RIS325034 Bijlage Vrijwilligerswerk in beweging - Ondersteuning van Haagse vrijwilligersorganisaties in een veranderende samenleving
Tekst van het document
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
Vrijwilligerswerk in beweging Ondersteuning van Haagse vrijwilligersorganisaties in een veranderende samenleving
Colofon Offertenummer: 546 Auteurs: Yorick van den Berg Ghislaine Hieralal Artem Vardanyan B&A B.V. Bezuidenhoutseweg 161 Postbus 829 2501 CV Den Haag t 070 - 3029500 f 070 - 3029501 e-mail: info@bagroep.nl http: www.bagroep.nl Den Haag, 6 december 2024
© Copyright B&A B.V. 2024. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Op alle opdrachten en werkzaamheden zijn de Algemene voorwaarden van B&A B.V. van toepassing, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Haaglanden onder dossiernummer: KvK Haaglanden 27177844. De Algemene voorwaarden treft u als bijlage aan en kunt u tevens inzien op onze website, www.bagroep.nl. B&A is gevestigd in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam. 6-12-2024 11:54:00
Inhoudsopgave 1. Managementsamenvatting
5
1.1
Inleiding
5
1.2
Beantwoording centrale onderzoeksvraag
5
2. Inleiding en onderzoeksverantwoording
11
2.1
Aanleiding
11
2.2
Vraagstelling
11
2.3
Onderzoeksverantwoording
12
3. Bestaande aanbod ondersteuning vrijwilligersorganisaties
17
3.1
Inleiding
17
3.2
Bestaande ondersteuningsaanbod
17
4. Vraagstukken vrijwilligersorganisaties en hun ondersteuningsbehoefte
21
4.1
Inleiding
21
4.2
Vraagstukken van vrijwilligersorganisaties
21
4.3
Ondersteuningsbehoeften van vrijwilligersorganisaties
25
4.4
Vindbaarheid en kwaliteit van bestaande ondersteuningsaanbod
27
5. Hiaten in bestaand aanbod
31
5.1
Inleiding
31
5.2
Aansluiting van ondersteuningsaanbod op behoeften
31
5.3
Ervaren hiaten
33
6. Leren van andere gemeenten
37
6.1
Inleiding
37
6.2
Huidig ondersteuningsaanbod
37
6.3
Ontwikkeling en anticipatie van ondersteuningsbehoefte
38
7. Inzet beleidsinstrumenten
43
7.1
Inleiding
43
7.2
Verbeteren van vindbaarheid van hulp en aanpak hiaten in het steunaanbod
43
Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen
53
Bijlage 2: Survey – vragen en resultaten
54
Inhoudsopgave
3
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
1
MANAGEMENTSAMENVATTING
Managementsamenvatting
4
1. Managementsamenvatting 1.1
Inleiding
De gemeente Den Haag kent een divers aanbod om vrijwilligersorganisaties in de stad te ondersteunen. Zo heeft de gemeente een eigen door de gemeente gesubsidieerde vrijwilligerscentrale; stichting PEP Den Haag. In de stad zijn tevens Servicepunten XL te vinden met elk hun eigen vrijwilligerspunten. Daar werken welzijnsorganisaties Wijkz en Welzijn Scheveningen aan het toe geleiden/matchen naar vrijwilligerswerk. De samenleving verandert continu, en zo ook de aard van behoefte aan ondersteuning voor vrijwilligers(organisaties). In de praktijk ziet de gemeente bijvoorbeeld dat vrijwilligersorganisaties steeds vaker te maken krijgen met hulpvragers met zwaardere en complexere problematiek. Het is mogelijk dat de beleidsbeweging naar de ‘voorkant’ dit teweeg brengt of aanjaagt. Dit vraagt mogelijk om meer vrijwilligers en meer expertise om hulpvragers te kunnen ondersteunen. Daarnaast klinken er vanuit verschillende kanten geluiden over een tekort aan vrijwilligers voor specifieke rollen, zoals vrijwillige bestuurders van stichtingen of verenigingen, en te hoge regeldruk. Echter is niet bekend of vrijwilligersorganisaties hier een concrete ondersteuningsbehoefte bij hebben.
Ook kunnen we ons afvragen of de verschuiving naar de ‘voorkant’ een grens heeft, en waar die grens ligt? Hoeveel kunnen we vragen van het vrijwillige veld en wat is de rol van de gemeente daarin? Dit onderzoek biedt inzicht in de ondersteuningsbehoefte bij vrijwilligersorganisaties en levert onderbouwing voor eventuele aanpassingen in beleidsinstrumenten.
1.2
Beantwoording centrale onderzoeksvraag
De centrale onderzoeksvraag luidt: “Aan welke aanvullende vormen van ondersteuning en matching (die niet reeds geboden worden) hebben Haagse vrijwilligersorganisaties behoefte?” Deze vraag is beantwoord door aan te geven wat goed gaat, wat beter kan en welke aanknopingspunten voor beleidsinstrumenten mogelijk zijn. Wat gaat goed? Een belangrijke bevinding is dat veel vrijwilligersorganisaties bekend zijn met het ondersteuningsaanbod. Zo’n 70 procent van de kleinere vrijwilligersorganisaties (25 vrijwilligers of minder) en 80 procent van de grotere vrijwilligersorganisaties (meer dan 25 vrijwilligers) weten waar ze hulp kunnen vragen. PEP Den Haag is voor de vrijwilligersorganisaties die hebben deelgenomen aan de survey de belangrijkste organisatie waar hulp wordt aangevraagd: 66 procent van de kleinere vrijwilligersorganisaties doet daar een beroep op en 74 procent van de grotere vrijwilligersorganisaties. Bij Wijkz en Welzijn Scheveningen met respectievelijk 23 procent (kleinere vrijwilligersorganisaties) en 40 procent (grotere vrijwilligersorganisaties) wordt minder vaak hulp gezocht (zie grafiek 5, p. 29). Een tweede bevinding is dat als vrijwilligersorganisaties hulp en ondersteuning zoeken dit in twee derde van de gevallen ook daadwerkelijk leidt tot een oplossing van het vraagstuk waar ze mee zitten. Dat betekent ook dat dit in een derde van de gevallen niet zo is.
Dat komt vooral doordat de ondersteuning niet goed aansluit bij de vraag. Een andere reden waardoor de hulp het vraagstuk niet oplost is omdat er te weinig capaciteit is om het advies in de praktijk te brengen. In deze gevallen is het advies wel goed, maar heeft de organisaties niet de handen om het tot uitvoering te brengen. Een derde bevinding is dat voor alle genoemde ondersteuningsbehoeften wel een vorm van ondersteuning is bij Haagse of andere organisaties.
Managementsamenvatting
5
Wat kan beter? Uit de bevindingen blijkt dat de grootste en meest urgente ondersteuningsbehoefte ligt bij het werven van vrijwilligers. Sprake is van een continue zoektocht naar vrijwilligers om de organisatie draaiend te houden, waarbij de aard van het vrijwilligerswerk divers is. Met name op cruciale en meer tijdsintensieve functies (al dan niet bestuurlijk) is het lastig om de vacatures ingevuld te krijgen. De ‘omloopsnelheid’ van vrijwilligers wordt steeds groter omdat vrijwilligers zich minder lang en in minder tijd inzetten. PEP Den Haag en andere organisaties in Den Haag bieden een vrij groot aanbod rondom werving. Het aanbod is vergelijkbaar met dat van de andere G4-gemeenten. Desondanks blijkt dit het vraagstuk waar de vrijwilligersorganisaties het meeste hulp en ondersteuning bij nodig hebben, ook in de andere G4gemeenten. Het vraagstuk van vrijwilligerswerving kent verschillende achterliggende oorzaken en ontwikkelingen: ▪ Flexibiliteit van de werktijden en werkdagen: vooral jongere vrijwilligers (arbeidsleeftijd) hebben behoefte aan flexibele vrijwilligersfuncties. Deze zijn makkelijker te vervullen dan vrijwilligersfuncties die vaste uren en vaste momenten in de week/maand vereisen.
