CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325009 Bijlage Staat van de stad 2026 Geredigeerd

Algemene Raadscommissie 25 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Programma 15: Financiën29.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bijna drie kwart van de inwoners zou zich uitspreken tegen discriminatie op basis van afkomst of religie als zij het zouden zien (73%).

Participatie, dienstverlening en vertrouwen - Staat van de Stad

33

3

Duurzaamheid en energietransitie

•

De uitstoot van broeikasgassen in Den Haag daalde in 2024 naar 1.362 kiloton CO2-equivalent, een daling van 4% ten opzichte van 2023. Het grootste deel van de uitstoot (70%) komt uit de gebouwde omgeving, gevolgd door transport (19%) en afval (7%).

•

Het totale energieverbruik bedroeg in 2023 circa 22.000 TJ, vooral voor warmte. Sinds 2010 is een dalende trend zichtbaar, versterkt door hogere gasprijzen en energiebesparende maatregelen.

•

In 2024 zijn circa 7.000 woningen geïsoleerd.

•

De energielabels laten zien dat de Haagse woningvoorraad over het algemeen steeds duurzamer wordt. Dit is echter een beperkt beeld, want circa 30% van de woningen heeft (nog) geen energielabel. Corporatiewoningen scoren beter dan particuliere woningen.

•

Het merendeel van de woningen (74%) gebruikt nog een cv-ketel op aardgas. 10% is aangesloten op een warmtenet. Dit aandeel groeit door nieuwe projecten. Elektriciteitsverbruik daalt door energiebesparing en zonnepanelen: in 2023 hadden 26.208 panden zonnepanelen (16% van totaal), goed voor 179 GWh per jaar. Netcongestie vormt een groeiend knelpunt voor de energietransitie.

•

9,1% van de Haagse huishoudens heeft energiearmoede. Vooral in vooroorlogse wijken met woningen in lagere prijsklassen komt energiearmoede voor. Dit percentage ligt hoger dan het landelijk gemiddelde.

•

De stad krijgt vaker te maken met extreme buien, hittestress en droogte. Vooral versteende wijken zijn kwetsbaar voor hitte. Groene daken en vergroening van de stad zijn belangrijke maatregelen. Momenteel is 0,5 km2 dakoppervlak groen van de totale potentiële beschikbaarheid van 11 km2 .

•

Afvalscheiding blijft stabiel op 33%. Het restafval per inwoner steeg in 2024 naar 251 kilo. De tevredenheid over afvalinzameling nam toe naar een 7,7.

3.1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de uitstoot van broeikasgassen en het energiegebruik van gebouwen en woningen in Den Haag. Daarna worden netcongestie en energiearmoede beschreven. Het hoofdstuk eindigt met een paragraaf over klimaatadaptie en een paragraaf over afvalscheiding.

3.2. Uitstoot van broeikasgassen In Den Haag is de uitstoot van broeikasgassen gedaald over de laatste jaren. In 2024 daalde de uitstoot naar 1.362 kton CO2-equivalent, dit betekent een daling van ongeveer 4% vergeleken met het jaar ervoor (afbeelding 3.1). In de Haagse Klimaatrapportage (2025) en het bijbehorende Haagse Klimaatdashboard is een uitgebreide analyse te zien inclusief altijd de meest actuele data

Duurzaamheid & Energietransitie - Staat van de Stad

35

Afbeelding 3.1: Broeikasgasuitstoot in kiloton CO2-equivalent 2.500

2.000

1.500

1.000

500

0

2018 Afval

2019

2020

Gebouwen

2021

2022

2023

Industriële processen en productgebruik

2024 Transport

Bron: Haags Klimaatdashboard, 2025

Van de Haagse uitstoot kwam in 2024 circa 70% uit de gebouwde omgeving (36% uit woningen, 34% uit utiliteitsbouw), 19% uit transport en 7% uit afval (afbeelding 3.2). Dit komt doordat er relatief veel woningen zijn in Den Haag ten opzichte van industriële en andere economische activiteiten. De energietransitie van de gebouwde omgeving is daarom de opgave die het meeste kan bijdragen aan het terugdringen van de uitstoot in de stad. Afbeelding 3.2: Broeikasgasuitstoot in 2024 per sector

7%

19% Transport 4%

Industriële processen en productgebruik Gebouwen Afval

70%

Bron: Haags Klimaatdashboard, 2025

In 2025 is er een nieuwe methodiek voor het bepalen van uitstoot in gebruik genomen, zodat naast CO2 ook andere broeikasgassen kunnen worden gemeten. Dit gebeurt voor scope 1 (uitstoot in de stad) en scope 2 (uitstoot als gevolg van elektriciteit en warmte die in de stad wordt gebruikt). Voor voorgaande jaren is deze methodiek ook toegepast. In de Haagse Klimaatrapportage over 2024 (RIS323945) wordt meer uitleg gegeven over de uitstoot van Den Haag en andere gerelateerde onderwerpen.

36

Staat van de Stad - Duurzaamheid & Energietransitie

3.3. Energieverbruik Haagse gebouwen In 2023 is er ongeveer 22.000 TJ aan energie verbruikt in de stad. Energie kan worden verbruikt onder verschillende vormen: als warmte, als elektriciteit of als voertuigbrandstoffen. In Den Haag wordt energie het meest verbruikt als warmte: om gebouwen te verwarmen, voor warm tapwater (bijvoorbeeld voor het gebruik van de douche en het bad) en om te koken (afbeelding 3.3). Sinds 2010 is een licht dalende trend in het warmteverbruik te zien. Vanaf 2021 is deze daling iets sterker geworden (RVO, 2025). Afbeelding 3.3: Energieverbruik naar verbruiksvorm 20.000 16.000 12.000 8.000 4.000 0 2010

2011

2012

2013

2014

2015 2016 2017

Warmte (aardgas en (hern.) warmte)

2018 2019 2020 2021 2022 2023

Electriciteit

Voertuigbrandstoffen

Bron: Regionale Klimaatmonitor, 2025

De stijging van de aardgasprijs door geopolitieke spanningen en de onzekerheid van levering van aardgas uit Rusland, heeft gezorgd voor energiezuiniger gedrag. Dit maakt dat deze daling sinds 2021 iets versterkt is (PBL, 2023). Dit heeft ervoor gezorgd dat men bewuster is gaan stoken en dat er meer energiebesparende maatregelen aan gebouwen zijn getroffen. Hierdoor wordt de energiebehoefte verminderd, het ervaren woon- of gebruikscomfort wordt groter en de energierekening lager. Het energielabel geeft aan hoe energiezuinig een gebouw is. De mate van isolatie en de aanwezige installaties die energie opwekken, zoals zonnepanelen, zijn factoren die bepalend zijn voor het energielabel. Afbeelding 3.4 laat het aantal en de samenstelling van de energielabels van de Haagse woningvoorraad zien over de periode van 2019 tot en met 2025. De grafiek laat zien dat de Haagse woningvoorraad over het algemeen steeds duurzamer wordt. Dit komt enerzijds door toevoeging van nieuwe woningen, die per definitie een goed energielabel hebben. En anderzijds door verduurzaming van bestaande woningen in de stad. Voor veel woningen wordt na verduurzaming niet (direct) een nieuw energielabel vastgesteld. Het beeld dat energielabels geven loopt hierdoor enigszins achter op de werkelijkheid. Tegelijkertijd heeft een groot deel (circa 30%) van de woningen in Den Haag (nog) geen energielabel.

Deze groep bevat geen nieuwbouwwoningen die de afgelopen 10 jaar zijn opgeleverd. Deze woningen zullen gemiddeld aanzienlijk minder energiezuinig zijn dan de groep die wel over een energielabel beschikt.

Duurzaamheid & Energietransitie - Staat van de Stad

37

Afbeelding 3.4: Energielabels woningen in Den Haag 2019 t/m 2025 A en hoger B C D E F G Onbekend Totaal

100%

80%

60%

40%

20%

0% 1 januari 2019

1 januari 2020

1 januari 2021

1 januari 2022

1 januari 2023

1 januari 2024

1 januari 2025

Bron: DHIC/Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, 2025

Van de corporatiewoningen met een energielabel heeft 10% het label E, F of G. Koop- en particuliere huurwoningen hebben vaker een E, F of G label. Het gaat om respectievelijk 27% en 24% van de woningen in deze sectoren. Afbeelding 3.5: Energielabels woningen naar eigendom (01-01-2025) A++++ A+++ A++ A+ A B C D E F G

100

80

60

40

20

0 Koopwoningen

Particuliere huurwoningen

Corporatiewoningen

Bron: DHIC/Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, 2025

Vanwege het beperkte beeld dat energielabels geven, gebruikt de gemeente een isolatiemonitor. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel bestaande woningen in Den Haag jaarlijks worden voorzien van isolatiemaatregelen, waarmee de energiebehoefte afneemt. De isolatiemonitor is gebaseerd op een model dat verschillende databronnen combineert, waarmee het tot een indicatie komt van het aantal geïsoleerde woningen in een jaar. In 2023 waren dit ruim 8.800 woningen. Het aantal woningen in Den Haag dat in 2024 volgens het model is geïsoleerd is 7.000.

