CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325408 Notulen van de raad van 23 april 2026

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 31 maart, 1 en 23 april 202664.898 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

Ik heb namelijk u ook gezegd dat ik gebonden was aan artikel 54 van de gemeentewet. Daar heb ik in de commissie ook al eerder over gezegd dat ik u ook niet in geheimhouding daarover iets had kunnen vertellen op dat moment. U heeft eerder ook verwezen in de commissie, misschien goed om dat beeld ook recht te zetten, dat wij op de collegevergadering het onderwerp hadden geagendeerd onder een bepaalde naam. Als u het goed weet dan is dat de locatie, waar ongeveer het afvalcluster nu gevestigd is. Maar precies dat was de reden, omdat er geheimhouding was, waarom je het op die manier op de collegeagenda hebt vermeld. Maar voor een aantal van die dingen heeft u ook vragen gesteld aan de voorzitter van ons college. Ik zal daar niet in detail op ingaan. Maar ik kon niet anders dan op die manier koorddansen in die beantwoording, die ik heb gedaan. En de overwegingen waarom het twee keer op het college is geweest en toen nog niet is besloten en later wel, daar kan ik niet op ingaan. Want dat is onder datzelfde artikel, want namelijk er rust geheimhouding op de beraadslagingen van hetgeen je in het college zegt met elkaar. De voorzitter. Mijnheer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter, daar heeft de wethouder natuurlijk gelijk in dat op de beraadslaging geheimhouding rust.

Maar de wethouder had ook in rood, in het geheim kunnen zeggen, er is een debat geweest, ik kan je niet vertellen over de inhoud daarvan, maar er wordt gesproken over allerlei alternatieven, in hele omfloerste woorden had dat gekund. Dan hadden we geweten, daar wordt wel over gesproken, maar hij mag er nog niks over zeggen. Of de wethouder had op de brief die nu voorligt kunnen schrijven, ik heb in dat debat een aantal dingen gezegd die eigenlijk niet helemaal kloppen, want we waren wel in gesprek. Dat is wat ik bedoel met dat democratisch ethos. Dat is er niet, dat ontbreekt. De voorzitter. Wethouder Verschuure. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, volgens mij heb ik ook in het spoeddebat in januari of februari tegen u gezegd dat we volop in gesprek waren over een en ander. Dat heb ik wel degelijk aangegeven, dat we ook in gesprek waren met het ministerie, met de omgeving, met de regio. Juist omdat dit een urgent onderwerp is. Ik heb dat niet ontkend, ik heb aangegeven dat dat natuurlijk een belangrijk issue is waar we het over moeten hebben. Dat dit onderwerp speelt, is overigens volgens mij voor u ook niet nieuw. Ik ben hier in november gekomen en er lag een aardige stapel met dossiers op mijn bureau. Volgens mij zijn er in aanloop vorig jaar ook werksessies over dit onderwerp geweest, de rapporten waar u ook in eerder een debat naar verwees.

Er is een nieuw rapport bij verstrekt, alle andere rapporten kende u al. Het is niet zo dat het nieuw is, of dat het in januari voor de eerste keer op de collegeagenda stond, dit onderwerp. Het is een onderwerp dat ook hier in de raad al meerdere keren

65

is besproken. Ik heb ook in de appreciatie van die motie aangegeven, luister, ik heb het wel nodig om hierop door te kunnen werken, want het is een urgent probleem. We moeten toewerken naar besluitvorming. Ik heb u ook aangegeven dat we op dat moment gesprekken aan het voeren waren. Ik heb u ook aangegeven, we moeten als college wel doorwerken en toewerken naar besluitvorming. Volgens mij is waar u om vraagt precies hetgeen wat ik heb gepoogd om hier te zeggen. De voorzitter. Dan is er een interruptie van mevrouw Klokkenburg. Judith Klokkenburg-Reedeker (ChristenUnie/SGP). Het gaat natuurlijk ook al om de periode daarvoor. Het is een keuze geweest om hier een geheim collegebesluit over te nemen. Het college had ook in augustus alle onderzoeken kunnen sturen, ook de onderzoeken die we vorige week pas hebben gekregen over alle varianten. Dan hadden we daar een prachtig debat over kunnen voeren. Dan hadden we daar een mooi democratisch besluit over kunnen nemen met elkaar in het openbaar. De wethouder en alle andere collegeleden hadden door kunnen gaan, noem maar op. Maar daar is niet voor gekozen. Er is gekozen om het in beslotenheid te doen, achter gesloten deuren, in het geheim, zonder dat de raad het wist, tegen een raadsbesluit in, wat in september zei, neem het Cultuurlandschapspark als uitgangspunt en ga die bedrijventerreinen gefaseerd ontwikkelen. De voorzitter.

De wethouder. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, ik ben niet woordelijk bij het debat, fysiek bij het debat geweest, dat hierover eerder heeft plaatsgevonden. Wat ik wel uit de overlevering meekrijg, is dat ook die motie meegenomen wordt in de uitwerking van de nadere gebiedsonderzoeken rondom heel de Vlietzone. Dat is gewoon een onderdeel van de NRD. Maar je kunt niet, dat zeg ik dan ook maar in de reflectie, een-op-een een visie bij motie overnemen, als zijnde dat is dan de gebiedsvisie. Zo werkt het niet in de Omgevingswet. Zo mag dat ook niet. Want ook andere belanghebbenden moeten in staat gesteld worden om hun zienswijze et cetera in te dienen, waaronder de ondernemers in de Westvlietweg of Rijkswaterstaat, die belang heeft over ontsluiting. En dat is precies wat we aan het doen zijn. We nemen die visie van de Vlietzoom Alliantie mee, we nemen hem niet een-op-een over, want dat kan niet en dat mag niet, maar we nemen hem zeker mee in de uitwerking van het hele gebiedsprogramma, wat nog naar uw toekomt. Volgens mij zijn we dat aan het doen en volgens mij, de reflectie op die motie heeft u nog tegoed van ons, de afdoening van die motie. Want volgens mij is toen afgesproken om die motie af te doen op het moment dat we bij u terugkomen met het gebiedsprogramma. De voorzitter. Mevrouw Klokkenburg. Judith Klokkenburg-Reedeker (ChristenUnie/SGP). Dank, voorzitter.

In die motie staat ook de fasering van de ontwikkeling van het bedrijventerrein en met het collegebesluit is er een brief naar GS gegaan om die bestuursovereenkomst weer open te gooien en die fasering niet te faseren, maar gelijktijdig aan te brengen. Dat zou een onomkeerbaar besluit zijn, wat ook tegen die motie ingaat. Ik begrijp daadwerkelijk niet waarom deze wethouder steeds blijft zeggen dat het allemaal zo ingewikkeld is, dat het zo zwaar is, terwijl er raadbesluiten zijn die klip en klaar zijn. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, er ligt een bestuursovereenkomst met de provincie, waarin eigenlijk al die stappen die u beschrijft al opgenomen zijn. Het enige wat wij hebben gevraagd aan GS is om met ons het gesprek te mogen voeren, dat besluit is nog niet genomen, want dat gesprek moet nog gevoerd worden, daar moeten we nog overeenstemming over bereiken, ook met GS, maar de vraag is aan GS gesteld, wij zouden heel graag met u het gesprek voeren om die volgorde aan te passen naar gelijktijdig uitbreiden. De reden daarvoor is, als je dat kan doen, kun je namelijk de boel veel makkelijker revitaliseren, et cetera. Dat is nog geen besluit. Het besluit is nog niet genomen. Het is een vraag om dat gesprek daarover aan te gaan.

