RIS325034 Bijlage Vrijwilligerswerk in beweging - Ondersteuning van Haagse vrijwilligersorganisaties in een veranderende samenleving
Tekst van het document
Vraagstukken vrijwilligersorganisaties en hun ondersteuningsbehoefte
27
ondersteuning. De resultaten zijn gesplitst naar kleinere organisaties (0-25 vrijwilligers) en grotere organisaties (meer dan 25 vrijwilligers). Grafiek 3: Bekendheid en gebruik van steun voor vrijwilligersorganisaties
Kleinere organisaties
59,15%
Grotere organisaties
70,42%
54,69%
Beroep gedaan op
79,69%
Bekend met
Kleine organisaties: n=71, Grote organisaties: n=64
Grotere organisaties weten vaker waar zij terecht kunnen voor steun dan kleinere organisaties. Aan de andere kant doen kleinere organisaties vaker een beroep op hulp of ondersteuning dan grotere organisaties. Dit betekent dat er meer grotere organisaties zijn die geen gebruik hebben gemaakt van hulp, terwijl kleinere organisaties een hoger gebruik van ondersteuning laten zien, ondanks dat grotere organisaties een hogere bekendheid hebben. In grafiek 4 is weergegeven hoe vrijwilligersorganisaties het vinden van hulp ervaren. De vrijwilligersorganisaties hebben deze vraag beoordeeld op een schaal van 1 (zeer moeilijk) tot en met 5 (zeer makkelijk). De gemiddelde scores zijn weergegeven. De resultaten zijn gesplitst naar kleinere organisaties (0-25 vrijwilligers) en grotere organisaties (meer dan 25 vrijwilligers). Grafiek 4: Toegankelijkheid van passende hulp en ondersteuning Kleinere organisaties
Grotere organisaties
2,92
3,5
Kleinere organisaties: n=39, Grotere organisaties: n=30
Grotere organisaties beoordelen het vinden van passende hulp en ondersteuning beter dan kleinere organisaties; het is voor grotere organisaties makkelijker om hulp en ondersteuning te vinden. In grafiek 5 is weergegeven welke organisaties door vrijwilligersorganisaties worden ingeschakeld voor hulp of ondersteuning. De resultaten zijn gesplitst naar kleinere organisaties (0-25 vrijwilligers) en grotere organisaties (meer dan 25 vrijwilligers).
Vraagstukken vrijwilligersorganisaties en hun ondersteuningsbehoefte
28
Grafiek 5: Bronnen van ontvangen hulp of ondersteuning (meerdere antwoorden mogelijk) 66,67%
Stichting PEP Den Haag Vrijwilligerspunten van organisaties als Wijkz, Welzijn Scheveningen, etc. Sectorspecifieke platforms (Cultuurschakel, Sportconsulenten etc.) Landelijke platforms (Nieuwegevers, Katalys, Sesam Academie etc.) Anders, namelijk….
Kleinere organisaties
73,33%
23,08% 40,00% 25,64% 16,67% 10,26% 23,33% 33,33% 30,00% Grotere organisaties
Kleine organisaties: n=39, Grote organisaties: n=30
Zowel grotere als kleinere organisaties maken vooral gebruik van hulp of ondersteuning van Stichting PEP. Voor grotere organisaties staat ondersteuning van vrijwilligerspunten, zoals Wijkz en Welzijn Scheveningen, op de tweede plek, terwijl kleinere organisaties eerder kiezen voor sectorspecifieke platforms, zoals Cultuurschakel. Grotere organisaties maken daarentegen het minst gebruik van sectorspecifieke platforms, terwijl kleinere organisaties het minst gebruik maken van landelijke platforms zoals Nieuwegevers en Sesam Academie. Andere bronnen van ondersteuningen, genoemd in “anders, namelijk”, zijn fondsen en de gemeente Den Haag voor grotere organisaties. Kleinere organisaties maken eveneens gebruik van de gemeente, maar ook van landelijke platforms zoals Movisie. Daarnaast putten vrijwilligersorganisaties vaak uit hun eigen netwerk als bron van ondersteuning. Gesprekken partners Hoewel steeds meer organisaties PEP Den Haag weten te vinden, zijn er nog steeds vrijwilligersorganisaties die het ondersteuningsaanbod niet kennen. Hoewel PEP zichtbaar is op social media, evenementen en via hun website, ziet PEP zelf nog steeds verbetermogelijkheden om de zichtbaarheid te vergroten. Sommige organisaties komen via de gemeente of de Kamer van Koophandel bij PEP terecht, maar dit gebeurt niet altijd even consequent.
PEP overweegt manieren om haar zichtbaarheid te vergroten, bijvoorbeeld via story telling, video’s en blogs op social media en website. Ook organiseert PEP, of is zij aanwezig bij, (netwerk)bijeenkomsten in de stadsdelen. Uit gesprekken met vrijwilligersorganisaties die contact hebben met PEP blijkt dat zij over het algemeen tevreden zijn over de kwaliteit van de geboden hulp. Echter blijft het voor PEP een uitdaging om het volledige potentieel van het aanbod zichtbaar te maken voor alle vrijwilligersorganisaties in Den Haag.
Vraagstukken vrijwilligersorganisaties en hun ondersteuningsbehoefte
29
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
5
HIATEN IN BESTAAND AANBOD
Vraagstukken vrijwilligersorganisaties en hun ondersteuningsbehoefte
30
5. Hiaten in bestaand aanbod 5.1
Inleiding
Dit hoofdstuk is opgebouwd langs de volgende onderzoeksvragen: 6. Sluiten de behoeften van vrijwilligersorganisaties aan op het bestaande ondersteuningsaanbod? 7. Op welke vlakken zijn er ervaren hiaten in het bestaande ondersteuningsaanbod en welke omvang hebben deze? De onderzoeksvragen zijn in hoofdlijnen beantwoord in de rode tekstblokken. Daarna volgt de onderbouwing. De bevindingen zijn tot stand gekomen aan de hand van de gesprekken met partners (PEP, Welzijn Scheveningen en Xtra), gesprekken met de G4 en de ontwikkelkamer. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de rode tekstblokken waarin de onderzoeksvragen op hoofdlijnen beantwoord zijn.
5.2 6.
Aansluiting van ondersteuningsaanbod op behoeften Sluiten de behoeften van vrijwilligersorganisaties aan op het bestaande ondersteuningsaanbod?
Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ Twee op de drie vraagstukken waar ondersteuning voor is gevraagd, zijn opgelost door de geboden hulp of ondersteuning. In een derde van de gevallen dat een beroep op de ondersteuning is gedaan, bleek de ondersteuning het vraagstuk niet op te lossen. ▪ De hulp of ondersteuning is vaak effectiever voor grotere organisaties dan voor kleinere organisaties. Onderbouwing Survey In de onderstaande grafiek is weergegeven hoe vrijwilligersorganisaties de hulp of ondersteuning die ze hebben gekregen ervaren. De vrijwilligersorganisaties hebben deze vraag beoordeeld op een schaal van 1 (helemaal niet mee eens) tot en met 5 (helemaal mee eens). De resultaten zijn gesplitst naar kleinere organisaties (0-25 vrijwilligers) en grotere organisaties (meer dan 25 vrijwilligers).
Hiaten in bestaand aanbod
31
Grafiek 6: Mate waarin de hulp of ondersteuning het vraagstuk heeft opgelost of behapbaar heeft gemaakt We kregen toegang tot goede informatie waarmee we zelf ons vraagstuk konden oplossen
3,48
We zijn in contact gebracht met (een) andere relevante organisatie(s) waarmee wij geholpen zijn met ons vraagstuk
3,37
3,93
3,08 3,22
Degene die ons heeft geholpen heeft voor ons het vraagstuk opgelost
2,91 3,21
We kregen maatwerk advies waarmee we onze vrijwilligers zelf het vraagstuk konden oplossen
3,57 3,03
We kregen training of coaching waardoor onze vrijwilligers nu zelf het vraagstuk kunnen oplossen Kleinere organisaties
3,42 Grotere organisaties
Kleine organisaties: n=39, Grote organisaties: n=30
Als het gaat om de mate waarin de ontvangen hulp of ondersteuning het vraagstuk heeft opgelost of behapbaar gemaakt, zijn kleinere organisaties zijn het meest positief over toegang tot goede informatie waarmee ze hun vraagstuk zelfstandig konden oplossen. Ze zijn daarentegen het minst positief over de ontvangen van training of coaching waarmee hun vrijwilligers het vraagstuk zelf konden aanpakken. Ook grotere organisaties waarderen ontvangen informatie het hoogst. Echter, zij zijn het minst positief over situaties waarin het vraagstuk werd opgelost door degene die hen hielp. Opvallend is dat grotere organisaties training en coaching aanzienlijk positiever beoordelen dan kleinere organisaties. In grafiek 7 is weergegeven of de gekregen hulp of ondersteuning het vraagstuk heeft opgelost. De resultaten zijn gesplitst naar kleinere organisaties (0-25 vrijwilligers) en grotere organisaties (meer dan 25 vrijwilligers). Grafiek 7: Effectiviteit van ontvangen hulp of ondersteuning 66,67%
Ja: Het probleem is (grotendeels) opgelost
Nee: Het probleem is niet of nauwelijks opgelost
Kleinere organisaties
70,00% 33,33% 30,00% Grotere organisaties
Kleine organisaties: n=39, Grote organisaties: n=30
Ongeveer twee derde van de vraagstukken wordt opgelost door de geboden hulp of ondersteuning. Daarnaast blijkt dat de hulp of ondersteuning effectiever is voor grotere organisaties dan voor kleinere organisaties.
