CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-1075 Bijlagen Antea - Locatieafweging op basis van leefomgevingsaspecten - Gebiedsperspectief Bathmen

Raadsvergadering 22 februari 2023, gemeente DeventerBij agendapunt: Gebiedsperspectief Bathmen23.211 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Memo

memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft

01 15 juli 2022 Stephan Hammink Ingrid Westenbrink Locatieonderzoek Milieu Bathmen 0478588.100 Memo telefonisch overleg Omgevingsdienst IJsselland

Voor het project ‘Gebiedsperspectief Bathmen’ is de gemeente Deventer in de inventarisatie fase om inzicht te verkrijgen in eventuele voorkeursvarianten van deelgebied (o.a. agrarische percelen) voor woningbouw bij Bathmen. Gemeente Deventer heeft reeds een historisch vooronderzoek (HO) uitgevoerd en aangegeven, dat er weinig tot geen aandachtspunten naar voren zijn gekomen. Onduidelijk is of deze HO’s zijn uitgevoerd conform de NEN5725 en zijn gerapporteerd. Om duidelijkheid te krijgen in de te lopen stappen is er op 11 juli 2022 gesproken met Omgevingsdienst IJsselland (mevrouw Klein Douwel-Ogink). Op dit moment hoeft gemeente Deventer conform de Wet Bodem Bescherming geen aanvullende onderzoeken uit te voeren. Als uiteindelijk een keuze is gemaakt voor een deelgebied dan adviseert Omgevingsdienst IJsselland voorafgaand aan de bestemmingswijzing het volgende: • Historische vooronderzoek (NEN5725) Verdachte locaties: ▪ Percelen 1, 3, 4a en 4b=> agrarische bebouwing, verdacht op ondergrondse tanks, asbesthoudende daken, erfverharding en dammetjes; Risico’s: daken met asbest, verontreinigingen met minerale olie in de grond en het grondwater tpv ondergrondse tank en asbest in de grond tpv erfverharding en dammetjes. ▪ Perceel 5 => ligt bij het station, daar zit een grondwaterverontreiniging met zink welke vermoedelijk in de richting van dit perceel loopt.

Risico’s: ernstige vervuiling op de locatie, waardoor gesaneerd moet worden of andere eisen aan de woningbouw kunnen worden gesteld door het bevoegd gezag. Niet verdacht: ▪ Percelen 2 en 6 => zijn onverdacht=> agrarisch gebied zonder bebouwing. Eventuele dammetjes tussen de weilanden kunnen een risico opleveren met betrekking tot asbest. Op dit moment is geen inschatting te maken van eventuele kosten ten behoeve van een sanering, omdat er nog geen inzicht is in eventuele verontreinigingen. Mocht de gemeente de percelen verkopen dan adviseert mevrouw Klein Douwel-Ogink sowieso een verkennend bodemonderzoek voor de uitgifte van de percelen. Gemeente Deventer wordt als professionele partij gezien. Deze rapportages kunnen dan worden toegevoegd aan het verkoop dossiers en mogelijk ook gebruikt worden voor de bouwvergunning. Advies Antea Group: Op dit moment is het niet mogelijk om de risico’s voldoende in kaart te brengen. Geadviseerd wordt om toch per deellocatie een historisch vooronderzoek NEN5725 met locatiebezoek uit te voeren. Hierdoor kan een inzicht verkregen worden in de daadwerkelijke risico’s en de rapportage kan worden toegevoegd aan de bestemmingsplan wijziging.

blad 1 van 2

memonummer: 01 betreft: Memo telefonisch overleg Omgevingsdienst IJsselland

Eventueel kan gekozen worden om geen locatiebezoek te doen, maar een digitale inventarisatie, dit houdt echter in dat dat bepaalde risico’s niet compleet in kaart kunnen worden gebracht (b.v. status van een asbesthoudend dak).

Dit document is vertrouwelijk. Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Algemene voorwaarden en privacyverklaring

blad 2 van 2

Memo

referentienummer datum aan van kopie projectnummer project betreft

220708d18569 21 juli 2022 Gemeente Deventer Maaike de Boer Stephan Hammink 0478588.100 Locatieonderzoek Milieu Bathmen Onderzoek Water - Gebiedsperspectief (locatiekeuze)

datum vrijgave

beschrijving revisie

gecontroleerd

vrijgave

21-07-2022

Definitief

A. Schuphof

S. Hammink

Inleiding Gemeente Deventer is voornemens om extra woningen te realiseren in Bathmen, waarvan 25% sociale huur en 75% middel dure en dure koop. Deze woningen dienen jongeren en ouderen uit Bathmen te huisvesten, evenals nieuwe bewoners aan te trekken. Hiervoor zijn een zestal locaties rondom de kern Bathmen beoogd, zie Figuur 1 voor de betreffende locaties. Een locatie-afweging dient gemaakt te worden wat de meest geschikte locatie is. Hiervoor worden allerlei omgevingsonderzoeken uitgevoerd, waaronder een quick scan voor het aspect water.

Figuur 1: De beoogde woningbouwlocaties in Bathmen (bron: Gemeente Deventer)

Doel Uit de quick scan moet blijken of er onderscheid gemaakt kan worden tussen de verschillende beoogde locaties voor wat betreft de waterhuishouding. Zijn de locaties geschikt om woningbouw te realiseren of zijn er nog specifieke aandachtpunten die een risico vormen of die extra aandacht vragen bij de ontwikkeling van woningen op de betreffende locaties? Dit document is vertrouwelijk. Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Algemene voorwaarden en privacyverklaring Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht

blad 1 van 10

datum 8 juli 2022 projectnummer 0478588.100 betreft Quick scan water

Status Voorliggende memo wordt ter becommentariëring voorgelegd aan de gemeente. Waterhuishouding Maaiveldhoogte Figuur 2 toont de variaties in maaiveldhoogte rondom Bathmen. De maaiveldhoogte in het gebied varieert van ca. NAP +7,2 m tot ca. NAP +10 m. Het maaiveld ligt lager bij planlocaties 5 en 6 dan bij planlocaties 1 t/m 4. De planlocaties 5 en 6 liggen in het ‘beekdal’ van de Spildijkwatergang. Zowel ten noorden als ten zuiden van de planlocaties ligt het maaiveld significant hoger.

Figuur 2: Maaiveldhoogtes rondom Bathmen (bron: AHN-viewer)

Bodemopbouw De bodemopbouw volgens BRO REGIS II v2.2 is te zien in Figuur 3. Op alle planlocaties liggen tot een diepte van ca. NAP +6 m à NAP +7 m zandige lagen van de Formatie van Boxtel. Op planlocaties 5 en 6 ligt bovenop de zandige lagen een Holocene deklaag met een dikte van ca. 2,5 m. Daaronder liggen op alle planlocaties dezelfde lagen. De beschouwing van de bodemopbouw in voorliggende quick scan gaat niet verder dan onder het eerste watervoerende pakket (ca. NAP -30 m), omdat de ondoorlaatbare lagen daaronder niet van belang zijn.

blad 2 van 10

datum 8 juli 2022 projectnummer 0478588.100 betreft Quick scan water

Figuur 3: Bodemopbouw van de zes planlocaties (bron: DINOloket)

In Tabel 1 is een overzicht gegeven van de dieptes, de formaties, de lithologie en de doorlatendheden op de verschillende locaties. Tabel 1: Bodemopbouw rondom Bathmen (bron: DINOloket)

Diepte (NAP+m)

