CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324633 Notulen raad van 18 december 2025

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 18 december 202554.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Het moet natuurlijk wel iets lokaals zijn, wat laagdrempelig is. Dat doen we ook samen met de vrouwenorganisaties. Deze motie kunnen we dus aan de raad laten. Hera Butt (GroenLinks). Dank aan het college dat ze aan de slag gaan met het gesprek met de ADV over het beter monitoren of meer monitoren van de verschillende discriminatiegronden. Ik wil graag het college meegeven dat het misschien een idee is om met de gemeente Amsterdam in gesprek te gaan. Daar is op initiatief van de VVD en D66 een initiatiefvoorstel Beter zicht op moslimdiscriminatie aangenomen. Bij de monitoring in Amsterdam wordt wel moslimdiscriminatie bijvoorbeeld, maar ook andere vormen, opgenomen. Wethouder Vavier (GroenLinks). Dank daarvoor. We zullen dat zeker meenemen. Mevrouw Verdonk zei het zojuist ook al, maar velen van u hebben het vandaag herhaald, net als in de commissie: alle discriminatie en racisme is verwerpelijk. We staan allemaal achter artikel 1 van de Grondwet, maar zien dus ook dat het echt heel erg ingewikkeld is omdat het niet altijd een-op-een aan te wijzen is, omdat het ook heel subtiel kan zijn. Net zoals seksisme soms echt ongelooflijk subtiel kan zijn. Je kan het niet per se altijd pinpointen. Maar dat verbetering in de registratie noodzakelijk is, erkennen we allemaal. Ook de nieuwe ADV van Den Haag, ondergebracht bij RADAR, kan daar zeker profijt van hebben. Hera Butt (GroenLinks).

Dat begrijpt mijn fractie ook. Mijn fractie ziet ook inderdaad dat verschillende elementen een rol kunnen spelen. Ziet het college ook dat bijvoorbeeld vrouwen überhaupt - daar hebben verschillende partijen ook aandacht aan besteed - onveilig kunnen zijn op straat en discriminatie ervaren op allerlei plekken? Ik noem moslima's met een hoofddoek, vanwege hun hoofddoek, maar ook natuurlijk omdat het vrouwen zijn en daarnaast een hoofddoek dragen. Maar het zijn allereerst vrouwen, die extra kwetsbaar zijn. Wethouder Vavier (GroenLinks). Jazeker, dat ziet het college ook. Met name ook de intimidatie van moslimvrouwen op straat is zorgelijk. Die neemt ook toe. Dat zien wij ook. Dat zullen we ook meenemen in de aanpak straatintimidatie, want dat vergt ook wel echt een specifieke aanpak. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Kan de wethouder dan ook niet meteen kijken naar hoe vrouwen aangepakt worden en gediscrimineerd worden op straat die er gewoon lekker sexy uitzien? Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat is natuurlijk echt precies het doel van de aanpak straatintimidatie. We willen in de volle breedte de ongelijkheid tussen de twee seksen aanpakken. Dat geldt voor jongeren die op straat rondhangen. Dat geldt voor studentenverenigingen. Dat geldt voor allerlei verschillende groepen mannen die vrouwen ongelijk behandelen, ja, zeker.

34

Nick Kaptheijns (PVV). Zou het, zeker in het kader van gelijkheid tussen mannen en vrouwen, dan ook niet zeer wenselijk zijn dat we ook kritisch gaan kijken naar gescheiden gebedsingangen en ruimtes et cetera? Wethouder Vavier (GroenLinks). Hoe geloofsgemeenschappen hun geloof belijden en beleven, daar gaan wij als gemeente niet over. Nick Kaptheijns (PVV). Dus u heeft er geen mening over als de ongelijkheid tussen een man en een vrouw geïnstitutionaliseerd is in een bepaalde religie? Wethouder Vavier (GroenLinks). Het college is van mening dat gelijkheid tussen mannen en vrouwen breder verspreid zou mogen worden in de stad; laat ik daarmee beginnen. Dat begint bij voorlichting. Dat begint bij het onderwijs. Dat begint bij opvoeding. Dat betekent ook dat we ongelijkheid bestrijden en aanpakken daar waar dat nodig is. Maar als het gaat over de manier waarop mensen hun geloof belijden, dan blijft het college daarbuiten, of de gemeente blijft daarbuiten. De voorzitter. De laatste keer, meneer Kaptheijns. Nick Kaptheijns (PVV). Dus de wethouder verschuilt zich dus achter een religie, ook al is daar sprake van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen of andere groepen, waar de wethouder juist buiten de religies ontzettend hard tegen optreedt en tegen strijdt en tegen ageert en met plannen komt? Wethouder Vavier (GroenLinks). Het gaat eigenlijk om twee dingen.

Het is niet aan de gemeente of aan een college om een uitspraak te doen over de manier waarop mensen hun geloof belijden. Wat wel aan ons is, is om de gesprekken te voeren met allerlei verschillende gemeenschappen in de stad, dus ook de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties, over allerlei maatschappelijke thema's. Zo hebben we ook met deze organisaties bijvoorbeeld gesproken over de aanpak van geweld achter de voordeur en het bestrijden van vrouwelijke genitale verminking. Dat zijn heel gevoelige gesprekken, maar die voeren we wel degelijk. Die verantwoordelijkheid voelen wij als college en die voeren wij dan ook uit. Voorzitter. Ik ga door, want er zijn nog een paar andere vragen gesteld. Op de Partij voor de Dieren ben ik ingegaan. Het gesprek met Maruf zal zeker plaatsvinden. We hopen ook de samenwerking aan te gaan juist ook voor deze specifieke groep. Forum voor Democratie zette gedragsverandering tegenover integratie. Dit betreft geen integratievraagstuk, maar discriminatie, en discriminatie is bij wet verboden. In het plan wordt gedragsverandering nadrukkelijk gekoppeld aan het veiligheidsgevoel van burgers, van alle burgers. Wanneer mensen zich niet veilig voelen om zichzelf te zijn, belemmert dit hun volwaardige deelname aan de samenleving. Dat heeft niet alleen impact op het individu, maar op de samenleving als geheel.

Dit plan zet in op gelijke kansen voor iedereen, dus ook voor onze islamitische stadsgenoten. De motie van Forum voor Democratie, G.5, vraagt om een apart plan voor discriminatie tegen allochtone Nederlanders. Die ontraadt het college. Wij bestrijden alle vormen van discriminatie. Een apart plan voor de bestrijding van discriminatie van autochtone Nederlanders acht het college niet noodzakelijk. Voorzitter: de heer Sluijs. Massimo Etalle (FVD). De motie vraagt niet per se om een plan om de discriminatie tegen te gaan, maar wel om het in kaart te brengen. Wethouder Vavier (GroenLinks). Dan varen we vooral op de cijfers van meldingen bij discriminatie.nl. Op basis daarvan zien we dus dat de discriminatie van mensen met een moslimachtergrond enorm is gestegen en antisemitisme enorm is gestegen. Daarom hebben we dus ook specifieke aanpakken daarvoor. Mocht blijken in de komende jaren dat de discriminatie van autochtone Nederlanders enorm aan het stijgen is, dan moeten we dat verder bekijken. Maar zolang witte mannen nog heel geprivilegieerd zijn, zal het waarschijnlijk niet zo'n vaart lopen. 35

Voorzitter: de heer Van Zanen. Nick Kaptheijns (PVV). Ik val hier toch wel over: witte mannen die ontzettend geprivilegieerd zijn. Kijk, het wordt altijd maar zo de ether in geslingerd van: ja, dat veronderstellen we toch allemaal, daar is toch geen discussie over? Nee, ik wil daar wel eens even een uitgebreide toelichting van de wethouder op. Wethouder Vavier (GroenLinks). Wij zien in ieder geval niet terug in de cijfers van discriminatie.nl dat witte mannen worden gediscrimineerd. Nick Kaptheijns (PVV). Dat is geen antwoord op mijn vraag. Ik krijg weer zo'n cirkelredenatie waar ik echt helemaal niets mee kan. Ik zou gewoon graag die vraag beantwoord willen zien: hoezo zijn witte mannen geprivilegieerd? Kom! Wethouder Vavier (GroenLinks). Excuus, mijn antwoord was niet helemaal compleet, want het geldt over het algemeen niet voor witte queer mannen. Daartegen is de discriminatie wel aan het toenemen. De voorzitter. De laatste keer, meneer Kaptheijns. Nick Kaptheijns (PVV). Als de wethouder dergelijke termen zomaar hier rondslingert, dan zou het haar wel sieren als ze dat een beetje kan onderbouwen en ook met heel illustratieve voorbeelden kan komen waaruit blijkt dat 'witte' - ik vind het een walgelijk anglicisme, het is gewoon 'blank' geprivilegieerd zijn. Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat is de geschiedenis van eeuwenlang.

