Bijlagen.pdf
Tekst van het document
3.10. Visserij Visserij is een belangrijke inkomensbron voor bewoners van het Waddengebied en daarbuiten. De visserij is ingebed in de gemeenschappen en heeft naast een economische waarde ook een maatschappelijke en culturele waarde. Het deelprogramma Visserij richt zich op het versterken van de positie van de beroepsmatige visserij in het Waddengebied waarbij volop ruimte blijft voor natuur. In het verlengde van de strategieën uit de Agenda werken we in het deelprogramma Visserij vanuit drie veranderdoelen: 1. De toekomst van de visserij in het Waddengebied zeker stellen 2. Beter samenwerken met natuurorganisaties en natuurbeheerders 3. Meebewegen met de natuur, de seizoenen en de oogstmogelijkheden in de Waddenzee Hier gaan we mee aan de slag In dit deelprogramma werken de partijen in de periode 2021-2026 aan de volgende initiatieven: UP19. Waddenzee Visserij Platform De sector heeft in 2020 het initiatief genomen om het Waddenzee Visserij Platform op te richten waarin de sector samen met de natuurorganisaties aan een gezamenlijke toekomstvisie voor de gehele Waddenzeevisserij werkt.
17
Andere initiatieven in dit Uitvoeringsprogramma die bijdragen aan de veranderdoelen van dit deelprogramma zijn onder meer: - Green shipping (UP16). - Maritieme ontwikkeling havenplaatsen (UP14). - Handelen vanuit ecologische principes (UP1). - Natuurbeheer, -herstel en -ontwikkeling (UP2). - Onderzoek ecologische effecten klimaatverandering (UP8). - Organisatie kennishuishouding en opstellen Kennisagenda (UP22). Andere relevante initiatieven buiten dit Uitvoeringsprogramma waar we de verbinding mee zoeken zijn (niet volledig): - Convenant mosseltransitie en natuurherstel. - Afspraken Viswad. - Meerjarenafspraken handkokkelvisserij. - Meerjarenafspraken oesterrapen. En hier zetten we het gesprek over voort - Sluiting van gebieden voor herstel van onderwaternatuur en streven naar een duurzame toekomstbestendige visserij. - Streven naar een geïntegreerde visserij die (ook in de vergunningverlening) kan meewegen met de natuur en de seizoenen. - Wenselijkheid van het ontwikkelen van langetermijnscenario’s voor de effecten van klimaatverandering op natuur, morfologie en het gebruik van het Waddengebied.
3.11. Overige activiteiten Naast visserij, scheepvaart, recreatie en toerisme en landbouw vinden in het Waddengebied andere activiteiten plaats, zoals (diepe) delfstofwinning en defensieactiviteiten. Ook vinden activiteiten voor calamiteitenbestrijding plaats. Het deelprogramma Overige activiteiten richt zich op deze overige activiteiten in het Waddengebied spelen. Daarbij werken we vanuit vijf veranderdoelen: 1. De negatieve impact van defensieactiviteiten op het Waddengebied verminderen. 2. De negatieve impact van diepe delfstoffenwinning in het Waddengebied verminderen. 3. De negatieve impact van calamiteiten op het Waddengebied verminderen. 4. De negatieve impact van grondstoffenwinning in de Waddenzee verminderen.
5. De negatieve impact van luchtvaartactiviteiten op het Waddengebied verminderen. Hier gaan we mee aan de slag In dit deelprogramma werken de partijen in de periode 2021-2026 aan de volgende initiatieven: UP20. Beleidsregels voor drones in het Waddengebied Het doel van dit initiatief is duidelijkheid te krijgen over regelgeving voor het vliegen met drones in het Waddengebied. De partijen gaan na of aanvullende regels nodig zijn voor drones boven de Waddenzee en de Noordzeekust als onderdeel van het nieuwe nationale beleid, om in te kunnen spelen op nieuwe mogelijkheden en tegelijk de rust en de ruimte van de Waddenzee en Noordzeekustzone te beschermen.
Andere initiatieven in dit Uitvoeringsprogramma die bijdragen aan de veranderdoelen van dit deelprogramma zijn onder meer: - Onderzoek ecologische effecten klimaatverandering (UP10). - Organisatie kennishuishouding en opstellen Kennisagenda (UP23).
UP21. Beperking risico’s grote containerschepen boven de Waddeneilanden In opdracht van het ministere van IenW is onderzoek uitgevoerd naar de risico’s van grote containerschepen boven de Waddeneilanden in verschillende weersomstandigheden. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn in het kader van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) gesprekken gevoerd met de buurlanden. De landen werken nu in IMO-verband aan een niet-dwingend voorstel voor aanpassing van de bestaande routeringsmaatregelen boven de Wadden.
Hier zetten we het gesprek over voort - De tracékeuze voor de aanlanding van windenergie die is opgewekt op de Noordzee. - Gaswinning onder de Waddenzee in de context van de nationale klimaatdoelen, het bevorderen van een betrouwbare en betaalbare energievoorziening in Nederland en het voorkomen van schade aan de natuur van de Waddenzee. - De kansen voor het beperken van de effecten van bestaande en nieuwe defensieactiviteiten op de kernwaarden van het
18
-
Waddengebied. Het benutten van slib voor klimaatadaptatie (ook buiten het Eems-Dollardgebied. Het verkennen van de wenselijkheid en mogelijkheid voor afbouw van schelpenwinning.
19
4. De UP-initiatieven uitgewerkt Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de 21 initiatieven uit hoofdstuk 3, waar de partijen in deze programmaperiode mee aan de slag gaan. De toelichtingen gaan in op de trekker van het initiatief en de betrokken partijen, het beoogde eindresultaat in 2026 is, de bijdrage aan de doelen van de Agenda, de voortgang tot nu toe en de vervolgplanning en tot slot de benodigde inzet van de partijen om de initiatieven uit te voeren, uitgedrukt in geld en capaciteit. De uitwerking is nog niet compleet. De planning en vervolgstappen zijn nog niet altijd scherp. De komende maanden vullen we dit overzicht samen met de initiatieftrekker en betrokken partijen aan. We zullen de voortgang periodiek actualiseren.
20
UP1. Handelen vanuit ecologische principes Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekker is de Coalitie Wadden Natuurlijk. Berokken is onder meer het Omgevingsberaad Wadden Korte toelichting Menselijk medegebruik en ecologie moeten beter in balans komen om de Waddennatuur te kunnen behouden en ontwikkelen. Dit initiatief draagt daaraan bij doordat partijen in een zo vroeg mogelijke fase - liefst dicht bij de stap van ideevorming naar initiatieven en liefst ver voor de stap van formele procedures - met elkaar in gesprek gaan over de passendheid van het initiatief binnen de doelstelling van het Waddengebied. Dat gebeurt in het Omgevingsberaad Waddengebied. De inzet is dat partijen voorgenomen initiatieven aanmelden bij het Omgevingsberaad voor een zogenaamde maatschappelijke toetsing, voorafgaand aan de formele vergunningverlening. Op basis van een nog te ontwikkelen kader stelt het Omgevingsberaad een preadvies voor de vergunningverlener op. Het advies gaat ook in op de cumulatieve effecten op de ecologische milieugebruiksruimte. De initiatiefnemer kan het preadvies benutten om het voorgenomen initiatief te optimaliseren. Vergunningverleners kunnen het kader en het preadvies benutten om tot een goede afweging te komen over de vergunningverlening.
