CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324633 Notulen raad van 18 december 2025

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 18 december 202554.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Als enige partij hebben wij daartegen gestemd, omdat deze variant leidt tot uitkoop en beschadiging van bedrijven en de bereikbaarheid van de Binckhorst verslechtert. We zijn voor één tunnel, maar dan een slimme tunnel. Door de tunnel door te trekken richting APK-oké en de Mercuriusweg, waar de ruimte ligt, blijven bedrijven bereikbaar en voorkom je onteigening. Als je tientallen miljoenen uit de Eneco-middelen uitgeeft, moet je het in één keer goed doen. Neem daarom de langere tunnelvariant serieus mee en neem geen onomkeerbare besluiten op basis van onvolledige informatie. Joren Noorlander (D66). Voorzitter. De Binckhorst is in constante ontwikkeling en dat merken wij in de raadzaal ook. De brieven van bezorgde bewoners over de mobiliteit op de Binckhorst zijn ons allemaal bekend. Het gaat dan onder andere over het schrale openbaar vervoer. De bus rijdt immers in de spits niet eens. Door vandaag extra financiering voor de Vlietlijn beschikbaar te stellen, zetten we een enorme stap vooruit in het verbeteren van het openbaar vervoer op de Binckhorst. Waar een tram eerst alleen op maaiveldniveau mogelijk was, gaat deze nu deels onder de grond. Dat is noodzakelijk 67

om de Binckhorst met het ov, de fiets en de auto goed bereikbaar te krijgen. Wat mij betreft vieren we dat vandaag met oliebollen van Vermolen en een roomboteramandelstaaf van Maison Kelder. De aanleg van de Vlietlijn is een impactvolle ingreep. Het is aannemelijk dat er bedrijven zijn die moeten verplaatsen als de rails eenmaal aangelegd wordt. Sommige bedrijven zijn hierop al aan het voorsorteren en zoeken zelf naar een alternatieve ruimte. D66 vindt dat we deze bedrijven extra mogen helpen als zij een geschikte ruimte hebben gevonden die misschien formeel niet helemaal binnen het vigerende omgevingsplan past. Daarom heb ik de motie Help bedrijven bij aanleg Vlietlijn. Die roept het college op om soepel om te gaan met bedrijven en andere organisaties die moeten verhuizen vanwege de aanleg van de Vlietlijn en zelf een alternatieve locatie hebben gevonden, en in te zetten op het behoud van ondernemers op de Binckhorst en hiermee ondernemers te stimuleren die voorsorteren. De voorzitter. Door de heer Noorlander wordt de volgende motie (J.3 D66) ingediend:

Motie J.3 D66 Help bedrijven bij aanleg Vlietlijn De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december, 2025 ter bespreking van Voorstel van het college inzake verschuiving reserve verbeteren duurzame mobiliteit (ENECOmiddelen) t.b.v. tunnel Vlietlijn. Constaterende, dat: ▪ de raad heeft ingestemd met de aanleg van de Vlietlijn; ▪ de aanleg van de Vlietlijn betekent dat er verschillende bedrijven een alternatieve locatie zullen moeten vinden; ▪ ondernemers aangeven gebaat zijn bij een soepele en meedenkende gemeente. Overwegende, dat: ▪ bij het opstellen van het eerste omgevingsplan is gesteld dat bedrijven mogen blijven zitten waar ze zitten, maar dit in de praktijk niet altijd mogelijk is; ▪ bedrijven en andere organisaties zelf verantwoordelijk zijn voor het zoeken van een alternatieve locatie voor hun bedrijfsvoering; ▪ de gemeente soepeler zou kunnen omgaan met gevonden alternatieve locaties die op onderdelen niet volledig passen binnen het vigerende omgevingsplan, door (eventueel tijdelijke) vestiging, al dan niet met het treffen van maatregelen om richtafstanden te verkleinen, toch mogelijk te maken; ▪ een proactieve aanpak door de gemeente, ondernemers stimuleert om tijdig te anticiperen op ontwikkelingen.

Roept het college op: ▪ soepel om te gaan met bedrijven en andere organisaties die moeten verhuizen vanwege de aanleg van de Vlietlijn en zelf een alternatieve locatie hebben gevonden; ▪ in te zetten op het behoud van ondernemers op de Binckhorst en hiermee ondernemers te stimuleren die voorsorteren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter. Er zijn drie moties ingediend. Ik ben blij met de commissiebehandeling van het bredere voorstel. De moties ingediend door mevrouw Peeck gaan over een langere variant. Op zich heb ik u in de commissie al toegezegd dat ik natuurlijk bij de verdere uitwerking met allerlei varianten rekening wil houden, maar vandaag is aan de orde het vrijgeven van aanvullend krediet om juist een tunnel aan te leggen. Dat is wat het college voorstelt. In uw eerste motie vraagt u om een en ander uit te werken. Dat gaan we doen, maar ik wil u toch ook meegeven dat de Binckhorstlaan in de ontwikkeling van de 68

hele Binckhorst een hoofdroute wordt, waar niet veel in- en uitritten op worden aangesloten in onze planning. Er komen immers 8.000 woningen bij in het gebied, met heel veel bedrijvigheid. Die weg wordt dus druk. In alle varianten, of het nou maaiveld, kort of lang is, is dus in de verkeersmodellen ontsluiting via de Supernovaweg voorzien. Natuurlijk zullen we alle consequenties, voor zover die in enige fase bekend zijn, meenemen, maar de financiële consequenties zouden ook positief kunnen uitvallen. Ik geef toch ook even aan dat er veel meer klandizie mogelijk zal zijn in dit gebied. Ik zal de eerste motie in die zin dus moeten ontraden. Voor de tweede motie geldt hetzelfde. Op zich kan ik het dictum, dus het 'verzoekt het college', prima overnemen, alleen neemt u in uw constatering een paar dingen mee zoals het moeten maken van aanzienlijke kosten om te kunnen blijven ondernemen. Dat is natuurlijk de vraag, en het is ook de vraag wie die kosten op zich zal nemen. Hetzelfde geldt voor het feit dat er natuurlijk een aantal bedrijven op de Binckhorst verplaatst gaan worden, maar dat er ook een aantal prima kunnen blijven. In onze visie zullen een aantal bedrijven misschien zelfs meer klandizie gaan krijgen. Die mogelijkheden zou ik u toch ook willen meegeven. Als ik de motie met die kanttekeningen mag lezen, kan ik die aan de raad laten.

Dan de derde motie, ingediend door de heer Noorlander. Ook daarin wordt aandacht gevraagd voor de ondernemers in het gebied. Wij gaan natuurlijk met alle ondernemers in gesprek om te zien wat we kunnen doen. Een aantal zullen er natuurlijk moeten verplaatsen. U vraagt ons om daarmee soepel om te gaan. Wij willen daar best soepel mee omgaan, maar alles natuurlijk wel binnen alle wettelijke beperkingen die er zijn. Dat zijn de drie moties die ik ingediend heb gekregen. De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: K. Voorstel van het college met betrekking tot beslissing op bezwaar inzake afwijzing verzoek tot wijziging omgevingsplan t.a.v. het Statenkwartier (RIS323651). De beraadslaging wordt geopend. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. De VVD wil dat we onze regels voor vergunningsvrij uitbouwen gaan herzien voor het Statenkwartier. Bij het vaststellen van het laatste bestemmingsplan hebben we te makkelijk aangenomen dat 4 meter hoog en 4 meter diep uitbouwen over de volle breedte van het pand, goed past bij de wijk. Dat is echter niet het geval. Het past niet. De bewonersorganisatie Statenkwartier heeft ons gewezen op de problemen rond uitbouwen en er is ook een bezwaar gekomen. De VVD vindt de passieve houding van het college in het willen aanpassen van het omgevingsplan zeer teleurstellend. Het college wil zelf geen voorstel doen, en wethouder Verschuure wijst naar de raad. Dat kan, en daarom klimt de VVD in de pen, gesteund door de heer Dubbelaar van Hart voor Den Haag, om het college de opdracht te geven om een voorstel voor aanpassing te doen. Het gaat de VVD hierbij niet om het 'hoe', maar wel om het 'wat', namelijk het verminderen van de mogelijkheden tot uitbouw. Het is nu aan het college om uit te zoeken hoe we dit het beste kunnen doen. Daarom heb ik de volgende motie, Herzie de regels voor het uitbouwen in de achtertuinen van het Statenkwartier.

