Bijlage 2 - Verkenningen.pdf
Tekst van het document
recent met pensioen gegaan of zal dit op korte termijn doen. Gezien de grootte van deze groep betekent de pensionering hiervan voor veel sectoren uitdagingen om nieuwe vacatures in te vullen vanuit de huidige beroepsbevolking. Op wat langere termijn zal de grootte van deze groep zogeheten ‘babyboomers’ waarschijnlijk zorgen voor extra druk op de zorg, aangezien de verhouding zorgvragers ten opzichte van de beschikbare zorgverleners zal gaan toenemen. Voor een belangrijk deel zal dit afhangen van hoe lang deze ouderen zelfstandig thuis kunnen wonen en op hun eigen netwerk kunnen terugvallen, maar algemeen is zichtbaar dat op hogere leeftijd (75-80+) uiteindelijk zorg en/of ondersteuning nodig blijkt. De gemeente Den Helder heeft een hogere gemiddelde leeftijd dan Nederland en heeft een relatief groot aandeel ouderen in de leeftijdsverdeling. Dit betekent dat Den Helder waarschijnlijk eerder dan andere plaatsen te maken zal krijgen met de gevolgen van vergrijzing en hier in de komende jaren op moet gaan anticiperen.
De belangrijkste gevolgen zullen met name liggen op de volgende vlakken: 1) afname van de huidige beroepsbevolking en extra moeite voor werkgevers met het invullen van vacatures, 2) extra vraag naar zorg, hulpmiddelen en ondersteuning, 3) andere eisen ten opzichte van de leefomgeving en de inrichting van de buurt, bijvoorbeeld behoefte aan toegankelijke voorzieningen en openbare ruimte. Van zorginstellingen naar zorg in de eigen buurt In de afgelopen jaren heeft een belangrijke omslag plaatsgevonden op het gebied van zorgverlening. Waar in de vorige eeuw sprake was van het concentreren van mensen met een zorgvraag in gespecialiseerde instellingen is deze trend in de afgelopen twee decennia gekeerd. Het aantal beschikbare plaatsen in zorginstellingen is stevig gedaald en de overgebleven plaatsen zijn voornamelijk bedoeld voor mensen met een zware zorgvraag. Voor mensen met een lichte(re) zorgvraag wordt ingezet op het zo lang mogelijk thuis blijven wonen en het daar ontvangen van zorg, zogeheten extramuralisering. Deze vorm van zorgverlening stelt meer eisen aan de omgeving van de zorgvrager. Zo zal er vaker een beroep worden gedaan op maatwerkvoorzieningen, voorzieningen in de buurt en de hulp en steun van mensen in de buurt, van het doen van een boodschap tot het verlenen van mantelzorg.
Gezien de vergrijzing die in de komende decennia verwacht wordt in Nederland zal de vraag naar zorg in de eigen buurt verder vergroten en vraagt dit nog meer aandacht om een goede omgeving te kunnen bieden. Ook in de gemeente Den Helder speelt deze ontwikkeling. Inwoners blijven gemiddeld langer thuis wonen en ontvangen daar (lichte) zorg. Daarbij wordt ook een beroep gedaan op de omgeving, bijvoorbeeld via mantelzorgers, kennissen of buren. Deze ondersteuning vanuit de omgeving kan helpen om langer thuis te kunnen blijven wonen, maar is in sommige gevallen wel kwetsbaar. In sommige buurten zal in de toekomst een concentratie van ouderen zijn, waardoor veel van de omgeving kan worden gevraagd. In buurten of wijken met weinig sociale cohesie kan deze ondersteunende omgeving beperkt of zelfs niet aanwezig zijn. Daarnaast zijn er ook mensen met een zorgvraag die een extra druk leggen op de omgeving, bijvoorbeeld mensen met een psychische aandoening die soms voor overlast zorgen. Voor de leefbaarheid van de buurten is het daarom belangrijk om op een goede manier met zorgvragers om te gaan en de draagkracht van de buurten en wijken goed in de gaten te houden. Een concentratie van problemen wordt zoveel mogelijk voorkomen.
Kansen(on)gelijkheid en groeiende aandacht hiervoor In Nederland is er sprake van kansenongelijkheid tussen verschillende groepen, waardoor niet ieder kind of jongere opgroeit met dezelfde kansen om zichzelf te ontplooien. Redenen zijn bijvoorbeeld armoede, medische indicaties en problemen thuis. De kansenongelijkheid concentreert zich met name, maar niet uitsluitend, bij groepen inwoners met een lage sociaal-economische positie. Hoewel lastig eenduidig te zeggen hoe de kansengelijkheid in Nederland zich ontwikkeld is wel duidelijk te zeggen dat er sprake is van een toenemende aandacht voor kansengelijkheid en de rol van overheden om hier invloed op uit te oefenen. Inwoners van de gemeente Den Helder verdienen gemiddeld minder ten opzichte van heel Nederland, zijn gemiddeld lager opgeleid en leven vaker in armoede. Deze en andere risicofactoren hebben invloed op de kansengelijkheid van kinderen en jongeren in Den Helder. Ook in de gemeente Den Helder zijn
er kinderen of jongeren die opgroeien met kansenongelijkheid. Het probleem van kansenongelijkheid komt voort uit veel factoren en hiervoor bestaan geen eenvoudige oplossingen. De leefomgeving kan echter een stimulerende rol spelen, bijvoorbeeld door het bieden van ondersteunende voorzieningen (goed onderwijs, bibliotheken, sport en spel) en het bieden van een gezonde en veilige leefomgeving. De gemeente Den Helder geeft hier al op verschillende manieren invulling aan, maar kan dit nog meer expliciet meenemen bij de inrichtingen van buurten en wijken. Groeiende aandacht voor gezondheid & gezondheidsverschillen Door de corona-pandemie is gezondheid duidelijk als prioriteit op de agenda gekomen. In 2020 zagen we een enorme druk op de gezondheidszorg door de hoge besmettelijkheid van corona, wat heeft geleid tot een te groot aantal patiënten voor de beschikbare zorginstellingen, zowel in Nederland als in andere landen. Daarnaast zijn op de achtergrond nog een aantal andere factoren die, ook nadat de coronacrisis is ingedamd, waarschijnlijk in de toekomst voor een blijvende druk op de gezondheidszorg zorgen, zoals de vergrijzing, een gebrek aan (geschoold) personeel in de zorg en de toename van ziektes die gerelateerd zijn aan leefstijl. Tegelijkertijd is er sprake van een toenemende aandacht en bewustzijn voor gezondheid.
Dit groeiende bewustzijn is echter niet evenredig over de samenleving verdeeld. Er is sprake van grote gezondheidsverschillen in de samenleving. Tijdens de corona-crisis is vooral veel aandacht geweest voor de kloof tussen jong en oud en de daarmee samenhangende gezondheidsverschillen. De grootste kloof is echter misschien wel sociaaleconomisch. De levensverwachting van een Nederlander die enkel onderwijs op de basisschool heeft gehad is gemiddeld zes jaar lager dan van een Nederlander die wetenschappelijk onderwijs heeft gevolgd. Nog groter is de kloof in levensjaren in goede gezondheid: dit aantal ligt gemiddeld vijftien jaar lager tussen de eerder genoemde personen. In de gemeente Den Helder zijn er relatief veel inwoners met een lagere sociaal-economische status en is ook bovengemiddeld sprake van gezondheidsproblemen, zoals overgewicht, verslaving en chronische ziektes. Deze gezondheidsproblemen zijn complex en vragen om een aanpak via verschillende invalshoeken. Voor de rol die de leefomgeving hierin kan spelen is groeiende aandacht, bijvoorbeeld door middel van een beweegvriendelijke omgeving en het stimuleren van sporten en spelen. Ook het stimuleren van fietsgebruik in de gemeente Den Helder is hier een goed voorbeeld van.