Formatie

Lithologie

Doorlatendheid

Locatie

6 tot 8

Holocene deklaag

Complexe eenheid

Wisselend

5 en 6

5,5 tot 9

Formatie van Boxtel

Zand

5 tot 10 m/d

Alle

5,5 tot 6

Formatie van Boxtel

Zand

5 tot 10 m/d

5 en 6

-6,5 tot 5,5

Formatie van Kreftenheye

Zand

50 tot 100 m/d

Alle

-7 tot -6,5

Formatie van Kreftenheye, Laagpakket van Zutphen

Klei

0,05 tot 0,01 m/d

Alle

-23 tot -7

Formatie van Kreftenheye

Zand

50 tot 100 m/d

Alle

Vanaf -23

Formatie van Kreftenheye, Laagpakket van Twello

Klei

0,0001 tot 0,001 m/d

Grondwater De gemeente Deventer heeft grondwaterinformatie aangeleverd, dit betreft grondwaterstandreeksen van vier peilbuizen in en rondom Bathmen. De grondwaterstandreeksen zijn te zien in Figuur 4. Uit de grafiek kan opgemaakt worden dat de grondwaterstanden een duidelijk seizoenspatroon vertonen. De fluctuaties zijn ongeveer gelijk elk jaar en er is geen stijgende trendlijn zichtbaar. Ook is te zien dat de grondwaterstand t.o.v. NAP toeneemt richting het oosten, waar het hoger gelegen Oost-Nederlands plateau zich bevindt. Dit komt doordat de maaiveldhoogte t.o.v. NAP toeneemt richting het oosten.

blad 3 van 10

datum 8 juli 2022 projectnummer 0478588.100 betreft Quick scan water

Figuur 4: Grondwaterstanden van vier peilbuizen in Bathmen (bron: Gemeente Deventer)

De maaiveldhoogte t.o.v. NAP, de gemiddelde grondwaterstanden (GG) van de vier peilbuizen t.o.v. NAP en de GG t.o.v. maaiveld zijn weergegeven in Tabel 2. De GG is bij peilbuis 1.46 het laagst, gevolgd door peilbuis 1.47, dan 1.44 en de hoogste grondwaterstand is bij peilbuis 1.48. Tabel 2: Gemiddelde grondwaterstanden van de vier peilbuizen (bron: Gemeente Deventer)

Peilbuis

Maaiveld (t.o.v. NAP)

GG (t.o.v. NAP)

GG (t.o.v. maaiveld)

1.44

+7,66 m

+6,27 m

-1,39 m

1.46

+9,54 m

+6,98 m

-2,56 m

1.47

+9,17 m

+7,41 m

-1,76 m

1.48

+8,80 m

+7,71 m

-1,09 m

In Figuur 5 is de isohypsenkaart te zien, met daarin de planlocaties (zwarte nummers) en de stroomrichting van het grondwater (rode pijlen) aangegeven. De waardes van de isohypsen zijn t.o.v. NAP. Het grondwater stroomt naar het lager gelegen westen.

Figuur 5: Isohypsenkaart met de planlocaties en de stroomrichting van het grondwater (bron: grondwatertools)

blad 4 van 10

datum 8 juli 2022 projectnummer 0478588.100 betreft Quick scan water

Oppervlaktewater De hoofdwaterloop bij Bathmen is de Schipbeek, welke relatief diep ingesneden ligt en in de IJssel afstroomt bij Deventer. Vanwege de bodemopbouw en het hoogteverschil reageert de Schipbeek erg snel op neerslag. Om het achterland te beschermen tegen overstromingen is de Schipbeek zo gedimensioneerd dat deze een afvoer die eens per 100 jaar voorkomt aan moet kunnen. Om dit te realiseren zijn kades aangelegd, en op plekken waar geen kades voorkomen zijn hoge gronden aanwezig. Ook zijn er kleinere watergangen, zoals de Spildijkswatergang ten noorden van Bathmen. Deze kleinere watergangen vallen in droge tijden droog wanneer er geen water ingelaten wordt vanuit de hoofdwaterlopen. Het stedelijk water bestaat uit enkele vijvers en/of kleine watergangen (bron: WRIJ). De grootste absolute debieten vinden plaats in de winter, wanneer hevige en aanhoudende neerslag door de verhoogde grondwaterstanden kan leiden tot extreme afvoeren. Zeer intensieve (na)zomerse buien kunnen lokaal leiden tot verhoogde afvoer en mogelijk overlast in stedelijk gebied of plaatsen waar de bodem weinig water opneemt. Wanneer het stopt met regenen neemt de verhoogde afvoer weer vrij snel af.

Het watersysteem is zo ingericht dat overlast zich niet of nauwelijks meer voordoet, mede door de keringen en kades in het gebied zijn er geen locaties waar wateroverlast een noemenswaardig probleem is (bron: WRIJ). Figuur 6 toont de watergangen, stuwen en de streefpeilen van deze stuwen rondom Bathmen. Het verschil tussen het hoge en lage streefpeil bedraagt maximaal 0,3 m en het gehandhaafde peil wordt lager in de benedenstroomse richting.

Figuur 6: Streefpeilen van de watergangen rondom Bathmen (bron: WRIJ)

Waterkeringen Bij de bouw van de nieuwe woningen is het van belang om niet in de beschermingszone van een waterkering te bouwen. Ter plaatse van de planlocaties 1 en 3 is de zuidoever van de Schipbeek aangewezen als zomerkade met een beschermingszone. Deze zone is weergegeven in Figuur 7 en reikt tot voorbij de noordoever die enkel de status van kade heeft. De beschermingszone ten noorden van de Schipbeek is daarom enkel een theoretische beschermingszone. De overige planlocaties liggen niet in de buurt van de beschermingszone van de waterkering.

blad 5 van 10

datum 8 juli 2022 projectnummer 0478588.100 betreft Quick scan water

Figuur 7: Beschermingszones van de waterkering (groen) en het kadevak (paars) (bron: WRIJ)

Kwel/Infiltratie In Figuur 8 is de regionale kwel en infiltratiekaart te zien, met daarin de locatie van Bathmen aangegeven. Te zien is dat direct ten zuiden van Bathmen kwel plaatsvindt. Dit is te wijten aan het feit dat deze kaart gebaseerd is op een grofschalig model die in watergangen een kwelflux berekent omdat daar water uittreed. Dat is echter uittredend water vanuit de drainerende functie van de watergangen. Vanwege de diepe grondwaterstand en geen slecht doorlatende deklaag met stijghoogte uit het water voerende pakket daaronder is er geen sprake van kwel. In de regio is dus voornamelijk sprake van infiltratie.

Figuur 8: Kaartbeeld van de kwel en infiltratie in de regio van Bathmen (bron: klimaateffectatlas)

blad 6 van 10

datum 8 juli 2022 projectnummer 0478588.100 betreft Quick scan water

Overstromingen In Figuur 9 is de omvang van een overstromingen van de IJssel en de Schipbeek weergegeven, de planlocaties zijn aangegeven in de kaart. Ten westen van Bathmen en bij de Schipbeek is een kleine kans op overstroming. De reden hiervoor is dat bij hoogwater, water uit de IJssel uitstroomt naar de Schipbeek. Planlocaties 5 en 6 hebben geen risico op overstroming als gevolg van het bezwijken van een waterkering. Planlocatie 4 heeft een kleine kans op overstroming aan de noordwestelijke rand van het plangebied, planlocatie 2 heeft een kleine kans op overstroming aan de zuidelijke rand van het plangebied, en planlocatie 3 heeft een kleine kans op overstroming aan de westelijke rand. Planlocaties 1 en 3 hebben een kleine kans op overstroming aan de zuidelijke rand bij de rivier, hier is echter een kade aanwezig bij de Schipbeek, dus dit zal geen risico zijn. Er zijn drie normen voor kleine watergangen: stedelijk gebied mag 1 keer per 100 jaar overstromen, akkerbouw gebied mag 1 keer per 25 jaar overstromen, en landbouw gebied mag 1 keer per 10 jaar overstromen. De Spildijkswatergang, die langs de planlocaties 5 en 6 loopt is momenteel gedimensioneerd op een gebeurtenis van eens per 10 jaar omdat het huidige gebruik landbouw is. Wanneer hier echter woningen gebouwd gaan worden moet deze dimensionering aangepast worden naar eens per 10 jaar.

Dit kan door middel van ophogen van het maaiveld, het watersysteem anders inrichten of het aanleggen van kades.

