CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-09-14 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer

Raadsvergadering 14 september 2022, gemeente Deventer27.813 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wel is er een fietsersoversteekplaats en een verhoging in de weg. Maar deze zorgen niet ervoor dat het verkeer, volgens ons, optimaal wordt afgeremd, waardoor het verkeer nog steeds vele malen sneller die weg passeert dan toegestaan. Even kijken, ook is onzes inziens ... De borden zijn niet duidelijk. Er is geen zebrapad. Passerende fietsers en vooral voetgangers kunnen daar gewoon heel slecht oversteken. Schoolgaande kinderen gaan daar langs. Er is op de hele Braam nu niet één veilige oversteekplaats voor schoolgaande kinderen, wat gewoon tot heel erg gevaarlijke situaties leidt. Het stukje verder, het fietspad, daar is nu een hele mooie fietssnelweg, noem ik het zelf, aangelegd, om een verbinding te maken tussen de Flora en de Siemelinksweg. Fietsers gaan daar gewoon met 25 kilometer per uur overheen. Het is ook een heerlijk fietspad. Je kunt daar heerlijk hard fietsen. Alleen met schoolgaande kinderen, die daar over proberen te steken, leidt het gewoon echt tot hele gevaarlijke situaties. Even kijken. Naast deze twee plaatsen spelen natuurlijk dit soort dingen op vele andere plaatsen ook. Enkele voorbeelden zijn mij ter ore gekomen. In Diepenveen, aan de Platvoet, bij de Bloemendal. Wij hebben ervoor gekozen om toch eerst dit probleem aan te kaarten, omdat de Braam gewoon een hele gevaarlijke oversteekplaats is voor kinderen.

Wij zijn ook van mening dat bij een 30 kilometerweg, zoals bij de Braam, zebrapaden of andere veilige oversteekplekken meer dan nodig zijn. Daarom verzoeken wij het college om onderzoek uit te voeren naar de verkeersveiligheid tijdens de schooltijden, dan zijn de grootste knelpunten bij benoemde situatie en eventueel ook in de toekomst uit te voeren in andere situaties en deze uitkomsten met ons te delen, met de raad, in november ’22. De voorzitter: Dat was het? Mevrouw Schol: Dat was het. De voorzitter: Fijn. Dank u wel, mevrouw Schol. Reacties vanuit de raad? Vragen? De heer Schuring. De heer Schuring: Een vraag vanuit onze fractie, waarbij de vraag niet zozeer gaat over deze specifieke plekken waar onveiligheid is. We nemen direct aan dat dat zo is. Tegelijkertijd zaten wij in onze fractie ook, kunnen we nu ... Moeten we wijksgewijs zo’n inventarisatie van onveilige plekken, want die is er vast, niet alleen in Colmschate, maar Vijfhoek, u gaf het al aan. Hoe gaan we hiermee om? Moeten we per week een wijk ... Dit soort knelpunten

17

aan het college vragen? Of moeten we generiek beleid vragen aan het college? Kunt u wat meer toelichten waarom u het deze keer specifiek voor Colmschate vernoemt? Deze zijn er zeker. Waarom we dit niet algemener, generieker als raad kunnen aanvliegen? Want dat laatste heeft onze voorkeur eigenlijk. Dat begrijpt u. De voorzitter: Mevrouw Schol. Mevrouw Schol: Ik begrijp uw vraag. Zoals ik al aangeef, er zijn meerdere plekken. Maar wij hebben specifiek nu voor nu voor Colmschate gekozen, omdat ik daar echt de signalen kreeg van twee buurtbewoners van, er zijn echt gevaarlijke situaties, er zijn meerdere keren echt net op het nippertje aanrijdingen voorkomen. We hadden ook kunnen kiezen voor de Bloemendal. Want waar schoolgaande kinderen nu worden benoemd, kunnen ook mensen met een rollator, mensen die slecht ter been zijn ... Is gewoon heel moeilijk om over te steken. Als op dat soort wegen er bijna geen of eigenlijk op de Braam geen enkele veilige oversteekplaats is, dat baart ons heel erg veel zorgen. De voorzitter: Mijnheer Schuring. Mevrouw Schol: Je zou hem breder kunnen trekken. Wij hopen ook, als dit een positief verhaal krijgt, dat dit zeker ook in andere plekken ... Dat hoeft niet elke week een andere plek, maar ik vind zeker dat we gehoor moeten geven aan onze bewoners als zij vinden dat zij niet veilig kunnen oversteken. De voorzitter: Nog even kort.

De heer Schuring: Heel kort. Dat laatste vinden wij ook. We zijn even benieuwd naar de reactie van het college, hoe we met dit dilemma kunnen omgaan, door niet elke raadsvergadering de onveilige plekken in een wijk ... Maar enfin, duidelijk. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter, ik vind het wel een hele rare opmerking van de heer Schuring, dat we elke week, of elke maand niet moeten komen met een probleem. Daar zijn we juist als raadsleden voor. Al is het een drempel die weg moet, of wat dan ook, zijn wij als raadsleden om dat hier te bespreken en te veranderen. Ik vind het een hele sympathieke motie van de VVD, om dit gewoon plaatselijk gelijk aan te pakken, waardoor ook onze steun ... Maar waar ik wel de vraag heb, richting het college, is er een loket waar mensen terecht kunnen en waar ze dit soort problemen die ze ervaren gelijk aan kunnen pakken? Want dat had ik met mevrouw Schol ook eigenlijk besproken van, moet het met een motie of kan het ook anders? De voorzitter: We gaan straks naar het college. Dan de heer Hoogenberg. De heer Hoogenberg: Dank u wel, voorzitter. Op 6 oktober wordt de conceptbegroting aan ons overgedragen. Deze motie draagt het college op om in november bij ons terug te komen met de resultaten van het onderzoek. Dan ligt die conceptbegroting er al.

Is mevrouw Schol het dan niet met mij eens dat het misschien een beter plan is om deze input mee te nemen naar de begroting van 2024 in plaats van ’23? De voorzitter: Mevrouw Schol. Mevrouw Schol: Als het om verkeersveiligheid gaat, vind ik dat een erg lange periode. Dit is iets wat gewoon al hele lange tijd speelt. Vandaar de periode die wij hebben gekozen. De voorzitter: Dan de heer De Niet.

18

De heer De Niet: Dank u wel. Ik wil nog even een toelichting geven waarom wij ook deze motie hebben mee ingediend. Want in zekere zin is het stoeptegelniveau. Dat de uitvoering ... Aan de andere kant, er zijn gewoon soms heel belangrijke stoeptegels, waar wij het hier in de raad over moeten hebben. Dat zei de heer Kaya ook al. Dit is zo’n stoeptegel, want het gaat over veiligheid van kinderen bij school en het fietsen. In reactie op de heer Schuring. Want er zijn andere manieren om ook dit onder de aandacht te brengen. Dat gebeurt ook. Dat gebeurt ook regelmatig. Juist bij dit soort situaties gaat het via de wijkteams en komt het weldegelijk ook bij de gemeentelijke ambtenaren terecht. Maar die zitten best wel, is mijn ervaring, in de praktijk een beetje vast in hun richtlijnen en hun, zo moet het. We hebben deze weginrichting gekozen, ziet hij er zo uit. Die zijn niet altijd heel flexibel. Soms is het ook echt wel belangrijk om gewoon juist ook de gemeente op te roepen om daarin iets meer mee te denken en flexibel te zijn. Zo zie ik deze motie ook, in dit heel specifieke geval. Denk mee vanuit de gemeente om wel een echt verkeersveilige situatie te creëren. Wees dan niet al te star in, we hebben nu eenmaal dit beleid wat overal altijd geldt, want ook dit soort situaties is gewoon maatwerk leveren als gemeente. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Niet.