Beoogd resultaat De inzet is dat een loket ontstaat dat initiatiefnemers weten te vinden voor een preadvies en dat de vergunningverlener het kader en de preadviezen goed kan hanteren en het ook daadwerkelijk benut. Bijdrage aan doelen van de Agenda Dit initiatief draagt bij aan de doelen van alle deelprogramma’s. Voortgang Nog niet gestart. Planning en vervolg Het initiatief start in 2022 en in 2023 vindt een pilot plaats. De eerste stap zijn een of meer gezamenlijke sessie(s) met betrokken partijen – stakeholders, vergunningsverleners en natuurbescherming – om te komen tot een werkwijze en een kader. Kosten en capaciteit PM
21
UP2. Natuurbeheer, -herstel en ontwikkeling Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekkers zijn de Coalitie Wadden Natuurlijk en het ministerie van LNV. Ze werken samen met de Beheerautoriteit Wadden en de beheerders in het Waddengebied. Korte toelichting In verschillende programma’s werken de partijen gezamenlijk aan actief natuurherstel: onder meer in het Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW), het Beheerplan Natura 2000, de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), het Programma Eems-Dollard 2050 (ED2050), het Investeringskader Waddengebied (IKW) en het Waddenfonds. Voor natuurbehoud en -ontwikkeling is het nodig meer rust te creëren en het menselijk medegebruik en de bodemberoering te verminderen. Daardoor verbeteren de omstandigheden voor biobouwers en onderwaterhabitats. Ook is het nodig de natuurlijke dynamiek en de ecologische samenhang te vergroten. Hiervoor zijn in het Doelendocument verschillende veranderdoelen geformuleerd. Het behalen van deze veranderdoelen is leidend voor dit initiatief, waarbij de nadruk ligt op natuurontwikkeling door rust aan de kust en op de bodem te creëren en de natuurlijke dynamiek te vergroten.
Beoogd resultaat Het resultaat is een stappenplan om de habitats in 2030 minimaal in een matige staat van instandhouding te brengen en in 2035 in een goede staat van instandhouding. De staat van het voedselweb wordt leidend voor het leveren van ecosysteemdiensten en de integrale aanpak van de kustzone is daar dienend aan.
-
Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan de doelen voor: Natuur van Wereldklasse, veranderdoelen 1 t/m 4. Voortgang Nog niet gestart. Planning In 2023 ligt er een plan van aanpak gekoppeld aan het stappenplan om de eerste drie veranderdoelen vorm te geven. Vervolg PM Kosten en capaciteit PM
22
UP 3. Programma ED2050, 2e tranche Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekker is de provincie Groningen. De provincie werkt hierbij samen met de andere opdrachtgevers van het programma ED2050: de ministeries van IenW en LNV en Rijkswaterstaat. Andere betrokken partijen zijn Groningen Seaports, de gemeenten Het Hogeland, Eemsdelta en Oldambt, de waterschappen Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest en Het Groninger Landschap.
Beoogd resultaat Het programma ED2050 heeft twee hoofddoelen (Programmaplan 2021-2026): de vertroebeling verminderen en de natuurlijke leefgebieden langs de randen van de Eems-Dollard versterken. Daarbij is omgaan met klimaatverandering en inspelen op andere opgaven in het gebied - onder meer voor landbouw en waterveiligheid - een belangrijke randvoorwaarde.
Korte toelichting De Eems-Dollard is het enig overgebleven estuarium van de Waddenzee. Het is een van de laatste plekken in Nederland waar zoet en zout water samen komen en waar de bijbehorende estuariene habitats en soorten te vinden zijn. Deze natuur staat wel onder druk. In de Eems-Dollard ondervindt de natuur invloed van industriële bedrijvigheid langs de randen van het estuarium. Door inpoldering en vaargeulverdieping is sprake van onnatuurlijk hoge concentraties slib in het water, waardoor de voedselproductie van het systeem is afgenomen en het aantal vissen, vogels en planten achteruitgaat. Daarnaast zijn er te weinig geschikte leefgebieden voor vogels, vissen en kleine bodemdieren die passen bij een estuarium.
Met het programma werken de partijen via zeven inhoudelijke strategieën aan de ecologische doelstellingen: - Het onttrekken van slib en het nuttig toepassen daarvan in onder meer dijkversterking en verbetering van landbouwgronden. - Het versterken van de buitendijks sedimentatie gecombineerd met natuurverbetering. - Het creëren van nieuwe natuurgebieden binnendijks, in combinatie met slibinvang en versterking van de beleving van het gebied. - Het verkennen van kansen om baggeren en verspreiden van zand en slib te combineren met natuurherstel of het verminderen van de impact op natuur. - Het creëren van voldoende broedgebieden en hoogwatervluchtplaatsen. - Het verkennen van de kansen voor versterking van onderwaterleven en biobouwers. - Het verbeteren en borgen van goed natuurbeheer binnen- en buitendijks.
In het Programma Eems-Dollard 2050 werken overheden, natuur- en milieuorganisaties en bedrijven samen om de natuur te herstellen en economische ontwikkelingen mogelijk te maken. De komende jaren wordt gewerkt aan het terugdringen van de vertroebeling door jaarlijks 1 mln./ton slib (droge stof) uit het systeem te onttrekken. Het onttrokken slib wordt benut voor bodemverbetering, het ophogen van landbouwgronden, dijkversterking en bouwblokken voor diverse toepassingen. Langs de randen van het estuarium vindt natuurherstel plaats door nieuwe leefgebieden en zachtere overgangen tussen land en water en zoet en zout water te creëren, in combinatie met slibinvang, recreatie en waterveiligheid. Belangrijke projecten in de 2e tranche (vanaf 2021) zijn de pilot Ophogen landbouwgrond, IBP-VLOED, MIRTverkenning Eemszijlen, de inrichting en exploitatie van het tussengebied van de Dubbele Dijk voor slibinvang, natuurherstel en zouttolerante en natte teelt, de monitoring van de Kleirijperij, de aanleg van de Brede Groene Dijk en de inrichting van de Kleine en Groote Polder.
Cruciaal in dit grensoverschrijdend gebied zijn ook de twee overkoepelde strategieën: het benutten en versterken van de samenwerking met Duitsland en een goed ondersteunend kennisprogramma. De beoogde resultaten per strategie in 2026 staan in het Programmaplan 2021-2026. Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan de volgende doelen: - Natuur van Wereldklasse, veranderdoel 6. - Havens, veranderdoelen 4 en 5. Voortgang en planning Ieder kwartaal ontvangt de Stuurgroep Economie en Ecologie in Balans een rapportage over de voortgang van de strategieën en projecten. Ieder jaar wordt een monitoringrapportage opgesteld.
23
De beoogde (tussen)resultaten in de periode 2021-2026 staan in het programmaplan. De programmahorizon is het ecologische streefbeeld in 2050. Kosten en capaciteit De programmakosten bedragen circa € 150.000,- (exclusief € 100.000,- voor het kennisprogramma) en de inzet van 7 fte door de opdrachtgevende partijen. De uitvoeringskosten van de projecten worden bekostigd uit onder meer het Waddenfonds, de PAGW, het HWBP, LIFE-IP en cofinanciering door de verschillende partners van het programma.
24
UP4. Inrichting Waddenatelier Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekker is de provincie Groningen. Andere betrokken organisaties zijn de Waddenprovincies, kustgemeenten, Waddeneilanden en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Korte toelichting De landschappelijke en cultuurhistorische waarden zijn belangrijke en unieke kwaliteiten van het Waddengebied. Naar verwachting zal de druk op deze waarden de komende jaren sterk toenemen door een toenemende vraag naar ruimte voor duurzame energie en bedrijvigheid. Dat vraagt om zorgvuldigheid bij toekomstige inpassingsvraagstukken. Het Waddenatelier kan hierbij helpen. In het Waddenatelier willen we bestaande kennis en kunde samenbrengen en optimaal benutten voor toekomstige ruimtelijke vragen in het Waddengebied. De gedachte is te komen tot versterkte samenwerking in een netwerkorganisatie. Het Waddenatelier is geen nieuw instituut, en ook geen eenmalige activiteit of evenement. In het Waddenatelier verkennen partijen samen hoe ontwikkelingen zijn in te passen door middel van ontwerpend onderzoek: hoe kan een plan de ruimtelijke kwaliteit van het Waddengebied versterken, passend bij de bestaande kwaliteiten. De Basiskaart Landschap en Erfgoed en de ruimtelijke vertrekpunten uit de Agenda voor het Waddengebied 2050 vormen hiervoor de basis. Beoogd resultaat De beoogde resultaten van het Waddenatelier zijn: 1.