Hiaten in bestaand aanbod
32
Gesprekken met partners, G4 en Ontwikkelkamer Groot en divers ondersteuningsaanbod, maar nog steeds veel onopgeloste vraagstukken Uit de documentenstudie, maar ook uit gesprekken met partners blijkt dat er een groot en divers ondersteuningsaanbod is voor vrijwilligersorganisaties. Echter, dit aanbod lost niet alle vraagstukken op. Veel organisaties ervaren veel steun vanuit PEP, maar ervaren ook dat het lastig is om de juiste ondersteuning te vinden. Vaak is het aanbod wel aanwezig, maar kan hetgeen dat geleerd is niet in de praktijk worden gebracht omdat er onvoldoende mensen zijn om het werk uit te voeren. Er is hierbij geen sprake van onwil of een mentaliteitsverandering, maar het gaat puur om het gebrek aan mankracht om de werkzaamheden uit te voeren. Hierdoor komen organisaties ondanks de goede hulp en advies vaak toch niet verder in de ontwikkeling van de organisatie en wordt het probleem niet, of maar deels opgelost.
5.3 7.
Ervaren hiaten Op welke vlakken zijn er ervaren hiaten in het bestaande ondersteuningsaanbod en welke omvang hebben deze?
Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ Vraagstukken die niet worden opgelost, kennen als belangrijkste verklaring dat het advies en de gekregen informatie niet aansluiten bij de vraag. Een tweede vaker voorkomende reden is dat de organisatie waarbij ondersteuning werd gezocht onvoldoende kon bijdragen aan de oplossing. ▪ Er is veel aanbod voor de ondersteuning van de werving van vrijwilligers, maar dit is tevens het meest urgente vraagstuk. Dit kan verklaard worden doordat de beschikbare vacatures niet altijd aansluiten bij de wensen van vrijwilligers en doordat er geen ruimte is om potentiële groepen vrijwilligers die meer ondersteuning nodig hebben, dit ook te bieden. Onderbouwing Survey In de onderstaande grafiek zijn redenen weergegeven waarom de ontvangen hulp of ondersteuning het vraagstuk niet heeft opgelost. De vrijwilligersorganisaties hebben deze vraag beoordeeld op een schaal van 1 (helemaal niet mee eens) tot en met 5 (helemaal mee eens). De resultaten zijn gesplitst naar kleinere organisaties (0-25 vrijwilligers) en grotere organisaties (meer dan 25 vrijwilligers). Grafiek 8: Redenen waarom de ontvangen hulp of ondersteuning het vraagstuk niet heeft opgelost of behapbaar gemaakt 4
Het advies dat we kregen sloot niet aan bij de vraag die we hadden
3
De informatie die we kregen of konden vinden sloot niet aan bij de vraag die we hadden
3
3,86
De organisatie(s) waarmee wij in contact zijn gebracht, konden onvoldoende bijdragen aan de vraag die we hadden
3,63 2,8 3,6
De training/coaching die we kregen sloot niet aan bij de vraag die we hadden
2
We hadden behoefte aan een persoonlijk advies en gesprek, maar dat was niet mogelijk
2
Kleinere organisaties
3,14
Grotere organisaties
Kleine organisaties: n=12, Grote organisaties: n=8
Hiaten in bestaand aanbod
33
De belangrijkste reden waarom hulp of ondersteuning vraagstukken niet oplost is omdat het advies niet aansloot op de vraag. Dit geldt voor zowel grotere als kleinere organisaties, al geldt deze reden nog iets sterker voor kleinere organisaties. Het grootste verschil tussen kleinere en grotere organisaties ligt bij de training of coaching. Dit sluit veel minder goed aan bij kleinere organisaties dan bij grotere organisaties. Gesprekken met partners, G4 en ontwikkelkamer Veel aanbod voor werving vrijwilligers, maar nog steeds de grootste ondersteuningsbehoefte De gemeente Den Haag werkt aan een sterke sociale basis waarin participatie geen keuze is maar het uitgangspunt en waar vrijwilligers een belangrijke rol spelen 1, maar uit gesprekken met vrijwilligersorganisatie blijkt dat deze organisaties hun vrijwilligersbestand zien vergrijzen en dat zij zich zorgen maken over de toekomst. Behouden zij voldoende vrijwilligers in een samenleving waarin steeds meer van de burger zelf wordt gevraagd? Ook uit de survey onder vrijwilligersorganisaties blijkt dat de werving van vrijwilligers een van de grootste uitdagingen is waar vrijwilligersorganisaties mee worstelen. Desondanks lijkt er een groot potentieel aan nieuwe vrijwilligers te zijn.
Uit ander onderzoek2 blijkt namelijk dat vier op de tien inwoners in Den Haag is bereid om in de toekomst (meer) vrijwilligerswerk te doen en dat dit aantal in de afgelopen jaren is toegenomen van 34% in 2021, naar 36% in 2022 en 41% in 2023. Opvallend is ook dat het aandeel jongeren dat (meer) vrijwilligerswerk wil doen beduidend hoger ligt dan gemiddeld. 52% van de jongeren wil namelijk (meer) vrijwilligerswerk doen. Uit zowel de survey onder vrijwilligersorganisaties, als uit de gesprekken met partners en de G4, blijkt dat het werven van vrijwilligers de grootste uitdaging is voor vrijwilligersorganisaties. Tegelijkertijd is er dus een groot potentieel en is er ook een groot ondersteuningsaanbod voor vrijwilligersorganisaties op dit vlak. PEP, Xtra en Welzijn Scheveningen werven vrijwilligers, of bieden ondersteuning aan vrijwilligersorganisaties om zelf de werving te kunnen doen. Bijvoorbeeld in de vorm van cursussen of trainingen. Het geboden aanbod leidt niet altijd tot meer vrijwilligers. Hier is een aantal verklaringen voor: ▪ Discrepantie tussen wensen vrijwilligers en vacatures: er lijkt een discrepantie te zitten tussen de wensen van (potentiële) vrijwilligers en het vacatureaanbod. Vrijwilligers hebben in toenemende mate behoefte aan flexibele vrijwilligersbanen in de vorm van flexibele uren en werkdagen.
Deze behoefte is voor vrijwilligersorganisaties een grote uitdaging omdat het meer coördinatie vergt van de organisaties en deze coördinatie soms ook een vrijwilligersfunctie is. Daarnaast vergt het een cultuurverandering van vrijwilligersorganisaties om buiten de bekende zoekpaden te gaan en bijvoorbeeld vrijwilligersfuncties en -werkzaamheden aan te passen aan de wensen en mogelijkheden van vrijwilligers. De noodzaak hiervan zien vrijwilligersorganisaties soms zelf niet, en als zij het wel zien dan hebben ze hier vaak veel moeite mee om die omslag te maken. ▪ Doelgroepen die zich willen inzetten hebben meer ondersteuning nodig: er zijn diverse doelgroepen die zich graag willen inzetten, maar die hier niet altijd de ruimte voor krijgen omdat zij ook meer ondersteuning nodig hebben van de vrijwilligersorganisatie. Zo telt Nederland een grote groep migranten die zich graag inzet voor de maatschappij, maar die de Nederlandse taal niet (voldoende) beheerst om zelfstandig aan de slag te kunnen gaan. Het beheersen van de Nederlandse taal is vaak een voorwaarde om een vrijwilligersfunctie te kunnen vervullen en er is vaak onvoldoende ruimte om vrijwilligers die de taal niet vaardig zijn extra te ondersteunen. Daarnaast ligt er een groot potentieel bij vrijwilligers met een “rugzakje”.