Uit gesprekken met partners, vertegenwoordigers van de G4-gemeenten en de Haagse cijfers over vrijwillige inzet blijkt dat er onder (potentiële) vrijwilligers in toenemende mate behoefte is aan flexibel en kortdurend vrijwilligerswerk. De verwachting is dat het traditionele vrijwilligerswerk, waarbij men een vast aantal uur vrijwilligerswerk doet, zal afnemen. ▪ Mate van verantwoordelijkheid: organisaties zien dat coördinerende functies met meer verantwoordelijkheid lastiger te vervullen zijn. Praktische functies, zoals een helpende hand in de winkel van de voedselbank of bij buurtactiviteiten, met minder verantwoordelijkheid zijn daarentegen makkelijker te vullen. De werving van bestuursleden is daarentegen een grote uitdaging is voor vrijwilligersorganisaties. Dit komt mede doordat de afgelopen tijd veel is veranderd in de wet- en regelgeving, waardoor bestuurders nog meer verantwoordelijkheid hebben gekregen en de drempel om bestuurslid te worden hoger geworden is. ▪ Looptijd: functies die een langere tijd lopen en waarbij langdurige toewijding wordt gevraagd, zijn over het algemeen lastiger te vullen. ▪ Intensiteit van het vrijwilligerswerk: vrijwilligersfuncties die zeer hulpbehoevende bewoners ondersteunen zijn vaak lastiger te vullen.
▪ Vergrijzing en groeiend beroep op de ‘sociale basis’: Hoewel de vergrijzing enerzijds zorgt voor een groter wordende groep vitale ouderen, zien veel vrijwilligersorganisaties dit als een enorme uitdaging omdat er ook een groter worden groep ouderen is die (informele) zorg nodig heeft en het potentieel aan vrijwilligers met de vergrijzing afneemt. De roep om een sterkere sociale basis en de verschuiving naar de ‘voorkant’, vraagt naast professionele ook om steeds meer vrijwillige inzet. Een andere opvallende bevinding is dat onderwerpen waar organisaties de meeste moeite mee hebben, niet altijd de onderwerpen zijn die ook het meest urgent zijn. Bij grotere organisaties is geen urgente ondersteuningsbehoefte bij het werven van bestuursleden terwijl dit wel een onderwerp is waar ze relatief meer moeite mee hebben. Dit geldt ook voor kleinere organisaties, waar dit het onderwerp is waar ze de meeste moeite mee hebben. Aan de andere kant is er wel een meer urgente ondersteuningsbehoefte als het gaat om financiën en fondsenwerving, terwijl dit niet voorkomt in de top drie van vraagstukken waar kleinere organisaties moeite mee hebben. Verklaringen voor verschillen tussen waar men moeite mee heeft en wat urgent is, kunnen enerzijds gezocht worden in de verwachtingen die organisaties hebben over de ondersteuning die zij kunnen krijgen.
De werving van bestuursleden is geen vraagstuk waarvan organisaties verwachten dat ondersteuningspartijen dit voor hen kunnen oplossen. Anderzijds is en blijft het vraagstuk omtrent de werving van vrijwilligers het meest dominante vraagstuk dat andere vraagstukken kan overschaduwen.
Managementsamenvatting
6
Beleidsadviezen voor de korte en lange termijn Kern van de uitdaging: inspelen op veranderende invulling en rol van vrijwillige inzet. De belangrijkste bevinding uit het onderzoek is dat ondanks het grote ondersteuningsaanbod voor de werving van vrijwilligers de werving van vrijwilligers nog steeds de grootste uitdaging is voor vrijwilligersorganisaties. Het geboden aanbod lijkt niet voldoende te zijn om volledig in deze ondersteuningsbehoefte van vrijwilligersorganisaties te voorzien. Redenen hiervoor liggen enerzijds in het verschil tussen de wensen van potentiële vrijwilligers en het vacatureaanbod. Vrijwilliger wensen steeds vaker flexibele vrijwilligersbanen, maar dit vergt ook meer coördinatie vanuit de organisatie. Anderzijds zijn er verschillende doelgroepen die zich wel willen inzetten als vrijwilliger, maar die hier niet altijd de ruimte voor krijgen omdat zij ook meer ondersteuning nodig hebben. Organisaties slagen er vaak niet in om deze vrijwilligers een plek te bieden, omdat ze de mensen niet hebben om dit te coördineren en te begeleiden. Ook vraagt het van organisaties die bijvoorbeeld ook met betaalde krachten werken, dat deze betaalde krachten wellicht ook hun werkzaamheden afstemmen op de veranderde invulling en rol van vrijwillige inzet.
Niet meer van hetzelfde Het slechten van deze uitdaging ligt niet in het vergroten van het huidige aanbod ter ondersteuning van de vrijwilligersorganisaties bij de werving. Het gezegde luidt immers: ‘Als je blijft doen wat je deed, blijf je krijgen wat je kreeg’. Deze uitdaging vergt een omslag in denken en handelen. Vrijwilligersorganisaties zullen de traditionele manier van werven en denken waar die niet meer werkt los moeten laten en op zoek moeten gaan naar andere mogelijkheden. Verschillende vrijwilligersorganisaties hebben hierin al stappen gezet. Zo zijn zij in ‘andere vijvers aan het vissen’, passen zij de benadering van potentiële vrijwilligers aan, en doen zij aan ‘job carving’ om sneller en makkelijker een match te vinden voor een vacature. Een open gesprek met iemand die aangeeft vrijwilligerswerk te willen doen, kan er ook toe leiden dat iemand heel ander vrijwilligerswerk gaat doen dan waar iemand zich aanvankelijk voor had aangemeld. Dit vraagt een omslag in het denken en handelen bij vrijwilligersorganisaties in hun wervingsactiviteiten. Ondanks dat de verandering zal moeten worden ingezien en ingezet door vrijwilligersorganisaties zelf, kan de gemeente Den Haag hier een belangrijke aanjager in zijn.
Rol van de gemeente: aanjagen leren van elkaar Aanjagen is niet opleggen, maar wel een omgeving en structuur bieden waar vrijwilligersorganisaties van elkaar leren. Organisaties hebben elkaar veel te bieden als het gaat om kennis, vaardigheden en vooral goede praktijkvoorbeelden. De ene organisatie heeft de omslag naar een andere wervings- en behoudstrategie al gemaakt en kan een andere organisatie hierbij ondersteunen. Terwijl de andere organisatie een gestandaardiseerde manier heeft gevonden om het jaarverslag te maken en anderen daar weer bij kan helpen. Het is dus niet alleen van belang om een goed netwerk aan ondersteuningsorganisaties te hebben, maar ook om een goed netwerk te hebben van vrijwilligersorganisaties die van elkaar kunnen leren. Bovendien zorgt dit ervoor dat kennis en vaardigheden niet beperkt blijven tot een cursus of een training, maar meteen vorm kunnen krijgen in de praktijk. Beleidsadvies voor de middellange termijn: ondersteunen lerend netwerk vrijwilligersorganisaties Voor de gemeente Den Haag is een rol weggelegd in de ondersteuning van het opzetten van een lerend netwerk van vrijwilligersorganisaties en ondersteuningsorganisaties. Dit kan vorm krijgen van een alliantie van organisaties. Dit heeft tot doel dat organisaties met elkaar in contact komen en van elkaar kunnen leren.
Op deze manier is het niet de gemeente of PEP die met de vinger wijst en aangeeft wat nodig is, maar is de gemeente de facilitator van kennisdeling tussen organisaties. Het vormen van een alliantie en deze werkend krijgen is een meerjarentraject. Echter kan op korte termijn al gestart worden met het organiseren van bijeenkomsten over thema’s die relevant zijn. Vanuit deze bijeenkomsten kan de alliantie verder groeien en ontwikkelen.
Managementsamenvatting
7
Leren van andere gemeenten De gemeente Den Haag kan op dit vlak leren van de gemeente Utrecht die het Netwerk Informele Zorg Utrecht (NIZU) financiert. Bij dit netwetwerk zijn zo’n 60 vrijwilligersorganisaties aangesloten waarvan de vrijwilligers informele zorg leveren. Dit platform is ontstaan vanuit een behoefte van zowel de vrijwilligersorganisaties als de gemeente. Dat is een belangrijke randvoorwaarde voor een succesvolle inrichting en toepassing van het netwerk. Het netwerk is geworteld in de wetenschap dat iedere informele zorgorganisatie een eigen focus en werkwijze heeft, maar ook dat ze al heel snel in elkaars vijver vissen bij het werven van vrijwilligers. Grondslag van het NIZU is samenwerken. Dit betekent: gebruik maken van elkaars expertise; elkaar aanvullen; kennisdelen; samen werken aan vraagstukken. Jaarlijks organiseert het NIZU minimaal 4 begeleide netwerkbijeenkomsten. Deze netwerkbijeenkomsten zijn thematisch vormgegeven en voorbereid, met mogelijkheden om te netwerken. Onderwerpen zijn onder andere het werven van vrijwilligers, het ondersteunen van vrijwilligers en het zoeken van afstemming tussen de formele en informele zorg. Het netwerk richt zich vooral op de vrijwilligersorganisaties en de vraagstukken waar zij mee zitten.