Figuur 9: Wateroverlast rondom Bathmen (bron: atlasleefomgeving)

Wateroverlast Figuur 10 toont de wateroverlast op straat na een extreme bui. De kaart is gemaakt met een rekenmodel, voor het model is een regenbui gebruikt die in het huidige klimaat eens per 100 jaar voorkomt. Aan de zuidrand van planlocaties 1 en 3 is een hoge waterdiepte op straat voorspeld. Bij planlocatie 2 is een redelijk hoge waterdiepte voorspeld aan de noordelijke, oostelijke en zuidelijke rand. Op planlocaties 4, 5 en 6 zijn geen al te hoge waterdieptes voorspeld. Echter is duidelijk te zien, dat water op de straten blijft staan, dus dit zal iets zijn om op alle planlocaties rekening mee te houden.

blad 7 van 10

datum 8 juli 2022 projectnummer 0478588.100 betreft Quick scan water

Figuur 10: Wateroverlast op straat na een extreme bui (bron: atlasleefomgeving)

Bodemdaling en/of wijziging peilbesluit Met behulp van de ‘Bodemdalingskaart 2.0’ van de TU Delft wordt de bodemdaling in de regio van het plangebied ingeschat, zie Figuur 11. Uit het figuur is op te maken dat er geen sprake is van bodemdaling in en rondom Bathmen.

Figuur 11: Bodemdaling in de regio van Bathmen (bron: bodemdalingskaart 2.0 van de TU Delft)

blad 8 van 10

datum 8 juli 2022 projectnummer 0478588.100 betreft Quick scan water

Grondwateronttrekkingen Op basis van WKO-tools blijken er vier grondwateronttrekkingen rondom Bathmen te liggen, zie Figuur 12. Naar verwachting zijn dit beregeningsbronnen ten behoeve van landbouw, deze hebben geen invloed op de grondwaterstanden in de omgeving aangezien er alleen in een droog voorjaar naar behoefte grondwater onttrokken wordt voor de landbouw.

Figuur 12: Grondwateronttrekkingen rondom Bathmen (bron: WKO-tools)

Beleid Het beleid is voor alle zes de planlocaties hetzelfde. Er dient een watervergunning aangevraagd te worden aangezien er een toename van verhard oppervlak is van meer dan 1.000 m2. Conclusie De beperkende aspecten en de bijbehorende maatregelen voor alle planlocaties zijn samengevat in Tabel 3. Waterkeringen, overstromingen en wateroverlast zijn de beperkende aspecten voor de woningbouw opgave. Tabel 3: Resultaten van de onderzochte water aspecten op de woonfunctie en maatregelen om te treffen

Aspect

Locatie

Waterkeringen

1 en 3

Overstromingen

5 en 6

Wateroverlast

Alle

Invloed op woonfunctie Nabijheid tot de beschermingszone van de waterkering Dimensionering aanpassen naar norm voor stedelijk gebied Water op maaiveld na een extreme bui

Maatregelen om invloed te beperken Vergunning nodig om werkzaamheden uit te voeren binnen de beschermingszone van de waterkering Grond verhogen, watersysteem anders inrichten of kade aanleggen Betere infiltratie

In Tabel 4 is de kwantitatieve beoordeling per planlocatie te zien voor alle water aspecten uit de voorliggende quick scan. Uit de tabel komt naar voren dat planlocaties 2 en 4 het meest gunstig zijn, gevolgd door planlocaties 1 en 3, en dat planlocaties 5 en 6 het minst gunstig zijn.

blad 9 van 10

datum 8 juli 2022 projectnummer 0478588.100 betreft Quick scan water

Tabel 4: Kwantitatieve score per locatie voor de verschillende aspecten (++ positieve invloed; + geen invloed; 0 beperkte invloed; - grote invloed; -- zeer grote invloed)

Aspect Maaiveldhoogte Bodemopbouw Grondwater Oppervlaktewater Waterkeringen Kwel/infiltratie Overstromingen Wateroverlast Bodemdaling Grondwateronttrekkingen Totaal

Locatie 1 + + ++ + + + 0 + + 8

2 + + ++ + + + + 0 + + 10

3 + + ++ + + + 0 + + 8

4 + + ++ + + + + 0 + + 10

5 + + + + + + 0 + + 7

6 + + + + + + 0 + + 7

blad 10 van 10

Memo datum aan van project projectnr. betreft

22 augustus 2022 Marco Elshof Gemeente Deventer Jeroen Eskens Antea Group Stephan Hammink Antea Group Nieuwbouwlocaties Bathmen 478588.100 Externe veiligheid

Inleiding De gemeente Deventer verkent mogelijke nieuwe woningbouwlocaties bij Bathmen. In deze memo worden de externe veiligheidsaspecten voor 6 potentiële locaties beschouwd. Hierbij is de volgende werkwijze aangehouden: 1. Presentatie van kaarten met de woningbouwlocaties en de aandachtsgebieden van de risicobron en het indicatief duiden van de mate van overlap van een locatie door een aandachtsgebied. 2. Kwalitatief duiden van de impact van een risicobron 3. Duiden van de consequenties bij de ontwikkeling tot woningbouwlocatie. In de bijlagen zijn de kaarten in een grotere versie opgenomen. 1: Woningbouwgebieden en de ligging van de aandachtsgebieden Kaart 1: Ligging van de potentiële woningbouwlocaties ten opzichte van het brandaandachtsgebied van de hogedruk aardgastransportleidingen die Bathmen aan de oostzijde passeren. Conform het Besluit kwaliteitseisen leefomgeving is het brandaandachtsgebied begrenst door de 10 kW/m²contour (die gelijk is aan de 1% letaliteitcontour onder de oude wetgeving). Conclusie: De hogedruk aardgastransportleiding geven geen belemmering.

Kaart 2: Ligging van de potentiële woningbouwlocaties ten opzichte van het brandaandachtsgebied en het explosieaandachtsgebied van de rijksweg A1. Alleen de zuidelijke 2 locaties (1 en 3), liggen in de buitenste 80 meter van het explosieaandachtsgebied. Conclusie: Locatie 1 en 3, liggen deels in het explosieaandachtsgebied. De consequenties worden toegelicht onder punt 3.

Kaart 3: Ligging van de potentiële woningbouwlocaties ten opzichte van het brandaandachtsgebied en het explosieaandachtsgebied van de spoorlijn Deventer – Almelo. Locatie 6 is in het zuidelijk deel van het explosie aandachtsgebied gelegen, locatie 4 voor het noordelijk deel. Locatie 5 is zowel in het brand- als explosieaandachtsgebied. Niet aangegeven op de kaart is de plaatsgebonden risicocontour van het spoor: deze bedraagt ter plaatse nul-meter. Conclusie: Locatie 5 ligt zowel in het brand- als explosieaandachtsgebied. De consequenties worden toegelicht onder punt 3.

blad 1 van 6

2: De impact van de risicobron op de ontwikkelingslocaties De locaties leveren geen knelpunten op ten aanzien van de normering van het plaatsgebonden risico. Voor de beoordeling van het groepsrisico geeft de Omgevingswet aandachtsgebieden. Een aandachtsgebied bestaat van rechtswege vanaf het moment dat de Omgevingswet van kracht is geworden. Vervolgens moet een gemeente in het omgevingsplan bepalen of binnen dat aandachtsgebied een voorschriftengebied moet worden vastgesteld: • Een gemeente moet bij het vaststellen van een omgevingsplan een voorschriftengebied aanwijzen als het omgevingsplan zeer kwetsbare gebouwen 1 niet uitsluit2. • Een gemeente kan bij het vaststellen van een omgevingsplan een voorschriftengebied aanwijzen als het omgevingsplan enkel beperkt kwetsbare of kwetsbare gebouwen toestaat. Binnen een voorschriftengebied gelden bij nieuwbouw vervolgens de aanvullende bouwkundige maatregelen zoals gegeven in artikel 4.90 tm. 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Consequenties voor de gemeente Deventer De gemeente Deventer heeft nog geen beleid ten aanzien van het al dan niet vaststellen van voorschriftengebieden voor gebieden waar (beperkt)kwetsbare gebouwen zijn toegestaan.