Die luidt als volgt. Van mening dat de huidige praktijk waarbij in het Statenkwartier vergunningsvrij mag worden uitgebouwd tot 4 meter diepte, over de gehele breedte van de woning met een maximale hoogte van 4 meter onwenselijk is en dient te worden aangepast zoals voorgesteld door de bezwaarmaker, verzoekt het college in het eerste kwartaal van 2026 een voorstel te doen om, nog voor het einde van komend kalenderjaar, het omgevingsplan ten aanzien van de uitbouwen in het Statenkwartier, vergelijkbaar met de Amsterdamse praktijk, te wijzigen. Dennis Groenewold (D66). Dit is een interessante motie van de VVD, zeg ik eerlijk, alleen speelt dit natuurlijk op meerdere plekken in de stad. Waarom alleen het Statenkwartier?

69

Rutger de Ridder (VVD). Nou, ik sluit ook niet uit dat we deze discussie ook op andere plekken moeten voeren. Alleen gaat het voorstel dat vandaag voorligt eigenlijk over het wijzigen van het bestemmingsplan. We hebben een andere praktijk waarin we het over de omgevingsplannen hebben. Het zou dus ook breder kunnen zijn. In Amsterdam hebben ze de praktijk gehad waarin ze een beleidskader opgesteld hebben voor erfuitbouwen in binnentuinen. Misschien moeten wij die regel ook gebruiken. De voorzitter. Door de heer De Ridder, daartoe gesteund door de heer Dubbelaar, wordt de volgende motie (K.1 VVD) ingediend:

Motie K.1 VVD Herzie de regels voor het uitbouwen in de achtertuinen van het Statenkwartier De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van het voorstel van het college met betrekking tot beslissing op bezwaar inzake afwijzing op verzoek tot wijziging omgevingsplan t.a.v. het Statenkwartier (RIS 323651). Constaterende dat: • de bezwaarmaker het college had verzocht een wijziging aan te brengen op het vergunningsvrij kunnen bouwen van uitbouwen in de achtertuinen van het Statenkwartier van vier meter diep, vier meter hoog en woning breed; • in Amsterdam middels een voorbereidingsbesluit door de gemeenteraad is besloten een wijziging op het omgevingsplan voor te bereiden door eerst het beleidskader erfbebouwingsregels voor binnentuinen aan te passen; • de wethouder stedelijke ontwikkeling, bibliotheken en Europa heeft toegezegd de raad in Q1 2026 te informeren over de mogelijkheden tot het aanpassen van het omgevingsplan om de wens van bezwaarmaker uit te voeren. Overwegende dat: • de gemeenteraad bij het wijzigen van het omgevingsplan zorgvuldig te werk moet gaan, snelheid tegelijk geboden is; • naast permanente bescherming ook tijdelijke bescherming, zoals middels de tussenregeling in Amsterdam, van de binnentuinen onderzocht kan worden.

Van mening dat: • de huidige praktijk waarbij in het Statenkwartier vergunningsvrij mag worden uitgebouwd tot vier meter diepte, over de gehele breedte van de woning met een maximale hoogte van vier meter onwenselijk is en dient te worden aangepast zoals voorgesteld door de bezwaarmaker. Verzoekt het college: • in het eerste kwartaal van 2026 een voorstel te doen om, nog voor het einde van komend kalenderjaar, het omgevingsplan t.a.v. de uitbouwen in het Statenkwartier, vergelijkbaar met de Amsterdamse praktijk, te wijzigen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ik houd het kort. Hart voor Den Haag zal instemmen met dit raadsvoorstel. Dat doen we echter niet zonder reden. We gaan akkoord vanwege de expliciete toezegging van wethouder Verschuure in de commissie Ruimte dat hij uiterlijk in Q1 van 2026 met een brief komt over het proces rondom aanpassing van het omgevingsplan en de invloed die de raad daarop heeft. Daarin zal ook de vergelijking worden gemaakt met het voorbereidingsbesluit in Amsterdam. Die duidelijkheid is voor Hart voor Den Haag cruciaal. Om die reden tekenen we ook de 70

motie van de VVD, Herzie de regels voor het uitbouwen in de achtertuinen van het Statenkwartier, mee. Wij willen dat er in het eerste kwartaal van 2026 een voorstel ligt. Tot slot wil ik toch nog een punt van orde maken over de gang van zaken. Het is namelijk bijzonder pijnlijk dat de bezwaarmaker, de heer Gerritsen, die mede namens het wijkoverleg Statenkwartier heeft ingesproken tijdens de commissie, niet was uitgenodigd voor het debat in de commissie. We spraken daarin over het belang van die bewoner. Dat is over het hoofd gezien en dat is slordig. Dat mag wat Hart voor Den Haag betreft niet gebeuren. Met die kanttekening kunnen wij het voorstel steunen. Isabel Bos (GroenLinks). Voorzitter. Ik kan me eigenlijk wel aansluiten bij wat de heer De Ridder zonet in het interruptiedebatje met de heer Groenewold zei over de wens om niet alleen in het Statenkwartier te kijken hoe dit kan worden aangepast, maar ook breder in de stad. Het is voor GroenLinks van belang dat we ook bekijken waarom we die regels voor het bebouwen van binnentuinen eigenlijk willen herzien. Dat is echt om te beschermen wat we belangrijk vinden, namelijk tuinen waarin ook genoeg ruimte is voor groen en voor leefbaarheid, en waarin water goed kan weglopen en bijvoorbeeld vogels een fijne route kunnen vinden.

Ik zou het daarom zeker op prijs stellen als het college met een voorstel zou kunnen komen voor hoe we dit beter zouden kunnen waarborgen in de rest van de stad. Zou dat bijvoorbeeld ook met een beleidsregel kunnen? Zou daarvoor een voorstel naar de raad kunnen komen, zodat we stadsbreed kunnen kijken wat we nou eigenlijk willen doen met uitbouwen en wat onze visie daarop is voor de hele stad? Dennis Groenewold (D66). Voorzitter. Het commissiedebat dat we hierover hebben gehad, was zeer interessant. Het was vrij technisch van aard, maar het is tegelijkertijd ook iets wat niet vaak voorkomt: iemand maakt bezwaar tegen een besluit dat wij hebben genomen, en dat bespreken wij hier omdat het college zich niet helemaal bevoegd vindt om dat besluit uiteindelijk te nemen. Daarom ligt nu het raadsvoorstel voor. Tegelijkertijd hebben we eigenlijk geen andere keuze dan daarmee in te stemmen. Dat was een beetje de afdronk van het debat. Wij zullen dus ook instemmen met het raadsvoorstel dat voorligt. Tegelijkertijd snappen wij ook de bezwaren van de VVD. Niet voor niets heb ik in het verleden al vragen gesteld over die uitbouwen van 4 meter hoog in het Statenkwartier. Ook wij vinden die niet echt gepast.

De wethouder gaf in de commissie aan dat het weleens tot schadeclaims zou kunnen leiden als we het omgevingsplan hierop aanpassen, dus ik zou de wethouder willen verzoeken om daar iets meer duidelijkheid over te geven, mocht die motie van de VVD worden aangenomen. Dan hebben we inzichtelijk om wat voor bedrag het dan gaat voordat we uiteindelijk het omgevingsplan aanpassen. Uiteraard zal het om duizenden, tienduizenden of honderdduizenden euro's gaan, maar ik zou dat wel specifiek willen meegeven voordat we het omgevingsplan daadwerkelijk gaan aanpassen, mocht de motie worden aangenomen. Of tenminste, ik zeg nu 'we', maar dat zouden mijn opvolgers in de raad dan mogelijk gaan doen. De voorzitter. Dank u wel, meneer Groenewold. Dit is nog niet uw zwanenzang, denk ik. Dan wethouder Verschuure. Dit kan ook snel gaan. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter. Het was vorige week inderdaad een boeiend debat in de commissie over hoe je moet omgaan met een bezwaarschrift. Kun je nou afwijken of niet? Je zou daarbij in een soort 'loop' terecht kunnen komen. De motie zoals die er nu ligt, moet ik ontraden. Dat is niet omdat ik de beweging niet zou steunen, want daar heb ik verder geen oordeel over, maar omdat u in de motie zegt dat we eigenlijk al met een voorstel moeten komen om iets aan te passen in het omgevingsplan. Daar heb je echter participatie et cetera voor nodig.