Naast het voorzien in de grootste behoefte van vrijwilligersorganisaties zoals hierboven beschreven (‘need to have’), zijn er nog andere beleidsinstrumenten die te overwegen zijn. Deze zijn minder urgent en vallen in de categorie ‘nice to have’: 1. Ondersteuning in plannings- en coördinatieuitdagingen (middellange termijn) Inspelen op flexibele vrijwillige inzet zorgt voor plannings- en coördinatieuitdagingen bij vrijwilligersorganisaties. Deze coördinerende functies worden, zeker in kleine organisaties, vaak vervuld door vrijwilligers. De druk op deze coördinerende rollen neemt toe op het moment dat organisaties nog meer flexibele vrijwilligers in dienst hebben, of ruimte willen bieden aan doelgroepen die meer begeleiding nodig hebben. Er is dus een grote behoefte aan ondersteuning op het gebied van coördinerende rollen. Het kan hierbij gaan om trainingen en cursussen, maar dat is niet altijd voldoende omdat organisaties zelf de handen niet hebben om het werk uit te voeren. Soms hebben organisaties ook gewoon een helpende hand nodig om het werk uitgevoerd of gecoördineerd te krijgen. De gemeente Den Haag kan ervoor kiezen om hier in de subsidieverstrekking meer aandacht aan te geven. De gemeente Amsterdam heeft hier al stappen in gezet. Zij hebben in de subsidieverstrekking meer aandacht voor het professionaliseren van de coördinatiefunctie.
Uit de gesprekken blijkt dat organisaties die hiervoor betaalde krachten in dienst hebben, beter in staat zijn om op deze ontwikkeling in te spelen. Naar verwachting zijn dit afspraken die gezien de lopende subsidiecyclus niet per direct ingevoerd kunnen worden. Daarom is dit een beleidsinstrument dat op de middellange termijn effect kan krijgen. 2. Vrijwilligersuren voor medewerkers (lange termijn) Een andere trend die kansen biedt voor vrijwilligersorganisaties is de nieuwe regeling van de gemeente Den Haag voor de vrijwillige inzet van uren van ambtelijk medewerkers. Sinds maart dit jaar mogen Haagse gemeenteambtenaren die onder CAO gemeenten vallen jaarlijks tot 16 uur vrijwilligerswerk verrichten op reguliere werkdagen, met de vrijheid om zelf te kiezen bij welke organisatie ze dit doen. De regeling kan leiden tot positieve spin-offs, variërend van specialistische menskracht voor vrijwilligersorganisaties tot versterkte relaties en wederzijds begrip tussen ambtenaren en het vrijwillige voorveld. Wel is het belangrijk dat goed wordt nagedacht over manieren waarop dit type vrijwilligerswerk (kort inzetbaar) kan worden ingezet bij vrijwilligersorganisaties. Daarnaast is het van belang dat goed wordt gemonitord in hoeverre deze maatregel op een positieve manier bijdraagt aan beide partijen.
De gemeente Den Haag kan in gesprek met grotere werkgevers die actief zijn in en voor inwoners van Den Haag om na te gaan of hun medewerkers zich op soortgelijke of andere wijze als vrijwilliger kunnen inzetten. Naar verwachting zal een dergelijke ‘verleidingsactie’ een langere doorlooptijd vragen. Daarom is ook dit een beleidsinstrument voor de middellange termijn.
Managementsamenvatting
8
3. Social Return on Investment (middellange termijn) Vanuit Maatschappelijk Betrokken Ondernemen en met name Social Return on Investment (SROI) is nog meer samenwerking tussen bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties mogelijk. Veel bedrijven zijn gericht op zoek naar projecten die hun helpen te voldoen aan de SROI-criteria (ca. 5% van de som van opdrachten of aanbestedingen). Denk bijvoorbeeld aan samenwerkingen met sociale ondernemingen om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te betrekken. Of de inzet van specialistische kennis, materiaal en menskracht vanuit het bedrijfsleven bij maatschappelijke organisaties voor wie dit anderszins niet mogelijk is. Dit biedt kansen voor vrijwilligersorganisaties, maar vergt ook nieuwe vormen van afstemming, sturing en verantwoording. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat organisaties in goed contact staan met vrijwilligersorganisaties om de inzet van kennis, materiaal en menskracht op het juiste moment op de juiste plek te laten komen. De gemeente kan dit in de eigen SROI-afspraken die gemaakt worden met bedrijven en maatschappelijke organisaties vorm geven. Dit is een beleidsinstrument dat op de middellange termijn effect kan krijgen.
Ondersteuning in de uitvoering – Shared Services (middellange termijn) Er zijn grenzen aan de mate van professionalisering die van vrijwilligersorganisaties kan worden verwacht. Zeker voor kleinere organisaties kan het lastig zijn om vrijwilligers de steun te bieden die zij nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan een vertrouwenspersoon, of het maken van een jaarverslag. Mogelijk kunnen Shared Services in zulke situaties uitkomst bieden. Organisaties kunnen dan op aanvraag tijdelijk professionele ondersteuning inroepen, zoals opzetten van een boekhouding, communicatieplannen, juridische hulp, een geestelijk verzorger of een vertrouwenspersoon, zodat zij daarmee op weg worden geholpen. Dit kan met name kleinere organisaties helpen die geen budget hebben voor professionele ondersteuning, maar wel behoefte hebben aan expertise. Uitgangspunt is wel dat de ondersteuning vooral bestaat uit het aanleren van vaardigheden of kennis zodat organisaties dit in de toekomst zelf kunnen blijven voortzetten. Het zal namelijk niet mogelijk zijn om allerlei functies en taken structureel uit handen te nemen van vrijwilligersorganisaties. Daarnaast is het ook niet wenselijk om taken en functies structureel uit handen te nemen omdat dit de afhankelijkheid van vrijwilligersorganisaties vergroot.
Dit is een aanbod dat met organisaties als PEP Den Haag en mogelijk ook Wijkz en Welzijn Scheveningen uitgewerkt kan worden. Dit is een beleidsinstrument dat op de middellange termijn gerealiseerd kan worden. 4.
Managementsamenvatting
9
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
2 INLEIDING
Managementsamenvatting
10
2. Inleiding en onderzoeksverantwoording 2.1
Aanleiding
De gemeente Den Haag kent een divers aanbod om vrijwilligersorganisaties in de stad te ondersteunen. Zo heeft de gemeente een eigen door de gemeente gesubsidieerde vrijwilligerscentrale; stichting PEP Den Haag. Deze biedt advies- en ondersteuningstrajecten als onderdeel van een diverse gereedschapskist aan interventies aan Haagse vrijwilligersorganisaties. In de stad zijn tevens Servicepunten XL te vinden met elk hun eigen vrijwilligerspunten. Daar werken intercedenten van welzijnsorganisaties Wijkz en Welzijn Scheveningen aan het toe geleiden/matchen naar vrijwilligerswerk van (veelal kwetsbare) inwoners. De samenleving verandert continu, en zo ook de aard van behoefte aan ondersteuning voor vrijwilligers(organisaties). In de praktijk ziet de gemeente bijvoorbeeld dat vrijwilligersorganisaties recent steeds vaker te maken krijgen met hulpvragers met steeds zwaardere en complexere problematiek. Het is mogelijk dat de beleidsbeweging naar de ‘voorkant’ dit teweeg brengt of aanjaagt. Dit vraagt mogelijk om meer vrijwilligers en meer expertise om hulpvragers te kunnen ondersteunen. Bij nieuwe instrumenten of interventies op behoeften, waar door belanghebbenden voor wordt gelobbyd, is niet altijd zeker of deze effectief zijn voor de beoogde doelgroep.
