RIS324633 Notulen raad van 18 december 2025
Tekst van het document
Amendement I.D PvdAGemeentelijke regierol verankeren De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake de Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2026 - 2032. Besluit om: I. de HEA 2026-2032 vast te stellen, met dien verstande dat op pagina 15, in het onderdeel over het doorbreken van schotten, de volgende passage wordt toegevoegd: “Bij complexe casuïstiek, waaronder thuiszittersproblematiek en gecombineerde onderwijsen zorgvragen, vervult de gemeente Den Haag een faciliterende en ondersteunende rol. De gemeente brengt betrokken partijen bijeen, ondersteunt de samenwerking en spreekt partijen aan op hun verantwoordelijkheden, met als doel de voortgang te bevorderen.” De voorzitter. Door de heer Ahraui, daartoe gesteund door mevrouw Butt en de heer Mahmood, wordt het volgende amendement (I.E PvdA) voorgesteld:
Amendement I.E PvdA Kansengelijkheid als richtinggevend uitgangspunt De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake de Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2026 - 2032. Besluit om: I. de HEA 2026-2032 vast te stellen, met dien verstande dat de tekst als volgt gewijzigd wordt: In de inleiding van de HEA, na de vierde alinea, wordt de volgende zin toegevoegd: 51
“Het bevorderen van kansengelijkheid vormt het centrale uitgangspunt van de Haagse Educatieve Agenda 2026–2032 en is richtinggevend voor alle ambities, speerpunten en keuzes in de uitvoering.” In het hoofdstuk ‘Vier ambities’, direct na de inleidende alinea, wordt de volgende zin toegevoegd: “Deze ambities zijn aanvullend op het overkoepelende doel van het vergroten van kansengelijkheid in alle levensfasen.” De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door de heer Ahraui, daartoe gesteund door mevrouw Butt, de heer Mahmood en mevrouw Van Wijk, wordt de volgende motie (I.4 PvdA) ingediend:
Motie I.4 PvdA Elk kind doet mee De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake de Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2026 - 2032. Overwegende, dat: • de gemeente Den Haag gelijke kansen voor alle kinderen als belangrijk uitgangspunt hanteert; • het belangrijk is dat alle kinderen kunnen meedoen aan alle lessen en activiteiten, ongeacht de financiële situatie thuis; • andere gemeenten, zoals Utrecht, succesvol werken met een vorm van solidariteitsvoorziening om uitsluiting te voorkomen. Constaterende, dat: • de nieuwe HEA inzet op brede ontwikkeling en deelname aan onderwijsactiviteiten; • scholen in de praktijk beperkte middelen hebben voor activiteiten zoals excursies, projecten en cultuuraanbod; • financiële drempels voor ouders nog steeds kunnen leiden tot uitsluiting van kinderen bij schoolactiviteiten.
Verzoekt het college: • in samenwerking met scholen, schoolbesturen en partners te verkennen welke maatregelen nodig zijn om te borgen dat geen enkel kind wordt uitgesloten van onderwijsactiviteiten of brede ontwikkelingsprogramma’s vanwege financiële redenen; • hierbij succesvolle voorbeelden uit andere gemeenten, waaronder het Utrechtse solidariteitsfonds, te betrekken; • deze verkenning op te nemen in de uitvoeringsagenda van de HEA, inclusief een concreet voorstel voor invoering; • en de raad hierover uiterlijk bij de aanbieding van de uitvoeringsagenda te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Onze Haagse kinderen groeien op in een stad met, zoals de HEA het verwoordt, 'grootstedelijke uitdagingen': armoede, de impact van social media en maatschappelijke ontwikkelingen zoals polarisatie en prestatiedruk. Grote onderwerpen die ook volwassenen raken, maar die voor kinderen ook bepalend zijn in hun ontwikkeling en kansen. Opgroeien, ontwikkelen en opvoeden is nooit een individuele opgave. Ouders, scholen, verenigingen, kerken, buurthuizen en de gemeente dragen samen de verantwoordelijkheid voor een veilige, stimulerende omgeving waarin kinderen tot bloei kunnen komen. De dichter Ida Gerhardt 52
verwoordde het treffend met de woorden 'Bezie de kinderen niet te klein'. Kinderen zijn geen bijzaak of project, maar dragers van onze toekomst. Daarom moeten we kinderen zien in hun kwetsbaarheid, maar ook hun potentie. Dat brengt mij bij kerst, waar Jezus als kind eenvoudig geboren werd in een stal, maar met een ongekende betekenis voor de wereld. Een verhaal dat ons eraan herinnert dat juist in kinderen toekomst besloten ligt. Het roept ons op om zorgvuldig om te gaan met wat ons is toevertrouwd. Dan ben ik weer terug bij de HEA. De gezamenlijke opdracht om zorg te dragen voor een veilige, stimulerende en gezonde omgeving voor kinderen om in op te groeien, betekent voor de ChristenUnie/SGP ook nadrukkelijke aandacht voor kinderen die niet altijd vanzelfsprekend in beeld zijn. Daaronder vallen ook hoogbegaafde kinderen. Deze kinderen voelen zich helaas soms buitengesloten en komen soms niet goed mee op school, wat soms zelfs thuiszitten tot gevolg heeft. Voor ouders van hoogbegaafde kinderen is het lastig om in Den Haag een passende plek binnen het regulier onderwijs te vinden waar expertise aanwezig is. De pijnlijke constatering is ook dat onderwijs voor hoogbegaafde kinderen in sommige delen van de stad beter uitgewerkt is dan in andere delen.
Daarom een motie, die ik indien samen met de collega's Bom van Hart voor Den Haag en Peeck van de Haagse VVD, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college samen met schoolbesturen, SPPOH en andere relevante partners te onderzoeken hoe gezorgd kan worden voor betere zichtbaarheid van scholen met expertise op het gebied van hoogbegaafdheid. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door de heer Bom en mevrouw Peeck, wordt de volgende motie (I.5 CU/SGP) ingediend:
Motie I.5 CU/SGP hoogbegaafdheid beter in beeld De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake de Haagse Educatie Agenda (HEA) 2026-2032 (RIS 323937), constaterende, dat: ▪ zo’n 2-3% van de kinderen hoogbegaafd is (IQ boven de 130) en 0,1% uitzonderlijk hoogbegaafd (IQ boven de 145), wat neerkomt op gemiddeld 1 kind per klas; overwegende, dat: ▪ uit de gesprekken met relevante partners - naar aanleiding van de motie ‘Veranker hoogbegaafdheid in het Haags onderwijsbeleid’ - naar voren is gekomen dat er meer inzet komt op vroegsignalering bij o.a. consultatiebureau’s; ▪ uit deze gesprekken ook gebleken is dat het regulier onderwijs passend gemaakt moet worden voor hoogbegaafde kinderen; ▪ dit in sommige delen van de stad en op sommige scholen beter uitgewerkt is; ▪
2 scholen uit het PO in Den Haag aangesloten zijn bij de vereniging begaafdheidsprofielscholen (https://www.begaafdheidsprofielscholen.nl), waardoor zij goed vindbaar zijn voor ouders van hoogbegaafde kinderen die zoeken naar de best passende plek voor hun kind waar expertise al aanwezig is;
verzoekt het college: ▪ samen met schoolbesturen, SPPOH en andere relevante partners te onderzoeken hoe gezorgd kan worden voor betere zichtbaarheid van scholen met expertise op het gebied van hoogbegaafdheid, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging.
