RIS325107 Bijlage Haagse demografische ontwikkelingen 2050.pdf
Tekst van het document
HAAGSE DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN 2050 EFFECTEN EN HANDELINGSPERSPECTIEVEN VOOR VIJF BELEIDSTERREINEN EINDRAPPORTAGE
AUTEURS MARILOU VLAANDEREN, MIRKO HARTGERINK, MARTEN MIDDELDORP (ATLAS RESEARCH) EN DANIËL VAN VUUREN IN OPDRACHT VAN GEMEENTE DEN HAAG AMSTERDAM, JANUARI 2026
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
2
Samenvatting Uit demografische scenario’s voor Den Haag blijkt dat de beleidsopgaven in de komende 25 jaar sterk kunnen veranderen. De omvang en samenstelling van de bevolking varieert sterk tussen de scenario’s: Den Haag kan richting 2050 licht krimpen, gematigd groeien of zeer sterk groeien. Deze onzekerheid maakt duidelijk dat beleid niet kan leunen op één verwachting. Scenario’s fungeren niet als voorspelling, maar als stresstest. Ze laten zien waar beleid robuust is en waar kwetsbaarheden ontstaan. Migratie en vergrijzing als bepalende krachten In Den Haag speelt migratie een grotere rol dan in andere gemeenten in Nederland. De stad trekt relatief veel migranten aan, met name arbeidsmigranten, internationale studenten en in toenemende mate ook asielmigranten. In scenario’s met hoge migratie groeit de bevolking sterk en blijft de leeftijdsopbouw relatief jong. In scenario’s met lage migratie of netto uitstroom is de vergrijzing juist relatief sterk. In alle scenario’s neemt het aandeel ouderen toe, maar de mate waarin verschilt sterk. Bij lage migratie groeit vooral het aandeel 75-plussers, waardoor de druk op zorg, wonen en mantelzorg fors toeneemt. Migratie kan vergrijzing tijdelijk dempen, maar is geen structurele oplossing om vergrijzing tegen te gaan. Ook nieuwkomers worden ouder. Bovendien heeft Den Haag nauwelijks directe sturingsmogelijkheden op migratie.
Besluiten over toelating, asiel en arbeidsmigratie liggen vooral op nationaal en Europees niveau. Dit betekent dat de gemeente vooral kan sturen op de manier waarop zij met de gevolgen van migratie en vergrijzing omgaat en minder sterk op de omvang ervan.
Implicaties voor beleidsterreinen De demografische ontwikkelingen in de drie scenario’s vertalen zich op uiteenlopende manieren naar kansen en knelpunten voor gemeentelijke beleidsdomeinen. Het huidige beleid sluit het meest aan bij het scenario van gematigde groei. Dit is bijvoorbeeld terug te zien in de Omgevingsvisie 2050. Toch treden er ook in dit scenario knelpunten op, vooral door vergrijzing. De effecten van vergrijzing zijn met name voelbaar in de vraag naar zorg en ondersteuning. In alle scenario’s neemt het gebruik van Wmo-voorzieningen toe. In het krimpscenario wordt deze druk groter: de beroepsbevolking krimpt terwijl de zorgvraag stijgt. Dit vergroot de kans op personeelstekorten in zorg en ondersteuning en op een zwaardere belasting van mantelzorgers. De vraag naar mantelzorg neemt toe, maar het aantal beschikbare mantelzorgers groeit minder snel. Vergrijzing vraagt ook om meer passende woonruimte voor ouderen. Als deze capaciteit achterblijft, stokt de doorstroom en kan het woningtekort toenemen. Bij toenemende migratie en bijbehorende bevolkingsgroei spelen weer andere knelpunten bij gelijkblijvend beleid. In het scenario Sterke groei loopt het woningtekort sterk op en verdubbelt vóór 2030 het aantal huishoudens zonder eigen woning.
In de periode 2025–2035 ligt de extra woningvraag vooral bij huurwoningen, omdat het aantal alleenstaanden onder de 55 jaar dan harder groeit. Arbeids- en studiemigratie gaan gepaard met meer kamerbewoning, die zich kan concentreren in wijken met een lage leefbaarheid. Dit vergroot het risico op minder sociale samenhang en meer overlast, waardoor problemen in wijken elkaar kunnen versterken. Daarnaast neemt de druk op onderwijs en sociale voorzieningen toe. Dit werkt bestaande leerachterstanden en problemen rondom niet-
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
3
gebruik (o.a. in de bijstand) verder in de hand. De ook nu al groeiende groep jongeren in een kwetsbare sociaaleconomische positie kan in dit scenario sterk toenemen. De groei door migratie leidt ook tot meer druk op sociale voorzieningen. Het aantal kinderen en jongeren stijgt, waardoor de vraag naar onderwijs toeneemt. Bij gelijkblijvend beleid kan het lerarentekort in het primair onderwijs in het scenario Sterke groei opnieuw sterk oplopen. Ook in de overige scenario’s blijft het lerarentekort in het primair onderwijs hoog. De toegenomen druk betekent dat meer inwoners hulp nodig hebben terwijl capaciteit, personeel en budgetten minder snel meegroeien. Hierdoor lopen wachttijden op en wordt de toegang lastiger. Als ondersteuning later start, worden problemen zwaarder en duurder. De kans op schooluitval, minder participatie en een stapeling van problemen in buurten neemt toe. Dit kan leiden tot een neerwaartse spiraal waarin gemeenten vaker reageren op acute situaties in plaats van deze vroegtijdig te voorkomen, met hogere maatschappelijke kosten en extra druk op uitvoering en handhaving tot gevolg.
Van toekomstgericht naar toekomstbestendig beleid De overkoepelende taak aan de gemeente is om ervoor te zorgen dat Den Haag in 2050 in alle scenario’s een leefbare stad blijft. Dit vraagt om beleid dat meebeweegt, tijdig bijstuurt en niet vastloopt bij afwijkingen van de verwachting. Daarom bevat het rapport circa veertig aanbevelingen, verspreid over meerdere beleidsdomeinen, die toekomstbestendig beleid vertalen naar concrete handelingsperspectieven. In deze beleidsaanbevelingen komen twee lijnen terug: wendbaarheid en een solide sociale basis. Wendbaarheid gaat over de mogelijkheden om bij te sturen. Een solide sociale basis zorgt er daarnaast voor dat Den Haag tegen een stootje kan, daar waar bijsturingsmogelijkheden beperkt zijn.
Wendbaarheid Voor de uitvoering is een aandachtspunt wendbaarheid: maak wonen, voorzieningen en ondersteuning schaalbaar en aanpasbaar, zodat groei en schokken kunnen worden opgevangen zonder dat groepen klem komen te zitten. Dat betekent in de praktijk een woningprogramma dat mee kan bewegen met pieken en dalen, een betere doorstroom van ouderen naar passende woningen met hulp bij verhuizen, en afspraken die wonen en zorg per wijk samenbrengen. Het betekent ook dat scholen, zorg, wijkvoorzieningen en ov tijdig meeschakelen met nieuwe bewoners, met locaties en gebouwen die meerdere functies aankunnen en kunnen opschalen. Op de arbeidsmarkt gaat het om snelle toegang tot taal en scholing, het wegnemen van drempels naar werk in kraptesectoren en het beperken van risico’s voor mensen die afhankelijk zijn van tijdelijk werk.
Sterke sociale basis Een sterke sociale basis is daarnaast onmisbaar om ruimte te geven aan uiteenlopende demografische ontwikkelingen. Zonder toegankelijke zorg, goed onderwijs, stevige wijkvoorzieningen en een minimum aan bestaanszekerheid, kan uitvoering vastlopen in noodverbanden. In onderwijs en opvang vraagt dit bijvoorbeeld erom dat kinderen van migranten sneller instromen in voorschoolse educatie via meertalige oudercoaches en een simpele aanmelding, dat opvang, onderwijs en ondersteuning samenkomen in één schoolgebouw, en dat Den Haag afspraken maakt om leraren gericht te verdelen naar scholen waar de tekorten en de opgaven het grootst zijn. Met de basis op orde kan Den Haag schokken beter opvangen en nieuwe kansen sneller benutten, zoals instroom van nieuwe inwoners die kunnen bijdragen aan tekorten op de arbeidsmarkt of nieuwe vormen van wonen die ontmoeting en onderlinge hulp makkelijker maken. Dit maakt de Hagenaar van 2050 wendbaarder en weerbaarder, omdat mensen met taal, vaardigheden, gezondheid en steun in de buurt sneller meebewegen, makkelijker overstappen naar ander werk, en minder snel terugvallen bij tegenslag.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
Inhoudsopgave Samenvatting
2
1
6
2
3
4
5
Inleiding 1.1
Aanleiding
6
1.2
Onderzoeksvragen en onderzoeksopzet
7
1.3
Leeswijzer
11
Demografische ontwikkelingen
12
2.1
Scenario’s
12
2.2
Inwoners en huishoudens
13
2.3
Vergrijzing en ontgroening
16
2.4
Migratie
19
2.5
Haagse demografische trends
23
De Haagse context en huidig beleid
25
3.1
Ruimte
25
3.2
Economie en arbeidsmarkt
39
3.3
Sociale en publieke voorzieningen
44
3.4
Sociale cohesie
60
3.5
Gemeentelijke organisatie
63
Effecten van demografische ontwikkelingen
65
4.1
Vooraf: hoe worden de effecten doorgerekend?