Leefomgeving Klimaatverandering en ruimtelijke adaptatie De mondiale klimaatverandering, als gevolg van een versterkt broeikaseffect, stelt vrijwel ieder denkbaar gebied voor uitdagingen in de toekomst. Ook de gemeente Den Helder wordt geconfronteerd met een veranderend klimaat, wat zich kenmerkt door een grotere kans op extreme weersomstandigheden. Scenario’s gaan in grote lijnen uit van meer hete, droge periodes, afgewisseld met (veel) zwaardere buien. Zware neerslag kan in de toekomst niet meer altijd worden afgevoerd via het riool, waardoor er tijdelijke berging op geschikte, veilige plaatsen moet plaatsvinden totdat het water kan infiltreren of worden afgevoerd via het oppervlakte water. Tegelijk moet er water worden vastgehouden voor droge perioden en moeten omgevingen niet te veel warmte vasthouden, aangezien de temperatuur hierdoor snel kan oplopen (‘hittestress’). Deze problematiek vraagt voor de gemeente Den Helder om een inrichting met voldoende groen en water, om regenwater langer vast te houden (berging) en te laten infiltreren in de ondergrond zodat het riool niet verder wordt belast. Ook zorgen groen (perken, grasvelden, bomen) en water in het gebied ervoor dat de omgeving minder snel opwarmt en er minder hitte wordt vastgehouden. Met name in meer dichtbebouwde gebieden, zoals de wijk Stad binnen de Linie, vormt de klimaatbestendigheid een uitdaging.
De groene Stelling Den Helder, die de stad omrandt, kan hierbij een oplossing bieden. Op langere termijn (verwachting: op zijn vroegst na 2050) vormt ook de zeespiegelstijging een potentieel probleem, als gevolg van het smelten van de poolkappen. Mogelijk zijn in de toekomst aanpassingen aan duinen en de Helderse Zeedijk nodig zijn om het zeewater te blijven keren.
Tegengaan verlies van biodiversiteit Wereldwijd loopt de biodiversiteit in hoog tempo terug, grotendeels veroorzaakt door de groeiende impact van de mens op de natuur. Belangrijke factoren die hier aan bijdragen zijn onder andere het verdwijnen van natuurgebieden, milieuvervuiling en klimaatverandering. In Nederland is op dit moment nog slechts zo’n 15% van de inheemse dieren- en plantensoorten over ten opzichte van de soorten die in 1900 voorkwamen. De laatste decennia is er toenemende aandacht voor dit probleem en worden meer maatregelen genomen, zoals het beschermen van natuurgebieden, het tegengaan van milieuvervuiling en de aanleg van nieuwe natuur. De biodiversiteit in Nederland gaat echter nog steeds achteruit. Dit heeft negatieve gevolgen voor de natuur, maar brengt in de toekomst ook risico’s met zich mee voor de economie. Diverse grote economische sectoren zijn afhankelijk van werkende ecosystemen, zoals de agrarische sector en ons voedselvoorziening. In en om de gemeente Den Helder bevinden zich diverse (Natura 2000) natuurgebieden met een hoge natuurwaarde en biodiversiteit, zoals het duingebied tussen Huisduinen en Callantsoog, de Noordzee en de Waddenzee. Deze gebieden zijn goed beschermd en vormen een belangrijk leefgebied voor veel dieren- en plantensoorten.
Het aantrekkelijke landschap en hoge natuurwaarde trekt ook veel inwoners en bezoekers naar deze gebieden, die voor een belangrijk deel ook toegankelijk zijn. Een uitdaging voor de komende jaren ligt vooral in het stimuleren van biodiversiteit in de gebouwde omgeving en openbare ruimte. Meer groen en water in de stedelijke omgeving zijn positief voor de biodiversiteit en helpen tegen de effecten van klimaatverandering. De laatste jaren wordt op verschillende plekken in Nederland geëxperimenteerd met natuurinclusief bouwen. Met deze methode wordt natuur en biodiversiteit expliciet ruimte gegeven bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen bieden kansen om een verder verlies aan biodiversiteit tegen te gaan en op termijn zelfs te verhogen, terwijl ook stedelijke ontwikkelingen de ruimte krijgen. Kwaliteit milieu en natuurlijke hulpbronnen onder druk De gemeente Den Helder staat bekend om zijn schone (zee)lucht en wordt omringd met (beschermde) natuur en landschappen. Bovendien is er de afgelopen decennia veel aandacht geweest voor de kwaliteit van het milieu en zijn er significante verbeteringen gerealiseerd sinds de jaren ’80. Op sommige plaatsen staat de kwaliteit van het milieu en de natuurlijke hulpbronnen echter ook onder druk door menselijk gebruik van de fysieke leefomgeving.
Zo zijn er op verschillende locaties in de gemeente Den Helder nog historische bodemvervuilingen te vinden, die met name verband houden met industriële en/of militaire activiteiten vanaf de 19e eeuw. Meer recent zijn er veel zorgen rondom de stikstofdepositie op kwetsbare natuurgebieden als gevolg van onder andere het gebruik van fossiele brandstoffen in mobiliteit, energieopwekking en bedrijfsprocessen en de uitstoot van veehouderijen en andere agrarische bedrijven. Ook de beschermde duinnatuur in de gemeente Den Helder is gevoelig voor teveel stikstofdepositie. Hierdoor dienen nieuwe ontwikkelingen hier rekening mee te houden. Ook is er recent veel zorg geuit over de waterkwaliteit in Nederland, die waarschijnlijk niet (op tijd) aan de gestelde normen hiervoor zal voldoen. In de toekomst zijn nieuwe problemen denkbaar als gevolg van klimaatverandering. Op dit moment zorgen langere droge periodes al voor vraagstukken rondom de verdeling van water. Het is zeker denkbaar dat de kans hierop in de toekomst verder zal toenemen, aangezien er meer en langere droge en warme periodes verwacht worden. Een extra gevaar hierbij kan verzilting vormen. Onder invloed van de kracht van het zeewater kan zout water het grondwater onder de gemeente binnendringen. Het zoete water vormt een soort bel die tegendruk kan geven en ervoor zorgt dat het water niet te zout wordt.
Door toekomstige zeespiegelstijging zal de druk van het zoute water toenemen, terwijl verwacht wordt dat de ‘zoetwaterbel’ als gevolg van meer droge periodes juist zal afnemen in kracht. Hoe dit precies zal lopen en op welke tijdsschaal is op dit moment grotendeels nog onduidelijk, maar dit proces van verzilting kan een belangrijk risico vormen voor de beschikbaarheid van water voor natuur, landbouw en andere toepassingen.
Belangrijkste kaders Toekomstige ontwikkelingen in de gemeente Den Helder spelen zich niet af in een vacuüm. In het vorige hoofdstuk is al stilgestaan bij de autonome trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen en waar Den Helder rekening mee moet houden bij haar toekomstige ontwikkelingen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste kaders van andere overheden, op (inter)nationaal, provinciaal en regionaal niveau, op een rij gezet. Deze kaders geven richting aan deze omgevingsvisie. Enerzijds omdat zich in de gemeente Den Helder functies en gebieden bevinden met een belang dat verder rijkt dan de gemeentegrenzen en de gemeente hier rekening mee dient te houden, anderzijds ook omdat deze (beleids)kaders ondersteunend (kunnen) zijn bij toekomstige ontwikkelingen. Internationaal UNESCO-werelderfgoed Waddenzee De Waddenzee is ’s werelds grootste aaneengesloten systeem van zand- en moddervlakten die droogvallen tijdens eb. Het gebied bestaat uit het grootste deel van het Deense beschermde Waddenzeegebied, het Nederlandse gedeelte dat beschermd is en de Duitse Nationale Waddenzeeparken in Nedersaksen en Sleeswijk-Holstein. De Waddenzee is een niet erg diep watergebied met een relatief vlakke kust. Het leefgebied heeft getijdengeulen, zeegras-weiden, mosselbanken, zandbanken, wadden, zoutmoerassen, stranden en duinen.