53
Hera Butt (GroenLinks). Voorzitter. Nogmaals veel dank aan alle onderwijsprofessionals, ouders, leerlingen en studenten en ambtenaren die bij deze HEA betrokken zijn geweest. Het onderwijs staat voor grote uitdagingen. In deze HEA ziet GroenLinks mooie ambities om deze uitdagingen aan te pakken. Dus daarvoor complimenten aan het college. Wel zou GroenLinks GroenLinks niet zijn als we niet ook een paar op- en aanmerkingen en suggesties zouden hebben. Vandaar dat ik de volgende twee amendementen indien om deze HEA nog iets scherper te maken. Allereerst het amendement met de titel Ook schooladvies in de HEA, waarmee we expliciet het belang van passende schooladviezen benoemen in deze HEA. Met dit amendement wordt daarom besloten om in de HEA 2026-2032 op pagina 18 de volgende tekst toe te voegen: 'Hierbij blijven we ons ervoor inzetten dat kinderen in Den Haag kunnen rekenen op het best passende schooladvies.' Ook ziet GroenLinks graag een goede afwikkeling van deze aankomende HEA. Daarom dienen we een amendement in met de titel Ook een eindevaluatie voor de HEA, waarin wordt besloten om in de HEA 2026-2032 op pagina 35 de volgende tekst toe te voegen: 'Ook komt er een eindevaluatie van deze HEA.
Deze eindevaluatie wordt gedeeld met de raad voordat de volgende HEA wordt vastgesteld.' Ten slotte, voorzitter, hoop ik dat u mij toestaat om een motie in te dienen die niet direct betrekking heeft op de HEA, maar wel op een van de stukken die we in de commissie hebben besproken bij dit agendapunt. Ik hoor namelijk van studenten dat zij bijvoorbeeld in de introductieweek op school nog niet altijd een voorlichting krijgen over drugs en dat er wel behoefte is om daar meer voorlichting over te krijgen. Daarom heb ik een motie met de titel Breng drugsvoorlichting naar alle studenten - het gaat om het hoger onderwijs - met het dictum: verzoekt het college te onderzoeken of de huidige inzet voor het informeren van studenten over drugsgebruik voldoende effectief is om alle studenten in Den Haag te bereiken, en hier zowel het onderwijs zelf als studenten en betrokken organisaties in de stad zoals Jong en Haags bij te betrekken. Deze motie is medeondertekend door Samir Ahraui van de Partij van de Arbeid en Adeel Mahmood van DENK. De twee amendementen die ik net heb ingediend, zijn ook allebei medeondertekend door Samir Ahraui van de Partij van de Arbeid en Adeel Mahmood van DENK. Lesley Arp (SP). Even over die laatste motie over drugs.
Ik had het idee dat mevrouw Butt een dictum voorlas dat ik niet op de mail heb gezien, want in het dictum dat ik op de mail heb gezien ging het over zowel voorlichting - wat mijn fractie echt supergoed vindt, goede, feitelijke wetenschappelijke voorlichting - als over het vermijden, geloof ik, of het voorkomen van drugsgebruik. Klopt dat of is er een nieuwe versie? Hera Butt (GroenLinks). Ja, er is een nieuwe versie. Volgens mij is er eerder een versie gestuurd met een ander verzoek. De voorzitter. De motie staat op het RIS nu. De versie die zojuist ingediend is door mevrouw Butt, is dus de juiste versie ook. Door mevrouw Butt, daartoe gesteund door de heer Ahraui en de heer Mahmood, worden de volgende amendementen (I.F GL en I.G GL) voorgesteld:
Amendement I.F GL Ook een eindevaluatie voor de HEA De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2026-2032. Besluit om: ▪ In de HEA 2026-2032 op pagina 35 de volgende tekst toe te voegen: Aan de uitvoeringsagenda koppelen we een monitoringsagenda, waarbij we afspraken maken over het volgen van de impact van beleid, van wat meetbaar en/of merkbaar is. Ook komt er een eindevaluatie van deze HEA. Deze eindevaluatie wordt gedeeld met de raad voordat de volgende HEA wordt vastgesteld. 54
Amendement I.G GL Ook schooladvies in de HEA De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2026-2032. Besluit om: ▪ In de HEA 2026-2032 op pagina 18 de volgende tekst toe te voegen: Daarom zetten we in deze HEA-periode in op het versterken van de samenwerking rond kansrijke in- en doorstroom. We pakken systeemdrempels aan – fysiek, sociaal, cultureel of didactisch, evenals financieel en juridisch – zodat ieder kind en elke jongere zich ononderbroken kan ontwikkelen. Hierbij blijven we ons ervoor inzetten dat kinderen in Den Haag kunnen rekenen op het best passende schooladvies. De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door mevrouw Butt, daartoe gesteund door de heer Ahraui en de heer Mahmood, wordt de volgende motie (I.6 GL) ingediend:
Motie I.6 GL Breng drugsvoorlichting naar alle studenten De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2026-2032. Overwegende, dat: ▪ volgens cijfers van de GGD zo'n 40% van de jongeren tussen de 18 en 25 jaar in de afgelopen 12 maanden drugs/middelen heeft gebruikt (cijfers 2024). Constaterende, dat: ▪ in de drugsaanpak van Indigo Preventie samengewerkt wordt met het hoger onderwijs, waarbij studenten en docenten via spreekuren, pop-upkramen, voorlichtingen en activiteiten op introductiemarkten worden voorzien van informatie, advies en laagdrempelige hulp in relatie tot middelengebruik; ▪ hierbij interventies met name gericht worden op studenten die actief deel uitmaken van het traditionele studentenleven. Van mening, dat: ▪ informatie en voorlichting voor álle studenten cruciaal is om drugs- en middelengebruik tegen te gaan. Verzoekt het college: ▪ te onderzoeken of de huidige inzet voor het informeren van studenten over drugsgebruik voldoende effectief is om alle studenten in Den Haag te bereiken; ▪ hier zowel het onderwijs zelf als studenten en betrokken organisaties in de stad zoals bijvoorbeeld Jong en Haags bij te betrekken. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Robin Smit (PvdD). Voorzitter.
Een ondersteunend en veilig leerklimaat is essentieel voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren. De nationale Kinderombudsman heeft recentelijk opnieuw een 55
vervolgonderzoek gedaan naar de invloed van pesten op kinderen. Een derde van de kinderen in Nederland wordt gepest, bijvoorbeeld omdat ze verliefd zijn op iemand van hetzelfde geslacht. Uitsluiting en pesterijen belemmeren de ontwikkeling van het kind en het feit om jezelf te zijn. Sterker nog, uitsluiting en pesten van queer jongeren is een van de grootste veroorzakers van de hoge zelfmoordaantallen onder queer jongeren. Het werken aan acceptatie en tolerantie van queer personen is daarom essentieel. Het is daarom noodzakelijk om dit onderwerp bespreekbaar te maken en te houden op scholen. De Partij voor de Dieren vraagt hier steevast aandacht voor en dat zullen we ook blijven doen. Als gemeenteraad is het daarom goed om bij de aangekondigde uitvoerings- en monitoringsprogramma's aandacht te besteden aan wat er allemaal wordt gedaan om de acceptatie van queer personen op school te stimuleren en te monitoren. Vandaar dat onze fractie de volgende motie indient, Monitor queer acceptatie op scholen: verzoekt het college in de nog op te stellen uitvoeringsagenda en monitoringsagenda, samen met de HEA-partners specifiek aandacht te besteden aan het monitoren van queer acceptatie op scholen, door bijvoorbeeld verslag te leggen over het aantal GSA's en activiteiten. Deze motie dien ik mede namens mevrouw Bos, Butt en Van Wijk in. De voorzitter.
Door de heer Smit, daartoe gesteund door mevrouw Butt, mevrouw Bos en mevrouw Van Wijk, wordt de volgende motie (I.7 PvdD) ingediend:
Motie I.7 PvdD Monitor queer acceptatie op school De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake De Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2026-2032 (RIS323937) Constaterende, dat: ▪ scholen wettelijk verplicht zijn aandacht te besteden aan seksuele diversiteit; ▪ uit nieuwe onderzoeken wederom wordt vastgesteld dat queer jongeren veel vaker slachtoffer zijn van pesterijen op scholen; ▪ het zelfmoordpercentage onder queer jongeren tot wel vijf maal hoger ligt dan niet queer jongeren; ▪ de aandacht voor Paarse vrijdag op scholen de laatste jaren afneemt; ▪ op Haagse scholen het aantal Gender & Sexuality Alliance (GSA’s) de laatste jaren blijft schommelen; ▪ voorlichtingslessen of organisaties die die lessen geven niet op alle scholen binnen komen of worden gegeven; ▪ in de samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid 2023-2027 artikel 4.14 is opgenomen waarin staat dat scholen preventief aandacht hebben voor o.a. discriminatie.