Betere kwaliteit van advisering over Waddenbrede landschappelijke en cultuurhistorische vraagstukken, door:
-
2. Zorgvuldige ruimtelijke vertaling van toekomstige ontwikkelingen in het Waddengebied, rekening houdend met de bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het gebied. Concreet resultaat is een operationeel Waddenatelier in 2022. Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan de volgende doelen: - Landschap en cultureel erfgoed, veranderdoel 1. - Energietransitie, veranderdoel 1. Voortgang De provincies, kustgemeenten, eilanden, RCE en waterschappen hebben al verschillende gesprekken gevoerd. De samenwerking wordt nu verder uitgebouwd. Planning en vervolg Eind 2022 is de inrichting van het Waddenatelier voltooid. Het Waddenatelier is dan ingebed in de organisatie van de Agenda voor het Waddengebied en het Uitvoeringsprogramma. Het Waddenatelier heeft raakvlakken met de Landschapstriënnale. De samenhang wordt nog nader uitgewerkt. Uitgangspunt is dat het Waddenatelier en de Landschapstriënnale elkaar aanvullen. Kosten en capaciteit Voor het Waddenatelier gaan we uit van de inzet van kennis en kunde van de bestaande kwaliteitsteams van de Waddenprovincies en RCE. Onduidelijk is nog welke aanvullende middelen en capaciteit nodig zijn om het Waddenatelier operationeel te krijgen. Dit wordt de komende periode uitgewerkt.
Het samenbrengen van partijen met kennis over landschap, cultureel en maritiem erfgoed en ruimtelijke kwaliteit.
-
Het ontwikkelen van een kennissamenwerkingsverband dat op basis van de ruimtelijke vertrekpunten kan adviseren (expertoordeel) over toekomstige inpassingsvraagstukken in het Waddengebied.
-
Het verbeteren van de kwaliteit van besluitvorming over de ruimtelijke vraagstukken.
25
UP5. Uitwerking kernwaarden Waddengebied Initiatieftrekker en betrokkenen De initiatieftrekker, het ministerie van IenW, voert dit initiatief uit in samenwerking met de Waddenprovincies. Korte toelichting Rust, ruimte en stilte zijn belangrijke landschappelijke kernwaarden van de Waddenzee binnen het Waddengebied. Als reactie op de motie van de Kamerleden Dik-Faber en De Groot vindt een verdere uitwerking van deze kernwaarden plaats in criteria en afwegingskaders. Dat gebeurt ook voor 'duisternis' (of donkerte), omdat dit ook als belangrijke kernwaarde van de Waddenzee te beschouwen is. Voor de uitwerking van de kernwaarde ruimte sluiten we aan bij de omschrijving van ‘weidsheid/open horizon’ in de Structuurvisie Waddenzee.
Planning en vervolg De volgende stappen zijn voorzien: 1. Opstellen Plan van Aanpak: 2022. 2. Uitvoeren verkenning van de landschappelijke kernwaarden per Waddenprovincie door of met behulp van de Stichting Landschapstriënnale: 2022/2023. 3. Opstellen van criteria en afwegingskaders in samenwerking met de provinciale kwaliteitsteams en Waddenatelier i.o.: 2024; 4. Verankering van de criteria en afwegingskaders in beleid en regelgeving: 2025. Kosten en capaciteit Onderdeel van het Plan van Aanpak (stap 1) is een raming van de kosten en de benodigde capaciteit.
Beoogd resultaat Dit initiatief levert criteria op voor de kernwaarden rust, ruimte, stilte en donkerte. Hiermee ontstaat een duidelijk afwegingskader voor het beoordelen van initiatieven dat een vertaling krijgt in beleid en regelgeving. Bijdrage aan doelen van de Agenda Dit initiatief draagt bij het volgende doel: - Landschap en cultuurhistorie, veranderdoel 3. Voortgang In 2021 heeft een eerste inventarisatie plaatsgevonden van de doorwerking van de kernwaarden van het Waddengebied in beleid. Conclusie is dat er te weinig heldere (regionale) beleidskaders zijn om de kernwaarden rust, ruimte (openheid), stilte en duisternis uit te werken in criteria en een duidelijk afwegingskader. De afgelopen jaren zijn wel aanzetten en pogingen gedaan om tot verdere invulling te komen van enkele van deze kernwaarden. De Waddenprovincies geven hier op dit moment verschillend invulling aan.
26
UP 6. Duurzame mobiliteit Waddeneilanden Initiatieftrekker en betrokkenen Provincie Fryslân, het ministerie van IenW en Rijkswaterstaat zijn de initiatieftrekkers, vanwege hun verantwoordelijkheid voor de regionale bereikbaarheid, mobiliteit en de concessieverlening Waddenveren. Betrokken partijen zijn in ieder geval de eiland- en vastewalgemeenten, havens, rederijen en beheerders.
Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan de volgende doelen: - Bereikbaarheid, veranderdoelen 1, 3 en 4.
Korte toelichting De afgelopen jaren heeft het Programma naar een Rijke Waddenzee, in samenwerking met Rijkswaterstaat en andere partijen, gewerkt aan de Transitieschets Duurzame mobiliteit Waddeneilanden. Deze wordt binnenkort opgeleverd. De Transitieschets biedt handvatten om duurzame mobiliteit in het Waddengebied verder vorm te geven. Waar nuttig en mogelijk leggen de partijen daarbij een relatie met andere initiatieven en onderwerpen zoals green shipping, certificering en een reserveringssysteem voor de havens van de eilanden. Onderdeel van het initiatief zijn de acties en activiteiten voor slimmer baggeren en structureel meten en monitoren (deelprogramma Bereikbaarheid, veranderdoel 3).
Planning en vervolg De nieuwe concessie voor de Waddenveren voor de periode vanaf 2029 is een kans om een flinke slag te maken met verdere verduurzaming van de mobiliteit. Het streven is in de aanloop naar de aanbesteding (rond 2026) de juiste input te geven. Het initiatief is dan niet klaar en loopt daarna door.
Voortgang De Transitieschets is in 2021 klaar. Op basis daarvan bepalen de partijen de vervolgstappen.
Kosten en capaciteit De partijen bekijken op basis van de Transitieschets wat de vervolgstappen zijn en bepalen vervolgens de kosten en capaciteit.
Beoogd resultaat In 2026 zijn de eerste stappen naar duurzame mobiliteit gezet, met aandacht voor onder meer verduurzaming van het vervoer van en naar de eilanden (inclusief vooren natraject) en verduurzaming van het vaargeulonderhoud. Dit levert waardevolle inzichten op die een plaats krijgen bij de aanbesteding van de concessie Waddenveren voor de periode vanaf 2029 en in het Nationaal Waterprogramma (NWP) voor de periode vanaf 2027.
27
UP 7. Vervolgonderzoek bereikbaarheid Ameland 2030 Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekker en opdrachtgever voor het Vervolgonderzoek Bereikbaarheid Ameland 2030 (VBA2030) is het ministerie van IenW. Opdrachtnemer is Rijkswaterstaat Noord-Nederland, die daarbij samenwerkt met de gemeenten Ameland en Noordoost Fryslân, de provincie Fryslân, Wagenborgen en andere stakeholders. Korte toelichting De betrouwbaarheid van de vaarverbinding tussen Holwerd en Ameland staat onder druk. Geulen worden kleiner en langer door drempelvorming, uitbochting en het omhoog komen van de waterbodem. Dit zijn natuurlijke processen. Hierdoor is over een steeds grotere lengte baggerwerk nodig om. Als gevolg hiervan neemt de druk op het ecosysteem toe en neemt de garantie voor een bevaarbare geul af. Een oplossing voor de bereikbaarheid van Ameland op de lange termijn is daarom nodig. Het traject Lange Termijn Oplossingsrichtingen bereikbaarheid Ameland na 2030 (LTOA) heeft twee oplossingsrichtingen opgeleverd die in het Vervolgonderzoek Bereikbaarheid Ameland 2030 (VBA 2030) een verdere uitwerking krijgen: optimalisatie van de bestaande situatie en verplaatsen van de vertrek- en aankomstlocatie. Een keuze over de voorkeursvariant vindt naar verwachting in 2023 plaats.
