RIS325198 Bijlage 1 Eindapportage Haalbaarheidsonderzoek Afvalcluster Binckhorst
Tekst van het document
Planeconomie
Grondposities: Oppervlakte (in m²) van de benodigde grond voor het afvalcluster per locatie en gemiddelde grondprijs per m² en totale verwachte grondwaarde per locatie. Complexiteit/ Doorlooptijd: In welke mate locatie specifieke ingrepen/maatregelen de planontwikkelingskosten beïnvloeden: -realisatie aan- en afvoer locaties - versnippering grondeigendom -infrastructurele maatregelen
22 augustus 2025
Laagste benodigde oppervlakte en laagste verwachte verwervingskosten, evenals de laagste planontwikkelingskosten. Gemiddeld benodigde oppervlakte en verwachte verwervingskosten, evenals de gemiddelde planontwikkelingskosten. Hoogste benodigde oppervlakte en hoogst verwachte verwervingskosten, evenals de hoogste planontwikkelingskosten.
BK1743-RP-0001
20
Projectgerelateerd
4.2
Overzicht onderzoeksresultaten
De onderstaande tabel geeft weer hoe de scenario’s scoren op de criteria uit het MIA. De tabel biedt een beknopt inzicht van de onderzoeksresultaten. Bijlage 1 -5 –beschrijft per scenario hoe het onderzoeken zijn uitgevoerd en hoe de beoordelingen tot stand zijn gekomen. De onderste drie (economische) criteria zijn relatief beoordeeld, ten opzichte van elkaar (goedkoopste vs. duurste scenario). Criterium
Scenario 1: Referentiescenario
Scenario 2: Inpakken en stapelen
Scenario 3A: Verplaatsen naar Westvlietweg
Scenario 3B Verplaatsen naar GAVIkavel
Scenario 4 Verplaatsen naar N-Kavel
Scenario 5: Verplaatsen naar GAVI, Delft & SNW
€ 350 - 375 mio
€ 260 - 285 mio
+ € 0,5 mio/jaar
+ € 6,5 mio/jaar
Lucht en stikstof Bodem Flora en fauna Omgevingsveiligheid Verkeer en mobiliteit Bereikbarheid over water Reistijd Klimaatadaptati e en hemelwater Geur
GROEN ORANJE
Geluid
GROEN ORANJE
Ruimte voor beheertaken Archeologie en cultuurhistorie Energienet Planologisch kader Doorontwikkelin g Binckhorst Bouw- en civiele kosten (ex btw)
< € 25 mio
€ 300 - 325 mio
€ 275 - 300 mio
€ 275 - 300 mio
Logistieke kosten per jaar
+ € 0 mio/jaar
+ € 0 mio/jaar
+ € 5 mio/jaar
+ € 5,5 mio/jaar
Planeconomie
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
21
Projectgerelateerd
4.3
Beoordeling kostencriteria
Dit onderzoek beoordeelt de kosten van de scenario’s aan de hand van de volgende drie criteria: 1. Bouw- en civiele kosten: Dit omvat geschatte kosten voor sloop-, bouw- en civiele werkzaamheden. De scenario’s worden geraamd op basis van kengetallen. Locatiespecitieke randvoorwaarden (zoals de aanleg van een weg of vaargeul, zijn per scenario (op hoofdlijnen) verwerkt. 2. Planeconomie: Hierbij wordt gekeken naar: • Grondverwerving: het aantal m2 te verwerven in combinatie met te verwachte verwervingskosten • Planontwikkelingskosten: een kwalitatieve beoordeling op aspecten die van invloed kunnen zijn op de complexiteit van de planontwikkeling en daarmee de bijbehorende risico’s van tijd en uitvoering. 3. Logistieke kosten: Dit criterium beoordeelt de operationele kosten die samenhangen met het exploiteren van de functies op het afvalcluster. Onderzocht is welke inzet van medewerkers en voertuigen nodig is om de dienstverlening van HMS en HSO uit te voeren. Dit wordt uitgedrukt in jaarlijks terugkerende kosten.
4.3.1
Beoordeling criterium bouw- en civiele kosten
Directe kosten voor slopen, verbouwen en/of nieuwbouwen Dit onderdeel toont de geschatte kosten voor sloop-, verbouw- en nieuwbouwwerkzaamheden per scenario. De tabel hieronder geeft de berekende kostenposten weer. Hoofdstuk 5 en Bijlage 1 beschrijven dit nader.
Generieke kosten (redelijk gelijkwaardig per scenario)
Kostenposten specifiek voor scenario
Scenario 1: Referentiescenario
Scenario 2: Inpakken en stapelen
Scenario 3: Verplaatsen naar Westvlietweg of GAVI-kavel
Scenario 4 Verplaatsen naar NKavel
Scenario 5: Verplaatsen naar GAVI, Delft & SNW
-
• Sloop huidige locatie Binckhorst; • Terreinwerkzaamhede n; • Nieuwbouw afvalcluster;
• Sloop huidige locatie Binckhorst; • Terreinwerkzaamhede n; • Nieuwbouw afvalcluster;
• Sloop huidige locatie Binckhorst; • Terreinwerkzaamhede n; • Nieuwbouw afvalcluster;
• Sloop huidige locatie Binckhorst; • Terreinwerkzaamheden; • Nieuwbouw afvalcluster;
• Onderhou d bestaande locatie
• Toeslag voor compact bouwen.
• Aanleg insteekhaven; • Aanleg watergang incl. keringen; • Aanleg beweegbare brug; • Aanleg ontsluitingsweg
• Aanleg insteekhaven; • Aanleg watergang incl. keringen; • Aanleg tunnel; incl. afen toeritten; • Aanleg ontsluiting.
• Sloop en herinrichting terrein Avalex • Verplaatsen afvalbrengstation Avalex.
Voor de kostenindicatie is gebruik gemaakt van globale rekenregels voor de verschillende kostenposten, met prijspeil 2025. De scope van de scenario’s is echter op hoog niveau gedefinieerd. Specifieke eisen, functionaliteiten en technische oplossingen zijn nog niet uitgewerkt. Er zijn daarom enkel conceptuele ontwerpen beschikbaar en er is geen sprake van gedetailleerde bouwtekeningen, materiaalspecificaties of technische specificaties. Zonder deze details is het niet mogelijk om nauwkeurige hoeveelheden en prijzen te bepalen. Nader onderzoek is noodzakelijk om de raming trefzekerder te maken. Voor de uitwerking van de kosten gelden verder de volgende onzekerheden: • De omvang, staat en eventuele opstallen van nieuwe kavels zijn onvoldoende bekend; • Kosten voor de volgende onderdelen zijn niet nader uitgewerkt; o verleggen van kabels en leidingen; o saneren en verwijderen van vervuilde grond en asbest; o tijdelijke voorzieningen en huisvestingskosten; o een reservering voor loon-/ prijsstijgingen tot start bouw; o overige projectkosten zoals benodigde onderzoeken;
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
22
Projectgerelateerd
o maatregelen t.b.v. de waterkwaliteit (scenario 3 en 4) en de trambaan (scenario 4); o renteverlies tijdens de bouw. NB Wij bevelen aan deze kostenposten in een vervolgfase nader uit te werken. Indicatieve kosten voor de verwerving van kavels staan beschreven in criterium planeconomie; Opslagen voor kostenuitwerking De kosten zijn globaal van aard. Dit is gebruikelijk in de initiatieffase (fase waarin dit onderzoek zich bevindt). Voor een reële kosteninschatting is gebruik gemaakt van opslagpercentages volgens de leidraad Kostenraming9 van de gemeente Den Haag. Gehanteerde percentages staan benoemd in de tabel hierna. Belangrijkste bevindingen bouw- en civiele kosten per scenario • de ramingen zijn indicatief doordat de uitgangspunten in deze fase nog globaal zijn. Nader onderzoek is noodzakelijk om kosten te specificeren en opslagen (in %) te verminderen; • kosten voor terreininrichtingen nieuwbouw in ieder scenario hoog zijn, behalve het referentiescenario. • scenario-specifieke kosten vooral in Scenario 4 hoog zijn. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de aanleg van de steekhaven, waterweg, een tunnel en bijbehorende infrastructuur; • scenario-specifieke kosten voor scenario 2 relatief hoog zijn. Dit komt door innovatieve aanpassingen aan daken, constructies en de inpakmaatregelen; • Scenario 3 scenario-specifieke kosten heeft.