Op dit moment zijn er daarom de volgende conclusies te trekken: • Het realiseren van nieuwe zeer kwetsbare gebouwen/functies in de aandachtsgebieden, leidt tot hogere bouwkosten vanwege de aanvullende bouwkundige eisen. Het realiseren van deze functies buiten aandachtsgebieden heeft vanuit de veiligheids- en kostenoptiek de voorkeur. • Het realiseren van (beperkt)kwetsbare objecten in explosievoorschriftengebieden leidt tot hogere bouwkosten als besloten wordt een voorschriftengebied vast te stellen. Deze kosten zijn verhoudingsgewijs hoger als geen geluidisolerende of doorvalveilige beglazing moet worden toegepast. • Het realiseren van zowel brand- als explosiewerende maatregelen (relevant voor de zuidzijde van locatie 6) is zeer complex en kostenverhogend. De beoordeling van de locatie is weergegeven in de onderstaande tabel. Locatie 1 Hogedruk aardgasn.v.t. transportleiding Vervoer over de A2 Zuidzijde 0/Vervoer over het n.v.t. spoor

Locatie 2 n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Locatie 3 n.v.t.

Locatie 4 n.v.t.

Locatie 5 n.v.t.

Zuidzijde 0/n.v.t.

n.v.t. Noordzijde 0/-

n.v.t. Zuidzijde 0/-

Locatie 6 n.v.t. n.v.t. --

0/- betekent: 0 als gemeente geen voorschriftengebied vaststelt en – als de gemeente wel een voorschriftengebied vaststelt. -- betekent: nadrukkelijk negatief.

3: Consequenties bij de te ontwikkelen gebieden. In de Omgevingswet wordt een directe koppeling gelegd tussen aandachtsgebieden en het al dan niet aanwijzen van voorschriftengebieden. Als er een voorschriftengebied is aangewezen gelden bij nieuwbouw de aanvullende bouwkundige eisen uit artikel 4.90 tm 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Echter in een aandachtsgebied is het ook relevant om de veiligheid te optimaliseren door: • Waar mogelijk afstand te houden van risicobronnen, of hogere personendichtheden op afstand te situeren. • Vluchtwegen aan te bieden die van de risicobronnen af leiden. Daarnaast verplicht het Besluit bouwwerken leefomgeving al tot het handmatig kunnen afsluiten van de mechanische ventilatie. 1

Zie bijlage VI Bkl voor de definitie van zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare functies.

2

Ervaring met bestemmingsplannen leert dat bijvoorbeeld de bestemmingen maatschappelijke doeleinden, gemengde doeleinden, onderwijs enz. de functie zeer kwetsbaar niet uitsluiten. Dit betekent dat hier voorschriftengebieden moeten worden vastgesteld of de functie zeer kwetsbaar moet worden wegbestemd.

blad 2 van 6

Indien de gemeente besluit tot het aanwijzen van voorschriftengebieden, dan is het ook relevant dat een gemeente wijst op de mogelijkheid tot treffen van gelijkwaardige oplossingen (vooral relevant in brandaandachtsgebieden). Voor explosievoorschriftengebied is het relevant dat een gemeente een initiatiefnemer aangeeft wat wordt verstaan onder het ‘voorkomen van de scherfwerking van glas‘, zoals artikel 4.96 Bbl aangeeft. Het is belangrijk dat een gemeente hieromtrent uitgangspunten vaststelt. (zie ook de informatiebundel scherfvrijglas).

blad 3 van 6

Kaart 1: Brandaandachtsgebied hogedruk aardgastransportleiding

blad 4 van 6

Kaart 2: Brand en explosieaandachtsgebied rijksweg A2.

blad 5 van 6

Kaart 3: Brand- en explosieaandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen per spoor.

blad 6 van 6

Quickscan trillingen spoor Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave

projectnummer 478588 concept revisie 00 6 september 2022

Quickscan trillingen spoor Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave

projectnummer 478588 revisie 00 6 september 2022

Auteurs Jelco Hamstra Vincent Huizer

Opdrachtgever Gemeente Deventer Postbus 5000 7400 GC Deventer

Gecontroleerd: Stephan Hammink

datum 6 september 2022

beschrijving Definitief

vrijgave Roeland van der Velde

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3

Context Situatie Leeswijzer

1 1 1

2

Toetsingskader

2

3

Prognose van trillingen

4

4

Resultaten

5

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2

Trillingscontouren Onderling vergelijk tussen de potentiële locaties Gebied 1,2,3: vanwege trillingen spoor geen belemmeringen voor woningbouw Gebied 4 en 6: nadrukkelijk aandacht voor trillingen bij vormgeving gebouwen en mogelijk ook aanvullende (ingrijpende) maatregelen nodig Gebied 5: nadrukkelijk aandacht voor trillingen bij vormgeving gebouwen en ook aanvullende (ingrijpende) maatregelen nodig

5 7 7

Conclusies en aanbevelingen

9

4.2.3

5 Bijlagen

7 7

Quickscan trillingen spoor Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 6 september 2022 revisie 00 Gemeente Deventer

1

Inleiding

1.1

Context Om de in 2020 geformuleerde woningbouwambitie voor Bathmen te verwezenlijken zijn door de gemeente Deventer een 6-tal potentiële locaties aangewezen. Om nader te kunnen bepalen welke van de locaties het meest geschikt zijn voor woningbouw, is door Antea Group in opdracht van de gemeente Deventer onderzoek verricht naar de milieuaspecten. In dit kader is onder andere indicatief onderzoek gedaan, in de vorm van een quickscan, naar de verwachte trillingseffecten op de gebieden, vanwege verkeer op het nabijgelegen spoor.

1.2

Situatie De in deze quickscan beschouwde potentiële woningbouwlocaties zijn in onderstaande afbeelding 1.1, samen met het spoor, weergegeven.

Spoor Deventer-Almelo

Afbeelding 1.1: Potentiële locaties voor de woningbouwopgave en nabijgelegen spoor

1.3

Leeswijzer Het verloop van het onderzoek (quickscan), de resultaten en hieruit te trekken conclusies (onderling vergelijk van de potentiële gebieden voor woningbouw) zijn in onderliggende rapportage verwerkt. Het rapport is als volgt opgebouwd: • in hoofdstuk 2 worden de gehanteerde richtlijnen voor trillingen besproken; • hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten van de uitgevoerde quickscan; • vervolgens wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de resultaten (effect trillingen spoor en onderling vergelijk van de gebieden); • dit rapport wordt afgesloten met een samenvattende conclusie in hoofdstuk 5.

Blad 1 van 9

Quickscan trillingen spoor Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 6 september 2022 revisie 00 Gemeente Deventer

2

Toetsingskader Voor trillingen geldt geen wetgeving. Wel is in mei 2019 door het ministerie van I&W de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen gepubliceerd. Deze handreiking bevat handvaten voor de beoordeling van mogelijke trillingseffecten op plannen in de omgeving van het spoor. In de basis hanteert de Handreiking de toetsingscriteria die voorheen ook werden toepast, te weten de beoordelingscriteria, zoals opgenomen in de publicatie van de Stichting Bouw Research: Trillingsrichtlijn SBR. Ook onder de Omgevingswet is er geen direct geldend wettelijk kader voor trillingen vanwege het spoor. Wel zal in het kader van evenwichtige toedeling aan functies in het kader van vaststellen van het omgevingsplan een afweging ten aanzien van trillingen moeten plaatsvinden, zoals dit nu in het kader van goede ruimtelijke ordening in de zin van de Wet ruimtelijke ordening aan de orde is. In het Bkl zijn instructies voor beoordeling van trillingen opgenomen (in paragraaf 5.1.4.4). Uit het toepassingsbereik (artikel 5.79 lid 1 d) volgt echter, dat deze instructies niet van toepassing zijn op doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen. Voor de beoordeling van de in dit onderzoek indicatief geprognoticeerde trillingsniveaus zijn derhalve de toetsingscriteria uit de SBR Trillingsrichtlijn gehanteerd.

