RIS325009 Bijlage Staat van de stad 2026 Geredigeerd
Tekst van het document
Staat van de Stad 2026
Voorwoord Voor u ligt de vierde Staat van de Stad Den Haag: een verzameling van cijfers, grafieken en figuren met analyses over hoe onze stad ervoor staat. De Staat van de Stad – die in 2020 in opdracht van de gemeenteraad voor het eerst in deze vorm verscheen – blijft in ontwikkeling om in te spelen op actuele vragen. Tegelijkertijd blijven het raamwerk van de Staat en de beschreven hoofdstukken zoveel mogelijk gelijk om trends en ontwikkelingen duidelijk zichtbaar te maken. Daarin volgen we de hoofdstukken uit de gemeentelijke programmabegroting. De Haagse bevolking blijft gestaag groeien; met ongeveer 100.000 mensen tot 2050. Dankzij de komst van studenten, starters en migranten blijft de bevolking relatief jong. Niettemin neemt het aandeel ouderen toe. De groei zorgt voor extra druk op de voorzieningen, instellingen en infrastructuur die de stad leefbaar houden. Deze diverse stedelijke opgaven zijn niet los van elkaar te zien, maar bevinden zich op het snijvlak van verschillende domeinen. Dat vraagt om samenwerking en een integrale blik die de afzonderlijke domeinen overstijgt. De Staat laat een groeiende, maar ook zeker veerkrachtige stad zien. Ook de economie groeit mee met de ontwikkelingen in Den Haag en de werkgelegenheid blijft onverminderd hoog. Dat is een compliment aan ieder die in Den Haag woont of werkt.
Samen met de Staat van de Organisatie, de Staat van de Financiën en de rapportage van de Stadsenquête onder inwoners van Den Haag bieden we met dit rapport een compleet overzicht van informatie voor de nieuwe gemeenteraad en een nieuw college. Uiteraard is de Staat (evenals bovengenoemde rapportages) openbaar en in te zien op www. denhaagincijfers.nl Ik wens iedereen veel leesplezier met dit nuttige en overzichtelijke naslagwerk. Klaas Verschuure Wethouder Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa
Voorwoord - Staat van de Stad
3
Inhoud Voorwoord3 Managementsamenvatting
6
Hoofdstuk 1
Bevolking10
Hoofdstuk 2
Participatie, dienstverlening en vertrouwen
20
Hoofdstuk 3
Duurzaamheid en energietransitie
34
Hoofdstuk 4
Veiligheid50
Hoofdstuk 5
Cultuur en bibliotheken
Hoofdstuk 6
Onderwijs68
Hoofdstuk 7
Werk en inkomen
80
Hoofdstuk 8
Gezondheid, zorg, welzijn en jeugd
92
»
8.a Gezondheid
94
»
8.b Zorg, welzijn en jeugd
106
Hoofdstuk 9
Openbare ruimte
124
Hoofdstuk 10
Sport136
Hoofdstuk 11
Economie146
Hoofdstuk 12
Mobiliteit160
Hoofdstuk 13
Wonen172
62
Inhoud - Staat van de Stad
5
Managementsamenvatting Deze managementsamenvatting beschrijft het beeld van de Stad Den Haag in 2026 gebaseerd op actueel beschikbare gegevens.1 De hoofdstukindeling volgt de programmabegroting van de gemeente Den Haag. Voorafgaand aan elk hoofdstuk is een samenvatting in bullets van de belangrijkste feiten en cijfers opgenomen. De Staat van de Stad Den Haag wordt in opdracht van de Raad gemaakt. Deze Staat van de Stad Den Haag 2026 (vanaf nu Staat) biedt een samenhangend en feitelijk overzicht van de sociaalmaatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkeling van Den Haag. De Staat doet geen uitspraken over beleid, maar vormt een belangrijke kennisbasis voor strategische duiding, monitoring en de voorbereiding van toekomstige bestuurlijke keuzes, waaronder het coalitieakkoord voor de collegeperiode vanaf 2026.
Bevolking en demografische ontwikkeling Den Haag blijft de komende decennia groeien. Het aantal inwoners neemt toe van bijna 570.000 begin 2026 naar tussen de 645 en 672 duizend inwoners in 2050, mede afhankelijk van het tempo van de woningbouw. Rond 2032 wordt de grens van 600.000 inwoners bereikt en in 2035 groeit de stad door tot ongeveer 608.000 inwoners. De bevolkingsgroei wordt vrijwel volledig gedragen door buitenlandse migratie en een positief geboortesaldo. Tegelijkertijd blijft de binnenlandse migratie naar andere gemeenten structureel negatief, met name doordat jonge gezinnen Den Haag verlaten op zoek naar betaalbare en ruimere woonmogelijkheden in de regio. De stad vergrijst, maar minder snel dan het landelijk gemiddelde. Door de aanhoudende instroom van studenten, starters en migranten blijft de bevolkingssamenstelling relatief jong. Niettemin neemt het aandeel ouderen toe, vooral in de wijken bij de kust en delen van Haagse Hout en Loosduinen. De verhouding tussen jongeren, werkenden en ouderen verandert zichtbaar: het aandeel jongeren ten opzichte van de beroepsbevolking neemt af, terwijl het aandeel ouderen juist toeneemt. Tegelijkertijd daalt het aantal potentiële mantelzorgers per zeer oude inwoner, wat wijst op toenemende druk op informele zorgstructuren. Ruimtelijk is de bevolkingsgroei ongelijk verdeeld.
De grootste groei vindt plaats in Laak, delen van het Centrum en Haagse Hout, mede door binnenstedelijke verdichting en nieuwbouw. In enkele buurten is juist sprake van stagnatie of tijdelijke krimp, bijvoorbeeld als gevolg van sloopnieuwbouw of een verouderende bevolkingssamenstelling. Deze verschillen zorgen voor uiteenlopende opgaven per wijk.
Huishoudens, draagkracht en sociale structuur Parallel aan de bevolkingsgroei neemt het aantal huishoudens toe, en sneller dan het aantal inwoners. Dit is het gevolg van een voortgaande daling van de gemiddelde huishoudensgrootte. Vooral het aantal eenpersoonshuishoudens groeit sterk; naar verwachting bestaat in 2033 meer dan de helft van alle Haagse huishoudens uit alleenstaanden. Tegelijkertijd groeit het aantal huishoudens met kinderen nauwelijks en neemt hun aandeel relatief af. Deze ontwikkeling heeft belangrijke gevolgen voor de stedelijke draagkracht. Kleinere huishoudens stellen andere eisen aan de woningvoorraad, versterken de vraag naar kleinere en betaalbare woningen en vergroten de behoefte aan nabijheid van voorzieningen. Daarnaast neemt het risico op eenzaamheid toe. Ook de vraag naar zorg en ondersteuning verandert, doordat steeds meer mensen zelfstandig wonen op hogere leeftijd.
1
Niet alle cijfers van de Stadsenquête 2025 waren al beschikbaar voor deze rapportage. De totale rapportage Stadsenquête 2025 wordt dit
voorjaar gepubliceerd op www.denhaagincijfers.nl.
6
Staat van de Stad - Algemeen
Participatie: invloed en betrokkenheid van inwoners In verschillende onderzoeken geven de meeste inwoners aan mee te willen denken over plannen voor hun buurt, wijk of de stad als geheel. Een derde van de inwoners voelt zich betrokken bij Den Haag als geheel. Digitale participatievormen winnen aan belang, maar vervangen niet volledig de behoefte aan persoonlijk contact en zichtbare terugkoppeling.
Dienstverlening Inwoners van Den Haag hebben contact met de gemeente over onderwerpen als wonen, leefomgeving en burgerzaken. Sommige groepen hebben intensiever contact, bijvoorbeeld rondom thema's als geldzaken of zorg. Het merendeel van het contact met de gemeente verloopt digitaal; via de gemeentelijke website, MijnDenHaag en digitale formulieren. Daarnaast blijven telefonie, publieksbalies en andere loketten belangrijk, met name bij belangrijke levensgebeurtenissen zoals een verhuizing, geboorte of overlijden en bij intensieve ondersteuning. De gemiddelde tevredenheid over de gemeentelijke dienstverlening was in 2024 een 7,0. De gemeente werd ervaren als betrouwbaar en duidelijk (68%). Het aantal klachten in 2025 was 2295.
