28 oktober 2022 projectnummer 0478588.100 betreft Geuronderzoek mogelijkheden woningbouw Bathmen
Bijlage 2. Geurcontourkaarten
blad 5 van 5
Legenda Geïnterpoleerd <= 2.0 OUe/m3 2.0 - 3.0 OUe/m3 3.0 - 8.0 OUe/m3 8.0 - 14.0 OUe/m3 > 14.0 OUe/m3 Locaties_woningbouw_Bathmen
OPDRACHTGEVER
GIS SPECIALIST
Bathmen
Donny ter Heide PROJECTLEIDER
Stephan Hammink PROJECTOMSCHRIJVING
Geur veehouderijen Bathmen
DATUM
28-10-2022 STATUS
KAARTTITEL
Overizchtskaart
Concept
SCHAAL
FORMAAT
A3 BLAD IN BLADEN
1 van 1 WIJZ.NR
D2
www.anteagroup.nl
www.anteagroup.nl KAARTNUMMER
0478588-100-S1 C:\Users\d16814\OneDrive - Antea Group\projecten\Bathmen\Bathmen.qgz
Notitie
notitienummer datum opdrachtgever auteur vrijgave project projectnr. betreft
03 28 oktober 2022 Gemeente Deventer T. Sweerts S.B.W. Hammink Locatieonderzoek Milieu Bathmen 0478588.100 Aspect luchtkwaliteit
INLEIDING In het dorp Bathmen, binnen de gemeente Deventer, bestaat de vraag om woningbouw. Op basis van de lokale behoefte en de voorziene extra groei is er ruimte voor circa 650 woningen. De verkenningsfase van de Routekaart 1 heeft zes potentiële locaties voor deze woningbouwopgave opgeleverd. In onderstaande figuur zijn deze zes locaties weergegeven.
Figuur 1: geïnventariseerde woningbouwlocaties rondom het dorp Bathmen
In voorliggend onderzoek zijn de concentraties luchtverontreinigende stoffen in beeld gebracht en is getoetst aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanprocedure. 1
Vastgesteld door de gemeenteraad op 22 december 2021
blad 1 van 4
BELEIDSKADER De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is vastgelegd in Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (Wm). In samenhang met Titel 5.2 zijn de grenswaarden voor luchtkwaliteit in bijlage 2 van de Wm opgenomen. In Titel 5.2 Wm is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: a. Er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden; b. Het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. Het besluit draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM10); d. Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (ook wel NSL genoemd). Bij Titel 5.2 Wm horen uitvoeringsregels die zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder andere om het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en het Besluit gevoelige bestemmingen.
Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een plan of project niet in betekenende mate bijdraagt aan de jaargemiddelde concentraties NO 2 en PM10. Een plan of project draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de jaargemiddelde concentraties in de buitenlucht van zowel NO 2 als PM10 niet meer bedraagt dan 3% van de grenswaarde voor die stoffen. Dit komt voor beide stoffen overeen met een maximale toename van de jaargemiddelde concentraties met 1,2 µg/m 3. Plannen of projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, die onder het gelijknamige Besluit hangt, zijn categorieën van gevallen opgenomen die per definitie 'niet in betekenende mate' zijn. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een woningbouwontwikkeling van minder dan 1.500 woningen of een kantoorontwikkeling van minder dan 100.000 m 2 bruto vloeroppervlak. Deze ontwikkelingen hoeven dan niet nader onderzocht te worden op een eventuele bijdrage aan de luchtkwaliteit en hiervoor hoeft geen toetsing aan de grenswaarden plaats te vinden. E FFECT PLAN Het voorgenomen plan voorziet in de ontwikkeling van 650 woningen.
De omvang van dit plan past binnen de in de Regeling NIBM bijdragen aangegeven categorie van gevallen die standaard niet in betekenende mate bijdragen. Dit is ongeacht op welke van de zes locaties deze woningen komen. RUIMTELIJKE EFFECTEN Uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening is eveneens gekeken naar de concentraties stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (zowel PM10 als PM2,5) ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling. Om een goed beeld te krijgen van deze concentraties is gebruik gemaakt van de resultaten uit de Atlas voor de Leefomgeving (jaar 2020)2. Deze kaart wordt jaarlijks door het RIVM uitgebracht De concentraties ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling (de zes potentiële locaties) zijn in onderstaande tabel in beeld gebracht. Tabel 1: Jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van de potentiële locaties Stof
Locatie 1
Locatie 2
Locatie 3
Locatie 4
Locatie 5
Locatie 6
[µg/m3]
[µg/m3]
[µg/m3]
[µg/m3]
[µg/m3]
[µg/m3]
Stikstofdioxide (NO2)
16,3
12,3
17,3
11,2
10,9
10,9
Fijn stof (PM10)
15,2
14,8
15,3
14,6
14,5
14,7
Fijn stof (PM2,5)
8,3
8,1
8,3
8,1
7,9
8,1
Op basis van de resultaten uit de Atlas voor de Leefomgeving kan worden geconcludeerd dat de concentraties ruim onder de maatgevende grenswaarden voor deze stoffen liggen. De locaties 1 en 3 scoren het minst goed qua luchtkwaliteit en locaties 5 en 6 het beste. De verklaring hiervoor ligt in het feit dat de snelweg het dichtst op de locaties 1 en 3 ligt.
