RIS325201 Notulen van de raad van 26 februari 2026
Tekst van het document
73
En omdat een groene buitenruimte met water ook een mooie kans biedt om kinderen meer te leren over de wereld om hun heen, dien ik vandaag een motie in die inzet op een waterspeeltuin voor het Hengelolaanpark. Die motie is opgesteld samen met mijn gewaardeerde collega Luuk Voncken en heeft als titel, je verwacht het niet, Waterspeeltuin Hengelolaanpark. En als dictum, verzoekt het college te onderzoeken of en hoe watereducatie of een waterspeeltuin kan worden ingepast in de speeltuin in het Hengelolaanpark, indien het onderzoek uitwijst dat het inpassen van watereducatie of een waterspeeltuin mogelijk is hiervoor een ontwerp te maken voor de speeltuin in het Hengelolaanpark, voor dit ontwerp, de inpassing, de financiering en eventueel andere kansen samenwerking te zoeken met het Hoogheemraadschap van Delfland, Dunea en Jantje Beton, watereducatie en een waterspeeltuin als optie voor te leggen in het aankomende participatietraject over de herinrichting van de bestaande speeltuin in het Hengelolaanpark, in dit participatietraject ook expliciet kinderen van de nabijgelegen scholen uit te nodigen om mee te denken over de speelgelegenheden aan het Hengelolaanpark en bij een positief advies in het participatietraject eventueel samen met eerdergenoemde partners, over te gaan tot realisatie van deze waterspeeltuin. En gaat over tot de orde van de dag.
En deze is medeondertekend door collega’s Ahraui van de Partij van de Arbeid, Noorlander van D66 en Peeck en Uduba van de VVD. De voorzitter. Dank u wel, mevrouw Bos. De voorzitter. Door mevrouw Bos, daartoe gesteund door de heer Noorlander, wordt de volgende motie (I.2 GL) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie I.2 GL Waterspeeltuin Hengelolaanpark De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Vaststelling voorontwerp openbare ruimte De Venen. Constaterende, dat: ▪ het Voorontwerp openbare ruimte De Venen benoemt dat de speeltuin in het Hengelolaanplein op dit moment veel gebruikt wordt, maar dat de speeltoestellen aan vervanging toe zijn; ▪ er daarom in 2026 een participatietraject zal worden opgestart om te komen tot een optimalisatie van de bestaande speeltuin; ▪ in het voorontwerp tevens benoemd wordt dat er in het Hengelolaanpark ruimte is die mogelijk gebruikt gaat worden om door middel van een waterberging te voldoen aan de wateropgave in het gebied.
Overwegende, dat: ▪ het Hoogheemraadschap en Dunea zich inzetten voor educatie over water, en vanuit die gedachte eerder hebben bijgedragen aan de realisatie van waterspeeltuinen; ▪ het Hoogheemraadschap en Dunea hierom, samen met Jantje Beton, inspirerende partners kunnen zijn voor het ontwerp van een waterspeeltuin voor het Hengelolaanpark alsmede mogelijke investeerders kunnen zijn voor de realisatie en het onderhoud van deze speeltuin; ▪ het participatietraject voor de optimalisatie van de speeltuin in het Hengelolaanpark nog moet worden opgestart en dat het in het belang van het traject kan zijn om de mogelijkheden voor een waterspeeltuin inzichtelijk te maken. Van mening, dat: ▪ de voorgenomen optimalisatie van de speeltuin in het Hengelolaanpark, in combinatie met de mogelijke realisatie van een waterberging in datzelfde park, een kans kan bieden om met een waterspeeltuin kinderen te leren over het belang van water.
74
Verzoekt het college: ▪ te onderzoeken of en hoe watereducatie of een waterspeeltuin kan worden ingepast in de speeltuin in het Hengelolaanpark; ▪ indien het onderzoek uitwijst dat het inpassen van watereducatie of een waterspeeltuin mogelijk is, hiervoor een ontwerp te maken voor de speeltuin in het Hengelolaanpark; ▪ voor dit ontwerp, de inpassing, de financiering en eventueel andere kansen samenwerking te zoeken met het Hoogheemraadschap van Delfland, Dunea en Jantje Beton; ▪ watereducatie en een waterspeeltuin als optie voor te leggen in het aankomende participatietraject over de herinrichting van de bestaande speeltuin in het Hengelolaanpark; ▪ in dit participatietraject ook expliciet kinderen van de nabijgelegen basisscholen uit te nodigen om mee te denken over de speelgelegenheden aan het Hengelolaanpark; ▪ bij een positief advies in het participatietraject, eventueel samen met eerdergenoemde partners, over te gaan tot realisatie van deze waterspeeltuin. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Dan kijk ik naar mijnheer Van den Bos, Partij voor de Dieren en daarna naar mevrouw De Groot. Maar eerst mijnheer Van den Bos. Jan Willem van den Bos (Partij voor de Dieren). Dank, voorzitter.
De beknopte hoeveelheid spreektijd is een uitdaging vandaag, dus ik ga eigenlijk vooral gelijk over op het indienen van moties. En allereerst willen we als Partij voor de Dieren dat in Zuidwest gezorgd wordt voor voldoende bomen en dat ook het gemeentelijke beleid daarop nageleefd wordt, zeker bij zo’n verdichting. Daarom dien ik samen met collega Arp van de SP en collega Bos van GroenLinks de motie Voldoende bomen in De Venen in. Deze motie verzoekt het college te waarborgen dat boomcompensatie voor De Venen binnen het plangebied plaatsvindt en van vergelijkbare waarde is, het beleidsdoel van een toename van kroonoppervlak ook in dit project als uitgangspunt te hanteren en voor vaststelling van het definitief ontwerp een groen- en beplantingsplan naar de raad sturen waarin aantoonbaar wordt gemaakt hoe de kwaliteit, omvang en levensduur van het bomenbestand minimaal gelijk blijft of op den duur verbetert. Voorzitter, dan de watercompensatie. Uit de stukken leek het een beetje dat die misschien toch op een soort laat moment nog waren ingetekend en op een plek die ook iets willekeur uitstraalde en ook ten kost gaat van het groen. Er komt veel verharding bij door deze ontwikkeling en dan is het wat de Partij voor de Dieren betreft juist niet de bedoeling om via de watercompensatie nog extra groenoppervlakte te verliezen.
Vandaar de motie die ik ook samen indien met collega Arp van de SP en collega Bos van GroenLinks, Waak voor hapsnap watercompensatie. Deze motie verzoekt het college om de watercompensatie voor De Venen niet ten koste te laten gaan van bestaand groen in de openbare ruimte en indien ingrepen in groen onvermijdelijk worden geacht, verloren groenoppervlak minimaal gelijkwaardig en aanvullend te compenseren binnen de wijk. Voorzitter, een debat over Zuidwest is niet helemaal compleet zonder de egel, toch ook een roemrucht element deze raadsperiode. En de egels in Zuidwest moeten ook soms eens weten wat ze kilometers verderop teweeg kunnen brengen. Maar voorzitter, toch nog een serieus punt, want de egels hebben echt ondersteuning nodig. Dit plan geeft ook aan de intentie om dat te steunen, maar tegelijkertijd wordt het leefgebied, juist de plek waar ze veel zitten, omgeploegd en komt het binnen het plan vooralsnog kleiner en ontoegankelijker terug. Met simpele ingrepen is dit verhelpen, maar het is wel belangrijk dat we het niet moeten vergeten. En mochten we het ooit vergeten, dan hebben we waarschijnlijk ook altijd de inspreker, de heer Van Oorschot van AVN die ook vaak voor de egel blijft strijden. Voorzitter, samen met collega Smit en collega Arp en Bos dien ik de motie Zorg echt voor de egel in.