Dit zijn specifiek kosten voor het realiseren van een ca. 500 meter lange watergang, een insteekhaven, een 25 meter lange ophaalbrug en toegangswegen. Scenario 1: Referentiescenario Totale investeringskosten Exclusief BTW
4.3.2
€ 14.800.000
Scenario 2:
Scenario 3:
Scenario 3:
Scenario 4
Scenario 5:
Inpakken en stapelen
Verplaatsen naar Westvlietweg
Verplaatsen naar GAVIKavel
Verplaatsen naar N-Kavel
Verplaatsen naar GAVI, Delft & SNW
€ 310.995.000
€ 290.376.000
€ 289.923.000
€ 363.207.000
€ 271.552.000
Beoordeling criterium planeconomie
Belangrijkste bevindingen t.a.v. grondverwerving Er is gekeken naar de grondeigendom situatie van het toekomstig benodigde areaal voor het afvalcluster. Hierbij is een inschatting gemaakt van het aantal benodigde m2 te verwerven grond door de gemeente Den Haag om het afvalcluster in te kunnen passen. Ook de huidige bestemming/functie van de grond en de waarde in de markt die deze vertegenwoordigd is daartegenover gezet Risico-opslagen zijn verdisconteerd in criterium bouw- en civiele kosten. Kosten voor de verplaatsing van het gasstation, infrastructurele maatregelen die ook zonder het afvalcluster uitgevoerd worden en eventuele risico’s (vb. bodemvervuiling) in de grondwaardes maken geen onderdeel van de beoordeling uit. Ook zijn er geen kosten voor het verwerven van de GAVI-kavel (scenario 3B en 5). Deze kavel in gemeentelijk eigendom en hiervoor is geen grondverwerving noodzakelijk. Belangrijkste bevindingen t.a.v. planontwikkelingskosten De analyse van de verschillende scenario's voor projectontwikkeling toont diverse uitdagingen. Een cruciale, overkoepelende factor van invloed op alle scenario's is de aanpassing van de bestemming. Het opstellen van een nieuw omgevingsplan zal leiden tot aanzienlijke extra kosten, ongeacht het gekozen scenario. • Scenario 2: In dit scenario hoeft geen grond te worden verworven. Dit vereenvoudigt de planontwikkeling.
Aan de andere kant bestaat complexiteit door de hoge mate van engineering als gevolg van het stapelen en inpakken van het afvalcluster en de realisatie van het dakpark. Dit zijn relatief innovatieve concepten die invloed hebben op de risico’s binnen planontwikkeling. 9
Gemeente Den Haag (2024-2025) Implementatie Leidraad kostenraming (intern document).
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
23
Projectgerelateerd
•
•
•
Scenario 3: Dit scenario kenmerkt zich door complexe verwervings- en bestemmingsplanproblematiek, inclusief het mogelijk onteigenen van gronden en een te verwachte sterke weerstand van diverse belanghebbenden. Bovendien zijn er aanzienlijke uitdagingen met betrekking tot de kosten en beschikbare ruimte voor de ontsluiting, alsook de aanleg van een waterweg in een lagergelegen polder. Een significant voordeel van scenario 3B is de GAVI-kavel, die binnen enkele jaren bouwrijp gemaakt kan worden. De grond is reeds eigendom van de gemeente Den Haag, wat het proces versnelt. Het aspect van opbrengstenderving is niet onderzocht. Voor de GAVI-kavel is dit relevant. Er zijn weliswaar geen verwervingskosten, maar het is mogelijk dat opbrengstenderving optreedt als deze gronden niet langer uitgegeven kunnen worden. Scenario 4: Dit scenario kenmerkt zich door het versnipperde eigendom van kavels (deel in gemeente Rijswijk) en de krapte en versnippering van kavels. Daarnaast bestaat er de noodzaak om de trambaan te ondertunnelen, om de benodigde insteekhaven te realiseren. De insteekhaven, vaargeul, doorsnijden van reeds aanwezige verbindingswegen naar knooppunt Rijswijk-Plaspoelpolder.en het tunnelen van de trambaan zijn complexe ingrepen met dito risico’s tijdens de planontwikkeling.
Scenario 5: Het perceel aan de Supernovaweg dient te worden verworven en er dienen afspraken te worden gemaakt met de gemeente Delft ten aanzien van de investeringskosten voor de aanpassing en uitbreiding van de afvaloverslaglocatie van Avalex. Daartegenover staat dat er geen grote infrastructurele maatregelen nodig zijn.
4.3.3
Beoordeling criterium logistieke kosten
Er is een rekenmodel opgesteld waarin voor iedere activiteit een aantal diensten, medewerkerskosten en voertuigkosten wordt gemodelleerd. De som van het aantal diensten en de som van de kosten is gebruikt om de scenario’s te beoordelen. De belangrijkste uitgangspunten voor de berekening van deze in onderstaande opsomming opgenomen. Er is alleen gekeken naar de kosten voor voertuigen en direct uitvoerend personeel van HSO en HMS in peiljaar 2050. Belangrijkste bevindingen t.a.v. logistieke kosten • Scenario 2 (en 1) zijn op basis van logistieke kosten het gunstigste scenario – door de centrale ligging van de Binckhorst ten opzichte van de verzorgingsgebieden is de verwachte tijd voor het heen en weer rijden tussen werf/stort en verzorgingsgebied het laagst en is er in diensten meer tijd om in te zamelen. Hierdoor zijn er minder diensten per jaar nodig. • Scenario’s 3A, 3B en 5 hebben het minst gunstige scenario op het gebied van logistieke kosten. De locaties van HMS en HSO hebben ten opzichte van scenario 1 een significant minder centrale ligging ten opzichte van de verzorgingsgebieden. • Scenario 3: Een belangrijke verklaring voor hogere logistieke kosten is dat lage-tractievoertuigen van HSO om moeten rijden. Om de locaties op 3A en 3B te bereiken kan men niet gebruik maken van A4/A12 en de Rotterdamse Baan. Voor locatie 3B moet worden omgereden door bijvoorbeeld Ypenburg.
• Scenario 5: De locatie van het AO drijft de logistieke kosten verder op. De afstand naar AO neemt voor ieder verzorgingsgebied toe (ten opzichte van de reistijd naar de locatie in scenario 1 en 2, Plutostraat). Het AO en HMS liggen op verschillende locaties, waarbij relevant is dat beide locaties gedurende de dag meerdere keren bezocht worden (de overslag voor het storten van afval, HMS voor opstart, omkleden, pauzes, vergaderingen, etc.). Hierdoor ontstaat een extra rijbeweging; chauffeurs moeten na het storten eerst naar HMS rijden om hun pauze te nemen. Vanuit dit perspectief is het voordelig om de afvaloverslag nabij de HMS-locatie te situeren. • De jaarlijkse logistieke lasten voor HSO en HMS zijn als volgt: Scenario Verschil t.o.v. Sc 1
22 augustus 2025
1 en 2
3A
3B
4
5
+ 5 mio eur/jr
+ 5,5 mio eur/jr
+ 0,5 mio eur/jr
+ 0,5 mio eur/jr
BK1743-RP-0001
24
Projectgerelateerd
5
Scenario’s
Binnen dit haalbaarheidsonderzoek zijn vijf scenario’s onderzocht. Met het onderzoeken van de scenario’s wordt inzichtelijk wat de kansen en knelpunten zijn, waar de keuzes liggen en aan welke knoppen er gedraaid kan worden. De vijf onderzochte scenario’s zijn: 1. Scenario 1 functioneert als referentie-scenario. Het onderzoek maakt inzichtelijk wat de impact is als het afvalcluster niet transformeert of verplaatst. 2. Binckhorst inpakken en stapelen: Het afvalcluster comprimeren (stapelen) en innovatief inpakken op de huidige locatie zodat de milieucontour en eventuele andere beperkingen inpasbaar zijn bij de toekomstige ontwikkelingen in dit gebied. In dit scenario is ook gekeken naar de mogelijkheden om dit te combineren met de nieuwe gewenste ontwikkelingen zoals het park en woningen. 3. Het afvalcluster als geheel verplaatsen rondom de infraknoop A4, A12 (Prins Clausplein). Voor de overslag is watergebondenheid noodzakelijk. Dit kan gecreëerd worden op bedrijventerrein Westvlietweg. De overige onderdelen van het cluster kunnen geplaatst worden op de GAVI-kavel. Er worden bij dit scenario twee varianten onderzocht. 4. Het afvalcluster als geheel verplaatsen naar infraknoop A13, A4 (Hoornwijck). En de watergebonden overslag realiseren in de oksel van de Vliet en A4.
