20230321_gemDenHelder_PSWR_2023-2027_def.pdf
Tekst van het document
Activiteit Algemeen Gezamenlijke projecten samenwerking Bijdrage Den Helder, zie §5 (25,5%) 3 fte regionale samenwerking Bijdrage Den Helder, zie §5 (30,6%) Bijdrage HHNK regenwatermeetnet Inhuur Advies en onderzoek Opstellen aansluit- en afvoerregels Actualiseren kostenkengetallen Formatiescan stedelijke watertaken vanuit de Kennisbank Stedelijk Water Afvalwater Systeemoverzicht Stedelijk Water Afronden SSW, Bepaling maatregelen o.b.v. resultaten SSW, Actualiseren Hemelwater Opstellen hydraulisch meetplan Ambities klimaatadaptatie bij nieuwbouw specificeren Beheerplan wadi’s Grondwater Kansenkaart infiltratie Onderzoek verzilting effect op levensduur areaal Uitbreiding grondwatermeetnet met zoutmeters TOTAAL 47
2023
2024
2025
2026
2027
€ 61.200
€ 61.200
€ 61.200
€ 61.200
€ 61.200
€ 91.700
€ 91.700
€ 91.700
€ 91.700
€ 91.700
€ 7.500 € 26.000 € 100.000 € 10.000 € 15.000
€ 7.500 € 26.000 € 100.000
€ 7.500 € 26.000 €100.000
€ 7.500 € 26.000 €100.000
€ 7.500 € 26.000 €100.000
€ 25.000
€ 25.000
25.000
25.000
€ 15.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 10.000
€ 50.000
€ 20.000 € 20.000
€ 20.000
€ 10.000 € 50.000
€ 25.000
€ 10.000
€10.000
€10.000
€ 55.000
€ 35.000
€ 35.000
€ 35.000
€ 35.000
€ 496.400
€ 401.400
€391.400
€361.400
€361.400
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027 Inleiding
9.1.2
Regionaal deel
Gemeentelijk deel
Middelen
Cyclisch onderhoud
Onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het in stand houden en goed laten functioneren van het systeem, waarbij risico’s optimaal worden vermeden (assetmanagement). De activiteiten bestaan uit regulier onderhoud en (reactieve) reparaties. De onderhoudskosten maken een significant deel uit van de totale exploitatie van de gemeente Den Helder. Deze kosten bestaan grotendeels uit het jaarlijks onderhoud van rioleringen, gemalen en rand- en hemelwatervoorzieningen. Ook vindt vanuit de rioolheffing een (gedeeltelijke) doorbelasting plaats van activiteiten van andere programma’s die een bijdrage leveren aan de gemeentelijke watertaken. Tabel 7: overzicht cyclisch onderhoud. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022.
Activiteit
2023
2024
2025
2026
2027
Groot onderhoud (renovatie naast GGW)
€ 300.000
€ 300.000
€ 300.000
€ 300.000
€ 300.000
Reinigen en inspectie
€ 420.000
Onderhoud gemalen
€
32.000
€ 420.000 € 32.000
€ 420.000 € 32.000
€ 420.000 € 32.000
€ 420.000 € 32.000
Onderhoud persleiding
€
78.000
€
€
€
€
Regulier onderhoud
€
47.000
€ 47.000
€ 47.000
€ 47.000
€ 47.000
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
Afvalwater
78.000
78.000
78.000
78.000
Hemelwater Groot onderhoud (renovatie naast GGW) Regulier onderhoud
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
Toerekening straatvegen
€ 197.000
€197.000
€197.000
€197.000
€197.000
Groot onderhoud (renovatie naast GGW)
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
Regulier onderhoud
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 1.279.000
€1.279.000
€1.279.000
€1.279.000
€1.279.000
Grondwater
TOTAAL
9.1.3
Vervangings- en verbeteringsmaatregelen
Maatregelen zijn afgestemd op het in stand houden en optimaliseren van het functioneren van het systeem. Ten behoeve van de drie zorgplichten is het van belang dat het functioneren van het stelsel in stand gehouden wordt. Het is dus zaak dat oude leidingen tijdig vervangen worden. Het moment van vervangen wordt gebaseerd op de inspectieresultaten en/of optredende problemen. Ten behoeve van de verbetering van de afvoercapaciteit en/of een vermindering van de vuiluitworp worden verbeteringsmaatregelen uitgevoerd. Afhankelijk van jaarlijkse inspecties, onderzoeken of meldingen kan de prioritering van projecten veranderen.
Tabel 8: overzicht vervangings- en verbeteringsmaatregelen. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022. 48
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027 Inleiding
Regionaal deel
Activiteit
Gemeentelijk deel
Middelen
2023
2024
2025
2026
2027
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
€1.000.000
€1.000.000
€1.000.000
Verbeteringen Klimaatadaptatie maaiveldinrichting Uitvoering noodzakelijke verbeteringsmaatregelen vanuit SSW Projectenlijst GGW Kruiszwin 1+2
€1.000.000
€1.000.000
€1.750.000
€ 450.000
Kruiszwin 3+4+5
€3.000.000
€ 2.725.000
€1.000.000
Huisduinen II
€ 150.000
€ 500.000
€ 400.000
Schooten Centrum
€ 250.000
Oostslootbuurt
€ 300.000
€ 2.000.000
€ 2.000.000
€ 2.000.000
Tuindorp Oost
€ 25.000
€ 200.000
€ 482.400
€ 826.900
€ 826.900
Centrum Geleerdenbuurt
€ 500.000
€2.000.000
€ 2.000.000
€ 25.000
€ 150.000
€1.956.600
€ 2.012.500
€ 25.000
€ 150.000
€ 1.213.600
€ 25.000
€ 150.000 € 25.000
€ 6.008.500
€ 5.278.000
Tuindorp West Oud Den Helder Van Galenbuurt TOTAAL
9.1.4
€ 7.025.000
€ 8.950.000
€ 7.107.400
Facilitair / overig
Om het stedelijke watersysteem goed te beheren, worden ondersteunende activiteiten verricht en diensten afgenomen, zoals softwarepakketten. Ook de bekostiging van de stimuleringsregelingen valt in deze categorie. Tabel 9: overzicht facilitair / overig. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022.
Activiteit
2023
2024
2025
2026
2027
Doorbelasting tractie Overige kosten
€ 55.000 € 20.000
€ 55.000 € 20.000
€ 55.000 € 20.000
€ 55.000 € 20.000
€ 55.000 € 20.000
Elektra rioolgemalen
€ 42.000
€ 42.000
€ 42.000
€ 42.000
€ 42.000
€ 74.600 € 191.600
€ 74.600 € 191.600
€ 74.600 € 191.600
€ 74.600 € 191.600
€ 74.600 € 191.600
Perceptiekosten TOTAAL
49
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027 Inleiding
10
Regionaal deel
Gemeentelijk deel
Middelen
Middelen
De vervangingswaarde van het stedelijk watersysteem in de gemeente Den Helder bedraagt ca. € 189 miljoen. In de aankomende planperiode geven we gemiddeld € 6,0 miljoen per jaar uit aan het beheer van dit systeem. Geld dat inwoners en ondernemers via de rioolheffing bijeenbrengen. In dit hoofdstuk gaan we in op de benodigde personele en financiële middelen om invulling te geven aan goed en doelmatig rioleringsbeheer.