Ik heb u in de commissie ook toegezegd dat ik het proces daarvoor netjes in kaart wil brengen. De heer Dubbelaar refereerde daar zonet ook al aan. Maar als je gaat participeren en met de omgeving, dus het Statenkwartier en anderen, het gesprek aangaat over hoe je een en ander zou willen aanpassen, terwijl je van tevoren ook al aangeeft wat de uitkomst van die participatie moet zijn, heeft die participatie niet zo heel veel zin. Dat wil ik u even teruggeven. Voor ons staat dus dat wij in kaart willen brengen wat de mogelijkheden zijn en hoe je daarheen zou kunnen

71

bewegen. Die toezegging heb ik gedaan en dat onderschrijf ik hier nog steeds. Alleen als u de motie aanneemt zoals die nu is, gaat u toch iets doen wat ik moet ontraden. Rutger de Ridder (VVD). Volgens mij is het handig dat wij als raad uitspreken wat wij onwenselijk en wenselijk vinden. Dat is het 'van mening dat' in de motie. Daarom wil ik dat opgeschreven hebben. En ik wil dat het college een voorstel gaat doen om het te gaan wijzigen. Daar is een proces voor nodig. Dat begrijp ik. Daar is participatie voor nodig. Dat begrijp ik. Maar u moet wel iets gaan dóén, en niet alleen informeren. Wethouder Verschuure (D66). Kijk, dát heb ik al toegezegd. Als de motie mij dus oproept om te onderstrepen wat ik al heb toegezegd, is dat prima. U heeft de motie nog een beetje aangepast dus ik heb hier niet het definitieve dictum voor me liggen, maar u zegt dat u het omgevingsplan wil aanpassen naar voorbeeld van hoe het in Amsterdam is gedaan. Dan zeg ik: we kunnen best het pad daarheen gaan bewandelen, maar over de vraag of dat 4 meter hoog of diep moet zijn, dus de vraag hoe dat eruit moet gaan zien, ga je dan met elkaar in zo'n heel traject het gesprek aan. Ik heb u gezegd dat ik dat proces graag voor u wil uitlijnen.

Voor de uitkomst kunt u een richting meegeven - die heeft u volgens mij bijna unaniem uitgesproken, dus ik denk dat we weten waar het uiteindelijk heen gaat maar als je wil gaan participeren zou ik dat proces toch ook nog wel even een kans willen geven. Rutger de Ridder (VVD). Ja, dat wil de VVD ook. Dan wil ik de wethouder verzoeken om vooral het verzoek aan hem te zien. Dat verzoek is om het voorstel te gaan doen. De raad vindt dan iets - dat staat erboven - maar u krijgt een verzoek om iets te gaan voorleggen. Wethouder Verschuure (D66). Als ik de motie zó lees, denk ik dat dat kan, waarbij ik dan nogmaals aangeef dat dit eigenlijk aansluit bij de toezegging die ik al heb gedaan. Ook wil ik nogmaals onderstrepen dat u al wel een mening uitspreekt, en wil ik u toch vragen om het proces dan wel de kans te geven om het het proces te laten zijn. De voorzitter. Laatste keer, meneer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Dat doe ik. Participatie is natuurlijk altijd belangrijk. Alleen is het ook goed dat de raad uitspreekt wat hij onwenselijk vindt, en dat is wat mij betreft de huidige praktijk. De voorzitter. Waarvan akte, denk ik, maar meneer Van den Bos heeft ook nog een interruptie, zie ik. Ik had hem nog niet gehoord. Jan Willem van den Bos (PvdD). Ja, nog even verduidelijkend.

Het is toch heel normaal dat de raad nu aangeeft om vanuit erfgoed en vanuit de bescherming van de tuinen iets te willen doen, waarna het college de ruimte heeft om vervolgens in de participatie aan mensen te gaan vragen wat de haken en ogen zijn en hoe we dat precies moeten doen? Ik snap dus de participatieblokkade niet zo goed die in eerste instantie door het college werd opgeworpen. De voorzitter. Maar in tweede instantie niet. Gaat uw gang, wethouder. Wethouder Verschuure (D66). In de commissie heb ik toegezegd om een en ander in kaart te brengen over hoe we dat traject kunnen ingaan. In het debat werd toen gevraagd: kan dat dan nu, per direct, en kunnen we al een voorbereidingsbesluit nemen? Dat heb ik u toen allemaal ontraden, omdat er ook verworven rechten zijn, die je ook moet eerbiedigen. Nogmaals, ik zou zeggen: laten we in de komende periode hierover met elkaar het gesprek aangaan. Ik kom richting Q1 met een voorstel voor hoe je het zou kunnen vormgeven. Dat is misschien ook een traject dat u wil verbreden of verkorten. Zonet werd bijvoorbeeld ook de vraag gesteld of dit dan ook zou moeten gelden voor andere beschermde stadsgebieden. Ik hoorde GroenLinks zeggen: misschien moet het wel voor heel de stad gelden.

Ik zou u wel adviseren om daar dan wat fundamentelere gesprekken over te voeren, omdat ik ook de discussie ken dat we juist graag woonruimte willen toevoegen en gezinnen meer ruimte willen geven et cetera. Dat soort vragen krijg je ook als het gaat over uitbouwen. Daarover geef ik u aan dat 72

wij komen met een voorstel voor hoe je dat zou kunnen gaan inrichten. Dan kunt u daarna uw mening daarover vormen. De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: L.

Voorstel van het college inzake Nota Vastgoed 2025 (RIS322370).

De beraadslaging wordt geopend. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. Voor de VVD zijn er nog een aantal zaken die beter moeten worden omschreven in de Nota Vastgoed. Allereerst wil ik namens de VVD het volgende amendement indienen, Commerciële initiatieven zijn ook maatschappelijk relevant. Dat amendement besluit om dictum I te wijzigen door iets toe te voegen: met betrekking tot leegstandsbeheer het uitgangspunt te hanteren dat leegstand ingezet/gebruikt kan worden voor maatschappelijke, of culturele of commerciële initiatieven indien er binnen afzienbare termijn een structurele invulling is voorzien of als het vastgoed in afwachting is van renovatie, sloop of (her)ontwikkeling. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen tijdelijke leegstand (<5 jaar) en langdurige leegstand (>5 jaar). Het is namelijk van belang dat we bedrijven ook de ruimte geven om in tijdelijke leegstand in hun huisvesting te kunnen voorzien. Hinke de Groot (CDA). Het ook creëren van commerciële voorzieningen heeft ook de interesse van het CDA. Ik vroeg me wel even af hoe ik dit moet lezen. Ik lees namelijk in de toelichting vooral veel over bedrijven, maar kan het ook gaan om invulling met andere commerciële voorzieningen? Denk aan cafés of andere initiatieven vanuit bewoners en ondernemers. Mogen die hier ook onder vallen? Dan kan dit amendement namelijk mogelijk rekenen op sympathie van het CDA.