Mannen, witte mannen over het algemeen, krijgen altijd het voordeel van de twijfel. Massimo Etalle (FVD). Ik vind het echt schandelijk dat we hier een discriminatiedebat voeren en dat wanneer ik het hier heb over autochtone Nederlanders die gediscrimineerd worden - dat zijn verhalen uit de samenleving - de wethouder hier gewoon de wereld in slingert dat witte mannen geprivilegieerd zijn. Dit is precies het soort haatspraak waardoor autochtone Nederlanders gediscrimineerd worden en waardoor zij gepest worden op school. De wethouder laat duidelijk zien dat zij totaal niet geïnteresseerd is … De voorzitter. Uw punt is duidelijk. Het woord is aan wethouder Vavier. Massimo Etalle (FVD). … en zelfs meedoet aan het zondebokgedrag waardoor blanke Nederlanders gediscrimineerd worden. Ik vind het echt schandalig! De voorzitter. Het woord is aan wethouder Vavier nu! Wethouder Vavier (GroenLinks). De heer Etalle heeft mij ook horen zeggen dat artikel 1 van de Grondwet het allerbelangrijkste is en dat discriminatie van geen enkele groep is toegestaan. Wanneer de meldingen stijgen bij discriminatie.nl, zullen we daar zeker naar kijken. Maar wij moeten ons ook baseren op cijfers. Op dit moment hebben we het over de aanpak moslimdiscriminatie. We hebben afgelopen voorjaar gesproken over de aanpak van antisemitisme, gebaseerd op cijfers, gebaseerd op onderzoeken. Daar vaart het college op.

De voorzitter. De laatste keer, meneer Etalle. Massimo Etalle (FVD). In mijn motie vraag ik om onderzoek. We zien dat er een lage meldingsbereidheid is onder autochtone Nederlanders wanneer zij gediscrimineerd worden. Ze halen hun kinderen gewoon van school. Ze maken er geen melding van bij zo'n discriminatiemeldpunt. Daarom pleit ik ervoor om in gesprek te gaan met die scholen, met zo'n meldpunt, om duidelijk te 36

maken dat er ook voor autochtone Nederlanders de kans is om discriminatie te melden. De wethouder kan wel wijzen naar artikel 1 van de Grondwet, maar discriminatie begint, zoals we hier al duizend keer hebben gehoord van de hele linkerkant hier, bij kwetsende opmerkingen en kwetsende grapjes. Als we dan in de wereld slingeren dat witte mannen zogenaamd geprivilegieerd zijn: dit is precies het soort zondebokpolitiek waardoor autochtone Nederlanders geen aangifte durven te doen, geen melding doen wanneer zij gediscrimineerd worden … De voorzitter. Oké, uw punt is duidelijk. Massimo Etalle (FVD). We moeten dat niet accepteren. De voorzitter. Dank u wel! Het woord is aan wethouder Vavier. Wethouder Vavier (GroenLinks). Ik hoorde hier geen vraag meer in. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik ben een blanke vrouw. De wethouder begon net heel goed door te zeggen dat artikel 1 ontzettend belangrijk is. Wat ik vind - ik leg dat voor aan de wethouder - is dat je dat niet alleen in woorden moet zeggen, maar dat je dat ook in daden moet laten zien en dat zo'n opmerking die zij net maakte over witte mannen, daar niet bij hoort. Wethouder Vavier (GroenLinks). Het is zoals het werkt in onze samenleving. Witte mensen krijgen eerder voordeel. Met name gekleurde mensen worden uitgesloten op achtergrond en religie. Dat is wat we willen bestrijden.

Dat willen we volgens mij allemaal hier bestrijden. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Artikel 1 praat over alle vormen van discriminatie. Dat is de wethouder met mij eens, want zij staat te knikken. Dat betekent dus dat de wethouder dat ook dient uit te dragen in woord en daad. Dan is zo'n opmerking over de witte geprivilegieerde mannen die zij net maakte, gewoon onterecht. Eigenlijk moet zij daar haar verontschuldigingen voor aanbieden. We maken allemaal wel eens een foutje. Wethouder Vavier (GroenLinks). Dank voor deze suggestie van mevrouw Verdonk. Maar het feit blijft nog steeds wel dat autochtone Nederlanders, witte mensen meer voordelen hebben en minder worden uitgesloten. Dat is een feit dat bovenaan blijft staan. De voorzitter. De laatste keer, mevrouw Verdonk. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Weet de wethouder hoeveel last deze groep mannen heeft van positieve discriminatie, onder andere door de gemeente Den Haag, door het beleid van dit college? Weet u hoe dat speelt bij die mannen? Dus ik vraag u nogmaals, is het niet verstandiger om te zeggen: dit was niet zo'n handige opmerking en ik sta voor alle groepen mensen in de stad, of ze nou wit zijn, geprivilegieerd, man, blauw, geel, weet-ik-veel wat, daar sta ik voor? Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat klopt. We staan voor iedereen in de stad.

Ik begrijp dat er groepen zijn die het gevoel hebben dat ze voorbijgestreefd worden door andere groepen. Maar het feit is dat is dat deze andere groepen bezig zijn met een inhaalslag. Het is belangrijk dat ook ons ambtelijk apparaat een brede diversiteit van de samenleving weerspiegelt. Het is belangrijk dat we in onze samenleving ervoor zorgen dat er brede diversiteit wordt weerspiegeld, bijvoorbeeld in de zorg, op managementfuncties, dus in de volle breedte. Dat betekent, soms, dat mensen die jarenlang in het old boys network hebben gezeten, ook af en toe een stapje terug moeten doen. Dat dat moeilijk is om te horen en ook moeilijk is om te ervaren, dat begrijp ik heel goed. Maar het is wel noodzakelijk om met elkaar ervoor te zorgen dat we in de volle breedte meer diversiteit en veel meer reflectie hebben van de breedte van de samenleving. Kavish Partiman (CDA). Ik ben nogal terughoudend geweest om me in dit debat te mengen. Maar ik vind wel dat er hier wat uitspraken zijn gedaan door het college, die, als het CDA er goed naar luistert, 37

niet echt verbindend waren. Terwijl ik echt grote waardering heb voor deze wethouder en haar inzet op dit thema, denk ik dat de crux van de zaak altijd is geweest dat we moeten kijken hoe we met elkaar gaan samenleven en hoe we niet de verschillen ten opzichte van elkaar gaan uitvergroten. Dus ik hoop van harte dat ik de wethouder verkeerd begrepen heb en dat ze niet op zoek is gegaan naar de tegenstellingen, maar juist, zoals haar beleid dat keer op keer aantoont, op zoek gaat naar wat ons verbindt. Heb ik dat goed gehoord of behoeft dat nog wat verduidelijking? Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat heeft de heer Partiman goed gehoord. Ik begrijp ook dat in zo'n debat de dingen wat scherper worden geformuleerd. Maar het feit blijft wel dat het in het belang van representatie en brede diversiteit in alle lagen, in dit stadhuis, maar ook bij andere organisaties, soms nodig is voor bepaalde groepen in deze samenleving om een stapje terug te doen en om te accepteren dat dat noodzakelijk is. Kavish Partiman (CDA). Ik ben in elk geval blij dat de wethouder erkent dat we juist op zoek moeten gaan naar de verbinding in plaats van naar de verschillen in de samenleving. Dus ik hoop ook van harte dat het op die manier voortgezet gaat worden. Ik doe misschien ook wel een kleine oproep aan de wethouder - ik snap de scherpte maar - om wat zorgvuldiger in haar woordkeuze te zijn hierin.

