Plantoelichting.pdf
Tekst van het document
Goed wonen: “Den Helder biedt een grote variëteit aan ruim opgezette, groene woonmilieus die tegemoet komt aan de vraag van de (potentiële) inwoners. Er is speciale aandacht voor bijzondere woonlocaties en het creëren van mogelijkheden tot wonen aan of op het water.”; 4. Toerisme: “Toerisme en recreatie worden geprofessionaliseerd, gebaseerd op enerzijds de rust, ruimte en natuur in Den Helder en anderzijds op het in de gemeente aanwezige (maritiem) cultuurhistorisch erfgoed. De kwaliteitsslag beoogt hogere bestedingen in deze economische pijler.”; 5. Centrum: “Den Helder krijgt een levendig en veilig stadshart (inclusief de Oude Rijkswerf Willemsoord) door te zorgen voor concentratie van stedelijke functies in het stadshart, een aantrekkelijk winkelcentrum met diversiteit en kwaliteit, goede en sociale veilige horeca, kunst, cultuur en evenementen en een goed voorzieningenniveau.”; 6. Infrastructuur: “De infrastructuur van Den Helder is afgestemd op de functie van centrumgemeente en past bij de geplande woningbouwproductie en is passend bij de economische ontwikkeling. Dit bestemmingsplan draagt bij een concentratie van stedelijke functies in het stadshart met een aantrekkelijk winkelcentrum met diversiteit en kwaliteit.
28
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
3.5.2. Uitwerkingsplan Stadshart 2008 Om de stedelijke vernieuwing in het stadshart te ontwikkelen is in september 2008 het Uitwerkingsplan Stadshart vastgesteld door de gemeenteraad van Den Helder. In het uitwerkingsplan is vermeld dat de gemeente wil bereiken met de ontwikkeling van het stadshart. In het kort betreft het streven dat de verbinding met zee meer zichtbaar moet worden in de stad, dat de straten in het stadhart verbeterd worden met betere bestrating en meer groen en dat het winkelgebied een nieuwe impuls krijgt door bestaande winkels meer te concentreren en nieuwe winkels toe te voegen. Ook krijgen de sociale en culturele aspecten nadere aandacht en wordt het stadspark ontwikkeld dat de verbinding tussen het station en de zeedijk moet accentueren en verbeteren. Het uitwerkingsplan schetst een integraal plan dat tegemoet komt aan de doelstelling van de Strategische Visie 2020 om Den Helder te voorzien va een levendig en veilig stadshart door te zorgen voor concentratie van stedelijke functies in het stadshart, een aantrekkelijk winkelcentrum met diversiteit en kwaliteit, goed en sociaal veilige horeca, kunst, cultuur en evenementen en een goed voorzieningenniveau. In het uitwerkingsplan zijn diverse doelstellingen verwoord. Deze doelstellingen zijn: - Het versterken van de geborgenheid van de stad, in contrast met de weidsheid van de haven en de zee.
- Het aanhelen van het fijnmazige, stedelijk weefsel in de stad door kleinschalige, pandsgewijze nieuwbouw. - Willemsoord ontwikkelen tot volwaardig en compleet stadsdeel met een menging van functies, zoals wonen, werken en vrije tijd functies. - De ontwikkeling van een cultureel programma op Willemsoord Zuid met een koppeling naar de culturele voorzieningen in de omgeving. Het concentreren en versterken van het kernwinkelgebied, door de toevoeging van winkelconcentraties met gebouwde parkeervoorzieningen. De uitstraling van bestaande winkelstraten wordt verbeterd. - Het versterken van de regionale functie van Den Helder. De synergie tussen de verschillende centrumfuncties versterken, door de herpositionering van de horeca en de nieuwe publieke functies. - Verbetering van de bestaande woonomgeving, door het opknappen van openbare ruimte, het toevoegen van groen en de aanleg van het stadspark. - Het gefaseerd aanbieden van diverse woonmilieus. - Het toevoegen van eigentijdse sociale- en maatschappelijke voorzieningen. - Ontwikkelen van de toeristische sector, verbetering van het ondernemersklimaat. In relatie tot het realiseren van diverse woonmilieus wordt in het uitwerkingsplan omschreven dat gestreefd wordt naar een levendige woonbuurt met diverse stedelijke voorzieningen in de omgeving.
Er wordt een menging van verschillende woningtypes gerealiseerd, gericht op starters, senioren, jonge gezinnen en meerpersoonshuishoudens met een gemiddelde koopkracht. Naast appartementen worden middelgrote eengezinswoningen met tuin en grotere stadswoningen met werkruimte gebouwd. Daarmee wordt onder meer ingespeeld op de vraag naar grondgebonden huurwoningen. 29
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
In het uitwerkingsplan wordt ook ingezoomd op de ontwikkelingen van (delen van) straten. Voor de Koningstraat Noord wordt gesteld dat hier een transformatie plaatsvindt van nachthoreca naar woonstraat, met ruimte voor enkele aan huis gebonden kleinschalige bedrijfjes. De hoofdfunctie van Koningstraat Noord wordt wonen nabij het park. Panden met goede beeldkwaliteit worden behouden, gerenoveerd en krijgen een woonbestemming. Bij sloop worden pandsgewijs grondgebonden woningen teruggebouwd. Een grotere verdiepingshoogte op de begane grond zorgt voor flexibele invulling van de plint, onder meer geschikt voor werken aan huis. De openbare ruimte krijgt een indeling met éénrichtingsverkeer, langsparkeren en bomen. De Spoorstraat Oost wordt in het uitwerkingsplan gekwalificeerd als een belangrijke wandelroute richting Willemsoord. Een verbetering van de verblijfskwaliteit is noodzakelijk. Daarom is hier een transformatie voorzien van winkelgebied naar gemengd gebied, met een mix van woningen, enkele aan huis gebonden kleinschalige bedrijfjes, dienstverlening en speciaalzaken die niet in het kernwinkelgebied thuis horen. Panden met een goede beeldkwaliteit worden behouden, gerenoveerd en krijgen een woonbestemming. Bij sloop worden pandsgewijs grondgebonden woningen teruggebouwd. 3.5.3.
Stadshart Den Helder – Huiskamer van de stad Ambitiedocument 2014 – 2018 Dit ambitiedocument is in maart 2015 door de gemeenteraad vastgesteld. In het document worden de ambities voor het stadshart bekrachtigd. In hoofdzaak betreft dit het streven om het stadshart verder te versterken en te ontwikkelen, waardoor mensen graag naar dit gebied komen en er willen verblijven. De ambitie wordt in het document nader geconcretiseerd door te benoemen waar nadrukkelijk energie op ingezet wordt. Zo wordt er gestreefd naar: - plekken waar bewoners kunnen genieten; - een aantrekkelijk, vitaal en compact winkelhart waar een ieder terecht kan voor de dagelijkse boodschappen en voor gezellig winkelen. - een omgeving die kansen biedt om te ondernemen en initiatieven te ontplooien; - een omgeving die aantrekkelijke is om te wonen met een grote verscheidenheid aan woningen; - een omgeving die uitnodigend is door aantrekkelijke entrees en een goede bereikbaarheid. 3.5.4. Woonvisie Den Helder 2016-2020 “In Den Helder kan meer!” Op 11 juli 2016 heeft de gemeenteraad de Woonvisie Den Helder 2016-2020 “In Den Helder kan meer!” vastgesteld. In de visie is verwoord dat Den Helder een aantrekkelijke stad wil zijn voor de huidige en toekomstige bewoners en een verdere teruggang in de bevolkingsomvang wil voorkomen.