Denk hierbij aan mensen die arbeidsongeschikt zijn geraakt, maar bijvoorbeeld ook mensen met een burn-out of een depressie. Ook deze mensen willen vaak iets betekenen, maar hebben meer ondersteuning nodig dan reguliere vrijwilligers. Organisaties slagen er vaak niet in om deze mensen een plek te bieden. Er ligt dus een grote uitdaging om enerzijds een omslag te maken in de wijze waarop vrijwilligers geworven worden en het vacatureaanbod te laten aansluiten op de wensen van de vrijwilligers en
1 2
Coalitieakkoord Den Haag 2022 - 2026 Inwonersonderzoek Den Haag 2023
Hiaten in bestaand aanbod
34
anderzijds om ruimte te bieden aan vrijwilligers die extra ondersteuning nodig hebben. Verder is het niet vreemd dat het werven van vrijwilligers een belangrijk thema is en zal blijven. Net als voor reguliere organisaties is de werving van mensen een continu proces. Het vergt permanent aandacht omdat de doorstroom hoog is. De G4 gemeenten herkennen deze vraagstukken en de wijze waarop daarmee omgegaan kan worden. Moeite met beleid en juridische vraagstukken, maar geen hoge prioriteit Uit gesprekken partners blijkt dat organisaties vaak ondersteuning nodig hebben bij bestuurlijke kwesties zoals regelgeving en wetgeving (bijvoorbeeld de Algemene Verordening Gegevensbescherming AVG, aansprakelijkheid en bestuur. Ook kunnen er juridische kwesties spelen waar organisaties hulp of ondersteuning bij nodig hebben. Deze behoefte blijkt echter niet uit de uitkomsten van de survey onder vrijwilligersorganisaties. Wat betreft urgentie staat deze behoefte voor grotere organisaties namelijk op plek 7 en voor kleine organisaties op plek 10. Het is daarmee voor zowel grote als kleine organisaties geen urgente behoefte. Dit in tegenstelling tot de landelijke aandacht die voor deze zaken vanuit het Rijk en de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk is.
Hiaten in bestaand aanbod
35
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
6
LEREN VAN ANDERE GEMEENTEN
Hiaten in bestaand aanbod
36
6. Leren van andere gemeenten 6.1
Inleiding
Dit hoofdstuk is opgebouwd langs de volgende onderzoeksvragen: 8. Welk ondersteuningsaanbod voor vrijwilligersorganisaties bieden de andere G4 gemeenten? 9. Welke ontwikkelingen zien andere G4-gemeenten in de ondersteuningsbehoefte van vrijwilligersorganisaties? 10. Hoe anticiperen andere G4-gemeenten op deze ondersteuningsbehoefte? De onderzoeksvragen zijn in hoofdlijnen beantwoord in de rode tekstblokken. Daarna volgt de onderbouwing. De bevindingen zijn tot stand gekomen aan de hand van de gesprekken met vertegenwoordigers van de G4-gemeenten. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de rode tekstblokken waarin de onderzoeksvragen op hoofdlijnen beantwoord zijn.
6.2 8.
Huidig ondersteuningsaanbod Welk ondersteuningsaanbod voor vrijwilligersorganisaties bieden de andere G4 gemeenten?
Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ De gemeente Amsterdam en Utrecht hebben het ondersteuningsaanbod ondergebracht bij een centrale. In Amsterdam is dit de Vrijwilligers Centrale Amsterdam (VCA), in Utrecht is dit de Vrijwilligers Centrale Utrecht (VCU). De gemeente Rotterdam heeft in tegenstelling tot Amsterdam geen vrijwilligerscentrale en organiseert de ondersteuning vanuit drie pijlers: burenhulp, mantelzorg en vrijwilligers waarbij zowel vrijwilligers zelf als vrijwilligersorganisaties ondersteund worden. Onderbouwing Documentenstudie De gemeente Rotterdam heeft met Zorgzaam010 net als PEP Den Haag een ‘kennisbank’ met ondersteuning voor vrijwilligersorganisaties op zaken als beleid, financiën, werving, een handboek vrijwilligers etc. De welzijnsorganisaties zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning bij de werving van vrijwilligers. De gemeente Amsterdam heeft de Vrijwilligers Centrale Amsterdam als een equivalent van PEP Den Haag. Daarnaast hebben de sociale basis organisaties (welzijn) ook een opdracht om te helpen bij het werven van vrijwilligers en deze te ondersteunen. Het Amsterdams model lijkt daarmee op Den Haag. In Utrecht is eveneens een vrijwilligerscentrale actief en is de werving van vrijwilligers deels belegd bij U-Centraal en de welzijnsorganisaties.
Samengevat lijkt het erop dat de wijze waarop de andere steden de ondersteuning van vrijwilligersorganisaties aanpakken en op welke thema’s ondersteuning geboden wordt in grote lijnen op elkaar lijken. Gesprekken G4 Ondersteuningsaanbod in Amsterdam Zowel vrijwilligers als vrijwilligersorganisatie kunnen in Amsterdam voor ondersteuning terecht bij de Vrijwilligers Centrale Amsterdam (VCA). Organisaties kunnen bij VCA terecht voor het plaatsen van vacatures op de vacaturebank, maar bijvoorbeeld ook voor trainingen en cursussen. Daarnaast is er de Vrijwilligers Academie (VA). Deze academie is gericht op de vrijwilligers en geeft bijvoorbeeld trainingen over hoe eenzaamheid gesignaleerd kan worden. Het ondersteuningsaanbod is Amsterdam is vooral gericht op vrijwilligers zelf en minder op de ondersteuning van de organisaties die deze vrijwilligers dragen. Zo is er bijvoorbeeld veel aandacht voor de waardering van vrijwilligers op de Dag van de Vrijwilliger, maar is er geen specifieke aandacht voor de vrijwilligersorganisaties.
Leren van andere gemeenten
37
Ondersteuningsaanbod in Utrecht Net als in Amsterdam, kunnen vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties in Utrecht terecht bij de Vrijwilligers Centrale Utrecht (VCU). Deze biedt ondersteuning aan vrijwilligersorganisaties op een breed palet van thema’s en onderwerpen en is daarmee vergelijkbaar met PEP Den Haag en de Vrijwilligerscentrale Amsterdam. De gemeente Utrecht heeft daarnaast het Netwerk Informele Zorg Utrecht (NIZU) samen met vrijwilligersorganisaties opgezet. Hierbij zijn zo’n 60 vrijwilligersorganisaties aangesloten waarvan de vrijwilligers informele zorg leveren. Dit is ontstaan vanuit een behoefte van zowel de vrijwilligersorganisaties als de gemeente. Dat is een belangrijke randvoorwaarde voor een succesvolle inrichting en toepassing van het netwerk. Het netwerk is geworteld in de wetenschap dat iedere informele zorgorganisatie een eigen focus en werkwijze heeft, maar ook dat ze al heel snel in elkaars vijver vissen bij het werven van vrijwilligers. De grondslag van het NIZU is daarom samenwerking. Dit betekent: gebruik maken van elkaars expertise; elkaar aanvullen; kennisdelen; samen werken aan vraagstukken. Jaarlijks organiseert het NIZU minimaal 4 begeleide netwerkbijeenkomsten. Deze netwerkbijeenkomsten zijn thematisch vormgegeven en voorbereid, met mogelijkheden om te netwerken.
Onderwerpen zijn onder andere het werven van vrijwilligers, het ondersteunen van vrijwilligers en het zoeken van afstemming tussen de formele en informele zorg. Het netwerk richt zich vooral op de vrijwilligersorganisaties en de vraagstukken waar zij mee zitten. Ondersteuningsaanbod in Rotterdam In tegenstelling tot Amsterdam en Utrecht, heeft Rotterdam geen vrijwilligerscentrale, maar is het aanbod ondergebracht bij verschillende organisaties. Het ondersteuningsaanbod in Rotterdam richt zich op zowel vrijwilligersorganisaties als op vrijwilligers zelf en is onderverdeeld in 3 pijlers: ▪ Burenhulp: hieronder valt de stichting Opzoomer Mee. Het doel van Opzoomer Mee is om bewoners te stimuleren om zelf initiatieven te nemen die bijdragen aan een veiligere, meer betrokken en prettige woonomgeving. Dit gebeurt door bewoners te ondersteunen bij het organiseren van buurtactiviteiten, evenementen en andere vormen van buurtparticipatie. ▪ Mantelfoon: is een mantelzorgsteunpunt dat een luisterend oor biedt, advies geeft en ondersteuning biedt aan mantelzorgers zodat zij beter met de druk en stress van zorg om kunnen gaan en hun eigen gezondheid en welzijn niet uit het oog verliezen. ▪ Vrijwilligers: Hieronder valt Zorgzaam 010. Voorheen was dit ‘Rotterdammers voor Elkaar’. Hier zijn verschillende organisaties aan gekoppeld.
Zo is er ‘Advies op maat’ waar vrijwilligersorganisaties hun vragen kunnen stellen en is er een cursus en workshop aanbod. Daarnaast is er een kennisbank voor veel gestelde vragen.