Deze verzoekt het college het ontwerp van de binnentuin bij Hoogveen zodanig aan te passen 75
dat deze voor egels toegankelijk en passeerbaar is, bijvoorbeeld door een glooiende overgangen zoals bij PUK MeLeCo en door op meer plekken doorgangen voor de egel te verzorgen, bij de verdere uitwerking van het Definitief Ontwerp en het beplantingsplan de raad nader te informeren hoe het leefgebied van de egel daadwerkelijk versterkt wordt en voor start van werkzaamheden maatregelen te treffen om aanwezige egels veilig te beschermen en zo nodig veilig te verplaatsen. En gaat over tot de orde van de dag. Tot zover. De voorzitter. Dank u wel, mijnheer Van den Bos. De voorzitter. Door de heer Van den Bos, daartoe gesteund door mevrouw Arp en mevrouw Bos, worden de volgende moties (I.3 PvdD en I.4 PvdD) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie I.3 PvdD Voldoende bomen in de Venen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Vaststelling voorontwerp openbare ruimte De Venen (RIS324179).
Constaterende, dat: ▪ in het vastgestelde Planuitwerkingskader De Venen (RIS313623) het uitgangspunt is dat waar kappen van bomen op eigen/uitgegeven terrein niet te voorkomen is, de herplant binnen het uitgegeven terrein plaatsvindt; ▪ uit de BomenEffectAnalyse (RIS324452) blijkt dat van de 530 onderzochte bomen er 237 verdwijnen en 293 behouden blijven; ▪ uit diezelfde analyse volgt dat verwijdering grotendeels het gevolg is van bouw- en inrichtingskeuzes en niet van slechte boomkwaliteit; ▪ in het voorontwerp het aantal bomen per saldo afneemt, dat een groot deel van de compensatie nog niet vastgelegd is, en deels wordt voorzien op daken; ▪ de bewonersorganisatie en natuurorganisaties hebben aangegeven dat dergelijke compensatie vaak niet duurzaam is en geen gelijkwaardige vervanging vormt voor volwassen bomen. Overwegende, dat: ▪ volwassen bomen essentieel zijn voor verkoeling, waterberging, biodiversiteit, luchtkwaliteit en leefkwaliteit, en juist bij verdichting hun waarde toeneemt.
Verzoekt het college: ▪ te waarborgen dat boomcompensatie voor De Venen binnen het plangebied plaatsvindt en van vergelijkbare waarde is; ▪ het beleidsdoel van een toename van kroonoppervlak ook in dit project als uitgangspunt te hanteren; ▪ voor vaststelling van het definitief ontwerp een groen- en beplantingsplan naar de raad sturen waarin aantoonbaar wordt gemaakt hoe de kwaliteit, omvang en levensduur van het bomenbestand minimaal gelijk blijft of op den duur verbetert. En gaat over tot de orde van de dag. ───────────────────────────────────────────────────────── Motie I.4 PvdD Waak voor hapsnap watercompensatie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Vaststelling voorontwerp openbare ruimte De Venen (RIS324179).
76
Constaterende, dat: ▪ in het Waterhuishoudingsplan Zuidwest (RIS322390) dat in september 2025 naar de raad is gestuurd de waterbergingsopgave voor de Venen niet erkend werd; ▪ op alle kaartjes en maatregelen in dat waterhuishoudingsplan de nu voorgestelde ingrepen niet staan; ▪ de wateropgave nodig is vanwege de toename van verharding bij bouwprojecten in de Venen; ▪ de voorgestelde watercompensatie buiten het plangebied plaats zou moeten vinden langs de Lozerlaan en daar ten koste gaat van bestaand groen in de ecologische verbindingszone, en ten tweede ten koste gaat van groen in het Hengelolaanpark; ▪ de groennorm in het plan slechts minimaal boven de norm uitkomt en lager ligt dan het uitgangspunt van 17,5 vierkante meter per woning dat eerder in het PUK is gehanteerd. Van mening, dat: ▪ watercompensatie welke leidt tot netto verlies aan groen onwenselijk is; ▪ ingrepen in bestaande groenstructuren alleen verdedigbaar zijn wanneer aantoonbaar geen betere alternatieven bestaan, en het groen volwaardig gecompenseerd wordt. Overwegende, dat: ▪ bewoners en organisaties meermaals hebben gewezen op het belang van behoud van bestaande groenstructuren en parken.
Verzoekt het college: ▪ watercompensatie voor De Venen niet ten koste te laten gaan van bestaand groen in de openbare ruimte; ▪ indien ingrepen in groen onvermijdelijk worden geacht, verloren groenoppervlak minimaal gelijkwaardig en aanvullend te compenseren binnen de wijk. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Van den Bos, daartoe gesteund door de heer Smit, mevrouw Arp en mevrouw Bos, wordt de volgende motie (I.5 PvdD) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie I.5 PvdD Zorg echt voor de egel De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Vaststelling voorontwerp openbare ruimte De Venen (RIS324179). Constaterende, dat: ▪ in het voorontwerp openbare ruimte wordt gesteld dat het plan kansen biedt voor de egel; ▪ uit ecologische inventarisaties blijkt dat juist in de binnenterreinen waar de meeste veranderingen (bomenkap, parkeergarage uitgraven) plaatsvinden nu het meest drukke leefgebied van de egels is; ▪ de herinrichting van met name Hoogveen leidt tot ingrijpende veranderingen in het huidige groen en de structuur van dit leefgebied; ▪ natuurorganisaties consequent wijzen op het belang van verbonden groenstructuren en toegankelijke terreinen voor deze soort.
Overwegende, dat: ▪ de egel een beschermde en sterk onder druk staande diersoort is die afhankelijk is van aaneengesloten groenstructuren en verkeersveilige passages; ▪ met relatief eenvoudige ontwerpkeuzes het verschil kan worden gemaakt tussen verlies of versterking van leefgebied. 77
Verzoekt het college: ▪ het ontwerp van de binnentuin bij Hoogveen zodanig aan te passen dat deze voor egels toegankelijk en passeerbaar is, bijvoorbeeld door een glooiende overgangen zoals bij PUK MeLeCo en door op meer plekken doorgangen voor de egel te verzorgen; ▪ bij de verdere uitwerking van het Definitief Ontwerp en het beplantingsplan de raad nader te informeren hoe het leefgebied van de egel daadwerkelijk versterkt wordt; ▪ voor start van werkzaamheden maatregelen te treffen om aanwezige egels veilig te beschermen en zo nodig veilig te verplaatsen. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Dan kijk ik naar mevrouw De Groot namens het CDA en ten slotte naar mevrouw Arp. Maar eerst mevrouw De Groot, CDA. Ze hoefde niet? Dat heb ik niet gezien. Mevrouw Arp. Of heb ik niet gezien, ik heb het niet doorgekregen. Maar dat komt allemaal goed. Dat scheelt weer. Mevrouw Arp. Lesley Arp (SP). Dank, voorzitter. De SP heeft in het verleden tegen het PUK voor De Venen gestemd, omdat dit plan afweek van de gemeentelijke betaalbaarheid en parkeernormen.
Maar dat PUK is vervolgens wel met meerderheid aangenomen en het Buitenruimteplan is een nadere uitwerking van deze plannen waarbij behoorlijk wat bomen het loodje leggen en uiteindelijk leidt het Buitenruimteplan tot een afname van ongeveer zestig bomen in het gebied. De SP steunt van harte de motie van de Partij voor de Dieren hierover en die is voor ons ook voorwaardelijk om het plan te steunen. De voorzitter. Dan kijk ik naar het college. Ik geef het woord aan de wethouder. Mijnheer Engberts. Wethouder Engberts (PvdA). Ik moet het kort houden, voorzitter. Dan kan ik het ook heel kort houden, alle moties bij dit onderwerp zijn oordeel raad. De voorzitter. Dank u wel, prima. Geen woorden, maar ontraden. Nee, hoor. Iemand tweede termijn? Nee. De beraadslagingen worden gesloten. ───────────────────────────────────────────────────────── Aan de orde zijn: J.