De aanloop is even lang. Wie gaat hem winnen. Dat is mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank u wel, voorzitter. Ik neem even een klein beetje vrijheid, hopelijk vindt mevrouw Schol dat ook goed, want ik had eigenlijk nog wel een vraag aan mijnheer Schuring, als dat goed is. Als de motie uitgebreid zou worden met, dat de resultaten uit het onderzoek ook ingezet worden voor het beleid Deventer breed, zou u dan wel de motie steunen? De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: In de eerste plaats heb ik niet aangegeven dat we de motie niet steunen. We hebben een vraag gesteld bij het dilemma, op welk schaalniveau moeten we met dit soort thema’s bezig zijn? Die zijn op zich niet ter discussie gesteld. Dit zijn onveilige plekken. Wij hebben voorkeur voor een generieke aanpak. We wachten daarom echt even de reactie van het college af hoe we met deze motie specifiek om willen gaan. De voorzitter: Helder. Mevrouw Trompert. Mevrouw Trompert: Ik was gaan kijken vanmiddag hoe de situatie daar is. Kan ik me voorstellen bij scholen altijd druk. Kinderen gaan heen en weer, op fietsen en lopen. Maar ik zat te denken, zoals aangegeven, zebrapad is weggehaald. Zou het een oplossing zijn, zonder een groot onderzoek voor verkeersveiligheid ... Maar zou het een idee zijn om een drempel en een zebrapad terug te plaatsen? Want die was er ook. De voorzitter: Mevrouw Schol.

Mevrouw Schol: Dat is zeker een optie. De oproep is ook, kijk wat er nodig is om die verkeersveiligheid te verbeteren. Ook om te zorgen, inderdaad, dat kinderen daar veilig kunnen oversteken. Onze kinderen leren op de basisschool van, waar steek je veilig over? Bij een zebrapad. Hoe kan het dan dat ze bij school geen zebrapad vinden? De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Dank u wel, voorzitter. Als mede-indiener van deze mooie motie, die een lokaal probleem inderdaad snel probeert op te lossen. Nog even in reactie op de kwestie van november ’22. Dat staat inderdaad in de motie, maar het mag natuurlijk altijd eerder. Op zich, dat geeft mevrouw Schol eigenlijk ook al aan, het is niet een heel diepgaand onderzoek. Het is gewoon een analyse ter plaatse. Dat kan redelijk snel. Laten we gewoon hier snel een slag in slaan. Dat was meer een oproep eigenlijk dan een vraag. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schmidt.

19

Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, hele sympathieke motie. Aangezien het hier om schoolkinderen gaat, zullen wij steunen. Maar ik ben ook wel gevoelig voor de oproep van andere fracties uit deze raad, want we zijn natuurlijk in de afgelopen jaren vaker met zeer onveilige verkeerssituaties geconfronteerd. We hebben inwoners die daar al jaren aandacht voor vragen, onder andere ook bij de Rielerweg. Als we dit punt heel snel kunnen oppakken en vervolgens van de wethouder een toezegging kunnen krijgen hoe we in de toekomst dit Deventer breed beter in beeld kunnen krijgen, zodat we ook niet afhankelijk zijn elke keer van mensen die misschien helemaal niet weten hoe ze ons moeten bereiken, dan zou dat ons een heel lief ding waard zijn. De voorzitter: Uitstekend. Met uw goedkeuring ga ik naar wethouder Elferink. De heer Elferink: Dank je wel, voorzitter. Het is een detailprobleem, werd net al genoemd. Maar wel een belangrijk punt natuurlijk. Veiligheid staat voorop. Het lastige is, dit komt natuurlijk redelijk op korte termijn hier op tafel. We moeten het hebben over feiten, wat mij betreft. Voor zover ik goed geïnformeerd ben, was er in de oude situatie geen zebrapad, bijvoorbeeld, om dat maar even aan te geven en is die er in de nieuwe situatie ook niet. Dat geeft wel een ander beeld natuurlijk.

Er is in het nieuwe ontwerp, want het is nog niet zo lang geleden aangepakt, veel aandacht besteed aan die verkeersveiligheid op de Braam. Specifiek bij deze fietsoversteek. Hij wordt geaccentueerd door een blokmarkering, haaientanden, doorlopend rood, asfalt over de rijbaan en de voetpaden, pijlmarkeringen, asmarkeringen op de fietsoversteek. Tevens is het plateau steiler geworden, waardoor de auto’s meer moeten afremmen. We monitoren dit ook. Er zijn meetgegevens te zien. Daarop zien we dat die gemiddelde snelheid op dat traject is afgenomen. Mei, juni 2022 meting ten opzichte van een jaar eerder. In augustus is er nog een check geweest. Onlangs is de bebording nog iets aangepast. De situatie is nu duidelijk en eenduidig. Er zal altijd, wat je ook doet, honderd procent veiligheid bestaat niet, iets kunnen gebeuren. Verkeer is grotendeels gedrag, wat niet altijd te sturen is door een goede inrichting. Alles overwegende is ons advies om de motie te ontraden. De voorzitter: Misschien nog even de bredere vraagstelling die vanuit de raad kwam van, is het niet een vraagstuk dat wat breder eigenlijk moet aan worden gevlogen? De heer Elferink: Wij monitoren hotspots. Er zijn meer plekken waar onveilige situatie ... Wij daar kennis van nemen. Daar ondernemen we actie op. De voorzitter: Mijnheer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Dank u wel.

Ik heb even een vraag, wat de monitoring dan inhoudt? Is dat dan het ongelukken? Dat er eerst iets ergs moet gebeuren, voordat we maatregelen treffen? Want monitoring is natuurlijk hartstikke goed. Maar de vraag is hier, volgens mij, dat het ook gaat om een veiligheidsgevoel van een aantal bewoners. De heer Elferink: Ik kom hier op een later moment bij u op terug, om te voorkomen dat we hier een hele discussie over gaan beginnen. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel. Ik begrijp best wel wat u zegt. Uiteindelijk is het ook ... Ik snap ook wel heus dat de mensen die de weg hebben ontworpen, daar ter plekke ook hebben over nagedacht hoe ze dat gaan inrichten. Bewust een keus in maken. Maar het kan altijd ... De papieren werkelijkheid is nooit de echte werkelijkheid. Als je zo’n project uitvoert in de praktijk, pakken dingen soms net even anders uit dan gedacht, of dan je had gehoopt. Er is ook zeker een flexibiliteit nodig, zou ik zeggen, om daarin mee te bewegen. Als die geluiden er zijn, is het ook wel belangrijk om die serieus te nemen, denk ik. Los van dat op zich de ... Want die verkeersveiligheid over de hele Braam en ook het verbeteren van de infrastructuur, is natuurlijk hartstikke goed voor de wijk. Er zijn heel veel goede dingen gebeurd, laat daar geen misverstand over zijn. Maar dit is wel een detail wat, denk ik, gewoon

20

aandacht behoeft en waar het ook goed is als we als gemeente wel luisteren en ook die bezwaren of die angsten serieus nemen. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter, ik had nog een vraag aan de wethouder, of er een bepaald loket is waar mensen terecht kunnen qua situaties en dergelijke als bij de Braam? Dat was een vraag van mij. De heer Elferink: Meldingen via Meldpunt openbare ruimte kunnen gewoon ingebracht worden. Maar er is geen specifiek loket. De heer Kaya: Heb ik nog een andere vraag, voorzitter, als dat mag. Vraag gaat over, stel dat deze motie wordt aangenomen, wat worden de volgende stappen dan? Wordt er weer gemonitord en wordt er weer gekeken of het veranderd zou moeten worden of wordt er echt daadwerkelijk iets aan gedaan? De voorzitter: Wethouder Elferink. De heer Elferink: Wij gaan dan uitvoeren wat hier ... Als u raadsbreed vindt, of een meerderheid vindt dat die motie akkoord is, dan zullen we hiermee aan de slag gaan. Dan leest u in het dictum wat wij ermee gaan doen. De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Voorzitter, ik zit even met een puzzel over de huid, hoe we nu verdergaan met dit onderwerp. De portefeuille geeft aan, ik kom hier graag later op terug, want er worden nieuwe vragen gesteld over veiligheidsbeleving waar u niet ter plekke een antwoord op heeft.