38

Staat van de Stad - Duurzaamheid & Energietransitie

Warmtetransitie In 2022 werd 74% van de Haagse woningen verwarmd via een individuele cv-ketel op aardgas, en 9% via gasgestookte blokverwarming (collectief systeem waarbij één centrale warmtebron een blok huizen of een appartementencomplex verwarmt), 11% via een warmtenet en circa 2% volledig elektrisch (via een warmtepomp of een elektrische verwarming) (CBS, 2024). Het overgrote deel van de gebouwde omgeving verbruikt nog aardgas als energiebron voor de verwarming, warm tapwater en koken. Het percentage woningen zonder aardgasverbruik was circa 10% in 2022 (CBS, 2024). Afbeelding 3.6 Type verwarmingssysteem Haagse woningen in 2022 2% 10% Cv-ketel (aardgas)

9%

Blokverwarming (aardgas) Warmtenet (aardgas, restwarmte, geothermie) Elektrisch (warmtepomp of elektrische verwarming) 74%

Bron: CBS, 2024

In 2023 was het gemiddelde aardgasverbruik van particuliere woningen in Den Haag 750 m2 op jaarbasis. Het werkelijke aardgasverbruik van woningen loopt uiteen en varieert sterk afhankelijk van het woningtype en het isolatieniveau. Het aardgasverbruik daalt geleidelijk sinds 2010 tot zijn laagste punt in 2023, namelijk 208 miljoen m2 bij woningen en 80 miljoen m2 bij bedrijven en instellingen (afbeelding 3.7). In 2024 nam het aardgasverbruik van woningen weer toe naar 214 miljoen m2 (Regionale Klimaatmonitor, 2025). Deze lichte toename kan mogelijk worden verklaard door aangepast consumptiegedrag, beïnvloed door landelijke energiesteunmaatregelen na de energiecrisis van 2022. Afbeelding 3.7: Aardgasverbruik bedrijven en woningen 400

300

200

100

0 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Totaal aardgasverbruik bedrijven/instellingen (excl. SBI D) Totaal aardgasverbruik woningen (temperatuurgecorrigeerd) Bron: Regionale Klimaatmonitor, 2025

Duurzaamheid & Energietransitie - Staat van de Stad

39

In 2024 telde Den Haag 221.108 aardgasaansluitingen voor kleinverbruik. Een kleinverbruik aansluiting is voor huishoudens of kleine bedrijven die weinig gas (tot 40 m3 per uur) verbruiken (Stedin, 2025). Over de laatste jaren is dit stabiel gedaald (afbeelding 3.8) en dit zal naar verwachting nog verder dalen met de energietransitie, naar mate de bestaande gebouwen overstappen naar schone warmte-oplossingen zoals warmtenetten en warmtepompen. De daling wordt ook veroorzaakt doordat nieuwbouw sinds 2018 geen aardgasaansluiting meer krijgt door landelijke wetgeving. Afbeelding 3.8: Aantal aardgasaansluiting voor kleinverbruik 227.000 226.000 225.000 224.000 223.000 222.000 221.000 220.000 219.000 218.000 217.000 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Bron: Stedin, 2025

Warmtenetten verwarmen 11% van de Haagse woningen en worden gevoed door verschillende energiebronnen: de elektriciteitscentrale op gas (50%), restwarmte (23%) en piekketel op gas (23%). Daarna is 4% van de warmte afkomstig van geothermie, een duurzame energiebron (Eneco, 2024). Het aantal woningen dat is aangesloten op stadsverwarming is tussen 2023 en 2024 toegenomen met 1.650 aansluitingen en heeft een totaal van circa 21.000 aansluitingen bereikt (Stedin, aansluitingen op wijkniveau) (afbeelding 3.9). Daarnaast komen er twee nieuwe zeerlaagtemperatuur-warmtenetten in Laakhavens en in de Binckhorst, wat ongeveer 13.000 nieuwe aansluitingen zal opleveren in de komende 5 jaar (Gemeente Den Haag, 2025).

40

Staat van de Stad - Duurzaamheid & Energietransitie

Afbeelding 3.9: Aantal aansluitingen op een warmtenet Eneco 21.000 20.500 20.000 19.500 19.000 18.500 18.000 17.500 17.000 16.500 16.000 2020

2021

2022

2023

2024

Bron: Stedin, 2025

Elektriciteit De gemiddelde hoeveelheid elektriciteit die aan particuliere woningen wordt geleverd is de laatste jaren aan het dalen (afbeelding 3.10). Dit geldt voor zowel bruto als netto elektriciteitslevering. De bruto levering is de totale hoeveelheid elektriciteit die een gebouw van het net ontvangt, en geeft daarmee een indicatie van de elektriciteitsbehoefte – ongeacht eventuele teruglevering, zoals via zonnepanelen. De netto levering houdt wel rekening met teruglevering. De daling in elektriciteitsbehoefte kan wellicht worden verklaard door het gebruik van steeds energiezuinigere apparaten in huis en door de toepassing van diverse andere energiebesparende maatregelen. De gemiddelde netto elektriciteitslevering aan particuliere woningen daalt nog sterker dan de bruto levering (afbeelding 3.10). In 2023 was de gemiddelde elektriciteitslevering 7% hoger dan de netto levering, terwijl het verschil nog rond de 3% was in 2021 (CBS, 2025). De netto levering geeft een realistischer beeld van de energiebalans van de woning en kan een indicatie zijn van de voortgang van de energietransitie in de stad. De sterkere daling in netto levering laat zien dat particuliere woningen steeds meer elektriciteit zelf opwekken en terugleveren ten opzichte van hun elektriciteitsverbruik.

Afbeelding 3.10: Gemiddelde elektriciteitslevering aan particuliere woningen in kWh 2.500 2.400 2.300 2.200 2.100 2.000 1.900 2021

2022

2023

2024

Gemiddelde bruto elektriciteitslevering (kWh) Bron: CBS, 2025

Gemiddelde netto elektriciteitslevering (kWh)

Duurzaamheid & Energietransitie - Staat van de Stad

41

Den Haag telde in 2024 circa 570.000 zonnepanelen met een opgesteld vermogen van 209,67M. Op ongeveer 34000 van de Haagse panden zijn zonnepanelen geïnstalleerd, dit komt neer op 20% van de daken. Afbeelding 3.11: Aantal panden met zonnepanelen

500.000

400.000

300.000

200.000

100.000

0 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Bron: Readar Real Estate Radar Den Haag, 2025

3.4 Netcongestie In heel Den Haag is sprake van netcongestie: op piekmomenten zijn de grenzen van het elektriciteitsnet bereikt, doordat de vraag naar transport van elektriciteit groter is dan de capaciteit van het stroomnet. Dit geldt voor het hoogspanningsnet van Tennet en voor grote delen van het laag- en middenspanningsnet van Stedin. Dit wordt ook wel gelaagde netcongestie genoemd. Voor het oplossen van gelaagde netcongestie in Den Haag is uitbreiding op het elektriciteitsnet door Tennet en van Stedin noodzakelijk. Tennet en Stedin hebben in 2025 congestiemanagementonderzoek (CMO) uitgevoerd. Den Haag gaat van oranje (gebied in onderzoek met wachtrij) naar rood (tekort aan transportcapaciteit met wachtrij) op de congestiekaart. Dit houdt in dat de vooraankondiging van netcongestie op 4 december 2024, bevestigd wordt door middel van het CMO dat er daadwerkelijk een tekort aan transportcapaciteit is. Het congestiemanagementonderzoek laat zien dat netcongestie in Den Haag een residentieel karakter heeft: pieken komen met name vanuit huishoudens in de winter tussen 7.00-11.00 en 16.00-21.00u. Eind 2025 heeft de autoriteit Consument en Markt (ACM) nieuwe kaders vastgesteld voor een maatschappelijk prioriteringskader. In de verdiepende impactanalyse netcongestie wordt dit nieuwe prioriteringskader meegenomen en hoe omgegaan wordt met de prioritering van eigen ontwikkelingen.