Het behoud en versterken van welvaart en welzijn betekent blijven investeren in voorzieningen, onderwijs en economie om een spiraal naar beneden te voorkomen. De woonvisie is hierin ondersteunend. Doelgroepgericht wil Den Helder de samenstelling van bewoners meer in evenwicht brengen en een kwalitatief goede woon- en leefomgeving creëren. Er wordt ingezet op de volgende thema’s: - Betaalbare kwaliteit. Door de beperkte nieuwbouwopgave ligt de focus op de kwaliteit van de huidige woningvoorraad en leefomgeving, gericht op goed onderhoud, levensloopbestendig en veilig. Het stadshart als huiskamer van de stad biedt kansen voor 30
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
-
-
-
een combinatie van wonen, werken en winkelen. Naast kwaliteit is betaalbaarheid een belangrijk thema voor Den Helder. De gemeente wil betaalbare woningen op verschillende plaatsen in de stad creëren en gemengde wijken bevorderen. Energielasten moeten meegewogen worden als onderdeel van de totale woonlasten in het toewijzingsbeleid. Goed wonen voor jong en oud. De aanwezigheid van scholing, werkgelegenheid en een aantrekkelijk stadshart zijn belangrijk voor het boeien en binden van jongeren. De lage woningprijzen bieden starters de mogelijkheid tot het kopen van een huis. Daarnaast wil Den Helder dat het toenemend percentage ouderen zo lang mogelijk zelfredzaam blijft in de eigen woonomgeving. Er wordt ingezet op het tijdig geschikt maken van een woning voor een seniorenhuishouden of preventief verhuizen. Het zorgaanbod en voorzieningenniveau sluit aan bij de specifieke behoefte in een wijk. Duurzaam wonen. Een duurzame identiteit past bij het lokale klimaat van Den Helder (zon, wind). Het ambitieniveau voor verduurzaming ligt hoog en richt zich op het verduurzamen van de energievoorziening, de bestaande woningvoorraad en duurzame nieuwbouw. Verduurzaming vraagt durf en ruimte om te experimenteren. Tijdelijk wonen. De grote verschillen in drukte door het jaar heen bieden een kans voor Den Helder.
Den Helder wil het principe van de ademende stad beter benutten door het wonen aantrekkelijk te maken voor de niet permanente bewoners, zoals shortstay, zorgtoerisme en arbeidsmigranten.
Een belangrijk uitgangspunt is het vraaggericht bouwen dat bereikt wordt door: - het toepassen van het regionaal afwegingskader voor woningbouwplannen zoals dat met de regiogemeenten in een convenant is afgesproken. - in te zetten op particulier opdrachtgeverschap (PO) en collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) en door het (laten) aanbieden van kavels - faciliteren van vraaggestuurde ontwikkeling van woningbouwplannen door nieuwe bestemmingsplannen globaler te maken en deze tijdig aan te passen. - de flexibiliteit vergroten door de vermindering en het simplificeren van het aantal voorwaarden waaraan voldaan moet worden waardoor er beter ingespeeld kan worden op de concrete behoefte. Bij nieuwe plannen geldt: bouwen naar behoefte, waarbij inbreiding de voorkeur heeft boven uitbreiding. - Ruimte bieden voor het creëren van excellente woonmilieus. - Duurzame nieuwbouw, stimuleren van extra duurzaamheidsmaatregelen, wonen aan het water en experimenteren met NOM (nul op de meter-woningen). 3.5.5. Nota Groen De Nota Groen is op 26 januari 2009 door de gemeenteraad van de gemeente Den Helder vastgesteld. Met de nota presenteert de gemeente Den Helder haar visie op de gewenste ontwikkeling en het beheer van de groene structuur. Daarbij gaat het over het stedelijk groen in de stad, maar ook over het groene landschap in het buitengebied.
De Nota Groen is een kaderstellende nota voor de uitwerking en uitvoering van plannen en projecten voor groen in Den Helder die in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, natuur en recreatie worden meegenomen. 31
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
De doelstelling van de nota is drieledig: • Het bieden van een raamwerk, waarbinnen keuzes en afwegingen kunnen worden gemaakt in het kader van ruimtelijke ingrepen die van invloed zijn op het groen, alsmede bij veranderende maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de functies van het groen. • Een kader bieden voor een duurzame groenontwikkeling; inrichting, beheer en gebruik van groen moeten op elkaar zijn afgestemd. • Het bieden van achtergrondinformatie voor bestuurders, ambtenaren en burgers op het gebied van stedelijk groen en landschap. Deze doelstelling vertaalt zich in de volgende ambities voor de Nota Groen: • Ruimte voor groen in en om de stad: een vastgestelde hoofdgroenstructuur; • Formuleren van een visie op het gebruik, de toegankelijkheid en de beleving van groen; • Formuleren van uitgangspunten voor duurzaam beheer en onderhoud van openbaar groen. In de nota worden per gebiedsdeel de sterke en zwakke aspecten behandeld. Voor het deelgebied binnen de linie worden als voor dit bestemmingsplan relevante beleidskeuzen de ontwikkeling van een centraal stadspark en het clusteren van buurtgroen genoemd. 3.5.6. Nota Parkeernormen Den Helder ‘2017 – 2021’ De Nota Parkeernormen Den Helder ‘2017 – 2021’ is vastgesteld op 30 januari 2017. Hierin zijn de parkeernormen voor de periode 2017-2021 opgenomen. Het plangebied ligt in de zone ‘centrum’.
Het parkeerbeleidsplan baseert haar cijfers op de CROW richtlijnen. In paragraaf 4.5 wordt hier nader op in gegaan. 3.5.7. Kadernota detailhandel De Kadernota ‘detailhandel, naar kwaliteit en dynamiek’ is op 17 september 2007 door de raad vastgesteld. In de nota is verwoord dat het in de Helderse detailhandelsstructuur gaat om het zoeken naar versterking en evenwicht. Dit komt onder andere voort uit de constatering dat de binnenstad weinig heeft om uit te dragen. Het aanbod moet daarom completer, compacter en gevarieerder zijn. Het ontbreekt duidelijk aan originaliteit, verrassing en koopstimulans. Hiernaast is de consument niet tevreden over de parkeergelegenheid in de binnenstad. Versterking is nodig om de kwaliteit van winkelgebieden waar mogelijk te verbeteren. Tevens moet sprake zijn van een winkelstructuur waarin dynamiek voldoende kan worden opgevangen en wensen van ondernemingen kunnen worden gehonoreerd. Dit speelt met name op het punt van schaalvergroting. Een succesvolle locatiekeuze en vestigingsstrategie van de detailhandel zijn nodig om te komen tot een evenwichtige, hoogwaardige en duurzame detailhandelsstructuur. Dit versterkt de regionale functie van Den Helder. In functionele zin wordt een compacter centrumgebied voorgestaan, waarbij enkele straten hun winkelfunctie verliezen en het aantal aanloopgebieden teruggebracht wordt.