Voorstel van het college inzake Nota Woningvoorraad 2025 (RIS323747)
K. Voorstel van het college inzake verordening tot wijziging van de Huisvestingsverordening Den Haag 2023 (RIS323744) De beraadslagingen worden geopend. De voorzitter. Dan gaan we gauw door naar de agendapunten J en K die gezamenlijk worden besproken. Het voorstel Nota Woningvoorraad en het voorstel verordening tot wijziging van de 78
Huisvestingsverordening. Eerste termijn raad, ik geef het woord aan, een nieuwe lijst, mijnheer Ahraui, weer bovenaan en dan mevrouw De Groot. Maar eerst mijnheer Ahraui namens de Partij van de Arbeid. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter, dank. Voorzitter, de woningnood in Den Haag vraagt om tempo en creativiteit. We moeten niet alleen bouwen, maar ook beter benutten wat er al staat. De Partij van de Arbeid steunt daarom ook de voorliggende Nota Woningvoorraad en het versoepelen van regels voor splitsen, hospitaverhuur en kamerbewoning is dan ook een belangrijke stap om sneller extra woonruimte te realiseren. Juist in een stad waar huishoudens steeds kleiner worden, is het logisch om grotere woningen soms anders in te delen. Dit kan in tijden van woningnood juist ook bijdragen aan meer betaalbare woonruimte en betere doorstroming. Voor onze fractie is het daarbij belangrijk dat kwaliteit en leefbaarheid daarop ook voorop blijven staan. Goede isolatie, duidelijke regels en heldere handhaving zijn dan ook erg belangrijk om draagvlak in buurten te behouden. Voorzitter, we zien ook kansen bij particuliere eigenaren en senioren die ruimte over hebben, maar niet altijd weten waar zij moeten beginnen. Goede informatie en begeleiding zou dan ook kunnen helpen om deze mogelijkheden ook echt toegankelijk te maken.
Ik vroeg me af hoe het college voornemens was om deze ondersteuning waar nodig eventueel ook te bieden. Voorzitter, als buurten bijdragen aan het oplossen van de woningnood dan vinden we het ook logisch dat investeringen in bijvoorbeeld leefbaarheid, groen en ontmoetingsplekken daarmee ook gelijke tred houden. Zo zorgen we ervoor dat het toevoegen van woningen en sterke wijken ook hand in hand blijft gaan. Gaat het college hier ook mee aan de slag? Voorzitter, als laatste nog de handhavingscapaciteit. Meer kamers en woningen betekent ook een grotere woningvoorraad waar de Pandbrigade eventueel op zou moeten handhaven. Mijn fractie vroeg zich nog af of het college kon aangeven of die capaciteit op dit moment daar ook voldoende voor is. Tot zover. De voorzitter. Dank u wel, mijnheer Ahraui. Dan kijk ik naar mevrouw De Groot, het CDA, en daarna de heer Thepass. Maar eerst mevrouw De Groot. Hinke de Groot (CDA). Dank, voorzitter. Voorzitter, veel mensen zijn op zoek naar een geschikte woning. Jongeren wonen noodgedwongen thuis en dak- en thuisloosheid neemt toe. Om op kortere termijn de woningnood in Den Haag tegen te gaan is er meer nodig dan hoogbouw bij de stations en bovendien neemt die nog jaren in beslag en heeft grote impact, terwijl in de samenleving er nu al kleinschalige initiatieven voor het oprapen zijn. Ik heb nog een aantal verbetervoorstellen.
Allereerst is het essentieel dat we de leefbaarheid van onze wijken beschermen en niet splitsen en verkameren in de wijken met overbewoning. Goed dat er aandacht voor is, maar het CDA wil dat we ook rekening houden met genoeg voorzieningen. Daarom hebben we het volgende amendement, Genoeg voorzieningen ook bij splitsing en verkamering, met een lange tekst, om een dictumpunt toe te voegen. Naast de Leefbarometer in artikel 5:6 van de Huisvestingsverordening wordt op basis van de LER en de Haagse applicatie inzichtelijk gemaakt wat het voorzieningenniveau is en welk voorzieningenniveau nodig is voor het aantal bewoners in een betreffende wijk. Hiermee wordt gemonitord hoe het voorzieningenniveau zich in een wijk ontwikkelt in relatie tot het aantal bewoners en woningen. Na twee jaar wordt het toetsingsinstrument van de Leefbarometer geëvalueerd en bekeken hoe de LER of RAVEL als aanvullend of vervangend instrument de leefbaarheid kunnen toetsen bij verkamering en bouwkundig splitsen. Voorzitter, daarnaast vindt het CDA belangrijk dat er minimaal kwaliteitseisen gelden aan de gemeenschappelijke woning. Geen hokjes met keukenblokjes maar dat je bijvoorbeeld ook een 79
woonkamer of keuken hebt waar je andere huisgenoten kunt ontmoeten. Daarom het volgende amendement. Besluit om artikel 5:4a aanvullende voorwaarden en voorschriften omzetting te wijzigen. Met als titel, Kamerbewoning met gemeenschappelijke ruimte voor ontmoeting, voor de volledigheid. Die besluit om sub c toe te voegen, er is een gemeenschappelijke ruimte aanwezig, zoals een keuken of woonkamer. En artikel 5:6 lid 8 te wijzigen, dat de raad er ook over wordt geïnformeerd. De voorzitter. Door mevrouw De Groot worden de volgende amendementen (J.A CDA en K.D CDA) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Amendement J.A CDA Genoeg voorzieningen ook bij splitsing en verkamering De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Nota Woningvoorraad 2025 (RIS323747) Besluit om: • Dictumpunt VI toe te voegen: Naast de Leefbarometer in artikel 5:6 van de Huisvestingsverordening wordt op basis van de Leefbaarheidseffectrapportage (LER) en de Haagse applicatie (RAVEL) inzichtelijk gemaakt wat het voorzieningenniveau is en welk voorzieningenniveau nodig is voor het aantal inwoners in de betreffende wijk. Hiermee wordt gemonitord hoe het voorzieningenniveau zich in de wijken ontwikkelt in relatie tot het aantal bewoners en woningen.
Na twee jaar wordt het toetsingsinstrument van de Leefbarometer geëvalueerd, en bekeken hoe de LER of RAVEL als aanvullend of vervangend instrument de leefbaarheid kunnen toetsen bij verkamering en bouwkundig splitsen. ───────────────────────────────────────────────────────── Amendement K.D CDA Kamerbewoning met gemeenschappelijke ruimtes voor ontmoeting De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari, ter bespreking van het voorstel van het college inzake verordening tot wijziging van de Huisvestingsverordening Den Haag 2023 (RIS323744) Besluit om: • Artikel 5:4a Aanvullende voorwaarden en voorschriften omzetting, te wijzigen: a. In aanvulling op artikel 5:4 gelden voor een vergunning, als bedoeld in artikel 5:2, onder b, de volgende voorwaarden en voorschriften: na omzetting heeft de zelfstandige woonruimte, die onzelfstandig gebruikt wordt, een gebruiksoppervlakte van minimaal 18 m² per bewoner; b. de geluidsoverdracht tussen de woonruimte en de omliggende woonruimten heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil niet kleiner dan 47 dB en een volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau niet groter dan 59 dB, bij onzelfstandig gebruik van de woonruimte door vijf of meer personen. c. Er is een gemeenschappelijke ruimte aanwezig zoals een keuken of woonkamer.
• Artikel 5:6 lid 8 te wijzigen: In afwijking van het zevende lid kunnen burgemeester en wethouders een vergunning verlenen voor meer dan acht personen indien er sprake is van een uitzonderingssituatie waarin een dergelijke omzetting geen onaanvaardbaar negatief effect heeft op de leefbaarheid van de woonomgeving. De raad wordt hierover geïnformeerd. De amendementen maakt onderdeel uit van de verdere beraadslagingen.