Overwegende, dat: ▪ het belangrijk is dat iedereen in Den Haag zich veilig en sociaal geaccepteerd voelt; ▪ er diverse queerbelangenorganisaties in de stad actief zijn om de queer acceptatie en tolerantie te vergroten; ▪ er een uitvoeringsagenda volgt uit de HEA waarin de uitvoering wordt geconcretiseerd en wat de te leveren inspanningen zijn; ▪ aan de uitvoeringsagenda een monitoringsagenda wordt gekoppeld, waarbij afspraken worden gemaakt over het volgen van de impact van het beleid, van wat meetbaar en merkbaar is. Verzoekt het college: ▪ in de nog op te stellen uitvoeringsagenda en monitoringsagenda, samen met de HEA-partners specifiek aandacht te besteden aan het monitoren van queer acceptatie op scholen, door bijvoorbeeld verslag te leggen over het aantal GSA’s en activiteiten. En gaat over tot de orde van de dag. 56
De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Adeel Mahmood (DENK). Voorzitter. Dank aan het college, de ambtenaren en alle partners voor de HEA die we vandaag bespreken. Voor DENK draait de Haagse Educatieve Agenda om één centraal onderwerp, namelijk kansengelijkheid bevorderen. Collega Ghay heeft het hier al uitgebreid over gehad in de commissie. Vandaag hebben we een aantal moties en amendementen die wij van harte steunen om hier weer stappen mee te maken, onder andere over hoogbegaafdheid, dat we ons blijven inzetten voor een passend schooladvies en dat we kansengelijkheid als centraal uitgangspunt hanteren. Ook de aanpak van thuiszitters verdient veel aandacht. Volgens mij gaan we het daar in januari nog wat uitgebreider over hebben. In de commissie heeft collega Ghay het nog gehad over de hoge werkdruk waar de leraren mee te maken hebben. Wat DENK betreft, trekken wij hier in de toekomst meer middelen voor uit om de leraren te ondersteunen. We zien dat we hier aandacht voor hebben. Wat DENK betreft gaan we dit intensiveren. Massimo Etalle (FVD). Voorzitter. Vandaag bespreken wij de Haagse Educatieve Agenda. Het sleutelwoord van dit beleidsstuk is 'inclusiviteit'. Dit magische woord komt in de 40 pagina's maar liefst zestig keer voor.
Maar wat is inclusief onderwijs eigenlijk? Inclusief onderwijs betekent zo veel mogelijk kinderen met verschillende bijzondere leerbehoeften zo veel mogelijk samen. Maar waarom eigenlijk? Rondvraag onder scholen leert dat er juist behoefte is aan meer speciaal onderwijs, zodat reguliere klassen minder vertraging oplopen. Dit verlaagt ook de belasting op docenten en andere leerlingen. Den Haag is een stad met kolossale uitdagingen. Dat vraagt om eerlijke keuzes. 60% van onze inwoners heeft een migratieachtergrond. In sommige wijken is dit 91%. Dat betekent dat in een groot aantal klassen het merendeel van de leerlingen naar de eerste klas gaan zonder een woord Nederlands te spreken. Dit zorgt voor een leerachterstand, ook bij de leerlingen die wel Nederlands spreken. Stel je voor, je stuurt je kind naar school, als enige autochtone Nederlander in zijn klas, en hij of zij spreekt aan het ontbijt beter Nederlands dan bij het avondeten. Alle moeite die je steekt in een goede opvoeding en de toekomst van je kind, verdwijnt zo in de multiculturele smeltkroes. Dit is geen theorie, maar de harde werkelijkheid. Uit een onderzoek van de universiteit van Padova naar data in negentien verschillende landen blijkt dat een hoger percentage mensen met een migratieachtergrond op scholen samenhangt met slechtere prestaties van mensen zonder migratieachtergrond op die scholen.
Daarbij komt dat zijinstromers, bijvoorbeeld kinderen van asielzoekers, slechts één tot anderhalf jaar in een taalklas zitten voordat zij instromen. Rondvraag onder scholen leert dat dit niet voldoende is. Hun taalachterstand is zo groot dat zij een last voor reguliere leerlingen vormen en dat de docenten hier veel meer tijd aan moeten besteden. Doordat alle leerlingen met verschillende problemen samen in een klas zitten, wordt van leraren veel meer verwacht dan alleen lesgeven. Het college omschrijft het als volgt, en ik citeer: 'Zo lijkt het klassieke model van één leraar voor de groep in veel gevallen niet langer houdbaar en vragen we binnen de inclusieve leercultuur van pedagogisch professionals en onderwijspersoneel andere competenties en vaardigheden dan voorheen.' Er liggen veel te veel taken op het bord van de docent, Lentekriebels, sociale vaardigheden, maar ook … De voorzitter. Meneer Etalle, u bent door uw spreektijd heen. Dat is een heel verdrietige mededeling, maar ik kan het ook niet mooier maken. Heeft u misschien nog een motie die u wilt indienen of een amendement? Dat mag wel. Massimo Etalle (FVD). Ik heb nog een laatste vraag. De voorzitter. Dat kan ik helaas niet toestaan. Dat spijt me heel erg. Ik mag dat ook bij anderen niet doen. U mag wel een motie indienen. Dat kan altijd. Massimo Etalle (FVD). Ik heb geen motie.
57
De voorzitter. Mijn excuses daarvoor. Massimo Etalle (FVD). Weet u wat ze in het Congress zeggen? 'C'est la vie'. De voorzitter. C'est la vie, zo is het leven inderdaad. Nick Kaptheijns (PVV). Voorzitter. De Haagse Educatieve Agenda is het laatste huzarenstukje van de zeer betrokken wethouder Bredemeijer. Hij heeft duidelijk een groot hart voor het onderwijs. Dit is waarschijnlijk de laatste keer dat hij hier zal spreken over het Haagse onderwijs en dat vind ik persoonlijk zeer jammer. Het gaat niet goed met het onderwijs, niet alleen in Den Haag. De landelijke trend die wij zien is zeer zorgwekkend. Kinderen kunnen minder goed lezen, rekenen en schrijven dan dat hun ouders dat konden op dezelfde leeftijd. Het onderwijs is niet meer de emancipatiemotor die het ooit was. Het is niet meer vanzelfsprekend dat je van een dubbeltje een kwartje kan worden. 'Samen voor een sterke basis' klinkt nobel, maar het verhult de rampzalige staat van het Haagse onderwijs. De gebrekkige kwaliteit van het onderwijs, torenhoge leerachterstanden, een gigantisch lerarentekort, en dan zijn we ook nog koploper laaggeletterdheid; een regelrechte schande. Segregatie in de stad is dan ook een groot probleem, want juist in de wijken waar er veel minder Nederlands wordt gesproken, zijn de achterstanden verreweg het grootst.
Ik heb al vaker gezegd dat kinderen starten met een taalachterstand omdat er thuis amper tot geen Nederlands wordt gesproken, Nederlandse tv-programma's worden gekeken en Nederlandse boekjes worden gelezen. Daarom hebben we ook voorschoolse educatie. Voorzitter. Deze agenda biedt te veel wollige praat over kansengelijkheid, inclusie en dat hele taalrijke gedoe in een 'superdiverse' stad, want dat is de nieuwe term, heb ik onlangs vernomen. Maar we zien geen harde maatregelen om de focus te houden op de kern: lezen, schrijven, rekenen, maar vooral Nederlands spreken als absolute topprioriteit. Het moet gaan om taal, taal, taal, en rekenen, lezen en schrijven. Er komt een gigantische ramp aan zonder ingrijpen. Ik weet dat de wethouder en dit college dit niet kunnen oplossen zonder hulp van het Rijk, maar ik mis de urgentie in dit stuk. Dat vind ik persoonlijk zeer jammer. Robin Smit (PvdD). Ik spoel even terug in de inbreng van de heer Kaptheijns, want de heer Kaptheijns had het over inclusie. Vindt de PVV het dan niet belangrijk dat kinderen met een lichamelijke beperking gewoon meedoen in school? Nick Kaptheijns (PVV). Natuurlijk, onderwijs is heel belangrijk, voor alle kinderen.
