CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-07-13 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer

Raadsvergadering 13 juli 2022, gemeente Deventer32.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dus wie van de vier fractievoorzitters wil het spits afbijten? Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Dank voor deze mooie vragen. Ik ben blij dat we hier weer staan, want vorige keer was duidelijk echt te kort. Ik wil alvast iets zeggen over het klimaatbeleid en over uw specifieke vraag aan de CDA-fractie over het gratis storten. Voor wat betreft het klimaatbeleid: ik denk dat wij allemaal weten dat de ambitieuze doelen 2030 energieneutraal van het vorige college niet haalbaar waren en dat het daardoor ook niet een stimulans is om daar heel hard voor te gaan. Realistische doelen zorgen ervoor dat je ook echt hard gaat werken om dingen voor elkaar te krijgen en realistische doelen kunnen ook mooie, ambitieuze doelen zijn. Wij hebben bijvoorbeeld dan ook opgeschreven dat wij in 2050 klimaatneutraal willen zijn, 55 procent CO2-reductie in 2030 volgens de akkoorden waar wij graag aan willen voldoen, maar waar mogelijk het klimaatbeleid en de duurzaamheidsopgave versnellen. Dus wat mij betreft, uw vraag aan ons is: bent u bereid om naar 2026 toe al zo ver te zijn dat de doelen van 2030 dan al binnen handbereik zijn? Oh. Dan heb ik u verkeerd begrepen. Ga ik nog een keer naar u luisteren. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Nee, dan heeft u het inderdaad verkeerd begrepen.

Kijk, dat we over de haalbaarheid voor 2030 daar kunnen we het met elkaar over oneens zijn. Laten we daar die discussie niet gaan doen. Het punt is dat er nu een doelstelling in zit voor 2030, u noemt hem net, en mijn punt is om een doelstelling op te nemen voor 2026 die daarvan afgeleid is, omdat 2030 buiten deze periode ligt, dus dan zeggen we in 2027 … Of 2023 zeggen we: nou ja, dat gaat niet … Of 2024, wat is het dan? Gaat niet werken. Dus laten we een doel maken daar van afgeleid voor 2026. De voorzitter: Mevrouw Scholthof.

34 Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Ah, dus u wilt eigenlijk graag een tussenstap benoemen en hoever moeten we dan zijn. Ik denk dat dat best wel lastig is om nu aan te geven, want je zou kunnen zeggen: nou, dat moet evenredig zijn. Alleen de vraag is natuurlijk ook: wanneer komen er vanuit Den Haag voorbeeldnormen voor windmolens? En er zijn nog wel meer dingen waar we als raad echt nog wel een ei over moeten leggen voordat de energietransitie echt gaat vliegen. Dus ja, ik zou dat graag met u willen en ik denk ook dat we daar als raad misschien wel het over kunnen hebben: wat betekent dat? Kunnen we dat iets naar voren halen? Maar ik kan dat nu niet aangeven. Dan over uw vraag aan de CDA-fractie over het gratis storten. Nou, het is al een hele wens van het CDA om onder meer afvaldumpingen tegen te gaan en een belangrijke oplossing daarvoor zou kunnen zijn dat je gratis mag storten. En dan wat meer, want de honderd kilo, nou elke Deventenaar die ik heb gesproken daarover die vindt dat echt veel te weinig. Nou vind ik het goed om als gemeente echt wel een beetje scherp aan de wind te varen voor wat betreft het gratis storten. Ik heb bijvoorbeeld in Den Haag gewoond. Daar mag je duizend kilo storten. Nou, dat zou ik echt niet voorstellen. Maar het gaat natuurlijk om een pilot en dat moeten we goed monitoren.

Mijn indruk is dat wij dit voorlopig kostenneutraal gaan inzetten of binnen de budgetten die daarvoor in ieder geval zijn bedacht. Dat betekent dus niet direct een afvalstoffenverhoging, want dat is volgens mij waar u op doelt. Gaat met deze pilot de afvalstoffenheffing direct omhoog? Nou, het antwoord daarop is volgens mij nee. Dat lijkt mij uitwerking, want wij hebben als coalitie met elkaar uitgesproken dat wij die pilot willen gaan draaien. De directe uitwerking komt natuurlijk in een plan naar deze raad en daar gaan we het dan over hebben. Volgens mij is het zo dat wij de afvalstoffenheffing niet direct gaan verhogen, alleen omdat wij een pilot gaan doen voor wat betreft gratis storten van driehonderd kilo. De voorzitter: Ik stel voor dat … Want de vraag is van de heer Van der Meulen, dat die even het woord krijgt. De heer Van der Meulen: Ja, dank u. Maar het geld moet toch ergens vandaan komen dan? U zei: er zijn budgetten voor. Waar zit het dan in? Is daar dan over gesproken, waar het uit betaald wordt? Want gratis bestaat niet. In Den Haag, ja duizend kilo. Ja, daar betaalt de gemiddelde inwoner die betaalt ook gemiddeld meer afvalstoffenbelasting. Elke kilo die je naar de stort brengt, of het nou op het pasje staat of niet, het kost geld om het te verwerken.

Dus ik ben wel benieuwd naar die onderbouwing, maar ik begrijp dat dat dus nog later komt, dat er verder niet … De voorzitter: Mevrouw Scholthof. De heer Van der Meulen: Maar de afvalstoffenheffing wordt niet verhoogd? Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Nee, die onderbouwing komt natuurlijk op het moment dat het plan echt naar de raad komt. Vooralsnog zal dat volgens mij geen directe verhoging van de afvalstoffenheffing in zich moeten hebben. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat het kostenneutraal kan, dus ik denk dat u uiteindelijk ook als coalitie zult moeten kiezen die kilo’s … Meer gratis kilo’s om te storten, die zijn niet gratis namelijk, en een hogere afvalstoffenheffing of … Dus die zijn volgens mij aan elkaar gekoppeld. Maar in die zin wachten we het voorstel graag af. Het zou mij verbazen als het kan, maar ik ben wel benieuwd. Daar moet je dan wel een keuze in maken op dat moment. De voorzitter: Oké. Dan mevrouw Scholthof nog tenslotte. Mevrouw Scholthof: Ja, tot slot. Ik denk ook niet dat we moeten vergeten dat afvaldumpingen op het platteland zoals die nu echt wel veel plaatsvinden dat die ook geld kosten en natuurlijk ook maatschappelijk, dat zal GroenLinks zich zeker ook aantrekken, ook wel echt meer milieukosten met zich meebrengen. Dus het gaat hier

35 volgens mij niet alleen om geld, het gaat volgens mij ook wel echt omdat wij afvaldumpingen tegen willen gaan en volgens mij is het vrij evident dat die te maken hebben met het feit dat je in Deventer maar honderd kilo kan storten. Op het moment dat je gaat verhuizen, dan ga je daar al drie keer overheen, dus dan als je een kleine portemonnee hebt, dan is het voor huishoudens die wanhopig zijn is er een oplossing om dat te dumpen. Dat is de realiteit. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel. Ja, u zegt zo best wel veel dingen waar ik het echt dus niet mee eens ben, waar ik gewoon niet in geloof. In ieder geval in dit korte stukje dan, hè. Even voor de goede orde. Voordat dat helemaal buiten zijn verband wordt gerukt. Ze heeft ook hele goede dingen gezet waar ik wel in geloof. Ik wil het nog even samenvatten, want. Ja, voordat je het weet worden je woorden uit zijn verband gerukt. Nee, maar die relatie tussen afvaldumping in het buitengebied en ook die vrije stort, ik betwijfel ten zeerste of die zo strikt er is. Het zit namelijk ook gewoon in gewoonte en in fatsoen en luiheid en lak aan wat dan ook. Het vindt ook niet alleen maar plaats in het buitengebied, het vindt ook plaats in de Rivierenwijk en in bepaalde stadswijken in Deventer waar de problemen ook heel groot zijn en die hebben echt gewoon met fatsoen en met handhaving te maken.