6.3
Ontwikkeling en anticipatie van ondersteuningsbehoefte
Welke ontwikkelingen zien andere G4-gemeenten in de ondersteuningsbehoefte van vrijwilligersorganisaties? 10. Hoe anticiperen andere G4-gemeenten op deze ondersteuningsbehoefte? 9.
Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ De ontwikkelingen die de andere G4 gemeenten zien komen overeen met de ontwikkelingen die ondersteuningsorganisaties in Den Haag zien. ▪ De andere G4 gemeenten zien net als Den Haag een groter ondersteuningsbehoefte bij de werving van vrijwilligers en bestuursleden.
Leren van andere gemeenten
38
Onderbouwing Gesprekken G4 Werving vrijwilligers Alle gemeenten uit de G4 herkennen de moeite met de werving van vrijwilligers en zien een krapte op de vrijwilligersmarkt. Gemeenten zien het traditionele vrijwilligerswerk afnemen en zien ook dat de werving van vrijwilligers veel tijd kost. Verder zien andere gemeenten net als Den Haag grote uitdagingen als het gaat om de planning en coördinatie van vrijwilligers. De gemeente Amsterdam verwacht dat de ondersteuning van vrijwilligersorganisaties zich de komende jaren gaat richten op de capaciteit en de rol van vrijwilligerscoördinatoren. Als organisaties het volledige potentieel aan vrijwilligers willen gaan benutten, dan zullen er meer en meer vrijwilligers komen die ondersteuning nodig hebben en zullen er ook meer coördinerende taken komen. Dit wil de gemeente Amsterdam meer gaan ondersteunen zodat vrijwilligersorganisaties deze functie verder kunnen versterken. Verder ziet de gemeente Amsterdam het aandeel vrijwilligers niet krimpen, maar het aantal hulpvragen wel toenemen en ook complexer worden. De verschuiving naar het voorveld heeft een grens en de gemeente worstelt met de vraag wat wel en niet van een vrijwilliger kan worden verwacht. Ondersteuning werving van bestuur en bestuurlijke taken Andere G4 gemeenten herkennen net als Den Haag de vraag naar ondersteuning bij het werven van bestuursleden.
Ze zien dat mensen tegenwoordig geen bestuurlijke rol willen aannemen omdat het gezien de verantwoordelijkheden neigt naar een professionele baan. De gemeente Rotterdam ziet daarentegen niet veel aanloop bij cursussen en workshops over bestuurlijke vaardigheden. De gemeente Amsterdam heeft zich het afgelopen jaar, en zal zich ook het komende jaar, veel bezig houden met de het ondersteunen van bestuurders van vrijwilligersorganisaties. Er is veel gewijzigd in de wet- en regelgeving waardoor bestuurders nu aansprakelijk kunnen worden gesteld en een grotere verantwoordelijkheid dragen. De ondersteuning heeft zich vooral gericht op kennis en bewustwording op dit vlak. In de gemeente Utrecht is daar eveneens het afgelopen jaar veel aandacht voor geweest. Vergrijzing en ontwikkeling van de ‘sociale basis’ als eerste vangnet en bron van ondersteuning Alle G4 gemeenten zien de vergrijzing en de ontwikkeling de ‘sociale basis’ als eerste vangnet en bron van ondersteuning als een grote uitdaging. De sociale basis is het beleidstheoretische sleutelwoord geworden van deze tijd, maar hoe ver reikt de capaciteit van de sociale basis in het bieden van oplossingen? Gemeenten zien zichzelf als stimulerend en ondersteunend, maar voeren nog veel gesprekken over de ontwikkelingen hierin.
In de gemeente Utrecht wordt gestuurd op de verandering die het inzetten van informele zorg betekent voor de formele zorg. De overtuiging is dat daarin vaak meer mogelijk is, dan vooraf gedacht wordt bij de formele zorg. Het vraagt wel een investering in tijd en middelen om zowel de informele zorg als de formele zorg hierin te ondersteunen. Afstemming vraag en aanbod De gemeente Rotterdam heeft onlangs een visietraject uitgevoerd waarin zij heeft geluisterd naar de wensen van de stad zodat zij het ondersteuningsaanbod hierop hebben kunnen aanpassen. Daarnaast doet Zorgzaam010 jaarlijks een onderzoek om de afstemming tussen vraag en aanbod te kunnen verbeteren. Ook loopt er in Rotterdam een pilot in twee wijken met een verbinder tussen het formele en het informele veld. De uitkomsten van deze pilot zijn nog niet bekend.
Leren van andere gemeenten
39
Leren van andere gemeenten
40
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
7
INZET BELEIDSINSTRUMENTEN
Leren van andere gemeenten
42
7. Inzet beleidsinstrumenten 7.1
Inleiding
Dit hoofdstuk is opgebouwd langs de volgende onderzoeksvraag: 11. Welke praktische en realistisch uitvoerbare beleidsinstrumenten kan de gemeente op korte en middellange termijn inzetten om de vindbaarheid van hulp te verbeteren en eventuele hiaten in het steunaanbod aan te vullen? De onderzoeksvraag is in hoofdlijnen beantwoord in het rode tekstblok. Daarna volgt de onderbouwing. De bevindingen zijn tot stand gekomen aan de hand van de gesprekken met partners (PEP, Welzijn Scheveningen en Xtra), gesprekken met de G4 en de ontwikkelkamer. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van het rode tekstblok waarin de onderzoeksvraag op hoofdlijnen beantwoord is.
7.2
Verbeteren van vindbaarheid van hulp en aanpak hiaten in het steunaanbod
11. Welke praktische en realistisch uitvoerbare beleidsinstrumenten kan de gemeente op korte en
middellange termijn inzetten om de vindbaarheid van hulp te verbeteren en eventuele hiaten in het steunaanbod aan te vullen? Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ De vindbaarheid van de hulp is op dit moment relatief groot. De belangrijkste ondersteuningsorganisatie PEP Den Haag is in grote mate (66% of meer) bekend bij vrijwilligersorganisaties. ▪ De belangrijkste uitdagingen en te ontwikkelen beleidsinstrumenten liggen in het bieden van: o Inspelen op veranderende invulling en rol van vrijwillige inzet. Het is een feit dat vrijwilligers andere behoeften, wensen en mogelijkheden hebben. Dit vraagt vooral om bewustwording en kennis over hoe dat flexibel inspelen in de praktijk vorm kan krijgen. Echter het vraagt altijd ook de wil van vrijwilligersorganisaties om zich hierin anders te gaan opstellen. De gemeente kan hier aanjager van zijn en bijdragen aan een netwerk van vrijwilligersorganisaties en ondersteuningsorganisaties. Vrijwilligersorganisaties geven aan dat de ondersteuning niet alleen van een organisatie als PEP Den Haag of andere soortgelijke organisaties hoeft te komen. Het helpt hen ook als zij kunnen leren van andere organisaties die voor dezelfde vraagstukken al oplossingen hebben bedacht. o Ondersteuning in plannings- en coördinatie uitdagingen. De toenemende flexibiliteit die vrijwilligers vragen, brengt ook plannings- en coördinatieuitdagingen met zich mee.
Het model van een vaste groep vrijwilligers die zich op vaste tijdstippen inzet is steeds minder het enige model. Training is daarin nodig, maar dat leidt niet tot resultaten als er vervolgens onvoldoende handen zijn om de geleerde vaardigheden en kennis toe te passen. o Vrijwilligersuren voor medewerkers. De gemeente Den Haag biedt medewerkers de mogelijkheid om vrijwilligersuren in te zetten. Mogelijk kan dat ook naar andere werkgevers worden uitgebreid. o Ondersteuning in de uitvoering – shared services. Voor met name kleinere vrijwilligersorganisaties is het lastig om alle ‘functies’ en ‘werkzaamheden’ continu bezet te hebben of te ontwikkelen. Het gaat om concrete zaken als het hebben van een vertrouwenspersoon, maar ook het opzetten van een boekhouding.
Inzet beleidsinstrumenten
43
o
Social Return on Investment (SROI). Veel bedrijven zijn gericht op zoek naar projecten die hun helpen te voldoen aan de SROI-criteria. Dit biedt kansen voor vrijwilligersorganisaties, maar vergt ook nieuwe vormen van afstemming, sturing en verantwoording.