Maar, en dat was mijn punt net ook in het interruptiedebatje met D66, we werken nu naar een soort experiment toe, naar een inclusieve klas, terwijl de leerachterstanden en eigenlijk de problemen in het onderwijs gigantisch groot zijn. Ik denk persoonlijk dat dit gewoon geen geschikt moment is om dit experiment te doen. Ik denk dat de problemen, zeker binnen het passend onderwijs, niet opgelost kunnen worden door het passend onderwijs te incorporeren binnen het reguliere onderwijs. De voorzitter. Gaat u verder. Nick Kaptheijns (PVV). Ik wilde nog even een laatste opmerking maken over de directe instructie en de leraar voor de klas en hoe belangrijk dat is. Ik weet nog heel goed dat mijn maidenspeech daar ook over ging. Over die oude klas in Amsterdam, waar een leraar voor de klas staat met de directe instructie, die zijn leerlingen motiveert, die kennis en kunde overbrengt in een klas waar orde, rust en discipline heersen. Dat is toch echt de enige manier om weer de weg naar boven te vinden, zeker binnen het onderwijs. Dat zou ik graag de wethouder nog even willen meegeven. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. De kerntaak van het onderwijs is voor het CDA meer dan kennisoverdracht of voorbereiding op de arbeidsmarkt. Onderwijs gaat ook over vorming, mensen toerusten om verantwoordelijkheid te nemen en bij te dragen aan de samenleving.
Die verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij scholen, maar bij de samenleving als geheel. In dat licht wil ik beginnen met een punt waar het CDA zich eerder hard voor heeft gemaakt: de aandacht voor studenten. Het CDA heeft gepleit voor een meerjarige integrale aanpak van studentenwelzijn. We zijn 58
blij dat het college dit signaal nu heeft overgenomen. Dat is goed nieuws voor huidige en toekomstige studenten in Den Haag. Ook zijn we blij met de toezegging om bij drugspreventie onder studenten samen te werken met de studentenwelzijnsorganisatie Waar Trek jij De Lijn? Het is goed om te zien dat deze brede kijk op de ontwikkeling van kinderen concreet terugkomt in de HEA. Door scholen te laten samenwerken met sport- en cultuurvoorzieningen in de wijk krijgen kinderen meer dan alleen les in de klas. Ze kunnen zich ook sociaal, creatief en lichamelijk ontwikkelen, dicht bij huis. Dat is precies waar het CDA al langer voor pleit met brede buurtscholen: kansen voor ieder kind, ongeacht de portemonnee van de ouders. Als we willen dat mensen volwaardig kunnen meedoen, is taal cruciaal. Taal is het cement van de samenleving. Het verbindt en maakt begrip mogelijk. Daarom is het CDA blij met de nadruk op taal in deze HEA, niet alleen voor kinderen, maar ook voor ouders en andere volwassenen. Kinderen groeien immers op in gezinnen en wijken. Als de ouders zelf een taalachterstand hebben, werkt dat direct door op deze kinderen. Zij kunnen hun kinderen minder goed helpen met school en begrijpen soms niet wat er vanuit school wordt gevraagd.
Dat belemmert de samenwerking tussen ouders en leraren, juist wanneer die samenwerking het hardst nodig is, bijvoorbeeld bij armoede of criminaliteit. Voor het CDA is dit een gedeelde verantwoordelijkheid. Investeren in taal bij ouders is investeren in hun kinderen en in onze samenleving. We kijken uit naar de uitvoeringsagenda op dit punt. Tot slot. Het CDA ziet de school als vindplaats maar niet als oplosplaats voor alle maatschappelijke problemen. Tegelijkertijd vraagt een stad als Den Haag wel dat we scholen goed uitrusten. Die balans herkennen wij in de HEA, in de flexibelere subsidiestructuur, de ruimte voor schoolbesturen en de samenwerking met partners in de wijk. Dank aan de wethouder voor dit stuk. Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Dank aan de raadsleden voor hun inbreng en voor de complimenten die zijn overgebracht voor het stuk. Ik wil graag uitspreken van mijn kant dat het een proces is waar we met heel veel plezier en ook wel trots op terugkijken. Want een agenda maken voor de komende zes jaar is natuurlijk al een behoorlijke uitdaging op zichzelf. Dit is een agenda voor zes jaar. Die agenda opstellen met de stad, in dit geval met het onderwijs, van kinderopvang tot universiteiten, is een mooi en doorwrocht proces geweest. Fijn dat dat wordt teruggezien. Onderdeel van het proces is uiteraard ook het politieke debat. Dat vindt vandaag plaats.
Daar heeft de commissie ook al een bijdrage aan geleverd. Dus ook daar veel dank voor. Want met de input van de verschillende fracties wordt deze agenda alleen nog maar beter. Daar zal ik straks bij de appreciatie van de amendementen en moties uiteraard ook bij stilstaan. Het is, denk ik, wel goed om eerst de vragen te beantwoorden van de fracties die gingen over de financiën met name. Wat hier voorligt is een onderwijsagenda voor de stad Den Haag, waarin de gemeente, waarin het college, de wethouder Onderwijs, een rol heeft, maar niet als enige natuurlijk. Dit is met het veld samen. De rol van het college, van de gemeente Den Haag is de wettelijke taak, het bouwen van schoolgebouwen, en daarnaast het hebben van onderwijsachterstandsbeleid en dus het verdelen van de middelen die tot onze beschikking zijn. Dat zijn de onderwijsachterstandsmiddelen. De heer Bom vroeg daarnaar. Hij gaf aan dat er wellicht een onevenwichtige verdeling is. We hebben daarover gesproken. Op basis van CBS-statistieken wordt aan ons aangegeven hoe wij die middelen hebben te verdelen. Daar is dus inderdaad sprake van verdeling op basis van waar de noodzaak het hoogst is. Dat is het hebben dus eigenlijk van onderwijsachterstandsbeleid. Geef dat een woord, geef dat misschien verschillende woorden - want dat is volgens mij de behoefte die in deze raadzaal ook leeft.
Ik heb daarvan aangegeven dat ik dat het geven van een sterke basis vind. Zo noemen wij dat in deze HEA: een sterke basis. Je kunt het ook 'kansengelijkheid' noemen. Je kunt daar verschillende woorden op plakken. Ik kom daar straks nog op terug. Maar dat is onze wettelijke taak en de invulling daarvan. Ik denk dus niet dat het niet in evenwicht per se is. Het is eigenlijk gewoon op basis van het CBS. Maar, en daar werd ook een aantal keer op gewezen, de manier waarop we vanuit de nieuwe HEA straks omgaan met de verdeling van middelen, vindt veel meer plaats onder regie van scholen zelf. Een heel belangrijk effect uit deze HEA is dat wij de administratieve lasten die scholen evident ervaren - dat heb ik de afgelopen jaren heel vaak gehoord - wegnemen. Het aanvragen van subsidies kost ongelooflijk veel tijd, terwijl je eigenlijk wel weet: dit gaat gewoon weer net als vorig jaar en het jaar daarvoor et cetera. Dus we doen het langjariger en we doen het onder meer regie van scholen zelf. Daarmee heb je dus ook een deel vrije ruimte gecreëerd waar scholen veel meer sturing op kunnen 59
toepassen. Dan is het niet alleen maar: we krijgen wat en op basis van het CBS zetten we het door. Het is veel meer op basis van de behoefte. Dat gaat veel opleveren voor schooldirecteuren en dus ook voor schoolbesturen, want het geeft meer ruimte. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Wat het punt was en wat ik hoor uit het veld, is dat het weinig inzichtelijk is. Soms gaat er vanuit landelijk al heel veel subsidie naar een school. Op dezelfde achterstandsscores, die wederom worden gebruikt in de gemeente, krijg je dus een opeenstapeling van fondsen. Zo moet je het zien. Ik kan niet zien hoe dat is opgebouwd en waar dat op gebaseerd is. U zei: in de HEA gaan we dat anders doen of kunnen we dat anders doen; we hebben juist meer vrijheid om dat te bezien. Maar mijn vraag is dan nog steeds wel: hoe kunnen we kijken of het wel op de juiste plek terechtkomt? Wethouder Bredemeijer (CDA). De heer Bom heeft gelijk dat het deel dat schoolbesturen tot hun beschikking krijgen vanuit de gemeente maar een heel klein deel is van alles wat scholen tot hun beschikking hebben op basis van lumpsum. Lumpsum is by far het grootste deel. We dragen aan basisscholen gemiddeld gezien ongeveer 4,5% bij en bij vo-scholen is dat 1,1%. Dat is dus een heel klein deel van hun begroting.