Wethouder Vavier (GroenLinks). Dank voor deze suggestie. De voorzitter. Meneer Kaptheijns, met een nieuw punt, hè? Niet over hetzelfde punt. Nick Kaptheijns (PVV). Ik wil een verduidelijkende vraag stellen. Is het dus het collegestandpunt het college spreekt met één mond - dat witte mannen geprivilegieerd zijn en dat het daarom ook gerechtvaardigd is om maatregelen te nemen - zelfs openlijk te discrimineren, al noemen we dat dan 'positieve discriminatie' - om het aantal 'witte' geprivilegieerde mannen - ik vind het een walgelijk woord - op achterstand te zetten of in een nadelige positie te brengen? Dat ze ook anders beoordeeld zullen gaan worden - ze zullen louter en alleen nog op onveranderlijke uiterlijke kenmerken beoordeeld gaan worden - om die diversiteit meer tentoon te kunnen spreiden? Want dat is een soort missie van deze wethouder. Wethouder Vavier (GroenLinks). Meneer Kaptheijns maakt er nu iets van wat ik niet heb gezegd. Het is niet zo dat we mensen op achterstand gaan zetten of dat we mensen anders gaan beoordelen. Het is juist de bedoeling dat we de kansengelijkheid gaan vergroten van iedereen en dat we zorgen voor gelijkheid in de samenleving. Nick Kaptheijns (PVV). Dat is dus pertinent niet waar. De wethouder heeft net wel degelijk gezegd dat witte geprivilegieerde mannen er rekening mee moeten houden dat er een inhaalslag dient.

Die inhaalslag kan dus alleen maar cosmetisch tot stand komen, kan alleen maar door allerlei maatregelen van het college. Maar ze heeft helemaal geen afstand genomen van haar uitspraak. Dus dat impliceert dat wel degelijk. Daarom ook mijn vraag: is dit echt het collegestandpunt? Denken al haar collega's er hetzelfde over? De voorzitter. Helder, u heeft uw punt gemaakt. Wethouder Vavier (GroenLinks). Het is het collegestandpunt om de kansengelijkheid te vergroten in de stad. En het is het collegestandpunt om de representatie van alle groepen te vergroten in deze stad. De voorzitter. De laatste keer, meneer Kaptheijns, kort graag. Nick Kaptheijns (PVV). Maar daar worden dus mensen niet meer op merites beoordeeld, niet meer op kwaliteiten die losstaan van seksuele voorkeur, onveranderlijke uiterlijke kenmerken, etniciteit, huidskleur et cetera, om dat te bevorderen? Wethouder Vavier (GroenLinks). Nee, dat is niet de bedoeling. 38

De voorzitter. Mevrouw Verdonk, u heeft iets nieuws, neem ik aan. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Heeft de wethouder deze term ook wel eens gebruikt in het college? Wat was dan de reactie van haar witte mannelijke collega's? Wethouder Vavier (GroenLinks). We zijn nu wel heel ver afgedreven van het onderwerp van vandaag. Ik ga even door met de laatste vraag die is gesteld. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Dat is wel weer makkelijk: we zijn afgedreven. We zijn helemaal niet afgedreven en u bent degene die die steen in de vijver heeft gegooid. Dus ik zou toch graag een antwoord willen op mijn vraag. Wethouder Vavier (GroenLinks). Ik kan me ook heel goed voorstellen dat die steen in de vijver een pijnlijke steen is. Dat kan ik me heel goed voorstellen. De voorzitter. De laatste keer, mevrouw Verdonk. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik interpreteer uw woorden nu, wethouder. Dat betekent dat uw collega's in het college het pijnlijk vonden toen u die uitdrukking gebruikte. Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat laat ik graag aan de collega's om daarop te antwoorden. Voorzitter. De laatste vraag is van D66. Die vroeg om de nationale werkgroep Inclusieve Zorg bij de inrichting van de ADV. Dat kunnen we doen. RADAR heeft iets van een groep gevormd. Die zijn ook bezig met het op een goede manier inpassen van de ADV. Daar kunnen we zeker ook deze werkgroep bij betrekken.

Dat waren alle aan mij gestelde vragen. Wethouder Barker (PvdD). Voorzitter. Ik had één motie. Die ging over straatintimidatie en specifiek over boa's. Daarom sta ik hier nu even. Misschien is het goed om even de achtergrond te schetsen. Ik snap goed de wens om te kijken hoe je straatintimidatie meer kan aanpakken. Er is een landelijke pilot aan de gang. Het idee was dat die pilot nu al geëvalueerd zou zijn. De evaluatie is nog niet gedaan. Die is pas medio zomer, zei de staatssecretaris. Misschien heeft dat te maken met dat de pilot niet zo succesvol was of dat het kabinet wat minder succesvol was. De evaluatie is in ieder geval uitgesteld. Dat betekent ook dat je als gemeente geen bevoegdheid hebt om het te doen, want er waren een aantal pilotgemeenten die het deden. Wat ook speelt is natuurlijk dat het best wel ingewikkeld is om intimidatie op heterdaad te betrappen. Maar de rijksoverheid maakt de afweging in hoeverre het wenselijk is om dit als boa-bevoegdheid mee te geven. Het lijkt me dus goed om de pilot af te wachten. En, wat in de raad ook een discussie was, je moet uiteindelijk een keuze maken in hoeverre je er capaciteit op zet, omdat er gewoon heel schaarse boa-capaciteit is. Dus wat kies je dan om niet te doen? Maar eigenlijk speelt hier nog wel meer, ook het aspect dat die bevoegdheid er nu niet is.

Als je die bevoegdheid als gemeente zou krijgen, dan nog kan je het niet meteen doen, omdat je dan eerst je boa's moet opleiden ervoor. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Dat begrijp ik niet, want in de afdoening van de motie staat dat de pilot tot juli loopt. Dan zal er geëvalueerd worden. 'Het college volgt de pilot met interesse. Afhankelijk van de ontwikkelingen en uitkomsten van de pilot bekijkt het college of en op welke manier onze handhavers kunnen worden ingezet tegen straatintimidatie.' De woorden 'staatssecretaris' en 'landelijk beleid' komen in die hele afdoening niet voor. Dus ik weet niet waar dat nu vandaan komt? Wethouder Barker (PvdD). Misschien moet ik het dan duidelijker uitleggen. De pilot is een landelijke pilot van de rijksoverheid, waar een aantal gemeenten aan meedeed. De staatssecretaris, dus de landelijke overheid, heeft aan de Kamer gecommuniceerd dat die pilot verlengd wordt en dat de evaluatie pas volgend jaar afgerond zal worden. Toen het college aangaf dat de evaluatie in de zomer

39

van dit jaar zou komen, ging het ervan uit dat het kabinet zich aan zijn planning zou houden. Het kabinet heeft dus ervoor gekozen om die evaluatie nog niet te doen en de pilot te verlengen. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). In de gemeenten Rotterdam, Utrecht en Arnhem is gestart met die pilot. We weten uit Rotterdam dat er een eerste zaak is behandeld op basis van deze pilot. Dat is niet voldoende voor de gemeente om te zeggen: wij gaan ook starten of in ieder geval vast opleiden? Wethouder Barker (PvdD). Het zijn dus meerdere dingen. Allereerst ben je niet bevoegd, want alleen de pilotgemeenten zijn bevoegd om het te doen. Ten tweede is het natuurlijk ook gewoon een capaciteitsafweging. Ten derde: dat er één zaak is, betekent niet dat het effectief is. Het gaat er om, gegeven de inzet die je pleegt, hoeveel casussen je hebt en of het helpt. Het college heeft altijd gezegd dit een interessante ontwikkeling te vinden, maar we hebben dus die bevoegdheid nu niet. De voorzitter. De laatste keer, mevrouw Verdonk. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik hou er altijd van als tijdens het spel de spelregels niet veranderd worden. In die hele afdoening staat helemaal niks over een landelijke pilot en dat Den Haag niks zou mogen doen. Het staat er allemaal gewoon helemaal niet in. Het suggereert in ieder geval dat Den Haag zelf die beslissing kan nemen.