65
4.2
Ruimte
66
4.3
Economie en arbeidsmarkt
75
4.4
Sociaal, Zorg en Onderwijs
81
4.5
Sociale cohesie
90
4.6
Gemeentelijke organisatie
93
Handelingsperspectieven
97
5.1
Wonen
97
5.2
Mobiliteit
100
5.3
Ruimtelijke voorzieningen en klimaat
102
5.4
Participatie en inkomensondersteuning
105
5.5
Zorg
108
5.6
Onderwijs en opvang
111
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
5.7
Economie en werk
113
5.8
Sociale cohesie
117
5.9
Gemeentelijke organisatie
119
Referenties
123
Bijlage A Kwantitatieve doorrekening
126
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
1
6
Inleiding
De Haagse bevolking verandert richting 2050. Verschillende demografische scenario’s zijn hierbij denkbaar: van krimp tot sterke groei, met verschillende variaties in migratie en vergrijzing. Maar hoe vertalen deze scenario’s zich in kansen en uitdagingen in gemeentelijke beleidsdomeinen? Dit maken we inzichtelijk aan de hand van drie scenario’s van demografische ontwikkelingen in Den Haag, als vertaling van de analyse van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen (hierna: SDO) naar de Haagse context.
1.1 Aanleiding Den Haag groeit en verandert. Steeds meer mensen komen naar de stad om in Den Haag te wonen, te werken of een toekomst op te bouwen. Tegelijkertijd wordt de bevolking ouder en verandert de samenstelling van huishoudens. Deze demografische ontwikkelingen hebben – ook nu al - invloed op bijna alle onderdelen van de stad: van woningbouw tot zorg, van mobiliteit tot werkgelegenheid, en van sociale samenhang tot de manier waarop de gemeentelijke organisatie moet werken. De gemeente wil voorbereid zijn op de demografische ontwikkelingen van de toekomst, met 2050 als belangrijk vergezicht. Dit vraagt om een vertaling van de SDO-analyse van landelijke demografische trends tot 2050 en bijbehorende beleidsimplicaties naar ‘het Haagse’. De analyse volgt de werkwijze van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 en begint bij de vraag hoe de bevolking zich in de toekomst kan gaan ontwikkelen. Daarna volgt de vraag wat dit betekent voor de kansen en uitdagingen op de gemeentelijke beleidsterreinen. Ten slotte staat de vraag centraal welke aanbevelingen hieruit volgen voor toekomstbestendig beleid. Zo laat de toekomst zich niet precies voorspellen, maar maken verschillende scenario’s duidelijk hoe uiteenlopend die toekomst kan zijn. Daarmee verschuift de vraag van hoe Den Haag toekomstgericht beleid voert, naar hoe het toekomstbestendig beleid ontwikkelt.
Toekomstbestendig beleid houdt rekening met verschillende mogelijke ontwikkelingen in bevolkingsomvang en samenstelling. Het is beleid dat ruimte laat voor aanpassing, dat ook werkt als groei sneller of trager verloopt dan verwacht, en dat zorgt dat voorzieningen, ruimte en organisatie mee kunnen bewegen met de stad van morgen. Tegelijkertijd zegt de huidige omvang en samenstelling van de Haagse bevolking veel over de richting waarin de stad zich beweegt. Den Haag heeft een andere bevolkingsopbouw dan Nederland als geheel. De stad is jonger, internationaler en kent grote (demografische) verschillen tussen wijken. Deze afwijkende samenstelling vraagt om een eigen vertaalslag van de landelijke analyse van de SDO naar de Haagse context. Waar de SDO brede patronen schetst, maakt deze rapportage zichtbaar wat die patronen concreet betekenen voor Den Haag – voor haar inwoners, bedrijven en gemeentelijk apparaat. Daarbij is het belangrijk om de Haagse beleidspraktijk en lokale omstandigheden actief mee te nemen. Beleidskeuzes op het gebied van woningbouw, mobiliteit, onderwijs, zorg en arbeidsmarkt beïnvloeden hoe demografische trends in de stad uitwerken. Ook maatschappelijke ontwikkelingen, zoals veranderingen in leefstijl,
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
7
migratiepatronen en regionale woningmarktdruk, kleuren de toekomst van Den Haag. Door deze factoren samen te bekijken ontstaat een vollediger beeld van de mogelijke richtingen waarin de stad zich kan ontwikkelen, en waar de stad rekening mee moet houden. Zodoende heeft de gemeente Den Haag onderzoeksbureaus SEO Economisch Onderzoek en Atlas Research gevraagd om de analyse van de SDO te vertalen naar de Haagse context. In deze vertaalslag wordt rekening gehouden met verschillen in demografie die ook bepalend zijn voor toekomstige demografische trends. Daarnaast houden we rekening met het huidige gemeentelijk beleid en andere factoren die het ‘Haags’ maken. In de analyse volgen we de aanpak van we de SDO, tenzij expliciet anders vermeldt.
1.2 Onderzoeksvragen en onderzoeksopzet De gemeente heeft drie onderzoeksvragen geformuleerd: 1. Wat is de verwachte demografische verandering (aantal en samenstelling) in Den Haag richting 2050? 2. Hoe verhoudt deze demografische groei zich tot het huidige beleid op de verschillende domeinen (sociaal, ruimte, economie, onderwijs etc.)? 3. Welke beleidskeuzes kunnen hierin worden gemaakt, en wat is hiervoor nodig? De eerste onderzoeksvraag is eind 2024 beantwoord door ABF Research. De uitkomsten van de ABF-analyse maken we inzichtelijk in dit rapport, en vertalen we vervolgens naar de beleidsdomeinen (vraag 2) en beleidskeuzes (vraag 3).
Scenario’s: wat zijn het wel, wat zijn het niet? De bevolking verandert richting 2050, zowel in omvang als in samenstelling. De omvang gaat om het totaal aantal mensen dat in 2050 in Den Haag woont. Samenstelling van bevolking kent meerdere dimensies. In onze analyse houden we rekening met denkbare ontwikkelingen in leeftijd (uitgesplitst naar leeftijdscategorie), gender, migratieachtergrond en huishoudgrootte. Deze demografische ontwikkelingen staan niet los van elkaar. Zo weten we bijvoorbeeld dat migranten1 gemiddeld jonger zijn dan niet-migranten, waardoor een sterkere toename van migratie leidt tot een relatief jongere bevolking dan wanneer er geen of minder migratie plaatsvindt. De SDO benadrukt dat demografische ontwikkelingen per definitie onzeker zijn. Bevolkingsgroei en -samenstelling hangen af van processen die langzaam verlopen, zoals geboorte en sterfte, maar ook van factoren die snel kunnen veranderen, zoals migratie. In haar aanpak onderscheidt de SDO twee functies van scenario’s: ze gebruikt ze als verbeelding van onzekerheid en als stresstest. De verbeelding van onzekerheid helpt om denkbare toekomsten zichtbaar te maken, zodat beter kan worden nagedacht over de gevolgen van verschillende ontwikkelingen. De stresstest laat zien hoe beleid of maatschappelijke doelen onder druk kunnen komen te staan bij uiteenlopende aannames.