Zo is een ervaren tekort aan vrijwilligers veelal chronisch, een organisatie heeft vaak naar eigen zeggen nooit genoeg vrijwilligers en wanneer zij dit wel heeft, groeit het aantal hulpvragers waarmee opnieuw een behoefte aan meer vrijwilligers ontstaat. Ook noemt de landelijke brancheorganisatie NOV een tekort aan vrijwilligers voor specifieke rollen, zoals vrijwillige bestuurders van stichtingen of verenigingen, en te hoge regeldruk. Echter is niet bekend of vrijwilligersorganisaties hier een concrete ondersteuningsbehoefte bij hebben. Het onderzoek moet inzicht bieden in de ondersteuningsbehoefte bij vrijwilligersorganisaties en een onderbouwing leveren voor eventuele aanpassingen in beleidsinstrumenten.
2.2
Vraagstelling
Voor dit onderzoek is de volgende centrale vraagstelling geformuleerd: “Aan welke aanvullende vormen van ondersteuning en matching (die niet reeds geboden worden) hebben Haagse vrijwilligersorganisaties behoefte?” Om deze centrale vraag te beantwoorden zijn de volgende deelvragen geformuleerd: Bestaande aanbod ondersteuning vrijwilligersorganisaties 1. Welk ondersteuningsaanbod is voor vrijwilligersorganisaties beschikbaar in de gemeente Den Haag? 2. Welke partijen bieden daarin welke ondersteuning? Vraagstukken vrijwilligersorganisaties en hun ondersteuningsbehoefte 3. Met welke vraagstukken hebben vrijwilligersorganisaties te maken waar zij hulp of ondersteuning bij nodig hebben? 4. Aan welke vormen van ondersteuning hebben zij nu (het meest) behoefte? 5. Kunnen zij het bestaande ondersteuningsaanbod vinden en wat vinden ze van de kwaliteit en beschikbaarheid daarvan?
Inleiding en onderzoeksverantwoording
11
Hiaten in bestaand aanbod 6. Sluiten de behoeften van vrijwilligersorganisaties aan op het bestaande ondersteuningsaanbod? 7. Op welke vlakken zijn er ervaren hiaten in het bestaande ondersteuningsaanbod en welke omvang hebben deze? Leren van andere gemeenten 8. Welk ondersteuningsaanbod voor vrijwilligersorganisaties bieden de andere G4 gemeenten? 9. Welke ontwikkelingen zien andere G4-gemeenten in de ondersteuningsbehoefte van vrijwilligersorganisaties? 10. Hoe anticiperen andere G4-gemeenten op deze ondersteuningsbehoefte? Inzet beleidsinstrumenten 11. Welke praktische en realistisch uitvoerbare beleidsinstrumenten kan de gemeente op korte en middellange termijn inzetten om de vindbaarheid van hulp te verbeteren en eventuele hiaten in het steunaanbod aan te vullen?
2.3
Onderzoeksverantwoording
Om deze onderzoeksvragen te beantwoorden is een analyse uitgevoerd van het aanbod beschreven op de websites van verschillende organisaties in Den Haag en de andere G4 gemeenten (Amsterdam, Rotterdam en Utrecht). Het ondersteuningsaanbod voor vrijwilligers(organisaties) is ingedeeld langs de volgende clusters: ondersteuning bij verkrijging van financiën en fondsen, materiele ondersteuning, menselijke middelen, deskundigheidsbevordering, netwerkondersteuning, communicatie, promotie en bewustwording, administratieve hulpmiddelen en ondersteuning, en certificatie en keurmerken. De documentenstudie is gebruikt om de survey onder vrijwilligersorganisaties vorm te geven. Het tweede onderdeel van het onderzoek betrof een survey onder vrijwilligersorganisaties over: ▪ Soorten vrijwilligersorganisaties (naar omvang, thema en soort activiteiten) ▪ Vraagstukken waar vrijwilligersorganisaties mee zitten ▪ De ondersteuningsbehoefte van de vrijwilligersorganisaties ▪ Zoekpad, vindbaarheid en verwachte kwaliteit van ondersteuning die de vrijwilligersorganisaties ervaren. De survey is ingevuld voor vrijwilligersorganisaties uit verschillende sectoren. Organisaties in de sport sector hebben wel kunnen deelnemen aan de survey, maar zijn los gerapporteerd aan de opdrachtgever.
Op verzoek van de opdrachtgever zijn de resultaten van sportorganisaties niet meegenomen in de analyse van dit rapport omdat het de verwachting is dat zij andere ondersteuningsbehoeften hebben dan andere vrijwilligersorganisaties. In dit rapport is een onderscheid gemaakt tussen kleinere (0-25 vrijwilligers) en grotere vrijwilligersorganisaties (meer dan 25 vrijwilligers), omdat het aantal vrijwilligers het meest onderscheidend is in de onderzoeksresultaten. Andere kenmerken, zoals het beschikken over betaalde werknemers of een keurmerk, hangen vaak samen met de omvang van een organisatie (en dus het aantal vrijwilligers). Door primair naar het aantal vrijwilligers te kijken, ontstaat een objectiever beeld van de verschillen zonder beïnvloeding door secundaire factoren. In onderstaande tabel zijn de kenmerken van beide typen organisaties in Den Haag vergeleken. Het gaat om aspecten zoals stadsdelen, sectoren, activiteiten, betaalde werknemers, organisatieleeftijd en keurmerken. Vragen over stadsdelen, sectoren en activiteiten waren meerkeuzevragen, waardoor organisaties in meerdere categorieën actief kunnen zijn.
Inleiding en onderzoeksverantwoording
12
Aspect Stadsdelen (Top 3)
Sectoren (Top 3)
Activiteiten (Top 3)
Betaald personeel Organisatieleeftijd Keurmerk
Kleinere organisaties (t/m 25 vrijwilligers) ▪ Centrum ▪ Escamp ▪ Laak ▪ Maatschappelijke dienstverlening ▪ Bewonersorganisaties ▪ Sociaal-cultureel werk ▪ Actief in een specifieke buurt van Den Haag ▪ Bieden van sociale ontmoetingsactiviteiten ▪ Verstrekken van middelen (spullen, voedsel) aan bewoners ▪ 75% geen betaalde werknemers ▪ 20% max. 5 werknemers ▪ 50% ouder dan 10 jaar ▪ meer jonge organisaties ▪ 60% zonder keurmerk, 30% onbekend, slechts 10% met keurmerk.
Grotere organisaties (meer dan 25 vrijwilligers) ▪ Centrum ▪ Escamp ▪ Scheveningen ▪ Maatschappelijke dienstverlening ▪ Sociaal-cultureel werk ▪ Kunst en cultuur ▪ Bieden van sociale ontmoetingsactiviteiten ▪ Actief in een specifieke buurt van Den Haag ▪ Bieden van maatjes voor (kwetsbare) bewoners ▪ 30% geen betaalde werknemers ▪ 25% meer dan 25 werknemers ▪ >75% ouder dan 10 jaar ▪ minder jonge organisaties ▪ Gelijk verdeeld: 1/3 met keurmerk, 1/3 zonder, 1/3 onbekend
Het derde onderdeel betrof interviews met een ambtelijk vertegenwoordiger van de andere G4gemeenten. Naast het toetsen van de bevindingen uit de documentenstudie is ook nagegaan welke ontwikkelingen zij zien in de ondersteuningsbehoefte van vrijwilligersorganisaties en hoe zij daarop anticiperen. Tot slot hebben twee ontwikkelkamers plaatsgevonden. Tijdens de ontwikkelkamers is met direct betrokkenen van vrijwilligersorganisaties gereflecteerd op de vraagstukken, de behoeften en de uit de survey blijkende mogelijke hiaten. Daarbij is met de vrijwilligersorganisaties nagegaan wat goed gaat (moeten we behouden) en wat nog beter kan (kunnen we nog doen). Uit de survey en ontwikkelingen in de G4 gemeenten zijn mogelijkheden voor aanpassingen in het beleid en de uitvoering naar voren gekomen.
Inleiding en onderzoeksverantwoording
13
Inleiding en onderzoeksverantwoording
14
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
3
BESTAANDE AANBOD ONDERSTEUNING VRIJWILLIGERSORGANISATIES
Inleiding en onderzoeksverantwoording 16
3. Bestaande aanbod ondersteuning vrijwilligersorganisaties 3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk is opgebouwd langs de volgende onderzoeksvragen: 1. Welk ondersteuningsaanbod is voor vrijwilligers beschikbaar in de gemeente Den Haag? 2. Welke partijen bieden daarin welke ondersteuning? De onderzoeksvragen zijn in hoofdlijnen beantwoord in de rode tekstblokken. Daarna volgt de onderbouwing. De bevindingen zijn tot stand gekomen aan de hand van een documentenstudie en gesprekken met partners (PEP, Welzijn Scheveningen en Xtra). De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de rode tekstblokken waarin de onderzoeksvragen op hoofdlijnen beantwoord zijn.
