RIS324633 Notulen raad van 18 december 2025
Tekst van het document
Ik vind het nogal … Er wordt hier weer zó'n selectieve verontwaardiging tentoongespreid door de heer Mahmood, ook door naar mijn partijleider te wijzen, terwijl wij het plan niet willen verbieden. Wij respecteren gewoon een democratisch besluit. Wij vinden het volstrekt onwenselijk, maar dat is iets heel anders. En dan gaat de heer Mahmood echt zonder enige vorm van schaamte beginnen over socialmediaposts. Sorry, maar hoelang wordt mijn partijleider al beveiligd, louter en alleen door bedreigingen uit islamitische hoek? Als ik alleen al op bepaalde Instagramaccounts, een of andere 'mocro' en nog iets, de reacties zie met haat, racisme en discriminatie naar Nederlanders, naar niet-moslims, vind ik het echt stuitend wat de heer Mahmood hier doet. Wat een toneelstukje! De voorzitter. Meneer Mahmood heeft nu het woord. Adeel Mahmood (DENK). Ik hoor nu een politicus aan waarvan de politieke leider is veroordeeld voor discriminatie en 'minder, minder' heeft gezegd. Wat ik meekrijg van de politiek van de PVV, geeft mij de indruk dat het probleem van moslimdiscriminatie volgens u niet eens mag bestaan. Dit is
17
wat honderden, duizenden, tienduizenden mensen in ons land dagelijks ervaren, maar volgens u mag dit probleem niet bestaan. Nogmaals, dat vind ik schokkend, maar ook beschamend. Hera Butt (GroenLinks). DENK kent volgens mij het jaarverslag 2024 van de antidiscriminatievoorziening van Den Haag, waarin ook heel veel voorbeelden staan. Ik kan me voorstellen dat DENK niet al die voorbeelden uit het hoofd kent en misschien al die mensen ook niet kent. Hierbij dus even een handreiking. Daarin staat ook: 'De meeste meldingen op grond van godsdienst zien op discriminatie van moslims'. Daar staat ook een trits concrete voorbeelden. De voorzitter. Interrupties leiden altijd tot een vraag, hè? Hera Butt (GroenLinks). Ja, ik ga naar een vraag. Mijn vraag is: is DENK bekend met de Kamerbrief van 21 maart 2025 over het Nationaal onderzoek moslimdiscriminatie van het kabinet, waar de PVV ook in zat? In die brief wordt door dat kabinet het volgende erkend: 'Het onderzoek laat zien dat moslimdiscriminatie een wijdverspreid fenomeen is dat zich voordoet in verschillende domeinen, dat moslimdiscriminatie verschillende vormen kan aannemen en zich voordoet in verschillende levensfasen en vaak een patroon vormt.
Uit het onderzoek blijkt dat moslimdiscriminatie aanzienlijk is op de arbeidsmarkt en dat toegenomen normalisering van moslimdiscriminatie maakt dat deze interpersoonlijke ervaringen niet incidenteel zijn, maar een duidelijke structurele component in zich hebben.' Dat kabinet, waar de PVV in zat, heeft dit zelf opgeschreven en ondertekend. De voorzitter. Mevrouw Butt, dit is geen interruptie. Het spijt me zeer. Heeft u daar kennis van genomen, meneer Mahmood? Hera Butt (GroenLinks). Kent u dit? Adeel Mahmood (DENK). Om heel eerlijk te zijn ken ik het rapport wel. Ik heb het zelfs gelezen. Ik heb ook de brief gelezen, maar ik wil complimenten uitdelen omdat u dat gewoon weet te vinden. Ik snap niet dat mensen via het internet gewoon achter dit soort brieven kunnen komen en kunnen lezen wat daarin staat. Dus complimenten voor u. De voorzitter. Meneer Kaptheijns, heeft u iets nieuws? Want u bent al twee keer drie keer geweest. Nick Kaptheijns (PVV). Ik heb een punt van orde, voorzitter. U onderbrak mij letterlijk nadat ik anderhalve zin uitgesproken had en mevrouw Butt kan hier gewoon een soort kort verhaal houden. Ik vind dat nogal vreemd. Sorry, hoor. De voorzitter. Dan heeft u niet goed naar uzelf geluisterd, want dat was geen anderhalve zin. Meneer Mahmood zet zijn betoog voort. Adeel Mahmood (DENK). Ik was volgens mij gebleven bij de opmerking dat het plan echt nodig is.
Volgens mij blijkt ook uit de debatjes van zojuist dat dit plan gewoon echt keihard nodig is, want de cijfers liegen er niet om. Het probleem is groot en vaak onzichtbaar. In 2024 ging 41% van alle meldingen van godsdienstdiscriminatie in Den Haag over moslims. En we weten dat veel mensen niet eens melden omdat ze denken dat het toch niets oplevert. Tegelijkertijd is het vanuit de landelijke politiek al genormaliseerd. Bijna alle mensen die ik spreek, ervaren meer dan ooit een klimaat van haat, zowel online als op straat. Wij zien dit plan echt als een noodrem. Uiteindelijk moet er ook gehandeld worden en moeten er acties uitgevoerd worden met meetbaar resultaat. Wij zullen dit scherp volgen, zeg ik tegen het college. Met de maatregelen wordt veel gedaan aan signaleren en voorkomen. Dat is zeker belangrijk, maar bij excessen moet er ook worden gesanctioneerd. Het is in ieder geval een vertrekpunt. Met dit plan staat dit ook continu op de agenda, wat wij natuurlijk heel goed vinden. Het plan is naast de cijfers ook gebaseerd op gesprekken met meer dan 400 inwoners. Complimenten voor het participatieproces rondom deze nota. Tot slot. Moslimdiscriminatie is een realiteit die mensen elke dag voelen. DENK accepteert niet dat moslims steeds opnieuw moeten uitleggen waarom zij bescherming verdienen. Wij accepteren 18
niet dat erkenning pas komt als het politiek comfortabel is. Wij accepteren niet dat partijen die 'moslimdiscriminatie' niet eens durven uit te spreken, zich presenteren als verdedigers van gelijkheid. Noem het beest bij de naam, pak het probleem aan en stop met wegkijken. Dat is waar DENK voor staat. Ik sluit af met een vredige groet. Minke Hofstra (VVD). Voorzitter. We hebben in de commissie een breed discriminatiedebat gevoerd. Ik vind het belangrijk om ook hier te zeggen dat de Haagse VVD staat voor een Den Haag waar je vrij bent om te zijn wie je bent, om te vinden wat je vindt en om te houden van wie je houdt. Je moet veilig jezelf kunnen zijn, thuis, op straat, op school en tijdens het sporten. Er is in het Haagse beleid terecht veel aandacht voor het voorkómen van discriminatie en het kunnen melden van discriminatie die wordt ervaren, maar we hebben in de commissievergadering al ingebracht dat er ook plekken zijn waar discriminatie niet wordt bestreden maar juist wordt aangeleerd en waar het uitsluiten en wegzetten van andersdenkenden, andersgelovigen en lhbtiq+-personen normaal gemaakt wordt en waar bijvoorbeeld antisemitisme of het vergoelijken van geweld plaatsvindt; dat hebben we ook in de commissievergadering ingebracht.
De VVD vindt dat voorkomen moet worden dat er parallelle samenlevingen ontstaan waar dit soort denkbeelden breed wordt gedeeld en waar kinderen en jongeren dit soort denkbeelden wordt aangeleerd. We hebben daarom de motie Voorkom een parallelle samenleving, met als dictum: verzoekt het college zich binnen het antidiscriminatiebeleid ook nadrukkelijk te richten op signalering en bestrijding van dit soort instellingen en organisaties, hiertoe samen met partners als politie, justitie en scholen een aanpak op te zetten om dit soort netwerken van intolerantie te identificeren en het patroon van discriminatie te doorbreken en de raad over deze aanpak in 2026 te informeren. De motie is medeondertekend door Rita Verdonk van Hart voor Den Haag. Samir Ahraui (PvdA). Een verhelderende vraag: kan ik de motie zo opvatten dat die eigenlijk bedoeld is voor iedereen die artikel 1 van onze Grondwet schendt? In de motie worden immers alleen reformatorische en islamitische scholen of instellingen genoemd, maar gaat de motie zo ver en zo breed dat iedereen die artikel 1 van de Grondwet niet respecteert, op grond van deze motie gesignaleerd, gemonitord et cetera moet worden? Minke Hofstra (VVD). Zoals ik in mijn inbreng al aangaf, zijn wij als VVD tegen álle vormen van discriminatie. Tegen de excessen daarvan moet je zeker optreden en handhaven.