Het is een gesprek dat ik volgens mij ook aan heb gegeven, in ieder geval dat hebben wij ook nodig om deze stap te kunnen zetten in dit gebied als je daar een ruimtelijke reservering wilt doen. Zonder dit gesprek met GS, loop je daarop vast. Los daarvan, binnen de provinciaal beleid, dat heeft de provincie overigens ook gezegd, ook in

66

beantwoording van schriftelijke vragen, zou dit een mogelijkheid moeten zijn en kan het in principe, wat wij zouden willen. De voorzitter. Mijnheer Demaree. Diego Demaree (Partij voor de Dieren). De wethouder zegt, het is gewoon een gesprek, maar er is uiteindelijk toch gewoon een collegebesluit genomen. Dan hadden we toch ook gewoon dat collegebesluit niet kunnen nemen en die gesprekken gewoon kunnen voeren? De voorzitter. Wethouder Verschuure. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, het college heeft een besluit genomen tot het vaststellen van een voorkeursvariant. Ik wil niet alles relativeren, maar dat is wel wat is gedaan. De wereld hebben we nog niet veranderd. We hebben ook gezegd dat er nog geen schop de grond ingaat. Waarom hebben we het eerder in de commissie ook aan hun aangegeven? Waarom doen we zo'n ruimtelijke reservering? Die hebben we overigens ook gedaan voor de islamitische begraafplaats. We zijn ook in gesprek voor de uitbreiding van sport, voor natuur, et cetera. Maar deze ruimtelijke reservering hebben we gedaan om te voorkomen dat er straks, als we verder gaan met de doorontwikkeling van de Binckhorst, niet de situatie willen hebben dat we vastzitten met een afvalcluster waar je niks mee kan, dat je nergens meer heen kan. Is dit dan de enige variant die er is? Ik heb u ook in de commissie verteld dat het ontzettend ingewikkeld is.

Den Haag is de meest druk bebouwde stad van Nederland. Er is heel weinig ruimte. Maar het is niet onomkeerbaar. U kunt straks bij het gebiedsprogramma rondom de Vlietzone zeggen, we willen dit niet. U kunt ook zeggen, hou het allemaal maar op de Binckhorst. Dat heeft consequenties, maar het is wel een politieke keuze die u kunt maken. Het alternatief wil ik u ook nog voorleggen. Dat was, er is heel veel discussie ook hier intern geweest, die stond ook nog op de lat, om alles naar de Vlietzone te brengen, inclusief het watergebonden gedeelte. Daar kiezen we niet voor. We kiezen ervoor om ik noem het maar de milde variant als voorkeursvariant te kiezen. Een klein gedeelte van het hele afvalcluster zou dan naar de Westvlietweg moeten gaan. En dat is echt een heel ander verhaal dan dat je daar een insteekhaven hebt met de vuilnisstortoverslag, waar alle vuilniswagens heen moeten, et cetera. Dit is een ander verhaal, maar in de beeldvorming, in de buitenwereld, lijkt het soms alsof alles daarheen gaat en dat is niet het geval. De voorzitter. Mijnheer Demaree. Diego Demaree (Partij voor de Dieren). Voorzitter, dank. Maar hoe rijmt de wethouder dat dan met het tweede dictumpunt van die motie, waarin staat dat er geen uitgangspunten, voorkeursrichtingen, bestuurlijk overleggen zijn? Want dat is toch eigenlijk wel wat er nu gebeurd is? De voorzitter. Wethouder Verschuure.

Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, er is iets wat ik misschien wel in deze korte tijd leer in Den Haag, dat is dat ik in het appreciëren van moties misschien nog veel explicieter moet zijn in hetgeen ik bedoel. Ik heb echt proberen te zeggen, toen we dat spoeddebat hadden, dat als ik hem zo mag interpreteren, dat ...Het is hier al een paar keer door de heer Assad en de heer Ahraui ook aangehaald, de teksten die ik daarop heb teruggegeven. Ik zeg het weer verkeerd. Sorry, excuses, voorzitter. Maar daarin heb ik een interpretatie willen geven van het dictum van die motie. Die heb ik willen appreciëren. Ik heb de hand willen reiken naar de raad in die zin, omdat ik de zorg zag. Maar ik heb u net ook verteld dat het op een dun lijntje lopen was, over hetgeen ik wel en niet kon zeggen. De voorzitter. Laatste keer, mijnheer Demaree. Diego Demaree (Partij voor de Dieren). Voorzitter, dank. Maar dan is het toch eigenlijk zo dat die motie op dit moment niet is uitgevoerd? De voorzitter. Wethouder.

67

Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, volgens mij heb ik in de motie, helemaal platgeslagen, gelezen, geen onomkeerbare stappen nemen tot. En dat hebben we niet gedaan. Daarmee hebben wij gepoogd om die motie uit te voeren, zoals hij ingediend is, met de appreciatie die ik erbij heb gegeven. De voorzitter. Interruptie van de heer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter, ik zou graag de wethouder willen oproepen in het vervolg niet per se de hand te willen rijken naar de raad en de motie zo uit te leggen, zoals hij hem zelf kan uitleggen, maar gewoon te lezen wat er staat. Was dat niet beter geweest? Dan had u gezegd, ik ben het niet eens met de motie. Dat mag ook. De voorzitter. Wethouder Verschuure. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, ik denk dat ik de volgende keer dat ook zal doen. Want dat maakt dingen dan misschien helder. Ik heb dit geprobeerd te doen door ook te luisteren naar wat de raad wou. Daarin een beweging hebben willen doen, maar wel ook de ruimte willen hebben om te kunnen blijven acteren. En de taak waar ik voor ingehuurd ben, namelijk als wethouder, in het voorbereiden van besluitvorming. Een deel van de expliciete oproep kon ik gewoon prima uitvoeren, namelijk geen onomkeerbare stappen.

Dat heb ik gezegd en ik heb vervolgens ruimte proberen te krijgen en door de heer De Vuyst en een aantal andere raadsleden is daar op die manier ook op gereflecteerd. Bedoelt u dit, bedoelt u zus? Ja, dat bedoel ik zo en dat is volgens mij op die manier zo gegaan. Maar daar is licht tussen ontstaan, in ieder geval als ik zie waarom we nu deze discussie hier hebben. Daarvoor heb ik al gezegd, dat vind ik heel vervelend. Maar ik kan die wereld niet terugdraaien. Als u zegt, zou u de volgende keer hem weer op die manier zo appreciëren? Ik denk dat ik dan op dat moment zou zeggen, een aantal dingen kan ik u toezeggen, dat is namelijk geen onomkeerbare stap. Maar ik moet de motie ontraden, omdat er ook een aantal dingen in staan ...Ik denk dat dat misschien een leerpunt is voor mijzelf, voorzitter. Voorzitter, dan misschien ook nog over het debatje tussen de heer De Ridder en de heer Assad over had er nou niet een brief moeten gaan naar de raad en dan een gesprek en dan een debat. Ook daarin zit wat mij betreft eigenlijk de gewenste volgorde, zoals wij hem in ieder geval hebben gebracht. Namelijk, als college stellen we een voorkeursvariant vast.

We hebben toen gezegd aan u, we willen heel graag met u een technische sessie hebben over waarom komen wij nou tot dit alternatief en denken wij dat dit het voorkeursalternatief is, waarna we een en ander naar de raad zouden kunnen brengen. Vervolgens hebben we eigenlijk al direct het debat en we hebben het nog helemaal niet over de inhoud gehad. Dat vind ik ontzettend jammer, want ik denk dat het heel goed is om het over die inhoud te hebben. Ik hoop ook dat we er snel over met elkaar in gesprek kunnen komen. De voorzitter. Mijnheer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter, die brief had toch gekund zonder besluit voor de reservering? Dat had toch prima gekund, dan hadden we dit debat niet gehad. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, u vraagt ook van het college om met voorbereiding van besluitvorming te komen, om met een voorstel te komen, waarover u vervolgens het debat met ons kunt voeren. Volgens mij is dit precies de manier waarop het zou moeten werken. Namelijk wij stellen als college een voorkeursvariant vast. Vervolgens gaan we daar met elkaar over in debat en bent u het daarmee eens, of u bent het er niet mee eens. Volgens mij is dat zoals het hier werkt. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter, zo is het niet geweest. Het college heeft iets besloten te gaan doen. Dit willen wij doen. We willen dat ook bij de provincie neerleggen. Dat gaan we doen.

En we informeren u erover. Doei. Het is dat de raad zelf het agendeert. Het is niet dat u een voorstel naar de raad brengt. Als de wethouder dat had gedaan, dan kan ik hem volgen. Maar hij heeft geen voorstel gedaan.

