CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen.pdf

Gemeenteraad 14 februari 2022, gemeente Den HelderBij agendapunt: 16: Voorstel wensen en bedenkingen met betrekking tot het Uitvoeringsprogramma van de Agenda voor het Waddengebied 205022.137 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het Kenniscentrum Verzilting is een nationaal kenniscluster gericht op voedselproductie in verziltende delta’s in de wereld. Het doel is projecten te initiëren, noodzakelijke innovaties te onderzoeken, de toepassing van innovaties op praktijkschaal te bevorderen en verdere opschaling voor te bereiden. De provincie Fryslân heeft een consortium van HVHL, WUR, RUG, Academie van Franeker, Deltares en Potato Valley gevraagd het Kenniscentrum Verzilting te ontwikkelen. Het zoetzoutknooppunt zorgt voor verbinding tussen de verschillende initiatieven op het gebied van verzilting in de Nederlandse kustgebieden en is nauw betrokken bij het kenniscentrum. Beoogd resultaat De beoogde resultaten van dit initiatief zijn: - Een zoetwaterstrategie voor het noordelijk kustgebied. - Doorontwikkeling van het nationaal Kenniscentrum Verzilting gericht op voedselproductie in verziltende delta’s. - Uitvoering van projecten binnen het Programma Zoet op Zout. Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan de volgende doelen: - Natuur van Wereldklasse, veranderdoel 1c en 3c. - Omgaan met klimaatverandering, veranderdoel 2 en 3. - Leefbaar Waddengebied, veranderdoel 4a. - Landbouw, veranderdoel 2. Het initiatief wordt afgestemd met de andere initiatieven van de Agenda en het Uitvoeringsprogramma.

Per Waddeneiland een integraal water-/klimaatplan opgesteld, met een integrale benadering van de waterbeschikbaarheid voor alle functies, waaronder landbouw, drinkwatervoorziening en leefbaarheid. De beschikbaarheid van proceswater is onderdeel van het initiatief Ecoport Innovatieprogramma verduurzaming havens (UP15). De zoetwaterstrategie levert bouwstenen op voor het initiatief Integrale aanpak kustzone (UP9).

41

Voortgang Het Programma Zoet op Zout is gestart in 2021. De organisatie wordt nu verder ingericht. Sommige programmaonderdelen zijn al gestart (Boeren Meten water en Zouttolerant bouwplan). Planning en vervolg Het Programma Zoet op Zout wordt verder ontwikkeld in 2022 en verder. Het Kenniscentrum Verzilting start vanaf 2022. De governance is eind 2021 gereed. Kosten en capaciteit Programma Zoet op Zout: financiering is rond. Kenniscentrum Verzilting: financiering moet voor een groot deel nog gevonden worden.

42

UP19. Waddenzee Visserij Platform Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekker is de visserijsector die voor dit initiatief samenwerkt met Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW), Coalitie Wadden Natuurlijk (CWN) en de Beheerautoriteit Waddenzee. Korte toelichting Het bundelen van de ervaring en kennis binnen de visserijsector kan bijdragen aan zorgvuldig beheer van de Waddenzee en het versterken van de visserijsector. Daarom heeft de sector in 2020 het initiatief genomen om samen met de PRW het Waddenzee Visserij Platform op te richten en daarin te werken aan een gezamenlijke toekomstvisie voor de gehele Waddenzeevisserij. Onderdeel van deze toekomstvisie is ook de bijdrage die de visserij kan leveren aan het verzamelen en ontsluiten van kennis over visbestanden en schelpdieren en het op tijd signaleren van veranderingen in de natuurkwaliteit en morfologische ontwikkelingen, als bijdrage aan het natuur- en visserijbeheer in de Waddenzee. Beoogd resultaat De beoogde resultaten van dit initiatief zijn: - De robuuste samenwerking in het Waddenzee Visserij Platform continueren in 2022 en de jaren daarna voor de gehele Waddenzeegebonden visserij. - De gezamenlijke vertegenwoordiging van de visserij in het Omgevingsberaad Waddengebied continueren.

- Uiterlijk in 2026 een gezamenlijke vertegenwoordiging van de visserij inzetten in het Beheerderscollectief, als verzamelpunt voor monitoring en onderzoek vanuit de visserij. - Uiterlijk in 2026 in samenspraak met de Beheerautoriteit Waddenzee de monitoring vormgeven. - In 2022 de verkenning starten om samen met CWN tot een gezamenlijk toekomstbeeld te komen. - Vanaf 2026 een tweejaarlijks visplan opstellen.

Bijdrage aan doelen van de Agenda Dit initiatief draagt bij aan de volgende doelen: - Visserij, veranderdoel 2. - Natuur van Wereldklasse, veranderdoel 4c. Voortgang Het Waddenzee Visserij Platform is in 2020 van start gegaan. Het platform draagt bij aan de uitwerking van de Agenda voor het Waddengebied. Het platform neemt deel aan het Omgevingsberaad Waddengebied namens de verschillende visserijorganisaties. Planning en vervolg Het Waddenzee Visserij Platform start in 2022 samen met de CWN aan de verkenning om te komen tot een gezamenlijk toekomstbeeld. Daarnaast is het Waddenzee Visserij Platform met de Beheerautoriteit Waddenzee in gesprek over een plaats in het beheerderscollectief, als kennishouder en leverancier van gegevens over visbestanden. Het Waddenzee Visserij Platform zal werken met een werkplan dat richting geeft aan de planning en de te behalen resultaten. De geplande resultaten bepalen mede de plannen van het Waddenzee Visserij Platform voor de lange termijn. In 2025-2026 wordt daar de focus op gelegd. Kosten en capaciteit De capaciteit en financiering voor de activiteiten van het Waddenzee Visserij Platform zijn gedekt. Voor het opstellen van een gezamenlijke toekomstvisie van het Platform en de CWN zijn aanvullende middelen nodig. De kosten hiervoor bedragen circa € 40.000,- (€ 20.000,voor het Platform, € 20.000,- voor de CWN).

Hiervoor wordt in 2022 aansluiting gezocht met lopende programma’s.

43

UP20. Beleidsregels voor drones in het Waddengebied Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekker is het ministerie van IenW. Betrokken partij is het Omgevingsberaad Waddengebied.