Daar hebben we op dit moment nog geen beleid voor in Den Haag. Daar roept deze motie precies toe op. Dus u heeft gelijk: het gaat om álle vormen. De voorzitter. Door mevrouw Hofstra, daartoe gesteund door mevrouw Verdonk, wordt de volgende motie (G.1 VVD) ingediend:
Motie G.1 VVD Voorkom een parallelle samenleving De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot wijziging van de Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen (RIS323691). Constaterende dat: • er in het Haagse beleid terecht veel aandacht is voor het voorkomen van discriminatie en voor het kunnen melden van discriminatie die wordt ervaren. Overwegende dat: • er in Den Haag echter ook plekken zijn waar discriminatie niet wordt bestreden, maar juist wordt aangeleerd, waar het uitsluiten en wegzetten van andersdenkenden, andersgelovigen en lhbti-personen normaal gemaakt wordt en waar antisemitisme of het vergoelijken van geweld plaatsvindt; 19
• • •
door media uitspraken en lesmateriaal op een aantal reformatorische en islamitische scholen zijn blootgelegd, die haaks staan op de open democratische waarden en dat er vergelijkbare voorbeelden zijn rondom programmering op weekendscholen; binnen de invloedrijke koepel Diyanet, die o.a. is gevestigd in Den Haag, bijvoorbeeld recentelijk nog werd opgeroepen tot een wereldwijde jihad; ook rechts-extremisme de lelijke kop opsteekt, onder meer te zien bij de Malieveld-rellen in september.
Van mening dat: • voorkomen moet worden dat er parallelle samenlevingen ontstaan waar dit soort denkbeelden breed worden gedeeld en waar kinderen en jongeren dit soort denkbeelden wordt aangeleerd. Verzoekt het college: • zich binnen het anti-discriminatiebeleid ook nadrukkelijk te richten op de opsporing en bestrijding van dit soort instellingen en organisaties; • hiertoe samen met partners als politie, justitie en scholen een aanpak op te zetten om dit soort netwerken van intolerantie te identificeren en het patroon van discriminatie te doorbreken; • de raad over deze aanpak in 2026 te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Moslimvrouwen in Den Haag worden geconfronteerd met intimidatie, bedreiging en haat, niet eenmalig maar vaak, keer op keer. Juist vrouwen die een hoofddoek dragen, zijn extra kwetsbaar. Te vaak blijven deze incidenten onzichtbaar, niet omdat ze niet ernstig zijn maar omdat aangifte doen soms te moeilijk, te belastend of te onveilig voelt. Dit is eigenlijk onacceptabel, niet omdat mensen verplicht zouden moeten zijn om aangifte te doen maar omdat niemand daarvan mag worden weerhouden door angst of gebrek aan ondersteuning.
Wij hebben een motie die de gemeente vraagt om te kijken wat wij als gemeente kunnen doen om te zorgen voor een laagdrempelige, onafhankelijke ondersteuning voordat iemand bij de politie aanklopt. Dat verlaagt drempels voor slachtoffers en levert beter voorbereide aangiften op. Dat is goed voor vrouwen, voor rechtvaardigheid en uiteindelijk ook voor de politie. We hebben daarom de motie Gemeentelijke ondersteuning bij aangifte van islamofobe incidenten tegen moslimvrouwen, met als dictum: verzoekt het college te voorzien in laagdrempelige, gemeentelijke ondersteuning voor moslimvrouwen die slachtoffer zijn van islamofobe incidenten, gericht op het voorbereiden en begeleiden van aangiften, deze ondersteuning onder te brengen bij onafhankelijke gemeentelijke voorzieningen of partners, zoals antidiscriminatievoorzieningen en vrouwen- en zelforganisaties met aantoonbare expertise, ervoor te zorgen dat deze ondersteuning vrijwillig, vertrouwelijk en slachtoffergericht is en de raad uiterlijk voor de zomer van 2026 te informeren over de voortgang en effecten. De voorzitter. Door mevrouw Faïd wordt de volgende motie (G.2 HSP) ingediend:
Motie G.2 HSP Gemeentelijke ondersteuning bij aangifte van islamofobe incidenten tegen moslimvrouwen
De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot wijziging van de Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen (RIS323691).
20
Constaterende dat: • moslimvrouwen in Den Haag structureel en zichtbaar worden geconfronteerd met islamofobe intimidatie, bedreiging, belediging en geweld, zowel online als in de openbare ruimte; • met name vrouwen die een hoofddoek dragen extra doelwit zijn; • een groot deel van deze incidenten niet leidt tot aangifte, waardoor daders onbestraft blijven en het probleem onderbelicht blijft; • de politie onder hoge druk staat en niet altijd de tijd of ruimte heeft voor intensieve begeleiding bij aangifte. Overwegende dat: • islamofobie een vorm van discriminatie en haat is die de veiligheid en bewegingsvrijheid van vrouwen direct aantast; • slachtoffers niet opnieuw mogen worden belast door wantrouwen, bureaucratie of gebrek aan ondersteuning; • goede voorondersteuning bij aangifte leidt tot betere, concretere en juridisch sterkere aangiften, wat de politie juist kan ontlasten.
Verzoekt het college: • te voorzien in laagdrempelige, gemeentelijke ondersteuning voor moslimvrouwen die slachtoffer zijn van islamofobe incidenten, gericht op het voorbereiden en begeleiden van aangiften; • deze ondersteuning onder te brengen bij onafhankelijke gemeentelijke voorzieningen of partners, zoals: antidiscriminatievoorzieningen; vrouwen- en zelforganisaties met aantoonbare expertise; • ervoor te zorgen dat deze ondersteuning: vrijwillig, vertrouwelijk en slachtoffergericht is; • de raad uiterlijk voor de zomer van 2026 te informeren over de voortgang en effecten. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. Het is goed dat we als stad nu een specifieke aanpak hebben om moslimdiscriminatie aan te pakken. In de commissie heeft de Partij voor de Dieren … De voorzitter. Stilte graag! Robin Smit (PvdD). Mevrouw Faïd! Goed zo, mevrouw Faïd gaat nu goed luisteren, denk ik. De voorzitter. U bent zeker voorzitter van een commissie of zo, want u hebt duidelijk ervaring. Robin Smit (PvdD). Ja, vanaf deze plek is dat ook te doen, maar ik ga nu verder, hoor.
In de commissie heeft de Partij voor de Dieren de wethouder al gevraagd om in het uitvoeringsprogramma samen te werken met de Stichting Maruf, die queer moslims helpt bij zelfacceptatie, het vergroten van de tolerantie en persoonlijke empowerment. Zelf ben ik als queer persoon onderdeel van een minderheid, maar als je queer en moslim bent, ben je een minderheid in een minderheid. Dat zorgt ervoor dat je dubbel gediscrimineerd wordt en kan worden. Daarom is het noodzakelijk om bij de Stichting Maruf expertise en kennis in te winnen om queer moslims te helpen. Gelukkig reageerde de wethouder in de commissie positief. Wij kijken als fractie dan ook uit naar de bijeenkomsten en de cocreatie die samen met de Stichting Maruf opgezet kan worden om te kijken wat voor acties daaruit kunnen komen om queer moslims te helpen in onze stad.
21
Massimo Etalle (FVD). Voorzitter. We hebben het vandaag over discriminatie. Volgens de stukken die mij toegestuurd worden, wordt bijna iedereen in Den Haag gediscrimineerd. Zo is er een plan tegen antisemitisme, zijn er vragen gesteld over hindoehaat, worden zebrapaden en voorlichting tegen homohaat georganiseerd en is er nu dus ook een heel uitgebreid plan tegen moslimdiscriminatie. Hoe wil het college moslimdiscriminatie tegengaan? Door te zoeken naar een plek voor een islamitische begraafplaats, door middel van lespakketten om het islamitisch erfgoed van Den Haag zichtbaar te maken, door scholen te stimuleren een moskee te bezoeken en door bij het verlenen van evenementenvergunningen de overweging te maken of het evenement bij zou kunnen dragen aan moslimdiscriminatie. Het college schrijft dat het de impact van moslimdiscriminatie zichtbaar wil maken. Hierbij wordt onder andere gekeken naar gedragsverandering. Is gedragsverandering een symptoom van moslimdiscriminatie of is gedragsverandering een voorwaarde voor succesvolle integratie? Graag een antwoord van de wethouder. Of gelooft de wethouder dat discriminatie pas ophoudt als moslims zich op geen enkele manier hoeven aan te passen en op geen enkele manier hoeven te integreren? Wat hier voor mij ligt, is eigenlijk geen plan tegen moslimdiscriminatie, maar een plan voor islamisering.