68

De voorzitter. Wethouder Verschuure. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, we go around in circles. Dit is een besluit voor het maken van een reservering die ruimtelijk is, die vervolgens uitgewerkt wordt, in een gebiedsprogramma dat over de Vlietzone gaat. Dan heeft u een voorstel ter voorbereiding daarvan. Geen onomkeerbare stap, dan komt u erover te spreken, dan kunt u er van alles van vinden. U vindt er nu al van alles van, eigenlijk hebben we dat gesprek al, waar u net om vroeg. Voorzitter, ik ga verder en ik ga naar de moties toe die ingediend zijn. Ik denk dat het u niet zal verbazen dat we de motie van mevrouw Klokkenburg over het intrekken niet zullen overnemen of moeten ontraden. Ik heb al eerder aangegeven waarom. Ik heb ook in de commissie aangegeven waarom we dit besluit hebben genomen. Ik denk ook dat het belangrijk is om met elkaar hierover in gesprek te blijven, ook naar het vervolg toe met voortgangsrapportages. Maar eerst graag binnenkort met zo'n technische sessie met elkaar erover in gesprek komen en dat we richting de zomer of na de zomer met elkaar de NRD gaan bespreken en dan op kunnen gaan werken tot besluitvorming van het omgevingsprogramma van de Vlietzoom. Dan kom ik bij de motie Maak groenbescherming concreet. Dat is een motie die ik aan de raad kan laten. Ons uitgangspunt voor de Vlietzone is natuurlijk om daar ook groen te versterken.

En het is een ambitie die wij ook onderschrijven. U stelt in de motie een aantal vragen en die moeten we in de uitwerking meenemen. En volgens mij is dat prima om als uitgepunt mee te nemen. De andere motie van u zal collega Bruines waarderen. Dan komt de motie Onderzoek alternatieve ontsluitingen onder of langs de A12. Deze motie zal ik ook aan de raad laten met een positief advies. We hebben ons eerste onderzoek natuurlijk wel verkeerskundig gedaan. Het is onwijs ingewikkeld onder de A4 door, parallel langs de A12. Maar ook met de provincie is de vraag al gesteld van kunnen we daar een seconde opinion op krijgen. Dat lijkt ons prima om te doen, om ook gewoon echt al het licht dat er eventueel nog is, weg te kunnen halen, zodat we gewoon klip en klaar weten wat wel kan en wat niet kan. Die motie kan ik ook positief adviseren en aan de raad laten. Voorzitter, ik kijk nog even in mijn aantekeningen, maar volgens mij heb ik dan alles gezegd. De voorzitter. Dank u wel, wethouder Verschuure. Ik kijk dan naar wethouder Bruines. Sorry, mijnheer Demaree heeft nog een interruptie. Diego Demaree (Partij voor de Dieren). Voorzitter, dank. Ik had eigenlijk ook nog een aantal vragen gesteld in mijn bijdrage over onder andere het coalitieakkoord en over de petitie en de reactie van de wethouder daarop. De voorzitter. Wethouder Verschuure. Wethouder Verschuure (D66).

Voorzitter, ik heb net al gezegd dat ik me eigenlijk niet mengen wil in de discussie die hier tussen de fractievoorzitters en de leiders van de coalitie heeft plaatsgevonden in deze. Ik heb ook al aangegeven dat ik me daar niet in wil mengen. Dat is wat mij betreft iets wat u hier tussen de coalitieleiders moet bespreken. Diego Demaree (Partij voor de Dieren). Voorzitter, maar de wethouder is toch ook gewoon gehouden aan het coalitieakkoord? De voorzitter. Wethouder. Wethouder Verschuure (D66). Excuus, voorzitter. Ik zal iets langer blijven staan na deze vraag. Jazeker, daar ben ik ook aan gehouden. Dat geldt overigens voor alle coalitieleden. De voorzitter. Wethouder Bruines, gaat uw gang. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter, ik wil graag ingaan op de motie die is ingediend door de heer Ahraui over verken alternatieven met stapelen. Er wordt verzocht om te kijken, als dat deel van dat

69

afvalcluster inderdaad naar de Vlietzone gaat, op wat voor manier de verdere ontwikkeling van het bedrijfsterrein dan wordt vormgeven, of gekeken kan worden of daar intensivering, stapeling mogelijk is. Het college kan deze motie aan de raad laten. We zullen kijken hoe alle mogelijke opties kunnen worden verwerkt en u op de hoogte stellen van de mogelijkheden die dit met zich mee brengt. Dan is de vraag gesteld aan mij, voorzitter, door de heer De Ridder, over wat ik als wethouder of als eerste loco binnen de hele discussie over de vertrouwensbreuk met een van onze coalitiepartijen heb gedaan. Ik kan u daar het volgende over zeggen. De discussies tussen de coalitiepartijen zijn in ons geval door de heer Assad gedaan als lijsttrekker, als voorman van onze partij en niet via het college. En binnen het college, maar daar kan ik natuurlijk u verder geen mededeling over doen, kan ik u ervan verzekeren dat wij allen, en zeker ik ook, uitgebreide discussies hebben gevoerd over de hele kwestie van besluitvorming, over momenten enzovoort, over dit onderwerp hebben gesproken, inclusief de discussie over of elke collegelid zich op wat voor manier kan vinden in de besluitvorming en wat daarmee samenhangt. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter. Ik geef graag het woord aan de burgemeester. Excuses, burgemeester, u bent nog niet goed te verstaan. Nu wel, gaat u gang.

Burgemeester Van Zanen. We hebben nog heel veel tijd. Dat had ik niet moeten zeggen. Voorzitter, drie vragen vanuit de raad van de heer De Ridder. Wat is de rol van de burgemeester als iets echt in gaat tegen de wens van de raad? Ik moet natuurlijk ook zeer terughoudend zijn over de beraadslagingen, maar als echt iets ingaat tegen de wensen van de raad, het hoeft niet eens dit onderwerp te zijn, dan steek ik wel mijn vinger op. Dat wordt ook allemaal voorbereid, want ik kan het niet allemaal in mijn eentje. Als er dingen zijn, waarbij we zeggen, oeh, wat vindt de raad daarvan? Dan ben ik wel vaak degene die zijn vinger opsteekt. Weten we dat zeker? Kan dat wel? Ik heb wel in de commissie natuurlijk aangegeven, dat is onderdeel van dit debat, dat ik heel goed gekeken heb, dat was niet de laatste motie, over die onomkeerbaarheid. Ik ben ervan overtuigd geraakt, maar dat heb ik ook in de commissie gezegd, dat er niet sprake was van echte onomkeerbaarheid, ook geen privaatrechtelijke contracten. Dan kun je nog zeggen, er waren andere dicta en andere overwegingen. Er is ook de eerdere motie geweest, maar dat vind ik allemaal bij de portefeuillehouder horen. In dit geval, ook als voorzitter van de raad, heb ik het idee dat u nog ruim aan bod komt, ook ruim aan bod bent.

Wat is de rol van de burgemeester als zoiets wordt geagendeerd op de dag voor de verkiezingen? Voorzitter, dit was een reguliere vergadering die gewoon gepland stond. Dat bleek de dag voor de verkiezingen te zijn, daar is niet op gestuurd. Er is zeer uitvoerig, op meerdere momenten over dit onderwerp gesproken. Het is echt op alle manieren tegen het licht gehouden. Iedereen heeft echt de ruimte gekregen. En ik kan u verzekeren, dat hoeft u niet te geloven, maar ik vertel wat ik weet en wat ik kan zeggen, niet alleen heeft u ruimte gekregen, maar ook genomen. En dan vind ik, was er geen aanleiding om te zeggen, dit zou niet kunnen op de dag voor de verkiezingen. Dan de derde vraag. Wat is de rol van de burgemeester als toch een van de leden van het college echt een andere opvatting heeft? Dan is natuurlijk altijd de rol, overigens niet alleen voor mij, maar zeker ook voor mij, om te proberen ...Ik vind dat je het vanaf de eerste dag als burgemeester moet proberen, net zoals ik dat samen met de griffie voor de raad vindt, dat ik ook samen met de gemeentesecretaris vanaf dag een probeer van het college een team te maken. Weet je, het zijn wel concurrenten en we hoeven geen vrienden van elkaar te worden, we hoeven niet op elkaars verjaardagen te komen.