Ik vind het ook heel ingewikkeld als we in deze raad een discussie gaan voeren over deze casussen, ze zijn wel of niet veilig, of die wel en die niet. U komt er later op terug. Uw vraag aan de indiener, bent u dan bereid om later deze motie ter stemming te brengen, anders gaan we over stemmen waar nog niet goede informatie over is? Hoe gaan we hier verder met dit onderwerp? Het komt ook een beetje om dat verzoek om concrete casussen nu gaan agenderen. Dan krijgen we dit soort discussies. Maar zonde daar een oordeel te hebben over de veiligheid van deze casussen. De voorzitter: Mevrouw Schol. Mevrouw Schol: Wat ik eerst heel graag wil zeggen is, ik hoor de wethouder, dan ga ik toch stiekem daar wat over zeggen, augustus. Dan denk ik gelijk, dat is zomervakantie. Mevrouw Trompert heeft inderdaad ook gekeken, die komt op een heel ander moment. Dan is inderdaad de situatie heel anders dan dat je daar tussen acht en half negen bent of tussen twee en half drie. Om terug te komen op de vraag van mijnheer Schuring, daar wil ik inderdaad even overleg over hebben, want er zijn wat mede-indieners. Maar ik vind het wel heel belangrijk dat onze bewoners gehoord worden. Gewoon helemaal niks doen, vind ik geen optie. De voorzitter: Mijnheer Schuring. De heer Schuring: Dat begrijp ik dat u dat zegt.

Maar zonder adequate informatie te hebben van het college over hoe het precies zit, vind ik het ook heel onbevredigend om nu een motie te gaan stemmen waar we nog niet de informatie goed op tafel hebben. Ik zou toch heel erg u willen oproepen, met uw mede-indieners, om hier later deze motie opnieuw te agenderen. De voorzitter: De heer Kaya.

21

De heer Kaya: Voorzitter, ik vind het heel raar wat de heer Schuring nu zegt, want volgens mij gaat de heer Schuring zelf over het stemmen, of ze moties steunen ja of de nee. Het lijkt erop alsof de heer Schuring woordvoerder is van de wethouder. Ik vind het een beetje raar om dit zo aan te pakken. De voorzitter: Mijnheer Schuring. De heer Schuring: Dat vind ik eigenlijk een bijzondere kwalificatie en beoordeling. Ik vind het vanzelfsprekend dat wij in deze raad besluitvorming hebben over onderwerpen waar we echt alle informatie over op tafel hebben. Als we op dit moment, nu horen dat het college naar aanleiding van nieuwe reacties zegt, ik wil hier graag later op terugkomen, dan wil ik graag ook die informatie meenemen. Want laten we wel op basis van gedegen informatie hier een goed besluit nemen. Dat is geen woordvoerderschap namens de wethouder. Dat zou bijzonder zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer De Niet nog. Dan gaan we proberen dit onderwerp af te ronden, want ik snap dat dit ... We kunnen de rest van de avond hierover praten. De heer De Niet: Het is ontzettend belangrijk om over fietsveiligheid te praten natuurlijk. Maar we vragen helemaal geen gekke dingen. Kijkt u even goed naar het dictum, dat is gewoon, onderzoek de veiligheid hier en kijk wat er nodig is om ... Neem eventueel maatregelen. Lijkt me niks mis mee. De voorzitter: Mijnheer Hoogenberg.

De heer Hoogenberg: Dank u wel, voorzitter. Wij sluiten ons aan bij de woorden van de heer Schuring. Het lijkt ons beter om conclusies te trekken na het onderzoek en niet daarvoor. De voorzitter: Uitstekend. Dat vat ik dan meteen maar op als een stemverklaring. Is het voldoende behandeld op dit moment? Ja? Uitstekend. Dan gaan we door naar de volgende motie. Dank u wel, mevrouw Schol. Dan gaan we naar de motie Aanpak zwerfafval in de binnenstad, van mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Dank u wel, voorzitter. Hij doet het. Aanpak zwerfafval in de binnenstad. Zwerfafval is natuurlijk, zien we in de hele gemeente. Daar hebben we verschillende vormen in. We hebben echt dumpingen in het buitengebied, maar ook het in het winkelgebied dingen van je afgooien. Daar gaat deze motie over, over die laatste vorm van zwerfafval. Waarom dan de binnenstad, specifiek? Omdat we daar door ondernemers uit de binnenstad zijn benaderd hierover, dat ze er last van hebben dat als je eind van de dag door de binnenstad loopt, overal en nergens ijsbekers, frietzakken, patatbakjes en dergelijke staan, liggen. Alles mede door mogelijk toch een tekort aan prullenbakken, waar het kan. Het wordt de volgende ochtend door de gemeente keurig opgeruimd en geveegd. Maar de vraag is of dat de oplossing is van het probleem, want dan ligt het er al de hele nacht.

Eigenlijk roept deze motie op om in overleg te gaan met de Stichting Deventer Binnenstadsmanagement, om te kijken of hier niet een betere, slimmere oplossing voor kunnen vinden. Daarbij ook te kijken naar het verpakkingsmateriaal. Is dat echt nodig allemaal? Want bij een ijshoorntje, moet daar nog een papiertje omheen, wat toch eigenlijk alleen maar weggegooid wordt? Ga in overleg met die ondernemers in de binnenstad en ga kijken hoe we dit toch beter vorm kunnen geven dan dat het nu is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Sipman. Reacties vanuit de raad? Niet? De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Dank u wel, voorzitter. Die laatste woorden zit ik nog even op me in te laten werken, omdat het vanuit de VVD inderdaad een duidelijk verhaal is tegen verpakkingsmateriaal en het op straat gooien. Dat is een hartstikke goede preventie. Denk dan ook even aan bijvoorbeeld fastfoodketens, die in Deventer zitten, waar juist heel veel rommel vandaan zou komen. Maar bent u er ook van op de hoogte dat elke horeca-inrichting ook een verplichting heeft om het zwerfafval binnen een straal van zoveel meter rondom dat bedrijf op te ruimen? Dat er dan ook sprake moet zijn van toezicht en handhaving. Dat ook dat kan inhouden, een beetje de law en de order, waar de VVD op zich wel voorstander van is, dat mensen ook echt beboet worden als ze afval op straat

22

gooien. Ik zit even te zoeken van, wilt u alleen maar meer afvalbakken of wilt u ook inderdaad echt meer toezicht en handhaving en dat ook ondernemers worden aangesproken en ook wordt gehandhaafd op afval op straat? De voorzitter: Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: De motie roept vooral op tot een plan van aanpak. Daar kunnen dit allemaal elementen in zijn. Maar laten we vooral in overleg gaan met die ondernemers om dit probleem aan te pakken. De voorzitter: Is een nadenkertje. Mijnheer Van der Meulen, gaat uw gang. De heer Van der Meulen: Het plan van aanpak, maar het moet uit de ondernemers komen? Die moeten zichzelf dan handhaven? Het is niet zozeer vanuit de gemeente zelf dat wij strengere handhaving willen? Het is door de ondernemers zelf? De voorzitter: Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Uw fractiegenoot heeft zo straks al geconstateerd dat we wat weinig mensen hebben op veiligheid, toezicht en handhaving. Om meteen te roepen, we gaan meer handhaven, gaat me te ver. Gewoon omdat we dat nu niet kunnen overzien. Maar meer handhaving kan wel een tool zijn, een middel zijn om het doel te bereiken. Dat moet in dat plan van aanpak opgenomen worden. We gaan ook ondernemers betrekken bij het afvalbeleid en ook verantwoordelijk maken. De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Dank u, voorzitter.