2 De onderliggende gegevens die gebruikt worden voor de Atlas zijn gelijk aan die van de NSL Monitoringstool. De concentraties uit de Atlas zijn
zelfs met de NSL rekentool berekent. Hierbij zijn wegen, veehouderijen en andere uitstoters meegenomen in de berekeningen. Er is gekozen voor de Atlas, omdat deze fijnmazigere concentraties geeft (25x25m) dan de NSL Monitoringstool (1x1km). Door deze fijnmazigheid kan een onderscheidt van de verschillende locaties worden gemaakt.
blad 2 van 4
DOORKIJK NAAR DE TOEKOMST Om een beeld te geven van de verbetering van de luchtkwaliteit naar de toekomst toe, zijn hieronder een aantal figuren opgenomen van de GCN kaarten die beschikbaar zijn op internet3. GCN (Grootschalige Concentratiekaarten Nederland) geeft de benadering voor de achtergrondconcentratie voor de meeste plaatsen in Nederland.
Figuur 2: Verbetering luchtkwaliteit naar de toekomst toe (links 2021 en rechts 2030)
De figuren laten een duidelijke verbetering van de luchtkwaliteit zien. CONCLUSIE Door de beperkte omvang van het plan (650 woningen) past het binnen de vastgestelde categorieën van de Regeling NIBM bijdragen. Hierdoor kan een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit achterwege blijven en staat de luchtkwaliteit op grond van artikel 5.16, lid 1, onder c verdere besluitvorming niet in de weg. In de keuze omtrent een locatie voor woningbouw scoren de locaties 5 en 6 het beste op het aspect luchtkwaliteit. Tevens moet opgemerkt worden dat een groot deel van de locaties 1 en 3 binnen 300 meter van de rand van de snelweg ligt. Het huidige besluit gevoelige bestemmingen geeft aan dat het bouwen van gevoelige bestemmingen (kinderdagverblijven, scholen, verzorgingshuizen, enz.) niet zondermeer binnen deze zone mag. De gemeente moet in die situaties de locatiekeuze goed motiveren. WHO-advieswaarden Op voorhand kan gesteld worden dat de WHO-advieswaarden (NOX = 10 µg/m3, PM10 = 15 µg/m3 en PM2,5 = 5 µg/m3) niet meer onderscheidend zijn dan de nu gepresenteerde jaargemiddelde concentraties. Op geen van de locaties is het aannemelijk dat wordt voldaan aan de waarden voor de stoffen NOX en PM2,5. Enkel locaties 5 en 6 komen in de buurt van de WHO-advieswaarden.
Daarnaast wordt de WHO-advieswaarde voor PM10 alleen niet gehaald op de locaties die in de huidige versie van het rapport al het minst scoren, omdat ze in de buurt van de snelweg liggen (locatie 1 en 3). Ook vanuit de WHO-advieswaarden bezien scoren de locaties 5 en 6 het beste op het aspect luchtkwaliteit. Gezondheid Het programma Veehouderij en Gezondheid is erop gericht meer kennis te verkrijgen over de gezondheid van mensen die in de buurt van veehouderijen wonen. Op dit moment is het VGO deelonderzoek III gestart en zijn de VGO deelonderzoeken I en II afgerond. Uit deelonderzoek I is gebleken dat bewoners in de buurt van de onderzochte geitenhouderijen (binnen 2 km) verhoogd risico op longontsteking hebben. Deze conclusie is in deelonderzoek II (uitgebreid naar locaties verspreid over Nederland) ook voor de rest van Nederland getrokken. Deelonderzoek III gaat in op de waarom vraag; waarom hebben bewoners in de buurt van geitenhouderijen vaker longontsteking?
3 https://data.rivm.nl/apps/gcn/
blad 3 van 4
Gezien de invloedsfeer van geitenhouderijen op longontsteking (2km) wordt de locatiekeuze niet hierdoor beïnvloed. Volgens de KRD (Kernregistratie Dierenverblijven) liggen er namelijk geen geitenveehouderijen binnen 2 km van de beoogde woningbouwlocaties. Voor zover nu bekent zijn er, anders dan de hoogte van de concentraties luchtverontreinigende stoffen, geen andere factoren die de gezondheid op de beoogde woningbouwlocaties beïnvloeden (voor het aspect luchtkwaliteit).
Dit document is vertrouwelijk. Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Algemene voorwaarden en privacyverklaring blad 4 van 4
Quickscan geluid weg- en railverkeer Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave
projectnummer 478588 definitief revisie 01 3 november 2022
Quickscan geluid weg- en railverkeer Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave
projectnummer 478588 revisie 01 3 november 2022
Auteurs Jelco Hamstra
Opdrachtgever Gemeente Deventer Postbus 5000 7400 GC Deventer
Gecontroleerd: S. Hammink
datum 3 november 2022
beschrijving definitief
vrijgave R. van der Velde
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Context Situatie Leeswijzer
1 1 2
2
Beoordelingskader
3
3
Onderzoeksopzet en uitgangspunten
4
4
Resultaten
5
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.5.1
Omschrijving van de contouren 5 Geluidcontouren wegverkeerslawaai: Rijksweg 6 Geluidcontouren wegverkeerslawaai: gemeentelijke en provinciale wegen 7 Geluidscontouren railverkeerslawaai 8 Onderling vergelijk tussen de potentiële locaties 8 Gebied 1-2: voornaamste geluidinvloed door Rijksweg A1 (gebied 1-2) en deels door gemeentelijke wegen (gebied 1) – beneden grenswaarde 8 Gebied 3: voornaamste geluidinvloed door Rijksweg A1 – klein gedeelte (zuidelijke) van het gebied hoger dan grenswaarde 8 Gebied 4: voornaamste geluidinvloed door Deventerweg en het spoor – beneden grenswaarde 9 Gebied 5: voornaamste geluidinvloed door spoor – aanzienlijk deel boven grenswaarde 9 Gebied 6: voornaamste geluidinvloed door spoor en Koekendijk – niet boven grenswaarde 9 Mogelijke aangrijppunten om de geluidbelasting te reduceren 10 Rijksweg A1 10 Gemeentelijke wegen: Gorsselseweg, Woertmansweg, Deventerweg, Koekendijk 10 Spoor 11
4.5.2 4.5.3 4.5.4 4.5.5 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3
Quickscan geluid weg- en railverkeer Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 3 november 2022 revisie 01 Gemeente Deventer
1
Inleiding
1.1
Context Om de in 2020 geformuleerde woningbouwambitie voor Bathmen te verwezenlijken zijn door de gemeente Deventer een 6-tal potentiële locaties aangewezen. Om nader te kunnen bepalen welke van de locaties het meest geschikt zijn voor woningbouw, is door Antea Group in opdracht van de gemeente Deventer onderzoek verricht naar de milieuaspecten. In dit kader is onder andere indicatief onderzoek gedaan, in de vorm van een quickscan, naar de verwachte geluidbelasting op de gebieden, vanwege omliggende wegen en het spoor Deventer-Almelo. Er is in de omgeving van de potentiële locaties geen sprake van industrieterreinen waarvoor GPP’s in het omgevingsplan moeten worden vastgesteld. In het kader van deze quickscan is daarom het industriegeluid niet in beeld gebracht. In de omgeving zijn wel enkele solitair gelegen bedrijven gelegen. De milieu impact (waaronder geluid) hiervan , is onderzocht in het kader van het onderzoek Bedrijven en milieuzonering.