Maar vanaf de eerste dag probeer je wel echt een team ervan te maken, de mensen te leren kennen, de zwakheden en het debris aan elkaar te verbinden. En zeker als het gaat om besluitvorming ernaar te streven dat we als college voor en achter de schermen met een mond spreken. Ik moet u eerlijk zeggen, ik vond het een nederlaag of een teleurstelling dat dat in dit geval niet is gelukt. Het is wel de politieke realiteit. Ik vind het ook van ruimhartigheid getuigen, laat ik dat dan ook maar zeggen, van het college, dat de collega van een dubbele aantekening gebruik kon maken. Dat mocht gewoon, dat is de procedure. En dat is ook gebeurd. De collega heeft ook daar de ruimte voor gekregen. Ik zou het heel beroerd hebben gevonden als dat niet zou hebben gemogen. Maar het was wel mijn rol, samen met de collega's, maar vooral ook mijn rol, om echt het team bij elkaar te houden. En ik vind het heel spijtig, maar dat heb ik gisteren ook al gezegd, dat het niet gelukt is op het eind. Ook in deze ingewikkelde tijd met een nieuwe raad, een college wat toch wacht op de opvolgers, om

70

het maar zo neutraal mogelijk te zeggen, dat dit is gebeurd, maar het is gebeurd. En dat is wat ik erover kan zeggen. De voorzitter. Ik kijk, geachte leden van de raad, is er behoefte ...Ja, mevrouw Klokkenburg. Judith Klokkenburg-Reedeker (ChristenUnie/SGP). Dank u wel, voorzitter. Er is zeker behoefte aan een tweede termijn, maar ook wel behoefte aan een schorsing van 10 minuten. De voorzitter. De vergadering is geschorst voor 10 minuten. Schorsing De voorzitter. Geachte leden van de raad, wilt u uw plaatsen innemen? Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de afdoening motie inzake geen onomkeerbare stappen in de Vlietzoom. Tweede termijn van de raad. Ik geef het woord aan mevrouw Klokkenburg. Judith Klokkenburg-Reedeker (ChristenUnie/SGP). Dank, voorzitter. Hoewel het debat over de formatie straks pas op de agenda staat, hebben we zojuist al wel naar een voorbeschouwing zitten kijken. Want een partij als Hart voor Den Haag die zegt dat bewoners beter betrokken moeten worden, laat de bewoners nu overruled worden tijdens een participatieproces met dit collegebesluit. Een partij die in november ‘24 nog een motie indiende die oproept om de participatie en het democratische proces te verbeteren, omdat ze altijd op de achterste benen stonden als de moties niet werden uitgevoerd, of er niet naar partities werd gehandeld, laat het nu los.

Een partij die normaliter petities zeer serieus neemt, denk aan de Daal en Bergselaan en het Hobbemaplein schuift een petitie die meer dan 3500 keer getekend is aan de kant. Voorzitter, mijn fractie vindt het ongelooflijk cynisch om te moeten constateren, dat alles waarvan een partij in campagnetijd roept belangrijk te vinden binnen drie weken over boord wordt gemikt, zodra het pluche geroken wordt en dat bewoners en ondernemers die zich inzetten voor een sterke en mooie Vlietzone hier vandaag de dupe worden van dit formatiespel. Voorzitter, de wethouder heeft aangegeven in zijn beantwoording dat er geen onomkeerbare stappen gezet zullen worden en dat willen we nog eens bevestigen met een motie. Draagt het college op, zolang het Gebiedsprogramma Vlietzone niet is vastgesteld door de raad, de bestuursovereenkomst Binckhorst niet zonder instemming van de raad te wijzigen. Ingediend mede namens collega De Ridder, Van Wijngaarden en Demaree. Voorzitter, de ChristenUnie/SGP moet constateren dat er onvoldoende reflectie bij deze wethouder is op de betrokkenheid van de raad, de procesgang en de manier waarop is omgegaan met aangenomen moties. Wat ons betreft had de wethouder vanmiddag de kans om te laten zien, dat hij de wens van de raad respecteert en zijn fout recht kon zetten door het collegebesluit van 17 maart in te trekken.

Uit de beantwoording blijkt dat hij daartoe niet bereid is. Hij zal het nog uitleggen tijdens een technische sessie. Voorzitter, wij kunnen niet anders dan de volgende motie indienen, die ik graag in zijn geheel zou willen voorlezen. Constaterende dat de gemeenteraad op 18 september 2025 het besluit heeft genomen om het Haags Cultuurlandschapspark te omarmen als basis voor het gebiedsprogramma en een fasering aan te brengen in de ontwikkeling van bedrijventerrein Westvlietweg III, waarbij fase 1 het mogelijk maken van verplaatsing van HMC en zwaar transportbedrijven betreft, fase 2 het revitaliseren van het bedrijventerrein en de opwaardering van de Westvlietweg naar 30 kilometer per uur en fase 3, mocht dat nodig blijken, de optie bevat om een uitbreiding van het terrein te onderzoeken; de gemeenteraad op 26 februari 2026 het college heeft verzocht niet eigenstandig onomkeerbare stappen te zetten die geen recht doen aan raadsuitspraken en de mogelijke uitbreiding van het bedrijventerrein of verplaatsing van het afvalcluster naar de Vlietzone ook niet als uitgangspunt of voorkeursrichting in te brengen in bijvoorbeeld zienswijzen, bestuurlijke overleggen, beleidstukken of andere externe trajecten, zonder dat de raad er op voorhand over is geïnformeerd en zich daarover heeft kunnen uitspreken; het college desalniettemin op 17 maart het besluit, Locatiereservering voor

onderdelen van het afvalcluster op basis van de voorkeursvariant ten behoeve van de verplaatsing en doorontwikkeling van het afvalcluster Binckhorst heeft genomen en Gedeputeerde Staten heeft gevraagd de eerder afgesproken fasering van de ontwikkeling van het

71

bedrijventerrein Westvlietweg III los te laten; met dit besluit een richting wordt gekozen voor de ontwikkeling van de Vlietzone, waarvoor dit jaar een gebiedsprogramma wordt opgesteld en daarmee de in september 2025 aangenomen motie niet meer uitgevoerd kan worden. Overwegende dat de wethouder Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa tijdens de raadsvergadering van 26 februari stelde dat het college bezig is met onderzoeken te doen en we het komende jaar naar u toe komen met onderzoeken rondom verplaatsing van het afvalcluster, ook rondom het gehele gebied en de mogelijke uitbreiding van bedrijventerrein Westvlietweg III; de raad op 14 april 2026 naar aanleiding van een informatieverzoek meerdere onderzoeken over de verplaatsing van dat afvalcluster ontving, die in juli en augustus ‘25 afgerond waren en niet eerder met de raad gedeeld zijn, ook niet in aanloop naar het debat op 18 september ‘25 waar over verplaatsing van het afvalcluster naar de GAVIkavel gesproken werd; de wethouder Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa tijdens de raadvergadering van 26 februari zei, we zullen niets doen voordat u als raad erover eerst een definitief besluit heeft kunnen nemen; de wethouder Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa tijdens de raadsvergadering van 26 februari bij de afronding van het agendapunt het volgende zei: “als ik de motie zo mag interpreteren dat

wij geen onomkeerbare afspraken mogen maken voordat u als raad daarover heeft gesproken, dan kan ik de motie positief duiden”; de wethouder Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa tijdens de raadvergadering van 26 februari de motie RIS324802 daarmee zo uitgelegd heeft, dat interpretatie mogelijk was die precies paste binnen het reeds besproken, maar nog niet genomen, collegebesluit; de wethouder Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa de gemeenteraad daarmee bewust in de waan heeft gehouden dat er geen verstrekkende besluiten op handen waren, zonder dat de raad betrokken zou worden; hoewel het collegebesluit een locatiereservering betreft en de schop nog niet morgen in de grond gaat, hiermee wel een richting wordt ingeslagen die zal leiden tot een Gebiedsprogramma Vlietzone, waarbij het Cultuurlandschapspark niet meer het uitgangspunt is of kan zijn en daarmee tegen de wens van de raad wordt ingegaan. Van mening, dat de raad bewust onwetend is gelaten, terwijl expliciet naar onderliggende informatie en een aanstaand collegebesluit gevraagd werd; keurt de handelswijze van de wethouder Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa af. En gaat over tot de orde van de dag. Mede ingediend door de collega's De Ridder van de VVD, Van Wijngaarden van de SP en Demaree van de Partij voor de Dieren. De voorzitter.

Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door de heer Van Wijngaarden, de heer Demaree en de heer De Ridder, wordt de volgende motie (I.5 ChristenUnie/SGP) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie I.5 CU.SGP aanpassingen bestuursovereenkomst naar de raad De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 23 april 2026, ter bespreking van debat Afdoening motie ‘Geen onomkeerbare stappen in de Vlietzoom’, constaterende, dat: ▪ de raad op 18 september 2025 de motie “Haags Cultuurlandschapspark als basis voor het gebiedsprogramma” heeft aangenomen, waarin verzocht werd om het Cultuurlandschapspark als basis te gebruiken voor het gebiedsprogramma Vlietzone en een fasering aan te brengen in de ontwikkeling van bedrijventerrein Westvlietweg III, namelijk verplaatsen, revitaliseren en zo nodig eventueel uitbreiding; ▪ na het collegebesluit van 17 maart 2026 aan Gedeputeerde Staten voorgesteld is de volgordelijkheid van afspraken in de bestuursovereenkomst Binckhorst te veranderen ten aanzien van het bedrijventerrein Westvlietweg III, in een gelijktijdige uitwerking van intensiveren, revitaliseren en uitbreiden; overwegende, dat: ▪ met het nemen van het collegebesluit de eerder aangenomen motie niet wordt uitgevoerd; ▪ diverse opties zoals deze in de NRD zijn meegenomen, niet meer kunnen vanwege dit collegebesluit;

72

▪

▪ ▪

in de afdoening van een eerder aangenomen motie (https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/14882095/1/RIS318342+Afdoening+motie+Eer st+een+gebiedsvisie+daarna+een+NvU?connection_type=17&connection_id=11230510) is aangegeven dat de gebiedsvisie Vlietzone de basis zou zijn voor de wijziging van het omgevingsplan, waarna voor de nadere uitwerking van het bedrijventerrein Westvlietweg III een NvU zal worden opgesteld; met het collegebesluit al een richting is ingeslagen voor zowel de NvU als de gebiedsvisie; het aanpassen van de bestuursovereenkomst Binckhorst een aangelegenheid is tussen Gedeputeerde Staten en het college, de raad daarmee niet meer aan zet is en een onomkeerbare stap gezet wordt;

draagt het college op: ▪ zolang het gebiedsprogramma Vlietzone niet is vastgesteld door de raad, de bestuursovereenkomst Binckhorst niet zonder instemming van de raad te wijzigen, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door de heer Van Wijngaarden, de heer Demaree en de heer De Ridder, wordt de volgende motie (I.6 ChristenUnie/SGP) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie I.6 CU.SGP Motie van afkeuring De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 23 april 2026, ter bespreking van afronding debat Afdoening motie ’Geen onomkeerbare stappen in de Vlietzoom’, constaterende, dat: ▪ de gemeenteraad op 18 september 2025 het besluit heeft genomen om “het Haags Cultuurlandschapspark te omarmen als basis voor het gebiedsprogramma” en “een fasering aan te brengen in de ontwikkeling van bedrijventerrein Westvlietweg III, waarbij fase 1 het mogelijk maken van verplaatsing van HMC- en zwaartransportbedrijven betreft, fase 2 het revitaliseren van het bedrijventerrein en de opwaardering van de Westvlietweg naar 30 kilometer per uur, en fase 3 – mocht dat nodig blijken – de optie bevat om een uitbreiding van het terrein te onderzoeken” (RIS323290); ▪ de gemeenteraad op 26 februari 2026 het college heeft verzocht niet eigenstandig

“onomkeerbare stappen te zetten die geen recht doen aan raadsuitspraken en de mogelijke uitbreiding van het bedrijventerrein of verplaatsing van het afvalcluster naar de Vlietzone ook niet als uitgangspunt of voorkeursrichting in te brengen in bijvoorbeeld zienswijzen, bestuurlijke overleggen, beleidsstukken of andere externe trajecten, zonder dat de raad daar vooraf over is geïnformeerd en zich daarover heeft kunnen uitspreken” (RIS324802); ▪ het college desalniettemin op 17 maart het besluit “Locatiereservering voor (onderdelen van) het afvalcluster op basis van de voorkeursvariant ten behoeve van de verplaatsing en doorontwikkeling van het afvalcluster Binckhorst” (RIS325005) heeft genomen en Gedeputeerde Staten heeft gevraagd de eerder afgesproken fasering van de ontwikkeling van het bedrijventerrein Westvlietweg III los te laten; ▪ met dit besluit een richting wordt gekozen voor de ontwikkeling van de Vlietzone, waarvoor dit jaar een gebiedsprogramma wordt opgesteld en daarmee de in september 2025 aangenomen motie niet meer uitgevoerd kan worden; overwegende, dat: ▪ de wethouder Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa tijdens de raadsvergadering van 26 februari stelde dat het college bezig is “met onderzoeken te doen en [...] we het komende jaar naar u [de raad] toekomen met allerlei onderzoeken rondom verplaatsing van het 73

▪

▪ ▪

▪

▪ ▪

afvalcluster, ook rondom het gehele gebied en de mogelijke uitbreiding [van bedrijventerrein Westvlietweg III]”; de raad op 14 april 2026 naar aanleiding van een informatieverzoek meerdere onderzoeken over de verplaatsing van het afvalcluster ontving, die in juli en augustus 2025 afgerond waren en niet eerder met de raad gedeeld zijn, ook niet in aanloop naar het debat op 18 september 2025 waar over verplaatsing van het afvalcluster naar de GAVI-kavel gesproken werd; de wethouder Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa tijdens de raadsvergadering van 26 februari zei: “We zullen niets doen voordat u als raad daarover eerst een definitief besluit heeft kunnen nemen.”; de wethouder Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa tijdens de raadsvergadering van 26 februari bij de afronding van het agendapunt het volgende zei: “Als ik de motie zo mag interpreteren dat wij geen onomkeerbare afspraken mogen maken voordat u als raad daarover heeft gesproken, dan kan ik de motie positief duiden.”; de wethouder Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa tijdens de raadsvergadering van 26 februari de motie RIS324802 daarmee zó uitgelegd heeft, dat interpretatie mogelijk was die precies paste binnen het reeds besproken maar nog niet genomen collegebesluit RIS325005; de wethouder Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa de gemeenteraad daarmee bewust in de waan heeft

gehouden dat er geen verstrekkende besluiten ophanden waren, zonder dat de raad daarbij betrokken zou worden; hoewel het collegebesluit een locatiereservering betreft en de schop nog niet morgen in de grond gaat, hiermee wel een richting wordt ingeslagen die zal leiden tot een gebiedsprogramma Vlietzone, waarbij het Cultuurlandschapspark niet meer het uitgangspunt is of kan zijn en daarmee tegen de wens van de raad wordt ingegaan;

van mening, dat: ▪ de raad bewust onwetend is gelaten, terwijl expliciet naar onderliggende informatie en een aanstaand collegebesluit gevraagd werd; keurt de handelwijze van de wethouder Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa af, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de fractie van de Partij voor de Dieren, mijnheer Demaree. Waar zit hij ook weer? U ziet er vanaf? Dan zal ik het nu zo doen. Mijnheer Assad, behoefte aan een tweede termijn? Mijnheer Ahraui? Nee. Mijnheer Van Wijngaarden? Nee. Mijnheer Van den Goorbergh? Nee. Mijnheer De Ridder? Nee. En Mijnheer Partiman? Nee. Wethouder Bruines. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter, de bestuursovereenkomst is een bestuursovereenkomst tussen Gedeputeerde Staten en het college van burgemeester en wethouders, die is afgesloten naar aanleiding van eerdere stukken die door de provincie toen geagendeerd zijn geweest en besloten zijn, onder andere over de ambitie rond de Vlietzone. Verder zijn we nog in dat hele proces bezig. Het college ontraadt deze motie, omdat het een bestuursovereenkomst is tussen college en Gedeputeerde Staten. Wat wij natuurlijk wel kunnen doen, is u gewoon op de hoogte houden van de verdere ontwikkelingen en u informeren over de stappen die de komende tijd zullen plaatsvinden. De voorzitter.