Door meerdere scenario’s naast elkaar te zetten, wordt zichtbaar welke patronen robuust blijven en waar juist spanning of kwetsbaarheid ontstaat. Deze manier van werken zorgt ervoor dat beleid niet afhankelijk wordt van één voorspelling, maar bestand is tegen verschillende mogelijke uitkomsten. De SDO beschrijft: “waar prognoses trachten de meest waarschijnlijke ontwikkeling te beschrijven, zetten de scenario’s een aantal mogelijke ontwikkelingen naast elkaar. In het algemeen is niet aan te geven hoe waarschijnlijk ieder scenario is.” (SDO: pp. 77). Uit de reacties op de conceptbevindingen blijkt dat niet iedereen zich een 1
In dit onderzoek wordt, in navolging van de doorrekeningen van ABF, gesproken van ‘migrant’ wanneer iemand zelf, of (ten minste) één van de ouders in het buitenland is geboren.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
8
krimpscenario in Den Haag kan voorstellen. Dat beeld is begrijpelijk, omdat krimp op dit moment niet aansluit bij de dagelijkse ervaring. Tegelijk laat de geschiedenis zien dat ontwikkelingen soms onwaarschijnlijk aanvoelen voordat zij werkelijkheid worden. Ook in Den Haag kan het inwonersaantal afnemen, door ontwikkelingen of gebeurtenissen die zich binnen de stad, binnen Nederland of daarbuiten afspelen. Te denken valt aan ‘suburbanisatie’, waarbij mensen uit de grote steden trekken. Een andere mogelijke ontwikkeling is dat het ‘tiensteden-voornemen’ vanuit de landelijke politieke campagne van 2025 werkelijkheid wordt. Ervaringen in Engeland en Schotland uit de vorige eeuw leren dat dit soort bewegingen – waarbij nieuwe steden moeten leiden tot verlichting van congestie en huizenprijzen in grootstedelijke gebieden – inderdaad kunnen leiden tot dalingen in inwonersaantallen in bestaande grote steden (Box 1.1) Box 1.1
Nieuwe steden als ventiel: Londen en Glasgow na de oorlog
Londen Teruglopende inwonersaantallen in grote Engelse steden zagen we na de Tweede Wereldoorlog met de New Towns Act 1946 en de Town Development Act 1952. Deze waren bedoeld “voor de verlichting van congestie of overbevolking elders”. In strategische plandocumenten van de Greater London Authority staat dat Londen na de oorlog inderdaad een periode van daling kende en dat er pas vanaf de late jaren tachtig weer een “turn round” naar groei te zien was. Glasgow In Schotland zijn na de oorlog meerdere new towns aangewezen om de overloop uit Glasgow op te vangen, waaronder East Kilbride en Cumbernauld. Voor Cumbernauld is in het parlementaire verslag vastgelegd dat er in december 1955 een aanwijzingsorder is gemaakt om het gebied als “new town” aan te wijzen onder de New Towns Act 1946. Dat beleid hing samen met grootschalige herhuisvesting vanuit oude, dichtbebouwde wijken, waardoor het inwonertal van de stad Glasgow zelf terugliep terwijl die nieuwe plaatsen groeiden. Bron:
https://www.legislation.gov.uk/
Migratie als primaire bron van onzekerheid De SDO maakt onderscheid tussen onzekerheden in verschillende demografische componenten en beschouwt migratie als een fundamenteel andere bron van onzekerheid dan geboorte en sterfte. Ontwikkelingen in vruchtbaarheid en levensverwachting verlopen traag en zijn redelijk voorspelbaar omdat zij vooral samenhangen met langdurige maatschappelijke trends, verbeterde gezondheidszorg, opleiding en welvaart. 2 Migratie daarentegen reageert veel sterker op actuele omstandigheden. Conflicten, arbeidsmarktkansen, internationale afspraken of klimaatverandering kunnen in korte tijd grote verschuivingen veroorzaken. Waar het aantal geboorten of sterfgevallen zich geleidelijk aanpast, kan het migratiesaldo – en de demografische samenstelling van nieuwe groepen migranten - van jaar tot jaar fors veranderen. Bovendien laat de instroom van nieuwe migrantengroepen zich slecht voorspellen, omdat deze sterk wordt beïnvloed door onzekere en moeilijk te voorzien factoren zoals geopolitieke spanningen, oorlogen, economische ontwikkelingen en beleidskeuzes in Nederland en daarbuiten (SDO, 2024). Deze variatie in migratie heeft directe gevolgen voor de omvang, de leeftijdsopbouw en de huishoudstructuur van de bevolking.
In scenario’s met lage migratie stabiliseert of krimpt de bevolking en neemt het aandeel ouderen sterk toe, waardoor het aantal kleine en eenpersoonshuishoudens toeneemt. Bij hogere migratie groeit de bevolking juist en blijft de leeftijdsopbouw jonger, wat ook leidt tot meer gezinnen en huishoudens met kinderen. Omdat migranten gemiddeld jonger zijn dan de bestaande bevolking, zorgen hogere migratieaantallen dus niet 22
Op de korte tot middellange termijn kunnen ook andere ontwikkelingen een rol spelen, al is niet zeker in hoeverre dit ook op de langere termijn, effect zal hebben. Zo laat onderzoek van onder meer CBS en NIDI zien dat schaarste en hoge prijzen op de woningmarkt samenhangen met later beginnen aan kinderen, vooral in stedelijke en dure regio’s [link].
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
9
alleen voor een grotere bevolking, maar ook voor een andere verdeling van leeftijden en huishoudtypen. Tegelijkertijd wijst de SDO erop dat migratie geen structurele oplossing biedt voor het tegengaan van vergrijzing, maar alleen tijdelijk verlichting biedt. Zo worden ook bijkomende migranten op den duur ouder.
De drie scenario’s van demografische ontwikkelingen De SDO vertaalt deze bandbreedte van aannames in drie mogelijke scenario’s, elk met een eigen combinatie van bevolkingsomvang, leeftijdsstructuur en migratiepatronen. Hiervoor liet SDO het CBS verschillende migratievarianten doorrekenen, van netto emigratie tot zeer hoge netto immigratie. Deze sluiten grotendeels aan bij het 95%-prognose-interval dat het CBS hanteert, met enkele uiterste varianten daar net buiten. Zo ontstaat een bandbreedte die breed genoeg is voor een stresstest. Voor deze varianten blijven de overige demografische aannames uit de CBS-kernprognose gelijk, zoals kindertal en levensverwachting. Daardoor wordt duidelijk wat alleen een andere migratie-aanname betekent. Deze aanpak is voor deze analyse van Haagse demografische ontwikkelingen overgenomen. Het resultaat zijn die scenario’s die uiteenlopen tot lichte krimp bij een negatief migratiesaldo (‘Krimp’ scenario) en sterke groei bij hoge instroom: het ‘Sterke Groei’ scenario. Tussen deze uitersten liggen varianten die aansluiten bij de middenschattingen van het CBS: ‘Gematigde Groei’. Zo ontstaat een gevarieerd beeld van wat – in ons geval – Den Haag kan verwachten, afhankelijk van hoe migratie zich ontwikkelt. Tegelijkertijd zijn demografische ontwikkelingen ook, gegeven een specifiek migratiesaldo, met onzekerheid omgeven.
Deze onzekerheid binnen de scenario’s vertaalt zich in twee bandbreedtes per scenario (laag/hoog). Voor het uitgangsscenario Gematigde Groei rekenen we ook het gemiddelde van de bandbreedte door. Deze scenario’s zijn, samengenomen: ● Krimp of stabilisatie: de bevolking groeit nauwelijks of daalt licht. Er is weinig migratie en het geboortecijfer blijft laag; ● Gematigde groei: de bevolking neemt geleidelijk toe. Dit scenario sluit aan bij het huidige beleid en wordt door de SDO beschreven als het scenario met betere uitkomsten op het gebied van brede welvaart; ● Sterke groei: de bevolking groeit sterk, vooral door hoge migratie. Dit scenario vraagt veel van de stad, bijvoorbeeld op het gebied van wonen, onderwijs en zorg. Voor deze exercitie zijn alle scenario-uitkomsten relevant. We blijven – net als de SDO – nadrukkelijk weg van uitspraken over de waarschijnlijkheid waarmee scenario’s zich wel of niet kunnen voordoen. Dat is voor deze exercitie ook minder van belang. Scenario’s zijn daarmee geen voorspellingen, zoals de passage uit het SDOrapport over de bevolkingsprognoses van het CBS illustreert. In plaats daarvan dient het beleidsmakers uit te dagen om na te denken over alle mogelijke ‘what ifs’, zonder een eenzijdige focus op het meest waarschijnlijke scenario.
