Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord.pdf
Tekst van het document
4.3
A-2 Willemsoord via ZDS
B-1 BVS als schutsluis
B-2 Verplichte route pleziervaart
C Volwaardige vaarroute
D Natte Dok als zoetwaterhaven
Technische Maatregelen
A-1 BVS als keersluis
In bijlage IV is een overzicht van de technische maatregelen per scenario weergegeven.
0/–
0
–
0/–
–
–
Water
Voor de water-gerelateerde criteria is op 26 februari 2025 een interview gehouden met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). HHNK is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de regio, zowel ten aanzien van de waterkwaliteit als de waterkwantiteit. De informatie en standpunten zijn – aangevuld met expertise van Sweco – verwerkt in onderstaande analyse en beoordeling.
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
30/73
4.3.1
Waterkwaliteit
De Nieuwe Haven is een zoutwaterhaven, het gebied achter de Boerenverdrietsluis en de Koopvaardersschutsluis ligt in de boezem en bestaat uit zoet water. Het Natte Dok beschikt over brak water. Hiermee vormen de Boerenverdrietsluis en de Koopvaardersschutsluis de zoutwaterkering. De waterkwaliteit wordt niet gemonitord, dus een exacte gradatie van het zoet- /of zoutgehalte is niet te geven. Zoetwater is voor HHNK van groot belang. Onder andere agrariërs zijn afhankelijk van zoetwater. In de huidige situatie verricht HHNK veel werk om er voor te zorgen dat het water zoet is en blijft. Momenteel wordt er bijvoorbeeld bij Zaandam water ingelaten om een tegenstroom voor de zouttong te creëren. Bij het openen van de Boerenverdrietsluis en de Koopvaardersschutsluis vindt zoutindringing plaats. Als er in dit gebied een extra vracht zout bij komt, dan is de uitdaging voor HHNK groter en levert dit een economisch risico op ten aanzien van boerenbedrijven. In het verleden stond de Boerenverdrietsluis ook open als de Zeedoksluis open stond. Momenteel is er meer aandacht voor waterkwaliteit, ook vanuit Europese regelgeving (Kaderrichtlijn Water). Om deze reden is het standpunt van HHNK dat de waterkwaliteit achter de Boerenverdrietsluis niet actief mag verslechteren.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen passieve verslechtering (bijvoorbeeld door kwel, dit is een natuurlijk proces) en actieve verslechtering (bijvoorbeeld door aanpassen van routes en openingen zoals sluizen). Voor HHNK is het belangrijk om te achterhalen of de zoutindringing bij de Koopvaarderschutssluis verminderd kan worden door de inzet van de Boerenverdrietsluis. In de huidige situatie schut de Koopvaardersschutsluis soms maar één pleziervaartboot per keer. Deze sluis beschikt over een lange kolk, waardoor veel zoutindringing plaatsvindt. Het gemaal staat naast deze sluis zodat het gemaal een deel van de zoutindringing kan beperken, dan wel afvoeren. Wanneer deze enkele pleziervaartboot via de Boerenverdrietsluis zou varen, is de verwachting dat per enkele schutting minder zoutindringing plaatsvindt. Omdat het zoutgehalte niet wordt gemonitord, is momenteel niet met zekerheid te zeggen dat dit het geval is. Monitoring en nader onderzoek zou er toe kunnen leiden dat HHNK van haar standpunt afwijkt en de waterkwaliteit achter de Boerenverdrietsluis (iets) mag verslechteren. Er zijn een drietal scenario’s onderzocht in dit onderzoek: 1. De Boerenverdrietsluis blijft permanent dicht. De waterkwaliteit achter de Boerenverdrietsluis blijft gelijk aan de huidige situatie. 2. De Boerenverdrietsluis wordt een schutsluis met een kolklengte van ca.
40 meter en gaat op vast schutregime open/dicht. E.e.a. conform Rapport Zoutindringing renovatie KVSS D2.0. (onderdeel van Onderzoek KVSS 2019). De zoutindringing neemt niet toe, de vaartijd wel: pleziervaart doet gemiddeld 20 minuten langer over het tracé als gevolg van het schutregime. Let op! Deze berekening is gebaseerd op een schutsluis met een kolk van ca. 40 meter. In diverse scenario’s is de kolklengte langer, waarbij er mogelijk meer zoutindringing plaatsvindt. Tevens is hierbij het uitgangspunt dat pleziervaart verplicht via de Boerenverdrietsluis vaart. 3. Het realiseren van een onderwaterdrempel in de Koopvaardersbinnenhaven. Het zwaardere zoute water komt niet tot nauwelijks over de drempel, het lichtere zoete/brakke water wel. Het is onduidelijk of er bij deze maatregel een zoutindringing van 0 plaatsvindt en wat vervolgens het effect is op de waterkwaliteit. Om een onderwaterdrempel tot effectieve maatregel te maken zijn onder andere de dimensionering van de drempel van belang, de benodigde diepgang van scheepvaart en eventuele overige (neven)maatregelen. In figuur 15 is een impressie opgenomen van deze maatregel.
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
31/73
Figuur 15. Visualisatie zoutdrempel (bron: Smartland).
Er zijn over het algemeen tot op heden weinig maatregelen die functioneel zijn tegen zoutindringing. Om deze reden zijn alleen bovenstaande opties beschouwd. Dit betreffen maatregelen waarvan op voorhand is ingeschat dat deze mogelijk een positieve of neutraliserende bijdrage zouden kunnen leveren aan de waterkwaliteit. Naast zout speelt ook blauwalg een rol in de waterkwaliteit. Vanaf de ingang van de TESOhaven tot aan de binnenhaven komt veel blauwalg voor. De gemeente Den Helder is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit in relatie tot blauwalg. Blauwalg laat zich echter niet tot nauwelijks beheersen. Blauwalg ontstaat voornamelijk in stilstaand water. De vaarroute zorgt voor meer vaarbewegingen en daarmee stromingen in het water, maar een effect van de vaarroute op blauwalg is niet te duiden. De verwachting is dat de vaarroute geen noemenswaardig effect heeft op de toename van blauwalg in het gebied. Mogelijk draagt de vaarroute bij aan een (beperkte) afname van blauwalg, maar dit is niet te kwantificeren omdat de huidige situatie en locatie van het blauwalg niet exact in beeld is. Scenario A1 – Vaarroute Willemsoord voor kleine schepen en pleziervaart, BVS als keersluis Scenario A1 gaat uit van het openen van de Boerenverdrietsluis. Er dient monitoring van de waterkwaliteit plaats te vinden om te bepalen wat het effect op de waterkwaliteit is.
De verwachting is dat zonder maatregelen de waterkwaliteit verslechtert. Mocht uit monitoring blijken dat de waterkwaliteit dusdanig verslechtert in dit scenario, dan zou een maatregel om dit te beperken een onderwaterdrempel kunnen zijn. Er dient nader onderzoek plaats te vinden naar de effectiviteit van de onderwaterdrempel in dit scenario. Vanwege de onzekerheden scoort deze variant negatief (–). Scenario A2 – Willemsoord bereikbaar via Zeedoksluis In scenario A2 blijft de Boerenverdrietsluis dicht. Hierdoor zal de waterkwaliteit achter de sluis gelijk blijven aan de huidige situatie. Om deze reden scoort dit scenario neutraal (0).
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
32/73
Scenario B1 – Vaarroute Willemsoord voor kleine schepen en pleziervaart, BVS als schutsluis Scenario B1 gaat uit van het openen van de Boerenverdrietsluis in de functie van schutsluis. Er dient monitoring van de waterkwaliteit plaats te vinden om te bepalen wat het effect op de waterkwaliteit is, evenals de wisselwerking met schuttingen (en bijkomende zoutindringing) ter plaatse van de Koopvaardersschutsluis. De verwachting is dat de waterkwaliteit verslechtert door de grote kolk. Mocht uit monitoring blijken dat de waterkwaliteit inderdaad verslechtert in dit scenario, dan zou een maatregel om dit te beperken een onderwaterdrempel kunnen zijn. Er dient nader onderzoek plaats te vinden naar de effectiviteit van de onderwaterdrempel in dit scenario. Vanwege de onzekerheden scoort deze variant negatief (–). Scenario B2 – Verplichte route pleziervaart Scenario B2 gaat uit van het openen van de Boerenverdrietsluis. Met een schutsluis met korte kolk en een vast schutregime blijft volgens Rapport Zoutindringing renovatie KVSS D2.0. de zoutindringing gelijk. Omdat deze maatregel volgens dit onderzoek toereikend is en de waterkwaliteit gelijk blijft aan de huidige situatie, scoort dit scenario neutraal (0). Scenario C – Volwaardige vaarroute Willemsoord Scenario C gaat uit van het openen van de Boerenverdrietsluis in de functie van schutsluis.
