RIS325107 Bijlage Haagse demografische ontwikkelingen 2050.pdf
Tekst van het document
Zo kunnen reizigers sneller en directer reizen zonder omweg via het centrum. Daarnaast onderzoekt de gemeente een directe railverbinding van Den Haag met het Europese treinnetwerk, om de internationale bereikbaarheid te vergroten. Verder wil de stad de verschillende vervoermiddelen beter op elkaar laten aansluiten via mobiliteitshubs. Op deze knooppunten kunnen reizigers eenvoudig overstappen van bijvoorbeeld auto of fiets naar trein, tram of deelvervoer. Daarbij gaat het zowel om P+R-terreinen aan de rand van de stad als om kleinere hubs in wijken. Tegelijkertijd blijft er aandacht voor de auto waar die nodig is. De strategie voorziet in een robuust autonetwerk met goede verbindingen naar de snelwegen (Gemeente Den Haag, 2025, RIS322420). Bestaande hoofdwegen worden ingericht voor vlotte doorstroming van noodzakelijk autoverkeer en voor de grootste knelpunten verkent de gemeente structurele oplossingen, zoals tunnels, mits doelmatig en financierbaar (Gemeente Den Haag, 2025, RIS322420). Tegelijk stimuleert Den Haag deelauto’s en andere deelmobiliteit via mobiliteitshubs, gereserveerde
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
28
parkeerplaatsen, tariefdifferentiatie in het parkeren en afspraken met aanbieders, zodat meer ritten zonder eigen auto kunnen plaatsvinden en de parkeerdruk afneemt. Deze aanpak wordt gekoppeld aan OV-knooppunten en wijkhubs, inclusief laadinfrastructuur voor elektrische deelvoertuigen, om overstappen eenvoudig te maken en het ruimtebeslag van privébezit te beperken. Naast de fysieke ingrepen zet Den Haag in op aanvullende beleidsmaatregelen. Een belangrijk speerpunt is het parkeerbeleid. De gemeente verwacht dat het huidige parkeerbeleid voor auto’s verder moet worden aangescherpt om de mobiliteitsdoelen te behalen (Gemeente Den Haag, 2025, RIS322420). Concreet betekent dit mogelijk minder parkeerplaatsen in de openbare ruimte en hogere parkeertarieven of strengere parkeernormen, om autobezit en -gebruik te ontmoedigen. Tegelijk wordt gekeken naar voldoende fietsparkeerplekken, omdat ook fietsstallingen een knelpunt kunnen zijn bij groeiend fietsgebruik. Verder stimuleert de gemeente actief duurzame mobiliteit en gedrag. Men wil Hagenaars verleiden om vaker te lopen, fietsen, het ov te nemen of gebruik te maken van deelmobiliteit (zoals deelauto’s en deelscooters). Er worden buurtinitiatieven gesteund die duurzaam reisgedrag bevorderen.
Ook investeert Den Haag in laadinfra voor elektrische auto’s, zodat uitstootvrij rijden makkelijker wordt (Gemeente Den Haag, 2025, RIS322420). De gemeente erkent expliciet de uitdagingen waar het mobiliteitsbeleid een antwoord op moet geven. Allereerst is er de beperkte ruimte in de stad: groei van verkeer past simpelweg niet op het huidige wegennet zonder maatregelen. Dit is een reden waarom de koers nu wordt verlegd. Verder is verkeersveiligheid een blijvende zorg; de aanpak van 30 km-zones en betere infrastructuur komt voort uit het besef dat ieder ongeluk er één te veel is. Ook klimaat en luchtkwaliteit zijn uitdagingen die het beleid adresseert door te streven naar minder autokilometers en meer schone vervoersmiddelen. Een andere uitdaging is de stedelijke distributie: de bevoorrading van winkels en bedrijven mag niet lijden onder de autobeperkingen. Den Haag werkt daarom samen met de branche aan het verduurzamen van stadsdistributie, zodat ondanks minder ruimte voor vrachtwagens de winkels bevoorraad blijven. Tot slot beseft de gemeente dat maatregelen als minder auto’s en meer fietsen alleen werken als mensen hun gedrag aanpassen. Daarom zet het beleid ook in op bewustwording en gedragsverandering, bijvoorbeeld via campagnes of pilots om alternatieven aantrekkelijker te maken (Gemeente Den Haag, 2025, RIS322420).
Naast de fysieke inrichting van het mobiliteitssysteem speelt ook de betaalbaarheid van mobiliteit een rol. In gemeentelijk beleid wordt benoemd dat mobiliteit betaalbaar en financieel toegankelijk moet blijven en dat er risico’s bestaan op vervoersarmoede wanneer inwoners relatief veel tijd en geld kwijt zijn aan het bereiken van werk, onderwijs en voorzieningen (Gemeente Den Haag, 2025, RIS322420). Door bevolkingsgroei, stijgende kosten en inkomensverschillen kan deze druk toenemen, vooral voor inwoners met een lager inkomen en voor groepen die afhankelijk zijn van openbaar vervoer. Ook in de Omgevingsvisie Den Haag 2050 wordt het belang benadrukt van een mobiliteitssysteem dat betaalbaar en toegankelijk blijft voor alle inwoners (Gemeente Den Haag, 2025, RIS321162). Het betaalbaar houden van mobiliteit vormt daarmee een aandachtspunt bij de verdere uitwerking van het mobiliteitsbeleid richting 2050.
3.1.2 Wonen Haagse context Den Haag vergrijst, maar start vanuit een jongere positie dan Nederland als geheel. Nu is de grijze druk in de stad lager dan landelijk, waardoor vergrijzing in vergelijking minder groot is. Tegelijk laten de scenario’s richting 2050 zien dat ook in Den Haag het aandeel ouderen toeneemt, vooral het aantal inwoners van 75 jaar en ouder. Hierdoor neemt de vraag naar zorggeschikte woningen ook in Den Haag toe. Oudere inwoners (75+) vertrekken
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
29
relatief minder vaak vanuit de stad dan de jongere leeftijdscategorieën (Figuur 3.2). Dit draagt verder bij aan de vergrijzing: het aandeel 65+ groeit richting 2050, met een relatief sterke toename van 75+. Ouderen wonen langer zelfstandig door latere instroom in verpleeghuizen en krappe zorgcapaciteit (Gemeente Den Haag, 2024, RIS318961). Dit vergroot specifiek de behoefte aan nultredenwoningen en geclusterde woonvormen (Gemeente Den Haag, 2024, RIS318961). Figuur 3.2
Verhuissaldo 75+ nagenoeg nul, tussen de 25 en 75 is het saldo negatief
Verhuismobiliteit van en naar Den Haag (2024) 75 jaar of ouder
873
840
65 tot 75 jaar
684
477
55 tot 65 jaar
1.267
879
45 tot 55 jaar
1.899
1.451
35 tot 45 jaar
4.060
3.004
25 tot 35 jaar
8.698
8.345
15 tot 25 jaar
5.476
5.712
0 tot 15 jaar -80%
3.133 -60%
-40%
1.853 -20%
Vertrokken Bron:
0%
20%
40%
60%
Gevestigd
StatLine - Verhuisde personen; geslacht, leeftijd en regio per maand
De huisvesting van aandachtsgroepen uit zorg en opvang legt een grote druk op de ruimte en op de woningvoorraad (Gemeente Den Haag, 2024, RIS318961). Het gaat onder meer om statushouders, nieuwkomers en mensen die kunnen uitstromen uit opvang of zorg, maar nog geen woonplek hebben. In de komende vier jaar worden circa 4.000 nieuwkomers verwacht. Daarnaast wachten momenteel ongeveer 1.500 statushouders en 1.200 mensen uit de zorg en opvang op passende huisvesting. Dit vraagt om voldoende woningen en om ruimte voor opvanglocaties en woonplekken, tijdelijk en voor langere tijd. Tegelijk komen er jaarlijks ongeveer 1.000 betaalbare huurwoningen beschikbaar, die ook nodig zijn voor andere inwoners met bijvoorbeeld een medische of verhuisurgentie. Door de vele ruimteclaims in de stad is het vinden van locaties moeilijk, waardoor er steeds afwegingen nodig zijn over het gebruik van de schaarse ruimte en over wat de stad kan dragen richting 2050.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