De wens tot concentratie leidt automatisch tot een verplaatsingsopgave. Als uitwerking van een compact kerngebied wordt een haltermodel (A1-winkelgebied) voorgesteld. Het is van belang dat winkels buiten het A1-gebied gestimuleerd moeten worden om gaten in dit A1-gebied op te vullen. Ook 32
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
wordt in de nota gesteld dat het van belang is dat de binnenstad en Willemsoord een positief effect op elkaar hebben. Nieuwe initiatieven op Willemsoord mogen absoluut geen negatieve werking hebben op de binnenstad, en omgekeerd. Een ander speerpunt is het versterken/propageren van aanbod voor doelgerichte aankopen in combinatie met horeca, cultuur en vermaak. Aandacht voor versterking van de verblijfskwaliteit heeft daarbij prioriteit. Hiernaast kunnen grootschalige trekkers meerwaarde bieden. 3.5.8. Nota toerisme en recreatie De Nota Toerisme en Recreatie beschrijft hoe de gemeente Den Helder er op toeristisch gebied voor staat, en vooral ook in welke richting zij zich wil ontwikkelen. De Strategische Visie 2020 voor Den Helder stelt als hoofddoel dat de stad moet uitgroeien tot dé centrumgemeente van de Kop van Noord Holland. Daarbij hoort een professionele toeristische sector die erin slaagt om meer bezoekers en meer bestedingen in de stad te genereren. Dat kan alleen als de stad er voor zorgt dat zij genoeg te bieden heeft voor de toerist en recreant wat het de moeite waard maakt om de reis er naar toe te ondernemen.
Dit beleid is in zoverre relevant voor het voorliggende bestemmingsplan , dat een deel van de toeristische of recreatieve bezoeker van Den Helder per spoor komt, zodat de uitstraling en functionaliteit van het station en het Stationsplein een bijdrage kan leveren aan de aantrekkingskracht van Den Helder. 3.6.
Beschouwing en conclusie Het voorliggende bestemmingsplan betreft een direct uitvloeisel van bovengenoemde gemeentelijke beleidsstukken die betrekking hebben op de herstructurering van het stadshart. Met dit bestemmingsplan wordt een planologisch kader geboden om de gewenste revitalisering van het betreffende deel van het stadshart mogelijk te maken. Het bestemmingsplan biedt de basis om een kwalitatief hoogstaande woon- en leefomgeving te realiseren met kwalitatief hoogstaande en bij de vraag aansluitende woningen en functies. Zo biedt het bestemmingsplan voldoende flexibiliteit om woningen voor verschillende doelgroepen te ontwikkelen en wordt ook ruimte geboden voor kleinschalige (beroep/bedrijf) aan huis gebonden activiteiten. Verder wordt met het bestemmingsplan de afronding van het stadspark mogelijk gemaakt. Op deze wijze draagt het bestemmingsplan bij aan het realiseren van een aantrekkelijke omgeving voor bewoners en bezoekers. Bij deze herstructureringsopgave en herschikking van functies wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan het duurzaamheidsaspect. Binnen het kader van dit bestemmingsplan is het ook mogelijk om de gewenste kwalitatieve verbetering van de openbare ruimte en de nieuwe inrichting van de straten mogelijk te maken. Het bestemmingsplan is in lijn met het gemeentelijk beleid.
33
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
4. Omgevingsaspecten 4.1.
Cultuurhistorie en archeologie 4.1.1. Wettelijk kader Erfgoedwet Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Ten aanzien van het ruimtelijk domein regelt deze wet de omgang met rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads- en dorpsgezichten. De Erfgoedwet werkt door in de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (2009) (MoMo) Het doel van de MoMo is het doorvoeren van veranderingen in de monumentenzorg. Bij de uitwerking heeft de Minister zich op drie pijlers gericht. Eén van de pijlers uit de Modernisering Monumentenzorg van het Rijk is het opnemen van cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening. Deze wijziging is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Wro/Bro In het Bro wordt het bestemmingsplan genoemd als instrument waarin cultuurhistorische waarden kunnen worden verankerd. Het Bro is een uitwerkingsbesluit van de Wro. Dit besluit verplicht gemeenten om in de toelichting bij een ruimtelijk plan te beschrijven op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden (Artikel 3.1.6, lid 5).
Belangrijk daarbij is dat het cultuurhistorische belang uitdrukkelijk als afwegingsgrond in het ruimtelijk plan moet worden genoemd, omdat anders een juridische grond voor toetsing op basis van dit beleidsterrein ontbreekt. De gemeente Den Helder heeft haar beleid ten aanzien van cultureel erfgoed en archeologie gevangen in de nota Cultureel Erfgoed (vastgesteld in 2017) en het Beleidskader Archeologie (2017). In deze beleidsstukken worden de culturele en archeologische benoemd en op basis van bestaande inzichten en ambities beschermd.
34
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
4.1.2. Beschouwing Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. Het gebied maakt ook geen deel uit van het beschermd stadsgezicht. Er zijn geen cultuurhistorische waarden in het geding. Archeologie Het college van B en W heeft in 2017 de geactualiseerde archeologische beleidskaart en het daaraan gekoppelde beleid vastgesteld, daarnaast wordt de geactualiseerde archeologische beleidskaart gekoppeld aan het omgevingsplan.
Afbeelding 17: Den Helder Archeologische verwachtingskaart, plangebied ligt ter plekke van de zwarte stip
Het plangebied maakt deel uit van het gebied dat is aangemerkt als ‘Archeologische verwachting’. Op de beleidsadvieskaart is daarvoor aangegeven dat archeologisch onderzoek nodig is bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 3 meter. Deze onderzoeksplicht is in het bestemmingsplan opgenomen middels de dubbelbestemmingen Waarde-Archeologie 2, waarbij de criteria voor het doen van onderzoek overgenomen zijn uit het beleidskader. Op deze wijze is de bescherming van eventueel voorkomende archeologische waarden gekoppeld aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor relevante activiteiten. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot de aspecten cultuurhistorie en archeologie uitvoerbaar.
35
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
4.2.
Ecologie & stikstof 4.2.1. Ecologie Op basis van wetgeving is bepaald dat ruimtelijke initiatieven geen (onevenredige) nadelige effecten mogen hebben op eventueel voorkomende beschermde flora en fauna. De bescherming van ecologische waarden en van planten- en diersoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de voormalige Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de huidige tabellen 1, 2 en 3 waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten’ vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten.