42

Staat van de Stad - Duurzaamheid & Energietransitie

3.5 Energiearmoede Veel huishoudens hebben moeite om hun energierekening te betalen. In Den Haag kampt 9,1% van de huishoudens met energiearmoede. Deze huishoudens hebben een laag inkomen in combinatie met een hoge energierekening en/of een slecht geïsoleerde woning. Energiearmoede kan worden bestreden door woningen energiezuiniger te maken. Hiermee worden huishoudens minder kwetsbaar voor stijgende energieprijzen. Het percentage huishoudens met energiearmoede is in Den Haag hoger dan het landelijk gemiddelde van 6,1%. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat er in Den Haag veel relatief veel oude woningen zijn. In vooroorlogse wijken met veel woningen in lagere prijsklassen komt energiearmoede aanzienlijk vaker voor dan in andere delen van de stad. Wijken waar energiearmoede veel voorkomt zijn onder andere , Bouwlust en Vredelust (19,3% van de huishoudens), Schildersbuurt (19,2%), Moerwijk (18,0%) en Transvaalkwartier (15,5%). Energiearmoede komt in Den Haag het minst voor in Vogelwijk (1,2%), Kijkduin en Ockenburg (1,3%), Westbroekpark en Duttendel (2,2%) en in Leidschenveen-Ypenburg (2,2%). Afbeelding 3.12: Aandeel huishoudens met energiearmoede, per wijk (2024).

Bron: TNO, 2024

Steunmaatregelen vanuit de overheid zorgden er in 2022 en 2023 voor dat het aandeel huishoudens met energiearmoede aanzienlijk afnam. Na het wegvallen van deze steunmaatregelen kwam het aandeel huishoudens met energiearmoede in 2024 weer op ongeveer hetzelfde niveau als daarvoor

Duurzaamheid & Energietransitie - Staat van de Stad

43

Afbeelding 3.13: Aandeel huishoudens met energiearmoede (2024) 14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0% 2019

2020

2021

2022

Landelijk

2023

2024

Den Haag

Bron: TNO, 2024

3.6 Klimaatadaptatie Wateroverlast Korte, hevige buien zullen steeds vaker voorkomen. Dit heeft een grote impact in stedelijk gebied. Wateroverlast is bij deze extreme buien niet te voorkomen. Deze kaart laat het resultaat zien van een stresstest voor Den Haag (2022). De kaart maakt inzichtelijk waar waarschijnlijk wateroverlast zal ontstaan na een extreme bui van 70 millimeter in 1 uur. Deze bui heeft een herhalingstijd van eens in de 100 jaar. Afbeelding 3.14 Wateroverlast bij een bui van 70mm in 1 uur.

Wateroverlast 70 mm Tot 10 cm Tot 20 cm 20 cm en meer

Kwetsbare panden 70 mm Zeer kwetsbaar Kwetsbaar Mogelijk kwetsbaar

Bron: Klimaatatlas Den Haag

44

Staat van de Stad - Duurzaamheid & Energietransitie

Aandachtsgebieden droogte Door het veranderende klimaat zal het voor langere perioden mogelijk droger worden. Op basis van metingen en uitgebreide modellering is in beeld gebracht wat de effecten van droogte kunnen zijn. Als droge jaren na elkaar voorkomen, dan versterkt dit de ernst. Voor de gemeente Den Haag zijn de aandachtsgebieden voor droogte in kaart gebracht. Hierbij is onder andere gekeken naar natuur en vegetatie, bodemdaling, infrastructuur, funderingen en waterkwaliteit. Op de kaart staan de belangrijkste aandachtsgebieden. Het geeft de locaties weer waar in zeer droge jaren lage grondwaterstanden en/of bodemdaling kunnen optreden met nadelige gevolgen voor de stad. De analyses zijn uitgevoerd op wijkniveau, hieruit kunnen geen conclusies worden getrokken voor individuele gebouwen. Afbeelding 3.15. Aandachtsgebieden droogte.

Bron: Droogte Stresstest door Aveco de Bondt, 2020) (RIS312195)

Duurzaamheid & Energietransitie - Staat van de Stad

45

Sociale kwetsbaarheid en hitte Afbeelding 3.16 Sociale kwetsbaarheid hitte Bron: Klimaateffectatlas Esri Nederland, 2025

Bron: Klimaateffectatlas Esri Nederland, 2025

Door klimaatverandering stijgt de gemiddelde temperatuur. Ook het aantal extremen hittegolven neemt toe (KNMI). Daarnaast verschuift het tijdvak waarin deze temperaturen voorkomen, zo zien we al hogere temperaturen in de lente. Bij oostenwind en windstilte warmt de stad extreem op en kan hittestress ontstaan. Dit komt omdat Den Haag een van de meest versteende steden van Nederland is. Hittestress is het gevolg van klimaatverandering met de grootste impact op de gezondheid van mensen (PBL). De hitte heeft invloed op het systeem en individu. Het versterkt bijvoorbeeld de sociaal-economische ongelijkheid in de samenleving (WRR). Bovenstaande kaart geeft een beeld op buurtniveau in Den Haag van twee belangrijke sociale kwetsbaarheidsfactoren voor hitte: het aandeel huishoudens rond of onder het sociaal minimum en ook een hoog aandeel broze ouderen. Dit geeft een beeld van verminderde reserve/weerbaarheid om met hitte om te kunnen gaan, zowel fysiek als op mentaal en sociaal vlak. De gehele stad ondervindt fysiologisch grote tot extreme hittestress in de openbare ruimte tijdens een tropisch warme zomermiddag wanneer het windstil is (Gevoelstemperatuur Buurtniveau 2022 DH). De wijken die meer versteend zijn, minder groen en sociaal en economisch kwetsbaar, hebben minder reserves en mogelijkheden om met deze hittestress om te gaan.

46

Staat van de Stad - Duurzaamheid & Energietransitie

Kwetsbare buurten Afbeelding 3.17 De 10 meest kwetsbare buurten voor wateroverlast (blauw en donkerrood), de 20 meest kwetsbare buurten voor hitte (oranje en rood) en de meest kwetsbare hoofdwegen (blauw).

Bron: Studie van Tauw 2023

De Haag heeft onderzoek laten doen naar de meest kwetsbare wijken wat betreft wateroverlast en hitte. Bij hitte zijn hierin ook sociaal-maatschappelijke factoren meegewogen. De bovenstaande kaart toont de 10 meest kwetsbare buurten voor wateroverlast en de 20 meest kwetsbare buurten voor hitte op basis van bestaande risicodialogen in 2020. Op deze locaties kan men het meeste last ondervinden van wateroverlast en hitte. Uiteraard kunnen wateroverlast en hitte dus ook elders in de gemeente optreden. De buurten die alleen kwetsbaar zijn voor wateroverlast hebben een blauwe kleur. De buurten die alleen kwetsbaar zijn voor hitte hebben een oranje kleur. De buurten waar zowel wateroverlast als hitte speelt hebben een donkerrode kleur. De voor wateroverlast kwetsbare hoofdwegen zijn als blauwe lijnen op de kaart weergegeven.

Duurzaamheid & Energietransitie - Staat van de Stad

47

Afbeelding 3.18 Dakenscan Den Haag november 2025

30,8%

Zonnepanelen 30,8% Potentie 64,5% Zonnepanelen en groen

64,5%

Ongeschikt Groen dak

Bron: Readar, 2025

Traditioneel richt Nederland zich op het zo snel mogelijk afvoeren van regenwater. Inmiddels proberen we hevige regenbuien plaatselijk op te vangen en zo mogelijk laten infiltreren, bergen en vertraagd af te voeren. Groene daken kunnen bijdragen aan deze opgave. Momenteel is 27% van de Haagse daken benut, waarvan het grootste deel door zonnepanelen. In Den Haag ligt 0.50 km2 groen dak en er is volgens de Dakenscan meer dan 11 km2 aan daken met potentie voor vergroening. Vergroening kan wateroverlast verminderen en hittestress beperken.

3.6 Afvalscheiding Bij alle gescheiden afvalstromen is het scheidingsresultaat sinds 2020 redelijk stabiel. De afvalstromen textiel, elektrische apparaten, klein chemisch afval (kca), oliën en vetten en matrassen zijn in 2024 licht gestegen. Bij de andere gescheiden afvalstromen is er ten opzichte van 2023 een lichte daling te zien. Het afvalscheidingspercentage is met 33% sinds 2022 stabiel gebleven. Verder is het aantal kilo restafval per inwoner na een aantal jaren van daling voor het eerst gestegen van 240 kilo in 2023 naar 251 kilo in 2024. Het aantal kilo restafval per inwoner is hiermee lager dan in 2021. Het tevredenheidscijfer onder Haagse inwoners ten aanzien van de afvalinzameling is voor het derde jaar op rij gestegen. De afvalinzameling kreeg in 2023 een 7,5; in 2024 was dit een 7,7 (bron: stadsenquête).

