RIS325198 Bijlage 1 Eindapportage Haalbaarheidsonderzoek Afvalcluster Binckhorst
Tekst van het document
RAPPORT Haalbaarheidsonderzoek Afvalcluster Binckhorst Eindrapportage Klant:
Gemeente Den Haag
Referentie:
BK1743-RP-0001
Status:
A4/C01
Datum:
22 augustus 2025
Projectgerelateerd
HASKONING NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Mobility & Infrastructure
Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 88 348 20 00 Fax: +31 33 463 36 52 Email: info@rhdhv.com Website: royalhaskoningdhv.com
Titel document: Ondertitel: Referentie: Uw kenmerk Status: Datum: Projectnaam: Projectnummer:
Haalbaarheidsonderzoek Afvalcluster Binckhorst Eindrapportage BK1743-RP-0001 BK1743 A4/C01 22 augustus 2025 Afvalcluster Binckhorst BK1743
Classificatie:
Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. Haskoning Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van Haskoning Nederland B.V. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
ii
Projectgerelateerd
Inhoud Management samenvatting
1
1
Introductie
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Het haalbaarheidsonderzoek
8
1.3
Totstandkoming haalbaarheidsonderzoek
9
2
Het huidige afvalcluster
11
3
Programma van Eisen Haags afvalcluster
12
3.1
Programma van Eisen voor toekomstbestendig afvalcluster
12
3.2
Koppelkansen voor transitie naar circulaire economie
14
4
Beoordelen scenario’s o.b.v. Model Integraal Afwegingskader (MIA)
16
4.1
Onderzoekscriteria
16
4.2
Overzicht onderzoeksresultaten
21
4.3
Beoordeling kostencriteria
22
5
Scenario’s
25
5.1
Scenario 1: Referentiescenario huidige locatie Binckhorst
27
5.2
Scenario 2: Inpakken en stapelen op huidige locatie Binckhorst
30
5.3
Scenario 3: Verplaatsen naar Westvlietweg of GAVI-kavel
36
5.4
Scenario 4: Verplaatsen naar omgeving N-Kavel
44
5.5
Scenario 5: Verplaatsen naar GAVI, Delft en Supernovaweg
50
Bijlage 1 Expertbeoordelingen scenario’s o.b.v. MIA Bijlage 2 Functie-indeling en vlekkenplan per scenario Bijlage 2 Afvalcluster ruimtelijk programma in 2050 (PvE)
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
iii
Projectgerelateerd
Management samenvatting Bedrijventerrein de Binckhorst wordt langzaam omgevormd tot een gemengde stadswijk waar mensen kunnen wonen en werken. Eén van de geplande woningbouwontwikkelingen ligt rond het Haagse afvalcluster en valt binnen de huidige hindercontouren. Het afvalcluster omvat momenteel circa 5,25 hectare en huisvest de volgende functies: • afvalinzameldienst de Haagse Milieuservice (HMS); • het afvalbrengstation voor bewoners (ABS); • de Haagse Straatorganisatie (HSO); • het watergebonden afvaloverslagstation (AO); en • het Fietsendepot Haaglanden (FDH). De verandering van de Binckhorst naar hoogstedelijk woon- en werkgebied vraagt om verplaatsing of vernieuwing van het afvalcluster. Dit haalbaarheidsonderzoek1 onderzoekt of transformeren of (gedeeltelijk) verplaatsen van de afvalclusterfuncties mogelijk is ten behoeve van de doorontwikkeling van de Binckhorst tot hoogstedelijke wijk voor wonen en werken. Dit haalbaarheidsonderzoek is gericht om per scenario feitelijke inzichten te verkrijgen, zonder noodzakelijkerwijs een keuze te maken voor een scenario. Programma van Eisen afvalcluster in 2050 (PvE) Bij aanvang van het onderzoek is een PvE opgestelde die per functie de benodigde vloeroppervlakte beschrijft en (op hoofdlijnen) welke specifieke eisen aan de functie gekoppeld zijn. Dit is gedaan voor de situatie in 2050.
Dit helpt om voldoende rekening te houden met een toename in werkzaamheden als gevolg van demografische ontwikkelingen, een intensivering van de te verzorgen openbare ruimte en verandering in werkzaamheden als gevolg van beleid en wet- en regelgeving. Daarnaast beschrijft het PvE functies die op dit moment nog geen onderdeel uitmaken van het Haagse afvalcluster, maar die met het oog op ambities op circulaire economie en regionale samenwerking wel veel potentie hebben. De verkenning van vijf scenario’s Het onderzoek verkent vijf hypothetische scenario’s en geeft per scenario inzichten over de haalbaarheid. Voor elk scenario is een vlekkenplan gemaakt waarin het PvE is geprojecteerd. De onderzochte scenario’s zijn: 1. Het referentiescenario: is het afvalcluster zonder aanpassingen behouden op de huidige plek. Dit is het scenario dat inzichtelijk maakt wat de impact is als Den Haag het afvalcluster niet transformeert of verplaatst en welke impact dit heeft op de transitieopgave in de Binckhorst. 2. Het afvalcluster in Binckhorst transformeren door het in te pakken en te stapelen 3. Het afvalcluster als geheel verplaatsen naar bedrijventerrein Westvlietweg of de GAVI-kavel (rondom knooppunt A4-A12) 4. Het afvalcluster als geheel verplaatsen naar de N-kavel en omgeving (rondom knooppunt A13-A4) 5.
Het afvalcluster geheel verplaatsen en opsplitsen over kavels op de Schieoevers-Zuid in Delft, GAVIkavel en Supernovaweg. Voor elk scenario is, met uitzondering van het referentiescenario, een vlekkenplan ontwikkeld. Deze zijn opgesteld vanuit een "brownfield-benadering". Dit betekent dat de vlekkenplannen uitgaan dat nieuwe functies kunnen worden gerealiseerd op een gebied met bestaande functies en dat bestaande gebouwen en functies moeten worden verplaatst. Echter, de vlekkenplannen houden waar mogelijk wel rekening met beperkingen van bestaande gebouwen en functies. Beoordelen van de haalbaarheid van de scenario’s o.b.v. het Model Integraal Afwegingskader (MIA) 1
In opdracht van Dienst Stedelijke Ontwikkeling van gemeente Den Haag (DSO).
22 augustus 2025
Projectgerelateerd
Vakexperts beoordeelden vervolgens de scenario’s op de criteria uit het MIA. Dit biedt inzicht over de haalbaarheid per scenario. Het MIA maakt inzichtelijk hoe feitelijk haalbaar een scenario is. Het MIA bestaat uit meerdere criteria die uitspraak doen over de maatschappelijke, ecologische, ruimtelijke of economische haalbaarheid van een scenario. Het afwegingskader beschrijft per criterium welke indicatoren zijn onderzocht en hoe de haalbaarheid is beoordeeld. Het voornaamste doel is het verhelderen van de kansen en belemmeringen die het transformeren of verplaatsen van het afvalcluster met zich meebrengt. De beoordelingen zijn vanuit het perspectief van het Haagse afvalcluster en de transformatiegebied Binckhorst verricht. De consequenties op andere locaties en de gevolgen voor (afval)beheertaken van andere gemeenten zijn niet beoordeeld. Input van intern klankbordgroep en regioteam Tijdens het haalbaarheidsonderzoek is intensief samengewerkt met verschillende werkgroepen. De deelnemers van de werkgroepen zijn betrokken bij de totstandkoming van de (tussen)producten. De input en reflectie van de deelnemers waren bepalend voor de resultaten van dit haalbaarheidsonderzoek. De bovengenoemde tussenproducten (PvE, MIA en de vlekkenplannen voor de scenario’s) zijn vastgesteld door de directeuren van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO) en de Dienst Stadsbeheer (DSB).