Er dient monitoring van de waterkwaliteit plaats te vinden om te bepalen wat het effect op de waterkwaliteit is, evenals de wisselwerking met schuttingen (en bijkomende zoutindringing) ter plaatse van de Koopvaardersschutsluis. De verwachting is dat de waterkwaliteit verslechtert door de grote kolk. Mocht uit monitoring blijken dat de waterkwaliteit inderdaad verslechtert in dit scenario, dan zou een maatregel om dit te beperken een onderwaterdrempel kunnen zijn. Er dient nader onderzoek plaats te vinden naar de effectiviteit van de onderwaterdrempel in dit scenario. Vanwege de onzekerheden scoort deze variant negatief (–). Scenario D – Natte Dok als zoetwaterhaven
A-2 Willemsoord via ZDS
B-1 BVS als schutsluis
B-2 Verplichte route pleziervaart
C Volwaardige vaarroute
D Natte Dok als zoetwaterhaven
Waterkwaliteit
A-1 BVS als keersluis
Het Natte Dok beschikt in de huidige situatie over brak water. Ook met het dempen van de Zeedoksluis zal dit volgens HHNK nooit zoetwater worden, omdat er via kwelwater zout in het Natte Dok terecht komt. In dit scenario zou de gehele Koopvaardersbinnenhaven brak worden. Er dient monitoring van de waterkwaliteit plaats te vinden om te bepalen wat het effect van dit scenario op de waterkwaliteit is. Omdat er vanuit het Natte Dok – naast het kwelwater – geen verbinding met zoutwater is, scoort dit scenario beperkt negatief (0/–).
–
0
–
0
–
0/–
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
33/73
4.3.2
Waterkwantiteit
Voor de waterkwantiteit zijn de waterstanden van belang. Hiervoor is het boezempeil in het Natte Dok en de Koopvaardersbinnenhaven het uitgangspunt. Scenario A1 – Vaarroute Willemsoord voor kleine schepen en pleziervaart, BVS als keersluis Scenario A1 gaat uit van de Boerenverdrietsluis als keersluis. Hiervoor geldt het aandachtspunt dat wanneer de Zeedoksluis permanent openstaat (bij NAP -0,6m tot NAP +0,6m) het waterpeil in het Natte Dok hierdoor hoger of lager wordt. Als op dat moment de Boerenverdrietsluis wordt gebruikt, komt er mogelijk ongelijke waterdruk op de deuren van de sluis. Dit is het geval bij een afwijkende waterstand voor de sluis en achter de sluis. Dit kan leiden tot het beperkt of niet kunnen openen van de sluisdeuren. Als de Boerenverdrietsluis toch opent (of al openstaat) heeft dit een effect op het waterpeil in de Koopvaardersbinnenhaven. Als gevolg hiervan zijn er twee opties: de fluctuaties in het waterpeil worden geaccepteerd of de Boerenverdrietsluis kan bij ongelijke waterstand niet worden geopend. Een simulatie van schuttijden in combinatie met de verschillende waterpeilen moet uitwijzen in welk window de sluizen kunnen openen en wat dit betekent voor de doorvaartijden van de vaarroute. Uit deze simulatie moet blijken in hoeverre de waterkwantiteit beheerst kan worden.
Vanwege deze beperking en mogelijk negatieve effecten als gevolg van de fluctuaties wordt dit scenario negatief (–) beoordeeld. Scenario’s A2, B1, B2, C en D
4.3.3
A-2 Willemsoord via ZDS
B-1 BVS als schutsluis
B-2 Verplichte route pleziervaart
C Volwaardige vaarroute
D Natte Dok als zoetwaterhaven
Waterkwantiteit
A-1 BVS als keersluis
Voor de scenario’s A1, A2 en D geldt dat de waterstanden gelijk blijven aan de huidige situatie. De Boerenverdrietsluis wordt een schutsluis (en kan nivelleren in waterpeil) of is niet meer in werking in deze scenario’s. Hierdoor ontstaat niet dezelfde situatie als bij scenario A1. De scenario’s scoren allen neutraal (0).
–
0
0
0
0
0
Ecologie
Voor het criterium ecologie wordt ingegaan op de effecten van de scenario’s op de visstand (doorgaande structuur) en daarmee de leefomstandigheden van de vissen. Daarnaast worden mogelijke effecten op andere plant- en diersoorten (soortenbescherming) en Natura2000-gebieden (gebiedsbescherming) inzichtelijk gemaakt. In de huidige situatie is een vispassage van en naar het Natte Dok aanwezig. Het uitgangspunt is dat er in elk scenario een vispassage aanwezig is of gerealiseerd wordt, zodat een doorgaande structuur is geborgd. Naast deze doorgaande structuur kan ook verzilting van het water een mogelijk negatief effect op de visstand hebben. Verzilting kan leiden tot een verstoorde voortplanting en sterfte van vissen. In Onderzoek KVSS 2019 is een Verkennend Natuuronderzoek uitgevoerd. Bij een beoogde realisatie van vaarroute Willemsoord dient dit onderzoek te worden herzien. Voor nu worden de bevindingen uit dit onderzoek als uitgangspunt gehanteerd.
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
34/73
Ten aanzien van soortenbescherming doen zich in relatie tot werkzaamheden aan de Boerenverdrietsluis diverse effecten voor. •
De verwachting is dat het realiseren van een vaarroute waarbij uitgegaan wordt van het bouwen aan de sluizen leidt tot een toename van stikstofdepositie op (stikstofgevoelige) Natura2000-gebieden. In dit geval betreffen dat de gebieden Waddenzee en Duinen Den Helder/Callantsoog. Om het risico op een te hoge stikstofuitstoot te mitigeren door eventuele aanpassingen te doen aan de plannen, is het noodzakelijk om een stikstofnotitie op te stellen waarbij een AERIUS- berekening wordt uitgevoerd.
•
Er is nader onderzoek nodig naar de aanwezigheid van foerageergebieden en/of vliegroutes van vleermuizen.
•
Er zijn maatregelen nodig om effecten op broedvogels te voorkomen. Dit betreft een broedvogelcontrole wanneer er tijdens het broedseizoen werkzaamheden plaatsvinden aan struiken en struweel in het plangebied.
•
In het geval van heiwerkzaamheden dient een zachte start toegepast te worden, bij elke paal of iedere keer dat de heihamer opnieuw in bedrijf gaat. Hierdoor krijgen de aanwezige zeezoogdieren en vissen de mogelijkheid het gebied te ontvluchten.
Voor aanvang van de werkzaamheden is het noodzakelijk om een ecologisch werkprotocol op te stellen. Daarnaast hebben bovenstaande effecten betrekking op de Boerenverdrietsluis. Doordat er meer (kleinere) werkzaamheden in het plangebied gaan plaatsvinden, zal ook de rest van het plangebied moeten worden beschouwd. Op voorhand wordt ingeschat dat deze effecten in lijn zijn met de effecten voor de Boerenverdrietsluis. Scenario’s A1, A2, B1, B2, C en D
A-2 Willemsoord via ZDS
B-1 BVS als schutsluis
B-2 Verplichte route pleziervaart
C Volwaardige vaarroute
D Natte Dok als zoetwaterhaven
Ecologie
A-1 BVS als keersluis
Voor alle scenario’s geldt dat er maatregelen aan de Boerenverdrietsluis plaatsvinden. Hiervoor is het noodzakelijk om nader onderzoek te doen en een ecologisch werkprotocol op te stellen. Er doen zich geen maatregelen voor die onoverkomelijk zijn, wel kan de AERIUSberekening negatief uitvallen. In dit geval zijn vervolgstappen benodigd, zoals eisen ten aanzien van elektrische of schoon materieel tijdens de aanleg het opstellen van een passende beoordeling, eventueel met toepassing van intern of extern salderen, om negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uit te kunnen sluiten. Om deze reden worden alle varianten beoordeeld als beperkt negatief (0/–).