48

Staat van de Stad - Duurzaamheid & Energietransitie

Duurzaamheid & Energietransitie - Staat van de Stad

49

4

Veiligheid

•

De geregistreerde criminaliteit kent een lange periode van daling, gevolgd door stabilisering.

•

Ondermijning kent verschillende facetten en uitingsvormen.

•

Er is een langdurige daling in de geregistreerde jeugdcriminaliteit vastgesteld.

•

Het aandeel van jonge vrouwen en meiden bij criminaliteit wordt langzaamaan duidelijker, evenals de rol van de online wereld hierbij.

•

Overlast door dak- en thuisloze personen of personen met verward gedrag is de afgelopen jaren sterk gestegen.

•

Digitale- en cybercriminaliteit is de afgelopen jaren gestegen en is inmiddels even omvangrijk als traditionele fysieke misdrijven.

•

Tot slot zijn meer inzichten beschikbaar over maatschappelijk ongenoegen en polarisatie en hoe deze ontwikkelingen in de verschillende stadsdelen zich openbaren.

4.1 Inleiding Dit hoofdstuk biedt een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van criminaliteit en veiligheid in Den Haag. Het hoofdstuk start met een algemeen beeld van de stedelijke ontwikkeling. Vervolgens worden de verschillende thema’s uitgediept. Het eerste thema betreft ondermijnende criminaliteit, waar onder meer drugshandel- en gebruik, explosieven, mensenhandel en malafide ondernemingen worden besproken. Vervolgens komt jeugdcriminaliteit aan bod, met aandacht voor de verjonging en verharding van jeugdige verdachten en daders, de delicten waarbij jongeren vooral betrokken zijn en de invloed van de hybride – zowel fysieke als digitale – leefwereld. Ook wordt stilgestaan bij vormen van overlast veroorzaakt door dak- en thuisloze personen en mensen met verward gedrag, en hoe deze zich in de stad manifesteren. Daarna wordt ingegaan op cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit, waarbij zowel de aard en omvang als het ervaren slachtofferschap worden besproken. Vervolgens wordt aandacht besteed aan demonstraties, een fenomeen waarmee Den Haag vrijwel dagelijks te maken heeft. Tot slot wordt ingegaan op huiselijk geweld en dodelijk partnergeweld, waarbij de omvang en kenmerken van deze ernstige vormen van geweld worden belicht.

4.2 Criminaliteit Criminaliteit kenmerkt zich door een groot dark number1: veel vormen blijven buiten beeld van de (politie)cijfers, wat het zicht op de werkelijke omvang beperkt. Om toch zicht te krijgen in aard en mogelijke omvang van de gemeente maakt de gemeente gebruik van aanvullende indicatoren, zoals veiligheidsbeleving en signalen van criminaliteit. Deze worden onder andere gemeten via de Veiligheidsmonitor.

1 Een ‘dark number’ is het verschil tussen het totaal aantal gepleegde delicten en het aantal dat daadwerkelijk geregistreerd is in officiële statistieken. Het is dus het onzichtbare deel van criminaliteit.

Veiligheid - Staat van de Stad

51

Algemene ontwikkeling Den Haag De geregistreerde criminaliteit heeft in Nederland en Den Haag sinds begin van deze eeuw een lange tijd een dalende trend gekend. Waar er in 2014 in Den Haag sprake was van ruim 48.000 geregistreerde misdrijven, was dit in 2018 nog circa 34.000 registraties.2 Deze daling kent verschillende oorzaken, waaronder meer aandacht voor preventie, demografische ontwikkelingen en in algemene zin verbeterde welstand.3 Na 2018 is de geconstateerde daling zowel landelijk als in Den Haag gestokt. Deze stagnatie kent een aantal oorzaken. Hoewel sommige vormen van criminaliteit, zoals woninginbraken, een dalende trend laten zien, geldt dat niet voor enkele andere misdrijven, waaronder ernstige geweldsdelicten door jongeren.

4.3. Ondermijning Ondermijning kent verschillende verschijningsvormen. In deze paragraaf wordt stilgestaan bij belangrijke vormen die zichtbaar zijn in Den Haag.

Drugsgebruik- en handel in Den Haag Het rioolwateronderzoek 2023 (RIS318882) geeft inzicht in het drugsgebruik in Den Haag. Cocaïne, gevolgd door cannabis, is de meest gebruikte drugssoort in Den Haag. Het gebruik van cocaïne is sinds 2020 met 33% gestegen en dat van methamfetamine met 51%. Over het algemeen komen deze resultaten overeen met trends in andere grote steden. Volgens de Nationale Drug Monitor 20234 is landelijk cannabis de meest gebruikte drug onder volwassenen, gevolgd door ecstasy en cocaïne. In Den Haag is daarentegen cocaïne relatief dominanter, terwijl het landelijke gebruik van methamfetamine lager ligt dan in andere grote steden. Politiecijfers en de Veiligheidsmonitor 2023 geven een indicatie van de geregistreerde omvang en vermoedens van drugshandel in Den Haag. In de afgelopen vijf jaar (2020-2024) is in Den Haag het aantal registraties van drugshandel met 60% gestegen (2020: 422 registraties; 2024: 674 registraties). In de Veiligheidsmonitor (2023) gaf circa 20% van de respondenten aan dat zij daadwerkelijk zien dat in hun buurt harddrugs wordt gedeald of dat vermoeden. 13% meent zeker te weten of vermoedt dat eigen buurtbewoners een hennepplantage in huis hebben. Tot slot meent 6,5% van de respondenten gevallen van drugslabs in de eigen buurt te zien of vermoeden. Ten opzichte van 2021 zijn deze uitkomsten redelijk stabiel.

Er is sprake van variatie op wijkniveau: zo meent meer dan 25% van de respondenten in sommige wijken rondom het Centrum, Escamp en Scheveningen gevallen van drugs dealen te zien of vermoedt dat. Op basis van de uitkomsten van het rioolwateronderzoek gaat in de drugseconomie van Den Haag naar schatting 70 miljoen5 euro om op jaarbasis.

Gebruik van explosieven In 2024 vonden in Nederland in totaal 1.543 aanslagen met explosieven (en pogingen daartoe) plaats, waarvan 103 in Den Haag.6 Circa 50% van de aanslagen in 2024 vond plaats in district Den Haag Zuid; de overige incidenten vonden plaats in district Den Haag Centrum (25%) en Den Haag West (25%). Veruit de meeste aanslagen waren gericht op woningen (60%), opgevolgd doorbedrijfspanden en meer specifiek horeca-inrichtingen (33%). Bij ruim 35% van de aanslagen met een explosief blijft het motief onbekend. Bij aanslagen waarvan het motief wel duidelijk is, kan 35% van de incidenten in Den Haag worden herleid tot het criminele circuit. Ongeveer 25% van de incidenten komt voort uit een conflict in de relationele sfeer of een zakelijk conflict. Er is een toenemende betrokkenheid van minderjarigen en jongvolwassenen bij de uitvoering van explosies. De verdachten zijn man en hebben een gemiddelde leeftijd van 23 jaar; de helft van de verdachten is 18 jaar of jonger. De meesten zijn woonachtig binnen het werkgebied van de Eenheid Den Haag 2

52

Data.politie.nl

3

Zie Jong, J. de (2018). Het mysterie van de verdwenen criminaliteit. Statistische Trends, mei 2018.

4

https://www.nationaledrugmonitor.nl/

5

Deze schatting ziet op het bemonsterde gebied en dus niet heel Den Haag.

6

Landelijk Forensisch Coördinatie Team (LFCT).

Staat van de Stad - Veiligheid

Mensenhandel In Den Haag is sprake van vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel, waaronder seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting of criminele uitbuiting. Bij Stichting Hulp en Opvang Prostitutie en Mensenhandel (SHOP) worden jaarlijks ongeveer 160 vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel aangemeld. In 2023 ging het in de helft van de gevallen om seksuele uitbuiting, in een derde van de gevallen om arbeidsuitbuiting en bij 10% van de gevallen om criminele uitbuiting. Vanwege de zeer beperkte informatie over criminele uitbuiting is dit onderwerp buiten beschouwing gelaten. Vermoedelijke slachtoffers van seksuele uitbuiting zijn meestal vrouw. Het gaat om slachtoffers met uiteenlopende nationaliteiten (o.a. Nederlands, Bulgaars, Afghaans en Venezolaans). In de Veiligheidsmonitor 2021 en 2023 geeft 5% van de Haagse respondenten aan te vermoeden dat sprake is van illegale prostitutie in de eigen buurt. Illegale prostitutie, oftewel niet-vergund sekswerk, maakt kwetsbaar voor uitbuiting. Slechts 1,4% geeft aan het zeker te weten dat illegale prostitutie in de eigen buurt voorkomt.7 In veel wijken wordt dit signaal van ondermijnende criminaliteit niet of nauwelijks herkend, in enkele wijken (waaronder de Stationsbuurt en het Transvaalkwartier) wordt dit type signaal in hogere mate gezien door respondenten.