In de verordening van de provincie Noord-Holland is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Aardmuis, Gewone bosspitsmuis, Ondergrondse woelmuis, Bastaardkikker, Gewone pad, Ree, Bosmuis, Haas, Rosse woelmuis, Bruine kikker, Huisspitsmuis, Tweekleurige bosspitsmuis, Dwergmuis, Kleine watersalamander, Veldmuis, Dwergspitsmuis, Konijn, Vos, Egel, Meerkikker en de Woelrat. Voor de ontwikkeling rondom het Bernhardplein (met name de sloop van bestaande bebouwing) zal na de verwerving van de desbetreffende opstallen een ecologische QuickScan uitgevoerd moeten worden om vast te stellen welke planten- en diersoorten op de projectlocatie mogelijk aanwezig zijn. Op 9 maart 2020 is er door het ecologisch onderzoekbureau Els&Linde een QuickScan ecologie uitgevoerd. Voor de volledige rapportage zie bijlage 7 (kenmerk 20.081 d.d. 18-03-2020 Els&Linde). Els&Linde concludeert dat uit de resultaten van de QuickScan ecologie van 9 maart 2020 is gebleken dat de aanwezigheid van huismus niet kan worden uitgesloten. Een aanvullend onderzoek naar deze vogels is nodig. Gierzwaluw of vleermuizen worden niet verwacht, onderzoek naar deze soorten is niet nodig. Mogelijk is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig voor de huismus. Op 14 april 2020 en 12 mei 2020 is deze aanvullende inventarisatie uitgevoerd door onderzoekbureau Els&Linde.
Voor de volledige rapportage zie bijlage 8 (kenmerk 20.132 d.d. 22-092020 Els&Linde). Uit de resultaten van het afdoend onderzoek is gebleken dat binnen de planlocatie wel huismussen broeden maar dat deze enkel gevonden zijn ten zuiden van de protestantse kerk, 36
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
binnen de reeds bestaande parkaanleg. Ter plaatse van deze nestplek voorziet het bestemmingsplan in de bestemming ‘Groen – Park’, overeenkomstig de bestaande situatie. Het bestemmingsplan voorziet daar niet in nieuwe werkzaamheden. In de ecologische quick scan is een huismus gemeld in een struik naast het restaurant van McDonald’s. Tijdens de inventarisatie van de broedvogels is daar geen huismus aangetroffen. De struik wordt kennelijk als voedselbron gebruikt. In de directe omgeving, buiten de grenzen van het bestemmingsplan, is de aanwezigheid van nog enkele nestplekken van de huismus vastgesteld. Door de ontwikkeling zal er geen effect optreden op het voorkomen van de huismus. Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Conclusie Er worden geen beschermde natuurwaarden aangetast en het aspect ecologie vormt geen belemmering voor uitvoering van de werkzaamheden. Voor de ruimtelijke plannen is een ontheffing van de Wet natuurbescherming niet nodig. 4.2.2. Stikstofdepositie Gebiedsbescherming In het onderzoek wordt beschreven dat het plangebied geen deel uitmaakt van een Natura 2000 gebied. In de omgeving van de planlocaties liggen de Natura2000-gebieden: Waddenzee, Noordzeekustzone en Duinen Den Helder en Duinen en Lage Land Texel. De Waddenzee is het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied.
Voor de bouw- en de gebruiksfase is een berekening van de toename van stikstofdepositie op beschermde Natura 2000-gebieden noodzakelijk. In november 2020 is er door DGMR onderzoek uitgevoerd, voor de volledige rapportage zie bijlage 11 (kenmerk M.2020.0252.00.R001 d.d. 12 november 2020). Voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase is inzicht gevraagd in de aard en omvang van de stikstofdepositie in de omliggende Natura2000 gebieden. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige natuurgebied is natuurgebied Duinen Den Helder – Callantsoog: op circa 1,0 Km afstand. Het natuurgebied Duinen Den Helder – Callantsoog is voor deze planlocatie maatgevend voor de beoordeling van de stikstofdepositie. Uit het onderzoek van DGMR blijkt dat de berekende depositie voor zowel de bouw- als de gebruiksfase voldoet aan de afgeronde grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar. Er ontstaat vanwege het plan geen relevante depositie op natuurgebieden in de omgeving. Voor de Aerius berekening is de versie 2019A_20200403_6c571f9654 gebruikt. Voor de Aerius berekening van de bouwfase zie bijlage 12 en voor de Aerius berekening van de gebruiksfase zie bijlage 13. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de ontwikkelingen die met het bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden geen externe werking op de beschermde gebieden zal hebben. Er is daarmee geen vergunning van de Wet natuurbescherming nodig.
Het aspect stikstofdepositie vormt geen beperking voor het uitvoeren van het bestemmingsplan. 37
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
4.3.
Explosieven Het plangebied is historisch verdacht op afwerpmunitie, zie bijlage 10 (Memo NGE d.d.11-08-2020 Den Helder). Geconcludeerd kan worden dat het plangebied historisch verdacht is op Niet gesprongen explosieven in de vorm van afwerpmunitie. Bij de toekomstige ontwikkelingen in het plangebied dient er rekening gehouden te worden met extra onderzoek. De aanwezigheid van explosieven zal niet de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan belemmeren. Belemmering van uitvoerbaarheid zou kunnen plaatsvinden wanneer er geen dekking is voor de kosten van opsporing en verwijdering van explosieven, maar die dekking is werd wel: sinds 2009 wordt dit gedekt uit door het Rijk verstrekte bijdragen via het gemeentefonds. Conclusie Explosieven vormen geen beperking voor het uitvoeren van het bestemmingsplan.
4.4.
Milieu 4.4.1. Bedrijven en milieuzonering Bij de bouw van gevoelige functies, zoals woningen, is het van belang inzichtelijk te maken of er bedrijven zijn in de omgeving die een milieucontour hebben die van invloed is op de kwaliteit van de leefomgeving ter plaatse. Of andersom, dat de bouw van een nieuwe woning omliggende bedrijven belemmert doordat diens milieucontour wordt ingeperkt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de richtlijnen uit de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering”. Er zijn in de omgeving van de ontwikkelingslocaties geen bedrijven aanwezig, wel winkels en restaurants. Het gaat om de voorzieningen in het gebouw van de ontwikkeling van Deelplan 4 op het adres Spoorstraat 1A (foodstation) en grenst aan de projectlocatie. Het foodstation is nieuw gebouwd als één van de fasen in het totaalproject. In het ontwerp daarvan is rekening gehouden met de gevoeligheid voor geur en geluid van de in de andere deelplannen te realiseren woningen. De restaurants en winkels vormen daarom geen belemmering voor het realiseren van een goed woon- en leefklimaat. In deelplan 3 wordt een nieuw restaurant gerealiseerd, met daarnaast en daarboven woningen. Ook in dat bouwplan wordt rekening met deze functiemenging en de daarvoor benodigde maatregelen.