Belangrijkste bevindingen haalbaarheidsonderzoek per scenario De bevindingen van het haalbaarheidsonderzoek zijn hierna beknopt beschreven. In Bijlage 1 zijn de onderzoeksmethodieken en de beoordelingen voor de scenario’s verder toegelicht. Scenario
Belangrijkste bevindingen
Scenario 1 – referentiescenario Criterium Lucht en stikstof Bodem Flora en fauna Omgevingsveiligheid Verkeer en mobiliteit Reistijd medewerkers Bereikbaarheid over water Klimaatadaptatie Geur Geluid Ruimte voor beheertaken Archeologie/Cultuurhistorie Energienet Planologisch kader Doorontwikkeling Binckhorst Bouw- en civiele kosten Logistieke kosten per jaar Planeconomie
Oordeel
•
•
• < €25 mio -
Scenario 2 – inpakken en stapelen Criterium Lucht en stikstof Bodem Flora en fauna Omgevingsveiligheid Verkeer en mobiliteit Reistijd medewerkers
22 augustus 2025
•
Oordeel
•
Doorontwikkeling Binckhorst onvoldoende mogelijk: Het afvalcluster neemt ca. 5,25 ha in beslag. Dit kan niet worden gebruikt om groen en buitenruimte te creëren. Het is niet mogelijk om het Waterfrontpark te ontwikkelen, waardoor de Haagse referentienorm voor groen en buitenruimte van 8 m² per huishouden concreet niet kan worden bereikt. Extra woningen kunnen in dit referentiescenario niet gerealiseerd. Onvoldoende ruimte voor beheertaken: In 2050 is sprake van een grotere ruimteclaim voor o.a. parkeren, huisvesten van personeel en stallen van afzetcontainers. Het referentiescenario biedt onvoldoende ruimte voor huisvesting van alle beheertaken. Er is ook geen ruimte voor circulaire functies (koppelkansen). Voor activiteiten waarvoor geen ruimte is zal uitgeweken moeten worden naar andere locaties. Prioriteit moet worden gegeven aan HSO, het zoutdepot van HSO en het ABS, omdat deze functies gebaat zijn bij een korte reisafstand naar de binnenstad. Geur en geluid: Het is noodzakelijk om maatregelen te nemen op het gebied van geur en geluid om de transformatie naar een stadswijk in Binckhorst mogelijk te maken. Mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk voor activiteiten bij HMS en het AO. Energienet: Een aansluiting op het energienet is een aandachtspunt.
De netcapaciteit van het basisnet is onvoldoende voor het afvalcluster Hier is sprake van bij vrijwel alle scenario’s en ontstaat door de toenemende behoefte voor het laden van vrachtwagens van HMS. Bij scenario 4 is (voor nu) geen sprake van netcongestie.
Doorontwikkeling Binckhorst beter mogelijk, maar nog steeds onvoldoende: Dit scenario maakt het door het verkleinen van de terreinoppervlakte en het “groene” dak mogelijk veel groen en buitenruimte te realiseren. Vanwege uitpandige installaties (zoals ventilatieschachten) is het niet mogelijk om de kavel volledig te gebruiken voor de inrichting van een groene buitenruimte. Het ingepakte afvalcluster ligt precies op de plek waar in de doorontwikkeling nog extra woningen (hoogbouw) gerealiseerd kunnen worden en het stapelen van de functies levert onvoldoende ruimte op.
Projectgerelateerd
Scenario
Belangrijkste bevindingen •
Bereikbaarheid over water Klimaatadaptatie Geur Geluid Ruimte voor beheertaken Archeologie/Cultuurhistorie Energienet Planologisch kader Doorontwikkeling Binckhorst Bouw- en civiele kosten Logistieke kosten per jaar Planeconomie
Groen/geel Groen/geel
•
> €300 mio + € 0 mio/jr
Scenario 3A en B – Westvlietweg/GAVI Criterium
A
Lucht en stikstof Bodem Flora en fauna Omgevingsveiligheid Verkeer en mobiliteit Reistijd medewerkers Bereikbaarheid over water Klimaatadaptatie Geur Geluid Ruimte voor beheertaken Archeologie/Cultuurhistorie Energienet Planologisch kader Doorontwikkel. Binckhorst Bouw- en civiele kosten Logistieke kosten per jaar Planeconomie
Oordeel B
22 augustus 2025
•
•
•
•
•
> €275 mio + € 5 mio/jr
Scenario 4 – N-Kavel en omgeving Criterium Lucht en stikstof Bodem Flora en fauna Omgevingsveiligheid Verkeer en mobiliteit Reistijd medewerkers Bereikbaarheid over water Klimaatadaptatie Geur Geluid Ruimte voor beheertaken Archeologie/Cultuurhistorie
•
Oordeel
•
• •
•
•
Geur en geluid: Inpakmaatregelen zorgen voor minder overlast van geur en geluid. Dit is relevant voor activiteiten storten en verplaatsen van afval (AO), het wisselen van containers of overslaan van grofvuil (HMS). Het geluid dat buiten te horen is vermindert sterk. Het is aannemelijk dat dit tot minder dan 100 meter afstand wordt beperkt. Dit scenario is nog niet als “groen” beoordeeld. Extra onderzoek is nodig om precies te bepalen hoe ver industrielawaai en geur verspreidt in dit scenario. Bouw- en civiele kosten: Dit scenario is qua bouwkosten duidelijk duurder dan de andere scenario's, vanwege het opnieuw bouwen van alle functies en de behoefte aan meer daken, constructies en de inpakmaatregelen. Veel van de inpakmaatregelen zijn onzeker, waardoor rekening moet worden gehouden met extra risico-opslagen. Bodem, Flora en Fauna en Omgevingsveiligheid: In tegenstelling tot scenario 1 scoren deze criteria “oranje”. De aanwezigheid van beschermde soorten dienen te worden uitgesloten of aangetoond. Omgevingsveiligheid dient verder te worden onderbouwd. Tenslotte zijn grondwerkzaamheden nodig op een locatie met verontreinigingen.
Er is op deze onderwerpen vervolgonderzoek nodig en er moet rekening worden gehouden met mogelijke mitigerende maatregelen Doorontwikkeling Binckhorst mogelijk: In beide varianten kan de ruimte van het huidige afvalcluster volledig worden gebruikt om groen en buitenruimte te creëren. De ambities voor woningbouw in Binckhorst hoeven niet te worden verminderd. Voldoende ruimte voor beheertaken: Beide varianten bieden voldoende ruimte om te voldoen aan de toekomstige vraag voor afvalbeheer. Er is ook ruimte beschikbaar om circulaire koppelkansen te realiseren. Watergebonden afvaloverslagstation drijft civiele kosten op. Er dient een nieuwe vaargeul te worden gerealiseerd om het AO te bereiken. Aangezien het AO op een lager niveau is gelegen dan het kanaal is dit een complexe ingreep. De complexiteit neemt toe doordat een (beweegbare) brug en waterkeringen dienen te worden gerealiseerd. Logistieke kosten nemen toe: De ongunstige locatie drijft de jaarlijkse kosten met name bij HSO op. Dit wordt veroorzaakt door de grote afstand tot de binnenstad en het feit dat een deel van de HSO-voertuigen geen gebruik kan maken van de Rotterdamsebaan en snelwegen. Beperkte verschillen tussen varianten: In scenario 3A dient een nieuwe ontsluitingsweg te komen die langs de snelweg A4 het bedrijventerrein Westvlietweg ontsluit.
IIn scenario 3B wordt het bedrijventerrein Westvlietweg verbonden met de GAVI-kavel via een opgewaardeerde ontsluitingsweg. Een ander verschil is de reistijd voor medewerkers. In scenario 3A én 3B is de bereikbaarheid van de locatie via OV slechts tot matig. Voor medewerkers van HSO en HMS is dit een belangrijke voorwaarde. Scenario 3B is nog ongunstiger door de fietsafstand: De fietstijd vanuit Laakkwartier is meer dan 15 minuten. Het scenario kleurt op veel criteria oranje. Dit betekent dat mitigerende maatregelen, wijzigingen in omgevingsplan en/of aanvullende onderzoeken nodig zijn. Doorontwikkeling Binckhorst mogelijk: Het huidige afvalcluster kan volledig worden benut om voldoende groen te creëren en woningbouwambities in Binckhorst te realiseren. Onvoldoende ruimte voor het afvalcluster: Er is te weinig ruimte beschikbaar om het gehele afvalcluster te verplaatsen. Het is ook twijfelachtig of de locatie voldoende ruimte biedt voor een insteekhaven voor het AO. Daarnaast zorgt de nauwte van de N-kavel voor beperkingen om te manoeuvreren. Dit is ongunstig voor grote voertuigen van HMS en AO. Complexe aanpassingen door AO, daardoor hoge bouw-, civiele en planeconomische kosten: Door de vele verschillende grondeigenaren is het grondverwervingsproces uitdagend.
De insteekhaven van het AO zorgt ervoor dat een tramlijn en fietsstraat aan de Delftweg dienen te wijken en worden vervangen voor een tunnel. Dit, en het aanleggen van de insteekhaven zelf, gaat gepaard met hoge kosten en wezenlijke risico’s. Rijksmonument beperkt ontwikkeling: Op de Delftsweg staat een rijksmonument. Deze dient behouden te blijven. Dit beperkt de realisatie van het AO.