Onderbouwing Survey In de onderstaande grafiek is weergegeven op welke manieren vrijwilligersorganisaties het liefst op zoek gaan naar hulp en ondersteuning. De resultaten zijn gesplitst naar kleinere organisaties (0-25 vrijwilligers) en grotere organisaties (meer dan 25 vrijwilligers). Grafiek 9: Voorkeuren voor het zoeken naar hulp en ondersteuning 3,7
4 3,65 3,87
Via internet
3,64 3,7
Persoonlijk contact op locatie
3,4 3,54
Via-via (Netwerk)
3,37
Telefonisch
3,64
Chatten of tekstberichten
3,14 2,91
Drukwerk
3,05 2,96 0
0,5
1
Kleinere organisaties
1,5
2
2,5
3
3,5
4
4,5
Grotere organisaties
Kleine organisaties: n=64, Grote organisaties: n=47
Zowel kleinere als grotere organisaties zoeken voornamelijk hulp en ondersteuning via e-mail. Voor beide typen organisaties is de top 3 manieren om hulp te zoeken hetzelfde. Over het algemeen beoordelen grotere organisaties deze methoden positiever dan kleinere organisaties, met uitzondering van chat- of tekstberichten en drukwerk. In de onderstaande grafiek is weergegeven wat vrijwilligersorganisaties verwachten van hulp en ondersteuning. De resultaten zijn gesplitst naar kleinere organisaties (0-25 vrijwilligers) en grotere organisaties (meer dan 25 vrijwilligers).
Inzet beleidsinstrumenten
44
Grafiek 10: Verwachtingen van hulp en ondersteuning 3,61
Ik wil in gesprek met een deskundige persoon die ons adviseert hoe we het vraagstuk moeten oplossen
3,51 3,49
Ik wil schriftelijke informatie (online of op papier) waarmee ik zelf ons vraagstuk kan oplossen
3,45 3,29
Ik wil een beroep kunnen doen op een deskundig persoon die voor ons het vraagstuk oplost
2,85 3,02
Ik ben op zoek naar meer diepgaande training en coaching voor ons bestuur of vrijwilligers
2,47 0
Kleinere organisaties
0,5
1
1,5
2
2,5
3
3,5
4
Grotere organisaties
Kleine organisaties: n=64, Grote organisaties: n=47
Zowel grotere als kleinere organisaties verwachten vooral in gesprek te gaan met een deskundige die hen advies geeft over het oplossen van hun vraagstuk. Daarna geven ze de voorkeur aan schriftelijke informatie waarmee ze zelfstandig aan de slag kunnen. De scores op deze verwachtingen verschillen weinig tussen grotere en kleinere organisatie. Bij de laatste twee verwachtingen zijn echter grotere verschillen zichtbaar: kleinere organisaties hechten relatief meer waarde aan de mogelijkheid om een deskundige in te schakelen die hun vraagstuk volledig oplost, en aan diepgaande training en coaching voor hun bestuur of vrijwilligers. Belangrijkste verbeterpunten en andere verwachtingen per thema. In onderstaande tabel zijn op basis van de door vrijwilligersorganisaties in de survey benoemde verbeterpunten weergegeven. Dit voorzien van uitspraken die daarbij gedaan zijn. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen kleinere en grotere vrijwilligersorganisaties. Tabel 1: Belangrijkste verbeterpunten en andere verwachtingen Aandachtspunten Uitspraken (kleinere Aandachtspunten (kleinere organisaties) (grotere organisaties) organisaties) Financiële en "We zullen waarschijnlijk op Wervings- en boekhoudkundige zoek gaan naar een vrijwilligersonderste ondersteuning vrijwilliger met veel uning financiële/boekhoudkundige kennis." Ondersteuning bij aanvragen en formats Samenwerking met de gemeente
"We hebben hulp nodig bij het doen van een aanvraag. De formats zijn onduidelijk of niet realistisch." "De samenwerking met de gemeente is vaak niet wat wij ervan verwachten."
Moeite met vinden van bestuursleden
Financiële ondersteuning en subsidies
Uitspraken (grotere organisaties) "Wervingsondersteuni ng voor vrijwilligers, vooral voor feestelijke activiteiten, maar daar gebruiken wij ons interne netwerk voor." "Het vinden van nieuwe bestuursleden voor de rol van secretaris is moeilijk." "Assistentie van subsidieaanvragers zou fijn zijn. Ook meerjaren subsidies
Inzet beleidsinstrumenten
45
zodat je structurele financiering hebt."
Hulp bij ruimtelijke planning en vergunningen
"Je zoekt juridische ondersteuning met betrekking tot omgevingsvergunningen en ruimtelijke plannen."
Organisatieontwikkeling en marketing
Ondersteuning bij vrijwilligers en waardering
"Iedere wijkcentrum een beveiliger. Verplicht een vergoeding voor vrijwilligers, anders af en toe een bon als waardering."
Financiële uitdaging en fondsenwerving
Betere bereikbaarheid en communicatie
"Contact op momenten buiten kantooruren of dicht op kantoortijden."
Opleidings- en cursusbehoeften
Hulp bij het vinden van partners voor klussen
"We willen gebruikmaken van partners die we periodiek kunnen aanspreken om te helpen bij een klus."
Ondersteuning voor kerkelijke organisaties
"We zijn nu bezig met een communicatiestrategie, daar zouden we wel eens over willen sparren met een deskundige." "Er ligt een grote financiële uitdaging, dus PR en fondsenwerving zijn belangrijk. Tegelijkertijd is er niet voldoende mankracht en ervaring." "Het aanbod lijkt vaak gericht op vrijwilligers die veel tijd hebben, maar vaak hebben de competente, actieve vrijwilligers ook een drukke baan." "Meer aandacht voor kerkelijke organisaties."
Opleiding en organisatieontwikkeling
"Wij zijn een relatief nieuwe organisatie en volop lerend."
Onvoldoende samenwerking of ondersteuning van de gemeente
"Door totaal geen medewerking van de gemeente is het bestuur afgetreden."
Gemeente zorgt voor teveel taken zonder voldoende ondersteuning
"Gemeente en stadsdeel overvragen ons met taken en faciliteren en ondersteunen ons te weinig."
Betere informatie en hulpmiddelen voor startende organisaties
"Verbeterpunten voor startende bewonersorganisaties: een A4 vanuit de gemeente of PEP met basis hulpmiddelen." "Bewoners willen dat er geluisterd wordt."
Vrijwilligers willen gehoord worden
Inzet beleidsinstrumenten
46
Gesprekken partners, G4 en ontwikkelkamer Beleidsadviezen voor de korte en lange termijn Kern van de uitdaging: inspelen op veranderende invulling en rol van vrijwillige inzet. De belangrijkste bevinding uit het onderzoek is dat ondanks het grote ondersteuningsaanbod voor de werving van vrijwilligers de werving van vrijwilligers nog steeds de grootste uitdaging is voor vrijwilligersorganisaties. Het geboden aanbod lijkt niet voldoende te zijn om volledig in deze ondersteuningsbehoefte van vrijwilligersorganisaties te voorzien. Redenen hiervoor liggen enerzijds in het verschil tussen de wensen van potentiële vrijwilligers en het vacatureaanbod. Vrijwilliger wensen steeds vaker flexibele vrijwilligersbanen, maar dit vergt ook meer coördinatie vanuit de organisatie. Anderzijds zijn er verschillende doelgroepen die zich wel willen inzetten als vrijwilliger, maar die hier niet altijd de ruimte voor krijgen omdat zij ook meer ondersteuning nodig hebben. Organisaties slagen er vaak niet in om deze vrijwilligers een plek te bieden, omdat ze de mensen niet hebben om dit te coördineren en te begeleiden. Ook vraagt het van organisaties die bijvoorbeeld ook met betaalde krachten werken, dat deze betaalde krachten wellicht ook hun werkzaamheden afstemmen op de veranderde invulling en rol van vrijwillige inzet.
Niet meer van hetzelfde Het slechten van deze uitdaging ligt niet in het vergroten van het huidige aanbod ter ondersteuning van de vrijwilligersorganisaties bij de werving. Het gezegde luidt immers: ‘Als je blijft doen wat je deed, blijf je krijgen wat je kreeg’. Deze uitdaging vergt een omslag in denken en handelen. Vrijwilligersorganisaties zullen de traditionele manier van werven en denken waar die niet meer werkt los moeten laten en op zoek moeten gaan naar andere mogelijkheden. Verschillende vrijwilligersorganisaties hebben hierin al stappen gezet. Zo zijn zij in ‘andere vijvers aan het vissen’, passen zij de benadering van potentiële vrijwilligers aan, en doen zij aan ‘job carving’ om sneller en makkelijker een match te vinden voor een vacature. Een open gesprek met iemand die aangeeft vrijwilligerswerk te willen doen, kan er ook toe leiden dat iemand heel ander vrijwilligerswerk gaat doen dan waar iemand zich aanvankelijk voor had aangemeld. Dit vraagt een omslag in het denken en handelen bij vrijwilligersorganisaties in hun wervingsactiviteiten. Ondanks dat de verandering zal moeten worden ingezien en ingezet door vrijwilligersorganisaties zelf, kan de gemeente Den Haag hier een belangrijke aanjager in zijn.