0/–
0/–
0/–
0/–
0/–
0/–
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
35/73
4.4
Mobiliteit
4.4.1
Doorstroming over land
Zodra het vaarverkeer een andere route gaat nemen, ontstaat er ook een gewijzigd verkeersbeeld voor wegverkeer. De verschuiving in routes van vaarverkeer leidt tot langere of juist kortere brugopeningen, waarbij het wegverkeer tijdelijk opstroopt. Uit Mobiliteitsonderzoek Maritiem Cluster april 2024 blijkt dat in de huidige situatie de Zeedoksluisbrug en de Van Kinsbergenbrug in het vaarseizoen beiden drie keer per dag open gaan. De Moormanbrug gaat meer dan 10 keer per dag open. Dit leidt vaak tot wachtrijen van wegverkeer op Het Nieuwe Diep. Ook de afwikkeling van de kruispunten Figuur 16. Knelpunten Van Kinsbergenbrug (Verkeerscirculatieplan Maritiem Cluster). voor en na de Van Kinsbergenbrug vormen een knelpunt in het kader van doorstroming (Verkeerscirculatieplan Maritiem Cluster) . In Onderzoek omvaarroute KVSS 2019 is door middel van een dynamisch (weg)verkeermodel van de gemeente Den Helder onderzocht welke impact de vaarroute heeft op het wegverkeer. In onderstaande tabel zijn de gemiddelde vertragingen op de N250 (doorgaande route door Den Helder, van/naar TESO-haven) weergegeven, in extra minuten ten opzichte van de huidige situatie. De vrije rijtijd op deze route is circa 8 minuten. Er wordt uitgegaan van twee situaties: 1. Omvaarsituatie: tijdelijk al het vaarverkeer via Jachthaven Willemsoord. Geen vaarverkeer via Koopvaardersschutsluis.
Deze situatie is niet geheel gelijk aan scenario’s A1, B1 en C, maar wordt voor dit onderzoek hiervoor wel als uitgangspunt gehanteerd (tabelkolom: ‘alles’). 2. Eindsituatie: pleziervaart via Jachthaven Willemsoord, beroepsvaart via Koopvaardersschutsluis. Dit is nagenoeg gelijk aan de scenario’s B2 en D (tabelkolom: ‘plezier’). Omdat pieken in scheepvaartverkeer en wegverkeer niet altijd samenvallen, is op voorhand niet te zeggen welke situatie maatgevend is. Daarom zijn verschillende periodes beschouwd. Tabel 1. Dynamisch (weg)verkeermodel: gemiddelde vertragingen in minuten N250, meer dan in de huidige situatie. Rijrichting Noord-Zuid
Rijrichting Zuid-Noord
Alles
Plezier
Alles
Plezier
Vrijdagmiddag regulier (14.00 – 16.00)
0
1
1
1
Ochtendspits regulier (07.00 – 09.00)
0
0
2
1
Zomermiddag (14.00 – 16.00)
15
1
24
2
Avondspits regulier (16.00 – 18.00)
0
0
0
0
Vrijdagmiddag Pinksterweekend (14.00 – 16.00)
2
1
15
11
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
36/73
Tabel 1 laat zien dat er op diverse momenten in meer of mindere mate vertraging plaatsvindt. In de nabije toekomst wordt de Moormanbrug naar het zuiden verplaatst en wordt nabij de rotonde in de Ravelijnweg een nieuwe brug gerealiseerd: de Ravelijnbrug. Op het kaartbeeld in figuur 17 is de nieuwe situatie weergegeven.
Figuur 17. Weergave nieuwe situatie.
Door het Maritiem Cluster wordt onderzocht of er een nieuwe route zou moeten komen voor het TESO verkeer door de haven. Voor dit onderzoek is deze nieuwe route als uitgangspunt gehanteerd, omdat deze route het grootste effect op het gebied heeft en hiermee veel verkeersbewegingen door de haven worden toegevoegd. In de nieuwe situatie rijdt het verkeer dan van en naar de TESO-haven via de Ravelijnbrug over het Nieuwe Diep naar de haven. Hierdoor vervallen de wegverkeersknelpunten met de Van Kinsbergenbrug en de aanliggende kruispunten. Hierdoor verhoogt de verkeersintensiteit op het Nieuwe Diep en wordt deze verlaagt op de N250. Het is op het moment van schrijven niet duidelijk welke doorvaarthoogte de Ravelijnbrug krijgt, tevens is er geen data bekend van deze brug.
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
37/73
In het verkeersonderzoek dat deel uitmaakt van Onderzoek KVSS 2019 is de nieuwe Ravelijnbrug dan ook niet meegenomen. Voor deze brug worden in dit onderzoek dezelfde uitgangspunten (doorvaarthoogte, openingen) gehanteerd als voor de Van Kinsbergenbrug. Een hogere doorvaart zou leiden tot minder brugopeningen en minder overlast voor gemotoriseerd verkeer over land. Scenario A1 – Vaarroute Willemsoord voor kleine schepen en pleziervaart, BVS als keersluis Pleziervaart en kleine schepen gaan in dit scenario door de Koopvaardersbinnenhaven. Hierdoor gaat de Van Kinsbergenbrug vaker open, wat – vanwege de nieuwe route voor TESO verkeer – een zeer beperkt effect heeft op de doorstroming over land. Dit scenario leidt er toe dat er meer vaarverkeer in Jachthaven Willemsoord komt, dat via de Zeedoksluis naar de Nieuwe Haven vaart. Hierdoor gaat de brug over de Zeedoksluis vaker open, wat met name op zomermiddagen zorgt voor een beperkte doorstroming van wegverkeer op het Nieuwe Diep. Aanvullend op bovenstaande komen de brugopeningen van de Ravelijnbrug, welke bij een gelijke doorvaarthoogte even vaak als de Van Kinsbergenbrug open gaat. Hiermee stagneert het wegverkeer van en naar de TESO-haven.
Omdat niet al het vaarverkeer gebruikmaakt van deze route wordt op basis van tabel 1 de inschatting gemaakt dat dit scenario een beperkt negatief effect (0/–) heeft op de doorstroming van gemotoriseerd verkeer over land. Mogelijk krijgt de Ravelijnbrug een hoge doorvaarthoogte. Indien dit het geval is kan enkel ‘varend erfgoed’ niet onder de brug door en vervalt daarmee grotendeels het effect van de Ravelijnbrug op de doorstroming van wegverkeer. Scenario A2 – Willemsoord bereikbaar via Zeedoksluis Dit scenario is gelijk aan de huidige situatie. Om deze reden scoort scenario A2 neutraal (0). Scenario B1 – Vaarroute Willemsoord voor kleine schepen en pleziervaart, BVS als schutsluis Pleziervaart en kleine schepen gaan in dit scenario door de Koopvaardersbinnenhaven. Hierdoor gaat de Van Kinsbergenbrug vaker open. Dit heeft vanwege de nieuwe route voor het wegverkeer naar de TESO-haven een zeer beperkt effect op de doorstroming over land. Dit scenario leidt er echter toe dat er meer vaarverkeer in de Jachthaven Willemsoord komt, dat via de Zeedoksluis naar de Nieuwe Haven vaart. Hierdoor gaat de brug over de Zeedoksluis vaker open, wat met name op zomermiddagen zorgt voor een beperkte doorstroming van wegverkeer op het Nieuwe Diep.
Aanvullend op bovenstaande komen de brugopeningen van de Ravelijnbrug, welke bij een gelijke doorvaarthoogte even vaak als de Van Kinsbergenbrug open gaat. Hiermee stagneert het wegverkeer van en naar de TESO-haven. Omdat niet al het vaarverkeer gebruik maakt van deze route wordt op basis van tabel 1 de inschatting gemaakt dat dit scenario een beperkt negatief effect (0/–) heeft op de doorstroming van gemotoriseerd verkeer over land. Mogelijk krijgt de Ravelijnbrug een hoge doorvaarthoogte. Indien dit het geval is kan enkel ‘varend erfgoed’ niet onder de brug door en vervalt daarmee grotendeels het effect van de Ravelijnbrug op de doorstroming van wegverkeer. Scenario B2 – Vaarroute Willemsoord voor pleziervaart Pleziervaart gaat in dit scenario verplicht door de Koopvaardersbinnenhaven. Hierdoor gaat de Van Kinsbergenbrug vaker open. Dit heeft vanwege de nieuwe route voor het wegverkeer naar de TESO-haven een zeer beperkt effect op de doorstroming over land. Dit scenario leidt er echter toe dat er meer vaarverkeer in Jachthaven Willemsoord komt, dat via de Zeedoksluis naar de Nieuwe Haven vaart. Hierdoor gaat de brug over de Zeedoksluis vaker open, wat naar verwachting enkel in het Pinksterweekend voor een beperkte doorstroming van wegverkeer op het Nieuwe Diep zorgt.