Een deel van het grondgebied behoort tot de gemeente Rijswijk en een deel valt onder de verantwoordelijkheid van RWS. 5. Het afvalcluster opsplitsen in onderdelen en die op locaties onderbrengen die minder grote ruimtelijke aanpassingen vergen. Hiervoor wordt gekeken naar een variant waarbij de overslag plaatsvindt op de Schieoevers in Delft Zuid, op of nabij het terrein van Avalex. Dit is grondgebied van de gemeente Delft. De Haagse Milieuservice wordt op de GAVI-kavel geplaatst en het Fietsendepot en de Haagse Straat Organisatie worden verplaatst naar een andere locatie in de Binckhorst. Scenario
Kenmerken
Scenario 1: Referentiescenario
Afvalcluster behouden op huidige locatie
Scenario 2: Inpakken en stapelen
Afvalcluster inpakken op: • Huidige locatie afvalcluster
Scenario 3B Verplaatsen naar GAVI-kavel of Westvlietweg
Afvalcluster verplaatsen naar: • Westvlietweg bedrijventerrein • GAVI-kavel
Scenario 4 Verplaatsen naar N-Kavel
Afvalcluster verplaatsen naar: • N-kavel • Uitbreiding N-kavel • Delftseweg 50
Scenario 5: Verplaatsen naar GAVI, Delft & SNW
Afvalcluster verplaatsen naar: • Schieoevers-Delft • Supernovaweg (Binckhorst) • GAVI-kavel
In de onderstaande paragrafen worden de scenario’s nader toegelicht. 22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
25
Projectgerelateerd
Per scenario is beschreven: • Belangrijkste bevindingen, incl. haalbaarheid volgens Model Integraal Afwegingskader; • Eigenschappen van de locatie; • De context: punten uit beleid, memo’s en visies en constateringen uit de ruimtelijke analyse; • Programma van eisen in het gebied (vlekkenplan) Per scenario is er een vlekkenplan gemaakt. Hierin is verbeeld hoe het Haagse afvalcluster verandert of landt op een andere locatie. Voor elk vlekkenplan is rekening gehouden met locatiespecifieke uitgangspunten, om zo te komen tot een realistische indeling van functies per scenario. Hierbij geldt de kanttekening dat er bij elk scenario ook andere functie-indelingen mogelijk zijn en dat, nadat er in een vervolgtraject voorkeursscenario’s worden aangewezen, een definitief schetsontwerp opgesteld dient te worden.
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
26
Projectgerelateerd
5.1
Scenario 1: Referentiescenario huidige locatie Binckhorst
5.1.1
Samenvatting beoordeling scenario 1
Tabel 1 Beoordeling referentiescenario Criterium
Oordeel
Scenario 1 functioneert als referentie-scenario. Het onderzoek maakt Lucht en stikstof inzichtelijk wat de impact is als het afvalcluster niet transformeert of Bodem Flora en fauna verplaatst. De belangrijkste bevindingen zijn: Omgevingsveiligheid • Doorontwikkeling Binckhorst onvoldoende mogelijk: Het Verkeer en mobiliteit afvalcluster neemt ca. 5,25 ha in beslag. Dit kan niet worden Reistijd gebruikt om groen en buitenruimte te creëren. Het is niet mogelijk Bereikbaarheid over water om het Waterfrontpark te ontwikkelen, waardoor de Haagse Klimaatadaptatie referentienorm voor groen en buitenruimte van 8 m² per Geur huishouden concreet niet kan worden bereikt. Transformeren of Geluid verplaatsen bieden wél kansen om te voldoen aan de Ruimte voor beheertaken referentienorm voor groen en buitenruimte. Archeologie/Cultuurhistorie • Onvoldoende ruimte voor beheertaken: In 2050 is sprake van een Energienet Planologisch kader grotere ruimteclaim voor o.a. parkeren, huisvesten van personeel Doorontwikkeling Binckhorst en stallen van afzetcontainers. Het referentiescenario biedt < €25 mio Bouw- en civiele kosten onvoldoende ruimte voor huisvesting van alle beheertaken. Er is + 0 mio/jr Logistieke kosten ook geen ruimte voor circulaire functies (koppelkansen). Voor Planeconomie activiteiten waarvoor geen ruimte is zal uitgeweken moeten worden naar andere locaties.
Prioriteit moet worden gegeven aan HSO, het zoutdepot van HSO en het ABS, omdat deze functies gebaat zijn bij een korte reisafstand naar de binnenstad. • Geur en geluid: Het is noodzakelijk om maatregelen te nemen op het gebied van geur en geluid om de transformatie naar een stadswijk in Binckhorst mogelijk te maken. Mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk voor activiteiten bij HMS en het AO. • Energienet: Een aansluiting op het energienet is een aandachtspunt. De netcapaciteit van het basisnet is onvoldoende voor de functies van het afvalcluster Dit is van toepassing op alle scenario’s en ontstaat door de toenemende behoefte voor het laden van vrachtwagens van HMS. • Overige criteria: Het scenario scoort op veel criteria positief. Benodigde vergunningen zijn al gerealiseerd en bereikbaarheid van en rondom het afvalcluster is ook in de toekomst geborgd. De bouwkosten voor dit scenario zijn ten opzichte van andere scenario’s laag, aangezien alleen onderhoud en renovatie van bestaande functies nodig is, zonder sloopwerkzaamheden of nieuwbouw.
egenda AO (Afvaloverslag) HM (Haagse Milieu ervices) H O (Haagse traat Organisatie) A
(Afvalbrengstation)
DH ( ietsendepot)
22 augustus 2025
M
(Mee oppelkansen)
BK1743-RP-0001
IGH (Industri le GrondstoffenHub) rekvliet Ontwikkellocatie scenario Milieuhindercontouren
ramlijn (Vlietlijn, planuitwerkingsfase)
27
Projectgerelateerd
5.1.2
Beschrijving Scenario 1: referentiescenario
Scenario 1 functioneert als referentie-scenario. Dit scenario maakt inzichtelijk wat de impact is op de transformatieopgave in de Binckhorst als het afvalcluster niet wordt getransformeerd of verplaatst. De context: relevante punten vanuit beleid, memo’s en visies • Bestuursovereenkomst Binckhorst (2023) Het Omgevingsplan Binckhorst schrijft een transformatiegebied voor van bedrijventerrein naar een dynamisch en duurzaam woon-werkgebied en biedt ruimte aan max. 5.000 woningen. Met een nieuw omgevingsplan kunnen dit 7.500 extra woningen worden (12.500 woningen in totaal). Doel van de bestuursovereenkomst is dat 4,6 ha aan hoge milieucategorie (HMC) bedrijventerrein op de Binckhorst planologisch komt te vervallen. De overeenkomst reserveert verder 1,6-1,9 ha aan planologische ruimte voor het afvalcluster. Deze ruimte valt buiten de genoemde 4,6ha en komt uit het surplus waar ook andere compensatieopgaven van Den Haag gebruik van kan maken. • Afvalcluster Inventarisatie huidig gebruik (2019) De activiteiten van HMS en AO brengen milieubelasting met zich mee, zoals geur en geluid. NB In de huidige situatie is geen sprake van overlast, omdat de bedrijfsactiviteiten zijn ingepast in en afgestemd op andere stedelijke functies in de nabijheid. Door het toevoegen van woningen in het gebied ontstaat een nieuwe situatie.
Mogelijk zijn de woningen niet te verenigen met bestaande milieubelasting en zijn maatregelen nodig om de milieubelasting te beperken of beter af te schermen.
Kenmerken scenario 1; locatie Binckhorst Oppervlakte
Eigendom
•
• Gemeente
Huidig terrein: circa 52.500 m2 • Excl. water voor afvaltransport over water (= ca. 8.000 m2)
Reeds aanwezige functies • HMS • ABS • HSO • AO • FDH.
Een relevant resultaat van de inventarisatie is dat de minst overlastgevende activiteiten (veegactiviteiten van HSO en FDH) het meeste baat hebben bij een locatie dicht bij het centrum. Voor veel andere activiteiten van HMS, HSO en AO die momenteel in de Binckhorst gevestigd zijn is nabijheid van de stad ook wenselijk, maar minder urgent voor het uitvoeren van werkzaamheden of voor de bereikbaarheid voor werknemers. • Rapportage De toekomst van afvallogistiek in Den Haag (2024) De ligging aan het water biedt voordelen op het gebied van verkeersbewegingen en duurzaamheid (minder CO2-uitstoot door minder transportbewegingen). •
Intergemeentelijke GebiedsProgramma Binckhorst (IGP; juni 2025)
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
28
Projectgerelateerd
Op dit moment nadert het Intergemeentelijk GebiedsProgramma (IGP) Binckhorst zijn voltooiing. Het IGP Binckhorst gaat over het toevoegen van 7.000 tot 8.000 woningen bovenop de 5.000 woningen uit het huidige omgevingsplan. Omdat de Vlietlijn hiervoor randvoorwaardelijk is wordt dit in de besluitvorming meegenomen. Deze besluitvorming over de Vlietlijn vindt tegelijkertijd in drie gemeenten plaats (Leidschendam-Voorburg, Rijswijk en Den Haag). Het IGP wordt na de zomer 2025 ter inzage gelegd. In het IGP worden voor het Parkkwartier Binckhorst ambities benoemd om hier, naast kantoren, cultuur, bedrijfsruimtes en voorzieningen, 1.200 tot 1.400 woningen te realiseren. Dit aantal is onderdeel van de in totaal 7.000 tot 8.000 woningen die extra in de Binckhorst worden gerealiseerd, bovenop de 5.000 woningen uit het huidige omgevingsplan Binckhorst. Daarnaast is het doel om voor het noodzakelijke groen om de Binckhorst en het nabijgelegen transformatiegebied CID leefbaar te houden hier een groot stadspark 'Waterfrontpark' te realiseren. De context: constateringen uit ruimtelijke analyse • De functie met de zwaarste milieucategorie betreft het AO. Het AO heeft een milieucategorie van maximaal 4.2. • Het huidige afvalcluster ligt in een economische zone Noordwest/Binckhorst. Nabij het huidige afvalcluster wordt BoogieWood gebouwd, een woon/bedrijfsgebouw met ongeveer 700 woningen.