Rol van de gemeente: aanjagen leren van elkaar Aanjagen is niet opleggen, maar wel een omgeving en structuur bieden waar vrijwilligersorganisaties van elkaar leren. Organisaties hebben elkaar veel te bieden als het gaat om kennis, vaardigheden en vooral goede praktijkvoorbeelden. De ene organisatie heeft de omslag naar een andere wervings- en behoudstrategie al gemaakt en kan een andere organisatie hierbij ondersteunen. Terwijl de andere organisatie een gestandaardiseerde manier heeft gevonden om het jaarverslag te maken en anderen daar weer bij kan helpen. Het is dus niet alleen van belang om een goed netwerk aan ondersteuningsorganisaties te hebben, maar ook om een goed netwerk te hebben van vrijwilligersorganisaties die van elkaar kunnen leren. Bovendien zorgt dit ervoor dat kennis en vaardigheden niet beperkt blijven tot een cursus of een training, maar meteen vorm kunnen krijgen in de praktijk. Beleidsadvies voor de middellange termijn: ondersteunen lerend netwerk vrijwilligersorganisaties Voor de gemeente Den Haag is een rol weggelegd in de ondersteuning van het opzetten van een lerend netwerk van vrijwilligersorganisaties en ondersteuningsorganisaties. Dit kan vorm krijgen van een alliantie van organisaties. Dit heeft tot doel dat organisaties met elkaar in contact komen en van elkaar kunnen leren.
Op deze manier is het niet de gemeente of PEP die met de vinger wijst en aangeeft wat nodig is, maar is de gemeente de facilitator van kennisdeling tussen organisaties. Het vormen van een alliantie en deze werkend krijgen is een meerjarentraject. Echter kan op korte termijn al gestart worden met het organiseren van bijeenkomsten over thema’s die relevant zijn. Vanuit deze bijeenkomsten kan de alliantie verder groeien en ontwikkelen.
Inzet beleidsinstrumenten
47
Leren van andere gemeenten De gemeente Den Haag kan op dit vlak leren van de gemeente Utrecht die het Netwerk Informele Zorg Utrecht (NIZU) financiert. Bij dit netwetwerk zijn zo’n 60 vrijwilligersorganisaties aangesloten waarvan de vrijwilligers informele zorg leveren. Dit platform is ontstaan vanuit een behoefte van zowel de vrijwilligersorganisaties als de gemeente. Dat is een belangrijke randvoorwaarde voor een succesvolle inrichting en toepassing van het netwerk. Het netwerk is geworteld in de wetenschap dat iedere informele zorgorganisatie een eigen focus en werkwijze heeft, maar ook dat ze al heel snel in elkaars vijver vissen bij het werven van vrijwilligers. Grondslag van het NIZU is samenwerken. Dit betekent: gebruik maken van elkaars expertise; elkaar aanvullen; kennisdelen; samen werken aan vraagstukken. Jaarlijks organiseert het NIZU minimaal 4 begeleide netwerkbijeenkomsten. Deze netwerkbijeenkomsten zijn thematisch vormgegeven en voorbereid, met mogelijkheden om te netwerken. Onderwerpen zijn onder andere het werven van vrijwilligers, het ondersteunen van vrijwilligers en het zoeken van afstemming tussen de formele en informele zorg. Het netwerk richt zich vooral op de vrijwilligersorganisaties en de vraagstukken waar zij mee zitten.
Naast het voorzien in de grootste behoefte van vrijwilligersorganisaties zoals hierboven beschreven (‘need to have’), zijn er nog andere beleidsinstrumenten die te overwegen zijn. Deze vallen in de categorie ‘nice to have’: Ondersteuning in plannings- en coördinatieuitdagingen (middellange termijn) Inspelen op flexibele vrijwillige inzet zorgt voor plannings- en coördinatieuitdagingen bij vrijwilligersorganisaties. Deze coördinerende functies worden, zeker in kleine organisaties, vaak vervuld door vrijwilligers. De druk op deze coördinerende rollen neemt toe op het moment dat organisaties nog meer flexibele vrijwilligers in dienst hebben, of ruimte willen bieden aan doelgroepen die meer begeleiding nodig hebben. Er is dus een grote behoefte aan ondersteuning op het gebied van coördinerende rollen. Het kan hierbij gaan om trainingen en cursussen, maar dat is niet altijd voldoende omdat organisaties zelf de handen niet hebben om het werk uit te voeren. Soms hebben organisaties ook gewoon een helpende hand nodig om het werk uitgevoerd of gecoördineerd te krijgen. De gemeente Den Haag kan ervoor kiezen om hier in de subsidieverstrekking meer aandacht aan te geven. De gemeente Amsterdam heeft hier al stappen in gezet. Zij hebben in de subsidieverstrekking meer aandacht voor het professionaliseren van de coördinatiefunctie.
Uit de gesprekken blijkt dat organisaties die hiervoor betaalde krachten in dienst hebben, beter in staat zijn om op deze ontwikkeling in te spelen. Naar verwachting zijn dit afspraken die gezien de lopende subsidiecyclus niet per direct ingevoerd kunnen worden. Daarom is dit een beleidsinstrument dat op de middellange termijn effect kan krijgen. 1.
Vrijwilligersuren voor medewerkers (lange termijn) Een andere trend die kansen biedt voor vrijwilligersorganisaties is de nieuwe regeling van de gemeente Den Haag voor de vrijwillige inzet van uren van ambtelijk medewerkers. Sinds maart dit jaar mogen Haagse gemeenteambtenaren die onder CAO gemeenten vallen jaarlijks tot 16 uur vrijwilligerswerk verrichten op reguliere werkdagen, met de vrijheid om zelf te kiezen bij welke organisatie ze dit doen. De regeling kan leiden tot positieve spin-offs, variërend van specialistische menskracht voor vrijwilligersorganisaties tot versterkte relaties en wederzijds begrip tussen ambtenaren en het vrijwillige voorveld. Wel is het belangrijk dat goed wordt nagedacht over manieren waarop dit type vrijwilligerswerk (kort inzetbaar) kan worden ingezet bij vrijwilligersorganisaties. Daarnaast is het van belang dat goed wordt gemonitord in hoeverre deze maatregel op een positieve manier bijdraagt aan beide partijen. De gemeente Den Haag kan in gesprek met grotere werkgevers die actief zijn in en voor inwoners van Den Haag om na te gaan of hun medewerkers zich op soortgelijke of andere wijze als vrijwilliger kunnen inzetten. Naar verwachting zal een dergelijke ‘verleidingsactie’ een langere doorlooptijd vragen. Daarom is ook dit een beleidsinstrument voor de middellange termijn. 2.
Inzet beleidsinstrumenten
48
Social Return on Investment (middellange termijn) Vanuit Maatschappelijk Betrokken Ondernemen en met name Social Return on Investment (SROI) is nog meer samenwerking tussen bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties mogelijk. Veel bedrijven zijn gericht op zoek naar projecten die hun helpen te voldoen aan de SROI-criteria (ca. 5% van de som van opdrachten of aanbestedingen). Denk bijvoorbeeld aan samenwerkingen met sociale ondernemingen om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te betrekken. Of de inzet van specialistische kennis, materiaal en menskracht vanuit het bedrijfsleven bij maatschappelijke organisaties voor wie dit anderszins niet mogelijk is. Dit biedt kansen voor vrijwilligersorganisaties, maar vergt ook nieuwe vormen van afstemming, sturing en verantwoording. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat organisaties in goed contact staan met vrijwilligersorganisaties om de inzet van kennis, materiaal en menskracht op het juiste moment op de juiste plek te laten komen. De gemeente kan dit in de eigen SROI-afspraken die gemaakt worden met bedrijven en maatschappelijke organisaties vorm geven. Dit is een beleidsinstrument dat op de middellange termijn effect kan krijgen. 3.
Ondersteuning in de uitvoering – Shared Services (middellange termijn) Er zijn grenzen aan de mate van professionalisering die van vrijwilligersorganisaties kan worden verwacht. Zeker voor kleinere organisaties kan het lastig zijn om vrijwilligers de steun te bieden die zij nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan een vertrouwenspersoon, of het maken van een jaarverslag. Mogelijk kunnen Shared Services in zulke situaties uitkomst bieden. Organisaties kunnen dan op aanvraag tijdelijk professionele ondersteuning inroepen, zoals opzetten van een boekhouding, communicatieplannen, juridische hulp, een geestelijk verzorger of een vertrouwenspersoon, zodat zij daarmee op weg worden geholpen. Dit kan met name kleinere organisaties helpen die geen budget hebben voor professionele ondersteuning, maar wel behoefte hebben aan expertise. Uitgangspunt is wel dat de ondersteuning vooral bestaat uit het aanleren van vaardigheden of kennis zodat organisaties dit in de toekomst zelf kunnen blijven voortzetten. Het zal namelijk niet mogelijk zijn om allerlei functies en taken structureel uit handen te nemen van vrijwilligersorganisaties. Daarnaast is het ook niet wenselijk om taken en functies structureel uit handen te nemen omdat dit de afhankelijkheid van vrijwilligersorganisaties vergroot.