Projectgerelateerd
Scenario
Belangrijkste bevindingen
Energienet Planologisch kader Doorontwikkeling Binckhorst Bouw- en civiele kosten Logistieke kosten per jaar
•
> €325 mio + € 0,5 mio/jr
Verkeerssituatie onder druk: Dit scenario scoort als enige negatief op het criterium verkeer en mobiliteit, omdat het scenario leidt tot nieuwe aandachtspunten t.a.v. verkeersveiligheid, vanwege de ongunstige opritten naar de kavels. En het resulteert in meer dan 10% toename van de doorstroomcapaciteit. Dit scenario ontvangt in het afwegingskader het minste aantal positieve beoordelingen. Daar tegenover staat dat dit het enige scenario is waarin er weinig belemmeringen zijn voor het verkrijgen van een netaansluiting en de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem voldoet aan de functies van het afvalcluster.
•
Planeconomie
Scenario
Belangrijkste bevindingen
Scenario 5 – GAVI, Delft en Supernovaweg Criterium Lucht en stikstof Bodem Flora en fauna Omgevingsveiligheid Verkeer en mobiliteit Reistijd medewerkers Bereikbaarheid over water Klimaatadaptatie Geur Geluid Ruimte voor beheertaken Archeologie/Cultuurhistorie Energienet Planologisch kader Doorontwikkeling Binckhorst Bouw- en civiele kosten Logistieke kosten per jaar Planeconomie
22 augustus 2025
•
Oordeel
•
• •
•
• > €250 mio + € 5,5 mio/jr
Doorontwikkeling Binckhorst mogelijk: Het huidige afvalcluster kan volledig worden benut om groen en buitenruimte te creëren. Wel is 1,1 ha nodig aan de Supernovaweg voor HSO. Logistieke kosten nemen toe: Scenario 5 is het minst gunstige scenario op het gebied van logistieke kosten. De ongunstige locatie van het AO drijft de jaarlijkse logistieke kosten op. De afstand tussen het AO en HMS is ook ongunstig: er ontstaat een extra rijbeweging omdat chauffeurs na het afval storten naar HMS rijden om hun pauze te nemen. Locatie Supernovaweg is aantrekkelijk voor HSO: De reistijd en logistieke kosten blijven nagenoeg gelijk t.o.v. de huidige situatie. Planeconomie: het is onzeker of afspraken kunnen worden gemaakt met de gemeente Delft omtrent aanpassing van het Avalex-terrein en de investeringskosten voor de uitbreiding van het AO en de afwaardering van bestaande functies. Diverse mitigerende maatregelen nodig: Er zijn diverse mitigerende maatregelen nodig, voor het AO, om knelpunten met betrekking tot hinder van geluid en geur te beperken. Maatregelen bevatten onder meer het plaatsen van geluidschermen rondom het terrein naast vrachtwagenroutes Ruimte voor beheertaken: Op voorwaarde dat gemeente Den Haag gebruik kan maken van het AO van Avalex en deze mag uitbreiden biedt dit scenario voldoende ruimte om aan de toekomstige vraag voor afvalbeheer te voldoen.
Delft moet echter op zoek naar ruimte voor een ABS Door ontwikkeling op de GAVI-kavel is er bovendien ruimte beschikbaar om circulaire koppelkansen te realiseren. Daarmee draagt het scenario positief bij aan de transitie van afval naar grondstof en de circulaire economie.
Projectgerelateerd
Belangrijkste bevindingen haalbaarheidsonderzoek per functie/onderdeel van het afvalcluster De bevindingen van het haalbaarheidsonderzoek leiden ook tot eerste inzichten per functie van het afvalcluster. Dit geeft een indicatie of een scenario in mindere of meerdere mate geschikt is voor een specifieke functie. De tabel hieronder toont deze indicatie en de belangrijkste oorzaken waarom een scenario mogelijk niet of minder geschikt is. Daarnaast is in deze tabel ook per scenario benoemd welke consequenties de verschillende scenario’s en onderdelen hebben voor de doorontwikkeling van de Binckhorst. Scenario 1: Referentiescenario
Scenario 2: Inpakken en stapelen
HMS
• Geen ruimte voor groei afvalbeheer/CE
HSO
• Doorontwikkeling Binckhorst (geen woningen en stadspark)
AO
• Doorontwikkeling Binckhorst (kleiner stadspark en geen woningen vanwege milieuhinder)
ABS
• Doorontwikkeling Binckhorst (minder woningen en eventueel kleiner stadspark)
FDH
• Doorontwikkeling Binckhorst (minder woningen en kleinere stadspark)
Scenario 3A: Verplaatsen naar Westvlietweg
Scenario 3B Verplaatsen naar GAVI-kavel
Scenario 4 Verplaatsen naar N-Kavel
Scenario 5: Verplaatsen naar GAVI, Delft & SNW
• Ruimte voor afvalbeheer/CE (kleine kavels) • Verkeerssituatie & bereikbaarheid onder druk
• Doorontwikkeling Binckhorst (vrijwel geen extra woningen mogelijk vanwege beperkte ruimte en milieuhinder)
• Logistieke Kosten • Reistijd medewerkers
• Logistieke kosten • Reistijd medewerkers
• Bouw/civiele Kosten • Bereikbaarheid over water (vaargeul, nieuwe brug)
• Bouw/civiele kosten • Bereikbaarheid over water (vaargeul, nieuwe brug)
• Logistieke kosten
• Verkeerssituatie & bereikbaarheid onder druk • Planeconomie • Bouw/civiele Kosten (vaargeul, tunnel) • Cultuurhistorie (Rijksmonument)
• Logistieke kosten • Planeconomie (Uitbreiding AO Avalex onzeker)
Niet beoordeeld
Voor scenario 1 en, in iets mindere mate, scenario 2 geldt dat dit gevolgen heeft voor de verdere ontwikkeling van de Binckhorst. Indien het AO, HMS en/of HSO gehuisvest blijven in het Parkkwartier op de Binckhorst, dan biedt de aanzienlijke ruimtebehoefte van deze functies geen mogelijkheid voor de realisatie van het stadspark en extra woningen conform de doorontwikkeling. Daarnaast zullen er mitigerende maatregelen getroffen moeten worden om de geluidscontouren te verkleinen. Het AO vormt met name wat betreft de hindercontouren en logistiek een belemmering voor de realisatie van het stadspark en extra woningen, maar niet vanwege de omvang. Het FDH en ABS vormen een geringere belemmering voor de verdere ontwikkeling van de Binckhorst. Hoewel deze ook ruimte in beslag nemen, is dit minder het geval dan de andere functies.
22 augustus 2025
Projectgerelateerd
1
Introductie
1.1
Aanleiding
De behoefte aan nieuwe woningen in Den Haag, en specifiek ook in/ rondom de Binckhorst is groot. Sinds 2016 wordt het bedrijventerrein de Binckhorst daarom langzaam omgevormd. De Binckhorst was een groot industrieterrein met drie binnenhavens langs het water van de Trekvliet. Door bestaande bedrijven- en industrieterrein te transformeren wordt de Binckhorst een moderne stadswijk waar mensen kunnen wonen en werken. Hiervoor hebben begin 2022 de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Den Haag, Delft, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk een nieuw Woon-werkakkoord (WWA) ondertekend. Het WWA heeft als doel om grootschalige woningbouw te versnellen op het voormalige industrieterrein de Binckhorst in Den Haag en tegelijkertijd ruimte voor werken in de regio te behouden. Het afvalcluster staat in het Parkkwartier en is een van de toekomstige wijken waar gemengd hoogstedelijk wonen en werken is gepland in het gebiedsprogramma Binckhorst. Het programma voorziet in ongeveer 1200 tot 1400 woningen, een groot deel van het toekomstige Waterfrontpark, voorzieningen en bedrijfsruimtes en kantoren.