Maar dan een antwoord op de vraag van de heer Bom: dat zullen we terugzien meer in de regelingen die we gaan opstellen naar aanleiding hiervan. Dit is de HEA. Daar komt een uitvoeringsplan uit. Daar komen regelingen uit. Ik heb daarnaast nog toegezegd, eerder in de commissie, op verzoek van de heer Ahraui, om ook stil te staan wat de bezuinigingen op het onderwijs die vanuit het Rijk op ons afkomen betekenen voor onze rol daarin, om die consequenties duidelijker aan te geven. Ik denk dat we dan ook het gesprek kunnen voeren in de commissie Samenleving over wat dat voor ons betekent en wat het betekent voor de scholen. Dan zal deze vraag ook aan de orde komen. De agenda is opgesteld met veel input van scholen zelf, van het onderwijs zelf. Ik herken zeer wat ook hier gesteld is en wat de heer Kaptheijns zei, dat er een ontzettende behoefte is om terug naar de basis te kunnen keren, de basis op orde. Dat betekent dus gewoon dat leraren les willen kunnen geven. Docenten willen les kunnen geven. Inderdaad, onder een gesternte van best veel uitdagingen in onze stad, dat is helaas een gegeven. Dat is geen gegeven waar we ons bij neerleggen, expliciet niet. Maar het is wel een gegeven waar schooldirecteuren en docenten dag in, dag uit mee te maken hebben. Daar willen we echt alles aan doen.
Ik mag nu zelf al de afgelopen zes jaar daar persoonlijk mee bezig zijn geweest, maar met iedereen in de stad proberen we daar iedere keer de juiste knoppen te vinden om aan te draaien. Ik wil in ieder geval noemen de verandering die we teweeg hebben gebracht aan de voorkant. We hebben heel expliciet gezegd dat we in Den Haag veel vroeger gaan investeren in het jonge kind. We zorgen dat kinderen op hun tweede naar de voorschool komen, dat dit drempelloos is, dat dit gratis is, en dat ze dus een basis meekrijgen voordat ze op hun vierde, soms nog steeds op hun vijfde helaas, op school aankomen. Zo zadelen we de kleuterjuffen en -meesters niet op met kinderen die inderdaad geen Nederlands spreken of die nog niet gewend zijn om met andere kinderen samen te spelen of iets te delen. Die investering gaat - daar ben ik heilig van overtuigd - echt lonen, ook in de rest van de schooltijd. Dan geef je docenten dus weer de mogelijkheid om les te geven in rekenen en taal. Nick Kaptheijns (PVV). Juist Den Haag biedt veel uitdagingen, ook voor leraren. We hebben natuurlijk scholen waar heel andere problemen spelen dan in de rest van het land. Zou dat ook niet een unique selling point kunnen zijn? Er zijn heel veel leraren die daar juist wel van houden, die juist wel voor uitdagingen willen komen te staan, juist wel zo'n klas willen verheffen.
Zouden we daar ook niet wat meer op kunnen inzetten? Wethouder Bredemeijer (CDA). Daar ben ik het zeer mee eens. Ik zie, denk ik, daar toch ook nog wel twee categorieën in. Mensen die daar met heel veel enthousiasme, ideologisch misschien ook wel, aan beginnen en er toch achter komen dat het echt wel heel ingewikkeld is. Elke dag maar weer ben je met heel grote problemen bezig. Je bent eigenlijk meer met de thuissituatie van kinderen bezig dan met je personeel of welke les je morgen geeft. Ik zie gelukkig ook heel veel mensen die het wel lukt om dat dag in, dag uit te kunnen doen voor deze kindjes. Dus ja, dat doen we, denk ik, ook. Bijvoorbeeld doordat wij bezig zijn met een lerarenopleiding op te zetten waarin die grootstedelijke problematiek 60
meer centraal staat. En ook echt wel in de wervingscampagnes voor leraren: hier kun je echt het verschil maken, in Den Haag is echt behoefte aan jou. Ik denk dat dat behoorlijk centraal staat. Nick Kaptheijns (PVV). Ik had nog een opmerking over iets anders waar de heer Bredemeijer mee kwam. Hij had het er net over dat het heel belangrijk is om terug te keren naar die basis. Geven scholen ook zelf aan dat ze het heel belangrijk vinden om ook weer de leraar te verheffen tot die zelfstandige professional die niet continu aan het handje genomen wordt, maar gewoon les kan geven? Wethouder Bredemeijer (CDA). Absoluut. Er is heel veel behoefte aan de beweging die we gemaakt hebben voor de voorscholen. Het bereik is in een jaar van 58 naar 75 gestegen voor kindjes dat naar de voorschool gaat. Daar zijn scholen ontzettend blij mee, want die zien gewoon dat die basis straks beter is waarmee kinderen komen. Twee. Er is een ontzettende behoefte om gewoon les te kunnen geven. Dan kom je ook op het punt - daar wil ik straks wat meer over zeggen - van de beweging naar passend onderwijs, inclusief onderwijs. Wat is dat eigenlijk, wat betekent dat? Er moeten meer mogelijkheden zijn om docenten les te kunnen laten geven en niet een enkel kindje of een klein groepje kinderen zo veel invloed te laten hebben op de lessen dat de rest van de klas niet meer toekomt aan het krijgen van les.
Dus aan die beweging, waar ik straks meer over ga zeggen, is heel veel behoefte. De voorzitter. De heer Kaptheijns, voor de derde maal. Nick Kaptheijns (PVV). Ik heb nog een laatste suggestie. Het is geen verrassing dat ik ontzettend kritisch ben op de voorschoolse educatie, dat ik het eigenlijk meer als een noodzakelijk kwaad zie omdat er thuis geen Nederlands wordt gesproken. Ik heb nogal kritiek gehad op anekdotisch bewijs, maar ik heb zelf ook nog wel een anekdote te delen. Wat ik heel vaak zie, ook in trams, maar ook gewoon als je door de stad loopt, is dat kinderen heel goed Nederlands spreken tegen de ouders, maar de ouders altijd weer antwoorden in de moerstaal. Zeker in de hele vertaalslag binnen de voorschoolse educatie is het ontzettend belangrijk dat de kennis die wordt opgedaan daar, thuis getraind wordt, want dan blijft het hangen. Ligt daar ook niet de taak om wat meer aan voorlichting te doen binnen de voorschoolse educatie om te benadrukken hoe belangrijk dat is? Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik snap wat de heer Kaptheijns zegt. Het is nu heel erg zo dat het ene deel van de stad naar de voorschool gaat en dat het andere deel daar niet per se behoefte aan heeft. Zo beluister ik de woorden van de heer Kaptheijns. Ik was onlangs in Zweden. Daar mocht ik een aantal voorbeelden zien van hoe het daar is georganiseerd.