Inclusie en sociale samenhang Den Haag is een diverse stad waar inwoners met uiteenlopende achtergronden samenleven. Die diversiteit vormt een kracht, maar brengt ook spanningen met zich mee. In 2024 is het aantal meldingen van discriminatie sterk toegenomen. Dit heeft zeer waarschijnlijk te maken met de verbeterde herkenbaarheid van de gemeenschappelijke naamgeving van de antidiscriminatievoorziening. Discriminatie wordt ervaren op verschillende wettelijke gronden (onder andere ‘ras’ of afkomst; geslacht en religie) en op verschillende maatschappelijke terreinen (onder andere de arbeidsmarkt, in de gemeentelijke en collectieve dienstverlening en in de openbare ruimte). De sociale cohesie verschilt sterk per wijk. In stadsranden en buitenwijken ervaren bewoners gemiddeld meer samenhang, stabiliteit en veiligheid dan in dichtbebouwde, dynamische binnenstedelijke wijken waar de bevolkingssamenstelling sneller wisselt. Deze verschillen zijn structureel en hangen samen met sociaaleconomische positie, woningtypologie en verhuismobiliteit. Op het gebied van emancipatie valt vooral de positie van LHBTQIA+ inwoners op. Zij geven in toenemende mate aan zich onveilig te voelen in de stad en ervaren relatief vaak intimidatie of geweld.
Vertrouwen en ervaring van grondrechten Vertrouwen wordt beïnvloed door dienstverlening, responsiviteit van de gemeente en de mate waarop inwoners invloed hebben op beleid en projecten van de gemeente. Twee derde (62%) van de bevraagden gaven in 2025 het cijfer 7 of hoger op de vraag in hoeverre zij vertrouwen in de gemeente Den Haag hebben. Eén van de indicatoren over het vertrouwen en de betrokkenheid van inwoners bij de (lokale) politiek is de opkomst bij verkiezingen. De opkomst bij de Tweede Kamerverkiezingen in oktober 2025 was 69,36%, een lichte stijging vergeleken met de Tweede Kamerverkiezing in 2023. Een van de Nederlandse grondrechten is gelijke behandeling en discriminatieverbod. In de Stadsenquête 2025 van Den Haag zegt ongeveer een derde van de inwoners discriminatie te hebben ervaren, een hoger aandeel dan in 2023. Discriminatie vindt vooral plaats op straat en in openbare gelegenheden, en wordt volgens de respondenten met name toegeschreven aan afkomst, godsdienst, genderidentiteit en leeftijd. Weinig inwoners (2%) melden discriminatie. Daarnaast zegt een groot deel van de inwoners dat zij zich zouden uitspreken tegen discriminatie of geweld wanneer zij dat zien. De meeste inwoners vinden dat iedereen gelijk is en dat men zich vrij moet kunnen uitspreken.
Algemeen - Staat van de Stad
7
Duurzaamheid, energie en klimaatadaptatie Op het terrein van duurzaamheid is vooruitgang geboekt. De uitstoot van broeikasgassen is in 2024 met circa vier procent gedaald ten opzichte van het jaar ervoor. Een groot deel van de uitstoot komt uit de gebouwde omgeving. Er zijn stappen gezet op het gebied van isolatie, zonnepanelen en warmtenetten. Het merendeel van de woningen maakt nog gebruik van aardgas. Netcongestie vormt een steeds groter knelpunt en belemmert verdere elektrificatie en verduurzaming. Daarnaast kampt Den Haag met een relatief hoog aandeel huishoudens dat te maken heeft met energiearmoede, vooral in vooroorlogse wijken met een lagere woningkwaliteit. Klimaatverandering leidt tot meer hittestress, wateroverlast en perioden van droogte, vooral in versteende buurten. Hoewel het totale groenoppervlak in de stad is toegenomen, neemt het groen per woning af door verdichting. De afvalscheiding blijft stabiel, terwijl de hoeveelheid restafval per inwoner licht is gestegen.
Veiligheid, ondermijning en maatschappelijke spanningen Het veiligheidsbeeld in Den Haag is de afgelopen decennia verbeterd, en de laatste jaren gestabiliseerd. Deze daling kent verschillende oorzaken, waaronder meer aandacht voor preventie, demografische ontwikkelingen en in algemene zin verbeterde welstand. Cybercriminaliteit en online fraude zijn toegenomen, en ondermijnende criminaliteit blijft aanwezig (drugseconomie, explosievenincidenten en vormen van mensenhandel en arbeidsuitbuiting). De jeugdcriminaliteit is structureel gedaald, maar het profiel verandert. Relatief meer meisjes en jongere minderjarigen zijn betrokken bij geweldsdelicten, vaak in samenhang met online groepsvorming en escalaties in de fysieke ruimte. Overlast door dak- en thuisloosheid en door personen met verward gedrag is de afgelopen jaren sterk toegenomen, wat de druk op buurten en zorgketens vergroot. Daarnaast is er sprake van een toenemend aantal demonstraties.
Cultuur en bibliotheken Na de coronaperiode heeft de cultuursector zich hersteld. Bezoekcijfers van podia, musea en culturele evenementen nemen weer toe. Tegelijkertijd bestaan grote verschillen in cultuurdeelname tussen wijken en inkomensgroepen, wat samenhangt met bereikbaarheid, afstand en sociaaleconomische positie. Bibliotheek Den Haag trekt jaarlijks circa twee miljoen bezoeken.
Onderwijs In het onderwijs is kansengelijkheid een centrale opgave. Het aandeel leerlingen met een verhoogd risico op onderwijsachterstanden is licht gedaald. De deelname aan voorschoolse educatie is de afgelopen jaren toegenomen, wat bijdraagt aan een betere startpositie voor jonge kinderen. Tegelijkertijd blijft het lerarentekort, vooral in het primair onderwijs, aanzienlijk en ongelijk verdeeld over stadsdelen. Dit zet de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs onder druk. Het aantal thuiszitters en vrijstellingen van de leerplicht is gestegen, wat wijst op toenemende complexiteit rond passend onderwijs en jeugdhulp. Den Haag blijft een belangrijke kennis- en studentenstad, al is het totale aantal studenten, met name in het hbo, licht gedaald.
Werk, inkomen en bestaanszekerheid De Haagse economie groeit en de werkgelegenheid is hoog. De arbeidsparticipatie blijft lager dan in andere grote steden. De inkomensverschillen binnen de stad zijn groot en het gemiddelde inkomen ligt onder het landelijk gemiddelde. In 2023 leefde bijna twintig procent van de Haagse huishoudens van een inkomen tot 150 procent van het sociaal minimum en met weinig vermogen. Armoede is vaak langdurig en treft in toenemende mate ook werkenden en kinderen.
8
Staat van de Stad - Algemeen
Gezondheid, zorg, welzijn en jeugd Bijna driekwart van de Hagenaars van 18 jaar en ouder beoordeelt de eigen gezondheid als (zeer) goed. De gezondheid van Hagenaars verschilt aanzienlijk tussen wijken; de gezonde levensverwachting ligt in wijken met een lage SES (sociaaleconomische status) duidelijk lager dan in welvarender buurten. Eenzaamheid, mentale klachten, overgewicht en ongezonde leefstijl komen veel voor. De vraag naar zorg en ondersteuning neemt toe, onder meer door vergrijzing, complexere problematiek en een gebrek aan geschikte woonvormen voor kwetsbare groepen. In de jeugdhulp is ingezet op transformatie, maar jongeren verblijven vaak langer in zorg. Hoewel de vaccinatiegraad in Den Haag al jarenlang een dalende trend laat zien, is in 2024 het aantal gezette prikken voor maternale kinkhoestvaccinatie gestegen met 14 procent, BMR1 met 4 procent en DKTP met 9 procent.
Openbare ruimte, leefomgeving De waardering voor de leefomgeving is over het algemeen positief. De luchtkwaliteit voldoet aan de wettelijke eisen, de waterkwaliteit voldoet niet overal aan de normen. De ondergrond raakt steeds voller door kabels en leidingen.
Sport Sport en bewegen spelen een belangrijke rol in gezondheid en ontmoeting. De sportdeelname onder inwoners van Den Haag is de afgelopen jaren licht gestegen. De stijging in sportdeelname is ook zichtbaar in het aantal leden van sportclubs. Het aantal Hagenaars dat lid is van één of meerdere sportverenigingen is de laatste jaren namelijk flink gestegen. Verenigingen zien zich soms genoodzaakt tot ledenstops en wachtlijsten. Het tekort aan ruimte is veruit de belangrijkste oorzaak hiervan.
Economie De economische groei van de regio Den Haag is na 2020 hoger dan de periode daarvoor en boven het Nederlands gemiddelde. Ook de werkgelegenheid groeit. De kennisbasis breidde uit met de groei van universiteitsvestigingen en startups in typisch Haagse activiteiten als cyberveiligheid, duurzaamheid en recht. Tegelijkertijd is de op innovatie gerichte economie van kennisintensieve productie en diensten nu nog kleiner dan in andere grote steden, wat het verdienvermogen op de langere termijn onder druk zet. Een ander knelpunt voor de verdere economische ontwikkeling van de stad is de krappe kantoor- en bedrijfsruimtemarkt.