Omdat de gemeenteraad in een multiculturele stad als Den Haag een bazaar is geworden waarin cliëntelistische ruilhandel wordt bedreven, heb ik ook een groep waar ik mij zorgen over maak. Den Haag is namelijk voor slechts 40% autochtoon. Dat betekent dat ook inheemse Nederlanders hier een kleine minderheid zijn. In tegenstelling tot andere minderheden groeit hun aantal niet. Hun aantal neemt af. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat autochtone leerlingen op scholen discriminatie ervaren wanneer zij in de minderheid zijn. Getuigenissen van deze mensen leren dat zij zich niet gehoord voelen in hun zorgen en dat zij hun kinderen door dit soort gepest naar een andere school verplaatsen. Zo las ik het verhaal van een vrouw uit Amsterdam, die vertelde dat haar kinderen van hun islamitische vriendjes te horen kregen dat zij zouden branden in de hel, omdat zij worstenbroodjes met varkensvlees aten. Ze sprak hun moeder aan, maar kon niet op begrip rekenen. Uiteindelijk verplaatste ze haar kinderen naar een andere school. Haar naam? Femke Halsema. In Duitsland en België is dit fenomeen uitgebreider gedocumenteerd. Uit onderzoek blijkt dat in xxx* steden dit soort pesten schering en inslag is. In Berlijn worden autochtone leerlingen door hun buitenlandse klasgenootjes uitgemaakt voor 'nazi' of 'aardappel' of worden ze 'zwijnenvreters' genoemd. Marije Mostert (D66).
Voorzitter, een punt van orde: ik hoorde 'xxx*'. Ik maak bezwaar tegen het gebruik van deze term in deze raad. De voorzitter. Wilt u dat terugnemen, meneer Etalle? Massimo Etalle (FVD). Nee, dat kan ik niet terugnemen, want dat is een feitelijke constatering. Dat zijn xxx* steden; dat zijn steden waarin de inheemse bevolking een minderheid is geworden. De voorzitter. Ik vind dit niet wenselijk. Ik vind dit niet passen. Dit is niet goed. Daar is een zin voor; ik beoordeel dat niet. Ik vind dat dit geschrapt moet worden. Gaat u door met uw betoog. (* op aangeven van de voorzitter is de gebruikte term geschrapt) Massimo Etalle (FVD). Bedankt voor uw bijdrage. Ik vervolg mijn betoog. In Berlijn worden autochtone leerlingen door hun buitenlandse klasgenootjes uitgemaakt voor 'nazi' of 'aardappel' of worden zij 'zwijnenvreters' genoemd. Volgens de rector van de school in Kreuzberg voelen Duitse leerlingen zich een afgekeurde, gediscrimineerde minderheid. De spanning tussen de westerse en de islamitische cultuur wordt als een van de oorzaken gezien. Samir Ahraui (PvdA).
Ik check even of de heer Etalle het scherp heeft: heeft hij door dat hij hier in de gemeenteraad van Den Haag een betoog staat te houden over een Haags actieplan tegen moslimdiscriminatie en over Haagse inwoners? Het is heel leuk wat er in Duitsland allemaal gebeurt, maar als de heer Etalle dat zo graag wil verbeteren of andere ideeën daarover heeft, zou hij zich wellicht moeten aanmelden als raadslid in de gemeente Berlijn. 22
Massimo Etalle (FVD). Ik ben mij er terdege van bewust dat we hier in Den Haag staan, maar dit is een opbouw naar een punt dat ik wil maken over discriminatie tegen autochtone Nederlanders in Den Haag. Ik begrijp het enthousiasme van de heer Ahraui, maar straks zal duidelijk worden waarom ik het hierover heb. Robin Smit (PvdD). Ik ben benieuwd hoe de heer Etalle kijkt naar het feit dat Forum voor Democratie er eigenlijk van beticht is dat in twee video's hele groepen in een kwaad daglicht werden gesteld en door het OM is vervolgd. Hoe kijkt de heer Etalle daar dan tegen aan? Is de heer Etalle dan zelf niet debet aan discriminatie? Massimo Etalle (FVD). Hoe kijkt de heer Smit aan tegen het principe dat mensen onschuldig zijn tot het tegendeel bewezen is en tegen het feit dat FVD nooit is veroordeeld voor discriminatie? Dat het maken van een campagnefilmpje met feitelijke uitdrukkingen van dingen die in Nederland zijn gebeurd - er is niks bewerkt; het zijn gewoon feitelijke vermeldingen van dingen die in Nederland zijn gebeurd en die op tv zijn geweest - als discriminatie wordt opgevat, ligt aan degene die het zo bekijkt. De rechter heeft niet geoordeeld dat FVD zich schuldig heeft gemaakt aan discriminatie. Ik wil dat soort beschuldigingen dus niet in mijn schoenen geschoven krijgen, want FVD is onschuldig. De voorzitter.
We gaan nu terug naar het plan waar we het vandaag over hebben. Samir Ahraui (PvdA). Nu wordt ie heel erg mooi, want de heer Etalle zegt: 'onschuldig tot het tegendeel is bewezen'. Dat lijkt me een heel mooie stellingname die wellicht ook zou moeten gelden voor al die moslims in onze stad die gewoon nadeel hebben van discriminatie, maar die toch door veel mensen worden veroordeeld, beoordeeld en gewoon geïntimideerd. Is de heer Etalle dat met mij eens? Massimo Etalle (FVD). Ik ben tegen discriminatie en ik begrijp niet hoe het punt van Ahraui daar iets mee te maken heeft. Natuurlijk zijn er mensen die overlast ervaren. Er zijn ook heel veel Nederlanders die overlast ervaren. Is dat een symptoom van structurele discriminatie? Ik zou graag zien dat dit erkend werd. Samir Ahraui (PvdA). Ik vraag ernaar omdat het hele betoog van de heer Etalle met het beschuldigende vingertje naar moslims wijst of naar hoe slecht het is voor de samenleving. Daarmee zegt hij eigenlijk impliciet ook: ze zijn schuldig en ze horen hier niet thuis. Als de heer Etalle van mening is dat iemand onschuldig is tot het tegendeel bewezen is, geldt dat dus ook voor deze groep, zoals hij ook wil dat dit voor hemzelf geldt. Massimo Etalle (FVD). Deze onschuld geldt voor individuen. De verhalen die ik hier vertel, zijn geanonimiseerd.