3.2 1. 2.
Bestaande ondersteuningsaanbod Welk ondersteuningsaanbod is voor vrijwilligersorganisaties beschikbaar in de gemeente Den Haag? Welke partijen bieden daarin welke ondersteuning?
Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ Er is een groot en divers ondersteuningsaanbod beschikbaar voor vrijwilligersorganisaties in Den Haag. PEP biedt hierin het meeste aanbod. ▪ PEP Den Haag biedt vrijwilligersorganisaties een breed ondersteuningsaanbod op zowel strategisch als praktisch vlak. Daar waar PEP brede ondersteuning biedt aan organisaties, ligt de focus bij andere organisaties zoals Welzijn Scheveningen en Xtra op vrijwilligers (werving en matching). Onderbouwing De gemeente Den Haag biedt samen met haar partners een uitgebreid pakket aan ondersteuningsmogelijkheden voor vrijwilligers(organisaties), variërend van financiële ondersteuning en materiële hulp tot deskundigheidsbevordering en netwerkverbindingen. Organisaties kunnen hierbij rekenen op zowel praktische als strategische ondersteuning. Onderstaand is het ondersteuningsaanbod gecategoriseerd en is steeds aangegeven welke organisatie welke ondersteuning biedt. 1.
Ondersteuning bij verkrijging van financiën en fondsenwerving. Hierbij gaat het om de verschillende mogelijkheden en wegen die er zijn om subsidies aan te vragen bij overheden en fondsen, maar ook hoe organisaties met donaties, inkomsten uit lidmaatschappen en campagnes geld in kunnen zamelen de financiële positie te versterken. ▪ Subsidies: De gemeente Den Haag biedt verschillende subsidies voor maatschappelijke initiatieven, zoals subsidies voor sociale projecten, welzijnswerk, of vrijwilligersinitiatieven. Organisaties kunnen via Den Haag Doet (PEP) advies krijgen over de beschikbare subsidieregelingen. PEP helpt organisaties bij de aanvraag en adviseert over de geschiktheid van de subsidieregelingen. ▪ Fondsenwerving: Den Haag Doet (PEP) ondersteunt vrijwilligersorganisaties bij de fondsenwerving door een breed netwerk aan fondsen, maar ook door bijvoorbeeld trainingen en workshops voor vrijwilligers(organisaties) over fondsenwerving. ▪ De verzekering voor Haagse vrijwilligers en mantelzorgers: deze polis is afgesloten door de gemeente en biedt dekking voor vrijwilligers en mantelzorgers die actief zijn in de stad. Het
Bestaande aanbod ondersteuning vrijwilligersorganisaties
17
doel van deze verzekering is om vrijwilligers en mantelzorgers te beschermen tegen mogelijke risico's die kunnen ontstaan tijdens hun werkzaamheden, zonder dat ze daarvoor extra kosten hoeven te maken. 2.
Materiële ondersteuning. Vrijwilligersorganisaties kunnen ondersteund worden in het verkrijgen of gebruikmaken van goederen zoals apparatuur, voedsel of kantoorbenodigdheden. Het kan ook gaan om het beschikbaar stellen van ruimte voor vergaderingen, evenementen of opslag. ▪ Gebruik van ruimtes: vrijwilligersorganisaties kunnen gebruik maken van gratis ruimtes of ruimtes die tegen gereduceerd tarief worden verhuurd. Zo biedt de gemeente Den Haag ruimtes die voor een maatschappelijk tarief kunnen worden gehuurd en zijn er een aantal ruimtes gratis beschikbaar. Ook PEP Den Haag, Servicepunten XL en verschillende buurthuizen bieden ruimtes en faciliteiten die gratis of tegen kostprijs gebruikt kunnen worden.
3.
Menselijke middelen. Organisaties kunnen steun zoeken bij het werven van nieuwe vrijwilligers, bijvoorbeeld door samenwerking met vrijwilligersbanken, platforms of campagnes. ▪ Vrijwilligerswerk zoeken: de gemeente Den Haag verwijst vrijwilligers die werk zoeken door naar Den Haag Doet, Wijkz en Welzijn Scheveningen. Daarnaast kunnen bewoners die opzoek zijn naar vrijwilligerswerk aankloppen bij een Servicepunt XL in de buurt waar zij samen met een medewerker de mogelijkheden kunnen bekijken. Speciaal voor de internationale community heeft PEP Volunteer The Hague waar internationale vrijwilligers informatie en vacatures kunnen vinden. ▪ Vrijwilligers vinden: voor het vinden van vrijwilligers kunnen vrijwilligersorganisaties terecht bij Den Haag Doet (PEP). Zij ondersteunen vrijwilligersorganisaties bij het werven en behouden van vrijwilligers. ▪ Den Haag Doet Talent Scan: de Talent Scan, onderdeel van het online platform van Den Haag Doet, helpt inwoners bij het vinden van passend vrijwilligerswerk. Middels deze vragenlijst krijgen inwoners inzicht in hun kwaliteiten, persoonlijke interesses en voorkeuren voor vrijwilligerswerk. Op basis van de antwoorden wordt een persona gedeeld en relevante vrijwilligersvacatures getoond.
4.
Deskundigheidsbevordering. Vrijwilligersorganisaties kunnen toegang krijgen tot trainingen voor hun medewerkers en vrijwilligers. Afhankelijk van het type organisatie kunnen verschillende soorten deskundigheidsbevordering relevant zijn, waaronder: leidinggevende, coördinerende en coachende rollen, inhoudelijke expertise, en regels en wetten. ▪ Werken met vrijwilligers: voor vragen en advies over het werken met vrijwilligers kunnen organisaties terecht bij PEP Den Haag. PEP helpt bijvoorbeeld bij het regelen van zaken zoals een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG), die door het Rijk gratis wordt aangeboden voor vrijwilligers, of de vrijwilligersverzekering. ▪ Den Haag Doet Academie: deze Academie is onderdeel van stichting PEP en ondersteunt vrijwilligers(organisaties) en mantelzorgers door middel van trainingen, workshops en andere educatieve activiteiten. Daarnaast fungeert de vrijwilligersacademie als platform waar vrijwilligersorganisaties samen kunnen komen en ervaringen kunnen delen. ▪ Nieuwe Gevers: Matching Platform waarop 25.000+ professionals in flexibele projecten hun tijd en kunde delen. Via een abonnementsmodel (€200 per maand) kunnen vrijwilligersorganisaties gebruik maken van de expertise van deze professionals, bijvoorbeeld op specialistische vraagstukken.
▪ Sesam Academie: De vrijwillige adviseurs van de Sesam Academie stellen hun kennis en ervaring belangeloos beschikbaar aan non-profit-instellingen tegen een kleine vergoeding. De focus ligt vooral op organisatievraagstukken, zoals strategieontwikkeling, financiële vraagstukken of vrijwilligersbeleid.
Bestaande aanbod ondersteuning vrijwilligersorganisaties
18
▪
Katalys (voorheen KNHM foundation), samenwerkingsverband met ingenieursbureau Arcadis: Via dit platform staan deskundigen als vrijwilliger klaar met praktische tips, advies en contacten gericht op vragen over de (gebouwde) omgeving.
5.
Netwerkondersteuning. Vrijwilligersorganisaties kunnen profiteren van netwerken of koepelorganisaties die hen met andere relevante partners of bronnen verbinden. Daarbij horen ook evenementen en netwerksessies waaraan vrijwilligersorganisaties kunnen deelnemen om te netwerken, kennis te delen en samenwerkingskansen te ontdekken. ▪ Den Haag Doet (PEP): organiseert regelmatig netwerkbijeenkomsten en evenementen waar vrijwilligers(organisaties) elkaar kunnen ontmoeten, ervaringen kunnen uitwisselen en samenwerkingskansen kunnen ontdekken. Dit is een belangrijke manier om nieuwe partners te vinden of nieuwe vrijwilligers aan te trekken. ▪ Wijkz: Wijkz kent Den Haag goed en kan vrijwilligers(organisaties) ondersteunen om de weg te vinden naar bijvoorbeeld politie, zorgverleners, scholen, woningcorporaties, ondernemers en bewonersverenigingen. Ze zijn daarmee een belangrijke schakel om instanties aan elkaar te verbinden.