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
38/73
Aanvullend op bovenstaande komen de brugopeningen van de Ravelijnbrug, welke bij een gelijke doorvaarthoogte even vaak als de Van Kinsbergenbrug open gaat. Hiermee stagneert het wegverkeer van en naar de TESO-haven. Omdat niet al het vaarverkeer gebruik maakt van deze route wordt op basis van tabel 1 de inschatting gemaakt dat dit scenario een beperkt negatief effect (0/–) heeft op de doorstroming van gemotoriseerd verkeer over land. Mogelijk krijgt de Ravelijnbrug een hoge doorvaarthoogte. Indien dit het geval is kan enkel ‘varend erfgoed’ niet onder de brug door en vervalt daarmee grotendeels het effect van de Ravelijnbrug op de doorstroming. Scenario C – Volwaardige vaarroute Willemsoord Al het vaarverkeer kan in dit scenario zowel door de Koopvaardersbinnenhaven als door de Koopvaardersschutsluis. Hierdoor gaat de Van Kinsbergenbrug vaker open. Dit heeft vanwege de nieuwe route voor het wegverkeer naar de TESO-haven een zeer beperkt effect op de doorstroming over land. Dit scenario leidt er echter toe dat er meer vaarverkeer in Jachthaven Willemsoord komt, dat via de Zeedoksluis naar de Nieuwe Haven vaart. Hierdoor gaat de brug over de Zeedoksluis vaker én langer open, wat met name op zomermiddagen en het Pinksterweekend zorgt voor een beperkte doorstroming van wegverkeer op het Nieuwe Diep.
Aanvullend op bovenstaande komen de brugopeningen van de Ravelijnbrug, welke bij een gelijke doorvaarthoogte even vaak als de Van Kinsbergenbrug open gaat. Hiermee stagneert het wegverkeer van en naar de TESO-haven. De verwachting is dat in de praktijk de beroepsvaart incidenteel van deze route gebruik maakt, enkel in geval van stremmingen. Dat stelt dit scenario nagenoeg gelijk aan scenario B1, wat leidt tot een beperkt negatieve (0/–) beoordeling. Mogelijk krijgt de Ravelijnbrug een hoge doorvaarthoogte. Indien dit het geval is kan enkel ‘varend erfgoed’ niet onder de brug door en vervalt daarmee grotendeels het effect van de Ravelijnbrug op de doorstroming. Scenario D – Natte Dok als zoetwaterhaven In dit scenario gaat pleziervaart via de Koopvaardersbinnenhaven naar Jachthaven Willemsoord. De Zeedoksluis wordt gedempt. De verwachting is dat er minder vaarverkeer naar Jachthaven Willemsoord zal gaan dan wanneer de Zeedoksluis wél in gebruik is en er een doorgaande vaarroute is. Beperkte doorstroming van wegverkeer nabij de Van Kinsbergenbrug wordt daarmee tot een minimum beperkt. Door het dempen van de Zeedoksluis komt ook de brug over de Zeedoksluis te vervallen.
A-2 Willemsoord via ZDS
B-1 BVS als schutsluis
B-2 Verplichte route pleziervaart
C Volwaardige vaarroute
D Natte Dok als zoetwaterhaven
Doorstroming over land
A-1 BVS als keersluis
Aanvullend op bovenstaande komen de brugopeningen van de Ravelijnbrug, welke bij een gelijke doorvaarthoogte even vaak als de Van Kinsbergenbrug open gaat. Hiermee stagneert het wegverkeer van en naar de TESO-haven. Hiertegenover staat dat wegverkeer van en naar de TESO-haven niet hoeft te wachten voor de brug over de Zeedoksluis. Dit wordt gelijk gesteld aan de huidige situatie. Om deze redenen wordt scenario D als neutraal (0) beoordeeld. Mogelijk krijgt de Ravelijnbrug een hoge doorvaarthoogte. Indien dit het geval is kan enkel ‘varend erfgoed’ niet onder de brug door en vervalt daarmee grotendeels het effect van de Ravelijnbrug op de doorstroming.
0/–
0
0/–
0/–
0/–
0
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
39/73
4.4.2
Doorstroming over water
De doorstroming over water wordt beperkt door het enkelstrooksprofiel (paragraaf 4.4.5.) bij bruggen en sluizen. Hierdoor ontstaat wachttijd voor vaarverkeer. De capaciteit van de omvaarroute en de brugopeningen zijn in Onderzoek omvaarroute KVSS 2019 onderzocht en gesimuleerd met het model SIVAK. De simulatie houdt rekening met de afmetingen van sluizen en bruggen, de afmetingen van het vaarwegvak en de vaarsnelheid. Ook de invloed van getij en de bedieningstijden van sluizen en bruggen (excl. Ravelijnbrug) is meegenomen. Er wordt uitgegaan van twee situaties: 1. Omvaarsituatie (mix pleziervaart en beroepsvaart): tijdelijk al het vaarverkeer via Jachthaven Willemsoord. Geen vaarverkeer via Koopvaardersschutsluis. Deze situatie is niet geheel gelijk aan scenario’s A1, B1 en C omdat de Koopvaardersschutsluis in gebruik blijft, maar wordt voor dit onderzoek hiervoor wel als uitgangspunt gehanteerd. 2. Eindsituatie (pleziervaart en beroepsvaart gescheiden): pleziervaart via Jachthaven Willemsoord, beroepsvaart via Koopvaardersschutsluis. Dit is nagenoeg gelijk aan de scenario’s B2 en D. In tabel 2 is de gemiddelde passeertijd in minuten weergegeven, tussen de Koopvaardersschutsluis en de Nieuwe Haven, via Willemsoord. Het betreft de extra vaartijd ten opzichte van de huidige situatie. Tabel 2. Gemiddelde extra passeertijd in minuten. Omvaarsituatie
Eindsituatie
Beroeps
Plezier
Beroeps
Plezier
Reguliere week
110
45
-6
14
Pinksteren
110
44
-4
14
Zomerweek
138
42
-20
11
Uit bovenstaande tabel blijkt dat het scheiden van beroepsvaart en pleziervaart (eindsituatie) voor de beroepsvaart een kortere vaartijd oplevert. Voor pleziervaart wordt de extra vaartijd maximaal 14 minuten, waarbij ze de mogelijkheid hebben om aan te meren in Jachthaven Willemsoord of de overige te passeren aanlegvoorzieningen. Voor de omvaarsituatie is de toename voor beroepsvaart aanzienlijk. Dit komt door het manoeuvreren in de relatief krappe vaarweg via de Boerenverdrietsluis en jachthaven Willemsoord, maar ook door het beperkt openstaan van de Zeedoksluis (bij NAP -0,6m tot NAP +0,6m). Dit is noodzakelijk voor het passeren van beroepsvaart langer dan 31 meter. De kanttekening die hierbij moet worden geplaatst is dat in de situatie van dit onderzoek de Koopvaardersschutsluis in bedrijf blijft tijdens de omvaarsituatie. De getallen zullen minder hoog (en daarmee gunstiger) uitvallen. Tevens is de Ravelijnbrug niet meegenomen in deze simulatie. Aanvullend op de omvaartijd zal in de omvaarsituatie het aantal en de duur van openingen van de Van Kinsbergenbrug en de Zeedoksluisbrug toenemen. Dit neemt bij de Moormanbrug af. Scenario A1 – Vaarroute Willemsoord voor kleine schepen en pleziervaart, BVS als keersluis Scenario A1 gaat uit van het mengen van beroepsvaart en pleziervaart. Dit levert zowel voor beroepsvaart als pleziervaart een aanzienlijk langere vaartijd op.