De politie-eenheid Den Haag signaleert een nieuwe vorm van seksuele uitbuiting, namelijk de verkoop van seksuele content op online platforms, waarbij in toenemende mate zorgen zijn over de mate van vrijwilligheid van de ‘modellen’ die deze content aanbieden. Vooralsnog zijn er geen cijfers beschikbaar over deze vorm van seksuele uitbuiting binnen Den Haag. Vermoedelijke slachtoffers van arbeidsuitbuiting in Den Haag zijn vaker man. Zij zijn bijvoorbeeld werkzaam in de horeca, transportsector of verrichten huishoudelijk werk. Een deel van hen is arbeidsmigrant. In Den Haag zijn circa 50.000 arbeidsmigranten woonachtig. Hoewel zij hier wonen, vindt het werk veelal elders in Nederland of zelfs in het buitenland plaats. In de Veiligheidsmonitor 2023 geeft circa 18% van de Haagse respondenten aan zeker te weten of te vermoeden dat in de eigen buurt buitenlandse arbeiders worden uitgebuit door slechte werk- en leefomstandigheden. In sommige wijken ligt dit percentage tweemaal hoger; waaronder in Laakkwartier (circa 38%), Groente- en Fruitmarkt (circa 39%) en Valkenboskwartier (circa 32%).

Gebiedsgerichte inzichten Om inzicht te krijgen in de omvang, verspreiding en aard van ondermijnende criminaliteit maakt de gemeente, naast politiecijfers, gebruik van de Veiligheidsmonitor. In dit onderzoek worden bewoners bevraagd over signalen van ondermijning die zij vermoeden in hun buurt of wijk. Het gaat hier niet om vastgestelde strafbare feiten, maar om vermoedelijke signalen. Uit de Veiligheidsmonitor blijkt dat signalen van winkels zonder klanten en zonder zichtbaar bestaansrecht het meest worden herkend in Den Haag: circa één op de vier respondenten geeft aan dit in de eigen buurt te zien. Ook signalen van huisjesmelkers, het dealen van harddrugs en arbeidsuitbuiting worden relatief vaak genoemd, door ongeveer één op de vijf respondenten. Signalering van illegale prostitutie en drugslaboratoria komt beduidend minder vaak voor; ongeveer één op de twintig respondenten meent dergelijke activiteiten te herkennen.

7

Dit geldt voor zowel Veiligheidsmonitor 2021 en 2023.

Veiligheid - Staat van de Stad

53

Afbeelding 4.1: Percentagebewoners dat verdachte/ondermijnende signalen (denkt te) herkennen per wijk

Bron: Veiligheidsmonitor, 2023 Top 3 wijken waar dit het vaakst wordt gesignaleerd Winkels zonder bestaansrecht

Valkenboskwartier

Regentessekwartier

Schildersbuurt

Huisjesmelkers

Rustenburg en Oostbroek

Laakkwartier

Valkenboskwartier

Dealen harddrugs

Duindorp

Centrum

Stationsbuurt

Arbeidsuitbuiting

Rustenburg en Oostbroek

Groente- en Fruitmarkt

Laakkwartier

Horeca als criminele ontmoetingsplek

Valkenboskwartier

Regentessekwartier

Schildersbuurt

Hennepplantages

Duindorp

Laakkwartier

Stationsbuurt

Illegaal gokken

Transvaalkwartier

Rustenburg en Oostbroek

Schildersbuurt

Illegale prostitutie

Stationsbuurt

Centrum

Rustenburg en Oostbroek

Drugslabs

Binckhorst

Groente- en Fruitmarkt

Laakkwartier

Afbeelding 4.1 laat zien dat er veel variatie is tussen de wijken in de mate waarin respondenten verschillende soorten verdachte signalen (denken te) herkennen. In een aantal wijken geven bewoners één tot anderhalf keer zo vaak als het gemeentelijk gemiddelde aan verdachte signalen te herkennen, waaronder de Stationsbuurt, het Laakkwartier, Rustenburg en Oostbroek en het Centrum. In andere wijken ligt de herkenning van signalen juist lager dan gemiddeld, zoals in de Vogelwijk, Bohemen en Meer en Bos, Benoordenhout, het Westbroekpark, de Archipelbuurt en Kraayenstein en Vroondaal. In een bewonersonderzoek in en rond de Goeverneurlaanblijkt dat bijna 70% van de respondenten aangeeft drugshandel te zien of daarvan een vermoeden te hebben. Dit ligt aanzienlijk hoger dan zowel het gemeentelijk gemiddelde als het gemiddelde van het Laakkwartier. Ook signalen van winkels zonder blijkbaar bestaansrecht wordt relatief vaak genoemd (64% t.o.v. 33% voor de wijk). In de straten waar de vergunningplicht is ingevoerd 8 blijkt dat een aanzienzienlijk deel van de ondernemingen niet legitiem lijken te zijn. In deze straten verdwijnt dan ook tussen de 10 en 20% van de ondernemingen als gevolg van deze vergunningplicht.

8

54

Weimarstraat/Beeklaan; Jan Luykenlaan/Van Baerlestraat; Goeverneurlaan en Paul Krugerlaan

Staat van de Stad - Veiligheid

4.4 De ontwikkeling van jeugdcriminaliteit in Den Haag Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat al jaren sprake is van een daling in de geregistreerde jeugdcriminaliteit, zowel onder minderjarigen als jongvolwassenen. Op de korte termijn, in de jaren 20182023, stabiliseert het aantal jeugdige verdachten en strafrechtelijke daders. Daarnaast is ook een daling in het aantal jeugdregistraties zichtbaar. Dit cijfer is hoger in vergelijking met het landelijke gemiddelde (zie afbeelding 4.2) Afbeelding 4.2: Aantal jongeren uit Den Haag dat een delict heeft gepleegd (2015-2023), per 1.000 inwoners 350 300 250 200 150 100 50 0 2015

2016

2017

2018 Nederland

2019

2020

2021

2022

2023

Den Haag

Bron: Politiedata, 2015-2023

Over de langere termijn is geen sprake van een verjonging van de populatie van jeugdige verdachten of strafrechtelijke daders. Daarentegen is in de periode 2017-2023 een toenemende betrokkenheid van minderjarige jongeren bij (ernstige) geweldsdelicten gesignaleerd. In 2022 en 2023 is enige afname in de instroom van jeugdige verdachten geregistreerd. Wat betreft het profiel van de minderjarige verdachten9 van fysiek geweld valt op dat zowel het aandeel meiden en het aandeel 12 tot en met 14-jarigen is gestegen. In een groot deel van de gevallen zijn slachtoffers en daders bekenden van elkaar en is er sprake van een online component, vooral als het gaat om het filmen en het delen van video’s op sociale media.10 Minderjarige verdachten worden vooral aangehouden voor diefstal zonder geweld (34%) en geweld (23%). Bij diefstal zonder geweld gaat het voornamelijk om winkeldiefstal (64%). Het aandeel minderjarig verdachten van diefstal zonder geweld is de afgelopen jaren gedaald (-11% in 2024 ten opzichte van 2019). Het aandeel minderjarige verdachten voor diefstal met geweld is in 2024 afgenomen, na een periode van toename in 2019-2023. In 2024 is het aandeel minderjarige verdachten van diefstal met geweld 21% ten opzichte van 47% in 2023. De toename in 2019-2023 is vooral herleidbaar tot straatroof (2019: 46%; 2023: 67%).

Het aandeel minderjarige verdachten van straatroof is in 2024 nog steeds hoog (56%). Ook aan de slachtofferkant is het aandeel minderjarigen toegenomen: van 25% in 2019 naar 39% in 2024.11 Uit de monitoring van de rivaliserende jeugdgroepen blijkt een toename in de betrokkenheid van rivaliserende jeugd bij het plegen van straatroven.12 Verder is het aantal geweldsmisdrijven onder minderjarige verdachten gedaald na 2021 en in 2024 ongeveer gelijk gebleven. Wel is sprake van een duidelijke toename van het aantal minderjarige verdachten bij openlijk geweld 9

In de politie-eenheid Den Haag.

10

Algemeen Veiligheidsbeeld Politie-eenheid Den Haag.

11

Strategisch Jeugdbeeld politie

12

Algemeen Veiligheidsbeeld Politie-eenheid Den Haag.