Rutger de Ridder (VVD). Dat is een belangrijke toevoeging, want dan weet ik wat ik kan antwoorden. Nee hoor! In algemene zin geldt het volgende voor wat wij voorzien onder 'commercieel'. Er kunnen natuurlijk best beperkingen zijn. U heeft het over een café of een restaurant of iets dergelijks, maar ik weet niet of dat overal zomaar kan in gemeentelijk vastgoed. Dat vind ik dus nog iets te ingewikkeld, maar in essentie zeg ik: ja, als dat past in de omgeving. Lesley Arp (SP). Ik heb ook een verhelderende vraag hierover. Ik weet dat de praktijk is dat er in sommige gemeentelijke panden ook wat ondernemers zitten. Ik ben benieuwd of dit van de VVD betreft vooral moet gelden voor bijvoorbeeld de startende ondernemer die op de gewone markt de huurtarieven moeilijker kan betalen? Of geldt dit voor iedere willekeurige ondernemer, dus ook voor diegene die in principe ook makkelijk een commerciële ruimte zou kunnen betalen? Rutger de Ridder (VVD). Ik kan me goed voorstellen dat we, zoals mevrouw Arp zegt, juist meer inzetten op die startende ondernemer die echt ruimte zoekt. Maar ik kan me ook voorstellen dat wij een leegstaand pand hebben in de buurt van een winkelstraat waarin een winkel voor drie maanden moet verhuizen omdat die winkel gaat verbouwen. Zo'n winkel kan best commercieel vastgoed betalen, maar die kan dan ook in dat leegstaande pand van ons gaan zitten.

Ik zou dus zeggen: laten we in dat geval niet al te moeilijk doen. Het moet dus wel kunnen, maar ik snap de gedachte van mevrouw Arp heel goed dat we juist die bedrijven moeten steunen die het echt nodig hebben. De VVD wil duidelijk onderstrepen dat leegstand van gemeentelijk vastgoed onwenselijk is als er geen idee is over wat we met het vastgoed willen. We hebben het vastgoed immers in bezit met een bepaald doel. Daarom dien ik het volgende amendement in, Langdurige leegstand betekent verkoop. Dat besluit om dictum I te wijzigen door het volgende toe te voegen: langdurige leegstand (>5 jaar) zonder plan voor definitieve ontwikkeling of invulling kritisch zal worden beoordeeld op de wenselijkheid en noodzakelijkheid om de locatie nog langer in bezit te houden.

73

Tot slot kom ik bij strategische aankoop. De VVD begrijpt goed dat de gemeente sommige aankopen strategisch doet, maar het is wat ons betreft onduidelijk wanneer iets precies als strategisch wordt gezien. Het is niet de bedoeling van de VVD om het onmogelijk te maken om strategische aankopen te doen, maar we moeten het goed kunnen afwegen. Daarom heb ik de volgende motie, Definieer strategische aankoop. Die verzoekt het college te definiëren middels een afwegingskader wat wordt verstaan onder een strategische aankoop, waarbij minimaal wordt omschreven op basis van welke uitgangspunten wordt bepaald of een aankoop als strategisch wordt gezien, en dit afwegingskader als raadsvoorstel aan de raad voor te leggen. Isabel Bos (GroenLinks). Mijn vraag gaat nog over het amendement Langdurige leegstand betekent verkoop. Wat bedoelt de fractie van de VVD specifiek met 'beoordelen op wenselijkheid en noodzakelijkheid'? We hebben natuurlijk best wel wat panden van de gemeente waar mooie tijdelijk initiatieven in kunnen zitten, of nu al in zitten. Ik heb me er ook al veel voor ingezet dat initiatieven makkelijker leegstaand vastgoed kunnen vinden. Ik zou het dus erg zonde vinden als we vervolgens, volgens welke kaders dan ook, gaan bepalen of het wenselijk of noodzakelijk is dat zo'n tijdelijk initiatief daar nog blijft zitten. Rutger de Ridder (VVD).

Ik wil vooral dat we niet denken 'nou ja, we hebben alles altijd in bezit en we houden het ook in bezit' zonder dat we een goed plan of idee hebben voor die plek. Ik kan mij voorstellen dat er lokale initiatieven zijn die een toevoeging zijn voor de beleidsdoelstellingen van ons als raad, binnen onze kaders. Dat kan ik me best voorstellen. Dat is het dus logisch dat we dat pand nog houden. Alleen moeten tijdelijke leegstand en tijdelijke invulling wel tijdelijk zijn en niet permanent worden. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik ben benieuwd naar het volgende. Zorgt de motie Definieer strategische aankoop niet voor een enorme vertraging in het proces? Bij een strategische aankoop zijn snelheid en haast namelijk vaak geboden. Rutger de Ridder (VVD). Ja, en daarom lijkt het mij goed om een afwegingskader te hebben: wanneer bepaal je of iets strategisch is? Nu ken ik dat kader niet, en kan ik dus ook niet beoordelen of het college iets als strategische aankoop ziet. Het is daardoor wat willekeurig, vindt de VVD-fractie. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Begrijp ik dan goed dat de VVD ertoe oproept om eerst beleid te maken waarin wij afspreken wat het strategische kader in zijn algemeenheid is? Of moet ik het zo begrijpen dat de VVD voor iedere strategische aankoop … Oké. Rutger de Ridder (VVD). Nee, we gaan niet steeds opnieuw beleid maken. We maken een beleid.

Dat is één kader, en dat kader heb je dan. Je gaat iets aankopen en dat komt in het college, en dan zegt een ander collegelid misschien: u heeft helemaal niet voldaan aan ons eigen kader. Dat hoop ik dan. Ik hoop dat er dan zo'n discussie plaatsvindt. Dat lijkt me mooi. De voorzitter. Door de heer De Ridder worden de volgende amendementen (L.A VVD en L.B VVD) voorgesteld:

Amendement L.A VVD Commerciële initiatieven zijn ook maatschappelijk relevant De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Nota Vastgoed 2025 (RIS 322730), Besluit om dictum I te wijzigen: • met betrekking tot leegstandsbeheer het uitgangspunt te hanteren dat leegstand ingezet/gebruikt kan worden voor maatschappelijke, of culturele of commerciële initiatieven indien er binnen afzienbare termijn een structurele invulling is voorzien of als het vastgoed in

74

afwachting is van renovatie, sloop of (her)ontwikkeling. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen tijdelijke leegstand (<5 jaar) en langdurige leegstand (>5 jaar)

Amendement L.B VVD Langdurige leegstand betekent verkoop De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Nota Vastgoed 2025 (RIS 322730), Besluit om dictum I te wijzigen door het volgende toe te voegen: - Langdurige leegstand (>5 jaar) zonder plan voor definitieve ontwikkeling of invulling kritisch zal worden beoordeeld op de wenselijkheid en noodzakelijkheid om de locatie nog langer in bezit te houden De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door de heer De Ridder wordt de volgende motie (L.1 VVD) ingediend:

Motie L.1 VVD Definieer strategische aankoop De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Nota Vastgoed 2025 (RIS 322370). Constaterende dat: • een van de uitgangspunten in de Nota Vastgoed 2025 is: “de bestaande voorraad gemeentelijk vastgoed blijvend matchend te laten zijn met de geldende beleidskaders en doelstellingen door middel van strategische aankoop en verkoop van vastgoed”. Overwegende dat: • het onduidelijk is wat wordt bedoeld met een strategische aankoop. Verzoekt het college: • te definiëren middels een afwegingskader wat wordt verstaan onder een strategische aankoop waarbij minimaal wordt omschreven op basis van welke uitgangspunten wordt bepaald of een aankoop als strategisch wordt gezien; • de raad dit afwegingskader als raadsvoorstel aan de raad voor te leggen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Voor de ChristenUnie/SGP is vastgoed een belangrijk middel om maatschappelijke voorzieningen tot stand te laten komen. Daarom wordt een flink deel van het gemeentelijke vastgoed ook verhuurd aan maatschappelijke organisaties, die het soms ook doorverhuren aan andere organisaties.

Maar religieuze organisaties komen hier vaak niet tussen, omdat zij uitgesloten worden van verhuur, los van de activiteit die zij uitvoeren, terwijl zij wel passen binnen de bestemming en er dan bovendien optimaler gebruikgemaakt kan worden van het vastgoed. Daarom heb ik een motie, die ik indien samen met collega Çelik van DENK, nu het nog kan. Het dictum luidt: verzoekt het college onder huurders van gemeentelijk vastgoed die onderverhuren te onderzoeken of er structureel groepen uitgesloten worden van onderhuur, zorg te dragen dat huurders van gemeentelijke panden niet structureel groepen uitsluiten voor onderhuur en dit op te nemen in huurvoorwaarden.