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
40/73
De verwachting is dan ook dat een deel van de beroepsvaart gebruik blijft maken van de Koopvaardersschutsluis, aangezien beroepsvaart niet aanmeert in Jachthaven Willemsoord. Pleziervaart ondervindt echter ook de negatieve effecten van dit scenario: het varen via Jachthaven Willemsoord levert een aanzienlijk langere vaartijd op, onder andere door het schutregime van de sluizen en de openingen van de bruggen. Omdat in de praktijk een groot deel van de beroepsvaart deze route niet zal nemen, wordt dit scenario als beperkt negatief (0/–) beoordeeld. Scenario A2 – Willemsoord bereikbaar via Zeedoksluis Dit scenario is gelijk aan de huidige situatie. Om deze reden scoort scenario A2 neutraal (0). Scenario B1 – Vaarroute Willemsoord voor kleine schepen en pleziervaart, BVS als schutsluis Scenario B1 gaat uit van het mixen van beroepsvaart en pleziervaart. Dit levert zowel voor beroepsvaart als pleziervaart een aanzienlijk langere vaartijd op. De verwachting is dan ook dat een deel van de beroepsvaart gebruik blijft maken van de Koopvaardersschutsluis, aangezien beroepsvaart niet aanmeert in Jachthaven Willemsoord. Pleziervaart ondervindt echter ook de effecten van dit scenario: het varen via Jachthaven Willemsoord levert een aanzienlijk langere vaartijd op, onder andere door het schutregime van de sluizen en de openingen van de bruggen.
Omdat in de praktijk een groot deel van de beroepsvaart deze route niet zal nemen, wordt dit scenario als beperkt negatief (0/–) beoordeeld. Scenario B2 – Vaarroute Willemsoord voor pleziervaart Scenario B2 gaat uit van het scheiden van beroepsvaart en pleziervaart. Conform tabel 2 levert dit voor de beroepsvaart tijdswinst op. Voor de pleziervaart wordt een minimale extra vaartijd van 11 minuten ingeschat. Hierbij krijgt pleziervaart echter wel de mogelijkheid om aan te meren in Jachthaven Willemsoord of één van de andere te passeren aanmeervoorzieningen. Aanvullend hierop kan er extra vertraging optreden als gevolg van het schutregime om zoutindringing te voorkomen (zie paragraaf 4.3.1.). Op voorhand is niet bepaald of beroepsvaart of pleziervaart prioriteit heeft op de vaarwegen in het projectgebied. Omdat voor de beroepsvaart tijdwinst wordt behaald en voor pleziervaart tijdsverlies (met in achtneming dat pleziervaart vaak geen ‘haast’ heeft), scoort dit scenario beperkt positief (0/+). Scenario C – Volwaardige vaarroute Willemsoord Scenario C gaat uit van het mengen van beroepsvaart en pleziervaart. Dit levert zowel voor beroepsvaart als pleziervaart een aanzienlijk langere vaartijd op. De verwachting is dan ook dat een deel van de beroepsvaart gebruik blijft maken van de Koopvaardersschutsluis, aangezien beroepsvaart niet aanmeert in Jachthaven Willemsoord.
Pleziervaart ondervindt echter ook de effecten van dit scenario: het varen via Jachthaven Willemsoord levert een aanzienlijk langere vaartijd op, onder andere door het schutregime van de sluizen en de openingen van de bruggen. Omdat in de praktijk een groot deel van de beroepsvaart deze route niet zal nemen, wordt dit scenario als beperkt negatief (0/–) beoordeeld.
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
41/73
Scenario D – Natte Dok als zoetwaterhaven
4.4.3
A-2 Willemsoord via ZDS
B-1 BVS als schutsluis
B-2 Verplichte route pleziervaart
C Volwaardige vaarroute
D Natte Dok als zoetwaterhaven
Doorstroming over water
A-1 BVS als keersluis
Scenario D gaat uit van het scheiden van beroepsvaart en pleziervaart in de Koopvaardersbinnenhaven. Voor de pleziervaart geldt dat er geen doorgaande route is via de Koopvaardersbinnenhaven. Conform tabel 2 levert dit in de basis voor de beroepsvaart tijdswinst op. Een neveneffect is echter dat pleziervaart die naar het wad wil, alsnog gebruik maakt van de Koopvaardersbinnenhaven. Tevens ontstaat bij de Koopvaardersschutsluis het knooppunt voor pleziervaart om voor het wad of voor Willemsoord te kiezen en vice versa. De verwachting is dat dit leidt tot een beperkt langere vaartijd voor beroepsvaart. Om deze reden scoort dit scenario beperkt negatief (0/–).
0/–
0
0/–
0/+
0/–
0/–
Bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer over land
Met bereikbaarheid van gemotoriseerd verkeer over land wordt inzichtelijk gemaakt in hoeverre een scenario er toe leidt dat wegverkeer een andere route moet nemen, in welke mate deze route langer of korter is dan de huidige (meest gebruikte) route en in hoeverre deze route relevante plekken ontsluit. De grootste verandering in de wijdere omgeving van Willemsoord en het Helderse havengebied vindt niet plaats als gevolg van de scenario’s voor de vaarroute, maar door ontwikkelingen in de infrastructuur in opdracht van de provincie Noord-Holland en de gemeente Den Helder. Het realiseren van de Ravelijnbrug en het verplaatsen van de Moormanbrug zorgt voor een nieuwe verkeersstructuur, waarbij met name het verkeer van en naar de TESO-haven een andere route gaat rijden. Op het Nieuwe Diep zal de verkeersintensiteit toenemen. Dit wordt de basisroute voor wegverkeer van en naar de TESO-haven. Scenario’s A1, A2, B1, B2, C en D
A-2 Willemsoord via ZDS
B-1 BVS als schutsluis
B-2 Verplichte route pleziervaart
C Volwaardige vaarroute
D Natte Dok als zoetwaterhaven
Bereikbaarheid over land
A-1 BVS als keersluis
De verschillende scenario’s hebben allen geen gevolgen voor de verkeersstructuur en routes in het gebied. Om deze reden scoort elk scenario neutraal (0).
0
0
0
0
0
0
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
42/73
4.4.4
Bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer over water
Met bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer over water wordt inzichtelijk gemaakt in hoeverre een scenario er toe leidt dat vaarverkeer een andere route moet nemen, in welke mate deze route langer of korter is dan de huidige route en in hoeverre deze route relevante plekken ontsluit. Scenario A1 – Vaarroute Willemsoord voor kleine schepen en pleziervaart, BVS als keersluis In scenario A1 varen kleine schepen en pleziervaart via Willemsoord. De route passeert één sluis (Zeedoksluis of Boerenverdrietsluis) en twee bruggen (Ravelijnbrug, Zeedoksluisbrug) meer dan de huidige route, maar ontsluit wel Jachthaven Willemsoord. Dit is geen verplichte route. Het voordeel van dit scenario is dat bij storing aan de Koopvaardersschutsluis een deel van het vaarverkeer kan omvaren langs Willemsoord. Tevens kan de jachthaven verlaten worden wanneer storing is aan de Zeedoksluis. Scenario A1 wordt vanwege de voordelige effecten positief (+) beoordeeld. Scenario A2 – Willemsoord bereikbaar via Zeedoksluis Dit scenario is gelijk aan de huidige situatie, met het verschil dat Willemsoord in noodsituaties weer bereikbaar is via een gemechaniseerde Boerenverdrietsluis. Om deze reden scoort scenario A2 beperkt positief (0/+). Scenario B1 – Vaarroute Willemsoord voor kleine schepen en pleziervaart, BVS als schutsluis In scenario B1 varen kleine schepen en pleziervaart via Willemsoord.
De route passeert één sluis (Zeedoksluis of Boerenverdrietsluis) en twee bruggen (Ravelijnbrug, Zeedoksluisbrug) meer dan de huidige route, maar ontsluit wel Jachthaven Willemsoord. Dit is geen verplichte route. Het voordeel van dit scenario is dat bij storing aan de Koopvaardersschutsluis een groot deel van het vaarverkeer kan omvaren langs Willemsoord. Tevens kan de jachthaven verlaten worden wanneer storing is aan de Zeedoksluis. Scenario B1 wordt vanwege de voordelige effecten positief (+) beoordeeld. Scenario B2 – Vaarroute Willemsoord voor pleziervaart In scenario B2 varen kleine schepen en pleziervaart via Willemsoord. De route passeert één sluis (Zeedoksluis of Boerenverdrietsluis) en twee bruggen (Ravelijnbrug, Zeedoksluisbrug) meer dan de huidige route, maar ontsluit wel Jachthaven Willemsoord. Dit is een verplichte route voor pleziervaart. Het voordeel van dit scenario is dat bij storing aan de Koopvaardersschutsluis een deel van het vaarverkeer kan omvaren langs Willemsoord. Tevens kan de jachthaven verlaten worden wanneer storing is aan de Zeedoksluis. Scenario B2 wordt vanwege het feit dat pleziervaart geen keuze wordt gesteld in de vaarroute beperkt positief (0/+) beoordeeld. Scenario C – Volwaardige vaarroute Willemsoord In scenario C varen beroepsvaart en pleziervaart via Willemsoord.