10.1
Personele middelen
De bestaande formatie binnen het Team Omgeving in de gemeente Den Helder is weer gegeven in Tabel 10 en bedraagt 4,15 fte. Deze formatie is inclusief nieuwe medewerkers werkzaam op gebied van: • • •
Klimaatadaptatie Bodem en milieu Omgevingswet, -visie, -programma
Met behulp van de Formatiescan stedelijke watertaken vanuit de Kennisbank Stedelijk Water: Personele Middelen, brengen wij deze planperiode in beeld of de huidige formatie voldoende is. Op basis van dit inzicht gaan we intern in gesprek om voldoende personele middelen te borgen voor uitvoering van om onze plannen. Tabel 10: Jaarlijkse huidige formatie (2023) gemeente Den Helder
Onderdeel
FTE
Asset manager Asset beheerder Data beheer Adviseur (hydraulisch) CM: opzichter Inspecties uitvoering MPB: beheerondersteuning Totaal FTE
0,75 0,75 0,25 0,90 0,50 0,25 0,75 4,15
De huidige formatie leidt, samen met de doorbelastingen vanuit ondersteunende teams, tot kosten die ten laste komen van de rioolheffing. Deze zijn weergegeven in Tabel 11 Tabel 11: overzicht loonkosten en overhead. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022.
Activiteit Loonkosten Overhead TOTAAL
2023 € 551.000 € 321.000 € 872.000
2024 € 551.000 € 321.000 € 872.000
2025 € 551.000 € 321.000 € 872.000
2026 € 551.000 € 321.000 € 872.000
2027 € 551.000 € 321.000 € 872.000
Op basis van een kennisscan van Rioned is gebleken dat de kennis bij de gemeente Den Helder gemiddeld genomen goed is. Tegelijk hebben we te maken gehad met veel personele wisselingen. Hierdoor is een achterstand in lokale kennis opgelopen. In de komende periode is het van belang om deze kennis goed te borgen binnen het team.
10.2
Financiële middelen
10.2.1
Financieringsvarianten
Om tot een kostendekkend heffingstarief te komen, hebben we een financiële doorrekening van de rioolheffing over 60 jaar gemaakt. Om de mogelijkheden daarbij in beeld te brengen, hebben we drie verschillende varianten uitgewerkt en vergeleken.
50
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027 Inleiding
Regionaal deel
Gemeentelijk deel
Middelen
Onderscheid in directe exploitatiekosten en investeringsuitgaven In het kostenoverzicht maken we onderscheid in exploitatiekosten en investeringsuitgaven. Bij de directe exploitatiekosten gaat het om jaarlijkse uitgaven voor beheer- en onderhoudsactiviteiten die nodig zijn voor een goed en doelmatig rioleringsbeheer. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De kosten voor beheer en onderhoud worden jaarlijks hoger door algemene prijsstijgingen, stijgingen van de lonen, vergroting van het areaal en uitbreiding van werkzaamheden. Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeteringsinvesteringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en vaak worden gekapitaliseerd. De jaarlijkse kosten die daaruit voortkomen, -de kapitaallasten- bestaan uit rente en afschrijvingen.
Btw compensatiefonds Bij invoering van het BTW-compensatiefonds in 2003 zijn ook in de Gemeentewet wijzigingen doorgevoerd. In artikel 228 en 229b zijn speciale passages opgenomen dat de BTW, die ook voor een bijdrage uit het BTWcompensatiefonds in aanmerking komt, mag worden toegerekend aan de kostendekkende rioolheffing. Het verhalen van kosten met BTW via de rioolheffing leidt dus tot extra inkomsten voor gemeenten. Reden voor deze constructie is dat tegelijk met de invoering van het BTW-compensatiefonds een uitname uit het gemeentefonds heeft plaatsgevonden. De gemeente is in principe vrij in verrekenmethode van de BTW. De onderbouwing moet vastliggen en in het kostendekkingsplan inzichtelijk zijn. Mogelijkheden zijn: • géén BTW last meenemen in tariefscalculatie (minimum) • BTW over alleen exploitatie in betreffende jaar • BTW over exploitatie + afschrijvingscomponenten in betreffende jaar • BTW over exploitatie + volledig investeringsbedrag in betreffende jaar • BTW over exploitatie + volledige kapitaallasten (maximum, Deze optie komt overeen met de situatie van vóór de invoering van het BTW compensatiefonds en is om die reden toegestaan). •
BTW als vast bedrag. Gemiddeld jaarlijks BTW bedrag op basis van één van bovenstaande opties
Met variant 1 (btw huidig) onderzoeken we het heffingsverloop bij voortzetting van ons huidige beleid, waarin we jaarlijks 21% BTW toerekenen over directe exploitatiekosten en investeringen. Omdat ons investeringsniveau veel hoger ligt in deze periode (met doorkijk tot 2081) dan in de periode hiervoor, stijgen de BTW lasten volgens variant 1 tot onwenselijke hoogte. Deze stijging van uitgaven voor investeringen wordt onder andere veroorzaakt door het toerekenen van kosten voor klimaatadaptatiemaatregelen in de GGW-planning. De btw-compensatie (en daarmee extra inkomsten voor de gemeente), is vanwege stijgende investeringen niet meer in verhouding met de oorspronkelijke btw-compensatie en betekent dat de rioolheffing aanvullend moet stijgen bovenop de stijging die nodig is om hogere uitgaven voor de komende periode te kunnen dekken. De stijging is zelfs zo hoog, dat bij de vastgestelde heffing van € 130,00 in 2023 onvoldoende inkomsten worden gegenereerd om te voorkomen dat het saldo in de egalisatievoorziening negatief wordt. Om deze reden onderzoeken we met variant 2 het heffingsverloop bij het vastzetten van het BTW compensatiebedrag op basis van de exploitatiebedragen en investeringen in begroting 2023. Dit betreft een vast bedrag van € 442.000.
Hierbij hebben we de opsplitsing gemaakt tussen variant 2a (geleidelijke stijging), waarbij de benodigde stijging van de heffing wordt uitgesmeerd over de planperiode en variant 2b (stijging 2024), waarin de heffing zo lang mogelijk gelijk blijft en in een jaar stijgt binnen de planperiode.
51
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027 Inleiding
10.2.2
Regionaal deel
Gemeentelijk deel
Middelen
Uitgangspunten
Rioolheffing • • • • •
De rioolheffing per perceel bedroeg in 2022 een vast bedrag van € 130,00, deze heffing is ook voor 2023 vastgezet. De rioolheffing mag op begrotingsbasis maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b); Reserveren voor tariefsegalisatie en/of toekomstige vervangingsinvesteringen – door dotaties aan de voorziening(en) – is toegestaan; Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan; De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de waterhuishouding;
Rente & inflatie • • •
De rente op de boekwaarden van investeringen bedraagt 0,5% Deze rente wordt voor het eerst doorbelast aan het begin van het jaar volgend op de investering. Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen; Er is aan de voorkant niet gerekend met indexatie. De gepresenteerde resultaten in dit hoofdstuk zijn tegen vast prijspeil. Om een kostendekkende rioolheffing te houden, dient de rioolheffing jaarlijks geïndexeerd te worden op basis van optredende relevante inflaties, zoals de inflatie voor loonkosten en de inflatie van materialen.