Het afvalcluster bestaat uit de bedrijfslocatie van de Haagse Milieu Services (HMS), het afvalbrengstation (ABS), de Haagse Straat Organisatie (HSO), het afvaloverslagstation (AO)(dat in opdracht van de gemeente geëxploiteerd wordt door Afvalverwerking Rijnmond (AVR)) en het Fietsdepot Haaglanden (FDH). Het afvalcluster vereist, vanwege logistiek en circulariteit, nabijheid tot de stad. Echter, de milieu-impact, transportactiviteit, en mogelijke geur- en geluidsoverlast vormen een uitdaging voor de gewenste woningbouwontwikkelingen. De verandering van de Binckhorst tot binnenstedelijk woonen werkgebied en de woningbouwplannen om een verplaatsing of vernieuwing van het afvalcluster. In dit Huidige situatie bedrijventerrein Binckhorst, Den Haag haalbaarheidsonderzoek zijn zowel het transformeren van het afvalcluster als mogelijkheden voor het verplaatsen van de afvalbedrijven onderzocht, om ruimte te bieden aan de gebiedsontwikkeling in de Binckhorst. Tevens is onderzocht hoe het afvalcluster toekomstbestendig gemaakt kan worden. Dit haalbaarheidsonderzoek betreft een feitelijk onderzoek. Het omvat het programma van eisen voor een toekomstbestendig afvalcluster, een Model Integraal Afwegingskader (MIA) en de verkenning van scenario’s.
Doel van dit haalbaarheidsonderzoek “Het realiseren van een leefbare gemeente en het vinden van de beste plek voor een toekomstbestendig afvalcluster, door verschillende scenario’s voor het afvalcluster te onderzoeken op haalbaarheid. Gemeente Den Haag kan het onderzoek gebruiken voor de onderbouwing van een advies voor een leefbaar Binckhorst, een leefbare omgeving en een goed functionerend Haags afvalcluster.”
22 augustus 2025
Projectgerelateerd
Beoogde doorontwikkeling van de Binckhorst in 20250
EXTRA PAGINA / KAART VAN DOORONTWIKKELING BINKCHORST Voor Mark: 63 Voorbeelduitwerking plankaart Binckhorst in 2050.jpg
22 augustus 2025
Projectgerelateerd
1.2
Het haalbaarheidsonderzoek
Dit haalbaarheidsonderzoek verkent de feitelijke haalbaarheid van vijf hypothetische scenario’s voor het Haagse afvalcluster. Hiervoor zijn de scenario’s middels meerdere criteria onderzocht in het MIA (Hoofdstuk 4). De scenario’s zijn bepaald door gemeente Den Haag. De keuze voor de scenario’s komt voort uit verschillende locatie-onderzoeken die gemeente Den Haag in de periode tussen 2017 en 2024 heeft uitgevoerd. 2 Daarbij is deels naar de ruimtelijke mogelijkheden in de regio gekeken. Dit onderzoek vormt input om te bepalen welke locaties wel/niet interessant zijn om nader te onderzoeken. Scenario 1 functioneert als referentie-scenario. Dit scenario maakt inzichtelijk wat de impact is op de transformatieopgave in de Binckhorst als het afvalcluster niet wordt getransformeerd of verplaatst. De overige scenario’s geven de hoeken van het speelveld weer. Het zijn extremen die gebruikt worden om een grote bandbreedte aan inzichten te verzamelen. Het voornaamste doel is het verhelderen van de kansen en belemmeringen die het transformeren of (gedeeltelijk) verplaatsen van het afvalcluster met zich meebrengen op het gebied van maatschappij, ecologie, ruimte en economie. Kader: ontwikkeling Binckhorst De Binckhorst was ruim 20 jaar geleden een industriegebied met autosloperijen en goedkope bedrijfshuisvesting. In het gebied stonden ook nog een aantal blokken sociale huurwoningen.
Langer geleden heeft op de plaats van het huidige afvalcluster een gasfabriek gestaan. De enorme bodemverontreiniging is in de jaren 90 van de vorige eeuw deels gesaneerd. Maar deze vervuiling speelt nog altijd een rol bij de transformatie. Al rond de millenniumwisseling werden er plannen gemaakt voor de transformatie van de Binckhorst. De kredietcrisis heeft de voortgang flink vertraagd. Uiteindelijk is in 2018 het omgevingsplan Binckhorst, in de vorm van een pilot, vastgesteld. Er was ruimte voor 5.000 nieuwe woningen en veel bedrijfsruimte. Het moet een hoogstedelijke bruisende wijk worden met gemend wonen en werken. Al voor de vaststelling van het omgevingsplan waren de eerste ontwikkelaars gestart met de transformatie op Binckeiland. En ook Binckhaven ontwikkelde zich met de transformatie van de Caballerofabriek tot het centrum van de Binckhorst met jonge creatieve bedrijfjes. Inmiddels is de pilotfase van het omgevingsplan voorbij en wordt met het Intergemeentelijk GebiedsProgramma een nieuwe fase ingeluid: de doorontwikkeling van de Binckhorst. In de volgende fase wordt ruimte gecreëerd voor nog eens 7.000 tot 8.000 extra woningen op de Binckhorst.
Daarvoor is ruimte nodig en moet de milieuhinder worden ingeperkt zodat de leefomgevingskwaliteit een hoog niveau kan bereiken dat passend is bij een hoogstedelijk milieu met een rauw randje als knipoog naar de oorspronkelijke identiteit. Het onderzoek richt zit op hoe haalbaar het is om een scenario te realiseren, zonder dat er een keuze voor één van de scenario’s gemaakt wordt. Bij het haalbaarheidsonderzoek zijn de volgende kaders gehanteerd: • Per scenario is de haalbaarheid onderzocht. Met haalbaarheid wordt nadrukkelijk niet de impact van het verplaatsen/ transformeren van het afvalcluster bedoeld. Het onderzoek is feitelijk om subjectiviteit nog te voorkomen. • Dit haalbaarheidsonderzoek is enkel vanuit het perspectief van het Haagse afvalcluster en de transformatiegebied Binckhorst opgesteld. De consequenties op andere locaties (m.b.t. infrastructuur,
2
Er hebben voorafgaand aan dit haalbaarheidsonderzoek al verschillende voorstudies plaatsgevonden. Bij het opstellen van deze rapportage waren deze documenten een uitgangspunt: Verkenning ruimtelijk-functioneel programma van eisen circulair bedrijventerrein Den Haag (2017); Locatieverkenning afvalbedrijven Binckhorst (2017); Rapport Naar een ruimtelijk en economisch model voor een Circulair Grondstoffen Cluster (2020); Locatiestudie Afvalcluster Den Haag (2022); en Doorrekening extra scenario duurzaam transport afvallogistiek (2023). 22 augustus 2025
Projectgerelateerd
•
•
•
bedrijven, woningbouw etc.) en de gevolgen voor (afval)beheertaken van andere gemeenten zijn niet beoordeeld. Voor elk scenario, met uitzondering van het referentiescenario, is een vlekkenplan ontwikkeld. De vlekkenplannen gaan ervan uit dat nieuwe functies kunnen worden gerealiseerd op een gebied met bestaande functies en dat bestaande gebouwen en functies moeten worden verplaatst. Echter, de vlekkenplannen houden waar mogelijk wel rekening met beperkingen van bestaande gebouwen en functies In het haalbaarheidsonderzoek wordt de toekomst van het huidige afvalcluster (o.a. autonome ontwikkeling en transitie VANG) meegenomen. Dit is gedaan door het Programma van Eisen (PvE) te baseren op de situatie voor 2050 en door middel van het toevoegen van circulaire koppelkansen. Politieke haalbaarheid vormt geen onderdeel van dit onderzoek.
De onderzoekscriteria De vijf scenario’s zijn onderzocht met behulp van het Model Integraal Afwegingskader (MIA). In het MIA staan criteria die een uitspraak doen over de haalbaarheid van een scenario. Het MIA vormt daarmee de scope van dit haalbaarheidsonderzoek. Een nadere specificatie van de onderzoeksmethodiek per criterium is te lezen in Hoofdstuk 4). Onderzoekscriteria Lucht en stikstofdepositie
Geur
Klimaatadaptie en hemelwater
Bouw- en civiele kosten
Bodem
Reistijd personeel
Archeologie en cultuurhistorie
Logistieke kosten
Flora en fauna
Verkeer en mobiliteit
Geluid (mobiliteit + omgeving)
Planeconomie
Energienet
Bereikbaarheid over water
Planologisch kader
Afvalbeheer en circulaire economie
Omgevingsveiligheid
1.3
Doorontwikkeling Binckhorst
Totstandkoming haalbaarheidsonderzoek
Stappenplan Het haalbaarheidsonderzoek is in drie fases tot stand gekomen: 1. Speelveld verkennen en kaders vaststellen: In deze fase is gewerkt aan de fundering voor het project, door het inventariseren en vaststellen van afwegingsthema’s en (ruimtelijke) uitgangspunten. In deze fase zijn de kaders van het onderzoek vastgesteld. Er is gewerkt aan een inventarisatie van het huidige afvalcluster, beleidsinventarisatie, stakeholderanalyse en ruimtelijke analyse. Deze inventarisaties vormde de input voor het PvE, geijkt op het jaar 2050. In het PvE staat beschreven aan welke eisen het Haagse afvalcluster moet voldoen om toekomstbestendig te zijn. • Tussenproducten: Programma van Eisen (PvE) (Hoofdstuk 3) 2. Analyses en ontwerpen: Met input vanuit het regioteam en het kernteam is er een Model Integraal Afwegingskader (MIA) opgesteld. Hierin wordt toegelicht op welke criteria en indicatoren de scenario’s worden onderzocht. Het MIA geeft de scope van dit haalbaarheidsonderzoek weer. Daarnaast is er met behulp van verschillende werksessies met de interne klankbordgroep, het regioteam en projectgroepen per scenario onderzocht hoe het PvE het beste kan landen per vlekkenplan. • Tussenproducten: Model Integraal Afwegingskader (MIA) (Hoofdstuk 4) en Scenarioverkenningen inclusief Vlekkenplan per scenario en 3D- visualisaties (Hoofdstuk 5). 3.