Ik vraag me dus af waar dit nu ineens vandaan komt. Wethouder Barker (PvdD). Ik denk dat het misschien goed is er nog het volgende bij te zeggen. Hart voor Den Haag had een motie ingediend over die pilot die in Rotterdam plaatsvond. Daarin speelde dat dit een pilot was die landelijk mogelijk was gemaakt voor Rotterdam. Toen heeft het college gezegd, bereid te zijn om de motie positief te omarmen, om te kijken hoe dat nou precies zit. Die pilot is dus in meerdere gemeenten uitgevoerd op basis van de landelijke regelgeving. Uiteindelijk heeft de wetgever, dus de landelijke overheid, ervoor gekozen om de pilot te verlengen. Alleen de pilotgemeenten hebben de mogelijkheid om mee te doen. De boa's in Den Haag hebben niet die bevoegdheid om te kunnen optreden. Wat het college heeft gezegd in de afdoening is dat we de evaluatie afwachten, zodat we dan eventueel kunnen aansluiten. Dat is dus nog niet mogelijk, want de evaluatie is nog niet afgerond, omdat de landelijke overheid ervoor heeft gekozen om in plaats van generiek voor alle gemeenten die bevoegdheid te regelen, de pilot door te zetten. Voorzitter: de heer Sluijs. De heer Van Zanen. Voorzitter. Ik zal iets zeggen over motie G.1 van mevrouw Hofstra van de VVD, Voorkom een parallelle samenleving. Ook de heer Ahraui heeft daar nog een vraag over gesteld. De drie verzoeken lijken mij hanteerbaar. Wij gaan dat signaleren.

Ik zal u in 2026 informeren. Oordeel raad. De voorzitter. We hebben alle beantwoordingen gehad van de zijde van het college. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Meneer Ahraui, u heeft een punt van orde of nog een interruptie? Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter, ik heb een punt van orde. Ik had een motie ingediend in eerste termijn. Ik geef alvast aan dat ik die vanavond hoofdelijk in stemming wil brengen. De voorzitter. Dat gaan we doen. De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: H. Voorstel van het college inzake Verzoek om bindend advies voor omgevingsvergunning opvang ontheemden Wassenaarseweg 76 (RIS323695). 40

De beraadslaging wordt geopend. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. We moeten vandaag instemmen met een bindend advies voor de opvang van ontheemden aan de Wassenaarseweg 76. De VVD snapt heel goed dat we hier opvang van Oekraïners goed kunnen regelen, want het is er al goed geregeld. Het is eigenlijk natuurlijk van de zotte dat we het niet goed geregeld hadden, maar goed, het wordt nu gerepareerd. De VVD kan dus instemmen met het voorstel. De VVD is echter geen voorstander van tijdelijkheid in onze stad die bijna permanent blijft. We stemmen vandaag in met de opvang tot 2030, maar de VVD wil ook graag dat we gaan werken aan permanente invulling. Wat we missen in deze stad, zijn vele ouderenwoningen. Die zijn kei- en keihard nodig voor al die oudere inwoners in onze stad die graag in hun wijk willen blijven wonen. Deze locatie is daar meer dan geschikt voor. De VVD wil meer ouderenwoningen in Benoordenhout en daarom de volgende motie, Van bejaardentehuis naar seniorenwoningen: verzoekt het college met de eigenaar van de Wassenaarseweg 76 in gesprek te gaan en indien mogelijk afspraken te maken met de eigenaar om vanaf 2030 op deze locatie seniorenwoningen te realiseren, en de raad over het resultaat van dit gesprek en de gemaakte afspraken te informeren. De voorzitter. Door de heer De Ridder wordt de volgende motie (H.1 VVD) ingediend:

Motie H.1 VVD Van bejaardentehuis naar seniorenwoningen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake verzoek om bindend advies voor omgevingsvergunning opvang ontheemden Wassenaarseweg 76 (RIS 323695). Constaterende dat: • de Wassenaarseweg 76, voorheen een bejaardentehuis, tot 2030 wordt ingezet voor de opvang van Oekrainers; • in de woonzorgvisie de gemeente de ambitie heeft uitgesproken om meer seniorenwoningen te realiseren. Overwegende dat: • er in de gemeente Den Haag een breed tekort is aan passende seniorenwoningen; • in wijken met relatief oudere inwoners, zoals het Benoordenhout, de behoefte aan seniorenwoningen extra groot is; • het voor veel ouderen prettig is om in hun vertrouwde wijk te kunnen blijven wonen; • de locatie aan de Wassenaarseweg 76 bij uitstek geschikt is om te worden ingericht voor seniorenhuisvesting. Verzoekt het college: • met de eigenaar van de Wassenaarseweg 76 in gesprek te gaan en indien mogelijk afspraken te maken met de eigenaar om vanaf 2030 op deze locatie seniorenwoningen te realiseren; • de raad het resultaat van dit gesprek en de gemaakte afspraken te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Voorzitter.

Ik had gehoopt tijdens de commissie de wethouder al te bewegen om niet dat hele gebouw daar vol te stoppen - laat ik het maar even zo zeggen - met Oekraïners, maar om dat deels te doen en een deel van het gebouw te bestemmen voor bejaarden. Ik heb begrepen dat de wethouder met alle nieuwe bestemmingsplannen die mogelijkheid wel heeft. Ik 41

sluit me dus helemaal aan bij de woorden van de heer De Ridder en steun ook graag zijn motie om te zorgen dat het dan in ieder geval in de toekomst gaat gebeuren. Wethouder Engberts (PvdA). Voorzitter. Ik heb een motie van de VVD waar ik een reactie op moet geven. Die kunnen wij oordeel raad laten. We zijn al in gesprek met de eigenaar van het complex over mogelijke herontwikkeling na afloop van het tijdelijke. Dan gaat het natuurlijk ook om het woonprogramma. Daar kijken we ook naar de optie seniorenwoningen. Wat ons betreft oordeel raad. De voorzitter. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten.

Aan de orde is: I. Voorstel van het college inzake De Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2026-2032 (RIS323937). De beraadslaging wordt geopend. Caroline Peeck (VVD). Voorzitter. Goed onderwijs geeft kinderen gelijke kansen, leert hen kennis en vaardigheden om hun talenten te ontplooien en helpt hen met normen, waarden en digitale vaardigheden. Het geeft hen een basis die op orde is en die hard nodig is om in deze samenleving mee te doen. Naast basisvaardigheden vroeg ik in de commissievergadering namens mijn fractie ook extra aandacht voor hoogbegaafdheid en veiligheid op scholen. Ten aanzien van hoogbegaafdheid: ouders stuurden een brandbrief. Dat heeft er mede toe geleid dat meerdere partijen in de raad, net als de Haagse VVD al jaren doet, zich er hard voor maken dat er meer aandacht komt voor en zichtbaarheid van het aanbod op scholen voor hoogbegaafde kinderen. We zijn van mening dat de uitvoeringsagenda van de HEA met de moties die hierover nog zullen worden ingediend, beter zal worden. Een veilige leeromgeving is essentieel om überhaupt te kunnen leren. Ook daar vragen we als Haagse VVD al enige tijd aandacht voor. We kijken dan ook uit naar de ons toegezegde incidentenregistratie van scholen, die voor het eerst nu in het komende kwartaal aan de raad toegestuurd zal worden en ons een instrument geeft waarmee we als raad beter op die veilige leeromgeving kunnen gaan sturen.