Veiligheid - Staat van de Stad

55

binnen de delictscategorie geweldsmisdrijven (32% in 2019 naar 53% in 2024). De leeftijdsgroep 8 t/m 17 jaar pleegt grotendeels vermogensdelicten. Hoe ouder de jongeren worden, hoe vaker zij verkeersdelicten en drugsdelicten plegen. In mindere mate plegen de leeftijdsgroepen boven 18 jaar ook vaker HIC’s (incl. geweld). Daarnaast worden jongvolwassen verdachten vooral aangehouden voor verkeersdelicten (25%), diefstal zonder geweld (17%) en diefstal met geweld (16%). Voor wat betreft diefstal zonder geweld is in de periode 2019-2024 wel een daling (-37%) te zien in het aantal jongvolwassenen dat dit delict pleegt. Het aantal jongvolwassen verdachten van diefstal met geweld is in de periode 2019-2023 gedaald met 66%. In 2024 is een toename zichtbaar van het aantal jongvolwassen verdachten van diefstal met geweld, al blijven de aantallen nog onder het niveau van 2019. Ten slotte is in de periode 2017-2023 een stijging van het aantal jongvolwassenen te zien dat betrokken is geraakt bij harddrugsdelicten (in 2024 met 22% toegenomen ten opzichte van 2019), waaronder bij het uithalen van drugs.

Invloed van hybride wereld op jeugdcriminaliteit Uit wetenschappelijk onderzoek en het Algemeen Veiligheidsbeeld Haaglanden van de politie blijkt dat de fysieke en online leefwereld van jongeren zijn verweven, en jongeren via online platforms signalen, provocaties en bedreigingen uitwisselen, die kunnen doorwerken in incidenten en confrontaties in de fysieke wereld. Sociale media spelen daarbij op verschillende manieren een belangrijke rol. Jongeren worden online benaderd voor het uitvoeren van criminele klussen of bieden zichzelf hiervoor aan, waarbij zij zich niet altijd bewust zijn van de inhoud, ernst en strafbaarheid van hun handelen. Daarnaast kunnen jongeren via online platforms worden aangespoord of onder druk gezet om strafbare feiten te plegen.

4.5 Overlast door dak-, thuisloze en verwarde personen De afgelopen jaren isde ervaren overlast veroorzaakt door personen toegenomen. Overlast veroorzaakt door dak- en thuisloze mensen, overlast door personen met verward en onbegrepen gedrag en overlast door alcohol- of drugsgebruik nemen samen 70% van alle overlastmeldingen voor hun rekening in 2024 (op totaal 22.600 geregistreerde overlastmeldingen). In de afgelopen jaren laten deze drie overlastcategorieën een stijgende lijn zien (zie afbeelding 4.3). Afbeelding 4.3: aantal registraties verschillende overlastvormen 8.000 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 2017

2018

2019

Verward/onbegrepen persoon Bron: Politiedata, 2017-2024

56

Staat van de Stad - Veiligheid

2020

2021

2022

Alcohol/drugsgebruik

2023

2024

Dak- en thuislozen

Het aantal overlastmeldingen door dak- en thuisloze mensen (E41) is meer dan verdubbeld (222%) tussen 2017 en 2024, al lijkt er in 2024 sprake te zijn geweest van een stabilisering. De aantallen registraties over 2025 t/m november laten echter weer een groei zien ten opzichte van 2024 (7%). Volgens politie-eenheid Den Haag is de werkelijke problematiek van overlast door dak- en thuisloze personen omvangrijker dan uit de cijfers blijkt. Een deel van de dak- en thuisloze mensen veroorzaakt regelmatig overlast met betrekking tot alcohol- en/of drugsgebruik en verward en onbegrepen gedrag, winkeldiefstal en conflicten/ruzies. Binnen deze groep is sprake van een beperkte groep stelselmatige overlastplegers die verantwoordelijk is voor een groot deel van de overlast.13 Overlast door personen met verward en onbegrepen gedrag (E33) is tussen 2017 en 2024 toegenomen met 54% en de meest omvangrijke overlastcategorie.14 Door de jaren heen is een stabiele maar consistente toename zichtbaar, al is er sprake van enige mate van stabilisering in het afgelopen jaar. Overlast door een verward en onbegrepen persoon is een verzamelbegrip waaronder een breed spectrum aan gedragingen door de politie wordt geregistreerd, waarbij de grens tot strafbaar feit (net) niet wordt overschreden.

Landelijk onderzoek heeft eerder aangetoond dat rond 60% van de personen maar één keer in beeld is gekomen in een periode van vijf jaar15. Rond 5% van de personen kwam stelselmatig in beeld met 10 of meer registratie binnen 5 jaar. De Nederlandse GGZ schat dat ongeveer 35% van de betrokken personen in behandeling is bij GGZ-instellingen. Ten slotte is ook het aantal registraties door overlast door alcohol- en drugsgebruik (E38), een type overlast dat sterk terugkomt onder beide doelgroepen, gestegen met 177% t.o.v. 2017. Naast objectieve registraties afkomstig van de politie biedt de tweejaarlijkse Veiligheidsmonitor inzicht in de mate waarin bewoners deze vormen van overlast ervaren. Als het gaat om de ervaren overlast door kwetsbare personen is niet één indicator te benoemen. In plaats daarvan biedt de Veiligheidsmonitor inzicht in een verzameling van ervaren gedragingen die samen ‘sociale overlast’ kunnen worden genoemd (zie afbeelding 4.4). Afbeelding 4.4: Ervaren overlast 0,45 0,4 0,35 0,3 0,25 0,2 0,15 0,1 0,05 0 Verwarde personen

Dronken mensen

2021

Lastig worden gevallen op straat

Overlast door buurtbewoners

2023

Bron: Veiligheidsmonitor, 2023

13 14

Algemeen Veiligheidsbeeld Politie-eenheid Den Haag. Verward gedrag heeft vele verschijningsvormen, oorzaken en achtergronden. Spreken van ‘de’ groep personen met verward gedrag doet daarom geen recht aan de grote verscheidenheid van verward gedrag en de achtergronden daarvan. Vaak is er sprake van meerdere en complexe problemen in verschillende leefgebieden tegelijk. Zie https:// www.trimbos.nl/kennis/verward-gedrag/

15

 Politie. (2022). Personen met verward gedrag Een analyse van het Informatie-analyseteam. Op gehaald op 7 januari 2026 van https://www.informatieanalyseteam.nl/onze-analyses/personen-met-verward-gedrag; Tweede Kamer der Staten Generaal. (2024). Verward/onbegrepen gedrag en Veiligheid. Eindrapport parlementaire verkenning. Opgehaald op 7 januari 2026 van https://www.denederlandseggz.nl/nieuws/2024/ eindrapport-parlementaire-verkenning-onbegrepen-gedrag-gepubliceerd

Veiligheid - Staat van de Stad

57

Uit de Veiligheidsmonitor 2023 blijkt dat circa 39% van de bewoners overlast ervaart van verwarde personen en 37% van dronken personen op straat. Deze ervaren overlast is in 2023 gestegen ten opzichte van 2021.

4.6 Cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit Digitalisering heeft grote invloed op de aard en verschijningsvorm van criminaliteit. Niet alleen lopen online en offline criminaliteit steeds meer in elkaar over, bovendien zijn er nieuwe delicten ontstaan die volledig digitaal plaatsvinden. Hierbij wordt in de praktijk onderscheid gemaakt tussen twee vormen: 1. Cybercriminaliteit: criminaliteit waarbij internet en ICT worden gebruikt als middel én als doelwit16. Denk hierbij aan het hacken van een account, het plegen van een DDos-aanval of ransomware. 2. Gedigitaliseerde criminaliteit: traditionele delicten die met de digitalisering nu digitaal ook kunnen plaatsvinden. Bij gedigitaliseerde criminaliteit worden ICT-systemen gebruikt als middel, maar ligt het doel van deze delicten niet binnen ICT-systemen. Voorbeelden zijn online fraude, online stalken en sextortion. Het is lastig om de precieze omvang van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit te bepalen, mede vanwege een aanzienlijk dark number. Uit de cijfers van de politie blijkt dat de afgelopen tien jaar het aantal cyberdelicten zowel landelijk als voor de gemeente Den Haag is verdrievoudigd. Waar in 2014 nog zestig cyberdelicten waren geregistreerd, waren dit er in 2024 232.