80
De voorzitter. Een interruptie van de heer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter, interessant amendement. Ik vroeg me alleen af, een keuken of woonkamer. Dus als er een piepklein keukentje is, is dat dan voldoende? Hinke de Groot (CDA). Voorzitter, we zouden natuurlijk heel erg kunnen gaan inkaderen. Dat heb ik bewust hier niet gedaan. Maar het is altijd beter dan een keukenblokje op de kamer zelf. Het gaat erom dat er gewoon een gemeenschappelijke ruimte is. We zullen dat moeten gaan evalueren wat het uiteindelijk oplevert. Ik ben ook heel blij, we hebben ook een minimaal aantal vierkante meter per bewoner ook natuurlijk opgenomen. Dat stond er al in. Dus ik maak me niet zoveel zorgen dat het hele kleine keukentjes kunnen worden. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter, dank. Het ging mij er niet om dat die keuken per se klein is. Het ging erom dat je doet alsof dat een ontmoetingsplek is. Een woonkamer, daar kan ik me iets bij voorstellen, maar een keuken als ontmoetingsplek? Dan staat er iemand zijn ei te bakken en dan, hoi, hoe is het met jou en dan moeten we gezellig allemaal daar gezellig staan. Ik had dan alleen die woonkamer gedaan. De voorzitter. Zo gaat het bij u thuis. Gaat uw gang. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter, u haalt de woorden uit mijn mond. Ik heb ook ooit op kamers gewoond met de gemeenschappelijke keuken.
Daar hadden we een klein tafeltje bij, dat functioneert prima. Niet iedereen heeft een hele grote woonkamer nodig. De voorzitter. U zet uw betoog voort Hinke de Groot (CDA). Voorzitter, kamers zijn bij uitstek een geschikte woonvorm voor jongeren die nog thuis wonen bij hun ouders, maar graag hun eigen leven willen opstarten. Betaalbaar, maar ook graag met huisgenoten zodat je niet alleen thuis zit. Uit de afdoening van onze motie blijkt dat het niet juridisch mogelijk is om een kamer toe te wijzen aan specifieke doelgroepen, zoals jongeren. Maar daarbij zouden we volgens het CDA juist kunnen werken met campuscontracten, ook in de particuliere verhuur. Daarvoor heb ik een volgende motie, Kamers voor studenten. Die verzoekt het college naast woningcorporaties ook voor particuliere verhuur het gebruik van campuscontracten te verkennen, de mogelijkheden in beeld te brengen en uit te werken welke afspraken zouden kunnen landen in een kettingbeding en het beleid voor de regionale woonruimteverdeling. En gaat over tot orde van de dag. De voorzitter.
Door mevrouw De Groot wordt de volgende motie (J.8 CDA) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie J.8 CDA Kamers voor studenten De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Nota Woningvoorraad 2025 (RIS323747) Constaterende dat: • woningcorporaties op dit moment door middel van campuscontracten specifieke studentenhuizen- en kamers kunnen aanbieden aan jongeren die een studie of opleiding volgen; 81
•
dit de kans biedt om specifieke woningen voor studenten beschikbaar te maken.
Overwegende dat: • huizen met een gemeenschappelijke keuken en woonkamer bij uitstek een geschikte woonvorm zijn voor jongeren en studenten, omdat dit eenzaamheid tegengaat en je op deze manier laagdrempelig op jezelf kunt gaan wonen samen met huisgenoten; • op dit moment campuscontracten nog nauwelijks worden toegepast in de particuliere verhuur. Verzoekt het college: • naast woningcorporaties ook voor particuliere verhuur het gebruik van campuscontracten te verkennen; • de mogelijkheden in beeld te brengen, en uit te werken welke afspraken zouden kunnen landen in een kettingbeding en het beleid voor de (regionale) woonruimteverdeling. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Een interruptie van de heer Mekers Peter Mekers (D66). Dank, voorzitter. In het verleden heb ik nog eens voor een woningcorporatie de controle voor die campuscontracten uitgevoerd. Dat is nogal een klus. Hoe had u dat willen vormgeven voor de particulieren? Want dan moet je met alle onderwijsinstellingen afspraken maken, AVG-afspraken. Ik zie dat praktisch niet heel erg uitvoerbaar. De voorzitter. Mevrouw De Groot. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter, ik zou zeggen, het kan wel. Laten we het goed uitzoeken en daartoe roept deze motie op. Dus ik reken op steun van D66. De voorzitter. Ja Mekers, zo gaat het soms. Mevrouw De Groot.
Hinke de Groot (CDA). Verder kwam het CDA erachter dat studentenkamers van woningcorporaties niet meetellen in een maximumnorm van 10 procent verkamering per wijk. Dat vind ik gek en daarom de volgende motie. Verzoekt het college uit te zoeken hoe de uitzondering van woningcorporaties geschrapt kan worden bij een norm van maximaal 10 procent verkamering in een wijk, in kaart te brengen of er sprake is van overschrijdingen indien kamerbewoning voor studenten bij woningcorporaties wordt meegeteld, rond de zomer van 2026 de raad hierover te informeren en het schrappen van deze uitzondering mee te nemen in uitwerking van de volgende Huisvestingsverordening. De voorzitter. Door mevrouw De Groot wordt de volgende motie (K.2 CDA) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie K.2 CDA Tel kamerbewoning van woningcorporaties ook mee De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari, ter bespreking van het voorstel van Verordening tot wijziging van de Huisvestingsverordening Den Haag 2023
82
Constaterende dat: • in artikel 5:6 van de Huisvestingsverordening een maximum van 10% verkamering per wijk is opgenomen; • in lid 6 van artikel 5:6 is opgenomen dat deze norm niet geldt voor kamers van woningcorporaties die met een campuscontract worden verhuurd aan studenten. Overwegende dat: • het wenselijk is om meer studentenhuizen met gemeenschappelijke keukens en ruimtes en een eigen kamer toe te staan; • het tegelijkertijd belangrijk is om kwetsbare wijken te beschermen en de leefbaarheid op orde is. Verzoekt het college: • uit te zoeken hoe de uitzondering voor woningcorporaties geschrapt kan worden bij de norm van maximaal 10% verkamering in een wijk; • in kaart te brengen of er sprake is van overschrijdingen, indien kamerbewoning voor studenten bij woningcorporaties wordt meegeteld; • rond de zomer van 2026 de raad hierover te informeren en het schrappen van deze uitzondering mee te nemen in uitwerking van de volgende Huisvestingsverordening. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Een interruptie van de heer Mekers. Peter Mekers (D66). Dank, voorzitter. Woningcorporaties hebben veel mensen op leefbaarheid zitten, ook mensen op studentenhuisvesting. Wil het CDA dat echt gelijktrekken bij het particuliere aanbod waar dat er niet is? De voorzitter. Mevrouw De Groot. Hinke de Groot (CDA).
Voorzitter, het gaat er mij om dat we gaan nu verkamering verruimen. Dat moeten we op een zorgvuldige manier doen en dan vind ik het heel gek als je de kamers van het ene huis wel meetelt en de ander niet. Je moet gewoon alles meetellen, zodat je ook een goed beeld hebt op wijkniveau. De voorzitter. Mijnheer Mekers. Peter Mekers (D66). Dank, voorzitter. Dank voor het antwoord. Maar mijn vraag is, corporaties investeren ontzettend veel in leefbaarheid, hebben daar extra mensen voor beschikbaar. Dat doet iets met de manier waarop zo’n verkamering bij een woningcorporatie effect heeft op de wijk. Dat is anders dan voor particulieren waar het niet zo is. Waarom weegt het CDA dat niet mee? De voorzitter. Mevrouw De Groot. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter, ik volg die redenering niet helemaal. De voorzitter. Laatste keer, mijnheer Mekers.