“Een prognose is een door de prognosemaker gemaakte, met feiten onderbouwde, inschatting.” Met deze eenvoudige definitie zet het CBS de huidige kijk op prognoses neer. Het laatste wat het CBS zou zeggen over de eigen toekomstbespiegelingen is dat zij de waarheid in pacht heeft en ‘voorspellingen’ kan maken.” - SDO; pp. 65
Sturingsmogelijkheden Gegeven de begrensde ruimte en de begrensde uitvoeringskracht in onderwijs, zorg, wonen en andere publieke voorzieningen bepleit de SDO om gematigde groei na te streven. In dat scenario groeit de bevolking richting 2050 naar 19 tot 20 miljoen inwoners, in lijn met het middenscenario van het CBS. De commissie ziet hierin een werkbaar
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
10
pad omdat het perspectief geeft op economische groei en voldoende werkenden om publieke voorzieningen te blijven financieren en te bemensen (SDO). Een scenario met nulgroei of krimp laat de vergrijzing doorwerken en maakt personeelstekorten lastiger te dempen, terwijl de economische groei dan minder steun krijgt. Een scenario met hoge en snelle groei vergroot de druk op woningen, ruimte en voorzieningen, en vraagt veel extra capaciteit bij scholen en zorgaanbieders, terwijl migratie de vergrijzing niet blijvend wegneemt omdat nieuwkomers later zelf ouder worden en zorg gaan gebruiken. Daarom adviseert SDO te sturen op migratie en op keuzes over het type werk en de economische structuur, zodat de vraag naar ruimte en voorzieningen beter te organiseren blijft. Tegelijkertijd beschrijft het SDO-rapport dat het Nederlandse asielbeleid is gebonden aan Europese en internationale kaders en dat instroom samenhangt met onzekerheden en crises buiten Europa. Binnen de EU speelt het vrije verkeer van personen een rol, waardoor migratie binnen de EU niet via gemeentelijke grenzen te sturen is. Voor asielmigratie werkt de EU aan afspraken over het gemeenschappelijke asielstelsel en aan akkoorden met landen rond de EU, waardoor keuzes en uitkomsten mede afhangen van Europese onderhandelingen en internationale afspraken.
Den Haag is in die zin overgeleverd aan keuzes op landelijk niveau en aan kaders op EUniveau en in internationale verdragen. Ook in Den Haag is ruimte begrensd, wordt de bevolking ouder en kampen sectoren zoals de zorg en het onderwijs al langere tijd met tekorten. In die zin is er geen reden waarom de kosten-batenanalyse van meer of minder migratie voor Den Haag anders zou uitvallen dan die op landelijk niveau, en dus het scenario van gematigde groei als meest gunstig voor brede welvaart kan worden gezien. Den Haag kan echter zelf geen grenzen stellen en kan dus niet bepalen hoeveel migranten naar de stad komen. De toelating tot Nederland, de regels voor verblijf en de grote keuzes over migratie liggen op landelijk niveau bij regering en parlement. In het SDO-rapport staat dat keuzes uiteindelijk door de wetgever op nationaal niveau worden gemaakt en dat kabinet en parlement besluiten over eventuele aanvullende maatregelen. Binnen de EU speelt het vrije verkeer van personen een rol, waardoor migratie binnen de EU niet via gemeentelijke grenzen te sturen is. Voor asielmigratie werkt de EU aan afspraken over het gemeenschappelijke asielstelsel en aan akkoorden met landen rond de EU, waardoor keuzes en uitkomsten mede afhangen van Europese onderhandelingen en internationale afspraken.
Doordat directe sturingsmogelijkheden ontbreken, is de vraag over wenselijkheid van scenario’s voor de gemeente Den Haag minder aan de orde. In plaats daarvan staat in deze analyse de vraag centraal hoe Den Haag – gegeven dat de stad in de toekomst te maken kan krijgen met uiteenlopende demografische ontwikkelingen - kan zorgen voor een wendbaar en veerkrachtig gemeentelijk beleid.
Vertaling naar vijf beleidsterreinen De ABF-analyse vormt de basis voor de basis voor de analyse waarmee SEO en Atlas Research de tweede en derde onderzoeksvraag beantwoorden. Hierin vertalen we de drie demografische scenario’s (krimp/stabilisatie, gematigde groei en grote groei) naar concrete gevolgen op vijf beleidsterreinen: ruimte, economie en werk, sociaal domein en publieke voorzieningen, sociale cohesie en de gemeentelijke organisatie. In andere woorden verrijken we de scenario’s van demografische ontwikkelingen met de uitkomsten op beleidsterreinen. Deze vijf beleidsterreinen zijn gekozen omdat demografische veranderingen hier direct doorwerken in taken en keuzes waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Hiervoor gebruiken we een breed palet aan indicatoren die inzicht geven in (onder andere) de druk op voorzieningen, de samenstelling van de beroepsbevolking, sociale ongelijkheid, segregatie,
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
11
woningmarktontwikkeling, en bestuurlijke capaciteit. Door voor elk scenario de verwachte ontwikkelingen naast het huidige beleid te leggen, brengen we in beeld waar spanning ontstaat tussen vraag en capaciteit, en waar kansen liggen. Dit levert handelingsopties op die zijn toegesneden op de rol en mogelijkheden van de gemeente, binnen haar wettelijke taken en beschikbare beleidsruimte. Zo krijgt Den Haag per scenario zicht op aan welke knoppen zij kan draaien om tijdig in te spelen op de gevolgen van demografische verandering. Samengenomen vormen verwachte uitkomsten bij gelijkblijvend beleid het startpunt voor beleidsaanbevelingen.
Op deze manier verschilt de analyse van onderzoeken waarbij gewenste uitkomsten het startpunt vormen, zoals de analyse die ten grondslag ligt aan de Omgevingsvisie van de gemeente. Wel voeden deze en andere analyses de scenarioanalyse, omdat zij zicht geven op de relaties tussen demografische ontwikkelingen enerzijds en beleid anderzijds.
1.3 Leeswijzer De indeling van de rapportage is als volgt. Hoofdstuk 2 beschrijft de demografische ontwikkelingen aan de hand van de drie scenario’s. Hoofdstuk 3 schetst de Haagse context en het huidige beleid. Hoofdstuk 4 vertaalt de demografische ontwikkelingen naar verwachte effecten op de beleidsterreinen. Op basis van deze analyse formuleert Hoofdstuk 5 een aantal aanbevelingen om in te kunnen spelen op kansen en knelpunten die voortvloeien uit (mogelijke) demografische ontwikkelingen in Den Haag.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
2
12
Demografische ontwikkelingen
De scenario’s laten op de eerste plaats zien dat de Haagse bevolking in 2050 sterk kan verschillen in omvang en in samenstelling. Wel zijn er gemeenschappelijke delers. Net als in de SDO-analyse komen migratie en vergrijzing als belangrijke demografische ontwikkelingen naar voren. Trends in migratie zijn in Den Haag nog sterker, en de trends in vergrijzing wat minder sterk.
2.1 Scenario’s Voor het in kaart brengen van de demografische ontwikkelingen in Den Haag richting 2050 is gewerkt met drie scenario’s, ieder met eigen bandbreedtes. Deze scenario’s zijn gebaseerd op varianten uit het rapport Gematigde Groei van de SDO en vertaald naar de Haagse situatie met behulp van de prognoses van ABF Research. Het basisscenario is de bovenste bandbreedte van het scenario “Gematigde groei”. Dit sluit aan bij het zogenoemde Primos 2024-scenario van ABF3 en gaat uit van een gematigde bevolkingsgroei, zoals ook centraal staat in het rapport van de SDO. Het vormt daarmee het uitgangspunt voor de verdere analyses in deze rapportage. De overige scenario’s verkennen alternatieve toekomstbeelden op basis van verschillende migratiesaldi. In alle scenario’s zijn de geboorte- en sterftekansen gelijk; alleen het migratiesaldo – het verschil tussen immigratie en emigratie – varieert in de scenario’s van -20.000 tot +150.000 personen per jaar voor heel Nederland. Deze variatie is vervolgens vertaald naar een verwachte bevolkingsontwikkeling voor Den Haag. Zo ontstaat een reeks van scenario’s: van lichte bevolkingskrimp tot een zeer sterke bevolkingsgroei. Elk scenario biedt een andere uitkomst voor de ontwikkeling van het inwonertal en de samenstelling van de bevolking in Den Haag tot 2050.