30
Daarnaast is internationale instroom groot en divers, wat de vraag naar (direct beschikbare) huurwoningen extra verhoogt. Internationale kenniswerkers, (buitenlandse) studenten en arbeidsmigranten, naast aandachtsgroepen uit de zorg en opvang, zijn vaak aangewezen op tijdelijke huur. In 2022 verbleef zes op tien internationale kenniswerkers in Den Haag in een huurwoning (Figuur 3.3). In datzelfde jaar verbleef ruim acht op tien EU-arbeidsmigranten in een huurwoning. EU-arbeidsmigranten vormden hiermee in absolute aantallen de grootste groep internationals op de Haagse woningmarkt. Bovendien is het aantal geregistreerde EUarbeidsmigranten waarschijnlijk een onderschatting, omdat naar schatting ongeveer 1 op 5 niet is ingeschreven.10 De werkelijke vraag vanuit deze groep ligt dus hoger dan in de basisregistraties zichtbaar is. EU-arbeidsmigranten concentreren zich in Den Haag met name in de wijken Laakkwartier en Spoorwijk en in Rustenburg en Oostbroek (Decisio, 2024). Figuur 3.3
Arbeidsmigranten zijn de grootste groep internationale huurders in Den Haag
Internationals in Den Haag, uitgesplitst naar eigendom woning (2022) Asiel Arbeidsmigranten Kenniswerkers 0
5.000
10.000
15.000
20.000
25.000
30.000
35.000
40.000
45.000
Aantal mensen In huurwoning Bron:
In koopwoning
Decisio (2024). Bewerking SEO
De komst van kenniswerkers en arbeidsmigranten is met name voelbaar in de particuliere huur, daar waar asielmigranten met name in de sociale huur terechtkomen. Op beide markten is reeds sprake van tekorten. In de particuliere huur is dit met name voelbaar in de hoge woonquote: het deel van het netto inkomen wat men kwijt is aan wonen. In Den Haag was dit 39 procent voor de particuliere huur in het meest recente WoON-onderzoek (Kleinepier, Stuart-Fox, & Ligthard, 2022). Dit ten opzichte van 35 procent van het inkomen voor de sociale huur en 25 procent van het inkomen in koopwoningen. Ook in het koopsegment zijn prijzen opgelopen. Tussen 2017 en 2022 is de gemiddelde verkoopprijs van koopwoningen in Den Haag gestegen van 285.000 naar 441.000 euro (gemeente Den Haag, 2025, RIS319812). In de sociale huur zijn tekorten met name voelbaar in oplopende wachttijden. Zo liep de wachttijd voor een sociale huurwoning op van 43 maanden in 2018 tot 71 maanden in 2022. Het tekort van 34 duizend woningen (6,7 procent van de totale woonvoorraad) is dus in alle segmenten voelbaar. Den Haag behoort daarmee al jaren tot de gebieden met de meeste druk op de woningmarkt en het grootste woningtekort (gemeente Den Haag, 2022, RIS296833).
Een hogere woonquote in particuliere huur en het koopsegment raakt aan de bredere opgaven rond bestaanszekerheid en het verkleinen van de kans op (problematische) schulden. Zo maken stijgende woonkosten 10
Zie: Arbeidsmigratie in goede banen
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
31
de ruimte in het huishoudbudget kleiner. Een hogere woonquote zou kunnen leiden tot geldzorgen en betalingsachterstanden (gemeente Den Haag, 2024b). Leefbaarheidsverschillen binnen de stad zijn groot. In delen van Zuidwest, Schilderswijk, Transvaal, Laakkwartier en Rustenburg-Oostbroek vindt concentratie plaats van sociale en fysieke problemen (Gemeente Den Haag, 2024, RIS318961). Bewoners beoordelen hier de 1) fysieke kwaliteit van leefomgeving en 2) de mate waarmee het prettig wonen is, lager dan in de andere Haagse buurten (Figuur 3.4). De lagere beoordeling in leefkwaliteit hangt samen met een hogere vertegenwoordiging in sociale huur (Figuur 3.5). In deze kwetsbare wijken stapelen meerdere problemen zich op, zoals criminaliteit en onveiligheid, misstanden in de verhuur en situaties van (on)geregistreerde overbewoning en onrechtmatige bewoning, terwijl de huurprijzen hoog zijn (gemeente Den Haag, 2024c). Dit hangt samen met armoede omdat zulke omstandigheden kunnen leiden tot meer geldzorgen, minder rust en meer stress in gezinnen, wat de stapeling van problemen kan vergroten (gemeente Den Haag, 2024: RIS318961; 2023: RIS318619).
In Den Haag hangen armoede en langdurige stress samen met slechtere gezondheid, en de verschillen tussen wijken zijn groot: in wijken met sociaaleconomische achterstand leven inwoners gemiddeld duidelijk minder jaren in goede gezondheid dan in welvarendere wijken (gemeente Den Haag, 2023, RIS318619). Figuur 3.4
Leefomgeving en woonklimaat scoren het laagst in Zuidwest Rapportcijfers: leefbaarheid naar wijk (2023)
Fysieke kwaliteit van de leefomgeving
Bron:
DHIC/Veiligheidsmonitor
Prettig wonen
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
32
Verder valt op dat in de verschillen in leefkwaliteit en woningeigendom nog altijd de scheidingslijn tussen ‘het veen en het zand’ zichtbaar is, met name wanneer we kijken naar indicator ‘Prettig wonen’. Box 3.1 beschrijft de ontstaansgeschiedenis. Box 3.1
Gezond zand en goedkoop veen
De scheidslijn tussen het veen en het zand in Den Haag ontstond door de ondergrond en door latere stadsuitbreiding. Langs de kust vormden zich duizenden jaren geleden strandwallen van zand, met daartussen lagere strandvlakten die met veen en klei zijn opgevuld. Op de hogere zandgronden vestigden mensen zich vroeg, terwijl de nattere veengebieden pas later werden bebouwd. In de negentiende en vroege twintigste eeuw groeide de stad sterk. Volgens het Haags Historisch Museum ontstond het verschil door de ondergrond en door de manier waarop de stad in de 19e eeuw snel uitbreidde. De hogere zandgronden richting Scheveningen golden als gezonder en aantrekkelijker. Dat beeld werd actief verkocht, zelfs met een verwijzing naar een vermeend malariarisico op het veen; een brochure uit 1897 prees Duinoord aan met het argument van “gezond zand”. Op het zand verrezen ruime woonwijken met parken en prestigieuze gebouwen. Op de lage veengronden kwamen fabrieken en dichte arbeidersbebouwing met een eentonig stratenpatroon en veel slecht gebouwde huizen. Omdat de gemeente de uitbreiding lang aan bouwmaatschappijen overliet, zette dit patroon zich vast. Toen later via de Woningwet en het plan van Berlage beter werd gebouwd, bleef de tegenstelling tussen zand- en veenwijken zichtbaar. Zo raakten welvarende bewoners vooral aan de zandzijde geconcentreerd en arbeiders aan de veenzijde. Bron:
Stad van zand en veen — Haags Historisch Museum
Figuur 3.5
Scheidingslijn tussen ‘het veen’ en ‘het zand’ nog duidelijk zichtbaar in type woningbezit
Koopwoningen
Particuliere huur
Sociale huur
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
Bron:
33
Den Haag in Cijfers/Bewerking SEO. Toelichting: Type woningbezit in 2025. De rode lijn de figuur rechts onderin markeert de Laan van Meerdervoort, ook wel bekend als de scheidingslijn tussen ‘het veen en het zand’.
Haags beleid
Selectie Haags beleid >> Woonvisie 2040 >> Woonzorgvisie (ontwerp) >> Den Haag geeft thuis
Ruimte is schaars, waardoor verdichting binnen de bestaande stad de enige realistische groeistrategie is. De uitbreidingsstrategie staat beschreven in de Woonvisie 2040. De productie is gericht op circa 4.000 woningen per jaar via nieuwbouw en transformatie, met focus op Binckhorst, CID en Zuidwest en aanvullend kleinschalige inbreiding in alle stadsdelen (gemeente Den Haag, 2024, RIS318961).