Conclusie Op het aspect milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan, er wordt rekening gehouden met de functiemenging. 4.4.2. Bodem Bij het toekennen van (gevoelige) bestemmingen aan gronden is het van belang om te weten wat de kwaliteit van de bodem is. In het kader van goede ruimtelijke ordening moet voorkomen worden 38
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
dat nieuwe gevoelige bestemmingen of uitbreidingen daarvan op verontreinigde gronden worden gerealiseerd. Als personen meer dan 2 uur verblijven in het bouwwerk en ook op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Bouwverordening is het verboden te bouwen op verontreinigde grond. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in nieuwe gevoelige bestemmingen en is er dus bodemonderzoek nodig. Door de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord is tevens historisch onderzoek gedaan, waarmee op basis van beschikbare reeds uitgevoerde onderzoeken een inventarisatie uitgevoerd is naar de bestaande bodemkwaliteit. De conclusie van deze inventarisatie is dat de bodem in de binnenstad in algemene zin verontreinigd is. Dit wordt ook ondersteund door het gestelde in de bodemkwaliteitskaart, welke uitgaat van een bodemkwaliteitsklasse ‘industrie’ voor de bovengrond van de binnenstad. In 2007, 2014 en 2015 zijn voor gedeelten van het plangebied bodemonderzoeken uitgevoerd. In mei 2017 heeft Bodem Belang BV onderzoek uitgevoerd ten behoeve van het gehele projectgebied. Voor dat onderzoek zie bijlage 5 (kenmerk 05 1003337 d.d. 09-05-2017 Bodem Belang BV). Bodem Belang heeft in de bovengrond een verhoogd gehalte aan koper gemeten ten opzichte van de tussenwaarde.
Verder hebben ze lichte verhogingen aangetoond aan minerale olie, PAK, kwik, lood en zink ten opzichte van de achtergrondwaarden. In de ondergrond zijn geen van de geanalyseerde parameters aangetoond in gehalten die de achtergrondwaarden overschrijden. Ook hebben ze in het grondwater lichte verhogingen ten opzichte van de streefwaarden gemeten van xylenen en minerale olie. In en op de bodem hebben ze zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Ook in de fijne fractie is na analyse geen asbest aangetroffen. De oorzaak van de verhogingen is niet eenduidig aan te geven, maar de oorzaak zou kunnen liggen bij het voormalig historisch gebruik (spooremplacement). Geadviseerd wordt om een nader onderzoek uit te voeren naar de omvang van de koperverontreiniging ter plaatse van boring 01. Ondertussen is de kopervervuiling al afgevoerd. In verband met de toekomstige ontwikkeling van appartementencomplex Bellevue heeft Bodem Belang BV aanvullend op het medio 2017 uitgevoerde bodemonderzoek een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd in januari 2018 ter plaatse van de nog te slopen panden. Voor het volledige rapport zie bijlage 6 (kenmerk 05 1003073 d.d. 12-01-2018 Bodem Belang BV). Het mengmonster van de bovengrond is voor wat betreft de geanalyseerde parameters analytisch schoon. Het gehalte koper overschrijdt in het mengmonster van de ondergrond de achtergrondwaarde.
In het grondwater overschrijden de concentraties van barium en de som van de xylenen de betreffende streefwaarden. De oorzaak van de lichte verhogingen is niet eenduidig aan te geven. Gezien de resultaten van de geanalyseerde (meng)monsters moet de gestelde hypothese volgens Bodem Belang, geheel strikt genomen, worden verworpen. De aangetoonde gehalten overschrijden echter de betreffende achtergrondwaarden en streefwaarden, maar blijven beneden de betreffende toetsingswaarden voor nader onderzoek. Voor een nader onderzoek bestaat geen aanleiding. Er is vanuit milieu hygiënisch oogpunt vooralsnog geen bezwaar voor het 39
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
verlenen van een omgevingsvergunning. Na de sloop van de bebouwing in de parkzone is er nog een aanvullend onderzoek noodzakelijk ter plaatse van de voormalige bebouwing. Indien er in de te slopen panden meer dan 35 m² asbesthoudend materiaal zit dan is een asbest in grond onderzoek conform NEN 5707 eveneens na de sloop noodzakelijk. De betreffende gronden van het project worden door Zeestad bouwrijp gemaakt en gesaneerd voor de betreffende bestemming. Conclusie De uitvoering van het bestemmingsplan wordt niet belemmerd door bodemaspecten. 4.4.3.
Externe veiligheid
Bij vaststelling van het naastgelegen bestemmingsplan ‘Willemsoord’ is er een onderzoek uitgevoerd naar externe veiligheid. Het plangebied van Willemsoord ligt op een afstand van 500 meter naast het voorliggende bestemmingsplan. Zodoende kunnen de resultaten van dit onderzoek naar externe veiligheid ook gebruikt worden om de externe veiligheid van voorliggend bestemmingsplan vast te stellen. Tevens is er gekeken naar de risicokaart.nl, voor een uitsnede zie de navolgende afbeelding:
Afbeelding 18: uitsnede risiciokaart.nl Thema veiligheidsafstanden
40
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
Externe veiligheid inrichtingen Het ‘Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen’ (BEVI) is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Het besluit legt veiligheidsnormen op aan inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd of opgeslagen (waaronder LPG-tankstations), die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. In het BEVI is bepaald dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen, zoals een bestemmingsplan, met zoneringen externe veiligheid rekening gehouden moet worden. Het BEVI is alleen van toepassing op ruimtelijke besluiten indien het plangebied binnen het invloedsgebied van een BEVIinrichting ligt (art. 2, lid 2a). Er zijn geen inrichtingen aanwezig waarvan het invloedsgebied van een ongeval met gevaarlijke stoffen reikt tot in het plangebied. Externe veiligheid transport Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor en water is het "Besluit externe veiligheid transportroutes" kader, dat op 1 april 2015 in werking is getreden. Binnen de zogenaamde basisnetafstand (waar het plaatsgebonden risico maximaal 10-6 per jaar mag zijn) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden toestaan. Binnen de basisnetafstand mogen in principe geen nieuwe beperkt kwetsbare objecten worden toegestaan, tenzij hiervoor zwaarwegende redenen zijn.
Bij transportroutes die geen onderdeel uitmaken van het basisnet geldt een grenswaarde van PR 10-6 voor kwetsbare objecten en een richtwaarde PR 10-6 voor beperkt kwetsbare objecten. Binnen 200 meter van een transportroute geldt een uitgebreide verantwoordingsplicht voor het groepsrisico, zoals aangegeven in artikel 8 van het Bevt. Het invloedsgebied van de N250 bedraagt 355 meter aan weerszijden van de weg. De N250 bevindt zich op minimaal 391 meter van het plangebied. Het onderhavige plangebied bevindt zich niet binnen de invloedssfeer van vervoer van gevaarlijke stoffen. Externe veiligheid buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het besluit regelt onder meer de externe veiligheidsaspecten van buisleidingen. Het externe veiligheidsbeleid voor buisleidingen is hiermee in lijn gebracht met het beleid voor inrichtingen en voor vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. De regels in het besluit gelden voor de exploitant van een buisleiding en het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening. In of nabij het plangebied zijn er geen landelijke of regionale leidingenstroken. Conclusie De uitvoering van het bestemmingsplan wordt niet belemmerd door externe veiligheidsrisico’s. Het plangebied ligt uiten het invloedgebied van inrichtingen, transportroutes en buisleidingen.