Deze scenario’s zijn geen voorspellingen, maar helpen om het gemeentelijk beleid toekomstbestendig te maken. Ze maken zichtbaar bij welke ontwikkelingen spanning kan ontstaan tussen bevolkingsgroei en bijvoorbeeld woningbouw, arbeidsmarkt, voorzieningen en bestuurlijke capaciteit. In de volgende paragrafen wordt per scenario beschreven hoe de verwachte groei eruitziet in termen van aantallen inwoners en huishoudens, en hoe de samenstelling van de bevolking verandert. 0?? laat zien hoe het inwonertal van Den Haag zich richting 2050 kan ontwikkelen onder verschillende scenario’s. Het basisscenario ‘Gematigde groei’ gaat uit van een migratiesaldo van gemiddeld 68.200 personen per jaar in Nederland. In dit scenario groeit de bevolking van Den Haag met 14 procent tussen 2024 en 2050. Dit vormt het uitgangspunt van de analyse. De tabel laat ook zien hoe bij een lager migratiesaldo (zoals in het krimpscenario) de groei aanzienlijk lager uitvalt, of zelfs omslaat in krimp. In de onderste bandbreedte van het krimpscenario daalt de bevolking van Den Haag met 10 procent. Bij een sterker migratiesaldo – Snelle groei – zien we juist een grotere toename van de bevolking: tot 47 procent groei in de bovenste bandbreedte van het Snelle groei-scenario.
3
Voor een gedetailleerde beschrijving van de uitgangspunten en methode van de ABF-scenario’s verwijzen we naar de door ABF bij de prognoses geleverde documentatie.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
Tabel 2.1
Basisscenario: 14 procent meer inwoners in Den Haag in 2050
Scenario Krimpscenario, laag Krimpscenario, hoog Gematigde groei, laag Gematigde groei, hoog Sterke groei, laag Sterke groei, midden Sterke groei, hoog Bron:
13
Gem. migratiesaldo (NL) -20.000 20.000 40.000 68.200 100.000 120.000 150.000
Ontw. bevolking Nederland -6% 3% 6% 13% 19% 23% 30%
(2024-2050) Den Haag -10% 1% 6% 14% 25% 33% 47%
SDO (2024); ABF (2025). Bewerking: SEO/Atlas Research
De tabel laat zien dat de Haagse bevolkingsomvang relatief gevoelig is voor migratie. Waar de SDO al concludeerde dat er op een termijn van 25 jaar veel onzekerheid is over de bevolkingsgroei, is die specifiek voor de gemeente Den Haag aanzienlijk groter. Op deze termijn kan de omvang van de gemeente zowel met 10 procent krimpen, als met bijna 50 procent groeien, afhankelijk van het aantal migranten. Dit is het gevolg van het grotere aandeel migranten in de huidige Haagse bevolking en de grotere aantrekkingskracht van Den Haag, en steden in het algemeen, op migranten. In scenario’s met veel migratie is hierdoor de verwachting dat zich in Den Haag meer migranten zullen vestigen. In scenario’s met relatief weinig migratie of een negatief migratiesaldo neemt hierdoor de bevolking sterker af.
2.2 Inwoners en huishoudens De toekomstige bevolkingsontwikkeling in Den Haag is sterk afhankelijk van de migratieontwikkeling. Box 2.1 laat de bevolkingsontwikkeling van Den Haag zien in de periode 2002–2024 en de verwachte ontwikkeling in zeven scenario’s tot 2050. Tot 2024 groeit de bevolking gestaag, maar in het basisscenario (de bovenste bandbreedte van Gematigde groei) vlakt die groei vanaf 2024 iets af. In de onderste bandbreedte van het scenario Snelle groei ligt de groeivoet lager dan in de periode 2002–2024, maar groeit de bevolking gestaag door. In de scenario’s met hogere migratie groeit de bevolking sterk door, met als uitschieter de bovenste bandbreedte van scenario Sterke groei. In de bovenste bandbreedte van het krimpscenario blijft het inwonertal nagenoeg gelijk aan het huidige niveau; terwijl de onderste bandbreedte van dat scenario een afname laat zien tot een bevolkingsomvang die vergelijkbaar is met het niveau van circa 2015. Box 2.1
Scenario’s van bevolkingsgroei
De scenario’s van bevolkingsgroei zijn in opdracht van gemeente Den Haag door ABF berekend met het Primosprognosemodel. Het model sluit aan op de nationale bevolkingsprognose van het CBS, en maakt uitkomsten op laag schaalniveau (zoals gemeenten) inzichtelijk. De geboorte- en sterftekansen en binnenlandse migratie zijn in alle scenario’s gelijk – alleen het buitenlandse migratiesaldo varieert. Voor het doorrekenen van de scenario’s heeft ABF vanaf 2027 de immigratieaantallen elk jaar met dezelfde factor vermenigvuldigd. Tussen 2022 en 2027 groeit of krimpt het aantal immigranten geleidelijk van het basisscenario (de bovenste bandbreedte van Gematigde groei) naar de variant. De juiste factor wordt stap voor stap berekend, zodat het gemiddelde migratiesaldo over de periode 2024 tot 2050 overeenkomt met de gewenste waarde. Vervolgens is het effect op de omvang en samenstelling van bevolking en huishoudens doorgerekend.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
Figuur 2.1
Bron:
14
Krimp richting 500 duizend en sterke groei naar meer dan 800 duizend inwoners zijn reële toekomstscenario's voor de bevolkingsontwikkeling van Den Haag
ABF (2025). Bewerking: SEO/Atlas Research
Figuur 2.2 laat de ontwikkeling van het aantal huishoudens in Den Haag zien tussen 2002 en 2050. Tot 2024 is sprake van een vrij stabiele groei. In het basisscenario (net als bij SDO de bovenste bandbreedte van Gematigde groei) zet deze groei weliswaar door, maar in een iets lager tempo dan in de voorgaande periode. Ook in de onderste bandbreedte van het scenario Sterke groei is de groei minder sterk dan tussen 2002 en 2024. In het scenario Nulgroei / krimp, hoog stijgt het aantal huishoudens licht, vooral na 2035. In het scenario Nulgroei / krimp, laag is er juist sprake van een afname, waarbij het aantal huishoudens richting 2050 weer daalt.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
Figuur 2.2
Bron:
15
De groei van het aantal huishoudens vlakt af of wordt negatief, behalve in het sterke groeiscenario
ABF (2025). Bewerking: SEO/Atlas Research
In alle scenario’s neemt het aandeel zeer oude inwoners (75 jaar en ouder) in Den Haag toe richting 2050. Figuur 2.3 laat zien dat deze toename het sterkst is in het krimpscenario, waar vergrijzing samengaat met een afname van jongere leeftijdsgroepen. Hierdoor verandert de bevolkingsopbouw zichtbaar: de ‘piramide’ wordt topzwaarder. Ook in de andere scenario’s groeit het aandeel ouderen, maar in minder sterke mate. Bij Snelle groei, hoog blijft de basis van de piramide breder, doordat er meer jongeren en jongvolwassenen bijkomen via migratie en geboorte. Figuur 2.3
Vergrijzing zet door in elk scenario – sterkste toename bij bevolkingskrimp
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
Bron:
16
ABF (2025). Bewerking: SEO/Atlas Research
2.3 Vergrijzing en ontgroening Figuur 2.4 laat zien hoe het aandeel kinderen (0–20 jaar) en jongvolwassenen (20–30 jaar) zich tot 2050 ontwikkelt in verschillende scenario’s. In alle scenario’s daalt het aandeel kinderen tot ongeveer 2035. Daarna is er sprake van een lichte stijging, vooral in de scenario’s met snelle bevolkingsgroei, maar in geen enkel scenario keert het aandeel terug naar het huidige niveau. Het aandeel jongvolwassenen neemt in alle scenario’s vanaf 2030 verder af, ook in de groeiscenario’s. Alleen in de scenario’s met grotere bevolkingsgroei is de afname iets minder sterk.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
Figuur 2.4
Bron:
17
Afname aandeel jongeren in de bevolking tot 2035 – herstel afhankelijk van scenario
ABF (2025). Bewerking: SEO/Atlas Research
Het aandeel 65-plussers en 75-plussers in de Haagse bevolking neemt toe richting 2050 – zie Figuur 2.5. In alle scenario’s is sprake van vergrijzing: het aandeel 65-plussers neemt fors toe. Deze stijging is het sterkst in de scenario’s met lage groei of krimp. Tegelijk zien we in de rechtergrafiek dat ook het aandeel 75-plussers – de zogeheten dubbele vergrijzing – flink stijgt. Vooral in het krimpscenario laag is deze toename bijzonder groot: het aandeel 75-plussers verdubbelt hier bijna.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