Daarnaast is een omgevingsvergunning aangevraagd voor Bincker, een woontoren met 340 woningen. • Over de gehele Trekvlietzone Binckhorst is het Waterfrontpark geprojecteerd (Ruimtelijk Raamwerk Trekvlietzone 2021, Omgevingsplan Binckhorst 2018). Dit wordt gezien als groene schakel tussen de stad en de landgoederenzone. Het huidige afvalcluster is gelegen in het geprojecteerde Waterfrontpark. • Beide locaties zijn omgeven door de bomenrijen/ laanbeplanting, die deel uitmaken van een groter ecologisch netwerk van Den Haag. Nabij beide locaties is de laanbeplanting aan het Trekvlietplein, Binckhorstlaan, Mercuriusweg en Supernovaweg beeldbepalend. • Voor voetgangers en fietsers is er op regionaal en stedelijk niveau goede ontsluiting. Het cluster ligt echter wel direct aan een beoogde nieuwe regionale sterfietsroute (Trekfietstracé) en is vanwege de vaarweg ten behoeve van de overslag een complicerende factor. Met Velostrada en Trekfietstracé is de locatie op termijn goed bereikbaar voor langzaam verkeer. Programma van eisen in gebied Scenario 1 functioneert als referentie-scenario. Voor de verdeling van de functies van het afvalcluster is daarom de bestaande situatie aangehouden.
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
29
Projectgerelateerd
5.2
Scenario 2: Inpakken en stapelen op huidige locatie Binckhorst
5.2.1
Samenvatting beoordeling scenario 2
Scenario 2 is gericht op het comprimeren en innovatief inpakken van het afvalcluster op de bestaande locatie met als doel hindercontouren Tabel 2 Beoordeling nulscenario te verlagen en voldoende plek te bieden voor groen en buitenruimte. Criterium Oordeel • Doorontwikkeling Binckhorst alsnog beperkt: Het scenario maakt, Lucht en stikstof Bodem vanwege verkleinen van het terreinoppervlakte en het “groene” Flora en fauna dak, het mogelijk meer groen en buitenruimte te realiseren. Omgevingsveiligheid Vanwege uitpandige installaties (zoals ventilatieschachten) is het Verkeer en mobiliteit niet mogelijk om de kavel volledig te gebruiken voor buitenruimte. Reistijd Het scenario levert echter niet veel extra ruimte op. Er is Bereikbaarheid over water onvoldoende ruimte voor de in het IGP geprojecteerde woningen. Klimaatadaptatie • Geur en geluid: Inpakmaatregelen zorgen voor minder overlast Geur Groen/Geel van geur en geluid. Dit is relevant voor activiteiten storten en Geluid Groen/Geel verplaatsen van afval (AO), het wisselen van containers of Ruimte voor beheertaken Archeologie/Cultuurhistorie verplaatsen van grofvuil (HMS). Het geluid dat buiten te horen is Energienet vermindert sterk. Het is aannemelijk dat dit tot minder dan 100 Planologisch kader meter afstand wordt beperkt.
Echter, conform de standaardregels Doorontwikkeling Binckhorst uit het Groene Boekje blijven hindercontouren gelijk als in het > €300 mio Bouw- en civiele kosten referentiescenario en wordt dit scenario nog niet als “groen” + 0 mio/jr Logistieke kosten t.o.v. sc1 beoordeeld. Extra onderzoek is nodig om precies te bepalen hoe Planeconomie ver industrielawaai en geur verspreidt in dit scenario. • Bouw- en civiele kosten: Dit scenario is qua bouwkosten duidelijk duurder dan de andere scenario's, vanwege het opnieuw bouwen van alle functies en de behoefte aan meer daken, constructies en de inpakmaatregelen. Veel van de inpakmaatregelen zijn onzeker, waardoor rekening moet worden gehouden met extra risico-opslagen. • Bodem, Flora en Fauna en Omgevingsveiligheid: In tegenstelling tot scenario 1 scoren deze criteria “oranje”. De aanwezigheid van beschermde soorten dienen te worden uitgesloten of aangetoond. Omgevingsveiligheid dient verder te worden onderbouwd. Tenslotte zijn grondwerkzaamheden nodig op een locatie met verontreinigingen. Er is voor deze onderwerpen vervolgonderzoek nodig en moet rekening worden gehouden met mogelijke mitigerende maatregelen. • Overige criteria: Het scenario scoort op veel criteria gelijk als het referentiescenario. De situatie voor o.a. de reistijd van medewerkers, stikstof, logistieke kosten, verkeer en mobiliteit blijft identiek.
Scenario 2 Hindercontour overal 00 m
Hierboven komen overige functies gestapeld van het afvalcluster egenda AO (Afvaloverslag) HM (Haagse Milieu ervices) H O (Haagse traat Organisatie) A
(Afvalbrengstation)
DH ( ietsendepot) M
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
(Mee oppelkansen )
IGH 30(Industri leGrondstoffenHub) rekvliet Ontwikkellocatie scenario Milieuhindercontouren
Projectgerelateerd
5.2.2
Beschrijving Scenario 2: Binckhorst inpakken en stapelen
In dit scenario blijft het afvalcluster op de huidige locatie. Er is onderzocht of de ruimtelijke en milieu-impact beperkt kan worden door functies van het afvalcluster anders in te delen. Dit kan door functies te stapelen en ruimte-efficiënter te gebruiken.10 Ook worden functies ‘ingepakt’ om hindercontouren terug te dringen en meer groen te realiseren. De volgende maatregelen zijn genomen om de contouren terug te dringen11 en tegelijkertijd brandveiligheid waarborgen. • Geluidsdicht/-absorberend bouwen: Bij functies met hinderlijke geluidsbronnen is akoestische isolatie toegepast voor de gevels en daken, om deze geluidsdicht te maken. Ook een groendak draagt hier aan bij. Geluidsbronnen worden zoveel mogelijk in afgesloten ruimten (doos-indoos constructie) geplaatst.12 • Circulatie van gemotoriseerd verkeer binnen het gebouw: Alle circulatie van gemotoriseerd verkeer zal vanaf de Plutostraat inpandig in het gebouw plaatsvinden. Hiermee wordt overlast van geluid voor de omgeving beperkt. • Luchtdicht bouwen: Functies met geurhinder worden luchtdicht gebouwd. Hiervoor worden luchtdichte gevels gebruikt. Gevelopeningen worden Kenmerken scenario 2: Binckhorst inpakken en stapelen vermeden of, wanneer onontkoombaar, afsluitbaar gemaakt, zoals bij de entree Reeds aanwezige Oppervlakte Eigendom (over water én weg) van het AO.
functies Onderdeel hiervan zijn “speedgates” • Huidig terrein: • Gemeente • HMS waarbij twee poorten na elkaar worden circa 52.500 m2 • ABS geplaatst, waardoor een "sluis" ontstaat. • Excl. water voor • HSO Dit betekent dat de ene poort pas opent afvaltransport • AO als de andere volledig gesloten is, en vice over water (= • FDH. versa. ca. 8.000 m2) • Toepassen van luchtwassers en biofilters: Functies met geurhinder voorzien van luchtwassers. Deze systemen reinigen vervuilde lucht door deze intensief in contact te brengen met een wasvloeistof. Dit proces verwijdert geurcomponenten en andere schadelijke stoffen uit de lucht. • Maatregelen tegen broei: Maatregelen tegen broei worden toegepast bij functies die gevoelig zijn voor broei, zoals het AO. Dit omvat het gebruik van voldoende thermische isolatie, adequate hoogte en
10
“ tapelen” leidt echter weer tot een grotere ruimtebehoefte vanwege benodigde hellingen en trappenhuizen. Voor deze fase van het project zijn de maatregelen de hindercontouren terugdringen niet exact uitgewerkt. 12 T.b.v. de arbeidsomstandigheden dient de geluidhinder in het gebouw ook te worden beperkt. 11
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
31
Projectgerelateerd
•
effectieve ventilatie om broei te voorkomen. Broei kan namelijk geuroverlast veroorzaken. Op plekken waar broei voorkomt moet juist verse lucht naar binnen. Inpandige ruimten op onderdruk. Dit houdt in dat ruimten worden gerealiseerd waar de luchtdruk binnenin lager is dan de luchtdruk buiten. Dit principe wordt vaak toegepast in omgevingen waar de verspreiding van geuren (maar ook dampen of verontreinigende stoffen) naar de buitenomgeving moet worden voorkomen. In zo'n systeem stroomt lucht altijd van een gebied met hogere druk (buiten het gebouw) naar een gebied met lagere druk (binnenin het gebouw). Hierdoor wordt voorkomen dat geuren of verontreinigingen via kieren of openingen naar buiten lekken. In plaats daarvan worden ze gecontroleerd afgezogen.