Er is hier niemand die ik beticht, maar er zijn wel degelijk verhalen van scholen in Nederland, in Duitsland en in Engeland waar inheemse, autochtone kinderen door verschillende soorten migrantengroepen gepest worden omdat zij autochtoon zijn. Dat zijn niet altijd moslims. Dat kunnen misschien ook christenen zijn uit Ethiopië. Ik weet het niet, maar dit is een belangrijk fenomeen. Als we het hier over discriminatie willen hebben, moeten we alle discriminaties durven benoemen, ook de discriminatie van autochtone Nederlanders hier in onze steden. Er wordt hier een heel rookgordijn opgeworpen: 'de moslims zijn het werkelijke slachtoffer' en ik zou mensen beschuldigen. De werkelijkheid is dat discriminatie overal plaatsvindt. Er is maar één groep waarvan niet erkend wordt dat die gediscrimineerd wordt en dat zijn autochtone Nederlanders. Daar wil ik iets aan doen. De voorzitter. De laatste keer, meneer Ahraui. Samir Ahraui (PvdA). De heer Etalle begon met: 'discriminatie is altijd erg'. Volgens mij staan hier heel veel partijen, nagenoeg alle partijen, achter artikel 1 van de Grondwet, dat aangeeft dat discriminatie altijd erg is, of je nou moslim, christen, jood of atheïst bent en of je nou hier geboren en getogen bent of niet. Artikel 1 van onze Grondwet geldt, waar je ook vandaan komt en wie je ook 23
bent. Daarmee is de kous toch af? En dan hoeft toch niet met dat beschuldigende vingertje naar verschillende partijen of het college gezwaaid te worden, alsof dat in het geding is omdat we nu een Haagse aanpak tegen moslimdiscriminatie bespreken? Massimo Etalle (FVD). Als de kous daarmee af zou zijn, zouden we niet allemaal specifieke aanpakken voor specifieke groepen moeten hebben. Dan hebben we gewoon artikel 1, zodat discriminatie is verboden en niet plaatsvindt. De werkelijkheid is dat we hier specifieke aanpakken hebben voor specifieke groepen. Dan verwacht ik dus ook een aanpak tegen discriminatie tegen autochtone Nederlanders. Ik denk dat de heer Ahraui, als hij dit plan tegen moslimdiscriminatie steunt, ook mijn plannen gaat steunen. Een lerares op een school in Nordrhein-Westfalen met ruim 80% migrantenleerlingen beschrijft eveneens zorgwekkende taferelen, waarbij geweldsdelicten voorkomen, onder anderen tegen leraren. Ze krijgt beledigingen zoals 'hoerendochter' of 'ik infecteer je met aids' naar haar hoofd geworpen en wordt bedreigd omdat zij de islam beledigd zou hebben. Dit racisme, deze discriminatie, blijft volledig onbenoemd in de stukken van de gemeente: geen rapporten, geen campagnes, geen etnische lobbygroepen die het voor blanken opnemen. Is dit een onzichtbaar probleem of gebeurt dit alleen buiten Den Haag? We komen daar maar op één manier achter.
Daarom dien ik een motie in met als dictum: roept het college op te onderzoeken in hoeverre discriminatie tegen autochtone Nederlanders voorkomt in de gemeente Den Haag, specifiek in het onderwijs, duidelijk naar scholen te communiceren dat ook gericht pesten en discriminatie van allochtone leerlingen tegen autochtone leerlingen gemeld moet worden en de resultaten van dit onderzoek mee te nemen in de jaarlijkse discriminatierapportage. Discriminatie van autochtone Nederlanders gebeurt niet alleen op scholen, maar ook hier in het stadhuis. Zo zijn er diversiteitsquota waarmee de toegang van autochtone Nederlanders tot hogere functies bemoeilijkt wordt. Laatst is een subsidie voor een film over de geschiedenis van onze regio afgewezen omdat deze film te blank zou zijn. De boodschap is duidelijk: in Den Haag worden autochtone Nederlanders uitgefaseerd. Hun geschiedenis wordt zwartgemaakt met een hyperfocus op de zogenaamde schaduwkanten van ons koloniaal verleden. Geen wonder dat het aantal autochtonen hier afneemt. Zij zien hier geen toekomst meer. Volgend jaar zijn echter gelukkig de verkiezingen. Ik hoop dan op een raad die gelooft in een Den Haag waar ook autochtone Nederlanders een plek hebben. De voorzitter. Door de heer Etalle, daartoe gesteund door de heer Kaptheijns, wordt de volgende motie (G.5 FVD) ingediend:
Motie G.5 FVD Onderzoek elk racisme De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot wijziging van de Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen (RIS323691) als onderdeel van een breder discriminatiedebat. Constaterende dat: • autochtone Nederlanders een minderheid zijn in Den Haag; • het aantal autochtone Nederlanders in Den Haag afneemt. Overwegende dat: • de gemeente Den Haag elke vorm van discriminatie wil bestrijden; • discriminatie tegen autochtone Nederlanders onacceptabel is; • gerichte pesterijen tegen autochtone leerlingen buiten Den Haag een breed gedocumenteerd fenomeen zijn; • weinig informatie beschikbaar is over gerichte pesterijen tegen autochtone Nederlanders in Den Haag beschikbaar is.
24
Roept het college op: • te onderzoeken in hoeverre discriminatie tegen autochtone Nederlanders voorkomt in de gemeente Den Haag, inclusief in het onderwijs; • duidelijk naar scholen te communiceren dat ook gericht pesten en discriminatie van allochtone leerlingen tegen autochtone leerlingen gemeld dient te worden bij het meldpunt discriminatie; • cijfers over deze pesterijen te verwerken in de rapportage over discriminatie. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Nick Kaptheijns (PVV). Voorzitter. Het is soms moeilijk om de juiste woorden te vinden. Het hele plan heeft een gigantische overfixatie op discriminatie tegen moslims. Een specifieke groep wordt op een voetstuk geplaatst, terwijl talloze andere Hagenaren dagelijks te maken hebben met discriminatie, uitsluiting en zelfs bedreigingen. Moslims als absolute slachtoffers van discriminatie en uitsluiting vinden wij niet conform de realiteit in de stad. Er wordt moslims geen strobreed in de weg gelegd bij het uitoefenen van hun religie. Bidden op straat, dus in de openbare ruimte, wordt gedoogd. De voorzitter. Meneer Ahraui heeft een interruptie. Nick Kaptheijns (PVV). De politie komt zelfs koffiedrinken … De voorzitter. De meneer Ahraui heeft een interruptie. Nick Kaptheijns (PVV). O, oké. Samir Ahraui (PvdA). Ik snap dat de heer Kaptheijns er enthousiast van wordt.
De heer Kaptheijns sprak een aanname uit over discriminatie. Ik kan u één ding zeggen: ik ben moslim en ik heb er last van. Mijn ouders en mijn zusje zijn moslims hebben er last van. Mijn neefjes en nichtjes, die gewoon hier in Den Haag wonen en opgegroeid zijn, zijn moslims en hebben er last van. Hun vriendjes en vriendinnetjes op school zijn moslims en hebben er last van. Ik vind het ongelofelijk dat we in dit huis op deze manier mensen die gediscrimineerd worden vanwege hun religie of vanwege hun afkomst, op deze manier eigenlijk vertellen dat die discriminatie niet bestaat of uit proportie is gehaald. Waar haalt de heer Kaptheijns, vraag ik via de voorzitter, het lef vandaan om dit op deze manier in de schoenen van moslims te schuiven, alsof de discriminatie die zij ervaren en meemaken, niet verteld mag worden en ook niet in beleid mag landen? Waar haalt de heer Kaptheijns dat vandaan? De voorzitter. Een interruptie is kort en bondig. Nick Kaptheijns (PVV). U hoort mij toch spreken? Daar haal ik het lef vandaan. Samir Ahraui (PvdA). Dat krijg je ervan als je collega's uiteindelijk op de feiten wijst. De groepen die ik net noemde, bestaan allemaal uit mensen die hier in Den Haag opgegroeid zijn en hier in Den Haag hun uiterste best doen om er een beetje bij te horen, te werken, te ondernemen en vrijwilligerswerk te doen.
Het zijn allemaal moslims die soms dagdagelijks te maken hebben met discriminatie, haat en intimidatie. Er zijn heel veel voorbeelden. Ik hoop dat de heer Kaptheijns eens een keer met hen in gesprek gaat over wat dit met hen doet. Nick Kaptheijns (PVV). Dit is weer een zeer misplaatste opmerking van de heer Ahraui. Ik ben nog niet eens zo lang geleden op verzoek van mevrouw Butt van GroenLinks letterlijk in gesprek gegaan met moslima's om te spreken over discriminatie. Ik ben de beroerdste helemaal niet; ik sta altijd open voor een dialoog. Natuurlijk moet ertegen opgetreden worden als mensen, ook moslims, daadwerkelijk gediscrimineerd worden, maar het wordt hier compleet uit zijn verband gerukt. Er wordt een soort huzarenstukje van gemaakt in de zin van: o, die arme moslims worden vooral gediscrimineerd in de stad. Daar wil ik een ander verhaal tegenover zetten. 25
De voorzitter. Een korte interruptie van de heer Ahraui. Samir Ahraui (PvdA). Weet u wat mooi is? Sinds de partij van de heer Kaptheijns bestaat en sinds zijn grote roerganger in de Tweede Kamer het hele land op stelten zet door verschillende groepen in de samenleving tegenover elkaar te plaatsen, is die discriminatie van moslims alleen maar toegenomen. Dat zorgt ervoor dat heel veel kinderen op school zich afvragen of ze hier wel thuishoren. Dat is allemaal de eigen verantwoordelijkheid van u en van de partij waar de heer Kaptheijns voor staat. Daar mag u dus wel iets meer verantwoordelijkheid voor nemen. De voorzitter. Dank u wel. Meneer Kaptheijns heeft nu het woord. Nick Kaptheijns (PVV). Ik hoor alleen een emotionele tirade. Ik hoor eigenlijk ook helemaal geen argumenten waar ik op een normale manier op in kan gaan, want ik kan daartegenover zetten dat andere mensen ook weer gediscrimineerd, racistisch bejegend en bedreigd worden en zelfs met geweld aangepakt worden door moslims, ook hier in de stad. Maar dat horen we helemaal niet. Nee, het is een compleet eenzijdig verhaal, eenrichtingsverkeer. Adeel Mahmood (DENK). Mag het probleem van moslimdiscriminatie überhaupt bestaan? Mag het bestaan en mag daarover gesproken worden? Nick Kaptheijns (PVV). Natuurlijk mag het bestaan. Het mag ook besproken worden, want dat zijn we hier nu aan het doen, meneer Mahmood.