Ik heb zeer grote twijfels of die link er is en of dit dan inderdaad de oplossing daarvoor is. Dus ik denk dat we straks én een hogere afvalstofheffing hebben en meer afval en nog steeds dezelfde problemen. De voorzitter: Dan stel ik voor dat we naar de heer Schuring gaan. De heer Schuring: Ja. Dank u, voorzitter. Ik wil op twee punten wat nader ingaan. De vraag die aan D66 is gesteld over het Burgerweeshuis en wat over het bomenbeleid. U noemt het bomenkapbeleid. Laat ik daar mee beginnen. Bomenkapbeleid is niet aan de orde. Er is geen beleid om te gaan kappen. We willen niet hier in deze raad en ook niet vanuit het collegebeleid ontwikkelen om bomen te gaan kappen. Dat is totaal het verkeerde frame. Waar het over ging en waar we een bijsturing hebben gedaan in het coalitieakkoord betreft het laanbomenbeleid: bij hoeveel procent zieke bomen gaan we overwegen om te kijken wanneer je bomen kan gaan weghalen om die laan te verfraaien en die laan te verbeteren? De verkeersveiligheid te verbeteren? Gezonde bomen terug te zetten? Dat is het onderwerp waar het over gaat. Het gaat niet over kappen. We hebben het percentage wat met de motie vorig jaar, waar wij ook voor meegestemd hebben, naar 70 procent op te hogen. Toen hebben wij daar voorgestemd ook vanuit het beeld: nou, dat klinkt eigenlijk sympathiek, want je wil inderdaad bomen zo lang mogelijk laten staan.

Maar toen we de consequenties daarvan zagen, hebben we uitgebreid hier gekregen, toen hebben we wel gedacht: oh, hemel. Moeten we niet beter voordat we een motie die we sympathiek achten heel goed de technische consequenties kennen? Want er waren nogal een heleboel negatieve consequenties die ons ertoe hebben gebracht: nou, die 70 procent was toch niet zo’n goede keuze. Het klonk sympathiek, maar het duurt dan jaren voordat je eraan toe bent om die lanen echt te gaan vervangen en die laan weer te gaan verfraaien en het fietspad te verbeteren en al die dingen meer waardoor wij hebben gezegd: nou, op dat punt moeten we corrigeren en moeten we dan in plaats van dat beleid een hele nieuwe bomenkapnota of zoiets. Nee, dat moeten we niet gaan doen. We moeten per straat, per laan waar dit gaat gelden, moeten we inderdaad een zorgvuldige participatie moeten we gaan doorlopen en moeten we goed gaan kijken wat nou goed is voor deze laan. En of je dan per se moet gaan vasthouden aan 40 procent of misschien een keertje vijfenveertig of misschien bij 30 procent al, daar moeten we goed gaan kijken en vanuit gezond verstand per casus moeten we hier beleid voor gaan maken. Per project. We hebben niet in de coalitie bedacht: we gaan een nieuw beleidskader hiervoor maken. Dat als eerste antwoord op uw eerste vraag, uw algemene vraag over het bomenbeleid.

De voorzitter: Zullen we die dan maar even beetpakken? Ja, de heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, heel graag. Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor het antwoord. Ik zou bijna zeggen: staatsrechtelijk klopt het niet wat u zegt, maar dat hebben we vanavond eerder gehoord. We hebben namelijk in een door de raad een bomenkapbeleid of laanboomverjongingsbeleid vastgesteld. Dat is

36 geamendeerd, dus dat geamendeerde beleid dat is van ons allemaal en daar staat die 70 procent in en dat moet weer terug naar de raad. Dus dat is niet: we gaan het per laan of per project bekijken, we gaan het gewoon dat beleid moet opnieuw worden besproken. Dat is volgens mij de staatsrechtelijk juiste weg. Maar inhoudelijk was mijn vraag, die had betrekking op een intensief communicatie- en participatieproject bij het bomenbeleidsplan, want daar was dat aan gekoppeld. Mijn vraag was of u daar voorstander van bent, dus bij de bespreking van het nieuwe beleid en, ja, om inderdaad samen met GroenLinks ook te kijken naar een alternatief plan. Dat was de uitdaging. De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Nou ja, dan val ik in herhaling met mijn beantwoording. U geeft wat goede woorden. Dat gaat over een laanbomenbeleidsplan en niet over een bomenkapbeleidsplan. Het gaat over die laanboomverjonging en wij hebben hier een wijziging aangebracht op dat beleidskaart. Moeten we daarvoor een heel intensief nieuw participatietraject of dergelijke ondergaan? We hebben op dit punt een amendement en per project gaan we kijken hoe we die participatie kunnen vormgeven. De heer Van der Meulen: Nou, dan zeg ik nogmaals, maar misschien moet u het verder uitzoeken: staatsrechtelijk klopt dat niet. In de raad hebben we het bomenbeleidsplan hebben we vastgesteld.

Op het moment dat de raad het beleid wil wijzigen of intrekken, dat voorbeeld hebben we net gehad, dan moet het terug naar de raad. Dat kun je niet in een coalitieakkoord regelen. Het is een geamendeerd bomenbeleidsplan waar we over praten, dus we moeten daar als raad met z’n allen weer opnieuw over praten. Mijn vraag was of u bereid bent om samen te werken aan een intensief communicatie- en participatietraject waar alle belanghebbenden in mee kunnen doen. De heer Schuring: Dit wordt een ingewikkeld staatsrechtelijke discussie. Ik heb erover gezegd wat ik erover te zeggen had. Ik wil graag naar de andere vraag die u stelde over het Burgerweeshuis en wat nou precies significant is. Waar het voor mijn partij en wat we in de coalitie hebben vastgelegd, is dat we uitspreken dat we het Burgerweeshuis belangrijk vinden. We hebben daar een extra bedrag voor gereserveerd. Nu in totaal acht miljoen beschikbaar. We hebben niet heel precies het bedrag willen reserveren wat nodig is, want dat weten we nu op dit moment nog niet precies. Na de initiatieffase loopt er nu een verkenningenfase. Die resultaten daarvan willen we afwachten. En of de uitkomst van de verkenningenfase nu leidt tot een bedrag van 11,6 miljoen of 14,3 miljoen, we gaan … We weten het niet.

Om nu vooraf al te zeggen: nou, bij 14,3 miljoen is een significante afwijking ten opzichte van het bedrag wat uit die initiatieffase kwam, dat was ordergrootte 12 miljoen en nog wat, zo hebben we het niet met elkaar vastgelegd. Daar hebben we gezegd: we gaan eerst kijken wat we leren uit de verkenningenfase. Significant moet u meer zien als het bedrag twee keer zo hoog wordt als wat we eerder hebben gedacht. Dus we zitten ordergrootte 24 miljoen, ja, dan hebben we wel een nieuwe afweging waar we goed naar moeten kijken. Maar we hebben geen bedrag van 5 procent of 10 procent of 30 procent, dan is het significant. Nee, we wachten eerst de uitkomsten van de verkenningenfase af en dan hebben we hier een nieuw debat. Maar het is er ons alles aan gelegen om dat Burgerweeshuis op het Haveneiland een nieuwe toekomst te geven. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel. Mooie woorden. U heeft er alles aan gelegen om het een nieuwe toekomst te geven. Dan is het toch wel een beetje raad, dan zitten met die … Hebben we acht miljoen is er nu gereserveerd. Ja, er is in ieder geval volgens de initiatiefwijzer is er twaalf miljoen nodig. Dus ja, eigenlijk hebben we nog steeds niet. We hebben nog steeds een gat in ieder geval van vier miljoen voor de initiatieffase.

Waarom dan niet gewoon die vier miljoen extra ook nog reserveren? Want dan heb je in ieder geval vanuit de initiatieffase heb je een redelijke schatting. Nou, dan kunnen we daar in ieder geval vanuit gaan. Kunnen we als we die initiatieffase goed hebben ingeschat, kunnen we daar in ieder geval mee verder. Misschien is het iets meer, misschien is het iets minder, maar nu is het bij voorbaat is het te weinig.

37 De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Nou ja, ik ben dat niet met u eens. We hebben een heel stevig fundament nu neergelegd waarin we de ambitie uitspreken dat het ons flink wat waard is om het Burgerweeshuis mogelijk te maken. Nogmaals, laten we de inzet tijdens de verkenningenfase afwachten en als daar dertien miljoen nodig is en we hebben vijf miljoen extra nodig, dan moeten we kijken hoe we dat gaan financieren en hoe we dat in kapitaalslasten kunnen uitdrukken. Dan moeten we dat in de exploitatie, we hebben acht miljoen alvast beschikbaar en hoe we die laatste miljoenen bij elkaar moeten krijgen in een sluitende exploitatie dat gaan we zien. Dat is een belangrijke afwachting voor de verkenningenfase. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meulen nog op dit punt? Nee? Ander punt misschien? De heer Van der Meulen: Ja, ik constateer dat ik twee algemene vragen aan alle leden had … Fractievoorzitters had voor… En de heer Schuring heeft nog niet de vraag … De heer Schuring: Ik heb niet alle vragen … De heer Van der Meulen: Geantwoord op mijn challenge over de doelstelling voor 2026. De voorzitter: Klimaat. De heer Schuring: Nou ja, ik heb daar eigenlijk niet zo heel veel aan toe te voegen, want anders krijgen we steeds herhaling van punten wat mevrouw Scholthof heeft aangegeven. Ja, 2030 volgens het landelijke kader.