6.
Communicatie, promotie en bewustwording. Steun op het vlak van media en communicatie kan fijn zijn voor vrijwilligersorganisaties om menselijke en materiele support te werven en hun doelen en projecten onder de aandacht te brengen. Deze steun kan variëren van interne capaciteitsopbouw tot externe support in marketing en bewustwording (bijvoorbeeld via sociale media, advertenties of campagnes). ▪ Den Haag Doet: biedt ondersteuning bij de promotie van campagnes en evenementen via hun communicatiekanalen en biedt daarnaast tips voor social media gebruik. ▪ Den Haag Doet Academie biedt verschillende workshops en trainingen over dit thema zoals de training “publiciteit en communicatie” en “schrijven van een wervende vacaturetekst”.
7.
Administratieve hulpmiddelen en ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan hands-on steun aan vrijwilligers bij administratieve taken als planning, administratie en accounting of aan toegang tot software voor accounting, projectadministratie en leden/ vrijwilligersbeheer of ▪ Den Haag Doet Academie biedt verschillende trainingen en workshops gericht op administratie zoals een workshop ‘’projectplan schrijven”.
8.
Certificaties en keurmerken: Steun in het bemachtigen van certificaties en keurmerken kan waardevol zijn voor vrijwilligersorganisaties. Organisaties die een ANBI-status hebben (algemeen nut beogende instelling) genieten fiscale voordelen: belastingvrije donaties, giftenaftrek voor donateurs, etc. Ook zijn er lokale keurmerken. ▪ Haags Keurmerk voor Vrijwilligersorganisaties (HKV): met dit keurmerk laten vrijwilligersorganisaties zien dat zij hun vrijwilligers waarderen, hun beleid op orde hebben en een geloofwaardige partner zijn voor fondsen en subsidieverstrekkers. ▪ Vrijwillige Inzet Goed Geregeld: dit is een landelijke kwaliteitsorganisatie van de vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) en is bedoeld voor grotere vrijwilligersorganisaties.
Bestaande aanbod ondersteuning vrijwilligersorganisaties
19
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
4
VRAAGSTUKKEN VRIJWILLIGERSORGANISATIES EN HUN ONDERSTEUNINGSBEHOEFTE
Bestaande aanbod ondersteuning vrijwilligersorganisaties
20
4. Vraagstukken vrijwilligersorganisaties en hun ondersteuningsbehoefte 4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk is opgebouwd langs de volgende onderzoeksvragen: 3. Met welke vraagstukken hebben vrijwilligersorganisaties te maken waar zij hulp of ondersteuning bij nodig hebben? 4. Aan welke vormen van ondersteuning hebben zij nu (het meest) behoefte? 5. Kunnen zij het bestaande ondersteuningsaanbod vinden en wat vinden ze van de kwaliteit en beschikbaarheid daarvan? De onderzoeksvragen zijn in hoofdlijnen beantwoord in de rode tekstblokken. Daarna volgt de onderbouwing. De bevindingen zijn tot stand gekomen aan de hand van de survey onder vrijwilligersorganisaties en gesprekken met partners (PEP, Welzijn Scheveningen en Xtra). De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de rode tekstblokken waarin de onderzoeksvragen op hoofdlijnen beantwoord zijn.
4.2 3.
Vraagstukken van vrijwilligersorganisaties Met welke vraagstukken hebben vrijwilligersorganisaties te maken waar zij hulp of ondersteuning bij nodig hebben?
Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ De werving van vrijwilligers is verreweg de grootste uitdaging voor vrijwilligersorganisaties, zowel voor kleinere als voor grotere organisaties. ▪ Kleinere organisaties hebben over de gehele linie een grotere ondersteuningsbehoefte. Zij hebben over het algemeen meer moeite met de verschillende thema’s dan grotere organisaties. Onderbouwing Survey De survey onder vrijwilligersorganisaties geeft inzicht in de belangrijkste ondersteuningsbehoeften van deze organisaties. Om inzicht te krijgen in de vraagstukken waarmee vrijwilligersorganisaties te maken hebben, werd hen gevraagd om onderstaande stellingen te beoordelen op een schaal van 1 (helemaal niet mee eens) tot en met 5 (helemaal mee eens). Stellingen: ▪ Subsidies. Wij kennen de manieren om subsidies aan te vragen bij de gemeente Den Haag en fondsen. ▪ Financiën en fondsenwerving. We weten hoe we de financiën van onze organisatie moeten beheren en hoe we met donaties, inkomsten uit lidmaatschappen en campagnes geld kunnen inzamelen om onze financiële positie te versterken. ▪ Materiële goederen. We hebben voldoende toegang tot goederen en hulpmiddelen zoals apparatuur, voedsel of kantoorbenodigdheden. ▪ Huisvesting. We hebben voldoende toegang tot ruimte voor vergaderingen, evenementen of opslag.
Vraagstukken vrijwilligersorganisaties en hun ondersteuningsbehoefte
21
▪
▪
▪
▪
▪
▪ ▪ ▪
▪
▪
▪
Bestuurlijke rollen. Onze organisatie heeft voldoende vaardigheden en competenties in huis voor bestuurlijke rollen op het gebied van leiderschap, visie- en strategieontwikkeling, beleidsvorming, financiën, administratie en planning en control. Team- en projectmanagement rollen. Onze organisatie slaagt er in om vrijwilligers voldoende voor te bereiden op coördinerende of coachende rollen, zoals teammanagement, projectcoördinatie en coaching van vrijwilligers. Inhoudelijke expertise en deskundigheidsbevordering. Onze organisatie slaagt er goed in om inhoudelijke kennis en vaardigheden over te dragen die belangrijk zijn voor vrijwilligers om hun werk goed te kunnen doen. Externe deskundigheidsbevordering. Onze organisatie heeft waar nodig toegang tot externe middelen voor deskundigheidsbevordering (training, coaching en begeleiding) om vrijwilligers uit te rusten voor hun rol. Inzicht in sociale kaart en doorverwijsopties. Onze vrijwilligers hebben helder voor ogen waar hun eigen rol eindigt en die van professionals begint, en naar welke loketten zij mensen kunnen doorverwijzen bij complexe vraagstukken. Werving bestuursleden. Het lukt ons als organisatie om voldoende nieuwe bestuursleden te werven. Werving vrijwilligers. Het lukt ons als organisatie om voldoende nieuwe vrijwilligers te werven. Inspelen op veranderende behoeften van vrijwilligers.
Onze organisatie verkent proactief in welke mate rollen en werkwijzen kunnen worden afgestemd op de leef-werkbalans van vrijwilligers (flexibele tijdsinzet, minder uren, etc.) en optimaal kunnen aansluiten bij hun persoonlijke vaardigheden en interesses. Gebruik maken van netwerken. Het lukt ons als organisatie om gebruik te maken van voor ons belangrijke netwerken of belangenorganisaties, bijvoorbeeld via evenementen en netwerksessies waar we kennis kunnen delen en samenwerkingskansen kunnen ontdekken. Communicatie, bewustwording en zichtbaarheid. Het lukt ons als vrijwilligersorganisatie om actief en zichtbaar te zijn in verschillende mediakanalen (folders, krant, sociale media) en mensen bewust te maken van onze doelen en activiteiten. Omgaan met wetten, regels en juridische zaken. Wij voldoen als organisatie aan alle wetten en regels die van toepassing zijn op vrijwilligersorganisaties, waaronder regels op het gebied van belastingen, het beheren van vrijwilligersovereenkomsten, en het aanvragen van vergunningen, databeheer (AVG) etc. Verder weten we hoe we moeten verantwoorden over ontvangen subsidies. We beschikken over voldoende expertise en menskracht om deze zaken goed af te handelen.
De onderstaande grafiek toont de uitdagingen en vraagstukken waarmee vrijwilligersorganisaties worden geconfronteerd. In grafiek 1 zijn de gemiddelde beoordelingen van de stellingen weergegeven. Een lagere score geeft aan dat organisaties meer moeite ervaren op een specifiek gebied, terwijl een hogere score aangeeft dat zij minder moeite hebben op dat gebied. De resultaten zijn gesplitst naar kleinere organisaties (0-25 vrijwilligers) en grotere organisaties (meer dan 25 vrijwilligers).