Onderzoeken: De vlekkenplannen zijn volgens het MIA door verschillende vakexperts onderzocht op haalbaarheid. Bij de beoordeling van de criteria is gebruik gemaakt van een driepuntsschaal. 22 augustus 2025
Projectgerelateerd
Vervolgens is de inbreng van de vakexperts inzichtelijk gemaakt en gebundeld. De belangrijkste bevindingen en conclusies vormen onderdeel van deze eindrapportage. Voor elk scenario is er een bijlage gemaakt waarin per criteria de onderzoeksmethodiek en de beoordeling in detail is toegelicht. Betrokkenen Tijdens het haalbaarheidsonderzoek is er intensief samengewerkt met verschillende werkgroepen. De deelnemers van de werkgroepen zijn betrokken bij de totstandkoming van de (tussen)producten. De input en reflectie van de deelnemers waren bepalend voor de resultaten van dit haalbaarheidsonderzoek. De bovengenoemde tussenproducten zijn dan ook vastgesteld door de directeuren van DSO en DSB. De werkgroepen: • Kernteam: Het kernteam vormt de gemeentelijke projectgroep voor dit project. Het kernteam beoordeelt de (tussen)producten en bewaakt het projectproces. • Regioteam: het regioteam bestaat uit gemeenten Den Haag, Delft, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg, Provincie Zuid-Holland, Metropoolregio Rotterdam – Den Haag, Hoogheemraadschap van Delfland, • Interne klankbordgroep: De interne klankbordgroep bestaat uit verschillende specialisten van de gemeente Den Haag, de Haagse Milieu Services (HMS) en de Haagse Straat Organisatie (HSO). • Projectgroep Vlietzone: Deze werkgroep is actief in verschillende projecten voor de Vlietzone.
Deze groep is betrokken bij het opstellen van het vlekkenplan voor scenario 3 en 5 (Westvliet en GAVIkavel).
22 augustus 2025
Projectgerelateerd
2
Het huidige afvalcluster
Op dit moment ligt in Binckhorst Parkkwartier de bedrijfslocatie van het Haagse afvalcluster. De huidige functies en de toekomstige functies vormen de basis voor het Programma van Eisen (Hoofdstuk 3), waaraan alle te onderzoeken scenario’s moeten voldoen. Het huidige Haagse afvalcluster bestaat uit: • HMS: De Haagse Milieuservice. HMS is een overheids-nv die in opdracht van de gemeente Den Haag een wettelijke overheidstaak uitvoert: de inzameling van alle huishoudelijke afvalstromen en plaagdierbeheersing en gladheidsbestrijding binnen de gemeente Den Haag. De gemeente is 100% aandeelhouder en 100% financier van HMS en is ook eigenaar van de grond waar HMS gehuisvest is. • ABS: Een afvalbrengstation waar Haagse inwoners hun grofvuil en gescheiden fijn en grof huishoudelijk afval kunnen brengen. HMS exploiteert het ABS namens de gemeente Den Haag. • HSO: De Haagse Straatorganisatie (veeg- en straatbedrijf met straatmeubilairdepot). HSO maakt onderdeel uit van de Haagse Dienst Stadsbeheer (DSB). • Afvaloverslagstation (AO): Het afvaloverslagstation voor de overslag van huishoudelijk restafval en gft. Deze functie is watergebonden omdat het restafval per schip naar de verwerker in Rozenburg wordt vervoerd. GFT wordt over weg afgevoerd. AVR exploiteert namens de gemeente Den Haag het overslagstation en verzorgt het natransport.
De gemeente is eigenaar van het gebouw en de grond waar het AO gehuisvest is. • FDH: Het Fietsendepot Haaglanden voor verkeerd gestalde fietsen, weesfietsen en fietswrakken uit de regio (Den Haag, Delft, Leidschendam-Voorburg en Pijnacker-Nootdorp). Het grootste deel van het Haagse huishoudelijke afval betreft restafval (circa 150.000 ton per jaar of 67% van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval). Restafval wordt vanaf het overslagstation over water afgevoerd naar AVR in Rozenburg. Daar wordt plastic en drankkartons uit het afval nagescheiden en wordt het restant verbrand. Andere afvalstromen zoals grofvuil worden overgeslagen op het bedrijfsterrein van HMS en afgevoerd over de weg. Op het bedrijfsterrein van HMS liggen ook de zoutbunker en calciumtanks. Vanaf deze locatie verzorgen HMS en HSO de gladheidsbestrijding in Den Haag. In de winterperiode halen de strooiwagens hier het strooizout op bij gladheid of wanneer gladheid is voorspeld. Dit gebeurt veelal (maar niet uitsluitend) ’s avonds, ‘s nachts of in de vroege ochtend. Terreinoppervlakte afvalcluster Binckhorst In totaal neemt het afvalcluster ongeveer 5,25 ha in beslag, exclusief waterweg voor de overslag (ca. 0,8 ha). Het ruimtebeslag is extensief omdat er stallingsruimte en manoeuvreerruimte nodig is voor (grote) voertuigen.
Bovendien wordt er ruimte gebruikt voor onder meer opslagdepots, zoutdepot, grofvuilbunker en de opslag van containers. De onderstaande tabel geeft de terreinoppervlakte weer per onderdeel van het afvalcluster. Toegangswegen zijn niet meegerekend bij het bepalen van de terreinoppervlakte. Onderdeel
Terreinoppervlakte in gebruik in 2024 (m²)
Haagse Milieu Services (HMS)
24.000
Afvalbrengstation (ABS)
2.500
Haagse Straat/Veegorganisatie (HSO)
13.500
Overslag afval op land (AO)
7.500
Overslag afval waterweg (AO)
8.000
Fietsendepot Haaglanden (FDH)
5.000
Totaal
60.500 (waarvan 8.000 m² water)
22 augustus 2025
Projectgerelateerd
3
Programma van Eisen Haags afvalcluster
3.1
Programma van Eisen voor toekomstbestendig afvalcluster
Het Programma van Eisen (PvE) beschrijft per functie de benodigde vloeroppervlakte en (op hoofdlijnen) specifieke kenmerken (zoals publiek toegankelijk, overdekt, vloeistofdichte vloer). De functies en de daarvoor benodigde ruimte uit het PvE moeten zo volledig mogelijk landen in de vijf scenario’s. Het PvE is gebaseerd op verschillende documenten 3 waarin uitspraak is gedaan over de fysieke terreinindeling van de functies op het Haagse cluster, locatiebezoeken en gesprekken met onder meer Beleidsafdeling DSB, HSO en HMS. Het PvE is tevens geaccordeerd door DSB. De benodigde vloeroppervlakte verschilt van de huidige terreinoppervlakte. Dit verschil is te wijten aan het feit dat enkele functies, met name de vergader- en personeelsruimten, gestapeld zijn en het volgende: Het PvE voorziet in ruimtelijke eisen voor de situatie in 2050. Dit helpt om voldoende rekening te houden met een toename in werkzaamheden als gevolg van demografische ontwikkelingen en een intensivering van de te verzorgen openbare ruimte. Er is ook rekening gehouden met een toename of verandering in werkzaamheden als gevolg van beleid en wet- en regelgeving. Voor situatie in 2050 is uitgegaan van4: • Toename van in te zamelen afval en grondstoffen door inwonersgroei: (ca. 13,5% inwonersgroei: dit kan leiden tot 5-10% meer voertuigen, medewerkers en containers).