We hebben afstand genomen van de hele hoge ambities, wat ik ook niet meer ga herhalen, omdat we wel een betrouwbaar en een robuust en een haalbaar perspectiefvolle ambitie willen uitspreken. Hebben we erover nagedacht om 2030 ambitie van 55 procent te vertalen naar: dan moet je zover in 2026 staan? Dat is best een hele lastige. We zien een heleboel beren op de weg, we zien ook een heleboel kansen op de weg. Wij willen eigenlijk vooral steeds die kansen pakken waar de energie het grootst is en waar de mogelijkheden het snelst zijn. Als dat leidt tot dat we even vertragen in het plaatsen van zonneweides, omdat er geen energiekabels naar die plek getrokken kunnen worden omdat het net het niet aankan, dan moet je energie op iets anders gaan trekken waar wel mogelijkheden zijn. Het is veel meer vanuit de onmogelijkheden kijken wat er wel mogelijk is en waar het mogelijk is dan nu op papier een hele roadmap gaan maken die we in de praktijk niet kunnen waarmaken door al die beren op de weg. We willen om die beren heen, versnellen waar mogelijk is. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Dan is eigenlijk het antwoord: ja, in 2027 zien we dan wel weer hoe ver we dan zijn. Het idee was, een doelstelling is niet: we gaan dat doen, niet van concreet: we gaan windmolens plaatsen of zonnevelden, maar een ambitieuze doelstelling.

Je kunt 55 procent 2030, ja, dat is ook een getal. Je kunt ook zeggen: nou, in 2026 gaan we voor 40 procent, ik noem maar even wat, en daar een concreet plan voor maken. Volgens mij is dat een harstikke mooie uitdaging die ik hier nu in het midden leg en ik vind de reactie wat zuinig, zou ik haast zeggen. De heer Schuring: Nou, ik zou toch … Nee, absoluut niet zuinig. De ambitie bij ons is minstens zo hoog als die bij u, en dat weet u ook. Het is bovendien een wettelijke noodzaak om die verduurzaming … Dus de wet dwingt ons om deze maatregelen allemaal te nemen en de energiearmoede is een extra reden om hierin te versnellen. Waar het mogelijk is, zullen we doen wat er mogelijk is. Maar om daar vooraf een heel, ja, theoretisch verhaal van te maken en daar heel veel tijd in te stoppen, ik weet niet of ons dat helpt. Ik wil ook niet suggereren dat u dat bepleit, maar laten we zo snel mogelijk gaan waar de energie zit om het te realiseren.

38 De voorzitter: Oké. Ik stel voor dat we of mevrouw Leget of de heer Smeenk … De heer Smeenk, gaat uw gang. De heer Smeenk: Ja, voorzitter. Allereerst het antwoord op … Ja, antwoord, mijn reactie op de vraag van de heer Van der Meulen over het klimaatbeleid. Ja, inderdaad we houden 2030 aan. Misschien kunnen we kijken in de komende periode of het mogelijk is dat we daar een terugrekening gaan maken richting 2026. Dat is misschien best wel een forse uitdaging ook voor de organisatie, maar misschien kunnen we mekaar daarin vinden, want we hebben gezegd: we willen samen met de raad toch proberen een aantal doelstellingen te halen. Het bomenkapbeleid; het ging eigenlijk vooral om laanbomenbeleid waar we toch behoorlijk mee in de knel komen, volgens mij, als we die 70 procent aanhouden dus. Maar ook misschien kunnen we daar ook samen met GroenLinks, maar ook met de rest van de raad en niet alleen met GroenLinks daar een voorstel … Of er komt waarschijnlijk een voorstel om dat proces aan te passen, want nou ja staatsrechtelijk moet dat natuurlijk wel kloppen. Daar heeft u voor gepleit. Om daar samen met GroenLinks en de raad om daar dan een goede modus in te vinden met elkaar, want die 70 procent is toch wel behoorlijk lastig gebleken, ook om voor de toekomst toe een gezonde laanbomenstructuur in onze omgeving te behouden.

Want oude bomen verstoren de groei van jonge bomen en ja, dat is best wel lastig, maar nu wordt ie wel heel technisch. De parkeerplaats op de Worp. Bij de aanleg van die parkeerplaatsen is ook toen al gezegd dat uitbreiding mogelijk is tot driehonderd parkeerplaatsen. Die parkeerplaatsen zijn nu ook al beschikbaar als overloop. Dus ja, eigenlijk mogen er al wel driehonderd auto’s geparkeerd worden. Inderdaad, dat we die tachtig parkeerplaatsen noemen dat zal de mensen op de Worp best wel koud op het dak zijn gevallen. Dat had misschien wel wat chiquer gekund, mee eens. Maar laten we gewoon naar de ontwikkeling op deze parkeerplaats laten we gewoon zorgen dat we er met een goede participatie echt goed … Of participatie, heb je het woord alweer. In goed overleg met alle inwoners en partijen die daar betrokken zijn om daar toch met elkaar uit te komen zodat we daar een zo evenwichtig mogelijk een parkeervoorziening kunnen gaan creëren voor de gemeente Deventer met een schitterende gang of pont richting de stad. De voorzitter: De heer Van der Meulen, gaat uw gang. De heer Van der Meulen: Ja. Dank u wel, mijnheer Smeenk, dat u inderdaad de uitgestoken hand ook daadwerkelijk ook aanneemt zowel voor het bomenkapbeleid als het energiebeleid. Tenminste zo zie ik dat.

Voor wat betreft, ja, de Worp: ja, het is toch wel wat anders of het een overloopparkeerterrein is of dat je het permanent gaat inrichten, maar ik beluister in uw woorden ook dat er nog mogelijkheden zijn en dat e coalitie dat ook voorstelt om het gesprek aan te gaan met de buurt en om dat participatieproces alsnog te laten plaatsvinden. Dus het is wat dat betreft nog geen gelopen race. De voorzitter: De heer Smeenk niet meer? Oké, dank u wel. Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ja. Bedankt, voorzitter. Ook bedankt voor deze vragen, mijnheer Van der Meulen. Ging over participatie, niet per se over parkeerplaatsen, geloof ik. Daar zou ik graag even op willen inhaken, want ik zie het inderdaad heel mooi terugkomen. Daar ben ik enorm blij mee dat we heel actief daarmee aan de slag willen, maar ik zou wel graag een vervolg daar op zien rondom communicatie, want daar heb ik eigenlijk geen enkele keer wat over gelezen in het coalitieakkoord. Goede participatie moet volgens mij ook vergezeld gaan van communicatie. We zien gewoon te vaak dat inwoners overvallen worden, dat er niet nagedacht wordt over, nou ja: hoe gaan wij de inwoners dan daarover informeren? Ik ben heel erg benieuwd hoe de coalitie daar eigenlijk naar kijkt en heel specifiek deze vraag van mijnheer Smeenk: zien wij participatie en communicatie en hoe gaan we daar invulling aan geven? De voorzitter: De heer Smeenk.

De heer Smeenk: Participatie en communicatie, volgens mij hoort dat ons samen … Hoe zeg je dat? Dat hoort gewoon bij mekaar. De een versterkt de ander, dus een goede communicatie is vaak ook, nou, richting een goed participatieproces. Dus ik ben het met mevrouw Zieverink eens dat dat bij mekaar hoort. Ik denk dat we daar

39 gewoon die handschoen met elkaar moeten oppakken tot we gewoon, ja, daar goed aandacht hebben dat communicatie en participatie gewoon een twee-eenheid wordt. De voorzitter: Ja. Dan stel ik voor dat ik mevrouw Leget nog het woord geef. Mevrouw Leget: Ja. Dank u wel, voorzitter. Drie vragen van GroenLinks. Ik denk toch wel dat ik met name de vorige keer echt wel heel duidelijk antwoord heb gegeven op ons klimaatbeleid en op de ambities. Die ambities liggen heel hoog. Dat heb ik ook nadrukkelijk ook aangegeven. Dat willen we ook vasthouden en daar willen we elkaar ook graag in opzoeken. Dus als u daarmee uitgestoken hand bedoelt, dan gaan we dat graag aan. Uw concrete vraag, de ambities … Of de doelstelling van 2030 naar 2026 brengen: ja, dan staan volgens mij doelen in de weg. Wij hebben een zo hoog mogelijke ambitie en als die verder strekt dan wat u nu voorstelt, dan denk ik dat we die uitdaging aan moeten gaan met elkaar. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, nog een keer … Ja, dank u wel. Nog een keer voor de duidelijkheid. Het gaat niet om die doelstelling aan te passen van die 55 procent naar 2026, het gaat om een afgeleid doel te formuleren. Dat is geen ingewikkelde rekenexercitie, je kunt door twee delen, is 27,5 procent wat je dan in vier jaar doet.