De context: relevante punten vanuit beleid, memo’s en visies Zie scenario 1 voor relevante beleidspunten met betrekking tot de locatie Binckhorst. Aanvullend is voor scenario 2 relevant dat het inpakken van het afvalcluster ruimte moet bieden voor het realiseren van groen en buitenruimte én het realiseren van woningbouwambities. In dit kader zijn op de Binckhorst een aantal plannen vastgesteld of dermate vergevorderd dat ze worden meegenomen om de haalbaarheid van het afvalcluster hierop vast te stellen. De status van de genoemde projecten is terug te vinden in het document Projecten Binckhorst Stand van Zaken (september 2024) en voor The Grace in het Maatregelenpakket The Grace (juni 2024). Deze projecten zijn: Infrastructuur: • Velostrada Trekvlietplein: Het Trekvlietplein wordt heringericht als fietsstraat. Een brug over de Trekvliet verbindt CID met de Binckhorst voor langzaam verkeer. • Onderdoorgang Trekvlietbrug: Onderdoorgang voor langzaam verkeer onder de Mercuriusweg door is onderdeel van de nieuwe sterfietsroute Trekfietstracé en vormt de langzaam verkeersverbinding tussen Binckhorst Noordwest en de Trekvlietzone. Woningbouw: • The Grace (1.304) woningen): Aan de overzijde van de Trekvliet, tegenover het afvalcluster worden twee nieuwe woontorens gebouwd. In deze torens komen 1.304 woningen. • The Bincker (340) woningen): Dit omvat twee percelen.
Alleen het zuidelijk perceel, aangegeven op de kaart, zal bebouwd worden. De omgevingsvergunning is in december 2023 aangevraagd. In de woontoren komen 340 woningen. Een verkenning is gestart naar ontwikkeling van de noordelijke kavel. • BoogieWood (702 woningen): Beslaat 2 fases die na elkaar worden gebouwd. Start bouw heeft in december 2024 plaatsgevonden. Overig: • Bestaand Gas Overslagstation: Hoewel nog niet is vastgesteld, wordt onderzocht of het Gas Overslagstation kan worden verplaatst. In dit scenario is het uitgangspunt dat het wordt verplaatst. De context: constateringen uit ruimtelijke analyse • De zwaarste functie van het afvalcluster heeft een milieucategorie van maximaal 4.2. De werkelijke milieuhindercontouren worden naar verwachting lager door de inpakmaatregelen (zie begin van dit hoofdstuk) • Over de Trekvlietzone is het Waterfrontpark geprojecteerd (Ruimtelijk Raamwerk Trekvlietzone 2021, omgevingsplan Binckhorst 2018) dat wordt gezien als groene schakel tussen de stad en de landgoederenzone. Het huidige afvalcluster is gelegen binnen het geprojecteerde Waterfrontpark. • Beide locaties zijn omgeven door de bomenrijen/ laanbeplanting, die deel uitmaken van een groter ecologisch netwerk van Den Haag. Nabij beide locaties is de laanbeplanting aan het Trekvlietplein, Binckhorstlaan, Mercuriusweg en Supernovaweg beeldbepalend.
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
32
Projectgerelateerd
•
Voor voetgangers en fietsers is er op regionaal en stedelijk niveau goede ontsluiting. Het cluster ligt echter wel direct aan de beoogde regionale route (Trekfietstracé) en is daardoor een complicerende factor. Met Velostrada en Trekfietstracé is de locatie op termijn beter bereikbaar.
5.2.3
Ordening van functies in scenario 2
Programma van eisen in gebied In dit scenario zijn de functies van het afvalcluster efficiënter georganiseerd, door bepaalde functies van het afvalcluster te stapelen en de ontsluiting anders te organiseren. • Het afvalcluster heeft functies die alleen op het maaiveld gesitueerd kunnen worden (bijvoorbeeld het zoutdepot en het AO), maar functies die gestapeld kunnen worden zijn in dit scenario op de andere verdiepingen gesitueerd. Dit verkleint de benodigde terreinoppervlakte van het afvalcluster. • Het AO blijft behouden aan de vaargeul, maar wordt gespiegeld. Zodoende wordt de afstand tot woningen verkleind. Door inpakken vermindert de milieuhinder (van geur en geluid). Een inschatting van de impact op de milieuhindergrens is toegelicht in het MIA. • Ontsluiting over de weg verloopt via de Binckhorstlaan en Plutostraat. De ontsluiting over het water verloopt via de insteekhaven vanaf de Trekvliet
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
33
Projectgerelateerd
Bouwlaag 0
Bouwlaag 1
Bouwlaag 2
Bouwlaag 3
ak ark
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
34
Projectgerelateerd
3D-visualisatie van scenario
Huidige situatie
Toekomstige situatie
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
35
Projectgerelateerd
5.3
Scenario 3: Verplaatsen naar Westvlietweg of GAVI-kavel
5.3.1
Samenvatting beoordeling scenario 3A
Scenario 3A is gericht op het in zijn geheel verplaatsen van het Tabel 3 Beoordeling scenario 3A afvalcluster naar bedrijventerrein Vlietzone, nabij knooppunt A12-A4. Criterium Oordeel Dit scenario bevat een nieuwe ontsluitingsweg parallel aan de A4 Lucht en stikstof richting de Rotterdamsebaan en het realiseren van een vaargeul met Bodem insteekhaven voor transport van afval. De belangrijkste bevindingen: Flora en fauna • Doorontwikkeling Binckhorst mogelijk: Het huidige afvalcluster kan Omgevingsveiligheid volledig worden benut om groen en buitenruimte te creëren en de Verkeer en mobiliteit ambities voor woningbouw hoeven niet te worden verminderd. Reistijd Bereikbaarheid over water • Toekomstbestendig afvalbeheer haalbaar: Dit scenario biedt Klimaatadaptatie voldoende ruimte om aan de toekomstige vraag voor afvalbeheer Geur te voldoen. Er is ruimte beschikbaar om circulaire koppelkansen Geluid te realiseren. Daarmee draagt het scenario ook positief bij aan de Ruimte voor beheertaken transitie van afval naar grondstof en de circulaire economie. Archeologie/Cultuurhistorie • Logistieke kosten nemen toe: De ongunstige locatie drijft kosten Energienet vooral bij HSO op. Dit komt door de grote afstand tot de Planologisch kader binnenstad en het feit dat een deel van de voertuigen geen gebruik Doorontwikkeling Binckhorst kunnen maken van de Rotterdamsebaan en de snelwegen.
> €275 mio Bouw- en civiele kosten + 5 mio/jr Logistieke kosten t.o.v. sc1 • Watergebonden afvaloverslagstation drijft civiele kosten op. Er Planeconomie dient een vaargeul te worden gerealiseerd om het AO te bereiken. Aangezien het afvalcluster op een lager niveau is gelegen dan de het Rijn-Schiekanaal is dit een complexe en dure ingreep. Er dienen verder een (beweegbare) brug aan de Westvlietweg en waterkeringen parallel aan de vaargeul te worden gerealiseerd. De ontwikkeling van deze watergang kan tegenstrijdig zijn met het principe ‘water en bodemsturend’. • Het scenario kleurt op veel criteria oranje. Dit betekent dat mitigerende maatregelen, wijzigingen in omgevingsplan en/of aanvullende onderzoeken nodig zijn om dit scenario mogelijk te maken. • Energienet: Het afvalcluster bevindt zich in een verzorgingsgebied met wachtrij voor een netaansluiting Het verkrijgen van een netaansluiting vormt een belemmering, dit speelt specifiek voor HMS. • Reistijd voor medewerkers. Bereikbaarheid via OV is matig. Voor medewerkers bij HSO en HMS, die vaak geen auto hebben, is dit essentieel. Dit is ook risicovol voor bezoekers van het FDH. • Verkeer en mobiliteit: Het afvalcluster wordt ontsloten via een nieuwe ontsluitingswegen. De infrastructuur moet echter zodanig ingericht worden dat de gehele verkeersstroom veilig wordt geleid.