75

Peter Mekers (D66). Even een vraag. Het gaat dus specifiek om structurele uitsluiting en niet om de vrijheid die onze huurders hebben om eventuele onderhuurders uit te sluiten als die totaal niet passen bij de doelstelling van de organisatie die huurt, begrijp ik. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Het gaat zeker om structurele uitsluiting. Dat gebeurt nu, en het gebeurt los van de activiteiten die georganiseerd worden. Het lijkt me logisch dat er gewoon per aanvraag voor verhuur gekeken kan worden of het past of niet. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door de heer Çelik, wordt de volgende motie (L.2 CU/SGP) ingediend:

Motie L.2 CU/SGP geen structurele uitsluiting bij onderhuur De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Nota Vastgoed (RIS 323370), constaterende, dat: ▪ het doel van gemeentelijk vastgoed is om beleidsdoelen te realiseren, maatschappelijke voorzieningen tot stand te laten komen en ongewenste ontwikkelingen te voorkomen; ▪ de gemeente 1.519 verhuurbare eenheden heeft (d.d. 31 december 2024); ▪ uitgangspunt bij verhuur het volledig gebruik is, maar het mogelijk is dat er sprake is van een hoofdhuurder in combinatie met een onderhuurder; ▪ hiervoor wel “toestemming van de gemeente moet zijn, waarbij vooral gelet wordt of de onderhuur past bij de doelstelling van de inzet van de verhuurbare eenheden” (Beantwoording technische vragen Nota Vastgoed (RIS322370)); overwegende, dat: ▪ er organisaties zijn die hoofdhuurder zijn en in hun statuten hebben staan niet te verhuren aan religieuze organisaties, terwijl deze wel passen binnen de bestemming (maatschappelijk) van het pand; ▪ 35 levensbeschouwelijke organisaties op zoek zijn naar ruimte om samen te komen, maar het ze hierdoor onmogelijk wordt gemaakt om in een groot deel van de beschikbare panden met de bestemming maatschappelijk te huren; ▪ hierdoor bovendien geen optimale benutting van gemeentelijk vastgoed bereikt wordt; van mening, dat: ▪

de gemeente hiermee indirect meewerkt aan het discrimineren en uitsluiten van levensbeschouwelijke organisaties; verzoekt het college: ▪ onder huurders van gemeentelijk vastgoed die onderverhuren te onderzoeken of er structureel groepen uitgesloten worden van onderhuur; ▪ zorg te dragen dat huurders van gemeentelijke panden niet structureel groepen uitsluiten voor onderhuur en dit op te nemen in huurvoorwaarden, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Dan geef ik het woord aan de heer Çelik. Nu het nog kan, hoorde ik de fractievoorzitter van de ChristenUnie/SGP zonet zeggen. Zet 'm op. Hij blijft optimistisch, zo te zien. Beytullah Çelik (DENK). Voorzitter. Nu het nog kan, zoals collega Klokkenburg het heel mooi verwoordt, een bijdrage, een kleine toevoeging. 76

De Nota Vastgoed 2025 gaat over beheer, maar de manier waarop categorieën worden benoemd, kan gevolgen hebben voor de uitvoering. Religieuze en levensbeschouwelijke instellingen vervullen een duidelijke maatschappelijk functie in onze wijken. Toch worden zij in de nota niet expliciet genoemd naast andere maatschappelijke categorieën als sport, cultuur en welzijn. Daardoor ontbreekt een heldere vastlegging, en juist die ontbrekende vastlegging kan in de uitvoering leiden tot verschillende interpretaties. Dat moeten we voorkomen, want dat risico is onwenselijk en doet afbreuk aan de rechtszekerheid. Daarom dien ik vanavond, nu het nog kan, een amendement in dat verduidelijkt wat 'maatschappelijk' is. Het amendement sluit commerciële behandeling uit van religieuze en levensbeschouwelijke instellingen en brengt een erkenning voor hun maatschappelijke rol. Ik verwijs daarom ook … Ik zie een interruptie. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). De heer Çelik doet een voorstel waarvan ik eigenlijk denk dat het een klein beetje overbodig is. Ik zou graag van hem horen waarom hij vindt dat dat niet zo is, want de nota zoals die nu voorligt, sluit het toch niet uit? Klopt dat? Beytullah Çelik (DENK). Wat bij betreft is het voorstel niet overbodig. Er worden in de nota verschillende voorbeelden genoemd, zoals sportverenigingen of welzijnsorganisaties.

Wat ons betreft kan het helpen om juist ook religieuze of levensbeschouwelijke instellingen daaraan toe te voegen, omdat het soms onduidelijk kan zijn of het om een commercieel initiatief of om een maatschappelijk initiatief gaat. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Maar zij vallen nu toch al gewoon onder 'maatschappelijk'? In die gedachte voegt deze motie, of dit amendement zelfs, dus niet zo heel veel toe, lijkt me. Beytullah Çelik (DENK). Niet altijd, althans niet volgens de signalen die de fractie van DENK krijgt. Uw fractieleider is laatst ook langs geweest bij moskeeën en ik denk dat hij van die drie moskeeën ook bepaalde input heeft meegekregen. Daarin kan je dan ook horen - althans, hopelijk hebben ze dat gesprek gehad - dat het soms ook voor die instellingen zelf onduidelijk is of het gaat om een maatschappelijk initiatief of een commercieel initiatief als ze iets indienen. De voorzitter. Oké. Was u aan het eind van uw betoog? Beytullah Çelik (DENK). Nee, ik wil nog graag mijn amendement indienen. De voorzitter. Zeker, zeker, gaat uw gang. Beytullah Çelik (DENK). Het amendement heeft de titel 'Verduidelijking maatschappelijk vastgoed'. Het besluit om toe te voegen op pagina 12, onder de paragraaf Maatschappelijk: Dit vastgoed is faciliterend in gebruik aan beleidsdoelstellingen.

Denk aan cultuurinstellingen, sportverenigingen, religieuze en levensbeschouwelijke instellingen of welzijnsorganisaties. Veelal worden deze instellingen door de gemeente en mogelijk door andere overheden (Rijk/provincie) geheel of gedeeltelijk gesubsidieerd (publiekrechtelijk) vanwege de maatschappelijke doelen die deze organisaties vervullen. De voorzitter. Dank u wel. En wilt u ervoor zorgen dat wij het amendement zo snel mogelijk krijgen? Want dit amendement hebben we nog niet, denk ik. Beytullah Çelik (DENK). Volgens mij staat het in SharePoint, maar ik heb het hier ook voor de zekerheid, dus ik zal het delen. De voorzitter. Door de heer Çelik, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, mevrouw De Groot, de heer Ahraui, mevrouw Bos en de heer Mekers, wordt het volgende amendement (L.C DENK) voorgesteld:

77

Amendement L.C DENK verduidelijking maatschappelijk vastgoed De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Nota Vastgoed 2025 (RIS322370). Besluit om: ▪ Toe te voegen op pagina 12, onder de paragraaf “Maatschappelijk”: Dit vastgoed is faciliterend in gebruik aan beleidsdoelstellingen. Denk aan cultuurinstellingen, sportverenigingen, religieuze en levensbeschouwelijke instellingen of welzijnsorganisaties. Veelal worden deze instellingen door de gemeente en mogelijk door andere overheden (rijk/provincie) geheel of gedeeltelijk gesubsidieerd (publiekrechtelijk) vanwege de maatschappelijke doelen die deze organisaties vervullen. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Dan kijk ik naar de heer Mekers. Hij zit gelukkig dichtbij. Hij schrikt op, zie ik, en hij gaat het uit zijn hoofd doen. Maar hij heeft zijn tekst natuurlijk op zijn shirt staan! Peter Mekers (D66). Ja, voorzitter, daar zal ik mee beginnen. Op mijn trui staat: ik heb niks met kerst. Dit is geen antikersttrui, maar een trui van de stichting Quiet, die opkomt voor mensen die weinig hebben of eenzaam zijn en die, letterlijk of figuurlijk, niks hebben met kerst. Ze noemen dit een 'goede kersttrui' in plaats van een 'foute kersttrui', vandaar dat ik 'm aan heb.