Dit is een aanbod dat met organisaties als PEP Den Haag en mogelijk ook Wijkz en Welzijn Scheveningen uitgewerkt kan worden. Dit is een beleidsinstrument dat op de middellange termijn gerealiseerd kan worden. 4.
Inzet beleidsinstrumenten
49
Inzet beleidsinstrumenten
50
BIJLAGE BIJLAGEN
52
Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Documenten ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Actielijn Informele Zorg 2024 – 2026, www.raadsinformatie.nl Coalitieakkoord Den Haag 2022 – 2026, www.wvbn.ml Inwonersonderzoek 2023 Gemeente Den Haag Vrijwilligerswerk doen in Den Haag, www.denhaag.nl/vrijwilligers Vrijwilligerswerk: Informatie voor organisaties, www.denhaag.nl/nl/zorg-enondersteuning/vrijwilligerswerk-informatie-voor-organisaties Verzekering voor Haagse Vrijwilligers, www.denhaag.nl/nl/zorg-en-ondersteuning/verzekering-voorhaagse-vrijwilligers PEP Den Haag, www.pepdenhaag.nl Wijkz, www.wijkz.nl Welzijn Scheveningen, www.welzijnscheveningen.nl
Respondenten Partners: ▪ PEP Den Haag ▪ Welzijn Scheveningen ▪ Wijkz G4: ▪ Vertegenwoordiger vrijwilligersbeleid gemeente Amsterdam ▪ Vertegenwoordiger vrijwilligersbeleid gemeente Rotterdam ▪ Vertegenwoordiger vrijwilligersbeleid gemeente Utrecht Ontwikkelkamer: ▪ Bewonersorganisatie ▪ COS ▪ Cultuur Gebaar ▪ HWV Zorg ▪ NL Cares ▪ RTV Discus ▪ Soepbus / Voedselbank Haaglanden ▪ Stek ▪ Stichting Quiet ▪ Wijkz Survey In Bijlage 2 worden de vragen en resultaten van de survey weergegeven in tabelvorm. De resultaten zijn weergegeven als totaalcijfers, zonder onderscheid tussen grote en kleine organisaties. Reacties op open vragen en contactgegevens van respondenten zijn verwijderd om de vertrouwelijkheid te waarborgen.
Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen
53
Bijlage 2: Survey – vragen en resultaten Q1. Welk soort activiteiten verzorgt uw organisatie? (meerdere antwoorden mogelijk) Antwoord Keuzes
Reacties
Actief in een specifieke buurt van Den Haag voor haar buurtbewoners Actief in beweegactiviteiten voor bewoners Actief in bieden van vervoer aan bewoners
48,44% 16,15% 5,73%
93 31 11
Actief in verstrekken van middelen (spullen, voedsel) aan bewoners
14,58%
28
14,06%
27
7,29% 44,27% 32,29%
14 85 62 192 0
Actief in bieden van maatjes voor (kwetsbare) bewoners Actief in doen van klusjes voor (kwetsbare) bewoners Actief in bieden van sociale ontmoetingsactiviteiten Anders, namelijk…
Beantwoord Overgeslagen Q2. Bij welke sector past uw organisatie het beste? (meerdere antwoorden mogelijk) Antwoord Keuzes Sport Maatschappelijke dienstverlening Onderwijs Levensbeschouwelijke organisaties (zoals kerk, tempel of moskee) Gezondheidzorg Bewonersorganisaties Natuur/dieren/milieu Sociaal-cultureel werk Kunst en cultuur Politiek Anders, namelijk...
Reacties 0,00% 39,58% 5,21% 6,77% 10,94% 26,04% 8,85% 26,04% 18,23% 3,65% 12,50% Beantwoord Overgeslagen
0 76 10 13 21 50 17 50 35 7 24 192 0
54
Q3. In welke stadsdelen is uw organisatie actief? (meerdere antwoorden mogelijk) Antwoord Keuzes Centrum Escamp Haagse Hout Laak Leidschenveen-Ypenburg Loosduinen Scheveningen Segbroek
Q4. Hoeveel vrijwilligers zijn actief in uw organisatie? Antwoord Keuzes 0-10 11-25 26-50 51-75 76-100 Meer dan 100
Q5. Zijn er betaalde werknemers in uw organisatie, en zo ja, hoeveel? Antwoord Keuzes Er zijn geen betaalde werknemers in onze organisatie 1-5 betaalde werknemers 6-10 betaalde werknemers 11-25 betaalde werknemers Meer dan 25 betaalde werknemers
Reacties 47,92% 36,46% 27,08% 29,17% 20,31% 27,60% 25,00% 27,60% Beantwoord Overgeslagen
92 70 52 56 39 53 48 53 192 0
Reacties 30,21% 21,35% 20,83% 7,81% 5,73% 14,06% Beantwoord Overgeslagen
58 41 40 15 11 27 192 0
Reacties 52,08% 27,60% 2,08% 6,25% 11,98% Beantwoord Overgeslagen
100 53 4 12 23 192 0
Bijlage 2: Survey – vragen en resultaten
55
Q6. Hoe lang bestaat uw organisatie ongeveer? Antwoord Keuzes Tot 1 jaar 1 tot 5 jaar 5 tot 10 jaar Langer dan 10 jaar
Q7. Beschikt uw organisatie over een keurmerk voor vrijwilligersorganisaties? Antwoord Keuzes Ja, het Haags Keurmerk voor Vrijwilligersorganisaties Ja, het Vrijwillige Inzet Goed Geregeld keurmerk Nee Ik weet het niet
Reacties 4,69% 17,71% 15,10% 62,50% Beantwoord Overgeslagen
9 34 29 120 192 0
Reacties 12,50% 8,33% 45,83% 33,33% Beantwoord Overgeslagen
24 16 88 64 192 0
Q8. Subsidies. Wij kennen de manieren om subsidies aan te vragen bij Gemeente Den Haag en fondsen.
ster
Helemaal niet mee eens 7,35% 10
Mee oneens 7,35% 10
Neutraal 12,50% 17
Mee eens 38,97% 53
Helemaal mee eens 24,26% 33
N.v.t. op mijn organisatie 9,56%
Totaal 13 Beantwoord Overgeslagen
Gemiddelde Score 136 3,72 136 56
Q9. Financiën en fondsenwerving. We weten hoe we de financiën van onze organisatie moeten beheren en hoe we met donaties, inkomsten uit lidmaatschappen en campagnes geld kunnen inzamelen om onze financiële positie te versterken.
ster
Helemaal niet mee eens 5,15% 7
Mee oneens 9,56% 13
Neutraal 13,97% 19
Mee eens 36,03% 49
Helemaal mee eens 24,26% 33
N.v.t. op mijn organisatie 11,03%
Totaal 15 Beantwoord Overgeslagen
56
Gemiddelde Score 136 3,73 136 56
Q10. Materiële goederen. We hebben voldoende toegang tot goederen en hulpmiddelen zoals apparatuur, voedsel of kantoorbenodigdheden.
ster
Helemaal niet mee eens 6,62% 9
Mee oneens 12,50% 17
Neutraal 18,38% 25
Mee eens 33,82% 46
Helemaal mee eens 19,12% 26
N.v.t. op mijn organisatie 9,56%
Gemiddelde Score 13 136 3,51 Beantwoord 136 Overgeslagen 56
Helemaal niet mee eens 8,09% 11
Mee oneens 14,71% 20
Neutraal 14,71% 20
Mee eens 30,15% 41
Helemaal mee eens 21,32% 29
N.v.t. op mijn organisatie 11,03%
Gemiddelde Score 15 136 3,47 Beantwoord 136 Overgeslagen 56
Helemaal niet mee eens 2,94% 4
Mee oneens 7,35% 10
Neutraal 15,44% 21
Mee eens 42,65% 58
Helemaal mee eens 23,53% 32
N.v.t. op mijn organisatie 8,09%
Gemiddelde Score 11 136 3,83 Beantwoord 136 Overgeslagen 56
Helemaal niet mee eens 6,62% 9
Mee oneens 11,76% 16
Neutraal 23,53% 32
Mee eens 25,74% 35
Helemaal mee eens 12,50% 17
N.v.t. op mijn organisatie 19,85%
Gemiddelde Score 27 136 3,32 Beantwoord 136 Overgeslagen 56
Totaal
Q11. Huisvesting. We hebben voldoende toegang tot ruimte voor vergaderingen, evenementen of opslag.