Er is hiertoe gebruik gemaakt van de in 2002 door de Stichting Bouwresearch (SBR) gepubliceerde richtlijn deel B. Dit deel gaat over het meten en beoordelen van trillingen met het oog op mogelijke Hinder voor Personen. Onder hinder voor mensen in gebouwen wordt in deze richtlijn verstaan: • Waarneming van trillingen waardoor verstoring kan optreden van activiteiten of processen die rust en/of concentratie behoeven. • Waarneming van trillingen met een zodanige sterkte dat bepaalde activiteiten fysiek worden belemmerd of verstoord. In genoemde richtlijn zijn streefwaarden gedefinieerd voor het Veff,max (de hoogst optredende trillingssterkte) en het Vper (tijdsgemiddelde trillingsniveau) . De streefwaarden hangen af van de aard van de trillingen en van het feit of sprake is van een 'bestaande' of 'nieuwe situatie' en gelden voor het trillingsniveau op de vloer van de woning. De door de passage van de treinen veroorzaakte trillingen vallen onder de noemer van 'herhaald voorkomende trillingen gedurende lange tijd (weg- en railverkeer)’ zoals beschreven in paragraaf 10.5.3 van de SBR-richtlijn. De SBR-richtlijn maakt vervolgens onderscheid tussen een 'bestaande ' en een 'nieuwe situatie'. De streefwaarden voor een 'nieuwe situatie' zijn lager dan de streefwaarden voor een 'bestaande situatie'.

Wat exact onder een 'bestaande situatie' dan wel een 'nieuwe situatie' valt wordt in de SBRrichtlijn niet verder omkaderd. In onderstaande tabel 1 zijn de streefwaarden voor een 'nieuwe situatie' (hier van toepassing voor de nieuw te bouwen woningen) weergegeven.

Blad 2 van 9

Quickscan trillingen spoor Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 6 september 2022 revisie 00 Gemeente Deventer

Tabel 1: streefwaarden voor herhaald voorkomende trillingen gedurende lange tijd voor nieuwe situaties. Gebouwfunctie dag en avond nacht wonen

A1 (Vmax)

A2 (Vmax)

A3 (Vper)

A1 (Vmax) A2 (Vmax)

A3 (Vper)

0,1

0,4

0,05

0,1

0,05

0,2

De procedure voor de beoordeling van Vmax en Vper is in het onderstaande stroomschema aangegeven.

Afbeelding 2: stroomschema trillingen Er wordt voldaan aan de streefwaarde als: • De waarde van de maximale trillingssterkte in een ruimte (vmax) kleiner is dan A1, of als • De waarde van de maximale trillingssterkte van een ruimte (vmax) kleiner is dan A2 waarbij de trillingssterkte over de beoordelingsperiode voor deze ruimte (Vper) kleiner is dan A3.

Blad 3 van 9

Quickscan trillingen spoor Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 6 september 2022 revisie 00 Gemeente Deventer

3

Prognose van trillingen Als basis voor deze quickscan hebben we aansluiting gezocht bij het door de gemeente aangeleverde rapport Trillingsonderzoek t.b.v. nieuwbouw Bathmense Enk, Weboost, 28 oktober 2021 (verder Weboost rapport genoemd). In het kader van dit rapport onderzoek zijn trilllingsmetingen in één van de potentiële locaties (locatie 4) uitgevoerd. Om een indruk te verkrijgen van de verwachte trillingsniveaus in de potientiële locaties hebben we indicatieve berekeningen uitgevoerd met de Software Geomilieu, module trillingen. De berekeningen zijn gebaseerd op de empirische formule van Barkan:

Voor de berekeningen is uitgegaan van passages van goederentreinen en zware locomotieven op het spoor. Hierin zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Als eerste maat voor de trillingseffecten is in deze quickscan vooralsnog alleen het Veff, max in beeld gebracht; Het verwachte Vper beschrijven we aan de hand van de uitkomsten van het door Weboost uitgevoerde onderzoek; • Standaard geometrische uitbreidingsfactor van 0,3 (default waarde voor lijnbron); • Aanname van de bodemdemping op basis van een zandondergrond, waarbij de dempingsfactoren zijn overgenomen uit het Weboost rapport; • Uitgangspunt voor de berekeningen is dat er zowel in de dag-,avond- en nachtperiode sprake is van zwaar (goederen)verkeer over het spoor. E.e.a. afgeleid van het Geluidregister Spoor; • Bouwwijze met beton/betonvloeren, overeenkomstig CUR 166 is hiervoor rekening gehouden met een overdrachtsfactor van 0,7 van ondergrond naar fundering en een dynamische vergrotingsfactor van 1,8; • Trillingssterkte passage goederen treinen: 0,83 mm/s op 56 meter afstand van het spoor op maaiveld, gebaseerd op de meetresultaten uit het Westoostrapport (Hoogste Veffmax gemeten op meetpunt 1 (Gemeten is aan de fundering van een woning. Aan de hand van bovenstaande factoren is het gemeten niveau verrekend naar een trillingsniveau Veffmax op het maaiveld).

Met de aldus uitgevoerde berekeningen is het Veff, max indicatief bepaald in de vorm van contouren.

Blad 4 van 9

Quickscan trillingen spoor Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 6 september 2022 revisie 00 Gemeente Deventer

4

Resultaten

4.1

Trillingscontouren In onderstaande afbeelding 4.1 zijn de indicatieve Veff,max contouren weergeven.

Afbeelding 4.1: indicatieve contouren Veff, max De weergegeven contouren zijn als volgt te lezen: Er wordt voldaan aan streefwaarden Veffmax A1. Er is geen verwachting, dat sprake is van een verhoogde kans op hinder door trillingen vanwege het spoor. Geen belemmering voor woningbouw verwacht. Het Veff,max is hoger dan de streefwaarde A1, maar niet hoger dan de grenswaarde A2. Uit het Weboost rapport volgt dat de Vper contour 0,05 op circa 60 meter vanaf het spoor ligt. Dit (oranje gearceerde) gebied ligt op grotere afstand, waardoor het aannemelijk is dat het Vper hier lager is dan de streefwaarde A3. Er is derhalve geen verwachting dat sprake is van een verhoogde kans op hinder door trillingen vanwege het spoor. Geen belemmering voor woningbouw verwacht.

Blad 5 van 9

Quickscan trillingen spoor Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 6 september 2022 revisie 00 Gemeente Deventer

Het Veff,max is hoger dan 0,2 en daarmee hoger dan de grenswaarde A2. Op grond van de SBR trillingsrichtlijn deel B is daarmee hinder door trillingen vanwege (zwaar) verkeer over het spoor niet volledig uit te sluiten. Het Veff,max is niet hoger dan 0,4. Uit het Weboost rapport volgt, dat het in dit gebied incidentele overschrijdingen betreft van grenswaarde A2. Gezien bovenstaande dienen bij plannen voor woningbouw binnen dit gebied maatregelen om trillingen te reduceren te worden overwogen. Geadviseerd wordt om de afstand van de woningen in dit gebied, tot het spoor zo groot mogelijk te houden en daarnaast bij nadere bouwkundige dimensionering expliciet rekening te houden met trillingen (reductie daarvan), zoals blijkt uit het Weboost rapport: • vermijd zeer lichte bouwtechnieken; • vermijd eigen frequenties van de vloeren tussen 13 en 18 Hz; • maak waar mogelijk gebruik van breedplaatvloeren ipv kanaalplaat- of ribbenvloeren; • pas indien mogelijk (dikke) palenfundering toe. Dit advies volgt uit door Weboost uitgevoerde metingen ter hoogte van gebied 4. Uit de metingen volgt een relatief hoog trillingsniveau aan de bron en een relatief geringe demping in de ondergrond. Dit bepaalt in grote mate de ligging van de trillingscontouren.