De route passeert één sluis (Zeedoksluis of Boerenverdrietsluis) en twee bruggen (Ravelijnbrug, Zeedoksluisbrug) meer dan de huidige route, maar ontsluit wel Jachthaven Willemsoord. Dit is geen verplichte route, er is voor al het scheepvaartverkeer meerdere routes mogelijk. Het voordeel van dit scenario is dat bij storing aan de Koopvaardersschutsluis het vaarverkeer kan omvaren langs Willemsoord. Tevens kan de jachthaven verlaten worden wanneer storing is aan de Zeedoksluis. Belangrijke kanttekening hierbij is dat schepen groter dan 31 meter enkel door de Zeedoksluis kunnen als deze in zijn geheel openstaat. Scenario C wordt vanwege de meerdere voordelige effecten positief (+) beoordeeld.
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
43/73
Scenario D – Natte Dok als zoetwaterhaven
4.4.5
A-2 Willemsoord via ZDS
B-1 BVS als schutsluis
B-2 Verplichte route pleziervaart
C Volwaardige vaarroute
D Natte Dok als zoetwaterhaven
Bereikbaarheid over water
A-1 BVS als keersluis
In scenario D is het niet mogelijk vanuit het Natte Dok rechtstreeks naar de Nieuwe Haven te varen, passanten kunnen niet direct de zee op en vice versa. Dit heeft een negatief effect op aanliggende bedrijven. Tevens zijn de kades van Buitenveld per schip enkel via de route via de Koopvaardersschutsluis en Koopvaardersbinnenhaven te bereiken, dit is aanzienlijk omvaren. Al het scheepvaartverkeer van en naar het wad gaat via de Koopvaardersschutsluis, deze sluis gaat vaker schutten, ook voor pleziervaart. Er geen alternatieve route bij storingen of werkzaamheden aan de Koopvaardersschutsluis. Daarmee verslechtert de situatie ten opzichte van de huidige situatie. In geval van nood is het in de huidige situatie mogelijk om de route via het Natte Dok als noodroute te hanteren. Om deze reden wordt scenario D negatief (–) beoordeeld.
+
0/+
+
0/+
+
–
Nautische veiligheid
Met nautische veiligheid wordt bedoeld in welke mate het scenario veilig is voor scheepvaartverkeer. Er is onderscheid gemaakt in het passeren van schepen onderling, bochtstralen, wachtvoorzieningen en het gebruik van de sluizen en bruggen. Ten behoeve van de nautische veiligheid zijn de onderstaande uitgangspunten gehanteerd: •
Maatgevende scheepvaart ‘kleine schepen’: maximale lengte van 55 meter, bij 6,60 meter breed. Dit is gelijk aan CEMT klasse II.
•
Maatgevende scheepvaart ‘grote schepen’: maximale lengte van 85 meter, bij 9,50 meter breed. Dit is gelijk aan CEMT klasse IVa M6.
•
Maatgevende scheepvaart ‘pleziervaart’: maximale lengte van ca. 30 meter.
•
Huidig vaarwegprofiel: toegespitst op CEMT klasse II, Boerenverdriet maatgevend.
Vaarwegprofiel (passeren van schepen onderling) Het vaarwegprofiel vanaf jachthaven Willemsoord tot het Noordhollandsch Kanaal is geschikt voor vaarwegklasse CEMT II (Onderzoek KVSS 2019). Vanwege de beperkte afmetingen van de vaarweg, de aanwezige afmeervoorzieningen langs de Koopvaardersbinnenhaven en de aanwezige bocht in dit tracé is het noodzakelijk om hier een enkelstrooksprofiel te laten gelden. Conform de Richtlijn Vaarwegen 2020 (RVW2020) kan in uitzonderlijke gevallen voor korte vaarwegvakken (niet langer dan 2 kilometer), met een lage verkeersintensiteit van de maatgevende schepen (minder dan 5000 passerende schepen per jaar) een enkelstrooksprofiel worden toegepast. Dit betekent dat beroepsvaart maar in één richting tegelijkertijd is toegestaan. Voor het betreffende tracé is de lengte korter dan 2 kilometer, namelijk ca. 1 kilometer, en de intensiteit naar verwachting lager dan 5000 passerende schepen per jaar. De exacte hoeveelheid is onbekend.
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
44/73
Het enkelstrooksprofiel heeft een diepte van 3,6 – 3,9 meter en een breedte van 19,0 meter op het kielvlak en 7,5 meter op het bodemvlak. Inhalen is voor beroepsvaart (onderling) niet mogelijk. Het enkelstrooksprofiel is enkel van toepassing wanneer kleine en grote schepen gebruik maken van deze route, voor pleziervaart is dit profiel niet van toepassing. Het enkelstrooksprofiel zorgt ervoor dat het maatgevende schip veilig kan varen met een beperkte snelheid. In de huidige situatie geldt er op het binnenwater geen enkelstrooksprofiel en is er daarmee ook geen scheepvaartbegeleiding. Om het enkelstrooksprofiel in de praktijk te laten functioneren en daarmee het scheepvaartverkeer veilig af te wikkelen, is scheepvaartbegeleiding een vereiste. Aanvullend hierop is het aanpassen van scheepvaartbebording langs de vaarweg noodzakelijk. Mogelijkerwijs zou de taak van scheepvaartbegeleiding neergelegd kunnen worden bij Port of Den Helder (als uitbreiding van de taak van brug- en/of sluiswachters), de Rijkshavenmeester of de provincie NoordHolland. Bochtstralen Voor het kunnen functioneren van de vaarroute moeten de beroepsvaart voldoende ruimte hebben om de bochten te kunnen maken die op de route liggen. Het kritieke punt hierin ligt nabij jachthaven Willemsoord, ter plaatse van de draai van de Zeedoksluis naar de Boerenverdrietsluis en vice versa.
In het onderzoek naar Omvaarroute KVSS 2019 is een schematisering naar de manoeuvreerruimte van een CEMT Klasse IV M6 schip opgesteld. Er is rekening gehouden met de Richtlijn vaarwegen 2017 (de Richtlijn vaarwegen 2020 betreft voornamelijk een aanvulling op rivieren) en een scheepslengte van maximaal 93 meter. Uit de analyse blijkt dat de bocht gemaakt kan worden, waarbij geldt dat de schepen gebruik maken van zowel de boegschroeven als de hoofschroef. Het draaien kan worden vereenvoudigd door middel van een draaipaal. Het is noodzakelijk om de vooraan gelegen steigers te verplaatsen naar elders in het Natte Dok. Het Onderzoek KVSS 2019 is nog steeds toepasbaar voor deze situatie, omdat de situatie in de tussengelegen tijd niet gewijzigd is. Verder doen zich op de vaarroute geen problemen voor met bochtstralen. Dit geldt tevens voor de pleziervaart: er zijn geen belemmeringen in het kader van bochtstralen.
Figuur 18. Bocht naar Zeedoksluis (rechts). Linksboven de steigers die verplaatst moeten worden.
Wachtvoorzieningen Nieuwe wachtvoorzieningen Om het enkelstrooksprofiel te laten werken is het een vereiste om het scheepvaartverkeer zoveel als mogelijk door te laten varen. Omdat dit in de praktijk niet altijd optimaal afgestemd kan worden is het noodzakelijk om over voldoende wachtvoorzieningen te beschikken, zowel voor de Zeedoksluis als (in het gebied) voor de Koopvaardersschutsluis.
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
45/73
•
•
Aan de noordzijde zijn er meerdere opties: •
Realiseren van wachtplaatsen in de Nieuwe Haven door middel van meerpalen. Er is geen mogelijkheid om het schip te kunnen verlaten.
•
Gebruik maken van wachtplaatsen in het Nieuwe Diep, nabij de Moormanbrug (zie figuur 19). Vanwege het passeren van de brug en het keren op het Nieuwe Diep is deze optie minder geschikt.