Er is daarom geen aanleiding tot nader onderzoek, verantwoording of een adviesaanvraag bij de brandweer. 4.4.4. Luchtkwaliteit Voor luchtkwaliteit is titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) kader. Daarin is bepaald dat bij het vaststellen van ruimtelijke plannen moet worden voldaan aan grenswaarden 41
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
voor onder andere stikstofdioxide en fijn stof. In het "Besluit niet in betekenende mate bijdragen" is bepaald dat indien een project kan worden beschouwd als "niet in betekenende mate" er geen toetsing aan de grenswaarden hoeft plaats te vinden. Deze grens is in het Besluit gesteld op 3%, wat betekent dat de concentratie stikstofdioxide of fijn stof met maximaal 3% mag toenemen als gevolg van de nieuwe ontwikkelingen die een bestemmingsplan toestaat. Als het meer is dan 3% moet worden getoetst aan de grenswaarden. In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen" is voor een aantal specifieke projecten een berekening gemaakt bij welk bouwprogramma er nog sprake is van "niet in betekenende mate". Dit is als het project betrekking heeft op maximaal 1.500 woningen of 100.000 m² kantoren (bij één ontsluitingsweg) of een combinatie van beiden. Voor de laatste categorie projecten is in de regeling een verdeelsleutel woningen-kantoren opgenomen. Voor het project wordt uitgegaan van 37 woningen en 400 m2 commerciële ruimte, wat beduidend minder is dan de maximaal 1.500 woningen die zijn genoemd in de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen". Ook als rekening wordt gehouden met andere ontwikkelingen in de omgeving dan is er cumulatief sprake van minder dan 1.500 woningen. Het project is daarmee aan te merken als ‘niet in betekenende mate’.
Luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor het project. Onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig. Zoals in paragraaf 4.5.2 wordt berekend, neemt het aantal motorvoertuigbewegingen per 24 uur af. De bijdrage aan de luchtverontreiniging neemt dan ook af, er is geen nader onderzoek nodig. Omdat er geen extra verkeer is maar juist een afname zal de invoer bij de NIBM-tool uit een negatief getal bestaan en zodoende is de uitkomst ook negatief.
Conclusie De uitvoering van het bestemmingsplan wordt niet belemmerd door de luchtkwaliteit. 4.4.5. Geluid Sinds 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Daarin is opgenomen dat voor geluidgevoelige functies, zoals scholen en woningen, bij nieuwe ontwikkelingen akoestisch 42
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
onderzoek uitgevoerd dient te worden om de geluidbelasting te bepalen. De wet omschrijft dat langs (spoor)wegen, met uitzondering van woonerven en 30 km/u wegen, geluidzones zijn gelegen. Volgens de wet mag de geluidbelasting op de gevel van een nieuwe gevoelige bestemming binnen stedelijk gebied niet hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 53 dB voor spoorweglawaai en 48 dB voor wegverkeerslawaai. Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit. De zonebreedte langs een spoorweg wordt bepaald door de vastgestelde waarden van de geluidproductieplafonds ter plaatse van de referentiepunten langs het spoor conform Artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder. 50 km/u wegen hebben een formele onderzoek plicht binnen een afstand van 200 meter. 30 km/u wegen hebben geen zone op grond van de wet geluidhinder maar in het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt de geluidsbelasting afkomstig van deze wegen wel bepaald. De hoogst toelaatbare geluidbelasting (voorkeursgrenswaarde) voor de geluidbelasting afkomstig van wegverkeer voor nieuwe woningen bedraagt 48 dB. In voorliggende situatie zijn de nieuwe woningen gelegen in (binnen)stedelijke situatie. De maximaal toegestane hogere waarde bedraagt hiermee in onderhavig geval 63 dB.
De voorkeurswaarde voor de geluidbelasting vanwege het gezoneerde industrieterrein bedraagt 50 dB(A) (art. 44 Wgh) voor de nieuwe woningen. De maximale ontheffingswaarde is 55 dB(A) (art. 59, lid 1 Wgh) Artikel 110f van de Wet geluidhinder schrijft voor dat bij het vaststellen van hogere grenswaarden rekening gehouden dient te worden met cumulatie van meerdere geluidbronnen en/of lawaaisoorten. De geluidgevoelige functies (woningen) van het bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 bevinden zich op 220 meter van het dichtstbijzijnde spoor. Daarnaast bevindt de dichtstbijzijnde 30 km/u weg, de Spoorstraat, zich op 10 meter afstand van de woningen en de afstand tot de dichtstbijzijnde 50 km/u weg, de Polderweg/Prins Hendriklaan bedraagt 100 meter. De projectlocatie bevindt zich binnen de onderzoeksplichtige zones volgens de Wet geluidhinder en daarom moeten de geluidbelastingen ter plaatse van de geluidgevoelige functies onderzocht worden.
43
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
Middenweg Afbeelding 19: relevant beschouwde wegen zijn zwart belijnd
Dit onderzoek is uitgevoerd door Cauberg Huygen, voor de volledige rapportage zie bijlage 9 (kenmerk 06439-52697-03 d.d. 11-09-2020 Cauberg Huygen). Ter plaatse van het nieuwbouwproject is het bestemmingsplan nog gebaseerd op de aanwezigheid van de schouwburg. Om de realisatie van de Halter Bellevue en stadspark 2021 mogelijk te maken is in het kader van een bestemmingsplanprocedure nodig een akoestisch onderzoek uit te voeren. Daarom is het akoestisch onderzoek opgesteld door Cauberg Huygen. De geplande geluidgevoelige bestemmingen (woningen en appartementen) betreffen een nieuwe situatie in de zin van de Wet geluidhinder. De nieuwe woningen en appartementen bevinden zich binnen de zones langs de Middenweg, Polderweg en Prins Hendriklaan. Om die reden zijn de geluidbelastingen ter plaatse van de geluidgevoelige functies berekend en beoordeeld. Onderzocht is of wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde, vervolgens of hogere grenswaarden krachtens de Wet geluidhinder kunnen worden aangevraagd en waar zo nodig maatregelen moeten worden toegepast. De Polderweg en Prins Hendriklaan liggen in elkaars verlengde en zijn om die reden in akoestisch opzicht gezamenlijk, als één weg beschouwd. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van standaardrekenmethode 2 uit bijlage III van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012.
De geluidbelastingen zijn getoetst aan de Wet geluidhinder (meest recente wetversie 1 mei 2017). Uit de berekeningen van Cauberg Huygen blijkt de volgende: - De geluidbelasting Lden vanwege de Polderweg/Prins Hendriklaan bedraagt ten hoogste 44 dB na aftrek. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB na aftrek wordt nergens overschreden. - De geluidbelasting Lden vanwege de Middenweg bedraagt ten hoogste 46 dB na aftrek. Er vinden geen overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB na aftrek plaats. 44
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
-
De gecumuleerde geluidbelasting LVL,cum bedraagt ter plaatse van het bestaande gebouw ten hoogste 48 dB. Alle woningen zijn voorzien van een geluidluwe gevel. Het gebiedstype is te kenmerken als “redelijk rustig”. De ambitiewaarde van 48 dB wordt nergens overschreden.
Conclusie De uitvoering van het bestemmingsplan wordt niet belemmerd door het aspect geluid. 4.4.6. Milieueffectenrapportage (MER) De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). Bepalend daarbij is of een project moet worden beschouwd als een “stedelijk ontwikkelingsproject”. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. Uit die rechtspraak volgt voorts dat of per saldo aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan, daarbij niet van belang is (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 7 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR6907).