Het punt is van dat je in een bestuursperiode moet praten over, ja, wat je kunt bereiken in die periode en niet over wat daarna gebeurt. Want dat hebben we altijd gemerkt met die doelstelling voor 2030, we hebben altijd gezegd: oh, dat komt later wel. Het gevaar nu is weer dat we in 2027 erachter komen: hey, we zitten nog maar op, nou, zoveel procent, dus we moeten nog wat harder lopen. Laten we die doelstelling maar weer opschuiven. Dus mijn voorstel was echt inderdaad: maak een plan voor het jaar 2026, maar niet dat daar die 55 procent in moet staan. Het liefst wel natuurlijk, maar een afgeleide doelstelling om daar over na te denken. De voorzitter: Mevrouw Leget. Mevrouw Leget: Ja, ik bewonder uw vasthoudendheid, ik moet het eerlijk zeggen, maar met elkaar hebben we het vanavond al een halfuur over doelstellingen en ik heb het liever over concrete plannen. Daar hebben we het ook vanavond over gehad, en die uitdaging gaan we graag met u aan voor de aankomende jaren. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Maar dan is het toch wel een beetje zuur dat dan het coalitieakkoord dat daar geen concreet plannen in staan, want dat is nou namelijk het punt. Dat het coalitieakkoord daar staan alleen maar mooie woorden in over duurzaamheid, maar geen concrete plannen. Dus die mis ik juist.

Mevrouw Leget: Ja, maar … De heer Van der Meulen: Ik ben het met u eens: laten we praten over concrete plannen en niet over doelstellingen, maar laten we dat dan doen. Maar had ze opgeschreven in het coalitieakkoord. De voorzitter: Mevrouw Leget. Mevrouw Leget: Ja, maar wat fijn is het nou dat dat coalitieakkoord ruimte geeft voor overleg met alle partijen. De voorzitter: Ik stel voor dat we naar het volgende onderwerp gaan. Gaat u nog in het bomenkapbeleid ook even … Mevrouw Leget. Mevrouw Leget: Nee. Het laanboombeleid. Ja.

40 De voorzitter: Laanboombeleid, sorry. Ja, ik ben helemaal in de war gebracht. Mevrouw Leget: Ja. Nee, we gaan het niet hebben over kappen, we gaan het hebben over beleid en over visie. Ja, ik heb er weinig meer aan toe te voegen. Dat klinkt een beetje saai, maar ik denk dat mijn drie voorgangers daar heel duidelijk over zijn geweest. Als je het hebt over die 70 procent dat zit ons in de weg: dat is de vraag of dat wijsheid is geweest. Nou, we komen nu als coalitiepartijen tot de conclusie dat dat geen wijs plan is geweest, dat we daar per laan opnieuw een overweging moeten maken waarin het ons niet vast moeten laten leggen op die 70 procent. Dat is niet handig. Er zijn ook hele mooie voorbeelden in Deventer van prachtige lanen die opnieuw ontwikkeld zijn en houden ook de laanboomstructuur die een stad ook nodig heeft. De voorzitter: Maar even voor de scherpte. Het punt wat de heer Van der Meulen maakt, is dat dat een nieuw raadsbesluit vraagt. U gaat elke keer in op, en dat deed de heer Schuring ook, op voorstellen hoe u het gaat aanpakken. Dat kan, maar dan komt u gewoon via het college met een voorstel hier in de raad en dan kan de raad daar een besluit over nemen. Mevrouw Leget: Volgens mij klopt dat, voorzitter. De voorzitter: Oké, goed. Mevrouw Leget: Ja. De voorzitter: Dan zien we dat met belangstelling tegemoet. Mevrouw Leget: Ja.

Maar dat geldt volgens mij voor het hele collegeakkoord. Ten aanzien van uw vraag over sociale woningen, waarom er geen vast percentage is vastgelegd. U verwees ook even naar ons eigen verkiezingsakk… Nou, ik weet … Programma. Het is wel echt laat op de avond. Ja, ja, ja. Wat wij ontzettend belangrijk vinden, is dat we evenwichtig gaan bouwen en dat er ook sprake is van doorstroom zodat ook zeg maar mensen die starten op de woningmarkt ook in aanmerking komen voor woningen van mensen die daar weer gaan vertrekken. Daarnaast moet er ook voldoende sociale woningen worden gebouwd, maar niet alleen sociale woningbouw. We hebben een woonvisie afgesproken met elkaar. Daar zitten we op dit moment ruim boven, dus dat doen we prima, maar met name het belang wat ik hierbij wil onderstrepen is bouwen voor de mix, zorgen dat de starters een plek krijgen op de woningmarkt. Dat kan doorbouwen, maar dat kan ook zeker door doorstroom. Dus wij zullen het van verschillende kanten moeten benaderen. Als we alleen kiezen voor sociale woningbouw, dan kiezen we voor leegstand. De voorzitter: De heer Van den Nieuwenhof. De heer Van den Nieuwenhof: Ja. Dank u wel, voorzitter. Nou ja, ik had inderdaad ook die vraag gesteld de vorige keer, woningen voor starters en ouderen. Er staat dus in dat coalitieakkoord wooncarrière wordt daar genoemd. Wooncarrière.

Nou ja, ik heb toen gezegd: wij als Deventer zijn benieuwd hoe dat deze wooncarrière dan wordt vormgegeven, ook in verband met de krapte op de huizenmarkt die er is, dus ik was benieuwd: kun je dan heel concreet zeggen hoe ik dat moet voorzien die wooncarrière? Dat was mijn vraag. Mevrouw Leget: Ja. Ik weet niet precies wat de Dikke van Dale verstaat onder carrière, maar wat mij betreft is dat het doorstromen naar dat wat beter passend is. Ja, maar ik geef antwoord. De carrière als ik daar zelf invulling aan zou moeten geven, is dat wat mij betreft de doorstroom naar dat was passender is. De voorzitter: De heer Van den Nieuwenhof.

41 De heer Van den Nieuwenhof: Ja. Nou, dan ben ik ook wel benieuwd wat de andere partijen ervan zeggen, van wooncarrière, want die hebben dat ook ondertekend dan. Uw uitleg begrijp ik dan wel, ben ik benieuwd wat D66 dan zegt of CDA. De voorzitter: Maar we gaan niet een overhoring of de … Want dat gaan we … De heer Van den Nieuwenhof: Nee, maar … De voorzitter: Vier keer dezelfde vraag en dat … De heer Van den Nieuwenhof: Nee, maar om concreet te maken wat je er dan mee bedoelt. De voorzitter: Ja. Nou, we … De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel. Dank u wel voor het antwoord. Ja, inderdaad. Het punt was inderdaad: dit is echt een kans om in het coalitieakkoord een duidelijk percentage af te spreken, het uit te onderhandelen. Maar goed, ik begrijp ook dat de woonvisie nu als uitgangspunt is genomen. In het coalitieakkoord staat ook dat we die gaan herzien, actualiseren, als ik me niet vergis. Is het dan een punt om dat daar te bespreken? En daar opnieuw te praten over inderdaad percentages bij bouwprojecten? De voorzitter: Mevrouw Leget. Mevrouw Leget: Wat heerlijk dat ik nu een tekst van de wethouder mag uitspreken door te zeggen: de raad gaat zelf over haar agenda. Dus ja, ja we kunnen alles agenderen wat we zelf belangrijk vinden, maar ik zou niet zeg maar het uitgangspunt willen nemen, en dat heb ik net wel duidelijk proberen uit te leggen, sec alleen van die woonvisie.