Mobiliteit De mobiliteit in Den Haag verandert onder invloed van groei en verdichting. Lopen en fietsen nemen een belangrijk aandeel in binnenstedelijke gebieden, terwijl autobezit en gebruik hoger liggen aan de randen van de stad. De uitstoot van mobiliteit is op lange termijn gedaald, maar stabiliseert recent. Elektrisch rijden en deelmobiliteit nemen toe, terwijl het openbaar vervoer trager herstelt na de coronaperiode.
Wonen De woningvoorraad is gegroeid door nieuwbouw en woningtoevoegingen door bouwkundig splitsen en transformatie. De woningmarkt blijft echter onder druk staan. Wachttijden in de sociale huur lopen verder op, het aanbod in de huursector is afgenomen en huur- en koopprijzen zijn gestegen. Samen met hogere energiekosten vertaalt dit zich in gestegen woonlasten. Meer Haagse huishoudens hebben te maken met vocht- en schimmelproblemen. Dit probleem doet zich vaker voor bij huishoudens in een huurwoning. De tevredenheid van huurders met hun woning en woonomgeving is afgenomen. Eigenaar-bewoners blijven consequent positief over hun woning, maar zijn wel minder tevreden met hun woonomgeving.
Algemeen - Staat van de Stad
9
1 •
Bevolking
•
De Nederlandse bevolking groeit en vergrijst. Het CBS verwacht voor de komende vijf jaar in ons land een gemiddelde groei van 82 duizend inwoners. In 2040 is een kwart van de Nederlanders 65+.
•
Ook de Haagse bevolking blijft groeien, van bijna 570 duizend personen nu, naar tussen de 645 en 672 duizend inwoners in 2050. Den Haag vergrijst relatief minder sterk dan landelijk.
•
Groei vindt plaats in vrijwel de gehele stad, maar vooral in Laakhavens, de Binckhorst en delen van Escamp. Vergrijzing manifesteert zich met name in de wijken langs de kust.
•
Groei komt door buitenlandse migratie en een geboorteoverschot. De binnenlandse migratie levert een negatief saldo, met name door verhuizingen vanuit Den Haag naar omliggende gemeenten.
•
De grootste groei vindt plaats bij de eenpersoonshuishoudens. Daardoor stijgt hun aandeel van 48,5 procent in 2025 naar 50,7 procent in 2035. Vergrijzing en de groei van het aantal studenten spelen daarbij een rol. Het aandeel huishoudens met kinderen neemt af.
1.1 Inleiding Dit hoofdstuk over de bevolking biedt een overzicht van de demografische ontwikkeling van Den Haag, een blik naar het verleden, heden en de toekomst. Na een korte schets van landelijke trends van het CBS ligt de nadruk op de Haagse situatie. Eerst komt de historische groei en de prognose tot 2050 aan bod. Daarna wordt ingezoomd op de factoren die de bevolkingsgroei beïnvloeden, zoals geboorte, sterfte en migratie. Ook wordt stilgestaan bij veranderingen in de huishoudenssamenstelling en hoe deze zich naar type en leeftijd ontwikkelen. Tot slot wordt de leeftijdsopbouw besproken en wat dit betekent voor de verhouding tussen jongeren, werkenden en ouderen, de zogeheten demografische druk.
1.2 CBS-bevolkingsprognose Nederland Volgens het CBS groeide de Nederlandse bevolking in 2025 met ongeveer 95 duizend mensen, een iets kleinere groei dan in 2024. In dat jaar groeide de bevolking met ruim 100 duizend mensen. De komende jaren zal de groei verder afnemen, gemiddeld verwacht het CBS een groei van 82 duizend inwoners per jaar voor de komende vijf jaar. Het CBS geeft aan dat de bevolking vooral groeit door migratie en doordat mensen langer leven. Rond 2040 zal een kwart van de inwoners 65 jaar of ouder zijn. Met name de buitenlandse migratie was de afgelopen jaren bepalend voor de groei van de bevolking. De verwachting van het CBS is dat de immigratie de komende jaren wat zal afnemen en de emigratie wat hoger zal zijn. Het aantal immigranten blijft wel hoger dan het aantal emigranten, waardoor het migratiesaldo internationaal voor Nederland positief blijft. De Nederlandse bevolking groeit naar verwachting tot ongeveer 20,6 miljoen inwoners in 2070, met een bandbreedte van 18,9 tot 22,3 miljoen. Deze bandbreedte is gebaseerd op variaties in geboortecijfers, levensverwachting en migratie, die per jaar kunnen fluctueren.
Bevolking - Staat van de Stad
11
Demografische ontwikkelingen tot 2050 Op 15 januari 2024 zijn de bevindingen van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 gepresenteerd. Belangrijkste aanbeveling in haar rapportage is de inzet op gematigde groei van de bevolking tot 2050 naar 19 tot 20 miljoen mensen. Zo kan Nederland ervoor zorgen dat wonen, gezondheidszorg en onderwijs voor iedereen goed bereikbaar blijven, de leefbaarheid wordt behouden en de economie sterk blijft, aldus de commissie. De gemeente heeft adviesbureau SEO gevraagd om voor Den Haag de demografische ontwikkelingen te vertalen naar kansen en keuzes voor gemeentelijk beleid.
1.3 H aagse ontwikkelingen: groei, krimp, stagnatie en hernieuwde groei Het aantal inwoners in Den Haag is sinds 1900 flink toegenomen, van ruim 200.000 aan het begin van de vorige eeuw tot bijna 570.000 inwoners aan het begin van 2026. In de tussentijd zijn er ook veel fluctuaties geweest in het aantal inwoners. Duidelijk herkenbaar in de tijdlijn (afbeelding 1.1) is de Tweede Wereldoorlog door een dip in het aantal inwoners. Na de Tweede Wereldoorlog is het aantal inwoners flink toegenomen, tot een korte periode (van 1958 tot 1964) waarin het aantal boven de 600.000 inwoners lag. Daarna begon de suburbanisatie in Den Haag; de trek uit de stad naar randgemeenten als Rijswijk en Zoetermeer, waardoor het aantal inwoners vanaf 1984 jarenlang net onder de 450.000 inwoners lag. Dat duurde tot 2002, toen bij een gemeentelijke herindeling de Vinexlocaties Leidschenveen en Ypenburg bij Den Haag kwamen. Deze uitbreidingslocaties zorgden er vanaf dat moment voor het aantal inwoners weer gestaag toe nam. Meer recent dragen ook binnenstedelijke nieuwbouwlocaties, met name in het Central Innovation District (CID) en Laak, bij aan de bevolkingsgroei. Afbeelding 1.1: Aantal inwoners van de gemeente Den Haag op 1 januari, van 1900 t/m 2026 700.000
600.000
500.000
400.000
300.000
Bron: DHIC/DPZ, 2026
12
Staat van de Stad - Bevolking
2026
2015
2020
2010
2005
1995
2000
1985
1990
1980
1975
1965
1970
1955
1960
1950
1945
1935
1940
1925
Aantal inwoners
1930
1920
1915
1910
1905
100.000
1900
200.000
De Haagse bevolkingsprognose Op 1 januari 2026 telde de gemeente Den Haag 569.604 inwoners. De bevolkingsprognose laat zien dat dit aantal de komende jaren verder zal toenemen. Rond 2032 wordt de grens van 600.000 inwoners bereikt en in 2035 groeit de stad door tot ongeveer 608.000 inwoners, een stijging van bijna 7 procent ten opzichte van 2026. Tot en met 2035 is de prognose mede gebaseerd op de actuele woningbouwprogrammering (stand december 2025). Daarna is het aantal geplande woningen te beperkt om als basis te dienen en worden aannames gemaakt op basis van historische bouwtrends. Hierdoor vertakt de prognose zich vanaf 2035 in twee varianten: bij een gemiddelde netto toevoeging van 2.000 woningen per jaar groeit de bevolking naar 645.000 inwoners in 2050, en bij 2.500 woningen per jaar naar 672.000 inwoners. Afbeelding 1.2: Aantal inwoners van de gemeente Den Haag op 1 januari, van 2010 t/m 2050 750.000
700.000
650.000
600.000
550.000
500.000
2050
2048
2046
2042
2044
2040
2038
2036
2034
2032
2030
2028
2026
2022
2024
2020
2018
2016
2014
2012
2010
450.000
Aantal inwoners Prognose 2000-variant Prognose 2500-variant
Bron: DHIC/DPZ, 2026
Ruimtelijke verschillen: groei en krimp Uit afbeelding 1.3 blijkt dat in het merendeel van de buurten een groei van het aantal inwoners wordt verwacht richting 2035. De grootste absolute bevolkingsgroei concentreert zich in Laakhavens, de Binckhorst en delen van Escamp. Dit zijn daarmee de gebieden waar het aantal inwoners het sterkst toeneemt. Tegelijkertijd laat de kaart zien dat in enkele wijken sprake is van een verwachte bevolkingsdaling. Dit geldt met name voor Leidschenveen-Ypenburg, delen van de Schilderswijk en het Wateringse Veld. In Leidschenveen-Ypenburg en het Wateringse Veld hangt deze krimp samen met de leeftijdsopbouw van de Vinex-wijken die circa twintig jaar geleden zijn ontwikkeld. Veel huishoudens bestaan hier uit gezinnen waarvan de kinderen inmiddels de leeftijd bereiken waarop zij het ouderlijk huis verlaten. Dit demografische proces is al zichtbaar en zal zich richting 2035 verder doorzetten, wat resulteert in een afname van het inwoneraantal in deze wijken.