Mijn bijdrage kan ik inderdaad uit mijn hoofd doen, want ik hou het heel kort. Ik wil het college complimenteren met het stuk dat voorligt. Fijn dat we hiermee aan de slag kunnen. Er zijn nog een aantal aanscherpingen vanuit de raad, waar we, voor een deel, ook goed mee kunnen leven. Dank daarvoor dus. De voorzitter. Dan geef ik het woord aan de wethouder vastgoed, wethouder Bruines … O, meneer Dubbelaar? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik had mezelf via SharePoint aangemeld als spreker, maar u heeft mij niet opgenoemd. De voorzitter. U staat niet op de lijst; het spijt me. Wil je alsnog? Nee, hoor ik. Oké! Nou, iedereen heeft weer gezien dat u er bent en dat u actief en alert bent! Wethouder Bruines. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. Dank voor de gemaakte opmerkingen en voor de aanscherpingen die u naar voren heeft gebracht. Ik ga daar gelijk maar eventjes op in. Eerst het amendement van de heer De Ridder, Commerciële initiatieven zijn ook maatschappelijk relevant. Daar hebben we het inderdaad in de commissie over gehad. Het debat dat we daarnet hadden was ook goed, want ik denk dat we er allemaal wel van uitgaan dat het niet om hele zware commerciële dingen gaat, maar juist om het geven van mogelijkheden. We rekenen ook altijd weinig huur, hè. We vragen een kleine vergoeding voor zo'n functie.

Dat kan dan juist voor startende ondernemers gelden, of misschien voor de gevallen die de heer De Ridder noemt. Daar kan ik me ook iets bij voorstellen. We kennen ook het voorbeeld van een sportschool die tijdelijk in een ruimte zit, of van huisartsen die tijdelijk ergens in de Binckhorst zitten. Kortom, dat soort dingen kan ook, maar de bedoeling is natuurlijk dat het vooral maatschappelijk gericht is. Maar het wordt niet uitgesloten, dus in die zin kan het college dit amendement prima aan de raad laten. Dan het amendement Langdurige leegstand betekent verkoop. Kijk, zeker als we panden verwerven, doen we dat natuurlijk altijd met een doel. Het komt natuurlijk weleens voor dat iemand uit een pand gaat en dat pand toch langer leegstaat. We hebben soms ook een pand waarbij we weten dat er nog een gebiedsontwikkeling omheen gaat plaatsvinden. Dan is het heel fijn dat we dat hebben, 78

en dan komt het ook weleens voor dat we over die vijf jaar heen gaan. Maar ik kan me ook heel goed voorstellen dat een vijfjaargrens om nog weer eens te herijken of het nog nodig is of niet, een goede aanvulling is op het beleid dat we nu hebben, en ook een goede aanvulling op de Nota Vastgoed. Het helpt ons namelijk inderdaad ook om die portefeuille, en zeker het leegstaande vastgoed, goed te beheren. Het is onzin om bezit aan te houden zonder dat we hier een plan voor hebben. Het college kan hier dus goed mee leven en laat het amendement graag aan uw raad. Isabel Bos (GroenLinks). Zou met dit amendement het doel van die evaluatie na vijf jaar dan altijd een definitieve ontwikkeling zijn? Of kan het ook zijn dat we na vijf jaar zeggen: er zit nu iets tijdelijks in en dat vinden we dusdanig waardevol dat we het pand behouden om dat tijdelijke initiatief daarin te houden? Wethouder Bruines (D66). Laat ik het zo zeggen. De reden überhaupt van het feit dat wij zelf vastgoed hebben, is dat we daarmee ons beleid kunnen uitvoeren, of daaraan ruimte kunnen geven. Dat kan natuurlijk op verschillende beleidsterreinen zijn.

Als in de loop van de tijd een pand dat misschien voor iets anders bedoeld was, voor een ander beleidsterrein wordt gebruikt en we het er met elkaar over eens zijn dat dat nuttig is en aansluit omdat we anders misschien iets anders moeten gaan zoeken, is dat natuurlijk vanzelfsprekend. Maar het goede van dit amendement vind ik dat we zeker als iets lang leegstaat - dat is het uitgangspunt - echt even kijken van: hé, is dat nou echt nog wel nodig en voldoet het nog aan onze uitgangspunten voor het bezit van vastgoed? Als het niet meer nodig is voor het beleid dat je hebt, als het niet relevant is of als er niet iets in zit wat we verschrikkelijk belangrijk vinden - dat is ook een afweging - moeten we ook kunnen besluiten om het af te stoten. Als daar geen aanleiding voor is, doen we het niet. Ik denk dat die herijking op dat moment voorkomt dat we misschien dingen in bezit houden waarvan we zeggen: is het nou eigenlijk wel nodig dat wij dat als gemeente doen? Ik sluit het dus niet uit, maar het is geen doel. De voorzitter. Goed. Uitvoeriger kan bijna niet. Mevrouw Bos. Isabel Bos (GroenLinks). Ja, voorzitter, ik zie af van een interruptie. De voorzitter. Ha, nou, het werkt! Wethouder Bruines (D66). Dan gaan we over naar de motie over het definiëren van 'strategische aankoop'. Daar heeft het college wel wat moeite mee.

Kijk, in feite is elke aankoop die wij doen natuurlijk strategisch. Je koopt niet zomaar iets, omdat je denkt 'ik heb geld over dus ik koop eens een pand' of 'goh, wat een leuk pand; laten we dat eens kopen'. Daar zit altijd een gedachte achter. De gedachte die daarachter zit, is natuurlijk dat je iets wilt, en dat je beleid hebt waar je ruimte voor zoekt. Dan kan het gebeuren dat een pand op een relevante plek staat, of dat het een type pand is waarvan je denkt: dit komt maar één keer op de markt; als we het nu laten gaan, hebben we nooit meer de kans om daar nog wat mee te doen. Er kan dus een heel divers scala aan overwegingen zijn om tot een aankoop over te gaan, maar dat strategische zit er altijd in. Er is altijd iets met een tijdsklem: je moet het nu doen; het is een kans die zich nu voordoet dus je wil dat doen. Dat zit er dus altijd achter. Er is ook altijd een koppeling met het beleid dat hier in de raad is aangenomen en waar ruimte voor nodig is. Dat is in feite het kader dat er is, dus ik zoek een beetje naar wat zo'n afwegingskader dan zou kunnen zijn. Die strategische doelen zien namelijk in principe op de hele omvang van het gemeentelijke beleid, of het nou gaat over natuurbeheer, maatschappelijke opvang, grip op gebiedsontwikkeling, onderwijs of het mogelijk maken van een bestemming die anders misschien veel langer op zich laat wachten.

Het speelt in de hele gemeente, van Loosduinen tot Leidschenveen, van het Westbroekpark tot Wateringse Veld en noem maar op. Ik zie het dus eerlijk gezegd niet gebeuren dat we dat allemaal in een soort alomvattend afwegingskader geperst krijgen. Wel is het belangrijk dat we altijd transparant kunnen maken, kunnen beargumenteren, waarom we het belangrijk vinden om iets te verwerven. Peter Mekers (D66). Ik zit eventjes mee te denken, misschien even hardop. We hebben onze meerjarenbegroting en alle beleidsstukken al. Die zouden toch op zichzelf al moeten aangeven 79

waarom het strategisch zou zijn om iets aan te kopen of niet? Hebben we eigenlijk wel behoefte aan iets meer? Of zou dit al voldoende moeten zijn? Wethouder Bruines (D66). Nou ja, dat is eigenlijk wat ik probeer te betogen. Het gemeentelijke beleid dat wij tot uitvoering willen brengen, ligt natuurlijk aan de basis van een besluit om iets te verwerven of niet. Als de markt het oppakt, is dat ook prima. Maar als dat niet automatisch gebeurt en de kans bestaat dat het, doordat we iets niet verwerven, langer duurt voordat we onze wensen of ons beleid tot uitvoering kunnen brengen of verder kunnen brengen, is dat het moment waarop je moet besluiten om erin te springen. Dat moeten we natuurlijk altijd goed kunnen uitleggen, want dat doe je niet zomaar. Het is ook onzin om dat zomaar te doen, want daar is helemaal geen aanleiding voor en het kost alleen maar geld. Maar dat is dus altijd het strategische kader. Ik voel er dus niet zo voor om nóg een nieuwe bureaucratische toets op te tuigen, om het maar even onaardig uit te drukken. De voorzitter. Nee, dat is duidelijk. Meneer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Het gaat de VVD-fractie erom dat we voor al die verschillende soorten aankopen kwalitatief moeten kunnen zien waarom het belangrijk is dat de gemeente die graag wil doen.