Bijdrage aan doelen van de Agenda Dit initiatief draagt bij aan het volgende doel: - Overige activiteiten, veranderdoel 5.

Korte toelichting Dit initiatief is gericht op het goed reguleren van vliegen met drones in het Waddengebied. Het doel is in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen en tegelijk de rust en ruimte van de Waddenzee en de Noordzeekustzone te beschermen. Op dit moment zijn vluchten met de drones formeel verboden boven de Waddenzee. Voor maatschappelijke doeleinden (zoals het vervoer van medicijnen) en beheer (onderzoek en monitoring) is het wenselijk (bepaalde vormen van) dronevluchten mogelijk te maken. Regels voor dronegebruik moeten uitvoerbaar en handhaafbaar zijn.

Voortgang Het Omgevingsberaad Waddengebied heeft een advies uitgebracht aan de minister van IenW. In overleg met het Omgevingsberaad en stakeholders werkt het ministerie van IenW aan een reactie die ook ingaat op de opties om beperkte dronevluchten toe te laten (welke, wanneer, onder welke voorwaarden) en de manier waarop in de tussentijd met de situatie wordt omgegaan. De reactie is naar verwachting nog in 2021 klaar.

De partijen gaan na wat nodig is in aanvulling op het bestaande beleid. Uitgangspunt is de rust, stilte en ruimte voor de natuur in de Waddenzee en de Noordzeekustzone te respecteren. Een logische stap lijkt aanpassing van het Besluit beperkingen burgerluchtverkeer door drones daarvan uit te zonderen en tegelijkertijd na te gaan of de bescherming van de natuur (rust, stilte en ruimte) op een andere manier is veilig te stellen, bijvoorbeeld via zonering.

Planning en vervolg De reactie wordt begin 2022 in het Omgevingsberaad besproken. Kosten en capaciteit Aanpassing van de regelgeving zal plaatsvinden met bestaand budget en bestaande capaciteit.

Beoogd resultaat Het beoogde resultaat van dit initiatief is duidelijke regelgeving voor het vliegen met drones in het Waddengebied vanaf 2022.

44

UP21. Beperking risico’s grote containerschepen boven de Waddeneilanden Van dit initiatief moet nog bepaald worden of het opgenomen wordt in het UP, en vervolgens met welk doel en aanpak. Daarbij spelen een aantal argumenten een rol: - Het belang en urgentie van een veilige containervaart. - De (al dan niet) meerwaarde van het initiatief tegen de achtergrond van de huidige inzet van IenW, BZK en Kustwacht om de OVV aanbevelingen op te pakken. De implementatie kan gevolg worden via het Omgevingsberaad. - De wens vanuit het trilateraal Waddenseaforum om samen met het Omgevingsberaad hierin op te trekken met het oog op de trilaterale Regeringsconferentie in 2022

Voor een bredere analyse van de mate waarin internationale regelgeving mogelijk is achtergebleven bij de schaalvergroting in de containervaart is hoogstwaarschijnlijk nog meer tijd nodig. De OVV vindt dat de PSSA-status van het Waddengebied voor beschermende maatregelen in IMO-verband nog beperkt is benut.

Initiatieftrekker en betrokkenen De initiatieftrekker is mede afhankelijk van besluitvorming over opname van dit initiatief in het Uitvoeringsprogramma.

Voortgang De voortgang van de implementatie van de maatregelen staat in de volgende documenten: - Kabinetsreactie aan de Tweede Kamer over het OVVrapport (26 november 2020). - Voortgangsbrief aan de Tweede Kamer over de implementatie van de aanbevelingen van de OVV (26 mei 2021). - Voortgangsbrief aan de Tweede Kamer met de stand van zaken als voorbereiding op het Commissiedebat Maritiem van 24 november 2021.

Korte toelichting Naar aanleiding van de ramp met de MSC ZOE heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) op verzoek van de minister van IenW de risico’s van grote containerschepen boven de Waddeneilanden onder verschillende weersomstandigheden onderzocht. Dit onderzoek en het besluit van de minister van IenW over de zuidelijke vaarroute boven de Waddeneilanden hebben verschillende vervolgstappen in gang gezet, onder meer verdere gesprekken in het kader van de IMO en mogelijk vervolgonderzoek. Recentelijk heeft de OVV een update gegeven van de aanbevelingen uit het rapport “Veilig containertransport ten noorden van de Waddeneilanden. Lessen na het containerverlies van de MSC ZOE”. Daarin constateert het OVV dat de minister voor de meeste onderdelen de aanbevelingen opvolgt of heeft opgevolgd. Tegelijk constateert OVV dat de internationale aanpak die nodig is om de risico’s van containerverlies beter te beheersen, zeker nog een aantal jaren zal vergen: de meeste acties en initiatieven die in internationaal verband zijn afgesproken, krijgen pas in 2022 of 2023 hun beslag.

Beoogd resultaat Mede afhankelijk van besluitvorming over opname van het initiatief in het Uitvoeringsprogramma Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan het volgende doel: - Overige activiteiten, veranderdoel 3.

Planning en vervolg Mede afhankelijk van besluitvorming over opname van het initiatief in het Uitvoeringsprogramma Kosten en capaciteit Mede afhankelijk van besluitvorming over opname van het initiatief in het Uitvoeringsprogramma.

45

5 Kennis als basis De Agenda stipt het al nadrukkelijk aan: we hebben kennis en monitoring hard nodig in het Waddengebied. Dit hoofdstuk gaat over kennis; monitoring komt in hoofdstuk 6 aanbod. Onafhankelijke en objectieve kennis is nodig om goede discussies te kunnen voeren over de natuurwaarden, de gevolgen van klimaatverandering en zeespiegelstijging op de morfologie, de effecten van gebruik van de Waddenzee op het ecosysteem en de sociaaleconomische ontwikkeling van het Waddengebied. Er is behoefte aan kennis over de manier waarop het Waddengebied zich ontwikkelt en kennis om doeltreffend beleid te formuleren en het doelbereik en de effecten van uitvoering, beheer en gebruik te kunnen evalueren. Ook om de spanning tussen de ecologische ontwikkeling van het Waddengebied en het menselijk medegebruik op te lossen is nieuwe kennis nodig.