Bijdrage aan doelen van de Agenda Dit initiatief draagt bij aan het volgende doel: - Bereikbaarheid, veranderdoel 4. Voortgang Het onderzoek is eind 2021 gestart na de formele aanbesteding. Planning en vervolg Het lange termijn onderzoek komt in twee fasen tot stand: - Fase 1 uitwerking oplossingsrichtingen naar varianten: gereed medio 2021. - Fase 2 uitwerking varianten en voorkeursalternatief: eind 2022. Bestuurlijke besluitvorming is voorzien in het voorjaar van 2023. Kosten en capaciteit De kosten voor het onderzoek zijn gedekt. Het onderzoek brengt de kosten van de oplossingsrichtingen en varianten in beeld.
Beoogd resultaat Het onderzoek levert in twee fasen resultaten op: - Fase 1: maximaal drie kansrijke alternatieven per oplossingsrichting. - Fase 2: uitwerking van de kansrijke alternatieven, de trechtering naar een voorkeursalternatief en geenspijtmaatregelen.
28
UP8. Onderzoek ecologische effecten klimaatverandering Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekker is het ministerie van LNV. Een programmateam van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) voert het initiatief uit. Het programmateam heeft een voorzitter van de NWA en bestaat verder uit vertegenwoordigers van de ministeries van LNV en I&W, het Waddenfonds, het IKW-opgaveteam Waddenzee (namens de Waddenprovincies), de Waddenacademie en de Beheerautoriteit Waddenzee (vanwege de verantwoordelijkheid voor toegepaste kennis in beheer). Korte toelichting De ministeries van LNV, IenW en EZK, de provincies Noord-Holland, Fryslân en Groningen (via het Waddenfonds) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (via de Nationale Wetenschapsagenda) investeren de komende vijf jaar € 4 miljoen in kennisontwikkeling voor het Waddengebied. Het onderzoeksprogramma focust op de ecologische effecten van klimaatverandering in het Waddengebied. Het programma levert kennis op voor de kennisvragen uit de Agenda voor het Waddengebied en de Trilaterale onderzoeksagenda voor de Waddenzee. Ook komt met dit programma kennis beschikbaar over cumulatie van effecten van alle menselijke activiteiten op de waddennatuur.
Beoogd resultaat Het initiatief levert kennis op over klimaatverandering in het Waddengebied (deelprogramma 4). Het onderzoeksprogramma vindt plaats onder begeleiding van het Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Bijdrage aan de doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan het volgende doel: - Klimaatverandering, veranderdoel 1. Voortgang Het NWA-programmateam werkt een onderzoeksprogramma uit. Vervolgens wordt een onderzoekscall uitgezet, zo mogelijk met deelname van Duitsland en Denemarken. Planning en vervolg - Uitwerken onderzoeksprogramma: november 2021-april 2022. - Uitzetten onderzoekscall: voorjaar 2022. - Verwachte start: medio 2022. De eerste resultaten komen naar verwachting vanaf 2023 beschikbaar. Kosten en capaciteit De financiering is geregeld.
Het NWA-programmateam werkt de vorm van het programma en de inschrijvingsprocedure uit en stelt een stappenplan en planning op. De ambitie is het programma samen met Duitsland en Denemarken verder te ontwikkelen. Als er overeenstemming is over het plan van aanpak stellen de partijen de call for proposals op. Die komt uiteindelijk op de NWO-website te staan. Consortia kunnen vervolgens projectvoorstellen indienen.
29
UP9. Integrale aanpak kustzone Initiatieftrekker en betrokkenen De Waddenprovincies zijn de initiatieftrekker. Ze werken samen met waterschappen, gemeenten, Rijkswaterstaat, natuurbeheerders, landbouw, ondernemers en bewoners. Korte toelichting In de kustzone komen verschillende grote opgaven samen. Het tempo van de klimaatverandering stelt het gebied in de periode tot 2050 (en daarna) voor grote uitdagingen op het gebied van waterveiligheid en waterbeheer. Daarnaast spelen er uitdagingen op het gebied van leefbaarheid, landbouw, natuur, recreatie en toerisme en havenontwikkeling. Deze uitdagingen hangen vaak met elkaar samen en vragen om integrale, toekomstbestendige keuzes op gebiedsniveau: een integrale aanpak van de kustzone. Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten hebben hun een eigen verantwoordelijkheid binnen een integrale gebiedsontwikkeling. Waterschappen werken binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) aan het versterken van de Waddenzeedijken. Het Rijk investeert via de Programmatische aanpak Grote Wateren (PAGW) in herstel en ontwikkeling van natuur. Provincies investeren via het Waddenfonds en het Investeringskader Waddengebied in kustontwikkeling en het beter beleefbaar maken van de Waddenkust, evenals gemeenten.
Vanuit deze verantwoordelijkheden werken partijen vanuit een gezamenlijk beeld van de opgave en visie aan integrale oplossingen voor de kustzone. De Waddenprovincies kunnen in hun positie als middenbestuur het proces om tot een gezamenlijke integrale aanpak te komen, faciliteren en aanjagen. Essentieel is daarbij dat de andere betrokken overheden hun vaak sectorale budgetten (zoals HWBP en PAGW) inzetten op basis van een integrerende benadering. Het vraagt de bereidheid om investeringen op elkaar af te stemmen en waar mogelijk aan elkaar te koppelen. Onmisbaar is daarbij het organiseren van voldoende regionale uitvoeringskracht. Hierbij is de betrokkenheid van vertegenwoordigers van de gebruiksfuncties (wonen, landbouw, natuur, industrie en havens) noodzakelijk. Dit vraagt niet alleen budgetten voor projecten, maar ook voor de procesregie.
Beoogd resultaat Dit initiatief bestaat uit drie onderdelen: 1. Ontwikkeling van een kansenkaart die in beeld brengt waar in de kustzone voor welke functies de grote kansen liggen (en waar niet). Het Waddenatelier kan hierin een belangrijke rol spelen. Ambitie is dat de kansenkaart de basis vormt voor toekomstige integrale gebiedsprocessen en - voor zover er nog ruimte voor is - ook in lopende processen. 2. Procesregie integrale gebiedsontwikkeling: de Waddenprovincies wordt gevraagd de procesregie te voeren gericht op een integrale Waddenbrede ontwikkeling van de kustzone. De komende jaren is een deel van het Investeringskader/Waddenfonds beschikbaar om de integrale opgave voor de korte termijn te faciliteren. In het HWBP en de PAGW zijn middelen gereserveerd om dijkversterkingen te koppelen met andere opgaven langs de kust. Afstemming vindt plaats met de huidige inspanningen en programma’s langs de kust zoals Kop van NoordHolland (“Waddenbaai”), het Friese programma Waddenkust, Werkplaats Waddenkust Omgevingsagenda Noord en ED2050. 3. Ontwikkeling Kustzone Wadden: het Omgevingsberaad bereidt een voorstel voor een Kustfonds Wadden voor.
Dit fonds biedt de basis voor het financieren van meekoppelkansen bij maatregelen voor waterbeheer en waterveiligheid, zoals het opvangen van de effecten van klimaatverandering in de kustzone, het versterken van de biodiversiteit, het bevorderen en het versnellen van de energietransitie en het versterken van de zoetwaterhuishouding, de leefbaarheid en duurzaamheid in de kustzones. Het Kustfonds heeft een (eerste) indicatieve omvang van € 1 à 2 miljard. Basisidee is dat de regionale overheden het Kustfonds deels vullen en dat de rijksoverheid aanvult. Beoogd resultaat is daarmee: - Een gezamenlijke integrale kansenkaart die laat zien waar in de kustzone voor de verschillende functies de grote kansen liggen (en waar niet). - Integrale gebiedsgerichte oplossingen voor de opgaven in de kustzone in de planperiode t/m 2026 en steun bij de uitvoering daarvan (onder meer via HWBP, PAGW, IKW/Waddenfonds). - Voorstel voor een Kustfonds Wadden met steun van verschillende partijen.