Bevolking - Staat van de Stad
13
Afbeelding 1.3 Absolute bevolkingsgroei per buurt, 2026 t.o.v. 2035
Bron: DHIC/DPZ, 2026
Waar komt de groei vandaan? De groei van de Haagse bevolking wordt bepaald door drie componenten (afbeelding 1.4): Natuurlijke groei: het verschil tussen geboortes en sterfgevallen. De natuurlijke groei neemt sinds 2010 af, doordat er minder kinderen worden geboren en het aantal sterfgevallen stijgt. Toch blijft de natuurlijke groei positief en neemt deze na 2030 weer iets toe doordat er een lichte stijging van geboortes wordt verwacht in Den Haag. Binnenlandse migratie: verhuizingen binnen Nederland. Al jaren verhuizen meer mensen vanuit Den Haag naar andere gemeenten dan andersom, vooral jonge gezinnen zoeken naar betaalbare woningen buiten de stad. In de periode rond 2029-2031 verandert dit beeld tijdelijk, omdat er in die periode in Den Haag veel nieuwe woningen gepland staan. Dan wordt het binnenlands migratiesaldo zelfs even positief. Buitenlandse migratie: vestiging vanuit het buitenland. Dit is de belangrijkste motor van de bevolkingsgroei en tegelijkertijd het moeilijkst te voorspellen. Er komen structureel meer mensen uit het buitenland naar Den Haag dan dat er vertrekken. Dit saldo schommelt sterk, afhankelijk van internationale ontwikkelingen (zoals de oorlog in Oekraïne of coronaperiode), maar blijft de komende decennia naar verwachting positief.
14
Staat van de Stad - Bevolking
Afbeelding 1.4: Verloop van natuurlijke groei, binnenlands- en buitenlands migratiesaldo, 2005 t/m 2033 16.000 15.000 14.000 13.000 12.000 11.000 10.000 9.000 8.000 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 -1.000 -2.000 -3.000 -4.000 -5.000 -6.000 2005 2007 2009 2011 2013 2015 2017 2019 2021 2023 2025 2027 2029 2031 2033 2035 Natuurlijke groei
Natuurlijke groei prognose variant
Binnenlands migratiesaldo
Binnenlands migratiesaldo prognose
Buitenlands migratiesaldo
Buitenlands migratiesaldo prognose
Bron: DHIC/DPZ, 2026 - bewerking DSO-SEPO
Verdeling en groei van huishoudens in Den Haag Met de groei van de bevolking neemt ook het aantal huishoudens in Den Haag de komende decennia verder toe. In 2000 telde de stad 226.000 huishoudens, in 2025 waren dat er 288.000, een stijging van 27 procent. Deze groei liep vrijwel gelijk op met de bevolkingsgroei. Voor 2035 wordt een verdere toename verwacht naar 318.000 huishoudens, en in 2050 naar 339.000 (2000-woningen variant) tot 352.000 (2500-woningen variant). Daarmee blijft het aantal huishoudens ook op lange termijn groeien. Binnen deze groei zijn er duidelijke verschillen naar type huishouden. Alle vier de typen nemen in absolute zin toe, maar de grootste groei vindt plaats bij de eenpersoonshuishoudens. Daardoor stijgt hun aandeel van 48,5 procent in 2025 naar 50,7 procent in 2035. Ook het aantal samenwonenden zonder kinderen neemt toe, terwijl het aantal samenwonenden met kinderen en eenoudergezinnen nagenoeg gelijkt blijft en in relatieve zin zelfs iets afneemt. Hiermee zet een bestaande trend door: huishoudens zonder kinderen nemen een steeds groter aandeel in de stedelijke huishoudenssamenstelling in. De groei van eenpersoonshuishoudens komt uit twee richtingen. Aan de ene kant neemt het aantal jonge alleenstaanden toe, vooral jongvolwassenen die zelfstandig gaan wonen. Aan de andere kant groeit het aantal oudere alleenstaanden, in het bijzonder 75-plussers.
Dit hangt vaak samen met scheiding of het overlijden van een partner. Voor de samenwonenden zonder kinderen geldt dat de toename vooral zichtbaar is bij jongvolwassenen. Bij huishoudens met kinderen daarentegen is sprake van een lichte afname bij de leeftijdsgroep waarvan het huishouden wordt geleid door 35- tot 44-jarigen.
Bevolking - Staat van de Stad
15
Afbeelding 1.5 Aantal huishoudens per type samenstelling in Den Haag, 2000 t/m 2035
Eenpersoonshuishouden Samenwonend zonder kinderen Samenwonend met kinderen Eenoudergezin
2034
2032
2030
2028
2026
2024
2022
2020
2018
2016
2014
2012
2010
2008
2006
2004
2002
2000
200.000 190.000 180.000 170.000 160.000 150.000 140.000 130.000 120.000 110.000 100.000 90.000 80.000 70.000 60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 0
Eenpersoonshuishouden prognose Samenwonend zonder kinderen prognose Samenwonend met kinderen prognose Eenoudergezin prognose
Bron: DHIC/SEPO, 2026
Alles bij elkaar betekent dit dat de groei van het aantal huishoudens in Den Haag vooral wordt gedragen door alleenstaanden en in mindere mate door huishoudens zonder kinderen. Huishoudens met kinderen blijven aanwezig, maar groeien nauwelijks meer mee met de totale ontwikkeling.
1.4 L eeftijdsopbouw en vergrijzing; impact op beroepsbevolking De bevolkingsopbouw van Den Haag verandert de komende jaren, wat gevolgen heeft voor de omvang en samenstelling van de beroepsbevolking. In 2026 is de groep 25- tot 44-jarigen relatief groot en het aandeel 55-plussers kleiner dan gemiddeld in Nederland. Dit betekent dat Den Haag momenteel een relatief hoog aandeel inwoners in de werkzame leeftijd heeft, kenmerkend voor een stedelijke omgeving met studenten en veel jonge volwassenen. Tussen 2025 en 2035 verschuift deze verdeling. Het aandeel inwoners tussen 25 en 44 jaar neemt verder toe, net als het aandeel 60-plussers, terwijl het aandeel jongeren en 50- tot 59-jarigen afneemt. Hierdoor groeit de beroepsbevolking aanvankelijk nog door, maar wordt zij tegelijkertijd ouder.
Demografische druk De demografische druk geeft een beeld van de verhouding tussen mensen die nog niet of niet meer werken aan de ene kant en de potentiële beroepsbevolking aan de andere kant. Deze druk is belangrijk omdat zij iets zegt over de draagkracht van de samenleving: hoeveel mensen kunnen werken en hoeveel mensen zijn afhankelijk van hun inzet, zowel economisch als in de zorg.
16
Staat van de Stad - Bevolking
Afbeelding 1.6 Leeftijdsverdeling Den Haag, 2026 en 2035, percentages 95+ jaar 90 t/m 94 jaar 85 t/m 89 jaar 80 t/m 84 jaar 75 t/m 79 jaar 70t/m 74 jaar 65 t/m 69 jaar 60 t/m 64 jaar 55 t/m 59 jaar 50 t/m 54 jaar 45 t/m 49 jaar 40 t/m 44 jaar 35 t/m 39 jaar 30 t/m 34 jaar 25 t/m 29 jaar 20 t/m 24 jaar 15 t/m 19 jaar 10 t/m 14 jaar 5 t/m 9 jaar 0 t/m 4 jaar 10%
8%
6%
4%
2035 vrouwen
2% 2026 mannen
%
2%
4%
2035 mannen
6%
8%
10%
2026 vrouwen
Bron: DHIC/DPZ, 2026 – bewerking DSO-SEPO
We onderscheiden drie maatstaven: •
Groene druk – de verhouding tussen het aantal jongeren tot 14 jaar en de 15–65 jarigen;
•
Grijze druk – de verhouding tussen het aantal 65-plussers en de bevolking van 15–65 jaar;
•
Oldest Old Support Ratio – de verhouding tussen mensen van 50–74 jaar en het aantal 85-plussers. Deze maat geeft inzicht in de beschikbaarheid van potentiële mantelzorgers.