•
Wachten op zee. Dit is geen optie bij slecht weer. Bij slecht weer is de Zeedoksluis dicht en is er juist behoefte aan wachtplaatsen. Hiermee is deze optie minder geschikt.
Aan de zuidzijde zijn enkele mogelijkheden voorhanden: •
Realiseren van wachtplaatsen in het gebied tussen de Koopvaardersschutsluis en de Koopvaardersbinnenhaven (zie figuur 19). Hier is beperkt ruimte en mogelijk enkel voor pleziervaart of kleine schepen. Een alternatief is wachten op het Noordhollandsch Kanaal. Voor beide locaties geldt een wachtgelegenheid door middel van meerpalen. Er is geen mogelijkheid het schip te verlaten.
Voor de bovenstaande mogelijkheden geldt dat er geen analyse is gedaan naar de benodigde ruimte die een schip nodig heeft om aan te meren en te manoeuvreren. De verwachting is dat voor pleziervaart en kleine schepen er voldoende ruimte is tot wachten. Voor grote schepen wordt dit lastiger. Indien de huidige vaarroute niet beschikbaar is kunnen deze schepen gebruikmaken van de huidige wachtvoorzieningen.
Figuur 19. Nieuwe wachtlocaties in het zwart, aanvullend op de Nieuwe Haven. De huidige wachtlocaties zijn weergegeven in het blauw.
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
46/73
Huidige wachtvoorzieningen Ten aanzien van huidige wachtvoorzieningen doen zich enkele knelpunten voor wanneer beroepsvaart gebruikt maakt van vaarroute Willemsoord. Volgens Onderzoek KVSS 2019 leidt het manoeuvreren van grote schepen in Jachthaven Willemsoord tot stroming en daarmee tot te veel beweging van aangemeerde boten. Hierdoor is er een kans op schade aan de betreffende boten. Daarnaast is er een aanvaringsrisico voor de steiger. Het is noodzakelijk om de vooraan gelegen steigers te verplaatsen naar elders in het Natte Dok. Aan de oostzijde van de Zeedoksluis liggen schepen van Peterson. Deze schepen liggen dubbel aangemeerd. Hiermee is het doorvaartprofiel klein en is er geen mogelijkheid om hier te wachten om door de Zeedoksluis heen te gaan. Tevens liggen er regelmatig schepen in de fuik aangemeerd. Dit is niet gewenst. Voor het gebruik maken van huidige wachtvoorzieningen (figuur 19) zijn beperkt opties: •
Wachtplaatsen aan de noordzijde in de trechter voor de Zeedoksluis voor schepen tot 65 meter lang. Schepen aan beide zijden tegelijkertijd is niet mogelijk, dan wordt de ingang van de sluis geblokkeerd.
•
De wachtplaatsen voor de Koopvaardersschutsluis zijn bedoeld voor deze schutsluis en in principe niet voor vaarverkeer voor vaarroute Willemsoord. Wanneer de huidige route (via de Koopvaardersschutsluis) gestremd is, kan gebruik worden gemaakt van deze wachtplaatsen.
•
Er is geen wachtgelegenheid voor beroepsvaart in het Natte Dok.
In dit onderzoek zijn de bedientijden van bruggen en het schutregime van sluizen niet onderzocht. Het is wel voor te stellen dat deze gewijzigd moeten worden bij inwerking treden van vaarroute Willemsoord. De bedientijden en het schutregime zijn van wezenlijk belang voor met name de nautische veiligheid. Bij een te lage frequentie zullen de wachttijden toenemen en daarmee ook de vraag naar wachtplaatsen. De wachtplaatsen zijn dus zeer relevant voor de nautische veiligheid. Een simulatie van de nieuwe situatie kan knelpunten in kaart brengen en een optimalisatie inzichtelijk maken van de bedientijden en het schutregime van bruggen en sluizen. Gebruik van de sluizen en bruggen Zeedoksluis De Zeedoksluis schut schepen tussen de Nieuwe Haven en jachthaven Willemsoord. In de huidige situatie staat in juli en augustus de sluis open als het buitenwater tussen NAP -0,6m tot NAP +0,6m staat. Op deze momenten kunnen schepen zonder hinder de Zeedoksluis passeren. Als het buitenwater lager dan NAP -0,6m en hoger dan NAP +0,6m staat werkt de Zeedoksluis als schutsluis. Schepen korter dan 31 meter kunnen dan worden geschut. Voor de permanente vaarroute via Willemsoord is het van belang dat schepen (vooral beroepsvaart) zoveel als mogelijk kunnen doorvaren, en dat de momenten waarop de Zeedoksluis open is optimaal worden benut. Op het moment dat dit niet het geval is moeten schepen wachten.
Dit leidt tot hinder op de vaarroute en dat is in het kader van nautische veiligheid niet gewenst. Afgelopen jaar hebben zich een tweetal incidenten voorgedaan tussen pleziervaart en beroepsvaart, waarbij één aanvaring is ontstaan en één bijna aanvaring.
Figuur 20. Situatie voor Zeedoksluis (zeezijde) (Verkeersdienst, Koninklijke Marine).
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
47/73
Scheepvaartbegeleiding zorgt voor een vlotte en veilige doorvaart voor scheepvaartverkeer. Aanvullend daarop zou onderzocht kunnen worden of het tijdsvenster waarin de Zeedoksluis geopend is vergroot zou kunnen worden. Een peilvariatie naar NAP -0,8m tot NAP +0,8m tot N.A.P. +0,8 meter zou leiden tot 2 x 7,5 minuten per eb/vloed extra, wat circa een halfuur per etmaal oplevert. Hiermee neemt het gebruiksgemak toe, maar de capaciteit van de vaarroute wordt er niet wezenlijk groter door. Een grotere peilvariatie dient nader te worden onderzocht. De Zeedoksluisbrug heeft een doorvaartbreedte gelijk aan de breedte van de Zeedoksluis. Dit betreft 20,1 meter. Boerenverdrietsluis In de huidige situatie is de Boerenverdrietsluis niet functioneel en zit de keersluis permanent dicht. Door de sluis te mechaniseren en de bediening te laten verlopen vanaf de sluiswachterspost van de Zeedoksluis (of eventueel de Koopvaardersschutsluis), kan het openen en sluiten van de sluis veilig worden uitgevoerd. Hiermee kan ook het juiste moment van openen/sluiten worden bepaald, waardoor aansluiting gezocht kan worden bij de scheepvaartbegeleiding. De Boerenverdrietsluis heeft een doorvaartbreedte van 17 meter. Van Kinsbergenbrug Met een breedte van 17 meter kan de Van Kinsbergenbrug in principe de afmetingen van alle schepen (uit dit onderzoek) die gebruik maken van de vaarroute verwerken.
Mocht blijken dat hier incidenteel een schip bij zit die de Van Kinsbergenbrug niet kan passeren, dan zou dit schip via de Koopvaarderschutsluis kunnen varen. Het is van belang om door middel van scheepvaartbebording aan te geven wat de maximale afmetingen zijn om de brug te kunnen passeren. Scenario A1 – Vaarroute Willemsoord voor kleine schepen en pleziervaart, BVS als keersluis Scenario A1 gaat uit van tweerichtingsverkeer voor plezier- en beroepsvaart. Vanwege het enkelstrooksprofiel voor beroepsvaart leidt dit tot hoge wachttijden. De wachtvoorzieningen zijn naar verwachting ontoereikend, waardoor dit leidt tot onveilige situaties. Om deze reden wordt scenario A1 negatief (–) beoordeeld. Scenario A2 – Willemsoord bereikbaar via Zeedoksluis Bij scenario A2 gaat alleen de pleziervaart door de Zeedoksluis. Er zijn weinig wachtplaatsen beschikbaar, dit is in de huidige situatie ook het geval. Daarnaast zijn er mogelijkheden om wachtplaatsen te realiseren. Omdat er geen signalen zijn dat de huidige situatie tot onveilige situaties leidt, wordt scenario A2 neutraal (0) beoordeeld. Scenario B1 – Vaarroute Willemsoord voor kleine schepen en pleziervaart, BVS als schutsluis Scenario B1 gaat uit van eenrichtingsverkeer voor plezier- en beroepsvaart. Dit sluit aan bij het enkelstrooksprofiel. Naast de Zeedoksluis wordt ook de Boerenverdrietsluis een schutsluis.