Er komen een groot aantal planten- en diersoorten voor, waaronder zeezoogdieren zoals de gewone zeehond, de grijze zeehond en de bruinvis. Het is ook de broedplaats en het overwinteringsgebied voor 10 tot 12 miljoen vogels per jaar. Het gebied is een van de laatst overgebleven grootschalige bij eb droogvallende ecosystemen waar natuurlijke processen blijven functioneren. De status van werelderfgoed voor de Waddenzee betekent een belangrijke verantwoordelijkheid voor de gemeente Den Helder om het Helderse gedeelte van het wad in stand te houden. Mede door de aanwijzing van de Waddenzee als Natura 2000 – gebied is de bescherming goed op orde. De bescherming van de Waddenzee betekent echter ook een belangrijk knelpunt voor de verdere ontwikkeling van de haven van Den Helder en maakt een efficiënt ruimtegebruik binnen de beschikbare kaderuimte nog meer van belang. Op het gebied van de toeristische en recreatieve economie biedt deze status juist kansen, zeker gezien de populariteit van het Waddengebied bij binnenlandse en buitenlandse toeristen. Natura 2000 - bescherming Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze Natura 2000-gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden. De biodiversiteit staat in Europa al jaren onder druk.
Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Gezien het grensoverschrijdende karakter van veel leefgebieden van planten en dieren (denk bijvoorbeeld aan de Noordzee en Waddenzee) is het belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds meer van hetzelfde wordt. In 1979 is de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen bestaan uit twee delen: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. Binnen het grondgebied van de gemeente Den Helder bevinden zich drie Natura 2000 – gebieden: Duinen Den Helder – Callantsoog, Noordzeekustgebied en de Waddenzee. Voor deze gebieden is sprake van een strikt beschermingsregime om de natuurwaarden binnen deze gebieden te behouden en waar mogelijk te versterken. Nationaal Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (vastgesteld september 2020) Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:
Afbeelding: Illustratie van de vier nationale prioriteiten uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Den Helder en de regio kunnen een belangrijke rol spelen in het bereiken en versterken van een aantal nationale belangen, zoals gesteld in de ontwerp-NOVI: -
-
-
-
In de Defensienota 2018 wordt, voor het eerst na 20 jaar bezuinigingen, een uitbreiding en vervanging van de vloot en organisatie aangekondigd. Er wordt gesproken over forse investeringen en over 2000 (in-)directe arbeidsplaatsen in Den Helder. De rijksopgave voor energie- en klimaatdoelstellingen roept opgaven en vraagstukken op met betrekking tot o.a. het vinden van ruimte in de haven van Den Helder voor logistieke dienstverlening voor de offshore windsector, aanlanding Wind op Zee en kansen en mogelijkheden voor initiatieven voor waterstof-systeemintegratie en hub-functie CO2-opslag. De Noordzeekust en Texel zijn reeds populaire toeristische bestemmingen, maar aanvullende toeristische kansen kunnen worden benut in de regio met aan drie zijden kust, hoogwaardige landschappen en cultureel erfgoed als de Stelling van Den Helder. Hiermee kan worden bijgedragen aan een betere spreiding van toerisme over Nederland en de Provincie Noord-Holland. Er is sprake van opgaven ten aanzien van klimaatadaptatie en waterveiligheid. Greenport Noord-Holland Noord (NHN) heeft in de periode 2020-2040 steeds meer betekenis gekregen als ‘voedselschuur en energiebron’, met nationale en internationale betekenis.
Deze nationale belangen sluiten goed aan bij actuele kansen voor de verdere economische ontwikkeling van Den Helder en de regio Kop van Noord-Holland. Dit sluit aan bij het Helders Perspectief, waarin de kansen wat betreft de economische ontwikkeling van het maritieme cluster in Den Helder worden geschetst (zie Autonome trends & ontwikkelingen). Rijksbeschermd Stadsgezicht De Stelling Den Helder Een beschermd stadsgezicht is een samenhangende groep van objecten en gebouwen in een stad die van overheidswege beschermd wordt. In 2007 is de Stelling Den Helder, inclusief de schootsvelden, grachtengordel en de historische Rijkswerf Willemsoord aangewezen als Rijksbeschermd stadsgezicht. De gemeente Den Helder spant zich in om het beschermde stadsgezicht in samenhang te behouden. Bij ontwikkeling van/in het gebied dient de gemeente zorg te dragen voor bescherming van de cultuurhistorische waarden. Hierbij is een samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van groot belang. Gebiedsagenda Waddengebied (vastgesteld en instemmingsverklaring ondertekend) De Agenda voor het Waddengebied richt zich op de bescherming en de ontwikkeling van het Waddengebied. Dit gaat zowel om het natuurgebied als het unieke open landschap van dit gebied. Als gemeente hebben we een verklaring ondertekend die ons verbindt met de doelen en ambities uit deze gebiedsagenda.
Bij de agenda is een uitvoeringsprogramma opgesteld. Dit uitvoeringsprogramma is nog in concept en wordt in de zomer vastgesteld. De hoofdlijnen van dit programma zijn al wel bekend. De komende jaren gaan we als gemeente aan de slag met de doelen en ambities uit de gebiedsagenda. We zetten ons via verschillende programma’s, zoals Natura 2000 en het Waddenfonds, in voor het herstel van de natuur. In de ontwikkelingen rondom het waddengebied houden we rekening met
klimaatverandering, bereikbaarheid, energie en landschap én de economische activiteiten die er plaatsvinden. De ontwikkeling van de Kop van Noord-Holland is één van de integrale opgaven in de gebiedsagenda. Onder leiding van de Rijksbouwmeester worden verschillende scenario’s voor de ruimtelijke inpassing van functies in het havengebied in beeld gebracht. Op basis van de onderzoeken vindt besluitvorming plaats over de toekomst van het Maritiem Cluster Kop van Noord-Holland en specifiek het havengebied van Den Helder. Een ander onderdeel wat voor Den Helder interessant is, is de afspraak met alle partijen een gezamenlijk gedragen oplossing te zoeken voor een tijdelijke parkeerfaciliteit in de buurt van de haven van Den Helder voor het faciliteren van de modernisering en nieuwbouw van boorplatforms. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 (vastgesteld maart 2022) In het Nationaal Waterprogramma staan de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Het programma heeft voor de komende jaren drie hoofdambities: - Een veilige en klimaatbestendige delta. - Een concurrerende, duurzame en circulaire delta. - Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. Met deze ambities wordt gewerkt aan de opgaven waar we voor staan op het gebied van water.
Deze opgaven bestaan uit klimaatverandering, bescherming tegen overstromingen, een goede zoetwatervoorziening tegen droogte en het beschermen van de kwaliteit van het (drink)water. De leiding van het programma ligt bij het Rijk en specifieker bij Rijkswaterstaat. In Den Helder gaan Rijkswaterstaat en de Rijkshavenmeester, in nauwe samenwerking met de Koninklijke Marine, de komende jaren werken aan het nautisch beheer in en rond de Waddenzee. Als gemeente zorgen we ervoor dat het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de omgeving in onze omgevingsvisie opgenomen worden. Daarbij houden we ook rekening met het regionaal waterprogramma van de provincie. Programma Noordzee 2022-2027 (bijlage van Nationaal Waterprogramma 2022-2027) Het Programma Noordzee 2022-2027 richt zich op het bereiken van een duurzaam en veilig gebruik van de Noordzee dat bijdraagt aan de maatschappelijke, economische en ecologische doelstellingen van Nederland. Met dit programma heeft het Rijk de kaders opgesteld voor ruimtelijk gebruik van de Noordzee in relatie tot de toestand van het mariene ecosysteem en voor het beleid gericht op het verbeteren van de milieutoestand.