Groene druk: minder jongeren in verhouding tot werkenden In Den Haag neemt de groene druk, het aantal kinderen en jongeren (0-14 jaar) ten opzichte van de werkende bevolking (15-65 jaar), sinds 2015 af. Deze daling zal naar verwachting doorgaan tot ongeveer 2032, waarna de verhouding stabiliseert. Dit betekent dat er relatief steeds minder jongeren zijn in vergelijking met het aantal werkenden. Landelijk ligt de groene druk hoger dan in Den Haag en is deze de afgelopen twintig jaar vrij stabiel gebleven. Voor de komende jaren wordt landelijk een lichte stijging van de groene druk verwacht.
Grijze druk: ouderen nemen toe, maar minder sterk dan landelijk De grijze druk zit sinds 2011 in een stijgende lijn in Den Haag. Dit betekent dat er steeds meer ouderen (65-plussers) zijn in verhouding tot de werkende bevolking van Den Haag. Ook in de toekomst blijft dat zo: de stad vergrijst wel, maar minder snel dan omliggende gemeenten en het landelijk gemiddelde. Dit komt doordat Den Haag een relatief jonge instroom kent van studenten, starters en migranten. Toch neemt het aandeel ouderen ten opzichte van de werkende bevolking, tenminste tot 2035, gestaag toe.
Bevolking - Staat van de Stad
17
Afbeelding 1.7: Groene druk en Grijze druk in Den Haag, van 2007 t/m 2035 29 28 27 26 25 24 23 22 21 20 19 18 17 16
2007 2009 2011
2013
2015
Groene druk Grijze druk
2017 2019 2021 2023 2025 2027 2029 2031 2033 2035
Groene druk prognose Grijze druk prognose
Bron: DHIC/DPZ, 2026 – bewerking DSO-SEPO
Oldest Old Support Ratio: minder mantelzorgers beschikbaar De Oldest Old Support Ratio, de verhouding tussen 50- tot 74-jarigen (potentiële mantelzorgers) en 85-plussers, laat in de toekomst een duidelijke daling zien. Tot 2023 nam deze verhouding nog toe, maar sinds 2018 ligt het Haagse cijfer al hoger dan het landelijke gemiddelde. Zowel in Den Haag als landelijk zet nu een dalende trend in. Dit komt doordat het aantal 85-plussers sterk groeit, terwijl de groep potentiële mantelzorgers veel minder hard toeneemt. In de toekomst zullen er dus relatief minder mensen beschikbaar zijn om informele zorg te bieden aan de oudste inwoners. Afbeelding 1.8: Oldest Old Support Ratio in Den Haag, van 2007 t/m 2035 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 2007 2009 2011
2013
2015
Oldest old support ratio
2017 2019 2021 2023 2025 2027 2029 2031 2033 2035 Oldest old support ratio prognose
Bron: DHIC/DPZ, 2026 – bewerking DSO-SEPO
18
Staat van de Stad - Bevolking
Ruimtelijke verschillen In afbeelding 1.9 is zichtbaar dat de grijze druk het hoogst is in de buurten langs de kust, zoals in Loosduinen, Scheveningen en delen van Haagse Hout. In deze gebieden is het aandeel 65-plussers ten opzichte van de werkende bevolking het grootst. Daarentegen krijgen buurten in het Centrum, Laak en de Binckhorst het minste te maken met een grijze druk. Afbeelding 1.9 Grijze druk per buurt, 2033
Bron: DHIC/DPZ, 2026 - bewerking DSO-SEPO
De kaart van de groene druk in Den Haag in 2033 (afbeelding 1.10) laat zien dat deze druk hoger is aan de randen van de stad en lager in het centrum. De buurten met de hoogste groene druk bevinden zich vooral in Loosduinen, Segbroek, Haagse Hout en Leidschenveen-Ypenburg. Hier zijn dus relatief veel kinderen en jongeren ten opzichte van de werkende bevolking Afbeelding 1.10 Groene druk per buurt, 2033
Bron: DHIC/DPZ, 2026 – bewerking DSO-SEPO
Bevolking - Staat van de Stad
19
2
Participatie, dienstverlening en vertrouwen
• Participatie van inwoners. Den Haag onderscheidt beleids- en projectparticipatie (initiatief gemeente) en maatschappelijk initiatief (initiatief inwoners). De nieuwe Inspraak- en Participatieverordening trad in 2025 in werking. Sinds 2022 is het aantal participatietrajecten vergelijkbaar met pre-corona. , maar In 2023-2024 daalde het aantal inspraaktrajecten. Het participatieniveau is meestal ‘raadplegen’, terwijl in 2021 vaker ‘coproduceren’ voorkwam. • Meepraten en inspraakbeleving. 33% van de inwoners voelt zich betrokken bij Den Haag als geheel (daling t.o.v. 41% in 2024). Over plannen op wijk- of buurtniveau voelt 53% zich betrokken (was 63% in 2024). Bij alle beleidsthema’s ervaart men een groter aandeel onvoldoende inspraak dan voldoende; 21% vindt voldoende inspraak te hebben bij inrichting buitenruimte. • Bereidheid en voorkeuren voor participatie. 69% van de inwoners wil meedenken over de toekomst van stad/wijk (stijging t.o.v. 60% in 2023-2024). Redenen om niet mee te doen: vooral geen tijd (45%, daling t.o.v. 64% in 2024). Meedenken gebeurt het liefst via enquêtes (56%) en online reacties (43%, duidelijk lager dan 74% in 2024). • Dienstverlening en tevredenheid. De algemene tevredenheid met de dienstverlening was in 2024 een 7.0 gemiddeld. Digitaal contact groeit, in 2025 waren er 6.2 miljoen websitebezoeken, t.o.v. 5.3 miljoen in 2024. Ook waren er in 2025 ca.
330.000 telefoongesprekken en 351.000 baliebezoeken. Tevredenheid per kanaal blijft hoog: balies 8,4, telefonie 7,9, website 6,7. • Inclusief samenleven en discriminatie. Meldingen van discriminatie stegen: 695 in 2024 (290 in 2023). Meest gemeld was: ras/afkomst (264), gevolgd door godsdienst (66) en nationaliteit (62). Sociale cohesie verschilt sterk per wijk; buitenwijken scoren hoger dan binnenstad. LHBTQIA+ inwoners voelen zich vaker onveilig (56% in 2024, stijging t.o.v. 46% in 2023). • Vertrouwen in gemeente en politiek. Vertrouwen in gemeente in 2025: 6,7 (62% geeft een 7 of hoger, 20% onvoldoende). Vertrouwen in lokale politiek: 5,5 (daling t.o.v. 5,9 in 2024), 38% geeft onvoldoende. Opkomst Tweede Kamerverkiezingen 2025: 69,36%, met D66 als grootste partij in Den Haag (19,9%).
2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op participatie van Haagse inwoners, de dienstverlening van de gemeente aan inwoners, de inclusieve samenleving en het vertrouwen dat Haagse inwoners hebben in de gemeente en de politiek. Er wordt ingegaan op de beoordeling van de participatie en de dienstverlening van de gemeente Den Haag door de Haagse inwoners. Daarna volgt een beeld van de inclusiviteit in Den Haag. Tot slot volgen enkele cijfers over het vertrouwen van de Hagenaars in de gemeente en politiek in het algemeen.
2.2 Participatie Dit onderdeel behandelt de staat van project- en beleidsparticipatie en maatschappelijk initiatief in Den Haag. In Den Haag wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van participatie: project- en beleidsparticipatie (initiatief vanuit de gemeente) en maatschappelijk initiatief (initiatieven vanuit de stad). Beleids- en projectparticipatie is gericht op het betrekken van inwoners of
Participatie, dienstverlening en vertrouwen - Staat van de Stad
21
organisaties om hun invloed te geven op beleid of projecten van de gemeente. Bij maatschappelijk initiatief weegt de gemeente af wat kan en mag en welke ondersteuning mogelijk is. De gemeenteraad heeft op 18 december 2024 de Inspraak- en Participatieverordening Den Haag 2024 vastgesteld. De verordening is 1 maart 2025 in werking getreden en gaat voornamelijk over de regels voor beleids- en projectparticipatie (RIS319848).
Beleids- en projectparticipatie (initiatief gemeente) Beleids- en projectparticipatie gaat over de invloed van inwoners en andere belanghebbenden op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid en projecten die de gemeente opstart. Bij grote beleidsvoorstellen die naar de gemeenteraad gaan wordt geregistreerd of – en in welke vorm – er sprake is van een participatieproces. Onderstaand tabel geeft een overzicht van deze projecten. Kleinere participatietrajecten, die niet met de raad gedeeld worden, zijn hierin niet opgenomen. De cijfers van 2025 zijn nog niet bekend. Afbeelding 2.1: Overzicht inspraak- en participatietrajecten 2018-2024 150
100
50
0 2018
2019
Inspraaktrajecten
2020 Raadplegen
2021
2022
Adviseren
2023
Coproduceren
2024 Meebeslissen
Bron: Programmarekening Gemeente Den Haag
Sinds 2022 is het aantal participatietrajecten vergelijkbaar met aantallen voor de corona-pandemie. In meer dan de helft van de trajecten is het participatieniveau ‘raadplegen’ (Trap van eigenaarschap). In 2021 lag de mate van invloed meestal op het niveau van ‘coproduceren’. In 2023 en 2024 zijn er minder inspraaktrajecten dan in de voorafgaande jaren, zowel in absolute aantallen als relatieve getallen.