BTW •
In de huidige situatie belasten we jaarlijks 21% BTW door aan de rioolheffing, op basis van directe exploitatiekosten en investeringen. Vanwege groeiende investeringen in de komende periode, leidt dit uitgangspunt tot een onwenselijke lastenverhoging. Om deze reden stellen we voor om BTW toe te rekenen op basis van een vast bedrag dat gebaseerd is op het huidige investeringsniveau.
Voorzieningen • • •
Het saldo van de Egalisatievoorziening Riolering (BBV 44.2) bedraagt per 1 januari 2022: € 795.000; Het saldo van de voorziening(en) mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn; Er is geen maximum gesteld aan het begrote saldo in de voorziening(en);
Heffingseenheden • •
Het aantal heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2022: 30.877; Er wordt geen rekening gehouden met een verandering in het aantal heffingseenheden gedurende de beschouwde periode.
Investeringen • • • •
•
52
Het vervangingsschema voor vrijvervalriolering is bepaald op basis van meerjarenonderhoudsplanning van de gemeente Den Helder die gebiedsgericht is. Dit is de zogenaamde GGW-planning. Investeringen vanuit de GGWplanning zijn gemiddeld over blokken van 10 jaar voor een praktisch uitvoerbaar beeld; Vervangingsschema’s persleidingen hebben we gebaseerd op de theoretische vervangingsmomenten (aanlegjaar en levensduur); Gehanteerde kostenkengetallen zijn gemeente-specifiek (op basis van nacalculatie in regio Noordkop). We activeren investeringen en hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen: – De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor vrij verval riolering, persleidingen, infiltratievoorzieningen, drainage en bouwkundige delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen bedraagt 40 jaar; – De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor IBA’s en elektromechanische delen van randvoorzieningen bedraagt 25 jaar; – De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor elektromechanische delen van gemalen en drukriolering bedraagt 15 jaar; De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering.
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027 Inleiding
Regionaal deel
Gemeentelijk deel
Middelen
Toerekening van kosten klimaatadaptatie Door klimaatverandering neemt de noodzaak om te investeren in maatregelen voor de verwerking van regenwater toe. De gemeente draagt vanuit de rioolheffing bij aan voorzieningen in de buitenruimte als deze functioneel bijdragen aan het water robuust maken van het stedelijk watersysteem. Bijvoorbeeld verlagingen in het groen waar overtollig water naar kan wegstromen zoals bermen of speelweides, groene daken/gevels die water vasthouden, waterpasserende verhardingsmaterialen of waterpartijen voor de opvang van regenwater. De hoogte van de financiële bijdrage wordt per project bepaald en is meegenomen in de GGW planning.
10.2.3
Uitgaven
De geplande activiteiten (Hoofdstuk 9), organisatiekosten (paragraaf 10.1) en financiële uitgangspunten (paragraaf 10.2.1) leiden tot het volgende lastenpatroon voor de gemeente Den Helder in de periode 2022 t/m 2081:
Figuur 10-1: Verwacht uitgavenpatroon gemeente Den Helder periode 2022-2081. Bedragen op prijspeil 2022 (excl. indexatie)
10.2.4
Kostendekking
We activeren al onze vervangingsinvesteringen. De geactiveerde investeringen leiden tot een boekwaarde. Uit de boekwaarde volgen kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) voor een bepaalde duur. Bovendien leiden de resterende boekwaarden van in het verleden geactiveerde investeringen in de beschouwde periode nog tot kapitaallasten. Het gecombineerde boekwaardeverloop van de varianten is weergegeven in Figuur 10-2.
53
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027 Inleiding
Regionaal deel
Gemeentelijk deel
Middelen
Figuur 10-2: Boekwaardeverloop volgens de drie onderzochte varianten gemeente Den Helder periode 2022 t/m 2081. Bedragen op prijspeil 2022 (excl. indexatie)
Als we BTW compensatie toerekenen op basis van directe exploitatiekosten en investeringen (variant 1, BTW huidig beleid), leidt ons uitgavenpatroon in combinatie met onze financiële uitgangspunten tot het lastenpatroon zoals in Figuur 10-3 is weergegeven.
Figuur 10-3: Lastenpatroon versus inkomsten volgens variant 1 periode 2022 t/m 2081. Bedragen op prijspeil 2022 (excl. indexatie)
54
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027 Inleiding
Regionaal deel
Gemeentelijk deel
Middelen
Als we jaarlijks een vast bedrag van € 442.000 aan BTW compensatie toerekenen en daarbij de heffing geleidelijk verhogen gedurende de planperiode (variant 2a, stijging geleidelijk), leidt ons uitgavenpatroon in combinatie met onze financiële uitgangspunten tot het lastenpatroon zoals in Figuur 10-4 is weergegeven.
Figuur 10-4: Lastenpatroon versus inkomsten volgens variant 2a periode 2022 t/m 2081. Bedragen op prijspeil 2022 (excl. indexatie)
Als we jaarlijks een vast bedrag van € 442.000 aan BTW compensatie toerekenen en daarbij de heffing zo lang mogelijk gelijk houden en in 1 jaar stijgen (variant 2b, stijging 2026), leidt ons uitgavenpatroon in combinatie met onze financiële uitgangspunten tot het lastenpatroon zoals in Figuur 10-4 is weergegeven.
Figuur 10-5: Lastenpatroon versus inkomsten volgens variant 2b periode 2022 t/m 2081. Bedragen op prijspeil 2022 (excl. indexatie)
55
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027 Inleiding
Regionaal deel
Gemeentelijk deel
Middelen
De bovenstaande lasten-inkomstengrafieken laten voor iedere variant zien welke totaalinkomsten per jaar nodig zijn om de lasten die hieruit betaald worden te kunnen dekken. De benodigde inkomsten voor de drie berekende varianten zijn in Figuur 10-6
Figuur 10-6 vertaald naar de benodigde heffing. Tabel 1 geeft de heffingsontwikkeling voor de drie varianten op korte termijn weer in getallen (exclusief indexatie). Indexatie Inflatie treedt op wanneer er sprake is van een algemene stijging van de prijzen van goederen en diensten. Met andere woorden: door inflatie wordt de munt in de loop van de tijd minder waard. Wanneer inflatie wordt verwacht, is de verwachting dat toekomstige uitgaven aan de riolering “duurder” worden. De gepresenteerde resultaten in dit hoofdstuk zijn tegen vast prijspeil (2022). Wanneer we het hebben over stijging van de heffing exclusief indexatie, gaat het over de beleidsmatige stijging. Om een kostendekkende rioolheffing te houden, dient de rioolheffing jaarlijks geïndexeerd te worden op basis van optredende relevante inflaties, zoals de inflatie voor loonkosten en de inflatie van materialen.