• Bestaande woningen liggen op een afstand van meer dan 300 meter van het AO. Die afstand is voldoende om geur- en geluidshinder te reduceren.
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
36
Projectgerelateerd
5.3.2
Samenvatting beoordeling scenario 3B
In Scenario 3B is onderzocht of het mogelijk is om het afvalcluster in zijn geheel te verplaatsen naar de GAVI-kavel, nabij knooppunt A12A4. In dit scenario wordt op dezelfde plek als scenario 3A een vaargeul met insteekhaven gerealiseerd voor het transport van afval. De haalbaarheid van scenario 3B toont veel gelijkenissen met scenario 3A. Specifieke voorbeelden hiervan zijn: • Doorontwikkeling Binckhorst mogelijk • Toekomstbestendig afvalbeheer haalbaar • Watergebonden afvaloverslagstation drijft civiele kosten op • Netaansluiting is een aandachtspunt • Het scenario kleurt op veel criteria oranje. Dit betekent dat in dit scenario ook mitigerende maatregelen, wijzigingen in omgevingsplan en/of aanvullende onderzoeken nodig zijn.
Tabel 4 Beoordeling scenario 3B Criterium Lucht en stikstof Bodem Flora en fauna Omgevingsveiligheid Verkeer en mobiliteit Reistijd Bereikbaarheid over water Klimaatadaptatie Geur Geluid Afvalbeheer en CE Archeologie/Cultuurhistorie Energienet Planologisch kader Doorontwikkeling Binckhorst Bouw- en civiele kosten Logistieke kosten t.o.v. sc1 Planeconomie
Oordeel
Scenario 3B kent echter ook verschillen ten opzichte van scenario 3A: • Logistieke kosten: De logistieke kosten zullen in scenario 3B > €275 mio eveneens stijgen. In tegenstelling tot scenario 3A zal de ontsluiting + 5,5 mio/jr niet via de Rotterdamsebaan plaatsvinden, maar via Ypenburg of de A12. De lage tractievoertuigen van HSO hebben ook hier geen toegang toe. Deze voertuigen zullen daarom moeten omrijden om de binnenstad te bereiken, wat resulteert in extra logistieke lasten. • Minder verwachte geluidshinder van voertuigen in scenario 3B: In scenario 3A is het noodzakelijk om een nieuwe ontsluitingsweg aan te leggen. Langs deze nieuwe weg bevinden zich enkele geluidgevoelige gebouwen, waarbij verwacht wordt dat het geluid van de nieuwe weg hoger zal zijn dan de standaardwaarde, waardoor mitigerende maatregelen moeten worden onderzocht. Ook in scenario 3B komt er een nieuwe ontsluiting, vanaf het AO naar de GAVI-kavel, naar de Ypenburgse Stationsweg. Dit is een andere ontsluiting dan in 3A en zal korter zijn en niet langs geluidgevoelige gebouwen lopen. • Reistijd voor medewerkers: Daarnaast verschilt de reistijd voor medewerkers tussen beide scenario's. In scenario 3A is de bereikbaarheid van de locatie via openbaar vervoer matig. Voor medewerkers van HSO en HMS, die vaak geen auto hebben, is dit belangrijk. In scenario 3B is de bereikbaarheid per OV ook matig.
Daarbovenop is de fietsafstand ongunstiger: de fietstijd vanuit Laakkwartier bedraagt meer dan 15 minuten.
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
37
Projectgerelateerd
5.3.3
Beschrijving Scenario 3A en 3B: verplaatsen naar Westvlietweg of GAVIkavel
In scenario 3 is onderzocht of het mogelijk is om het afvalcluster te verplaatsen rondom knooppunt A12-A4. Op basis van een sessie met gebiedsspecialisten is besloten om twee varianten uit te werken in een vlekkenplan, om deze vervolgens te onderzoeken op haalbaarheid: • Scenario 3A (Westvlietweg) focust op een afvalcluster op het bedrijventerrein Vlietzone. • Scenario 3B (GAVI-kavel) focust op een afvalcluster op de GAVI-kavel, behoudens de watergebonden functie het afvaloverslag. De locaties A. Bedrijventerrein Westvlietweg: Het bedrijventerrein Westvlietweg ligt tegen de A12 aan, aan de oostzijde van Den Haag. De locatie is onderdeel van de Vlietzone. In de omgeving van de locatie bevinden zich sportvoorzieningen en woningen. Het gebied grenst aan het kanaal Zuidvliet. Op dit moment wordt op het bestaande bedrijventerrein van Westvlietweg ca. 12,6 ha effectief gebruikt voor bedrijvigheid. Daarnaast zijn er ook een aantal woningen aan de zijde van de Zuidvliet. B. GAVI-Kavel: GAVI staat voor Geïntegreerde Afvalverwerkingsinstallatie. Het terrein (kavel) was ooit bedoeld voor een afvalverwerkingsinstallatie. Uiteindelijk is de afvalverwerkingsinstallatie in regio Rotterdam terechtgekomen en het afvaloverslagstation in Binckhorst. De gemeente wil dit terrein nu gebruiken voor voorzieningen, zoals een tramremise en een bedrijventerrein.
Kenmerken scenario 3; locatie Westvlietweg en GAVI-kavel Oppervlakte •
Bedrijventterein Westvlietweg: 462.000 m2
Eigendom
Reeds aanwezige functies
• Niet gemeentelijk eigendom
• Bedrijfsruime en kantoorruimte • Braakliggend
De context: relevante punten vanuit beleid, memo’s • GAVI-kavel: terrein met • Gemeente 277.000 m2 tijdelijke en visies voorzieningen. • Toekomstbeeld Vlietzone (2024) Er is aandacht voor recreatieve ruimtes, versterking van groen-blauwe verbindingen en behoud van het historische en culturele karakter van de Vlietzone. • + + +
Ambitiedocument A4-Vlietzone Den Haag (2021) Identiteit van het A4-Vlietzone als gebied met vele gezichten waarborgen. Historische/ recreatieve decor van Vliet versterken, met ruimte voor werken, sport en ontspanning. A4-Vlietzone als gezond en vitaal vestigingsklimaat voor bedrijven.
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
38
Projectgerelateerd
O O • +
≈
De Westvlietweg kan transformeren naar een lineair ‘Vlietpark’ met fietsstraat. Een nieuw groen en recreatief profiel waar de auto te gast is (fietsstraat). Verbreding A4-passage gepland voor 2023-2028. Extra ruimtebeslag hiervan is beperkt. Visie bedrijventerrein Westvlietweg (2020) Provincie: Planologische bescherming van watergebonden bedrijventerreinen vanwege het economische belang en bijdrage aan duurzame mobiliteit. Goederenvervoer over water staat hoog op agenda. De ontsluiting via de Westvlietweg is niet optimaal vanwege het smalle profiel en is daarmee niet geschikt voor vrachtverkeer en er wordt overlast en verkeersonveiligheid ervaren door omwonenden.
De context: constateringen uit ruimtelijke analyse Het gebied kent diverse groene elementen, waaronder oude bossen die deel uitmaken van de ecologische verbinding en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het vijfslagenlandschap, gekenmerkt door vijf rechte sloten, is typerend voor het gehele gebied. De omgeving Westvliet maakt deel uit van de landgoederenzone. Belangrijke zichtlijnen lopen van de monumenten richting het bedrijventerrein Westvlietweg. Langs de Westvlietweg en de Ypenburgse Stationsweg bevinden zich lange lijnen met bomenrijen. De Westvlietweg fungeert als culturele en recreatieve route, waar logistiek vervoer niet goed aansluit. Tevens is het noordelijke deel van de Vlietzone beperkt bereikbaar voor grote schepen vanwege bruggen, vanaf de Nieuwe Tolbrug (ook wel het Kippenbruggetje). De brug heeft een brugopening van 7,5 meter. Het schip dat wordt ingezet voor het vervoer van afval over water is 6 meter breed (zie beoordeling Bereikbaarheid over Water). Het zuidwestelijke deel van de GAVI-kavel heeft een archeologische waarde. Deze kavel is goed bereikbaar met het openbaar vervoer, in tegenstelling tot andere kavels. Mogelijk kunnen deze locaties beter worden verbonden met de Koningscorridor. De ontsluitingsweg vanuit de GAVI-kavel (Ypenburgseboslaan) is kwetsbaar en reeds overbelast.