Ik kan me helemaal vinden in het betoog wat mevrouw Sipman geeft, dat ondernemers ook verantwoordelijk zijn en dat we met zijn allen verantwoordelijk zijn voor het afval in de binnenstad wat daar rondslingert. Uiteraard het liefst beperking van afvalmateriaal, zodat er helemaal geen afval komt. Wat ik lastig vind in de motie, is dat het oproept tot een plan van aanpak met Binnenstadsmanagement. Lijkt me helemaal de goede richting. Alleen om nu al geld vrij te maken, terwijl dat we nog helemaal niet weten welke kant dit uitgaat en of er überhaupt wel geld nodig is. Misschien met een aantal goede gesprekken, geen idee, een aantal prullenbakken extra, die gewoon binnen budget gerealiseerd kunnen worden. Daar ben ik toch wat terughoudend in. Als we dan toch een plan van aanpak en geld gaan vrijmaken, dan denk ik, er zijn nog meer plekken waar afval rondzwerft. Ik zou het dan graag in ... Ik ben helemaal voor om hier een plan van aanpak voor te maken, maar om geld vrij te maken voor de aanpak zwerfafval, zie ik het graag voor een bredere en meer wijken en voor platteland en de hele gemeente. De voorzitter: Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Zoals ik al aangaf, zwerfafval is een breder probleem dan alleen in de binnenstad. Het geld vrijmaken gaat meer om inderdaad ...

Als uit het plan van aanpak blijkt dat er meer toezicht nodig is bijvoorbeeld, dat we dat ook kunnen inzetten en dat we het plan van aanpak ook kunnen uitvoeren. Als je niks reserveert, kun je nu al inschatten dat je waarschijnlijk het plan van aanpak niet kunt uitvoeren. De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ik denk dat we daar dan anders instaan. Ik denk dat we echt met een aantal creatieve oplossingen ook al een heel eind komen. Mocht daar dan extra geld voor nodig zijn, als het plan er ligt, dan kunnen we er opnieuw naar kijken met elkaar. Dan kunnen we er dan over spreken. Dan kunnen misschien ook zien dat er meer nodig is in de hele stad. Volgens mij is het te vroeg. De voorzitter: Duidelijk. Dan de heer Muilerman.

23

De heer Muilerman: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij is er ook al een motie die de binnenstad aangaat. Zou deze problematiek daar niet in meegenomen kunnen worden? Die gaat ook over de netheid van de binnenstad? Mevrouw Sipman: Dit betreft wel een bredere doelgroep dan alleen maar waar je het hebt over vooral terrassenbeleid. Maar daar waar het in elkaar geschoven zou kunnen worden en het college daar creatief in is, zullen wij met een toezegging daarin ook heel tevreden zijn. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Ik loop ook weleens in de binnenstad. Dan wil ik ook wel een prulletje weggooien, maar dan zie ik geen vuilnisbakken. Die zijn allemaal weggehaald. In de tijd dat er wel prullenbakken waren en die zitten er niet meer. Misschien moeten we daar ook ons op vestigen en gaan kijken van, laat die prullenbakken weer terugkomen, zodat mensen gewoon hun afval kunnen weggooien. Eigenlijk in afwachting van de wethouder, die misschien hier nog wat over te vertellen heeft. De voorzitter: Zullen we naar het college? Nee, de heer Van der Meulen nog. De heer Van der Meulen: Ik heb toch nog een hele andere vraag. In de motie staat van, de binnenstad moet schoon en netjes zijn. Helemaal eens. Maar heel Deventer moet schoon en netjes zijn. Waarom alleen de binnenstad? De voorzitter: Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Om klein te beginnen en het overzichtelijk te houden.

We kunnen wel, als winkelcentra als Keizerslanden of het gebied rondom de Boxbergerweg of rond de Flora zelf ook met plannen willen komen, uiteraard ondersteunen. Maar dit kwam ook echt op verzoek van meerdere ondernemers vanuit de binnenstad. De voorzitter: Mijnheer Van der Linde. De heer Van der Linde: Dank u, voorzitter. Wij zien zwerfafval als een groot probleem. Wij steunen u. Alleen uw opmerking over verpakkingsmateriaal, hoe ziet u dat voor zich? Gaan we ondernemers dwingen om ander verpakkingsmateriaal te gebruiken et cetera? Daar zie ik niet de oplossing in. De voorzitter: Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Het zit hem ook niet in het dwingen als wel het gesprek aangaan naar bewuster omgaan met verpakkingsmaterialen. De heer Van der Linde: Dank u, voorzitter. Dan over het aantal prullenbakken. Moeten ze niet gewoon vaker leeg gemaakt worden, met name bij evenementen? Ik zie gewoon ze vol zitten. Ik zie er best vaak veel prullenbakken, maar ik zie ze altijd vol zitten. Misschien kunnen we bij evenementen vragen, bij grote, om ze vaker leeg te maken. Misschien zou dat ook al helpen. Wat denkt u daarvan? De voorzitter: Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Dat lijkt me een prima onderdeel voor in het plan van aanpak. De voorzitter: Zullen we dan naar de zijde van het college gaan? Wethouder Elferink. De heer Elferink: Dank u wel.

Zwerfafval is, wat het college betreft, inderdaad een groot probleem. U heeft het in het bestuursakkoord ook kunnen lezen dat we daar € 50.000 extra voor opgenomen hebben, voor aanpak van

24

zwerfafval. Werd net ook al gememoreerd, het is niet alleen een binnenstad probleem, ik zie het ook in de Rielerweg, ik zie het in de Rivierenwijk, in het buitengebied. Dan even over waar u op aanslaat, het aantal prullenbakken. Het causale verband tussen het aantal prullenbakken en het op straat gooien van rommel, volgens mij is dat gewoon asociaal gedrag, wat we moeten aanpakken. Het begint bij de bron. Even ten aanzien van de motie. De voorzitter: Ik stel voor dat het college gewoon even het betoog afmaakt. De heer Elferink: U gaf net al aan, mevrouw Sipman, dat de intentie is, ga het gesprek met de ondernemers aan. Dat staan we positief tegenover. Dat gesprek is ook al gaande. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid, wat ons betreft. Het stukje waarin u doorgaat op beoordeling over de verpakking van de horeca, daar gaan wij helaas niet over. Dat stuk ontraden we. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik wilde even reageren op de opmerking van de wethouder over dat het weghalen van prullenbakken niet leidt tot meer rommel. Dit is een keus geweest onder het DIFTAR-beleid. Het is een bewuste keus geweest om zoveel mogelijk prullenbakken weg te halen, omdat mensen hun restafval, wat ze anders in de grijze container zouden gooien, in de gemeentelijke prullenbakken zitten stoppen.

Ik vind het hartstikke leuk dat u zegt, het is asociaal, maar dit is één-op-één gewoon een gevolg van uw eigen, of niet van uw eigen, van het collegebeleid van de afgelopen jaren. Ik vind het iets te simpel om te zeggen van, het ligt allemaal aan de mensen zelf, als mensen de hele binnenstad door moeten crossen met een papiertje of een blikje voordat ze een prullenbak tegenkomen. Ik praat het niet goed, maar ik begrijp wel dat er dan meer vuil en afval in de gehele stad komt door dit besluit. Tot zover. De voorzitter: Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Ik wil daar graag op aanvullen, want de wethouder pikt er heel leuk elementjes uit, maar als u het dictum goed leest, staat er dat om te komen tot een plan van aanpak en hierbij ook te kijken naar. Het is veel breder. Ik denk dat het een goed idee is om ook de discussie over de prullenbakken, waar plaatsen we ze, hoeveel hebben we er in de binnenstad, mee te nemen. Uiteraard, ik deel met u de mening dat afval gewoon van je afgooien, is asociaal gedrag. Dat mogen we ook aanpakken. Daar verschillen we ook niet van mening over. Het gaat om een uitgebreid plan van aanpak. Dit zijn elementen om mee te nemen. De voorzitter: Wethouder Elferink nog? Voldoende behandeld, deze motie? Ja? Dan gaan we naar de volgende motie. Dat is de motie Compensatie hoge energielasten. Nou is het lastige daarvan, mevrouw Van der Meer, even voordat u ...