Dit betekent het volgende: Variant 1 (BTW huidig beleid) ▪ De inkomsten zijn in 2022 en 2023 lager (€ 4,0 miljoen) dan de lasten (€ 6,8 miljoen in 2022 en € 6,2 miljoen in 2023). Omdat de inkomsten voor deze jaren al vast staan, moet dit tekort worden gedekt door in 2022 € 2,8 miljoen uit de egalisatievoorziening te onttrekken en in 2023 € 2,2 miljoen. Aan het eind van 2023 komt het saldo in de voorziening daarmee negatief uit, op - € 0,8 miljoen. Dit betekent dat er met de uitgangspunten volgens variant 1 € 0,8 miljoen extra inkomsten nodig zijn naast de inkomsten uit de rioolheffing, bijvoorbeeld vanuit de Algemene Middelen van de gemeente ▪ Om te voorkomen dat het saldo in de voorziening aan het eind van 2024 wederom negatief uitkomt, moet de heffing volgens variant 1 beleidsmatig stijgen met 77,3% van een heffing van € 130,00 tot € 230,52 in 2024. De heffing kan dan tot 2035 gelijk blijven op dit bedrag (exclusief indexatie) ▪ Vanaf 2036 moet de heffing voor 15 jaar met 3,0% stijgen om aan te sluiten bij de lasten tot € 359,15 in 2050 en kan dan 15 jaar gelijk blijven ▪ Om de voorziening richting het einde van de beschouwde periode af te bouwen, is vanaf 2065 nog een jaarlijkse daling van de heffing met -1,9% nodig tot een heffing van € 307,22 vanaf 2075. Hierna is de voorziening opgebruikt.
Variant 2a (geleidelijke stijging) ▪ Om de inkomsten te laten aansluiten bij de lasten, is vanaf 2023 een beleidsmatige stijging nodig van 4,5% gedurende de planperiode tot een heffing van € 162,00 in 2028. ▪ De egalisatievoorziening krimpt gedurende de planperiode om het verschil tussen lasten en inkomsten te dekken. ▪ Na de planperiode is een beleidsmatige stijging van 3,0% nodig gedurende 20 jaar om aan te sluiten bij de stijgende lasten en direct daarna een stijging van 1,0% gedurende 11 jaar. De heffing kan vanaf 2058 voor 7 jaar gelijk blijven op € 326,44. ▪ Om de voorziening richting het einde van de beschouwde periode af te bouwen, is vanaf 2065 nog een jaarlijkse daling van de heffing met -1,2% nodig tot een heffing van € 290,45 vanaf 2075. Hierna is de voorziening opgebruikt. ▪ Het toe te rekenen BTW bedrag mag (wettelijk) ook hoger zijn dan het toegerekende vaste bedrag van €442.000 in variant 2a. Dit komt dan ten gunste van de algemene middelen en direct ten laste van de rioolheffing. Voor iedere €100.000 die we extra meenemen aan toe te rekenen BTW, stijgt het tarief per heffingseenheid met €3,25. Variant 2b (stijging 2026) ▪ De heffing blijft zo lang mogelijk gelijk op € 130,00. Het saldo in de egalisatievoorziening wordt ingezet om de verschillen tussen lasten en inkomsten te dekken en wordt sneller uitgeput ten opzichte van variant 2a.
In 2026 in er een beleidsmatige stijging van de heffing nodig van 24,6% tot € 162,00 om te voorkomen dat de egalisatievoorziening negatief uitkomt. ▪ Het verloop na de planperiode is gelijk aan variant 2a. ▪ Het toe te rekenen BTW bedrag mag (wettelijk) ook hoger zijn dan het toegerekende vaste bedrag van €442.000 in variant 2b. Dit komt dan ten gunste van de algemene middelen en direct ten laste van de
56
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027 Inleiding
Regionaal deel
Gemeentelijk deel
Middelen
rioolheffing. Voor iedere €100.000 die we extra meenemen aan toe te rekenen BTW, stijgt het tarief per heffingseenheid met €3,25.
Figuur 10-6 Heffingsverloop volgens drie varianten Den Helder periode 2023 t/m 2097. Bedragen op prijspeil 2023 (exclusief indexatie) Heffing tot en met 2028 volgens de drie varianten
Jaar 2023 2024 2025 2026 2027 2028
variant 1 (BTW huidig beleid) € 130,00 € 230,52 (+77,3%) € 230,52 € 230,52 € 230,52 € 230,52
variant 2a (geleidelijke stijging) € 130,00 € 135,85 (+4,5%) € 141,96 (+4,5%) € 148,35 (+4,5%) € 155,03 (+4,5%) € 162,00 (+4,5%)
variant 2b (stijging 2026) € 130,00 € 130,00 € 130,00 € 162,00 (+24,6%) € 162,00 € 162,00
Ter bevordering van lastenegalisatie worden verschillen tussen totale baten en lasten verwerkt op de Egalisatievoorziening Riolering (art. 44.2 BBV). Het verwachte saldoverloop van deze voorzieningen is weergegeven in Figuur 10-7.
57
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027 Inleiding
Regionaal deel
Gemeentelijk deel
Middelen
Figuur 10-7 Verwacht saldoverloop van de egalisatievoorziening voor de periode 2022 t/m 2081. Bedragen op prijspeil 2022 (exclusief indexatie)
10.2.5
Vergelijking varianten
Onderstaand beschrijven we de voor- en nadelen van de drie varianten voor de gemeente Den Helder. Tabel 12: Samenvatting resultaten varianten gemeente Den Helder (prijspeil 2022)
Variant
Heffing 2023
Heffing 2028
1 (BTW huidig beleid)
€ 130,00
€ 230,52
2a (geleidelijke stijging)
€ 130,00
2b (stijging 2026)
€ 130,00
€ 162,00 (vanaf 2028) € 162,00 (vanaf 2026)
Maximale heffing € 359,15 (vanaf 2050) € 326,44 (vanaf 2059) € 326,44 (vanaf 2059)
BTW 2022 t/m 2081
Restboekwaarde 2081
€ 96,7 MLN
€ 103,0 MLN
€ 26,5 MLN
€ 103,0 MLN
€ 26,5 MLN
€ 103,0 MLN
Onder andere als gevolg van stijgende BTW lasten, moet de heffing volgens variant 1 in 2024 flink omhoog om naar een dekkende rioolheffing te groeien. Namelijk met 77,3% van € 130,00 tot € 230,52. Ondanks deze stijging is niet te voorkomen dat het saldo in de egalisatievoorziening negatief uitkomt in 2023 op €-0,8 miljoen. De heffing voor 2023 staat immers al vast. Dat betekent dat bij het blijven hanteren van het BTW uitgangspunt om compensatie toe te rekenen op basis van directe exploitatiebedragen en investeringen een extra budget nodig in van € 0,8 miljoen, naast inkomsten uit de rioolheffing. De totale afdracht aan Algemene Middelen over de hele beschouwde periode van 60 jaar bedraagt € 96,7 miljoen. Dit is jaarlijks gemiddeld € 1.612.000. In varianten 2a en 2b rekenen we met een vast btw bedrag van € 442.000 (op basis van investeringen in 2022). De totale BTW afdracht over de beschouwde periode is dan € 26,5 miljoen, bijna 4 keer zo laag als bij het huidige uitgangspunt. Ondanks de verlaging van btw in deze varianten, neemt het lastenniveau toe. Om naar een kostendekkende heffing te stijgen, moet de heffing beleidsmatig stijgen tot € 162,00 in 2028. In variant 2a gebeurt dit geleidelijk gedurende de planperiode met 4,5% per jaar. In variant 2b gebeurt blijft de heffing zo lang mogelijk gelijk en stijgt de heffing in 1 jaar met 24,6%.