1.2
Situatie De in deze quickscan beschouwde potentiële woningbouwlocaties zijn in onderstaande afbeelding 1.1, samen met het spoor, weergegeven. Afbeelding 1.1: Potentiële locaties voor de woningbouwopgave en nabijgelegen spoor
Blad 1 van 11
Quickscan geluid weg- en railverkeer Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 3 november 2022 revisie 01 Gemeente Deventer
1.3
Leeswijzer Het verloop van het onderzoek (quickscan), de resultaten en hieruit te trekken conclusies (onderling vergelijk van de potentiële gebieden voor woningbouw) zijn in onderliggende rapportage verwerkt. Het rapport is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 worden de gehanteerde beoordelingskaders besproken; hoofdstuk 3 beschrijft het uitgevoerde onderzoek en de uitgangspunten daarin; vervolgens wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de resultaten.
Blad 2 van 11
Quickscan geluid weg- en railverkeer Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 3 november 2022 revisie 01 Gemeente Deventer
2
Beoordelingskader Het beoordelingskader voor de geluidcontouren is de Omgevingswet. De volgende tabel laat de standaardwaarden en grenswaarden zien die in het kader van de Omgevingswet worden gehanteerd. Standaardwaarde (voorkeurswaarde in Lden)
Projectie van geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige locaties
Vaststelling van geluidproductieplafonds en aanleg of wijziging gemeentelijke wegen, waterschapswegen en lokale spoorwegen
50
60
65
53
70
70
55
65
70
Geluidbronsoorten
Rijkswegen, provinciale wegen Gemeentewegen, waterschapswegen Hoofdspoorwegen en loklale spoorwegen
Grenswaarde (maximale waarde) in Lden
Onder de Omgevingswet stelt de gemeente in het omgevingsplan gebiedsgerichte normen vast, waarbij bovenvermelde waarden de eerste kaders vormen. Het werkingsmechanisme is vergelijkbaar met zoals dat onder de Wet geluidhinder werkt. Een geluidbelasting onder de standaardwaarde is in principe toelaatbaar. Het gebied tussen de standaardwaarde en de grenswaarde is het zogenoemde afwegingsgebied. Er zal, binnen dit gebied, een zorgvuldige afweging moeten plaatsvinden waarin nadrukkelijk aandacht wordt gegeven voor mogelijkheden om de geluidbelasting te reduceren. Een geluidbelasting boven de grenswaarde is slechts in uitzonderlijke situaties toelaatbaar, waarbij nog meer nadruk ligt op een zorgvuldige afweging. Anders dan onder de Wet geluidhinder betreft het hier de gecumuleerde geluidbelasting per cluster van bronnen en niet de geluidbelasting per bron. In de Wet geluidhinder (artikel 110g) was geregeld dat voor toetsing een aftrek moest worden toegepast vanwege het in de toekomst stiller worden van het verkeer. Onder de Omgevingswet is geen sprake meer van toepassen van een aftrek. In het omgevingsplan dienen de normen te worden gemotiveerd. Het vaststellen van zogenoemde hogere waarden en daarbij horende procedure is niet meer aan de orde.
Blad 3 van 11
Quickscan geluid weg- en railverkeer Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 3 november 2022 revisie 01 Gemeente Deventer
3
Onderzoeksopzet en uitgangspunten Dit betreft een eerste indicatieve berekening van de geluidcontouren op de omgeving in Bathmen, met name bedoeld om de potentiële locaties onderling (op het gebied van geluid door weg- en railverkeer) met elkaar te kunnen vergelijken. De plangebieden zijn net als de verkeersgegevens aangeleverd door de gemeente. De volgende punten zijn van aandacht voor de berekening van de contouren: Er is, als basis voor de berekeningen, uitgegaan van gmf file aangeleverd door de gemeente met de naam: VL2030 Bathmen, waarin naast de belangrijkste wegen ook omgevingskenmerken (hard/zacht gebieden, hoogtelijnen ed) zijn opgenomen. Alle wegen uit dit model zijn meegenomen in de berekening, met uitzondering van 30 km/h wegen op grotere afstand van het plangebied. Er is uitgegaan van een groeipercentage van 1,5% per jaar met een richtjaar van 2035 voor de gemeentewegen. Geluidregister Rijkswaterstaat (d.d. 27-7-2022) Geluidregister spoor (d.d. 27-7-2022) Rekenhoogte van 5 meter Voor de berekeningen is uitgegaan van de Standaard Rekenmethode zoals beschreven in de Staatscourant 2021 nr. 15868 van 26 maart 2021 in bijlage IVe (Meet- en rekenmethode Geluid)
Blad 4 van 11
Quickscan geluid weg- en railverkeer Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 3 november 2022 revisie 01 Gemeente Deventer
4
Resultaten
4.1
Omschrijving van de contouren In onderstaande tabel zijn de in het kader van deze quickscan in beeld gebrachte contouren weergegeven. Onder de tabel lichten we toe wat de precieze betekenis van de contouren is, vanuit de verplichtingen die uit het Besluit kwaliteit leefomgeving volgen.