Even een punt van orde. Want er zijn meer moties over energielasten. Ik heb eigenlijk het voorstel om die moties bij elkaar te behandelen en niet nu apart over deze motie. Ik zou het bij de motie vreemd willen behandelen, als u dat goed vindt. Dan hebben we alle moties over energielasten bij elkaar. Dan kunnen we nu gaan stemmen over de moties die we net behandeld hebben. Is dat akkoord om dit ordevoorstel ... De heer Donkers. De heer Donkers: Om recht te doen aan het debat net, heb ik één minuut schorsing nodig om even met mijn fractie te overleggen over de moties die we net hebben besproken. De voorzitter: Ik vind het ook prima om even vijf minuten te schorsen, dan kan iedereen even rustig ademhalen. Schorsing

25

De voorzitter: Dames en heren, ik zou graag de vergadering willen vervolgen. We gaan verder met de vergadering. Schorsing is opgeheven. We gaan over tot stemming. We gaan even kijken of er nog aanleiding is om terug te komen op moties. Gaan we ze zo in stemming brengen. Mevrouw Sipman. Motie zwerfafval binnenstad Mevrouw Sipman: Na wat overleg, met onder andere de wethouder, heeft hij toegezegd een toezegging te doen over de stand van zaken rondom de gesprekken. Het lijkt me handig om over die motie eerst de wethouder het woord te geven. De voorzitter: Het gaat over zwerfafval, dat we niet het gesprek in het algemeen, want dan wordt het een breed ... Mevrouw Sipman: Het gaat over zwerfafval. De voorzitter: Wij voeren nogal eens wat gesprekken als college. Mevrouw Sipman: Als de toezegging ... Als hij die inderdaad doet zoals we die net hebben afgesproken, dan hoeven we hem niet in stemming te brengen. De voorzitter: Dit is eigenlijk een soort examen. Bent u nu ook al mijn woordvoerder. Wethouder Elferink, gaat uw gang. De heer Elferink: Politiek souffleur, noemen ze dat. Ik kan toezeggen dat we ... Want ik heb u al aangegeven dat er al het een en ander gaande is. Dat er gesprekken met de ondernemers gaande zijn. Daar geven we u graag binnenkort een toelichting op, rapporteren wij over aan uw raad. Daarna kunt u alsnog besluiten om te doen wat u wilt doen.

De voorzitter: Is dat voldoende om de motie in te trekken? Ja? Dan is de motie Zwerfafval in de binnenstad ingetrokken. We gaan stemmen over twee ... Mevrouw Schol. Mevrouw Schol: Onze motie Verkeersveiligheid Colmschate, we hebben even overlegd, wij willen eigenlijk hetzelfde als de wethouder. Want de wethouder wil graag antwoorden. Voor antwoorden heb je een onderzoek nodig. Wij willen graag een onderzoek. De motie gaat gewoon door. Motie Inzet op terrassen, reclame en uitstallingsbeleid De voorzitter: Gelukkig. Ik begon me al zorgen te maken. Dan gaan we stemmen over de motie van GroenLinks en Gemeentebelang, Inzet op terrassen, reclame en uitstallingsbeleid. Is er behoefte aan een stemverklaring. Dat is niet het geval. Dan is de stemming geopend. Dames en heren, de stemming is gesloten. U heeft de motie unaniem aangenomen. Motie Verkeersveiligheid Colmschate De voorzitter: Dan gaan we over tot de motie Verkeersveiligheid Colmschate. Is er behoefte aan een stemverklaring? De heer Schuring. De heer Schuring: U hoort een diepe zucht. Dat heeft alles te maken met het onderwerp. De wethouder heeft nadrukkelijk aangegeven, hij komt met nadere informatie naar aanleiding van een korte discussie hier. Wij vinden het heel belangrijk dat we alle informatie hebben.

Wij zullen op grond van de onvolledigheid van de informatie tegen deze motie stemmen, maar waarmee wij nadrukkelijk niet zeggen dat het hier veilig is. We hebben daar

26

gewoon niet voldoende de informatie over. Wij zouden graag later opnieuw over deze motie in gesprek gaan. Zouden waarschijnlijk ook voor zijn, maar niet op grond van de huidige situatie. Heel ongelukkigerwijs zijn wij tegen deze motie. De voorzitter: Kijk, dit is een voorbeeld van een stemverklaring dat helpt. Dan mevrouw Trompert. Mevrouw Trompert: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk zitten wij daar hetzelfde in als D66. Gemeentebelang snapt het probleem en wil toch de uitkomst afwachten van de toezegging van de wethouder. Daarom is op dit moment, wat dat betreft, de motie overbodig. Zullen we toch helaas tegen stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Dan mijnheer Kaya. De heer Kaya: Omdat deze motie, voorzitter, vraagt om een onderzoek en hoeven we niet af te wachten wat de wethouder gaat doen, steunen wij deze motie natuurlijk van harte. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kaya. Dan mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Als mede-indiener steunen wij uiteraard deze motie. Ik vind het wel eigenlijk heel mooi. Als we het namelijk steunen, dan kunnen we onderzoek hebben. Dan hebben we ook daadwerkelijk iets waar we over kunnen praten. Dan kunnen we er ook vervolgbeleid op maken met elkaar. De voorzitter: Maar dit is geen stemverklaring meer. Dit hebben we allemaal al gehad. Dit is debat. Nog een korte stemverklaring, mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Heel korte.

Als je onderzoek wil doen, moet je feiten hebben en meten is weten. Vandaar, als een goed fundament voor een discussie wil hebben, dan heb je eerst een onderzoek nodig. Steun voor deze motie. De voorzitter: Goed, we gaan nu over tot stemming. De motie is aangenomen met 19 stemmen voor en 18 stemmen tegen. Motie zwerfafval binnenstad De voorzitter: De motie Zwerfafval is ingetrokken. Dat betekent dat we dit onderwerp gaan afsluiten. MOTIES VREEMD 4

Motie vreemd: Communicatieplan Energie Armoede (CU-VVD)

De voorzitter: Dat gaan we naar de moties vreemd. We beginnen met de motie van GroenLinks, Energielasten. Gaat uw gang, mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Voorzitter, ik kom weer gezellig hier staan. In het vorige blokje hebben we eigenlijk alle argumenten al wel gehoord, waarom deze motie een goed idee is. Onder andere van de heer Smeenk en de heer Schuring die aandroeg waarom het van belang is om aandacht te hebben voor de energielasten van maatschappelijke instellingen, organisaties. Ik hoef dat ook niet meer toe te lichten, maar ik zal u nog wel even meenemen in het hoe, zoals dat geformuleerd is in het dictum en ook met de input van alle verschillende medeindieners. Alsnog dank daarvoor. Want bij het hoe starten we met het eerste punt, dat het heel moeilijk is om in te schatten hoe de situatie nu is. Dat hoorden we vorige week al. Daarvoor is er allereerst op hoofdlijnen een analyse nodig, een inventarisatie van welke knelpunten er eigenlijk bij de verschillende instellingen. Op basis daarvan kunnen we kijken hoe groot een fonds zou moeten zijn. Pas later komen dan met criteria en voorwaarden welke

27

maatschappelijke instellingen in aanmerking komen en of dit inderdaad de instellingen zijn die genoemd zijn in de raad. De raad heeft gesproken over het volgende. De samenvatting of dat dit meer zijn of minder, dat zal daarna blijken. Maar we hebben het niet alleen over financiële compensatie, wat ook heel erg belangrijk is, maar hiernaast is ook het assisteren en adviseren in verduurzaming belangrijk. Verduurzaming en het nemen van energiebesparende maatregelen. Zodoende is dit dictum tweeledig. Ik hoop dat het volkomen duidelijk is en dat er helemaal geen vragen meer zijn. De voorzitter: Dit is een oproep, begrijpt u goed. Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis:’ Dank u wel, voorzitter. Als mede-indiener wilde ik even nog een klein stukje toevoegen. Mevrouw Van der Meer sprak duidelijk over maatschappelijke instellingen, organisaties. Dat zijn de plekken. De sportvereniging, buurthuizen, al die plekken waar onze inwoners, gemeentebreed, samenkomen en waar ze elkaar weten te vinden, de gezelligheid en de steun die ze nodig hebben. Dat zijn de plekken waar de samen in onze samenleving daadwerkelijk wordt gemaakt. We hebben het allemaal ... We weten allemaal dat de grote noodzaak ... De gevolgen van de prijsstijgingen, onder andere op energie, die zijn zwaar. Daar moeten we wat mee doen. Daar moeten we ook zeker wat doen voor deze instelling.