Als gevolg hiervan, wordt de egalisatievoorziening eerder sneller leeggetrokken ten opzichte van variant 2a. Het toegerekende vaste bedrag aan BTW in de rioolheffing moet minimaal €442.000 zijn om garanderen dat de gemeentelijke begroting in 2023 (binnen invloedsfeer van taakveld riolering) sluitend is. Dit bedrag is in variant 2a en 2b meegenomen als vast bedrag gedurende de beschouwde periode. Het bedrag mag (wettelijk) ook hoger zijn en komt dan ten gunste van de algemene middelen. Dit komt direct ten laste van de rioolheffing. Voor iedere €100.000 die we extra meenemen aan toe te rekenen BTW, stijgt het tarief per heffingseenheid met €3,25. 58
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027 Inleiding
10.2.6
Regionaal deel
Gemeentelijk deel
Middelen
Risico’s
Bij de interpretatie van de resultaten dient rekening te worden gehouden onzekerheden in de toekomst die de rioolheffing zullen beïnvloeden zoals renteontwikkelingen, kostenontwikkelingen van (bouw)materialen en ontwikkelingen rondom klimaatadaptatie. Het langjarig verloop van de rioolheffing hebben we berekend op basis van een inschatting van de restlevensduur, gebaseerd op rioolinspecties, huidige inzichten in mogelijke ontwikkelingen en financiële uitgangspunten. Onvoorziene ontwikkelingen, calamiteiten, strengere regelgeving of bijvoorbeeld wijzigingen in financiële uitgangspunten kunnen het verloop beïnvloeden. Mocht dit aan de orde zijn, actualiseren we het kostendekkingsplan. Met name een rentewijziging kan het verloop van de rioolheffing aanzienlijk beïnvloeden. De grootte van die impact is afhankelijk van de financieringsmethode. Mochten onvoorziene ontwikkelingen, calamiteiten, strengere regelgeving of bijvoorbeeld wijzigingen in financiële uitgangspunten aan de orde zijn, actualiseren we het kostendekkingsplan.
59
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027
Bijlage A Begrippen en definities
DEFINITIE VAN BEGRIPPEN • • • • • •
Doelmatig Dit vullen we als volgt in: De goede dingen doen: maatregelen dienen effectief te zijn. Met de maatregelen voorkomen of beperken we problemen of lossen deze op. De dingen goed doen: maatregelen dienen efficiënt te zijn. We nemen geen maatregelen in openbaar gebied als alternatieven op een niet openbare probleemlocatie goedkoper of effectiever zijn. Een goede verhouding tussen kosten en rendement. De kosten van de maatregelen staan in verhouding tot de effecten. Effectiviteit gaat over de mate waarin het resultaat aan het beoogde doel beantwoordt. Efficiëntie gaat over het proces om tot dit resultaat te komen. Doelmatigheid gaat over de combinatie van beide.
-
Redelijkerwijs De betekenis hiervan is situatie afhankelijk en wegen we af op basis van kosten-baten, inpasbaarheid en maatschappelijke overlast.
-
Duurzaam Hiermee doelen we op energie- en grondstoffengebruik, energie- en grondstoffen terugwinning en levensduur.
-
Aantoonbaar De te nemen acties zijn te herleiden en hiermee te controleren.
-
Hydrologisch neutrale ontwikkeling De ontwikkeling heeft geen negatief effect op de omgeving.
-
Hydrologisch positieve ontwikkeling De ontwikkeling heeft geen negatief effect op de omgeving en vermindert bovendien eventueel bestaande negatieve effecten.
Aanbod op RWZI De totale hoeveelheid afvalwater die wordt aangeboden aan de RWZI. Aangesloten verhard oppervlak Het op de riolering aangesloten oppervlak dat tijdens neerslag regenwater afvoert naar het rioleringssysteem. Afvalwaterakkoord Een akkoord tussen waterschap en gemeente. Het bevat afspraken over overnamepunten en afnamehoeveelheden. Daarnaast staat in het afvalwaterakkoord hoe partners omgaan met uitwisseling van (meet)gegevens, elkaar informeren in de situatie van groot onderhoud of calamiteiten, enzovoort. Afvloeiend regenwater Neerslag die tot afstroming komt.
60
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027
Afkoppelen/niet-aankoppelen Het op de gemengde of vuilwaterriolering aangesloten afvoerend verhard oppervlak loskoppelen en aansluiten op een hemelwatervoorziening. Bij nieuwbouw: het niet aansluiten van afvoerend verhard oppervlak op een vuilwatersysteem. Afnamehoeveelheid De toegestane hoeveelheid water dat op het overnamepunt wordt aangeboden. Afvalwater Al het water waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Afvalwaterinstallatie Een (toekomstige) installatie die het afvalwater ter plaatse verwerkt tot grondstoffen. Afvalwatersysteem Het geheel van rioleringstechnische en zuiveringstechnische werken (waaronder riolering, gemalen, persleidingen, AWZI). Algemene regels De lozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Assetmanagement Maximaliseren van de waarde van bezittingen door het optimaal uitbalanceren van onderhoud en vervanging in relatie tot kosten, prestaties en risico’s. Basisrioleringsplan (BRP)/verbreed BRP Plan waarin de hydraulische afvoercapaciteit, de vuilemissie en het aanbod op de AWZI wordt getoetst voor de bestaande en toekomstige plansituatie (planhorizon ca. 10-15 jaar).
Het plan bevat in de regel verbeteringsmaatregelen om in de toekomstige situatie te voldoen aan de wensen/eisen van gemeente en waterbeheerder. In een verbreed BRP zijn de zorgplichten grondwater en regenwater meer expliciet uitgewerkt. Bedrijfsafvalwater Afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is. Blauw-groene verbindingen Aaneenschakeling van water- en groenvoorzieningen, goed te combineren met natuurontwikkeling en opvang/infiltatie van regenwater. Circulaire economie Economie gericht op en maximaal hergebruik van (afval)stoffen. Drukriolering Een mechanisch rioleringssysteem waarbij het afvalwater via kleine pompjes en persleidingen wordt verpompt naar een ontvangstput. Drukriolering wordt vaak toegepast in het buitengebied. Het systeem is niet geschikt voor het transporteren van regenwater.
Energie- en grondstoffenfabriek Aangepaste RWZI voor de terugwinning van energie en grondstoffen uit afvalwater en biomassa. 61
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027
Gemeentelijk rioleringsplan (GRP)/verbreed GRP Een strategische nota waarin op hoofdlijnen de visie van het gemeentebestuur voor de komende planperiode is neergelegd met betrekking tot aanleg en beheer van het rioleringssysteem. Het GRP is een verplicht planinstrument volgens de Wet Milieubeheer (in de toekomst Omgevingswet). In een verbreed GRP zijn de gemeentelijke watertaken mbt de zorgplichten stedelijk afvalwater, grondwater en regenwater concreet uitgewerkt. Gemengd rioolstelsel (GEM) Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door één buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd. Gescheiden rioolstelsel (GS) Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door afzonderlijke buizenstelsels worden Ingezameld en afgevoerd. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een AWZI, (een groot deel van) het regenwater wordt rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater. Groene berging Verdiepte groenvoorziening voor de tijdelijke opvang van overtollig regenwater. Groen dak Begroeid dak, heeft niet alleen een beschermende functie, maar vangt ook fijn stof af, werkt verkoelend, vertraagt de waterafvoer en draagt positief bij aan vergroening van de stad. Grondwater Spreekt voor zich, geen wettelijke definitie. Hemelwaterafvoer Afvoer van hemelwater voordat het tot afstroming komt over het wegdek of via de riolering.