Die kaderstelling is verder uitgewerkt in een beschrijving van het huidig gebruik, de actuele en te verwachten ontwikkelingen, de daarmee samenhangende toekomstvisie en opgaven, het ontwikkelde beleid en beheer en tot slot de kennisopgave. De Noordzee is qua activiteit één van de drukste zeeën ter wereld. Het wordt gebruikt voor de scheepvaart, de visserij, de olie- en gaswinning, de windparken en de zandwinning. Dit maakt het een gebied vol kansen en uitdagingen. Met het Programma Noordzee 2022-2027 wordt een belangrijke stap genomen om deze kansen en uitdagingen op te pakken. Het Rijk gaat de ambities, doelstellingen en uitdagingen verder uitwerken in een Toekomstvisie Noordzee 2050. Naar verwachting speelt de Noordzee straks een grotere rol op het gebied van duurzame energie. In de Noordzee Energie Outlook is verkend welke mogelijkheden de Noordzee kan bieden voor een duurzame Nederlandse energievoorziening in 2050. Er zijn hierbij twee uiterste eindbeelden van 2050 samengesteld, aangevuld met toekomstpaden die de weg beschrijven tussen 2030 en 2050. Met beide eindbeelden worden ook de minimaal en maximaal benodigde hoeveelheden duurzame energieproductie op de Noordzee verkend. De beide scenario’s zijn in de tabel hiernaast weergegeven.
De mogelijke wingebieden voor windenergie zijn opgenomen in de zoekgebiedenkaart. Een paar van deze gebieden liggen strategisch ten opzichte van Den Helder en bieden daarmee kansen voor economische en duurzame ontwikkeling.
Afbeelding: kaart met zoekgebieden voor (grootschalige) opwek van windenergie op de Noordzee
In de windenergiegebieden is in principe medegebruik nodig. Onder medegebruik vallen natuurontwikkeling, voedsel (passieve visserij, aquacultuur) en hernieuwbare energieopwekking en opslag (elektriciteit uit of op het water en installaties voor waterstofproductie). Voor Borssele, Hollandse Kust (zuid), (noord) en (west), IJmuiden Ver en Ten Noorden van de Waddeneilanden wordt een Handreiking gebiedspaspoort gemaakt. Via een zonering wordt vervolgens aangegeven waar in een windenergiegebied ruimte is voor medegebruik. Uitgezonderd van medegebruik zijn: doorvaartpassages, onderhouds- en veiligheidszones rondom platforms, windturbines, infield-kabels en de logische vaarroutes daar naartoe. Nadat het inrichtingsplan van de windparken bekend is, stelt het Rijk voor alle zes de windenergiegebieden uit Routekaart 2023 en 2030 een Handreiking gebiedspaspoort op. Na publicatie kunnen initiatiefnemers voor mogelijk medegebruik in gesprek gaan met het bevoegd gezag en een vergunning aanvragen. Pas na het gereedkomen van het windpark kunnen deze initiatieven voor medegebruik worden uitgevoerd. Het opwekken van windenergie op de Noordzee met windparken heeft gevolgen voor het maritiem ecosysteem. Het onderzoek en de monitoring van deze effecten vinden plaats in het Windenergie op zee ecologisch programma (Wozep).
Mogelijke effecten op diersoorten worden daarmee vroegtijdig in kaart gebracht. De resultaten van het onderzoek kunnen aanleiding geven tot maatregelen die negatieve effecten zoveel mogelijk beperken (mitigatie), conform de vereisten van de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR). Het Rijk past de resultaten toe in de besluitvorming over kavelbesluiten en vergunningen en in de vormgeving ervan. Deze procedure loopt via het Kader Ecologie en Cumulatie (KEC), het milieueffectonderzoek, de Passende beoordeling en het toetsingsadvies van de Commissie voor de m.e.r. Het Kader Ecologie en Cumulatie (KEC) is geactualiseerd om de verwachte effecten op biogeografische populaties te kunnen berekenen. Als het beperken van effecten niet voldoende mogelijk is en het gaat om significante negatieve effecten, zijn compenserende maatregelen noodzakelijk. Compenserende maatregelen op zee zijn veelal niet mogelijk. Daarom is aanvullend te kiezen voor bovenwettelijke natuurversterkende maatregelen. De ecologische ruimte voor windparkontwikkeling moet zijn aangetoond voorafgaand aan het nemen van kavelbesluiten. Daarbij is sprake van adaptieve planning. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat aangewezen windenergiegebieden uiteindelijk niet of gedeeltelijk in gebruik worden genomen.
Voor Den Helder is het goed om deze ontwikkelingen in de gaten te houden en voorbereid te zijn op de mogelijke rol die het kan spelen in de windenergiegebieden. Het Klimaatakkoord besteedt aandacht aan de afvang en opslag van CO₂, met daarbij de afspraak dat de permanente opslag van CO₂ alleen onder de zeebodem plaatsvindt (in uitgeproduceerde olie- en gasvelden en mogelijk ook aquifers). Het doel is vooral om de uitstoot van CO₂ door bepaalde industriële sectoren te beperken. Op termijn zijn opslaglocaties in de (diepe) zeebodem echter ook relevant voor de grootschalige productie en opslag van waterstof of het realiseren van negatieve emissies. In 2021 heeft het ministerie van EZK een ruimtelijke verkenning uitgevoerd voor initiatieven voor CO₂-transport en -opslag. De ruimtelijke verkenning laat zien dat er meer plannen zijn voor CO₂-infrastructuur op de Noordzee, ook verder van de kust. Het is de verwachting dat het Aramis-initiatief hierin voorziet door CO₂-infrastructuur te realiseren vanaf de Maasvlakte naar uitgeproduceerde olie- en gasvelden ten noordwesten van Den Helder. Het betreft een hoofdtransportleiding die CO₂–opslag in verschillende opslaglocaties mogelijk maakt. Voor dit Aramis-project is een Rijkscoördinatieprocedure gestart waarin de effecten van de aanleg van deze nieuwe infrastructuur worden onderzocht, onder andere in een milieueffectrapportage.
Hier maken ook de ecologische effecten onderdeel van uit. Het Rijk overlegt in de planperiode 2022-2027 verder met belanghebbende partijen in het energiedomein en op de Noordzee, en met medeoverheden om tot een optimale en gedragen besluitvorming over energieinfrastructuur te komen, zowel voor CO₂ richting de Noordzee als voor waterstof van zee naar land. Een relatief nieuwe ontwikkeling zijn energie-eilanden of –platforms. Deze worden ook wel power hubs genoemd. North Sea Wind Power Hub (NSWPH) streeft naar een internationaal gecoördineerde uitrol van het net op zee met modulaire wind-waterstof energie-eilanden in plaats van individuele nationale aansluitingen van windparken op zee. NSWPH werkt in 2021 en 2022 samen met het ministerie van EZK voor de nieuw aangewezen windenergiegebieden casestudies uit. De resultaten worden benut in een voorverkenning van het Rijk naar nut en noodzaak van energiehubs, waarbij verschillende locaties en constructievormen aan de orde komen. Het Rijk zal daarnaast een verkenning starten om nut en noodzaak en haalbaarheid van één of meer energiehub(s), mogelijk in de vorm van een kunstmatig
eiland, aan te tonen. Daarbij dienen ook de ecologische en ruimtelijke implicaties te worden meegenomen. En zal, indien nut en noodzaak is aangetoond, in deze planperiode starten met de voorbereidingen (onderzoeken en verkenningen) van een dergelijke hub(s). Daarbij worden belanghebbenden en buurlanden vroegtijdig betrokken. Voor het transporteren van de huidige en toekomstige windenergie naar het vasteland zijn verschillende mogelijkheden. Op welk tracé en aanlandingslocatie daarvan de keuze valt, hangt onder meer af van de locaties van de windparken, de locatie en aard van de energievraag, de mogelijkheden om energieinfrastructuur op zee aan te leggen of te hergebruiken, de transportcapaciteit van het hoogspanningsnet en de wijze waarop aanlanding samengaat met andere belangen in het gebied. Het kabinet brengt deze factoren in kaart in een Verkenning Aanlanding Windenergie op Zee (VAWOZ). Deze verkenning is een opstap naar de besluitvorming over de set van aanlandingsopties waarmee per traject een Rijkscoördinatieregeling (onder de Omgevingswet een projectprocedure) zal worden gestart. De minister voor Klimaat en Energie stelt in overleg met de minister voor VRO een inpassingsplan op voor de uitgifte van de vergunningen voor de netaansluitingen op het land.