ster
Totaal
Q12. Bestuurlijke rollen. Onze organisatie heeft voldoende vaardigheden en competenties in huis voor bestuurlijke rollen op het gebied van leiderschap, visie- en strategieontwikkeling, beleidsvorming, financiën, administratie en planning en control.
ster
Totaal
Q13. Team- en projectmanagement rollen. Onze organisatie slaagt er in om vrijwilligers voldoende voor te bereiden op coördinerende of coachende rollen, zoals teammanagement, projectcoördinatie en coaching van vrijwilligers.
ster
Bijlage 2: Survey – vragen en resultaten
57
Totaal
Q14. Inhoudelijke expertise en deskundigheidsbevordering. Onze organisatie slaagt er goed in om inhoudelijke kennis en vaardigheden over te dragen die belangrijk zijn voor vrijwilligers om hun werk goed te kunnen doen.
ster
Helemaal niet mee eens 1,47% 2
Mee oneens 8,09% 11
Neutraal 17,65% 24
Mee eens 47,79% 65
Helemaal mee eens 16,18% 22
N.v.t. op mijn organisatie 8,82%
Gemiddelde Score 12 136 3,76 Beantwoord 136 Overgeslagen 56
Helemaal niet mee eens 5,88% 8
Mee oneens 11,76% 16
Neutraal 18,38% 25
Mee eens 39,71% 54
Helemaal mee eens 11,76% 16
N.v.t. op mijn organisatie 12,50%
Gemiddelde Score 17 136 3,45 Beantwoord 136 Overgeslagen 56
Helemaal niet mee eens 3,68% 5
Mee oneens 10,29% 14
Neutraal 16,91% 23
Mee eens 35,29% 48
Helemaal mee eens 11,03% 15
N.v.t. op mijn organisatie 22,79%
Gemiddelde Score 31 136 3,51 Beantwoord 136 Overgeslagen 56
Totaal
Q15. Externe deskundigheidsbevordering. Onze organisatie heeft waar nodig toegang tot externe middelen voor deskundigheidsbevordering (training, coaching en begeleiding) om vrijwilligers uit te rusten voor hun rol.
ster
Totaal
Q16. Inzicht in sociale kaart en doorverwijsopties. Onze vrijwilligers hebben helder voor ogen waar hun eigen rol eindigt en die van professionals begint, en naar welke loketten zij mensen kunnen doorverwijzen bij complexe vraagstukken.
ster
58
Totaal
Q17. Werving bestuursleden. Het lukt ons als organisatie om voldoende nieuwe bestuursleden te werven.
ster
Helemaal niet mee eens 8,09% 11
Mee oneens 15,44% 21
Neutraal 25,00% 34
Mee eens 19,12% 26
Helemaal mee eens 16,91% 23
N.v.t. op mijn organisatie 15,44%
Gemiddelde Score 21 136 3,25 Beantwoord 136 Overgeslagen 56
Helemaal niet mee eens 10,29% 14
Mee oneens 17,65% 24
Neutraal 30,15% 41
Mee eens 25,00% 34
Helemaal mee eens 11,76% 16
N.v.t. op mijn organisatie 5,15%
Gemiddelde Score 7 136 3,11 Beantwoord 136 Overgeslagen 56
Helemaal niet mee eens 4,41% 6
Mee oneens 8,82% 12
Neutraal 27,94% 38
Mee eens 31,62% 43
Helemaal mee eens 16,18% 22
N.v.t. op mijn organisatie 11,03%
Gemiddelde Score 15 136 3,52 Beantwoord 136 Overgeslagen 56
Totaal
Q18. Werving vrijwilligers. Het lukt ons als organisatie om voldoende nieuwe vrijwilligers te werven.
ster
Totaal
Q19. Inspelen op veranderende behoeften van vrijwilligers. Onze organisatie verkent proactief in welke mate rollen en werkwijzen kunnen worden afgestemd op de leef-werkbalans van vrijwilligers (flexibele tijdsinzet, minder uren, etc.) en optimaal kunnen aansluiten bij hun persoonlijke vaardigheden en interesses.
ster
Bijlage 2: Survey – vragen en resultaten
59
Totaal
Q20. Gebruik maken van netwerken. Het lukt ons als organisatie om gebruik te maken van voor ons belangrijke netwerken of belangenorganisaties, bijvoorbeeld via evenementen en netwerksessies waar we kennis kunnen delen en samenwerkingskansen kunnen ontdekken.
ster
Helemaal niet mee eens 2,21% 3
Mee oneens 7,35% 10
Neutraal 25,74% 35
Mee eens 37,50% 51
Helemaal mee eens 19,12% 26
N.v.t. op mijn organisatie 8,09%
Gemiddelde Score 11 136 3,7 Beantwoord 136 Overgeslagen 56
Helemaal niet mee eens 6,62% 9
Mee oneens 11,76% 16
Neutraal 32,35% 44
Mee eens 29,41% 40
Helemaal mee eens 13,97% 19
N.v.t. op mijn organisatie 5,88%
Gemiddelde Score 8 136 3,34 Beantwoord 136 Overgeslagen 56
Helemaal niet mee eens 3,68% 5
Mee oneens 4,41% 6
Neutraal 19,85% 27
Mee eens 38,24% 52
Helemaal mee eens 25,74% 35
N.v.t. op mijn organisatie 8,09%
Gemiddelde Score 11 136 3,85 Beantwoord 136 Overgeslagen 56
Totaal
Q21. Communicatie, bewustwording en zichtbaarheid. Het lukt ons als vrijwilligersorganisatie om actief en zichtbaar te zijn in verschillende mediakanalen (folders, krant, sociale media) en mensen bewust te maken van onze doelen en activiteiten.
ster
Totaal
Q22. Omgaan met wetten, regels en juridische zaken. Wij voldoen als organisatie aan alle wetten en regels die van toepassing zijn op vrijwilligersorganisaties, waaronder regels op het gebied van belastingen, het beheren van vrijwilligersovereenkomsten, en het aanvragen van vergunningen, databeheer (AVG) etc. Verder weten we hoe we moeten verantwoorden over ontvangen subsidies. We beschikken over voldoende expertise en menskracht om deze zaken goed af te handelen.
ster
60
Totaal
Q23. Onze organisatie heeft dringend hulp of ondersteuning nodig op de volgende gebieden:
Subsidies Financiën en fondsenwerving Materiële goederen Huisvesting Bestuurlijke rollen Team- en projectmanagement rollen Inhoudelijke expertise en deskundigheidsbevordering Externe deskundigheidsbevordering Inzicht in sociale kaart en doorverwijsopties Werving bestuursleden Werving vrijwilligers Inspelen op veranderende behoeften van vrijwilligers Gebruik maken van netwerken Communicatie, bewustwording en zichtbaarheid Omgaan met wetten, regels en juridische zaken Anders, namelijk
Q24. Weet u waar u kunt aankloppen voor gerichte steun aan vrijwilligersorganisaties als u die nodig heeft? Antwoord Keuzes Ja Nee
Q25. Heeft uw vrijwilligersorganisatie al eens een beroep gedaan op hulp of ondersteuning? Antwoord Keuzes Ja Nee
Volstrekt niet urgent 17,05% 17,56% 20,00% 38,17% 29,69% 33,85%
22 23 26 50 38 44
Weinig urgent 24,81% 32 21,37% 28 30,77% 40 16,79% 22 20,31% 26 18,46% 24
Neutraal 37,21% 48 35,88% 47 34,62% 45 22,90% 30 33,59% 43 31,54% 41
Vrij urgent 14,73% 19 19,08% 25 10,77% 14 14,50% 19 15,63% 20 13,08% 17
28,46% 23,85% 26,72% 28,57% 12,21%
37 31 35 38 16
22,31% 25,38% 19,08% 18,05% 19,85%
29 33 25 24 26
36,15% 40,77% 41,22% 27,07% 32,06%
47 53 54 36 42
12,31% 7,69% 11,45% 18,05% 29,01%
16 10 15 24 38
0,77% 1 2,31% 3 1,53% 2 8,27% 11 6,87% 9
13,53% 12,40% 11,54% 19,23%
18 16 15 25
24,81% 24,81% 20,77% 27,69%
33 32 27 36
43,61% 41,86% 36,92% 41,54%
58 54 48 54
15,04% 17,83% 24,62% 10,00%
20 23 32 13
3,01% 3,10% 6,15% 1,54%
Reacties 74,81% 25,19% Beantwoord Overgeslagen
101 34 135 57
Reacties 57,04% 42,96% Beantwoord Overgeslagen
77 58 135 57
Bijlage 2: Survey – vragen en resultaten
61
Zeer urgent 6,20% 8 6,11% 8 3,85% 5 7,63% 10 0,78% 1 3,08% 4
4 4 8 2
129 131 130 131 128 130
Gemiddelde Score 2,68 2,75 2,48 2,37 2,38 2,33