5.1. Kennis in de agenda In het verlengde van de strategieën uit de Agenda werkten we op basis van vier veranderdoelen: 1. Een gezamenlijke kennisagenda opzetten voor beleid, beheer en gebruik. 2. Onderzoek en monitoring gerichter aansturen op basis van de gezamenlijke Kennisagenda. 3. Kennis vergroten om de spanning tussen ecologie en economie te kunnen verlagen. 4. De internationale kennisdeling verbeteren. In de afgelopen periode hebben de Waddenacademie, de Beheerautoriteit en de betrokken opdrachtgevers van Rijk en provincies al verschillende stappen gezet voor deze doelen. In het verlengde van de verkenning van de kennishuishouding zijn afspraken gemaakt over de positie van de Waddenacademie als kennisregisseur en is een start gemaakt met het opstellen van een integrale Kennisagenda. Het Uitvoeringsprogramma borduurt hierop voort.

een duurzame inrichting van de kennishuishouding voor het Waddengebied en om zich om te vormen tot een onafhankelijk kennisregisseur (Waddenacademie 2.0). Die rol zal de Waddenacademie met alle betrokken partijen van beleid, beheer en gebruik verder uitwerken (learning by doing). De bestaande wettelijke taken en verantwoordelijkheden blijven ongewijzigd.

5.3. Uitwerking Kennisagenda De Waddenacademie zal in de rol van kennisregisseur een meerjarige Kennisagenda opstellen met de partijen, zoals aangekondigd in de Agenda. De Agenda, het Uitvoeringsprogramma, het bijbehorende Doelendocument en de trilaterale onderzoeksagenda bieden hier een goede basis voor. Dit Uitvoeringsprogramma en de initiatieven per deelprogramma leveren input voor de verdere uitbouw van de Kennisagenda voor de jaren 2021-2026. De onderzoeksvragen gaan over doelstellingen en effecten (worden de doelstellingen van de Agenda gehaald?), inhoud (welke collectieve kennis is nodig voor deze fase van het Uitvoeringsprogramma?) en samenwerking (governance). Denk bij inhoudelijke vragen bijvoorbeeld aan langetermijneffecten van klimaatverandering, zoetwater, verzilting, vitale landbouw, klimaat en veiligheid.

5.4. Scope kennisvragen De scope van een kennisvraag, de vraagformulering en afspraken over de gewenste kwaliteiten voor het onderzoek komen in overleg met de belanghebbenden tot stand. Vervolgens zoekt de kennisregisseur een passende opdrachtgever voor de onderzoeksvraag. De inzet is dat deze vroegtijdige betrokkenheid tot breder gedeelde kennisresultaten leidt.

5.2. Kennisregisseur Het BO Waddengebied is opdrachtgever voor een duurzame kennishuishouding. De Waddenacademie is gevraagd om met de betrokken partijen in gezamenlijkheid te komen tot een voorstel omtrent

46

5.5 Hier gaan we mee aan de slag In de periode 2021-2026 werken de partijen aan het volgende initiatief:

UP22. Organisatie kennishuishouding en opstellen Kennisagenda Het initiatief is erop gericht te komen tot een gezamenlijke kennisagenda, gekoppeld aan vragen over beleid, beheer en gebruik van het Waddengebied. Onderdeel hiervan is ook het ontwikkelen van kennis over de cumulatie van effecten van het handelen en kennis om de spanning tussen ecologie en economie te verminderen.

Hier zetten we het gesprek over voort

-

Betere doorvertaling van de Kennisagenda in onderzoeksprogramma's.

47

6 Monitoring en voortgang Dit Uitvoeringsprogramma bevat de initiatieven om de doelen en strategieën uit de Agenda te bereiken. Maar lukt dat ook? Het Evaluatierapport van de Structuurvisie Waddenzee was indertijd kritisch over de monitoring van het doelbereik van de Structuurvisie. Reden om meteen bij de start van het Uitvoeringsprogramma zorgvuldig invulling te geven aan de monitoring van de initiatieven uit het Uitvoeringsprogramma en de bijdrage daarvan aan de geformuleerde doelstellingen. Daarbij werken we met twee veranderdoelen: 1. Monitoringgegevens voor beleid en beheer bundelen, verbeteren en ontsluiten via een gezamenlijke Basismonitoring. 2. De monitoring efficiënter organiseren door de vergunning gestuurde monitoring te benutten voor de Basismonitoring en andersom.

6.1. Drie niveaus van monitoring We onderscheiden drie soorten monitoring: - Doelen: alle betrokken partijen voeren activiteiten uit om de doelen uit de Agenda te bereiken. In welke mate komen de hoofddoelen en veranderdoelen voor de Waddenzee en het Waddengebied binnen bereik? - Voortgang initiatieven: wat is de voortgang van de verschillende initiatieven uit het Uitvoeringsprogramma? Lukt het om de benodigde inspanningen en bijbehorende resultaten te leveren? - Leidende principes voor handelen: in welke mate voldoet de samenwerking tussen alle betrokkenen en ons handelen aan de principes uit de Agenda? De drie sporen hangen nauw met elkaar samen. De uitvoering van de initiatieven draagt bij aan de realisatie van de doelen. Daarnaast voeren verschillende partners ook separaat initiatieven uit die daaraan bijdragen. En bovenal: goede samenwerking en handelen volgens de leidende principes brengen het slagen van de Agenda dichterbij. Inzicht in het doelbereik, de voortgang en het handelen maakt het mogelijk de inzet, de prioritering van de initiatieven als de werkwijze bij te sturen. Plan-docheck-act! De drie soorten monitoring lichten we hierna toe.

6.2.