In 2022 start de verkenning van kansrijke alternatieven om windenergie van zee naar land te brengen in de periode 2031-2040. Het gaat hierbij zowel om aanlanding via elektriciteit als aanlanding met behulp van moleculaire energiedragers zoals waterstof. Voorafgaand aan de VAWOZ 2031-2040 wordt door middel van voorverkenningen op hoofdlijnen in kaart gebracht wat eerste kansrijke mogelijkheden en aanlandlocaties zijn. De kans bestaat dat Den Helder een van de mogelijke aanlandlocaties wordt. In het programma wordt ook stilgestaan bij andere vormen van energie: de olie- en gaswinning. De belangrijkste ontwikkelingen in de olie- en gaswinning zijn de decarbonisatie (het koolstofvrij maken) van de sector en het in kaart brengen en faciliteren van de mogelijkheden voor hergebruik van de gasinfrastructuur voor transport en opslag van CO₂ en waterstof. Een andere vorm van energie die nog niet besproken is, is waterstof. Met de toename van het aantal windparken wordt de winning van fossiele brandstoffen uit de zeebodem de komende jaren afgebouwd. Tegelijkertijd kan de productie van waterstof met windenergie (power to gas) op zee kan de inpassing van duurzame energie van windparken op zee ondersteunen en kan ook bijdragen aan het verduurzamen van de industrie en de mobiliteit.
Een deel van de uit productie genomen installaties en leidingnetten zal wellicht (her)bruikbaar zijn voor de productie, het transport en de opslag van waterstof. Aangezien waterstof waarschijnlijk grotendeels op zee geproduceerd wordt, zal het mogelijk worden om de verhouding tussen de productie van elektriciteit en waterstof te variëren. Waterstof uit hernieuwbare energiebronnen gaat naar verwachting een rol spelen omdat onze energiebehoefte niet alleen bestaat uit elektriciteit maar ook uit andere energievormen waarvoor tot nu toe steenkool, aardolie en aardgas de bronnen vormden. Voor de productie van waterstof is elektrolyse nodig. De elektrolyse op zee zal naar verwachting pas na 2030 een substantiële rol kunnen spelen omdat deze technologie de komende jaren nog niet ver genoeg is ontwikkeld en bovendien te duur is. Om na 2030 elektrolyse op zee mogelijk te maken, zal het Rijk één of meer proefprojecten (helpen) opzetten. Voor Den Helder liggen op dit gebied kansen door aan een proefproject mee te doen en van daaruit een actieve rol te krijgen bij de productie van waterstof. Gezien de strategische ligging is het ook mogelijk dat het aanleggen van de infrastructuur voor waterstof (mede) vanuit Den Helder plaatsvindt. Een ander kans zit in de installaties en leidingen in Den Helder die mogelijk bruikbaar zijn voor de productie, het transport en de opslag van waterstof.
In 2021 is de Verkenning ‘Duurzame blauwe economie’ uit het Noordzeeakkoord gestart. De verkenning wordt tot 2027 voortgezet, waarbij tussentijds beleidsopties en marktkansen worden uitgewerkt. De verkenning stuurt aan op een integrale realisatie van de beleidsdoelen van het Programma Noordzee 2022-2027, met focus op innovaties in duurzame mariene voedselproductie en op beleidsdoelen rond energie uit wind, water en ‘zon op zee’. Bij dit alles is er aandacht voor kansrijke manieren van medegebruik van windparken. De realisatie is gebaseerd op de informatie uit de gebiedspaspoorten per windpark, waarin de afweging plaatsvindt met betrekking tot: · Natuurontwikkeling, natuurherstel en -bescherming; · Vormen van en locaties voor passieve visserij (bijvoorbeeld manden en korven); · Toegestane vormen van en locaties voor medegebruik door de ‘nieuwe blauwe economie’
Vanuit het kabinet zijn enkele meerjarige missiegedreven innovatieprogramma’s (MMIP’s) vastgesteld voor de duurzame blauwe economie. Het MMIP Visserij richt zich op het ontwikkelen van een ecologisch én socio-economisch duurzame kust- en zeevisserij op de Noordzee ter bevordering van een dynamische visserijsector, een goede levensstandaard voor visserijgemeenschappen en een goede status van de visbestanden en het mariene milieu. Er staat niet wat dit MMIP zal betekenen voor de (Helderse) visserijvloot. Vanuit het Noordzeeakkoord (NZA) zijn er wel middelen gereserveerd voor aanpassing van de kottervloot, waarbij verduurzaming een belangrijk doel is. De maatregelen zijn uitgewerkt in de Kottervisie. In het kader van de verdere uitrol van windenergie op zee worden aanvullende middelen ter beschikking gesteld voor de visserijsector. Het Rijk zal nauwlettend volgen welke werkelijke effecten voor de visserij in de praktijk optreden en hoe vissers hun activiteiten zullen aanpassen als er minder ruimte is om te vissen en er bovendien een veelheid aan ontwikkelingen zich tegelijkertijd voltrekt. Het Rijk voert in 2022 een sociaaleconomische impactanalyse uit naar de gevolgen van alle grote ontwikkelingen voor het gehele viscluster.
De analyse zal relevante informatie opleveren om te bepalen of en zo ja, welke maatregelen nodig zijn voor (onderdelen van) het viscluster om zich aan te passen. Luchtvaartnota 2020-2050 (vastgesteld november 2020) Met de Luchtvaartnota 2020 – 2050, met de titel: ‘Verantwoord vliegen naar 2050´ zet het kabinet de nieuwe koers uit voor de luchtvaart. Vier publieke belangen staan hierin centraal: veilige luchtvaart in de lucht en op de grond; goede verbindingen met de belangrijke bestemmingen in de wereld; verbeteren van de leefomgevings-kwaliteit en verminderen van het klimaateffect. Het kabinet wil dat de luchtvaart klaar is voor de toekomst. Binnen heldere kaders vanuit de vier publieke belangen kan de luchtvaart zich blijven ontwikkelen. De luchthavennota gaat niet specifiek in op helikopter luchthavens. De functies van Den Helder Airport voor de offshore en de SAR-hulpverlening zijn geborgd met de nieuwe medegebruiksvergunning voor het civiele verkeer verleend (Staatscourant 2019, 5883). De Luchthavennota gaat wel in op drones. Het kabinet wil ruimte geven aan drones en innovatie en tegelijk de veiligheidsrisico’s van dronegebruik beperken. Uit par 2.3.5: “Het gebruik van drones en onbemande luchtvaartuigen neemt sterk toe. Deze ontwikkeling biedt nieuwe kansen voor bedrijven en leidt tot nuttige toepassingen.
De overheid wil deze ontwikkeling de ruimte geven en innovatie in technologie en diensten mogelijk maken. Uiteraard moet dit veilig gebeuren. De komende jaren komen er stapsgewijs meer Europese regels. Deze zijn gericht op een veilige operatie van drones en een veilige integratie in het luchtruim. Tijdige nationale implementatie van deze regels is een belangrijke voorwaarde om de Nederlandse dronesector toegang te geven tot de Europese markt. Rond 2030 is er een volledige set van Europese regels voor drones. Daardoor kunnen ook grote onbemande luchtvaartuigen veilig aan het luchtverkeer deelnemen.” De ontwikkelingen rond drones zijn voor Den Helder van belang omdat de wens bestaat op Den Helder Airport een civiel dronesvliegveld te ontwikkelen (Regio Deal-programmalijn maritieme opkomende technologieën). Kabinetsvisie Waterstof (geen nota, wel definitief verhaal) Met deze kabinetsvisie wil het kabinet het belang van de ontwikkeling van duurzame waterstof en de unieke uitgangspositie van Nederland onderstrepen. Een voortvarende ontwikkeling van waterstof past ook in de visie die het kabinet heeft gepresenteerd in de recente Groeistrategie voor Nederland op de lange termijn. Met name voor de industrie heeft het grote prioriteit.