De voorzitter: Dank u wel voor die toelichting. Sorry, mevrouw Van der Meer nog. Mevrouw Van der Meer: Dank je. Mevrouw Eekhuis herinnert me er inderdaad aan dat ik de mede-indieners niet heb genoemd. Dat gaat om VVD, Deventer Sociaal, ChristenUnie, Partij van de Arbeid en CDA, onder andere mevrouw Sipman. De voorzitter: Mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Dank u wel, voorzitter. Voor ons ook reden om deze motie te ondersteunen, zit hem in dat dit ook de organisaties zijn die bij de gemeente straks aankloppen op het moment dat ze in de problemen zijn. Dat wij dan ze uit de problemen moeten gaan helpen, want het zijn wel organisaties die maatschappelijk belang dienen, waarvan wij ook niet willen dat ze omvallen. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: We vinden de essentie van de motie ... Kunnen wij eigenlijk wel ondersteunen. Alleen wij vragen ons af of het niet veel te breed geformuleerd is, want wat bedoelen we eigenlijk met maatschappelijke organisaties en instellingen? Hoe moet het college daar eigenlijk dan invulling aan geven/ Want dat is natuurlijk wel een hele brede groep. De voorzitter: Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Dank, voorzitter. Ik kan me er heel makkelijk vanaf maken door te zeggen van, dit is wel aan het college.

Ik kan me voorstellen dat ze dat op eenzelfde manier zullen doen als het afwegingskader, dat we een paar jaar terug hebben gehad bij coronamaatregelen voor maatschappelijke instellingen. Maar het is heel moeilijk om een definitie te geven van maatschappelijke instellingen. Dat doet mij wel denken aan een uitspraak van een Amerikaanse rechter over een keer dat hij een definitie moest geven. Toen ging het over pornografisch materiaal. Die kon hij niet zomaar geven, maar deed hij wel de uitspraak, I know it when I see it. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Vind ik wel een mooie uitspraak. Maar waar ik wel een beetje zorgen over heb, ik ben benieuwd hoe u daarnaar kijkt, is, kweken wij hier niet mee verwachtingen bij instellingen die straks misschien wel niet hulp kunnen krijgen vanuit de gemeente?

28

De voorzitter: Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Dank voorzitter. Dank voor deze vraag, want ik denk dat deze motie niet beoogd dat morgen in de krant komt te staan dat iedereen, iedere maatschappelijke instelling of iedere instelling die zich zo voelt gered gaat worden door de gemeente. Want ook al stellen wij een fonds in, we moeten nog steeds kijken, wat kunnen we wel doen, waar liggen de verantwoordelijkheden voor de gemeente en wat kunnen we niet doen? Want uiteindelijk is alles bij een begroting. Dit stukje valt nog wel onder de begroting, ook al zitten we bij een ander agendapunt. We hebben het over schaarse middelen, die moeten we goed besteden. Daar moeten we een goede afweging in maken. Dit is geen belofte van, we redden alles en iedereen. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter, bij ons was ook de vraag van, wat is een maatschappelijke instelling? Wanneer ben je dat wel en wanneer ben je dat niet? Wie bepaalt dat? Wanneer ben je wel een instelling die in contact is met de overheid, die subsidies ontvangt? Dat was voor ons wel even een hele belangrijke. Daar zou ik graag het college ook willen horen wie er dan wel bij horen en wie juist misschien helemaal niet? De voorzitter: Mevrouw Van der Meer. Mevrouw Van der Meer: Voorzitter, hij wil een antwoord van het college. De voorzitter: Van het college. Sorry. Lijkt me goed. Gaan we dat doen.

Nog mijnheer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel. Wij hebben deze ook mee ingediend. Dat is inderdaad omdat hij ... Kunnen hele filosofische discussie over maatschappelijke instellingen houden. Volgens mij is het heel duidelijk wat hier ook mee wordt bedoeld en is dat ook iets wat het college mee kan nemen in de uitwerking en de invulling. Dat zijn namelijk die sportclubs, dat zijn die buurthuizen die wij in deze stad hebben. Die ook last gaan hebben van die enorme energiestijgingen. Die inderdaad, wat mevrouw Eekhuis zo mooi zei, dat samen in die samenleving vormen. Het is belangrijk dat we die in deze tijden overeind houden. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Mijnheer De Niet, dat begrijp ik. Maar zijn het alle sportverenigingen, zijn dat alle kerken, zijn dat alle verenigingen die er zijn? Waar hebben we het over? Dat is voor ons een hele grote vraag. De voorzitter: We gaan zo naar het college. Gaan inderdaad naar de richting van het college. Wethouder Grijsen, gaat uw gang. Mevrouw Grijsen: Voorzitter, dank. Er komt nog een motie aan.

Ik had verwacht dat we die min of meer gezamenlijk zouden bespreken, want ze lijken best op elkaar en ze komen ook tegemoet aan de breed gedeelde zorgen, die het college ook heel erg ziet als we om ons heen kijken en als we zien hoe allerlei organisaties, want daar gaat deze motie over, geconfronteerd worden met onverwacht stijgende lasten. Het college zal, als deze motie ter stemming is geweest, deze motie meenemen. Zal het college ook een reactie geven, gelijktijdig bij de presentatie van de begroting, over hoe het college om zou willen gaan met deze motie. Het college kan zich voorstellen dat het eerst dictum, en dat we die vrij ruimhartig oppakken. Die analyse, dat we vooral even goed luisteren in het veld wat we tegenkomen. Dat we op basis daarvan inschatting doen. Dat ook meenemen in de begroting. Mocht dat onverhoopt onvoldoende zijn, dan is het altijd aan het orgaan met het budgetrecht, uw raad, om daar te zijner tijd opnieuw het gesprek over aan te gaan. Met de opmerking dat het eerste punt uit het dictum, dat we die analyse echt heel erg op hoofdlijnen, of vooral op basis van de geluiden die we horen, komt het college met een voorstel. Indien uw raad deze motie aanneemt, zullen we dat meenemen in de integrale afweging bij de begroting. Zullen we dan ook terugkomen op de definitie van maatschappelijke instellingen. Mevrouw Van der

29

Meer verwees al heel terecht naar het afwegingskader corona, waar ook een hele heldere definitie voor maatschappelijke instellingen aan de orde was. Het college kan zich voorstellen dat indien een dergelijk fonds opgericht zal worden, dat het zich dan wel vooral strekt tot die instellingen of die organisaties die ook daadwerkelijk getroffen worden door onverwacht heel hoog stijgende lasten en er geen andere compensatie beschikbaar is, bijvoorbeeld vanuit de Rijksoverheid. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Grijsen. Is dat voldoende? Ja? 5

Motie vreemd: Integrale en urgente aanpak (energie-)crisis Deventer (D66)

De voorzitter: Dan stel ik voor dat we, voordat we gaan stemmen, eerst naar de volgende twee moties gaan over energie. Dat is de motie Crisisfonds Deventer D66. De heer Schuring heeft het woord. De heer Schuring: Dank u, voorzitter. De motie Integrale en urgente aanpak energiecrisis Deventer, waarvan we met het debat met de behandeling van de vorige motie al een deel eigenlijk behandeld hebben. Want u heeft gezien dat deze motie in twee opzichten afwijkt van de motie die we net besproken hebben, die we overigens ook steunen. Die is gericht op maatschappelijke organisaties. Maar met de ontwikkelingen die op ons afkomen, de energieprijzen, noem het maar op, zijn er meer organisaties, meer groepen die last hebben van de problematiek die op ons afkomt. Te weten ook de huishoudens en ook de bedrijven. Niet alleen komend jaar in de begroting. We voorzien zeker voor de huishoudens dit jaar al grote problemen. Eigenlijk is de essentie van deze motie, dat we de motie verbreden ten opzichte van het gesprek van net. We willen voor dit jaar al urgente aandacht hebben, in elk geval voor de huishoudens. Niet voor alle huishoudens, maar we willen het college oproepen om met een voorstel te komen en met maatwerk te komen, ook afhankelijk van hoeveel geld er van het Rijk dit jaar nog komt. Hoe het met de energiecontracten zit van huishoudens.