Monitoring doelen

In het Waddengebied vinden veel metingen plaats, waarbij het detailniveau sterk verschilt. Bijvoorbeeld metingen van soorten en habitats, de effecten van klimaatverandering, aantal overnachtingen op eilanden, energieverbruik, aantallen bedrijven en havenactiviteiten. Het overzicht en de samenhang is de laatste jaren aanzienlijk verbeterd, vooral dankzij de ontwikkeling van de Basismonitoring Wadden en de Waddenbalans. Sinds 2015 werken de overheden en beheerders in het Waddengebied samen om de monitoring beter op elkaar af te stemmen en toegankelijker te maken. Naast onderzoek en monitoring in opdracht van de overheid, voeren ook initiatiefnemers van projecten of activiteiten monitoring uit. Het doel van de Basismonitoring Wadden is drieledig - De beheerders helpen bij de uitvoering van hun taken door inzicht te geven in de toestand en trends. - De stap te maken van monitoring gericht op. Vergunningverlening en uitvoering van wettelijke taken naar effectieve en efficiënte systeemgerichte monitoring. - Alle beschikbare Informatie en monitoringgegevens over het Waddengebied toegankelijk maken, om de gebruiker zicht te geven op het volledige Waddensysteem. De Waddenbalans en de publicatie Wadden in Beeld schetsen een totaalbeeld van de sociaal- culturele, economische en ecologische ontwikkelingen per gemeente in het Waddengebied.

Relevante onderwerpen zijn bijvoorbeeld de ontwikkeling van toerisme en recreatie, havens, landbouw(areaal), visserij en de bodem en grondwaterkwaliteit. De uitwerking van de motie De Groot en Dik-Faber wordt opgepakt in samenhang met de nader concretisering van de hoofddoelstellingen Waddenzee en Waddengebied

6.3. Monitoring voortgang initiatieven Het Omgevingswet en het BO Waddengebied bespreken jaarlijks de voortgang van de uitvoering van initiatieven uit het Uitvoeringsprogramma. De programmaorganisatie stelt

48

daarvoor jaarlijks een voortgangsrapportage op. In 2025 - een jaar voor het einde van de looptijd van dit Uitvoeringsprogramma (2026) - vindt op basis van de voortgangsrapportages en de monitoring van de doelen een eerste evaluatie plaats van de Agenda en het Uitvoeringsprogramma. Deze evaluatie biedt input voor het opstellen van een geactualiseerd Uitvoeringsprogramma voor de periode vanaf 2026.

6.4. Monitoring leidende principes voor handelen Ook de monitoring van het handelen volgens de leidende principes is onderdeel van de evaluatie in 2025. Centrale vraag is of de leidende principes voor handelen voldoende gevolgd worden en in welke mate dit bijdraagt aan het bereiken van de doelen in het Waddengebied. Volstaan de leidende principes bij het samen werken aan de uitvoering van de Agenda en Uitvoeringsprogramma, moeten we de principes aanscherpen of aanvullen of expliciet met elkaar in gesprek gaan over de principes om de samenwerking te verbeteren?

6.5. Impactanalyse In december 2020 heeft de Tweede Kamer de motieDijkstra en Geurts[1] aangenomen. De Agenda is op basis daarvan aangepast. Daarmee zijn het belang, de positie en de activiteiten van economische sectoren (denk aan de pootaardappelsector en ook de landbouw en het toerisme in brede zin) onderdeel van de Agenda en grotendeels geborgd. De uitwerking van het deelprogramma Landbouw in het Uitvoeringsprogramma en het Doelendocument is tot stand gekomen in overleg met de betrokken landbouworganisaties. Naar aanleiding van het tweede dictum van de motie hebben de partijen een methodiek opgesteld voor een impactanalyse. Het doel van de impactanalyse is de effecten op economie en ecologie evenwichtig in beeld te brengen en tegen elkaar af te kunnen wegen. De impactanalyse is een informatie-instrument dat beslissingen ondersteunt maar niet vervangt: bij de uiteindelijke politiek-bestuurlijke afweging spelen ook andere aspecten een rol. Door in een vroegtijdig stadium de (mogelijke) effecten in kaart te brengen, kunnen de economische en ecologische belangen bij de uitvoering van de Agenda geborgd worden.

De vroegtijdige toepassing van het instrument maakt ook duidelijk voor welke aspecten eventueel aanvullend onderzoek nodig is voor de besluitvorming en over welke dilemma’s het gesprek moet plaatsvinden. Het Omgevingsberaad heeft in het voorjaar van 2021 geadviseerd over de aanpak van de impactanalyse. Het Omgevingsberaad ziet in het Waddengebied genoeg voorbeelden van economische activiteiten waarbij zowel oog is voor de kernwaarden als voor de economische sector. Het Omgevingsberaad erkent dat zo'n aanpak een uitdaging is voor alle partijen, maar het verleden laat zien dat het kan. Voor de meeste initiatieven uit dit Uitvoeringsprogramma moeten de effecten kaart worden gebracht. In het rapport Methodiek Impactanalyse staan de criteria om te bepalen wanneer dat nodig is. Geen impactanalyse is nodig voor initiatieven die over het (reguliere) beheer gaan of tot de opdracht van de Beheerautoriteit Waddenzee behoren (het stimuleren en faciliteren van de beheerders om te komen tot een Integraal Beheerplan Waddenzee). Voor initiatieven met een ruimtelijke impact wordt als onderdeel van het besluitvormingsproces vaak een maatschappelijke kosten-batenanalyse opgesteld. In dat geval kan de Methodiek Impactanalyse dienen als checklist om te bepalen of de impact op alle relevante aspecten in beeld komt en of bepaalde aspecten ontbreken.

In het laatste geval biedt de Methodiek Impactanalyse handvatten om deze aspecten in kaart te brengen. En daarmee kan de impactanalyse bijdragen aan het voldoen aan het eerste dictum van de motie Dijkstra/Geurts. Het is de bedoeling de methodiek in de komende periode toe te passen in één of twee pilots. De keuze voor de pilots komt tot stand in overleg met de betrokken partijen. Hiermee willen we de methodiek toetsten en waar nodig aanscherpen.

[1] Kamerstuk 2020/21, 35 570 XII, nr. 65

49

6.6. Initiatieven In de periode 2021-2026 werken de partijen aan de volgende initiatieven:

UP23. Uitwerken en uitvoeren monitoring en voortgang We ontwikkelen de monitoring en evaluatie verder en maken daarbij gebruik van bestaande Basismonitoring. Specifiek gaat het om: - Verkennen hoe de monitoring van de doelen kan worden opgenomen in lopende trajecten. - Jaarlijks een voortgangsrapportage opstellen. - In 2023 een mid term review uitvoeren over het handelen volgens de leidende principes uit de Agenda. - In 2025 een evaluatie van de Agenda uitvoeren en voortgangsrapportage opstellen.