Kleur en omschrijving
Wegverkeerslawaai rijkswegen, provinciale wegen (dB)
Wegverkeerslawaai gemeentewegen (dB)
Railverkeerslawaai (dB)
Standaardwaarde
50 of lager
53 of lager
55 of lager
Tot grenswaarde
51-60
54-70
56-65
Boven grenswaarde
>60
>70
>65
In het hiernavolgende figuur zijn de gebieden aangegeven in bovengenoemde categorieën. Kleur groen geeft aan dat er wordt voldaan aan de standaardwaarden onder de Omgevingswet, namelijk 50 dB vanwege wegverkeerslawaai door rijkswegen, 53 dB vanwege gemeentewegen en 55 dB vanwege railverkeerslawaai. Bouwen van woningen of andere geluidgevoelige gebouwen in het groene gebied is, gezien de geluidgevolgen van de beschouwde wegen, zonder verdere beperkingen mogelijk. In de rode gebieden is sprake van een geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde (vanwege wegverkeerslawaai door rijkswegen en gemeentewegen en vanwege railverkeerslawaai). Bouw van woningen of andere geluidgevoelige gebouwen is hier onder voorwaarden mogelijk. Er zal in ieder geval moeten worden onderzocht wat de mogelijkheden zijn om de geluidbelasting terug te brengen, hierin zullen ook eventuele cumulatieve effecten (optelsom van het geluid met andere geluidbronnen) meegewogen dienen te worden. Daarnaast zullen aanvullende isolerende maatregelen aan de (geluidgevoelige) gebouwen nodig zijn om een voldoende laag geluidniveau (< 33dB op grond van artikel 4.103 Bbl) in de (geluidgevoelige) gebouwen te kunnen waarborgen. In de paarse gebieden is sprake van een geluidbelasting boven de grenswaarde ingevolge de Omgevingswet.
Hier is de bouw van woningen of andere geluidgevoelige gebouwen, zonder inzet van maatregelen, in principe niet mogelijk. Slechts in uitzonderlijke situaties is een geluidbelasting boven de grenswaarde toelaatbaar. Om in dit gebied woningen of andere geluidgevoelige gebouwen mogelijk te maken is de inzet van maatregelen waarmee de geluidbelasting op gevels van betreffende gebouwen wordt teruggebracht (tot in ieder geval beneden de grenswaarde), noodzakelijk. Daarnaast zullen aanvullende isolerende maatregelen aan de (geluidgevoelige) gebouwen nodig zijn om een voldoende laag geluidniveau in de (geluidgevoelige) gebouwen te kunnen waarborgen en geldt afwegingsverplichting zoals ook beschreven voor het contourengebied “ROOD”.
Blad 5 van 11
Quickscan geluid weg- en railverkeer Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 3 november 2022 revisie 01 Gemeente Deventer
4.2
Geluidcontouren wegverkeerslawaai: Rijksweg In de onderstaande figuur zijn de contouren vanwege het wegverkeerslawaai (Rijksweg A1) weergegeven.
Blad 6 van 11
Quickscan geluid weg- en railverkeer Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 3 november 2022 revisie 01 Gemeente Deventer
4.3
Geluidcontouren wegverkeerslawaai: gemeentelijke en provinciale wegen In de onderstaande figuur zijn de contouren voor gemeentelijke en provinciale wegen weergegeven. Het geluidbeeld in de verschillende gebieden wordt vooral bepaald door gemeentelijke wegen. De contouren zijn daarom afgestemd op de waarden voor gemeentelijke wegen, zoals volgt uit het Bkl.
Blad 7 van 11
Quickscan geluid weg- en railverkeer Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 3 november 2022 revisie 01 Gemeente Deventer
4.4
Geluidscontouren railverkeerslawaai Geluid In onderstaande figuur zijn de contouren voor railverkeer weergeven.
4.5
Onderling vergelijk tussen de potentiële locaties
4.5.1
Gebied 1-2: voornaamste geluidinvloed door Rijksweg A1 (gebied 1-2) en deels door gemeentelijke wegen (gebied 1) – beneden grenswaarde Het geluidbeeld in deze gebied wordt in hoofdzaak bepaald door verkeer op rijksweg A1. Voor gebied 1, met name voor het oostelijke deel van het gebied, wordt het geluidbeeld ook door gemeentelijke wegen (met name Gorsselseweg en Woertmansweg) bepaald. De gebieden ondervinden een geluidbelasting die hoger is dan de standaardwaarde, maar niet hoger dan de grenswaarde. Dit betekent dat zal moeten worden onderzocht in hoeverre met maatregelen de geluidbelasting kan worden teruggenomen. Daarnaast zal er aandacht moeten zijn voor de geluidisolatie van de panden, om een voldoende laag geluidniveau in de panden te kunnen waarborgen (<33 dB).