Door nu helder het belang van CO2vrije waterstof te benoemen, een ambitieuze beleidsagenda te presenteren en essentiële stappen te zetten om tijdig de infrastructuur en andere randvoorwaarden te realiseren, wil het kabinet een duidelijk signaal afgeven. Regio’s verspreid over het hele land ontwikkelen waterstofclusters. Het kabinet heeft waardering voor deze initiatieven en ziet ze als een essentieel onderdeel van hoe we gezamenlijk de komende jaren de energietransitie gaan vormgeven. Den Helder heeft de ambitie een belangrijke rol te spelen in de energietransitie en met name de kansen te pakken die er zijn bij de transitie naar een waterstofeconomie. Een voorbeeld is het consortium H2
Gateway waar Den Helder onderdeel van is. H2 Gateway geeft invulling aan deze ambitie met de inzet op een fabriek die gecentraliseerd voor de industrie blauwe waterstof produceert met behulp van CO2 opvang en opslag. Dit is een van meerdere projecten uit het waterstofprogramma Noord-Holland Noord. Vanuit de Regio Deal worden diverse projecten in de kop van Noord-Holland met een financiële impuls ondersteund. Havennota 2020-2030 (vastgesteld november 2020) De Havennota schetst vanuit een publiek perspectief de kaders en uitgangspunten aan de hand waarvan de havens een systeemsprong kunnen maken naar een digitale en duurzame haveneconomie. Samen met de havens wil de minister de ambitie van de Havennota waarmaken: “de krachtige positie van de Nederlandse havens behouden, in de economie van de toekomst die duurzaam, digitaal en verbonden is”. Met name de grondstoffen- en energietransitie overstijgt de belangen van individuele havens. De havens zullen gezamenlijk moeten optrekken om tot betere (markt)prestaties en meer efficiëntie te komen, ook in het aanbodprofiel van alternatieve brandstoffen en inspelend op de vraagbehoefte in sectoren als industrie en mobiliteit. Bovendien kan havensamenwerking vanuit een publiek perspectief bijdragen aan efficiënt ruimtegebruik en optimale benutting van infrastructurele capaciteit.
Meer samenwerking is daarom een speerpunt van de Havennota met als doel een geïntegreerd systeem van samenwerkende havenbedrijven. Over Den Helder staat er: “Overige zeehavens zoals Scheveningen, Harlingen en Den Helder zijn wat betreft op- en overslag primair van lokaal of regionaal belang. Deze zeehavens krijgen bij investeringen in bereikbaarheid steun van lokale en regionale overheden en komen daarmee niet direct in aanmerking voor MIRT investeringen van het Rijk. Ondanks dat Den Helder geen haven van nationaal belang is in de economische zin, gaat het hier wel om een Rijkszeehaven van een bijzondere categorie gezien de combinatie van civiele en defensiebelangen. De haven van Den Helder is immers de thuishaven van de Koninklijke Marine en de Kustwacht. Defensie is, gezien het Defensie-belang, aangewezen als Rijkshavenmeester op grond van de Scheepvaartverkeerswet. Met offshore en inzet op waterstof is er, door combinatiemogelijkheden waarover in de Kabinetsvisie op waterstof wordt gesproken, potentie voor verdere ontwikkeling in de Kop van Noord-Holland. Dit wordt toegelicht in paragraaf 3.2.” “De havens van het Noordzeekanaal, Den Helder en Groningen Seaports spelen vanwege hun geografische positie met het Hydroports initiatief gezamenlijk in op de productie van groene waterstof en op de realisatie van verbindingen tussen de havens voor het transport van waterstof.
De aanlanding van windenergie afkomstig van windmolenparken op zee biedt hier kansen toe.” “Tot slot hebben de provincie Noord-Holland, gemeente Den Helder en het havenbedrijf Den Helder de ambitie om de haven van Den Helder een schakel van nationaal belang te laten worden in de energietransitie. Verder verkennen partijen in en om de haven van Den Helder de mogelijkheden voor CO2 afvang- en opslag via de gasinfrastructuur vanaf de NAM-installatie naar de lege gasvelden in de buurt van de Den Helder. Om de ontwikkeling van het maritiem cluster in de Kop van Noord-Holland te versterken, investeert het kabinet maximaal € 5 miljoen als onderdeel van de derde tranche Regio Deals.” Startnotitie Programma Energiehoofdstructuur (vastgesteld mei 2020) De ambitie van het Programma Energiehoofdstructuur is tijdig te zorgen voor voldoende ruimte voor de nationale energiehoofdstructuur, op basis van een integrale afweging met andere opgaven en belangen, binnen een (inter)nationale context en waarbij een goede leefomgevingskwaliteit randvoorwaarde is. Het programma heeft betrekking op ruimtelijk beleid op land en de grote wateren en hanteert als tijdshorizon 2030-2050. Het gaat dus over het gehele Nederlandse grondoppervlak, uitgezonderd de Noordzee.
De verduurzaming van het energiesysteem leidt tot veranderingen in het ruimtebeslag voor opwekking, transport, conversie en opslag van energie. De transitie vraagt meer ruimte in de fysieke leefomgeving, terwijl die ruimte beperkt is. We gaan van een centraal systeem, in hoofdzaak op fossiele bronnen gebaseerd, naar een deels meer decentraal energiesysteem gebaseerd op hernieuwbare bronnen. Deze veranderingen vragen vernieuwing van het beleid, waarmee de ruimtelijke inpassing van het energiesysteem is geregeld. Het Nederlandse energiesysteem is, en wordt steeds meer, verbonden met
het internationale energiesysteem. De ruimtelijke impact van internationaal energiebeleid is dan ook een essentieel onderdeel van dit programma. Het programma richt zich inhoudelijk op drie samenhangende deelsystemen van de energietransitie: elektriciteit, (brand)stoffen en warmte. Dwarsdoorsnijdend daaraan zal aandacht worden gegeven aan de integratie van deze systemen. Keuzes in het ene systeem kunnen consequenties hebben voor andere systemen. Zo hebben locaties voor grootschalige productie van waterstof een goede aansluiting op zowel het hoogspanningsnet als op het gasnet nodig. De keuze in de allocatie van grootschalige waterstofproductie heeft daarmee impact zowel het gas- als elektriciteitsnet. Provinciaal Provinciale Omgevingsvisie (vastgesteld november 2018) De Provincie Noord-Holland omschrijft de kern van de provinciale omgevingsvisie als volgt: “De provincie streeft naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. We staan voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie.
Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die wij maken.” De toekomstige ontwikkeling wordt in vijf hoofdrichtingen uiteengezet: 1. Dynamisch Schiereiland 2. Metropool in ontwikkeling 3. Sterke kernen, sterke regio’s 4. Nieuwe energie 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving
Afbeelding: Illustratie bij de hoofdrichting ‘Dynamisch schiereiland’ uit de Provinciale omgevingsvisie
Afbeelding: Illustratie bij de hoofdrichting ‘Sterke kernen, sterke regio’s’ uit de Provinciale omgevingsvisie
Afbeelding: Illustratie uit de hoofdrichting ‘Nieuwe energie’ uit de Provinciale omgevingsvisie
Over Den Helder schrijft de Provincie: “In het gebied rondom Den Helder komen de bewegingen Dynamisch schiereiland, Sterke kernen, sterke regio’s en Nieuwe energie bij elkaar. De mogelijke aanlanding van energie-infrastructuur van de op zee opgewekte windenergie in de toegangspoort Den Helder biedt economische kansen en vraagt om zorgvuldige inpassing. Dit dient ook de doelen uit de beweging Sterke kernen, sterke regio’s, om werkgelegenheid te versterken en het voorzieningenniveau op peil te houden. De doelen uit Dynamisch schiereiland voegen daar de benutting van de toeristische en recreatieve potentie aan toe in combinatie met opgaven rond de kustverdediging en het toevoegen van natuurwaarden. Meer landinwaarts komen daar ook het ontwikkelen van de duurzame agrifoodsector en vergroten van de biodiversiteit bij uit de beweging Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving.” De verbinding tussen de stad en haven en de Noordzee en Waddenzee en de kansen voor toeristische (kust)ontwikkeling, de ruimte voor economische ontwikkeling rondom de energietransitie en het belang van een vitale stad met een goed voorzieningenniveau klinken terug in de bewegingen en de visie op Den Helder en omgeving vanuit de Provincie Noord-Holland..