In 2024 lijkt het aantal cyberdelicten te zijn gedaald, maar deze daling is onvolledig in beeld gebracht door een recente wijziging in de MK’s bij de politie17. Voor wat betreft digitale criminaliteit, blijkt grotendeels de registraties te bestaan uit online fraude. De meest voorkomende vormen van online fraude in Den Haag zijn aan- en verkoopfraude en bankhelpdeskfraude. Alleen op eenheidsniveau zijn voor Den Haag cijfers beschikbaar over dit type delict en niet op gemeentelijk niveau; binnen de politie-eenheid Den Haag zijn 11.000 registraties gedaan van online fraude in 2024. Een andere vorm van digitale criminaliteit die een toename laat zien in het aantal registraties binnen Eenheid Den Haag is sextortion18. Bij dit delict gaat het om veel kleinere aantallen dan bij online fraude (153 registraties in 2024). Afbeelding 4.5: aantal registraties cybercrime 350 300 250 200 150 100 50 0 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Bron: Politiedata, 2025

16

CCV (2024). Definities cybercrime. Opgehaald op 6 januari 2026 van https://hetccv.nl/themas/cyberveiligheid/cybercrime/beleid-cyberweerbaarheid/definities-cybercrime/

17

Veiligheidscoalitie (2024). Een onvolledig beeld: cybercrime daalt schijnbaar met 37%, maar cijfers laten maar een deel van de werkelijkheid zien. Opgehaald op 6 januari 2026 van https://veiligheidscoalitie.nl/nieuws/cybercriminaliteit-daalt-met-37-in-september#:~:text=Is%20cybercrime%20daadwerkelijk%20gedaald%3F,van%20het%20coderen%20van%20aangiften.

18

58

Sextortion is afpersing met seksueel beeldmateriaal van het slachtoffer

Staat van de Stad - Veiligheid

Deze cijfers sluiten aan bij de cijfers over het bredere slachtofferschap: volgens de Veiligheidsmonitor (2023) werd 16,4% van de Haagse inwoners slachtoffer van online criminaliteit, waarvan 9,9% door online fraude. In afbeelding 4.6 is het percentage slachtofferschap van online criminaliteit gevisualiseerd. Hieruit blijkt dat aankoopfraude het vaakst voorkomt. Afbeelding 4.6: ervaren online slachtofferschap in Den Haag in percentages 8% 7% 6% 5% 4% 3% 2% 1%

ig

eo

nl

Sh

in

am

ed

es

eli

ex

c te

tin

n

g

g al k St

er Cy b

eit Id

en

tit

in

n pe

au sfr

ve gs lin ta

Fr

Ov

au

er

de

be

ste

de

r rk ee

ng hi ys Ph

ck en Ha

ra pf ko o Ve r

Aa

nk oo

pf

ra

ud

ud

e

e

0

2021

2023

Bron: Veiligheidsmonitor, 2023

In Den Haag meldt 21,7% van de slachtoffers van online criminaliteit emotionele problemen, vooral bij identiteitsfraude (26,1%), phishing (23,5%) en hacken (20,7%). Naast gevoelens van angst, frustratie en machteloosheid, ervaren slachtoffers ook financiële schade. In 11,8% van de gevallen gaat het om financiële problemen, waarbij verkoopfraude het vaakst als oorzaak wordt genoemd (18,3%). De impact van online delicten manifesteert zich daarmee op zowel emotioneel als praktisch vlak, en kan langdurig doorwerken. De veronderstelling dat voornamelijk ouderen het slachtoffer worden van cybercriminaliteit wordt niet bevestigd door recente gegevens. Zo blijkt uit onderzoek19 dat jongeren in grotere mate slachtoffer zijn van online criminaliteit dan ouderen: 20% van de 15- tot 25-jarigen werd slachtoffer, tegenover 10% van de 65-plussers. Uit Haagse data20 blijkt dat slachtoffers van aanen verkoopfraude voornamelijk behoren tot de leeftijdscategorie 18 tot en met 54 jaar. Het hogere aandeel jongere slachtoffers kan mogelijk verklaard worden door hun grotere betrokkenheid bij online aankopen vergeleken met oudere leeftijdsgroepen. Minderjarigen zijn daarentegen minder vaak slachtoffer van andere vormen van online fraude en oplichting. Slachtoffers van fraudevormen als beleggingsfraude, bankphishing en creditcardfraude zijn doorgaans ouder dan 25 jaar.

Bovendien is er een verhoogd risico op herhaald slachtofferschap onder slachtoffers van online fraude.21

19

Arends, J., Derksen, E., & Morren, M. (2024). Online Veiligheid en Criminaliteit. Centraal Bureau voor de Statistiek. Opgehaald van: https:// www.cbs.nl/nl/longread/rapportages/2025/online-veiligheid-en-criminaliteit-2024.

20

Veiligheidsmonitor 2023.

21

van ’t Hoff-de Goede, M. S., van de Weijer, S., & Leukfeldt, R. (2024). Explaining cybercrime victimization using a longitudinal population-based survey experiment. Are personal characteristics, online routine activities, and actual self-protective online behavior related to future cybercrime victimization? Journal of Crime and Justice, 47(4), 472–491.

Veiligheid - Staat van de Stad

59

4.7 Maatschappelijke onrust en polarisatie Als diverse stad, politiek centrum van Nederland en internationale stad van Vrede en Recht, heeft Den Haag dagelijks te maken met spanningen die voortkomen uit zowel nationale als internationale maatschappelijke ontwikkelingen. Een van de uitingsvormen hiervan is het aantal complexere demonstraties. Er vinden met enige regelmaat incidenten plaats die de veiligheidsbeleving van gemeenschappen in de stad negatief kunnen beïnvloeden. Echter, het overgrote deel van de demonstraties verloopt zonder problemen. Het is niet eenvoudig om kwantitatief inzicht te bieden in de mate waarin Haagse bewoners geconfronteerd worden met gepolariseerd of geradicaliseerd gedachtegoed. De Veiligheidsmonitor biedt enig inzicht in de mate waarin inwoners uit Den Haag dergelijk gedachtegoed onder hun buurtbewoners signaleren (afbeelding 4.7.). Afbeelding 4.7: Respondenten die aangeven buurtbewoners te kennen met die (% veel):

Bron: Veiligheidsmonitor, 2023

Gemiddeld 12% van de Haagse respondenten geeft aan veel personen in hun woonbuurt te kennen met een extreem negatieve mening over migranten of mensen met een niet-Nederlandse migratieachtergrond. 11% van de Haagse respondenten geeft aan veel buurtbewoners te kennen die de overheid, media of wetenschap niet vertrouwen. Bij deze twee typen gedachtegoed is ook aanzienlijke variatie tussen stadsdelen zichtbaar (7,9% tot 16,1% en 1,7% tot 8,4% resp. tussen de stadsdelen onderling). Aangezien in 2023 dit thema voor het eerst in de Veiligheidsmonitor is toegevoegd en er

60

Staat van de Stad - Veiligheid

nog geen vergelijkbaar onderzoek is gedaan in Nederland onder bewoners, zijn bovenstaande bevindingen informatief en verkennend, maar lastig in een bredere context te plaatsen. Daarom wordt ook gekeken naar andere informatiebronnen, waaronder input van professionals. Uit een inventarisatie onder Haagse professionals uit o.a. onderwijs, zorg en veiligheidspartners blijkt dat professionals te maken krijgen met inwoners die hun wantrouwen en frustratie jegens de overheid rechtstreeks richten op hulpverleners, ambtenaren politiemedewerkers en andere professionals. Soms uit dit wantrouwen zich in dreigende taal of het negeren van contactverzoeken. Daarnaast signaleren zij de aanwezigheid van botsende en extreme opvattingen onder inwoners over maatschappelijke thema’s die lokaal spelen. Deze toenemende tegenstellingen maken bepaalde onderwerpen moeilijk bespreekbaar. Ook het online domein speelt een steeds prominentere rol in het aanwakkeren van schadelijke polarisatie, spanningen tussen bevolkingsgroepen en maatschappelijk ongenoegen. De politie-eenheid Den Haag signaleert bijvoorbeeld dat radicalisering, van met name jongeren, in toenemende mate een online component kent, bijvoorbeeld op extremistische fora en chatgroepen. Zicht op online ontwikkelingen die betrekking hebben op polarisatie en maatschappelijk ongenoegen blijft echter beperkt mogelijk.

Ook zijn zowel landelijk als in Den Haag meer ordeverstorende demonstraties of incidenten over het Nederlandse asielbeleid.