Hittestress Het optreden van extreme hitte door een ongunstige combinatie van zonnestraling, temperatuur en bebouwing. Dit treedt meestal op in dicht bebouwde centra met een laag ventilatievermogen. Hoofdrioolgemaal Eindgemaal, meestal in beheer en eigendom van een waterbeheerder, via welke het afvalwater wordt getransporteerd naar een AWZI. Huishoudelijk afvalwater Afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden. Hydraulische afvoercapaciteit De capaciteit van een rioolstreng of rioleringssysteem om overtollig water af te voeren. IBA Systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater. Vergelijkbaar met een verbeterde septic-tank. Industrieel afvalwater Afvalwater afkomstig van industrieën of bedrijven.
Ingrijpmaatstaf Grenstoestand van een rioleringsobject waarbij ingrijpen noodzakelijk is en maatregelen moeten worden opgesteld.
62
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027
Infiltratievoorziening Een waterdoorlatende ondergrondse voorziening die het regenwater opvangt en het langzaam laat wegzakken in de bodem. Inspecteren Het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand van rioleringsobjecten. Kapitaallasten De langjarige kosten verband houdend met een nieuwe investering die niet direct is afbetaald. LCA Levens Cyclus Analyse, analyse van de benodigde materialen, energie en kosten over de levensduur van een object. Maaiveld Veelgebruikte term om een hoogte aan te kunnen relateren. Meestal is bedoeld het straatniveau of de hoogte van een groenstrook. Nieuwe sanitatie Geheel van duurzame sanitaire voorzieningen zoals composttoiletten, natuurlijke filters e.d. voor de lokale verwerking van afvalwater. Omgevingsgericht Rekening houdend met de gewenste toekomstige inrichting van het openbare gebied. Openbare riolering Het gedeelte van de buitenriolering in eigendom en beheer bij de overheid (in de meeste gevallen is dit de gemeente). Overlastfrequentie Het theoretisch gemiddeld aantal malen per jaar dat ernstige hinder of wateroverlast optreedt als gevolg van overbelasting van de riolering. Overnamepunt Punt waar de overdracht plaatsvindt van het afvalwater uit de riolering aan het transportsysteem van het waterschap. Persleiding Een leiding waardoor rioolwater met gebrui aking van één of meerdere pompen onder overdruk wordt afgevoerd.
Randvoorziening Vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel met als het doel het afvangen van vuil en/of bergen van overtollig afvalwater. Dergelijke voorzieningen worden toegepast ter verbetering van de waterkwaliteit.
63
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027
Regenwaterriool Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van afstromend regenwater. Regenwatersysteem Zie “RWA-systeem”. Regenwateruitlaat Voorziening bedoeld voor de directe lozing van regenwater op oppervlaktewater of groene berging. Regenweerafvoer (rwa) Afvoer van ingezameld regenwater. Relinen Het inbrengen van een verstevigende constructie ter versterking van de buis. Meestal in de vorm van een in te brengen flexibele kous die door hete lucht, of water en/of licht uithardt en de buis duurzaam herstelt. Regenwatersysteem Het geheel aan voorzieningen voor de gescheiden inzameling en transport van regenwater. Restlevensduur Resterende levensduur van een riool, gebaseerd op de toestand van het riool (technische restlevensduur) of de leeftijd van het riool (theoretische restlevensduur). Retentiebassin Een ruimte al of niet overdekt, voor het tijdelijk opslaan van overtollig regenwater. Riolering Het geheel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater. Rioleringsbeheer Zorg voor het goed functioneren van het rioleringssysteem. Rioolheffing De belasting die bewoners en bedrijfsleven moeten betalen om gebruik te mogen maken van de riolering. De heffing kan uit een aansluitheffing en een afvoerheffing bestaan.
De aansluitheffing wordt geheven wegens het hebben van een aansluiting op het gemeentelijk riool. De rioolafvoerheffing wordt geheven wegens het afvoeren van rioolwater afkomstig van de gebruiker van een onroerend goed. Rioleringsbeheerplan (RBP)/verbreed RBP In een rioleringsbeheerplan staat op welke wijze het rioleringssysteem wordt beheerd. Het bevat o.a. onderhoudsstrategieën en een vervangingsplanning riolering. In een verbreed RBP is het onderhoud en beheer ook uitgewerkt voor hemelwater- en grondwatervoorzieningen. Rioolbeheerder Openbaar lichaam belast met de zorg voor (het goed functioneren van) de riolering (meestal een gemeente). Rioolgemaal Bouwwerk met een inrichting voor het verpompen van afvalwater. Riooloverstortput Voorziening die bij hevige of langdurige neerslag in werking treedt en het overtollige regenwater loost op een voorziening of direct op oppervlaktewater. Rioleringssysteem Samenstel van riolen en rioolputten voor de inzameling en het transport van afvalwater. 64
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027
Rioolwaterzuivering (RWZI) Een inrichting (werk) waar het afvalwater wordt ontdaan (van een groot deel) van de verontreinigingen. Riothermie Techniek om thermische energie (warmte) te onttrekken aan het afvalwater en deze her te gebruiken, bijvoorbeeld voor de verwarming van en zwembad. RWA-systeem Rioolstelsel alleen bestemd voor de inzameling en het transport van regenwater. Sanitatie Geheel van sanitaire voorzieningen zoals waterleiding, riolering, sanitair e.d. en voorlichting over nut en noodzaak van hygiënische leefomstandigheden als preventieve maatregel tegen gezondheidsklachten/ziekten. Stedelijk afvalwater Huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Transitie Een geleidelijke ombuiging van een bestaande situatie naar een toekomstig gewenste situatie. Bijvoorbeeld de transitie van een lineaire economie naar een circulaire economie. Vacuümtoilet Een vacuüm toilet transporteert d.m.v. drukverschil het afvalwater van toiletten, douches en wastafels. Door de kleine leidingdiameters werkt het waterbesparend. Vacuüm riolering Rioleringssysteem dat het afvalwater transporteert d.m.v. drukverschil. Dit systeem is niet geschikt voor het transport van regenwater.