Ik zou daar een aantal uitgangspunten voor willen hebben - dat noem ik dan een afwegingskader - waarbinnen je dat dan opschrijft. Wethouder Bruines (D66). Nou ja, die uitgangspunten staan natuurlijk gewoon in de Nota Vastgoed. Wat is de relevantie van gemeentelijk vastgoed? Het dient een maatschappelijk doel en het wordt niet door de markt opgepakt. Daarbij is een strategische aankoop iets anders dan een normale aankoop, omdat bij een strategische aankoop vaak geldt: we moeten het nú doen want anders krijgen we die kans nooit meer. Of: het geeft ons de gelegenheid om eindelijk dit of dat te doen. Het raakt altijd aan gemeentelijk beleid, en we moeten het ook altijd kunnen uitleggen. Dat is eigenlijk het kader. Kortom, de conclusie van het college is dat dit voorstel - een motie is het, volgens mij - echt ontraden wordt. Volgens mij is het namelijk duidelijk zoals het nu is, en krijg je het niet in één verhaal geperst. De voorzitter. In een mal; dat hebben we gehoord. Meneer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Het is wel diffuus. Aan de ene kant zegt het college dat het niet in één mal geperst kan worden, en aan de andere kant zegt het college: we hebben het al opgeschreven. Het kan niet allebei, toch? Wethouder Bruines (D66). Nou ja, blijkbaar vraagt u dus iets meer dan wat er nu in de Nota Vastgoed is opgeschreven.

Ik zoek dan naar wat er dan méér in moet, omdat het kader dat we nu hebben volgens mij heel duidelijk is. We kopen niet zomaar iets. Ook strategisch koop je niet zomaar iets. Het moet altijd een urgentie hebben en aansluiten bij het beleid en bij de wens van de raad of het college, of bij het akkoord of wat dan ook. Dat moeten we altijd goed kunnen uitleggen. Punt. Ik denk dus niet dat er meer is dan wat er nu al is. Isabel Bos (GroenLinks). Heeft het college in de herinnering van de wethouder weleens een pand aangekocht zonder dat daar een strategisch idee achter zat? Wethouder Bruines (D66). Ik kan niet helemáál naar het verleden teruggaan, maar je koopt als gemeente geen pand omdat je denkt: goh, daar staat een leuk pand; laten we dat eens kopen. Daar begon ik zonet ook mee. Je doet dat omdat je daar iets mee wil, en omdat het bijdraagt aan de doelen die we met elkaar gesteld hebben. Dus ja, dat is het. De voorzitter. Gaat u gauw door. Dan redden we het misschien. Wethouder Bruines (D66). Ik kom bij de motie van mevrouw Klokkenburg, over levensbeschouwelijke organisaties en onderhuur. Dat is een belangrijk en ook interessant signaal, dat het college niet direct herkent. Maar mevrouw Klokkenburg heeft aangegeven dat zij die geluiden wel 80

heeft gehoord, dus die neem ik natuurlijk serieus. Het uitsluiten van potentiële onderhuurders puur en alleen omdat zij een levensbeschouwelijke of religieuze organisatie zijn, is voor het college een no-go, maar het doel van de onderhuurder moet ook passen. Daarover ging ook het debatje dat wij hier net hadden. Het beoogde gebruik van de ruimte moet natuurlijk leidend zijn, net als wat er kan in zo'n pand en wat er past bij wat het is. Het moet ook passen bij de bestemming van het pand. Ik vind het belangrijk om even goed uit te zoeken wat hier nou precies aan de hand is. Als er echt sprake is van structurele uitsluiting moeten we zorgen dat dat adequaat wordt meegenomen in de voorschriften die we opstellen of de huurcontracten die we afsluiten. Als we de motie op deze manier mogen uitleggen, kan het college die aan de raad laten. Tot slot het amendement van de heer Çelik. Daar hebben we het in de commissie ook over gehad. Het gaat eigenlijk over de opsomming die nu in de nota staat van allerlei verschillende mogelijke gebruikers. Hij miste daarin de religieuze en de levensbeschouwelijke instellingen. Die horen er natuurlijk ook bij, dus het college heeft er geen bezwaar tegen om die nog toe te voegen aan de opsomming die we al hadden. We kunnen het amendement dus aan de raad laten. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter.

Ik stel voor dat we kijken of we voor het avondeten klaar kunnen komen met de agenda, want dan kunnen we de schorsing tijdens het avondeten laten vallen.

Aan de orde is: M. Gewijzigd voorstel van het college inzake Nota Omgevingskwaliteit Den Haag 2025 (RIS322655). De beraadslaging wordt geopend. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. Dit is een goed voorstel. Ik heb één motie, Maak verduurzamen van Haagse monumenten makkelijk. De motie verzoekt het college te onderzoeken waar eigenaren tegen aanlopen, welke oplossingen er zijn en hoe de gemeente eigenaren van monumenten kan ontlasten bij het verduurzamen van hun woning, hiertoe onder andere in gesprek te gaan met organisaties zoals Duurzaam Den Haag, Haags Monumentenplatform, particuliere eigenaren van monumenten en andere relevante partijen, op basis hiervan een plan van aanpak op te stellen en de raad hierover uiterlijk Q2 2026 te informeren. Deze motie dien ik in samen met Noud Dumoulin van de VVD. De voorzitter. Door de heer De Ridder, daartoe gesteund door de heer Dumoulin, wordt de volgende motie (M.1 VVD) ingediend:

Motie M.1 VVD Maak verduurzamen van Haagse monumenten makkelijk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Nota omgevingskwaliteit Den Haag 2025 (RIS 322655) Constaterende dat: • het verduurzamen van monumenten ingewikkelder is dan niet-monumenten door de regels die gelden voor het beschermen van het monument. Overwegende dat: • veel eigenaren van monumenten afhaken bij het verduurzamen van hun pand omdat de regels hen in de weg zitten, procedures ingewikkeld zijn of eigenaren niet goed weten waar ze terecht kunnen met vragen; 81

•

de ambitie om in Den Haag klimaatneutraal te worden mede hierdoor niet wordt gehaald.

Van mening dat: • eigenaren moeten worden ontlast in regelgeving en procedures zodat zij hun huis makkelijk kunnen verduurzamen. Verzoekt het college: • te onderzoeken waar eigenaren tegenaan lopen, welke oplossingen er zijn en hoe de gemeente eigenaren van monumenten kan ontlasten bij het verduurzamen van hun woning; • hiertoe onder andere in gesprek te gaan met organisaties zoals Duurzaam Den Haag, Haags Monumenten Platform, particulieren eigenaren van monumenten en andere relevante partijen; • op basis hiervan een plan van aanpak op te stellen en de raad hierover uiterlijk Q2 2026 te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Het siert de wethouder dat de wethouder het eerste voorstel heeft ingetrokken en in gesprek is gegaan met erfgoedpartijen. Dat luisteren heeft namelijk geleid tot een gewijzigde versie en dat waarderen wij als Hart voor Den Haag. Hart voor Den Haag stemt vandaag in met het raadsvoorstel. Wij zeggen ja tegen het beschermen van onze historische stad en nee tegen de lelijkheid die er ook is. Eén waarschuwing blijft staan: waak voor smaakpolitie. Kwaliteit is belangrijk maar sla niet door in ambtelijke betutteling. Bescherm onze stad, maar val ondernemers en huiseigenaren niet lastig met een meetlat of liniaaltje.