Adeel Mahmood (DENK). In verschillende onderzoeken, onlangs ook in de brief van de rijksoverheid van maart, waar mevrouw Butt het over had, staat dat 55% van de moslims discriminatie ervaart; tenminste, op basis van hun religie. Het kunnen er dus veel meer zijn en er zijn ook heel veel anderen, die dat niet hebben gemeld. Wat vindt u van deze cijfers? Trekt u deze cijfers dan in twijfel? Nick Kaptheijns (PVV). Ik moet dat onderzoek eerst zelf zien. Ik vind dat u nu weer ineens met een hoge toon komt. U kon zojuist niet eens één onderzoek noemen. U moest geholpen worden door een assist van iemand van GroenLinks en zegt dan heel sarcastisch: zie je nou wel hoe makkelijk die onderzoekjes te vinden zijn. U kon er niet eens één noemen! De voorzitter. De laatste keer, meneer Mahmood. Adeel Mahmood (DENK). Ik zie weer een ontwijking van mijn vraag. Ik snap dat u daar geen antwoord op wil geven. Het niet kunnen noemen van onderzoeken was geen probleem, maar een luxeprobleem, want er zijn er heel veel. Dan ga ik nadenken in mijn hoofd: welke zal ik u allemaal toesturen? Ik nodig u dus nog een keer uit om even een onderzoek te doen. Ik kan zelf een aantal onderzoeken naar u toe sturen. We hebben het nog steeds over cijfers die op basis van onderzoeken worden aangetoond. Die zijn gedocumenteerd. Een groot deel van de moslims in Nederland, specifiek in Den Haag, wordt gediscrimineerd.
Dit blijkt gewoon uit cijfers. Als dit de cijfers zijn, wat vindt u er dan van dat uw partijleider zegt dat dit probleem helemaal niet mag bestaan en dat we het probleem en dit plan moeten verbieden? Wat vindt u daarvan? Nick Kaptheijns (PVV). Volgens mij was het niet eens een citaat van mijn partijleider. Ik heb in het interruptiedebat met de heer Mahmood ook gezegd dat wij, als dit democratisch tot stand komt, het gewoon zullen accepteren. Dat is toch heel logisch? We vinden het wel zeer onwenselijk, we vinden het een vals frame en we vinden dit een doorgeslagen islamitisch activisme van DENK in dit college. Adeel Mahmood (DENK). Ik hoorde zojuist dat u in gesprek bent geweest met moslima's. Dat kan prima zijn. Als u meerdere gesprekken heeft, leidt dat misschien tot andere inzichten, maar mijn concrete vraag aan u is wat de PVV nodig heeft om in te kunnen zien en te kunnen erkennen dat er een probleem is met moslimdiscriminatie. Wat heeft u daarvoor nodig? 26
Nick Kaptheijns (PVV). Helemaal niets. Mijn zintuigen zeggen iets heel anders; andere onderzoeken zeggen ook iets heel anders. U zegt ook dat sinds de heer Wilders blablabla … Het was eigenlijk de heer Ahraui die dat zei, maar dit is al sinds Fortuyn aan de gang. We hebben daar een probleem mee. We hebben niet een probleem met alle moslims. We hebben héél veel goede moslims in dit land die gewoon werken en meedoen, gewoon zoals alle andere burgers in dit land. Daar hebben we helemaal niets op tegen, wel tegen die radicale elementen. De voorzitter. Nee, meneer Mahmood, u bent drie keer geweest. Hera Butt (GroenLinks). De PVV had het over een podcastopname met moslima's, waar ik samen met de PVV aan meedeed. Dat klopt. Dat was op uitnodiging van mij; dat klopt ook. Het thema was moslimdiscriminatie; dat werd daarin ook uitgelegd. Vindt de PVV wel dat moslimdiscriminatie bestaat? Nick Kaptheijns (PVV). Ja, natuurlijk bestaat die. Discriminatie van iedereen bestaat, maar er is hier een soort utopie dat we die kunnen uitbannen: 'we moeten discriminatie uitroeien'. Hera Butt (GroenLinks). De PVV vindt dus ook dat moslimdiscriminatie bestaat. Vindt de PVV ook dat we discriminatie moeten bestrijden? Natuurlijk, het is er, op heel veel niveaus. Maar wat we kunnen doen, kunnen we toch doen, ook voor het bestrijden van moslimdiscriminatie? Nick Kaptheijns (PVV).
Ja, natuurlijk vinden wij dat, maar het is een overtrokken probleem. Dat is mijn hele punt. Ik zeg niet dat het niet bestaat. Ik vind die overfixatie gewoon compleet misplaatst. Dat is mijn punt. De voorzitter. De laatste keer, mevrouw Butt. Hera Butt (GroenLinks). 'Overfixatie'? We hebben het in deze raad over heel veel thema's. We hebben ook een aanpak van antisemitisme. We hebben straks een aanpak van antizwartracisme en nu ook een aanpak van moslimdiscriminatie. Dat moet toch kunnen? Nick Kaptheijns (PVV). Natuurlijk moet dat kunnen. Dat wordt geagendeerd en het college komt met een plan. Jeetje, waar ben ik antwoord op aan het geven? De voorzitter. U zet uw betoog voort. Nick Kaptheijns (PVV). Nou, oké. Bidden op straat, dus in de openbare ruimte, wordt gedoogd en de politie komt zelfs koffie schenken om de dialoog open te houden. Dit college is volledig in de greep gekomen van het islamitische activisme van DENK. Deze bewustwordingscampagne is allesbehalve inclusief zolang groepen die dagelijks last hebben van discriminatie, racisme of haat, niet genoemd worden. Positieve discriminatie is ook gewoon onvervalste discriminatie. Het voortrekken van mensen op onveranderlijke uiterlijke kenmerken is ook gewoon discriminatie. Daar verandert een bijvoeglijk naamwoord helemaal niks aan.
De realiteit in onze stad is dat antisemitisme welig tiert, net zoals haat tegen blanken, die tegenwoordig 'wit' worden genoemd. De PVV vindt dit discriminatie. Discriminatie is discriminatie, ongeacht wie het doelwit is. Pak dit aan voor álle inwoners, zonder aanzien des persoons of geloof. Stop met deze eenzijdige kostbare symboolpolitiek. Richt je alsjeblieft op de echte problemen: veiligheid op straat, integratie die werkt en afgedwongen wordt en een gelijke behandeling voor iedereen. De voorzitter. Meneer Mahmood, heeft u een nieuw punt?