Ik heb alleen gezegd: daar zitten we nu boven. Ik vind het belangrijk dat je per situatie kijkt: wat is hier nodig? Zodat starters plek krijgen op de woningmarkt, dat er voldoende doorstroom is, dat ouderen een plek kunnen krijgen, dat gezinnen een plek kunnen krijgen. Maar dan val ik in herhaling. Dus dat is wat mij betreft een belangrijk uit… Nou, wat mij betreft, maar wat ons betreft een belangrijk uitgangspunt. De voorzitter: De heer Van den Nieuwenhof. De heer Van den Nieuwenhof: Nou, als we het toch over woningen hebben, heb ik er nog eentje. Werken aan realisatie voor flexwoningen voor de duur van tien tot vijftien jaar voor spoedzoekers te helpen aan woningen. Hiervoor worden geschikte en beschikbare locaties gesteld. De vraag is: om hoeveel woningen gaat het dan? En wat voor budget is daarmee gemoeid? Als we het toch over woningen hebben. De voorzitter: Mevrouw Leget. Mevrouw Leget: Ja, helaas. Wat u opleest dat staat er inderdaad, maar daar kan ik geen antwoord op geven op dit moment. Dat zijn dingen … We kunnen niet hier nu het hele coalitieakkoord vanavond zo op detailniveau beantwoorden, want dan doen we een debat van vier jaar. Dat gaat niet helaas. De voorzitter: De heer Van den Nieuwenhof. De heer Van den Nieuwenhof: Ja, de voorzitter wist al dat ik zou komen.

Nou, er staat hier in de behandelwijze: de voorzitter geeft gelegenheid om eventueel gestelde vragen te laten beantwoorden. Dus ja, u komt daar eigenlijk niet mee weg met deze vraag. De voorzitter: Maar we kunnen zoveel vragen met elkaar stellen, mijnheer Van den Nieuwenhof. Dat kun je niet verwachten dat op dit niveau antwoorden kunnen worden geven. Ik check even, want u wilde ook nog de

42 wooncarrière. Hebben anderen nog de behoefte om even te reageren op het begrip wooncarrière? Niem… Ja, mevrouw Scholthof. Ja. Oké. Dat … Maar ik wil wel proberen om het debat gaande te houden. Maar wie kan ik het woord geven om eens nieuwe onderwerpen … Ja? Ja. Ja, is goed. Ja, dan mag jij gaan zitten. Jij mag gaan zitten. De voorzitter: Ja. Mevrouw Schol, u heeft het woord. Mevrouw Schol: Dank u wel, voorzitter. Nou, ik ga het proberen heel kort en krachtig te houden, want mijn fractievoorzitter heeft vorige keer al aangegeven waar wij heel blij mee zijn en waar wij nog wat vraagtekens bij hadden. Ik ga het heel kort en krachtig houden op twee vragen. Het punt waar wij graag even op willen terugkomen is de 26 miljoen voor infrastructuur. Wat wordt hiermee gedaan? Gaat dit naar grote projecten? Of gaan we dit versnipperen over kleine projecten? Ja. Is er wat gedacht aan cofinanciering? En hè, bijvoorbeeld … Dan ga ik hem zelf invullen, ga ik nog niet doen. Zo makkelijk ga ik het jullie niet maken. De windverkenning. Ik hoorde net mevrouw Scholthof zeggen dat we wachten op het beleid vanuit Den Haag met betrekking tot de windverkenning, echter moet er voor 1 juni 2023 een gebied zijn aangewezen voor windmolens. Is er in het coalitieakkoord staat dat we de participatie voor de windverkenning opnieuw willen uitvoeren.

Is hier wel tijd voor, om voor 1 juni 2023 een gebied aangewezen … Omdat we dat aangewezen moeten hebben? En gaan we mensen dan niet onterecht de hoop geven dat deze windmolens wellicht elders of niet geplaatst zullen worden? Omdat wij houden van duidelijke en communicatie willen wij onze vraag graag stellen aan mijnheer Smeenk van Gemeentebelang. De voorzitter: Geldt dat voor beide vragen? Mevrouw Schol: Geldt voor beide vragen. De voorzitter: De heer Smeenk. De heer Smeenk: Ja, toch wel heel blij dat die vraag aan mij gesteld wordt. De 26 miljoen infrastructuur. Volgens mij is dat breed omvattend: kleine, grote, van allerlei projecten wat we maar tegenkomen. Maar we moeten de infrastructuur ook als we gaan bouwen moet de infrastructuur in Deventer natuurlijk wel op orde blijven. Natuurlijk cofinanciering lijkt mij logisch. Waar we geld mee kunnen nemen vanuit het Rijk of de provincie, zijn we gek als we daar niet mee bezig gaan. Die windverkenning. Nou, er loopt een onderzoek naar overlast en dergelijke. De gebied… Er zijn natuurlijk de zoekgebieden en die zijn nog niet van tafel, dat is ook wel duidelijk.

We proberen echt wel richting rest van dat ’23 om daar wat mee te doen, maar het wordt een heel lastig proces om daar een duidelijk antwoord op te krijgen, want wij willen echt, en daar gaan we ook echt voor, om de mensen goed te betrekken bij dit hele proces, want nou ja dat is al genoeg gebleken met de afgelopen windverkenning hoeveel insprekers er worden. Daar moeten we echt wat mee doen. Dan leveren we maar wat later de gegevens aan bij de firma RES. De voorzitter: Mevrouw Schol. Mevrouw Schol: Ja. Het eerste puntje: wij waren net bij de Kien en daar werd het verzoek eigenlijk of daar hebben we gesproken over de brug over de gracht om het parkeerterrein achter Saxion te verbinden met de binnenstad. Ik zou dat een mooi project vinden om hieraan te besteden. Ja, u zegt: dan wachten ze maar wat langer. Dat gaan ze niet doen, is al heel duidelijk uitgesproken. Dus als wij niet gaan plaatsen, ja, dan gaat de provincie het doen. Hoe kijkt u daar tegenaan? De heer Smeenk: Nou, dat laatste om daar antwoord op te geven: als de provincie dat gaat doen, dan kunnen we daar gewoon bezwaar tegen aantekenen. Als de provincie als dat op zo’n manier denkt en wenst te gaan doen. Lijkt mij niet echt verstandig. Volgens mij is ook in deze geduld en een goed proces is belangrijk als die snelheid. De brug.

Nou ja, als u bij de Kien … Ik ben daar helaas niet geweest vanmiddag, ik was helaas verhinderd. Maar dat is misschien wel een onderdeel van die 26 miljoen. Kan maar zo. Maar wil proberen met cofinanciering deze voor elkaar te krijgen.

43 De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Smeenk: Maar het is een plan, zoals u al zegt. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel. Nee, het ging even over wat u zei over: dan leveren we het maar iets later aan, aan de firma RES. Vanavond hebben we het hier ook gehad over bestuurlijke betrouwbaarheid, maar de RES dat zijn wij ook zelf en daar hebben wij zelf afspraken mee gemaakt waar we ons aan moeten committeren. De RES is gewoon een medeoverheid, een samenwerkingsorgaan. Dus ik verbaas me dat daar dan kennelijk binnen de coalitie zo over is gesproken: nou, de firma RES die moet maar even wachten. Het gaat gewoon om bestuurlijke afspraken. Daar moeten we serieus mee omgaan. Vindt u dat ook? De heer Smeenk: Daar heeft u inderdaad natuurlijk wel een punt. Dus ik zei het misschien wat kort door de bocht, maar ik denk wel dat we daar wel goed in overleg mee moeten met de RES West-Overijssel om daar een goede modus in te vinden dat we niet echt gedwongen gaan worden om dingen aan te gaan wijzen. Dus dat gesprek moeten we echt aangaan met de RES West-Overijssel. De voorzitter: Dan de heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja. Langzaam wordt ie leuk. Mijnheer Smeenk, de RES, uw partij heeft er op het laatste moment voor gezorgd dat de RES pot verhoogd werd. Vervolgens heb … Ja, dat was de deal van mijnheer Stegink.