Meepraten en -denken over Den Haag Gevraagd is of inwoners het idee hebben mee te kunnen praten over Den Haag als geheel. 33% van de ondervraagden geeft daar een positieve reactie op. Dat is minder dan in voorgaande jaren (41% in 2024 en 37% in 2023). Een groter aandeel heeft het idee dit niet te kunnen (43%). Ook zijn inwoners bevraagd hoe zij dat op wijk- of buurtniveau zien. Dat geeft een ander beeld: meer dan de helft van de inwoners heeft het idee dat wel te kunnen (53%). Dit is minder dan in 2024 (63%). Een derde heeft het idee dit niet te kunnen (30%)
22
Staat van de Stad - Participatie, dienstverlening en vertrouwen
Afbeelding 2.2: Aandeel inwoners (%) dat het idee heeft te kunnen meepraten of meedenken over de plannen in de wijk of buurt, 2023-2025 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2023
2024
2025
Bron: Gemeente Den Haag, Inwonersonderzoek 2024 en 2025, rapportage publiekszaken
Voldoende inspraak op onderwerpen De inwoners van Den Haag hebben een lijst met onderwerpen voorgelegd gekregen met daarbij de vraag of zij vinden bij deze onderwerpen voldoende inspraak te hebben. Het valt op dat bij alle beleidsthema’s de helft of meer van de inwoners het niet weet of niet bekend is met het onderwerp van de vraag (47%-83%). Bij alle beleidsthema’s ervaart een groter aandeel van de inwoners onvoldoende inspraak dan voldoende. Een op de vijf inwoners vindt voldoende inspraak te hebben over de inrichting van de buitenruimte (21%) en over wijkzaken en wijkaanpak (18%). Op deze twee onderwerpen ervaart ongeveer een derde van de inwoners onvoldoende inspraak (respectievelijk 32% en 28%). Op de onderwerpen Jeugd en jeugdzorg en Economie en werkgelegenheid ervaart men het minst voldoende inspraak (beide 8%). Afbeelding 2.3 Aandeel inwoners (%) dat vindt wel of niet voldoende inspraak te hebben in gemeentelijke beleidsonderwerpen 80 70 60 50 40 30 20 10
k pa j ka
i li
wi
ve
en
en it W
ij k
za
ke n
te ali in im Cr
an
gh
uw en en
ba
bo
ar W on
ei k er
eid
en
id he
te ui nb ke e Ve r
gv an in
In
r ic
ht
re
de
rk we en ie
om
bu
ge
ite
leg
nr
en
ul nc te or
Sp Ec
m
he
id
ur tu
ijs rw de On
nj de ug Je
on
Ge
zo
nd
he
id
en
eu
we
gd
zo
lzi
rg
jn
0
Ja, ik heb voldoende inspraak %
Nee, ik heb onvoldoende inspraak %
Weet ik niet / niet bekend mee % Bron: Gemeente Den Haag, Inwonersonderzoek 2025, rapportage publiekszaken
Participatie, dienstverlening en vertrouwen - Staat van de Stad
23
Bereidheid om mee te denken over de stad of buurt/wijk 69% van de inwoners van Den Haag is bereid om (verder) mee te denken over de toekomst van hun wijk en stad. Dat is meer dan in 2023 en 2024 (beide 60%). 7% is hiertoe niet bereid. Dat is meer dan de helft minder ten opzichte van de voorafgaande jaren (13% in 2024, 16% in 2023).
Waarom doen inwoners wel en niet mee? Inwoners voeren verschillende redenen aan om niet te participeren. Als inwoners geen interesse hebben om mee te denken over de toekomst van het stadsdeel en de wijk komt dit vooral doordat zij geen tijd hebben (45%). Dat is veel minder dan in 2024 (64%). 13% vindt dat de gemeente het moet doen. In 2024 was dat 16%. 12% geeft als reden het niet leuk te vinden. Dit aandeel daalt sinds 2023 en is het kleinste aandeel van de afgelopen 5 jaar. 5% participeert niet omdat het niet belangrijk is. Afbeelding 2.4 Redenen van inwoners om niet mee te denken over de toekomst van hun wijk en stad, 2021-2025 70 60 50 40 30 20 10 0 Niet belangrijk
Geen tijd voor
Kan geen bewoners-, wijk- of buurtorganisaties vinden
2021
2022
2023
Niet leuk
2024
Moet de gemeente maar doen
Weet ik niet
2025
Bron: Gemeente Den Haag, Staat van de Stad 2024, Inwonersonderzoek 2024 en 2025, rapportage publiekszaken
Hoe denken inwoners het liefst mee? Inwoners die bereid zijn om mee te denken doen dit het liefst door enquêtes in te vullen (56%). Ook heeft men voorkeur om te reageren via internet of sociale media (43%), (veel) minder inwoners hebben deze voorkeur dan in 2024 (74%). Een kwart van de bevraagden zou meedoen via het Haags Stadspaneel (27%) of de wijkagenda’s (24%). Een op de vijf zou willen meedoen bij projecten (20%) of digitale werkvormen en bijeenkomsten (19%).
Maatschappelijk initiatief (initiatief inwoner) In Den Haag bedenken bewoners regelmatig grote en kleine initiatieven om de stad mooier of beter te maken, dit heet maatschappelijk initiatief. Hierbij wordt gekeken naar hoe de gemeente deze initiatieven ondersteunt en hoe bewoners of maatschappelijke organisaties dit ervaren. Dus hoe bewoners aan de overheid vragen om te participeren. Om een initiatief van de grond te krijgen kan er bijvoorbeeld behoefte zijn aan financiering, ruimte, netwerk, communicatie en aanpassing van regelgeving door de overheid.
24
Staat van de Stad - Participatie, dienstverlening en vertrouwen
Problemen oplossen met of zonder de gemeente Driekwart van de inwoners vindten dat wanneer inwoners hun wijk willen verbeteren of problemen willen aanpakken, de gemeente hen daarbij altijd moet ondersteunen (77%). Dat is een daling ten opzichte van 2024 (79%). 6% vindt dat niet.
Bereidheid om mee te werken aan activiteiten Bijna een derde van de inwoners is bereid om mee te werken aan activiteiten in hun buurt of straat (63%). Dit aandeel is vergeleken met 2024 gegroeid (53%) en is het grootste van de afgelopen vijf jaar. Afbeelding 2.5 Inwoners die bereid zijn om mee te werken aan activiteiten in hun buurt of straat, 2021-2025 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0 2021
2022
2023
2024
2025
Bron: Gemeente Den Haag, Inwonersonderzoek 2024 en 2025, rapportage publiekszaken
2.3 Dienstverlening Dienstverlening Naast betrokkenheid door meedenken of meedoen in de wijk hebben Hagenaars om verschillende redenen contact met de gemeente. In dit onderdeel gaan we in op de tevredenheid met de dienstverlening, geven we een beknopt overzicht van contact met de gemeente en van klachten. Om het contact met de gemeente meer inzichtelijk te maken is ook een ‘Staat van de dienstverlening’ (RIS324223) opgesteld. Daar staat meer detail in over onderstaande onderwerpen.
Tevredenheid met dienstverlening We meten de tevredenheid met de dienstverlening op verschillende niveaus; bijvoorbeeld na een contactmoment, zoals een telefoongesprek, en na het afronden van een langer proces, zoals het verkrijgen van een nieuw reisdocument. Ook doen we jaarlijks een meting van de algemene tevredenheid met de dienstverlening van de gemeente, o.a. vanuit de Stadsenquête. Hierbij vragen we mensen naar hun ervaringen met de dienstverlening. De score was in 2024 gemiddeld 7.0. Het gemiddelde is als volgt opgebouwd: 29% waardeert de dienstverlening met een 6 of lager, 27% waardeert de dienstverlening met een 7 en 44% waardeert de dienstverlening met een 8 of hoger.