Aan onze Haagse mbo's en vmbo's worden de vakmensen van morgen opgeleid. Mbo is zeer belangrijk onderwijs en verdient een goed imago. Als Haagse VVD vonden wij hier te weinig over in de voorliggende HEA. We moedigen de gemeente graag aan om meer te doen en zich zichtbaar harder in te zetten om het imago te verbeteren, waarbij er handvatten te vinden zijn voor regionale en lokale overheden in een mooi landelijk rapport dat hierover is uitgekomen. Dit hebben we in een motie gegoten met als titel Trots op Haags Vakmanschap, die ik mede namens de dames Butt van GroenLinks, Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP, Van Wijk van D66 en Faïd van de Haagse Stadspartij indien, met als dictum: verzoekt het college om bij het opstellen van een uitvoeringsagenda voor de HEA 2026-2032, samen met vo- en mbo-instellingen, werkgeversorganisaties en jongeren(raden) een Haagse aanpak 'Trots op vakmanschap' uit te werken, gericht op verbetering van het imago van vmbo en mbo, relevante aanbevelingen uit het in mei 2025 verschenen rapport over het imago van het beroepsonderwijs daarin mee te nemen, en de raad voor de zomer van 2026 over de aanpak te informeren om het effect op instroom en beeldvorming te kunnen volgen. De voorzitter. Door mevrouw Peeck, daartoe gesteund door mevrouw Butt, mevrouw Klokkenburg, mevrouw Van Wijk en mevrouw Faïd, wordt de volgende motie (I.1 VVD) ingediend:

42

Motie I.1 VVD Trots op Haags Vakmanschap De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake de Haagse Educatieve Agenda (HEA) (RIS323937) Constaterende dat: • in Den Haag een structureel tekort aan vakmensen bestaat in sectoren als techniek, zorg, ICT, bouw en dienstverlening, terwijl juist deze sectoren in hoge mate leunen op goed VMBO- en MBO-onderwijs en een hoge instroom; • het imago van VMBO- en MBO-opleidingen onder ouders en jongeren nog vaak achterblijft bij HAVO/VWO en HBO/WO, ondanks de grote maatschappelijke waarde van beroepsonderwijs; • het landelijke rapport “Imago (V)MBO” van OCW, dat in mei 2025 is gepubliceerd concrete aanbevelingen bevat voor lokale en regionale beeldvorming en samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en gemeente om de beeldvorming rond (V)MBO en aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren. Overwegende dat: • de gemeente een structurele samenwerking met Haagse werkgevers en MKB heeft; • de gemeente in haar communicatie-uitingen veel ondernemers en bedrijven in Den Haag bereikt en daarin bewust succesvolle Haagse VMBO- en MBO-leerlingen, alumni en leerbedrijven zichtbaar kan maken.

Verzoekt het college: • om bij het opstellen van een uitvoeringsagenda voor de HEA 2026-2032, samen met VO- en MBO-instellingen, werkgeversorganisaties en jongeren(-raden) een Haagse aanpak “Trots op vakmanschap” uit te werken, gericht op verbetering van het imago van VMBO en MBO; • relevante aanbevelingen uit het in mei 2025 verschenen rapport over het imago van het beroepsonderwijs daarin mee te nemen; • de raad voor de zomer van 2026 over de aanpak te informeren om het effect op instroom en beeldvorming te kunnen volgen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Demi van Wijk (D66). Voorzitter. Vandaag behandelen we de Haagse Educatieve Agenda. D66 onderschrijft de ambities van de HEA, maar ziet ook dat het document op onderdelen nog te abstract is en dat de echte keuzes moeten landen in de uitvoeringsagenda. Inclusief onderwijs betekent dat je verschillen erkent en dat je daar in de praktijk ook naar handelt, dat ieder kind wordt gezien, ongeacht of het extra ondersteuning nodig heeft, juist meer uitdagingen nodig heeft of daar ergens tussenin zit. Vandaag richt ik mij op kinderen voor wie het onderwijsaanbod nu niet passend is. Een groep springt daarbij nadrukkelijk in het oog: hoogbegaafde leerlingen.

Ondanks de brede steun voor de motie Veranker hoogbegaafdheidsbeleid in Haags onderwijsbeleid en eerdere toezeggingen van het college, komt hoogbegaafdheid in de HEA niet expliciet terug. Dat is zorgelijk, juist omdat het ontbreken van passend aanbod kan leiden tot onderpresteren, uitval en uiteindelijk thuiszitten. Nick Kaptheijns (PVV). Ik kan dus veronderstellen dat D66 voor dat inclusief onderwijs 2030 is? Demi van Wijk (D66). Ja.

43

Nick Kaptheijns (PVV). Oké. Vindt mevrouw Van Wijk het wenselijk dat kinderen met gigantische problemen, al dan niet lichamelijk, soms zelfs psychisch, mentaal, in een reguliere klas worden gestopt? Zorgt dat niet voor een belemmering voor leerlingen die daar niet mee te maken hebben? Is het verstandig om dat allemaal bij elkaar te gooien? Demi van Wijk (D66). Het is heel interessant dat de heer Kaptheijns hierover begint, want daar ga ik ook in mijn inbreng naartoe redeneren. Ik richt mijn inbreng op hoogbegaafde leerlingen. Ik zie in de praktijk dat deze hoogbegaafde leerlingen niet altijd passen in het bestaande onderwijs. Ik heb daarom ook een motie opgesteld om te onderzoeken en bij te houden hoe de vork nu in de steel zit, zodat we echt passend onderwijs kunnen gaan maken voor bijvoorbeeld deze groep. Dus ik erken dat het voor deze groep niet altijd passend is in het reguliere onderwijs. De voorzitter. Meneer Kaptheijns, voor de derde maal. Nick Kaptheijns (PVV). Dat ondersteun ik van harte. Ik denk dat het heel goed is om daarnaar te kijken, omdat die problemen, zeker met hoogbegaafde kinderen, al wat langer spelen en er eigenlijk niet echt een passend antwoord op is.

Maar dat betekent toch eigenlijk dat dan niet inclusief 2030 helemaal ondersteund wordt door D66? Of geldt dat alleen voor leerlingen met een bepaalde handicap et cetera dat zij wel in het reguliere onderwijs moeten kunnen meedraaien? Demi van Wijk (D66). Ik zal even onze visie op inclusie toelichten. Wat ons betreft betekent inclusie dat je erkent dat er verschillen zijn. Als je erkent dat er verschillen zijn, dan kan je ook beleid maken voor specifieke groepen. Dat is waar ik ook zo meteen naartoe ga in mijn verhaal en waar ook de motie zich op richt: dat we voor deze specifieke groep gericht beleid maken. De voorzitter. U vervolgt uw betoog, mevrouw Van Wijk. Demi van Wijk (D66). Een voorbeeld uit de Haagse praktijk. Een kind zit thuis omdat het aanbod op school niet aansluit. Het kind ontvangt geen arrangement vanuit het samenwerkingsverband en de betrokken jeugdzorgorganisatie geeft niet thuis. Het gevolg? Er is geen passend onderwijs voor het kind en de ouders zijn ten einde raad. Deze ouders zijn zo ten einde raad dat ze huilend opbellen. Het is echt heel erg. Helaas is deze casus geen uitzondering. Voorzitter. In Den Haag zijn er waardevolle initiatieven, zoals C+-groepen en de groep 9-klas. Maar deze voorzieningen zijn tijdelijk van aard en bieden geen structureel dekkend aanbod. Daarnaast ben je niet parttime hoogbegaafd.