4.8 Huiselijk geweld en dodelijk partner geweld in Den Haag De geregistreerde misdrijfcijfers van huiselijk geweld in de Den Haag laten op de korte termijn een lichte stijging zien: in november 2024 werden 704 misdrijven geregistreerd, tegenover 726 in november 2025. Op de langere termijn is sprake van een daling. In 2020 werden 1.011 misdrijven geregistreerd, gevolgd door 853 in 2021, 968 in 2022, 820 in 2023 en 750 in 2024. Ook de cijfers van Veilig Thuis geven inzicht in de omvang van huiselijk geweld in de gemeente Den Haag. Het aantal meldingen is in de periode 2020–2024 gedaald van 6.265 in 2020 naar 4.885 in 2024. Een kanttekening hierbij is dat op basis van zelf-gerapporteerd slachtofferschap in de periode 2020–2024 landelijk geen daling wordt gezien, maar sprake is van een stabiel beeld. Op het niveau van de politie-eenheid Den Haag is nadere informatie beschikbaar over het type huiselijk geweld. Deze cijfers laten zien dat binnen de huiselijk-geweldsmisdrijven de daling bij bedreiging en stalking ongeveer gelijk is aan de daling bij fysiek geweld. Voor zwaarder fysiek geweld binnen de eenheid Den Haag zijn de aantallen in de periode 2019–2024 redelijk stabiel gebleven. In 2025 ligt het aantal vooralsnog lager, maar het gaat om relatief kleine aantallen, waarbij schommelingen eerder kunnen optreden.

Wat betreft fataal huiselijk geweld is zichtbaar dat het aantal (ex-)partnerdodingen binnen de eenheid Den Haag in 2024 (3 gevallen) en in de eerste acht maanden van 2025 (1 geval) lager ligt dan in de periode 2019–2023, waarin jaarlijks 5 tot 7 gevallen voorkwamen. Het algemene beeld blijft daarbij dat bijna de helft van de voltooide moorden en doodslagen plaatsvindt in de familie- of relatiesfeer.

Veiligheid - Staat van de Stad

61

5

Cultuur en bibliotheken

• Herstel en groei na corona: De Haagse cultuursector zit duidelijk weer in de lift. Bezoekersaantallen van podia en musea laten vanaf 2022 een sterke stijging zien, met 2024 als nieuw hoogtepunt voor veel instellingen, al zijn cijfers nog niet overal volledig. • Waardering cultuuraanbod blijft stabiel: Inwoners beoordelen het totale culturele aanbod al jaren met een rapportcijfer tussen 7,2 en 7,8 (7,4 in 2025). Het belang dat mensen hechten aan kunst en cultuur is licht gestegen, maar de waardering voor diversiteit en aansluiting bij de stad laat een lichte dalende trend zien. • Verschillen cultuurbezoek tussen groepen en wijken: Publieksonderzoek toont aan dat cultuurbezoek ongelijk verdeeld is en samenhangt met inkomen en afstand tot culturele voorzieningen. Mensen met lagere inkomens en bewoners verder van het centrum bezoeken minder vaak culturele instellingen. • Bibliotheek als laagdrempelige ontmoetingsplek: Bibliotheek Den Haag ontvangt sinds 2023 ieder jaar een toenemend aantal bezoekers en bereikte in 2025 een symbolische mijlpaal van 2 miljoen bezoekers. Het aantal activiteiten en deelnemers groeit sterk, terwijl het aantal uitleningen stabiel blijft, wat wijst op een bredere functie dan alleen lenen. • Groeiende belangstelling voor het Haags Gemeentearchief: Via de website haagsgemeentearchief.

nl is steeds meer gedigitaliseerd archiefmateriaal beschikbaar voor een breed publiek. Dit draagt samen met publieksactiviteiten bij aan een groeiende interesse in de Haagse geschiedenis, al vraagt datakwaliteit nog aandacht.

5.1 Inleiding In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde kerncijfers over culturele instellingen, de waardering door inwoners van het cultuuraanbod en het bereik ervan. Daarnaast zijn kerncijfers over de bibliotheek en het gemeentearchief opgenomen.

5.2 Bezoekersaantallen culturele instellingen Hoewel de bezoekcijfers om verschillende redenen variëren per culturele organisatie, is over het algemeen goed te zien dat de cultuursector nog steeds ‘in de lift’ zit na corona. De cijfers zijn tot en met 2024. Deze gegevens zijn in sommige gevallen nog niet compleet doordat de instellingen deze nog niet hebben aangeleverd. Deze cijfers kunnen in de volgende editie van de Staat van de Stad worden meegenomen.

Cultuur en bibliotheken - Staat van de Stad

63

Afbeelding 5.1 Bezoekersaantallen culturele instellingen Podia

2021

2022

2023

2024

Amare

47.234

201.106

220.503

288.706

Zuiderstrandtheater

1.102

-

-

-

Nieuwe Kerk

8.993

16.168

20.292

12.672

Koninklijke Schouwburg

21.813

57.383

66.707

83.311

Theater aan het Spui

8.975

24.724

24.843

31.594

Korzo

19.427

27.771

26.282

28.964

Diligentia

12.419

41.866

43.329

35.954

PePijn

3.705

8.149

8.629

11.418

Zuiderparktheater Den Haag

5.928

23.495

30.770

42.728

Theater Vaillant

2.258

-

5.310

-

Muzee Scheveningen

952

7.819

5.523

5.384

De Regentes

-

9.949

14.545

14.713

Theater Dakota

14.010

23.442

27.493

28.818

Laak Theater

3.003

15.596

17.647

24.964

Podium Noord

-

2.200

2.825

3.173

Musea

2.021

2.022

2.023

2.024

Kunstmuseum

86.502

274.525

361.992

385.740

Mauritshuis

113.000

400.000

-

-

Museon

65.144

165.289

309.925

-

Panorama Mesdag

34.000

79.166

-

-

GEM/Fotomuseum

24.913

50.010

61.052

62.737

Escher in het Paleis

51.675

120.479

183.778

146.181

Beelden aan Zee

42.695

51.407

nb

nb

Gevangenpoort

15.993

44.095

61.002

60.698

Museum Beeld en Geluid

8.172

9.113

-

-

Haags Historisch Museum

14.731

38.897

46.742

41.955

Muzee

5.898

20.531

12.301

10.057

Meermanno

10.000

12.233

-

-

Museum Bredius

7.055

9.662

13.152

11.484

Bron: opgave instellingen

5.3 Oordeel inwoners over cultuuraanbod In de stadsenquête wordt jaarlijks aan de respondenten gevraagd wat hun oordeel is over het culturele aanbod in Den Haag aan de hand van een aantal vragen. Allereerst het rapportcijfer dat zij geven aan het totale cultuuraanbod. Dit fluctueert al jaren tussen de 7,2 en 7,8. In 2025 was dit een 7,4. Daarnaast is aan mensen gevraagd hoe belangrijk zij kunst en cultuur in hun leven vinden op een schaal van 1 tot 10. Dit wordt – net als in 2024 - gemiddeld gewaardeerd met een 7,2.

64

Staat van de Stad - Cultuur en bibliotheken

De respondenten van de Stadsenquête zijn iets kritischer geworden bij de stellingen ‘het culturele aanbod van Den Haag is divers', ‘er is voor ieder wat wils’, ‘het aanbod van de Haagse cultuursector past goed bij de stad’ en ‘het aanbod van de Haagse cultuursector past goed bij mij’. Hoewel nog steeds tweederde positief is, een belangrijk deel neutraal en een klein aantal onvoldoende, is er een lichte neerwaartse trend te zien bij deze stellingen. Hier is geen verklaring voor.

Publieksonderzoek Sinds enkele jaren wordt er iedere twee jaar een publieksonderzoek uitgevoerd in de cultuursector. Tot en met 2024 (waar de resultaten betrekking op hebben), was deelname aan dit onderzoek vrijwillig. Vanaf 2025 is het voor culturele organisaties die een gemeentelijke subsidie ontvangen verplicht om deel te nemen aan het onderzoek. Het onderzoek maakt gebruik van het Culturele Doelgroepenmodel dat is ontwikkeld door Rotterdam Festivals en inmiddels landelijk wordt gebruikt. Het onderzoek laat goed zien dat er sprake is van ongelijke mate van cultuurbezoek onder de inwoners van Den Haag. Dit lijkt te zijn gecorreleerd met inkomen: in de wijken waar het inkomen gemiddeld lager ligt, is het cultuurbezoek ook lager. Tegelijk is ook te zien dat afstand een rol speelt. Mensen uit doelgroepen die minder vaak gebruik maken van culturele voorzieningen, maken daar iets vaker gebruik van naarmate ze dichter bij het centrum wonen (waar veel culturele voorzieningen zijn), dan mensen in wijken en buurten waar die voorzieningen minder zijn. Om de data inzichtelijk te maken is een dashboard ontwikkeld dat is te raadplegen via https://thehague.com/partners/nl/over-ons/publieksonderzoekculturele-doelgroepenmodel Afbeelding 5.2 Spreiding van de cultuurbezoekers over Den Haag

Bron: The Hague & Partners

Cultuur en bibliotheken - Staat van de Stad

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16772380/1