Vraagstukken vrijwilligersorganisaties en hun ondersteuningsbehoefte
22
Grafiek 1: Thema’s waar vrijwilligersorganisatie het meeste moeite mee hebben Werving bestuursleden
2,92
Werving vrijwilligers
2,93
3,65
3,28 3,04
Communicatie, bewuswording en zichtbaarheid
3,66
Team- en projecmanagement rollen
3,13
Huisvesting
3,19
Materiële goederen
3,20
Externe deskundigheidsbevordering
3,21
Inzicht in sociale kaart en doorverwijsopties
3,33
Inspelen op veranderende behoeften van vrijwilligers
3,34
3,56 3,75 3,82 3,69 3,69
3,71 3,52 3,96 3,55 3,91 3,56 3,96 3,58 4,11 3,61 3,77 3,61 4,08
Financiën en fondsenwerving Subsidies Inhoudelijke expertise en deskundigheidsbevordering Bestuurlijke rollen Gebruik maken van netwerken Omgaan met wetten, regels en juridische zaken 0 Kleinere organisaties
0,5
1
1,5
2
2,5
3
3,5
4
4,5
Grotere organisaties
Kleine organisaties: n=71, Grote organisaties: n=65
Zowel grotere als kleinere organisaties hebben moeite met het werven van vrijwilligers en het werven van bestuursleden. Wel zit er een kleine nuance in de top drie thema’s waar vrijwilligersorganisaties moeite mee hebben. Top drie thema’s waar organisaties meeste moeite mee hebben Kleinere organisaties Grotere organisaties Werving van bestuursleden (2,92) Werving van vrijwilligers (3,28) Werving van vrijwilligers (2,93) Team- en projectmanagementrollen (3,56) Communicatie, bewustwording en zichtbaarheid Werving van bestuursleden (3,65) (3,04) Top drie thema’s waar organisaties minste moeite mee hebben Kleinere organisaties Grotere organisaties Omgaan met wetten, regels en juridische zaken Bestuurlijke rollen (4,11) (3,61) Gebruikmaken van netwerken (3,61) Omgaan met wetten, regels en juridische zaken (4,08) Bestuurlijke rollen (3,58) Inhoudelijke expertise en deskundigheidsbevordering (3,96)
Vraagstukken vrijwilligersorganisaties en hun ondersteuningsbehoefte
23
Opvallend is dat kleinere organisaties over het algemeen meer moeite ervaren met de verschillende thema’s dan grotere organisaties. De grootste verschillen tussen beide typen organisaties zitten in de volgende onderwerpen: Werving van bestuursleden (15% verschil), Communicatie, bewustwording en zichtbaarheid (12% verschil), en Materiële goederen (12% verschil). Het gemiddelde verschil tussen de grotere en kleinere organisaties is ongeveer 10%. Gesprekken partners (PEP, Welzijn Scheveningen en Xtra) en G4 Werving en matching vrijwilligers Dat de werving van vrijwilligers een grote uitdaging is voor vrijwilligersorganisaties, is bevestigd in verschillende gesprekken met partners en met de vertegenwoordigers van de G4. Vrijwilligersorganisaties ervaren vaak een tekort aan vrijwilligers, zowel voor activiteiten als in bestuursfuncties. Organisaties zijn daarom continu opzoek naar manieren om vrijwilligers te werven en te behouden. Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan het opzetten van beleid rondom vrijwilligerswerk om vrijwilligers de boeien, binden en behouden. Als het gaat om het werven en behouden van vrijwilligers, dan ligt er voornamelijk een uitdaging bij langlopende vrijwilligersfuncties en rollen met een hogere mate van verantwoordelijkheid.
Praktische functies vullen zich daarentegen relatief gemakkelijk, omdat dit werk minder verantwoordelijkheid en toewijding vergt, minder voorbereiding vergt en dit werk snel voldoening geeft. Hoe gemakkelijk het is om passende matches te vinden voor de beschikbare vacatures is afhankelijk van een aantal factoren: ▪ Flexibiliteit van de werktijden en werkdagen: vooral jongere vrijwilligers (arbeidsleeftijd) hebben behoefte aan flexibele vrijwilligersfuncties. Denk hierbij aan de boodschappendienst waarbij vrijwilligers boodschappen doen voor inwoners die dat zelf niet kunnen doen, of het maaltijdenproject waar een groep vrijwilligers actief is en iedereen één keer per maand kookt. Vrijwilligersfuncties die vaste uren en vaste momenten in de week/maand vereisen zijn voor organisaties lastiger te vervullen. ▪ Mate van verantwoordelijkheid: organisaties zien dat coördinerende functies met meer verantwoordelijkheid lastiger te vervullen zijn. Praktische functies, zoals een helpende hand in de winkel van de voedselbank of bij buurtactiviteiten, met minder verantwoordelijkheid zijn daarentegen makkelijker te vullen. ▪ Looptijd: functies die een langere tijd lopen en waarbij langdurige toewijding wordt gevraagd, zijn over het algemeen lastiger te vullen. ▪ Doelgroep: vrijwilligersfuncties die zeer hulpbehoevende bewoners ondersteunen zijn vaak lastiger te vullen.
Dit hangt ook samen met de looptijd van de functie. Om als vrijwilliger deze bewoners goed te kunnen ondersteunen is het belangrijk een relatie op te bouwen. Dit kan lastig zijn voor de vrijwilliger omdat bewoners soms verbitterd en teleurgesteld zijn. Daarnaast zijn dit ook vaak zwaardere functies omdat vrijwilligers een signalerende rol hebben als het gaat om specialistische zorg of maatschappelijk werk. ▪ Locatie: de locatie van het vrijwilligerswerk speelt ook een rol. Zo willen sommige vrijwilligers juist in de eigen wijk blijven, en willen andere vrijwilligers juist de wijk uit. Ook zijn er bepaalde wijken waar meer schaamte is. Bij Trefpunt in Duindorp bijvoorbeeld is meer schaamte als het gaat om hulpvragen. Er heerst een “ons kent ons” cultuur die ervoor zorgt dat er regelmatig mensen binnenkomen omdat zij vrijwilliger willen zijn, die later meer geschikt blijken als hulpvrager om hulp te ontvangen van een vrijwilliger. Behoefte aan flexibel vrijwilligerswerk Een thema dat onder de werving van vrijwilligers valt, maar aparte aandacht verdient is de behoefte aan flexibel vrijwilligerswerk. Uit gesprekken met partners, maar ook uit gesprekken met de G4 en uit de documentenstudie blijkt dat er onder (potentiële) vrijwilligers in toenemende mate behoefte is aan flexibel vrijwilligerswerk. De gemeente Amsterdam maakt hier een duidelijke scheiding tussen de traditionele
Vraagstukken vrijwilligersorganisaties en hun ondersteuningsbehoefte
24
vrijwilliger en de flexibele vrijwilliger, en ziet dit als twee soorten vrijwilligers die op een andere manier moeten worden bediend. De verwachting is dat het traditionele vrijwilligerswerk, waarbij men een vast aantal uur vrijwilligerswerk doet, zal afnemen. Deze verschuiving is ook zichtbaar in het Inwonersonderzoek in Den Haag 2023. Het aandeel vrijwilligers in Den Haag dat meer dan één keer per week vrijwilligerswerk doet is de afgelopen jaren afgenomen van 40% in 2022 naar 35% in 2023. Het aandeel inwoners dat enkele keren per jaar vrijwilligerswerk doet is juist toegenomen van 8% in 2022 naar 16% in 2023. Dit sluit aan bij de behoefte aan flexibiliteit van vrijwilligers die ook organisaties die met vrijwilligers werken herkennen. Deze groeiende behoefte aan flexibele vrijwilligersbanen stuit op weerstand vanuit de vrijwilligersorganisaties. Meer flexibiliteit voor vrijwilligers vraagt namelijk ook een andere manier van werken die meer sturing en coördinatie vanuit de vrijwilligersorganisatie vereist. Ook de gemeentelijke Actielijn Informele Zorg beschrijft dat flexibel vrijwilligerswerk populair is onder jongeren. Dit is volgens hen niet alleen een uitdaging, maar kan ook als een vliegwiel werken. Als men flexibel vrijwilligerswerk heeft gedaan, is de drempel naar structureel vrijwilligerswerk immers vaak lager.