• Intensiveren van de te verzorgen openbare ruimte en de transitie naar biodivers/ natuurinclusief beheer (ca. 5% groei). • Toename van gescheiden inzamelen van recyclebare afvalstromen. Dit leidt tot meer ruimte voor voertuigen en medewerkers. Ook leidt een verbeterde dienstverlening aan bewoners die afval komen brengen (meer ruimte, meer scheidingsmogelijkheden, minder wachtrijen) naar het ABS tot een vergroting van het ABS).5 • Ruimte voor oplaadinfrastructuur van elektrische voertuigen. Hiertoe behoort ook een ruimere parkeerinrichting ten behoeve van brandveiligheid (ca. 50% groei van voertuigremise).
3
Waaronder de Inventarisatie huidig gebruik afvalcluster Binckhorst-noord, versie 1.1 (van Gemeente Den Haag, 29 november 2019); een herijking hiervan uit 2023 en het Grondstoffenplan Den Haag (uit 2022) 4 De genoemde veranderingen betreffen een best-guess en zijn geen vaststaand gegeven. 5 In dit onderzoek is uitgegaan van het vergroten van het ABS t.b.v. dienstverlening. Een alternatieve optie is het realiseren van een extra ABS, op een andere locatie in Den Haag. 22 augustus 2025
Projectgerelateerd
Het Programma van Eisen De onderstaande tabel toont de benodigde vloeroppervlakte per functie voor een toekomstbestendig Haags afvalcluster. De tabel geeft ook weer welke functies mogelijk stapelbaar zijn. Huidige functies in afvalcluster (in m2) Onderdeel
Indicatie BVO in 2050
Totaal benodigde oppervlakte op land
65.938
Haagse Milieuservice (HMS)
32.032
Indicatie terreinoppervlakte in 2050
Stapelbaar (indicatie)
28.500
Terrein en voertuigremise
18.835
deels
Terrein afvalinzameling (o.a. bunker)
7.312
niet waarschijnlijk
Zoutdepot
735
niet waarschijnlijk
Kantoor en personeelsruimten
2.400
ja*
Parkeren personeel
2.750
ja
Afvalbrengstation (ABS)
4.206
4.000
Afvalbrengstation
3.956
deels (perron)
Kantoor
100
ja*
Parkeren personeel
150
ja
Haagse Straat/Veegorganisatie (HSO)
16.385
14.000
Werkplaats divers
2.748
deels
Opslag Haags Werkbedrijf
294
deels
Werkplaats speeltuinreparatie
550
ja
Straatmaterialendepot
1.540
ja
Terrein manoeuvreerruimte
7.900
ja
Kantoor en overlegruimte
840
ja*
Personeelsruimten
1.513
ja*
Parkeren personeel
1.000
ja
Overslagstation afval (AO)
7.550
7.500
Overslag
7.100
niet waarschijnlijk
Kantoorruimte
200
ja*
Parkeren personeel
250
ja
Fietsendepot Haaglanden (FDH)
5.765
5.000
Kantoorruimte
275
ja*
Werkplaats
250
ja
Opslag overdekt
350
ja
Opslag buitenterrein
4.440
ja
Overige programma-onderdelen
250
ja*
Parkeren personeel
200
ja
Totaal benodigde oppervlakte op water Toegang waterweg overslag afval (AO)
8.000 8.000
* Functies zijn in de huidige situatie al gedeeltelijk of volledig gestapeld. 22 augustus 2025
8.000
nee
Projectgerelateerd
3.2
Koppelkansen voor transitie naar circulaire economie
In het PvE is ook rekening gehouden met belangrijke koppelkansen. Dit zijn functies die op dit moment nog geen onderdeel uitmaken van het Haagse afvalcluster, maar die met het oog op ambities op circulaire economie en regionale samenwerking wel veel potentie hebben. De koppelkansen zijn gebaseerd op verschillende documenten, gesprekken en sessies met verschillende stakeholders 6. VANG - Van afval naar grondstof Alles wat we nu weggooien, kan de grondstof zijn voor iets nieuws. Dat is de essentie van het plan ‘van afval naar grondstof’ (VANG). Voor de transitie van afval naar grondstof hanteert de gemeente Den Haag drie uitgangspunten: (1) vraaggericht inzamelen: afval zodanig inzamelen, dat de markt het als grondstof kan verwerken; (2) economische waarde: streven naar behoud en vermeerdering van economische waarde door het stimuleren van reparatie, deelgebruik en; (3) waar het kan: liefst samenwerken in Den Haag of in de regio. VANG vraagt om verschillende nieuwe methoden en transities. Een vernieuwd afvalcluster dat zoveel mogelijk zelf circulair en circulariteit in de omgeving stimuleert kan hieraan bijdragen. Met het oog op de ambities voor een circulaire economie is het belangrijk op te merken dat er wordt gestreefd naar minder afvalverbranding en meer hergebruik van materialen.
Het doel is om in 2030 50% van de afvalstromen te hergebruiken en tegen 2050 al het restafval te elimineren dat momenteel nog wordt verbrand. Deze ambitie betekent echter niet dat de benodigde ruimte voor de inzameling en verwerking van afvalstromen afneemt. Over de exacte ruimtelijke implicaties voor circulaire economie is nog weinig bekend. Toch kunnen op basis van verschillende onderzoeken7 voorlopige conclusies worden getrokken. Het delen van huishoudelijke goederen, zoals gereedschappen, en het verlengen van de levensduur van producten, zoals elektronica, kleding en meubels, kan mogelijk leiden tot een vermindering van ruimtegebruik door productiefaciliteiten en inzamelactiviteiten. Er zal echter netto meer vraag ontstaan naar bedrijfsruimten met hogere milieuhindergrenzen voor sorteer-, reparatie- of recyclingactiviteiten en naar locaties voor opslag van geretourneerde materialen. Deze locaties moeten bij voorkeur goed bereikbaar zijn en bij grote volumes is ook multimodale bereikbaarheid (weg, spoor en water) van belang. In het toekomstige afvalcluster dient daarom voldoende strategische ruimte beschikbaar te zijn voor circulaire koppelkansen, wat bijna altijd aanvullende ruimte betekent bovenop het PvE van het Haagse afvalcluster (zie ook Bijlage 6).
Kansen voor circulaire economie bij het afvalcluster In het PvE wordt rekening gehouden met de volgende koppelkansen voor circulaire economie: • Het uitbreiden van het afvalbrengstation, zodat deze ook gebruikt kan worden door inwoners van omliggende gemeenten (specifiek Delft, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk); • Het uitbreiden van het terrein voor afvalinzameling (o.a. voertuigremise, opslag van containers, kantoor en personeelsvoorzieningen) zodat ook het afval van bedrijven vanuit één centrale plek kan worden ingezameld en worden overgeslagen door HMS; • Een materialenbank: een (langdurige) opslagplaats voor herbruikbare bouwmaterialen, verkeers- en straatmeubilair en straatstenen. De herbruikbare materialen kunnen zonder bewerking weer beschikbaar worden gesteld, ook aan particulieren en bedrijven. Op de materialenbank kunnen aannemers, bouwbedrijven en particulieren overtollige materialen inleveren en ophalen; • Een urban mining hub: een kleinschalige faciliteit gericht op het innemen, sorteren, demonteren en opslaan van (bouw)materialen en afgedankte producten (zoals elektronische apparaten en meubels) en componenten afkomstig van sloop- en renovatieprojecten; 6
Een belangrijke kanttekening hierbij is dat de koppelkansen niet per sé onderdeel hoeven uit te maken van het afvalcluster. De functies kunnen ook elders worden gerealiseerd. Dit onderzoek gaat er vanuit dat de koppelkansen op het afvalcluster worden gerealiseerd 7 Zie onder meer: CE Delft namens Planbureau voor de Leefomgeving (2022). Ruimtelijke effecten van de circulaire economie en Stec Groep (2024). Ruimtelijke voetafdruk Circulaire Economie 22 augustus 2025
Projectgerelateerd
•
•
Een industriële demontage- en sorteerfaciliteit: een grootschalige faciliteit die zich richt op het verwerken van afgedankte grondstoffen in bulk. De industriële grondstoffenhub richt zich op het opwerken van grondstoffen tot recyclaat en/of het produceren van (deel)producten met recycled content. Een circulair ambachtscentrum: een faciliteit waarin vakmensen werken met overgebleven spullen, materialen en bouwstromen om kleinere, op maat gemaakte producten te creëren of te repareren. De faciliteit kan ook dienen als locatie voor educatieve activiteiten, atelier en kringloopwinkel. Er zijn al initiatieven voor circulaire ambachtscentra op wijkniveau in Den Haag, zoals in Zichtenburg. Het organiseren van deze functies binnen de wijk (in plaats van op een verder weg gelegen afvalcluster) is in veel gevallen succesvoller door de nabijheid van bewoners en ondernemers. Het afvalcluster kan zich daarom richten op activiteiten die niet rendabel zijn op wijkniveau of op specifieke productstromen die samenwerking met ondernemers rondom het afvalcluster vereisen.