Blad 8 van 11
Quickscan geluid weg- en railverkeer Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 3 november 2022 revisie 01 Gemeente Deventer
4.5.2
Gebied 3: voornaamste geluidinvloed door Rijksweg A1 – klein gedeelte (zuidelijke) van het gebied hoger dan grenswaarde Het geluidbeeld in dit gebied wordt in hoofdzaak bepaald door verkeer op rijksweg A1. Het gebied ondervindt grotendeels een geluidbelasting die hoger is dan de standaardwaarde, maar niet hoger dan de grenswaarde. Dit betekent dat zal moeten worden onderzocht in hoeverre met maatregelen de geluidbelasting kan worden teruggenomen. Daarnaast zal er aandacht moeten zijn voor de geluidisolatie van de panden, om een voldoende laag geluidniveau in de panden te kunnen waarborgen (<33 dB). Voor het meest zuidelijke deel van het plangebied is de geluidbelasting hoger dan de grenswaarde. Om in dit gebied woningen te kunnen realiseren zijn geluidreducerende maatregelen nodig.
4.5.3
Gebied 4: voornaamste geluidinvloed door Deventerweg en het spoor – beneden grenswaarde Het gebied ondervindt, voor een groot deel vanwege het spoor en voor een kleiner deel vanwege de Deventerweg, een geluidbelasting die hoger is dan de standaardwaarde, maar niet hoger dan de grenswaarde. Dit betekent dat zal moeten worden onderzocht in hoeverre met maatregelen de geluidbelasting kan worden teruggenomen. Daarnaast zal er aandacht moeten zijn voor de geluidisolatie van de panden, om een voldoende laag geluidniveau in de panden te kunnen waarborgen (<33 dB).
4.5.4
Gebied 5: voornaamste geluidinvloed door spoor – aanzienlijk deel boven grenswaarde Het geluidbeeld in dit gebied wordt in hoofdzaak bepaald door verkeer op het spoor. Het gebied ondervindt voor een aanzienlijk deel een geluidbelasting die hoger is dan de grenswaarde. Om in dit gebied woningen te kunnen realiseren zijn geluidreducerende maatregelen nodig. Daarnaast zal er aandacht moeten zijn voor de geluidisolatie van de panden, om een voldoende laag geluidniveau in de panden te kunnen waarborgen (<33 dB). Gedeelte ondervindt het gebied een geluidbelasting boven de standaardwaarde, maar niet hoger dan de grenswaarde. Dit betekent dat hiervoor zal moeten worden onderzocht in hoeverre met maatregelen de geluidbelasting kan worden teruggenomen. Daarnaast zal er aandacht moeten zijn voor de geluidisolatie van de panden, om een voldoende laag geluidniveau in de panden te kunnen waarborgen (<33 dB).
Blad 9 van 11
Quickscan geluid weg- en railverkeer Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 3 november 2022 revisie 01 Gemeente Deventer
4.5.5
Gebied 6: voornaamste geluidinvloed door spoor en Koekendijk – niet boven grenswaarde Het gebied ondervindt gedeeltelijk een geluidbelasting die hoger is dan de standaardwaarde, maar niet hoger dan de grenswaarde. Dit betekent dat zal moeten worden onderzocht in hoeverre met maatregelen de geluidbelasting kan worden teruggenomen. Daarnaast zal er aandacht moeten zijn voor de geluidisolatie van de panden, om een voldoende laag geluidniveau in de panden te kunnen waarborgen (<33 dB).
4.6
Mogelijke aangrijppunten om de geluidbelasting te reduceren
4.6.1
Rijksweg A1 Rijksweg A1 is voorzien van dubbel laags ZOAB. De mogelijkheden om verdergaande geluidreductie aan de bron te bewerkstelligen zijn hierdoor beperkt. Met toepassing van bij voorbeeld dubbel laags ZOAB-fijn kan circa 1 dB reductie worden bewerkstelligd. Voor toepassing ervan zal in ieder geval overleg met Rijkswaterstaat nodig zijn. In verband met oa technische haalbaarheid maar ook omdat inzet van een dergelijke maatregel moet worden geformaliseerd in de geldende Geluid Productie Plafonds, voordat hiermee in de planvorming rekenschap kan worden gehouden. Gezien bovenstaande is de verwachting dat toepassing van bronmaatregelen ingrijpend is en dat het effect ervan beperkt is. Met toepassing van verdergaande schermen langs weg kan naar verwachting de geluidbelasting verder worden teruggebracht. Het bestaande geluidscherm dient hiervoor te worden verlengd en verhoogd. Hiermee zullen hoge kosten gepaard gaan. Bovendien geldt ook hiervoor dat overleg met Rijkswaterstaat nodig zal zijn. Als alternatief voor aanpassing van de bestaande schermen kan worden overwogen om defractoren langs de weg in te zetten, maar het effect hiervan zal naar verwachting beperkt zijn. Gezien bovenstaande is de inzet van binnenplanse maatregelen naar verwachting het meest effectief.
Enkele mogelijkheden hiervoor: Oriëntatie van de woningen zodanig dat zoveel mogelijk sprake is van minimaal één geluidluwe zijde; Met “slimme” indeling geluid belaste woningen: geluidgevoelige ruimten (woonkamer, slaapkamers) voor zover mogelijk aan geluid luwe zijde; Inzet van balkonschermen of vliesgevels; Niet geluidgevoelige hoogbouw (of woningen met aan de hoogbelaste zijde een vliesgevel of dove gevel) aan rand van de gebieden projecteren die een afschermende werking heeft naar achterliggende woningen.