Participatie, dienstverlening en vertrouwen - Staat van de Stad
25
Afbeelding 2.6: verdeling van tevredenheid 2024
2024
15%
27%
29%
9 of hoger
8
7
6
16%
13%
5 of lager
Bron: relationele meting, o.a. op basis van Stadsenquête Den Haag 2024
We meten de tevredenheid met de dienstverlening ook aan de hand van de Haagse dienstverleningsprincipes. Hieruit blijkt dat de gemeente in 2024 wordt ervaren als betrouwbaar en duidelijk (68% eens). Op de andere principes wordt lager gescoord, zoals ‘onze dienstverlening is eenvoudig en bereikbaar’ (57% eens) of ‘uw rechten zijn ons uitgangspunt’ (50% eens). Daarnaast meten we de dienstverlening bij een specifiek contactmoment per kanaal (zoals bijvoorbeeld een afspraak bij de balies of een bezoek aan de website). De scores hiervoor liggen in lijn met afgelopen jaren. Afbeelding 2.7: Gemiddelde beoordeling tevredenheid kanalen 2020
2021
2022
2023
2024
2025
Tevredenheid Denhaag.nl
6.8
6.5
6.6
6.9
6.8
6.7
Tevredenheid bellers naar 14070
7.9
7.6
7.5
7.8
8.0
7.9
Tevredenheid bezoekers publieksbalies
8.5
8.3
8.2
8.4
8.5
8.4
Bron: Klanttevredenheidsonderzoeken
Overzicht contacten Het grootste gedeelte van de contacten via de centrale kanalen verloopt digitaal; via de website denhaag.nl, de mijn-omgeving MijnDenHaag en de digitale formulieren. In 2025 waren er ca. 6.2 miljoen bezoeken aan de gemeentelijke website denhaag.nl, ca. 330.000 telefoongesprekken via 14070 en werden de publieksbalies aan het Spui, op de Leyweg, in Segbroek en in Laak ca. 351.000 keer bezocht. Er kwamen ca. 36.000 e-mails binnen en er werd ca. 62.000 keer via sociale media gecommuniceerd. Er was ca. 19.000 keer contact via de chat. In 2014 is de geldigheidsduur van paspoorten verlengd van 5 naar 10 jaar, daardoor zien we sinds 2024 een stijging in het aantal mensen dat hun paspoort moet verlengen. Dit zorgt voor een stijging van het aantal baliebezoeken, deze zal aanhouden tot de piek in 2027/2028. Ook op de digitale kanalen stijgt het aantal bezoeken. Bij de andere kanalen zien we een daling ten opzichte van voorgaande jaren.
26
Staat van de Stad - Participatie, dienstverlening en vertrouwen
Afbeelding 2.8: contact met de gemeente 2020-2025* 2020
2021
2022
2023
2024
2025
Fysiek (publieksbalies)
142.000
131.000
172.000
194.000
340.000
351.000
Online www.denhaag.nl
4.3m
4.6m
4.8m
4.7m
5.3m
6.2m
Telefonie 14070
400.000
350.000
464.000
377.000
372.000
330.000
57.000
66.000
55.000
54.000
58.000
36.000
Social media
80.000
77.000
74.000
83.000
155.000
62.000
Chat
31.000
22.000
16.000
15.000
29.000
19.000
*Cijfers zijn afgeronde aantallen Bron: Klantcontactcentrum
Hagenaars hebben het meeste contact over wonen en hun leefomgeving (bijvoorbeeld verhuizen, afval, parkeren) en over burgerzaken (bijv. rijbewijs, paspoort of belangrijke levensgebeurtenissen zoals trouwen of een kind krijgen). Daarna zien we dienstverlening, bijvoorbeeld over geldzaken of gezondheid en zorg, waarbij het contact met de gemeente vaak intensiever is. Denk bijvoorbeeld aan een schuldhulpverleningstraject of de langdurige ondersteuning van een Hagenaar vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Afbeelding 2.9: waarover heeft u afgelopen 12 maanden contact gehad met de gemeente?* % antwoorden Wonen en leefomgeving (bijv. verhuizen, afval, parkeren)
48%
Burgerzaken (bijv. rijbewijs, paspoort, kind krijgen, trouwen, overlijden)
45%
Geldzaken (bijv. toeslagen, schuldhulpverlening, bijstand)
8%
Gezondheid en zorg (bijv. vaccinatie, mantelzorg, WMO, etc.)
8%
Onderwijs, Sport en Cultuur (bijv. naar school gaan, sporten, uitgaan in Den Haag)
8%
Gezin en thuis (bijv. inburgeren, dakloos, jeugdzorg, opvoeding)
5%
Werk (bijv. werk zoeken, vrijwilligerswerk etc.)
4%
Ondernemen (bijv. onderneming starten of stoppen, aanvragen en regelen)
2%
Anders
12%
*Percentages hoger dan 100% omdat respondenten meerdere antwoorden kunnen kiezen. Bron: Stadsenquête, data uit 2024.
Klachten In 2025 ontving de gemeente 2295 klachten (t.o.v. 1623 in 2024). De onderwerpen waarover de gemeente de meeste klachten heeft ontvangen zijn Aanvragen, Handhaving en Parkeren (zowel vergunningen als beleid). Afbeelding 2.10: Aantal klachten bij de gemeente
Klachten
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2102
2578
2566
2283
1623
2295
Bron: Klachtenregistratiesysteem
Participatie, dienstverlening en vertrouwen - Staat van de Stad
27
2.4 Inclusief Samenleven Den Haag is een diverse stad waar mensen met uiteenlopende achtergronden samenleven.
Meldingen Inwoners van Den Haag kunnen melding doen van discriminatie bij het meldpunt discriminatie. nl/Den Haag. In 2024 werden 607 meldingen gedaan. Dit aantal is een forse stijging ten opzichte van 2023, waarin 290 meldingen werden gedaan (zie afbeelding 2.11). Deze stijging heeft mogelijk te maken met de verbeterde herkenbaarheid van de gemeenschappelijke naamgeving naar discriminatie.nl sinds 2024 én de inzet van het kantoor om de zichtbaarheid en de toegankelijkheid van discriminatie.nl Den Haag te vergroten. De meeste meldingen hadden betrekking op ras of afkomst (264 meldingen), gevolgd door geslacht (68), godsdienst (66) en nationaliteit (62) (zie afbeelding 2.2). Deze vier categorieën samen vormen ruim twee derde van alle meldingen. De arbeidsmarkt (122 meldingen) betreft het meest genoemde terrein van discriminatie, gevolgd door collectieve voorzieningen (109), commerciële dienstverlening (60) en media & reclame (57). Dat duidt erop dat inwoners discriminatie niet alleen ervaren in formele contexten, maar juist ook in het dagelijks contact in publieke en semipublieke omgevingen. Bij de aard van de bejegening valt op dat het vaak gaat om omstreden behandeling (306 meldingen) en vijandige bejegening (201). Daarnaast werden 39 bedreigingen en 17 gevallen van fysiek geweld gemeld.
De categorie ras springt hier opnieuw uit: bij meer dan de helft van deze meldingen ging het om vijandige of beledigende bejegening op basis van huidskleur of afkomst. Discriminatie op grond van seksuele gerichtheid (34 meldingen) en handicap of chronische ziekte (36 meldingen) komt in mindere mate voor, maar in verhouding gaat het hier vaker om persoonlijke confrontaties en verbaal geweld. Afbeelding 2.11: Aantal meldingen van discriminatie, periode 2018-2024 700
607
600 500 400 290 300 196
171
184
2018
2019
2020
218
213
2021
2022
200 100 0
Bron: Jaarverslag Discriminatie.nl Den Haag 2024
28
Staat van de Stad - Participatie, dienstverlening en vertrouwen
2023
2024
Afbeelding 2.12: Meest voorkomende meldingen van discriminatie in Den Haag 2024
Ras
264
Godsdienst
66
Nationaliteit
62
Handicap/chronische ziekte
36
Seksuele gerichtheid
34
Antisemitisme
14
Leeftijd
13
Bron: Jaarverslag Discriminatie.nl Den Haag 2024
Sociale cohesie en verbinding De mate van sociale cohesie verschilt sterk per wijk in Den Haag. Uit de Veiligheidsmonitor 2023 blijkt dat bewoners in stadsranden en buitenwijken zoals Loosduinen, Kijkduin en delen van LeidschenveenYpenburg hun buurt het hoogst waarderen op samenhang, met rapportcijfers van 6,0 of hoger. In meer binnenstedelijke wijken zoals de Schilderswijk, Transvaal en delen van Laak liggen de scores lager, vaak onder de 5,6. Daar wisselt de samenstelling sneller, wat de kans op wederzijdse betrokkenheid en langdurige verbinding verkleint. Een vergelijkbaar patroon is zichtbaar bij het rapportcijfer Prettig wonen. Bewoners in noordelijke en westelijke wijken zoals het Benoordenhout, Statenkwartier en de Vogelwijk geven hun buurt een waardering van 8,0 of hoger, terwijl delen van de binnenstad en Zuidwest lager scoren. De verschillen tussen wijken blijven groot. In buurten waar bewoners elkaar vaker kennen en sociale netwerken sterker zijn, ligt ook het veiligheidsgevoel hoger. Afbeelding 2.13: Rapportcijfer ‘Sociale Cohesie’
Bron: Veiligheidsmonitor 2023
Participatie, dienstverlening en vertrouwen - Staat van de Stad
29
Afbeelding 2.14 Rapportcijfer ‘Prettig Wonen’
Bron: Veiligheidsmonitor 2023
Emancipatie Op het gebied van veiligheid en acceptatie valt de positie van LHBTQIA+ inwoners op. In 2024 gaf 56% van de queerpersonen aan zich soms of vaak onveilig te voelen, een stijging ten opzichte van 46% in 2023. Landelijke cijfers laten zien dat 42% van LHBTQIA+ personen zich weleens onveilig voelt, tegenover 34% van de totale bevolking (CBS Veiligheidsmonitor 2023). Ook ervaren queerpersonen vaker geweld of intimidatie: 24% van de non-binaire personen, 13% van bi+ vrouwen en 10% van homoseksuele mannen was in 2023 slachtoffer van geweldsdelicten. Van alle LHBTQIA personen zijn mensen met een non-binaire/genderqueer identiteit (zij identificeren zich niet uitsluitend als man of vrouw) het vaakst slachtoffer van traditionele criminaliteit. Zo werd 24 procent van hen slachtoffer van een of meerdere geweldsdelicten in 2023. Ook bi-plus vrouwen (vrouwen die zich tot meer dan één gender aangetrokken voelen) en homoseksuele mannen worden relatief vaak slachtoffer van geweld, met respectievelijk 13 en 10 procent.