UP24. Verbeteren synergie tussen monitoring bij vergunningverlening en Basismonitoring We bekijken hoe de Basismonitoring kan bijdragen aan de monitoring voor de vergunningverlening en hoe initiatiefnemers de Basismonitoring beter kunnen benutten.

UP25. Toetsing en toepassing impactanalyse In het voorjaar van 2022 voeren we 1 à 2 pilots uit om de methodiek Impactanalyse te toetsen en waar nodig aan te scherpen.

50

7 De organisatie Bij de uitvoering van de initiatieven uit dit Uitvoeringsprogramma zijn veel partijen betrokken. Het eigenaarschap van de Agenda wordt dan ook door veel partijen gedragen, op basis van zelfbinding: de partijen laten de doelen doorwerken in hun eigen visies en plannen. Dat maakt het Uitvoeringsprogramma sterk. Samenwerken op basis van zelfbinding vraagt wel constante alertheid en een slagvaardige organisatie die: - De ambities van de Agenda vertaalt naar concrete initiatieven (de UP-initiatieven). - De besluitvorming voorbereidt over: welke initiatieven pakken we op, welke hebben een zetje nodig en welke kunnen even wachten. - Het gesprek faciliteert tussen partijen over ‘schurende’ doelen. - Nieuwe ontwikkelingen in het Waddengebied signaleert, deelt en bespreekt met partijen en op basis daarvan eventueel nieuwe initiatieven of beleidsaanpassingen voorbereidt. - De voortgang van de initiatieven monitort en bevordert en de samenhang tussen de initiatieven borgt.

De rollen zijn geen volledige functies. Waar en wanneer nodig voor de voortgang, vullen we het team tijdelijk aan met specifieke expertise. Het programmabureau is verantwoordelijk voor: - Het signaleren en waar nodig agenderen van de voortgang van initiatieven. - Het signaleren en waar nodig agenderen van nieuwe ontwikkelingen die van invloed zijn op de realisatie van de Agenda-doelen en het Doelendocument. - Het signaleren en initiëren van gesprekken tussen partijen over ‘schurende’ doelen. - Het organiseren van de voortgangsrapportage en de monitoring en evaluatie. - De uitvoering van de kennisagenda. - Het afstemmen met andere organisaties binnen het Waddengebied. - Het blijvend verbinden en zorgdragen voor goede betrokkenheid van alle partners bij de Agenda en het Uitvoeringsprogramma. - Het voorbereiden van de bespreking in het BO Waddengebied en het Omgevingsberaad, in samenwerking met het secretariaat.

7.1. Sturing op basis van coördinatie In deze eerste programmaperiode 2021-2026 werken de partijen initiatieven zoals aangedragen in dit UP. Daarbij behouden de bestaande organisaties hun eigen verantwoordelijkheid. De coördinatie verloopt via een kleine flexibele programmaorganisatie. Er is geen centraal georganiseerd programmabudget voor alle initiatieven.

7.2. Klein flexibel programmabureau De dagelijkse coördinatie van het Uitvoeringsprogramma ligt bij een klein programmabureau. Het programmabureau is verantwoordelijk voor de dagelijkse uitvoering van het programma. Daarbij onderscheiden we de volgende rollen: 1. Een programmacoördinator vanuit het Rijk (Waddencoördinator IenW). 2. Een programmamedewerker/plv. programmacoördinator vanuit de Waddenprovincies. 3. Een afgevaardigde van het Omgevingsberaad namens de belangenorganisaties. 4. Een programmaondersteuner/secretariaat. 5. Een communicatiemedewerker.

7.3. Het Regieteam Het kloppend hart van de Agenda is het Regieteam, voorgezeten door de programmacoördinator. In het Regieteam zitten vertegenwoordigers van de organisaties die de Agenda en/of het Uitvoeringsprogramma hebben onderschreven. Het Regieteam coördineert het Uitvoeringsprogramma met als doel: - Samenwerking stimuleren en zo nodig samenhang brengen tussen de initiatieven en deelnemende partijen. - Elkaar informeren over voortgang, inhoud en proces en mogelijke kansen en belemmeringen bespreken voor de uitvoering, de relatie met andere initiatieven buiten het Uitvoeringsprogramma, etc. - Het gesprek over ‘schurende’ onderwerpen initiëren. - Voorstellen doen voor eventuele nieuwe initiatieven en besluitvorming. Het Regieteam is ook het ambtelijk ‘voorportaal’ van het Omgevingsberaad en BO Waddengebied. Hier delen de partijen gevoeligheden en signalen van de achterban, zodat ze elkaar niet verrassen en vroegtijdig oplossingen kunnen zoeken. 51

Het Regieteam komt in 2021 minimaal eens per maand bijeen en vanaf 2022 eens per zes weken. De rol van een regieteamlid is: - Als vooruitgeschoven vertegenwoordiger van de betrokken samenwerkingspartner vroegtijdig meedenken over de relevante vraagstukken voor de Agenda en het Uitvoeringsprogramma. - Zorgen voor optimale betrokkenheid van de achterbannen van elke organisatie. - Bepalen of een kwestie opgelost kan worden binnen een (deel)programma of op de tafel van Omgevingsberaad, BO Waddengebied of Beheerautoriteit gebracht moet worden. - Gevoeligheden bij de achterban vroegtijdig met elkaar delen, om tot een oplossing te komen of op te schalen. - De voortgang en mogelijke risico’s van de uitvoering van initiatieven inbrengen in het Regieteam.

-

en de Waddenacademie meedenken en werken aan de doelstellingen van de Agenda. Het Omgevingsberaad heeft hierin een actieve adviserende rol. De secretaris van het Omgevingsberaad is betrokken bij het Regieteam. De secretaris toetst of het Uitvoeringsprogramma en discussies in het Regieteam voldoende voldragen zijn voor bespreking in het Omgevingsberaad en adviseert over het proces. De Beheerautoriteit stimuleert en faciliteert de beheerders van de Waddenzee om een Integraal Beheerplan (IBP) Waddenzee te ontwikkelen en uit te voeren. De Beheerautoriteit heeft als doel de samenhang tussen het natuur-, vis- en waterbeheer te bevorderen en daarmee de natuurkwaliteit te verbeteren. Nauwe afstemming met de Beheerautoriteit is nodig om afspraken te maken over de aanpak van initiatieven die te maken hebben met beheer.