Werving van bestuursleden Dat de werving van bestuursleden een grote uitdaging is voor vrijwilligersorganisaties, wordt bevestigd in verschillende gesprekken met partners en met de vertegenwoordigers van de G4. Vrijwilligersorganisaties ervaren vaak een tekort aan vrijwilligers die ook een bestuursfunctie willen bekleden. Er is de afgelopen tijd veel veranderd in de wet- en regelgeving, waardoor bestuurders nog meer verantwoordelijkheid hebben gekregen en de drempel om bestuurslid te worden hoger geworden is. Vergrijzing en verschuiving naar de ‘voorkant’ Nederland en ook Den Haag is aan het vergrijzen, en hoewel dit enerzijds zorgt voor een groter wordende groep vitale ouderen, zien veel vrijwilligersorganisaties dit als een enorme uitdaging omdat er ook een groter worden groep ouderen is die (informele) zorg nodig heeft. De roep om een sterkere sociale basis en de verschuiving naar de ‘voorkant’, vraagt van ouderen dat zij steeds langer thuis blijven wonen en het zijn de mantelzorgers en welzijnsorganisaties die dit gat moeten opvullen. De werving van vrijwilligers is momenteel al een grote uitdaging, maar organisaties vrezen dat dit in de toekomst nog lastiger zal worden. Communicatie en zichtbaarheid Communicatie is een belangrijk aandachtspunt voor vrijwilligersorganisaties.
Organisaties zoeken naar manieren om hun achterban te bereiken en hun initiatieven beter zichtbaar te maken. Dit varieert van eenvoudige vragen, zoals hoe ze hun verhaal kunnen vertellen, tot meer complexe vraagstukken zoals het opstellen van een communicatieplan of storytelling gebruiken in verantwoordingen. Daarnaast hebben ze soms behoefte aan diepgaande analyses van hun communicatiestrategie. Om aan deze behoeften tegemoet te komen, biedt PEP trainingen en advies aan over communicatie.
4.3 4.
Ondersteuningsbehoeften van vrijwilligersorganisaties Aan welke vormen van ondersteuning hebben zij nu (het meest) behoefte?
Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ Ondersteuning bij de (1) werving van vrijwilligers en (2) communicatie, bewustwording en zichtbaarheid hebben voor zowel grotere als kleinere organisaties de hoogste prioriteit. ▪ Kleinere organisaties ervaren over het algemeen een hogere urgentie voor alle thema’s dan grotere organisaties.
Vraagstukken vrijwilligersorganisaties en hun ondersteuningsbehoefte
25
Onderbouwing Survey Organisaties zijn gevraagd om de urgentie van hulpbehoefte per gebied (zoals in grafiek 1) te beoordelen, op een schaal van 1 (volstrekt niet urgent) tot 5 (zeer urgent). In grafiek 2 worden de gemiddelde resultaten weergegeven van de urgentie van hulpbehoefte per gebied. Een hogere score betekent dat organisaties meer urgentie ervaren op dat gebied, terwijl een lagere score betekent dat organisaties minder urgentie ervaren op dat gebied. De resultaten zijn gesplitst naar kleinere organisaties (0-25 vrijwilligers) en grote organisaties (meer dan 25 vrijwilligers). Grafiek 2: Thema’s met de hoogste urgentie aan ondersteuning 3,07 2,92 3,01 2,88 2,88
Werving vrijwilligers Communicatie, bewustwording en zichtbaarheid Financiën en fondsenwerving Werving bestuursleden
2,32
Subsidies Gebruik maken van netwerken Inspelen op veranderende behoeften van vrijwilligers Materiële goederen
2,26
Externe deskundigheidsbevordering
2,10
2,62 2,83
2,81 2,56 2,80 2,70 2,77 2,60 2,67 2,64
2,59 2,34 2,55 2,17 2,54 2,17 2,53 2,32 2,46 2,22 2,39 2,27
Omgaan met wetten, regels en juridische zaken Huisvesting Bestuurlijke rollen Inzicht in sociale kaart en doorverwijsopties Inhoudelijke expertise en deskundigheidsbevordering Team- en projectmanagement rollen 0,00
0,50
Kleinere organisaties
1,00
1,50
2,00
2,50
3,00
3,50
Grotere organisaties
Kleine organisaties: n=71, Grote organisaties: n=64
Top drie thema’s met hoogste urgentie Kleinere organisaties Werving van vrijwilligers (3,07) Communicatie, bewustwording en zichtbaarheid (3,01) Financiën en fondsenwerving (2,88)
Grotere organisaties Werving van vrijwilligers (2,92) Communicatie, bewustwording en zichtbaarheid (2,88) Gebruik maken van netwerken (2,70)
Vraagstukken vrijwilligersorganisaties en hun ondersteuningsbehoefte
26
Top drie thema’s met laagste urgentie Kleinere organisaties Team- en projectmanagement rollen (2,39) Inhoudelijke expertise en deskundigheidsbevordering (2,46) Inzicht in sociale kaart en doorverwijsopties (2,53)
Grotere organisaties Externe deskundigheidsbevordering (2,10) Bestuurlijke rollen (2,17) Huisvesting (2,17)
Kleine organisaties beoordelen hulp op alle gebieden dringender in vergelijking met grote organisaties. In het algemeen liggen de behoeften wat betreft urgentie tussen grotere en kleinere organisaties dichter bij elkaar dan de moeite die organisaties met bepaalde thema’s hebben. De grootste verschillen in urgentie tussen beide typen organisaties zitten in de volgende onderwerpen: Externe deskundigheidsbevordering (13% verschil), Werving bestuursleden (11% verschil) en Materiële goederen (9% verschil). Het gemiddelde verschil in urgentie tussen de typen organisaties is ongeveer 5%. Uit de survey blijkt dat de onderwerpen waar vrijwilligersorganisaties moeite mee hebben niet altijd de onderwerpen zijn waar ze een ondersteuningsbehoefte bij hebben. Bij grotere organisaties is geen urgente ondersteuningsbehoefte bij het werven van bestuursleden terwijl dit wel een onderwerp is waar ze van aangeven dat dit een vraagstuk is waar ze relatief meer moeite mee hebben. Dit geldt ook voor kleinere organisaties, waar dit het onderwerp is waar ze de meeste moeite mee hebben. Aan de andere kant is er wel een meer urgente ondersteuningsbehoefte waar het gaat om financiën en fondsenwerving, terwijl dit niet voorkomt in de top drie van vraagstukken waar kleinere organisaties moeite mee hebben.
Gesprekken partners en G4 De meest urgente behoefte van vrijwilligersorganisaties ligt duidelijk bij de werving van vrijwilligers. Dit blijkt ook uit de gesprekken met partners en de vertegenwoordigers van de G4-gemeenten. Zoals eerder beschreven ervaren veel vrijwilligersorganisaties een tekort aan vrijwilligers. De toenemende behoefte aan flexibel vrijwilligerswerk kan niet zomaar weggenomen worden door een platform dat ruimte biedt voor vacatures. Het vergt een mentaliteitsverandering van vrijwilligersorganisaties. Organisaties zullen het beeld en de werving van de traditionele vrijwilliger los moeten laten en opzoek moeten gaan naar manieren om vacatures op een flexibele manier in te vullen. Bijvoorbeeld door vrijwilligers in andere bronnen te zoeken, maar ook door flexibel om te gaan met uren, werkzaamheden en functies. De gemeente kan hier de rol aannemen van aanjager en facilitator van vrijwilligersorganisaties om te leren van elkaar.
4.4 5.
Vindbaarheid en kwaliteit van bestaande ondersteuningsaanbod Kunnen zij het bestaande ondersteuningsaanbod vinden en wat vinden ze van de kwaliteit en beschikbaarheid daarvan?
Beantwoording op hoofdlijnen: ▪ Grotere organisaties weten vaker waar zij terecht kunnen voor steun dan kleinere organisaties. Aan de andere kant doen kleinere organisaties vaker een beroep op hulp of ondersteuning dan grotere organisaties. ▪ PEP is verreweg de grootste bron van ondersteuning voor vrijwilligersorganisaties. Ongeveer 7 op de 10 vrijwilligersorganisaties die hebben deelgenomen aan de enquête maakt gebruik van PEP. Onderbouwing Survey In de onderstaande grafiek is het aandeel organisaties weergegeven dat weet waar ze aan kunnen kloppen voor steun en het aandeel organisaties dat weleens beroep heeft gedaan op hulp of