83
Peter Mekers (D66). Dank, voorzitter. Er zijn elke dag tientallen professionals van de corporaties bezig met leefbaarheid, die mensen kunnen aanspreken, die zorgen dat mensen zich aan regels houden. Dat zie je bij de particuliere verhuurders niet. Dus daar zit echt een verschil in wat voor effecten kamers van corporaties en van DUWO et cetera op de wijk hebben, versus particulieren. Dus ik snap dat onderscheid van het college wel. Waarom ziet het CDA dat niet? De voorzitter. Mevrouw De Groot. Stilte graag, jongens. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter, het gaat het CDA erom dat als je meer verkamert, dan krijg je meer bewoners in een gebied. Dan vind ik het belangrijk dat je goed kijkt, wat doet dat met een wijk en dat je daar een bepaald maximum hebt, omdat je een verdere verdichting krijgt. En dan maakt het niet uit of iemand in een particuliere kamer woont of in een kamer van een woningcorporatie. De voorzitter. Zet uw betoog voort. Gaat uw gang. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter tot slot, in Den Haag zijn een aantal situaties van samengevoegde woningen die bestaan uit twee losse eengezinswoningen met een eigen voordeur en die lopen nu tegen regels aan. En daarvoor heb ik de volgende motie, Maatwerk voor samengevoegde gezinswoningen.
Die verzoekt het college op basis van de hardheidsclausule van artikel 7:3 uit de Huisvestingsverordening maatwerk te bieden voor splitsing van samengevoegde eengezinswoningen waarbij sprake is van twee aparte voordeuren en een dergelijke bouwkundige splitsing geen onaanvaardbaar negatief effect of gevolgen heeft op de leefbaarheid van een woonomgeving. De voorzitter. Door mevrouw De Groot wordt de volgende motie (K.1 CDA) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie K.1 CDA Maatwerk voor samengevoegde gezinswoningen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van het voorstel van de Verordening tot wijziging van de Huisvestingsverordening Den Haag 2023. Constaterende dat: • er een aantal situaties in Den Haag zijn van samengevoegde woningen die bestaan uit twee losse eengezinswoningen met een eigen voordeur.
Huiseigenaren zijn bereid om hun huis te verkopen en terug te brengen naar de oorspronkelijke losse eengezinswoningen, maar eigenaren aanlopen tegen het splitsingsverbod; • het sinds 2019 door het splitsingsverbod niet mogelijk is om deze samengevoegde woningen terug te brengen naar twee gezinswoningen; • artikel 7:3 van de Huisvestingsverordening een algemene hardheidsclausule bevat voor het college om in uitzonderlijke gevallen af te wijken; • het college in debatten en de beantwoording van schriftelijke vragen (RIS320423) heeft aangegeven geen ruimte te zien om uitzonderingen te maken voor voormalig zelfstandige woningen die ooit zijn samengevoegd. Overwegende dat: • het belangrijk is om initiatieven in de samenleving de ruimte te geven voor meer eengezinswoningen, en tegelijkertijd de leefbaarheid en voorzieningen in wijken op peil te houden.
84
Verzoekt het college: • op basis van de hardheidsclausule van artikel 7:3 uit de Huisvestingsverordening maatwerk te bieden voor splitsing van samengevoegde eengezinswoningen, waarbij sprake is van twee aparte voordeuren en een dergelijke bouwkundige splitsing geen onaanvaardbaar negatief effect heeft op de leefbaarheid van de woonomgeving. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Heeft u iets heel erg spectaculairs en nieuws? Er zit nog een clown naast u ook, zie ik. Mijnheer Mekers. Peter Mekers (D66). Dank, voorzitter. Ik vroeg me af, die hardheidsclausule is er toch al? Dus wat voegt dit dan toe? Hinke de Groot (CDA). Voorzitter, hij wordt niet gebruikt omdat wij zo'n strikte regelgeving hebben. Dus ik heb het helemaal laten uitzoeken en ook met de ambtenaren gezeten. Op deze manier kan het college dat toepassen en dan verzoekt ook nog deze motie om daar ook uiteindelijk, daar ga ik van uit, de raad te informeren. De voorzitter. Dank u wel, mevrouw De Groot. Dan, zoals aangegeven, geef ik nu het woord aan de heer Thepass namens GroenLinks en daarna aan mevrouw Klokkenburg, ChristenUnie/SGP. Maar eerst de heer Thepass, GroenLinks. Vincent Thepass (GroenLinks). Dank, voorzitter. Voorzitter, steeds meer mensen in onze stad slapen op straat.
Steeds meer Haagse jongeren slagen er niet in om een woning te vinden en daarom is het bestrijden van een woningnood een absolute topprioriteit voor GroenLinks. Daarvoor moeten we veel meer bouwen maar juist die bestaande stad en het beter benutten daarvan is hiervoor ongelooflijk belangrijk. GroenLinks staat daarom ook achter de voorgestelde versoepeling van de regels voor verkamering, splitsing en hospitaverhuur. Met name die verkamering, voor jongeren, voor studenten, maar ook voor aandachtsgroepen zoals mensen uit de opvang, speelt daar wat ons betreft een belangrijke rol bij. Wij zullen dan ook voor het voorstel van vandaag stemmen en daar hebben we ook in het bijzonder de inspraak van het Straat Consulaat van vanochtend bij ons in het achterhoofd. Wel heb ik aanvullend ook nog twee moties, allereerst over leegstand. Dit is misschien wel de meest schandalige onderbenutting van onze woningvoorraad en we moeten dit als stad keihard aanpakken. We zijn als stad natuurlijk al bezig met een leegstandsverordening, onder andere dankzij moties die ik eerder hierover met andere partijen indiende. Maar dankzij de Tweede Kamerfractie van GroenLinks-PvdA kunnen wij als gemeente binnenkort ook een leegstandsbelasting indienen. De voorzitter. Een interruptie van de heer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter, ik dacht dat het leegstanddebat in de commissie niet was doorgegaan.
Maar de heer Thepass denkt daar anders over. De voorzitter. Mijnheer Thepass.
85
Vincent Thepass (GroenLinks). Voorzitter, klopt. Het hele aparte debat ging niet door, maar gelukkig is het ook in het debat over de Nota Woningvoorraad in de commissie wel degelijk over leegstand gegaan. De voorzitter. Mijnheer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter, wel ongelooflijk klein. Is het dan niet zorgvuldiger om zo'n debat eerst in een commissie uitgebreid te voeren, voordat we hier een besluit nemen erover? De voorzitter. Mijnheer Thepass. Vincent Thepass (GroenLinks). Voorzitter, ik ben het ermee eens dat we dat bredere debat over leegstand ook in april nog moeten gaan voeren. Ik ga hier vandaag een voorstel indienen. Waarom ik dat nu wel doe, is omdat aan de uitvoering hiervan een termijn vastzit. Dit gaat namelijk van ons vragen om voor de zomer in de uitwerking van de basisverordening voor onze gemeentelijke belasting daar al werk voor te verzetten. Ik had het graag in april willen bespreken in de commissie, maar dan gaan we gewoon die termijn die hiervoor nodig is niet halen. Dus vandaar dat ik er toch voor kies om dit vandaag in te dienen. De voorzitter. Gaat u door. Vincent Thepass (GroenLinks). Voorzitter zoals ik al zei, dankzij de Tweede Kamerfractie van GroenLinks-PvdA kunnen wij als gemeente binnenkort ook een leegstandsbelasting indienen.