Verbeterd gemengd rioolstelsel (VGM) Gemengd rioolstelsel met ter plaatse van één of meerdere lozingspunten een randvoorziening met als doel vuilemissiereductie. Verbeterd gescheiden rioolstelsel (VGS) Gescheiden rioolstelsel waarbij een deel van het (meest vervuilde) regenwater wordt verpompt naar de AWZI of alternatieve locatie voor de behandeling van verontreinigd regenwater. Voedselrestenvermaler Voorziening in de gootsteen die de grove delen vermaalt tot een vloeibare massa (in Nederland niet toegestaan). Vrijvervalriolering Rioleringssysteem waarbij het transport van afvalwater plaatsvindt door middel van de zwaartekracht. Vuilemissie Het totaal aan vervuilende stoffen afkomstig uit het rioleringssysteem dat (in)direct via riooloverstortputten wordt geloosd op oppervlaktewater. Vuilwaterriool Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater. 65
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027
Vuilwatersysteem Het geheel aan voorzieningen voor de gescheiden inzameling en transport van stedelijk afvalwater. Waarschuwingsmaatstaf Grenstoestand van een rioleringsobject waarbij de actuele toestand discutabel is en nader onderzoek benodigd. Wadi Een bovengrondse droogstaande groenvoorziening die het regenwater opvangt en langzaam laat wegzakken in de bodem Waterpasserende/waterdoorlatende verharding Verharding (meestal wegbestrating) die het regenwater laat passeren via grof materiaal in de voegen (waterpasserend) of via het poreuze materiaal (waterdoorlatend). Water-op-straat Het verschijnsel tijdens hevige of langdurige neerslag dat water uit de riolering op straat komt te staan of dat regenwater niet in de riolering kan stromen als gevolg van overbelasting en/of een belemmerde afvoer. Wateroverlast Het verschijnsel dat “water op straat” overgaat in wateroverlast in de vorm van ernstige hinder (langdurige onbereikbaarheid) of leidt tot waterschade (bijvoorbeeld water in de woning). Zorgplicht stedelijk afvalwater De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen.
Zorgplicht hemelwater De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. Zorgplicht grondwater De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort.
66
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027
Bijlage B Wetgeving
A) EUROPEES
1.
Europese Kaderrichtlijn Water
B) NATIONAAL
1.
Waterwet (Ww)
2.
Wet Milieubeheer (Wm)
3.
Zorgplichten Afval-, Hemel-, en Grondwater
4.
Lozingen besluit Afvalwater (Wm)
5.
Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo)
6.
Wet Informatie Uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en Netwerken (Wibon)
7.
Basisregistratie Ondergrond (Bro)
8.
Wet op lijkbezorging en besluit op lijkbezorging (1991)
9.
Nationaal Waterplan 2016-2021
10. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) + addendum 11. Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten 12. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 13. Omgevingswet 14. Drinkwaterwet en drinkwaterbesluit
NADERE INFORMATIE: ZIE WWW.INFOMIL.NL
67
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027
A.1 (EUROPEES) KADERRICHTLIJN WATER De Kaderrichtlijn Water (KRW) is de Europese richtlijn voor de beoordeling van oppervlakte- en grondwaterkwaliteit in Europa. De KRW is daarmee bepalend voor beleidsvorming en maatregelen in veel Nederlandse wateren. De Europese Kaderrichtlijn Water (richtlijn 2000/60/EG) is sinds eind 2000 van kracht. Doel van de KRW is om de Europese wateren in een ‘goede toestand’ te krijgen en om in heel Europa duurzaam met water om te gaan. De bescherming van water heeft zowel betrekking op kanalen, rivieren, meren en kustwateren als op grondwater. B.1 (NATIONAAL) WATERWET
De Waterwet regelt in hoofdzaak het beheer van watersystemen, waaronder waterkeringen, oppervlaktewater- en grondwaterlichamen. De wet is gericht op het voorkomen dan wel beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, de bescherming en verbetering van kwaliteit van watersystemen en de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Niet in de laatste plaats levert de Waterwet een belangrijke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals: vermindering van regels, vereenvoudiging van vergunningstelsels en vermindering van administratieve lasten. Veel activiteiten vallen onder algemene regels, waarvoor geen watervergunning nodig is; in deze gevallen kan dan met een melding worden volstaan. Lozingen van hemelwater uit het gemeentelijk rioolstelsel bijvoorbeeld vallen niet meer onder vergunningplicht (voorheen Wvo-vergunning), maar onder algemene regels. Bevoegd gezag kan Rijkswaterstaat, het waterschap of de provincie zijn. Activiteiten waarvoor een watervergunning nodig is, zijn: • • • • • • • •
Stoffen in een oppervlaktewaterlichaam brengen; Afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam lozen of rechtstreeks (dus niet via de gemeentelijke riolering) afvoeren naar een rioolwaterzuiveringsinrichting; Stoffen in zee brengen; Een waterstaatswerk of beschermingszone gebruiken (aanleg, wijzigen, verwijderen); Een waterstaatswerk is een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk (bijv. een sluis of stuw); Water in de bodem brengen of eraan onttrekken; Grondwater onttrekken of in samenhang daarmee water in de bodem brengen (infiltreren). Ook onttrekkingen in verband met bodemenergiesystemen vallen in deze categorie; Water in een oppervlaktewaterlichaam brengen of eraan onttrekken;
B.2 (NATIONAAL)
WET MILIEUBEHEER
De Wet Milieubeheer (Wm) bevat verschillende onderdelen die specifiek van toepassing zijn op watergerelateerde onderwerpen, zoals indirecte lozingen, de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en het gemeentelijk rioleringsplan. De Wm kent naast watergerelateerde onderwerpen ook onderdelen die van grote relevantie zijn voor waterzaken. Te denken valt aan de afvalstoffenregelgeving, de coördinatie bij vergunningverlening en de samenwerking tussen bevoegde gezagen. Samen met de Waterwet biedt de Wm de wettelijke grondslag voor een aantal uitvoeringsbesluiten en de gemeentelijke afval-, hemel-, en grondwaterzorgplichten. B.3 (NATIONAAL)
ZORGPLICHTEN AFVAL-, HEMEL- EN GRONDWATER
Zorgplicht stedelijk afvalwater De zorgplicht stedelijk afvalwater valt onder de Wet Milieubeheer (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 10.33 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet. 68
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027
2. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een Gemeente, Waterschap of een rechtspersoon die door een Gemeente of Waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. Zorgplicht hemelwater De zorgplicht hemelwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.5 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeente draagt tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.
Zorgplicht grondwater De zorgplicht grondwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.6 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het Waterschap of de Provincie behoort. 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk. B.4 (NATIONAAL)
LOZINGENBESLUITEN AFVALWATER
Afvalwaterlozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Er is een indeling gemaakt naar drie categorieën: Particulieren: Bedrijven: Openbaar gebied:
Besluit lozing afvalwater huishoudens Besluit lozen inrichtingen Besluit lozen buiten-inrichtingen
Besluit lozing afvalwater huishoudens Het besluit bevat regels voor het lozen van afvalwater door particulieren. Huishoudens hebben geen vergunning of ontheffing nodig om hun afvalwater te lozen, maar moeten zich wel houden aan regels die moeten voorkomen dat de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater worden aangetast. Dat betekent onder meer dat afvalwater alleen in het oppervlaktewater of in de bodem mag worden geloosd als het gezuiverd is. Besluit lozen inrichtingen Het besluit maakt onderscheid tussen directe en indirecte (via riolering) lozingen. De indirecte lozingen worden weer onderscheiden in lozingen op een ‘schoonwaterriool’ en een ‘vuilwaterriool’. De eisen aan de lozingen op schoonwaterriolen zijn strenger dan die op een vuilwaterriool, omdat die lozingen direct in het milieu terechtkomen. De houder van het hemelwater moet het hemelwater op verantwoorde wijze terugbrengen in het milieu. Lozing op een vuilwaterriool is alleen toegestaan als een directe lozing of een lozing op een schoonwaterriool niet mogelijk is.