7.4. Accounthouders

7.6. Opdrachtgeverschap

In het Regieteam zijn ‘accounthouders’ benoemd voor de elf deelprogramma’s van dit Uitvoeringsprogramma. De accounthouders zijn het eerste aanspreekpunt voor het in beeld brengen van onder meer de voortgang en het doelbereik. Regieteamleden zijn geen ‘eigenaar’ van afzonderlijke doelen of primair verantwoordelijk voor de voortgang van de initiatieven, maar ze hebben wel zicht op de voortgang en vervullen een verbindende rol tussen het regieteam en de initiatieven.

De verantwoordelijk directeur van het ministerie van IenW is gedelegeerd opdrachtgever namens alle deelnemende partijen in het BO Waddengebied. Dit doet de directeur waar nodig in nauw overleg met de leden van het MT Wadden.

7.5. Aansluiten bij de governance van het Waddengebied De Agenda en het Uitvoeringsprogramma sluiten aan bij de governance van het Waddengebied zoals die sinds 2020 bestaat: - Het Bestuurlijk Overleg (BO) Waddengebied is formeel opdrachtgever voor de Agenda en het Uitvoeringsprogramma. Het BO Waddengebied richt zich op strategische besluitvorming over het beleid voor het Waddengebied. In het BO Waddengebied zijn het Rijk, de drie Waddenprovincies, kust- en eilandgemeenten en waterschappen op bestuurlijk niveau vertegenwoordigd, plus de voorzitter van het Omgevingsberaad. Het BO Waddengebied stelt uiteindelijk het Uitvoeringsprogramma vast. - Het Omgevingsberaad is het adviesorgaan, waarin vertegenwoordigers van gebruikers, maatschappelijke organisaties 52

8 Communicatie De Agenda en het Uitvoeringsprogramma zijn nieuw. De partners hebben hun commitment uitgesproken om samen te werken aan het bereiken van de doelen. Daarnaast betrekken ze bij de uitvoering van de initiatieven andere partijen. Dat vraagt om goede communicatie. Elke partner of groep van samenwerkende partners die aan de initiatieven uit het Uitvoeringsprogramma werkt, heeft een eigen verantwoordelijkheid voor de communicatie en de communicatiestijl, uitingen en planning. Dit blijft zo. De communicatie over het Uitvoeringsprogramma richt zich vooral op: - De dialoog faciliteren tussen partijen (vertegenwoordigers van de verschillende groeperingen). - Overzicht bieden van de initiatieven en de samenhang daartussen. - Eenduidige boodschap uitdragen over alles wat met het Uitvoeringsprogramma te maken heeft. We communiceren met de volgende centrale doelstelling: ‘Zorgvuldige en inspirerende communicatie zorgt voor bekendheid van de Agenda en het Uitvoeringprogramma, voor betrokkenheid, voor begrip, draagvlak en enthousiasme voor de initiatieven en voor inzicht in de samenhang en voortgang.’

8.1. Communicatie door programma en partijen Gebruikers, natuurorganisaties en overheden hebben elkaar nodig om de doelen van de Agenda te realiseren. Partijen moeten met elkaar in gesprek komen en blijven over initiatieven, nieuw te zetten stappen, bereikte resultaten en ook over ‘schurende’ doelen. Alleen zo kan de gezamenlijke Agenda op betrokkenheid en draagvlak bij alle partijen blijven rekenen, ook al is men het niet over alles eens. Belangrijk doel van de communicatie over het Uitvoeringsprogramma is dan ook om die dialoog tussen partijen te ondersteunen en te bevorderen. Dit kan door informatie te bieden, ervaringen uit te wisselen (‘feedback’) en partijen en belanghebbenden bij elkaar te brengen.

De programmaorganisatie is verantwoordelijk voor de communicatie over het programma als totaal. De afzonderlijke partners zijn verantwoordelijk voor het organiseren van de communicatie van hun activiteiten binnen hun organisatie of netwerk. De communicatie op centraal en decentraal niveau is complementair: deze activiteiten vullen elkaar aan en versterken elkaar.

8.2. Communicatieaanpak De communicatieaanpak kent vier pijlers: 1. Bekendheid geven aan de Agenda en het Uitvoeringsprogramma (informeren). 2. Werken aan draagvlak (niet alleen zenden, maar ook zorgen voor begrip voor elkaars doelen). 3. Inspiratie bieden voor initiatieven en het verbinden van initiatieven. 4. (Tussentijdse) resultaten tonen en uitdragen. Bekendheid geven Om partijen bij het proces te betrekken en te inspireren, is het van belang dat ze een duidelijk beeld hebben van het Uitvoeringsprogramma: ze moeten weten wat in de Agenda staat, waar het Uitvoeringsprogramma over gaat en welke kansen het programma biedt voor eigen initiatieven. De Agenda en het Uitvoeringsprogramma moeten gaan ‘leven’ bij de betrokken partijen en belanghebbenden. Daar is meer voor nodig dan een papieren Agenda of een organisatie. In de communicatie over het Uitvoeringsprogramma zetten we in de beginfase van het programma vol in op de mensen en organisaties achter de Agenda. Wie tekenden de instemmingsverklaring en waarom? Wie niet, waarom en hoe zijn we daar rond het programma mee omgegaan. Wie zijn nu betrokken? Wie werken aan de initiatieven? Wie zijn enthousiast en wie zijn kritisch en waarom? Deelnemers uit het Regieteam, het BO Waddengebied, het Omgevingsberaad, de Beheerautoriteit en de Waddenacademie spelen hier een actieve rol in.

Als deze betrokkenen aangeven hoe hun eigen activiteiten samenhangen met de doelstellingen van de Agenda en de activiteiten uit het Uitvoeringsprogramma, gaat het Uitvoeringsprogramma ook leven.