Wij weten dankzij ervaringen in Vlaanderen hoe ongelooflijk effectief dit kan zijn en we willen daarom ook zo snel mogelijk in Den Haag hiermee aan de slag gaan. Maar om dit in 2027 in te kunnen voeren moeten we in 2026 voor de zomer hier al een belastinggrondslag voor creëren. Daarom de volgende motie, Kom met Haagse leegstandsbelasting, die medeondertekend is door collega’s Ahraui en Arp. Hierin verzoeken wij het college alles in het werk te stellen om zo snel als mogelijk de raad een voorstel voor te leggen om de grondslag te creëren voor een gemeentelijke leegstandsbelasting en hierbij in te zetten op het creëren van de grondslag per 1 juli 2026 en invoering per 1 juli 2027. In dat opzicht ben ik overigens ook toch al nu benieuwd of het college iets meer kan zeggen over de invoering van de verordening. Hier zijn we natuurlijk als Den Haag al langer mee bezig. Hier wachten wij op het Rijk. Dus kan daar een update over gegeven worden? Want we zijn natuurlijk met zijn allen ongeduldig. Voorzitter, daarnaast ook nog een motie in het kader van het actieplan studentenhuisvesting, dat eerder ook bij dit debat was betrokken. De woningnood onder studenten is groot en het is onbestaanbaar dat zoveel verhuurders hier misbruik van maken.
Een bijzonder schrijnend geval hierbij is de Social Hub dat met name internationale studenten voor 1.800 euro per maand in kamers van 22 vierkante meter laat wonen. Wat ons betreft kunnen we dit niet accepteren. Dit is misbruik maken van de woningnood en daarom dien ik ook de motie in, Bestrijd misbruik tekort studentenkamers. Hierin verzoeken wij het college ontduikconstructies van huurrechten zoals de Social Hub actief tegen te gaan, onder andere door de mogelijkheid te onderzoeken om op deze locatie de logiesbestemming te wijzigen naar een woonfunctie en stadsbreed duidelijke regels op te stellen tegen schijnconstructies van verhuurders zoals permanent logiesverhuur en hierbij rekening te houden met de woonsituatie van de huidige huurders van de Social Hub. Deze motie is medeondertekend ook weer door collega Ahraui. Tot slot, voorzitter, hoor ik nog graag een reactie van het college op de inspraak vanochtend van stichting Samen in 1 Huis. Volgens mij een sympathiek initiatief dat ook bij senioren in de 86
woningnood kan helpen. Ziet het college mogelijkheden om die hospitaverhuur onder senioren actiever te ondersteunen? Tot slot. De voorzitter. Dank u wel, mijnheer Thepass, namens GroenLinks. De voorzitter. Door de heer Thepass, daartoe gesteund door de heer Ahraui en mevrouw Arp, wordt de volgende motie (J.2 GL) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie J.2 GL Kom met Haagse leegstandsbelasting De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Nota Woningvoorraad 2025 (RIS323747). Overwegende, dat: ▪ duizenden leegstaande Haagse woningen in tijden van woningnood niet uit te leggen is; ▪ de gemeente zich heeft gecommitteerd aan het uitbannen van dakloosheid in 2030; ▪ het heffen van een gemeentelijke leegstandsbelasting pas mogelijk is 12 maanden nadat hier de grondslag voor gecreëerd is. Constaterende, dat: ▪ de praktijk in Vlaanderen laat zien dat een leegstandsbelasting erg effectief is voor het aanpakken van woningleegstand; ▪ het dankzij een amendement op de gemeentewet binnenkort ook voor Nederlandse gemeenten mogelijk wordt om dit in te voeren; ▪ Den Haag de potentie heeft om de eerste gemeente te worden die deze maatregel neemt, maar dit wel vergt dat het op tijd wordt verwerkt in de belastingverordening.
Verzoekt het college: ▪ alles in het werk te stellen om zo snel als mogelijk de raad een voorstel voor te leggen om de grondslag te creëren voor een gemeentelijke leegstandsbelasting; ▪ hierbij in te zetten op het creëren van de grondslag per 1 juli 2026 en invoering per 1 juli 2027. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Thepass, daartoe gesteund door de heer Ahraui, wordt de volgende motie (J.1 GL) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie J.1 GL Bestrijd misbruik tekort studentenkamers De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Nota Woningvoorraad 2025 (RIS323747). Overwegende, dat: ▪ alle studenten in Den Haag recht hebben op betaalbare huisvesting; ▪ de woningnood gepaard gaat met een groter risico op misbruikconstructies van de schaarste aan kamers, waar internationale studenten in het bijzonder kwetsbaar voor zijn.
87
Constaterende, dat: ▪ er talloze Haagse voorbeelden zijn van verhuurders die misbruik maken van het grote tekort aan studentenkamers; ▪ de Social Hub, waar meer dan 1800 euro per maand wordt gevraagd voor een kamer van 22 vierkant meter, hier een bekend voorbeeld van is en ertoe leidt dat internationale studenten worden uitgeknepen; ▪ er in de social hub feitelijk sprake is van een situatie van permanente bewoning, en de logiesfunctie dus misbruikt wordt om huurregulering te omzeilen. Verzoekt het college: ▪ ontduikconstructies van huurrechten zoals de Social Hub actief tegen te gaan, onder andere door de mogelijkheden te onderzoeken om op deze locatie de logiesbestemming te wijzigen naar een woonfunctie; ▪ bij de Social Hub actief te handhaven op verblijf van langer dan de maximaal toegestane logiesperiode en stadsbreed duidelijke regels op te stellen tegen schijnconstructies van verhuurders zoals permanent logiesverhuur; ▪ hierbij rekening te houden met de woonsituatie van de huidige huurders van Social Hub. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Klokkenburg namens ChristenUnie/SGP en daarna aan mevrouw Arp namens de SP. Maar eerst mevrouw Klokkenburg, ChristenUnie/SGP. Stilte graag. Judith Klokkenburg-Reedeker (ChristenUnie/SGP). Dank, voorzitter.
Het gaat vandaag over de woningvoorraad en ruim zeven jaar geleden diende mijn voorganger, vandaag zijnde wethouder, een voorstel in om kamerbewoning meer aan banden te leggen omdat het in sommige wijken de spuigaten uitliep en de leefbaarheid ernstig onder druk kwam. Er volgde een strenger beleid om zowel de betaalbare woningvoorraad als de leefbaarheid te beschermen. Maar voorzitter, de druk op de woningmarkt en het enorm aantal dakloze mensen in de stad laten zien dat er iets moet gebeuren om de huidige woningvoorraad beter te benutten. In het voorliggende voorstel staan goede wijzigingen om meer ruimte te creëren terwijl de leefbaarheid van wijken ook in de gaten wordt gehouden. Toch heeft mijn fractie nog aanvullingen. Allereerst over de leefbaarheid. De Leefbarometer meet niet alle relevante zaken en daarom een motie die ik indien samen met de collega's De Ridder van de Haagse VVD en Dubbelaar van Hart voor Den Haag. Verzoekt het college te onderzoeken op welke manier de LeefbaarheidsEffectRapportage ingezet kan worden voor de toetsing van de leefbaarheid als voorwaarde voor verkamering en woningsplitsing en de raad uiterlijk in het derde kwartaal 2026 een voorstel te doen toekomen voor de inzet van de LeefbaarheidsEffectRapportage als voorwaarde voor verkamering of woningsplitsing.