Daar was ie nog trots op bij zijn afscheid, begreep ik. De nieuwe wethouder voor duurzaamheid is mijnheer Walder. Die heeft in de krant vervolgens gezegd: ja, hij wist nog niet of er windmolens bijkwamen. Ja, eigenlijk niet, maar misschien ook wel. Misschien kunt u ons helpen of ze er nu wel of niet komen, want als de normen nu niet aangepast worden, dan kunnen we ze eigenlijk niet plaatsen in Deventer, althans misschien alleen solitaire molens. Wat gaan we doen? De voorzitter: De heer Smeenk. De heer Smeenk: Wat gaan we doen? Daar kan ik ook geen eenduidig antwoord op geven. Wat de wethouder heeft gezegd dat is een gegeven. Ja, het is gewoon voor mij ook, voor ons is het gewoon een heel lastig proces. Die verhoging van dat bod dat dan alleen maar op het bordje van Gemeentebelang schuiven die vind ik wel erg een beetje kort door de bocht van de heer Kleine Schaars. Maar allé, dat is dan zo. Maar die windverkenning die moeten we echt gewoon goed doen. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Nee, ik probeer het heel sympathiek te zeggen. Ik probeer altijd heel direct te zijn. Dat is niet kort door de bocht, gewoon direct. Mijnheer Stegink is degene die dat voorstel het langste heeft getreuzeld om wel of niet en vervolgens is uw fractie meegegaan en hebben we een hoger bod gekregen.

Maar wat gaat u dan doen hè, met deze RES, want dat zou een van mijn vragen zijn, als we dat RES bod dus niet kunnen invullen met windmolens, omdat die normen vervolgens te afwijkend zijn voor plaatsing om Deventer grondgebied? Wat gaat u dan als coalitie voorstellen? Wat heeft u daarover besproken? Of gaan we dat ook nog invullen? Want we hebben net gehoord van mevrouw Schol: de tijd is er eigenlijk niet. Hoe wilt u dat dan gaan invullen? Daar zult u vast over nagedacht hebben. De voorzitter: De heer Smeenk. De heer Smeenk: Ja. Nou ja, u heeft inderdaad wel en punt. Als die windmolens niet doorgaan, dan zullen we andere technieken moeten gaan verzinnen om die energie te gaan opwekken en dat is waarschijnlijk proberen

44 toch maar weer meer nadruk te leggen op zonnepanelen op daken en dergelijke en in uiterste nood, ja, dan moeten we misschien hier en daar een klein stukje van onze grond opofferen voor zonnepanelen. Laten we alsjeblieft ‘…’ innovatieve technieken een goede kans gaan geven. De voorzitter: Dan stel ik voor dat … Ach, daar is die weer. De heer Kleine Schaars: Favoriete onderwerp, excuus. Nee, maar dat snap ik. Dan gaan we een stukje grond opgeven. De zon hebben we nog niet, hè, het zonneverhaal van hoe we dat kunnen invullen. Maar het andere probleem wat we hebben in Deventer is dat onze centrales eigenlijk vol zitten, dus we kunnen ze niet eens plaatsen. Dus of we … Die windmolens die kunnen, die zonnevelden kunnen niet, omdat de centrales vol zitten. Bent u dan … Heeft u nou als coalitie overwogen om dan misschien het hoogspanningsverhaal te versnellen zodat Enexis de mogelijkheid krijgt om gelijk maar de kabels te verdubbelen? Want dan moeten we misschien wat betalen, maar dan helpen we onszelf wel aan de mogelijkheid om te versnellen de energietransitie en dus wel zonnevelden te gaan creëren. De voorzitter: De heer Smeenk. De heer Smeenk: Dat zullen dan niet alleen de kabels zijn, de heer Kleine Schaars, het zullen ook de verdeelstations die uitgebreid moeten worden.

Ik denk dat daar Enexis of Tennet of wie dan ook dat die daar een rol in spelen, dat we eigenlijk als gemeente naar kunnen vragen en ook kunnen duwen dat het uitgebreid wordt. De voorzitter: Goed. In laatste instantie dan. De heer Kleine Schaars: Ja … Ja. De voorzitter: We gaan allemaal geen … We gaan op een gegeven moment ook weer verder. De heer Kleine Schaars: Nou ja, bij de energietransitie hebben we hele gesprekken gehad. Ik heb heel goed begrepen dat wij als raad, als Deventer moeten aangeven wat we willen en dan volgt Enexis. Dus wij moeten het aangeven, dus het is aan u. De voorzitter: Goed. Dan mevrouw Schol. Mevrouw Schol: Ja, wat ik een beetje mis, is: we hebben een concreet bod gedaan, 60 procent wind, 40 procent zon, en u zegt eigenlijk: we gaan toch proberen 100 procent zon. De heer Smeenk: Dat heeft u mij zeker niet horen zeggen dat wij voor 100 procent zon gaan. Wij proberen die windmolens zo veel mogelijk te beperken door andere innovatieve technieken en nou, dan proberen we wel zoveel mogelijk zonnepanelen op daken te gaan creëren in plaats van windmolens. Dus daar moeten we echt ons op inzetten, dat alle bedrijfsdaken en alle beschikbare daken vol zonnepanelen komen. Dat is onze inzet. De voorzitter: Mevrouw Schol nog? Dank u wel. Oké. De heer Kaya. En ik stel voor dat we dan richting elf uur dan proberen een punt achter dit debat te zetten.

De heer Kaya: Ja, voorzitter. Wij hebben in onze vorige bijdrage hebben wij ook benoemd dat wij blij waren met wat er in het coalitieakkoord stond en dat we ook punten die na de gesprekken met de informateur en met de formateur zijn geweest dat die er ook in stonden. Met name als we het hebben over eeuwigdurende grafrust. Die staat erin. Dat staat ook in ons verkiezingsprogramma. Maar het is wel beschreven, maar we vinden het nog een beetje vaag: passende omgeving, draagvlak in de omgeving Wat houdt dat precies in? Ik zou dat heel graag willen weten. Ook voor de duidelijkheid voor de initiatiefnemers als ze dan bij ons bij de raad komen wat ze dan kunnen

45 gaan verwachten met dit begrip. Dat is een vraag dat mag iedereen, ja, maakt niet uit … Ik weet dat D66 dat ook in hun verkiezingsprogramma had staan, dus misschien is het handig dat mijnheer Schuring daarop reageert. De voorzitter: Ja. Gaat uw gang, mijnheer Schuring. De heer Schuring: Ik ga hier wel staan. Het punt is inderdaad in het coalitieakkoord opgenomen, dat we ook de maatschappelijke vraag zien, dat deze vraag er is. Dus die willen we ook … Daar willen we ook ruimte voor geven. Hoe precies, via welke vorm, op welke plek, welke stappen initiatiefnemers moeten doen, hoe het college daarop en hoe we als raad daarop moeten reageren, dat zijn vragen die we moeten uitzoeken en die worden uitgewerkt. Maar het begint wel om uit te spreken dat je die ambitie hebt om op deze vraag om daar ruimte aan te geven. Dat staat eigenlijk vooral in het coalitieakkoord. De precieze hoe-vraag dat is echt een punt wat we moeten gaan uitwerken de komende tijd. De heer Kaya: Ja. Dan stel ik voor, voorzitter, om dit ook in een … Bij de agendacommissie neer te leggen en dat er in raadstafels of dan wel in een forum het gaan bespreken. Wat zeg je? Nee. De voorzitter: Goed. Anderen nog? Mevrouw Schmidt. De heer Kaya: Ik heb nog twee punten. De voorzitter: Sorry. Gaat uw gang. Sorry.

De heer Kaya: Voorzitter, ook zijn we blij dat er staat over de driehonderd kilo pilot die gaat starten, maar waar we wel een vraag over hebben. Met name over wat wij de vorige keer hebben gedaan met het CDA is een motie ingediend over het opsparen van de honderd kilo die niet gebruikt werd. Nou hebben we dus straks driehonderd kilo. Wat gebeurt er met die driehonderd kilo als we die niet hebben gebruikt? Kunnen we daar ook van verwachten dat we het gaan opsparen voor drie jaar? Dat is de vraag. De voorzitter: De heer Schuring ook. Gaat uw gang. De heer Schuring: Ja. Dank u, voorzitter. In het coalitieakkoord staat dacht ik ook vrij duidelijk dat het gaat om driehonderd max. Dat het niet het voorstel is om drie jaar lang driehonderd kilo te mogen opsparen tot na drie jaar negenhonderd kilo bij wijze van spreken. Driehonderd kilo is de max in deze proef en we gaan zien wat dat betekent voor de effecten van zwerfvuil in het buitengebied of in het stedelijk gebied, wat het betekent voor de kosten. Die vragen die zijn net eerder al gesteld. Dat zijn allemaal elementen die we meewegen bij de beoordeling van wat we nou leren van deze tijdelijke pilot om drie jaar lang de grens op driehonderd kilo te leggen in plaats van de huidige honderd kilo. De heer Kaya: Ja. Dank je wel. De voorzitter: Ja? Helder? Laatste punt.