In de Woonzorgvisie koppelt de gemeente wonen, welzijn en zorg om langer zelfstandig wonen en doorstroming op leeftijd te ondersteunen. In de woonzorgvisie gelden toegankelijkheid en aanpasbaarheid als uitgangspunten bij nieuwbouw en renovatie, met systematische toepassing van liften, drempelloze toegang en aanpasbare plattegronden. Daarnaast worden geclusterde seniorenwoningen opgeschaald en bestaande woningen waar nodig aangepast, zodat vraag en aanbod beter aansluiten en verhuisdrempels dalen (gemeente Den Haag, 2025, RIS321928). De woonzorgvisie gaat naast ouderen ook over aandachtsgroepen met een woon- en zorgvraag, zoals mensen uit maatschappelijke opvang, jongeren die uitstromen uit de jeugdhulp, mensen uit de vrouwenopvang, mensen uit beschermd wonen en mensen die uit detentie of (forensische) zorg komen (Gemeente Den Haag, 2025, RIS321928). De gemeente werkt hiervoor samen met woningcorporaties en zorgorganisaties. Met ‘Den Haag geeft thuis’ – het Beleidskader aanpak dakloosheid voor de periode 2023-2030 – schetst Den Haag de kaders voor het aanpakken van dakloosheid. Hierin zet de gemeente in op preventie en op sneller herhuisvesten, met een eigen woonplek als vertrekpunt en ondersteuning die past bij de situatie (gemeente Den Haag, 2025, RIS321928).
Doorstroming is een speerpunt, omdat veel ouderen nu – door een gebrek aan kleinere, toegankelijke woningen - in niet-efficiënte, ruime eengezinswoningen blijven. Hierdoor ontstaan knelpunten in de doorstroom in de woonvoorraad. De Woonzorgvisie zet daarom in op bewustwording, seniorenmakelaars en praktische verhuisondersteuning, plus financiële prikkels waar passend. Als belangrijk wordt gezien dat er aantrekkelijk, betaalbaar en passend aanbod in de eigen buurt beschikbaar is, zodat mensen hun netwerk kunnen behouden. De gemeente werkt daarnaast aan eenduidige labeling en toewijzing, zodat aangepaste of geclusterde woningen ook daadwerkelijk bij de juiste doelgroepen terechtkomen. Met deze mix van aanbod, ontzorging en heldere toewijzing wil Den Haag verhuizen “makkelijker en logischer” maken. Dat helpt bewoners aan een beter passende woning én vergroot de doorstroming richting gezinnen, starters en middeninkomens. Voor tijdelijke en betaalbare huisvesting richt de gemeente zich op het vinden van extra woonlocaties voor verschillende doelgroepen, waaronder urgenten. Daarbij wordt gekeken naar verschillende vormen van tijdelijke huisvesting, zoals flexwoningen. De mogelijkheden hiervoor zijn echter beperkt door de schaarste aan beschikbare grond en geschikte plekken.
De inzet ligt daarom vooral op het benutten en zoeken van aanvullende locaties waar tijdelijke woonoplossingen kunnen worden gerealiseerd (gemeente Den Haag, 2025, RIS321928). Programmering borgt betaalbaarheid en menging met duidelijke kwantitatieve randvoorwaarden. Minimaal 30 procent sociale huur en circa 50 procent middenhuur gelden als uitgangspunt in nieuwbouw, met de mogelijkheid om in kwetsbare wijken tijdelijk af te wijken ten gunste van de mix, mits elders ruimschoots sociale huur wordt toegevoegd. In wijken met een laag aandeel sociale huur en een hogere gemiddelde woningwaarde wordt juist extra sociale huur gevraagd, zodat het aandeel daar op termijn richting het stedelijk gemiddelde groeit.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
34
Verdichting concentreert zich bovendien nabij OV-knooppunten om inclusief te groeien met lagere mobiliteits- en ruimteclaims per woning (gemeente Den Haag, 2022, RIS296833). Handhaving en regulering moeten misstanden tegengaan en kwaliteit borgen, vooral in kwetsbare buurten. De gemeente zet de Pandbrigade, verhuurvergunningen en de Wet goed verhuurderschap in tegen huisjesmelkerij, woonfraude en overbewoning, waarmee slechte verhuurpraktijken en ontoereikende kwaliteit sneller worden gecorrigeerd (gemeente Den Haag, 2024, RIS318961). Deze inzet vult de aanbodstrategie aan en beoogt ook prijsen kwaliteitsprikkels in het middensegment te verbeteren. Tegelijkertijd kan dit beleid onbedoeld dakloosheid in de hand werken. In het beleidskader aanpak dakloosheid wordt wel aandacht besteed aan het voorkomen van uitzettingen, al lijkt het hier met name te gaan over situaties waarin een huurder zijn woonplek verliest doordat een verhuurder een ontruiming inzet, vaak na problemen zoals huurachterstand. Langjarige gebiedsgerichte investeringen moeten de leefbaarheid structureel verhogen richting 2040.
De Woonvisie 2040 kiest voor een gebiedsgerichte aanpak in wijken die op de Leefbaarometer lager scoren dan het Haagse gemiddelde, met extra aandacht voor Den Haag Zuidwest en de aangrenzende vooroorlogse wijken zoals Laakkwartier en Rustenburg-Oostbroek (gemeente Den Haag, 2024, RIS318961). In deze gebieden start de gemeente een programma voor stadsrenovatie en het fysiek verbeteren van vooroorlogse buurten met veel particuliere huur, waaronder Laakkwartier, Rustenburg-Oostbroek, Transvaal, Moerwijk en de Schilderswijk. Bij de huisvesting van aandachtsgroepen stuurt de gemeente op spreiding over alle delen van de stad en op handhaving tegen misstanden in het particuliere huursegment, zodat de druk op leefbaarheid beter beheersbaar blijft (gemeente Den Haag, 2024, RIS318961).
3.1.3 Ruimtelijke voorzieningen en klimaat Als we het hebben over ruimtelijke voorzieningen, bedoelen we de fysieke en geografische voorzieningen die mensen in hun leefomgeving gebruiken. Dat gaat bijvoorbeeld over gebouwen, infrastructuur en openbare ruimtes die bijdragen aan wonen, werken, leren en recreëren. Concreet gaat het om zaken zoals scholen, ziekenhuizen, sportvelden, parken, winkelcentra, wegen, fietspaden en openbaar vervoer. Ook nutsvoorzieningen zoals riolering, energievoorziening en waterbeheer vallen hieronder. De term wordt vaak gebruikt in de context van ruimtelijke ordening of gebiedsontwikkeling, waar men kijkt hoe deze voorzieningen verspreid zijn over een gebied, of ze goed bereikbaar zijn, en of ze aansluiten bij de behoeften van bewoners en bedrijven.
Haagse context Den Haag is een compacte stad met beperkte fysieke ruimte voor groei. De stad is dichtbebouwd en kent weinig vrije ruimte. Den Haag kent de hoogste bevolkingsdichtheid in heel Nederland, met bijna 7 duizend inwoners per vierkante kilometer. 11 Daar waar de bevolkingsomvang verder toeneemt, kan dit de druk op voorzieningen vergroten. Ook nu al staan scholen, huisartsen, sportvelden en buurthuizen onder druk, vooral in wijken met veel nieuwbouw (Gemeente Den Haag, 2025, RIS321162). In tegenstelling tot andere gemeenten heeft Den Haag - als stad aan zee - nauwelijks uitbreidingsmogelijkheden aan de stadsranden. Van Manshanden et al. (2025) noemen Den Haag daarom een ‘beknelde wereldstad aan zee’. Wanneer het aantal bewoners blijft toenemen, wordt ruimte nog schaarser. Dat vraagt om zorgvuldige afwegingen bij nieuwe woningbouwprojecten, waarbij ook de leefomgeving en voorzieningen worden meegenomen (Gemeente Den Haag, 2025, RIS321162). 11
Inwoners per gemeente | CBS
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
35
De bevolkingssamenstelling versterkt de ruimtelijke verschillen binnen de stad. Den Haag kent grote contrasten tussen wijken, zowel in inkomen als gezondheid. In sommige buurten wonen veel gezinnen met lage inkomens, terwijl andere worden bevolkt door hoogopgeleide kenniswerkers. Ook bijvoorbeeld in termen van rommel op straat zien we de sociale scheidingslijn die door Den Haag loopt, terug (Figuur 3.6). Figuur 3.6
Bron:
Meer rommel op straat aan de kant van ‘het veen’
Den Haag in Cijfers/bewerking SEO. Toelichting: percentage inwoners dat veel overlast van rommel op straat ervaart (2023).
Het aanbod van voorzieningen hangt ook samen met de leeftijden in de wijken en buurten. Figuur 3.7 laat zien dat het centrum minder goed scoort op tevredenheid over voorzieningen voor jongeren en speelplekken voor kinderen. Figuur 3.8 laat zien dat ten opzichte van Haagse wijken, er in het centrum ook minder kinderen wonen.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
Figuur 3.7
Bron:
Den Haag in Cijfers/bewerking SEO.