27
Adeel Mahmood (DENK). Ja, voorzitter. Ik hoorde zojuist dat we ons moeten bezighouden met echte problemen in deze stad. Vindt de PVV het een probleem als een hoofddoek van het hoofd van een moslima wordt afgehaald en als zij wordt uitgescholden? Nick Kaptheijns (PVV). Wat een vragen … Natuurlijk vinden wij dat een probleem en natuurlijk vinden wij dat de dader daarvan aangepakt moet worden en dat het slachtoffer daarvan aangifte moet doen. We kunnen niks met allemaal anekdotische verhalen. Er moet aangifte gedaan worden. Dan kan er opgetreden worden. Adeel Mahmood (DENK). U houdt niet van 'verhalen'. Dit zijn echt pijnlijke dingen die echt gebeuren in onze stad, maar u reduceert dit tot 'verhalen'. Ik ga naar een tweet van een collega van u in deze raad. Ik denk dat u die tweet kent; daarin stond dat we Den Haag moeten de-islamiseren, wijk voor wijk en straat voor straat. Ook die tweet hebben heel veel moslims in onze stad gelezen. Mijn vraag aan u is: wat vindt u van die tweet en staat u daarachter? Nick Kaptheijns (PVV). Nee, ik sta niet achter die tweet. Dat weet degene die die tweet verstuurd heeft ook. Die tweet is ook niet vanuit het fractieaccount gestuurd; die is op persoonlijke titel gestuurd. De voorzitter. De laatste keer, meneer Mahmood. Adeel Mahmood (DENK). Die tweet is wel gelezen door heel veel mensen, ook door heel veel moslims.
Die heeft heel veel pijn gedaan en heeft mensen zelfs bang gemaakt. Bent u bereid om die tweet gewoon keihard te veroordelen? Nick Kaptheijns (PVV). Nee, die hoef ik niet verder te veroordelen dan met wat ik net al gezegd heb. Ik snap niet wat dat … Ik wil nog wel één opmerking maken, als dat mag. Het wordt wéér een soort eenrichtingsverkeerverhaal. Die andere kant van de medaille erkent u niet, meneer Mahmood. Die bestaat voor u helemaal niet, want u blijft maar zeggen: 'moslimdiscriminatie, moslimdiscriminatie, vindt u dat ook niet vreselijk en moeten we daar niet iets tegen doen?' Die andere kant van de medaille, voor al die mensen die door moslims gediscrimineerd worden, racistisch bejegend worden of zelfs te maken hebben met geweld, is hier in de stad gewoon aan de orde van de dag. Waarom denkt u dat wij überhaupt groot kunnen zijn hier? Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Het is goed dat we vandaag spreken over discriminatie en het is terecht dat er aandacht is voor moslimdiscriminatie. Mensen mogen nooit worden afgerekend op hun geloof. Dat raakt aan iets fundamenteels, de waardigheid van iedere mens. Tegelijkertijd is het belangrijk om te benadrukken dat discriminatie geen exclusief probleem is. Zij kan iedereen raken: moslims, joden, christenen, hindoes, mensen van kleur, lhbti'ers en noem maar op. Niemand is er immuun voor.
Juist daarom moeten we dit onderwerp breed en consequent blijven benaderen. Discriminatie is hardnekkig en ontstaat zelden in één klap. Zij begint vaak klein, met onwetendheid, een grapje of een achteloze opmerking, niet altijd kwaadaardig bedoeld maar wel altijd kwetsend. Hier kan ik helaas uit eigen ervaring over meepraten. Als mensen elkaar niet kennen, groeit de afstand. Afstand is vaak de voedingsbodem voor vooroordelen. Daarom zeggen wij als CDA dat we in Den Haag geen muren tussen mensen moeten bouwen, maar juist bruggen. Die bruggen ontstaan wanneer mensen elkaar ontmoeten in de wijk, op straat, op het sportveld, in het buurthuis en ook binnen levensbeschouwelijke organisaties. Daar krijgen gezichten een verhaal en groeien wederzijds begrip en respect. Het is goed dat dit onderwerp vandaag zo serieus wordt genomen. Discriminatie verdwijnt niet van vandaag op morgen, maar zolang we als stad blijven investeren in ontmoeting en begrip, stap voor stap, brug voor brug, maken we Den Haag elke keer een stukje sterker en menselijker, zodat de generaties na ons niet meer naast elkaar leven maar daadwerkelijk met elkaar. Marije Mostert (D66). Voorzitter. Den Haag is de stad van vrede en recht, maar die woorden hebben alleen betekenis als iedereen in onze stad in vrijheid en veiligheid kan leven. Dat is helaas nog niet vanzelfsprekend.
We zien een zorgelijke toename van discriminatie en haat tegen verschillende 28
groepen in onze samenleving: tegen moslims, tegen joodse Hagenaars, tegen de lhbti-gemeenschap en ook tegen onze hindoegemeenschap. Discriminatie is nooit een incident. Zij is een patroon dat we moeten doorbreken. Het werd net al gezegd: onbekend maakt onbemind. Wat D66 betreft investeren we in onderwijs en preventie, met speciale aandacht voor het tegengaan van complottheorieën, online haat en stereotypering. De aanpak van discriminatie van moslims, joden, lhbti-personen en hindoes moet per direct een speerpunt worden van de nieuwe antidiscriminatievoorziening. We moeten actief met alle betrokken gemeenschappen investeren in vredestijd, dus niet alleen wanneer het misgaat. Betrek organisaties zoals het Overlegorgaan Joden, Christenen en Moslims, Vrouwen voor Vrede en Nieuw Wij. In de commissie noemde ik Hanneke Gelderblom al. Zij schreef het boek 'Hannekelief' over haar oorlogsverleden. Zij is op twaalf verschillende plekken ondergedoken geweest en zij is echt een schitterend voorbeeld van hoe je in verbinding treedt met de ander. Zij zegt zelf: loyaliteit naar de eigen groep en openheid naar de samenleving. Als D66 zeggen wij duidelijk dat discriminatie van welke groep dan ook nooit mag worden gebagatelliseerd of gerelativeerd. Wij laten ons ook niet tegen elkaar uitspelen. In de commissie heb ik nadrukkelijk opgeroepen om discriminatie in de zorg aan te pakken.
Dat is namelijk een groot probleem: 6% van de zorgprofessionals ervaart discriminatie door collega's en leidinggevenden, terwijl 73% van de zorgprofessionals discriminatie tussen cliënten onderling bemerkt. D66 vindt het positief dat de wethouder bereid is om de toolkit van het Nationaal Netwerk Inclusieve Zorg breed onder de aandacht te brengen bij de zorginstellingen. Is het college ook bereid om samen met deze maatschappelijke partners, zoals onder andere het Nationaal Netwerk Inclusieve Zorg en andere migrantenorganisaties, een adviesgroep te vormen die meekijkt naar de inrichting van de nieuwe ADV? Den Haag kan alleen een stad van vrede en recht zijn als we pal staan voor iedereen die wordt aangevallen, uitgesloten of weggezet. Dat vraagt moed, duidelijkheid en consequente keuzes. D66 kiest voor een stad waar iedereen telt, zonder uitzondering. Fatima Faïd (HSP). Ik heb een verhelderende vraag. U wilt een soort adviesgroep. Wie moet er nou precies in die adviesgroep zitten en wat is de zwaarte van het advies? Moet het advies worden overgenomen of niet? Marije Mostert (D66). Natuurlijk gelijk weer hele radicale gedachten vanuit de Haagse Stadspartij: de boel overnemen. Nee, er is een Nationaal Netwerk Inclusieve Zorg. Ons zeer gewaardeerde oudraadslid Fonda Sahla is daar de oprichter van.
Wij zouden het heel positief vinden als de inzichten die daar worden opgedaan, kunnen worden betrokken bij de inrichting van de ADV. De voorzitter. Mevrouw Faïd knikt instemmend; iets neutraler: begripvol. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Hart voor Den Haag is tegen alle vormen van discriminatie. Dat staat gewoon in de Grondwet en wij volgen de Grondwet. Dat geldt voor alle negatieve en positieve discriminatie. Ik wil het hier vandaag heel kort over seksisme hebben. Seksisme is ook discriminatie: discriminatie op grond van sekse. Hart voor Den Haag vindt dat vrouwen veilig over straat moeten kunnen lopen en uit moeten kunnen gaan. Straatintimidatie moet voorkomen worden en/of bestraft worden. In juli 2024 is de motie Toon daadkracht en zet undercover boa's in tegen straatintimidatie aangenomen. Deze motie is afgedaan met de opmerking dat er een pilot liep tot juli 2025 en dat er daarna een evaluatie zou plaatsvinden. Inmiddels is het december en weten we dat de pilot in ieder geval in Rotterdam succesvol is geweest.