De wetgeving en jurisprudentie zijn voor interpretatie vatbaar en laten daarom beoordelingsruimte aan het bevoegd gezag. In de D-lijst is de activiteit ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ opgenomen. Het stedelijk ontwikkelingsproject is in de Memorie van Toelichting bij het Besluit als volgt beschreven: ‘Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Het voorliggende bestemmingsplan is te kwalificeren als ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. De m.e.r.-beoordelingsplicht voor deze activiteit geldt in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. Herontwikkeling van Halter Bellevue en stadspark 2021 valt onder de activiteit aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Oppervlaktes en aantal zoals hiervoor genoemd zijn voor onderhavige ontwikkeling niet aan de orde. Aangegeven oppervlaktes en aantallen zijn voor het voorliggende bestemmingsplan niet aan de orde.
Echter, in artikel 2, vijfde lid onder b van het Besluit bepaalt dat een m.e.r.-beoordeling tóch nodig is wanneer onder de drempelwaarden wordt gebleven maar niet 45
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Dit geldt dus voor activiteiten die voorkomen op de D-lijst maar die onder de drempelwaarde blijven en dat is het geval voor het voorliggende bestemmingsplan. Uit het document ‘Beoordelingsnotitie milieueffectrapportage Halter Bellevue en stadspark 2021 en stadspark te Den Helder’ (zie bijlage 4) is gebleken dat verwezenlijking van dit bestemmingsplan niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu leidt. De realisatie van het stedelijk ontwikkelingsproject geeft daarom geen aanleiding meer tot het opstellen / vaststellen van een formele m.e.r.-beoordeling of een milieueffectrapport. Op 2 februari 2021 heeft het college van B&W besloten dat voor dit plan geen MER opgesteld hoeft te worden (besluit eveneens opgenomen in bijlage 4). 4.5.
Verkeer en parkeren 4.5.1. Parkeren Met het bouwplan van het bestemmingsplan wordt het hele gebied rondom het Bernhardplein herontwikkeld. Bepaalde functies, zoals het theater verdwijnen en bepaalde functies, zoals wonen worden extra toegevoegd. Tevens verdwijnt de parkeerplaats naast het oude theater en komt er een park. Al met al zorgt dit voor een verandering in de parkeeropgaaf. In deze paragraaf wordt de parkeeropgaaf getoetst aan de parkeernormen. Nota parkeernormen 2017-2021 Inmiddels is ter vervanging van de Nota Bouwen en Parkeren 2011 een geactualiseerd parkeerbeleid vastgesteld, zijnde de Nota parkeernormen 2017-2021. Aan de hand van de parkeernormen volgens Nota parkeernormen 2017-2021 wordt in bijlage 3 bij deze plantoelichting de parkeervraag berekend. Daaruit volgt dat het nieuwe bouwplan een parkeerbehoefte heeft van 103,8 parkeerplaatsen. Op basis van de actuele parkeernormen is het voor het nieuwe bestemmingsplan nodig 90 parkeerplekken te realiseren. Om aan de actuele parkeereis te voldoen worden er 93 parkeerplekken in het bouwplan opgenomen. 60 parkeerplekken zullen aan de binnenzijde van het plan worden opgelost. Aan de voorkant van de woningen zijn er 5 parkeerplekken mogelijk en verder zijn er nog 28 tijdelijke parkeerplekken binnen het plangebied mogelijk.
Als het kan worden deze parkeerplekken geheel of gedeeltelijk in een latere ontwikkeling van de Kroonpassage opgenomen. Lukt dat niet dan worden deze 28 tijdelijke parkeerplaatsen definitief. 4.5.2. Verkeer Om de invloed van het project op de verkeersgeneratie te onderzoeken, wordt een vergelijking gemaakt van de bestaande situatie met de nieuwe situatie.
46
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
Het theater had een BVO van 5.926 m2. De voorheen bestaande winkelfuncties hadden een BVO van 1.548 m2. Deze getallen zijn in de rekentool (van CROW op basis van de CROW-publicatie 317) ingevoerd. Daaruit volgt dat de bestaande (oude) situatie leidde tot in totaal 1.003– 1.584 mvt/etmaal. De kencijfers van de verkeersgeneratie van de te ontwikkelen woningen en commerciële functie zijn afkomstig uit de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren – van parkeerkencijfers naar parkeernormen (2018)’. Voor de berekeningen worden de tabellen ‘Verkeersgeneratie’ uit deze publicatie gebruikt: De verkeersgeneratie wordt per woning weergegeven, de stedelijkheidsgraad is ‘sterk stedelijk’ en het stedelijk gebied is ‘centrum’. D2: 3 grondgebonden woningen - Koop, huis, tussen/hoek: 5,4 – 6,2 10 appartementen - Koop, appartement, duur: 5,4 – 6,2 10 woningen aan het park (BeBo) - Koop, appartement, midden: 3,7 – 4,5 D3: 400 m2 commercieel - Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 50.000–100.000 inwoners (per 100 m2): 23,9 – 31,3 14 appartementen - Koop, appartement, duur: 5,4 – 6,2 De totale verkeersgeneratie als gevolg van het nieuwe bouwplan bedraagt in totaal minimaal 290,3 en maximaal 353,05 motorvoertuigen per etmaal. De verkeersgeneratie zal als gevolg van het nieuwe bouwplan in vergelijking met de bestaande situatie afnemen.
Er zal geen overlast of hinder ontstaan voor de afwikkeling van het verkeer. De bereikbaarheid van de Albert Heijn in verband met laden lossen blijft gegarandeerd. De bereikbaarheid blijft onveranderd in vergelijking met de huidige situatie. 4.5.3. Conclusie verkeer en parkeren De uitvoering van het bestemmingsplan wordt niet belemmerd door het aspect verkeer en parkeren.
47
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
4.6.
Water In Nederland heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de watertoets. De watertoets houdt in dat bij het maken van ruimtelijke plannen al in een vroeg stadium bekeken moet worden wat de gevolgen zijn voor water en de ruimtelijke ordening. De watertoets is een proces waarbij overleg wordt gevoerd met de waterbeheerder. De waterbeheerder stelt in dit proces de kaders vast en geeft een wateradvies voor verschillende waterhuishoudkundige aspecten. De watertoets resulteert uiteindelijk in een waterparagraaf, die in de toelichting van het ruimtelijke plan wordt opgenomen. De watertoets is met ingang van 1 november 2003 wettelijk verplicht voor bestemmingsplannen. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat de gemeente vooroverleg moet hebben met het waterschap en de provincie (art. 3.1.1 Bro). En volgens artikel 3.1.6 Bro moet het resultaat van het overleg in de toelichting op het plan worden verwoord. Nationaal en Europees waterbeleid Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen.
In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit nieuwe instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en in standhouden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering'. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer.
Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de 48
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In de integrale watervergunning gaan zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) op in één aparte watervergunning. In de volgende paragraaf worden de effecten van het voornemen op de waterstructuur en de waterkwaliteit beschreven. Beschouwing Het plangebied, gelegen in de gemeente Den Helder, valt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Waterkwantiteit Er bevindt zich geen water in het plangebied. Verharding en compensatie De herinrichting van het bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 leidt niet tot een toename van het verhard oppervlak. In het huidige bestemmingsplan is het toegestaan het gehele plangebied te verharden. Volgens het bouwplan zal een groot deel van het plangebied onverhard worden ingericht als stadspark en zodoende is er zelfs een afname van verharde ondergrond. Er hoeven geen compenserende maatregelen uitgevoerd te worden. Grondwater Het bestemmingsplan voorziet in het opnieuw inrichten van een gebied rondom het Bernhardplein in Den Helder. Het is aannemelijk dat bij het bouw- en/of woningrijp maken van de locatie, bronbemaling zal worden toegepast.
Afhankelijk van de te bemalen hoeveelheid is een watervergunning of een melding in het kader van de Waterwet noodzakelijk. Het onttrokken grondwater zal ook moeten worden afgevoerd. Het hoogheemraadschap is net als voor de onttrekking van het grondwater ook aanspreekpunt als het gaat om het lozen van het onttrokken grondwater op het oppervlaktewater. Voor het retour bemalen van het onttrokken water is de provincie aanspreekpunt. Voor de eventuele lozing van het bemalingswater op het riool dient u nadere afspraken te maken met de rioolbeheerder, de gemeente. De herinrichting van het bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 heeft in de gebruiksfase geen effect op grondwaterstanden. Waterkwaliteit In relatie tot het watersysteem is het in het plangebied aanwezige rioleringsstelsel van belang. Het hemelwater afkomstig van de nieuwe oppervlakken kan als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Dit betekent dat het Hoogheemraadschap voor de nieuwe ontwikkeling adviseert om een gescheiden stelsel aan te leggen. Daarnaast adviseert het Hoogheemraadschap om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen.
49
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
Stedelijke uitbreidingen leiden in de meeste gevallen tot een toename van het aanbod van afvalwater. Het afvalwater moet worden ingezameld en getransporteerd naar de zuiveringstechnische werken (rioolgemalen en/of RWZI) van het Hoogheemraadschap. Het is van belang dat de gemeente in een vroegtijdig stadium van het ontwikkelingsplan afstemming zoekt met het Hoogheemraadschap over de hoeveelheid en samenstelling van het aangeboden afvalwater, de locatie en wijze waarop zij het afvalwater wil aanbieden. Omdat het huidige watersysteem behouden blijft, komt de oppervlaktewaterkwaliteit niet in het geding. Daar waar later alsnog wijzigingen in het watersysteem vereist zijn worden deze dusdanig uitgevoerd dat de doorstroming van het systeem en daarmee de waterkwaliteit niet verslechtert. Ruimtelijke adaptatie / Klimaatadaptatie Door een veranderend klimaat wordt het weer steeds extremer, hierdoor zullen periodes van hitte en droogte maar ook van overvloedige regenval steeds vaker voorkomen. Het is belangrijk om hier in het ontwerp rekening mee te houden om ook in de toekomst een prettig leefklimaat te behouden. Het uitgangspunt is om het hemelwater zoveel mogelijk te bergen binnen het plangebied. Ruim bemeten (verdiepte) groenstroken en groene tuinen zijn zowel effectief bij wateroverlast als hittestress. Ook bolle of holle straatprofielen kunnen water bergen bij extreme neerslag.
Het plan omvat mede de afronding van het stadspark, waardoor meer groen wordt gerealiseerd en verharding afneemt. Daarmee wordt bijgedragen aan een klimaat adaptieve inrichting. Waterkeringen Binnen of nabij het plangebied liggen geen waterkeringen. Waterveiligheid is dan ook niet in het geding. Afvalwaterketen Het verhard oppervlak van de vernieuwde bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 wordt afgekoppeld, zoals dat in de huidige situatie ook het geval is. Hemelwater kan op deze wijze, eventueel via bodempassages, afstromen richting het oppervlaktewater of infiltreren in de groene bermstroken. De vernieuwing van het plangebied Halter Bellevue en stadspark 2021 leidt mogelijk tot een toename van de vuilwaterstroom, dit zal uitgezocht moet worden in welke mate en of het überhaupt wel plaatsvindt. Beheer en onderhoud Indien het huidige watersysteem grotendeels behouden blijft, blijven ook de huidige onderhoudsmethoden gehandhaafd. Watertoets De watertoets is op 7 januari 2021 digitaal afgenomen en er zijn geen complicaties naar voren gekomen. Bij het 3.1.1-overleg is advies ingewonnen bij het Hoogheemraadschap Hollands
50
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
Noorderkwartier. Dat heeft geleid tot verwerking van tekstvoorstellen in deze paragraaf ten aanzien van Ruimtelijke adaptatie / Klimaatadaptatie, Waterkwaliteit/Riolering en Grondwater. Het toets resultaat is bijgevoegd bij de toelichting als bijlage 1 en de samenvatting van de watertoets is bijgevoegd bij de toelichting als bijlage 2. Conclusie Er is advies vanuit het Hoogheemraadschap ingewonnen en het resultaat daarvan is verwerkt in deze plantoelichting. Er zijn geen nadelige effecten op de waterkwaliteit en kwantiteit. 4.7.
Duurzaamheid In deze paragraaf wordt aandacht geschonken aan de wijze waarop in relatie tot een ruimtelijk plan rekening wordt gehouden met energiebesparing en de toepassing van duurzame energiebronnen. In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de verwezenlijking van het plan zal een concrete toelichting op de maatregelen ten aanzien van duurzaamheid en energiebesparing worden gegeven. De te realiseren gebouwen zullen voor wat betreft duurzaamheidsmaatregelen in elk geval voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit die gelden ten aanzien van nieuwbouw. Daarbij is ook de Wet vet (Voortgang Energie Transitie) vanaf 1 juli 2018 van kracht, waarmee gebouwen aardgasvrij gerealiseerd dienen te worden.
51
Bestemmingsplan Halter Bellevue en stadspark 2021 - toelichting
5. Uitvoerbaarheid 5.1.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1.1. Voorinformatie In 2014 werd een projectovereenkomst tussen Zeestad en Woningstichting Den Helder (WSDH) ondertekend. Daarna zijn drie informatiebijeenkomsten georganiseerd. De ondernemers aan de Spoorstraat en het Bernhardplein en de bewoners van het appartementengebouwen aan de Prins Hendriklaan zijn uitgenodigd voor speciale bijeenkomsten. Daarnaast is een open informatieavond georganiseerd voor alle bewoners in Den Helder. Deze bijeenkomsten zijn georganiseerd in samenwerking tussen de gemeente Den Helder, WSDH en Zeestad. De bewoners van Den Helder zijn hierin geïnformeerd over de inhoud van het project, de rolverdeling in deze samenwerking, de globale planning van het project en de eerste schetsen voor het project zijn gepresenteerd en besproken. Daarnaast is een communicatieplan gepresenteerd voor de komende twee jaar, waarin tweemaandelijkse inloopklankbord-avonden, themabijeenkomsten en nieuwsbrieven zijn opgenomen. 5.1.2. Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro Op 9 oktober 2020 werd in de Staatscourant en het Gemeenteblad de Kennisgeving vooraankondiging voorontwerp van wijzigingsplan Halter Bellevue en stadspark ex artikel 1.3.1 Bro gepubliceerd.