Figuur 3.8
Bron:
Niet iedere wijk lijkt even goed te zijn ingericht op jongeren, wel tevredenheid over speelplekken
Minder kinderen in het centrum
Den Haag in Cijfers/bewerking SEO.
36
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
37
Haags beleid Den Haag koppelt woningbouw expliciet aan de aanleg van voorzieningen. In de Omgevingsvisie 2050 staat dat nieuwe woningen Selectie Haags beleid alleen mogen worden gerealiseerd als ook de bijbehorende >> Omgevingsvisie 2050 voorzieningen worden toegevoegd. Volgens gemeentelijke >> Haagse richtinggevende normen gesprekspartners is dit een bewuste koerswijziging: waar in het verleden Voor maatschappelijke voorzieningen woningen sneller werden gebouwd dan scholen of zorglocaties, geldt en groen 2024 nu het uitgangspunt dat eerst de voorzieningen op orde moeten zijn om leefbaarheid te waarborgen. De Omgevingsvisie 2050 erkent daarbij de diversiteit in de vraag naar voorzieningen. De visie werkt met daarom zogenoemde leefmilieus: acht typen stedelijke omgevingen met eigen kenmerken en voorzieningennormen. Dit maakt het mogelijk om beleid beter af te stemmen op lokale omstandigheden, wat in landelijke kaders vaak minder gedetailleerd gebeurt De gemeente hanteert richtinggevende normen om de groei van voorzieningen en groen te sturen (Gemeente Den Haag, 2024, RIS317835). Voor onderwijs, sport, zorg, groen en dagelijkse winkels gelden normen die gekoppeld zijn aan de leefmilieus. Hierdoor kan de gemeente per wijk bepalen welke voorzieningen nodig zijn bij een bepaalde bevolkingsomvang of samenstelling.
De leefmilieus vormen tevens de basis voor het toekomstige Omgevingsplan, waarin wordt vastgelegd wat in elk gebied mogelijk is. Deze aanpak sluit aan bij het concept van de “stad van nabijheid”: een stad waarin bewoners hun basisvoorzieningen binnen vijftien minuten te voet of per fiets kunnen bereiken. Slimme combinaties van functies moeten ruimtegebrek compenseren. Omdat ruimte schaars is, stimuleert de gemeente meervoudig gebruik van gebouwen. Voorbeelden zijn combinaties van wonen, werken en maatschappelijke functies, of het hergebruik van bestaande panden. Ook wordt geëxperimenteerd met stapeling van functies, zoals sporthallen boven parkeergarages of scholen met groene daken. Op die manier blijft de stad leefbaar zonder verdere uitbreiding aan de randen. De stad streeft naar een evenwichtige spreiding van voorzieningen over alle wijken. Waar voorheen vooral werd geïnvesteerd in gebieden als de Binckhorst en Zuidwest, wil Den Haag nu ook bestaande wijken versterken. Volgens gesprekspartners draagt dit bij aan het verkleinen van ongelijkheid tussen buurten. Kleine voorzieningen dicht bij huis – zoals buurtcentra, gemeentelijke servicepunten of zorgpunten – bevorderen bovendien de sociale samenhang. Regionale samenwerking versterkt de voorzieningencapaciteit van Den Haag.
Voorbeelden zijn de Haagse campus van de Universiteit Leiden, of de metrolijn E die vanuit Rotterdam is doorgetrokken naar Den Haag. Door het bundelen van middelen op regioniveau, hoeft Den Haag niet alle voorzieningen zelf te dragen en kunnen schaalvoordelen worden benut (Pattinaja et al., te verschijnen). Groen en water zijn volwaardige onderdelen van de Haagse verdichtingsstrategie. De Omgevingsvisie 2050 schrijft voor dat bij elke verdichting ook ruimte wordt gemaakt voor groen en water. Gesprekspartners noemen dit principe “ruimte maken bij verdichten”: niet minder groen, maar anders ingericht en beter toegankelijk. Daarmee wil Den Haag aantonen dat stedelijke groei en leefkwaliteit elkaar kunnen versterken.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
38
In de Omgevingsvisie Den Haag 2050 koppelt de gemeente klimaatadaptatie aan de manier waarop de stad ruimte maakt en inricht voor voorzieningen en openbare ruimte. De visie stelt dat Den Haag zich voorbereidt op gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, extreme regen, hitte en droogte. Ruimtelijke keuzes worden steeds vaker bepaald door waterveiligheid, waterkwaliteit en de ondergrond. De nadruk ligt op water- en groenstructuren die wateroverlast en hittestress beperken en zorgen voor voldoende en schoon drinkwater. Deze uitgangspunten zijn uitgewerkt in concrete maatregelen, zoals het creëren van koelere plekken door ontharding en meer groen, het vergroten van de sponswerking van de stad en het verbeteren van de opvang en afvoer van water. Groen geldt in de visie als een stedelijke structuur die de stad uitbreidt en versterkt. Voorbeelden zijn wijkparken die dienen als ontmoetingsplek én waterbuffer, en die bezoekers in de zomer bescherming bieden tegen hittestress. Bij stedelijke ontwikkeling benadrukt de visie de noodzaak van een ruimtelijke balans tussen maatschappelijke voorzieningen, nutsvoorzieningen, klimaatadaptief en natuurinclusief groen en sportvoorzieningen. Ook in de energie-infrastructuur komt dit terug: de aanleg van warmtenetten moet volgens de legenda plaatsvinden “met aandacht voor balans onder- en bovengronds, en klimaatadaptatie”.
De gemeente zet al stappen richting een klimaatrobuuste inrichting van de stad. In de OntwerpOmgevingsvisie Den Haag 2050 stelt de gemeente dat water- en bodemsystemen sturend moeten zijn bij ruimtelijke planvorming. Keuzes over waar in 2050 gewoond en gewerkt kan worden, worden in toenemende mate bepaald door waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid en bodemhoogte en -kwaliteit. De kust moet bijvoorbeeld voortdurend worden versterkt om het achterland te beschermen tegen zeespiegelstijging, wat meer ruimte vraagt voor waterkeringen dan nu beschikbaar is. Tegelijkertijd neemt de waterdruk in de regio toe: hevige regenbuien vragen om extra bergingscapaciteit en langere droogteperioden om voldoende zoetwater. Den Haag investeert daarom samen met partners in een robuust watersysteem dat in 2050 extreme neerslag kan opvangen en droogte kan overbruggen. Dit vertaalt zich onder meer in extra ruimte voor waterberging, zoals het tijdelijk inzetten van groengebieden of polders, en in het vergroten van de sponswerking van de bodem zodat regenwater beter infiltreert. Het beoogde eindbeeld is een watersysteem dat piekbuien aankan en tegelijk voldoende zoetwater vasthoudt voor droge perioden. Deze ingrepen zijn in elk bevolkingsscenario nodig, maar bij sterke groei zijn zij extra urgent omdat een dichtere stad minder ruimte heeft om klimaatextremen op te vangen.