Vraag van mijnheer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter, wij begrijpen uit de Statenvergadering van gisteren van ZuidHolland dat de Provinciale Staten wel vooraf informatie krijgen, voordat het getekend wordt. Waarom mogen zij dat wel en mogen wij dat niet? De voorzitter. Wethouder Bruines.

74

Wethouder Bruines (D66). Voorzitter, ik weet niet precies wat er gisteren is afgesproken. Hier wordt nadrukkelijk gevraagd om instemming van de raad, waarbij ook een verantwoordelijkheid bij de raad wordt gelegd, terwijl het een overeenkomst is tussen college en Gedeputeerde Staten. Ik zeg net dat het college u graag meeneemt en informeert, u de gelegenheid geeft er ook wat van te vinden. Dat is iets anders dan instemming, daarmee neemt u de verantwoordelijkheid van het college over. De voorzitter. Mijnheer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter, je zou het kunnen zien om een handreiking te doen aan de raad na een zwaar debat, dat zou kunnen. Maar nog belangrijker, u zegt erover iets vinden. Dat willen we graag, maar dat is wel voordat iets getekend wordt door het college natuurlijk. De voorzitter. Wethouder Bruines. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter, volgens mij zeg ik u net namens het college toe dat, voordat iets getekend gaat worden, u geïnformeerd wordt en u dan ook in de gelegenheid bent om dat te agenderen als u dat zou willen. De voorzitter. Mijnheer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Op zich geen vraag aan de wethouder, want de wethouder zegt nu echt nadrukkelijk iets toe. Ik ga er vanuit dat dat dan genoteerd wordt als een toezegging. Dan is dat mooi. De voorzitter. Dan is dit agendapunt afgerond.

We gaan dan later vandaag hierover stemmen, over de voorstellen die zijn ingebracht. Dan gaan we over naar het volgende agendapunt, het duidingsdebat formatie. De vergadering is geschorst voor een enkel moment. Schorsing ───────────────────────────────────────────────────────── Aan de orde is: J. Duidingsdebat formatie De voorzitter. Geachte leden, wilt u uw plaatsen weer innemen. Ik heropen de vergadering van de gemeenteraad van Den Haag. Aan de orde is agendapunt J, Duidingsdebat formatie. Hartelijk welkom, mijnheer Aboutaleb. Ik geef u graag gelegenheid voor een korte toelichting op wat u tot dusver heeft bevonden. A. Aboutaleb. Voorzitter, gemeenteraad van Den Haag, toch wel bijzonder voor mij om weer terug te staan achter zo’n gesprekgestoelte, in zo'n raadstaal. Het voelt een beetje vreemd na anderhalf jaar, maar ik hoop dat ritme snel gevonden zal worden. Dank voor deze gelegenheid, voorzitter, om hier iets te zeggen over hoe dat verkenningsproces is gegaan en wat daarvan de bevindingen zijn. Maar eigenlijk is deze toelichting vrijwel overbodig, omdat alle bevindingen zo in mijn eindverslag staan. Daarin kunt u lezen hoe we begonnen zijn met het ontvangen van alle fracties. Fractievoorzitters doorgaans, met een ondersteuner, om te spreken over de uitslag van de verkiezingen die eigenlijk aan weinig verbeelding te wensen overliet, met een overweldigende winnaar.

In die gesprekken is aan de orde geweest, vooral ook hoe de verschillende fracties vertegenwoordigd in deze raad, de uitslag duiden en wat dat voor betekenis zou moeten hebben voor een samen te stellen college van burgemeester en wethouders. Eigenlijk was vrijwel iedereen het er over eens dat het initiatief ligt bij Hart voor Den Haag en dat het een te vormen college zou moeten zijn rondom de partij van Hart voor Den Haag. We hebben ook stilgestaan bij de uitslag van de verkiezingen, in de zin dat 46 procent ongeveer is gaan stemmen. Dat is lager dan de helft. We hebben ook stilgestaan bij, stel dat je een 75

college zou kunnen samenstellen met een meerderheid van 24, 25 zetels, dan praat je over een uitslag die een kwart van het electoraat in Den Haag vertegenwoordigd. Wat betekent dat dan eigenlijk voor de werkwijze van een toekomstig college? Wat betekent dat voor de rol van de raad daarin? Hoeveel ruimte wens je als college later aan de raad te geven? Of misschien zelfs welke ruimte wens je aan de bewoners van Den Haag te geven, om mee te sturen en bij te sturen, of op z'n minst het collegebeleid in te kleuren. Daar leefden bij mij als verkenner namelijk wel zorgen over, zo'n smalle 25 procent representatie van alle kiezers in Den Haag. Ik vond dat daar overigens waardevolle dingen zijn gezegd, dat er ook wel degelijk de bereidheid was om niet alles eventueel dicht te timmeren, maar wel ruimte te laten voor de raad, om te kijken of er mogelijk akkoorden en te sluiten zijn, die niet alleen de partijen in de toekomstige coalitie omsluiten, maar ook andere partijen. En welke onderwerp van enige substantie zou je kunnen overlaten aan de samenleving, waarbij de burgers zelf aan zet zouden kunnen zijn. Daarnaast is er ook gesproken over democratisch gehalte van de besluitvorming. Dat is eigenlijk door iedereen goed aangezet. Wij leven in de rechtsstaat, onze gemeenteraad functioneert in de rechtsstaat, we hebben de rechtsstaat na te leven.

Ik denk dat het goed is om u te melden dat het uitdrukkelijk een punt van bespreking is geweest. Tenslotte is ook aan de orde geweest de stabiliteit van een toekomstig college. Partijen die in de college gaan zitten, moeten met elkaar kunnen rekenen op een stabiel stadsbestuur. Dat moeten ze niet alleen maar met elkaar plechtig uitspreken, maar ze moeten ook gedrag vertonen wat daarbij hoort. Dat is denk ik ook een punt van aandacht in de gesprekken. Natuurlijk zijn ook de grote thema's van Den Haag benoemd, vraagstukken als mobiliteit, de woningbouw. Dat zal je verrassen, die thema's zijn natuurlijk aan elkaar verwant. Ik heb het net een beetje bijgewoond hier, het is interessante materie. Mobiliteit en woningbouw zijn, denk ik, zo ongeveer door iedereen benoemd. Maar ook hoe verhouden we ons tot het Rijk, dat is daar ook een punt van aandacht geweest. Kortom, ik vond dat alle gewichtige dingen daar zijn uitgewisseld. Dan ga je een beetje versmallen naar wie met wie dan. Dat heb ik allemaal geïnventariseerd bij iedereen. Een aantal partijen heeft mij zelfs een brief overhandigd. Dat was voor mij vrij snel, dat PRO in de gesprekken die ik met ze heb gehad duidelijk maakte dat ze eigenlijk een samenwerking met Hart voor Den Haag niet zien zitten.

In het politiek jargon wordt dat uitgelegd als uitsluiten, of dat nog steeds zo is dat zou dan moeten blijken, maar dat was in ieder geval de conclusie die ik op dat moment trok. De eerste partij na Hart voor Den Haag, D66, maakte duidelijk dat men eigenlijk liever een verkenning zou willen zien. Dat begint met Hart voor Den Haag, met VVD, CDA en DENK, niet onmiddellijk met de inhoudelijke gesprekken met D66. Die opzet had men als eerste willen kiezen. Maar Hart voor Den Haag wilde heel graag juist, zoals de heer De Mos in mijn richting zei, maar ook in de publicaties, de hand reiken ook naar anderen, waar het misschien afgelopen tijd niet altijd mee vlotte, juist om de verbinding te leggen. Het woord was ook heel vaak gebruikt, de hand reiken en de verbinding te leggen en op die manier ook de voorkeur gaf aan te beginnen met gesprekken met de D66. Dat was niet de eerste voorkeur van D66, is mij ten enenmale meegegeven. U zult ook zien in mijn verslag dat ik ook uitdrukkelijk opschrijf dat ik D66 verzoek om in deze richting stappen te zetten en mee te denken met het begin van inhoudelijke gesprekken met Hart voor Den Haag.