30
Bijdrage aan doelen van de Agenda Dit initiatief draagt bij aan de volgende doelen: - Klimaatverandering, veranderdoel 2. - Natuur van Wereldklasse, veranderdoel 1 en 3. - Landbouw, veranderdoel 2. - Recreatie en toerisme, veranderdoel 2 en 3. - Landschap en cultuurhistorie, veranderdoel 2. Planning en voortgang 1. Provincies nemen in 2022 het initiatief om samen met andere overheden en gebiedspartijen te komen tot een gezamenlijke kansenkaart, binnen de planperiode t/m 2026 en in de periode tot 2050. 2. Rijk, waterschappen en provincies bekijken in 2022 hoe ze bestaande budgetten, zoals voor het HWBP, de PAGW en het IKW/Waddenfonds, in samenhang kunnen inzetten voor integrale kustontwikkeling en de bijbehorende procesregie. 3. Het Kustfonds Wadden wordt ontwikkeld door een breed samengestelde werkgroep (provincies, gemeenten, bedrijven e.d.) en een onafhankelijk projectleider (uit IKW en Omgevingsberaad). Begin 2022 is het Plan van Aanpak gereed. Het Kustfonds wordt verder ontwikkeld en geprogrammeerd in de periode 2021-medio 2022.
Kosten en capaciteit 1. Kosten voor externe begeleiding bij het opstellen van de kansenkaart bedragen € 50.000,-. De verschillende overheden maken hierover nadere afspraken (of financiering uit centraal budget Uitvoeringsprogramma). 2. Voor deze programmaperiode zijn budgetten beschikbaar vanuit HWBP, PAGW, IKW en evt. aanvullende budgetten. Personele inzet te dekken door Rijk, waterschappen en provincies. 3. De kosten voor het opstellen van het Plan van Aanpak worden gedekt door het Omgevingsberaad Waddengebied en eigen bijdragen van partners. Kosten tot maart 2022 zijn gedekt door het IKW. Eigen bijdrage partners betreft vooralsnog alleen uren. Later is voor vulling van het Kustfonds aanzienlijke inzet nodig van ondernemers, regionale partijen en rijksoverheid.
31
UP10. Ontwikkeling Kop van Noord Holland (“Waddenbaai”) Initiatieftrekker en betrokkenen Het proces rond Waddenbaai wordt getrokken door de provincie Noord-Holland. Het initiatief wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met de vier Kopgemeenten, Landschap Noord-Holland, SBB, LTO en het Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier. Korte toelichting Waddenbaai is eind 2018 gestart als een van de ‘frames’ uit het ambitiedocument van ‘De Kop Werkt!’, dat als doel versterking van landschaps- en natuurkwaliteit en beleving (recreatie en toerisme) heeft. Alle partijen herkennen en erkennen dat klimaatverandering en de bijbehorende watergave enerzijds en ruimtebehoefte anderzijds voor een groeiend aantal knelpunten in het gebied zorgen, met name in de agrarische sector en de natuur. De stuurgroep Waddenbaai heeft daarom het doel van Waddenbaai aangepast: van landschapsplan naar een toekomstbestendig landschap. Daarbij zijn twee concrete doelen geformuleerd: 1. Rondje Waddenbaai: er komt een nieuwe fietsroute Den Oever-Den Helder met veerverbinding Den Oever-Oudeschild (2e verbinding met Texel) en beleefpunten die wad en achterland beter met elkaar verbinden; 2. Toekomstbestendige Waddenbaai: binnen specifiek te benoemen deelgebieden werken alle betrokken belanghebbenden samen aan een toekomstbestendige regio, waarin economie, ecologie en landschap in balans zijn.
Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan de volgende doelen: - Klimaat, veranderdoelen 2, 3, 4. - Recreatie en Toerisme, veranderdoelen 1, 2 en 3. Beoogd resultaat - Het rondje Waddenbaai is gerealiseerd. - PM (afhankelijk van besluitvorming begin 2022)
Voortgang Het Rondje Waddenbaai wordt nu uitgewerkt. Voor het gebied rond het Amstelmeer in de Kop van Noord-Holland zijn verschillende scenario’s in beeld als denkrichtingen voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied langs de assen van water, natuur en landbouw. De denkrichtingen dienen als inspiratie om samen met partijen in het gebied te komen tot een toekomstperspectief. De dialoog daarover wordt door middel van verbindend onderhandelen gevoerd. Met de partijen in de stuurgroep zijn gebiedsanalyses uitgevoerd om met gebiedsprocessen te starten. Dat heeft eind 2021 nog niet tot een keuze voor een gebied geleid. Een belangrijke reden is dat in de Kop van Noord-Holland al veel projecten, processen en onderzoeken lopen om tot oplossingen te komen voor de gebiedsurgenties klimaat, water en ruimte. De partijen bespreken begin 2022 in regioverband hoe ze tot samenhang en overzicht kunnen komen en welke ‘stoel’ de coördinatie voort. Planning en vervolg Het streven is in 2022 een subsidieaanvraag bij het IKW in te dienen voor het Rondje Waddenbaai. Begin 2022 vindt besluitvorming plaats over het vervolg van Toekomstbestendige Waddenbaai.
Capaciteit en kosten Na het uitwerken van het Rondje en het formuleren van een nieuwe opdracht voor een Toekomstbestendige Waddenbaai zijn de benodigde capaciteit en kosten nader te specificeren (inclusief de inzet van deelnemende overheden en andere partijen). Uitgangspunt is een onafhankelijk projectleider waarmee de gebiedspartijen samen komen tot een uitvoeringsprogramma voor het Rondje en een uitvoeringsperspectief voor een Toekomstbestendige Waddenbaai (voor afzonderlijke deelgebieden en in samenhang met andere ontwikkelingen in het Waddengebied).
32
UP11. Mogelijkheid energietransitie Waddengebied Initiatieftrekkers en betrokkenen De provincies Noord-Holland, Groningen en Fryslân zijn de initiatiefnemers. Ze werken in nauwe samenwerking met de ministeries van LNV, IenW en EZK en het Omgevingsberaad Waddengebied. Korte toelichting Ambitie van het initiatief ‘Mogelijkheid energietransitie Waddengebied’ is een beeld te schetsen van de manier waarop de energietransitie in het Waddengebied vorm kan krijgen met een neutrale of positieve impact op de hoofddoelstelling voor de Waddenzee. De Agenda voor het Waddengebied, het Klimaatakkoord en andere bestaande beleidskaders (zoals de Nationale Omgevingsvisie en provinciale omgevingsvisies en regionale en lokale energieprogramma’s) vormen het vertrekpunt. De schets brengt in beeld wat wel kan, en ook wat niet kan. Dit levert in 2022 een instrument op (inclusief kaartbeelden en afwegingskader) dat ondersteuning biedt bij en richting geeft aan toekomstige beleidskeuzes. Op deze manier vindt een verdieping en verbreding plaats van de cluster-vensterbenadering.
Het instrument is toepasbaar in landelijke, regionale en lokale planprocessen, bijvoorbeeld voor de 2.0-versies van de Regionale Energiestrategieën van de regio’s Noord-Holland Noord, Fryslân en Groningen, het Nationaal Waterprogramma (en Programma Noordzee), de Verkenningen aanlanding op zee (VAWOZ) en de Transitievisies Warmte van de eiland- en kustgemeenten. Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan de volgende doelen: - Energietransitie, veranderdoel 1. - Omgaan met klimaatverandering. - Landschap en cultuurhistorie, veranderdoel 1.