Want het maakt nogal een verschil of je nog vier jaar je contract vast hebt, of dat je sinds recent al met flexibele contracten te maken hebt. Dan ben je veel meer geld kwijt. Om dat te betrekken bij een voorstel, waarbij we in elk geval denken aan de groep die nu die vergoeding krijgt van € 1.300 Rijksgeld, dat is tot 120 procent sociaal minimum, om die te verruimen naar een grotere groep. We vinden het lastig om te zeggen, ga tot 130 procent of 140 procent, want voor je het weet zul je net, als je € 5 te veel hebt, buiten de categorie van 130 of 140 vallen. Daarom noemen we het woord schrijnende gevallen. We willen voorstellen om de groep groter te maken. Die grotere groep € 800 max te verstrekken, afhankelijk van de huishoudsituatie. We hebben even zitten rekenen van, waar heb je het dan over ongeveer orde? Dit jaar, voor de orde, voor uw gevoel, over hoeveel geld gaat het dan? Orde grootte tussen de 120 en 130 procent, gaat het ongeveer om 1.300 huishoudens in Deventer, even afgerond. Als die allemaal in de worst case een flexibel contract zouden hebben en maximaal € 800 zouden ontvangen, gaat het om een bedrag, dit jaar, van orde grootte € 1.000.000 wat je extra aan bijdrage aan deze groep kwijt bent, naast de beschikbare rijksmiddelen voor die tot 120 procent.

Met de middelen die we dit jaar hebben, wie heeft ook de begrotingspresentatie allemaal gezien, die we dit jaar nog vrij besteedbaar hebben, orde grootte, rond ik ook even af, 17 miljoen. Is een bijdrage zo worst case voor die groep. Je kan, als je hem groter trekt dan bijvoorbeeld 140, komt er nog eens 1 miljoen bij. Vinden we echt dat we dat moeten ... Moeten we het college vragen om met een voorstel en uitwerking te komen voor dit jaar om die groep te voorzien. Na 1 januari ... Als u het goed vindt, maak ik even mijn betoog af. Wij gaan ervan uit dat 1 januari 2023 de energiecrisis niet is opgelost. Met het geld van dit jaar kan je het geld voor dit jaar nog oplossen. Voor volgend jaar vragen we het college, daarom vragen we ook in oktober met een voorstel te komen, met een verdere uitwerking hoe we de groep daarna in de begroting kunnen meenemen, de huishoudens. Dan hebben we verder nog de organisaties, hebben we net over gesproken. Die steunen we. Hebben we ook nog bedrijven. Vraag mij niet om een definitie, wat zijn de bedrijven in Deventer en wat is de definitie? We hebben in elk geval voor ons, dan hebben we het bijvoorbeeld over de winkeliers die stijgende energieprijzen hebben en nog veel meer bedrijven die daar grote problemen mee gaan hebben.

We willen ook het college uitnodigen om vanuit de bestaande regelingen die er zijn voor bedrijven, ook te kijken hoe die kunnen worden verruimd binnen het crisisfonds, om vanuit de begroting naar een oplossing voor deze groep bedrijven te zoeken. Dat als toelichting

30

op deze motie, die mede wordt ingediend door die ik al genoemd heb, die ook in het dictum staan. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Schuring. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel mijnheer Schuring voor uw toelichting. Natuurlijk een hele sympathieke motie. Als mede-indiener, destijds, van het manifest onze steun. Ik heb alleen erg geworsteld met het dictum. Dan vooral de bullet waarin u spreekt over 120 procent WSM, schrijnende gevallen. Ik vind dat nogal vaag. Als we een motie indienen, dan heb ik heel graag dat we het college echt met een goed dictum op pad sturen. Het zit niet zozeer in dat ik het met u oneens ben over de 120 procent opkrikken. Maar als we die zin iets duidelijker kunnen maken, denk ik dat we de wethouder ook op pad sturen met een duidelijkere opdracht dan dat het er nu staat. De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Heeft u een voorstel hoe we de ... Ik heb bewust gekozen om ... Ik heb net toegelicht, als je bijvoorbeeld 130 procent als alternatief neemt, of 140 procent, wil ik echt voorkomen dat we net weer ... Je zult net € 5 te veel hebben, dat je buiten de 140 valt, dan krijg je die hele bijdrage niet. Daarom heb ik deze woorden gekozen. Wat zou u voorstellen? De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ik vind de zinsopbouw een beetje raar.

Ik bedoel, we zouden kunnen zeggen van, iedereen met 120 procent van het minimumloon. Dat is de groep die dan de schrijnende gevallen zijn. Want u heeft het in het dictum over schrijnende gevallen, maar wat verstaat u dan nu onder schrijnende gevallen? Of wat moet de wethouder dan zien als schrijnende gevallen? Ik zou graag die definitie gewoon wat scherper hebben. Ik kan het nu ook even niet zo opdreunen. Maar ik denk dat het voor de wethouder op makkelijker wordt als we die zin wat aanscherpen met zijn allen. Volgens mij moeten we daar wel uit kunnen komen. De voorzitter: Als u de tijd neemt om nog even na te denken over een goede formulering, dan kunnen we nu even doorgaan met mijnheer Kaya. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dat is prima. De voorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter, die 120 procent is voor ons ook een heel belangrijk percentage. Alleen ik zou hem juist eruit wil halen. Want net wat mijnheer Schuring ook zegt is van, 140 en als je dan net 141 procent bent, kom je daar niet voor in aanmerking. Ik zou eigenlijk willen zeggen, schrap die percentages en zeg gewoon, mensen die een schrijnend geval zijn. Want dat hoeft niet per se de 120 procent te zijn, want er zijn ook mensen die 120 procent van het minimumloon hebben en geen last hebben van die energiecrisis.

Ik zou juist uit het dictum die 120 procent uit willen halen, als je het aan mij dan zou willen vragen. Is dat dan mijn voorstel. Ik weet niet of de heer Schuring daar ook zolang over doet. De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Ik begrijp wat u zegt. U weet ook, de huidige groep die ervoor in aanmerking komt, is de 120 procent WSM. Dat staat voor wettelijk sociaal minimum, minimumloon. Ik probeer juist met dat woord generiek, of schrijnende gevallen, het op te rekken. Ik wacht ook even de toezegging van het college af, hoe we hier uit kunnen komen.

31

De voorzitter: We gaan zo even naar de zijde van het college. We gaan nu zo even nog dit afmaken. Dan gaan we naar de zijde van het college. U kunt dan ondertussen eventueel schorsen om nog even goed naar die formulering te kijken. Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Bedankt voorzitter. Wij zijn mede-indieners. Ik was juist heel blij met die omschrijving, ook al is schrijnende gevallen een lastige omschrijving. Die snap ik. Het ging er juist over om die 120 procent los te laten en naar boven door te trekken naar de schrijnende gevallen. Zoals we allemaal weten, zijn er nu voor het eerst sinds ... Voor sommige mensen ... Voor het eerst überhaupt komen middeninkomens in de knel te zitten, weten ze de weg niet. Ze komen in schulden terecht. Dat kunnen schrijnende gevallen zijn. Dat was juist het stukje maatwerk, waar ik dan ook graag de wethouder op terug hoor. Maar het stukje maatwerk waar we naar op zoek zijn hier. Om alle mensen te kunnen helpen waar echt gewoon, in deze tijd raar om te zeggen, het water aan de lippen staat. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Dan mevrouw Sipman. Mevrouw Sipman: Dank u wel, voorzitter. Toch een vraag aan de heer Schuring. Want u wilt heel veel in deze motie. Er staat van alles en nog wat in. Ik raak een beetje de draad kwijt erin. Het wordt mij te weinig concreet.