De GAVI-kavel en het bedrijventerrein Westvlietweg hebben grotendeels een bestemming als bedrijventerrein met een hoge milieucategorie.
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
39
Projectgerelateerd
5.3.4
Ordening van functies in scenario 3A (Westvlietweg)
Scenario 3a (Westvlietweg) focust op een afvalcluster op het bedrijventerrein Westvlietweg. Voor de ordening van de functies zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. 1. Alle functies zoveel mogelijk concentreren op/rondom één plek.13 2. Hindercontour en locatie afvaloverslagstation: Het AO en de industriële demontage- en sorteerfaciliteit (circulaire koppelkans) hebben een richtafstand van 300 meter. 14 Daarom zijn deze op voldoende afstand van de bestaande woonwijk Leeuwenburgh geplaatst. De locatie van de afvaloverslag is gebaseerd op richtafstand en de te ontwikkelen insteekhaven. Voor de ontsluiting van de afvaloverslag via het water is een insteekhaven noodzakelijk. Deze insteekhaven is gepland in zoveel mogelijk onbebouwd gebied. Om het AO met het kanaal te verbinden, is een bocht noodzakelijk. De geometrie van de insteekhaven is gebaseerd op de richtlijn vaarwegen en een maatgevend schip-bak combinatie van 6 x 70 m. De totale kanaalbreedte bedraagt 25 meter, inclusief waterkering 50 meter. Voor deze fase van het project is de geometrie indicatief. Eventuele precisering vindt plaats in het vervolgtraject. 3. Synergievoordelen: De functies van het ABS en HMS zijn gekoppeld, zoals op de Binckhorst. ABS en HMS nemen meer ruimte in beslag indien ze niet naast elkaar zijn geplaatst. 4.
Ontsluiting: De ontsluiting over de weg verloopt via de Rotterdamse Baan en een nieuwe parallelweg langs de A4 die een verbinding vormt tussen bedrijventerrein Westvlietweg en de Rotterdamse Baan. Deze weg zit nog in de initiatieffase en er zijn nog geen middelen voor beschikbaar. Voor dit scenario is dit een randvoorwaardelijke verbinding. 15 In het Verkeersonderzoek Westvlietweg (Antea, 2024) is deze verbinding onderzocht, daarin wordt voorgesteld de Westvlietweg uitsluitend te gebruiken voor bestemmingsverkeer. Het bestaande bedrijventerrein Westvlietweg wordt momenteel alleen ontsloten via de Westvlietweg. De Westvlietweg loopt langs de Zuidvliet en door de landgoederenzone bestaande wens om dit te transformeren tot een recreatieve route (Toekomstbeeld Ambitiedocument Vlietzone, Provincie Zuid-Holland, november 2022). De nieuwe verbinding van het afvalcluster met de Rotterdamse Baan biedt de mogelijkheid om het bedrijventerrein Westvlietweg via dezelfde route te ontsluiten. Hierdoor kan de bestaande ontsluiting van het bedrijventerrein en de Westvlietweg komen te vervallen. 5. Bezoekers & nabijheid OV: De meer publieke functies (ABS & FDH) zijn dicht langs de nieuwe toegangsweg geplaatst richting de Rotterdamsebaan. Er is geen ov-halte in de nabijheid van deze locatie.
Functies met bezoekers, zoals het afvalbrengstation en het FDH, vormen de entree van het afvalcluster om de vindbaarheid te vergroten. De kaartweergaven hierna tonen de indeling en de ontsluiting van dit scenario, alsmede de hindercontour.
13
Aan de Westvlietweg liggen ook de Sligro- en CEVA-kavels. Dit zijn potentiële locaties voor afvalclusterfuncties maar zijn in dit onderzoek niet verder benut voor de bovenstaande scenario’s. De voornaamste redenen hiervoor zijn: (1) het uitgangspunt om het afvalcluster zoveel mogelijk op één locatie te ontwikkelen. (2) deze kavels kunnen uitsluitend over de weg worden ontsloten via de Westvlietweg, die volgens het Toekomstbeeld Ambitiedocument Vlietzone (2024) een beoogde recreatieve route wordt waar de auto te gast is. De afvaloverslag zorgt voor zwaar logistiek verkeer, wat niet goed samengaat met de beoogde recreatieve functie. (3) Vanwege de ligging aan het water zouden deze kavels ook worden ingezet voor watergebonden afvaloverslag. Echter, bij de Sligro-kavel is onvoldoende ruimte om een insteekhaven te realiseren conform de richtlijnen voor vaarwegen. 14 Het betreft 200 meter in gemengd gebied zoals de Binckhorst en 300 meter in rustig woongebied zoals in dit scenario. 15 Kosten hiervoor zijn opgenomen in criterium bouw- en civiele kosten. 22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
40
Projectgerelateerd
Ontsluiting over de weg via otterdamsebaan
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
41
Projectgerelateerd
5.3.5
Ordening van functies in scenario 3B (GAVI-kavel)
De belangrijkste uitgangspunten voor de indeling van functies bij de GAVI-kavel zijn gelijk aan de uitgangspunten van 3A. Aanvullend gelden voor de scenario 3B de volgende uitgangspunten: 1. De locatie van het afvaloverslagstation (AO) blijft gelijk. . 2. De industriële demontage- en sorteerfaciliteit (koppelkans) is de functie met de grootste richtafstand en is op grotere afstand van woningen geplaatst. 3. Van de meer publieke functies is het FDH relatief gezien het dichtst bij station Ypenburg geplaatst. 4. Invulling GAVI-kavel: Voor de invulling van de GAVI-kavel is er gebruik gemaakt van de Nota van Uitgangspunten GAVI-kavel 1B (nov 2024). De Nota van Uitgangspunten (NvU) is opgesteld zonder de intentie om het afvalcluster op deze locatie te plannen. Echter, de NvU biedt een solide basis voor ruimtelijke ordening, waardoor deze als uitgangspunt heeft gediend. Voor de ruimtelijke inpassing van het afvalcluster zijn daarom de volgende ruimtelijke uitgangspunten overgenomen van de nota: Kavelindeling; Handhaving van tramremise; Milieucategorie; en Watersysteem. Op andere onderdelen wijkt het afvalcluster af van de NvU, zoals de beoogde FSI en de uitbreiding van Technology Park Ypenburg. 5. Ontsluiting: De ontsluiting over de weg verloopt voor de GAVI-kavel via de Ypenburgse stationsweg, conform de NvU.
Het afvaloverslagstation wordt via de weg ontsloten conform scenario 3, variant 3b (Verkeersonderzoek Westvlietweg). De ontsluiting over het water verloopt via de insteekhaven vanaf de Vliet. De kaartweergaven hierna tonen de indeling van het afvalcluster, de ontsluiting van dit scenario en de hindercontour.
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
42
Projectgerelateerd
1.
egenda AO (Afvaloverslag) HM (Haagse Milieu ervices) H O (Haagse traat Organisatie) A
(Afvalbrengstation)
DH ( ietsendepot) M
(Mee oppelkansen)
IGH (Industri le GrondstoffenHub) Vliet Ontwikkellocatie scenario Milieuhindercontouren ramlijn (Vlietlijn, lange termijn) Ontsluitingsweg
Ontsluiting over de weg via kruising penburgse stationsweg
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
43
Projectgerelateerd
5.4
Scenario 4: Verplaatsen naar omgeving N-Kavel
5.4.1
Samenvatting beoordeling scenario 4
Scenario 4 is gericht op het verplaatsen naar N-Kavel en omgeving. Tabel 5 Beoordeling scenario 4 Dit is bij knooppunt A13-A4, nabij de Rotterdamsebaan, de A4 en het Criterium Oordeel Rijn-Schiekanaal. De belangrijkste bevindingen voor dit scenario: Lucht en stikstof • Doorontwikkeling Binckhorst mogelijk: Het huidige afvalcluster kan Bodem volledig worden benut om groen te creëren en de Flora en fauna woningbouwambities in Binckhorst te realiseren. Omgevingsveiligheid • Onvoldoende ruimte voor het afvalcluster: Er is te weinig ruimte Verkeer en mobiliteit beschikbaar om het gehele afvalcluster te verplaatsen. Het is ook Reistijd Bereikbaarheid over water twijfelachtig of de locatie voldoende ruimte biedt voor een Klimaatadaptatie insteekhaven voor het AO. Daarnaast zorgt de nauwte en het talud Geur van de N-kavel voor beperkingen om te manoeuvreren. Dit is Geluid ongunstig voor grote voertuigen van HMS en AO. Ruimte voor beheertaken • Planeconomische kosten: Dit scenario brengt aanzienlijke Archeologie/Cultuurhistorie planeconomische kosten met zich mee en het Energienet grondverwervingsproces kan complex zijn door het grote aantal Planologisch kader verschillende grondeigenaren. Door de vele verschillende Doorontwikkeling Binckhorst grondeigenaren is het grondverwervingsproces uitdagend.