Het is te adviseren om voor verdere dimensionering van maatregelen nader onderzoek te verrichten naar optredende trillingsniveaus aan de bron en naar precieze ondergrond en daarmee samenhangende overdrachtsdemping (door o.a. het uitvoeren van aanvullende metingen en sonderingen specifiek gericht op de verder uit te werken deelgebieden). Het Veff,max is hoger dan 0,2 en daarmee hoger dan de grenswaarde A2. Op grond van de SBR trillingsrichtlijn deel B is daarmee hinder door trillingen vanwege (zwaar) verkeer over het spoor niet uit te sluiten. Het Veff,max is tevens hoger dan 0,4. Uit het Weboost rapport volgt dat de overschrijdingen van A2 voor Veff,max frequent voorkomen. Naast hiervoor genoemde maatregelen zullen naar verwachting ingrijpende maatregelen nodig zijn om de trillingen in voldoende mate te reduceren. Uit het Weboost rapport volgen de volgende voorbeelden van maatregelen: • maatregelen in de overdracht, zoals aanbrengen van diepe sloot en/of trillingsremmende wand in ondergrond; • afveren van de funderingen van de woningen met een dubbele fundering. Dit advies volgt uit door Weboost uitgevoerde metingen ter hoogte van gebied 4. Uit de metingen volgt een relatief hoog trillingsniveau aan de bron en een relatief geringe demping in de ondergrond. Dit bepaalt in grote mate de ligging van de trillingscontouren.

Het is te adviseren om voor verdere dimensionering van maatregelen nader onderzoek te verrichten naar

Blad 6 van 9

Quickscan trillingen spoor Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 6 september 2022 revisie 00 Gemeente Deventer

optredende trillingsniveaus aan de bron en naar precieze ondergrond en daarmee samenhangende overdrachtsdemping (door o.a. het uitvoeren van aanvullende metingen en sonderingen specifiek gericht op de verder uit te werken deelgebieden).

4.2

Onderling vergelijk tussen de potentiële locaties

4.2.1

Gebied 1,2,3: vanwege trillingen spoor geen belemmeringen voor woningbouw Naar verwachting wordt in deze gebieden voldaan aan het beoordelingskader zoals beschreven in de SBR trillingsrichtlijn deel B: Hinder voor personen. Er is derhalve geen verwachting dat sprake is van een verhoogde kans op hinder door trillingen vanwege het spoor. Geen belemmering voor woningbouw verwacht.

4.2.2

Gebied 4 en 6: nadrukkelijk aandacht voor trillingen bij vormgeving gebouwen en mogelijk ook aanvullende (ingrijpende) maatregelen nodig Deze gebieden ondervinden gedeeltelijk een trillingsbelasting Veffmax die incidenteel boven de grenswaarde A2 uitkomt ( in afbeelding 4.1). Hiervoor dienen bij plannen voor woningbouw binnen dit gebied maatregelen om trillingen te reduceren te worden overwogen. Geadviseerd wordt om de afstand van de woningen in dit gebied, tot het spoor zo groot mogelijk te houden en daarnaast bij nadere bouwkundige dimensionering expliciet rekening te houden met trillingen (reductie daarvan). Daarnaast is in een gedeelte van de gebieden (op kortere afstand tot het spoor) sprake van een trillingsbelasting Veffmax die frequent boven de grenswaarde A2 uitkomt ( in afbeelding 4.1). Hiervoor zijn naar verwachting meer ingrijpende maatregelen nodig om de trillingen in voldoende mate te kunnen reduceren. Bijvoorbeeld het aanbrengen van een trillingswerende wand in de ondergrond en/of diepe sloot of afveren van de funderingen van de woningen met een dubbele fundering. Het is te adviseren om voor verdere dimensionering van maatregelen nader onderzoek te verrichten naar optredende trillingsniveaus aan de bron en naar precieze ondergrond en daarmee samenhangende overdrachtsdemping (door o.a.

het uitvoeren van aanvullende metingen en sonderingen specifiek gericht op de verder uit te werken deelgebieden).

4.2.3

Gebied 5: nadrukkelijk aandacht voor trillingen bij vormgeving gebouwen en ook aanvullende (ingrijpende) maatregelen nodig Binnen nagenoeg het gehele gebied is sprake van een trillingsbelasting Veffmax die frequent boven de grenswaarde A2 uitkomt ( in afbeelding 4.1). Hiervoor zijn, naast hiervoor beschreven maatregelen, naar verwachting ingrijpende maatregelen nodig om de trillingen in voldoende mate te kunnen reduceren. Bijvoorbeeld het aanbrengen van een trillingswerende wand in de ondergrond en/of diepe sloot of afveren van de funderingen van de woningen met een dubbele fundering.

Blad 7 van 9

Quickscan trillingen spoor Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 6 september 2022 revisie 00 Gemeente Deventer

Het is te adviseren om voor verdere dimensionering van maatregelen nader onderzoek te verrichten naar optredende trillingsniveaus aan de bron en naar precieze ondergrond en daarmee samenhangende overdrachtsdemping (door o.a. het uitvoeren van aanvullende metingen en sonderingen specifiek gericht op de verder uit te werken deelgebieden).

Blad 8 van 9

Quickscan trillingen spoor Gebiedsperspectief Bathmen - vergelijkend onderzoek potentiële locaties voor invullen woningbouwopgave projectnummer 478588 6 september 2022 revisie 00 Gemeente Deventer

5

Conclusies en aanbevelingen Om de geformuleerde woningbouwambitie voor Bathmen te verwezenlijken zijn door de gemeente Deventer zes potentiële locaties aangewezen. Om nader te kunnen bepalen welke van de locaties het meest geschikt zijn voor woningbouw, is door Antea Group in opdracht van de gemeente Deventer onderzoek verricht naar de milieuaspecten. In dit kader is onder andere indicatief onderzoek gedaan, in de vorm van een quickscan, naar de verwachte trillingseffecten op de gebieden, vanwege verkeer op het nabijgelegen spoor. Als basis voor de uitgevoerde quickscan hebben we aansluiting gezocht bij het door de gemeente aangeleverde rapport Trillingsonderzoek t.b.v. nieuwbouw Bathmense Enk, Weboost, 28 oktober 2021 (verder Weboost rapport genoemd). In het kader van dit rapport onderzoek zijn trilllingsmetingen in één van de potentiële locaties (locatie 4) uitgevoerd. Voor de beoordeling van de in dit onderzoek geprognoticeerde trillingsniveaus zijn de toetsingscriteria uit de SBR Trillingsrichtlijn deel B: Hinder door personen, gehanteerd. Op grond van de resultaten van deze quickscan zijn de potentiële locaties voor woningbouw in Bathmen met elkaar vergeleken. Hieruit volgt het volgende resultaat: • •

•

Gebied 1,2,3: vanwege trillingen spoor geen belemmering voor woningbouw; Gebied 4 en 6: aandacht voor trillingen spoor nodig bij dimensionering van de gebouwen en gedeeltelijk (deel dichterbij spoor) aanvullende reducerende maatregelen noodzakelijk (in overdracht en/of in fundering van de woningen); Gebied 5: in gehele gebied aandacht voor trillingen spoor nodig bij dimensionering van de gebouwen en aanvullende reducerende maatregelen noodzakelijk (in overdracht en/of in fundering van de woningen).

Dit advies volgt mede uit door Weboost uitgevoerde metingen ter hoogte van gebied 4. Uit de metingen volgt een relatief hoog trillingsniveau aan de bron en een relatief geringe demping in de ondergrond. Dit bepaalt in grote mate de ligging van de trillingscontouren. Het is te adviseren om voor verdere dimensionering van maatregelen nader onderzoek te verrichten naar optredende trillingsniveaus aan de bron en naar precieze ondergrond en daarmee samenhangende overdrachtsdemping (door o.a. het uitvoeren van aanvullende metingen en sonderingen specifiek gericht op de verder uit te werken deelgebieden).