Er zijn al meerdere punten genoemd, onder andere dat het niet SMART is. Uw collega-fractielid had het zo straks heel mooi over dat een dictum toch in ieder geval heel SMART moet zijn. Dat is deze in ieder geval niet. Ik ben een beetje zoekend. In deze hele raad, raadsbreed, voelen we dit probleem van die energiecrisis, van die energiearmoede. We voelen hem allemaal. Ik mis even de samenwerking die u heeft gezocht met de andere partijen daarin, om nu tot een hele goede aanvullende motie te komen op die moties die er al liggen. De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Dat is een beoordeling van deze motie. Daar neem ik kennis van. Er was ook overigens, dat is geen excuus, weinig tijd om tot deze motie te komen voor deze avond. Dit was het beste en het SMARTste wat we binnen deze tijd konden maken. We wachten af hoe dit verder valt. De voorzitter: Dan mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Bedankt, voorzitter. Eigenlijk sluit ik me grotendeels wel aan bij mevrouw Sipman. Maar ik ben er ook nog wel eventjes over aan het nadenken, want schrijnende gevallen is natuurlijk al even genoemd. Maar er worden op drie categorieën genoemd. Vind ik wel interessant.

Maar als we dat eigenlijk een beetje, naar aanleiding van de discussie, wat is de definitie van een maatschappelijke organisatie, wat is de definitie van een bedrijf, maar als we dat allemaal bij elkaar optellen, dan hebben we het bijvoorbeeld ook over zzp’ers, die ook een bedrijf zijn. Dat zou eigenlijk betekenen dat als we dat helemaal platslaan, dat u eigenlijk heel Deventer bedoelt met de motie die u nu indient. Want we hebben het over huishoudens. Daar vallen de mensen onder die geen bedrijf hebben. Dan krijg je de volgende categorie, bedrijf. Ik ben wel gewoon even benieuwd naar uw gedachte daarbij. Ik vroeg me wel even af, want wij hebben heel erg van, die mensen die dan in aanmerking zouden kunnen komen. De huishoudens kunnen dan € 800 extra krijgen. Maar als ik dan zie welke doelgroepen het zijn, dan ben ik ook wel meteen aan het nadenken, hoe gaan we dan hier invulling aan geven? Wat zijn dan de kosten die gemoeid gaan zijn bij het organiseren van al dit maatwerk wat we nu willen invoeren? Of u daar ook gedachten over heeft? De voorzitter: Mijnheer Schuring. De heer Schuring: Dank u voor deze vraag. Dit is juist de puzzel waar niet alleen ik, maar de mede-indieners bij de formulering van deze motie mee zitten. In de eerste plaats ja. Dit komt ook echt heel Deventer af, dit probleem. Niet alleen op Deventer, op heel Nederland af.

Het is buitengewoon lastig om nu een scherpe definitie te geven van de groepen en de huishoudens bijvoorbeeld die er geen last van hebben en die er wel last van hebben. Een

32

hele generieke afspraak van, de grens ligt bij zoveel inkomen bruto of zo, doet niet terecht aan de problematiek. We weten niet of daar een generieke oplossing voor iedereen ... One size fitts for all, dat gaat niet werken. Het centrale woord in deze motie is, in meerdere zinnen, maatwerk, maatwerk, maatwerk. Afhankelijk van rijksregelingen, afhankelijk van energiecontracten, afhankelijk van meerdere dingen. Het college geven wij graag het vertrouwen om maatwerk te geven voor de verschillende groepen die wij noemen. Dat zijn huishoudens, dat zijn bedrijven en dat zijn maatschappelijke organisaties, waar we net over gesproken hebben. Wij hebben ook niet het beeld, ik hoop dat we dat allemaal niet hebben, dat heel Deventer een schrijnend huishouden is straks. Dat beeld heb ik ook niet. Maar waar de grens ligt, ik zou het u willen vragen of u het kunt geven, wij kunnen het niet. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ik denk dat ik hier geen antwoord op kan en hoef geven, want het is ook niet mijn motie. Maar ik zat wel te denken, dat als we eigenlijk het college mee willen geven van, alstublieft, dit zijn onze zorgen, kunt u nadenken over een mogelijk plan, dan zou ik zeggen van, dat zou ik een hele goede gedachte vinden. Ik denk dat de meeste collega-raadsleden dat ook hebben.

Maar de wijze waarop deze motie is opgesteld, vragen we eigenlijk al om een bepaalde manier van uitvoering. Terwijl ik toch eigenlijk denk van, misschien kan het college weleens nadenken, met eventueel organisaties van, wat zouden we eventueel een extra compensatie doen, zodat het later bij ons in de raad weer teruggebracht kan worden. De voorzitter: Mijnheer Schuring. De heer Schuring: We hebben stellig het beeld, als mede-indieners van deze motie, dat we, juist dat maatwerk wat wordt geboden, heel veel ruimte geven aan het college. Eigenlijk is wat u zegt ook de essentie van deze motie, zo zou ik het willen verwoorden. De voorzitter: Uitstekend. Helder? Dan de heer De Niet nog. Dan gaan we naar ... De heer De Niet: Nog even aanvullend inderdaad, want wij hebben hem ook mee ingediend. We vragen hier ook om een voorstel vanuit het college. Het is niet dat we een blanco cheque geven. Wat we hiermee doen is, wel dat we aangeven, het is heel belangrijk om ook het geld wat we dit jaar overhouden op onze lopende begroting, daar een belangrijk deel van opzij te zetten en te reserveren, zoals het college op zichzelf ook al heeft geadviseerd, vorige week, om dingen op te lossen die deze crisis in onze stad, in onze gemeente teweeg gaat brengen. Dat geldt ook voor bedrijven, maar ook zeker voor onze inwoners.

De worsteling inderdaad die de heer Schuring heeft gehad, die heb ik ook wel gehad van, de noodzaak is, we moeten niets doen, we willen iets doen, maar we weten ook nog niet alles. Een van de dingen die ik daarom ook al wel, de vraag die ik met collega-raadsleden al wel bij de griffie ook heb neergelegd, is om in ieder geval ook een soort rondetafelgesprek te organiseren, zodat wij als raad ook die informatie ophalen en een breder beeld krijgen van wat er nog meer nodig is dan geld opzij zetten, want we moeten het ook invullen. Misschien zijn er ook andere dingen nodig om de ... Dat kan ook helpen om bijvoorbeeld de schrijnende gevallen, maar op de invulling van dit fonds concreter te maken. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Ik heb heel even zitten nadenken. Ik kreeg net op een tip van mevrouw Zegel. Als we het dictum nu eens aanpassen naar, kijken naar het reëel besteedbare inkomen van mensen. Want dat is wat we bij andere regelingen ook van plan zijn om te gaan doen. De voorzitter: Ik stel voor dat we dit even ... Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dan is de combinatie met maatwerk, volgens mij, gelegd. Maar ik hoor graag hoe de wethouder hierover denkt.

33

De voorzitter: Dat was precies mijn voorstel. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Het was een suggestie. De voorzitter: Mevrouw Zieverink nog. Dan gaan we naar het college. Mevrouw Zieverink: Dank u wel, voorzitter. Ook nog wel even naar aanleiding van wat mijnheer De Niet ook eigenlijk zei en wat ik ook al een beetje van mijnheer Schuring terug hoorde is van, de gedachte achter de motie kan ik heel goed begrijpen. Er zijn zorgen en we willen kijken van, hoe kunnen we daar invulling aan geven? We willen graag gelden reserveren voor mogelijke invulling daarvan. Maar dat lees ik niet zo in de motie. Ik lees gewoon al van, wij gaan uit van een bedrag van maximaal € 800. Op deze manier daar invulling aan te geven. Ik lees al iets over van hoe we dat zouden willen invullen, maar niet gewoon van, wij hebben deze zorgen, we vragen het college om geld te reserveren en daar een plan voor te maken. Zo heb ik hem in ieder geval niet gelezen. De voorzitter: Dat is inderdaad, waarvan akte. Dan gaan we nu naar de zijde van het college. Mevrouw Grijsen. Mevrouw Grijsen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ik denk dat de discussie, zoals hij vanavond hier gevoerd is, dat ook dit de discussie is zoals we hem ook in het college heel erg voelen. We zien wat er gebeurt in de samenleving. We zien ook wat de impact is op huishoudens, op kleine bedrijven, maatschappelijke organisaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11880549/1