Klimaatmitigatie komt in de visie vooral terug onder de termen energietransitie en verduurzaming. De energietransitie richt zich op minder energiegebruik door isolatie en gedragsverandering, het overstappen op schone warmte-oplossingen zoals warmtepompen en warmtenetten, en het gebruik van duurzaam opgewekte elektriciteit, met aandacht voor de druk op het elektriciteitsnet. Deze opgaven zijn ruimtelijk verankerd doordat de omgevingsvisiekaart ruimteclaims benoemt voor energie- en basissystemen, zoals warmtenetten, elektriciteitstracés, energiehubs en locaties voor warmteoverdracht, geothermie en aquathermie. Daarnaast gebruikt de visie de 15-minutenstad als ordenend principe voor de verdeling van dagelijkse voorzieningen. Voorzieningen moeten snel en makkelijk bereikbaar zijn. De stad streeft naar een evenwichtige spreiding van scholen, sport-, cultuur-, zorg- en winkelvoorzieningen en ontmoetingsplekken. Deze nabijheid draagt bij aan verduurzaming en minder mobiliteitsverplaatsingen, omdat wonen, werken en voorzieningen dichter bij elkaar liggen en verplaatsingen tussen wijken en het centrum afnemen.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
39
3.2 Economie en arbeidsmarkt 3.2.1 Haagse context Economie De economie van Den Haag en omgeving laat na de coronaperiode een versnelling zien vergeleken met de jaren ervoor (Manshanden et al., 2025). Tabel 3.1 laat dit zien: vóór 2020 bleef de groei van het bruto regionaal product (BRP) in de regio Den Haag achter bij het landelijk gemiddelde (gemiddeld ~1,5procent per jaar, vergeleken met 2,4 procent in Nederland). Na corona is dat beeld omgeslagen: tussen 2021 en 2023 groeide de Haagse economie met gemiddeld ~3,3 procent per jaar, tegenover ~2 procent landelijk. In 2022 steeg het BRP zelfs met 7,2 procent, flink boven het Nederlandse gemiddelde, waarna de groei in 2023 terugviel tot circa 0,7 procent. De oorzaak van deze groeiversnelling is nog onduidelijk, maar duidelijk is wel dat Den Haag een periode van inhaalslag doormaakt. Dit staat in contrast met het vorige decennium, toen lokale factoren zoals rijksbezuinigingen en het vertrek van grote hoofdkantoren de Haagse economie dempten. Doordat de bevolking in de regio Den Haag tegelijk iets sneller groeit dan landelijk (ongeveer 0,8 procent per jaar vs. 0,5 procent in Nederland), neemt ook het BRP per inwoner de laatste jaren relatief sterk toe. Per saldo draagt de Haagse economie nu meer bij aan de nationale groei dan voorheen. Tabel 3.1
Regio12 Den Haag: meer economische groei sinds herstel corona dan landelijk Jaar
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025*
2026*
2,3
2,3
-3,9
6,3
5
0,1
1
1,5
0,9
BRP in mln. euro (marktprijzen 2023)
46,4
47,3
46,5
47,8
51,2
51,6
52,6
54
54,8
Reële groei in %
0,9
1,8
-1,5
2,7
7,2
0,7
2
2,6
1,5
Werkzame personen (× 1.000)
465
475
483
484
503
513
517
524
531
Nederland (CPB) Reële bbp-groei in % Regio Den Haag
Groei in %
1,9
2,2
1,6
0,3
3,9
1,8
0,8
1,4
1,4
Bevolking (× 1.000)
868
878
886
892
903
914
920
928
937
Groei in %
1,06
1,13
0,89
0,72
1,26
1,17
0,69
0,81
1,02
Bevolking 15–74 jaar (× 1.000)
643
649
657
671
680
687
692
701
711
als % van de bevolking
74,1
73,9
74,2
75,2
75,3
75,2
75,2
75,6
75,9
Beroepsbevolking (× 1.000)
456
465
467
475
489
506
510
520
532
Bruto participatiegraad
70,9
71,6
71,1
70,8
71,9
73,7
73,7
74,1
74,8
Werkloosheid (× 1.000) als % van de beroepsbevolking
26 5,7
26 5,6
27 5,8
26 5,5
21 4,3
22 4,3
23 4,5
24 4,6
26 4,9
Bijstand (personen, × 1.000)
29,4
27,8
27,7
27,2
25,7
25,1
25
24,8
24,6
als % van bevolking 15–74 jaar
4,6
4,3
4,2
4,1
3,8
3,7
3,6
3,5
3,5
Bron:
12
CBS/NEO Observatory (te verschijnen)
COROP-gebied 26, bestaande uit de zes gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker, Rijswijk, Wassenaar, Zoetermeer)
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
40
De Haagse economie wordt van oudsher gedomineerd door dienstensectoren, met een sterke aanwezigheid van de (rijks)overheid en aanverwante organisaties. In 2024 waren de grootste sectoren qua werkgelegenheid de overheid, de zorg, de specialistische zakelijke diensten (bijvoorbeeld advocatuur en consultancy) en de handel (Manshanden et al., 2025). Elk van deze sectoren is goed voor 10–20 procent van de banen in de stad. Samen vormen overheid en zorg circa een derde van de Haagse economie (33 procent van alle banen in 2024). Opvallend is dat juist deze publieke sectoren momenteel het hardst groeien: de overheid kende gemiddeld +3,6 procentwerkgelegenheidsgroei per jaar, de zorg +3,4 procent, duidelijk boven het stadsbrede gemiddelde van ~2,9 procent%. Hierdoor neemt het aandeel van overheid en zorg in de lokale economie nog verder toe. Andere belangrijke branches zoals de specialistische zakelijke diensten en de detailhandel groeien met circa 1,8 procent per jaar wat trager dan het gemiddelde in de Haagse economie. De industrie in Den Haag is relatief klein en is de afgelopen jaren licht gekrompen, omdat de stad weinig maakindustrie kent en vooral werk biedt in diensten (Manshanden et al., 2025). Sectoren als informatietechnologie en financiële dienstverlening nemen samen ruim 8 procent van de werkgelegenheid in.
De groei zit daarbij vooral in arbeidsintensieve diensten zoals overheid, zorg, onderwijs en cultuur. In deze sectoren stijgt de productiviteit vaak minder snel dan in sectoren waar processen makkelijker te automatiseren zijn, terwijl lonen wel meestijgen met de rest van de economie. Daardoor lopen de kosten per geleverde dienst relatief snel op en blijft er per activiteit veel menselijk werk nodig, een mechanisme dat bekend staat als de wet van Baumol. Den Haag heeft daarmee relatief veel banen in sectoren met een lage arbeidsproductiviteit, zoals de zorg, het onderwijs, de bouw, de detailhandel, de horeca en ondersteunende zakelijke diensten zoals administratie en callcenters. Deze sectoren vormen samen een groot deel van de economie die ‘foundational economy’ wordt genoemd: banen die belangrijk zijn voor het functioneren van de stad, maar weinig innovatief zijn en vaak gekenmerkt worden door flexibele contracten en een beperkte inzet van technologie. Aan de andere kant is de kenniseconomie met hoogwaardige diensten wel productief, maar nog beperkt van omvang en de groei blijft hier achter (Manshanden et al., 2025). Een innovatieve sector met voldoende kritische massa en een duidelijk concurrentievoordeel ontbreekt vooralsnog. Dit patroon past bij een economie die vooral groeit door meer arbeid in plaats van door technologische of kapitaalintensieve vernieuwing per baan.
Als gevolg hiervan blijft zowel de arbeidsproductiviteit als de arbeidsproductiviteitsgroei in Den Haag achter (Figuur 3.9). Minder (ontwikkeling in) arbeidsproductiviteit in Den Haag ten opzichte van (grootstedelijk) NL
160
136
140 120 100
109
108
98
102
80 60 40 20
-0,12
0 Agglomeratie Den Haag
Groot Rijnmond
Groot Amsterdam
Utrecht (COROP)
Nederland (gemiddeld)
Toegevoegde waarde per arbeidsjaar (FTE), 2022
Gemiddelde jaarlijkse groei toegevoegde waarde per arbeidsjaar (FTE), 2022 Bron:
CBS Statline/bewerking SEO.
1,8 1,6 1,4 1,2 1 0,8 0,6 0,4 0,2 0 -0,2 -0,4
Groei in procentpunten
Toegevoegde waarde in euro's
Figuur 3.9
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
41
Ruimtegebrek vormt een andere structurele belemmering voor economische groei. Als dichtbebouwde stad heeft Den Haag te maken met schaarse ruimte voor bedrijfsvestigingen. Veel van het grondoppervlak is bebouwd met woningen, overheidsgebouwen en groen, waardoor er relatief weinig bedrijfsruimte beschikbaar is. De totale voorraad bedrijfsruimte (zoals bedrijfshallen en logistieke centra) in Den Haag bedraagt circa 1,57 miljoen m² (vvo ≥500 m²) en is daarmee de kleinste van alle grote steden in Nederland (Manshanden et al., 2025). In de afgelopen vijf jaar is die voorraad zelfs met ongeveer 2,3 procent gekrompen, onder andere door transformaties en de druk van andere bestemmingen. De beperkte ruimte vertaalt zich in een bescheiden aanbod aan bedrijventerreinen en bedrijfsunits, wat de groei van met name productie- en logistieke bedrijven bemoeilijkt (gemeente Den Haag, 2019). Ook op de kantorenmarkt is de schaarste goed merkbaar. De vraag naar kantoorruimte in Den Haag nam in 2024 sterk toe (ca. +70 procent transactievolume vergeleken met 2023), mede door enkele grote transacties van de rijksoverheid. Tegelijkertijd blijft het aanbod achter door gebrek aan nieuwe bouw en het terughoudend transformeren van kantoren. Hierdoor is de kantorenleegstand gedaald tot slechts 4,5 procent in 2024.