Voorzitter, met het voorliggend beleid wordt hospitaverhuur meer mogelijk in onze stad maar mijn fractie ziet meer kansen, namelijk in de verhuur aan twee mensen. De voorzitter. Een interruptie van de heer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter, ik was een beetje laat. Maar is mevrouw Klokkenburg ook zo ongelooflijk blij, net als de Haagse VVD, dat het wijkberaad Bezuidenhout de LER helemaal heeft ingevuld voor Den Haag, dat we alles goed kunnen zien en dat we eindelijk eens een keer iets kunnen gaan doen met die LER? 88
De voorzitter. En hij is Kamerlid geworden. Gaat uw gang, mevrouw Klokkenburg. Judith Klokkenburg-Reedeker (ChristenUnie/SGP). Dat Kamerlid heeft er niet zoveel mee te maken, maar de ChristenUnie/SGP is zeer blij dat het wijkberaad Bezuidenhout heeft doorgezet en gisteren de LER online heeft gezet zodat de hele stad inzichtelijk heeft hoe het staat met de leefbaarheid in zijn of haar buurt. Chapeau voor het wijkraad Bezuidenhout. Voorzitter, ik was bij hospitaverhuur aan twee mensen. Ik heb daar twee amendementen voor om het te regelen. Enerzijds in de Nota Woningvoorraad en anderzijds in de Huisvestingsverordening. Die dien ik in met de heer De Ridder van de VVD, de heer Dubbelaar van Hart voor Den Haag en mevrouw Faïd van de HSP. Dan ga ik nu de dicta voorlezen. Allereerst voor de Nota Woningvoorraad. Besluit dictumpunt IV als volgt te wijzigen.
In te stemmen met versoepelde regelgeving rondom hospitaverhuur, inclusief waarborgen om misbruik tegen te gaan, met dien verstande dat hospitaverhuur aan twee eenpersoonshuishoudens vergunningsvrij wordt toegestaan voor woningeigenaren en huurders van woningcorporaties met toestemming van de corporatie, waarbij ieder huishouden, zowel inwonend als bestaand huishouden, een eigen slaapkamer en elke bewoner in totaal tenminste 12 vierkante meter tot zijn of haar beschikking heeft en dit binnen drie jaar te evalueren, samen met Hospi Housing, Kamers met Aandacht en Onder de Pannen. En een amendement op de Huisvestingsverordening. Besluit het dictum artikel 1 onder C als volgt te wijzigen. Na artikel 5:2 wordt een nieuw artikel ingevoegd dat luidt als volgt. Artikel 5:2a Vrijstelling vergunningplicht omzetting ten behoeve van hospitaverhuur. Voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in een onzelfstandige woonruimten is geen omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 5:2 onder b noodzakelijk mits en zolang er sprake is van hospitaverhuur en dit is gemeld bij burgemeester en wethouders.
Van hospitaverhuur is sprake als een bestaand huishouden inwoning verleend aan maximaal één ander huishouden of maximaal twee eenpersoonshuishoudens, het totaal aantal bewoners van de gehele woning, zijnde de bewoners van het bestaande huishouden en het inwonende huishouden of de twee inwonende eenpersoonshuishoudens tezamen niet meer dan acht personen betreft, ieder huishouden een eigen separate slaapruimte heeft, op voorhand niet de wens bestaat om het adres met het inwonende huishouden of de twee inwonende eenpersoonshuishoudens te delen, blijkende uit het feit dat het bestaande huishouden in dezelfde samenstelling de woonruimte minimaal één jaar zonder inwonende huishoudens heeft bewoond, het bestaande huishouden zelf de eigenaar is van de woning of deze huurt van een woningcorporatie en toestemming van de woningcorporatie heeft voor hospitaverhuur en elke bewoner minimaal 12 vierkante meter gebruiksoppervlakte tot zijn of haar beschikking heeft. De voorzitter. Heeft u op cursus gezeten bij de heer Ahraui? Gaat u door. Judith Klokkenburg-Reedeker (ChristenUnie/SGP). Ik zal daar niets over zeggen, voorzitter. Het is een zegen en soms een vloek. Voorzitter, de afgelopen jaren zijn fondsen of particulieren meermaals op de lijn gekomen omdat ze betaalbare woningen wilden kopen om sociaal te verhuren aan mensen in kwetsbare posities, maar de opkoopbescherming blokkeert dat.
Mijn fractie is blij dat we met de opkoopbescherming betaalbare woningen voor starters en gezinnen beschermen tegen beleggers die maximaal rendement willen. Maar als een woning tegen sociaal tarief verhuurd kan worden, is dat mooi. Daarom een motie om uit te zoeken hoe die uitzonderingen ingevoerd zouden kunnen worden. Een motie samen met collega Arp van de SP waarvan het dictum luidt, verzoekt het college te onderzoeken hoe er uitzonderingen op opkoopbescherming kunnen komen voor de woningen verkocht door corporaties aan bijvoorbeeld wooncoöperaties en voor sociale fondsen, zorgorganisaties en particulieren die tegen een sociale huur langdurig willen gaan verhuren en de raad uiterlijk in het derde 89
kwartaal een voorstel te doen toekomen voor wijzingen van de beleidsregel ontheffing verbod verhuur opkoopbescherming Den Haag. En gaat over tot de orde van de dag. Voorzitter, een ander belangrijk punt is de grootte van woningen. In nieuwbouw zien we vooral studio's en kleine woninkjes en met het voorliggend voorstel om splitsen mogelijk te maken vanaf 35 vierkante meter komen daar meer kleine woninkjes bij en verdwijnen woningen die geschikt zijn voor starters en gezinnen. Daarom een amendement dat ik indien samen met collega De Ridder van de Haagse VVD waarvan het dictum luidt, besluit dictumpunt IV als volgt te wijzigen. In te stemmen met versoepelde regelgeving rondom bouwkundig splitsen, inclusief waarborgen om kwetsbare wijken te beschermen, met dien verstande dat zelfstandige woningen die als gevolg van splitsing ontstaan tenminste 60 vierkante meter woonoppervlakte hebben. Voorzitter, bij woningsplitsing wordt er voortaan nog maar aan een van de gesplitste woningen een parkeervergunning gegund en alle woningen die geen recht meer hebben op een vergunning worden op een zogenaamde GROP-lijst gezet. Het college wil deze openbaar toegankelijk maken maar communicatie bij verkoop van woningen is ook van belang, anders staan kopers na aankoop te kijken dat ze de vergunning niet krijgen. En dat staat nog los van het vergunningensysteem.
En daarom een motie, verzoekt het college in overleg te gaan met makelaars, makelaarsverenigingen, verkoopplatforms en andere relevante partners om afspraken te maken over hoe hier in de nabije en verdere toekomst bij ver- of aankoop van woningen helder over gecommuniceerd gaat worden en de raad te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. Voorzitter ten slotte, het college heeft aangegeven de nota en de Huisvestingsverordening na drie jaar te evalueren. Mijn fractie heeft nog een aantal zaken die we hierin zouden mee willen geven. Dat doe ik via de motie met het dictum, verzoekt het college jaarlijks een monitor naar de raad te sturen met de cijfers over kamerbewoning en splitsing en een nieuwe Nota Woningvoorraad en gewijzigde Huisvestingsverordening na drie jaar te evalueren, hierin tenminste ook mee te nemen de bereikbaarheid en beschikbaarheid van koopwoningen voor starters en gezinnen, de WOZ-waarde van de woningen voordat en nadat ze gesplitst zijn per wijk en de vraag naar woningen in relatie tot het potentiële aanbod. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Dank u wel, mevrouw Klokkenburg. De voorzitter.