4.6.2
Gemeentelijke wegen: Gorsselseweg, Woertmansweg, Deventerweg, Koekendijk Deze wegen zijn momenteel voorzien van dicht asfalt beton. Overwogen kan worden om deze wegen te voorzien van een geluidarme verharding (bijvoorbeeld SMA-NL 8G+ of dunne deklagen B). Hiermee wordt een geluidreductie van circa 3 dB bewerkstelligt. Toepassen van geluidschermen langs de weg zal aan aanvullende reductie tot resultaat hebben, maar bezien zal moeten worden in hoeverre dat schermen hier stedenbouwkundig inpasbaar zijn). Als alternatief voor schermen kan worden overwogen om diffractoren langs de weg te plaatsen, waarbij wel
Blad 10 van 11
Quickscan geluid weg- en railverkeer Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 3 november 2022 revisie 01 Gemeente Deventer
gericht zal moeten worden onderzocht of hiermee in onderhavige situatie voldoende effect wordt bewerkstelligd. Eventueel kan worden overwogen, indien dit verkeerskundig mogelijk is, de 30 km wegen te verleggen.
4.6.3
Spoor Ons is niet bekend of het spoor is voorzien van raildempers. Als dit niet het geval is dan kan toepassing ervan een reductie bewerkstelligen van circa 3 dB. Voor toepassing ervan zal in ieder geval overleg met ProRail nodig zijn. In verband met oa technische haalbaarheid maar ook omdat inzet van een dergelijke maatregel moet worden geformaliseerd in de geldende Geluid Productie Plafonds, voordat hiermee in de planvorming rekenschap kan worden gehouden. Gezien bovenstaande is de verwachting dat toepassing van bronmaatregelen ingrijpend is en dat het effect ervan beperkt is. Met toepassing van verdergaande schermen langs het spoor kan naar verwachting de geluidbelasting verder worden teruggebracht. Bijvoorbeeld door het bestaande geluidscherm ten zuiden van het spoor, te verlengen en/of op te hogen. Of door realisatie van een nieuw scherm ten noorden van het spoor. Hiermee zullen hoge kosten gepaard gaan. Bovendien geldt ook hiervoor dat overleg met ProRail nodig zal zijn. Gezien bovenstaande is de inzet van binnenplanse maatregelen naar verwachting het meest effectief.
Enkele mogelijkheden hiervoor: Oriëntatie van de woningen zodanig dat zoveel mogelijk sprake is van minimaal één geluidluwe zijde; Inzet van balkonschermen of vliesgevels; Niet geluidgevoelige hoogbouw (of woningen met aan de hoogbelaste zijde een vliesgevel of dove gevel) aan rand van de gebieden projecteren die een afschermende werking heeft naar achterliggende woningen.
Blad 11 van 11
De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Zutphenseweg 31D 7418 AH DEVENTER Postbus 321 7400 AH DEVENTER T. 0622990312 E. jelco.hamstra@anteagroup.nl
www.anteagroup.nl
Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Memo
memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft
221104 - 478588 4 november 2022 Stephan Hammink Enno Been
Antea Group Antea Group
Bathmen 0478588 realisatiefase
Onlangs is een quickscan uitgevoerd naar vanwege stikstof meest kansrijke locaties voor de ontwikkeling van ca. 650 woningen (Stikstofonderzoek Bathmen, Antea Group, 9 september 2022). Sindsdien hebben er een aantal relevante ontwikkelingen plaatsgevonden. a) De derogatie, die gold voor de stikstofgebruiksnorm bij het bemesten van akkerbouw- en graslanden, is door de EU stopgezet. Dit heeft tot gevolg dat er met minder verdwijnende bemesting mag worden gerekend dan waarvan is uitgegaan in bovenvermelde quick-scan. Voor akkerbouwgrond zijn er geen wijzigingen. Voor grasland wijzigt de emissiefactor van 25,5 kg NH3/ha/jaar naar 18,85 kg NH3/ha/jaar. Met andere woorden: het beschikbare saldo neemt voor een aantal deellocaties af. In onderstaande tabel is het nieuwe mogelijke saldo per deelgebied weergegeven. Tabel 1. saldo per deelgebied
Deelgebied 1 2 3 4 5 6
Mogelijk saldo (met derogatie)) [kg NH3/jr] 61,5 4,2 36,9 3,7 168,7 164,2
Mogelijk saldo zonder derogatie [kg NH3/jr] 47,0 4,2 29,0 3,7 125,2 121,4
b) BIJ12 heeft aangekondigd, dat er op 22 november 2022 een nieuwe versie van het rekenprogramma AERIUS Calculator beschikbaar komt. In die nieuwe versie zullen veel wijzigingen zitten: • nieuwe emissiefactoren voor het wegverkeer; • nieuwe rekenpunten in verband met nieuwe aanwezige waarden (veegbesluit); • correctiefactoren voor stikstofbijdragen van wegverkeer binnen 5 km (SRM2) van de bron (aanscherping); • correctiefactoren voor stikstofbijdrage van wegverkeer tussen 5 km en 25 km (versoepeling); • geactualiseerd grondgebruik; • geactualiseerde ruwheidskaart; • nog meer minder relevante actualisaties; Dit alles zal tot gevolg hebben dat de rekenresultaten met die nieuwe versie anders zullen zijn dan de rekenresultaten bij de oude (huidige) versie. Mede gelet ook op punt a) wordt een actualisatie van de quick-scan na 22 november in overweging gegeven.