Waterstofstrategie Provincie Noord-Holland (vastgesteld november 2020) De provincie Noord-Holland heeft de ambitie om een actieve rol te spelen in het op gang brengen van de waterstofeconomie: Noord-Holland is een snel opkomende Hydrogen Valley. De regio heeft veel potentie om de productie en invoer, opslag en doorvoer van (klimaatvriendelijke) waterstof snel op te schalen. Daarmee kan Noord- Holland niet alleen haar eigen klimaatdoelstellingen realiseren, maar ook een substantiële bijdrage leveren aan het verduurzamen van het energiesysteem in Nederland én Noordwest Europa. In de strategie staat: “Om de Nederlandse waterstofeconomie echt van de grond te krijgen, is het belangrijk om de productie van groene waterstof op te schalen, de productie van blauwe waterstof op gang te brengen (in combinatie met opslag of hergebruik van de afgevangen CO2) en om de vraag naar waterstof in de industrie en zware mobiliteit te stimuleren. Verder is het zaak om te leren en te experimenteren met toepassingen van waterstof in de gebouwde omgeving, mobiliteit en agrisector en met waterstof voor netbalancering. Evengoed is het belangrijk dat er een waterstofinfrastructuur wordt gerealiseerd wordt.
Tot slot moet groene waterstof kunnen concurreren met fossiele brandstoffen, want op dit moment is er nog nauwelijks een businesscase rond te krijgen.” “Voor Noord-Holland ligt daarnaast de focus op de toepassing van waterstof om het elektriciteitsnet te ontlasten, de havens te positioneren als kennis- en onderhoudsclusters voor offshore wind en als draaischijf voor duurzame energie. De Port of Amsterdam richt zich hierbij op import, opslag en overslag van groene waterstof en synthetische kerosine. En Port of Den Helder op de productie van blauwe waterstof in combinatie met het afvangen en opslaan van CO2 en op de in- en doorvoer van groene waterstof.” “Het aangrijpen van de energietransitie is voor Port of Den Helder en de regio een kans om de werkgelegenheid te behouden. Den Helder heeft alles in huis om het onderhoud aan de windparken op zee uit te voeren en een rol te spelen bij de afvang en opslag van CO2 (CCS/CCU). Daarvoor kan de bestaande olie- en gasinfrastructuur en de kennis worden ingezet. Dat is ook voor de BV Nederland van urgent belang, omdat hergebruik van de infrastructuur tot lagere maatschappelijke kosten leidt.” “Noord-Holland ligt aan de Noordzeekust en in de nabijheid van de grote windvelden die in de Noordzee geprojecteerd zijn. Vóór 2030 zal elektriciteit van wind op zee aanlanden in de IJmond.
Dit biedt kansen om te voorzien in de grote energievraag van de industrie. De energie die op de Noordzee ná 2030 wordt geproduceerd, wordt in welke vorm dan ook aan land gebracht. De ambities voor wind op zee na 2030 vragen om een netverzwaring óf om een alternatieve moleculenroute (waterstof). Die laatste optie is mogelijk goedkoper dan een netverzwaring, doordat de bestaande gasinfrastructuur gebruikt kan worden voor waterstof die op zee wordt geproduceerd. Noord-Holland heeft een goede positie om de aanlanding van stroom en waterstof te faciliteren. Daarbij kunnen de havens in het Noordzeekanaal en Den Helder zorgen voor alternatief waterstoftransport, import van waterstof en dienen als uitvalsbasis
voor de (offshore) windindustrie. Met name bij het ontstaan van een internationale handel vormen deze twee havens strategische knooppunten ofwel draaischijven voor nieuwe energie.” “Ook Port of Den Helder heeft alles in zich om een belangrijke rol te spelen in de waterstofeconomie. - Den Helder ligt gunstig voor de aanlanding en distributie van groene waterstof die op zee wordt gemaakt. Het gasbehandelingsstation van de NAM is een strategische asset in de centrale rol die Den Helder kan spelen in de aanlanding, productie en het transport van waterstof. Via Den Helder kan waterstof ingevoerd worden op de toekomstige backbone. - Den Helder kan de bestaande gasinfrastructuur gebruiken voor de opslag van CO2 in zee. Deze opvang van CO2 maakt deel uit van de productie van blauwe waterstof. De opvang- en transportcapaciteit voor CO2 is zo groot, dat Den Helder ook in beeld is voor de inname van CO2 van binnenvaartschepen. - Den Helder heeft daarnaast een uitstekende uitgangspositie om op grote schaal blauwe waterstof te produceren voor de chemische industrie in binnen- en buitenland. Als die kans wordt benut, betekent dat een stimulans voor de ontwikkeling van de backbone die nodig is om waterstof over grotere afstanden te transporteren; een verbinding tussen Groningen, NoordHolland en Rotterdam kan er in 2027 al zijn.
- Evenals Port of Amsterdam ligt Port of Den Helder dicht bij internationale afzetmarkten en beschikt zij over een sterk kenniscluster (TNO, ECN, de Technische Faculteit van het Koninklijk Instituut voor de Marine) en een sterk ontwikkelde offshore logistieke supply chain. - De regio beschikt over onderzoek- en testlocaties voor de ontwikkeling van waterstoftoepassingen. In Europa’s grootste waterstofonderzoeksfaciliteit, het Faraday - laboratorium, werkt TNO aan technologische doorbraken voor opschaling. Naast de faciliteiten van TNO in Petten zijn er onderzoek- en testfaciliteiten bij het expertisecentrum InVesta in Alkmaar. - Ook Port of Den Helder ligt gunstig voor het uitvoeren van onderhoud aan de windparken op zee. In de toekomst komen er meer parken in het noorden en verder op zee. Daarmee wint de centrale ligging van Den Helder nog aan betekenis.
De haven participeert daarop met de ontwikkeling van ruimte in aanvulling op de reeds beschikbare offshore-faciliteiten (waaronder het vliegveld zodat werknemers snel van en naar de windvelden gebracht kunnen worden).” Regionaal Regioakkoord De Kop Groeit (vastgesteld maart 2020) Het Regioakkoord is een akkoord tussen de gemeenten uit de Kop van Noord-Holland over samenwerking op de volgende onderwerpen, met daarbij de meest relevante inzet/projecten voor de gemeente Den Helder: v Bereikbaarheid Inzet op bereikbaarheid van het Maritiem Cluster en de TESO, het uitrollen van deelvervoer (‘Mobipunten’) en snelfietsroutes, verkeersveiligheid op de N9. Voor de toekomst wordt ingezet op aanleg van nieuwe verbinding N77 tussen Den Helder en de A7. v Woningbouw Inzet op de bouw van 5.000 nieuwe woningen in de Kop tot 2030 en het versnellen van de woningbouw. v Duurzame energie De Kop als proeftuin voor innovatieve manieren om energie op te wekken en een nationale rol van betekenis op het gebied van Wind op Zee, de waterstofeconomie en bijbehorende infrastructuur. v Onderwijs – arbeidsmarkt Samenwerking op het gebied van arbeidscommunicatie en samenwerking tussen overheden, onderwijs en ondernemers in de sectoren techniek, leisure, zorg en agri.