Figuur 2.5
Bron:
18
Sterke vergrijzing in elk scenario – dubbele vergrijzing vooral bij bevolkingskrimp
ABF (2025). Bewerking: SEO/Atlas Research
De grijze druk – de verhouding tussen het aantal 65-plussers en het aantal mensen van 20 tot 65 jaar – neemt in alle scenario’s toe, vooral in de scenario’s met lage groei of krimp - zie Figuur 2.6. Deze figuur laat de ontwikkeling zien van de grijze en groene druk in Den Haag tot 2050. In het krimpscenario laag stijgt de grijze druk het sterkst, tot boven de 0,4. De groene druk – de verhouding tussen jongeren (0–20 jaar) en volwassenen (20–65 jaar) – daalt eerst in alle scenario’s tot circa 2035. Daarna is er weer sprake van een lichte stijging, met de grootste toename in de scenario’s met snelle bevolkingsgroei.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
Figuur 2.6
Bron:
19
Vergrijzingsdruk neemt toe – ontgroening tijdelijk en scenarioafhankelijk
ABF (2025). Bewerking: SEO/Atlas Research
2.4 Migratie In de scenario’s van ABF Research wordt onderscheid gemaakt tussen inwoners met een Nederlandse en een buitenlandse herkomst. Daarbij geldt als definitie dat iemand een buitenlandse herkomst heeft wanneer hij of zij zelf, of (ten minste) één van de ouders in het buitenland is geboren. Deze indeling geeft inzicht in de totale omvang van de groep inwoners met een migratieachtergrond, maar zegt weinig over de onderlinge verschillen binnen deze groep. De implicaties voor beleid verschillen tussen migratiegroepen (SDO, 2024).4 Om scherper zicht te krijgen op de samenstelling en verwachte groei van migratiegroepen in Den Haag, is de migratie aanvullend uitgesplitst naar vier typen. Daarbij is gebruikgemaakt van landelijke groeicijfers per groep, in combinatie met de huidige verdeling in Den Haag. Deze indeling is gebaseerd op het meest voorkomende migratiemotief per herkomstregio: ● Arbeid en studie, vooral afkomstig uit Europa, Noord-Amerika en Oceanië; ● Asiel, met name afkomstig uit Afrika en het Aziatisch Midden-Oosten; ● Klassieke migratielanden, waaronder Indonesië, Marokko, de Nederlandse Cariben, Suriname en Turkije; ● Overige landen, waaronder Latijns-Amerika en overige delen van Azië. 5
4
5
Volledigheidshalve merken we op dat ook binnen migratiegroepen de implicaties voor de beleidsdomeinen sterk kunnen verschillen. Bijvoorbeeld: de arbeidsparticipatie verschilt sterk tussen vluchtelingen die al kort na het uitbreken van een conflict naar Nederland komen ten opzichte van de groepen die (vele jaren) later volgen. Daar waar we relaties leggen met een toename (of afname) van een bepaalde groep, gaat het om gemiddelde karakteristieken. Het CBS hanteert deze indeling bijvoorbeeld in de publicatie ‘Verkenning Bevolking 2050’ [https://www.cbs.nl/nlnl/longread/aanvullende-statistische-diensten/2024/verkenning-bevolking-2050-editie-2024].
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
20
In de afgelopen twintig jaar is arbeids- en studiemigratie in Nederland én Den Haag sterk toegenomen, (mede) als gevolg van de Europese eenwording, vrij verkeer van personen, de internationalisering van het Nederlandse onderwijs en programma’s die het studeren in het (EU-)buitenland aantrekkelijker maken. Asielmigratie fluctueerde sterk: in de periode van 1999 tot 2020 varieerde deze tussen de 4 procent en 30 procent (SDO, p. 85). De verwachting van de SDO is dat deze in de komende jaren substantieel zal blijven als gevolg van geopolitieke spanningen en regionale instabiliteit. De migratie uit de zogenoemde klassieke migratielanden is een doorwerking van het koloniale verleden en de vraag naar ‘gastarbeiders’ in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw. De omvang van de migratie uit overige landen is nu nog betrekkelijk klein, maar wordt naar verwachting van de SDO in de toekomst groter. De gebruikte methode om tot scenario’s voor de groei en samenstelling van herkomstgroepen in Den Haag in 2050 valt uiteen in drie stappen: 1. Eerst is berekend hoe groot de verschillende herkomstgroepen in Den Haag zouden zijn in 2050 als deze volledig volgens de landelijke groeivoeten zouden groeien; 2. Vervolgens is een tussenvorm berekend tussen deze landelijke verdeling en de huidige samenstelling van de vier groepen in Den Haag;6 3.
Tot slot zijn de uitkomsten geschaald naar het totaal aantal personen met een migratieachtergrond dat ABF voor 2050 voorspelt. Op deze manier blijft de totale omvang van de bevolking met een migratieachtergrond consistent met de officiële prognose, terwijl de interne samenstelling verfijnd wordt. Bij de toerekening wordt dus rekening gehouden met twee factoren: de huidige omvang van deze herkomstgroepen binnen de Haagse bevolking, en de verwachte gemiddelde jaarlijkse groeivoeten per groep op landelijk niveau tot 2050. Op basis daarvan ontstaat een genuanceerd beeld van hoe de samenstelling van de Haagse bevolking naar migratieachtergrond zich richting 2050 kan ontwikkelen, met oog voor zowel bestaande patronen als verwachte trends. 0?? laat zien hoe de inwoners met een migratieachtergrond in Den Haag op dit moment verdeeld zijn over vier herkomstgroepen, en welke groeivoet voor deze groepen landelijk wordt verwacht tot 2050. De grootste groep in Den Haag bestaat uit mensen uit de klassieke migratielanden (zoals Marokko, Suriname en Turkije), met een aandeel van 46 procent. Voor deze groep wordt echter een zeer lage landelijke groeivoet verwacht van slechts 0,2 procent per jaar, wat aangeeft dat het totaal aantal mensen in Nederland met deze herkomstgroep tot 2050 naar verwachting met circa 6 procent zal stijgen.7
6
7
Hiervoor wordt een wegingsfactor α (alpha) gebruikt, met standaardwaarde 0,5. De aanname is dat over een periode van 25 jaar niet direct een volledig nieuw evenwicht ontstaat. Tot 2050 neemt de omvang van deze groep in Nederland naar verwachting dus toe met 1,002326 – 1 = 6,2 procent.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
21
Tabel 2.2
Toekomstige verschuiving in migratieachtergrond: van klassiek naar nieuwkomers
Groep
Aandeel huidig Den Haag (t.o.v. totaal herkomst ‘buitenlands’)
Arbeid en studie Asiel Klassieke migratielanden Overig Bron:
Geprognosticeerde gemiddelde jaarlijkse ontwikkeling (Nederland, 2050 t.o.v. 2024)
31% 10% 46% 13%
Per jaar
Totaal
1,7% 3,2% 0,2% 2,8%
53% 124% 6% 105%
SEO/Atlas Research (2026) o.b.v. CBS
In tegenstelling daarmee is het aandeel asielmigranten nu relatief klein (10 procent), maar de verwachte jaarlijkse groei van deze groep is met 3,2 procent het hoogst. Voor deze herkomstgroep wordt dus meer dan een verdubbeling tot 2050 verwacht. Ook de groepen arbeid en studie (31 procent) en overig (13 procent) groeien naar verwachting sterker, met respectievelijk 1,7 procent en 2,8 procent per jaar. Deze cijfers laten zien dat ook de samenstelling van de Haagse bevolking met een migratieachtergrond in de toekomst waarschijnlijk gaat verschuiven: van de traditionele herkomstlanden naar meer recente migratiegroepen, met name via asiel, arbeid en studie. In de rest van deze paragraaf laten we zien wat deze cijfers betekenen voor de samenstelling van de Haagse bevolking. Figuur 2.7
Bron:
In de meeste scenario’s neemt het aandeel buitenlandse herkomst toe
SEO/Atlas Research (2026) o.b.v. CBS en ABF
In vrijwel alle scenario’s neemt het aandeel inwoners met een Nederlandse herkomst af, met uitzondering van het krimpscenario, waarin dit aandeel waarschijnlijk licht toeneemt tot 2040 – zie Figuur 2.7. In deze figuur is de verwachte ontwikkeling van het aandeel inwoners met een Nederlandse en buitenlandse herkomst in Den Haag tot 2050 te zien. De figuur laat ook zien dat in alle andere scenario’s het aandeel inwoners met een buitenlandse