Vanwege de dubbele schutsluis wordt verwacht dat wachttijden toenemen. De wachtvoorzieningen zijn naar verwachting ontoereikend, waardoor het risico ontstaat op onveilige situaties, ook wanneer het vaarverkeer – zoals in dit scenario – allen vanaf één kant komt. Dit scenario wordt beoordeeld als negatief (–).
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
48/73
Scenario B2 – Verplichte route pleziervaart Scenario B2 gaat uit van enkel pleziervaart. Voor pleziervaart geldt geen enkelstrooksprofiel, dus vaarverkeer kan elkaar passeren. Hiermee is de vaarroute vanuit zowel het noorden als het zuiden toegankelijk. Het aantal wachtplaatsen voor pleziervaart is beperkt. Ondanks dat in dit scenario een dubbele schutsluis zit (Boerenverdrietsluis en Zeedoksluis), is de verwachting dat de wachttijden beperkt zijn (zie paragraaf 4.4.2.). Pleziervaart manoeuvreert makkelijker en heeft minder ruimte nodig voor een wachtplaats. Als er wel gewacht moet worden dan zouden er gedurende het wachten – met name bij een grote hoeveelheid vaarverkeer – onveilige situaties kunnen ontstaan. Om deze reden wordt dit scenario beperkt negatief beoordeeld (0/–). Scenario C – Volwaardige vaarroute Willemsoord Scenario C gaat uit van een volwaardige vaarroute vanuit twee richtingen voor pleziervaart en beroepsvaart. Het enkelstrooksprofiel, de dubbele schutsluis en het aantal beschikbare wachtplaatsen leidt naar verwachting tot opstoppingen. Grote schepen kunnen (theoretisch) de bocht van de Boerenverdrietsluis naar de Zeedoksluis (en vice versa) maken, maar dit komt erg nauw. In combinatie met de verwachtte opstoppingen is er een groot risico op onveilige situaties. Scenario C wordt om deze reden als zeer negatief beoordeeld (– –).
A-2 Willemsoord via ZDS
B-1 BVS als schutsluis
B-2 Verplichte route pleziervaart
C Volwaardige vaarroute
D Natte Dok als zoetwaterhaven
Nautische veiligheid
A-1 BVS als keersluis
Scenario D – Natte Dok als zoetwaterhaven Scenario D gaat uit van een doodlopende route voor pleziervaart, met de Boerenverdrietsluis als keersluis. Vanuit het Natte Dok is het niet mogelijk om de Nieuwe Haven te bereiken. Er worden nauwelijks wachttijden verwacht en er doen zich geen problemen voor met bochtstralen, sluizen en bruggen. Naar verwachting zijn de wachtvoorzieningen toereikend. Voor pleziervaart zal de Koopvaardersschutsluis het knooppunt worden om het wad op te gaan, naar Willemsoord te varen of verder Noord Holland in te varen. Hier vindt vanaf diverse zijden menging plaats tussen pleziervaart en beroepsvaart, met het risico op nautisch onveilige of drukke situaties. Om deze reden scoort dit scenario beperkt negatief (0/–).
–
0
–
0/–
––
0/–
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
49/73
4.5
Toekomstbestendigheid
4.5.1
Ontwikkelingen (korte termijn)
Voor de ontwikkelingen die op korte termijn gaan plaatsvinden wordt getoetst de mate waarin het scenario aansluit op andere ruimtelijke plannen en ontwikkelingen in en rondom het Helderse havengebied. Dit kan vastgoedontwikkeling zijn, ontwikkeling van het Maritiem Cluster of bijvoorbeeld plannen voor infrastructuur en openbare ruimte. Er worden enkel plannen meegenomen die daadwerkelijk tot uitvoering worden gebracht, te weten: •
Ontwikkeling Buitenveld.
•
Herinrichting Museumhaven.
•
Herinrichting Willemsoord.
•
Herinrichting veerhaven TESO.
•
Verplaatsing Moormanbrug.
•
Nieuwe Ravelijnbrug.
Ontwikkeling Buitenveld Locatie Buitenveld gaat Defensie ontwikkelen naar een modern, comfortabel en duurzaam legeringscomplex. Het dient als groei van de marinebasis en stimulans voor de maritieme stadsontwikkeling en economische havenontwikkeling (bron: Defensie). Op onderstaande afbeelding is een impressie van de plannen weergegeven.
Figuur 21. Indicatieve weergave Buitenveld (Boordplaatsers Buitenveld resideren straks naast bruisend stadshart | 09 | Alle Hens).
Ten aanzien van de ontwikkeling Buitenveld zijn er een tweetal raakvlakken: 1. De kades rondom het terrein zijn in slechte staat. Deze worden op korte termijn door Defensie vervangen. Mocht vaarroute Willemsoord worden gerealiseerd met de transformatie van de Boerenverdrietsluis naar een schutsluis, ontstaat er een raakvlak met de nieuwe kades. De vaarroute wordt namelijk niet op korte termijn gerealiseerd. In dat geval is het noodzakelijk de reeds nieuwe kades aan te passen of te vernieuwen ten behoeve van de realisatie van de schutsluis.
Sweco | Haalbaarheidsonderzoek Vaarroute Willemsoord Een scenariostudie Projectnummer 51025681 Datum 13-06-2025
Versie D2
Documentreferentie NL25-648800269-133296
50/73
2. Aanmeerplekken langs de noordwestelijke kade van het perceel. Wanneer de aangemeerde boten (te) lang zijn en tot dicht bij de entree van de Zeedoksluis liggen, kan dit beperkend werken voor het vaarverkeer. Er is dan minder ruimte over om te manoeuvreren, wat mogelijkerwijs kan leiden tot aanvaringen. Herinrichting Museumhaven Enkel het oostelijk deel van de Museumhaven heeft een raakvlak met vaarroute Willemsoord. Het betreft hier voornamelijk de reparatiekade, welke in het Boerenverdriet ligt. In het geval van het transformeren van de Boerenverdrietsluis als keersluis naar een schutsluis, dient de reparatiekade te worden verplaatst. Deze maatregel is reeds beoordeeld in paragraaf 4.1.1. in deze onderzoeksrapportage. Herinrichting (Jachthaven) Willemsoord Het herinrichten van het oostelijk deel van Willemsoord (zijde Natte Dok) heeft een direct raakvlak met vaarroute Willemsoord. Zeker als rekening wordt gehouden met de wens van Jachthaven Willemsoord om het aantal ligplaatsen uit te breiden en Defensie aan de noordwestelijke kade van Buitenveld (kleine) schepen wil aanmeren. Er zijn geen signalen dat de doorvaart van de Boerenverdrietsluis naar de Zeedoksluis wijzigt. Er treedt geen effect op ten gevolge van de ontwikkelingen (herinrichting) van Willemsoord.
Herinrichting veerhaven TESO Onderdeel van het herinrichten van de TESO-veerhaven is een nieuwe aanrijroute voor het verkeer van- en naar de veerhaven. Deze ontwikkeling is als uitgangspunt gehanteerd in dit onderzoek. Een permanente vaarroute Willemsoord geeft geen knelpunten ten aanzien van deze ontwikkeling. Verplaatsing Moormanbrug en realisatie nieuwe Ravelijnbrug Het verplaatsen van de Moormanbrug naar het zuiden en de realisatie van de nieuwe Ravelijnbrug is als uitgangspunt gehanteerd in dit onderzoek. Een permanente vaarroute Willemsoord geeft geen knelpunten ten aanzien van deze ontwikkelingen. Scenario’s A1 en A2 Voor deze scenario’s geldt dat de Boerenverdrietsluis een keersluis blijft en er enkel klein scheepvaartverkeer van de route gebruik maakt. Er doen zich niet tot nauwelijks raakvlakken voor met ontwikkelingen, vandaar dat deze scenario’s neutraal (0) scoren. Scenario’s B1 en B2 Voor de scenario’s B1 en B2 geldt dat de Boerenverdrietsluis getransformeerd wordt naar een schutsluis. Dit leidt tot een raakvlak met de kades van Buitenveld. Naar alle waarschijnlijkheid zullen deze – te zijner tijd – nieuwe kades opnieuw vernieuwd moeten worden ten gevolge van de bouw van een schutsluis. Dit raakvlak dient goed afgestemd te worden met Defensie (eigenaar Buitenveld). Om deze reden scoort deze scenario’s beperkt negatief (0/–).