53

Werken aan draagvlak Bij de totstandkoming van dit Uitvoeringsprogramma hebben de partijen gesproken over de doelen van de Agenda en het Uitvoeringsprogramma, eerst in het Regieteam en daarna ieder Regieteamlid met zijn of haar achterban. Dit soort gesprekken zijn noodzakelijk om elkaars doelen en achterliggende belangen te kunnen begrijpen. Voor dit soort gesprekken is goede en actuele informatie nodig. De programmaorganisatie zal actief inzetten op het bieden van juiste informatie en alle betrokkenen aanspreken op het onderbouwen van meningen met feiten. In de communicatie ligt daarom in eerste instantie de nadruk op luisteren en informeren. Het programmabureau ontwikkelt zich tot een informatieloket voor de activiteiten die zich binnen de scope van dit programma afspelen.

8.3. Initiatieven In de periode 2021-2026 werken de partijen aan het volgende initiatief:

UP26. Opstellen en uitvoeren Communicatieplan We stellen een Communicatieplan op en voeren het uit.

Inspiratie krijgen en verbinden van initiatieven De initiatieven maken het programma. Elke partij kan op een geëigend moment gezicht geven aan een initiatief. Daarbij is het belangrijk de samenhang met andere initiatieven en de doelen van de Agenda en het Uitvoeringsprogramma te leggen, onder het motto ‘goed voor mij, goed voor jou, beter voor ons samen’. De partnerorganisaties spreken af zichzelf en elkaar hierin te stimuleren. Dat kan door gesprekken te voeren, te luisteren, samen te ontwikkelen, inzicht te bieden, kennis te maken, ervaringen op te doen en uit te wisselen. Dat doen partijen zelf in onderlinge contacten, maar het programmabureau zal het uitwisselen ook organiseren, in samenhang met de belangrijke mijlpalen in het proces. Een eerste mijlpaal is de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma 1.0 in de zomer van 2022. Deze bijeenkomst zal in het teken staan van inspiratie, verrassende samenwerkingsverbanden en leren door doen. Het programmabureau en het Regieteam werken de communicatie over andere mijlpalen uit in een dynamische activiteitenkalender. Tonen en uitdragen van (tussentijdse) resultaten Het programmabureau daagt de trekkers uit om over resultaten van de initiatieven te communiceren en de verbinding te legen met de gezamenlijke doelen van het Uitvoeringsprogramma.

54

9 Financiering Voor de financiering van het Uitvoeringsprogramma maken we onderscheid in de kosten voor: - De uitvoering van UP-initiatieven - Het programmabureau. - De inzet in het Regieteam. - Programmakosten voor ondersteuning en facilitering.

Inclusief eventueel accounthouderschap van deelprogramma’s is dit 6 tot 8 dagen per maand. Meerdere partijen hebben aangegeven dat een dergelijke inzet, zeker als accounthouder, voor hun niet haalbaar is.

9.4. Programmakosten 9.1. De UP-initiatieven Voor het Uitvoeringsprogramma 2021-2026 is geen apart budget beschikbaar gesteld voor de financiering van de initiatieven uit het Uitvoeringsprogramma (UPinitiatieven). De partijen moeten zich inspannen om hun gemeenschappelijke initiatieven mogelijk te maken. Het kan hier gaan om verkenning, voorbereiding en ook om de daadwerkelijke uitvoering van initiatieven. Hiervoor zijn diverse bronnen denkbaar en soms ook al gevonden. Het Waddenfonds/IKW is betrokken bij de ontwikkeling van het Uitvoeringsprogramma en onderzoekt aan welke initiatieven men kan bijdragen.

9.2. Programmabureau De financiering van het kleine, flexibele programmabureau betreft de personele kosten en overige kosten voor het programmasecretariaat, zoals voor vergaderlocaties en communicatie. De personele inzet voor het programmabureau betreft in voor periode 2021-2026: - De programmacoördinator van het ministerie van IenW (0,4 fte). - De plv. programmacoördinator van de provincies (0,4 fte). - Een programmamedewerker namens de stakeholders/OBW (0,4 fte). - Programma- en secretariële ondersteuning door IenW (0,4 fte). - Inzet voor communicatie (PM). Deze personele inzet wordt geleverd en bekostigd door de genoemde organisaties.

9.3. Regieteamleden en accounthouders Elke organisatie vergoedt de inzet van zijn eigen vertegenwoordiger in het Regieteam. De geschatte inzet in het Regieteam is 4 dagen per maand per deelnemer.

Het programmabureau heeft (beperkt) middelen beschikbaar om nieuwe initiatieven te helpen opstarten en korte verkenningen te laten doen. Daarnaast zijn middelen nodig voor het opstellen van plandocumenten, voortgangsrapportages, evaluaties, communicatieproducten en locatiekosten. De programmacoördinator kan (onder voorbehoud, want besluitvorming heeft hierover bij diverse organisaties nog niet plaatsgevonden) beschikken over een programmabudget. Jaarlijks dragen de ministeries € 200.000 bij en de drie provincies ieder € 30.000. De vier waterschappen dragen samen € 80.000 bij en de gemeenten (vaste wal én eiland) samen € 130.000. Daarmee bedraagt het jaarlijkse programmabudget € 500.000,-. De programma-coördinator kan daarvan in overleg met het regieteam € 300.000 benutten; € 200.000 is beschikbaar om de extra inzet van accounthouders voor het programma te vergoeden. De uitvoerende partijen zijn verantwoordelijk voor het budget voor nader onderzoek en uitvoering.

9.5. Bronnen voor investeringen in het Waddengebied Investeringen in het Waddengebied moeten bijdragen aan de doelen van de Agenda. Het Rijk, de Waddenprovincies, de gemeenten en de waterschappen investeren gezamenlijk in het Waddengebied en blijven dat de komende jaren doen. Belangrijke financieringsstromen zijn het Waddenfonds, de Regiodeals en het IKW. Binnen deze bestaande regelingen spannen partijen zich in om de strategieën uit de Agenda te realiseren. Ook benutten ze de kansen om koppelingen te leggen met andere investeringsprogramma’s, zoals het HWBP, PAGW, en infrastructuurprogramma’s. Hiervoor is het van belang goed zicht hebben op de belangrijkste financieringsprogramma’s in de periode 2021-2026.