Voortgang Het initiatief loopt. De projectgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de drie Waddenprovincies en het Omgevingsberaad Waddengebied. Ook de ministeries van EZK, IenW en LNV zijn betrokken. In de uitvoering worden ook alle andere partners van het Uitvoeringsprogramma nadrukkelijk betrokken. Er is nog geen plan van aanpak. Op dit moment wordt geschreven aan een opdrachtformulering voor een extern bureau dat de feitelijke verkenning uitvoert. Planning Het eindresultaat is gereed in 2022. Afhankelijk van het resultaat krijgt het initiatief al dan niet een vervolg. Vervolg Na bespreking van het resultaat in het BO Waddengebied is een vervolgtraject denkbaar in de periode vanaf 2023. Dit zal zich naar verwachting vooral richten op procesafspraken over de vertaling van de energieverkenning in besluitvorming over de energietransitie, bijvoorbeeld bij volgende versies van de Regionale Energiestrategieën. Kosten en capaciteit De verwachte kosten van het initiatief bedragen vooralsnog naar schatting maximaal € 30.000,-, exclusief de kosten van een eventueel vervolg. Deze kosten zijn nog niet gedekt. De personele inzet van betrokken organisaties (provincies, ministeries, Omgevingsberaad) vindt plaats vanuit bestaande formatie.
Beoogd resultaat Het initiatief levert twee resultaten op: - Een door overheden én stakeholders gedeelde beschrijving van bestaande en toekomstige energieopgaven en de wijze waarop die opgaven in het Waddengebied invulling kunnen krijgen (wat kan waar wel, wat kan waar niet?), rekening houdend met de kernwaarden van het Waddengebied. - Een voorstel voor het omgaan met de kernwaarden in het Waddengebied bij toekomstige besluitvorming over de energietransitie.
33
UP12. Programma Brede welvaart Waddeneilanden Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekkers zijn de Eilandgemeenten. Ze werken samen met het Rijk en de Waddenprovincies op basis van het ‘Convenant Samenwerking Waddeneilanden’. Per actielijn zijn de samenwerkingspartners benoemd. Korte toelichting Het Programma Brede Welvaart Waddeneilanden richt zich op behoud en versterking van de leefbaarheid op de Waddeneilanden. Naast het thema leefbaarheid staan daarbij ook de thema’s duurzame energie en circulaire economie centraal. Alle drie vallen ze onder ‘brede welvaart’. Het programma bestaat uit 15 actielijnen, verdeeld over 5 programmalijnen: 1. Goed wonen en leven 2. Toekomstbestendig ondernemen en ontwikkelen 3. Optimaal Bereikbaar & Verbonden 4. Duurzame Energie 5. Circulaire Economie Beoogd resultaat Per actielijn zijn de beoogde resultaten beschreven. Het overkoepelende doel is dat de eilanden een aantrekkelijk woon-, werk- en leefgebied blijven voor de inwoners, waar het voorzieningenniveau op peil is en iedereen een leven lang kan wonen. Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan de volgende doelen: - Leefbaarheid, alle veranderdoelen. - Energietransitie, veranderdoel 2. - Recreatie en toerisme, veranderdoel 6, 7 en 8. - Klimaatverandering, veranderdoel 3.
Planning en vervolg Het programma gaat in 2022 van start en heeft een looptijd van vijf jaar (2021 -2026). Veel projecten zijn nog niet concreet en nog niet volledig gefinancierd. In 2022 krijgen de projecten een verdere uitwerking (in inzet en potentiële financiering) en worden ze gekoppeld aan de diverse eilanden. Daarnaast vindt afstemming plaats met de programmalijnen van het Waddenfonds/IKW die vallen onder het thema Eilanden op Eigen Kracht (gelijke doelen voor duurzaamheid, circulariteit en duurzame brede welvaart/toerisme). In 2022 start een aantal ‘quick wins’-projecten van de programmalijn Goed wonen en Leven. Hiervoor heeft het Rijk onlangs een bedrag van € 4,5 miljoen beschikbaar gesteld (Kamerbrief over de invulling van ‘10*€ 100 mln voor additionele woningbouw’). Kosten en capaciteit De geschatte totale investering voor uitvoering van het gehele programma bedraagt € 36 miljoen. Prioriteit ligt nu bij het opzetten van een adequate organisatie en financiering. De Waddeneilanden hebben voor het opstartjaar 2022 € 300.000,- beschikbaar gesteld. Daarmee kan een compacte programmaorganisatie aan de slag. In 2022 moet zicht komen op de financiering van het totale programma. Hierover lopen gesprekken met de convenantpartners en andere partijen. Voor het realiseren van het totale programma is een robuustere programmaorganisatie noodzakelijk.
De kosten hiervan worden geschat op circa € 600.000,- per jaar.
Voortgang Het Algemeen Bestuur van het Samenwerkingsverband heeft het Programma Waddeneilanden op 24 juni 2021 vastgesteld. Er is een stuurgroep ingericht met de volgende leden: voorzitter (lid van het dagelijks bestuur, als bestuurlijk opdrachtgever), vijf wethouders (elk bestuurlijk trekker van één programmalijn), de secretarisdirecteur van het Samenwerkingsverband (ambtelijk opdrachtgever), een gemeentesecretaris (namens de Directieraad) en de programmamanager. Uitbreiding is mogelijk met vertegenwoordigers van de provincies en het ministerie van BZK.
34
UP13. Programma Versterking recreatie en toerisme langs de Waddenkust Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekkers zijn de Waddengemeenten die voor dit initiatief samenwerken met de Waddenprovincies, private partijen en regionale organisaties (Merk Fryslân, Marketing Groningen, Holland Boven Amsterdam) en het IKW Opgaveteam Vermarkten en Versterken Werelderfgoed.
Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan de volgende doelen: - Recreatie en toerisme, veranderdoel 1, 2 en 3.
Korte toelichting De Vereniging van Waddenzeegemeenten werkt aan het programma ‘Grenzeloos gebied, begrensd genieten’. Met dit programma willen partijen een impuls geven aan duurzame regionale recreatie en toerisme langs de Waddenkust en de noordelijke IJsselmeerkust. Achterliggende doelen zijn: ontwikkeling van de Waddenkust als Green destination, sterkere bewustwording van natuur, landschap en culturele waarden en versterking van beleving en toerisme als economische drager.
Planning en vervolg Belangrijke vervolgstappen zijn: - Akkoord voor de financiering en bemensing: december 2021. - Indiening van het IKW-programma Recreatie en toerisme langs de kust en akkoord van het Waddenfondsbestuur: 2022-2026. - Toeristische Landschapstriënnale: 2023 (en daarna bestendiging van de impuls die daarvan uitgaat).
Uitvoering van dit programma gebeurt door de initiatieven van private partijen, gemeenten, regionale organisaties (zoals Merk Fryslân, Marketing Groningen, Holland Boven Amsterdam) en provincies te bundelen. De partijen benutten de Landschapstriënnale 2023 als belangrijk moment voor de beoogde toeristische ontwikkeling. Beoogde resultaat Het beoogde resultaat is een samenwerkingsstructuur die de regionale en lokale overheidsbelangen verbindt met initiatieven en ontwikkelingen op het gebied van recreatie en toerisme. Deze structuur biedt houvast aan betrokken overheden, private partijen en gebruikers; hiermee kunnen ze projecten beter tot uitvoering brengen.
Voortgang De Vereniging van Waddenzeegemeenten heeft het plan van aanpak (programmaplan) inhoudelijk geaccordeerd.
Kosten en capaciteit De programmafinanciering is nog niet geregeld. Na vaststelling van het Plan van Aanpak wordt een beroep gedaan op de betrokken partijen voor inzet van capaciteit. Daarbij wordt ook gekeken naar de samenwerking met het IKW-Opgaveteam en de mogelijkheden die de Landschapstriënnale 2023 biedt. De geschatte inzet voor het opzetten en aanjagen van het programma (vanaf accordering in de Vereniging) bedraagt circa 0,6 fte en enig procesgeld.
Specifiek is het programma gericht op: - Groter en diverser aanbod van overnachtingen, horeca en voorzieningen en betere bestemmingen. - Betere bereikbaarheid, vooral parallel aan de kust, meer toeristische overstapplaatsen en vervoerwijzen (zoals een kustbus) en doorverwijzende bestemmingen. - Samenwerking in netwerken van kustgemeenten, aanbieders, natuur- en landschapsbeheerders, musea en bezoekerscentra. Daarbij wordt aangesloten bij het platform ‘Team de Kust’.