Door mevrouw Klokkenburg-Reedeker, daartoe gesteund door de heer De Ridder en de heer Dubbelaar, wordt de volgende motie (J.4 CU/SGP) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie J.4 CU.SGP gebruik leefbaarheidseffectrapportage voor weging leefbaarheid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Nota Woningvoorraad 2025 (RIS 323747), constaterende, dat: ▪ in de woning Nota Woningvoorraad 2025 de Leefbaarometer wordt gebruikt als instrument voor de toetsing van de leefbaarheid in een wijk als voorwaarde voor verkamering en woningsplitsing; ▪ Den Haag de LeefbaarheidsEffectRapportage (LER) cadeau heeft gekregen van het wijkberaad Bezuidenhout en deze sinds 25 februari 2026 actief is voor de gehele stad; overwegende, dat: ▪ de LeefbaarheidsEffectRapportage diepere en betere inzichten geeft in de leefbaarheid in een wijk dan de Leefbaarometer, zoals beschikbaarheid van zorg; 90
verzoekt het college: ▪ te onderzoeken op welke manier de LeefbaarheidsEffectRapportage ingezet kan worden voor de toetsing van de leefbaarheid als voorwaarde voor verkamering en woningsplitsing; ▪ de raad uiterlijk in het derde kwartaal 2026 een voorstel te doen toekomen voor de inzet van de LeefbaarheidsEffectRapportage als voorwaarde voor verkamering of woningsplitsing, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de mevrouw Klokkenburg-Reedeker, daartoe gesteund door de heer De Ridder, de heer Dubbelaar en mevrouw Faïd, wordt het volgende amendement (J.D CU/SGP) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Amendement J.D CU.SGP hospitaverhuur telt voor twee De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Nota Woningvoorraad 2025 (RIS323747), Besluit dictumpunt III als volgt te wijzigen: ▪ Besluit dictumpunt III als volgt te wijzigen: III.
in te stemmen met versoepelde regelgeving rondom hospitaverhuur, inclusief waarborgen om misbruik tegen te gaan, met dien verstande dat hospitaverhuur aan twee eenpersoonshuishoudens vergunningsvrij wordt toegestaan voor woningeigenaren en huurders van woningcorporaties (met toestemming van de corporatie), waarbij ieder huishouden - zowel inwonend als bestaand huishouden - een eigen slaapkamer en elke bewoner in totaal tenminste 12m² tot zijn of haar beschikking heeft en dit binnen drie jaar te evalueren, samen met Hospi Housing, Kamers met Aandacht en Onder de Pannen; De voorzitter. Door de mevrouw Klokkenburg-Reedeker, daartoe gesteund door de heer De Ridder en mevrouw Faïd, wordt het volgende amendement (K.A CU/SGP) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Amendement K.A CU.SGP hospitaverhuur in huisvestingsverordening De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Huisvestingsverordening 2023 (RIS323744), Besluit het dictum Artikel 1 onder C als volgt te wijzigen: ▪ Na artikel 5:2 wordt een nieuw artikel ingevoegd, dat luidt als volgt: Artikel 5:2a Vrijstelling vergunningplicht omzetting ten behoeve van hospitaverhuur 1.
Voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten is geen omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 5:2, onder b, noodzakelijk mits en zolang er sprake is van hospitaverhuur en dit is gemeld bij burgemeester en wethouders. Van hospitaverhuur is sprake als: a. een bestaand huishouden inwoning verleent aan maximaal één ander huishouden of maximaal twee eenpersoonshuishoudens; b. het totaal aantal bewoners van de gehele woning, zijnde de bewoners van het bestaande huishouden en het inwonende huishouden of de twee inwonende éénpersoonshuishoudens tezamen, niet meer dan acht personen betreft; c. het inwonende ieder huishouden een eigen separate slaapruimte heeft; d. op voorhand niet de wens bestaat om het adres met het inwonende huishouden of de twee inwonende eenpersoonshuishoudens te delen, blijkende uit het feit dat
91
het bestaande huishouden in dezelfde samenstelling de woonruimte minimaal één jaar zonder het inwonende huishouden(s) heeft bewoond; e. het bestaande huishouden zelf de eigenaar is van de woning of deze huurt van een woningcorporatie en toestemming van de woningcorporatie heeft voor hospitaverhuur, en f. elke bewoner minimaal 12m2 gebruiksoppervlakte tot zijn of haar beschikking heeft. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg-Reedeker, daartoe gesteund door mevrouw Arp, wordt de volgende motie (J.6 CU/SGP) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie J.6 CU.SGP uitzonderingen opkoopbescherming De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Nota Woningvoorraad 2025 (RIS 323747), constaterende, dat: ▪ de opkoopbescherming betaalbare woningen beschermt tegen opkopen door beleggers om ze vervolgens tegen hoge huren te verhuren; ▪ Den Haag een opkoopbescherming hanteert voor woningen tot de NHG-grens (2026: €470.000); ▪ er uitzonderingen zijn op de opkoopbescherming, zoals het verhuren aan 1e of 2e graads familie, na enkele jaren er zelf te hebben gewoond of woningen behorend bij een winkelpand; overwegende, dat: ▪ woningcorporaties soms woningen verkopen en deze dan ook onder de opkoopbescherming vallen, waarmee de woningen uit het sociale segment verdwijnen; ▪
particulieren, zorgorganisaties en/of sociale fondsen die kwetsbare doelgroepen willen huisvesten aanlopen tegen de regels van opkoopbescherming, terwijl dat doel, namelijk het betaalbaar huisvesten van kwetsbare doelgroepen, niet in strijd is met het doel van de opkoopbescherming; verzoekt het college: ▪ te onderzoeken hoe er uitzonderingen op de opkoopbescherming kunnen komen voor de woningen verkocht door corporaties (aan bijvoorbeeld wooncoöperaties) en voor sociale fondsen, zorgorganisaties en particulieren die tegen een sociale huur langdurig willen gaan verhuren; ▪ de raad uiterlijk in het derde kwartaal een voorstel te doen toekomen voor wijzigen van de beleidsregel ontheffing verbod verhuur opkoopbescherming Den Haag, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg-Reedeker, daartoe gesteund door de heer De Ridder wordt het volgende amendement (J.C CU/SGP) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Amendement J.C CU.SGP gezinsvriendelijk splitsen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Nota Woningvoorraad (RIS323747), Besluit dictumpunt IV als volgt te wijzigen: 92
▪
IV. in te stemmen met versoepelde regelgeving rondom bouwkundig splitsen, inclusief waarborgen om kwetsbare wijken te beschermen, met dien verstande dat zelfstandige woningen die als gevolg van splitsing ontstaan tenminste 60m² woonoppervlakte hebben;
De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg-Reedeker wordt de volgende motie (J.5 CU/SGP) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie J.5 CU.SGP goede communicatie over parkeren na woningsplitsing De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op dag, maand, jaar, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Nota Woningvoorraad 2025 (RIS323747), constaterende, dat: ▪ met het voorgestelde beleid na woningsplitsing, slechts één van de gesplitste woningen recht krijgt op een bewonersparkeervergunning; ▪ het college heeft aangegeven (RIS324685) dat er een registratie is met betrekking tot woningen die geen recht hebben op een parkeervergunning, een zogenaamde GROP-lijst; ▪ er wordt gewerkt aan een systeem om deze lijst inzichtelijk te maken voor burgers, zodat burgers deze lijst zelf kunnen checken; overwegende, dat: ▪ het belangrijk is dat deze informatie openbaar is, maar nog belangrijker dat er goed over gecommuniceerd wordt bij aankoop van een woning, zodat bewoners niet voor verrassingen komen te staan; ▪ verkopers en verkoopplatforms hier een rol in zouden kunnen of moeten spelen; verzoekt het college: ▪ in overleg te gaan met makelaars(verenigingen), verkoopplatforms en andere relevante partners om afspraken te maken over hoe hier in de nabije en verdere toekomst bij ver- of aankoop van woningen helder over gecommuniceerd gaat
worden en de raad te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg-Reedeker, daartoe ondersteund door de heer Dubbelaar, wordt de volgende motie (J.3 CU/SGP) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie J.3 CU.SGP brede evaluatie nota woningvoorraad De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 26 februari 2026, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Nota Woningvoorraad 2025 (RIS323747), constaterende, dat: ▪ het college in de commissievergadering van d.d. 4 februari 2026 heeft aangegeven de Nota Woningvoorraad te gaan evalueren; ▪ de exacte invulling van die evaluatie nog gemaakt moet worden, maar het college in een brief (RIS324685) al een richting heeft aangegeven; overwegende, dat: ▪ niet alleen de beoogde doelen van de Nota moeten worden gewogen, maar ook neveneffecten zoals de bereikbaarheid van koopwoningen voor starters en gezinnen;