Het college heeft bovendien eerder aangegeven dat het huidige onderwijsaanbod nog onvoldoende aansluit bij de uiteenlopende leer- en ondersteuningsbehoefte van deze leerlingen. Tegelijkertijd zien we dat er mede dankzij landelijke middelen kansen liggen om het aanbod voor hoogbegaafde leerlingen structureel te versterken binnen het reguliere onderwijs. Dit vraagt echt om inzicht. Waar hebben we aanbod, waar zitten de gaten en waar moeten we bijsturen? Daarom dient D66 samen met de collega's van de fracties van de ChristenUnie/SGP, Hart voor Den Haag, VVD, PvdA, GroenLinks en DENK de volgende motie in, Maak dekkend onderwijsaanbod inzichtelijk in uitvoerings- en monitoringsagenda HEA: verzoekt het college het dekkend aanbod aan onderwijs en zorg voor categorieën kinderen waarvoor nu onvoldoende dekkend aanbod is, te monitoren gedurende de looptijd van de HEA 2026-2032, daarbij gebruik te maken van expertise van externe partijen, en de afspraken hieromtrent terug te laten komen in de uitvoeringsagenda. De voorzitter. Door mevrouw Wijk, daartoe gesteund door de heer Ahraui, de heer Bom, mevrouw Klokkenburg, de heer Mahmood, mevrouw Peeck en mevrouw Butt, wordt de volgende motie (I.8 D66) ingediend:

44

Motie I.8 D66 maak dekkend onderwijsaanbod inzichtelijk in uitvoerings- en monitoringsagenda HEA De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van de Haagse Educatieve Agenda 2026-2032, Samen voor een sterke basis (RIS323937). Constaterende dat: • de Haagse Educatieve Agenda 2026–2032 in zet op inclusie en tijdige herkenning en erkenning van diverse ondersteuningsbehoeften; • deze inzet dan ook vraagt om een passend onderwijsaanbod; • in de afdoening van de motie ‘Veranker hoogbegaafdheid in het Haags onderwijsbeleid’ (RIS 321255) door het college is aangegeven dat op dit moment het huidige onderwijs-aanbod in Den Haag nog niet aansluit bij de uiteenlopende leer- en ondersteuningsbehoeften, waaronder die van hoogbegaafde leerlingen en dat de ingezette lijn van het onderwijsaanbod voor hoogbegaafde leerlingen verder dient te worden verbeterd en dient te worden uitgebreid binnen de reguliere schoolcontext; • het Ministerie van OCW subsidies heeft verstrekt aan de samenwerkingsverbanden passend onderwijs ter versterking van het onderwijsaanbod voor hoogbegaafde leerlingen; • vanaf 2026 de middelen voor onderwijs en ondersteuning aan (hoog)begaafde leerlingen structureel onderdeel worden van de bekostiging aan samenwerkingsverbanden.

Van mening dat: • het niet acceptabel is dat door onvoldoende passend onderwijsaanbod Haagse kinderen genoodzaakt zijn hun schoolcarrière buiten de stad voort te zetten, onderpresteren, in een negatieve spiraal terechtkomen en/of thuis komen te zitten; • de huidige beschikbare voorzieningen als C+ groepen en de groep 9 klas, die specifiek zijn ingericht voor hoogbegaafde leerlingen met aanvullende sociaal-emotionele en ontwikkelingsbehoeften van tijdelijke aard zijn, terwijl hoogbegaafdheid geen parttime eigenschap is met een aan- en uitknop; • het vaststellen van concrete knelpunten, doelen met daaraan gekoppelde acties noodzakelijk is om de ambities uit de Haagse Educatieve Agenda 2026-2032 waar te maken. Verzoekt het college: • het dekkend aanbod aan onderwijs- zorg voor categorieën kinderen waarvoor nu onvoldoende dekkend aanbod is, te monitoren gedurende de looptijd van de HEA 2026-2032; • daarbij gebruik te maken van expertise van externe partijen; • de afspraken hieromtrent terug te laten komen in de HEA uitvoeringsagenda. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Ondertussen wordt er een traktatie uitgedeeld van Maison Kelder. We worden verwend vandaag door de Haagse ondernemers. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Voorzitter.

De laatste raad van 2025, dus we zijn allemaal goedgemutst; ik in ieder geval wel. De HEA, ook alweer zoiets waar je blij van wordt. Wij hebben als Hart voor Den Haag altijd voor de Haagse Rode Loper gepleit. De situatie met het lerarentekort is aanzienlijk veranderd ten opzichte van de vorige HEA die we moesten vaststellen. Toen ging het eigenlijk alleen maar daarover. Maar we zijn er nog niet. Daarom hebben wij iets kleins, iets schattigs voor de leraren om ze nog een keer in het zonnetje te zetten. Koester de leraren die jarenlang voor de klas blijven staan. Geld alleen is niet het argument, hebben we ontdekt. Dus vinden wij dat de gemeente die waardering ook moet laten zien door een onderscheiding, oorkonde of blijk van 45

waardering. Geef leraren die 25 of 40 jaar voor de klas staan, wat leuks. Dat kan iets eenvoudigs zijn, een getekend ding van de wethouder of iets dergelijks. Ik weet dat de wethouder in de commissie heeft aangegeven dat hij daar absoluut geen zin in heeft. Sterker nog, hij vindt dat uitsluitend de taak van de werkgever. Wij zien dat dus anders. Vandaar de motie met de titel 'Wij waarderen onze docenten in deze stad!', met het dictum: verzoekt het college te onderzoeken of en hoe de gemeente Den Haag leraren bij bijzondere prestaties of langdurige inzet, bijvoorbeeld 25 of 40 jaar voor de klas, kan waarderen met een gemeentelijke onderscheiding, oorkonde of ander officiële blijk van waardering, daarbij in beeld te brengen welke rol schoolbesturen, de wethouder Onderwijs en/of de burgemeester hierin kunnen spelen, en de raad hierover te informeren. Over de middelentoekenning van Rijk en gemeente hebben we het uitgebreid gehad in de commissie. Die sluiten nu niet op elkaar aan. Beter gezegd, dezelfde CBS-achterstandsscores worden gebruikt bij de toekenning van de middelen. Hierdoor kunnen middelen zich onbedoeld concentreren op bepaalde scholen en ontvangen scholen die al veel rijksgelden krijgen door die scores, ook nog eens een keer gemeentelijk meer geld omdat diezelfde scores worden gehanteerd. Na enig aandringen kwam dat er toch wel uit in de commissie. Dat blijkt ook zo.

Nu was in de commissie het verweer van de wethouder dat er juist in de nieuwe HEA ruimte is om dat bij te sturen en dat dat dan in de uitvoeringsagenda's terugkomt. Maar ik wil graag wat meer duidelijkheid. Hoe gaat dat bijsturen dan, op basis waarvan? Hart voor Den Haag maakt zich zorgen als we dat aan de schoolbesturen overlaten. Kunnen we één Haagse overzichtsmatrix krijgen waarbij de achterstandsscores en de totale middelen en de behaalde resultaten worden getoond? Graag een toezegging hoe we dat gaan terugzien in de uitvoeringsagenda. In de commissie zagen we ook een vurig betoog van de heer Hendricks, de voorzitter van De Haagse Scholen. Hij had het over het ontschotten van onderwijs, dus met de opvang, jeugdhulp en jeugdzorg. Die ambitie zien we ook terug in de HEA. Maar dan de uitvoering. Bij onderwijshuisvesting werkt het namelijk anders. Daar is het gewoon het aantal leerlingen maal vierkante meters. Daarmee is dan de kous af. Dus voor een gesprek over schulden, opvang, verslaving of andere hulpverlening is gewoon geen plek in de schoolgebouwen. Daarom wil Hart voor Den Haag dat de mooie ambitie over het ontschotten uit de HEA ook wordt opgenomen in het Integraal Huisvestingplan Onderwijs dat in Q1 naar Den Haag komt.

Daarom ook daarvoor een motie, die heet Ontschotten ook fysiek mogelijk maken: verzoekt het college om de ambitie tot ontschotting tussen onderwijs, opvang, jeugdhulp, zorg en welzijn, zoals opgenomen in de Haagse Educatieve Agenda 2026-2032, expliciet te betrekken bij en te verankeren in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs, daarbij te onderzoeken op welke wijze bij (ver)nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen ruimte kan worden gecreëerd voor integrale ondersteuning en samenwerking met partners rondom het onderwijs. Deze is medeondertekend door mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP. Tot slot een amendement dat gaat over veiligheid op scholen. U weet, ik heb hier al heel vaak gepleit voor een uniforme gedragscode en een antipestprogramma, dat collega Sewtahal ook straks nog weer gaat aanhalen. Pesten en veiligheid op school zijn stokpaardjes van Hart voor Den Haag. Wij lazen nu ook recentelijk weer dat het ronselen van heel jonge kinderen op schoolpleinen steeds meer toeneemt. In de HEA wordt de veiligheid op school zeker zijdelings genoemd, maar wij vinden dat het bij een ambitie moet worden opgenomen. Aanvankelijk wilden we zelfs een losse ambitie, maar we hebben een nieuw amendement. Stop de tijd. De voorzitter. Dat hoeft u niet meer te zeggen, hoor. Het gebeurt automatisch. Als u een amendement aankondigt, dan stopt de tijd gewoon.