35
UP14. Maritieme ontwikkeling havenplaatsen Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekker namens de kustgemeenten is de gemeente Harlingen. De andere havengemeenten leveren een substantiële bijdrage aan dit initiatief, in nauwe samenwerking met de havens, provincies, waterschappen en stakeholders. Korte toelichting Met de uitvoering van ‘Marconi Buitendijks’ heeft Delfzijl weer een verbinding met de Waddenzee gekregen. Toch zijn hier nog enkele belangrijke uitdagingen, zoals het omleiden van het spui, vergroting van de zeesluis en herstel van de oude zeesluis voor de recreatievaart. ‘Marconi’ is een inspiratiebron voor andere havensteden (Harlingen en Den Helder) en visserijhavens (Lauwersoog en Den Oever). Ook daar zijn initiatieven om de maritieme wereld en de Waddenzee beter beleefbaar maken en een wervender vestigingsklimaat te creëren. Daarbij leggen we steeds de koppeling met opgaven op het gebied van de natuur, toerisme en recreatie, leefbaarheid, economische havenontwikkeling, energietransitie en de slibhuishouding. Een voorbeeld is het Programma Harlingen dat inzet op ontwikkeling van Harlingen tot maritiem centrum met een moderne industriehaven, behoud van het historisch karakter, versterking van recreatie en toerisme, natuur en havenontwikkeling, passend bij het Werelderfgoed en inspelend op de effecten van klimaatverandering.
Ook in de andere havenplaatsen spelen grote opgaven die samenhangen met transities in de visserij of de ontwikkeling van het maritiem cluster in Den Helder. De gemeenten van de havenkustplaatsen ontwikkelen een programma om, van elkaar lerend, sterker in te zetten op de relatie met de Waddenzee, de beleving van de Waddenzee in visserijhavens en havensteden en doorwerking van de verschillende havenvisies. Daarbij brengen ze de gezamenlijke dilemma’s in beeld om tot een gezamenlijke aanpak te komen, te leren van elkaars ervaringen en deze lessen in praktijk te brengen. Het programma bestaat uit projecten voor de periode tot 2026 en geeft zicht op projecten voor de (middel)lange termijn.
Beoogd resultaat Het beoogde resultaat is een door bestuurders en stakeholders gedragen programma voor de havenkustplaatsen. De gezamenlijke opgaven voor havenontwikkelingen zijn in beeld en oplossingen zijn uitgevoerd of in plannen geborgd mét mogelijke financieringsbronnen (onder meer IKW/Waddenfonds). Het programma heeft een looptijd tot 2026 en biedt een doorkijk naar de (middel)lange termijn. Daarmee levert het programma ook bouwstenen voor het Kustfonds Wadden. De resultaten passen binnen de doelen en ambities van de Agenda voor het Waddengebied 2050. Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan de volgende doelen: - Natuur van Wereldklasse, veranderdoel 1a, 2c en 4; - Bereikbaarheid, veranderdoel 1; - Klimaat, veranderdoel 2; - Energietransitie, veranderdoel 2 en 3; - Recreatie en toerisme, veranderdoel 1, 2, 4 en 11; - Havens, veranderdoel 5; - Landschap en cultuur erfgoed, veranderdoel 4. Voortgang Bestuurders van de betrokken gemeenten hebben op 20 september 2021 hun medewerking toegezegd aan het verder vormgeven van dit programma. Een Plan van Aanpak is in voorbereiding. De gemeente Harlingen heeft het initiatief genomen om samen met de gemeenten Het Hogeland, Eemsdelta, Hollands Kroon en Den Helder de opzet vorm te geven en het draagvlak te peilen.
Op 11 november 2021 heeft een startbijeenkomst plaatsgevonden met gemeenten en havens om de gezamenlijke ambitie, de hoofdlijnen van het programma en de scope te bepalen. Planning en vervolg - Akkoord op de hoofdlijnen van het Plan van Aanpak en de financiering in het dagelijks bestuur van de Vereniging van Waddenzeegemeenten. ; - Plan van aanpak gereed: februari 2022. - Bestuurlijk vastgesteld programma naar Stuurgroep Waddenprovincies en het Waddenfonds in 2022. - Start uitvoering programma: 2023. - Korte termijn doelen gereed en uitvoeringsplan met financiering voor de middellange en lange termijn: eind 2026.
36
Kosten en capaciteit Onderdeel van het Plan van Aanpak is een begroting, inclusief een raming van de proceskosten. De partijen gaan voor de planfase uit van een externe projectleider en inzet van de betrokken gemeenten. Ze zetten in op een tijdelijk samenwerkingsvorm tussen de betrokken gemeenten. Harlingen investeert op dit moment in de initiatieffase om een solide basis te leggen voor het Plan van aanpak. Voor de plan- en uitvoeringsfase zijn middelen gereserveerd bij de grote opgave Havens en natuurontwikkeling in het Investeringskader Waddengebied.
37
UP 15. Ecoport Innovatieprogramma verduurzaming havens Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekker is de Raad van Advies Waddenzeehavens. Uitvoering vindt plaats onder leiding van iTanks. Korte toelichting De Waddenzeehavens willen met hun directe omgeving en in samenwerking met het bedrijfsleven continu innoveren om te blijven verduurzamen. In 2020 is proefgedraaid met een EcoPort innovatieprogramma, onder meer met recycling van visnetten en de aanpak van oilspills in havens. Een meting van de samenstelling van baggerslib ter plaatse (‘in-situmeting’) staat op de planning, evenals de opzet van een netwerk voor uitwisseling van ‘best practices’. Financiers waren de Waddenprovincies, RWS en Waddenzeehavens. Voor het vervolg van het programma staan de volgende onderdelen op de agenda: - De uitstoot van CO2 en stikstof verder reduceren in en rond de Waddenzeehavens. - De circulaire economie in en rond de Waddenzeehavens versterken. - Meer biodiversiteit realiseren in en rond de Waddenzeehavens. - De energietransitie in en rond de Waddenzeehavens versnellen. - Een duurzaam ecosysteem ontwikkelen in en rond de Waddenzeehavens. - Beschikbaarheid en productie van industrieel proceswater vergroten. - Boortechnieken voor kabels en leidingen verduurzamen.
Beoogd resultaat In 2022 is een uitvoeringsprogramma voor de periode 2022-2026 gereed. Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draag bij aan de volgende doelen: - Natuur van Wereldklasse, veranderdoel 4. - Bereikbaarheid, veranderdoel 2 en 3. - Energietransitie, veranderdoel 1. - Havens, veranderdoel 1 en 2. - Overige activiteiten, veranderdoel 3. Voortgang De Raad van Advies heeft haar steun uitgesproken voor de opzet van het programma, op basis van de ervaringen tot nu toe en de gepresenteerde nieuwe innovatiemogelijkheden. De uitvoering van het EcoPort innovatieprogramma is met het IKW-Opgaveteam Havens besproken en de uitwerking van het programma is gestart. iTanks treedt op als penvoerder van het programma in samenwerking met de Waddenzeehavens. Kosten en capaciteit Capaciteit en kosten voor de opzet van het programma zijn gedekt.