Ik had, voor het geval D66 mij onmiddellijk nee zou zeggen, nog een aantal partijen gevraagd om een tijdsreservering te maken in de agenda, maar toen uiteindelijk, bij mij in ieder geval, de indruk ontstond dat die twee partijen met elkaar wel in gesprek zouden kunnen gaan na raadpleging binnen D66, die indruk had ik, dat het gesprek tot stand zou kunnen komen, heb ik op een gegeven moment gezegd dat de tijdsreservering ook niet meer nodig is. En zo hebben we die verdiepende gesprekken ook niet gevoerd. Dat staat ook uitdrukkelijk in mijn verslag. Voorzitter, wat daarna aan gesprekken heeft plaatsgevonden, heb ik geen zicht op, omdat dat niet in mijn bijzijn heeft plaatsgevonden. Ik laat ze alleen op een gegeven moment. Het persbericht van Hart voor Den Haag, een persbericht dat ook bij u bekend was en een reactie van D66, die bij u ook bekend is, daar hoef ik zelf verder geen toelichting op te geven. Als dat nodig is, is dat aan de partijen zelf om dat ook te doen. Tot slot, in een driegesprek met de heer De Mos en de heer Assad is mij duidelijk geworden dat mogelijk een beroep op mij zou worden gedaan, om eventueel de gesprekken ook inhoudelijk voort te zetten. Daar heb ik in het openbaar van gezegd, als men mij dat zou vragen, ben ik daartoe graag bereid. Dat was het, voorzitter.

76

De voorzitter. Dank u wel, mijnheer Aboutaleb. Ik ga nu de verschillende fractievoorzitters, politieke leiders het woord geven in volgorde van grootte. Ik heb begrepen dat u ook bereid bent om desgewenst vragen te beantwoorden. Dank u wel voor uw bijdrage. Ik geef het woord aan de heer De Mos. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank ik de verkenner voor het tot nu toe verrichte werk en voor zijn woorden van zojuist. Voorzitter, een belangrijk moment om bij stil te staan en te duiden, ik denk dat het ook goed is voor de gemeenteraad om te weten waar we nu staan en welke stappen moeten we vanaf nu gaan zetten. Voorzitter, 18 maart was geen gewone verkiezingsdag, maar het was de dag waarop Hagenezen, Hagenaars, Scheveningers en Loosduiners zich luid en duidelijk uitspraken. Hart voor Den Haag boekte een historische overwinning, met afstand de grootste partij, 16 zetels. Die overwinning kwam niet tot stand door met modder te gooien of door een jij-bak-campagne, maar door te luisteren, door altijd aanwezig te zijn in de wijken, door naast de mensen te staan, door onze ombuspolitiek. Wij hebben met vele vrijwilligers, medewerkers en kandidaten deze campagne gevoerd uit eigen kracht, met aandacht voor bewoners, voor ondernemers, met kennis en liefde voor onze stad, zoals die echt is.

En voorzitter, met zo'n uitslag komt verantwoordelijkheid, grote verantwoordelijkheid en die nemen wij. Al ruim voor de campagne brachten wij rust door de juridische procedures te bevriezen. Ik heb daarbij mijn claim tegen de gemeente Den Haag bewust op pauze gezet, omdat het over Den Haag moest gaan, over de toekomst van onze stad en omdat de stad het verdient dat wij samenwerken. Voorzitter, vanuit een diep verantwoordelijkheidsgevoel stelden wij verkenner Ahmed Aboutaleb aan. Een bestuurder met gezag, met ervaring, met het vermogen om bruggen te bouwen en bruggen te slaan. En ik zeg het hier zoals het is, de heer Aboutaleb was vanuit het perspectief van Hart voor Den Haag geen vanzelfsprekende keuze, als je kijkt naar onze achterban. Maar juist daarom, een bewuste en duidelijke keuze. Omdat we wilde laten zien, we menen het, we willen verbinden, we willen samenwerken, we willen bruggen bouwen. Voorzitter, wat is er gebeurd? We hebben gedaan wat logisch is, kijken naar de verkiezingsuitslag. Dan kijk je natuurlijk niet alleen naar je eigen overwinning, maar dan kijk je ook naar de nummers 2 en 3. D66 met 8 en PRO met 7 zetels. Dan gaan je kijken naar de logische route die je hoort te doorlopen en dat wilden wij ook doen. Maar voorzitter, PRO wilde niet. De deur ging dicht, meteen, publiek, nog voordat er überhaupt serieus gesproken kon worden. En dat doet pijn.

Omdat wij juist hebben geïnvesteerd in die relatie. Omdat wij vooruit wilden. Maar wat kregen we? Terugkijken, verwijten, oude dossiers. Voorzitter, daar hebben wij de buik meer van vol. De kiezer heeft gesproken. Dan ga je vooruit, niet blijven hangen in het verleden, maar als een partij dat niet wil, dan houdt het op. Dan houdt het echt op, voorzitter. PRO heeft zelf de deur dicht gedaan. En ja, dan is hij bij ons ook dicht, potdicht. It takes two to tango. Voorzitter, met D66 was dat anders, heel anders. We hebben gesproken, serieus, in een goede sfeer, geen haat, geen nijd, sterker nog, op andere dossiers werken we samen. U zult het ook vandaag weer zien. En dat is pure winst. Een partij die van uitsluiting naar samenwerking gaat, daar ben ik echt trots op. En ik dank Youssef ook echt voor de fijne samenwerking. Ik moet in dit huis natuurlijk zeggen, de heer Assad, voorzitter, dat corrigeer ik bij deze. De heer Assad, bedankt voor de fijne gesprekken. Maar voorzitter, uiteindelijk moet je leveren. En daar ging het mis. Op het dossier van de geplande opvang aan de Sportlaan. Voor ons is het kraakhelder, dit dossier hoort op de onderhandelingstafel. De kiezer heeft gesproken. Dan zet je zo'n controversieel dossier op pauze. Dan haal je zo'n dossier samen van de agenda af. Volkomen logisch, maar dat lukte niet.

En als je daar al samen niet uitkomt, dan wordt het lastig om verder te bouwen, heel lastig. En laat ik het scherp zeggen, met VVD, DENK en het CDA was dit controversieel verklaren, wat je dan zo kan noemen, van de agenda afhalen, dan ben je procedureel het goed aan het benoemen, binnen een uur geregeld. Het Sportlaandossier ging voor nu van tafel, het kan dus wel, als je maar wilt. Daarnaast bestond er een verschil van inzicht over het proces, over de verkenner die door zou gaan als informateur en wat ons betreft daarna als formateur. Als je dat bij elkaar optelt, moet je eerlijk zijn en concluderen dat er voor nu onvoldoende basis is om verder te praten. Voorzitter, waar staan we nu? We zitten in een nieuwe fase. Het lijkt me dan ook verstandig dat de verkenner zijn werk gaat voortzetten eindelijk en vooral op inhoud kijkt welke partijen met Hart voor Den Haag een stabiele meerderheidscoalitie kunnen gaan vormen. In de tweede termijn wil ik er ook een motie over indienen, die daartoe op roept. Ik hoop dat de voltallige raad daarachter gaat staan.

77

Ik zal hem zo rondsturen. En laten we dan aan de slag gaan voor de stad, voorzitter. En ik heb nog een slot, voorzitter, een les. Een les niet van mij zelf natuurlijk, dat vind ik arrogant. De voorzitter. Een interruptie van mijnheer Barker. Robert Barker (Partij voor de Dieren). Ik was natuurlijk heel erg benieuwd naar die les, maar misschien daar dan meteen een vraag over. Welke les trekt de heer De Mos nu? Want de heer De Mos is de grootste partij, die neemt dan het voortouw, maar we zijn een maand verder en er is eigenlijk weinig gebeurd. We zijn weinig opgeschoten, toch? Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Dat deel ik niet met u. Er is in dit huis de afgelopen zes jaar veel gebeurd. U heeft zelf, ik hoorde u vanmorgen bij Omroep West, gezegd dat u uit een vechtcollege komt, dat het allemaal niet prettig is. En zo'n college willen wij niet. Wij willen een college waar we elkaar wat gaan gunnen. Waar we elkaar een beetje helpen als het moeilijk wordt. We willen een college vormen wat er voor de stad is. We willen ook een college zijn wat ook de stad vertegenwoordigt. En dat heeft tijd nodig, juist omdat er zoveel gebeurd is.