De onderstaande tabel toont per functie een indicatie van de extra benodigde vloeroppervlakte, gebaseerd op ervaringen elders in het land en op aangereikte onderzoeken 8 De exacte benodigde vloeroppervlakte is afhankelijk van de schaalgrootte. De schaalgrootte wordt beïnvloed door het type activiteiten, de intensiteit van die activiteit, en de mate van regionale samenwerking. Onderdeel
BVO M2
Totaal benodigde landoppervlakte BVO
24.450
Uitbreiden ABS tot regionaal gedeeld afvalbrengstation
2.000
Uitbreiden HMS-terrein voor uitbreiding dienstverlening; bijv. afvalinzameling bij bedrijven
3.450
Regionaal industriële demontage- en sorteerfaciliteit
10.000
Regionale urban mininghub
3.000
Regionaal circulair ambachtscentrum
4.000
Regionale materialenbank
2.000
Per scenario is onderzocht of er ruimte is voor het inpassen van één of meerdere koppelkansen.
8
Waaronder het Grondstoffenplan Den Haag (uit 2022) en de document Circulaire bouwhubs voor regio Haaglanden (van adviesbureau Brink, 19 maart 2024) en Rapport Naar een ruimtelijk en economisch model voor een Circulair Grondstoffen Cluster (van Stec Groep, 25 september 2020). 22 augustus 2025
Projectgerelateerd
4
Beoordelen scenario’s o.b.v. Model Integraal Afwegingskader (MIA)
De scenario’s van dit haalbaarheidsonderzoek zijn middels verschillende criteria onderzocht op maatschappelijke, ecologische, ruimtelijke en economische haalbaarheid. Het "Model Integraal Afwegingskader" (MIA) is ontwikkeld voor het Haagse afvalcluster. Met het MIA wordt inzichtelijk gemaakt hoe feitelijk haalbaar de scenario’s zijn. Elk criterium heeft zijn eigen indicatoren en wordt kwalitatief of kwantitatief beoordeeld. De indicatoren zijn vastgesteld in overleg met het kernteam en de directeuren van DSB en DSO bij de gemeente Den Haag. Vakexperts van Haskoning hebben beoordeeld of het criterium haalbaar is binnen de huidige situatie en regelgeving (groene score), of dat er mitigerende maatregelen en/of vervolgonderzoek nodig is om het scenario haalbaar te maken (oranje score) of dat het scenario voor dat criterium niet haalbaar is (rode score). Bij de maatschappelijke, ecologische en ruimtelijke criteria zijn de scenario’s onafhankelijk van elkaar beoordeeld. Omdat de kosten van een ontwikkeling in zekere mate altijd haalbaar zijn, zijn deze scenario’s op deze criteria wel in verhouding tot elkaar beoordeeld. Multicriteria-analyse als theoretische basis Multicriteria-analyse (MCA), de theoretische basis van het MIA, biedt een gestructureerde aanpak voor besluitvorming wanneer er sprake is van meerdere, vaak conflicterende, criteria.
In tegenstelling tot traditionele kosten-batenanalyses die zich voornamelijk richten op monetaire waarden, houdt MCA expliciet rekening met zowel kwantitatieve als kwalitatieve factoren, waardoor een meer holistische evaluatie mogelijk is. Deze aanpak erkent dat beslissingen in de praktijk zelden afhangen van één enkele maatstaf en vaak diverse perspectieven van belanghebbenden omvatten. Het MIA houdt rekening met afwegingen tussen verschillende doelstellingen en de voorkeuren van belanghebbenden. De resultaten van het MIA helpen om in een vervolgproces te komen tot één of meerdere voorkeursscenario(‘s).
4.1
Onderzoekscriteria
De onderstaande tabel geeft weer welke thema’s zijn onderzocht in het haalbaarheidsonderzoek, welke indicatoren daarvoor zijn gebruikt en hoe de criteria vervolgens zijn beoordeeld in het Model Integraal Afwegingskader Afvalcluster. Bijlage 1 beschrijft de onderzoeksmethodieken, de uitgangspunten en de totstandkomingen van de beoordelingen per criterium.
22 augustus 2025
Projectgerelateerd
Afwegingskader Haalbaarheidsonderzoek afvalcluster Criteria
Indicatoren
Beoordeling
Luchtkwaliteit en Stikstofdepositie
Potentiële overschrijding van (Rijks)omgevingswaarden, EUnormen voor 2030, en WHO-advieswaarden, evenals de impact op de lokale luchtkwaliteit. Het evalueert ook de potentie voor toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden op basis van afstand tot stikstofgevoelige gebieden, emissieomvang en emissieduur.
Voldoet aan aangescherpte EU-norm (vanaf 2030) en geen permanente toename in gebruiksfase stikstof nabij Natura2000 gebied Voldoet aan huidige omgevingswaarde, maar niet aan aangescherpte EU-norm en/of Geen toename van de stikstofdepositie in de permanente gebruiksfase verwacht maar mogelijk wel een kleine toename van de stikstofdepositie in de tijdelijke aanlegfase Voldoet niet aan huidige omgevingswaarde en/of Mogelijke toename van de stikstofdepositie in de permanente gebruiksfase en/of een mogelijke toename van de stikstofdepositie in de in tijdelijke aanlegfase verwacht.
Bodem
Vooronderzoek bodem: Mogelijkheden en eventuele belemmeringen op basis van de bodemkwaliteit inzichtelijk. Vervolgens toetsen we per scenario of de kwaliteit van de bodem voldoet aan de beoogde functie (circulair afvalcluster).
De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is voor deze fase voldoende bekend. De milieuhygiënische kwaliteit voldoet aan de beoogde functie (circulair afvalcluster). De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem voldoet niet voor de beoogde functie, maar is met mitigerende maatregelen toch haalbaar. Of er is voor deze fase onvoldoende bekend over milieuhygiënische bodemkwaliteit in het plangebied waardoor vervolgonderzoek nodig is. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem voldoet niet voor de beoogde functie.
Externe Veiligheid
Het planvoornemen is toegestaan binnen het bestaande omgevingsplan. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de locatie. Externe veiligheid risico's als gevolg van de milieubelasting van het Het planvoornemen past nu niet binnen het bestaande omgevingsplan. Omgevingsveiligheid dient verder afvalcluster te worden onderbouwd en er moet rekening worden gehouden met mogelijke mitigerende maatregelen. Het planvoornemen past niet binnen het bestaande omgevingsplan. Omgevingsveiligheid vormt een belemmering voor het planvoornemen.
Flora & Fauna
De beoogde functie brengt geen schadelijke handelingen uit de Omgevingswet teweeg en heeft geen belemmeringen voor beschermde gebieden en soorten. Potentieel voor overtredingen van de Omgevingswet, met De beoogde functie brengt schadelijke effect(en) uit de Omgevingswet teweeg op beschermde gebieden specifieke aandacht voor de impact op beschermde gebieden en en/of soorten, maar kunnen met de juiste mitigerende maatregelen voorkomen of geminimaliseerd soorten. Hierbij wordt gekeken naar het aantal getroffen soorten en worden waarbij een omgevingsvergunning verkregen kan worden. het type habitat dat wordt beïnvloed. Met de beoogde functie worden de schadelijke handelingen uit de Omgevingswet voor beschermde soorten en/of gebieden overtreden en kunnen niet gemitigeerd worden. • • •
Verkeer en mobiliteit
Geen nieuwe aandachtspunten t.a.v. verkeersveiligheid en; Maximaal 10% toename op doorstroming en; Geen overschrijding van capaciteitsgrens wegvak
Aantal ongeregelde gelijkvloerse kruisingen met langzaam verkeer Één van de volgende criteria treedt op: / wegvakken met langzaam verkeer; gevolgen voor verkeersdoor• Nieuw(e) aandachtspunten t.a.v. verkeersveiligheid; stroming; en overschrijding van capaciteitsgrens wegvak en • Minimaal 10% toename op doorstroming; kritische kruisingen • Overschrijding van capaciteitsgrens wegvak. Twee of drie van de volgende criteria treden op: • Nieuwe aandachtspunten t.a.v. verkeersveiligheid;
22 augustus 2025
BK1743-RP-0001
17
Projectgerelateerd Afwegingskader Haalbaarheidsonderzoek afvalcluster Criteria
Indicatoren
Beoordeling • •
Er is onderzocht of het overslagstation van afval binnen het afvalcluster via water toegankelijk is voor het afvaltransportschip. Bereikbaarheid over Hierbij zijn mogelijke obstakels voor afvaltransportschepen en de water haalbaarheid van aan-passingen aan de waterinfrastructuur in kaart gebracht.