55

Slim bundelen van bestaande financieringsprogramma’s en inzet uit eigen begrotingen is nodig. Daarnaast overleggen diverse partijen momenteel om zich gezamenlijke in te zetten voor een gebieds- of kustfonds vanaf 2027, in het verlengde van het Waddenfonds, onder meer gericht op een solide basis voor toekomstige opgaven. Dit initiatief vindt op dit moment plaats buiten de scope van dit Uitvoeringsprogramma. Tot slot vindt in het Uitvoeringsprogramma onderzoek plaats naar de mogelijkheden om Europese gelden in het kader van de Sustainable Development Goals te benutten, aangezien veel initiatieven uit dit Uitvoeringsprogramma daaraan bijdragen.

56

10 Planning Later in te vullen

57

11 Tot slot Het bereiken van de doelen van de Agenda en het Uitvoeringsprogramma vraagt van alle partijen een forse inspanning. Daar zijn we samen verantwoordelijk voor. In dit Uitvoeringsprogramma staan de initiatieven waar we samen mee aan de slag gaan om de doelen dichterbij te brengen. De Agenda is een zelfbindend beleidskader. Dat betekent dat de betrokken partijen de doelen laten doorwerken in hun landelijke, regionale en lokale visies en plannen. Dat gebeurt onder meer in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), het NWP, de omgevingsvisies van provincies en gemeenten, de ‘blauwe’ omgevingsvisies van waterschappen en verordeningen.

Borging De gezamenlijke partijen werken in de periode 2021-2026 aan de UP-initiatieven zoals in de hierna volgende tabel nog kort staan opgesomd. Bovendien, zo is afgesproken, wordt ook het andere werk van de partijen steeds in het licht geplaatst van wat er in de agenda is afgesproken. Last but not least is afgesproken om in de UP planperiode verder te praten over onderwerpen waar de gezamenlijke koers nog schuurt. Op deze manier is de borging van de agenda 2050 via drie lijnen vormgegeven.

UP28. Evaluatie planperiode en ontwikkeling nieuw Uitvoeringsprogramma voor de volgende tranche

UP27. Doorvertaling Agenda in beleid, beheer, regelgeving en uitvoering Onderdeel van het Uitvoeringsprogramma 2021-2026 is dat alle organisaties nagaan hoe ze de doelen laten doorwerken in hun beleid en beheer en samen het overzicht in beeld brengen.

De Agenda heeft een looptijd van tien jaar. Vijf jaar na vaststelling vindt een evaluatie plaats. Dit Uitvoeringsprogramma heeft een looptijd tot en met 2026. Aan het eind van deze programmaperiode (2025) evalueren we de voortgang van het Uitvoeringsprogramma en brengen we in beeld in hoeverre we de doelen voor de Waddenzee en het Waddengebied dichterbij brengen. Op basis daarvan stellen we in 2026 een nieuw Uitvoeringsprogramma op. De Agenda is een zelfbindend beleidskader. Dat betekent dat de betrokken partijen de doelen laten doorwerken in hun landelijke, regionale en lokale visies en plannen. Dat gebeurt onder meer in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), het NWP, de omgevingsvisies van provincies en gemeenten, de ‘blauwe’ omgevingsvisies van waterschappen en verordeningen.

58

Samenvattend: de UP-initiatieven 2021-2026 Natuur van Wereldklasse

1. Handelen vanuit ecologische principes 2. Natuurbeheer, -herstel en -ontwikkeling e

3. Programma ED2050, 2 tranche 2021-2026 Landschap en cultureel erfgoed

4. Inrichting Waddenatelier 5. Uitwerking kernwaarden Waddengebied

Bereikbaarheid

6. Duurzame mobiliteit Waddengebied 7. Vervolgonderzoek bereikbaarheid Ameland 2030

Klimaatverandering

8. Onderzoek ecologische effecten klimaatverandering 9. Integrale aanpak kustzone 10. Ontwikkeling Kop van Noord-Holland (“Waddenbaai”)

Energietransitie

11. Mogelijkheid energietransitie Waddengebied

Leefbaarheid

12. Programma Brede welvaart Waddeneilanden

Recreatie en toerisme

13. Programma Versterking recreatie en toerisme langs de Waddenkust 14. Integrale maritieme ontwikkeling havenplaatsen

Havens

15. Ecoport innovatieprogramma verduurzaming havens 16. Green shipping 17. Tijdelijke parkeerfaciliteit offshore installaties

Landbouw

18. Ontwikkeling zoetwaterstrategie voor de landbouw in het Waddengebied

Visserij

19. Waddenzee Visserij Platform

Overig activiteiten

20. Beleidsregels voor drones in het Waddengebied 21. Beperking risico’s grote containerschepen boven Waddeneilanden

Kennis, monitoring en voortgang

22. Organisatie kennishuishouding en opstellen Kennisagenda 23. Uitwerken en uitvoering monitoring en voortgang verbeteren 24. Verbeteren synergie monitoring bij vergunningverlening en Basismonitoring 25. Toetsing en toepassing impactanalyse

Communicatie

26. Opstellen en uitvoeren Communicatieplan

Tot slot

27. Doorvertaling gebiedsagenda in beleid, beheer, regelgeving en uitvoering 28. Evaluatie en ontwikkeling nieuw Uitvoeringsprogramma 59

Verklarende Woordenlijst Beheerautoriteit BO Waddengebied DIM DIN ED2050 Veranderdoel IBP Waddenzee IKW IMO NWP PAGW PRW RES SMART doel Uitvoeringsprogramma / UP VAWOZ

Beheerautoriteit Waddenzee Bestuurlijk Overleg Waddengebied Doelen inspanningen Matrix, of programmering tabel Doelen-Inspanningen Netwerk Programma Eems-Dollard 2050 betER, meER, mindER, duurzamER, biodiversER, etc. Integraal Beheerplan Waddenzee Investeringskader Waddengebied Internationale Maritieme Organisatie Nationaal Water Programma 2022-2027 Programmatische Aanpak Grote Wateren Programma naar een Rijke Waddenzee Regionale Energie Strategie Concretisering van het ER doel: wat moet er precies (Specifiek, Meetbaar Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden) bereikt worden Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026 Verkenning Aanlanding Windenergie op Zee

60

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1767/documents/17647