Daarom een motie met als dictum: verzoekt het college niet langer af te wachten, maar per direct over te gaan tot de inzet van undercover boa's tegen straatintimidatie in Den Haag, hierbij gebruik te maken van de bewezen aanpak en ervaringen uit andere gemeenten, te zorgen voor duidelijke handhaving en consequente opvolging bij overtredingen en de gemeenteraad voor de zomer van 2026 te informeren over de voortgang en resultaten. Deze motie is medeondertekend door Richard de Mos. Robin Smit (PvdD). In de commissie had ik al een debatje met mevrouw Verdonk over deze boa's. Er is natuurlijk een tekort aan boa's. Als we ze nu zo in willen zetten, dus als de motie wordt 29
aangenomen, welke boa's zetten we dan op welke terreinen niet in? Want Hart voor Den Haag wil bijvoorbeeld ook de overlast op straat aanpakken. Daar zijn ook boa's voor nodig, maar die zijn er allemaal niet. Wat is dan de prioritering van Hart voor Den Haag? Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Weet u wat nou zo leuk is aan bestuurder zijn in een stad? Dat je kunt kijken welke mogelijkheden je hebt, hoeveel boa's je hebt en hoe je ze wil inzetten en dat je prioriteiten kunt stellen. We hebben mooie voorbeelden in andere gemeenten. Ik zou het college dus willen uitdagen om daarnaar te kijken. Robin Smit (PvdD). Besturen is natuurlijk niet alleen maar kijken, maar ook luisteren. Als we luisteren, horen we dat er meerdere terreinen zijn waar boa's ingezet moeten worden. Als je één boa moet inzetten en als er een locatie in Loosduinen is en een locatie in het centrum, waar kiest Hart voor Den Haag dan voor? Waar moet die persoon ingezet worden? Je kan die persoon immers niet door tweeën snijden. De voorzitter. Dat lijkt me ook niet wenselijk. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Hart voor Den Haag kiest niet. Hart voor Den Haag zorgt dat er meer boa's komen als er meer boa's nodig zijn. Dan zetten we daarop in. Zo moeilijk is het allemaal niet, meneer Smit. Je moet problemen op willen lossen in de stad. Problemen oplossen betekent keuzes maken. De voorzitter.
Meneer Smit, de laatste keer. Robin Smit (PvdD). Ik vind het een beetje jammer dat mevrouw Verdonk nu zegt dat het allemaal niet zo heel moeilijk is en dat we problemen moeten oplossen. We zitten hier ook om te zoeken naar een realistische oplossing. Een boa heb je niet morgen opgeleid. Een opleidingsproces van een boa duurt minimaal een jaar. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Maar als je niet begint, gebeurt er nooit iets, zou ik tegen de heer Smit willen zeggen. Dus gewoon starten en problemen oplossen. O, wat zou ik het echt … Ik wil nog even tegen meneer Smit zeggen dat het natuurlijk de bedoeling was dat ik hier zou komen als wethouder. Wat zouden er dan een hoop problemen opgelost zijn geweest, meneer Smit. Adeel Mahmood (DENK). Ik hoorde mevrouw Verdonk een paar keer zeggen dat we problemen moeten oplossen en dat er keuzes moeten worden gemaakt. Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik heb u zojuist in mijn bijdrage geprobeerd uit te nodigen om het over moslimdiscriminatie te hebben. Is het ook een keuze van u om moslimdiscriminatie niet te erkennen en het daar vandaag niet over te hebben? Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik vind dat je altijd zorgvuldig moet omgaan met je eigen tijd en de tijd van anderen. Er is hier al zoveel gepraat over moslimdiscriminatie dat ik dacht: ik ga eens naar die andere kant van de medaille.
De heer Kaptheijns had het daar zojuist ook over. Hart voor Den Haag is tegen álle vormen van discriminatie. Adeel Mahmood (DENK). Dat hebben we ook gehoord in de commissie en dat begrijp ik. Tegelijkertijd hebben we nu een Haags plan tegen moslimdiscriminatie voor ons liggen. Wat vindt Hart voor Den Haag daarvan? Heeft u daar überhaupt een mening over? Erkent Hart voor Den Haag dat moslimdiscriminatie een probleem is dat een keiharde aanpak verdient? Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Hart voor Den Haag zou het het mooist vinden als er eens een goed empirisch onderzoek gedaan zou worden naar álle vormen van discriminatie, met feiten en cijfers, en niet alleen maar 'iemand ervaart dat hij gediscrimineerd wordt' of 'iemand heeft het gevoel dat hij gediscrimineerd wordt'. Feiten en cijfers; empirisch onderzoek. En dan met z'n allen om de tafel om te kijken hoe we álle vormen van discriminatie kunnen oplossen. 30
De voorzitter. Meneer Mahmood, de laatste keer. Adeel Mahmood (DENK). Dan constateer ik toch echt dat we nu al decennialang praten over moslimdiscriminatie, dat er talloze onderzoeken zijn en talloze getuigenissen van mensen die te maken hebben met moslimdiscriminatie. Ik constateer helaas dat Hart voor Den Haag het daar gewoon niet over wil hebben. Dit laat ook zien dat de partij, met alle respect, nog steeds te maken heeft met een identiteitscrisis, want dit kan gewoon niet onbenoemd blijven als je zegt dat je problemen in deze stad wil aanpakken. Blijkbaar durft Hart voor Den Haag het hier gewoon niet over te hebben. Dat vind ik jammer. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Als u het over decennia heeft: ik ben al decennia bezig om te zorgen dat vrouwen hier in Nederland dezelfde rechten krijgen als mannen, al vanaf mijn achttiende. Weet u wat ik de laatste jaren alleen maar zie? Dat de rechten van vrouwen afnemen en dat vrouwen minder gelijk zijn aan mannen. En als ik dan wil praten over de oorzaken daarvan, dan mag dat niet. Dat vind ik ook discriminatie. Daarom mijn pleidooi voor goed empirisch onderzoek om dan te praten over alle vormen van discriminatie. Hera Butt (GroenLinks). Ik hoor dat Hart voor Den Haag ook zegt: onderzoek discriminatie beter en hou haar beter bij. Er zijn allerlei onderzoeken gedaan; daar hebben we het uitgebreid over gehad.
Dat blijkt voor Hart voor Den Haag onvoldoende te zijn. De antidiscriminatievoorziening van Den Haag monitort dit ook. De voorzitter. Kort graag. Hera Butt (GroenLinks). Er kan specifieker gemonitord worden; daar heb ik het college zojuist ook naar gevraagd. Staat Hart voor Den Haag erachter dat de discriminatievormen en -gronden meer en specifieker worden gemonitord? Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Met als absolute voorwaarde dat het dan gaat over álle vormen van discriminatie. Een goed onderzoek levert feiten en cijfers. Dat is de basis voor een oplossing. Hera Butt (GroenLinks). Alle vormen … Mijn fractie zei tijdens de commissievergadering en zojuist dat het in ieder geval moet gaan om moslimdiscriminatie en hindoediscriminatie, als voorbeelden; méér is natuurlijk ook goed. Staat Hart voor Den Haag daar in ieder geval achter? Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik heb wel een beetje moeite met deze manier van redeneren: 'het gaat over moslimdiscriminatie en over hindoediscriminatie'. Ik heb in de commissievergadering iets gezegd over moslimdiscriminatie en over hindoediscriminatie, maar dat is natuurlijk niet de basis. De basis moet zijn dat we gaan kijken naar álle vormen van discriminatie. Van daaruit gaan we kijken wat er nodig is aan specifieke maatregelen. De voorzitter. De laatste keer, mevrouw Butt. Hera Butt (GroenLinks).