Blad 9 van 9

De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Zutphenseweg 31D 7418 AH DEVENTER Postbus 321 7400 AH DEVENTER T. 06 22 99 03 12 E. stephan.hammink@anteagroup.nl

www.anteagroup.nl

Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Stikstofonderzoek Bathmen Een quickscan naar vanwege stikstof meest kansrijke locaties

projectnummer 0478588.100 definitief revisie 01 9 september 2022

Stikstofonderzoek Bathmen Een quickscan naar vanwege stikstof meest kansrijke locaties

projectnummer 0478588.100 definitief revisie 01 9 september 2022

Auteurs E. Been

Opdrachtgever Gemeente Deventer Postbus 5000 7400 GC Deventer

Gecontroleerd: S. Hammink

datum 9 september 2022

beschrijving definitief

vrijgave R. van der Velde

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

2

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging plangebied Beoogde ontwikkeling Leeswijzer

2 2 3 3

2

Wettelijk kader

4

3

Uitgangspunten en berekeningen

5

3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5 3.3.6 3.3.7 3.3.8 3.3.9

Algemeen Beoogde ontwikkeling Verkeersgeneratie Verspreiding verkeer Berekeningen verkeersbijdragen Tussenconclusie verkeer Verdwijnende emissies grondgebruik (referentiesituatie) Deelgebied 1 Deelgebied 2 Deelgebied 3 Deelgebied 4 Deelgebied 5 Deelgebied 6 Overzicht mogelijk saldo alle deelgebieden Berekeningen maximum te bouwen woningen per deelgebied. Tussenconclusie referentiesituatie

5 5 5 6 7 7 7 10 10 11 11 12 12 13 13 14

4

Conclusie

15

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Deventer heeft zes locaties (hierna: deelgebieden) rondom Bathmen op het oog om woningen te ontwikkelen. Momenteel is een gebiedsvisie voor het geheel in voorbereiding. De gemeente heeft gevraagd om de effecten van de ontwikkelingen op deze locaties op het gebied van stikstof te beoordelen en advies te geven over de mogelijk te volgen strategieën. Met name de vraag of sommige deelgebieden vanwege stikstofdepositie niet of lastig ontwikkeld kunnen worden en welke deelgebieden vanwege de stikstofdepositie juist wel ontwikkeld zouden kunnen worden dient beantwoord te worden. Kortom: welke deelgebieden zijn qua stikstofdepositie het meest kansrijk. Om die vraag te kunnen beantwoorden zijn diverse stikstofberekeningen uitgevoerd. Voorliggende rapportage toont de uitkomsten van de uitgevoerde berekeningen en gaat in op de mogelijkheden en onmogelijkheden per deelgebied.

1.2

Ligging plangebied Bathmen is een dorp in de provincie Overijssel. Het ligt ten oosten van Deventer, langs de A1. Figuur 1.1 toont de ligging van de deelgebieden die in onderhavig rapport worden beschouwd.

Figuur 1.1: Ligging deelgebieden 1 tot en met 6

In figuur 1.2 is de ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden weergegeven.

Het voor stikstofdepositie meest maatgevende Natura 2000-gebied is Sallandse Heuvelrug, dat op een afstand van ca. 9,5 km van deelgebied 6 is gelegen.

Figuur 1.2: Ligging deelgebieden ten opzichte van Natura-gebieden

1.3

Beoogde ontwikkeling Op basis van de Routekaart Bathmen Wonen en Voorzieningen van 21 juni 2021 is uitgegaan van het in tabel 1.1 tabel weergegeven programma. Tabel; 1.1: woningbouwprogramma

Lokale behoefte

Extra groei

1.4

Soort sociale huur middeldure huur goedkope koop middeldure koop dure koop sociale en middeldure huur middeldure en dure koop

Aandeel 25% 15% 20% 25% 15% 25% 75%

Aantal 63 37 50 63 37 Subtotaal 250 100 300 Subtotaal 400 Totaal 650

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader weergegeven dat hoort bij het aspect stikstof. Vervolgens gaat hoofdstuk 3 in op de uitgangspunten die zijn gehanteerd bij de stikstofberekeningen. In hoofdstuk 4 staan de conclusies.

2

Wettelijk kader Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn doorvertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings-/verbeteringsdoelstellingen zijn. De Wnb, onderdeel gebiedsbescherming, biedt de juridische basis voor de aanwijzing van Natura 2000-gebieden en de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden. Het kan daarbij zowel activiteiten binnen als buiten het betreffende Natura 2000-gebied betreffen. Het regime voor Natura 2000 kent een zogenaamde externe werking, waardoor ook moet worden bezien of activiteiten buiten het Natura 2000-gebied, negatieve effecten kunnen hebben op de daarvoor vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden.

Voor projecten geldt een vergunningsplicht als het project een significant gevolg kan hebben op een Nederlands Natura 2000-gebied (art. 2.7 lid 2, Wnb). Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden (art. 2.7 lid 1, Wnb). Bij plannen of projecten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied dient in een oriënterende fase onderzocht te worden of de ontwikkeling een significant (negatief) gevolg op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Indien na dit onderzoek op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant gevolg heeft, dient meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase in kaart gebracht te worden wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Deze analyse heet een ‘passende beoordeling’. Wanneer uit de passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen significant gevolg heeft, staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) niet in de weg. Bij het beoordelen van mogelijke gevolgen door stikstofdepositie voor Natura 2000-gebieden mogen, sinds 1 juli 2021, bij de projecten die door een plan mogelijk worden gemaakt eventuele gevolgen voor de stikstofdepositie door activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten (vrijstelling realisatiefase).

In het onderhavige onderzoek wordt daarom uitsluitend de gebruiksfase onderzocht. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling (Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) dat voor de vraag of een ontwikkeling significante gevolgen kan hebben, onder voorwaarden een vergelijking mag worden gemaakt tussen de gevolgen van de beoogde situatie en de gevolgen de situatie voorafgaande aan die beoogde situatie (de referentiesituatie). Als een ontwikkeling op zichzelf zelf niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (> 0,00 mol/ha/jaar), dan is op grond van objectieve gegevens uitgesloten dat de ontwikkeling qua stikstofdepositie significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied heeft. Als een ontwikkeling op zichzelf leidt tot een toename van stikstofdepositie, maar vergeleken met de referentiesituatie er geen toename is van stikstofdepositie, dan zijn er eveneens geen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. In de twee genoemde situaties staat de Wet natuurbescherming besluitvorming (voor wat betreft gebiedsbescherming) dan niet in de weg.

3

Uitgangspunten en berekeningen

3.1

Algemeen In het stikstofonderzoek zijn diverse berekeningen uitgevoerd met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator 2021. Dit is op het moment van rapporteren de meest recente versie van het rekenprogramma. Van elke te berekenen situatie is een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening is uitgevoerd. Het rekenprogramma Aerius Calculator bepaalt zelf de rekenpunten op de Nederlandse Natura 2000-gebieden. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van voor stikstofgevoelige habitats. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze wet voorziet in een vrijstelling voor activiteiten van de bouwsector, zoals slopen en bouwen. De bij deze activiteiten vrijkomende emissies die zorgen voor stikstofdepositie mogen dan bij de beoordeling van de projecten die door het plan mogelijk worden gemaakt buiten beschouwing worden gelaten. Daarom is ten behoeve van deze quick-scan voor wat betreft stikstofdepositie uitsluitend de gebruiksfase onderzocht. Uitgangspunt is dat de beoogde woningen aardgasloos worden opgeleverd. Dat betekent dat in de gebruiksfase uitsluitend het verkeer van en naar de beoogde ontwikkeling een mogelijke bijdrage aan de stikstofdepositie heeft. In de berekening is worst-case uitgegaan van het rekenjaar 2022.

Bij een definitieve berekening zal het rekenjaar moeten worden aangepast, naar het moment dat de eerste gebruiksactiviteiten plaatsvinden.