Daar gaan kinderen vanaf hun eerste jaar naar school. De leerplicht begint daar op zes, maar tussen de 95 en 100% van de kinderen gaat daar gewoon naar school vanaf hun eerste. Dan heb je dus geen ongelijkheid meer. Dan gaat dus ieder kind gewoon vanaf zijn eerste naar school. Dan kom je dus ook meer in die gelijkheid. Het tweede is de taal. In dit stuk staat heel veel over taal en voorscholen gaan voor mij ook heel veel over taal. Ik vind dat dat nodig is. Dan is altijd het doel: het spreken van de Nederlandse taal. Wetenschappelijk zijn er verschillende onderzoeken die zeggen: laat in hemelsnaam in ieder geval thuis gesproken worden, gepraat worden, boekjes gelezen worden en dergelijke. Sommigen noemen het de taal van hun hart, om dan vervolgens ook het Nederlands goed te kunnen leren. Ik zie dat dat wetenschappelijk zo is. Ik zeg altijd: het doel is het spreken van de Nederlandse taal. Dat is wat ons bindt in de samenleving. Dan inclusief onderwijs, passend onderwijs. Het is te makkelijk om te zeggen: iedereen in dezelfde klas. Het is ook te makkelijk om te zeggen: het kan niet allemaal in dezelfde klas. Het is een beweging waar we ons toe te verhouden hebben. Tegelijkertijd is het uitgangspunt dat ieder kind een plek verdient in het onderwijs. Dat lijkt me evident. Dat is gewoon het gegeven. Maar kan het allemaal gelijk in een reguliere klas? Nee, dat is gewoon niet zo.
Je hebt het over verschillende problematieken waar kinderen mee te maken kunnen hebben. Hoogbegaafdheid is nu een aantal keer langsgekomen. Dat is een vraagstuk. Er zijn ontzettend veel andere vraagstukken die, wat mij betreft, net zo veel aandacht moeten krijgen als het vraagstuk van hoogbegaafdheid. Dat geeft al aan dat je veel meer moet naar een situatie waarin in het regulier onderwijs er aandacht kan zijn voor specifieke problemen waar kinderen mee te dealen hebben. Dat is hoe ik passend onderwijs en inclusief onderwijs zie. Ik wil gaan naar de appreciatie naar de amendementen.
61
Samir Ahraui (PvdA). Een klein puntje van orde voordat het college daarmee aan de slag gaat. Ik heb bij een amendement het verkeerde opgelezen. Dat was nog een andere versie. Bij het amendement Gelijke deelname aan activiteiten is het stukje over verkennende maatregelen eruit. Het eindigt dus gewoon op 'zo veel mogelijk worden weggenomen'. Ik heb dus een verkeerde opgedreund net. Dat scheelt misschien in de appreciatie zo. De voorzitter. Door de heer Ahraui, daartoe gesteund door mevrouw Butt, de heer Mahmood en mevrouw Van Wijk, wordt het volgende gewijzigde amendement (I.C PvdA) voorgesteld:
Amendement I.C PvdA Gelijke deelname aan activiteiten (gewijzigd) De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake de Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2026 - 2032. Besluit om: I. de HEA 2026-2032 vast te stellen, met dien verstande dat op pagina 21, in het onderdeel “We realiseren toegankelijk en samenhangend aanbod voor brede ontwikkeling”, de volgende passage wordt toegevoegd: “We hebben oog voor de financiële draagkracht van gezinnen. We bevorderen, in samenwerking met scholen en partners, dat financiële drempels voor deelname aan schoolactiviteiten en programma’s zoveel mogelijk worden weggenomen.” Het gewijzigde amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik wil beginnen met amendement I.B van Hart voor Den Haag over veiligheid. Veiligheid is een thema waar we heel veel aandacht voor hebben. Deze HEA geeft natuurlijk een agenda voor de komende zes jaar weer. Het is niet een document dat uitputtend is. Het thema veiligheid komt op heel veel andere manieren ook terug. Ik noem het actieplan waar de afgelopen jaren heel veel aandacht voor is geweest. Maar ik heb breed gezien dat in de commissie dit vraagstuk leeft en dat er heel veel behoefte is om het beter te verankeren in de HEA zelf. Daar kan ik me dus veel bij voorstellen.
In dit amendement gebeurt dat. Als het wordt aangenomen kan ik er dus goed mee aan de slag. Dit wil ik dus aan het oordeel van de raad overlaten. De incidentenregistratie kwam overigens eventjes voorbij. Ik heb al toegezegd dat in het eerste kwartaal van 2026 ik een brief zal sturen naar de commissie Samenleving daarover. I.C is het amendement waar de heer Ahraui het zojuist over had. Zeker ook met de aanpassing kunnen we dit aan het oordeel van de raad laten. Het is ook in lijn met de motie die is ingediend door de heer Ahraui. Daar kom ik straks op. Maar op deze manier kan I.C aan het oordeel van de raad worden gelaten. Amendement I.D is ook van de Partij van de Arbeid. Het gaat over de gemeentelijke regierol. Die vinden we belangrijk. Ik zei zojuist iets over passend onderwijs. De tijd is natuurlijk veel te kort om daar een echt goed gesprek over te kunnen voeren. Maar kort en goed komt het hier wel echt op neer. De oproep om de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp - want daar had ik het zojuist over goed te verankeren, is passend. Ik wil amendement I.D dus ook aan de raad laten. Amendement I.E. ik zei zojuist al dat onze wettelijke taak is het bouwen van scholen en daarnaast het hebben van onderwijsachterstandsbeleid. Dat gaat dus over het bieden van kansen aan ieder kind.
Een goede basis, een stevige basis, kansengelijkheid, gelijke kansen; ik denk dat als we een rondje maken, iedereen nog andere woorden kan bedenken daarvoor. Het komt allemaal op hetzelfde neer. Het hele stuk, de hele HEA is doorwrocht van die wettelijke taak en dus van het bieden van gelijke kansen. 25 keer staan de woorden 'gelijke kansen' in dit stuk, waaronder ook in het voorwoord. Het voorwoord geeft, denk ik, wel aan hoe belangrijk we gelijke kansen vinden. Ik vind echt dat we niet een semantische discussie moeten voeren of iemands lievelingswoord graag in de HEA terug willen zien. Ik denk dat daar het instrument amendement ook niet voor is bedoeld. Ik zou het eerlijk 62
gezegd ook een beetje afbreuk vinden doen aan het proces dat we hebben doorlopen met schoolbesturen, met scholen, met kinderopvangorganisaties als we nu zeggen: een fractie wil graag dat woord wat vaker terugzien. Dat doet verder aan de inhoud geen verschil. Ik wil het amendement I.E dus ontraden. Samir Ahraui (PvdA). Interessante appreciatie, want voor mijn fractie is het echt wel iets meer dan dat. Als wij de afgelopen zes jaar hebben ingezet op kansengelijkheid en dat met alle partners op die manier ook invulling hebben gegeven in alle regelingen die we hebben, dan is het toch heel erg logisch dat we, juist omdat die problemen niet verminderd zijn, daar ook hartstikke op doorgaan? Ik ben het eens met de inhoud, maar om te doen alsof het hier alleen maar gaat over mijn persoonlijke voorkeur voor hoe we het labelen, vind ik wel een beetje te kort door de bocht. Wethouder Bredemeijer (CDA). Toch voel ik dat wel zo en ik denk ook wel de auteurs van dit stuk, omdat het hele stuk hier dus al over gaat. Dan is het misschien toch wel iets te veel gericht op de wens van een enkeling in plaats van op de wens van het collectief dat dit heeft opgesteld. Samir Ahraui (PvdA). Ik laat die woorden wel bij het college, want dat is een aanname die op dit moment gedaan wordt over de intentie en de totstandkoming van het amendement, die ik als indiener niet deel.