Gebruik bij de uitvoering vooral gezond verstand. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Het CDA vindt het belangrijk dat we de uitstraling van beeldbepalende en karakteristieke panden die bij onze stad horen, koesteren, maar we horen tegelijkertijd ook van bewoners dat zij aanlopen tegen ingewikkelde regels en lange vergunningsprocedures, bijvoorbeeld als ze hun huis willen verduurzamen, door te isoleren of enkel glas te vervangen. Dat moet wat het CDA betreft simpeler. Daarom doe ik de oproep aan het college om te zorgen dat de doorlooptijden worden verkort voor het verkrijgen van een vergunning of voor het geven van duidelijkheid over wat is toegestaan. Ik stel dus vandaag nogmaals de vraag om te verduidelijken wat het college kán doen en concreet gáát doen om deze doorlooptijden te verkorten. Ik sprak gisteren een bewoner die een verzoek wilde doen maar meteen al te horen kreeg dat hij extra lang zou moeten wachten voordat hij zou weten of hij een vergunning mocht indienen en een reactie zou krijgen op zijn aanvraag voor een vergunning. Graag een reactie. Daarnaast heeft het CDA een motie, Maak het niet te ingewikkeld.

Die verzoekt het college naast het duurzaamheidsspreekuur en foldermateriaal, te bekijken of aanvullende informatievoorziening nodig is, zodat bewoners weten of aanpassingen aan hun gebouw wel of niet vergunningsvrij zijn, te evalueren of de gemeentelijke website en digitale viewer, voldoende duidelijke informatie bieden voor bewoners en organisaties om gemakkelijk te weten aan welke regels zij moeten voldoen bij het opknappen en verduurzamen van hun gebouw, te verkennen of deze verschillende informatiekanalen vanuit de gemeente samengebracht kunnen worden in één gemeentelijk loket, en de raad in Q2 te informeren over de voortgang. Deze motie is medeondertekend door de heer Groenewold van D66, de heer Thepass van GroenLinks en de heer Çelik van DENK. Met deze motie willen wij er vooral voor zorgen dat die informatie niet onoverzichtelijk maar vooral duidelijk is voor onze bewoners en onze organisaties. De voorzitter. Door mevrouw De Groot, daartoe gesteund door de heer Groenewold, de heer Thepass en de heer Çelik, wordt de volgende motie (M.2 CDA) ingediend:

82

Motie M.12 CDA Maak het niet te ingewikkeld De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van het Gewijzigd voorstel van het college inzake Nota omgevingskwaliteit Den Haag 2025 (RIS322655) Constaterende dat: • de Nota omgevingskwaliteit regels bevat voor het beschermen van historische en beeldbepalende gebouwen die bij Den Haag en onze wijken horen; • er in Den Haag veel organisaties en bewoners zijn, die afzien van verduurzaming, isoleren van hun woning, vervangen van enkelglas door dubbelglas of plaatsen van dakkappellen omdat zij tegen moeilijke regels en papierwerk aanlopen; • er een landelijk loket omgevingskwaliteit is, waarbij je kunt checken of een bouwwerk vergunningsvrij is, maar deze website erg onoverzichtelijk is; • in de afdoening van de motie ‘Hulp bij verduurzamen van karakteristieke en monumentale gebouwen’ (RIS317090) is aangegeven dat eigenaren van niet-monumenten (bijvoorbeeld karakteristieke gebouwen) terecht kunnen bij het duurzaamheidsspreekuur dat elke maandagochtend plaatsvindt.

Overwegende dat: • veel bewoners aanlopen tegen ingewikkelde en lange vergunningprocedures om hun huis te isoleren, zonnepanelen te plaatsen, enkelglas te vervangen, of een dakkapel te plaatsen door alle regels, procedures en administratieve kosten die erbij komen kijken; • het belangrijk is om de uitstraling van beeldbepalende en karakteristieke panden die bij onze stad horen, te beschermen; • de gemeente een rol heeft om hulp te bieden bij het beschermen en verduurzamen van beeldbepalende en karakteristieke gebouwen; • er een digitale viewer komt om bewoners en aanvragers van vergunningen te ondersteunen, waarin zij op gebouwniveau kunnen bekijken wat er wel en niet kan. Verzoekt het college: • naast het duurzaamheidsspreekuur en foldermateriaal, te bekijken of aanvullende informatievoorziening nodig is, zodat bewoners weten of aanpassingen aan hun gebouw wel of niet vergunningsvrij zijn; • te evalueren of de gemeentelijke website en digitale viewer, voldoende duidelijke informatie bieden voor bewoners en organisaties om gemakkelijk te weten aan welke regels zij moeten voldoen bij het opknappen en verduurzamen van hun gebouw; • te verkennen of deze verschillende informatiekanalen vanuit de gemeente samengebracht kunnen worden in één gemeentelijk loket; • de raad in Q2 te informeren over de voortgang. En gaat over tot de orde van de dag.

De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. Even over het punt van de doorlooptijden van vergunningen. Dat raakt natuurlijk niet specifiek aan deze nota, maar is op dit moment in veel bredere zin echt een punt van aandacht. Er wordt op dit moment door de afdeling vergunningen en toezicht gewerkt aan verbeteringen, onder andere om die doorlooptijden te verkorten. Dat is namelijk inderdaad nodig. Het heeft ook iets te maken met een overgang van techniek, maar dat is voor de burger inderdaad niet zo verschrikkelijk relevant. Het hele proces wordt op dit moment doorgelicht, en dat gaat door alle afdelingen heen. Wethouder Engberts, die verantwoordelijk is voor vergunningen en toezicht, of daarvan althans de bestuurlijke portefeuillehouder is, zal de raad daar aan het begin van het jaar verder 83

over informeren. Dat is een groot project om een slag te kunnen maken in het kader van de dienstverlening, die wij graag zo optimaal mogelijk willen krijgen. Dat is noodzakelijk. Dat dus even vooraf naar aanleiding van de opmerking van mevrouw De Groot. Het voorstel van de VVD en het voorstel van het CDA gaan eigenlijk allebei over de vraag hoe we omgaan met de informatie aan de mensen. Mevrouw Hinke de Groot zegt 'maak het niet te ingewikkeld' en de VVD zegt 'maak het makkelijk', maar dat komt ongeveer op hetzelfde neer. Wij vinden dit ontzettend belangrijk. Het is een onderwerp dat in de laatste paar jaren meer in de aandacht is komen te staan: mensen die een monument hebben of een pand dat onder het beschermd stadsgezicht valt, moeten dat zo goed mogelijk kunnen verduurzamen. Dat geldt ook voor gewone panden, maar het gaat nu even over de beschermde panden. Tegelijkertijd zegt u ook altijd dat we wel heel goed moeten opletten dat de kwaliteit van ons stadsbeeld en de architectuur niet verloren gaan. Dat gaat niet altijd automatisch samen, en daarom is het zo belangrijk om mensen ook heel goed mee te geven wat er nodig is, en om informatie te geven over wat er kan, welke materialen er beschikbaar zijn en hoe je het dan het beste kan doen om die vergunning te kunnen krijgen.

En als het vergunningsvrij is of er alleen een melding nodig is, moeten mensen informatie krijgen om dat zo goed en verstandig mogelijk te doen. De voorzitter. Wat is de appreciatie van de moties? Wethouder Bruines (D66). De appreciatie van de moties … Voorzitter, dit is een volwaardig debat en ik wil dit toch even uitleggen. De appreciatie van de moties is als volgt. De motie van mevrouw De Groot kan het college aan de raad laten. Het gaat ook even over het samenvoegen tot één loket, want het landelijke loket is verschrikkelijk ingewikkeld. Wij gaan dus echt proberen om dat zo goed mogelijk bij elkaar te krijgen en het ook zo goed mogelijk aan te geven op de website. We zullen u daar dan t.z.t. over berichten zoals u dat voorstelt. Deze motie kan het college dus aan de raad laten. De heer De Ridder stelt dat we nu echt voor monumenten moeten gaan onderzoeken waar men tegen aanloopt. Daar hebben we een heel redelijk beeld van, en wij spreken natuurlijk continu met Duurzaam Den Haag en zeker ook met het Haags Monumentenplatform. Op dit moment wordt er gewerkt aan een monumentennota. De Nota omgevingskwaliteit gaat daar namelijk niet echt over. Die monumentennota komt vóór de zomer van 2026 naar de raad, en daarin wordt veel preciezer ingegaan op wat er allemaal moet en kan. Op dit moment gebeurt er al heel veel om eigenaren te helpen door te adviseren over verduurzaming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16562211/1