69
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027
Besluit lozen buiten inrichtingen Het besluit heeft betrekking op een breed scala aan lozingen die buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer plaatsvinden. Het gaat bijvoorbeeld om lozingen uit gemeentelijke rioolstelsels, lozingen van grondwater bij ontwatering van gronden (zoals bronneringswater bij bouwactiviteiten), lozingen van afstromend regenwater van wegen en andere openbare ruimten en lozingen bij gevelreiniging. De lozingen kunnen zowel door ondernemers als overheden plaatsvinden. Volgens dit besluit is (vrij vertaald) het lozen van afvalwater, afkomstig uit een openbare ontwaterings- of hemelwaterstelsel op of in de bodem toegestaan, mits de ligging van de voorzieningen bekend is, deze goed beheerd worden en hierdoor geen nieuwe problemen ontstaan. Hetzelfde geldt voor het op oppervlaktewater lozen van afvalwater afkomstig van overstortvoorzieningen of nooduitlaten van openbare vuilwaterstelsels. Het lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering op oppervlaktewater of een hemelwaterriool is onder kwalitatieve voorwaarden toegestaan en onder de voorwaarde dat geen wateroverlast plaatsvindt. Het lozen in een vuilwaterriool is niet toegestaan. Indien er redelijkerwijs geen andere mogelijkheid bestaat kan hiervan worden afgeweken met medewerking van het bevoegd gezag.
Het tbv ontwatering lozen van grondwater in oppervlaktewater is onder zowel kwalitatieve als kwantitatieve voorwaarden toegestaan. Lozing op een vuilwaterriool is verboden tenzij het een kortdurende en relatief schone lozing betreft (< 8 weken, < 5 m3/h ,< 300 mg/l onopgeloste stoffen). B.5 (NATIONAAL)
WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT
De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorheen vergunningplichtig waren onder de volgende wetten en verordeningen: - VROM-wetten Woningwet Gebruiksbesluit Wet milieubeheer Wet ruimtelijke ordening - Monumentenwet - Mijnbouwwet - Wet verontreiniging oppervlaktewateren - Flora- en faunawet - Natuurbeschermingswet - Diverse gemeentelijke en provinciale
70
(bouwvergunning) (vergunning en melding) (milieuvergunning en meldingsplicht) (afwijking bestemmingsplan, aanlegvergunning) (monumentenvergunning); (mijnbouwmilieuvergunning); (indirecte lozingen); (ontheffing). (handeling in een beschermd natuurgebied met gevolgen voor habitat en soorten); (zoals de reclame-, kap-, inrit- en sloopvergunning verordeningen en de aanlegvergunning)
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027
B.6 (NATIONAAL)
WET INFORMATIE UITWISSELING ONDERGRONDSE NETTEN (2008)
Om de ernst en de hoeveelheid van graafincidenten in Nederland in te perken is in 2008 de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon) oftewel de Grondroerdersregeling van kracht geworden. De regeling verplicht zorgvuldiger graven en informatie-uitwisseling tussen grondroerders (de gravers) en de kabel- en leidingbeheerders. Informatie-uitwisseling voorafgaand aan de graafwerkzaamheden verloopt via een digitaal loket bij het Kadaster. B.7 (NATIONAAL)
BASISREGISTRATIE ONDERGROND
Informatie over activiteiten in de Nederlandse ondergrond moet beter worden vastgelegd. Overheden dienen gegevens over de ondergrond centraal te registreren in een basisregistratie ondergrond (BRO). Dit zorgt voor lagere onderzoekskosten, helpt bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bespaart overlast en kosten bij uitvoering van werkzaamheden. De wet verplicht het Rijk, Provincies, Gemeenten en Waterschappen om nieuwe gegevens over de ondergrond centraal te registreren. Ondernemers en inwoners krijgen gratis toegang tot de gegevens. De basisregistratie bouwt voort op de bestaande landelijke systemen. Dit zijn Data en Informatie Nederlandse Ondergrond van de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO, en het Bodem Informatie Systeem van Alterra. De registratie zal zorgen dat gegevens vollediger zijn, sneller beschikbaar en eenvoudiger te gebruiken. Het beheer ervan is met het oog op de benodigde expertise in handen van TNO. De basisregistratie ondergrond wordt de komende jaren stapsgewijs ingevuld. Er wordt gestart met gegevens over sonderingen, grondwater en mijnbouw. Deze informatie is onder meer van belang bij het plannen en uitvoeren van bouwprojecten, het verzorgen van drinkwatervoorziening en het winnen van natuurlijke hulpbronnen. B.8 (NATIONAAL)
WET OP DE LIJKBEZORGING EN BESLUIT OP DE LIJKBEZORGING
In de Wet op de lijkbezorging (Wlb) zijn bepalingen opgenomen omtrent begraving. Artikel 5 Besluit op de lijkbezorging 1. De afstand tussen de graven onderling bedraagt ten minste dertig centimeter. 2. Boven de kist of het omhulsel bevindt zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter. 3. Ten hoogste drie lijken mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of ander omhulsel een laag grond van ten minste dertig centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. Ten aanzien van de bovenste kist of het bovenste omhulsel is het tweede lid van toepassing. 4. De graven bevinden zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand. 5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op bestaande graven. 6. Dit artikel is niet van toepassing op grafkelders.
De belangrijkste bepaling in relatie tot grondwater is die van het vierde lid. In samenhang met het derde lid kan worden vastgesteld hoe diep het grondwaterpeil moet zijn als er in meerdere lagen boven elkaar wordt begraven. B.9 (NATIONAAL)
NATIONAAL WATERPLAN
Het Nationaal Waterplan (NWP 2016-2021) is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 2016-2021. Het NWP beschrijft welke maatregelen nodig zijn om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. Ook de (economische) kansen die water biedt komen in het NWP aan bod. In de bijlage van het NWP zijn stroomgebiedbeheerplannen opgenomen. Deze geven aan hoe de waterkwaliteit in een bepaald gebied kan verbeteren. Nederland ligt in de stroomgebieden Rijn (Waal), Maas, Schelde en Eems. De minister van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) stelt het Nationaal Water Programma (NWP) op voor de periode 2022–2027. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor deze periode en geeft een doorkijk naar 2050. De voorbereiding van dit NWP vindt plaats onder het wettelijk regime van de Waterwet.
71
Onze referentie: F6CWZX2N7QJQ-264341337-789:4,0 - Datum: 21 maart 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING DEN HELDER 2023-2027
Het overgangsrecht bij de Omgevingswet voorziet erin dat het NWP 2022-2027 uiteenvalt in een aantal verplichte programma’s onder de Omgevingswet. B.10 (NATIONAAL) BESTUURSAKKOORD WATER In het Bestuursakkoord Water hebben overheden en drinkwaterbedrijven afspraken gemaakt over verbetering van de organisatie van het waterbeheer. Deze afspraken leiden tot meer transparantie, duidelijke verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte, optimalisatie in transport en zuivering van afvalwater, een beheersbaar programma voor de waterkeringen en het realiseren van slimme samenwerkingsvormen. Hierdoor blijft waterbeheer betaalbaar. In het Addendum BAW staan aanvullende afspraken over de volgende onderwerpen: • • • •
Bruikbare en toegankelijke data en informatie binnen de watersector Cybersecurity binnen de watersector Samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven Implementatie Omgevingswet in de waterketen.