Ik wil dat toch even hier rechtgezet hebben, want wij spreken ook als fractie met heel veel mensen in het onderwijs. Die hechten er ook waarde aan dat dit een belangrijke pijler is en dat we het gewoon benoemen voor wat het is. De voorzitter. Een interruptie van de heer Kaptheijns. Dat moet wel een snelle zijn, want u heeft nog weinig spreektijd. Nick Kaptheijns (PVV). Ik doe dit ook een beetje om mijn spreektijd op te maken; 13 seconden, daar kan ik toch helemaal niks mee? Ik vond het een heel interessante interruptie en daar wil ik op doorvragen, want het gaat toch weer over semantiek en niet over de inhoud. Gelijke kansen is leuk en aardig, maar het doet er wel degelijk toe waar je geboren bent. Ik hoop dat de wethouder dat ook beaamt en ook beaamt dat gelijke kansen alleen geboden kunnen worden als we kwalitatief goed onderwijs hebben. De voorzitter. Het opmaken is gelukt. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik ben het met die laatste zin zeer eens. Voorzitter. I.F is het amendement van GroenLinks over de eindevaluatie. Dit is eigenlijk wel echt voor de hand liggend, maar als het de wens van de raad is om het nog even goed op te schrijven, dan kunnen we daar goed mee leven natuurlijk. Het krijgt dus oordeel raad. I.G is het amendement van GroenLinks over het schooladvies. Een ongepast schooladvies zou natuurlijk ongewenst zijn.
Dus zeer eens dat er een passend schooladvies moet komen op school. Dit is iets wat ook veel aandacht heeft van het scholenveld en van ons. Ook dat verankeren kan. Het gebeurt natuurlijk al wel gewoon ontzettend veel. Hier is veel aandacht voor. Maar ook daarvoor geldt: als dat iets explicieter moet worden benoemd, dan is amendement I.G aan het oordeel van de raad. Hera Butt (GroenLinks). We hebben het hier tijdens de commissie natuurlijk over gehad. Voor mijn fractie is het altijd belangrijk. Ik denk voor veel fracties in de raad. Nu expliciet ook omdat er weer een zorgelijk onderzoek kwam van DUO waaruit bleek dat veel meiden vooral een lager schooladvies krijgen. Vandaar dat ik dacht: dit is wel goed om dit ook in Den Haag goed in de gaten te houden voor de meiden. Voor iedereen, hoor, maar nu specifiek voor de meiden. Wethouder Bredemeijer (CDA). Die behoefte begrijp ik volledig. Er is op andere plekken in het beleid ook veel aandacht voor; eigenlijk een beetje hetzelfde wat ik ook tegen de heer Bom zei. Veiligheid is een belangrijk thema. Dit is ook een belangrijk thema. We kunnen daar dus prima meer aandacht aan geven en er in de uitvoeringsagenda uiteraard ook meer bij stilstaan.
63
De voorzitter. Gaat u verder. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik ga naar de moties. Motie I.1 is van de VVD, Trots op Haags Vakmanschap. Kort en goed kan ik die aan het oordeel van de raad laten. Wel de winstwaarschuwing dat als we voor de zomer van 2026 daar iets over sturen, dat misschien nog niet de resultaten zullen zijn. Maar zeker de aanpak en dan zullen de resultaten later ook volgen uiteraard. Motie I.2, Ontschotten ook fysiek mogelijk maken, is van Hart voor Den Haag. Ook dit hoort bij de hele discussie of het gesprek over passend onderwijs. Want passend onderwijs, inclusief onderwijs, vraagt evident iets van onze onderwijshuisvesting. Daar zijn we de afgelopen jaren heel duidelijk mee bezig geweest. Dat is natuurlijk een heel grote puzzel ook voor de toekomst. Wat hier staat is daar, denk ik, goed mee in lijn, maar geeft het ook meer helderheld. Motie I.2 van Hart voor Den Haag kunnen wij dus aan het oordeel van de raad overlaten. I.3 is de motie van de heer Bom over het waarderen van leraren. Een motie waarvan de heer Bom bij de indiening al zei dat ik te beroerd zou zijn om deze uit te voeren. Nee, maar dit is wel een gesprek dat we ook in de commissie hebben gehad. We doen ontzettend veel om de waardering voor het onderwijsveld te uiten.
Zo zijn wij een aantal jaren geleden begonnen met het organiseren van het Haags Educatief Festival, het onderwijsfestival waarin we alle leraren en alle onderwijspersoneel en pedagogisch medewerkers in het zonnetje willen zetten, een mooie avond willen geven. Maar het waarderen van iemand die 25 jaar of 40 jaar in dienst is et cetera, is wel echt aan de werkgever. Dat vind ik belangrijk om daar ook te houden. Er zijn natuurlijk allerlei initiatieven die genomen kunnen worden, maar om als gemeente de rol van werkgever hier over te nemen, vind ik minder gepast. Motie I.3 wil ik dus ontraden. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Puur een vraag, hoor. Voor de conciërge bestaat zo'n blijk van waardering bijvoorbeeld wél. Daarvoor gaat eigenlijk hetzelfde op. Of neem de sporter; die is ook in dienst bij ADO. Hoe ziet u dat? Wethouder Bredemeijer (CDA). Er zijn initiatieven. Ik weet bijvoorbeeld dat mevrouw Verduin van D66 het initiatief heeft genomen voor een jaarlijkse prijsuitreiking. Maar vanuit de gemeente is er binnen het onderwijs geen sprake van een prijs, in ieder geval niet voor zover ik weet. Nee. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Laten we dan een trend zetten. Ik zou zeggen: omarm de motie. Wethouder Bredemeijer (CDA). Het is al te laat; ik heb de motie al ontraden. Het spijt me. Dan motie I.4 PvdA. Die kan ik, kort en goed, ook aan het oordeel van de raad laten.
Daar hebben we zojuist al even iets over gezegd bij het amendement. Motie I.7 PvdD gaat over het monitoren van queeracceptatie. Afgelopen vrijdag was het Paarse Vrijdag en toen stond dit weer centraal. Dit is natuurlijk een belangrijk thema. We kunnen zeker gaan kijken wat we precies kunnen monitoren, zoals het aantal GSA's, zoals gesuggereerd werd. Dat kunnen we zeker doen. Op de vraag hoe exact we het gaan doen, kom ik terug als deze motie wordt aangenomen, maar het is zeker mogelijk. Motie I.7 wil ik dus aan het oordeel van de raad overlaten. Dan kom ik bij I.8 D66 en ook bij I.5 CU/SGP, want die hebben hetzelfde thema, namelijk hoogbegaafdheid. Deze moties gaan over een dekkend aanbod. Beide moties wil ik aan het oordeel van de raad laten, maar ik vind het wel belangrijk om daar wat bij te zeggen, namelijk datgene waar ik zojuist mee begon. Kinderen kunnen in het onderwijs met ongelofelijk veel zaken te maken hebben, zoals een thuissituatie, trauma's, ADHD, hoogbegaafdheid, een lichamelijke beperking et cetera. Het is superbelangrijk om voor al die zaken aandacht te hebben en om het aanbod zo aan te passen dat het voor ieder kind beschikbaar en geschikt is. We komen in januari in de commissie te spreken over hoe wij omgaan met de thuiszittersproblematiek.
We komen in januari ook te spreken over de jeugdhulp, dus de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp en de omgang met thuiszitters. Dat zijn grote vraagstukken waarvoor we ons op dit moment gesteld zien, en daar ziet dit ook op. Sorry voor het lange verhaal bij deze aan de raad gelaten moties, maar ik vind het wel heel belangrijk dat we het niet over één enkel vraagstuk blijven hebben, want dat doet echt geen recht aan de zorgen die in de stad
64
leven. Hoogbegaafdheid is één ding, maar er zijn nog ontzettend veel andere zorgen waarmee kinderen te maken kunnen hebben. Voor I.8 en voor I.5 geldt dus: oordeel raad. Tot zover. Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Ik heb nog motie I.6 GL, Breng drugsvoorlichting naar alle studenten. Deze motie kan ik aan het oordeel van de raad laten. Het is altijd goed om te kijken of we echt iedereen kunnen bereiken. In de overwegingen staat dat de interventies met name gericht zijn op het traditionele studentenleven, maar dat is niet helemaal zo. We werken bijvoorbeeld ook heel erg samen met Jongerenpunt070. Daar werkt ook Indigo Preventie mee samen, zodat ook problematisch middelengebruik gesignaleerd kan worden en er een warme overdracht kan plaatsvinden naar de hulpverlening. Maar wij kunnen met deze motie zeker aan de slag, om te kijken of we echt alle jongeren bereiken die we moeten bereiken. Ja. Tot zover. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. We stemmen aan het einde van de vergadering. Ik schors heel kort voor een voorzitterswissel. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. Voorzitter: de heer Van Zanen.