v Toerisme Samenwerking in het promoten van de Kop (‘destinatiemarketing’) en regionale samenwerking op het gebied van fiets- en wandelnetwerken en groen/blauwe netwerken. v Landbouw Ondersteunen landbouw in transitie naar duurzame en vitale landbouw. v Ontwikkeling met oog voor het landschap Blijvende aandacht voor kwaliteiten van het landschap, ook bij nieuwe ontwikkelingen. Met deze regionale afspraken vormt het akkoord een leidraad voor de verdere ontwikkeling van de gemeente Den Helder, als onderdeel van de Kop van Noord-Holland. Het regioakkoord zal in 2021 verder worden uitgewerkt naar een regionale samenwerkingsagenda voor de Kop. Waterplan Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (vastgesteld december 2021) Het Waterplan beschrijft in hoofdlijnen welke plannen het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier de komende jaren heeft voor het waterbeheer. Klimaat, technologie en maatschappij worden gezien als belangrijke ontwikkelingen waar het Hoogheemraadschap rekening mee gaat houden. Deze ontwikkelingen zijn in het plan uitgewerkt in vijf opgaves. Dat zijn Ruimtelijk adaptatie, Omgevingswet, Duurzaamheid, Biodiversiteit en Datagestuurd werken. -
Ruimtelijke adaptie is onderdeel van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Door Ruimtelijke adaptie toe te passen, wordt de leefomgeving zo ingericht dat deze voorbereid is op extreme weersomstandigheden als gevolg van het veranderende klimaat. Gemeenten en provincies nemen hierbij het voortouw. Het hoogheemraadschap gaat adviseren bij stedelijke ontwikkelingen om te borgen dat de omgeving klimaatbestendig wordt ingericht. Initiatieven voor groene en waterrijke gebieden worden gestimuleerd en ondersteund. Deze initiatieven dragen namelijk bij aan een gezonde leefomgeving. Op het gebied van bodemdaling ondersteunt het hoogheemraadschap de provincie met kennis en expertise. Voor de regio Noordkop is een Uitvoeringsagenda Ruimtelijke adaptatie opgesteld.
-
De invoering van de Omgevingswet heeft gevolgen voor de rol en de positie van het Hoogheemraadschap. In het plan staat beschreven wat het Hoogheemraadschap gaat betekenen en doen voor inwoners, ondernemers en overheden. Bij nieuwe initiatieven gaat men werken vanuit het ‘ja, mits’-principe in plaats van het ‘nee, tenzij’-principe. Ook wordt in 2022 participatiebeleid ontwikkeld om betrokkenen op een zorgvuldige en transparante manier te betrekken bij projecten en werkzaamheden.
-
Het hoogheemraadschap stelt zichzelf het doel om haar taken duurzaam en sociaal uit te voeren. Dit geldt zowel voor de bedrijfsvoering als voor de projecten en werkzaamheden. Het doel is om in 2050 volledig circulair te zijn. Bij duurzaamheid werkt het hoogheemraadschap actief samen met gemeenten. In de Regionale Energie Strategie (RES) van Noord-HollandNoord onderzoekt het hoogheemraadschap of het ruimte kan bieden voor het opwekken van zonne- en windenergie. Bij initiatieven op het gebied van aquathermie adviseert en ondersteunt het hoogheemraadschap.
-
Een goede biodiversiteit draagt bij aan gezond water en een gezonde bodem. Het hoogheemraadschap heeft een programma biodiversiteitsherstel opgezet om samen met haar partners de biodiversiteit te verbeteren.
-
Met het datagestuurd werken wordt de vastlegging en het verzamelen van data uitgebreid en verbeterd. Dit moet leiden tot meer inzichten en betere verbanden tussen data. Het levert meer informatie op die het hoogheemraadschap kan benutten bij het uitvoeren van haar taken.
In het waterplan zijn verschillende onderdelen te lezen die de gemeente raken. Bij beheer van het grondwater en de ondergrond werken gemeente, provincie en hoogheemraadschap samen. Waar nodig ondersteunt de gemeente het hoogheemraadschap bij deze taak. Op andere gebieden intensiveert de dienstverlening naar de gemeente toe. Er komt data beschikbaar over de zoet-zoutgrenzen in grondwater. Deze informatie is belangrijk bij het tegengaan van verzilting. Het hoogheemraadschap gaat daarnaast de impact van klimaatverandering in kaart brengen via simulaties. Dit helpt ons bij het bepalen van onze gezamenlijke klimaatadaptatieplannen. Een ander onderdeel waar gemeente Den Helder mee te maken krijgt, is de overdracht van het beheer van (vaar)wegen die nu beheerd worden door het hoogheemraadschap. Naar verwachting zal in 2023 het beheer van de laatste wegen worden overdragen aan de gemeente. In Den Helder gaat dit onder andere om de Zeepromenade, de Grafelijkheidsweg en de Callantsogervaart. RES 1.0 (vastgesteld 2021) De Regionale Energiestrategie (RES) is een uitwerking van het nationale Klimaatakkoord. Eén van de afspraken is dat 30 energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. Maar ook welke warmtebronnen te gebruiken zijn zodat wijken en gebouwen van het aardgas af kunnen.
Waar is ruimte en hoeveel? Zijn de plekken maatschappelijk gezien acceptabel en financieel haalbaar? In een Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft elke energieregio zijn eigen keuzes. De gemeente Den Helder is hierin onderdeel van de energieregio Noord-Holland Noord. Het bod en de zoekgebieden van de RES Noord-Holland Noord 1.0 zijn de uitkomst van een intensief participatieproces van de afgelopen twee jaar. Er is bottom-up verkend wat de mogelijkheden voor zonne- en windenergie op land zijn. Tijdens het proces tot aan de RES 1.0 zijn onderzoeken gedaan, scenario’s verkend, effecten onderzocht, veel webinars en bijeenkomsten georganiseerd over de (on)mogelijkheden van zonne- en windenergie op land in de regio. In het katern ‘RES-proces: van startnotitie tot RES 1.0’ is een uitgebreide beschrijving van het doorlopen participatieproces opgenomen. Participatie stopt niet maar blijft doorlopen richting de RES 2.0 én op (lokaal) projectniveau. Het is aan initiatiefnemers om onder regie van de gemeente samen met belanghebbenden de zoekgebieden verder uit te werken. Lokale participatie is daarin een gezamenlijke verantwoordelijkheid, en sluit aan op wat overheden rond participatie moeten regelen (in de geest van de Omgevingswet).
In de RES 1.0 is geen draagvlak voor nieuwe (grootschalige) windturbines (3MW of meer) binnen de deelregio Kop van Noord-Holland en vindt het onderzoek naar hernieuwbare energie gericht plaats naar het opwekken van zonne-energie. De in de RES 1.0 gemaakte afspraken worden door het college uitgewerkt in een uitvoeringsplan 1.0 en vastgesteld in de uitvoeringsinstrumenten van het gemeentelijk omgevingsbeleid, zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning(en). Er wordt toegewerkt naar haalbare projecten met draagvlak en vergunningverlening in 2025. Naast een nadere uitwerking van het zoekgebied Haven e.o. zijn drie regionale projecten in onderzoek: - Microturbines: handreiking ‘Afwegingskader microturbines’ in het landelijk gebied in de Ko van Noord-Holland - Zon op parkeerterreinen: Inventarisatie en participatieve haalbaarheidsonderzoek - Zon op grote daken: Inventarisatie en participatieve haalbaarheidsonderzoek Strategie Klimaatadaptatie Noordkop 2021-2026 (vastgesteld 2021) De strategie klimaatadaptatie Noordkop is opgesteld om op regionaal niveau een strategie voor klimaatadaptatie te hebben. Het document komt voort uit het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. De strategie is samen met belanghebbenden (waaronder gemeente Den Helder) opgesteld.