Ter context: een leegstand van ~5–7 procent wordt gezien als noodzakelijk frictiepercentage voor een gezonde kantorenmarkt, waarbij voldoende keuze en doorstroming is. Met 4,5% leegstand is Den Haag momenteel de krapste kantorenmarkt van alle grote steden; dit percentage is lager dan in Utrecht (4,7 procent) en beduidend lager dan in Amsterdam (9,7 procent) of Rotterdam (7,5 procent%). In feite heeft Den Haag nu het laagste leegstandspercentage van alle G10-steden in Nederland. De geringe leegstand betekent dat bedrijven die uitbreiding of modernisering zoeken, moeite hebben om geschikte kantoren te vinden. Veel kantoren in Den Haag zijn bovendien verouderd (gemiddeld bouwjaar jaren ’70), waardoor moderne hoogwaardige kantoorruimte schaars is. Dit leidt ertoe dat huurders vaak hun bestaande kantoorcontract verlengen bij gebrek aan alternatief, of in het uiterste geval uitwijken naar omliggende gemeenten als er lokaal geen passende ruimte beschikbaar is.
Arbeidsmarkt De werkgelegenheid herstelde krachtig na corona: het aantal banen in Den Haag bereikte 336.000 in 2024. Tegelijk is de arbeidsmarkt zeer krap. De werkloosheid in de gemeente Den Haag bedroeg in 2024 5,1 procent van de beroepsbevolking. Dat is hoger dan in de omliggende regio (4,5 procent) en Nederland als geheel (3,7 procent), wat een gebruikelijk beeld is – in grote steden liggen de werkloosheidscijfers doorgaans hoger omdat werkloosheid zich concentreert in de kernstad en specifieke wijken (Box 3.2). Toch is de Haagse werkloosheid laag in historisch perspectief, en zelfs iets lager dan in Rotterdam en Amsterdam (waar de percentages in 2024 net boven de 5 procent lagen).
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
Box 3.2
42
Waarom concentreert werkloosheid zich in grote steden en specifieke wijken?
Dat werkloosheid in grote steden vaak hoger ligt, hangt samen met een paar processen die elkaar kunnen versterken. Een eerste proces is woonsegregatie: huishoudens met een lager inkomen, een lager opleidingsniveau of een zwakkere positie op de arbeidsmarkt wonen vaker geconcentreerd in een beperkt aantal buurten. Onderzoek naar Nederlandse stedelijke regio’s laat zien dat sociaaleconomische groepen, waaronder ook werkloze huishoudens met een laag inkomen, ruimtelijk ongelijk verdeeld zijn binnen en rond steden (Hochstenbach & Musterd, 2019). Een tweede proces is ruimtelijke mismatch tussen wonen en werken. In de literatuur heet dit vaak de “spatial mismatch hypothesis”: banen groeien of verplaatsen naar andere plekken in de regio, terwijl mensen met minder middelen vaker in buurten blijven wonen die verder van die banen af liggen. Reistijd, reiskosten, beperkte toegang tot auto en minder goede verbindingen kunnen dan een drempel vormen om werk te vinden en vast te houden, vooral voor mensen met minder flexibiliteit in werktijden of met zorgtaken (Zenou, 2018). Een derde proces gaat over economische veranderingen in steden. In veel landen zijn bepaalde soorten banen voor lager opgeleiden in of nabij de kernstad afgenomen door herstructurering van de economie en het verdwijnen of verplaatsen van werk.
Dat kan ervoor zorgen dat buurten waar veel kwetsbare huishoudens wonen extra hard geraakt worden als de vraag naar hun type werk daalt. Wilson beschrijft hoe langdurige werkloosheid in zulke buurten samenhangt met het wegvallen van werkgelegenheid en met het moeilijker opbouwen van werkervaring en routines die helpen bij het vinden van nieuw werk (Wilson, 2011). Een vierde proces zijn buurteffecten. Onderzoek wijst op kanalen zoals minder toegang tot effectieve netwerken voor vacatures, minder positieve rolmodellen rond werk, stigma van een woonadres en verschillen in lokale ondersteuning en voorzieningen. Een studie in Urban Studies brengt deze mechanismen expliciet samen voor werk en laat zien dat buurtachterstand en lokale netwerken samenhangen met de kans om vanuit werkloosheid weer werk te vinden (Vandecasteele & Fasang, 2021). Het idee dat sociale contacten vaak een route zijn naar werk sluit aan bij klassiek onderzoek naar “job information networks” (Granovetter, 2018). Bron:
Hochstenbach & Musterd (2019); Zenou (2018); Wilson (2011); Vandecasteele & Fasang (2021); Granovetter (2018)
De regio Haaglanden als geheel kende met 4,5 procent werklozen een uitzonderlijk lage werkloosheid in 2024, zij het nog iets boven het landelijk gemiddelde. Mogelijk worden hier ook de inspanningen vanuit de gemeente en UWV om inwoners vroegtijdig uit de werkloosheid te halen, zichtbaar.13 Wat verder opvalt, is dat Den Haag ondanks de krapte kampt met een relatief lage arbeidsparticipatie. Slechts zo’n 72 procent van de inwoners van 15–74 jaar is actief op de arbeidsmarkt, het laagste participatieniveau van de G4-steden. Ter vergelijking: in Amsterdam is dit 77 procent. Met name onder jongeren en lager opgeleiden zijn er veel mensen die niet deelnemen aan betaalde arbeid (Van der Ven et al., 2025). Een aanzienlijk deel valt buiten zowel werk- als werkloosheidsstatistieken (ze hebben geen baan, zijn niet als werkloos geregistreerd en ontvangen geen bijstand). Ondanks de grote hoeveelheid openstaande vacatures profiteert deze groep niet of nauwelijks van de economische bloei. De spanning op de arbeidsmarkt blijkt uit het snel gegroeide aantal vacatures. In de regio Den Haag is de vacaturegraad – het aantal openstaande vacatures als percentage van het aantal banen – in de afgelopen jaren verdubbeld van 2,1 procent in 2016 naar ongeveer 4,0 procent in 2024. Dit niveau is vergelijkbaar met de landelijke situatie en behoort tot de hoogste in jaren.
Een gezonde arbeidsmarkt kent doorgaans 5–7 procent “frictiewerkloosheid” of vacatures, dus een vacaturegraad rond de 4 procent duidt op krapte. Werkgevers hebben moeite om geschikt personeel te vinden en de concurrentie om arbeidskrachten is groot. Den Haag heeft weliswaar net iets minder vacatures relatief gezien dan de andere drie grote steden, maar het verschil is klein. Samengevat is de arbeidsmarkt in 2024 uiterst krap: het aantal WW-uitkeringen in Den Haag is met 1,8 procent van de beroepsbevolking laag en blijft dalen, terwijl de vraag naar personeel hoog blijft. Deze situatie zet druk op bedrijven om creatief om te gaan met werving en op de gemeente om meer inwoners naar werk te begeleiden.
13
Zie: UWV en gemeente Den Haag voorkomen doorstroom van WW naar bijstand | UWV
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
43
3.2.2 Haags beleid De gemeente Den Haag zet in haar economische visie 2030 vol in op een duurzame en inclusieve groei van de stadseconomie. Het overkoepelende doel is brede economische bloei: dat betekent Selectie Haags beleid >> Economische Visie Den Haag+ structurele economische groei én structurele banengroei, op een manier 2030 waarvan alle Hagenaars kunnen profiteren. “Iedere inwoner doet mee, als >> Strategie Werken, Leren en ondernemer of via een baan of opleiding,” zo staat in de Economische Innoveren Visie Den Haag 2030 geformuleerd. Het streven is dus niet alleen meer welvaart te creëren, maar deze ook beter te verdelen over de bevolking. Inclusie staat hoog op de agenda, met speciale aandacht voor het activeren van groepen die nu ondervertegenwoordigd zijn op de arbeidsmarkt (zoals jongeren zonder startkwalificatie en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt).14 Parallel daaraan wil Den Haag het leven in de stad voor iedereen verbeteren en verduurzamen. De gemeente heeft zich ten doel gesteld om in 2030 klimaatneutraal te zijn, en de economie moet aan die doelstelling bijdragen. Dit betekent dat economische groei hand in hand moet gaan met duurzame ontwikkeling en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat voor de inwoners. De unieke Haagse context vraagt om een doelgericht economisch en arbeidsmarktbeleid.