Coen Bom (Hart voor Den Haag). U heeft gelijk. Op pagina 14 wordt onder de kop We werken aan een integrale aanpak, met informele en formele netwerken de volgende tekst toegevoegd: 'De gemeente Den Haag zet zich in voor een veilige leeromgeving voor alle leerlingen en onderwijsprofessionals. Een veilige school is een essentiële randvoorwaarde voor goed onderwijs en gelijke kansen. Daarom werken wij, in samenwerking met schoolbesturen, leraren, leerlingen, ouders en veiligheidspartners, aan het bevorderen van sociale veiligheid in en rond scholen. We richten ons onder meer op het voorkomen en aanpakken van pesten, bedreigingen, (digitale) intimidatie en ander grensoverschrijdend gedrag, het versterken van weerbaarheid van leerlingen en het tijdig signaleren en tegengaan van criminaliteit en ronselen van jongeren op school(pleinen).' 46

Dan ook nog op pagina 14 in het omkaderde tekstdeel met het kopje Wat staat ons te doen een punt toe te voegen met de volgende tekst: Wij ondersteunen scholen op het gebied van veiligheid hierbij door samenhang te brengen tussen onderwijs, jeugd, zorg en veiligheid. Het amendement is medeondertekend door Caroline Peeck van de Haagse VVD en Demi van Wijk van D66. De voorzitter. Door de heer Bom, daartoe gesteund door mevrouw Peeck en mevrouw Van Wijk, wordt het volgende amendement (I.B HvDH) voorgesteld:

Amendement I.B HvDH Haagse Educatieve Agenda 2026 -2032 De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van de HEA 2026-2032 Besluit het dictum onder punt I als volgt te amenderen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 25 november 2025, Besluit I. De HEA 2026-2032 vast te stellen met dien verstande dat - op p. 14 onder de kop ‘We werken aan een integrale aanpak, met informele en formele netwerken de volgende tekst wordt toegevoegd: De gemeente Den Haag zet zich in voor een veilige leeromgeving voor alle leerlingen en onderwijsprofessionals. Een veilige school is een essentiële randvoorwaarde voor goed onderwijs en gelijke kansen. Daarom werken wij, in samenwerking met schoolbesturen, leraren, leerlingen, ouders en veiligheidspartners, aan het bevorderen van sociale veiligheid in en rond scholen. We richten ons onder meer op het voorkomen en aanpakken van pesten, bedreigingen, (digitale) intimidatie en ander grensoverschrijdend gedrag, het versterken van weerbaarheid van leerlingen en het tijdig signaleren en tegengaan van criminaliteit en ronselen van jongeren op school(pleinen) -op p.

14 in het omkaderde tekstdeel met het kopje ‘Wat staat ons te doen’ een punt toe te voegen met de volgende tekst: Wij ondersteunen scholen op het gebied van veiligheid hierbij door samenhang te brengen tussen onderwijs, jeugd, zorg en veiligheid Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door de heer Bom, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, wordt de volgende motie (I.2 HvDH) ingediend.

Motie I.2 HvDH Ontschotten ook fysiek mogelijk maken De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 18 december 2025, ter bespreking van agendapunt I: Haagse Educatieve Agenda constaterende dat: • in de Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2026–2032 expliciet wordt ingezet op het doorbreken van schotten tussen onderwijs, jeugdhulp, zorg en welzijn; 47

• •

deze ambitie uitgaat van een integrale aanpak rondom kinderen en gezinnen, inclusief fysieke nabijheid van ondersteuning op en rond scholen; het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) het kader vormt voor de ontwikkeling en inrichting van schoolgebouwen;

overwegende dat: • bij de huidige systematiek van onderwijshuisvesting sterk wordt gestuurd op leerlingenaantallen en vierkante meters; • daardoor in schoolgebouwen vaak onvoldoende ruimte is voor gesprekken en ondersteuning op het gebied van jeugdhulp, zorg, schuldenproblematiek, of andere vormen van begeleiding; • een integrale onderwijs- en zorgaanpak vraagt om huisvesting die deze samenwerking ook fysiek mogelijk maakt; verzoekt het college: • om de ambitie tot ontschotting tussen onderwijs, opvang, jeugdhulp, zorg en welzijn, zoals opgenomen in de Haagse Educatieve Agenda 2026–2032, expliciet te betrekken bij en te verankeren in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs; • daarbij te onderzoeken op welke wijze bij (ver)nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen ruimte kan worden gecreëerd voor integrale ondersteuning en samenwerking met partners rondom het onderwijs; • de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Bom wordt de volgende motie (I.3 HvDH) ingediend.

Motie I.3 HvDH Wij waarderen onze docenten in deze stad! De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 18 december 2025, ter bespreking van agendapunt I: Voorstel van het college aangaande de Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2026-2032 Constaterende dat: • leraren die jarenlang voor de klas staan van onschatbare waarde zijn voor de stad en haar kinderen; • het lerarentekort een structureel probleem is, waarbij behoud van ervaren leraren minstens zo belangrijk is als instroom; • waardering voor het vak niet alleen in geld zit, maar ook in erkenning, respect en maatschappelijke status. Overwegende dat: • veel leraren het onderwijs kiezen en trouw blijven vanuit betrokkenheid en roeping; • andere beroepsgroepen bij langdurige of bijzondere inzet regelmatig publieke erkenning ontvangen; • de gemeente Den Haag in de Haagse Educatieve Agenda het belang van sterke professionals benadrukt, maar concrete vormen van waardering beperkt uitwerkt. Verzoekt het college: • te onderzoeken of en hoe de gemeente Den Haag leraren bij bijzondere prestaties of langdurige inzet (bijvoorbeeld 25 of 40 jaar voor de klas) kan waarderen met een gemeentelijke onderscheiding, oorkonde of ander officiële blijk van waardering; • daarbij in beeld te brengen welke rol schoolbesturen, de wethouder onderwijs en/of de burgemeester hierin kunnen spelen;

48

•

de raad hierover te informeren, inclusief een voorstel voor vervolgstappen, uiterlijk binnen zes maanden.

En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Mijn fractie ziet in deze HEA een agenda met grote ambities. Dat waarderen wij. Nogmaals dank aan het college en ook aan alle partners die aan deze HEA hebben bijgedragen. We hebben er een mooi debat over gehad in de commissie. Ik zal dus niet te veel herhalen en me vooral focussen op de amendementen en de motie die ik heb. Voor de PvdA begint het bij kansengelijkheid. In een stad als Den Haag mag dit nooit een bijzin zijn. Het is het fundament onder ons onderwijsbeleid en moet richtinggevend blijven bij elke keuze die nog gemaakt wordt. Dat zien wij ook in de afzonderlijke maatregelen die in de HEA zijn opgenomen. Met ons amendement maken we het echt alleen expliciet, zodat juist in tijden van schaarste duidelijk blijft waar we voor staan. Daarom het amendement Kansengelijkheid als richtinggevend uitgangspunt: Besluit om: I.

de HEA 2026-2032 vast te stellen, met dien verstande dat de tekst als volgt gewijzigd wordt: In de inleiding van de HEA, na de vierde alinea, wordt de volgende zin toegevoegd: 'Het bevorderen van kansengelijkheid vormt het centrale uitgangspunt van de Haagse Educatieve Agenda 2026-2032 en is richtinggevend voor alle ambities, speerpunten en keuzes in de uitvoering.' In het hoofdstuk Vier ambities, direct na de inleidende alinea, wordt de volgende zin toegevoegd: 'Deze ambities zijn aanvullend op het overkoepelende doel van het vergroten van kansengelijkheid in alle levensfasen.' Dit is mede ingediend door collega's Butt en Mahmood. Kavish Partiman (CDA). Dit zijn tekstuele wijzigingen in het stuk. Mistte de heer Ahraui in de inhoud van het stuk aandacht voor kansengelijkheid? Want zoals ik het heb gelezen en begrepen, was dat de basis van de hele Haagse Educatieve Agenda. Samir Ahraui (PvdA). Ik heb dat debatje ook met uw collega Standhardt in de commissie gehad. Wat mijn fractie betreft moeten we, als we werken aan kansengelijkheid, dat ook gewoon blijven benoemen. Het is zo'n algemene term, die zowel in het onderwijs als door zo veel andere partners als leidend principe en ambitie wordt beschouwd, dat ik denk: kom op, laten we dan ook alle maatregelen die in de HEA staan, noemen voor wat het is, namelijk het bevorderen van kansengelijkheid. Kavish Partiman (CDA).