38
UP16. Green shipping Initiatieftrekkers en betrokkenen Initiatieftrekker binnen het Uitvoeringsprogramma is het programma Waddenzeehavens. Het programma Green shipping wordt getrokken door FME, de gezamenlijke ondernemersorganisatie voor de technologische industrie. In het programma werken de Waddenzeehavens samen met verschillende bedrijven en met de Rijksrederij. Korte toelichting Het havenbedrijfsleven wil internationaal vooroplopen en een voorbeeldrol vervullen voor schone en fossielvrije scheepvaart in het Waddengebied. De ambitie is dat in 2030 60% van de ‘Waddenvloot’ CO2-vrij en zonder schadelijke emissies vaart (onder meer geluidsarm en stikstofvrij). Voor 2040 is dit aandeel op 100% gesteld. De scheepvaart in het Waddengebied vaart nu nog bijna volledig op fossiele brandstof (diesel). Prijstechnisch zal de sector niet snel overstappen op fossielvrije brandstof. Vanwege de lange afschrijvingstermijn van schepen is nieuwbouw niet de (enige) oplossing; ombouw is cruciaal om deze transitie van de grond te krijgen. Beoogd resultaat Het programma ontwikkelt en test pilotsschepen die het Waddengebied als thuishaven hebben en laten zien hoe de scheepvaart emissie- en fossielvrij kan varen. Ook het realiseren van de bijbehorende havenfaciliteiten is onderdeel van de pilots. Het initiatief omvat circa tien pilots.
Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan de volgende doelen: - Havens, veranderdoel 1. - Bereikbaarheid, veranderdoel 2. - Visserij, veranderdoel 1.
Voortgang Het programma is gestart in juli 2020 en heeft een looptijd van vier jaar. Het eerste schip, de ‘Ecolution’, is omgebouwd om op waterstof te varen en voert nu proefvaarten uit. Het is een testschip en dient ook als vlaggenschip voor het programma Green shipping. Het Waddenfonds heeft ook vier andere pilots gehonoreerd. De oprichting van het Kennisdisseminatie Board wordt naar voren gehaald (2021). De eerstvolgende mijlpaal is een ‘green shipping werkbezoek’ van de nieuwe minister van IenW aan Lauwersoog. Planning en vervolg Het programma Waddenzeehavens werkt aan het Plan van Aanpak Green Shipping voor het Waddengebied t/m 2030, passend binnen de doelen uit de Agenda. Dit initiatief is aanvullend op het lopende programma onder leiding van FME. Aandachtspunt is hoe na afronding van het programma (2024) om te gaan met een eventuele onrendabele top van pilotprojecten die nu door het programma wordt gefinancierd. Hoe dit gaat lopen ligt (op dit moment) buiten de invloedsfeer van Green shipping, maar moet wel geregeld worden. Kosten en capaciteit Het IKW-programma Green shipping is financieel gedekt (€ 8 miljoen uit het Waddenfonds en € 2 miljoen van de Waddenprovincies). De totale kosten van het programma bedragen circa € 26 miljoen. Hiermee zijn de pilots voor een deel van de Waddenvloot gedekt.
Voor de pilots voor het overige deel van de Waddenvloot - met name voor de grotere schepen en de veerboten - is nog geen financiële dekking; daarover vinden gesprekken plaats met het bedrijfsleven. De capaciteit voor het maken van het Plan van Aanpak is geregeld via de Raad van Advies Waddenzeehavens. Het Plan van Aanpak zal ook ingaan op de benodigde middelen van onder meer het IKW/Waddenfonds en mogelijk RVO/EU.
39
UP17. Tijdelijke parkeerfaciliteit offshoreinstallaties Initiatieftrekker en betrokkenen De gemeente Den Helder is initiatieftrekker en werkt hierbij nauw samen met Port of Den Helder, gemeente Texel, de Waddenzeehavens en het ministerie van IenW. Korte toelichting In de voormalige PKB Waddenzee staat dat “Het kabinet zal zorgdragen voor een alternatief buiten de Waddenzee voor het parkeren van booreilanden en andere offshoreinstallaties.” De bijbehorende Nota van Toelichting geeft aan: “Als alternatieven zullen onder meer de mogelijkheden in de haven van Den Helder, de Noordzeekustzone ten noorden van Noorderhaaks en de Noordzeekustzone ten zuiden van de onveilige zones bij de Kop van Noord-Holland worden onderzocht. Indien op basis van dit onderzoek geen redelijk alternatief gevonden kan worden, dan is het kabinet bereid de structuurvisie op dit punt partieel te herzien.” Tot nu toe is geen alternatief gebied aangewezen. In de Agenda hebben we daarom als strategie opgenomen: “Modernisering en/of ombouw van boorplatforms faciliteren door met alle partijen samen een oplossing te zoeken voor een tijdelijke parkeerfaciliteit in de buurt van de haven van Den Helder.”
Beoogd resultaat Het beoogde resultaat van dit initiatief is een faciliteit voor het tijdelijk parkeren van offshore installaties in de buurt van de haven van Den Helder, zoals toegezegd door kabinet in 2007. Bijdrage aan de doelen van de Agenda Dit initiatief draagt bij aan het volgende doel: - Havens, veranderdoel 2. Voortgang Op dit moment wordt een Plan van Aanpak opgesteld. Dit is naar verwachting uiterlijk begin 2022 gereed. Planning en vervolg De vervolgplanning is onderdeel van het Plan van Aanpak. Kosten en capaciteit Kosten betreffen de inzet van een onafhankelijk procesbegeleider. Vanwege de voorgeschiedenis heeft het ministerie van IenW toegezegd voor een oplossing zorgen.
De Port of Den Helder faciliteert onder meer modernisering en ombouw van offshore installaties in het kader van de verduurzaming van de offshoresector. In de bedrijfsvoering maken offshore installaties gebruik van gas. In de haven worden ze omgebouwd voor het gebruik van zonne-energie, om CO2-uitstoot te voorkomen. De haven biedt nu ruimte voor één offshore platform. Als zich een volgende offshore installatie aandient voor ombouw, moet deze wachten voor binnenkomst. De energietransitie zal leiden tot een toenemende vraag naar (om)bouw van offshore installaties (ombouw naar productie en doorvoer van waterstof door de bestaande infrastructuur).
40
UP18. Ontwikkeling zoetwaterstrategie voor de landbouw in het Waddengebied Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekker is de landbouwsector, die aan dit initiatief samenwerkt met de provincies, waterschappen en gemeenten. Ook overige partijen worden betrokken. Korte toelichting De beschikbaarheid van zoetwater in het Waddengebied staat steeds meer onder druk door het vaker optreden van weerextremen en zeespiegelstijging. In de kustzone werken de overheid en de landbouwsector samen aan oplossingen in het Deltaprogramma Zoetwater (DPZW) en het Deltaprogramma Agrarisch Waterbeheer (DAW). Op provinciaal niveau werken de waterschappen en provincies aan plannen voor integraal zoetwaterbeheer. Landbouwpartijen in de noordelijke kleischil gaan op zoek naar mogelijkheden om slim om te gaan met zoetwater voor de landbouw in het Waddengebied. Ze zoeken daarbij naar manieren om hoogwaardig voedsel te verbouwen met respect voor de waarden van het Waddengebied bij toename van extremen in het weer, verzilting en wisselende zoetwaterbeschikbaarheid. Het initiatief bestaat uit twee lijnen: 1. ontwikkelen van een zoetwaterstrategie; 2. ontwikkelen van het Kenniscentrum Verzilting. De te ontwikkelen zoetwaterstrategie voor het noordelijk kustgebied heeft als doel op korte en langere termijn te kunnen beschikken over voldoende en kwalitatief goed zoetwater voor de landbouw.
De partijen houden daarbij rekening met veranderende klimaatomstandigheden en de waterbehoefte voor functies als natuur, industrie en drinkwater. De strategie gaat in op aanvoer, vasthouden, verdelen en afvoer van zoet water (door waterschappen) en efficiënt en effectief gebruik van zoet water (door de landbouw). Belangrijke pijlers en bijbehorende projecten van de zoetwaterstrategie zijn: - Monitoring verzilting (Boeren Meten Water). - Ontwikkeling toekomstbestendig regionaal watersysteem (waterschappen). - Toepassen nieuwe technieken voor het behouden van de zoetwaterlens en (ondergrondse) opslag van zoet water (spaarwatertechnieken). - Ontwikkelen van een zouttolerant bouwplan (proefboerderijen). - Kennis borging en kennisdeling.
-
Ontwikkelen van een economisch perspectief voor de toepassingen. Onderdelen van de strategie krijgen invulling in projecten van het programma Zoet op Zout (Boeren meten Water, Zouttolerant bouwplan).