30
Staat van de Stad - Participatie, dienstverlening en vertrouwen
Afbeelding 2.15: Slachtofferschap Geweldsdelicten Seksuele oriëntatie Homoseksuele man 10% Homoseksuele vrouw 8,7% Bi-plus man 8,4% Bi-plus vrouw 12,7% Heteroseksuele man 6,1% Heteroseksuele vrouw 6,1% 6% Aseksuele man Aseksuele vrouw 4,7% Weet nog niet 5,1% Genderidentiteit Transgender man 5,9% Transgender vrouw 9,2% Non-binair/genderqueer 23,5% Cisgender man 6,3% Cisgender vrouw 6,5% Intersekse Intersekse persoon Niet-intersekse persoon
7,5% 6,5% 0
Bron: Veiligheidsmonitor 2023
5
10
15
20
25
% personen van 15 jaar of ouder
2.5 Vertrouwen Vertrouwen in de gemeente In de Stadsenquête stellen we de vraag: “Hoeveel vertrouwen heeft u in de gemeente Den Haag”. In 2025 was de score voor het vertrouwen 6,7. Twee derde (62%) van de bevraagden gaven een 7 of hoger, iets minder dan in 2024 (69%). Een op de vijf geeft een onvoldoende (20%), dat is een lichte stijging ten opzichte van 2024 (17%). Uit onderzoek weten we dat vertrouwen sterk beïnvloed wordt door waarop dienstverlening op orde is, responsiviteit van de gemeente en de mate waarop inwoners invloed hebben op beleid en projecten van de gemeente (RIS316720).
Vertrouwen in politiek Ook wordt in de Stadsenquête gevraagd hoeveel vertrouwen de Haagse inwoner heeft in de lokale politiek. Hiervan is in 2025 de score 5,5. Dat is een daling ten opzichte van 2024 (5,9). 38% van de bevraagden geven in 2025 een onvoldoende, in 2024 waren het 33 %, Ten opzichte van 2023 blijft het aandeel enigszins gelijk (40%). 13% weet het niet of heeft hierover geen mening.
Participatie, dienstverlening en vertrouwen - Staat van de Stad
31
Opkomst verkiezingen Eén van de factoren dat een indicatie geeft over het vertrouwen en de betrokkenheid van inwoners bij de (lokale) politiek is de opkomst bij verkiezingen, ook wel politieke participatie genoemd. De opkomst bij de Tweede Kamerverkiezingen in oktober 2025 was 69,36%. Dat is een lichte stijging vergeleken met de 68,80% van de Tweede Kamerverkiezing in 2023. Met 19,9% van de stemmen is D66 de partij met de meeste stemmen bij de landelijke verkiezingen in Den Haag. Landelijk is het verschil tussen D66 en de PVV klein, maar in Den Haag is D66 duidelijk de grootste. PVV komt met 15,8% van de stemmen in Den Haag uit op de derde plaats achter GL/PvdA met 16,5% van de stemmen. De VVD is bij deze landelijke verkiezingen met 12,3% van de stemmen de vierde partij in Den Haag, gevolgd door DENK (8,8%) en CDA (6,8%). Waar in Nederland D66, CDA en JA21 de grote winnaars zijn van de Tweede Kamerverkiezingen in 2025, is bij dezelfde verkiezing op wijkniveau in Den Haag vooral de winst te zien van D66 en DENK. D66 was bij de vorige Kamerverkiezingen in geen enkele wijk de grootste. Nu is ze dat in bijna de helft van de stad. D66 is met name groot in wijken waar GroenLinks/PvdA of de VVD bij de vorige verkiezingen het grootst waren. DENK was bij de laatste Tweede Kamerverkiezing ook de grootste partij in Morgenstond en Moerwijk.
De PVV blijft de grootste partij in Laakkwartier en Spoorwijk, de nieuwbouwgebieden aan de rand van de stad, rond Loosduinen en in Duindorp en Scheveningen. GroenLinks/PvdA blijft het grootst in het Centrum, Stationsbuurt, Regentessekwartier en Valkenboskwartier. Afbeelding 2.16: Landelijke verkiezingsuitslagen 2025 ingezoomd op Haagse wijken
Afbeelding 2.17: Landelijke verkiezingsuitslagen 2023 ingezoomd op Haagse wijken
Bron: Kenniswijzer Tweede Kamerverkiezingen 2025, Den Haag in Cijfers
32
Staat van de Stad - Participatie, dienstverlening en vertrouwen
Ervaring van grondrechten Een ander onderdeel dat het vertrouwen van inwoners in de overheid en samenleving beïnvloedt is hoe inwoners behandeld worden en hoe zij hun rechten en rol in de maatschappij ervaren. In Nederland bevat de grondwet grondrechten, die burgers rechten en bescherming geven zoals het recht op gelijke behandeling of vrije meningsuiting. Hieronder gaan we specifiek in op de ervaring van de klassieke grondrechten zoals discriminatieverbod, vrijheid van meningsuiting, demonstratierecht en godsdienstvrijheid. Grondrecht 1: Gelijke behandeling en discriminatieverbod Uit cijfers van de Stadsenquête (2025) blijkt dat ongeveer een derde van de inwoners van Den Haag weleens discriminatie heeft ervaren. Ten opzichte van 2023 is dat een stijging, toen betrof het een kwart van de inwoners. Discriminatie gebeurde vooral op straat (20%) en kent een stijging ten opzichte van 2023 (15%). Ook gebeurde het in openbare gelegenheden (10%). Inwoners zijn met name uitgescholden of gediscrimineerd vanwege afkomst (52%), godsdienst (20%), genderidentiteit (17%) en leeftijd (17%). Het aandeel dat dit heeft gemeld bij ‘disciminatie.nl/DenHaag’ is zeer beperkt (2%). 63% van de inwoners heeft geen discriminatie ervaren. Driekwart van de inwoners zou zich uitspreken tegen discriminatie of geweld op basis van seksuele geaardheid (76%) of geslacht (74%) als zij dat zouden zien.
Iets meer dan twee derde van de inwoners zou zich uitspreken tegen discriminatie of geweld tegen queerpersonen als zij het zou zien (70%). Grondrecht 7: Vrijheid van meningsuiting Het merendeel van de bevraagde inwoners is ermee eens dat we gelijk zijn aan elkaar (79%) en, dat we moeten kunnen zeggen wat we willen (86%). Dat is een kleiner aandeel inwoners dan in 2023 (91%). Net zoals in 2023 voelt driekwart van de inwoners zich er medeverantwoordelijk voor om van Den Haag een fijne stad te maken waar alle inwoners van verschillende achtergronden zich thuis voelen (75%). Grondrecht 6: Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging Bij iets meer dan de helft van de inwoners die zijn uitgescholden of gediscrimineerd, hing dit samen met hun afkomst (52%). Daarnaast had dit bij circa één op de vijf te maken met de godsdienst (20%). In één op de zes gevallen speelde genderidentiteit of leeftijd (17%) een rol. In een op de tien gevallen waren gedrag (11%), kleding (10%) of seksuele geaardheid (8%) aanleiding tot discriminatie. Het aandeel dat ervaart dat uitgescholden of gediscrimineerd te worden op basis van afkomst (de meest genoemde vorm van discriminatie) is hetzelfde als in 2023 (53%). Vooral discriminatie op basis van godsdienst is na een daling in 2023 (11%) in 2025 weer gestegen (20%).