Aan de orde is: J. Voorstel van het college inzake verschuiving reserve verbeteren duurzame mobiliteit (Eneco-middelen) t.b.v. tunnel Vlietlijn (RIS323596). De beraadslaging wordt geopend. Caroline Peeck (VVD). Voorzitter. De Haagse VVD steunt in het kader van doorstroming en leefbaarheid de tunnelvariant. De wethouder gaf aan dat deze tunnelvariant de beste variant is en dat daar de middelen bij gezocht zijn. Ondernemers zien dat anders, want er is grond van hen nodig en de impact op de bedrijfsvoering is groot. Voor een goede afweging straks bij het VO dien ik een motie in, mede namens de heer Meinesz van Hart voor Den Haag, met de titel 'Ondernemers aan de Binckhorstlaan moeten kunnen blijven ondernemen'. Deze motie verzoekt het college bij de uitwerking van een VO van de tunnelvariant nauwkeurig uit te werken en aan de raad bij het VO voor te leggen: a, wat de consequenties op de bedrijfsvoering voor de aan de Binkhorstlaan gelegen bedrijven zijn, b, welke maatregelen genomen moeten worden om deze bedrijven bereikbaar te houden en c, wat de financiële consequenties ervan zijn (inclusief eventuele nadeelcompensatie of onteigening). Joren Noorlander (D66).
Is het misschien goed om hierbij dan gelijk de voordelen en de nadelen mee te nemen voor de doorstroming van fietsers en voetgangers, zodat we ook een overzicht kunnen krijgen van de maatschappelijke kosten en baten? Caroline Peeck (VVD). Dat lijkt me prima. Als we nu als raad instemmen met het voorstel zoals het nu voorligt, geven we ook toestemming om niet verder te kijken dan de korte tunnelvariant, en zullen we niet weten welke kosten er met een langere tunnelvariant bespaard kunnen worden omdat grond van ondernemers en herinrichting van de complexen daarin niet nodig zijn. Daarom heb ik de volgende motie, Inzicht in een 'langere' tunnelvariant. Die verzoekt het college de raad in de voortgangsrapportage over de Vlietlijn te informeren over de mogelijk- en onmogelijkheden van een 'langere' tunnelvariant inclusief een onderbouwing van de financiële consequenties. Ook deze motie heb ik mede ingediend namens de heer Meinesz van Hart voor Den Haag.
65
Joren Noorlander (D66). Ik ben het op zich wel eens met de oproep van mevrouw Peeck, maar ik heb een klein vraagje over de constateringen en de overwegingen. Daarin wordt aangegeven dat de bedrijven aan de Binckhorstlaan per definitie aanzienlijke kosten moeten maken om te kunnen blijven ondernemen, en ook dat ze kunnen blijven ondernemen zoals ze nu doen als de langere tunnelvariant er komt. Maar dat is toch nog niet helemaal helder? Dat moet toch juist komen uit de onderzoeken waarom gevraagd wordt in deze motie? Caroline Peeck (VVD). Ja, dat klopt, dat moet uit de onderzoeken komen. Kijk, dit is wel volgens de zienswijze die de bedrijven hebben ingediend. Zij zijn hiervan overtuigd, omdat er dan gewoon geen grond nodig is, de complexen kunnen blijven zoals ze zijn en de in- en uitritten aan de Binckhorstlaan kunnen blijven. Joren Noorlander (D66). Dan snap ik het goed, denk ik. Dan waren dat de opmerkingen vanuit de zienswijze van de ondernemers. Maar ik begrijp dat u er echt wel toe oproept om dit nog even goed uit te zoeken voor ons, zodat wij een goede afweging kunnen maken. Caroline Peeck (VVD). Klopt. Dat hebben we echt nodig om die afweging straks goed te kunnen maken. De voorzitter.
Door mevrouw Peeck, daartoe gesteund door de heer Meinesz, worden de volgende moties (J.1 VVD en J.2 VVD) ingediend: Motie J.1 VVD Inzicht in een ‘langere’ tunnelvariant De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake verschuiving reserve verbeteren duurzame mobiliteit ENECOmiddelen t.b.v. tunnel Vlietlijn (RIS323596) Constaterende dat: • er voor de Koningscorridor – fase Vlietlijn een voorstel voorligt om 74,4 miljoen euro aan extra budget te verkrijgen voor het uitwerken van een tunnelvariant in plaats van de maaiveldvariant; • de voorliggende tunnelvariant het traject spoorviaducten/Bink36/Supernovaweg betreft; • voor de ‘korte’ tunnelvariant ruimte nodig is die niet in eigendom is van de gemeente; • door de ‘korte’ tunnelvariant de bedrijven gelegen aan de Binkhorstlaan niet meer via deze laan bereikbaar zijn en zij aanzienlijke kosten zullen moeten maken om te kunnen blijven ondernemen. Overwegende dat: • Met een ‘langere’ tunnelvariant de bedrijven gelegen aan de Binkhorstlaan kunnen blijven ondernemen zoals zij nu doen. Verzoekt het college: • de raad in de voortgangsrapportage over de Vlietlijn te informeren over de mogelijk- en onmogelijkheden van een ‘langere’ tunnelvariant inclusief een onderbouwing van de financiële consequenties. En gaat over tot de orde van de dag.
66
Motie J.2 VVD Ondernemers aan de Binckhorstlaan moeten kunnen blijven ondernemen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake verschuiving reserve verbeteren duurzame mobiliteit ENECOmiddelen t.b.v. tunnel Vlietlijn (RIS 323596). Constaterende dat: • voor de koningscorridor -fase Vlietlijn een voorstel voorligt voor het verkrijgen van extra budget (74,4 miljoen euro) waarmee een tunnelvariant in plaats van de eerder gekozen maaiveldvariant kan worden uitgewerkt; • de voorliggende tunnelvariant het traject spoorviaducten/Bink36/Supernovaweg betreft; • voor deze tunnelvariant ruimte nodig is die niet in eigendom is van de gemeente; • door deze tunnelvariant de bedrijven gelegen aan de Binkhorstlaan kosten moeten gaan maken om bereikbaar te blijven en te kunnen blijven ondernemen. Verzoekt het college: • bij de uitwerking van een VO van de tunnelvariant nauwkeurig uit te werken en aan de raad bij het VO voor te leggen: a. wat de consequenties op de bedrijfsvoering voor de aan de Binkhorstlaan gelegen bedrijven zijn; b. welke maatregelen genomen moeten worden om deze bedrijven bereikbaar te houden; c. wat de financiële consequenties ervan zijn (inclusief eventuele nadeelcompensatie of onteigening). En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging.
Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Voorzitter. In de commissie Leefomgeving hebben twee ondernemers ingesproken. Dat zijn Verploegen, een groothandel voor loodgieters en servicebedrijven met duizenden onderdelen op voorraad, en tankstation Kerkhof, een groot en strategisch gelegen energiestation. Beide waren helder: ze zijn niet tegen een tunnel - ze zijn voor een tunnel, net als wij van Hart voor Den Haag - maar ze zijn niet voor deze korte tunnelvariant. Bij de huidige tunnelvariant komt de uitgang precies voor hun bedrijven te liggen, zoals we zonet hebben gehoord. Dat maakt de ondernemingen onbereikbaar. Voor Verploegen betekent dat verlies van een cruciale afhaalfunctie voor installateurs en servicemonteurs uit de hele regio. En voor tankstation Kerkhof betekent het het einde van het bedrijf, want een energiestation zonder in- en uitrit heeft natuurlijk geen toekomst. Deze ondernemers hebben met de gemeente gesproken, maar hun inbreng is niet meegenomen. Dat zien we helaas vaker bij gemeentelijke participatie. Daarom steunen wij de motie van de Haagse VVD, die vraagt om inzicht in een langere tunnelvariant en in de gevolgen voor ondernemers. Hart voor Den Haag wil hier nadrukkelijk aan toevoegen dat wij altijd tegen de maaiveldvariant zijn geweest.