Een ander punt van Hart voor Den Haag ging over de boa's. De hele raad weet dat we daar een tekort aan hebben. Wat vindt Hart voor Den Haag ervan als we meer vrouwen werven als boa's, misschien ook vrouwen die een hoofddoek dragen? Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik mag collega Butt heel graag, maar soms kan ze zó vragen naar de bekende weg. Wij zijn voor neutraliteit, voor een neutrale uitstraling van de boa's. Dat zijn we altijd geweest en dat blijven we ook. Dus vooral heel veel vrouwen bij de boa's, hartstikke veel, maar wel met neutraliteit voorop. Misschien is dat dus een reden om die hoofddoek toch eens een keer af te doen. De voorzitter. Meneer Ahraui, kort graag. 31
Samir Ahraui (PvdA. Collega Verdonk heeft al meerdere malen gezegd dat Hart voor Den Haag beleid voor alle vormen van discriminatie. Ik denk dat we elkaar daar de hand over zouden kunnen schudden, maar ik vraag mevrouw Verdonk hoe het dan kan dat Hart voor Den Haag vorig jaar gestemd heeft tegen de Haagse Inclusienota, die juist ook als basis had om tegen alle vormen van discriminatie op te treden. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Daarvoor hebben wij inhoudelijke redenen gehad, want wij bespreken dit soort onderwerpen altijd heel serieus in de fractie. Als u mij vraagt wat het precies was, moet ik u het antwoord schuldig blijven, maar dat wil ik zeker voor u opzoeken. Samir Ahraui (PvdA. Ik ben heel nieuwsgierig naar dat antwoord. Dat krijg ik dus graag later, want dat was natuurlijk het moment waarop collega Verdonk iets had kunnen inbrengen, een amendement had kunnen indienen of ook eens een keer schriftelijke vragen te stellen over al die verschillende doelgroepen die zij op dit moment voor ogen heeft en die meer aandacht zouden moeten krijgen. Dat heb ik afgelopen jaar dan gemist. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Wat wij als Hart voor Den Haag belangrijk vinden, is een evenwichtige aanpak.
Niet iedere keer wat eruit halen of ontzettend veel aandacht besteden aan mensen die vinden dat ze gediscrimineerd worden, maar goed empirisch onderzoek: feiten en cijfers, analyse, oplossen. De voorzitter. Dan heeft meneer Mahmood iets nieuws? Ja, stomme vraag, hè, maar goed, ik probeer het elke keer weer. Adeel Mahmood (DENK). We hebben het net gehad over hoofddoeken bij boa's. Maar los van die discussie, vindt Hart voor Den Haag überhaupt dat hoofddoeken welkom zijn bij kinderen in Den Haag? Zou dat volgens Hart voor Den Haag gewoon moeten kunnen? Zouden zij ook op een foto moeten kunnen voorkomen op een blad over de sportzomer bijvoorbeeld van de gemeente Den Haag? Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik vind dit wel een heel frappant voorbeeld van de heer Mahmood. Als je inclusief bent, dan maak je foto's van allerlei kinderen in de stad, met hoofddoek, zonder hoofddoek, want kinderen moeten vooral samen spelen. Want daarmee begint het elkaar leren kennen, daarmee begint het samen leven in de stad. Als er dan een folder wordt verspreid, nota bene door de gemeente Den Haag, met alleen maar meisjes met hoofddoeken, ja, dan denk ik: dit is toch niet de bedoeling. Adeel Mahmood (DENK). Dan volg ik u ook. U vindt het gewoon goed om elke keer in te zoomen op één specifiek punt en dat uit te vergroten. Maar daarmee laat u ook zien wat u vindt van hoofddoeken.
Tot slot heb ik een vraag aan mevrouw Verdonk. Is wat u hier verkondigt namens uw hele fractie of is het uw eigen opvatting? Daar ben ik wel naar benieuwd. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). De spelregels bij Hart voor Den Haag zijn de spelregels bij Hart voor Den Haag. Die gaan u helemaal niets aan, klaar. Ik vind dit echt altijd zo raar. Ik heb zo'n rare opruiende vraag al eerder gekregen van de andere kant van de zaal. Ik heb u net gezegd wat inclusief samenleven voor ons is. Dat is in ieder geval niet folders verspreiden van allemaal meisjes met hoofddoeken die zo nodig met z'n allen moeten gaan sporten. De voorzitter. De laatste keer, meneer Mahmood. Adeel Mahmood (DENK). Mevrouw Verdonk zegt steeds dat we het elke keer over alles tegelijk moeten hebben. Eén specifieke aanpak van discriminatie mag van Hart voor Den Haag niet, want dat is niet de juiste werkwijze volgens hen. Waarom heeft uw partij dan eerder schriftelijke vragen ingediend over de aanpak van hindoediscriminatie, mevrouw Verdonk? Hadden we het in die set
32
schriftelijke vragen eigenlijk over alle vormen van discriminatie moeten hebben? Was het niet gewoon een fout van Hart voor Den Haag, vraag ik me af. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Weet u, ik vind dat je altijd moet willen blijven leren in je leven. Wij hebben nu zo veel antidiscriminatiedebatten met elkaar gevoerd dat ik er langzamerhand van overtuigd ben dat we er op deze manier nooit uitkomen. We moeten echt kijken, door goed empirisch onderzoek, naar alle vormen van discriminatie en daar met z'n allen een open gesprek over hebben. Niet alleen maar op basis van mensen die denken dat ze gediscrimineerd worden, maar op basis van goed empirisch onderzoek. De voorzitter.
Door mevrouw Verdonk, daartoe gesteund door de heer De Mos, wordt de volgende motie (G.4 HvDH) ingediend: Motie G.4 HvDH Toon daadkracht, zet undercover BOA’s in tegen straatintimidatie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 december 2025 in een debat over het breed discriminatiedebat, Constaterende dat: • op 10 juli 2024 de motie van raadslid Rachid Guernaoui met de titel “Undercover teams tegen straatintimidatie, ook in Den Haag” is aangenomen, • het college deze motie heeft afgedaan door te stellen dat er een pilot loopt tot juli 2025, waarna evaluatie zal plaatsvinden; • straatintimidatie in Den Haag nog steeds veel voorkomt en bewoners zich daardoor onveilig voelen in de openbare ruimte. Overwegende dat: - Den Haag een stad moet zijn waar inwoners zich vrij en veilig op straat kunnen bewegen, ongeacht geslacht, leeftijd of achtergrond; - inmiddels bekend is dat de inzet van undercover BOA’s tegen straatintimidatie in steden als Rotterdam, Tilburg en Utrecht effectief en succesvol is gebleken; - het onwenselijk is om effectieve maatregelen onnodig uit te stellen terwijl het probleem nú speelt; - handhaving zichtbaar én onzichtbaar moet zijn om straatintimidatie daadwerkelijk aan te pakken.
Verzoekt het college: - niet langer af te wachten, maar per direct over te gaan tot de inzet van undercover BOA’s tegen straatintimidatie in Den Haag; - hierbij gebruik te maken van de bewezen aanpak en ervaringen uit andere gemeenten; te zorgen voor duidelijke handhaving en consequente opvolging bij overtredingen; - de gemeenteraad voor de zomer van 2026 te informeren over de voortgang en resultaten. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Ik zal twee moties appreciëren en een aantal vragen beantwoorden. De burgemeester en collega Barker zullen de twee andere moties appreciëren. Dan weet u dat alvast. Ik zou graag willen beginnen met dank aan de heer Sarti voor zijn inspraak en inbreng. Ik denk dat het goed is, wat de heer Sarti ook aangaf, dat de aanpak van discriminatie en racisme niet beperkt is tot deze zaal, maar dat we het met z'n allen doen, met de hele stad. Ik denk dat we ook met elkaar ter harte kunnen nemen. 33
Mevrouw Butt van GroenLinks vroeg om te bevestigen dat we ook aan de slag gaan met de intersectionaliteit. Dat was ook een vraag van de heer Smits. Die was met name gericht op queer moslims en om daarbij ook met de stichting Maruf op samen te werken. Dat zullen we zeker doen. Dat is bij dezen dus bevestigd. Met name die intersectionaliteit is heel belangrijk om aandacht voor te hebben bij eigenlijk alle aanpakken van discriminatie en zeker ook bij dit actieplan. Het gesprek met de Hindoeraad staat begin volgend jaar, dus januari, gepland. Dus ook dat zullen wij doen. We zullen ook over de verbetering van de registratie met de ADV in gesprek gaan en ook, als uw raad het raadsvoorstel aanneemt vanavond, waar dan de ADV ondergebracht wordt. De ombudsman is eigenlijk niet de goede plek. Dat is precies waarom we de overdracht naar RADAR doen. Zij hebben daar inmiddels ervaring mee. Ze hebben ook ervaring met gesprekken voeren met mensen en mensen ondersteunen bij het doen van aangifte. We denken dus ook wel echt dat het onderbrengen van de ADV bij RADAR voor heel veel zaken echt veel beter is dan dat we het hier houden. Daarmee kan ik ieder geval ook de motie van mevrouw Faïd aan de raad laten, want het is ook heel belangrijk dat er een systeem is waar moslimvrouwen zich veilig en ondersteund voelen. Dus ook dat zullen we met RADAR bespreken.