De > €325 mio Bouw- en civiele kosten + € 0,5 insteekhaven van het AO zorgt er voor dat een tramlijn en een Logistieke kosten t.o.v. sc1 mio/jr fietsstraat aan de Delftweg dienen te wijken en worden vervangen Planeconomie voor een tunnel. Dit, en het aanleggen van de insteekhaven zelf, gaat gepaard met hoge kosten en wezenlijke risico’s. • Rijksmonument beperkt ontwikkeling: Op de Delftsweg staat een rijksmonument. Deze dient behouden te blijven. Dit beperkt de realisatie van het AO. • Verkeerssituatie onder druk: Dit scenario scoort als enige negatief op het criterium verkeer en mobiliteit, omdat het scenario leidt tot nieuwe aandachtspunten t.a.v. verkeersveiligheid, vanwege de ongunstige opritten naar de kavels en het resulteert in meer dan 10% toename van de doorstroomcapaciteit. • Locatie matig bereikbaar met fiets. Er is geen fietsroute aanwezig die grenst aan het perceel. Vanaf de locatie is geen veilige oversteek mogelijk. Dit is relevant voor HMS, HSO en FDH. Deze situatie dient te worden verbeterd om op een verantwoorde manier fietsverkeer mogelijk te maken. • Dit scenario ontvangt in het afwegingskader het minst aantal positieve beoordelingen op de haalbaarheid.
Daar tegenover staat dat dit het enige scenario is waarin er waarschijnlijk geen belemmeringen zijn voor het verkrijgen van een netaansluiting en de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem voldoende bekend is. De milieuhygiënische kwaliteit voldoet aan de functies van het afvalcluster.
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
44
Projectgerelateerd
5.4.2
Beschrijving Scenario 4: Afvalcluster verplaatsen naar omgeving N-kavel
In scenario 4 is onderzocht of het mogelijk is om het afvalcluster te verplaatsen naar drie verschillende kavels nabij de Rotterdamsebaan, de A4 en het RijnSchiekanaal. De locaties N-Kavel: Deze locatie maakt onderdeel uit van Industrielandschap Plaspoelpolder (IPP) en is gelegen aan de Laan van Hoornwijck. Het betreft het voormalige bouwterrein van de Rotterdamsebaan en er is nu een grote parkeerplaats te vinden. Door de ligging aan de Rotterdamsebaan, de A4 en de toegang tot de A13 is deze locatie goed bereikbaar. Tevens is het een centrale plek in de regio met een goede ontsluiting. Aan de andere kant van de Laan van Hoornwijck ligt de Avalex Milieustraat Rijswijk. • Uitbreiding N-Kavel: De N-Kavel loopt verder richting de Vliet, via een strook langs de uitritten van de Rotterdamsebaan en de A4. Deze strook fungeert nu als een berm/afscheiding tussen de uitrit van de A4 en de Fleminglaan. Langs de Fleminglaan is een bedrijventerrein gevestigd. • Delftseweg 50 e.o. Op deze verouderde trainingslocatie van de HTM staat een landhuis met monumentale waarde. Door de ligging aan het kanaal is hier de mogelijkheid een watergebonden overslagstation te realiseren. Dankzij de ligging nabij de A4, de A13 en de Rotterdamsebaan zijn deze locaties goed bereikbaar. Wel dient er rekening gehouden te worden met de Delftweg als doorgaande weg met een frequente tramverbinding
Kenmerken scenario 4: locatie Westvlietweg en GAVI-kavel Oppervlakte
Eigendom
Reeds aanwezige functies
•
N-Kavel: 13.850 m2
• IPP
• Parkeerplaats
•
Uitbreiding NKavel: 20.000 m2
• Gemeente • Rijkswaterstaat
• Groen
• Rijswijk • Privaat
• Woningen • Monumentaal landgoed.
• Delftweg 50 e.o. 35.000 m2
De context: relevante punten vanuit beleid, memo’s en visies • Memo aan het dagelijks bestuur van het IPP Haaglanden m.b.t. het project N-Kavel (2024) ≈ Het ontwikkelen van een P&R parkeergarage locatie is hier een serieuze optie. O De N-Kavel is een belangrijke zichtlocatie bij de entree van de Rotterdamsebaan.
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
45
Projectgerelateerd
•
Omgevingsplan Rijswijk ≈ In het Omgevingsplan Rijswijk beschrijft gemeente Rijswijk het streven om de Plaspoelpolder te revitaliseren door selectieve transformatie van leegstaande kantoren aan de randen naar woningen, met behoud van de kernfunctie als hoogwaardig bedrijventerrein in het middengebied. ≈ Het Havenkwartier in Rijswijk bevindt zich aan de overzijde van het AO in scenario 4. Gemeente Rijswijk heeft in het Havenkwartier plannen om ongeveer 2.000 tot 2.500 woningen in verschillende deelplannen te realiseren (o.a. in Harbourpark, UrbanParks en Havenmeester). Het AO kan qua zicht en geurhinder en evt. geluidshinder contrasterend zijn met deze plannen.
De context: constateringen uit ruimtelijke analyse • Het Landhuis op de locatie Delftweg 50 is een monumentaal gebouw. De Landgoederenzone ligt naast de N-Kavel, zorg ervoor dat de zichtlijnen niet worden verstoord. • De locatie Delftweg 50 is verbonden met de Schie, wat de mogelijkheid biedt om een insteekhaven te maken. • De Delftweg en de Laan van Hoornwijck zijn twee hoofdstructuren met bomenlanen, en zijn ook belangrijke routes voor fietsers en openbaar vervoer. De Delftweg is een fietsstraat met een tramlijn die parallel loopt, uitdagend voor vrachtverkeer – en kan dus niet worden gebruikt door HMS en het AO. • De locaties liggen naast een verkeersknooppunt en een gemengd gebied met bedrijfs-, commercieel en woonfuncties. Er zijn 10 rijwoningen in de locatie Delftweg 50. De aankoop van de particuliere grond moet worden beschouwd als uitgangspunt voor de nieuwe functies die komen gaan.
5.4.3
Ordening van functies in scenario 4
Programma van eisen in gebied Voor de ordening van de functies zijn de volgende onderdelen bepalend geweest: • Beperkte ruimte beschikbaar: Voor het afvalcluster is minder ruimte beschikbaar dan noodzakelijk. Derhalve zijn er keuzes gemaakt. Het FDH is kleiner dan het PvE (3.200 m² in plaats van 5.000 m²). Het ABS is niet ondergebracht. Mogelijk kan de locatie van Avalex in Rijswijk, nabij deze kavel, hiervoor worden aangewend. • Positionering AO Het AO moet vanwege de watergebonden functie naast het kanaal geplaatst worden. Voor de ontsluiting van de afvaloverslag via het water is een insteekhaven noodzakelijk. De geometrie van de insteekhaven is gebaseerd op richtlijn vaarwegen en een maatgevend schip-bak combinatie van 6 x 70 m. De kanaalbreedte bedraagt minimaal 25 meter. Gezien de beperkte ruimte wordt er gewerkt met een keermuur in plaats van een dijk. Voor deze fase van het project is de geometrie indicatief. Het AO heeft een hindercontour van 300 meter16 en dit valt over Plaspoelpolder in de gemeente Rijswijk heen. Dit is een transformatiegebied naar wonen-werken conform het Ontwerp Omgevingsvisie (2024) • Positionering FDH: Er is een tramhalte in de nabijheid van deze locatie. Het FDH is nabij de tramhalte Laan van 's-Gravenmade geplaatst. Beperkingen: De locatie heeft verschillende beperkingen waar rekening mee gehouden moet worden.
Hieronder een kort opsomming van de belangrijkste knelpunten: • Talud: Aan de zuidzijde grenzen de kavels aan een talud voor het knooppunt Rijswijk-Plaspoelpolder. • Ontsluiting: Het scenario bestaat uit verschillende kavels die worden doorsneden door verbindingswegen van en naar het knooppunt Rijswijk-Plaspoelpolder. Hierdoor heeft elke kavel een eigen ontsluitingsweg. De meest oostelijke kavels worden ontsloten vanaf de Laan van Hoornwijck, terwijl de meest westelijke kavel wordt ontsloten vanaf de Flemminglaan. De Delftweg wordt niet gebruikt voor de ontsluiting, omdat dit een fietsstraat is.