De gemeente Den Haag heeft daarom een integrale strategie uitgezet in de Economische Visie Den Haag 2030 en in uitvoeringsprogramma’s zoals de Strategie Werken, Leren en Innoveren. Centraal staat het bevorderen van brede economische bloei: een economie die sterker groeit in banen en toegevoegde waarde, maar ook iedereen laat meedelen in de welvaart (Den Haag, 2019, RIS303550). Concreet wil Den Haag structureel meer werkgelegenheid scheppen om de bevolkingsgroei bij te benen – minimaal vijf extra banen per tien nieuwe inwoners – en daarbij zorgen voor een betere verdeling van de groei over de bevolking. “Iedere inwoner doet mee, als ondernemer of via een baan of opleiding,” zo luidt het voornemen (Den Haag, 2019, RIS303550). Dat betekent dat het stadsbestuur inzet op zowel banencreatie als inclusie, zodat groei niet alleen in statistieken zichtbaar is maar ook in de portemonnee en leefkwaliteit van Hagenaars. Om dit te bereiken richt het Haagse beleid zich op meerdere thema’s. Allereerst wordt gewerkt aan een veerkrachtigere en veelzijdigere sectorstructuur. Waar Den Haag traditioneel sterk leunt op overheid en diensten, wil de gemeente de economische basis verbreden. In de economische visie zijn expliciete speerpunten benoemd: het verder uitbouwen van het internationale profiel van Den Haag én het gericht versterken van andere sectoren zoals de maakindustrie en de zorg.
Zo zet Den Haag verder in op de sterke kanten: de stad verdiept haar positie als internationale kennis- en rechtsstad door het clusteren en economisch benutten van instellingen en bedrijven op het gebied van vrede, recht en veiligheid. Daarnaast besteedt het Haagse beleid aandacht aan het stimuleren van de kenniseconomie, digitalisering en innovatie. Den Haag profileert zich inmiddels als een volwaardige kennisstad waarin bedrijven, onderwijs en overheden samenwerken aan nieuwe oplossingen. In de aanpak Werken, Leren en Innoveren wordt beschreven hoe in de hele stad innovatieve hotspots met elkaar verbonden worden tot één netwerk. De gemeente voert actief beleid om dit soort hubs te laten floreren – door te stimuleren, te verbinden en te faciliteren. Den Haag heeft bijvoorbeeld een startersprogramma opgezet om startups te ondersteunen binnen een vruchtbaar ecosysteem. Zo was in 2024 het aandeel van innovatieve start- en scale-ups als percentage van alle nieuwe oprichtingen het hoogst in Den Haag van de vier grote steden met 11 procent (Dealroom, 2025).
14
Voor jongeren krijgt dit in Den Haag onder meer vorm via het Jongerenpunt070, waar de begeleiding start met een integrale intake en waar de eerste focus ligt op het behalen van een startkwalificatie (Gemeente Den Haag, 2024, RIS319852).
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
44
Een meer recent onderdeel van het beleid richt zich op de arbeidsmarkt en onderwijs, om ongelijkheid tegen te gaan en talent te ontwikkelen. Onder de noemer “werken, leren en innoveren” zet Den Haag in op een betere aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt. In de praktijk betekent dit dat er leerwerktrajecten, omscholingscursussen en stageplaatsen worden opgezet, zodat Hagenaars de vaardigheden krijgen die bedrijven nodig hebben. Speciale aandacht gaat uit naar bewoners die nu nog aan de kant staan. Er lopen programma’s waarbij bijvoorbeeld jongeren zonder baan via praktijkleren werkervaring kunnen opdoen om openstaande vacatures te vervullen. Tegelijk investeert de gemeente in talentontwikkeling voor de lange termijn: van basisschool tot universiteit wordt samengewerkt om jongeren enthousiast te maken voor kansrijke sectoren. In Den Haag werken onderwijsinstellingen (van mbo tot wo) samen met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties om een cultuur van leven lang leren te bevorderen. Zo wil de stad zorgen dat werknemers zich blijven ontwikkelen en kunnen meegroeien met nieuwe eisen van de arbeidsmarkt. Dit alles draagt bij aan gelijke kansen: als meer Hagenaars de stap naar werk kunnen maken, vermindert op termijn de sociaaleconomische ongelijkheid in de stad. Ten slotte besteedt Den Haag veel aandacht aan de ruimte voor economische ontwikkeling.
De stad is relatief compact en grond is schaars, dus de gemeente grijpt actief in om voldoende plek te creëren voor bedrijven en innovatie. In de Economische Visie 2030 wordt “voldoende ruimte voor bedrijvigheid” expliciet genoemd als randvoorwaarde voor succes. Concreet betekent dit dat Den Haag in het beleid inzet op gebiedsontwikkelingen en werklocaties.
3.3 Sociaal en publieke voorzieningen 3.3.1 Participatie en inkomensondersteuning Haagse context Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt kampt Den Haag met een relatief lage arbeidsparticipatie (zie 3.2.1). Figuur 3.10 laat zien dat de netto participatiegraad (het deel van de beroepsbevolking dat werkt) weliswaar stijgt, maar nog steeds achterblijft in vergelijking met landelijk en de rest van de G4. Figuur 3.10 Ondanks stijgende trend blijft de participatie in Den Haag achter bij Nederland en de rest van de G4
Netto participatiegraad in G4 en Nederland 80% 75% 70% 65% 60% 55% 2014
2015
2016
Nederland Bron:
CBS Statline. Bewerking SEO
2017 Amsterdam
2018
2019 Den Haag
2020
2021
Rotterdam
2022 Utrecht
2023
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
45
Uitgesplitst naar opleidingsniveau zien we dat participatie met name achterblijft bij basis opgeleiden 15 (Figuur 3.11). Ook op landelijk niveau geldt: basis opgeleiden staan vaker langs de kant, terwijl theoretisch geschoolden juist vaker meedoen. In de grootstedelijke (G4) context zijn de verschillen nog groter. Dit is een gebruikelijk beeld – in grote steden liggen de werkloosheidscijfers doorgaans hoger omdat werkloosheid zich concentreert in de kernstad en specifieke wijken (Manshanden et al., 2025). Binnen de G4 is dit verschil bovendien het sterkst in Den Haag. Figuur 3.11 Niet-participatie van praktisch geschoolden hoger in Den Haag, ook in G4-verband Niet-participerenden als percentage van beroepsbevolking in 2024 (naar opleiding) 47%
50%
45%
43%
42%
39%
40% 30% 20%
28%
27%
27%
26%
23%
24%
23%
24%
19% 14%
13%
22% 15%
13%
10%
10% 0% Den Haag
Rotterdam Totaal
Bron:
Basisopgeleiden
Amsterdam Middelbaar opgeleiden
Utrecht
Nederland
Hoogopgeleiden
CBS Statline. Bewerking: SEO. Basisopgeleiden: Basisonderwijs, vmbo, mbo1. Middelbaar opgeleiden: Havo, vwo, mbo 2-4, Hoogopgeleiden: Hbo, wo
Veel Hagenaars kampen bovendien met gezondheidsachterstanden en moeilijke leefomstandigheden. In wijken met sociaaleconomische achterstand leven mannen gemiddeld 9,5 jaar korter in goede gezondheid dan mannen in welvarendere Haagse wijken. Bij vrouwen is dit verschil 10,5 jaar (gemeente Den Haag, 2023, RIS318619). Financiële problemen en armoede spelen hierbij een rol: één op de vijf Haagse kinderen groeit op in armoede, wat voor veel stress in gezinnen zorgt. Die chronische stress kan mensen ziek(er) maken en zet relaties en werk onder druk. De combinatie van gezondheidsproblemen en geringe bestaanszekerheid belemmert participatie sterk. In Den Haag zien we dan ook dat een slechte gezondheid vaker hand in hand gaat met een bijstandsuitkering dan in andere grote steden (gemeente Den Haag, 2023, RIS318619). Meer dan de helft van de Haagse bijstandsgerechtigden die twee jaar of langer een uitkering ontvangen, heeft te kampen met (ernstige) mentale gezondheidsproblemen, en bij ongeveer twee derde is ook de fysieke gezondheid beperkt (gemeente Den Haag, 2023, RIS315004). Mensen met zulke gezondheidsbeperkingen hebben het extra moeilijk om (weer) mee te doen op de arbeidsmarkt of in de maatschappij. In Den Haag leeft ongeveer 1 op 6 huishoudens met problematische schulden.
Volgens het CBS hebben rond 42.000 Haagse inwoners te maken met problematische schulden – dat is 15,1 procent van alle Hagenaars (gemeente Den Haag, 2024, RIS319852). Deze schuldenproblematiek neemt niet af en is in omvang uitzonderlijk; alleen Rotterdam scoort landelijk nog iets hoger met 16,6 procent. Hiermee is het aantal huishoudens met schulden grofweg gelijk aan het aantal minimahuishoudens in Den Haag: 42.300 huishoudens in 2023 (CBS, 2025).