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
22
herkomst groeit, zodat dit in de meeste scenario’s in 2050 uitkomt tussen de 60 procent en 70 procent. Migratie speelt dus een steeds grotere rol in de bevolkingssamenstelling van Den Haag, tenzij de bevolkingsgroei sterk afremt. Figuur 2.8 laat op vergelijkbare wijze zien hoe de herkomstsamenstelling van de Haagse bevolking met buitenlandse achtergrond zich tot 2050 ontwikkelt, uitgesplitst naar vier migratiedoelen: arbeid en studie, asiel, klassieke migratielanden en overige herkomstlanden. De figuur is gebaseerd op een toerekening van migratiegroepen naar het meest voorkomende motief voor migratie per regio, zoals hierboven uiteengezet. Figuur 2.8
Bron:
Groei asiel- en arbeidsmigratie bepaalt toekomstige herkomstsamenstelling Den Haag
SEO/Atlas Research (2026)
Het aandeel migranten met het motief arbeid en studie neemt in bijna alle scenario’s toe, met uitzondering van de onderste bandbreedte van het krimpscenario, waarin dit aandeel licht daalt. In de andere scenario’s groeit deze groep, met afhankelijk van het scenario een toename tot ruim 20 procent van de totale bevolking met buitenlandse herkomst in Den Haag. Dit weerspiegelt de toenemende instroom van kennismigranten, studenten en werknemers uit voornamelijk Europa, Noord-Amerika en Oceanië.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
23
Het aandeel migranten met een asielachtergrond groeit in álle scenario’s, als gevolg van de relatief sterke geprognosticeerde landelijke groei van deze groep. Vooral in de scenario’s met hoge migratie neemt hun aandeel sterk toe. In het basisscenario gaat het om een toename van ca. 35 duizend naar meer dan 55 duizend inwoners – en in de bovenste bandbreedte van het sterke groeiscenario om een potentiële groei naar meer dan 78 duizend inwoners. Dit sluit aan bij landelijke trends waarbij instroom uit conflictgebieden in Afrika en het Midden-Oosten een belangrijker aandeel krijgt in de migratie naar Nederland. De groep afkomstig uit klassieke migratielanden (zoals Marokko, Suriname en Turkije) is op dit moment met een aandeel van 28 procent in de Haagse bevolking in omvang veruit de grootste subgroep. Deze groep blijft in de meeste scenario’s naar verwachting min of meer gelijk in omvang. In de onderste bandbreedte van het krimpscenario neemt de omvang van deze groep 5 procentpunt af – als er netto uit-migratie ontstaat ligt deze groep het meest voor de hand, gegeven hun huidige omvang in de Haagse bevolking en de lage verwachte landelijke groei. In de andere scenario’s blijft deze groep relatief groot, maar hun aandeel groeit slechts beperkt en dan vooral in het sterke groeiscenario. Dit komt doordat de landelijke groeiverwachting voor deze groep laag is.
In absolute aantallen kan deze groep nog iets toenemen, maar relatief neemt hun aandeel in bijna alle scenario’s (en bandbreedtes) geleidelijk af ten opzichte van nieuwere migratiegroepen. Tot slot laat de figuur zien dat het aandeel migranten uit overige landen – waaronder Latijns-Amerika en delen van Azië – in alle scenario’s groeit. De groei is het sterkst in de scenario’s met hogere migratie. In het basisscenario gaat het om een toename van ca. 43 duizend nu naar meer dan 67 duizend inwoners – en in de bovenste bandbreedte van het sterke groeiscenario om een potentiële groei naar meer dan 92 duizend inwoners. Deze toename is het gevolg van de sterke verwachte groei van deze groepen op nationaal niveau, gecombineerd met hun al bestaande aanwezigheid in Den Haag.
2.5 Haagse demografische trends In haar rapport beschrijft de SDO migratie en vergrijzing als de twee belangrijkste demografische ontwikkelingen voor Nederland richting 2050. Den Haag kent, in verhouding tot Nederland, een relatief jonge, niet-vergrijsde bevolking. Waar in Nederland de grijze druk 8 begin 2025 ruim 0,35 is, bedraagt deze in Den Haag ruim 0,24. Daartegenover kent Den Haag een relatief groot aandeel bevolking in de leeftijd van 20 tot 45 jaar. De gevolgen van vergrijzing zullen hierdoor in Den Haag naar verwachting beperkter zijn dan in de rest van het land. In het basisscenario en de scenario’s met meer migratie blijft de grijze druk op een lager niveau dan in Nederland anno 2025. Desondanks neemt de grijze druk in alle scenario’s toe richting 2050. Daarbij speelt de omvang van de migratie een grote rol: in de bovenste bandbreedte van het sterke groeiscenario stijgt de grijze druk tot circa 0,29, terwijl het in de onderste bandbreedte van het krimpscenario gaat om een stijging tot circa 0,43.
8
De grijze druk wordt doorgaans gemeten als de verhouding tussen de bevolking van 65 jaar en ouder en de bevolking in de ‘productieve’ leeftijdsgroep van 20 tot 65 jaar.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
Figuur 2.9
Bron:
24
Grijze druk in Den Haag sterk afhankelijk van het aandeel mensen met buitenlandse herkomst
SEO/Atlas Research (2026)
Dit betekent dat ook in Den Haag de gevolgen van de vergrijzing merkbaar zullen zijn, maar – afhankelijk van de mate waarin de migratie toe- of afneemt – beduidend minder sterk dan gemiddeld in Nederland. Omgekeerd geldt dat het aandeel mensen met een migratieachtergrond (zelf of een van de ouders geboren in het buitenland) in Den Haag met 60 procent in 2024 dubbel zo groot is als gemiddeld in Nederland (29 procent). Dat aandeel neemt alleen in de onderste bandbreedte van het krimpscenario af richting 2050, maar blijft ook in dat geval bovengemiddeld groot. De samenstelling van de bevolking met een migratieachtergrond verandert door een veranderende samenstelling van de migratiestromen. In alle scenario’s neemt het aantal en aandeel van migranten met een asielachtergrond en overige achtergrond in de Haagse bevolking toe. De groep afkomstig uit klassieke migratielanden – op dit moment met een aandeel van 28 procent in de Haagse bevolking in omvang veruit de grootste subgroep in Den Haag – blijft in de meeste scenario’s naar verwachting min of meer gelijk in omvang. In de onderste bandbreedte van het krimpscenario neemt de omvang van deze groep 5 procentpunt af – als er netto uit-migratie ontstaat ligt deze groep het meest voor de hand gegeven hun huidige omvang in de Haagse bevolking en de lage verwachte landelijke groei.
Het aandeel migranten met het motief arbeid en studie neemt in bijna alle scenario’s toe, met uitzondering van de onderste bandbreedte van het krimpscenario, waarin dit aandeel licht daalt. Verderop laten we zien dat door padafhankelijkheid de omvang van deze groep extra weerslag heeft in de Haagse context.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
3
25
De Haagse context en huidig beleid
De scherpe tweedeling tussen ‘het veen en het zand’, de beperkte ruimte door de ligging aan zee en het profiel van stad van vrede, recht en internationale organisaties vraagt om extra aandacht voor compact bouwen, samenleven in diversiteit en aandacht voor kansengelijkheid. De gemeente speelt hierop in met plannen als de Omgevingsvisie 2050, de Economische Visie Den Haag+ 2030 en de Haagse Preventieaanpak. Hoofdstuk 3 legt het fundament om de scenario’s te kunnen duiden voor Den Haag. De stad wijkt op enkele punten af van het landelijke beeld. Daarom schetsen we eerst wat de Haagse situatie kenmerkt en hoe het huidige beleid hier al op inspeelt. Zo wordt helder waar trends anders kunnen uitpakken en welke uitgangspositie het beleid biedt. De centrale vraag is wat in Den Haag anders is en hoe beleid daarop anticipeert. Per thema beschrijven we twee elementen: wat het Haagse profiel is en wat het beleid doet.