blad 1 van 3
c) De Raad van State heeft middels een uitspraak op 2 november jl. aangegeven dat geen gebruik meer gemaakt mag worden van de vrijstelling voor de realisatiefase Dit heeft tot gevolg dat de realisatie mogelijk van invloed gaat zijn op de conclusies uit de quick-scan. Met een snelle doorkijk is getracht nu al inzicht te geven in de rol van de realisatie bij de locatiekeuzen. Met behulp van kengetallen is voor elk deelgebied onderzocht, wat de te verwachten bijdragen aan de stikstofdepositie van de realisatiefase zijn, voor het geval op elke locatie het maximaal aantal woningen (bij 25 woningen/ha) wordt gerealiseerd. Daarbij is al uitgegaan van het gereduceerde saldo zoals aangegeven in tabel 1. Er is gerekend met een kengetal voor relatief “vuil” bouwen en een kengetal voor relatief “schoon” bouwen zodat een bandbreedte ontstaat. De onderstaande kengetallen zijn gebruikt: Realisatiefase “vuil” Er is voor de realisatie “vuil” uitgegaan van Stage IIIB materieel (bouwjaar 2011-2013). Er is voor verkeer gerekend met een weglengte van 1 kilometer en emissiefactoren voor het jaar 2025. Er is per 100 woningen uitgegaan van 30 mvtbew/etm licht en 10 mvtbew./etm zwaar verkeer Het kental heeft betrekking op bouwrijp maken, bouwen en woonrijp maken. Realisatie “vuil” per 100 woningen licht zwaar
NOx 1,2866 7,8876
NH3 0,0767 0,1369
subtotaal verkeer
9,1743
0,2135
Bouw totaal 100 won.
446 455
15,6 15,8
kg/jaar
per woning
4,55
0,158
kg/jaar
Realisatiefase “schoon” Er is voor de realisatie “schoon” uitgegaan van Stage V materieel (bouwjaar 2019 of later). Er is voor verkeer gerekend met een weglengte van 1 kilometer en emissiefactoren voor het jaar 2025. Er is per 100 woningen uitgegaan van 30 mvtbew/etm licht en 10 mvtbew./etm zwaar verkeer Het kental heeft betrekking op bouwrijp maken, bouwen en woonrijp maken. Realisatie “schoon” per 100 woningen licht zwaar
NOx 1,2866 7,8876
NH3 0,0767 0,1369
subtotaal verkeer
9,1743
0,2135
Bouw totaal 100 won.
66 75
14,7 14,9
kg/jaar
per woning
0,75
0,149
kg/jaar
De rekenresultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel.
blad 2 van 3
Tabel 2: Bijdrage stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden van de realisatiefase per deelgebied
Deelgebied 1 2 3 4 5 6
Maximum aantal woningen fysiek realiseerbaar (25/ha) 169 80 176 118 211 162
Realisatie Stage IIIB [mol/ha/jaar] 0,02 0,01 0,02 0,01 0,01 0,01
Realisatie stage V [mol/ha/jaar] 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
De resultaten laten zien dat er bij “vuile” bouw, ondanks het aanwezige saldo, sprake is van bijdragen aan de stikstofdepositie. Daarbij moet wel vermeld worden, dat er bij de berekeningen thans van uit is gegaan dat het bouwrijpmaken, de bouw en het woonrijpmaken op elke locatie voor alle woningen binnen een jaar plaatsvindt. De bijdrage op de deellocaties 1 en 3 zijn het hoogst. Bij “schoon” bouwen is er bij geen enkele deellocatie sprake van een bijdrage aan de stikstofdepositie.
blad 3 van 3
Bedrijven en milieuzonering Bathmen
projectnummer 0478588.100 definitief revisie 02 3 november 2022
Bedrijven en milieuzonering Bathmen
projectnummer 0478588.100 definitief revisie 02 3 november 2022
Auteurs R. Michiels
Opdrachtgever Gemeente Deventer Grote Kerkhof 1 7411 KT DEVENTER
datum vrijgave 04-11-22
beschrijving revisie 02 definitief
gecontroleerd S. Hammink
vrijgave R. van der Velde
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2
Aanleiding Methode en uitgangspunten
1 2
2
Methode
3
2.1 2.2
VNG Handreiking Bedrijven en milieuzonering Spuitzones
3 4
3
Inventarisatie bedrijven en milieuzonering
5
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6
Omgevingstype Aanwezige bedrijfsactiviteiten Locatie 1 Locatie 2 Locatie 3 Locatie 4 Locatie 5 Locatie 6
5 5 5 7 9 10 11 13
4
Contourenkaart en toetsing
16
4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.1.6 4.2
Richtafstanden Locatie 1 Locatie 2 Locatie 3 Locatie 4 Locatie 5 Locatie 6 Spuitzones
16 16 19 22 24 25 28 30
5
Conclusie
35
5.1 5.2
Conclusies Tot slot
35 35
Bedrijven en milieuzonering Bathmen projectnummer 0478588.100 3 november 2022 revisie 02 Gemeente Deventer
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies, zoals woningen, worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het inrichtingen mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. De in 2020 geformuleerde woningbouwambitie voor Bathmen is door de gemeente Deventer samen met vertegenwoordigers uit het dorp uitgewerkt en door de gemeenteraad vastgesteld op 22 december 2021. De woningbouwopgave omvat: • 250 woningen voor de lokale behoefte met accent op jongeren uit eigen dorp en ouderen voor de periode 2022 tot 2027. • 400 woningen van 2027 tot 2035 om voor het dorp voldoende draagvlak te houden voor het behoud en versterking van de voorzieningen, de verenigingen en het levendige centrum. Op hoofdlijnen is onderzocht welke locaties het beste passen in de ruimtelijk-historische ontwikkeling van de kern Bathmen en op voorhand weinig of geen onoverkomelijke milieutechnische en ruimtelijke beperkingen lijken te hebben. Deze locaties zijn in figuur 1.1 weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging locaties woningbouw
Blad 1 van 36
Bedrijven en milieuzonering Bathmen projectnummer 0478588.100 3 november 2022 revisie 02 Gemeente Deventer
De volgende processtap is te komen tot een gebiedsperspectief (locatievoorkeur). In dat kader wordt in dit rapport inzichtelijk gemaakt welke bedrijven op dit moment rondom het plangebied aanwezig zijn en welke zonering vanuit de omliggende bebouwing toegepast dient te worden.