3.2

Beoogde ontwikkeling Het is nog niet duidelijk hoe de verdeling van de woningaantallen en -soorten over de verschillende deelgebieden zal zijn. De gemeente hanteert onder andere een woningdichtheid van maximaal 25 woningen per hectare. Om toch te kunnen bepalen of het ene deelgebied qua stikstofdepositie een voordeel heeft ten opzichte van het andere deelgebied zijn berekeningen uitgevoerd waarbij er is aangenomen dat de gehele ontwikkeling (ook al fysiek niet altijd mogelijk) altijd volledig op een betreffend deelgebied wordt gerealiseerd.

3.2.1

Verkeersgeneratie Op basis van de CROW publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie is het in tabel 1.1 aangegeven programma vertaald naar een totaal aantal verkeersbewegingen. Dit is in figuur 3.1 weergegeven. De verkeersgeneratie betreft 4078 mvtbew/etm (weekdaggemiddelde). Voor het huidige onderzoek is gemakshalve met 4000 lichte, 10 middelzware en 10 zware motorvoertuigbewegingen gerekend.

Figuur 3.1: Verkeersgeneratie

3.2.2

Verspreiding verkeer Bij het uitvoeren van de stikstofberekeningen wordt het verkeer bij de berekeningen betrokken tot het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. In de regel is dit het geval als dat verkeer een drukke ontsluitingsweg, een provinciale weg of een Rijksweg bereikt. Voor het onderhavige onderzoek zijn de wegen zoals aangegeven in figuur 3.2 bij de berekeningen betrokken.

Figuur 3.2: Bij de berekeningen betrokken wegvakken. De paarse wegvakken zijn gemodelleerd als “weg binnen de bebouwde kom”, de oranje wegvakken als “buitenweg”.

Voor de verdeling van het verkeer zijn per deelgebied de volgende percentages aangehouden:

Aan de hand van deze percentages is het verkeer per deelgebied verdeeld over de betreffende wegen.

3.2.3

Berekeningen verkeersbijdragen Per deelgebied zijn stikstofberekeningen uitgevoerd. In tabel 3.1 zijn de resultaten weergegeven. Tabel 3.1: Hoogst berekende bijdragen

Deelgebied 1 2 3 4 5 6

Hoogst berekende stikstofdepositie (in mol/ha/jaar 0,02 0,02 0,02 0,03 0,02 0,02

In alle gevallen is deze hoogste bijdrage berekend op het Natura 2000-gebied Sallandse Heuvelrug.

3.2.4

Tussenconclusie verkeer Op basis van de berekeningsresultaten kan geconcludeerd worden dat de bijdragen aan de stikstofdepositie door het verkeer van en naar de verschillende deelgebieden niet onderscheidend zijn.

3.3

Verdwijnende emissies grondgebruik (referentiesituatie) In de huidige situatie (referentiesituatie) worden in grote delen van de deelgebieden de gronden bemest. Bij dit bemesten van de gronden wordt de dierlijke mest tegenwoordig direct in de bodem gebracht. Bij akkerbouwgrond gebeurt dit met een bouwlandinjecteur en bij grasland met een zodebemester. Een gedeelte van de mest vervlucht (ammoniak) en deponeert in de vorm van stikstof op omliggende Natura 2000-gebieden. Door het realiseren van de beoogde ontwikkelingen worden de gronden uit productie genomen. Het bemesten van deze gronden vindt na uitvoering van het plan niet meer plaats, waardoor een hoeveelheid stikstofdepositie vervalt.

De hoeveelheid stikstofdepositie die vervalt wanneer het plan wordt gerealiseerd is berekend, waarbij onderstaande uitgangspunten zijn aangehouden. Vervluchtigingspercentages In het document “Emissies naar lucht uit de landbouw 1990-2018 (Van Bruggen et al. ,2020) is in tabel B16.3 een overzicht weergegeven van de vervluchtingspercentages voor ammoniak bij bemesting: Tabel 3.2: Vervluchtingspercentages bij mesttoediening

Grasland Bij het bemesten van grasland met een zodebemester wordt uitgegaan van een gemiddeld vervluchtingspercentage van 19%. Akkerbouwgrond Bij het bemesten van akkerbouwgrond met een bouwlandinjecteur wordt uitgegaan van een gemiddeld vervluchtingspercentage van 2%. Stikstofgebruiksnormen De stikstofgebruiksnormen voor landbouwgrond zijn voor de jaren 2014 – 2017 vastgelegd in het “Vijfde Nederlandse Actieprogramma betreffende de Nitraatrichtlijn (2014-2017). Bij Brief aan De Voorzitter van de Tweede Kamer is medegedeeld dat boeren in Nederland jaarlijks maximaal 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare mogen gebruiken. Echter de Europese commissie heeft Nederland voor de jaren 2020 en 2021 derogatie verleend voor toepassing van maximaal 250 kilogram stikstof uit graasdiermest per hectare per jaar. Deze derogatie geldt voor heel Nederland met uitzondering van het centrale en zuidelijke zandgebied en lössgebied. Voor deze uitzonderingsgebieden wordt derogatie voor het gebruik van maximaal 230 kilogram vastgesteld. De reden hiervoor is dat in het zuidelijke zand- en lössgebied de kwaliteit van het grondwater nog niet voldoet aan de norm van de Nitraatrichtlijn en dat in het centrale zandgebied nog teveel overschrijdingen van die norm op individuele meetpunten worden geconstateerd.

Voor de huidige bemesting van het grasland en de akkerbouwgronden is bij dit onderzoek worstcase uitgegaan van derogatie voor toepassing van maximaal 230 kilogram stikstof per hectare. Grasland Voor het grasland wordt in verband met deze derogatie uitgegaan van het bemesten met dierlijke mest tot een maximum van 230 kg N/ha/jaar.

Akkerbouwgrond Voor de akkerbouwgrond (mais) wordt in verband met de derogatie uitgegaan van het bemesten met dierlijke mest tot een maximum van 112 kg N/ha/jaar. TAN Niet alle in de mest aanwezige stikstof zal emitteren naar de lucht. Dit is afhankelijk van de totale hoeveelheid ammoniakale stikstof (TAN) in de mest. Voor de hoeveelheid stikstof die hiertoe potentieel aanwezig is in de mest, is vooralsnog uitgegaan van het TANgehalte (% totaal ammoniakaal N van totale hoeveelheid N in de mest) zoals ook wordt geadviseerd bij salderen ten behoeve van vergunningverlening en weergegeven in onderstaand tabel. Tabel 3.3: TAN-gehaltes

Op basis van de in bovenstaande tabel vermelde TAN-percentages voor de diverse diercategorieën wordt voor de stikstofdepositie-berekening een waarde van 48% aangehouden. Emissiefactoren Gezien de verhouding tussen de massa’s van 1 mol N en 1 mol NH3 (14.0067/17.031 = 1,216), moet de hoeveelheid geëmitteerde N uit mest nog worden vermenigvuldigd met 1,216 om tot de emissie van NH3 te komen. Emissiefactor grasland Rekening houdend met een excretie van 48% en een vervluchtingspercentage van 19% komt er 0,48 * 0,19 * 230 * 1,216 = 25,5 kg NH3/ha/jaar minder vrij als graslanden uit productie worden genomen. Emissiefactor akkerbouwgrond Rekening houdend met een excretie van 48% en een vervluchtingspercentage van 2% komt er 0,48 * 0,02 * 112 * 1,216 = 1,3 kg NH3/ha/jaar minder vrij als akkerbouwgronden (mais) uit productie worden genomen. Het recente grondgebruik is gebaseerd op informatie uit “Boer en bunder”.1 1

www.boerenbunder.nl

3.3.1

Deelgebied 1 Voor deelgebied 1 zijn in de referentiesituatie de emissies meegenomen van akkerbouw en agrarisch gras.

Figuur 3.1: Referentiesituatie deelgebied 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12418202/1