Minimaal 10% toename op doorstroming; Overschrijding van capaciteitsgrens wegvak.
De locatie is bereikbaar voor het afvaltransportschip en er zijn geen waterbouwkundige aanpassingen nodig Er zijn mitigerende maatregelen nodig in de vorm van waterbouwkundige aanpassingen om de locatie bereikbaar te maken voor het afvaltransportschip. De locatie is niet bereikbaar voor het afvaltransportschip. • Langs het perceel loopt een doorgaande fietsroute; • De fietstijd vanuit Laakkwartier is max. 15 minuten en; Er is een OV-halte binnen 800 meter en de OV-dienstverleningsfrequentie is max. 15 minuten.
Reistijd personeel
Bereikbaarheid met fiets en bereikbaarheid per OV
Aan één van de volgende criteria wordt niet voldaan: • Langs het perceel loopt een doorgaande fietsroute; • De fietstijd vanuit Laakkwartier is max. 15 minuten en; • Er is een OV-halte binnen 800 meter en de OV-dienstverleningsfrequentie is max. 15 minuten. Aan twee of drie van de volgende criteria wordt niet voldaan: • Langs het perceel loopt een doorgaande fietsroute; • De fietstijd vanuit Laakkwartier is max. 15 minuten en; • Er is een OV-halte binnen 800 meter en de OV-dienstverleningsfrequentie is max. 15 minuten.
Klimaatadaptatie & hemelwater
Geen beperkende risico's voor wateroverlast, overstroming, waterbergingsopgave en geen Het risico op wateroverlast en overstroming, evenals de gevolgen aandachtspunten voor droogte of hittestress van klimaatverandering zoals droogte en hittestress, wordt bekeken Mitigerende maatregelen nodig voor enkele risico's voor wateroverlast, overstroming, om een beeld te geven van klimaatadaptatie en waterbeheer. Ook waterbergingsopgave en/of aandachtspunten voor droogte of hittestress. bekijken we de waterbergingsopgave. Beperkende risico's voor wateroverlast, overstroming, waterbergingsopgave en mogelijk aandachtspunten voor droogte of hittestress. Geurhinder vormt geen knelpunt voor de locatie.
Geur
Geurhinder die het afvalcluster kan veroorzaken op de omliggende Mitigerende maatregelen nodig om knelpunten m.b.t. geurhinder te beperken. functies Geurcontouren staan het scenario niet toe. Mitigerende maatregelen zijn niet mogelijk. Geluid vormt geen knelpunt voor de locatie.
Geluid (omgeving en geluid)
Impact van geluid (van verkeer en de cluster) op omwonenden en functies
Mitigerende maatregelen nodig om knelpunten m.b.t. geluid te beperken. Geluidshinder staat het scenario niet toe. Mitigerende maatregelen zijn niet mogelijk.
Ruimte voor beheer 22 augustus 2025
Het scenario borgt voldoende ruimte conform het PVE om alle beheertaken in 2050 uit te voeren. Ook kunnen voldoende voorzieningen/faciliteiten worden getroffen om doelstellingen BK1743-RP-0001
18
Projectgerelateerd Afwegingskader Haalbaarheidsonderzoek afvalcluster Criteria
Indicatoren
Beoordeling
en verplichtingen uit beleidskader Kra en VANG-HHA (m.b.t. afvalscheiding) te realiseren.Het is
De mate of de locatie voldoende ruimte biedt om de beheertaken t.a.v. afvalbeheer en beheer openbare ruimte te kunnen uitvoeren binnen dit scenario.
Archeologie en Cultuurhistorie
Archeologische verwachtingswaarde voor het plangebied en de directe omgeving, cultuurhistorische waarden
verder aannemelijk dat er voldoende ruimte is voor circulaire koppelkansen (in lijn met ambities NPCE). Het scenario borgt voldoende ruimte conform het PVE om alle beheertaken in 2050 uit te voeren. Ook kunnen voldoende voorzieningen/faciliteiten worden getroffen om doelstellingen en verplichtingen uit beleidskader Kra en VANG-HHA (m.b.t. afvalscheiding) te realiseren. Het is niet aannemelijk dat er voldoende ruimte is voor circulaire koppelkansen (in lijn met ambities NPCE). Het scenario borgt onvoldoende ruimte conform het PVE in 2050 om alle beheertaken uit te voeren. Ook kunnen onvoldoende voorzieningen/faciliteiten worden getroffen om doelstellingen en verplichtingen uit beleidskader Kra en VANG-HHA (m.b.t. afvalscheiding) te realiseren. Het scenario kent weinig/geen archeologische (verwachtings)waarden waarvoor een (voor)onderzoek verplicht is. Daarnaast is er weinig/geen aantasting van cultuurhistorische waarden. Het scenario kent diverse, middenhoge archeologische (verwachtings)waarden, waardoor het uitvoeren van een vooronderzoek verplicht is. En/ of er is een aanpassing van cultuurhistorische waarden, waardoor mogelijk een cultuurhistorisch onderzoek moet plaatsvinden. De onderzoeken geven uitsluitsel over de defintieve haalbaarheid van de locatie.
Het scenario kent hoge tot zeer hoge archeologische (verwachtings)waarden, waarvoor van een archeologisch onderzoek en een omgevingsvergunning (OPA) verplicht is, waarbij een archeologische vindplaats kan worden vastgesteld. Daarnaast is er aantasting van cultuurhistorische waarden. Een aansluiting op het energienet vormt geen knelpunt voor het scenario.
Energienet
Haalbaarheid van het afvalcluster per locatie in relatie tot voorziene capaciteit van het elektriciteitsnet.
Een aansluiting op het energienet is een aandachtspunt. Het is noodzakelijk (in een vroeg stadium) een energieplan te maken, over mogelijke aansluiting in gesprek te gaan met de netbeheerder. Een aansluiting op het energienet binnen 10 jaar is niet mogelijk Het omgevingsplan biedt geen of minimale beperkingen voor het scenario.
De maximale planologische mogelijkheden van bedrijvigheid voor Planologisch kader de verschillende locaties en wat er feitelijk aanwezig is. Dit doen we aan de hand van het Omgevingsplan.
Het omgevingsplan biedt beperkingen voor het scenario. Dit betekent dat het omgevingsplan bij de ontwikkeling van het afvalcluster gewijzigd dient te worden danwel dat een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) noodzakelijk is. (Het is niet mogelijk dat het planologisch kader een scenario onhaalbaar maakt)
Doorontwikkeling Binckhorst
22 augustus 2025
Het is mogelijk extra woningen te realiseren en om het Waterfrontpark te ontwikkelen, waardoor de De mate waarin het mogelijk is circa 1.200 – 1.400 extra woningen Haagse referentienorm voor groen en buitenruimte van 8 m² per huishouden kan worden bereikt. in de Binckhorst te realiseren en om het Waterfrontpark te Het is niet mogelijk extra woningen te realiseren en om het Waterfrontpark te ontwikkelen, waardoor de ontwikkelen Haagse referentienorm voor groen en buitenruimte van 8 m² per huishouden niet kan worden bereikt. BK1743-RP-0001
19
Projectgerelateerd Afwegingskader Haalbaarheidsonderzoek afvalcluster Criteria
Indicatoren
Beoordeling
Bouw- en civiele kosten
Totale geschatte kosten voor bouw- en civiele werkzaamheden
Economische criteria worden kwantitatief beoordeeld
Logistieke kosten per jaar
Deze indicator beoordeelt de jaarlijkse terugkerende kosten van exploitatie van de functies HMS en HSO
Economische criteria worden kwantitatief beoordeeld