Ik heb sloten koffie gedronken en bij anderen waren dat dan biertjes en weer met een ander heb ik een fles wijn genuttigd, lopend naar huis gegaan, maar het is belangrijk om dat te doen, om die gevoelens die er zijn en om het ongenoegen dat de wederzijds speelt, te bespreken. En ik zat van de week, ik zal u een voorbeeld geven, tegenover mevrouw Mostert, toch niet mijn politieke mattie, maar wel een geweldige vrouw. En dat was ook het gesprek, dat je nader tot elkaar groeit als je elkaar wat gunt. Dat was ook bij die gesprekken die ik met de heer Assad heb gehad, dat die nuttig zijn geweest voor de verhoudingen in deze raad. Daar hebben wij de afgelopen vijf weken enorm in geïnvesteerd. En dat college, dat komt er wel. Die coalitie, die komt er wel. Daar hebben we onze tijd voor uitgetrokken. Straks gaat, als het aan ons ligt, de verkenner verder met zijn werk. En dan gaan we hopelijk ook snel formeren. Want daar heeft u gelijk in. Maar goed, als we aan die tafel zitten en we gaan formeren en iedereen zit daar met de wil om eruit te komen, dan kan dat ook snel. En dan kunnen we daarna op zomervakantie. De voorzitter. Mijnheer Barker. Robert Barker (Partij voor de Dieren). Voorzitter, de heer De Mos neemt natuurlijk ruim de tijd inderdaad, als je kijkt naar andere gemeentes die bezig zijn. Maar de heer De Mos zegt van, als je even gaat zitten, zijn we zo klaar.

Maar was u dan niet gaan zitten met D66 daarover? Dat begreep ik in de media, maar dat is niet echt gebeurd? De voorzitter. Mijnheer De Mos. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Voorzitter, dan heeft u niet geluisterd. Dat is juist niet het geval. Ik heb de heer Assad meer gezien dan mijn partner, tot verdriet van mijn partner. En tot geluk van de heer Assad. Maar zo is het natuurlijk niet. Dit zijn twee partijen, die niet van nature zeggen van, zullen wij eens met elkaar een kop koffie drinken. Het is een partij die mijn partij zes jaar uitgesloten heeft. Dan zijn er wel ongemakken. Ik heb het opgeschreven. Inhoudelijk liggen we ver van elkaar af. Zes jaar uitsluiting, onderlinge verhoudingen die niet je-van-het waren. De heer Assad heeft het in een vorig debat over een kast gehad, over een kleur. Hij was rood, ik was hartstikke zwart, net als mijn ziel. Maar dan kom je van ver. En als je van ver komt, heb je gesprekken nodig om dichterbij te komen. Dan komt er ook natuurlijk bij dat de liefde om te gaan samenwerken niet meteen er was. Er was een advies van de heer Assad, gaan we eerst eens verkennen over dat zogenaamde rechts. Dat is niet heel uitnodigend om te zeggen, let’s rock ‘n’ roll, baby. Dat kwam niet echt van de grond. Vervolgens komt er dan zo'n dossier als de Sportlaan.

Ik weet niet of het u opgevallen is, we zijn in dat gebied nogal groot geworden vanwege dat standpunt. Dan haal je dat in gezamenlijkheid van de agenda af. En dan ga je niet zeggen, de trein dendert door, de kiezer heeft gesproken, maar we gaan toch lekker door. Dat zijn geen goede dingen. Uiteindelijk kwamen we daar niet uit. Dat wil niet zeggen dat we niet naar elkaar zijn gegroeid, dat zijn we wel. Maar om nu te gaan onderhandelen voor een coalitieakkoord, zover kwamen we helaas niet. Maar ik heb de heer Assad veel gezien, veel respect voor de man gekregen. Dat op uw antwoord.

78

De voorzitter. Laatste keer, mijnheer Barker. Robert Barker (Partij voor de Dieren). Voorzitter, ondertussen lijkt het bijna een liefdesverklaring aan de heer Assad. Maar dan vraag ik me af van, is dit dan allemaal playing hard to get? Want ik zag ook dan de persuitingen, waar hij zegt van, ik neem afstand en vervolgens de geschokte reactie van de heer Assad. Maar als de heer De Mos weer een verkenner op pad stuurt, wil hij dan weer gaan verkennen of het toch weer kan met de heer Assad? Want dat zou een beetje tegenstrijdig zijn in de uitingen. Ik vind het een beetje verwarrend welk spel de heer De Mos aan het spelen is. De voorzitter. Mijnheer De Mos. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Voorzitter, liever geen spel, want daar ben ik niet zo van. What you see is what you get. We zijn gewoon nogal duidelijk in onze bewoordingen en de bewoordingen waren heel simpel. De kiezer heeft gesproken, er is een partij met afstand de grootste en daarna komen D66 en PRO. Met PRO waren we zo klaar, want die wilden niet praten. Dat wilde D66 via een omweg wel. En dan zou je niet democratisch zijn als je dan zegt nee, daar gaan we niet mee praten. Want het is wel de tweede partij van de stad. We hebben ook meegekregen dat de andere partijen, VVD, DENK, CDA, zich uiteraard aan het herbronnen waren, van hoe nu verder. Daar hebben we natuurlijk ook koffie mee gedronken in de informele sfeer.

Dat is logisch. En dan ga je praten, maar inhoudelijk, u kunt dat ook teruglezen in het gespreksverslag, liggen D66 en Hart voor Den Haag nou niet heel erg bepaald op een lijn. Dat ging onder andere in de campagne over asiel. U leest in het gespreksverslag ook terug dat dat een rode lijn is voor D66. Dat benadrukt mijn gevoel dat dat heel erg moeilijk wordt. En op mobiliteit hoef ik u ook niet uit te leggen, dat we iets anders in de wedstrijd zitten. Toch heb ik gepoogd om er wel een succes van proberen te maken, omdat juist twee partijen die ver van elkaar afstaan, kunnen verbinden. En in onze opvatting had daar dan, als het motorblok was gevormd, nog een partij of partijen bijgekomen, u kunt dat ook lezen in het verslag van de heer Aboutaleb. Dat is allemaal niet gelukt, omdat het in gezamenlijkheid afhalen van een agendapunt, lees de Sportlaan, al niet lukt. Als dat al niet lukt, worden het hele moeilijke onderhandelingen. Als vervolgens ook het proces niet van de grond komt, omdat bij een partij rondom de procesvorming, de verkenner, in onze ogen ook liefst informateur-formateur, ook verschillen van mening zitten, dan moet je verder. En ik heb in de media gezegd dat inhoudelijk, maar daar moeten de drie andere partijen ook nog wat van vinden, hopelijk gaan ze dat hier vandaag doen, DENK, VVD en CDA dichter bij Hart voor Den Haag liggen dan de partij van de heer Assad.

En daar zijn we nu. Ik zou de heer Aboutaleb willen verzoeken, zijn werk vanaf hier verder voort te zetten, dat we ook verder kunnen. De voorzitter. Mijnheer Icar. Nur Icar (DENK). Sorry, ik moest wennen. We werken allemaal op dezelfde manier. Ik vraag me wel het volgende af. Allereerst dank aan de verkenner de heer Aboutaleb voor de toelichting. Mijnheer De Mos, u geeft aan dat het van de agenda afhalen van Sportlaan best wel een issue was. We waren op een gegeven moment in de situatie dat het tijdelijk van de agenda af was. Was dit dan niet een moment om te zeggen, dit was een issue, het is van de agenda af, we kunnen nu het gesprek hervatten. Waarom is dat niet gebeurd? De voorzitter. Mijnheer De Mos. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Ik geloof, voorzitter, in gezamenlijkheid. Als je samen gaat onderhandelen, als je samen in een coalitie wil komen, dan sta je ook samen aan de lat voor de uitdagingen. En ik vind dat we dit dossier, waar toch een groot deel van de verkiezingen over is gegaan, samen van de agenda hadden moeten halen, dan had niet de opvang naar nul gegaan of doorgegaan zoals D66 wil. Dan had het daar gekomen, waar het moet komen, namelijk op de onderhandelingstafel. En dat hadden we samen als onderhandelende partners aan de stad moeten laten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16960867/1