15
Basisopgeleiden: Basisonderwijs, vmbo, mbo1. Middelbaar opgeleiden: Havo, vwo, mbo 2-4, Hoogopgeleiden: Hbo, wo.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
46
Minimahuishoudens zijn huishoudens die moeten rondkomen van een inkomen tot 130 procent van het sociaal minimum en met weinig vermogen. Figuur 3.12 Scheidingslijn tussen veen en zand tekent ook de verdeling van problematische schulden
Bron:
www.denhaaincijfers.nl. Gegevens: Percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden (2024)
Vooral in kwetsbare stadswijken stapelen de geldzorgen zich op. In een buurt als de Groente- en Fruitmarkt heeft in 2024 ongeveer 28,2 procent van de huishoudens problematische schulden, terwijl dit in een welvarende wijk als de Vogelwijk slechts rond de 3,5 procent is (Figuur 3.12). Schulden gaan vaak hand in hand met werkloosheid en armoede: meer dan de helft van de Hagenaars met problematische schulden heeft geen baan en leeft van een bijstandsuitkering of andere uitkering (gemeente Den Haag, 2024, RIS319852). Ook is bijna 40 procent van deze groep alleenstaand (waarbij vooral alleenstaande mannen oververtegenwoordigd zijn) en heeft 47 procent geen enkele vorm van financieel vermogen. Leven onder constante geldzorgen veroorzaakt chronische stress, wat iemands functioneren en gezondheid verder ondermijnt (gemeente Den Haag, 2024, RIS319852). Zo ontstaan vicieuze cirkels: financiële problemen, slechtere gezondheid en sociaal isolement versterken elkaar en verkleinen de kans om werk te vinden of te behouden (Figuur 3.13).
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
47
Figuur 3.13 Sociale problematiek en levenskwaliteit: onderling sterk verweven
Bron:
gemeente Den Haag (2023, RIS318619). Bewerking SEO
De sociaaleconomische ongelijkheid in Den Haag uit zich zowel geografisch als in demografische verschillen. Niet alleen variëren de kansen sterk per wijk, ook tussen bevolkingsgroepen zijn er grote contrasten. Problematische schulden komen bijvoorbeeld relatief vaak voor bij 25- tot 45-jarigen, terwijl 65-plussers in Den Haag juist veel minder vaak hoge schulden hebben (gemeente Den Haag, 2024, RIS319852). Huishoudens met een minimuminkomen blijven vaak langdurig in die situatie: zeven van de tien minimahuishoudens moeten al vele jaren rondkomen van een inkomen tot 130 procent van het sociaal minimum (gemeente Den Haag, 2023, RIS316085). Daarnaast zien we dat inwoners met een niet-Nederlandse herkomst vaker moeite hebben om economisch gelijkwaardig mee te doen. Zo laat de Armoedemonitor Den Haag 2025 zien dat het armoederisico van inwoners met een niet-Nederlandse herkomst twee keer zo groot is als dat van inwoners met een Nederlandse herkomst (CBS, 2025). De monitor laat daarnaast zien dat binnen de minimahuishoudens met de grootste tekorten (inkomen tot het bestaansminimum) de hoofdkostwinners vaker een niet-Nederlandse herkomst hebben.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
48
Haags beleid
Selectie Haags beleid >> Beleidsplan werk en participatie 2023-2026 >> Haagse Preventieaanpak >>
Aanpak
Geldzorgen
en
Geldproblemen 2023-2024
>> Beleidsplan Schuldhulpverlening Den Haag 2024-2028
Den Haag kiest voor een integrale benadering van werk, participatie en bestaanszekerheid. De gemeente Den Haag zet daarom in op een brede aanpak: gezondheid, bestaanszekerheid en kansengelijkheid zijn leidende principes. Er wordt ongelijk geïnvesteerd voor gelijke kansen, vooral in kwetsbare wijken (gemeente Den Haag, 2023, RIS316085). Tegelijk wordt ingezet op vroegsignalering van schulden, laagdrempelige hulp en maatwerk per doelgroep (gemeente Den Haag, 2024: RIS319852; 2023: RIS316085). Dit komt samen in de Haagse Preventieaanpak, waarbij voor inwoners per levensfase wordt ingezet op het verbeteren van de mentale gezondheid, bestaanszekerheid en leefstijl om problemen vroegtijdig te verhelpen en, waar mogelijk, voor te zijn (Tabel 3.2). Tabel 3.2
De Haagse Preventieaanpak vult weerbaarheid en
preventie per levensfase in Levensfase
Mentale gezondheid
-10 maanden tot 4 jaar
Kinderen groeien op in een positieve pedagogische omgeving.
4 tot 12 jaar
Kinderen zijn mentaal weerbaar en veerkrachtig, met aandacht voor risicofactoren.
12 tot 18 jaar 18 tot 27 jaar
Jongeren zijn mentaal weerbaar en veerkrachtig, ervaren meer toekomstperspectief en minder stress.
27 tot 55 jaar
Bevorderen van psychische gezondheid, psychisch welzijn en veerkracht. Voorkomen van depressieve klachten.
55+ jaar
Signaleren en bespreekbaar maken van depressieve klachten, ondersteunen van zelfredzaamheid en sociale steun.
Bron:
Bestaanszekerheid en maatschappelijke participatie Verminderen van chronische stress in gezinnen met geldproblemen.
Overgang van 18- naar 18+ goed inrichten om jongeren te ondersteunen. Jongeren krijgen hulp bij opleiding, werk of ander perspectief. Financiële vaardigheden worden versterkt.
Stimuleren van maatschappelijke participatie om sociale netwerken en zinvolle bijdragen te behouden.
Gezonde leefstijl en armoede Kinderen groeien op met een gezonde leefstijl. Kinderen krijgen voldoende beweging en gezonde voeding. Voorkomen van (onverantwoord) middelengebruik (alcohol, drugs) en bevorderen van seksuele gezondheid. Gezonde leefstijl behouden, voorkomen van onverantwoord middelengebruik. Gezondheid en vitaliteit behouden, voorkomen van overmatig alcohol- of medicijngebruik.
gemeente Den Haag 2023, RIS316085, bewerking SEO
De verschillende beleidsplannen vullen elkaar aan en hebben kansengelijkheid als uitgangspunt. Door werk te stimuleren, schulden te voorkomen en financiële rust te bevorderen, wil de stad voorkomen dat inwoners buitenspel komen te staan. Den Haag wil dat iedereen kan meedoen op de arbeidsmarkt. Volgens het Beleidsplan Werk en Participatie 2023–2026 richt de gemeente zich op re-integratie, scholing en maatwerk voor mensen met een afstand tot werk. De STiP-regeling (Stimuleringsregeling Praktijkbegeleiding) biedt inwoners met een uitkering tijdelijke banen bij de gemeente of partnerorganisaties om werkervaring op te doen. De ureneis is verlaagd zodat ook deeltijdwerk mogelijk is. Daarnaast wordt de loonkostensubsidie vaker ingezet om werkgevers te stimuleren mensen met een beperking of afstand tot de arbeidsmarkt aan te nemen. Met deze instrumenten wil Den Haag extra inwoners uit de uitkering naar werk begeleiden.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
49
Het Haagse beleid rond werk en participatie richt zich op inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt en op samenwerking met werkgevers. Dat gaat om mensen met een bijstandsuitkering en om mensen zonder uitkering, zoals niet-uitkeringsgerechtigden (NUG). Den Haag Werkt is het werk- en ontwikkelbedrijf van de gemeente en voert taken uit voor mensen met een Wsw-indicatie en voor beschut werk via Werk in Opdracht (WIO). Daarnaast zet de gemeente instrumenten in die de stap naar werk ondersteunen, zoals loonkostensubsidie (LKS) en STiP 2.0 (gemeente Den Haag, 2023, RIS315004). Ook stimuleert de gemeente werkgevers en sociale ondernemingen om banen te realiseren voor kwetsbare groepen, onder meer via Social Return on Investment (SROI). Via de aanpak aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt-bedrijfsleven werkt de gemeente met werkgevers, onderwijs en partners aan in- en doorstroombanen, onder andere door jobcarving en door praktijkleren te benutten in ontwikkelpaden richting werk (gemeente Den Haag, 2023, RIS315004). Het participatiebeleid houdt er rekening mee dat niet iedere inwoner op ieder moment klaar is voor betaald werk. Soms spelen er (te) grote problemen die eerst moeten worden verholpen, zoals (mentale) gezondheidsproblemen of problematische schulden.