3.1 Ruimte Paragraaf 3.1 gaat over ruimte in Den Haag en laat zien hoe keuzes in de fysieke stad met elkaar samenhangen, omdat Den Haag compact is en weinig vrije ruimte heeft voor groei. In deze paragraaf staan drie subthema’s centraal: mobiliteit, wonen en ruimtelijke voorzieningen. De Omgevingsvisie 2050 speelt hierin een richtinggevende rol. De visie beschrijft dat de beschikbare ruimte ontoereikend is om alle opgaven een plek te geven én tegelijk de ruimtelijke kenmerken van Den Haag te beschermen en te versterken (Gemeente Den Haag, 2025, RIS321162). In de visie staat dit vraagt om duidelijke keuzes en regie op de ruimtelijke ontwikkeling. Hiervoor wordt tot en met 2050 ingezet op bouwen en verbouwen in de gehele stad en op het benutten van de bestaande gebouwenvoorraad. Belangrijke sporen hiervoor zijn bijvoorbeeld transformatie, flexwonen, optoppen en bouwkundig splitsen. Dit alles gebeurt met als uitgangspunt dat de leefbaarheid in stand blijft (Gemeente Den Haag, 2025, RIS321162). Concreet betekent dit dat woningbouw in Den Haag steeds samenhangt met keuzes over de fysieke leefomgeving, omdat de omgevingsvisie wonen, economie, mobiliteit, milieu, gezondheid, luchtkwaliteit en maatschappelijke voorzieningen in samenhang bekijkt (Gemeente Den Haag, 2025, RIS321162).
In de beweging ‘Groeien in balans’ staat daarbij dat groei ruimte vraagt voor groen en water, banen en maatschappelijke voorzieningen zoals scholen, openbaar vervoer, kinderopvang en bibliotheken, en dat de behoefte aan deze voorzieningen meegroeit met het aantal inwoners. Daarbij zijn klimaatadaptatie en klimaatmitigatie een vast onderdeel van de afwegingen. Het gaat dan om het aanpassen van de stad aan hitte, wateroverlast en droogte, en om het beperken van de uitstoot door keuzes in mobiliteit, energie en bouw.
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
26
3.1.1 Mobiliteit Haagse context Mobiliteit bepaalt in toenemende mate het gebruik van de openbare ruimte in Den Haag. Een groot deel van de beschikbare ruimte wordt ingenomen door rijdende en geparkeerde auto’s (Gemeente Den Haag & RDW, 2024). In 2024 bezitten inwoners van Den Haag ruim 173.500 personenauto’s, exclusief leaseauto’s. Dat is circa 11 procent meer dan in 2009. Het aantal particuliere auto’s bleef de laatste jaren stabiel, maar het aantal bestelwagens groeide sterk: in 2023 stonden er 23.400 geregistreerd, een stijging van 68 procent ten opzichte van 2017. In totaal nadert het Haagse wagenpark daarmee 200.000 voertuigen. Net als in andere G4-steden wordt in Den Haag in Haag relatief veel gelopen en gefietst. Wel onderscheidt de stad zich van andere grote steden door een meer evenwichtige verdeling tussen vervoerwijzen. Volgens cijfers van het CBS en Odin (2018–2023) wordt 31 procent van alle verplaatsingen in Den Haag met de auto afgelegd, 29 procent te voet, 27 procent per fiets en 11 procent met het openbaar vervoer (Gemeente Den Haag & RDW, 2024). Daarmee heeft Den Haag een hoger aandeel actieve mobiliteit (fiets, rolstoel9 en lopend) dan Rotterdam, maar lager dan Utrecht en Amsterdam (Figuur 3.1). Figuur 3.1
Minder vaak met de fiets dan in Utrecht en Amsterdam, maar vaker dan in Rotterdam 2%
2%
1%
31%
29%
35% 12%
28%
24%
27%
28% 37%
29%
Den Haag
Lopen
36%
24%
Utrecht Fiets
Bron:
22% 13%
9%
11%
1%
Rotterdam OV
Personenauto
Amsterdam
Overig
gemeente Den Haag (2025)
De inwoners van Den Haag zijn gematigd tevreden over de aspecten van mobiliteit in hun stad, zo blijkt uit het Inwonersonderzoek 2024 (Dimensus/Companen, 2024). Over de verkeersveiligheid is 42 procent (zeer) positief tegenover 27 procent negatief. Ook over het geluid van verkeer zijn meer mensen tevreden (35 procent) dan ontevreden (29 procent). De parkeermogelijkheden voor fietsen worden redelijk beoordeeld (36 procent positief, 30 procent negatief). Grote knelpunten zijn vooral de luchtkwaliteit en het autoverkeer en parkeren. Over de luchtkwaliteit is men vaker ontevreden (35 procent) dan tevreden (31 procent). Het parkeerbeleid voor auto’s krijgt de meeste kritiek: bijna de helft van de inwoners is daar negatief over (47 procent negatief, 23 procent positief). Dit soort problemen ziet men in andere grote steden ook – bijvoorbeeld parkeren is in Amsterdam en Rotterdam eveneens lastig – maar exacte vergelijkingscijfers ontbreken.
9
Onder actieve mobiliteit verstaan we: “mobiliteit waarbij ook fysieke activiteit komt kijken”. Zo ook rolstoel (‘Overig’ in Figuur 3.1). Zie definitie van het Kenniscentrum Europa Decentraal (KED) [link].
DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN DEN HAAG 2050
27
Net als in andere steden in de Randstad kampt Den Haag bovendien met verkeersdrukte op hoofdwegen, vooral in de spits (Goudappel, 2024). De bereikbaarheid staat onder druk bij groei: zonder maatregelen zou de verwachte bevolkingsgroei leiden tot 21 procent meer verplaatsingen, wat het wegennet overbelast en de uitstoot verhoogt (Gemeente Den Haag, 2025, RIS322420). Een bekend knelpunt is de A4 tussen Den Haag Zuid en DelftZuid (Goudappel, 2024). Ook binnen de stad zijn er piekdruktes, bijvoorbeeld rond evenementen of op zonnige dagen richting Scheveningen strand, wat tot filevorming en volle trams leidt. De beperkte ruimte in de binnenstad maakt het lastig om deze verkeersstromen op te vangen.
Selectie Haags beleid
Haags beleid
Het mobiliteitsbeleid van de gemeente Den Haag is erop gericht de stad leefbaar en bereikbaar te houden, nu en in de toekomst. Dit doel is omschreven in de Netwerkstrategie Mobiliteit 2040. Een belangrijk doel uit de Netwerkstrategie is dat meer mensen zich kunnen verplaatsen op een manier die niet ten koste gaat van de leefbaarheid, bereikbaarheid en veiligheid. Den Haag groeit, maar er is weinig extra ruimte voor verkeer. De gemeente wil daarom mobiliteit slimmer organiseren, zodat niet steeds meer ruimte wordt opgeslokt door wegen en parkeerplaatsen. Zo blijft er ruimte over voor andere behoeften zoals groen, wonen en ontmoetingsplekken. Ook draagt dit bij aan klimaatdoelen: Den Haag streeft naar schone en duurzame mobiliteit om onder andere de CO₂-uitstoot en luchtvervuiling te verminderen. Verder wil de gemeente gelijke kansen bevorderen – goede bereikbaarheid voor iedereen – en de economie ondersteunen door een vlot bereikbaar vestigingsklimaat. Samengevat is het doel van de Netwerkstrategie 2040 om een balans te vinden: de stad laten groeien en mensen laten bewegen, zonder dat het verkeer de stad verstikt of onveilig maakt. >> Netwerkstrategie Mobiliteit 2040 >> Omgevingsvisie 2050
Deze doelen zijn vastgelegd in de Netwerkstrategie Mobiliteit 2040 van de gemeente Den Haag. Deze strategie omvat een reeks maatregelen en keuzes in infrastructuur en vervoer. Ten eerste wordt de maximumsnelheid op veel stadswegen verlaagd van 50 km/u naar 30 km/u (Gemeente Den Haag, 2025, RIS322420). Dit moet het aantal ongevallen en de ernst ervan verminderen en de verkeersveiligheid vooral voor fietsers en voetgangers vergroten. Daarnaast komt er meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Zo breidt de gemeente voetgangersgebieden uit en verbetert ze trottoirs en oversteekroutes (Gemeente Den Haag, 2025, RIS322420). Voor fietsers voert Den Haag het programma “Ruim baan voor de Fiets” uit: er komen nieuwe snelle en comfortabele fietsroutes en extra fietsstallingen (Gemeente Den Haag, 2025, RIS322420). Deze investeringen moeten fietsen aantrekkelijker en veiliger maken. Een voorbeeld is dat kinderen nu al op veiligere fietspaden zelfstandig naar school kunnen, zoals gerealiseerd bij de Vondelstraat. Ook het openbaar vervoer wordt versterkt. De gemeente plant nieuwe hoogwaardige ov-corridors (Gemeente Den Haag, 2025, RIS322420). Naast deze hoofdroutes kijkt de gemeente nadrukkelijk naar ov-verbindingen die niet via het centrum lopen. Dit zijn zogeheten tangentiële verbindingen, vooral in de vorm van buslijnen, die wijken onderling en met omliggende gemeenten verbinden.