De heer Kaya: Laatste punt gaat over complimenten over diversiteit die het college wil gaan bevorderen in de eigen organisatie, daar complimenteren wij hun daarover dat ze dat willen gaan doen. Maar wat houdt dit precies in? Wat voor concreets gaan ze doen? Dat is eigenlijk bij ons hele grote vraagteken wat er bij ons ligt. De voorzitter: En aan wie stel je de vraag? De heer Kaya: Nou ja … De heer Kaya: Mijnheer Smeenk. Toch de grootste partij, dus. Ja, dus kom maar op.

46 De heer Smeenk: Ja, mijnheer Kaya. Dank voor uw vraag. Ja, de diversiteit, wat het woord al zegt, een zo breed mogelijk van allerlei pluimage in de organisatie aan het werk te hebben: jong, oud, man, vrouw en het LHBTigehalte … Of nou ja, dat is misschien verkeerd. De LHBTi-mensen die ook allemaal een rol in onze gemeentelijke organisatie moeten gaan krijgen. De heer Kaya: Ja, voorzitter. De vraag was eigenlijk: hoe gaan we dat doen? Is er een plan? Want als ik het hele coalitieakkoord zo lees, en zo lezen heel veel mensen het coalitieakkoord, is heel vaag. Dan kan mevrouw Leget wel zeggen: ja, we hebben het zo vaag mogelijk gemaakt zodat we met z’n allen iets kunnen gaan bouwen. Dan vind ik dat wel heel raar. De voorzitter: Mevrouw Leget wordt uitgedaagd. Mevrouw Leget: Ja. Dank u wel, voorzitter. Die uitdaging ga ik graag aan. Dan bekruipt me ook een beetje het gevoel, en dat heb ik net ook gezegd, dat we nu het debat gaan voeren voor vier jaar. In het coalitieakkoord daar staan de ambities, dat zijn de richtlijnen. We hebben nadrukkelijk aangegeven ook dat we meer samen willen doen. Als we meer samen willen doen, gaan we niet alles in beton gieten. Dus de ambities die staan erin, voel u uitgedaagd, de hoe, zoals de heer Schuring net ook aangaf heel terecht denk ik, het hoe volgt later.

Daar kan u heel teleurgesteld over zijn, dat vind ik heel jammer, want het is ook een uitdaging die wij graag aangaan met de hele raad. De heer Kaya: Ja, voorzitter. Dan wil ik nog even een kleine toevoeging doen. Dan vind ik het vorige coalitieakkoord veel beter dan deze, want daar ging het over lef en liefde en dat bestaat nu helemaal niet. Dank u wel. De voorzitter: Nou ja, als dat beter is dan trekken we die uit de kast. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb bij de vorige behandeling al heel veel gezegd en wat dingen gevraagd, maar er is één punt blijven liggen en dat gaat over veiligheid. Een van de opmerkelijkste zinnen in dit akkoord gaat over de wenselijkheid van de zichtbare wijkagent. Niemand zal het hiermee oneens zijn, maar de gemeente gaat niet over de inzet van de wijkagent. We gaan wel over de inzet van extra handhaving. Het waterbedeffect van eerdere maatregelen zien we nu terug in de wijken. De overlast, de problematiek met de kamerverhuur, de vervuiling, het neemt hand over hand toe. De situatie in bijvoorbeeld de voorstad laat zien dat er veel meer inzet nodig is dan nu gebeurt. We zien echter geen concrete voorstellen om handhaving uit te breiden voor deze taken. Hoe denkt de coalitie deze problematiek te kunnen tackelen zonder aanvullende acties? Het maakt me niet uit wie hem beantwoordt.

De voorzitter: Dan ga ik hem maar toe bedelen. Kijk, mevrouw Leget voelt zich geroepen. Mevrouw Leget: Ja. Dank u wel, voorzitter. Nou, eerst gezegd hebbende veiligheid meer gaat dan over veiligheid in de wijk. We hebben het ook over verkeersveiligheid waar heel veel denk ik middelen voor vrij zijn gemaakt. Als het gaat over handhaving in de wijk, daar is door het vorige college 75.000 euro voor vrijgemaakt. Ook juist om de problemen die u nu noemt zeg maar op te pakken. In dit coalitieakkoord staat nieuw beleid, dus die inzet die staat al vast. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Als ik daar even op mag reageren? Zelfs met de capaciteit die door de vorige coalitie is vrijgemaakt, hebben we niet voldoende. U kiest er in dit coalitieakkoord niet voor om extra middelen vrij te maken voor handhaving, dat was mijn vraag. Ik krijg geen antwoord op de vraag. De voorzitter: Mevrouw … Nee, sorry. De heer Schuring.

47 De heer Schuring: Ja, ik wil toch een poging doen met een aanvulling. De problemen waar u op duidt, de problemen in de voorstad, verkamering, illegale vuilstort. Het is een complex probleem, wat we trouwens in meerdere wijken zien, niet alleen maar in Voorstad. We hebben juist om die reden nadrukkelijk ook de tekst opgenomen in het coalitieakkoord om meer te investeren in de integrale aanpak van een aantal wijkgerichte problemen. Maar dat komt niet alleen aan op handhaving, het komt ook aan op preventie, het komt ook aan op extra woningen, extra maatregelen te nemen in die wijken om die problemen die daar zijn te voorkomen. Als je dat alleen maar gaat oplossen met extra boa’s of meer wijkagenten, dat zit je aan de … Je moet aan de voorkant ook veel meer doen. Daarvoor hebben we extra middelen en extra aandacht uitgetrokken in het coalitieakkoord, voor die intensieve, wijkgerichte aanpak in meerdere wijken in deze stad, in deze gemeente. De voorzitter: Dan mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, voorzitter.

Ik ben het met mijnheer Schuring eens dat het natuurlijk nooit alleen een kwestie is van handhaving, maar we hebben de afgelopen jaren wel gezien dat ondanks de inzet van de wijkaanpak, betrokken inwoners dat ook het deel handhaving en vooral in de voorstad, die signalen heeft u ook gehoord als het goed is, u bent ook bij al die sessies geweest, dat vooral de handhaving daar gemist wordt. Dus daarom mijn extra oproep aan u: maak daar plannen voor, maak daar geld voor vrij. Ik zie het onvoldoende terug in het coalitieakkoord. Ik hoor hier de hele avond: we zijn bereid om met u te praten. Ben ik altijd, heel graag. Ik hoop ook dat we dat gauw gaan doen. Maar de illusie dat we alleen door meer huizen te bouwen, meer wijkaanpak, meer ogen in de wijk, dat we daar de problematiek mee gaan tackelen die onderschrijf ik niet, want we hebben het gezien dat het zo niet werkt. De voorzitter: De heer Schuring nog een keer. De heer Schuring: Ja, nog een laatste misschien dan. Volgens mij zien we dezelfde dingen die niet goed zijn en die aandacht behoeven. Ik ben er echt van overtuig dat we in het coalitieakkoord echt dit punt geadresseerd hebben. Hoe we dit precies moeten gaan doen? Misschien toch nog wat meer boa-inzet dan wat we in gedachten hebben.

Laten we dat met elkaar in deze raad gaan kijken wat het beste is om in dat soort wijken, om in die wijken die u noemt de problemen aan te pakken, zowel in provincie als in de handhaving als in alles wat daarvoor nodig is. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Laatste opmerking, voorzitter. Dat is prima, mijnheer Schuring. Ik pak die handschoen graag op, maar dat betekent ook gewoon dat u extra financiële middelen vrij moet maken voor extra handhaving. De voorzitter: En u kunt dat zelf ook doen bij de begroting, hè. Als u dat belangrijk vindt. Mijnheer Kleine Schaars. Ik stel voor dat we nog even inventariseren wie nog meer, want ik had eigenlijk beloofd dat we om elf uur zouden stoppen. Het is nu elf uur. We gaan door, maar ik wil wel gewoon even weten wie dan nu nog … De heer Kleine Schaars en de heer De Niet. Zijn we er dan? Of nog anderen? Oké. Die twee. Dan hoop ik dat we de hoofdlijn pakken en niet nog heel lang met elkaar, want ik denk dat het gewoon goed is om op een gegeven moment hier ook een punt achter te zetten. Maar gaat uw gang. De heer Kleine Schaars: Ik wilde net voor de uitklapper van de avond gaan, maar ja. Hè? Oh. Oh, mag mijnheer De Niet mag de afsluiter doen. Oh ja. Nee, ik heb heel veel dingen zijn al gepasseerd, dus ik wil … Ik heb eigenlijk drie concrete vragen aan drie concrete fractievoorzitter.