1.2
Methode en uitgangspunten Aan de hand van de VNG-Uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) zijn de relevante richtafstanden bepaald en op tekening weergeven. In aanvulling zijn de mogelijk effecten op de woningbouwmogelijkheden door spuitzones vanwege gewasbeschermingsmiddelen beoordeeld, omdat dit aspect ook een belemmerende invloed kan hebben op de woningbouwmogelijkheden op de locaties. Voor het totale gebied wordt in dit document in beeld gebracht met welke milieuaspecten rekening gehouden dient te worden en op welke wijze. In eerste instantie wordt conform vaste jurisprudentie uitgegaan van de richtafstanden bij de maximale planologische invulling. Vervolgens is gekeken naar de feitelijke situatie. Daarnaast wordt uitgegaan dat de huidige functies binnen de onderzochte locaties zullen verdwijnen ten behoeve van woningbouw. Bedrijfslocaties binnen de woningbouwlocaties zijn niet meegenomen in dit onderzoek.
Blad 2 van 36
Bedrijven en milieuzonering Bathmen projectnummer 0478588.100 3 november 2022 revisie 02 Gemeente Deventer
2
Methode
2.1
VNG Handreiking Bedrijven en milieuzonering Woningen zijn ‘milieugevoelig objecten’ en ‘kwetsbaar objecten’. Hiervoor gelden milieu- en veiligheidsafstanden ten opzichte van installaties, voorzieningen en/of inrichtingen, die onder de Wet milieubeheer vallen. Voor het oprichten van woningen dient bepaald te worden of deze binnen de richtafstanden liggen van omliggende bedrijven. De VNG heeft hiervoor een handreiking opgesteld: “Bedrijven en milieuzonering, Handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk” (2009). Deze handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van diverse bedrijfsactiviteiten (geur, gevaar, stof en geluid). Ook geeft het boekje een richtafstand voor het ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten in relatie tot het omgevingstype en voor het inpassen van gevoelige functies nabij bedrijven. Deze afstanden gelden in principe tussen enerzijds de perceelgrens van het bedrijf en anderzijds de voorgevel van een woning of achtererfgrens van het woonperceel. De twee omgevingstypes die de VNG hanteert zijn: • Rustige woonwijk en rustig buitengebied: “Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor.
Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stilte gebied of een natuurgebied.” • Gemengd gebied: “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” Het omgevingstype wordt bepaald door het (soort) gebied waarin de locatie zich bevindt en niet door de locatie zelf. In Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) worden de volgende richtafstanden per bedrijfstype geadviseerd voor nieuwe bestemmingsplannen. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Blad 3 van 36
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Bedrijven en milieuzonering Bathmen projectnummer 0478588.100 3 november 2022 revisie 02 Gemeente Deventer
2.2
Spuitzones Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen inclusief tuinen. Vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten van fruitbomen wordt in de bestemmingsplanpraktijk een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter, aan te houden tussen een fruitboomgaard en een gevoelige bestemming. Dit is een in de praktijk gegroeide vuistregel. Gevoelige functies zijn plaatsen waar regelmatig en voor een groot gedeelte van de dag mensen verblijven of samenkomen. Een woning met tuin wordt als zodanig aangemerkt. Bij de afstand van 50 meter wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van de bewoners van de woning. De 50 meter afstand is echter een indicatieve en willekeurige afstand. Een verantwoorde afstand hangt onder meer af van het soort teelt ter plaatse en de plaatselijke omstandigheden. Voor het betrokken bestuursorgaan bestaat zowel bij toepassing als afwijking van deze afstand een onderzoeksplicht. Een kortere afstand is mogelijk, mits voorzien van een deugdelijke motivering en het treffen van maatregelen.
Blad 4 van 36
Bedrijven en milieuzonering Bathmen projectnummer 0478588.100 3 november 2022 revisie 02 Gemeente Deventer
3
Inventarisatie bedrijven en milieuzonering
3.1
Omgevingstype In deze paragraaf wordt gemotiveerd als welk omgevingstype het plangebied wordt beschouwd, als ‘rustige woonwijk’ of als ‘gemengd gebied’. Zowel in de oude als nieuwe VNG milieuzonering wordt onderscheid gemaakt tussen rustig woongebied en gemengd gebied. De locaties liggen aan de rand van de kern Bathmen. In de toekomstige situatie zullen woningen worden gerealiseerd. Gezien de ligging naast ander woongebied zal voor dit gebied, vanwege het feit dat er vrijwel geen andere functies voorkomen in het gebied, het omgevingstype rustige woonwijk worden gehanteerd.
3.2
Aanwezige bedrijfsactiviteiten Op de locaties zijn woningen voorzien. Rondom de plangebieden zijn meerdere milieubelastende activiteiten aanwezig die zijn opgenomen in de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (2009). In de onderstaande tabellen is per locatie de richtafstand voor de genoemde functies opgenomen aan de hand van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering. Hierbij is uitgegaan van de maximale planologische invulling. Daarbij is ook rekening gehouden met spuitzones van agrarische percelen waar planologisch gezien gebruik is toegestaan, waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Dat betreffen de percelen met de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’. De spuitzone is 50 meter vanaf de grens van het perceel. In tabel 3.1 tot en met 3.6 zijn bijhorende milieucategorieën, richtafstanden en waar van toepassing spuitzones weergegeven.
3.2.1
Locatie 1 Tabel 3.1: Overzicht richtafstanden en spuitzones activiteiten (locatie 1) Activiteit