Dan begrijp ik het daadwerkelijk goed. De hele HEA bestaat uit allerlei voorstellen die echt de kansengelijkheid in deze stad bevorderen. Dat erkent de PvdA ook. Maar zij wil het graag gewoon in woord benoemd hebben in de tekst. Samir Ahraui (PvdA). Ik vind het inderdaad belangrijk dat we het op die manier expliciet maken in de HEA. Maar het heeft er natuurlijk ook mee te maken dat we hier nu zes jaar mee aan de slag gaan. We krijgen nog diverse uitvoeringsagenda's. Er komen nog allerlei subsidieregelingen. Dan is het ook fijn om te weten vanuit welke geest we die HEA dan samenvatten. Dat heb ik met dit amendement geprobeerd te verduidelijken. De voorzitter. Meneer Partiman, voor de derde maal. Kavish Partiman (CDA). De PvdA wil dit verduidelijken, maar het is volgens mij toch enkel het toevoegen van een woord aan de tekst, terwijl de hele inhoud ervan echt wel volledig in lijn is met wat de heer Ahraui graag zou willen zien. Samir Ahraui (PvdA). Wat we nog veel meer zouden willen zien, dat zien we straks natuurlijk in de uitvoeringsagenda's. Want de HEA blijft een document dat op sommige vlakken filosofisch is en dat op sommige vlakken vooral in ambities blijft hangen. Maar als het gaat om kansengelijkheid, moeten we het ook gewoon noemen wat het is: kansengelijkheid. Dat stond in de vorige HEA heel mooi en

49

nadrukkelijk. Ik zie geen enkele reden waarom we het niet expliciet onderdeel kunnen laten zijn van deze HEA. Massimo Etalle (FVD). Ik hoor van de heer Ahraui dat hij kansengelijkheid het belangrijkste doel van de HEA vindt. Maar wanneer zijn kansen gelijk volgens de heer Ahraui? Samir Ahraui (PvdA). Dat is een semantische discussie, maar je wil ervoor zorgen dat er voor elk kind dat opgroeit, geen verschil is in de kans om het maximale uit zichzelf te halen. Dat kun je op veel verschillende manieren doen. Ik vind dat de sociaaleconomische positie van ouders geen invloed mag hebben op de kansen van een kind. Een kind mag niet belemmerd worden in de juiste bijles en huiswerkbegeleiding op het moment dat het dat nodig heeft. Daarmee krijgt elk kind op school dezelfde kansen om het maximale uit zichzelf te halen. Massimo Etalle (FVD). Erkent de heer Ahraui wel dat het onmogelijk is om dingen als de thuissituatie volledig los te koppelen van de resultaten van leerlingen? Samir Ahraui (PvdA). Er zijn genoeg onderzoeken en de HEA staat ook vol met maatregelen die onderschrijven dat we wel degelijk met partners, met het onderwijs ook de thuissituatie van invloed kunnen laten zijn op de kansen die een kind krijgt. Ik denk dat we alle kansen die wij hebben om ervoor te zorgen dat het kind daar niet volledig van afhankelijk is of daar de dupe van is, moeten grijpen. De voorzitter.

Gaat u verder. Samir Ahraui (PvdA). De HEA kiest terecht voor samenwerking en netwerken. Maar samenwerking mag nooit vrijblijvend worden. Wanneer het vastloopt, moet iemand durven opstaan en zeggen: zo kan het niet verder. Met ons volgende amendement maken we duidelijk dat de gemeente daarin een actieve faciliterende rol heeft, verbindend en aanspreekbaar. Niet door de taken over te nemen, maar door ervoor te zorgen dat de samenwerking met al die partners die we hartstikke nodig hebben, ook gaat werken. Vandaar het amendement Gemeentelijke regierol verankeren, met het besluit om: I. de HEA 2026-2032 vast te stellen, met dien verstande dat op pagina 15 in het onderdeel over het doorbreken van schotten de volgende passage wordt toegevoegd: 'Bij complexe casuïstiek, waaronder thuiszittersproblematiek en gecombineerde onderwijs- en zorgvragen, vervult de gemeente Den Haag een faciliterende en ondersteunende rol. De gemeente brengt betrokken partijen bijeen, ondersteunt de samenwerking en spreekt partijen aan op hun verantwoordelijkheden, met als doel de voortgang te bevorderen.' Ook dit amendement is mede ingediend door collega's Butt van GroenLinks, Mahmood van DENK en Van Wijk van D66. Voorzitter. Brede ontwikkeling betekent dat meedoen geen luxe is. We zien dat de vrijwillige ouderbijdrage in de praktijk steeds vaker bepalend wordt voor wat scholen kunnen organiseren.

Juist scholen in sociaaleconomisch zwakkere buurten hebben hier vaak het meest last van. Met ons amendement en de motie Elk kind doet mee geven we een duidelijk signaal af. In Den Haag mag geen enkel kind langs de kant blijven staan omdat ouders het niet kunnen betalen. Dan kom ik bij mijn amendement Gelijke deelname aan activiteiten: Besluit om: I. de HEA 2026-2032 vast te stellen, met dien verstande dat op pagina 21 in het onderdeel We realiseren toegankelijk en samenhangend aanbod voor brede ontwikkeling de volgende passage wordt toegevoegd: 'We hebben oog voor de financiële draagkracht van gezinnen. We bevorderen, in samenwerking met scholen en partners, dat financiële drempels voor deelname aan schoolactiviteiten en programma's zo veel mogelijk worden weggenomen en verkennen hiertoe passende maatregelen.' Ook dit amendement is mede ingediend door collega Butt, GroenLinks, Mahmood, DENK en Van Wijk, D66.

Dan ook nog de motie Elk kind doet mee: verzoekt het college in samenwerking met scholen, schoolbesturen en partners te verkennen welke maatregelen nodig zijn om te borgen dat geen enkel kind wordt uitgesloten van onderwijsactiviteiten of brede ontwikkelingsprogramma's vanwege financiële redenen, hierbij succesvolle voorbeelden uit andere gemeenten, waaronder het Utrechtse solidariteitsfonds, te betrekken, deze verkenning op te nemen in de uitvoeringsagenda van de HEA, inclusief een concreet voorstel voor invoering, en de raad hierover uiterlijk bij de aanbieding van de 50

uitvoeringsagenda te informeren. Ook deze motie is mede ingediend door collega Butt, GroenLinks, Mahmood, DENK en Van Wijk, D66. Voorzitter. Met deze voorstellen maken we de HEA wat onze fractie betreft niet ingewikkelder, maar wel eerlijker en scherper. Dat is de inzet van mijn fractie geweest. De voorzitter. Door de heer Ahraui, daartoe gesteund door mevrouw Butt, de heer Mahmood en mevrouw Van Wijk, worden de volgende amendementen (I.C PvdA en I.D PvdA) voorgesteld:

Amendement I.C PvdA Gelijke deelname aan activiteiten De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake de Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2026 - 2032. Besluit om: I. de HEA 2026-2032 vast te stellen, met dien verstande dat op pagina 21, in het onderdeel “We realiseren toegankelijk en samenhangend aanbod voor brede ontwikkeling”, de volgende passage wordt toegevoegd: “We hebben oog voor de financiële draagkracht van gezinnen. We bevorderen, in samenwerking met scholen en partners, dat financiële drempels voor deelname aan schoolactiviteiten en programma’s zoveel mogelijk worden weggenomen en verkennen hiertoe passende maatregelen.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16562211/1