In het coalitieakkoord staat onder andere, want ik heb net van mevrouw Leget gehoord: we moeten met name kijken naar dat er … Er ligt een akkoord, maar het is met name heel sympathiek geschreven, begrijp ik. Dat is het verhaal. Vooral naar de andere fracties toe, kunnen we samenwerken. Ja, mooi. Gedachte vind ik prachtig. Mijnheer Smeenk, er staat namelijk ook in dat we aan nascheiding gaan doen. Nou heb ik hier vanavond een enorm betoog gehouden, hè: we doen dat nog niet, maar mijnheer Schuring was ook altijd tegen, tenminste in de verkiezingscampagne. Maar goed, het staat in het

48 coalitieakkoord. Nu heb ik vanavond ook een betoog gehoord van mevrouw Schuiling en mijnheer Van der Meulen ondersteunde het: bij andere gemeentes doen ze het ook. Gaan wij het dan ook doen? Mijnheer Smeenk, heel concreet. Want andere gemeentes kunnen het ook, dus wij zouden het ook kunnen. Wilt u zich daar eens heel hard voor gaan maken? Dan heb ik aan mijnheer Schuring de vraag, en ik citeer maar even, want u heeft het zelf in de Stentor geschreven. Daar stond, of laten schrijven. Daar stond: we hebben een infrastructuurfonds, dat is een megafonds begrijp ik, daar kun je van alles mee doen. Dat is zelfs geschikt voor bomen. Gaat u met dat infrastructuurfonds die motie 100.000 bomen uitvoeren? Heel concreet. En dan aan mevrouw Leget heb ik eigenlijk de vraag: er staat in het coalitieakkoord dat Deventer dementievriendelijk is. Waar blijkt dat uit? En als dat niet zo is, hoe gaan we dat oplossen? Nou, drie concrete vragen. De vorige keer had ik gezegd: u mag ze schriftelijk beantwoorden. Nou, nu hebben we het moment hier. De voorzitter: Dat gaan we niet doen. De heer Smeenk. De heer Kleine Schaars: Ja. U heeft weken de tijd gehad. De heer Smeenk: Ja. Mijnheer Kleine Schaars heeft goed gelezen. Er staat iets over Diftar in en dat we eventueel willen gaan onderzoeken of nascheiding dan misschien een betere optie is.

Ik denk dat juist de bedoeling is dat we het gaan onderzoeken. Volgens mij loopt het contract met Circulus ook op een gegeven moment weer uit de tijd en dan moet er weer een nieuwe aanbesteding komen. Ik denk dat dat ook het moment is om dan met Diftar of nascheiding te gaan kijken en ook met Circulus Berkel erbij, of Circulus heet het tegenwoordig, om daar ook een goede modus in te vinden dat, ja, wat dan de beste optie is. Of Diftar of nascheiding of misschien wel een combinatie van beide. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja. Nou, daar zit een beetje mijn angst. Want u beantwoordde eigenlijk al op mijn vraag waar ik zo bang voor zou zijn: met Circulus. Ik be… Het probleem is dat Circulus destijds ook zei: ah joh, dat is harstikke goed, Diftar. Zwerfaval? Oh, nergens. Geen enkel probleem. Geen enkele gemeente last van. Al die gemeentes kampen daarmee. Nu gaan wij een soort van modus bedenken, hele sympathieke modus, driehonderd kilo en dan gaan we proef doen en dan lossen we het misschien op. Het gaat mij erom: gaan wij dat echt onafhankelijk onderzoeken of nascheiding mogelijk is? Gemeentes als Zaandam en Utrecht die doen het al. Nou, dat zijn toch niet de minste gemeentes. Dus wilt u dat serieus onderzoeken, onafhankelijk? De voorzitter: De heer Smeenk.

De heer Smeenk: Ik denk sowieso dat een onafhankelijk onderzoek zeker moet in dit verhaal, anders sta je er gewoon heel gekleurd op. Dat werkt ook niet. De vraag is ook maar met nascheiding of dan het zwerfafval of net hetzelfde of dat überhaupt wel vermindert. Het kan ook gewoon een tijdsdingetje wezen dat we gewoon gemakkelijk de spullen van ons afgooien, maar dat zullen we dan ook uitvinden. Maar volgens mij een onafhankelijk onderzoek is wel essentieel in deze om daar ook een goed antwoord op te krijgen zonder enige kleur. De voorzitter: Goed. Dan gaan we naar het volgende punt, infrastructuur. De heer Schuring. De heer Schuring: Ik ga hier vast staan. Gaan we die 100.000 bomen financieren met het infrastructuurfonds? Ik zou zeggen deels mogelijk, want kijk, wat infrastructuur voor ons is, nou ja, een niet heel specifiek gelabelde hoeveelheid geld die we wel nodig hebben om een heleboel ambities te gaan realiseren. Veel zit ook in de infrastructuur, maar dat kan soms ook gaan om de hele herstructurering van een weg waarbij je ook nieuwe bomen moet gaan planten. Nou, dan kan je een deel van die bomen kan je financieren uit het infrastructuurfonds, lever je een bijdrage aan dat 100.000 bomen plan. Maar wellicht zijn er meerdere geldstromen en meerdere middelen

49 dan alleen dat infrastructuur… Niet wellicht, er zijn meerdere middelen dan dat infrastructuurfonds om die bomen te realiseren. Dus het is niet het enige middel om de bomen te financieren. Of we al die 100.000 bomen allemaal bijtijds de komende jaren gaan realiseren dat moeten we ook maar bekijken hoe en waar en wanneer dat allemaal mogelijk is, mijnheer Kleine Schaars. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Schuring: Dus deels, is het antwoord. De heer Kleine Schaars: Nou ja, ik ben blij dat mijnheer Schuring ervoor openstaat om zich ervoor in te zetten, alleen langs één laan een keer vijftig bomen dat gaat het natuurlijk niet redden de 100.000. Maar als u zich daar concreet voor wil inzetten, dan ben ik blij dat u uw eigen gesteunde motie dan ook daar misschien mee wilt uitvoeren. Prachtig. De voorzitter: Oké. Dan gaan we naar de laatste vraag: waaruit blijkt dat Deventer dementievriendelijk is? Mevrouw Leget. Mevrouw Leget: Ja. Dank u wel, voorzitter. Nou, het is me bijna een eer dat ik hier nu een antwoord op mag geven, maar dat zal ik op een ander moment wel een keer uitleggen. Ik kan uit ervaring zeggen dat Deventer een bijzondere dementievriendelijke stad is. Ik heb even zo heel snel een aantal voorbeelden opgeschreven: Schalkhaar helpt elkaar. Prachtige voorbeelden. De fontein heeft prachtige voorbeelden; Carrinova; Humanitas.

Nog meer van onze instellingen kunnen u voorzien van heel veel mooie voorbeelden hoe zij te werk gaan. Er is onlangs een werkconferentie hier geweest in Mimik voor professionals uit Deventer en omstreken waar over dit thema is gesproken, waar zij met elkaar ook afspraken hebben gemaakt: hoe gaan we om met deze steeds groter groeiende groep? Er ligt hier in dit huis een zwerfboek: De dag door met dementie, met een prachtig voorwoord van een van onze wethouders daarin. Is voor iedereen beschikbaar. Kunt u lezen, kunt u doorgeven. Dus u kunt hem vrij halen. Is vast geen probleem. Zijn we ermee? Nee, we zijn er nog niet, want de groep is groeiende. Dat is een zorgelijk probleem. Dus hiermee spreken we niet uit de stand van zaken van vandaag, maar ook een ambitie naar de toekomst en ik denk dat dat van ontzettend wezenlijk belang is. Dank u wel. De voorzitter: Uitstekend. Dank u wel. De heer Kleine Schaars: Nou … De voorzitter: Voldoende? De heer Kleine Schaars: Nou, niet helemaal. Ja, ik ben blij dat u het aanhaalt en ik snap dat u aanhaalt dat al die zorginstellingen die daarin gespecialiseerd zijn op dementie dat soort dingen doen. Dementievriendelijk is Deventer zeker niet. Als u alleen al een afspraak zou maken met Alzheimer Nederland, dan weet u dat het niet zo is, dat er heel veel dingen zijn die we heel nog simpel kunnen doen, maar is tot nu toe nog steeds nagelaten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11709389/1